2023-396 Bijlage 4 Herstelbesluit bp Binnenstad (City) Nieuwegein_Toelichting
Tekst van het document
Ook de bedrijvigheid zelf wordt door de herstructurering niet in zijn huidige en toekomstige bedrijfsvoering beperkt, mede vanwege de ligging van de bestaande woningen (waaronder Kruyderlaan 37) en het feit dat de geldende bestemmingsplan reeds gevoelige functies (maatschappelijk) toestaat. Ecolab Ten noordoosten van het plangebied ligt het bedrijf Ecolab (voormalig Henkel). De Henkelfabrieken gaven in het verleden wel reden tot klachten voor de woningen in de directe nabijheid van de fabrieken. Inmiddels hebben strengere milieuregelgeving en structureel overleg tussen het bedrijf en de omwonenden geresulteerd in reductie van het aantal klachten tot een minimum. Ecolab, dat was- en reinigingsmiddelen produceert, heeft volgens de VNG-uitgave Bedrijvigheid en milieuzonering een aantal richtafstanden voor verschillende milieuaspecten (uitgaande van gemengd gebied), te weten: 50 m voor stof en voor gevaar; 100 m voor geluid; 200 m voor geur. Stof en gevaar De productieactiviteiten van Ecolab (daar waar de aspecten stof en gevaar een rol spelen) liggen op een grotere afstand dan 50 m vanaf de grens van het plangebied (namelijk meer dan 150 m). Voor deze productieactiviteiten wordt dus voldaan aan de richtafstand.
Langs de Herenstraat, tussen de productiehal en het plangebied, staan bovendien reeds een aantal woningen, waarmee Ecolab in zijn bedrijfsvoering reeds rekening moet houden.
48
bestemmingsplan Binnenstad (City) Nieuwegein
Op het terreindeel van Ecolab dat het dichtstbij het plangebied ligt (80 m), vinden parkeer- en kantooractiviteiten plaats. Deze activiteiten hebben geen negatieve gevolgen voor het aspect stof. Dit aspect levert geen beperkingen op voor de ruimtelijke ontwikkelingen in het plangebied. Voor het aspect externe veiligheid in verband met de aanwezigheid van Ecolab in de omgeving van het plangebied wordt verwezen naar paragraaf 4.7. Geluid De afstand tussen de nieuw te bouwen woningen in het plangebied en de terreingrens van Ecolab bedraagt circa 150 m. Er wordt bij deze nieuwe functies voldaan aan de richtafstand voor geluid. Langs de Herenstraat, tussen de productiehal en het plangebied, liggen bovendien reeds een aantal woningen, waarmee Ecolab in zijn bedrijfsvoering reeds rekening moet houden. Ook de kantoor- en parkeeractiviteiten van Ecolab hebben geen negatieve effecten op de geluidsbelasting nabij deze nieuwe woningen. Derhalve levert het aspect geluid geen beperkingen op voor de ruimtelijke ontwikkelingen in het plangebied. Geur Voor de geurproblematiek van Ecolab zijn, in overleg met de gemeente, voor omliggende ontwikkelingen diverse berekeningen uitgevoerd (o.a. LBP-Sight, Herbestemming kantoor Meentwal 1, 7 juni 2012 en LBP Sight, Kruyderlaan 25-29 Nieuwegein, 17 oktober 2012).
Conclusie In dit bestemmingsplan wordt zorg gedragen voor een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plaatse van de bestaande en nieuwe woningen en worden de bedrijven niet in hun functioneren belemmerd.
4.9
Hoogbouw
4.9.1
Windhinder
Windhinder treedt op rondom hoge gebouwen. Hier is sprake van verhoogde windsnelheden die het verblijf in de directe omgeving van deze gebouwen onaangenaam of zelfs gevaarlijk kunnen maken. Voor een goede ruimtelijke ordening is aandacht voor het windklimaat bij met name stedelijke hoogbouw noodzakelijk. Een windhinderonderzoek heeft tot doel om in kaart te brengen wat mogelijke knelpunten zijn en waar deze kunnen ontstaan op verblijfsniveau. Windhinder hangt voor een groot deel af van de architectonische uitwerking van bebouwing (vorm, volume en breedte). Bij de ontwikkeling van hoge gebouwen (> 15 m) kan er bij het uiteindelijke gebouwontwerp om een aanvullend windhinderonderzoek worden gevraagd. Voor de ontwikkellocaties is op voorhand echter geen onevenredige windhinder te verwachten, aangezien het bouwvolume per saldo niet toeneemt ten opzichte van de geldende planologische situatie. Conclusie Ontwikkelingen die met het voorliggende bestemmingsplan mogelijk worden gemaakt, vormen geen directe belemmeringen ten aanzien van een goed windklimaat. Echter dient er bij gebouwontwerp in geval van hoogbouw rekening te worden gehouden met dit aspect en wordt er om een aanvullend windonderzoek gevraagd. Dit is opgenomen in de planregels. 4.9.2
Schaduwhinder
Een bezonningsonderzoek geeft inzicht in de mogelijke schaduwwerking van de potentiële bouwvolumes op de omgeving. Van belang voor de ruimtelijke kwaliteit van de bebouwing en (openbare) buitenruimte is een goede bezonning/lichttoetreding. Er dient zoveel mogelijk bezonning op straatniveau en binnen de bouwblokken mogelijk te worden gemaakt door te zoeken naar een goede geleding in de bouwblokken in hoogte en vorm. Het uitgevoerde bezonningsonderzoek voor de Binnenstad (zie bijlage 7) geeft een indruk van de schaduwwerking van de bebouwing in de verschillende seizoenen en op verschillende momenten van de dag.
