2023-308 Bijlage 7_GRP Nieuwegein 2024-2027
Tekst van het document
2023-308 Bijlage 7 Bijlage 7 bij Nota Kapitaalgoederen 2024-2027
Gemeentelijk Rioleringsplan 2024-2027 de invulling van de zorgplichten voor stedelijk afvalwater, hemelwater en grondwater
Verantwoording
Titel
Gemeentelijk Rioleringsplan 2024-2027
Subtitel
de invulling van de zorgplichten voor stedelijk afvalwater, hemelwater en grondwater
Projectnummer
5101-1643
Referentienummer
NL23-648800269-59382
Revisie
O2
Datum
19-09-2023
Auteur(s)
Renske ter Horst, Carl Geuljans
E-mailadres
renske.terhorst@sweco.nl, carl.geuljans@sweco.nl
Gecontroleerd door
Karst Jan van Esch
Paraaf gecontroleerd
Goedgekeurd door
Elwin Leusink
Paraaf goedgekeurd
2
Inhoudsopgave Verantwoording ................................................................................... 2 Samenvatting ....................................................................................... 5 1.
Inleiding en totstandkoming ........................................................ 7
1.1 Doel van dit GRP .................................................................................................... 7 1.2 De zorgplichten ...................................................................................................... 7 1.3 Raakvlakken .......................................................................................................... 8 1.4 Communicatie en samenwerking ............................................................................... 8 1.5 Leeswijzer ............................................................................................................. 9
2.
Hoe dragen we bij aan de doelen uit de Omgevingsvisie? ........... 11
2.1 Koppeling aan Omgevingsvisie ................................................................................ 11
3.
Wat willen we? ........................................................................... 12
3.1 Beleid stedelijk afvalwater ..................................................................................... 12 3.2 Beleid afvloeiend hemelwater ................................................................................. 12 3.3 Beleid grondwater ................................................................................................. 15 3.4 Beleid oppervlaktewater ........................................................................................ 16 3.5 Samenwerken ...................................................................................................... 17 3.6 Communicatie en Participatie.................................................................................. 17
4.
Wie doet wat? ............................................................................ 19
4.1 Wat doet de gemeente? ......................................................................................... 19 4.2 Wat verwachten wij van onze inwoners en bedrijven? ................................................ 19 4.3 Wat mogen inwoners en bedrijven van ons verwachten? ............................................ 20 4.4 Zorgplicht lozers (inwoners en bedrijven) ................................................................. 20 4.5 Vergunningen en verordeningen.............................................................................. 21
5. Evaluatie van planperiode 2019-2023 ............................................. 23 6. Wat hebben we? ............................................................................. 27 6.1 De basisgegevens van onze riolering ....................................................................... 27 6.2 DoFeMaMe ........................................................................................................... 29 6.3 Huidige situatie: Stedelijk afvalwater ....................................................................... 29 6.4 Huidige situatie: Hemelwater .................................................................................. 30 6.5 Huidige situatie: Grondwater .................................................................................. 31 6.6 Samenwerken ...................................................................................................... 33 6.7 Participatie .......................................................................................................... 33
7. Wat gaan we doen? ........................................................................ 35 7.1
Stedelijk afvalwater en hemelwater ..................................................................... 35
7.2 Grondwater .......................................................................................................... 39 7.3 Oppervlaktewater ................................................................................................. 41 7.4 Nieuwbouw .......................................................................................................... 41 7.5 Samenwerken ...................................................................................................... 42 3
7.6
Participatie ...................................................................................................... 42
7.7 Overzicht onderzoeken en maatregelen .................................................................... 43 8.1 Personeel en organisatie ........................................................................................ 44 8.4 Kosten ................................................................................................................ 44 8.5 Kostendekking ...................................................................................................... 45
Bijlage 1 afkortingen en definities ...................................................... 47 Bijlage 2 Dofemame ........................................................................... 53 Bijlage 3 Externe overstorten gemengd stelsel ................................... 57 Bijlage 4 kostendekkingberekening .................................................... 58 Bijlage 5 Projectenkaart ..................................................................... 59
4
Samenvatting Waarom een Gemeentelijk Rioleringsplan? (hoofdstuk 1) Goede riolering is nodig voor de bescherming van de volksgezondheid, het milieu en het handhaven van de kwaliteit van de openbare ruimte. Ook willen we genoeg, niet teveel, schoon en veilig water in onze gemeente hebben. Deze doelen hebben gevolgen voor de leefomgeving en alle andere vakgebieden die in de leefomgeving werken. Als gemeente hebben we de wettelijke taak om voor de riolering en het stedelijk water te zorgen: we hebben de zorgplicht voor stedelijk afvalwater, voor afvloeiend hemelwater en voor grondwatermaatregelen. Dit GRP geeft aan hoe wij deze gemeentelijke watertaken uitvoeren. Hierbij is er een nauwe relatie met de taken van het waterschap (Hoogheemraadschap de Stichtse Rijnlanden): zuivering van afvalwater, waterkwaliteits- en kwantiteitsbeheer. Ook klimaatadaptatie valt deels onder deze watertaken. We zorgen ervoor dat onze leefomgeving beter bestand is tegen een veranderend klimaat met meer hevige neerslag, langere periodes van droogte en intensere hittegolven. Hoe dragen we bij aan de doelen uit de omgevingsvisie? (hoofdstuk 2) We sluiten aan bij de speerpunten van de omgevingsvisie: Verbonden met de stad, verbonden met elkaar (1), fijne en groene stad met een levendig centrum (2), een toekomstbestendige stad voor jong en oud (3), een bedrijvige stad in een sterke regio (4).
Gemeente Nieuwegein werkt aan een groene en gezonde leefomgeving waar water een belangrijke toevoeging is. Zowel voor de aantrekkelijkheid van de omgeving als voor de kansen die groenblauwe structuren bieden voor plant en dier. Het is daarom van belang dat het water in de gemeente van goede kwaliteit is, daarom is het streefbeeld schoon, helder en zichtbaar water. Het groen en blauw in de stad draagt ook bij aan de klimaatbestendigheid. Om piekbuien op te kunnen vangen is het belangrijk dat er extra waterberging wordt toegevoegd en het stedelijk afvalwater en hemelwater verder worden ontvlecht. Een groot deel van de neerslag van een korte hevige bui wordt lokaal opgevangen en gedeeltelijk geïnfiltreerd in de bodem. Wat willen we bereiken? (hoofdstuk 3) Stedelijk afvalwater (vuil water) zamelen we in en transporteren we naar de rioolwaterzuiveringsinrichting (RWZI). We streven naar een waterrobuust systeem, waarbij we zoveel mogelijk hemelwater kunnen verwerken in de openbare ruimte zonder dat er wateroverlast ontstaat in woningen en bedrijven. We willen zo min mogelijk schoon water naar de rioolwaterzuiveringsinrichting verplaatsen. Daarvoor is afkoppelen en infiltreren een belangrijk middel. Met het Meerjarenplan Waterkwaliteit Nieuwegein gaan we de waterkwaliteit structureel verbeteren. Nieuwbouw moet voldoen aan nieuwe eisen om meer hemelwater te kunnen verwerken.
