2023-357 Bijlage 1 Beleidskader Jeugd 2023-2028
Tekst van het document
2.4 Pijler 4: Goede jeugdhulp Achtergrond Nieuwegein koopt jeugdhulp gezamenlijk in binnen de regio Lekstroom (naast Nieuwegein bestaat de regio uit de gemeenten Houten, IJsselstein, Lopik en Vijfheerenlanden). Met de nieuwe inkoop (zomer 2023) beoogt Nieuwegein (samen met de andere Lekstroomgemeenten) de beweging binnen het sociaal domein te stimuleren met als uiteindelijk doel: hulp en ondersteuning bieden die het best past bij de inwoners binnen de Lekstroom, integraal, effectief en die de kosten beheersbaar houdt. De jeugdhulp is in onderdelen ingekocht om zo onze ambities in de uitvoering te specificeren (zie bijlage 5). De nieuwe contracten met jeugdhulpaanbieders zijn in de zomer 2023 ingegaan. Sturing op onze jeugdhulpaanbieders is gewenst om onze ambities te behalen. Echter; jeugdhulp is een onderdeel van een veel groter zorglandschap wat invloed heeft op de inzet van gecontracteerde jeugdhulpaanbieders. Doordat het gebruik van jeugdhulp zoveel 'raakt’ is het een complex geheel en tegelijkertijd ook een mooie kans om al ingezette regionale en lokale veranderopgaven te versterken. Goede jeugdhulp kan daarom niet zonder de volgende punten worden gezien: Een sterke sociale basis en voorliggend veld (2.1) Toeleiding naar passende ondersteuning (2.3) Commitment van jeugdhulpaanbieders.
We willen onze jeugdhulpaanbieders verbinden aan onze visie en specifieke veranderopgaven. Nieuwegein wil deze opgaven in partnerschap uitvoeren. Hierdoor voorkomen we dat onze jeugdigen tussen wal en schip vallen. We willen het partnerschap met de jeugdhulpaanbieders ontwikkelen onder andere door met jeugdhulpaanbieders het gebruik van jeugdhulp te monitoren, met data van het jeugdhulpgebruik en ervaringen van onze inwoners. Deze ervaringen en
20
ontwikkelingen halen we onder andere op met de resultaten van de Ervaringwijzer21 en uit gesprekken met leden van het regionale ouderpanel. Naast de onderdelen van de jeugdhulp die regionaal zijn ingekocht, zijn twee onderdelen van jeugdhulp met meer regio’s in de provincie Utrecht gezamenlijk ingekocht. Dat betreft de specialistische zorg bij de Essentiële functies die is bedoeld voor jeugdigen in een zeer kwetsbare positie. Daarnaast de veiligheidsexpertise: jeugdbescherming, jeugdreclassering en Veilig Thuis. Jeugdbescherming en jeugdreclassering zijn door de rechter opgelegde maatregelen. Daarnaast moet er op grond van de Wmo en Jeugdwet een meldpunt zijn waar iedereen vermoedens van huiselijk geweld en kindermishandeling kan melden. Dat is Veilig Thuis. Het betreft specialistische taken die de respectievelijk vier (16 gemeenten) en zes Utrechtse regio's (26 gemeenten) gezamenlijk inkopen. Voordeur Gezinsvormen: gebundelde expertise van de Combinatie om uithuisplaatsingen te voorkomen, verkorten en versterken De Voordeur bestaat uit medewerkers van de Combinatie Gezinsvormen (4 jeugdhulpaanbieders Timon, de Rading, Youké en Leger des Heils).
Gezamenlijk bundelen zij hun expertise en zorgen dat deze vroegtijdig beschikbaar is voor Geynwijs, en andere partijen (andere Gecertificeerde Instellingen, jeugdhulpaanbieders, informele ondersteuning, onderwijs) om zo de beste passende ondersteuning te organiseren. De Voordeur denkt in eerste instantie mee aan de voorkant om zo veel mogelijk te voorkomen dat jeugdigen uit huis geplaatst wordt. Daarnaast is voor de Voordeur een taak weggelegd om te voorkomen dat verblijf niet langer wordt dan nodig door een goede overgang naar vervolgzorg en/of zelfstandigheid te borgen, passend bij de behoeften van de jeugdigen. Zo denkt de Voordeur met Geynwijs mee over hoe de jeugdige op termijn weer naar huis kan. Belangrijk hierin is het tijdig organiseren en elkaar proactief informeren over: De (woon- en ondersteunings)behoeften van jeugdigen die toewerken naar zelfstandigheid. De behoefte aan betrokkenheid van Geynwijs voor het tijdig organiseren van vervolgzorg. We zetten in op het eenvoudiger inrichten van de jeugdbeschermingsketen (GI, Veilig Thuis en RvdK), op basis van het landelijke Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming. Dat houdt o.a. in dat Geynwijs meer veiligheidsexpertise opbouwt en zelf gezinnen begeleidt om onveiligheid te herstellen.
Zodra dit niet meer te herstellen is in het vrijwillige kader (ouders werken mee en geven toestemming voor inzet van hulp) zal de route naar een kinderbeschermingsmaatregel volgen. Die route wordt simpeler doordat Geynwijs zelf de initiator van die route is, in plaats van (zoals het nu is) de organisatie voor jeugdbescherming SAVE (onderdeel van Samen Veilig Midden-Nederland). Dat scheelt een extra schakel. In de komende jaren moet, zoals het Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming beoogt, een Regionaal Veiligheidsteam (RVT) ontstaan, waarin de expertises van SAVE, Veilig Thuis en de Raad voor de Kinderbescherming worden gebundeld. Daarmee maken we de beweging van estafettemodel (iedere organisatie die na elkaar zijn taak uitvoert) naar een teammodel (organisaties werken integraal samen). In de komende periode gaan we dit op lokaal en regionaal niveau met de betrokken partijen oppakken. (Lichte) ondersteuning Geynwijs Zoals vermeld in 2.3 willen wij het sociaal team (Geynwijs) verstevigen door het beter te positioneren in de toeleiding. Zoals beschreven in de Hervormingsagenda Jeugd en het Toekomstscenario kind- en gezins-bescherming, willen wij dat de sociaal professionals van Geynwijs ook zo nodig (meer) zelf (lichte) hulp kunnen bieden. Dit gebeurt al door onze POH Jeugd bij de huisartsen en bij de pilot waarin Geynwijs op School lichte ondersteuning biedt.
Belangrijk is dat de toegang tot de sociaal teams laagdrempelig is voor de ouders en jeugdigen en op plekken waar ouders en jeugdigen al komen, bijvoorbeeld inloopuren op school. De 21 Ervaringwijzer is een middel om jeugdigen en hun ouders te bevragen hoe ze de ingezette jeugdhulp hebben ervaren.
21
landelijke Hervormingsagenda Jeugd komt met richtlijnen op welke wijze dit zinvol vormgegeven kan worden. Wachttijden/overbruggingszorg Wij hebben als gemeente helaas te maken met wachttijden, onder andere door een personeelstekort in de zorg. Dit kan betekenen dat een jeugdige met een ernstige hulpvraag een aantal maanden moet wachten op de juiste hulp. De gecontracteerde aanbieders zijn contractueel verplicht om overbruggingszorg te bieden als de wachttijd boven de landelijke normen is. Maar het is belangrijk om in deze periode goed te kijken naar de behoeftes van de jeugdige en het gezin waarbij overbruggingszorg niet aan dezelfde verwachtingen kan voldoen als de hulp waarop wordt gewacht (die ‘juist’ is). Overbruggingszorg vraagt daarom afstemming met jeugdige en ouders wat hen helpt in de periode van wachten. Voor sommige jeugdigen kan overbruggingszorg voorkomen dat de situatie verslechtert. Voor anderen kan het schadelijk zijn om de hulpverlening te beginnen en na een aantal weken of maanden naar een andere hulpverlener te moeten gaan. Dan moet de vertrouwensband weer opnieuw worden opgebouwd zo blijkt uit gesprekken met ervaringsdeskundigen. Voor sommige jeugdigen en gezinnen is regelmatig contact met Geynwijs of jeugdhulpaanbieder in deze periode voldoende om de situatie te monitoren.
