CConstaterende datNieuwegein
Koppel je AI →
Document · PDF

2023-357 Bijlage 1 Beleidskader Jeugd 2023-2028

Raadsvergadering 14 december 2023, gemeente NieuwegeinBij agendapunt: Beleidskader Jeugd 2023-202816.629 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

2023-357 Bijlage 1

Beleidskader Jeugd 2023-2028

Gemeente Nieuwegein

Inhoudsopgave

Inhoudsopgave .................................................................................................................. 2 Aanleiding ......................................................................................................................... 3 1

Inleiding ...................................................................................................................... 3

2

Beweging van het jeugdbeleid en de bijbehorende vier pijlers ..........................................10

3

2.1

Pijler 1: Een sterke sociale basis en voorliggend veld ..............................................10

2.2

Pijler 2: Jeugdigen leren en ontwikkelen zich.......................................................... 14

2.3

Pijler 3: Toeleiding naar passende ondersteuning.................................................... 17

2.4

Pijler 4: Goede jeugdhulp ..................................................................................... 19

Grip op de jeugd(hulp)................................................................................................. 24

Bijlage 1 Begrippenlijst...................................................................................................... 27 Bijlage 2 Samenhang wettelijke kaders in het sociaal domein ................................................ 31 Bijlage 3 Praktijkvoorbeelden toeleiding Geynwijs ................................................................ 32 Bijlage 4 Doelen en activiteiten bekostigd uit Nationaal Programma Onderwijs (NPO)...............34 Bijlage 5 Inkoop Jeugdhulp ................................................................................................ 36

2

Aanleiding Het beleidskader jeugd vormt de leidraad om het jeugdbeleid in de komende jaren (2023-2028) door te ontwikkelen. Het geeft richting aan de ingezette verandering van de jeugdhulp om de jeugdhulp integraal en in samenhang met de andere leefgebieden vorm te geven en te verankeren. De Koers Sociaal Domein 2024-2040 van de gemeente Nieuwegein geeft de richting in de breedte van het sociaal domein. Dit Beleidskader jeugd past binnen de richting die de Koers Sociaal Domein schetst. Het Beleidskader heeft de focus op jeugdigen die gezien hun (mogelijke) hulpvraag ondersteuning vragen om op te groeien in de stad Nieuwegein. Het richt zich daarom op jeugdigen met (jeugd)hulp en het voorkomen dat jeugdigen in een dergelijke situatie komen. Het jeugdbeleid richt zich – in lijn met de Jeugdwet – op onze jeugdigen tot 18 jaar1. Jongvolwassenen komen vanaf 18 jaar in een nieuwe wereld van wetten en verplichtingen. In de praktijk verschilt er weinig bij een jongere van 17,5 of 18 jaar; daarom bereiden we samen met andere beleidsdomeinen jongeren voor op de overgang voor en laten daarom ‘niet los bij 18’.

Voor het opstellen van dit beleidskader zijn diverse bijeenkomsten georganiseerd in de stad: Jongerenbijeenkomsten 12-16 jaar en 16+ Ervaringsdeskundige ouders Overleg met Nieuwegeins schoolbesturen (NEA) Partners uit de stad (waaronder kinderopvang, scholen, de Kom, Sport-ID, groeps- en jongerenwerk, jeugdgezondheidszorg en informele zorg) Binnen de gemeente met Geynwijs en medewerkers aanpalende beleidsvelden Het Beleidskader jeugd is voor advies aan de ASD en het OOGO voorgelegd. Zowel het OOGO als de ASD hebben positief geadviseerd. Leeswijzer Hoofdstuk 1 betreft de inleiding. Het beleidskader richt zich op versterking van vier onderdelen: de sociale basis en het voorliggend veld om de meeste (mogelijke) hulpvragen op te vangen, de toeleiding om zo goed mogelijk naar de juiste hulp of ondersteuning toe te leiden en de jeugdhulp om zo efficiënt en duurzaam mogelijk te werk te gaan. In hoofdstuk 1 wordt dit toegelicht. In hoofdstuk 2 staat de gewenste beweging per onderdeel beschreven met benodigde activiteiten om dit te bereiken. Tot slot wordt in hoofdstuk 3 stilgestaan bij de grip op jeugd gezien de stijgende uitgaven op jeugdhulp. Naast grip op financiën is de wijze van monitoring en evaluatie opgenomen Dit alles om Jeugdigen op laten groeien tot zelfredzame volwassenen. En de noodzaak

tot (intensieve) ondersteuning te voorkomen/ verminderen.

1

Inleiding

In Nieuwegein willen we dat alle jeugdigen gezond en veilig kunnen opgroeien tot zelfredzame volwassenen. De meeste jeugdigen lukt dat, door steun vanuit het gezin waarin ze opgroeien, familie, vrienden, onderwijs, et cetera. Dat is helaas niet voor iedereen vanzelfsprekend; er kunnen problemen in het gezin zijn (denk aan geldstress, (mentale) ziekte bij ouders) of ingrijpende levensgebeurtenissen (denk aan overlijden van een naaste, scheiding van ouders) die een wissel op de jeugdige trekken. We hebben bijzondere aandacht voor jeugdigen en gezinnen met een ondersteuningsbehoefte en/of onderwijsachterstand en het voorkomen hiervan. Daarbij zijn we niet blind voor de omstandigheden van het gezin en kijken we met een integrale blik. Bij al onze inzet geldt dat de zelfredzaamheid van jeugdigen en hun ouders2 voorop staat én een vangnet geboden wordt daar waar de situatie om vraagt. De veiligheid van het kind staat altijd 1 Met uitzondering van 1) pleegzorg (pleegzorg loopt door tot 21 jaar) en 2) jeugdhulp ingezet in het kader van een jeugdreclasseringsmaatregel (kan doorlopen tot 23 jaar).

3

centraal. Jeugdigen en ouders worden gestimuleerd om zelf en met elkaar oplossingen te vinden. Maar als dat nodig is, worden zij professioneel ondersteund in de omgeving van hun alledaagse leven; de sociale basis. Vanuit de Jeugdwet zijn wij als gemeente verplicht om hulp en ondersteuning aan jeugdigen en gezinnen te bieden en om (zwaardere) problematiek te voorkomen. Dit doen we op verschillende manieren. Sociale basis Ten eerste zorgen we voor een sterke sociale basis. Uit onderzoek blijkt dat investering hierin op de lange termijn loont. De sociale basis zien wij als universele preventie en is er voor alle jeugdigen en gezinnen. Denk bijvoorbeeld aan buren, familie, vrienden, geloofsgenoten, school, sportverenigingen, cultuurvoorzieningen, en ontmoetingsplekken voor jeugdigen (figuur 1). Dit zijn voorzieningen die het normale leven en positieve ontwikkeling van jeugdigen bevorderen3. Een sterke sociale basis kan jeugdigen en gezinnen helpen om uitdagingen te overwinnen. Voorliggend veld Een selectieve groep jeugdigen en gezinnen loopt een groter risico op problemen. Denk bijvoorbeeld aan jeugdigen met een taalachterstand, jeugdigen die opgroeien in armoede, gebroken gezinnen met scheidingsvraagstukken, jeugdigen met een verminderde mentale weerbaarheid, jeugdigen met (online) gokproblematiek, jonge mantelzorgers of jeugdigen die in kwetsbare wijken opgroeien.

Deze jeugdigen en gezinnen kunnen eventueel met laagdrempelige ondersteuning vanuit het voorliggend veld geholpen worden om zo gezond en veilig op te groeien. Dit zien wij als selectieve preventie (tabel 1). Het voorliggend veld bestaat uit alle voorzieningen waar jeugdigen en ouders zonder indicatie met hulpvragen terecht kunnen. Het richt zich ook op jeugdigen en ouders met een mogelijke hulpvraag of die een hoger risico lopen op bepaalde problematiek. Denk bijvoorbeeld aan het jeugd- en jongerenwerk. Toeleiding Sommige jeugdigen en gezinnen met een (mogelijke) hulpvraag kunnen zelf passende ondersteuning in het voorliggend veld vinden. Maar andere jeugdigen en gezinnen komen met hun (mogelijke) hulpvraag in contact met het sociaal team, Geynwijs. Geynwijs werkt samen met de jeugdigen/gezinnen om ze toe te leiden naar passende ondersteuning of hulp. Soms ligt de oplossing in het voorliggend veld. Maar voor een deel van deze jeugdigen en gezinnen is de hulpvraag te groot voor (enkel) ondersteuning vanuit het voorliggend veld. Deze jeugdigen hebben (ook) geïndiceerde jeugdhulp nodig. Jeugdhulp Binnen de jeugdhulp kan het om verschillende vormen van hulp gaan, afhankelijk van de ernst van het probleem. Denk bijvoorbeeld aan ambulante hulp, hulp in onderwijstijd, verblijf of jeugdbescherming.