49
bestemmingsplan Binnenstad (City) Nieuwegein
Bij de ontwikkeling van hoge gebouwen (> 20 m) wordt bij het uiteindelijke gebouwontwerp om een aanvullend bezonningsonderzoek gevraagd. Voor de ontwikkellocaties is op voorhand echter geen onevenredige hinder te verwachten, aangezien het bouwvolume per saldo niet toeneemt ten opzichte van de geldende planologische situatie.
4.10 Kabels en leidingen Binnen het plangebied, dan wel in de nabij omgeving zijn geen kabels of leidingen aanwezig die aanwezige functies en ontwikkelingsmogelijkheden binnen het plangebied belemmeren.
4.11 Radarverstoring Er dient rekening te worden gehouden met de verstoringen van radarstations voor vliegverkeer vanwege radarstation Herwijen. De verstoring is bij een bouwhoogte van meer dan 90 m een aandachtspunt. Het bestemmingsplan maakt geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk met een dergelijke bouwhoogte. Radarverstoring is dan ook niet aan de orde, waardoor dit aspect geen belemmering is voor de uitvoerbaarheid van het plan.
4.12 Milieueffectrapportage 4.12.1
Wettelijk kader
De wet- en regelgeving voor milieueffectrapportage (m.e.r.) is vastgelegd in hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer en in de AMvB Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.). In de Wet milieubeheer zijn vooral de procedurele verplichtingen opgenomen. In Besluit m.e.r. is opgenomen wanneer een m.e.r. verplicht is. 4.12.2
Onderzoek
Onderzocht is of het bestemmingsplan het ruimtelijk kader biedt voor activiteiten die zijn opgenomen in onderdeel C of D van het Besluit MER. In bijlage 8 is de mer-beoordeling opgenomen. 4.12.3
Conclusie
Op dit bestemmingsplan rust geen plicht tot het uitvoeren van een MER. De beoogde ontwikkelingen veroorzaken geen nadelige gevolgen voor het milieu. 4.12.4
M.e.r.-beoordelingsbeslissing
Op pm heeft het college van Nieuwegein besloten dat een project-m.e.r. in dit geval niet noodzakelijk is.
50
bestemmingsplan Binnenstad (City) Nieuwegein
Hoofdstuk 5 5.1
Juridische opzet
Planomschrijving
Het bestemmingsplan geeft een juridisch-planologisch kader voor de ontwikkeling van de binnenstad. Het bestemmingsplan bestaat uit geometrisch bepaalde bestemmingen; weergegeven op de verbeelding en uit regels voor het gebruik van de gronden en de daarop te realiseren opstallen, voor zover die regels in verband met de bestemming nodig zijn. Tevens gaat het bestemmingsplan vergezeld van deze toelichting, waarin de aan het plan ten grondslag liggende gedachten en onderzoeken, de uitkomsten van het overleg (ex artikel 3.1.1. van het Besluit op de ruimtelijke ordening) en een rapportering van de inspraak zijn opgenomen. De regels en verbeelding vormen samen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan. De toelichting heeft geen juridische status.
5.2
Verbeelding
Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden aangewezen. Deze bestemmingen betreffen aanduidingen van de doeleinden waarvoor de gronden mogen worden gebruikt. Op de verbeelding zijn tevens aanduidingen opgenomen met het oog op het aanwijzen van gebieden waarop een specifieke regeling in de planregels van toepassing is. Deze aanduidingen krijgen in de planregels een juridische betekenis.