Overgang naar jongvolwassenheid Met 18 jaar stromen jeugdigen in principe uit de jeugdhulp22. Sommigen behoeven geen ondersteuning meer, anderen wel. Het kan gaan om ondersteuning rondom de zogenaamde ‘Big 5’ (wonen, inkomen, werk/school, welzijn en support). Middels een toekomstplan werken we samen met de jeugdige, de jeugdhulpaanbieder en collega’s van wonen, gezondheid, onderwijs, Wmo en Geynwijs om jongeren goed voor te bereiden op de uitstroom uit de jeugdhulp naar zelfstandigheid of naar hulp vanuit een andere wet. Dit sluit aan op de aanbeveling uit het rekenkameronderzoek van 2021. Het kan weleens lastig zijn om passende ondersteuning voor jongvolwassenen te vinden. Er wordt vaak naar de jeugdhulpaanbieders gekeken om deze doelgroep te ondersteunen, terwijl jongvolwassenen eigenlijk een eigen aanpak verdienen. Hier valt nog winst te behalen op zowel beleids- als uitvoeringsniveau. We doen onderzoek naar wat de hiaten in het aanbod en beleid voor jongvolwassenen zijn en welke mogelijkheden er zijn om beter integraal samen te werken waaruit een uitvoeringsplan volgt.
Beweging
We verbeteren de inzet van geïndiceerde hulp en (jeugd)bescherming, zodat de inwoner de juiste hulp ontvangt bij (complexe) hulpvragen. We zien een toename in het aantal jeugdigen met jeugdhulp. Daarom zoeken wij voortdurend naar mogelijkheden om deze transformatie te realiseren. Door Geynwijs lichte hulp te laten bieden, kunnen jeugdigen en gezinnen in een vroeg stadium vanuit hun brede levenssituatie en zonder lange indicatieprocedures, hulp ontvangen. Door Geynwijs hét gezicht in het vrijwillig kader te laten zijn, ook daar waar onveiligheid speelt in gezinnen. Door hulp zo dichtbij en 'thuis’ mogelijk te organiseren. We versterken deze transformatie door samen met jeugdhulpaanbieders, verwijzers en partners het hoe en wat uit te werken, daarop te handelen en bijsturen en door zicht te houden op de inzet van geïndiceerde hulp. Hiermee brengen we het jeugdhulpstelsel in beweging zodat bij (complexe) hulpvragen de juiste hulp tijdig, integraal, efficiënt en doelgericht ingezet wordt. Op termijn draagt dit bij aan de beheersing van de jeugdhulpkosten.
Hoe doen we dat?
22 Met uitzondering van pleegzorg, dit loopt door tot 21 jaar, en met uitzondering van jeugdhulp ingezet in het kader van een jeugdreclasseringsmaatregel, die kan doorlopen tot 23 jaar.
22
1. We sturen met de regio op de verschillende veranderopgaven die jeugdhulpaanbieders vanuit ons inkoopproces hebben gekregen (zie bijlage 5). 2. We ontwikkelen Geynwijs verder in de richting van ‘toekomstbestendig sociaal team’. a) Geynwijs biedt zelf lichte hulp aan inwoners; we borgen de werkzame elementen uit Geynwijs op School – lichte hulp en we breiden dit uit naar meer scholen en de wijkteams van Geynwijs. b) We zetten de expertise van aanbieders, Geynwijs en het voorliggend veld in en zorgen dat deze partijen goed van elkaar op de hoogte zijn en intensiveren de samenwerking waar mogelijk. c) We blijven de POH Jeugd in de huisartspraktijken inzetten en breiden deze zo mogelijk uit om jeugdigen kortdurend te ondersteunen dan wel tijdig door te verwijzen naar benodigde hulp. 3. Door casusregie stuurt Geynwijs samen met jeugdhulpaanbieder, jeugdigen en gezinnen op afschalen en tijdige uitstroom van geïndiceerde jeugdhulp. a) We implementeren het Plan Toeleiding, casusregie en afsluiting, zoals dat ten behoeve van eenduidig werken in de regio is opgesteld. b) We bewaken en sturen op de kwaliteit en lengte van jeugdhulptrajecten door analyse van data en accountgesprekken met de jeugdhulpaanbieders. c) We werken integraal en vanuit gezinsproblematiek (niet alleen dat van de jeugdige), waardoor we aandacht besteden aan o.a.
GGZ-problematiek van ouders/opvoeders en bestaanszekerheid. d) We verbeteren de overgang vanuit jeugdhulp naar volwassenheid door tijdig een toekomstplan op te stellen met input van jeugdige, jeugdhulpaanbieder en met aansluiting op aanbod voor jongvolwassenen vanaf 18 jaar (Wmo). 4. We verbeteren de jeugdbeschermingsketen door de beweging te maken van na elkaar werken naar met elkaar werken. a) Casuïstiek waarin onveiligheid aan de orde is voor jeugdige en/of ouder wordt volledig gedragen door Geynwijs tot aan het moment dat een jeugdbeschermingsmaatregel onontkoombaar is. b) We werken met gecertificeerde instelling (GI) en Veilig Thuis toe naar betrokkenheid voorafgaand aan overdrachtsmomenten tussen Geynwijs enerzijds en GI en Veilig Thuis anderzijds.
23
3
Grip op de jeugd(hulp)
Grip op uitgaven jeugdhulp De kostenstijging van de afgelopen jaren laat zien dat steeds meer jeugdigen (langer) jeugdhulp ontvangen en dat de kosten voor die jeugdhulp stijgen. Deels als gevolg van indexering van tarieven, maar ook als gevolg van een toegenomen vraag én het aanbieden van aanbod dat vraag creëert. Nieuwegein staat hierin niet alleen. We beogen met de inzet uit dit beleidskader (intensieve) ondersteuning te voorkomen en verkorten. De nieuwe inkoop draagt hieraan bij door met onze gecontracteerde jeugdhulpaanbieders in te zetten op de inhoud – onze veranderopgaven. Zo komt het zorgstelsel verder in beweging om bij (complexe) hulpvragen de juiste ondersteuning tijdig, efficiënt en doelgericht in te zetten. Dat zal (op termijn) bijdragen aan de beheersing van de jeugdhulpkosten. Deze bijdrage aan de financiële beheersbaarheid betekent daarbij niet dat de benodigde hulp aan een inwoner wordt onthouden. Sturing op onze aanbieders is gewenst om deze resultaten te behalen. De realiteit laat echter zien dat de toenemende uitgaven op jeugdhulp veel meer 'raakt’; jeugdhulp is een onderdeel van een veel groter zorglandschap (het geheel van organisatiesen voorzieningen die hulp en ondersteuning bieden of daar een rol in hebben (signalering, toeleiding)) wat invloed heeft op de inzet van onze gecontracteerde jeugdhulpaanbieders.