Geynwijs stelt samen met de jeugdigen en ouders een indicatie en verwijst naar de benodigde en passende hulp voor de jeugdige en het gezin. Dit zien wij als geïndiceerde preventie (tabel 1). Ook de huisarts, medisch specialist en de jeugdarts (GGDrU) kunnen verwijzen. Is de veiligheid van het gezin in het geding, dan kan ook SAVE4 in geval van een jeugdbeschermingsmaatregel naar passende hulp verwijzen. Tabel 1 Vormen van preventie Vorm van preventie

Doelgroep

Voorbeeld

Universele preventie

Alle jeugdigen en gezinnen

Rijksvaccinatieprogramma

2 Ouders en verzorgers 3 Vele van de voorzieningen in de sociale basis vallen onder andere beleidsvelden, zoals vrije tijd, horeca, ruimteljik domein en openbaar domein. Maar vanwege de directe relatie met het leven van jeugdigen en gezinnen zijn ze van belang voor dit beleidskader. 4 SAVE is de gecertificeerde instelling en onderdeel van Samen Veilig Midden-Nederland. Op grond van de Jeugdwet mogen jeugdbeschermingsmaatregelen alleen door een gecertificeerde instelling worden uitgevoerd.

4

Selectieve preventie

Jeugdigen en gezinnen met een verhoogd risico op problemen

Programma’s om de opvoedvaardigheden van ouders te versterken

Geïndiceerde preventie

Jeugdigen en gezinnen met (beginnende) problemen

Basis j-ggz om te voorkomen dat het probleem verergert

Figuur 1

Be we gi ng

In Nieuwegein willen we alle vier de onderdelen van de piramide versterken: de sociale basis en het voorliggend veld om de meeste (mogelijke) hulpvragen op te vangen, de toeleiding om zo goed mogelijk naar de juiste hulp of ondersteuning toe te leiden en de jeugdhulp om zo efficiënt en duurzaam mogelijk te werk te gaan. Onze jeugd vraagt een integrale benadering Zoals gezegd kan een hulpvraag voortkomen uit andere problematiek, zoals bijvoorbeeld geldstress of GGZ-problematiek bij de ouders. De hulpvraag bekijken we daarom integraal (integraal betekent alles omvattend. We kijken niet alleen naar de hulpvraag, maar breder: wat speelt er allemaal in het gezin, is er ook andere hulp ingezet die relevant is voor de huidige hulpvraag? Het is belangrijk om de samenhang te zien en daarmee de juiste zorg in te zetten). Er is een aantal andere wetten en regelingen die aan de (integrale) zorg voor jeugdigen bijdragen. In bijlage 2 is een overzicht opgenomen van het geheel aan wetten die jeugd raken en verantwoordelijke opdrachtgevers. De schotten tussen de wetten maakt een aanpak best complex. De gemeente moet de Jeugdwet samen met andere wetten uitvoeren voor effectief jeugdbeleid. Maar het is even belangrijk dat de integraliteit ook wordt gezocht bij de uitvoeringsplannen vanuit andere wetten en andere afdelingen, zoals veiligheid, het openbaar en het ruimtelijk domein.

Daarom sluit het beleidskader jeugd aan op de leidende principes van de Koers Sociaal Domein, en heeft het ook de link met beleid van andere leefgebieden die onze jeugd raakt en van belang zijn voor deze doelgroep zoals het armoedebeleid, de omgevingsprogramma’s 5

gezondheid, horeca en vrije tijd, veiligheid (waaronder de aanpak Jonge aanwas/Doorgroeiers) en het programma leefbaarheid en veiligheid (zie kader).

Programma Leefbaarheid en Veiligheid In de komende 15 tot 20 jaar leggen we in het Nieuwegeins programma Leefbaarheid en Veiligheid samen met partners en bewoners de focus op het langdurig en gebiedsgericht investeren in kansengelijkheid in de Centrale As. De Centrale As in Nieuwegein bestaat uit oostelijk Batau, westelijk Zuilenstein, Jutphaas-Wijkersloot, Merwestein en Fokkesteeg. In deze wijken staan de leefbaarheid en veiligheid onder druk. Er wordt daar al hard gewerkt aan verbetering, maar er is meer nodig om daadwerkelijk het verschil te kunnen maken. Zo is een van de doelen binnen dit programma om (fysieke) ontmoetingsplekken te creëren om de sociale cohesie te vergroten Een belangrijke ambitie binnen dit programma is het vergroten van perspectief voor jeugdigen: wij willen dat zij ook in deze wijken gelijke kansen krijgen om gezond en veilig op te groeien en hun talenten te ontwikkelen. Wij sluiten hiermee aan bij de ambities binnen het beleidskader jeugd en leveren waar nodig net wat extra’s om de jeugdigen in de Centrale As op weg te helpen. Hoe gaat het met onze jeugd? Met het merendeel van onze jeugdigen gaat het goed. We maken ons wel zorgen over een deel van de jeugdigen in Nieuwegein.

Uit de Gezondheidsmonitor Jeugd 2021 en de Monitor sociale kracht 2022 blijkt dat meer dan 25 procent van de jongeren in Nieuwegein psychische klachten heeft en meer dan 40 procent van de 13- t/m 17-jarigen in Nieuwegein (zeer) vaak gestrest is. De druk op de mentale gezondheid lijkt erger te worden naar mate de leeftijd stijgt: 58 procent van de jongvolwassenen (16 t/m 25 jaar) in Nieuwegein heeft psychische klachten. Dit zien we terug in de jeugdhulpcijfers. Onze stad kent veel jeugdigen met een hulpvraag, 13,6 procent in 2022. Hiermee lopen we gelijk met de landelijke trend dat de vraag naar jeugdhulp blijft toenemen. Het aantal jeugdigen dat jeugdhulp ontvangt neemt ook in Nieuwegein toe, van 1.620 jeugdigen in 2020 naar 1.737 jeugdigen in 2022. Hierin lijkt de ernst en de complexiteit van de hulpvraag toe te nemen. We zien bijvoorbeeld een stijging in het aantal jeugdigen met specialistische jeugd-ggz, van 464 jeugdigen in 2020 naar 488 in 2022.

6

De cijfers over jeugdbescherming zijn ook zorgelijk. Jaarlijks worden zo’n 400 keer zorgen over kinderen of een vermoeden van huiselijk geweld over Nieuwegeinse inwoners bij Veilig Thuis gemeld. Het aandeel jeugdigen met een jeugdbeschermingsmaatregel is 1,3% in 2022 (landelijk gemiddelde is 1,2%). Naast jeugdhulp en jeugdbescherming zien we dat onze jongeren ook op andere vlakken hulp zoeken, zoals onderwijs, werk en inkomen. In 2022 hebben 308 jongeren uit Nieuwegein een traject gestart bij het Jongerenloket. In 2021 ging het om 257 jongeren uit Nieuwegein. In Nieuwegein is specifiek een toename te zien in de trajecten voor 16- tot-18-jarigen en 23- tot 27-jarigen. Verder zien we een toename in het aantal schuldbemiddelingstrajecten (ondersteuning bij het grip krijgen op en afdoen van schulden) bij 18- tot en met 27-jarigen in Nieuwegein. In zowel 2020 als 2021 waren er 8 schuldbemiddelingstrajecten voor deze leeftijdscategorie en in 2022 waren er 24 trajecten. Deze ontwikkelingen baren niet alleen de gemeente zorgen. Bijna twee derde van de ouders in Nieuwegein maakt zich vaak of soms zorgen over de toekomst van hun kinderen5. In 2020 ging het om 54 procent en 2018 om 46 procent van de ouders. Deze ontwikkelingen moeten we zien om te keren.