5.3
Regels
De regels bevatten bepalingen omtrent het gebruik van de gronden, omtrent de toegelaten bebouwing en bepalingen betreffende het gebruik van op te richten bouwwerken. De regels worden, conform de SVBP 2012, onderverdeeld in vier hoofdstukken, te weten: Hoofdstuk 1 Inleidende regels Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels Hoofdstuk 3 Algemene regels Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels In het navolgende worden de hoofdstukken en onderliggende artikelen nader toegelicht. 5.3.1
Inleidende regels
In het hoofdstuk Inleidende regels wordt een aantal begrippen verklaard en wordt aangegeven hoe, bij toepassing van de regels, dient te worden gemeten. 5.3.2
Bestemmingsregels
Het hoofdstuk Bestemmingsregels bevat de regels waarin de materiële inhoud van de gegeven bestemmingen is opgenomen, waaronder het gebruik van de opstallen en de gronden en de toegestane maatvoering. Binnen de bestemmingsvlakken en bouwvlakken mag bebouwing ten dienste van de bestemming worden opgericht met een maximale hoogte zoals aangegeven op de verbeelding. Hierbij dient te worden opgemerkt dat er op basis van het Besluit omgevingsrecht (Bor), naast het bestemmingsplan, wel het een en ander vergunningsvrij mag worden gebouwd. Dit wordt in het bestemmingsplan niet expliciet benoemd. Hierna wordt per bestemming een korte toelichting gegeven. Bedrijf - Nutsvoorziening Deze bestemming is bedoeld voor de bestaande hulpwarmtecentrale. Een bebouwingspercentage en een maximale bouwhoogte is opgenomen voor het perceel. De bouwhoogte mag worden overschreden door schoorstenen tot een hoogte van 20 m. Ook voor de aanwezige opslagtanks (bouwwerken, geen gebouwen zijnde) is een specifieke regeling opgenomen. De hulpwarmtecentrale is een gezoneerd industrieterrein zoals bedoeld in de Wet geluidhinder (Wgh).
51
bestemmingsplan Binnenstad (City) Nieuwegein
Centrum - 1 Het bestemmingsplan bevat de bestemming Centrum - 1 voor het kernwinkelgebied en sluit aan op de geldende regeling. De bestemming staan verschillende functies toe, die onderling uitwisselbaar zijn. Voorbeelden van de toegestane functies zijn: detailhandel, dienstverlening en horeca in de categorieën 1 en 2 uit de Staat van Horeca-activiteiten. Centrum - B3 Deze bestemming is opgenomen voor de ABC-locatie en sluit qua toegestane functies zoveel mogelijk aan op de bestemming Centrum - 1. Gemengd - 1 Deze bestemming maakt het mogelijk om met name maatschappelijke en kantoorfuncties te mengen. Met aanduidingen zijn aanvullende functies, zoals dienstverlening en detailhandel toegestaan tot ten hoogste 5 m boven peil. Wat betreft de bouw- en gebruiksmogelijkheden is aangesloten bij de geldende regelingen. Gemengd - A2, Gemengd - A4 en Gemengd - C Deze gemengde bestemmingen zijn opgenomen voor drie ontwikkellocaties. De bestemmingen staan verschillende functies toe, zoals beschreven in paragraaf 3.2. Groen Binnen de bestemming Groen zijn alleen de hoofdgroenstructuren opgenomen. Het overige groen is niet apart bestemd, maar valt binnen andere bestemmingen zoals Verkeer of Verkeer - Verblijfsgebied. In de bestemming Groen zijn tevens waterpartijen bijvoorbeeld voor waterberging en waterlopen toegestaan.
Onder waterlopen wordt ook het water begrepen dat door middel van duikers de verschillende singels met elkaar verbindt. Deze duikers liggen vaak op gronden met de bestemming Groen of in een verkeersbestemming. Eveneens zijn binnen deze bestemming geluidswerende voorzieningen toegestaan. Ter plaatse van de aanduiding 'verkeer' zijn inritten mogelijk gemaakt voor het ziekenhuis. Kantoor De bestemming Kantoor is met name te vinden aan de rand van het centrumgebied. Binnen deze bestemming is een specifieke regeling opgenomen om, naast kantoren en daarbij behorende dienstverlening op de locatie nabij de centrumbestemmingen, ook centrumfuncties toe te laten. Dit is geregeld met de aanduiding 'centrum' op de verbeelding. Op enkele locaties geeft de aanduiding (wonen) aan dat tevens wonen is toegelaten vanaf de tweede bouwlaag boven het maaiveld. Maatschappelijk Deze bestemming is bedoeld voor het St. Antonius ziekenhuis. Gekozen is voor globale bestemming waarbinnen ook gebouwde parkeervoorzieningen, verkeers- en verblijfsgebied en waterberging kunnen worden gerealiseerd. Bedrijfswoningen zijn niet toegestaan. De uiterste contour van de hoofdgebouwen is aangegeven door middel van een bouwvlak. Voor het grootste gedeelte geldt een bouwhoogte van 23 m. Aan de kant van de Zuidstedeweg kan worden gebouwd tot 37 m. Langs de Doorslag mag worden gebouwd tot 23 m.