Als sturingsinstrumenten op deze beweging zien wij: Sociale basis en voorliggend veld: inzet op positief opvoedklimaat door onze partners in de stad; Geynwijs: toeleiding en casusregie; Leveranciersmanagement: gestructureerd sturen en monitoren door beleid, de Regionale Backoffice Lekstroom (RBL) en alle sociale teams in de regio. Het huidige accountmanagement wordt hierop doorontwikkeld. Voor de Kadernota 2025 kijken wij naar de financiele ontwikkelingen in zowel het preventieve veld als bij de jeugdhulpbudgetten: in hoeverre heeft de inzet op het voorliggend veld zich (financieel) vertaalt naar het voorkomen van geïndiceerde hulp? En in hoeverre zijn de financiële resulaten van de veranderopgaven van de inkoop zichtbaar? Is een extra voorstel op inzet financiële middelen in de kadernota gewenst of is dekking binnen de reguliere (jeugdhulp)budgetten mogelijk? Meten is weten Door lokaal ons beleid en activiteiten te bestuderen en evalueren maken wij onze impact inzichtelijk. We kunnen zowel kwantitatieve data (cijfers) als kwalitatieve data (gesprekken, verhalen) gebruiken om de impact van ons beleid en onze activiteiten inzichtelijk te maken. Juist de combinatie van cijfers en gesprekken is nuttig; de gesprekken geven vaak duiding aan de cijfers. Deze informatie gebruiken wij om onze aanpak bij te sturen en zodoende gerichter en effectiever jeugdbeleid te maken.
Meten en evalueren is niet geheel nieuw voor Nieuwegein. We meten de inzet van de jeugdhulp en gaan in gesprek hierover met de jeugdhulpaanbieders (leveranciersmanagement). Ook het cliëntervaringsonderzoek Geynwijs en de Monitor Sociale Kracht geeft ons inzicht. We zien mogelijkheden om het meten en evalueren op alle gebieden van het jeugdbeleid te versterken, o.a. door ervaringsdeskundigheid. Hierin zoeken we aansluiting op de landelijke Hervormingsagenda (datagedreven werken). De Hervormingsagenda gaat ervan uit dat met bepaalde maatregelen de financiën meer beheersbaar worden. Verder biedt een goede aansluiting op de landelijke indicatoren uit de Hervormingsagenda Jeugd de mogelijkheid om ontwikkelingen in Nieuwegein met landelijke ontwikkelingen te vergelijken. Wij beschrijven hieronder de indicatoren die we willen meten om onze beweging in kaart te brengen. Waar mogelijk gebruiken we de gehanteerde indicatoren in het leveranciersmanagement van de inkoop Jeugdhulp, de programmabegroting en de verdere planning- en control cyclus. 24
In dit beleidskader stellen we geen streefwaarden centraal. Een streefwaarde lijkt een concreet sturingsmiddel, maar kan ook de verkeerde impuls brengen als het niet goed bij het doel aansluit. Bijvoorbeeld, als het doel is om ‘te voorkomen dat gewone, alledaagse opgroei- en opvoedproblemen uitgroeien tot ernstige problemen’, dan zou misschien verwacht worden dat de inzet van jeugdhulp de realisatie van het doel meet, en dat een afname van 5 procent van jeugdhulp een goede streefwaarde zou zijn. Maar een toename in jeugdhulpgebruik betekent niet per se dat de preventiemaatregelen niet werken. De toename kan ook met andere factoren te maken hebben, bijvoorbeeld een toename in ernstige problematiek. Ook zijn de effecten van preventie vaak pas op langere termijn zichtbaar. Verder is het goed te beseffen dat het objectief meten van maatschappelijke effecten, laat staan uitvoeren van double blind metingen, lastig is en blijft. Ook is de Nieuwegeins inzet een (klein) onderdeel van een veel groter (zorg)landschap. Daarom is het ook van uiterste belang dat de gegevens die gemeten worden in de bredere context gezien worden en met relevante betrokkenen besproken worden. Hiermee leren en verbeteren wij als gemeente door interactie en dialoog. Indicatoren Het is niet mogelijk om de beweging met één indicator te meten.
Dit komt doordat er vele verschillende factoren van invloed zijn op de beweging. Daarom kiezen wij voor een aantal indicatoren (tabel 3.1). Samengenomen, en aangevuld met kwalitatieve data (gesprekken), zullen deze ons helpen om de beweging in kaart te brengen. Gewenste beweging Jeugdigen groeien op tot zelfredzame volwassenen Voorkomen/verkorten van (intensieve) ondersteuning
De indicatoren in onderstaande tabel die in de programmabegroting zijn meegenomen, worden jaarlijks gerapporteerd. Daarin kunnen ontwikkelingen door de jaren heen gezien worden. Maar niet alle indicatoren worden jaarlijks gemeten. We kiezen daarom om elke twee jaar onderstaande tabel te actualiseren en daarmee te kijken in hoeverre we de gewenste beweging maken. Tabel 3 Indicatoren Indicator Het aandeel jongeren, 0-18 jaar, dat jeugdhulp heeft ontvangen* ±
Jaar 2022
Eenheid 13,6%
Bron Regionale Backoffice Lekstroom
Het aantal jeugdigen dat bekend is met het voorliggend veld
n.v.t. (in ontwikkeling)
-
Monitor Sociale Kracht (om de 2 jaar)
Het aantal jeugdigen dat gebruik maakt van het voorliggend veld
n.v.t. (in ontwikkeling)
-
Monitor Sociale Kracht (om de 2 jaar)
Het aandeel jeugdigen en ouders die steun voelen van grootouders, vrienden of buren om bij te springen indien nodig Het aandeel ouders dat weet wie ze kunnen betrekken bij de opvoeding
n.v.t. (in ontwikkeling)
-
Monitor Sociale Kracht (om de 2 jaar)
n.v.t. (in ontwikkeling)
-
Monitor Sociale Kracht (om de 2 jaar)
Het aandeel ouders dat zich gehoord en gesteund voelt door andere (mede)opvoeders
n.v.t. (in ontwikkeling)
-
Monitor Sociale Kracht (om de 2 jaar)
25
Het aandeel jeugdigen en ouders dat toegang heeft tot laagdrempelige voorzieningen die ontmoetingen stimuleren zoals kinderboerderijen, speeltuinen, sportveldjes, buurtmoestuinen, bibliotheken of jongerencentrum Het aandeel jongeren dat voldoende weerbaar is Het aantal kinderen met een VVEindicatie Het aantal in- en uitstromingen in het speciaal (basis) onderwijs en voortgezet speciaal onderwijs Het aantal kinderen met een VVEindicatie en het aandeel dat hier gebruik van maakt
n.v.t. (in ontwikkeling)
-
Monitor Sociale Kracht (om de 2 jaar)
n.v.t. (in ontwikkeling) 2022
-
n.v.t. (in ontwikkeling)
-
Monitor Sociale Kracht (om de 2 jaar) Kinderopvanglocaties in Nieuwegein Leerlingadministratie
n.v.t. (in ontwikkeling)
n.v.t.