Deels door de risicofactoren (factoren die de kans dat iemand hulp nodig heeft groter maakt) voor jeugdigen aan te pakken en deels door de beschermende factoren (factoren die juist helpen om problemen in het leven te voorkomen) te versterken. Risicofactoren Als we kijken naar risicofactoren blijkt dat een deel van onze jeugdigen in een kwetsbare situatie opgroeit (tabel 2). De aanwezigheid van één van deze factoren hoeft nog geen risico te zijn voor het ontstaan van problemen. Wel is bekend dat wanneer twee of meerdere van deze factoren spelen, het risico op het zich daadwerkelijk voordoen van problemen aanmerkelijk groter is. Tabel 2 Risicofactoren Risicofactor

Indicator

Jaar

Nieuwegein

Nederland

Verwaarlozing,

Aantal ingekomen meldingen

2022

411

122.935

mishandeling of

huiselijk geweld en

geweld

kindermishandeling (minderjarigen 2021

2,0%

1,9%

2023

24,39%

23,00%

2021

0,41%

0,29%

2023

13,76%

16%

2021

6,0%

6,0%

2021

10,0%

9,3%

(18-) bij Veilig Thuis6 Lage

Percentage voortijdig

schoolprestaties

schoolverlaters totaal (VO + MBO)7

Eenoudergezinnen

Aandeel huishoudens bestaande uit één ouder en tenminste één thuiswonend kind8

Tienermoeders

Aandeel tienermoeders van de totale vrouwelijke bevolking tussen 15 en 19 jaar7

Grote gezinnen

Aandeel gezinnen met drie of meer thuiswonende kinderen8

Lage

Aandeel kinderen in huishouden

sociaaleconomisch

met een bijstandsuitkering7

e status Conflicten in het

Aandeel inwoners (15+) dat

Monitor Sociale Kracht Nieuwegein 2022 SVMN 7 Waarstaatjegemeente.nl 8 CBS 5 6

7

gezin

gescheiden is8 Aandeel middelbare scholieren

2021

25,9%

23,7%

2021

15,6%

13,7%

2021

4.915

n.v.t.

2023

Niet

27,9%

(klas 2 & 4) die scheiding van ouders meemaakt(e)9 Afwijzing door

Aandeel middelbare scholieren

leeftijdsgenoten

(klas 2 & 4) n dat afgelopen 3 maanden minstens 1 keer gepest is op school en/of online9

Het opgroeien in

Aantal 0- t/m 19-jarigen die in de

een kwetsbare

Centrale As wonen10

buurt* Psychologische of

Aandeel thuiswonende kinderen

psychiatrische

onder de 18 jaar met een ouder

problemen van

met een psychische aandoening

beschikbaar

ouders en/of drugs- of alcoholstoornis11 *In Nieuwegein gaat het om kinderen die in de Centrale As opgroeien. We weten dat het aandeel kinderen in een uitkeringsgezin daar hoger (8%) is dan gemiddelde in Nieuwegein (6%)12. Doordat ze lastig meetbaar zijn, hebben we op een aantal risicofactoren geen of beperkt zicht. Het gaat daarbij om ontoereikende sociale vaardigheden, afwijzing door ouders of leeftijdsgenoten, omgaan met antisociale13 leeftijdsgenoten en discriminatie. Dat we geen cijfers ervoor hebben, betekent niet dat jeugdigen niet in deze omstandigheden opgroeien en daardoor een grotere risico lopen op problemen. Beschermende factoren Naast het verminderen van de risicofactoren kunnen we ook de beschermende factoren versterken. Hiermee zorgen we dat jeugdigen in Nieuwegein gezond en veilig kunnen opgroeien en dragen we bij aan de weerbaarheid. We zorgen ervoor dat onze aanpakken en interventies deze factoren bevorderen om het opvoed- en opgroeiklimaat van jeugdigen te verbeteren. De beschermende factoren zijn14: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.

Sociale binding Kansen voor betrokkenheid Pro sociale normen Erkenning en waardering voor positief gedrag Steun van belangrijke volwassenen in de omgeving Constructieve tijdsbesteding Competenties (een combinatie van kennis, vaardigheden, gedrag en persoonlijke eigenschappen (attitude), die je in staat stellen om effectief te functioneren) 8. Cognitieve vaardigheden 9. Schoolmotivatie (commitment to learning) 10. Positieve identiteit Betekenisvolle participatie: jeugdigen en ouders denken en praten mee We zijn en gaan in gesprek met degenen om wie het gaat: jeugdigen en ouders. Er kan veel geleerd worden in dialoog met jeugdigen en ouders. Duurzame veranderingen komen tot stand in samenwerking met degenen om wie het beleid gaat. Door in gesprek te gaan met jeugdigen en Gezondheidsmonitor Jeugd 2021, GGDrU BRP 11 NEMESIS onderzoek, 2023 12 Zicht op Wijken 13 Met antisociaal gedrag of antisociale trekken wordt bedoeld dat iemand het moeilijk vindt om rekening te houden met de gevoelens en wensen van andere mensen. Die persoon kan lomp, onfatsoenlijk zijn en in gedrag afwijken van de normen van de samenleving. 14 Nederlands Jeugdinstituut, 2018 9

10

8

ouders worden vragen, behoeften, belevingen en oplossingen duidelijk. Door te weten wat er bij hen speelt sluiten wij beter aan bij hun leefwereld. Hierdoor kunnen wij tijdig de inrichting of focus binnen het voorliggend veld en onze werkwijzen aanpassen om zo effectiever te kunnen werken. Dit helpt ons ook om de beweging naar voren te maken om zo zwaardere problematiek te voorkomen. Door mee te denken, ontwikkelen jeugdigen hun talenten, vaardigheden en competenties. Betekenisvolle participatie geeft hun bovendien het gevoel dat ze erkend worden en dat hun mening ertoe doet. Actuele ontwikkelingen vraagt meebewegen In een wereld die continu verandert, moet je mee kunnen bewegen. We zijn ons bewust van de actualiteit en dat hierin kunnen schakelen een must is. Dit vraagt ook flexibiliteit en inzet van onze samenwerkingspartners. Als gemeente nemen we hierin een regiefunctie. In dit beleidskader hebben we aandacht voor nieuwe landelijke en lokale ontwikkelingen en vinden we het belangrijk om het perspectief van jeugdigen en ouders mee te nemen met betekenisvolle participatie. Een voorbeeld daarvan is de Hervormingsagenda Jeugd. In 2023 is de Hervormingsagenda door de vijfhoek (Gemeenten (VNG), Zorgprofessionals, Cliëntenorganisaties, Jeugdhulpaanbieders en het Rijk) ondertekend.

Het doel van de Hervormingsagenda is het opstellen van een set afspraken en maatregelen om te komen tot betere en tijdige jeugdhulp in een beheersbaar en duurzaam financieel stelsel. Deze is geboren uit noodzaak door lange wachtlijsten, vertrekkend personeel en een groeiende groep jeugdigen die (langer) zorg nodig heeft. Voldoende financiële middelen en inhoudelijke verbeteringen van het stelsel zijn daarbij belangrijk. Veel van de ambities van de Hervormingsagenda komen overeen met de ambities van Nieuwegein en zijn in dit beleidskader terug te zien. Grip op uitgaven jeugdhulp De kostenstijging van de afgelopen jaren laat zien dat steeds meer jeugdigen (langer) jeugdhulp ontvangen en dat de kosten voor die jeugdhulp stijgen. Deels als gevolg van indexering van tarieven, maar ook als gevolg van een toegenomen vraag én het aanbieden van aanbod dat vraag creëert. Nieuwegein staat hierin niet alleen. We beogen met de inzet uit dit beleidskader (intensieve) ondersteuning te voorkomen en verkorten. Zo komt het zorgstelsel verder in beweging om bij (complexe) hulpvragen de juiste ondersteuning tijdig, efficiënt en doelgericht in te zetten. Dat zal (op termijn) bijdragen aan de beheersing van de jeugdhulpkosten. Deze bijdrage aan de financiële beheersbaarheid betekent daarbij niet dat de benodigde hulp aan een inwoner wordt onthouden.