De waterberging moet deels in de openbare ruimte en deels op het terrein van bewoners en bedrijven worden gerealiseerd. In de uitvoering werken we zo veel mogelijk integraal, samen met de andere vakdisciplines binnen de gemeente. We volgen de ontwikkelingen om de (afval)waterketen te verduurzamen. We zetten de samenwerking voort met het hoogheemraadschap en het regionale netwerk Water en Klimaat. Wie doet wat? (hoofdstuk 4) Andere overheden en burgers hebben allen eigen verantwoordelijkheden voor het omgaan met water en riolering. We verwachten dat onze inwoners het riool verstandig gebruiken.
5
Evaluatie van planperiode 2019-2023 (hoofdstuk 5) Het vorige Gemeentelijk Rioleringsplan (2019-2023) was belangrijk voor riolering en stedelijk water in Nieuwegein. Het was een leidraad voor ons handelen op het gebied van riolering en stedelijk water. Het beleid voor stedelijk afvalwater, hemelwater en grondwater was duidelijk beschreven waardoor het goede handvaten bood voor het beheer van de objecten en het uitvoeren van de projecten. We hebben de meeste van de voorgenomen onderzoeken en maatregelen uitgevoerd. Een aantal werkzaamheden is door voortschrijdend inzicht anders uitgevoerd dan van t evoren bedacht. Er zijn ook veel extra projecten uitgevoerd die van tevoren niet op de planning stonden. Wat hebben we nu? (hoofdstuk 6) We hebben in Nieuwegein een uitgebreid rioolstelsel dat bestaat uit 551 km vrijvervalriolering, 32 km pers- en drukleiding, bijna 160 grote en kleine gemalen, 17 overstorten en 27.000 straat- en trottoirkolken. Ons rioolstelsel functioneert over het algemeen goed. We hebben door het uitvoeren van de klimaatstresstest inzicht gekregen in de locaties die gevoelig zijn voor wateroverlast. Ook in de praktijk is een beperkt aantal overlastlocaties bekend. Er zijn weinig klachten over grondwater.
Wat gaan we doen in de komende planperiode? (hoofdstuk 7) We gaan de komende planperiode onderzoek en maatregelen uitvoeren om kennis en inzicht te vergroten, ons rioolstelsel te onderhouden, uit te breiden, en oude riolering te vervangen of te relinen. We onderzoeken de toestand van onze riolen en gemalen. We reinigen en inspecteren alle onderdelen van het stelsel periodiek of waar mogelijk risicogestuurd. We maken berekeningen om te kijken waar er wateroverlast zou kunnen ontstaan als het hard regent. We kunnen dan gericht maatregelen nemen om dat te voorkomen. We vervangen en verbeteren riolering die niet meer aan de eisen voldoet, bijvoorbeeld in Doorslag Noord, het stamriool en in het Stadscentrum. Het uitgangspunt voor ons is om alles klimaatadaptief in te richten. We gaan nieuwbouw en herontwikkelingen toetsen aan de nieuwe eisen uit Afspraken Klimaatadaptief Bouwen provincie Utrecht. Wat hebben we hiervoor nodig? (hoofdstuk 8) Om onze ambities waar te kunnen maken en om alle onze geplande werkzaamheden uit te voeren is een minimale personele bezetting benodigd. Mensen die het werk doen. De huidige bezetting is 10 fte (binnen- en buitendienst). De personele capaciteit in de binnendienst is te krap, er is 1 fte uitvoerend beheerder extra nodig om alle taken goed uit te kunnen voeren. Ook is er voldoende geld nodig om onderzoek en maatregelen uit te kunnen voeren.
De gemeentelijke riolering vertegenwoordigt een waarde van ruim € 380 miljoen euro. Dat is een groot kapitaal waar we goed mee om moeten gaan. Om alle kosten te dekken heffen we een rioolheffing. Deze bestaat uit een eigenarendeel (kosten voor de eigenaar van het perceel met de rioolaansluiting) en een gebruikersdeel (kosten voor de gebruiker van de rioolaansluiting op basis van waterverbruik). Een gemiddeld gezin betaalt in 2023 € 185,96 aan rioolheffing. Voor de planperiode 2024 t/m 2027 moet de rioolheffing minstens meestijgen met de jaarlijkse inflatie, daarnaast is op basis van de verwachte uitgaven is een tariefstijging van 8,2% voor 2024 nodig. Daarna is naar verwachting een gemiddelde jaarlijkse verhoging van 2-3% (exclusief inflatiecorrectie) nodig om de kosten te dekken.
6
1.
Inleiding en totstandkoming
Dit Gemeentelijk rioleringsplan (GRP) 2024-2027 geeft aan hoe we als gemeente invulling geven aan de zorgplichten van de gemeente voor stedelijk afvalwater, hemelwater en grondwater. Daarmee dragen we bij aan een duurzame waterketen. Dit GRP is de opvolger van GRP 2019-2023. We actualiseren het beleid en bepalen welke investeringen nodig zijn om onze zorgplichten goed uit te blijven voeren.
1.1 Doel van dit GRP Goedwerkende riolering is nodig voor: -
Het beschermen van de volksgezondheid; Het beschermen van het milieu; Het handhaven van de kwaliteit van de openbare ruimte.
Dit GRP geeft aan hoe we bovenstaande doelen bereiken in Nieuwegein. Ons (afval)watersysteem beschermt de volksgezondheid en het milieu door het vuile water af te voeren naar de zuivering. Ook verwerkt het systeem hemelwater om wateroverlast zoveel mogelijk te voorkomen, maar ook genoeg hemelwater vast te houden voor de functies die hiervan afhankelijk zijn. Ook willen we een zo natuurlijk mogelijk grondwaterniveau zonder grondwateroverlast of -onderlast. Het water- en rioolsysteem is daarmee een belangrijk onderdeel van de leefomgeving, waarmee er een directe relatie ligt met andere vakgebieden in de bovengrondse en ondergrondse openbare ruimte.