Peutermonitor
Het aantal onderwijsvrijstellingen van de leerplicht ±
2022
Leerplicht
Het aandeel voortijdig schoolverlaters van 12 tot 23 jaar in het voorgaande schooljaar* ±
2022
24 onderwijsvrijstellingen 1,9%
VSV-dashboard DUO
Het aandeel jongeren in de leeftijd tot 27 jaar dat na begeleiding door WIL en Doorstroompunt (RMC) vanuit het Jongerenloket onderwijs volgt of werkt ± Het aandeel werkloze jongeren (16-22 jaar) *
2022
34%
Jongerenloket
2020
2%
CBS
Het aantal lichte begeleidingstrajecten door Geynwijs
n.v.t. (in ontwikkeling)
-
WIZ-portaal
Het aandeel inwoners met een positief oordeel over Geynwijs (vriendelijkheid, behulpzaam, deskundig, luisteren goed en zoeken de beste oplossing)
87%
2020
Cliëntervaringsonderzoek (om de 2 jaar)
Het aantal uit-huis-geplaatste kinderen dat verblijft in essentiële functies (YEPH) of gezinsvormen (exclusief logeren) Het aantal veiligheidstaxaties van ingekomen meldingen huiselijk geweld en kindermishandeling (minderjarigen (18-) bij Veilig Thuis) ±
2022
134 jeugdigen
Regionale Backoffice Lekstroom
2022
411 veiligheidsta xaties
Veilig Thuis
Het aantal 0-18-jarigen met een j-ggz behandeling De tevredenheid van jeugdigen/ouders met de kwaliteit van de hulp (passend bij de vraag, betrokkenheid informele netwerk, samenwerking met andere partijen)
2022
896 jeugdigen -
Regionale Backoffice Lekstroom Ervaringwijzer
n.v.t. (in ontwikkeling)
199
26
Het aandeel jongeren tot 18 jaar met jeugdbescherming ten opzichte van alle jongeren tot 18 jaar*
2022
1,1%
CBS
Het aandeel jongeren (12-23 jaar) met een jeugdreclasseringsmaatregel ten opzichte van alle jongeren (12-23 jaar)*
2022
0,3%
CBS
*Landelijke indicator, ± Wordt al meegenomen in de programmabegroting
Bijlage 1 Begrippenlijst Beschermende factoren Factoren die helpen om problemen in het leven te voorkomen. Casusregie Het coördineren, afstemmen en monitoren van de benodigde ondersteuning aan de Inwoner, waarbij het eigen netwerk, informele partijen en formele hulpverleners betrokken zijn. De Inwoner houdt zo veel als mogelijk zelf regie over de benodigde ondersteuning. Gecertificeerde Instelling Zie onder “SAVE”. Gezinsvormen Deels en dag en nacht verblijf (24 x 7) van een jeugdige anders dan thuis onder verantwoordelijkheid van een (jeugdhulp)aanbieder. Dit kan gaan om (deeltijd) pleegzorg, verblijf in een gezinshuis of verblijf in een residentiele setting. Gezinsvormen De voorkeur gaat dan uit naar een kleinschalige, gezinsgerichte woonvorm zodat een kind zo normaal mogelijk op kan groeien, zo mogelijk dicht bij de eigen omgeving /netwerk (zoals school, sportclub enz.). De opdrachtnemer betreft sinds 1 juli 2023 de combinatie Timon (penvoerder), Youké, De Rading en Leger des Heils. (Combinatie is een samenwerkingsverband tussen aanbieders, waarbij sprake is van één aanspreekpunt- de penvoerder).
Hulpverleningsplan Het door de Aanbieder, in samenspraak met de Jeugdige/ gezin, opgestelde plan waarin wordt beschreven op welke wijze de geïndiceerde ondersteuning wordt ingezet en op welke wijze de begeleiding wordt ingezet in samenhang met de eigen kracht van de Jeugdige, de inzet vanuit het sociaal netwerk, het voorliggend veld en andere aanbieders. Het ondersteuningsplan (opgesteld door Geynwijs) is uitgangspunt voor het hulpverleningsplan. Het hulpverleningsplan bevat ook afspraken m.b.t. casusregie en perspectief-/ toekomstplan. Integraal Integraal betekent alles omvattend. We kijken niet alleen naar de hulpvraag, maar breder: wat speelt er allemaal in het gezin, is er ook andere hulp ingezet die relevant is voor de huidige hulpvraag? Het is belangrijk om de samenhang te zien en daarmee de juiste zorg in te zetten. Informele netwerk Het informele netwerk van een huishouden/gezin bestaat uit mensen die er voor je zijn zonder dat het hun beroep is. Denk aan een actief sociaal netwerk, oudergroepen die ouders zelf opzetten en vrijwilligers. Jeugdhulp Jeugdhulp is hulp bij psychische hulpvragen, een verstandelijke beperking en/of opvoedproblemen. Jeugdhulp is bedoeld voor kinderen en jongeren tot 18 jaar, soms tot 23 jaar. Hieronder valt bijvoorbeeld ambulante hulp (thuis of op locatie van de hulpverlener), psychische hulp van een psycholoog, pleegzorg, dagbesteding, etc.
Voor deze hulp is een indicatie van een
27
verwijzer nodig. In de toekomst, zo is de verwachting, zal ook het Sociaal team zelf (lichte) hulp bieden. Nationaal Programma Onderwijs (NPO) Een tijdelijk investeringsprogramma (t/m schooljaar 2024-2025) van het kabinet om schade en (cognitieve en sociaal-emotionele) achterstanden bij jeugdigen als gevolg van Corona te beperken/herstellen. Zowel scholen als gemeenten krijgen hiervoor geld. Normaliseren Ieder mens is verantwoordelijk voor zijn of haar leven. Hoogte- en dieptepunten horen daarbij. In de hulp die we bieden aan inwoners met een hulpvraag werken we vanuit het idee dat we aansluiten bij het gewone leven; ook wel normaliseren genoemd. Niet alles wat anders is of anders verloopt dan je zou willen, vraagt direct om professionele hulp of ondersteuning. Dit doen we door ouders te versterken vanuit het gedachtengoed van de ‘pedagogische civil society’. Onderwijsachterstanden Als leerlingen door een ongunstige economische, sociale of culturele omgeving (m.n. de thuissituatie) op school slechter presteren dan ze bij een gunstiger situatie zouden kunnen. Onderwijskansenbeleid Gericht om achterstanden bij jonge kinderen en bij leerlingen in het basisonderwijs vroegtijdig op te sporen en te bestrijden. Het gaat hierbij met name om een achterstand in de spraaktaalontwikkeling als gevolg van de sociale- economische- of culturele status in de thuissituatie.
Ondersteuningsplan Het door Geynwijs, in samenspraak met de Jeugdige/ gezin, op te stellen plan voor de ondersteuning, passend bij de ondersteuningsbehoefte van de Jeugdige. Hierin wordt alle inzet die gericht is op de ondersteuning vermeld, en in ieder geval wat de Jeugdige op eigen kracht kan doen, de inzet vanuit het sociaal netwerk, de ondersteuning vanuit het Voorliggend Veld en de in te zetten specialistische ondersteuning. In het ondersteuningsplan wordt het te verwachte perspectief geschetst van de Jeugdige met daarbij de te behalen doelen en resultaten vermeld en binnen welke termijn deze behaald dienen te worden. Ook worden de afspraken vastgelegd rondom casusregie en eventuele waakvlamfunctie. Ouders Daar waar ouders staat geschreven wordt ook verzorgers of pleegouders bedoeld. Pedagogisch opvoedklimaat Een sterk pedagogisch opvoedklimaat draagt bij aan het gezond, veilig en kansrijk opgroeien en helpt bij het omgaan met alledaagse problemen. Het bestaat uit alle mensen die op de een of andere manier betrokken zijn bij de omgeving waarin de jeugd opgroeit en zich medeverantwoordelijk voelen voor de jeugd. Perspectief/ toekomstplan Plan dat Geynwijs/ aanbieder gezamenlijk met de jeugdige/ ouders opstelt. Deze is gericht op uitstroom (perspectief) na ondersteuning.