De realiteit laat echter zien dat de toenemende uitgaven op jeugdhulp veel meer 'raakt’; jeugdhulp is een onderdeel van een veel groter zorglandschap (het geheel van organisatiesen voorzieningen die hulp en ondersteuning bieden of daar een rol in hebben (signalering, toeleiding)) wat invloed heeft op de inzet van onze gecontracteerde jeugdhulpaanbieders. Verder bouwen aan de ingeslagen weg Uit bovenstaande blijkt dat het beleidskader Jeugd de met het vorige beleidskader jeugd ingezette lijn voortzet met een nieuwe focus en beweging waar de actualiteit dat van ons vraagt. Hiermee sluiten we aan op de aanbevelingen vanuit het rekenkameronderzoek Jeugdbeleid in 2021: 1. Stuur gericht op afschaling en uitstroom. 2. Ontwikkel jeugdhulpaanbod, hef tekorten op. 3. Ontwikkel aanbod voorliggend veld en neem regie op netwerksamenwerking. 4. Bestendig doorgevoerde veranderingen en werk verder aan verbetering. 5. Benoem streefwaarden en draag zorg voor monitoring in P&C-cyclus We willen als gemeente dat alle jeugdigen gezond en veilig kunnen opgroeien tot zelfredzame volwassenen. We richten ons op de risicofactoren en de beschermende factoren die kunnen bijdragen aan deze ambitie. De situatie in Nieuwegein vraagt ons om verbeteringen na te streven binnen de vier pijlers van de piramide (figuur 1):  Sterke sociale basis en voorliggend veld 9

 Jeugdigen leren en ontwikkelen zich  Toeleiding naar passende hulp  Goede jeugdhulp Deze zijn in hoofdstuk 2 verder uitgewerkt. Samengevat In Nieuwegein willen wij de beoogde verandering naar een effectiever jeugdstelsel verder vormgeven zodat onze jeugdigen opgroeien tot zelfredzame15 volwassenen: 1. Vanuit de uitgangspunten, taken en verantwoordelijkheden die wetten ons opleggen, 2. Vanuit de uitgangspunten en leidende principes van onze Koers Sociaal Domein en beoogde integraliteit met andere beleidsvelden, 3. Te leren en ontwikkelen van data en dialoog met jongeren en ouders zelf, 4. Met een focus op ouderbetrokkenheid en het normaliseren van opvoedvraagstukken, 5. Zonder het vangnet voor kwetsbaren uit het oog te verliezen.

15 Onder zelfredzaamheid wordt verstaan: in staat zijn tot het uitvoeren van de noodzakelijke algemene dagelijkse levensverrichtingen en het voeren van een gestructureerd huishouden. Dit is niet hetzelfde als zelfstandigheid, wat duidt op onafhankelijkheid. Zelfredzaamheid kan ook bereikt worden met hulp van anderen. Van zowel personen met als zonder beperkingen mag worden verwacht dat zij waar mogelijk hulp vragen en aanvaarden van naasten en derden. Iemand kan dus ondersteund worden bij het bereiken van meer zelfredzaamheid en het betreft geen statische situatie.

10

2 Beweging van het jeugdbeleid en de bijbehorende vier pijlers In dit hoofdstuk omschrijven we de vier pijlers van het jeugdbeleid om de beweging naar opgroeien tot zelfredzame jeugdigen vorm te geven. Elke pijler vraagt zijn eigen focus en aanpak om de door ons gewenste beweging te bereiken. Hiermee zetten we de ingezette lijn voort met een nieuwe focus en beweging waar de actualiteit dat van ons vraagt.

Gewenste beweging Jeugdigen groeien op tot zelfredzame volwassenen Voorkomen/verkorten van (intensieve) ondersteuning

2.1 Pijler 1: Een sterke sociale basis en voorliggend veld Achtergrond Een sterke sociale basis en voorliggend veld (zie hoofdstuk 1 voor definitie) dragen bij aan de weerbaarheid en veerkracht van jeugdigen en gezinnen en kunnen daarmee de gezondheid, veiligheid en het toekomstperspectief voor jeugdigen vergroten. In deze samenleving is dat van groot belang. Jeugdigen en daarmee ook ouders hebben te maken met verschillende soorten uitdagingen waar zij voor staan. Denk bijvoorbeeld aan de enorme prestatiedruk, onzekerheden over de toekomst, onrealistische beeldvorming op social media, (online)pestgedrag tot aan het ronselen van jeugdigen door criminelen. Veel jongeren geven aan zich gestrest, angstig en eenzaam te voelen waarbij de hoop op jeugdhulp wordt gevestigd. Maar soms worden hulpvragen en zorgen te veel geproblematiseerd en geïndividualiseerd zonder aandacht te hebben voor de gezinssituatie of de maatschappelijke context (wat er speelt in de samenleving). Daarnaast zijn er zorgen bij professionals die werkzaam zijn in de sociale basis en het voorliggend veld over de sociale vaardigheden van jeugdigen. Professionals merken dat bij deze leeftijdsgroep nog winst te halen valt in de omgang met anderen en kennis van maatschappelijke normen en waarden.

Daarbij wordt gepleit voor de verantwoordelijkheid van ouders in het aanleren van sociale vaardigheden van hun kinderen en het bijbrengen van algemeen gehanteerde normen en waarden. Alledaagse hulpvragen en zorgen over opvoeden en opgroeien kunnen vaak worden opgelost door een sterk pedagogisch opvoedklimaat16 rondom de jeugdige en het gezin te vormen. We kunnen veel meer voor elkaar betekenen dan we nu doen. Meer in het eigen netwerk (breder dan het gezin), meer in de buurt en meer met informele hulp van bijvoorbeeld een maatje. De oplossing moet meer bij elkaar gezocht worden en bij de verwachtingen die we vanuit de maatschappij creëren en van elkaar hebben dan bij de inzet van jeugdhulp. Maar ook door te normaliseren: ieder mens is verantwoordelijk voor zijn of haar leven. Hoogte- en dieptepunten horen daarbij. Niet alles wat anders is of anders verloopt dan gewild, vraagt direct om professionele hulp of ondersteuning. In bijlage 3, casus 3 wordt het concept van normaliseren aan de hand van een voorbeeld toegelicht.

Naast het normaliseren moeten we kijken naar onderliggende oorzaken van opvoed- en opgroeivraagstukken: Is er genoeg geld om van te leven? Zijn ouders voldoende geletterd? Voeren de jeugdige mantelzorgtaken uit? Hebben de jeugdige en het gezin een netwerk dat steunend is? Zijn ouders zich bewust van het belang van hun opvoedtaak? Hierdoor kunnen we 16 Een sterk pedagogisch opvoedklimaat draagt bij aan het gezond, veilig en kansrijk opgroeien en helpt bij het omgaan met alledaagse problemen. Het bestaat uit alle mensen die op de een of andere manier betrokken zijn bij de omgeving waarin de jeugd opgroeit en zich medeverantwoordelijk voelen voor de jeugd.

11

de kern van het probleem aanpakken en voorkomen dat (hulp)vragen verergeren. Het aangenomen initiatief raadsvoorstel ‘focus preventieve gezondheidszorg Nieuwegein’ bekrachtigt deze werkwijze door het perspectief te kiezen van jeugdigen in beleidskaders die uitgaan van een preventieve werking voor deze doelgroep. Dit is ook te linken aan de maatschappelijke impact die wij beogen met het welzijnsbeleid, onze omgevingsprogramma’s en het programma Leefbaarheid en Veiligheid. Dat jeugdigen en gezinnen van Nieuwegein ervaren dat zij mee kunnen doen (inclusie), betrokken zijn bij hun wijk of buurt en weten waar zij advies en informatie kunnen vinden. Daar waar het gaat om samenwerking met de sociale basis om het pedagogisch opvoedklimaat te versterken speelt het voorliggend veld een belangrijke rol in:  Ouders en medeopvoeders versterken in hun opvoedvaardigheden;  Het eigen en het informele netwerk beschikbaar maken als medeopvoeder;  Het formele netwerk laagdrempelig beschikbaar stellen op vindplekken (zoals scholen, kinderdagverblijven, consultatiebureau, bibliotheek, in de wijk) van ouders en jeugdigen;  Focus leggen op kansrijke preventieve interventies die versterkend werken in (overgangen bij) de levensloop van jeugdigen en bij ingrijpende levensgebeurtenissen;  Wijkgericht inzetten van specifieke kansrijke interventies in de Centrale As.

Het blijft lastig om jeugdigen naar informele ondersteuning te verleiden. Ouders en het informele netwerk rondom de jeugdige spelen hierin een belangrijke rol, maar weten soms onvoldoende in welke mate er iets bij hun kind speelt en hoe zij daarin goed kunnen begeleiden. Juist ouders en professionals rondom de jeugdige (zoals onderwijsprofessionals) kunnen begeleiden naar ondersteuning. Een sterke verbinding tussen school en het voorliggend veld kan drempelverlagend werken; professionals in het voorliggend veld spreken de taal en kunnen meedenken vanuit de leefwereld van de jeugdige en diens ouders. We zien dat de functie van sleutelfiguren zoals jeugd- en jongerenwerk van groter belang wordt. Dit heeft meerdere redenen, namelijk doordat zij de schakel zijn voor vroegsignalering in buurten en de pedagogische en sociale schakel zijn tussen het gezin, jeugdhulp, school en de veiligheidspartners. Zij investeren ook in maatschappelijke binding door aandacht te hebben voor participatie en burgerschap. Deze binding kan bijdragen aan meer vertrouwen in de overheid en ook het voorkomen van radicalisering. Het jeugdwerk is specifiek van belang doordat zij in een vroegtijdig stadium bij de ontwikkeling van kinderen betrokken zijn. Daardoor kunnen zij ook vroegtijdig extra ondersteuning bieden aan het kind of zijn omgeving om een gezonde kansrijke ontwikkeling te bevorderen.