Figuur 1 De waterketen
1.2 De zorgplichten In dit GRP geven we aan hoe we onze wettelijke zorgplichten invullen: Stedelijk afvalwater
Op grond van de Wet milieubeheer artikel 10.33 (straks Omgevingswet artikel 2.16 lid 1a-3) is elke gemeente verantwoordelijk voor de inzameling en het transport van stedelijk afvalwater dat vrijkomt bij de in de gemeente gelegen percelen. Alle percelen binnen de bebouwde kom zijn daarom aangesloten op (vrijverval)riolering. Buiten de bebouwde kom zijn alle percelen aangesloten op vrijvervalriolering, mechanische riolering, IBA of een geoorloofd alternatief. Het waterschap heeft op grond van artikel 2.4 uit de Waterwet de verplichting om het afvalwater te zuiveren (of te laten zuiveren door een andere partij).
Hemelwater
Vanuit de Waterwet artikel 3.5 (straks Omgevingswet artikel 2.16 lid 1-a1) zijn gemeenten verplicht om zorg te dragen voor een doelmatige inzameling en verwerking van afvloeiend hemelwater, maar alleen als degene die zich ervan wil ontdoen niet redelijkerwijs het water zelf kan verwerken op het eigen perceel, door het in de bodem of in het oppervlaktewater te brengen.
7
Grondwater
In de Waterwet, artikel 3.6 (straks Omgevingswet artikel 2.16 lid 1a2), is bepaald dat de gemeente de zorg heeft om structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken. Dit doet de gemeente door maatregelen te treffen in het openbaar gemeentelijke gebied voor zover deze doelmatig zijn en niet tot de zorg van de (grondwater)beheerder of de provincie behoort.
Drinkwater
Zorg voor een duurzame veiligstelling van de openbare drinkwatervoorziening (samen met provincie en waterschap, Drinkwaterwet, artikel 2).
Binnen de (brede) rioleringszorg kennen we de volgende doelen, gekoppeld aan de wettelijke zorgplichten: 1. 2. 3. 4. 5.
Zorgen voor inzameling van stedelijk afvalwater. Zorgen voor transport van stedelijk afvalwater. Zorgen voor inzameling van hemelwater (voor zover niet door de particulier). Zorgen voor verwerking van ingezameld hemelwater. Zorgen dat (voor zover mogelijk) het grondwater de bestemming van een gebied niet structureel belemmert.
1.3 Raakvlakken We werken dagelijks aan een duurzame, veilige en gezonde stad. Om dat voor elkaar te krijgen werken we thema- en afdelingsoverstijgend met elkaar samen. Ook bij het maken van dit GRP: Bij het opstellen van dit GRP houden we rekening met de opgave vanuit andere vakgebieden zoals openbare ruimte, wegen, groen, circulariteit en energietransitie. Bij het plannen van werkzaamheden kijken we naar de planningen vanuit programma’s en beheerplannen van andere vakgebieden. We identificeren meekoppelkansen om tegelijk op bepaalde plekken aan de slag te gaan, zo verminderen we overlast en besparen we kosten. Ook leggen we vervangingsplanningen voor de lange termijn naast elkaar om wijkgerichte strategieën op te stellen. Klimaatadaptatie is een belangrijke opgave voor de komende tijd. Klimaatadaptatie is het aanpassen van de leefomgeving, zodat we beter voorbereid zijn op een veranderend klimaat met extreme neerslag, meer en intensere hittegolven en langere periodes van droogte. Klimaatadaptatie is een onderwerp dat nauw samenhangt met water en riolering. In Nieuwegein hebben we ervoor gekozen om klimaatadaptatie als apart onderwerp op te pakken. Dit betekent dat klimaatadaptatiebeleid in een apart programma wordt opgenomen en klimaatadaptatieprojecten niet uit de rioolheffing worden bekostigd.
In dit gemeentelijk rioleringsplan verwijzen we naar het klimaatadapatiebeleid waar dat een duidelijke link of overlap heeft met het beleid voor water en riolering.
1.4 Communicatie en samenwerking In de totstandkoming van dit GRP hebben we samengewerkt met Hoogheemraadschap de Stichtse Rijnlanden en ingenieursadviesbureau Sweco. Afstemming tussen verschillende disciplines binnen de gemeente wordt met de komst van de Omgevingswet (per 1 januari 2024) alleen maar belangrijker. Integraal werken is het uitgangspunt en daarvoor zijn participatie en afstemming nodig (zie paragraaf 3.6).
8
1.5 Leeswijzer In de figuur hieronder staat de opbouw van dit GRP. Dit GRP bevat de uitwerking van de omgevingsvisie op het gebied van onze watertaken. In de omgevingsvisie is het beleid op hoofdlijnen aangegeven, in dit GRP is het verder uitgewerkt.
Algemeen
H1: Inleiding en totstandkoming
H2: Hoe dragen we bij aan de doelen van de omgevingsvisie Visie H3: Wat willen we
Plan
H4: Wie doet wat
H5: Evaluatie
H6: Wat hebben we nu Uitvoering H7: Wat gaan we doen H8: Welke middelen hebben we nodig
In de bijlage hebben we achtergrondinformatie toegevoegd, die ondersteunend is aan dit GRP. In bijlage 1 zijn alle afkortingen en termen met definities opgenomen, in bijlage 2 worden de doelen, functionele eisen, maatstaven en meetmethoden toegelicht, in bijlage 3 is een overzicht van de overstorten opgenomen en in bijlage 4 de kostendekkingsberekening.
9
Visie
Visie De Visie geeft aan hoe we aanhaken op de gemeentebrede Omgevingsvisie en omschrijft waar we vanuit water en riolering heen willen.
10
2.
Hoe dragen we bij aan de doelen uit de Omgevingsvisie?
Dit hoofdstuk geeft aan hoe we aanhaken op de Nieuwegeinse Omgevingsvisie. Dit GRP bevat de uitwerking van de doelen uit de omgevingsvisie. De speerpunten van de Omgevingsvisie zijn: 1. 2. 3. 4.