Bij jeugdigen vanaf 16,5 jaar bevat dit perspectief plan ook een toekomstplan gericht op de vijf pijlers (Big 5, te weten wonen, inkomen, werk/school, welzijn en support) die van belang zijn als je 18 wordt. Op basis van dit plan worden partners die nodig zijn om de doelen te bereiken in stelling gebracht. . POH Jeugd De Praktijk Ondersteuner Huisartsenzorg Jeugd is een hulpverlener binnen de huisartsenpraktijk met een GGZ-achtergrond. De POH-jeugd biedt aanvullende screening, kortdurende begeleiding (psycho-educatie, ondersteunende gesprekken, opvoedondersteuning) en/of geeft advies voor passende vervolghulp voor jeugdigen (0-18 jaar) en hun gezin. De huisarts kan patiënten naar deze POH Jeugd verwijzen. In Nieuwegein zijn de POH-ers-Jeugd onderdeel van Geynwijs, maar werken ze fysiek op de gezondheidscentra, onder verantwoordelijkheid van de huisartsen.
28
ROEL Regionaal Omdenk- en Expertteam Lekstroom. ROEL is een expertisenetwerk waarin diverse partijen (informele hulp, zorgaanbieders, onderwijs, veiligheid etc.) gezamenlijk passende hulp organiseren bij complexe casuïstiek waarbij door één aanbieder alleen geen passend aanbod geleverd kan worden. De besprekingen in het netwerk worden geleid door een onafhankelijk voorzitter vanuit de regio Lekstroom. Risicofactoren Factoren die de kans dat iemand hulp nodig heeft groter maakt. SAVE: De gecertificeerde instelling en onderdeel van Samen Veilig Midden-Nederland. Op grond van de Jeugdwet mogen jeugdbeschermings- en jeugdreclasseringsmaatregelen alleen door een gecertificeerde instelling worden uitgevoerd. Sociaal Team Gemeentelijk team dat verantwoordelijk is voor de toegang tot het sociaal domein, in het bijzonder Wmo en Jeugdhulp en beoordeelt welke aangewezen voorzieningen worden ingezet, passend bij de ondersteuningsbehoefte van de Jeugdige. In Nieuwegein betreft dit Geynwijs. Sociale basis De sociale basis zien wij als universele preventie en is er voor alle jeugdigen en gezinnen. Denk bijvoorbeeld aan school, sportverenigingen, cultuurvoorzieningen, kerken en moskeeën en ontmoetingsplekken voor jeugdigen. Dit zijn voorzieningen die het normale leven en positieve ontwikkeling van jeugdigen bevorderen.
Veel onderdelen van de sociale basis voor de jeugd vallen onder andere beleidsvelden, zoals ruimtelijk domein, openbaar domein en vrije tijd. Maar vanwege de directie relatie met het leven van jeugdigen en gezinnen zijn ze daarom van belang voor dit beleidskader. Toekomstplan Een toekomstgerichte aanpak (plan) vanuit de visie: “we laten jongeren pas los als er een stabiele basis is” op de vijf pijlers (Big5) van volwassenheid: Dit plan wordt door de aanbieder opgesteld met elke jongere die bij hen in ondersteuning is, rond de leeftijd van 16,5 jaar en andere betrokken partners (zoals Geynwijs). Op basis van dit plan worden partners die nodig zijn om de doelen te bereiken in stelling gebracht. De verantwoordelijkheid van het te behalen resultaat eindigt niet bij het eigen aanbod. Veerkracht Veerkracht is het vermogen om te herstellen van stress en tegenslag, zoals een nare gebeurtenis. Verwijzer Wettelijk verwijzers zoals vastgelegd in de Jeugdwet die jeugdhulp mogen in zetten. Dit zijn gemandateerde professionals van Geynwijs, huisartsen, jeugdartsen, medisch specialisten, rechters en de Gecertificeerde instelling (jeugdbeschermers en jeugdreclasseerders). Voorliggend veld Het voorliggend veld bestaat uit alle voorzieningen waar jeugdigen en ouders zonder indicatie met hulpvragen terecht kunnen.
Het richt zich ook op jeugdigen en ouders met een mogelijke hulpvraag of die een hoger risico lopen op bepaalde problematiek. Denk bijvoorbeeld aan het jeugd- en jongerenwerk. Voor- en vroegschoolse educatie (VVE) VVE is voor 2,5-6-jarige kinderen met een taalachterstand bedoeld. Het doel is om achterstand op school te voorkomen.
29
Voorliggend veld Vrij toegankelijke ondersteuning (algemene voorziening) waar jeugdigen en ouders zonder indicatie binnen de eigen gemeente gebruik van kunnen maken. Het betreft veelal door de gemeente gesubsidieerde voorzieningen. Weerbaarheid Weerbaar zijn betekent dat je voor je eigen wensen, grenzen en behoeften kunt opkomen en daarbij rekening houdt met de wensen en grenzen van een ander. Werkzame elementen Essentiële onderdelen van een interventie of programma die zorgen dat het werkt. Zonder deze onderdelen is het programma of interventie werkt niet of is minder effectief. YEPH Samenwerkingsverband van Youké, Pluryn en ’s Heeren Loo voor hoog specialistische zorg voor Kinderen en gezinnen uit vier Utrechtse Jeugdzorgregio’s waaronder Regio Lekstroom. Het expertise team YEPH heeft vanuit de bovenregionale aanbesteding essentiële functies (gesloten jeugdzorg, driemilieusvoorziening en GGZ- opname) de opdracht om plaatsing binnen essentiële functies te voorkomen en uitstroom uit verblijf te versnellen. Zelfredzaamheid In staat zijn tot het uitvoeren van de noodzakelijke algemene dagelijkse levensverrichtingen en het voeren van een gestructureerd huishouden. Dit is niet hetzelfde als zelfstandigheid, wat duidt op onafhankelijkheid. Zelfredzaamheid kan ook bereikt worden met hulp van anderen.
Van zowel personen met als zonder beperkingen mag worden verwacht dat zij waar mogelijk hulp vragen en aanvaarden van naasten en derden. Iemand kan dus ondersteund worden bij het bereiken van meer zelfredzaamheid en het betreft geen statische situatie.
30
Bijlage 2 Samenhang wettelijke kaders in het sociaal domein
31
Bijlage 3 Praktijkvoorbeelden toeleiding Geynwijs Aan de hand van drie casussen schetsen wij de toegevoegde waarde van casusregie door Geynwijs. Casus 1: Direct beschikking afgeven op verzoek school? Wordt er nu de juiste hulp ingezet? Dochter (10 jaar) S en vader hebben samen thuis regelmatig ruzie. S heeft op school verteld dat ze de laatste tijd veel ruzie heeft met haar vader en ze vaak moet koken. Op school heeft S de laatste 2 maanden vaker ruzie met haar vriendinnen en lijkt niet lekker in haar vel te zitten. School wil dit meisje ondersteunen en heeft een psychomotorische therapeut van jeugdhulpaanbieder X benaderd of zij iets voor dit meisje kunnen betekenen. School heeft goede ervaringen met deze jeugdhulpaanbieder. Jeugdhulpaanbieder heeft de casus aangehoord en kan zeker iets betekenen en op korte termijn starten. De doelen zijn dat S een betere band heeft met vader. En dat S haar emoties kan reguleren. School informeert vader en vader wil graag het beste voor zijn dochter. Vader gaat akkoord met deze hulpvorm. School meldt de casus bij Geynwijs en de jeugdhulpaanbieder geeft aan dat zij snel kunnen starten. De jeugdhulpaanbieder vraagt of Geynwijs zo snel mogelijk een beschikking wil afgeven voor productcode X en voor zoveel sessies. School geeft aan dat zij moeilijk met vader in contact komen. Hij wil niet naar school komen om deze hulpverlening te bespreken.