Voor nieuwe ontwikkelingen van het ziekenhuis aan de noordzijde geldt de aanduiding 'dove gevel voorgeschreven'. In verband met de geluidsbelasting vanwege wegverkeerslawaai geldt hier dat moet worden gebouwd met gevels zonder te openen delen, tenzij hiervan afgeweken wordt door het college van burgemeester en wethouders indien is aangetoond dat de geluidsbelasting voldoet aan de wettelijke grenswaarde. Verkeer, Verkeer - Railverkeer, Verkeer - Verblijfsgebied De gronden met verschilIende verkeersfuncties zijn ondergebracht in drie afzonderlijke bestemmingen, te weten Verkeer, Verkeer - Verblijfsgebied en Verkeer - Railverkeer. Hierbij is onderscheid gemaakt tussen ontsluitingswegen en woonstraten (zgn. 30 km/uur-gebieden en woonerven). De gebiedsontsluitingswegen
52
bestemmingsplan Binnenstad (City) Nieuwegein
zijn bestemd tot Verkeer. De bestemming Verkeer is zodanig ruim, zodat verkeerskundige aanpassingen aan wegen mogelijk zijn zonder planologische procedures. De bestemming Verkeer - Verblijfsgebied is toegekend aan de erftoegangswegen. Ook hier is de bestemming ruim op de verbeelding aangegeven, zodat kleine verkeerskundige ingrepen mogelijk zijn. Onder andere in verband met de aanwezigheid van duikers op gronden met een verkeersbestemming zijn op de gronden met de verschilIende verkeersbestemmingen ook waterlopen toegestaan. Binnen de verkeersbestemmingen kunnen ook geluidswerende voorzieningen worden gerealiseerd. Binnen de verkeersbestemmingen is een regeling opgenomen om viaducten voor voetgangers en fietsten mogelijk te maken. Binnen de verkeersbestemmingen zijn gebouwde parkeervoorzieningen onder maaiveld toegelaten, zodat de ondergrondse parkeergarages onder de gebouwen in de binnenstad ook doorgetrokken kunnen worden onder de openbare ruimte. De gronden ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van detailhandel - standplaats' bestemd voor een standplaats met een maximaal oppervlak van 28 m2 , conform het bestemmingsplan Sectorplan Standplaatsen, zoals vastgesteld op 9 februari 2015 door de raad van de gemeente Nieuwegein. Water Deze bestemming is toegekend aan de in het plan gelegen (hoofd)waterlopen.
Op deze gronden zijn alleen bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mogelijk. In deze bestemming is expliciet opgenomen dat het afmeren van woonschepen in strijd is met de bestemming. Wonen Deze bestemming is toegekend aan de in het plangebied voorkomende woningen. Waar gestapelde woningbouw is toegestaan, zijn de hoofdgebouwen aangeduid met de aanduiding 'gestapeld'. De bestemmingsregeling sluit aan bij de gebruikelijke wijze van bestemmen binnen de gemeente Nieuwegein. Waarde - Archeologie 4, Waarde - Archeologie 5, Waarde - Archeologie 6, Waarde - Archeologie 8 Op grond van het gemeentelijk archeologisch beleid en archeologische onderzoeken zijn dubbelbestemmingen opgenomen om de archeologische waarden te beschermen. Dit wil zeggen dat voor bouwactiviteiten boven een bepaalde omvang nader onderzoek nodig is naar de aanwezige archeologische waarden. Waterstaat - Waterkering Ter bescherming van de hoofdwatergangen en daarbij behorende beschermingszones is de dubbelbestemming Waterstaat - Waterkering opgenomen. Gronden binnen deze bestemming zijn primair bestemd voor de waterberging en waterhuishouding. De overige daaraan gegeven bestemmingen zijn secundair. Bebouwing ten dienste van de samenvallende, secundaire, bestemmingen is uitsluitend toegestaan na vrijstelling door burgemeester en wethouders.