Verbonden met de stad, verbonden met elkaar Fijne en groene stad met een levendig centrum Een toekomstbestendige stad voor jong en oud Een bedrijvige stad in een sterke regio
2.1 Koppeling aan Omgevingsvisie De speerpunten zijn uitgewerkt in ambities en keuzes. In deze keuzes zijn al richtinggevende uitspraken gedaan over hoe we in Nieuwegein omgaan met water (zie ook Omgevingsvisie1 pg 46 en pg 55): Gemeente Nieuwegein werkt aan een groene en gezonde leefomgeving waar water een belangrijke toevoeging is. Zowel voor de aantrekkelijkheid van de omgeving als voor de kansen die groenblauwe structuren bieden voor plant en dier. Het is daarom belangrijk dat het water in de gemeente van goede kwaliteit is, daarom is het streefbeeld schoon, helder en zichtbaar water. Het groen en blauw in de stad draagt ook bij aan de klimaatbestendigheid. Ambitie Stedelijk water is belangrijk voor onze leefomgeving. We willen aantrekkelijk water met voldoende ruimte voor plant en dier. Schoon water is goed voor de natuur en plezierig voor inwoners. De gemeente Nieuwegein ziet de waterkwaliteit in het stedelijk gebied als een gezamenlijke verantwoordelijkheid van gemeente en waterschap en is bereid hierin gezamenlijk te investeren. Thema’s zoals medicijnresten, (micro)plastics, hormoonverstorende stoffen en exoten in het water pakken we op in regionaal verband. Keuze •
•
Bij de (her)inrichting van de openbare ruimte is het uitgangspunt om kwalitatief en effectief stedelijk groen te realiseren en/of toe te voegen dat bijdraagt aan klimaatadaptatie en aan de biodiversiteit en dat bestand is tegen uiteenlopende klimatologische omstandigheden Op het gebied van waterkwaliteit streeft de gemeente naar schoon, helder en zichtbaar water. Daarnaast streeft de gemeente naar water met voldoende biodiversiteit en beleving.
Ambitie In de klimaatbestendige stad wordt het regenwater zoveel mogelijk op een natuurlijke manier verwerkt. Een groot deel van de neerslag van een korte hevige bui wordt lokaal opgevangen en gedeeltelijk geïnfiltreerd in de bodem. Waar mogelijk zijn verhardingen waterpasserend of vervangen we niet-functionele verharding door groen en/of oppervlaktewater. Hierbij willen we grondwateroverlast als gevolg van hemelwaterinfiltratie voorkomen. Op deze manier wordt niet alleen wateroverlast tegengegaan, maar ook de gevolgen van droogte. Keuze •
Voor de opvang van piekbuien realiseert de gemeente extra waterberging en verdere ontvlechting van afvalwater- en hemelwatersystemen.
1 https://www.nieuwegein.nl/wonen-en-leefomgeving/omgevingswet/omgevingsvisie
11
3.
Wat willen we?
Dit hoofdstuk beschrijft de Nieuwegeinse visie voor omgang met stedelijk afvalwater, afvloeiend hemelwater en grondwater.
3.1 Beleid stedelijk afvalwater Stedelijk afvalwater is huishoudelijk afvalwater of een mengsel van huishoudelijk afvalwater met bedrijfsafvalwater, afvloeiend hemelwater, grondwater of ander afvalwater.
Inzameling en transport Wij zamelen het stedelijke afvalwater in en transporteren het naar een plek waar het vuile water schoon gemaakt kan worden. Dit is bijvoorbeeld de rioolwaterzuiveringsinrichting (RWZI), die in beheer is bij het Hoogheemraadschap de Stichtse Rijnlanden. Soms is een decentrale zuivering of een kleine lokale zuiveringsinstallatie (IBA) de beste oplossing. Om te voorkomen dat onze inwoners in aanraking kunnen komen met vuil water bij hevige regen, zijn er riooloverstorten aangelegd. Via riooloverstorten lozen we het teveel aan water op oppervlaktewater als de capaciteit van het riool niet meer voldoende is. Dit heeft negatieve gevolgen voor de oppervlaktewaterkwaliteit, maar voorkomt dat rioolwater op de weg of in gebouwen komt te staan. Om de milieuschade als gevolg van overstorten te verminderen, baggeren we regelmatig onze watergangen. Ook bespreken we met Hoogheemraadschap de Stichtse Rijnlanden of er actie moet worden ondernomen als overstortingen plaatsvinden bij bepaalde overstorten (waar dit nodig is, is aangegeven in bijlage 3). In bestaande stelsels willen we met inspecties foutaansluitingen opsporen en aanpakken.
Nieuwbouw Bij nieuwbouw zamelen we huishoudelijk of bedrijfsafvalwater en afvloeiend hemelwater gescheiden in, daarom moet het gescheiden worden aangeleverd aan de perceelgrens. Het vuile water moet gezuiverd worden voor het terug in het milieu wordt gebracht. Dit kan door de nieuwbouw aan te sluiten op het riool, een individuele zuiveringsinstallatie of een decentrale zuivering. De effecten op het milieu en de kosten zijn bepalend voor de afweging wat het beste is. Bij het aansluiten op riolering hebben we extra aandacht voor het voorkomen van foutaansluitingen. Zo voorkomen dat oppervlaktewater direct wordt bevuild door ongezuiverd huishoudelijk afvalwater.
3.2 Beleid afvloeiend hemelwater Hemelwater is relatief schoon water. We hebben de verplichting om afvloeiend hemelwater in te zamelen en te verwerken, zolang een perceeleigenaar dat redelijkerwijs niet zelf kan (zorgplicht hemelwater).
Vasthouden-bergen-afvoeren We willen hemelwater dat valt zoveel mogelijk vasthouden en lokaal infiltreren. We volgen de trits vasthouden-bergen-afvoeren. Soms is lokaal infiltreren niet mogelijk vanwege een slecht doorlatende ondergrond. Dan bergen we het hemelwater tijdelijk op een plek waar het niet tot overlast of schade leidt om het daarna vertraagd af te voeren. Pas als dat niet mogelijk is voeren we het hemelwater direct af. Buiten de bebouwde kom verwachten we dat particulieren zelf het hemelwater verwerken dat op hun eigen perceel valt. Hier is voldoende ruimte om hemelwater op eigen perceel te infiltreren in 12
de bodem of te lozen op een nabijgelegen oppervlaktewater. Het is niet toegestaan om hemelwater aan te sluiten op de in het buitengebied aanwezige drukriolering.