Werkwijze Geynwijs Na een huisbezoek (keukentafelgesprek) van Geynwijs bleek dat vader ernstig ziek was. Na veel doorvragen vertelde vader steeds kleine beetjes over zijn gezondheid. De zorgtaken (zoals koken) wat hij altijd met liefde deed, lukte niet meer. Het kostte hem te veel energie. Hij wilde heel graag dat zijn dochter leerde koken (voor als hij er niet meer was). Zijn dochter wist niet dat haar vader ernstig ziek was. Vader had geen idee hoe en waar te beginnen om dit te vertellen aan zijn dochter. De band tussen hem en de moeder van S was nihil. Vader ging tijdens schooltijden veel naar het ziekenhuis. Bij thuiskomst was hij op en sliep hij op de bank. Vanuit een integrale aanpak had vader huishoudelijk hulp nodig zodat het huis schoon en leefbaar bleef. Zowel dochter als vader hadden beiden hulp nodig zodat vader kon vertellen dat hij niet lang meer te leven had. En het meisje kreeg hulp voor het feit dat zij haar vader ging verliezen en mogelijk in de nabije toekomst bij haar moeder ging wonen. Casus 2: Werken vanuit de bedoeling/eigen kracht Is verlengen van de indicatie wel echt nodig? Een jeugdhulpaanbieder heeft de afgelopen 5 maanden opvoedondersteuning geboden aan een gezin en wil dit graag verlengen. De doelen zijn grotendeels behaald maar nog niet helemaal. Daarnaast hebben zij met ouders erover gehad om een vorm van ondersteuning thuis in te zetten.
De jeugdhulpaanbieder heeft nog wel plek. Ouders vinden deze vorm van hulpverlenging erg wenselijk omdat zij moeite hebben met het gedrag van hun dochter. Werkwijze Geynwijs Geynwijs gaat het gesprek hierover aan met de jeugdhulpaanbieder en ouders. Is ondersteuning thuis wel echt nodig? Zeker als je kijkt dat de doelen bijna behaald zijn en ouders enorm gegroeid zijn in hun rol als opvoeder. Wat is de reden dat deze intensieve hulpvorm/ interventie nodig is? Kind gaat ook 2 dagen naar een dagbehandeling groep. Casus 3: Normaliseren in plaats van problematiseren Geynwijs wordt benaderd door een school. School geeft aan dat er op deze locatie veel leerlingen zijn die moeite hebben met gezag en regels waardoor er ‘gedoe’ ontstaat op school. School vraagt om budget voor een training voor deze leerlingen. 32
Werkwijze Geynwijs Vanuit Geynwijs wordt er geopperd dat het hebben van moeite met gezag en/of regels ook vanuit een andere invalshoek aangepakt kan worden. Maak gebruik van bestaande partijen in het voorliggend veld, zoals Movactor en SportID. Zij kunnen bijvoorbeeld collectief aanbod doen zoals een sportevenement als voetballen, waarbij er scheidsrechters en spelregels zijn. Op deze wijze leren de leerlingen ook met gezag en regels omgaan. Zeker als het belang van gezag en regels met elkaar wordt besproken.
33
Bijlage 4 Doelen en activiteiten bekostigd uit Nationaal Programma Onderwijs (NPO) Zoals aangekaart in de raadsbrief ‘monitoren en evaluatie NPO-projecten’ heeft Nieuwegein een specifieke uitkering van het Rijk ontvangen om het onderwijs te helpen herstellen en ontwikkelen na Corona. In Nieuwegein is een plan van aanpak opgesteld met maatregelen ingedeeld in drie hoofdonderwerpen, te weten; Versterken mentale weerbaarheid van jeugdigen en ouders Sneller de juiste hulp door verbeterde samenwerking tussen Geynwijs, onderwijs, voorliggend veld, jeugdhulp en kinderopvang (Gelijke) onderwijskansen Deze maatregelen zijn hieronder per hoofdonderwerp uitgewerkt. Versterken van de mentale weerbaarheid van jeugdigen en hun ouders Inzet preventieteam Dit is een activiteit die volgt uit het project ‘jongeren in Coronatijd’ waar partners hebben geconstateerd dat ze meer gebruik kunnen maken van elkaar. Door signalen te delen en in gezamenlijkheid en aanvullend op elkaar jeugdigen en ouders preventief te helpen. Het team bestaande uit preventieve partners (JGZ, Movactor, Santé, Geynwijs en een zg. 2e schil zoals SportID en de biebliotheek) en de zorgcoördinatoren van de school verzamelt en deelt signalen van leerlingen en ontwikkelt hier een passend aanbod op. Dit is een van de initiatieven waarvan die werkzame elementen door onderzoeksbureau AEF worden geevalueerd.
De vindbaarheid van activiteiten voor jongeren wordt vergroot, jongeren worden nadrukkelijker betrokken Een externe partij is ingehuurd op het gebied van jongerencommunicatie. Zij gaan het preventieteam ondersteunen met een communicatie- en participatiestrategie, en daarnaast ook breder professionals (zowel gemeentelijk als extern) trainen in het betrekken van jongeren en opzetten van co-creatie. Tijdelijk uitbreiden Movactor Jongerenwerk Inzet is gericht op frequentere aanwezigheid van jongerenwerkers op het voortgezet onderwijs en het ondersteunen van jongeren bij hun identiteitsontwikkeling via het ontplooien van hun talenten en het daarmee versterken van hun mentale weerbaarheid. Hierdoor worden er ook meer ontmoetingsmogelijkheden gecreëerd voor jongeren en kunnen jongeren laagdrempelig in contact komen met preventief werkers zodat ze weten bij wie ze terecht kunnen wanneer ze een ondersteuningsvraag hebben. d. Tijdelijk uitbreiden groepstraining jeugd van Santé Partners Hierdoor kan Santé Partners tijdig en flexibel inspelen op de toegenomen vraag naar hun groepsaanbod en op acute ondersteuningsvragen bij jongeren en hun ouders. e. Tijdelijk extra inzet Jeugdgezondheidszorg (JGZ) Extra inzet van JGZ als reactie op signaal van JGZ dat er capaciteitsproblemen zijn door complexer wordende casuïstiek. Deze inzet is in eerste instantie gericht op wachtlijsten wegwerken.
Hiervoor worden extra consulten ingezet voor groep 2 en 7 van de basisschool, en voor jongeren met problematisch ziekteverzuim uit het voortgezet onderwijs. Ook vindt er extra inzet plaats binnen het preventieteam en wordt de training M@Zl-methode ingezet voor de scholen in het voortgezet onderwijs die daarvoor belangstelling hebben. f. De ondersteuning aan ouders in echtscheiding wordt verbeterd Dit wordt gedaan door een regionaal loket echtscheidingen/ relatiedesk op te zetten, gebruikmakend van goede voorbeelden in andere regio’s. En ook door een bijdrage te leveren aan een regionale ‘kwartiermaker’ gericht op integrale ondersteuning bij echtscheidingen.