Aanpak Jonge aanwas Gemeente, ketenpartners en inwoners van Nieuwegein maken zich zorgen over de ontwikkelingen van jonge aanwas en doorgroeiers in de criminaliteit en de verleidingen van de (drugs) criminaliteit in de stad. In 2020 startten gemeente en ketenpartners veiligheid en zorg de Aanpak Jonge Aanwas. In 2022 ontving de gemeente Nieuwegein een driejarige subsidie om deze aanpak verder te ontwikkelen en te versterken, met een focus op de Centrale As. De aanpak zet in op een drietal pijlers; preventie, repressie en beeld op orde. Vanuit deze pijlers wordt ingezet op: Het voorkomen dat jeugdigen in de (drugs)criminaliteit belanden en -

Het voorkomen dat jeugdigen verder afglijden in de (drugs)criminaliteit.

Met ketenpartners in de stad is de afgelopen jaren geïnvesteerd in het gezamenlijk ontwikkelen van de Aanpak Jonge Aanwas. Uit gesprekken met scholen kwam de behoefte naar voren om de conciërges (‘ogen en oren van de school’) bewuster te maken van de signalen die zij dagelijks waarnemen op het schoolplein zodat vroegtijdig geïntervenieerd kon worden. De concrete vraag van conciërges zelf is als uitgangspunt genomen en zijn er vanuit de Aanpak Jonge Aanwas zogenaamde Awareness-Sessies georganiseerd om bewuster te worden van o.a. ‘oneigenlijk bezit’ en seksuele uitbuiting. Daarnaast hebben de conciërges elkaar, de wijkagent jeugd en de jeugdboa’s beter leren kennen waardoor in een aantal situaties sneller en effectiever kon worden opgetreden.

12

Investeren in het voorliggend veld Om een sterker pedagogisch opvoedklimaat rond jeugdigen en ouders te creëren werken wij toe naar een vollediger en meer passend aanbod in het voorliggend veld. Hiervoor moeten wij de vragen van onze jeugdigen en gezinnen en het aanbod in het voorliggend veld goed analyseren. Vervolgens moeten we het aanbod in het voorliggend veld op de volgende vragen. Wat helpt ouders bij hun opvoeding? Hoe kan ons voorliggend veld hier meer op aansluiten? In welke mate hebben we voldoende jeugd- en jongerenwerk om jeugdigen en ouders te ondersteunen? Kan het huidige aanbod afdoende aan deze vraag voldoen? Voelen jeugdigen zich afdoende geholpen of volgt alsnog een situatie met een complexe hulpvraag? De samenwerking met netwerkpartners is essentieel, met ieder zijn eigen rol en verantwoordelijkheid om integraal laagdrempelig beschikbaar te zijn op plekken waar jeugdigen en ouders zich in onze stad begeven. Dit sluit ook aan op de aanbeveling uit het rekenkameronderzoek (B&A, 2021). Om te ontdekken hoe we dit kunnen bereiken, benutten we onder andere de kansen vanuit tijdelijke middelen en specifieke uitkeringen, zoals Nationaal Programma Onderwijs (NPO) gelden, de SPUK17 Jonge Kind en de SPUK GALA18 (Kansrijke Start, mentale gezondheid, sociale basis).

De investering in activiteiten onder de noemer Relatie- en scheidingsdesk is een voorbeeld van hoe we het voorliggend veld versterken. Relatie- en scheidingsdesk Nieuwegein kent een hoger percentage echtscheidingen dan het landelijke gemiddelde. We weten dat bij 60-70% van de jeugdbeschermingscasuïstiek sprake is van complexe scheiding. En dat er bij jeugdigen tijdens en na de scheiding twee keer zo vaak jeugdhulp wordt ingezet. In totaal zijn 49% van de kosten van jeugdhulp gerelateerd aan echtscheiding (bron: Significant). Door te investeren in extra mogelijkheden binnen de sociale basis en het voorliggend veld streven wij ernaar de complexe problematiek voor te zijn. Bijvoorbeeld meer Centering Pregnancy groepen (zwangerschapscontroles gecombineerd met een cursus), een fysieke relatie- en echtscheidingsspreekuur, maatjes voor jongeren die te maken hebben met scheiding van hun ouders, een lespakket ‘relatievaardigheden’ op school en een regionaal team complexe scheiding op te stellen. Regionaal kunnen we dit initiatief vormgeven met tijdelijke middelen vanuit de overheid. De benodigde structurele investering in het voorliggend veld denken wij terug te ‘winnen’ doordat het jeugdhulpgebruik afneemt. Doordat de maatschappij continu verandert, veranderen ook de vragen van jeugdigen en ouders met regelmaat.

Dit maakt dat het voorliggend veld zich flexibel moet opstellen en tijdig mee moet bewegen in deze veranderingen. Dit kan het beste in samenwerking met degenen om wie het gaat, namelijk de jeugdigen en gezinnen. Door te weten wat er speelt kunnen wij tijdig de inrichting en de focus binnen het voorliggend veld en onze werkwijzen aanpassen. Bovendien geeft het meedenken en meepraten jeugdigen en gezinnen het gevoel dat ze gezien worden en dat hun mening ertoe doet. En door mee te denken, ontwikkelen jeugdigen hun talenten en competenties. In gesprekken tussen de gemeente en jongeren komt als belangrijk punt naar voren dat jongeren behoefte hebben aan ontmoetingsplekken zowel in de buitenruimte, als binnen voor activiteiten en/of ‘chillen’. Wij erkennen het belang van een plek/plekken waar jongeren zich vrij kunnen bewegen en elkaar kunnen ontmoeten. Dit belang wordt ook benadrukt in het programma Leefbaarheid en Veiligheid. Ook zien we dat de wens en behoeften van jongeren wisselt afhankelijk van interesses en leeftijd. Met jongeren en met partners in de stad willen wij de diverse wensen van jongeren verkennen en in co-creatie zoeken naar mogelijkheden in de 17 SPUK = Specifieke uitkering. Een tijdelijke uitkering van het Rijk aan gemeenten, waarmee lokaal op een

specifiek onderwerp tijdelijk kan worden geïnvesteerd. 18 GALA = Gezond en Actief Leven Akkoord.

13

stad. Door hier flexibel op in te spelen past de oplossing bij de vraag (daar waar één ontmoetingsplek niet aan de wensen van al deze jongeren kan voldoen). Budget dient beschikbaar te zijn voor deze co-creatie. We onderzoeken hiertoe de mogelijkheden onder ander bij het programma Leefbaarheid en Veiligheid. Met verschillende pilots op het gebied van preventie doen wij ervaring op om te zien wat nodig is en wat werkt om complexe problematiek voor te zijn. Borging van deze pilots is mogelijk als deze investering (op termijn) complexe problematiek voor kan blijven en zo bekostigd kan worden uit het jeugdhulpbudget. Het Nationaal Programma Onderwijs (NPO) is een landelijk steunpakket om schade en (cognitieve en sociaal-emotionele) achterstanden bij jeugdigen als gevolg van Corona te beperken/herstellen. De gemeente trekt hierin samen met de scholen op en zet de eenmalige NPO-middelen tot en met juli 2025 in passend bij de gevolgen van Corona op jeugdigen en hun ouders. Naast het tijdelijk uitbreiden van bestaande activiteiten, biedt het ook de kans te onderzoeken met welke activiteiten we de mentale weerbaarheid van jeugdigen en ouders verhogen (zie bijlage 4) en daarmee meerwaarde biedt om structureel voort te zetten.