Schoonhouden-scheiden-zuiveren Schoon hemelwater houden we schoon. We zamelen het hemelwater zoveel mogelijk gescheiden van huishoudelijk- of bedrijfsafvalwater in en brengen het naar oppervlaktewater of bergingsvoorzieningen. Hemelwater koppelen we zoveel mogelijk af van bestaande gemengde stelsels. Het afkoppelen zorgt voor een mindere belasting op het gemeentelijke rioolstelsel. Ook vermindert het de overstortfrequentie en de overstorthoeveelheden, wat ten goede komt aan de waterkwaliteit. Daarnaast verhoogt afkoppelen het rendement van de RWZI. Wanneer het niet mogelijk is om hemelwater af te koppelen en gescheiden van het vuile water in te zamelen, voeren we het samen met het vuile water af naar de RWZI. Om hemelwater schoon te houden proberen we verontreiniging van het water te voorkomen. Dit doen we door zo min mogelijk uitlogende materialen toe te passen (zoals lood en zink). En bij afstroming van hemelwater van sterk verontreinigde oppervlakken treffen we waar nodig maatregelen, voordat we het infiltreren of lozen op een oppervlaktewater, om een negatief effect op de waterkwaliteit te voorkomen. Als dit niet haalbaar is, dan voeren we het af naar de RWZI. Voor het direct lozen van hemelwater op oppervlaktewater hanteren we het Beslisschema Directe Afvoer Regenwater op open water uit het Regionaal Afvalwaterketenbeleid:
Figuur 2 Beslisschema Directe Afvoer Regenwater op open water (RAB, 2015)
Nieuwbouw Nieuwbouw en herontwikkelingen moeten aan nieuwe eisen voldoen om zoveel mogelijk hemelwater lokaal te verwerken. Voor nieuwbouwplannen moet een waterparagraaf worden opgesteld (deze wordt getoetst in de watertoets). Hierin moet worden toegelicht hoe het hemelwater op eigen perceel of binnen het plangebied wordt verwerkt. Als dat niet kan, moet worden aangegeven wat er gebeurt om het hemelwater goed te verwerken. In het Omgevingsprogramma Duurzaam Bouwen zijn ook eisen voor hemelwaterberging opgenomen voor nieuwbouw. Deze sluiten aan bij het provinciale convenant duurzaam bouwen
13
Utrecht (zie paragraaf 7.4). Gemeente Nieuwegein heeft dit convenant ondertekend en houdt zich aan de daarin vastgelegde afspraken.
Klimaatadaptief inrichten We willen de openbare ruimte zo klimaatadaptief mogelijk inrichten, om overlast en (ernstige) hinder zoveel mogelijk te beperken. Wat we hieronder verstaan is vastgelegd in het regionale afvalwaterketenbeleid en samengevat in onderstaand schema.
Figuur 3 Hinder, ernstige hinder en overlast
Ernst • •
•
Hinder: Kortdurend (< 2 uur) water op staat, geen materiële schade en een beperking voor verkeer in woonstraten/bedrijventerreinen. Ernstige hinder: Forse hoeveelheden ‘water op straat’ (>2 uur), opdrijvende putdeksels, geen materiële schade. Ernstige beperking voor verkeer in woonstraten/bedrijventerreinen. Beperking voor verkeer op hoofdverkeerroutes, winkelstraten, stadscentra en bij publieke diensten. Overlast: Water in woningen of winkels, materiële schade en een ernstige beperking van het verkeer op hoofdverkeerroutes, winkelstraten, stadscentra en bij publieke diensten.
Omvang • • •
Beperkt: Slecht enkele panden en/of minder dan ca. 10 personen zijn betrokken. Redelijk: Een hele straat en/of tussen de 10 en 100 personen zijn betrokken. Groot: Meerdere straten en/of meer dan 100 personen zijn betrokken.
Waar mogelijk gaan we voor bovengrondse berging van overtollig hemelwater (bijvoorbeeld op straat of in openbaar groen). Daar waar water niet over het maaiveld kan afstromen naar een plek waar het geen overlast geeft, wordt een ondergrondse oplossing gezocht die de kans op wateroverlast verkleint (bijvoorbeeld het aanleggen van een bergingsvoorziening). Per locatie kijken we wat mogelijk is, waarbij het streven is om tegen beperkte kosten zoveel mogelijk hemelwater te kunnen verwerken. Hierbij accepteren we dat straten en openbaar groen soms onder water kunnen staan, als dat geen grote problemen geeft. Soms is dit ‘opzettelijk’, omdat we de openbare ruimte zo ontwerpen. Soms is dit het gevolg van eerdere ontwerpkeuzes en accepteren we het voorlopig. Er zijn vele mogelijkheden van klimaatadaptief inrichten. Enkele voorbeelden hiervan staan in Figuur 3-3. Bij veel voorzieningen hoort een andere vorm van onderhoud, daarom wordt goed vastgelegd waar ze liggen en wordt per voorziening een onderhoudsplan gemaakt. De eisen voor klimaatadaptieve inrichtingen worden vastgelegd in de Leidraad Inrichting Openbare Ruimte (LIOR). Daarnaast staan er eisen in het Omgevingsprogramma Duurzaam Bouwen, en het Omgevingsplan. Lokaal zijn er voor een aantal gebieden ook beleidsstukken met aanvullende eisen zoals voor de gebiedsontwikkelingen City en Rijnhuizen.
We sluiten aan bij de afspraken in het convenant duurzaam bouwen Utrecht.
14
Figuur 4 Voorbeelden klimaatadaptieve inrichting. Boven: aanleg waterberging Rijtuigenbuurt. Onder: verlaagde stoeprand voor afstroming van verharding naar groen.
3.3 Beleid grondwater Grondwater is al het water dat zich in de bodem bevindt. Het grondwater wordt gevoed met hemelwater en vanuit het oppervlaktewater. In dit plan hebben we het over het ondiepe grondwater in het stedelijk gebied. Grondwater is lokaal lastig te beïnvloeden, maar kan grote invloed hebben op de functie van een locatie.
Grondwater over- en onderlast Wij hebben de zorgplicht om onder voorwaarden maatregelen tegen structurele grondwateroverlast te treffen, mits dat doelmatig kan. Onze taken liggen voornamelijk in de openbare ruimte en bij coördinatie en onderzoek. De aanpak van grondwateroverlast is een samenspel van de grondeigenaar, gemeente, waterschap en provincie. Net als bij de hemelwaterzorgplicht is op particulier terrein primair de eigenaar verantwoordelijk voor het treffen van maatregelen tegen grondwateroverlast, voor zover deze problemen niet aantoonbaar worden veroorzaakt door onrechtmatig handelen of nalaten van de buurt (overheid of particulier).