34
Sneller de juiste hulp door verbeterde samenwerking tussen Geynwijs, onderwijs, voorliggend veld, jeugdhulp en kinderopvang a. Op een aantal scholen zet Geynwijs op School (GWOS) actief en preventief (zoveel mogelijk samen met gezinnen) in met lichte ondersteuning, GWOS lichte ondersteuning (GWOS LOS), gericht op de inzet van laagdrempelige en preventieve ondersteuning van enkelvoudige hulpvragen van leerlingen van deelnemende scholen, door een medewerker van Geynwijs. De lichte ondersteuning wordt nu aangeboden op alle 3 scholen in het voorgezet onderwijs en één school in het primair onderwijs. b.
Aanscherping samenwerkingsrelatie en rollen Geynwijs en onderwijs. Goede casusregie en afstemming Het (tijdig) afschalen van zorg Meer bekendheid geven aan de mogelijke vormen van ondersteuning vanuit GWOS a.d.h.v. een passende communicatiestrategie. Verschillende acties zijn ondernomen, waaronder een ontwikkelde flyer over inzet van GWOS, en verbeterpunten en wensen in de samenwerking zijn bij de scholen opgehaald en krijgen een follow up. Er worden nog 2 flyers ontwikkeld: over de inzet van GWOS lichte ondersteuning, en over de inzet van GWOS binnen de kinderopvang
c. Overgang naar primair onderwijs van kwetsbare kinderen verbeteren Het doel is om vroegtijdig passende ondersteuning en jeugdhulp te bieden vanuit gemeente en onderwijs. We experimenteren met breder aanbod in signalering en diagnose jonge kind in voorschoolse periode waar extra inzet wordt geacht voor passende ondersteuning en goede overgang naar het primair onderwijs in relatie tot problematiek. d. De deskundigheid van docenten op het primair en voortgezet onderwijs op het signaleren en handelen bij zorgsignalen met gebruik van de meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling wordt bevorderd De deskundigheid wordt bevorderd door trainingen voor docenten over het signaleren/hanteren van de meldcode. Op elke school wordt één persoon opgeleid tot aandachtsfunctionaris kindermishandeling en huiselijk geweld. Daarnaast wordt de samenwerking tussen scholen/GWOS bij signalen van onveiligheid verbeterd. e. Regionaal thuiszitteraanpak ondersteunen Een bijdrage is geleverd aan een toekomstbestendige ondersteuning van thuiszitters in Lekstroom (thuiszittersteam/ samen met het samenwerkingsverband/ intensievere ondersteuning dan preventief). f.
Ontwikkelen en inzet digitale ondersteuning voor jongeren/ouders Aanbod vanuit leefwereld jongere, lichte hulp waar mogelijk, één op één hulpverleningstijd verminderen (inspelen op arbeidsmarktproblematiek) en mogelijkheden als overbruggingszorg bij wachttijden. Dit wordt in eerste instantie gekoppeld aan de pilots vanuit GWOS zoals omschreven bij a. (Gelijke) onderwijskansen a. Overgang van primair naar voortgezet onderwijs Gemeentelijke bijdrage aan verbetering van de (warme) overgang zodat leerlingen direct op de juiste plek starten en de overgang zo soepel mogelijk verloopt voor alle kinderen, inclusief coördinator die overgang opzet. b. Inzet JINC De organisatie JINC heeft een aanbod “bliksemstage” en “sollicitatietraining” in de laatste klassen van het primair onderwijs met een vervolg in het VMBO. Inzet wordt bewust in het gebied ‘de Centrale As’ van Nieuwegein gepleegd. We gaan onderzoeken hoe we het bredere aanbod van JINC kunnen aanwenden ten behoeve van deze leerlingen.
35
Bijlage 5 Inkoop Jeugdhulp a. Regionale Inkoop Jeugdhulp Lekstroom Met de in oktober 2021 vastgestelde inkoopstrategie willen Lekstroomgemeenten het transformatieproces binnen het sociale domein stimuleren met als uiteindelijk doel: hulp en ondersteuning bieden die het best past bij de inwoners binnen de Lekstroom, integraal, effectief en die de kosten beheersbaar houdt. De producten jeugdhulp zijn in verschillende onderdelen (segmenten) ingekocht om zo afdoende scherpte richting aanbieders geven wat wij in de transformatie van hun verwachten. De onderdelen met beoogde resultaten zijn: Gezinsvormen: voorkomen van verblijf in een gezinsvorm of kortdurender plaatsen binnen meer gezinsachtige settings; Ambulante jeugdhulp: de basis rondom de jeugdige versterken vanuit de visie van normaliseren, meer werken met de gehele context van het gezin, en het vormgeven van integrale hulp. Forensische Ambulante jeugdhulp: tijdige en passende forensische jeugdhulp bieden ter voorkoming van herhaling en ten behoeve van de maatschappelijke veiligheid. Dit segment is in samenwerking met de regio's Zuid Oost Utrecht en Gooi en Vechtstreek ingekocht; Jeugdhulp in Onderwijstijd: minder schooluitval doordat met jeugdhulp onderwijs kan worden gevolgd.
Regulier waar het kan, specialistisch waar nodig, door onderwijs en zorg als continuüm in elkaar over te laten lopen; Crisishulp: aanvullen ontbrekend aanbod en (op termijn) naar integrale crisiszorg. Dit segment is in samenwerking met de regio Zuid Oost Utrecht ingekocht. De inkoopstrategie is vertaald in de inkoopdocumenten. Per onderdeel zijn ontwikkelopgaven opgesteld. In alle producten zijn doel en kwaliteitseisen meer helder omschreven dan nu het geval is. Dit wordt gedaan om meer grip op de inzet van zorg te krijgen én om ook daadwerkelijk invloed te hebben op een ombuiging van de kosten in de Lekstroom. Ook worden de afspraken die we maken gedurende de looptijd van de contracten gemonitord en gestuurd vanuit het leveranciersmanagement. Gezinsvormen Wanneer alle mogelijke hulp thuis niet afdoende blijkt, de thuissituatie onstabiel blijft en/of te onveilig blijkt voor een kind om gezond en veilig op te kunnen groeien, dan is een tijdelijke (logeeropvang), gedeeltelijke (deeltijd pleegzorg), of langer durend verblijf in gezinsvormen niet altijd af te wenden. De voorkeur gaat dan uit naar een kleinschalige, gezinsgerichte woonvorm zodat een kind zo normaal mogelijk op kan groeien, zo mogelijk dicht bij de eigen omgeving /netwerk (zoals school, sportclub enz.). Voor gezinsvormen is gekozen voor een taakgerichte bekostiging.
Hiermee is de keuze gemaakt om als regio te sturen op de taak/opdracht/het ‘WAT’; Daarmee bedoelen we: de visie/uitgangspunten, de beoogde doelen en resultaten, de wijze van bekostiging, de wijze van monitoring en sturing en de wijze van risicobeheersing. Het ‘HOE’ is daarmee aan de opdrachtnemer, dus hoe ze de taak en het bijbehorende resultaat volbrengen. Tijdens de opdracht wordt wél gestuurd op het behalen van de doelen en resultaten, volgens afspraken over monitoring en sturing. Samen structureel het goede gesprek voeren over resultaat is kern van het relatie- en contractmanagement en het leren en verbeteren. Er is één opdrachtnemer (de Combinatie) verantwoordelijk voor de opdracht “voorkomen, verkorten en versterken van verblijf in een gezinsvorm zodat de meest passende en effectief mogelijke hulp geboden wordt”. De afgesloten raamovereenkomst bevat twee deelopdrachten die onderdeel uitmaken van de raamovereenkomst:
36
Ontwikkelopdracht: bied zo duurzaam en effectief mogelijk integrale zorg aan kwetsbare gezinnen waarvan kinderen (tijdelijk) verblijven in een gezinsachtige setting. De ontwikkelopdracht behelst: a) Het daadwerkelijk bieden van verblijf in een gezinsvorm inclusief alle benodigde hulp tijdens verblijf. b) Met het behalen van de ontwikkelopgaven een bijdrage leveren aan de transformatiedoelstelling. Transformatieplan: gericht op het tijdelijk geven van een ‘boost’ aan de uitvoering van de transformatiedoelstellingen.