De waterstaatsbelangen mogen door de bebouwing niet worden geschaad en vooraf dient advies te worden ingewonnen bij de instantie die verantwoordelijk is voor het beheer van de waterhuishouding. 5.3.3
Algemene regels
In het hoofdstuk Algemene regels wordt in de artikelen 'Antidubbeltelregel', 'Algemene bouwregels' en 'Algemene afwijkingsregels' een aantal algemene bepalingen verwoord die onder meer de flexibiliteit van het plan vergroten. De 'Anti-dubbeltelregel' bepaalt dat gronden die eenmaal in aanmerking zijn genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing blijft. In de 'Algemene bouwregels' worden regels vermeld omtrent bestaande maten, overschrijding van
53
bestemmingsplan Binnenstad (City) Nieuwegein
bouwgrenzen, geluid, windcomfort, schaduwwerking, ruimtelijke kwaliteit en parkeergelegenheid en laaden losmogelijkheden bij of in gebouwen. Via de nadere eisen regeling en een voorwaardelijke verplichting in het bestemmingsplan wordt een collegebevoegdheid gecreëerd om doorwerking van de omgevingskwaliteitseisen af te dwingen ten behoeve van het behouden en beschermen van een aanvaardbare omgevingskwaliteit. Ook is er een voorwaardelijke verplichting opgenomen waarin is bepaald dat een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen ten behoeve van het bouwen van een gebouw slechts worden verleend indien vaststaat dat er sprake is van een aanvaardbare omgevingskwaliteit. Voor de vereiste mate van aanvaardbaarheid is een dynamische verwijzing opgenomen naar de beleidsregels 'Omgevingskwaliteitsplan Binnenstad (City) Nieuwegein' van de gemeente Nieuwegein. In de 'Algemene gebruiksregels' zijn onder andere regels opgenomen met betrekking tot de maximale oppervlakte detailhandel, overeenkomstig de geldende regeling. In de 'Algemene aanduidingsregels' zijn de regels opgenomen voor de molenbiotoop en de geluidzone-industrie. In de 'Algemene afwijkingsregels' worden enkele afwijkings- respectievelijk wijzigingsbevoegdheden aan burgemeester en wethouders toegekend die geringe afwijkingen mogelijk maken van hetgeen in het bestemmingsplan is bepaald.
Het gaat bijvoorbeeld om het in geringe mate afwijken van het plan. 5.3.4
Overgangs- en slotregels
In hoofdstuk 4 tot slot worden de overgangs- en slotregels geformuleerd. In het artikel 'Overgangsrecht' worden regels bepaald omtrent bouwwerken, die in de bestaande situatie aanwezig zijn of mogen worden gebouwd. In de 'Slotregel' wordt aangegeven onder welke naam de regels kunnen worden aangehaald. Ten slotte is aan de regels een bijlage toegevoegd. Hierin zijn de toegelaten bedrijfscategorieën aangegeven die in het plangebied toegelaten worden in de regeling van beroep en bedrijf aan huis.
54
bestemmingsplan Binnenstad (City) Nieuwegein
Hoofdstuk 6 6.1
Uitvoerbaarheid
Economische uitvoerbaarheid
Op grond van artikel 6.12, lid 1 Wro stelt de gemeenteraad een exploitatieplan vast voor gronden waarop een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen bouwplan is voorgenomen. In het tweede lid van artikel 6.12 Wro is aangegeven dat onder andere van het opstellen van een exploitatieplan kan worden afgezien, wanneer het verhaal van kosten van de grondexploitatie over de in het plan begrepen gronden anderszins is verzekerd. De gemeente Nieuwegein heeft de gronden in het plangebied in eigendom waar sprake is van een bouwplan, dan wel een zelfstandig bouwplan van derden is ter plaatse niet mogelijk. Daarom is de gemeente in staat om de kavels uit te geven aan ontwikkelende partijen. Het kostenverhaal is anderszins, namelijk via de gronduitgifte, verzekerd.
6.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Het voorontwerpbestemmingsplan Binnenstad Nieuwegein lag ter inzage van 19 juni 2017 t/m 3 juli 2017. Gedurende deze periode kon een ieder een inspraakreactie indienen. Van deze gelegenheid is gebruik gemaakt. Ook in het kader van het verplichte vooroverleg heeft een aantal instanties op het voorontwerpbestemmingsplan gereageerd. In het Procesdocument bestemmingsplan Binnenstad (City) Nieuwegein, zie bijlage 9, zijn de in 2017 ingediende reacties voorzien van een beantwoording. Het ontwerpbestemmingsplan lag van 5 november 2020 tot en met 16 december 2020 ter inzage. De ingediende zienswijzen zijn van een reactie voorzien, zie bijlage 11. De wijzigingen ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan zijn weergegeven in bijlage 12.
55