15
In bestaand bebouwd gebied willen we duidelijkheid geven aan bewoners die grondwateroverlast ervaren. Dit doen we door in eerste instantie te kijken of wij als gemeente een rol hebben bij het oplossen van de grondwateroverlast. Als we tot de conclusie komen dat we als gemeente maatregelen moeten treffen, dan bekijken we de mogelijkheden voor een actieve sturing van de grondwaterstanden. We behouden dan een redelijk stabiele grondwaterstand, door grondwater af te voeren als het te hoog staat en toe te voegen als het te laag staat. Hiermee wordt het natuurlijke grondwatersysteem sterk beïnvloed, daarom doen we dit alleen als dit doelmatig is. Als dit geen optie is, dan bieden wij enkel een mogelijkheid aan om grondwater af te voeren. In hoofdstuk 7 hebben we de kaders uitgewerkt waar we in Nieuwegein aan willen voldoen.
Nieuwbouw In nieuw te ontwikkelen gebieden willen we voorkomen dat er structureel nadelige gevolgen door te hoge of te lage grondwaterstanden optreden. Om dit te bereiken geven we grondwater een volwaardige plaats bij onze afwegingen over de inrichting of herstructurering van een gebied. In de Watertoets geven we hier aandacht aan.
Beschermen van drinkwaterbronnen We beschermen de kwaliteit van onze drinkwaterbronnen. Een verontreiniging van het grondwater kan problemen geven voor de kwaliteit van het drinkwater. Rondom drinkwaterwinningen zijn we daarom extra waakzaam op een goede grond- en oppervlaktewaterkwaliteit.
3.4 Beleid oppervlaktewater Het oppervlaktewater in onze gemeente is onderdeel van het hemelwaterstelsel. Het bergt (tijdelijk) water en voert het teveel aan water af uit de bebouwde omgeving. Daarnaast is het een belangrijk onderdeel van de openbare ruimte die bijdraagt aan een prettige leefomgeving. Het oppervlaktewater is van belang voor het openbaar groen en kan helpen tegen droogteproblematiek in de zomer.
Onderdeel van het hemelwaterstelsel Het oppervlaktewater is onderdeel van ons hemelwaterstelsel en moet dus voldoende bergings en afvoercapaciteit hebben. Het oppervlaktewater in Nieuwegein wordt beheerd door de gemeente, Rijkswaterstaat en het hoogheemraadschap.
Waterkwaliteit We willen de negatieve invloed van de riolering op de waterkwaliteit minimaliseren. De Kader Richtlijn Water (KRW) stelt verplichtingen aan beheerders van oppervlaktewateren om de waterkwaliteit te waarborgen van zowel de grote (KRW) wateren als de kleinere stadswateren (overig water). Onder de KRW is verslechtering van de waterkwaliteit niet toegestaan. Wij hebben hier als gemeente ook een taak in. Voor een goede waterkwaliteit binnen onze gemeenten, werken we samen met het hoogheemraadschap en bepalen per oppervlaktewater wat er nodig is om dit te bereiken. Bij de kostenverdeling kijken we naar de veroorzaker om te bepalen wie welk deel van de kosten moet dragen.
Figuur 5 Oppervlaktewater
16
In 2023 is het Meerjarenplan Waterkwaliteit Nieuwegein vastgesteld. Hiermee gaan we samen met het hoogheemraadschap aan de slag aan een gebiedsgerichte verbetering van de waterkwaliteit. Belangrijk onderdelen in dit plan zijn de aanpak van watergangen waar knelpunten worden ervaren (zoals blauwalg, botulisme en kroosvorming) en de aanpak van watergangen met een hogere ambitie vanwege de potentie. Dit sluit ook aan bij Beleidskeuze 2B7 uit de Omgevingsvisie: Op het gebied van waterkwaliteit streeft de gemeente naar schoon, helder en zichtbaar water. Daarnaast streeft de gemeente naar water met voldoende biodiversiteit en beleving.
3.5 Samenwerken We werken samen in de waterketen met andere vakgebieden in de gemeente. Dit doen we om het volgende te bereiken: • • •
Kennisoverdracht: door samen na te denken en ideeën uit te wisselen vergroten we de denkkracht en nemen we elkaars sterke punten over. Kostenbesparing: door kennisoverdracht maken we betere keuzes. Kwaliteit: door samen te werken krijgen we meer uniformiteit en vergelijkbaarheid, waardoor we zien waar de kwaliteit kan worden verhoogd.
We werken samen met het Waterschap en binnen het Netwerk Water en Klimaat aan de (afval)waterketen. Binnen het netwerk stemmen we plannen, ambities en werkzaamheden af. Water en riolering ligt in de openbare ruimte en raakt daarom aan veel vakgebieden. We werken samen met andere vakdisciplines zoals groen, wegen, verkeer, ruimtelijke ontwikkeling en energie. Samen geven we vorm aan de leefomgeving.
3.6 Communicatie en Participatie Ook onze burgers en bedrijven hebben een verantwoordelijkheid in een goede omgang met water. Als gemeente zijn we aanspreekpunt voor vragen en meldingen op het gebied van water en riolering. Daarnaast informeren we inwoners over de (afval)waterketen en stimuleren inwoners waar zij zelf kunnen bijdragen aan een goed werkende (afval)waterketen die bijdraagt aan een fijne leefomgeving. Bij de uitvoering van projecten betrekken we omwonenden en gebruikers die een rol spelen in het project. Per project maken we een afweging over de passende betrokkenheid. Hoe meer men beïnvloed wordt door het project, hoe groter de betrokkenheid.
17
Plan Het plan beschrijft de verantwoordelijkheden en de bevat de aanzet van wat we gaan opnemen in het omgevingsplan
18
4.
Wie doet wat?
4.1 Wat doet de gemeente? Als gemeente zijn we verantwoordelijk voor een goede invulling van onze gemeentelijke watertaken. En omdat riolering niet op zichzelf staat, maar onderdeel is van onze gemeentelijke infrastructuur, stemmen we ons beleid af met andere overheden. Zoals in de Wet milieubeheer is aangegeven, is dat in ieder geval de beheerder van de zuiveringen waarop we het door ons ingezamelde (afval)water lozen, voor onze gemeente is dat Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden.