Om het effect van onderdelen van het NPO te evalueren is onderzoeksbureau AEF gevraagd dit voor een drietal pilots te doen: ‘Preventieteam op de middelbare scholen’, ‘lichte ondersteuning door Geynwijs op School’ en ‘STERK’ welke het Cals College bekostigt waarbij leerlingen ondersteuning van de school krijgen die niet valt onder passend onderwijs. Alle drie de pilots bevatten werkzame elementen. Op basis van de evaluatie kan in gezamenlijkheid met onze partners een keuze worden gemaakt over hoe de werkzame elementen uit de diverse interventies met elkaar gecombineerd en geborgd kunnen worden. Beweging

We bevorderen een positief opgroei- en opvoedklimaat rondom jeugdigen waarin kwetsbaarheid wordt gezien als onderdeel van het gewone leven. We bouwen actief verder aan een sterke sociale basis en voorliggend veld (een positief opvoedklimaat in alle leefgebieden waar de jeugdige/het gezin zich bevindt), waarbij samen opvoeden centraal staat. We zorgen voor jeugd- en gezinsvriendelijke omgeving, kwalitatief passende basisvoorzieningen, toegankelijk vrijetijdsaanbod, activering van het informele netwerk, laagdrempelige opvoedondersteuning, een en toegankelijk jeugd- en jongerenwerk dat ruimte biedt om zelf te participeren en vorm te geven. Op zowel beleids- als praktijkniveau bundelen we de krachten met alle partners (formeel en informeel) die een bijdrage leveren aan een positief opvoedklimaat. Een sterke basis en voorliggend veld voorkomt dat gewone, alledaagse opgroei- en opvoedproblemen uitgroeien tot ernstige problemen. Hoe doen we dat? 1. We voorkomen dat gewone, alledaagse opgroei- en opvoedproblemen uitgroeien tot ernstige problemen. Dit bereiken we door: a) Ouders en (mede) opvoeders verder te versterken in hun rol als (mede) opvoeder.  Informatie te geven over opvoedvragen die bij de levensfase van hun kind past. Bijvoorbeeld over mediawijsheid, financiële vaardigheden of de sociale en cognitieve ontwikkeling van de jeugdige door relevante partners.

Dit bieden we aan in een laagdrempelige vorm die bij de wensen van ouders aansluit.  Onderlinge steun onder ouders vergroten en het stellen van vragen stimuleren. Afhankelijk van de behoefte van ouders gaan we investeren in oudergroepen passend bij de verschillende levensfasen van hun kinderen. Het bijeenkomen van deze oudergroepen maken wij samen met partners zo nodig mogelijk door bijvoorbeeld een ruimte ter beschikking te stellen passend bij de ouderdoelgroep. 14

Lichte en laagdrempelige opvoedondersteuning aan ouders te bieden. We onderzoeken hoe onze partijen naast ouders binnen de sociale basis en het voorliggend veld een (grotere) rol hierin kunnen spelen door ook jeugdigen te ondersteunen of een luisterend oor aan hen te bieden.

b) (Dreigende) problemen van jeugdigen en hun ouders tijdiger te signaleren en onderkennen en waar nodig passende ondersteuning te bieden. Partijen die hier een rol in spelen bevragen waar meer samenwerking of kennisuitwisseling wenselijk is.  Netwerksamenwerking van onze partners in de stad helpen om beter een sterke pedagogische omgeving rondom de jeugdige te kunnen vormen. Onderdeel hiervan is het ontwikkelen van een gezamenlijke pedagogische visie, waarbij aandacht is voor de maatschappelijke weerbaarheid van jeugdigen.  Het jeugd- en jongerenwerk verder te ontwikkelen met als doel meer te investeren in: ontmoeting van de jeugd onderling, talentontwikkeling, nuttige vrijetijdsbesteding, (toekomst)perspectief en de weerbaarheid en veerkracht.  In de Centrale As in pilotvorm een naschools programma aan het primair onderwijs aan te bieden, waarin geïnvesteerd wordt in het bevorderen van kansengelijkheid voor de meest kwetsbare kinderen als bekostiging mogelijk is vanuit de SPUK Veerkracht en weerbaarheid.  De werkzame elementen van de pilots vanuit NPO gelden te borgen binnen de reguliere werkzaamheden, om deze te behouden op de langere termijn.

2. We sluiten het voorliggende veld beter aan bij de behoeften en leefwereld van ouders en jeugdigen. Dit bereiken we door:  Aandacht te houden voor al bekende behoeften, zoals het bevorderen van mentale weerbaarheid, financiële voorlichting, ontmoetingsplekken voor jeugdigen, talentontwikkeling, nuttige vrijetijdsbesteding, toekomstperspectief, pesten, ondersteuning bij scheidingsvraagstukken en het voorkomen van jeugdcriminaliteit.  Het doorontwikkelen van de ondersteuning en samenwerking in de zorg voor kwetsbare ouders voor, tijdens en na de zwangerschap (aanpak Kansrijke Start).  In gesprek te blijven met ouders, jeugdigen en professionals (uit het voorliggend veld) over actuele thema’s en problemen op verschillende leefgebieden en vrijetijdsbesteding. Dit doen we door de mogelijkheden te verkennen hoe beter in verbinding te komen met jeugdigen en ouders, onder andere door te investeren in jongeren- en ouderparticipatie en co-creatie. Dit stelt ons beter in staat jeugdigen en ouders perspectief te bieden en bij te dragen aan talentontwikkeling.  Casuïstiek bespreken waarbij sprake is van dure of veelvuldig ingezette jeugdhulp om te leren op welk vlak het voorliggend veld versterkt kan worden.

2.2 Pijler 2: Jeugdigen leren en ontwikkelen zich Achtergrond School en kinderopvang zijn de plaatsen waar je in principe alle jeugdigen en veel ouders kunt bereiken wat hen in staat stelt om tijdig (mogelijke) problematiek te signaleren, in te zetten op sociale ontwikkeling, aan te sluiten op het gewone leven en te ondersteunen waar nodig. Als gemeente werken we graag samen met de kinderopvang en scholen. De projecten van het onderwijskansenbeleid (OKB) in Nieuwegein zijn in nauwe samenwerking tussen diverse partners bedacht en richten zich op jeugdigen tussen 2 en 13 jaar met een (dreigende) onderwijsachterstand. Het gaat hierbij met name om een achterstand in de spraaktaalontwikkeling als gevolg van risicofactoren zoals het ontbreken van een sociaal netwerk, sociaaleconomische factoren en overige gezinsaspecten. Nieuwegein ontvangt hiervoor structureel een geoormerkte Rijksbijdrage ‘onderwijsachterstandbeleid’. Het onderwijskansenbeleid is erop gericht om achterstanden bij jonge kinderen en bij leerlingen in het basisonderwijs vroegtijdig op te sporen en te bestrijden.

15

Onze kinderen hebben recht op gelijke kansen. Hiervoor moet er voor alle kinderen een plek zijn op een peuteropvang met kwalitatief goede pedagogische medewerkers en extra ondersteuning. Uit de theorie en de praktijk blijkt namelijk dat in deze periode de meeste winst te behalen valt wat betreft het verkleinen of voorkomen van een (ontwikkel)achterstand. Een goede overgang van de voorschoolse naar de (vroeg)schoolse periode, één van de cruciale overgangen in de levensloop, wordt hiermee versterkt. We signaleren welke kinderen hierin extra steun kunnen gebruiken en bieden dit aan, onder andere door de samenwerking tussen de professionals onderling en tussen de professionals en ouders te verbeteren. Ook de ouders worden betrokken in hun rol als opvoeder en zo nodig actief toegeleid naar een passend (taal)aanbod. We zetten het onderwijskansenbeleid (OKB) met kracht voort. Daarnaast benutten we de kansen vanuit specifieke uitkeringen, zoals de SPUK Jonge Kind, om activiteiten aanvullend op het OKB uit te voeren. Dit doen we samen met onze partners in de stad door de toeleiding te verbeteren, bestaande activiteiten uit te breiden, nabijer te maken en nieuwe activiteiten in te zetten. Dit alles in integraliteit met de andere onderdelen van de SPUK-regeling Kansrijke Wijk.