Ontwikkelopgaven overige segmenten Ambulante Jeugdhulp Versterken van basis rondom het kind. Versterken van verbinding met preventie en informele hulp. Bereiken van een zekere mate van herstel of stabilisatie in functioneren en/of leren om te gaan met de problematiek. Werken met een toekomstgerichte visie richting volwassenheid. Inzetten van Evidence-based interventies. Voorkomen van lange wachttijden bij Sociaal Team en/of aanbieders. Integrale samenwerking en ondersteuning bij meervoudige problematiek tussen Sociaal Team, andere Verwijzers, aanbieders en systeem rondom het kind.
Jeugdhulp in Onderwijstijd Regulier/gespecialiseerd onderwijs Voorkomen van (de toename van) leerlingen die noodgedwongen thuis zitten Voorkomen van stapeling van zorg of onnodige inzet van individuele begeleiding Verminderen van het aantal vrijstellingen dat voor onderwijs wordt afgegeven en daar waar dit nog nodig is ervoor zorgen dat de ondersteuning zo passend mogelijk is Continueren, opstarten en ontwikkelen van een gezamenlijk aanbod (op speciaal onderwijs) van jeugdhulpaanbieders, onderwijsinstellingen en gemeenten waarbij zorg en onderwijs gecombineerd worden Versterken van samenwerking tussen jeugdige/gezin, sociaal team, leerplicht en andere belangrijke stakeholders Dagbesteding/dagbehandeling Verminderen van het aantal kinderen dat gebruik maakt van gespecialiseerde dagbesteding Vergroten van het aantal kinderen die specialistische dagbesteding nodig hebben en onderwijs volgen Verkorten van de verblijfsduur en/of meer flexibele inzet van dagbehandeling Versterken van samenhang dagbesteding en onderwijs Crisishulp Voorkomen van instroom. Door met voorliggende voorzieningen in de regio’s en (reguliere) ambulante hulp in te zetten op het voorkomen van crisis. En door met ambulante crisishulp in te zetten op het voorkomen van crisisplaatsingen (uithuisplaatsingen).
De kwaliteit van crisiszorg verbeteren door: o Integraal en systeemgericht te werken. Crisiszorg is niet beperkt tot de jeugdige. De aanbieder dient ook met het gezin aan de slag te gaan en het netwerk daaromheen. o Voldoende aanbod gelet op de doelgroep in de regio’s. Er is voldoende capaciteit bij aanbieders; De crisiszorg start binnen afzienbare tijd, zodanig dat de verwijzer direct wordt ontlast. De crisiszorg heeft de intensiteit die nodig is. Heldere samenwerking tussen sociaal team en crisiszorgaanbieder. Door duidelijke afspraken op casusniveau over de inzet (intensiteit, uren, bereikbaarheid) en inhoud (wat wordt er gedaan door de crisiszorgaanbieder). Verbetering van doorstroom naar vervolgzorg. Gezamenlijke verantwoordelijkheid verwijzer en crisisaanbieder om aan de slag te gaan met het realiseren van tijdige uitstroom met duidelijke regie-afspraken. Hierbij is de crisisaanbieder wel afhankelijk 37
van de capaciteit bij andere jeugdhulpaanbieders. Innovatieopgave: integrale crisisdienst. De Jeugd- en Opvoedhulp-crisis staat los van de jGGZ crisisdienst. Hierdoor komt het voor dat men bij de beoordeling van een crisis naar elkaar wijst en de jeugdige niet wordt geholpen. Daarom willen we met aanbieders en Veilig Thuis toewerken naar één integrale crisisdienst met daarin de verschillende expertises geborgd, waar de aanmeldingen voor crisishulp binnenkomen en worden beoordeeld (integrale triage), en waar met mandaat wordt bepaald welke aanbieder de crisishulp levert. Forensisch ambulante jeugdhulp Het zoveel mogelijk voorkomen van de inzet van forensische zorg, door forensische expertise aan de voorkant te benutten en vroeg signalering te verbeteren. Daartoe in samenwerking met de aanbieders hun consultfunctie beschikbaar stellen aan sociaal teams. Verbeteren van forensische kennis bij sociale teams. Daartoe zorgen dat forensische aanbieders hun kennis en expertise overdragen aan sociale teams. De gecontracteerde (forensische) aanbieders voelen zich gezamenlijk verantwoordelijk voor deze doelgroep. De forensische aanbieders werken daarom waar nodig samen met aanbieders in de overige segmenten, bijvoorbeeld om te zorgen voor behandeling van verslaving, voorkomen van uithuisplaatsing en vloeiende uitstroom uit of naar de forensische zorg.
Eenduidige werkwijze ontwikkeld rond toeleiding, casusregie en afsluiting van geïndiceerde jeugdhulp Binnen de vijf gemeenten een eenduidige werkwijze ontwikkeld rond toeleiding, casusregie en afsluiting van geïndiceerde jeugdhulp. Dit wordt gedaan om meer grip op de inzet van zorg te krijgen én om ook daadwerkelijk invloed te hebben op een ombuiging van de kosten in de Lekstroom.
b. Bovenregionaal ingekochte hulp Essentiele functies De specialistische zorg bij de Essentiële functies is bedoeld voor kinderen en jongeren in een zeer kwetsbare positie. Met 24-uurs behandeling moet de stabiliteit, veiligheid en positieve interactie tussen het kind en zijn of haar omgeving herstellen om zo ‘het normale leven’ weer op te pakken. Deze zorg is bovenregionale ingekocht met vier Utrechtse regio's (16 gemeenten) vanwege het hoogspecialistische karakter van de zorg en om in gezamenlijkheid een beweging te maken naar het verbeteren van deze zorg: minder instroom, kleinere groepen om de kwaliteit van ondersteuning te verhogen, het leveren van zeer intensieve ambulante hulp erbij. Hiertoe zijn 3 aanbieders in een samenwerking genaamd YEPH door 16 Utrechtse gemeenten gecontracteerd. Jeugdbescherming en Veilig Thuis Door de rechter kan een jeugdbeschermings- of jeugdreclasseringsmaatregel worden uitgesproken. In de Jeugdwet is opgenomen dat deze maatregelen alleen door een gecertificeerde instelling (GI) mag worden uitgevoerd. Daarnaast zijn in de Jeugdwet en Wmo 2015 bepalingen opgenomen over het inrichten van een Veilig Thuis-organisatie. Gelet op de specialisatie van taken van beide onderdelen werken we met 6 Utrechtse regio's samen om deze diensten in te kopen.
Tot en met 2024 zijn de taken van de GI en Veilig Thuis ingekocht bij Samen Veilig Midden-Nederland (SVMN). In 2024 zal een nieuw aanbestedingstraject volgen, voorafgegaan door een evaluatie in 2023 van de huidige samenwerking tussen de 26 Utrechtse gemeenten onderling en met SVMN.
38