Figuur 6 verantwoordelijkheden in de waterketen (overzicht op hoofdlijnen)
4.2 Wat verwachten wij van onze inwoners en bedrijven? Wij kunnen als gemeente veel regelen en sturen in het functioneren van de riolering, maar kunnen niet alles zelf uitvoeren. Onze inwoners en bedrijven hebben ook een belangrijke invloed op het functioneren van het water en rioleringssysteem. Wij willen dat onze inwoners helpen bij het goed laten functioneren van de riolering. Daarom spreken we ook in dit GRP een aantal verwachtingen uit. Wij verwachten: 1. Dat inwoners en bedrijven het riool, de IBA’s en septic tanks verstandig gebruiken (o.a. geen doekjes, verfresten, medicijnresten, zwerfafval of vet door het riool spoelen) ; 2. Dat rioolaansluitingen zorgvuldig worden aangelegd en onderhouden (o.a. aansluiten op het juiste riool, voldoende diep); 19
3. Dat inwoners en bedrijven hemelwater van dak en het eigen perceel zelf opvangen en bergen en verwerken als dat redelijkerwijs mogelijk is; 4. Dat hinder (water-op-straat) vaker, binnen marges, wordt geaccepteerd; 5. Dat inwoners en bedrijven bij grondwateroverlast controleren of hun woning of bedrijf voldoende waterdicht is. In het Bouwbesluit 2012 is opgenomen dat een kelder waterdicht moet zijn als dit een verblijfsruimte is.
4.3 Wat mogen inwoners en bedrijven van ons verwachten? Wij hebben als gemeente verantwoordelijkheden en zorgplichten voor het omgaan met stedelijk afvalwater, hemelwater en grondwater. Onze inwoners mogen verwachten dat: 1. We invulling geven aan deze zorgplichten zodat we aan onze wettelijke taken voldoen; 2. We tijdig en duidelijk communiceren over werkzaamheden die plaatsvinden om de voorzieningen die wij beheren voor het invullen van de zorgplichten goed te laten functioneren; 3. We doelmatig werken: we vervullen onze taken en streven daarbij een hoge kwaliteit, laag risico en doelmatige kosten na; 4. We altijd streven naar maatwerkoplossingen voor optredende problemen.
4.4 Zorgplicht lozers (inwoners en bedrijven) In het Besluit lozing afvalwater huishoudens (Blah) en het Activiteitenbesluit zijn zogenaamde zorgplichtbepalingen opgenomen die zich richten op de lozers op riolering. In het Besluit lozen buiten inrichtingen (Blbi) zijn regels opgenomen voor lozingen buiten inrichtingen in de zin van de Wet Milieubeheer. Het Blah bevat een zorgplichtbepaling die is gericht op het voorkomen van nadelige gevolgen voor het milieu door maatregelen te treffen (art. 4). Dit betreft ook de bescherming van de doelmatige werking van de voorzieningen voor het beheer van afvalwater (waaronder riolering) en het doelmatig beheer van afvalwater (Blah artikel 4 lid 2). Volgens de toelichting op het Blah betekent deze zorgplicht onder meer dat bij een gescheiden rioolstelsel de beide afvalwaterstromen op het goede stelsel moeten aansluiten. Dit met het oog op de doelmatige werking van de stelsels. Ook het doorspoelen van toiletdoekjes of frituurvet is in strijd met de zorgplicht. Toiletdoekjes horen in de vuilnisbak en frituurvet moet worden gerecycled of ook met het vaste afval worden weggegooid. Ook hoort hemelwater niet op mechanische riolering te worden geloosd, dat verstoort de werking.
Besluit lozing afvalwater huishoudens artikel 4 lid 1: Degene die loost en weet of redelijkerwijs had kunnen weten dat door het lozen nadelige gevolgen voor het milieu ontstaan of kunnen ontstaan, die niet of onvoldoende worden voorkomen of beperkt door naleving van de bij of krachtens dit besluit gestelde voorschriften, voorkomt die gevolgen of beperkt die voor zover voorkomen niet mogelijk is en voor zover dit redelijkerwijs van hem kan worden gevergd.
De zorgplichtbepaling geeft de gemeente de mogelijkheid maatwerkvoorschriften vast te stellen voor de te nemen maatregelen of om rechtstreeks handhavend op te treden. Net als het Blah bevat het Activiteitenbesluit een zorgplichtbepaling (art. 2.1). De zorgplichtbepaling voor afvalwaterlozingen op de riolering komt neer op:
• de bescherming van de doelmatige werking van de voorzieningen voor afvalwaterbeheer (zoals de openbare riolering);
• doelmatig afvalwaterbeheer.
20
Onder de Omgevingswet komen deze zorgbepalingen terug. Een en ander betekent dat de gemeente maatwerkvoorschriften kan stellen aan (veranderde) lozingen op bijvoorbeeld mechanische riolering, om er voor te zorgen dat de doelmatige werking wordt beschermd.
4.5 Vergunningen en verordeningen In de verordening rioolheffing leggen we jaarlijks de hoogte van de rioolheffing vast. Bij vergunningsplichtige bedrijven worden vergunningsvoorschriften opgesteld voor indirecte lozingen. Het waterschap geeft advies op deze vergunningsvoorschriften, dat nemen we in de regel één op één over. Vergunningverlening en controles op de lozingssituatie bij bedrijven worden uitgevoerd door de Regionale Uitvoeringsdienst (RUD). In 2013 is de ’Riolering en drainageverordening Nieuwegein 2013’ van kracht geworden. Deze verordening regelt de aansluiting op de riolering en de verrekening van de daaraan verbonden kosten. Er wordt onderzocht hoe deze verordening in het omgevingsplan kan worden opgenomen (vanaf 2024).
21
Uitvoering De uitvoering bevat wat we hebben gedaan, wat we gaan doen en hoeveel dat ons kost.
22
5. Evaluatie van planperiode 2019-2023 We evalueren het huidige gemeentelijk rioleringsplan en de werkzaamheden van de afgelopen jaren van water en riolering. Vanuit de evaluatie leren we op welke punten we het beleid actualiseren en of we de werkzaamheden volgens plan hebben uitgevoerd. Het gemeentelijk rioleringsplan 2019-2023 bestond uit twee delen. Een gezamenlijk plan met de buurgemeenten Montfoort en IJsselstein en een lokale uitwerking voor de eigen gemeente. De afgelopen jaren is de samenwerking van de MIJN-gemeenten (Montfoort, IJsselstein, Nieuwegein) op een lager pitje komen te staan. Daarom is de herziening van het GRP niet meer binnen dit samenwerkingsverband opgepakt. Het GRP 2019-2023 is goed bevallen. Het beleid voor stedelijk afvalwater, hemelwater en grondwater is duidelijk beschreven waardoor het goede handvaten bood voor het beheer van de objecten en het uitvoeren van de projecten. Projecten In het GRP 2019-2023 zijn voor de gemeente Nieuwegein de volgende projecten gepland: Tabel 1 Overzicht projectenlijst uit vorige GRP Projecten
Uitgevoerd?
Toelichting
Nieuwegein Woonboten aansluiten op riolering
De woonboten zijn aangesloten, de laatste woonboot is in 2023 aangesloten op de riolering.