Zomeracademie In de zomer van 2023 hebben 200 leerlingen deelgenomen aan alweer de vierde editie van de Zomeracademie op de basisscholen De Veldrakker, De Schouw en De Evenaar. Ook dit jaar is een verdiepingsslag gemaakt in het inhoudelijke programma. Daarnaast is gericht ingezet op het vergroten van de deelname van leerlingen uit groep 7 en 8; deze leeftijdsgroep is extra kwetsbaar t.a.v. het risico om in het criminele circuit terecht te komen (zie Preventie met gezag m.b.t. de aanpak ‘Jonge Aanwas’). De Zomeracademie is een manier om perspectief en een dagbesteding te bieden aan deze kinderen. Dit doen we onder andere door een onderwijsprogramma in te zetten dat gericht is op de overgang naar het Voortgezet onderwijs (de training “Ik leer leren”). Tijdens de Zomeracademie krijgen kinderen vanaf 2,5 tot 13 jaar extra onderwijsondersteuning op het gebied van taal. Daarnaast is er aandacht aan rekenvaardigheid. Naast de vakinhoudelijke lessen wordt er tijd besteed aan kunsteducatie en bewegingsonderwijs in samenwerking met andere partijen op sport, spel, cultuur en creativiteit. De kinderen zijn zo op een actieve manier met de lesstof bezig. De Zomeracademie is elk jaar een succes; de opkomst is hoog en leerlingen en hun ouders zijn enthousiast.

Zoals geschetst zijn kinderopvang en scholen belangrijke plekken om problematiek vroegtijdig te signaleren en in te zetten op normaliseren van gedrag; niet alles wat anders is of anders verloopt dan gewild, vraagt direct om professionele hulp of ondersteuning. Daarom werken we nauw samen met alle scholen en de samenwerkingsverbanden primair onderwijs en Voortgezet onderwijs. Zo heeft Geynwijs op School vaste contactpersonen voor scholen om gezamenlijk met ouders te kunnen bespreken of en zo ja welke ondersteuning nodig is. Doel hiervan is de aansluiting tussen passend onderwijs en aanbod in het voorliggend veld en jeugdhulp te verbeteren en zo vroegtijdig mogelijk in te spelen op signalen. Hiervoor hebben we met elkaar een eenduidige werkwijze ontwikkeld. Ook zijn er met de regionale inkoop Jeugdhulp meer mogelijkheden gerealiseerd om jeugdhulp in de kinderopvang en in onderwijstijd in te zetten, zoals een BSO+-voorziening en groepsgerichte Onderwijszorgarrangementen (OZA). Deze ontwikkeling sluit ook aan op de aanbevelingen uit het rekenkameronderzoek van 2021. De jongeren van 16 tot 27 jaar kunnen met vragen over werk, inkomen en opleiding en voor ondersteuning terecht bij het Jongerenloket. Dit betreft een samenwerking tussen het Doorstroompunt (voorheen Regionale Meld- en Coördinatiepunt (RMC))19 en Werk en Inkomen Lekstroom (WIL).

Het Jongerenloket werkt vraaggericht en wil zich blijvend specialiseren in een sluitende aanpak voor jongeren in een kwetsbare positie. Het Doorstroompunt begeleidt alle 19 Het Doorstroompunt is per 1 september 2023 de nieuwe naam voor RMC. Dit is een samenwerking tussen de Lekstroomgemeenten waarbij jongeren die voortijdig school verlaten worden ondersteund in hun doorstroming terug naar school of naar de arbeidsmarkt.

16

jongeren die (dreigen) uit (te) vallen uit het onderwijs voordat zij een startkwalificatie hebben behaald. Beweging

We zorgen ervoor dat jeugdigen meer kansen krijgen om hun schoolloopbaan optimaal te starten en te doorlopen met als doel schooluitval te voorkomen, alle kansen te benutten en toegerust te zijn voor de arbeidsmarkt. Hoe doen we dat? 1. We stimuleren onderlinge kennisuitwisseling en werken samen met ketenpartners aan de doorgaande leer- en ontwikkellijn van 0-18 jaar. a. We continueren vanuit het Onderwijskansenbeleid de volgende doelen:  Kinderen met (dreigende) onderwijsachterstand de kans bieden om deze te verkleinen, c.q. weg te werken. Ouders worden hierbij meer betrokken.  Meer kinderen die hun schoolloopbaan succesvol beginnen en doorlopen; de huidige activiteiten binnen het onderwijskansenbeleid (OKB) worden met de SPUK Jonge Kind uitgebreid.  (Jongere) kinderen die beter voorbereid kunnen beginnen aan hun schoolloopbaan met als uiteindelijk doel hun talenten te ontwikkelen en succesvol te participeren in de maatschappij. b. Samen te werken vanuit de gezamenlijke visie en resultaatafspraken op voor- en vroegschools educatie (VVE).  Het uitvoeringsprogramma Onderwijskansenbeleid20 met de partners in de stad te actualiseren en uit te voeren. Activiteiten die hieruit voortkomen financieren wij vanuit de geoormerkte Rijksbijdrage ‘onderwijsachterstandenbeleid’.

 Ouders bewust maken van en ondersteunen bij hun verantwoordelijkheid tot het stimuleren van leer- en ontwikkelmogelijkheden van hun kinderen. Wij zijn gericht op sociale ontwikkeling, normaliseren, het versterken van (informele) netwerken en eigen kracht.  Samen met het onderwijs te werken aan verbeteringen in de overgangen van kinderopvang naar primair onderwijs, van primair- naar voortgezet onderwijs en van het voortgezet- naar het beroepsonderwijs of de arbeidsmarkt. Dit kan door een warme overdracht en direct het juiste gesprek te voeren. 2. We signaleren zorgen en leerachterstanden vroegtijdig om te voorkomen dat jeugdigen thuis zitten. Er is aandacht voor en interesse in de jeugdige en de ouder, waardoor de jeugdige naar een passende onderwijsplek gaat en tijdig goede ondersteuning/hulp krijgt, zowel binnen als buiten de school. Vroegtijdig signaleren van zorgen, inzet op normaliseren en/of snelle inzet van de juiste hulp zijn hierbij voorwaarden. We werken hieraan door:   

Vroegtijdig een ontwikkelachterstand te signaleren door onderlinge kennisuitwisseling en in samenwerking met partners in het veld. In te zetten op adequate signalering en melding van verzuim in een vroegtijdig stadium bij de leerplichtambtenaar. Signalerings-, handelings- en gespreksvaardigheden van professionals te versterken, meer kennis in de basis en heldere processen en afspraken over de inzet van hulp in de kinderopvang en het onderwijs.

20 Inzet van Thuis in Taal om pedagogisch medewerkers en leraren te helpen partnerschappen aan te gaan met weinig opgeleide, laaggeletterde en/of anderstalige ouders ter ondersteuning van de taalomgeving thuis; Activiteiten die de bibliotheek organiseert, zoals Taalbrigade Kids, de Voorleesexpres en Ouder- kind ochtenden, waar ouders elkaar ontmoeten met hun kinderen en/ of de Nederlandse taal op een laagdrempelige manier kunnen leren; De Zomeracademie; Het Taalfestival.

17

 

De mogelijkheden voor extra ondersteuning van professionals en jeugdigen in de kinderopvang en het regulier onderwijs te vergroten. Samen met het onderwijs toe te werken naar meer inclusief onderwijs, waarbij de integratie van regulier en speciaal onderwijs wordt vergroot en meer jeugdigen regulier onderwijs kunnen volgen. Voortzetten en uitbreiden van de werkzame elementen van de lichte ondersteuning op scholen. Hierbij halen preventieve partners en Geynwijs en school signalen op bij jongeren, bespreken deze onderling, bepalen een koers en/of organiseren meteen een passend aanbod, ook in samenwerking met de jongeren. (Zie ook pijler 1 NPOactiviteiten).

3. We hebben meer aandacht voor de (onderwijs)hulpvraag van jongvolwassenen. Er is meer aandacht voor de veranderende en toegenomen hulpvraag op alle leefgebieden van jongvolwassenen en de juiste ondersteuning voor hen, zodat zij weten waar ze terecht kunnen voor hulp, het onderwijs niet voortijdig verlaten en/of goed voorbereid de arbeidsmarkt op gaan. Dit bereiken we door:  Doorbouwen op de huidige werkwijze van het Jongerenloket Lekstroom, met bijzondere aandacht voor de veranderende en toegenomen hulpvraag van jongvolwassenen, in samenwerking met het beroepsonderwijs en werkgevers.  Het voorkomen van voortijdig schoolverlaters door inzet van het Doorstroompunt, zodat alle jongeren onderwijs afronden naar vermogen en zelfstandig de arbeidsmarkt op kunnen.

2.3 Pijler 3: Toeleiding naar passende ondersteuning Achtergrond Jeugdigen in Nieuwegein worstelen met verschillende problemen, zoals eenzaamheid en psychische klachten. Ze hebben moeite om de draad weer op te pakken als het even tegen zit en raken snel van slag. Voor de gemeente Nieuwegein is een ding zeker: als een jeugdige of gezin hulp/ondersteuning nodig heeft, moet deze beschikbaar zijn. Maar geïndiceerde jeugdhulp is niet altijd het antwoord. Onze stad kent een goed voorliggend veld waarmee we voor de meeste jeugdigen in onze stad voldoende hulp kunnen bieden. Ook kunnen sommige problemen met/binnen het informele netwerk van de jeugdige of gezin worden opgelost. Door meer gebruik te maken van het informele netwerk van de jeugdige/het gezin en het voorliggend veld geven we invulling aan de Hervormingsagenda Jeugd waarin ‘normaliseren’ een groot accent krijgt. Geynwijs houdt altijd oog voor de eigen kracht van het gezin en de hulp uit het eigen netwerk van het gezin. Soms is jeugdhulp nodig om de hulpvraag op te vangen. In die gevallen wordt met casusregie gestuurd op afschalen en tijdige uitstroom zonder het vangnet voor kwetsbaren uit het oog te verliezen. Geynwijs Toekomstbestendig In Nieuwegein helpen de sociaal professionals van Geynwijs (ons sociaal team) de jeugdigen en gezinnen om passende ondersteuning te vinden voor de problemen waar ze mee worstelen.

De sociaal professionals van Geynwijs bieden een luisterend oor om samen met de jeugdige en het gezin de hulpvraag goed in kaart te brengen. Verschillende leefgebieden worden meegenomen in deze gesprekken (o.a. armoede, welzijn)met oog en begrip voor eventuele levenslange en levensbrede beperkingen die spelen bij de jeugdige of in het gezin, bijvoorbeeld een (licht) verstandelijke beperking of autisme. Vervolgens kijken de sociaal professional en de jeugdige/het gezin samen naar de best passende ondersteuning (informele netwerk, voorliggend veld, geïndiceerde jeugdhulp of een combinatie daarvan). Wij verstevigen Geynwijs door de sociaal professionals steeds beter te positioneren in het veld en samen te werken met de partners uit de sociale basis, het voorliggend veld, de WIL, jongerenloket etc. Dit past binnen de wens van het Nieuwegeins jeugd-GGZ netwerk, bestaande uit het voorliggend veld, Geynwijs en jeugd-GGZ aanbieders, om elkaar te ontmoeten en gebruik te maken van elkaars expertise. Ook sluit het aan op de aanbeveling uit het rekenkameronderzoek van 2021 en de Hervormingsagenda Jeugd.

18

Naast de samenwerking met partners in het voorliggend veld en de sociale basis, versterken we ook de samenwerking met de jeugdhulpaanbieders en jeugdbescherming om toe te leiden naar passende hulp. Zo werkt Geynwijs sinds de zomer van 2023 samen met de Voordeur, een groep jeugdhulpaanbieders die meedenkt over passende hulp om uithuisplaatsing van jeugdigen te voorkomen. Verder kan Geynwijs het Regionale Omdenk- en Expertteam Lekstroom (ROEL) inschakelen als zij vastlopen bij het vinden van passende hulp in geval van complexe problematiek, waar niet een enkele jeugdhulpaanbieder de passende hulp kan bieden. Ook sluit Geynwijs indien gewenst aan bij gesprekken met ouders, SAVE en de Raad voor de Kinderbescherming bij afronding van een ondertoezichtstelling om te komen tot een goede overdracht. Geynwijs intensieve begeleiding Sinds 2023 voert Geynwijs de zogenaamde Geynwijs intensieve begeleiding uit. Deze is gericht op het herstellen van de veiligheid in het gezin. Daarin geeft Geynwijs expliciet aandacht aan het betrekken van het informele netwerk van het gezin (familie, vrienden, etc.). De begeleiding is hier gericht op het bespreken van veiligheidsdoelen en hoe die kunnen worden gerealiseerd, zo mogelijk met het informele netwerk.

We zien nu al een forse afname in SAVE-begeleidingen zoals deze via de toeleiding tot nu toe door SAVE (onderdeel van Samen Veilig Midden-Nederland) werden uitgevoerd.

Casusregie Ons uitgangspunt is dat de jeugdige en het gezin zoveel mogelijk eigen regie hebben en daarmee zelfredzaam zijn, blijven of worden gemaakt. Geynwijs laat dan ook zoveel mogelijk regie bij de jeugdige/gezin zelf maar loopt mee bij het opstellen van doelen, het integraal verbinden als meerdere partijen betrokken zijn en het volgen of het benodigde resultaat van de hulp wordt behaald (zie bijlage 3 voor een aantal voorbeelden). Sinds de zomer van 2023 willen we dit in de Lekstroom eenduidiger neerzetten. Deze werkwijze vermindert de administratielasten van onze aanbieders en draagt bij de samenwerking met de jeugdhulpaanbieders en andere verwijzers zoals huisartsen te verbeteren; iedereen weet beter waar die aan toe is en waar ze elkaar voor kunnen gebruiken. Zo wordt in de regio Lekstroom voor elke jeugdige die jeugdhulp ontvangt, een perspectiefplan (in het geval van 16,5 jaar of ouder een toekomstplan) opgesteld. Dit plan bevordert de uitstroom uit de jeugdhulp. Geynwijs heeft voorafgaand aan de inzet van hulp, bij de toeleiding, tijdens en bij afsluiting van het traject altijd oog voor de eigen kracht en het versterken van de basis van jeugdige en gezin.

Dit is veel breder dan alleen de inzet van geïndiceerde hulp en betreft aandacht voor normaliseren, netwerkversterking, inzet van informele ondersteuning, werken aan gezondheid, vrijetijd, aandacht voor wonen, financiën etc. Daarbij gaan we ervan uit dat ieder mens verantwoordelijk is voor zijn of haar leven. Hoogte- en dieptepunten horen daarbij. In de hulp die we bieden aan inwoners met een hulpvraag werken we vanuit het idee dat we aansluiten bij het gewone leven. Niet alles wat anders is of anders verloopt dan gewild, vraagt direct om professionele hulp of ondersteuning. Ook tijdens de (tijdelijke) inzet van geïndiceerde hulp blijven we hieraan werken. Keukentafelgesprek Geynwijs niet altijd nodig? Naast de sociaal professionals van Geynwijs zijn ook andere professionals bevoegd om jeugdigen direct naar jeugdhulp door te verwijzen. Denk bijvoorbeeld aan de huisartsen en de jeugdartsen. Deze verwijzingen worden bij Geynwijs vermeld. Geynwijs kijkt met de verwijzing mee, want een andere verwijzer weet vaak niet of er al ondersteuning is ingezet. Hierdoor vertragen ze de verwijzing niet, want Geynwijs doet de beoordeling van de verwijzer niet opnieuw! Hiermee maakt Geynwijs het makkelijker voor de jeugdige om de benodigde hulp te krijgen. Ook partners in de stad dienen in uitzonderlijke gevallen zo een verzoek in.

Het is maatwerk waarin Geynwijs handelt om de juiste jeugdhulp te bepalen. Beweging

We bouwen actief verder aan een toekomstbestendig Geynwijs zodat 19 dit samen met de jeugdige/het gezin kan toeleiden naar de best passende ondersteuning We normaliseren opvoed- en opgroeiproblemen door steeds te kijken naar de mogelijke

Hoe doen we dat?

1. We versterken de focus in de toegang op het 'samen met ouders en jeugdige’ komen tot een aanpak van/oplossing voor de hulpvraag vanuit de leefwereld en alle levensgebieden van de inwoner.  We blijven tijdens de gesprekken met de jeugdige/het gezin over diens hulpvraag in de toeleiding oog houden voor iemands eigen kracht, hulp uit het eigen netwerk en het benutten van vrij toegankelijke hulp (voorliggend veld).  We hebben aandacht voor de bejegening van jeugdigen/het gezin en zorgen dat zij zich gehoord voelen.  We versterken de rol van de sociaal professionals van afdeling Geynwijs, op: o Het actief samenwerken met het voorliggend veld, o Het sturen op op- en afschalen van (geïndiceerde) jeugdhulp, en o Ruimte om nazorg te geven of een vangnet te organiseren om terugval te voorkomen, na beëindiging van de geïndiceerde jeugdhulp. Het toeleiden naar het voorliggend veld is hier een voorbeeld van.  We vragen de jeugdhulpaanbieder vaker om advies zodat met expertise naar passende ondersteuning wordt toegeleid.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nieuwegein&id=5407cbf7-3251-4e2c-8343-a8efa4359af9