Monitoring overstorten
Er is meetaparatuur geïnstalleerd bij de overstorten en deze zijn aangesloten op het telemetrie-systeem.
Metingen en berekening hydraulisch en milieutechnisch functioneren
Een SSW (Systeemoverzicht Stedelijk Water) voor heel de gemeente Nieuwegein wordt binnenkort uitgevoerd. Voor een aantal wijken zijn de afgelopen jaren studies gedaan naar het hydraulisch en milieutechnisch functioneren.
Rioolreiniging en inspectie
We hebben 110 km riool gereinigd en geïnspecteerd.
Renovatie en vervanging vrijvervalriolen
We hebben 6 km riool vervangen. De eerste jaren van de planperiode zijn er iets minder projecten uitgevoerd, o.a. door corona. Het afgelopen jaar hebben we deze achterstand ingehaald. Binnen de planperiode hebben we uitgevoerd wat op de planning stond.
Straat- en kolkenreiniging
De eerste jaren van de planperiode is een achterstand opgelopen in het reinigen van de kolken, o.a. door corona. Het afgelopen jaar hebben we deze achterstand ingehaald.
Onderhoud lamellenafscheiders
De afgelopen planperiode is het niet gelukt om de lamelenafscheiders volgens plan, één keer per jaar, te reinigen. Dit nemen we als aandachtspunt mee in het beheer van de komende planperiode.
23
Afkoppelen
We hebben op verschillende locaties in Nieuwegein afgekoppeld. Met het programma Betere Buurten hebben we de openbare ruimte in Schansen Noord en Zuid afgekoppeld en in Kerkveld geven we bewoners ook de mogelijkheid om de voorkant van de woning af te koppelen. Deze projecten koppelen we zoveel mogelijk aan andere werkzaamheden die in de openbare ruimte plaatsvinden.
Speciaal onderhoud wadi Blokhoeve
Voor wadi’s en andere nieuwe voorzieningen om hemelwater te bergen, zoals waterbergende constructies onder verharding en infiltrerende verharding geldt dat het lastig is om deze in de huidige beheerpakketten op te nemen. Vaak vragen dit soort voorzieningen om een integrale borging. Bijvoorbeeld wadi’s moeten zowel in het beheersysteem van water en riolering als dat van groen opgenomen worden en infiltrerende verharding in het beheersysteem van water en riolering en wegen. Hiervoor zijn soms ook aanpassingen van de beheersystemen nodig. Hierover zijn we in gesprek met de ontwikkelaar van het beheersysteem dat we gebruiken voor water en riolering.
Voorbereiding op Omgevingswet
De omgevingsvisie is opgesteld. Het nieuwe gemeentelijk rioleringsplan is in de opbouw rekening gehouden met de structuur van de Omgevingswet.
Baggeren
We volgen het baggerplan. In 2023 en 2024 worden de werkzaamheden gezamenlijk met HDSR uitgevoerd. Door deze samenwerking worden de partijen in staat worden gesteld om te baggeren voor de laagst maatschappelijke kosten en op de meest efficiënte en eenduidige wijze. Verder is het baggerplan herzien voor de periode 2024-2027.
Regio Risicogestuurd beheer ontwikkelen in MIJNverband
Niet van de grond gekomen in het samenwerkingsverband. Nieuwegein beheert haar vrijvervalstelsel wel kwaliteitsgestuurd.
Databestanden op orde brengen
Niet in regioverband uitgevoerd, maar wel door de gemeente zelf. Nieuwegein heeft een nulmeting uitgevoerd om inzicht te krijgen in hoeverre het beheersysteem voldoet aan het Gegevens Woordenboek Stedelijk Water (GWSW). Dit is een nationale standaard voor het inrichten van het beheerbestand. Het beheerbestand van gemeente Nieuwegein voldoet aan de GWSW-standaard en is geupload naar de GWSW-server.
Opstellen communicatieplan
Niet uitgevoerd en wordt ook niet meer opgepakt. Informatie over het goed gebruik van de riolering
24
is verspreid via verschillende kanalen: de lokale krant, de gemeentelijke website en lokale media. De resultaten zijn niet in samenwerkingsverband gedeeld. Binnen Nieuwegein worden de resultaten wel gebruikt voor het aanpassen van de website en de de communicatieplan.
Delen ervaringen bewonersparticipatie
Volgen ontwikkelingen, overzicht maken van wensen en eisen voor onderwerpen op te nemen in het Omgevingswetplan.
Deels uitgevoerd. De afgelopen periode is het Omgevingsprogramma Duurzaam Bouwen vastgesteld.
Naast de geplande projecten is een aantal extra projecten uitgevoerd: Tabel 2 Extra projecten die zijn opgepakt Projecten
Toelichting
Nieuwegein Grondwatermodel
Er is een grondwatermodel opgesteld waarmee in kaart is gebracht welke locaties geschikt zijn voor berging in de ondergrond.
Monitoring waterbergende en infiltrereden voorzieningen
Bij waterbergende en infiltrerende voorzieningen is meetapparatuur geïnstalleerd om de werking van deze voorzieningen te monitoren. Hiermee vergroten we het inzicht van hoe we op een goede manier ons hemelwater kunnen verwerken.
Onderzoek duurzaamheid vervangen en relinen
Er is onderzocht hoe duurzaam het vervangen en relinen van rioolbuizen is. Uit het onderzoek blijkt dat beide vergelijkbaar zijn in duurzaamheid. Duurzaamheid is dus geen onderscheidende factor om te kiezen voor vervangen of relinen.
Gevolgen ombouwen VGS naar GS
We zijn een traject gestart met het Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden waarin de voor- en nadelen van het ombouwen van een verbeterd gescheiden stelsel (VGS) naar een volledig gescheiden stelsel (GS) in beeld worden gebracht. Binnen dit traject wordt o.a. onderzoek naar foutieve aansluitingen uitgevoerd.
Meerjarenplan Waterkwaliteit
In dit plan is vastgelegd wat we gaan doen om de waterkwaliteit in Nieuwegein te verbeteren. Er zijn hiervoor al verhoogde duikers aangelegd (met lucht erin).
Circulair watersysteem City West
In een consortium van partijen is in een Topsector Kennis en Innovatieproject (TKI-project) onder leiding van KWR Water Research een voorlopig ontwerp opgesteld voor een circulair watersysteem in City west. Een definitief ontwerp wordt uitgewerkt in
25
samenwerking met het waterschap en drinkwaterbedrijf Vitens. Regionaal Regionaal uitvoeringsprogramma afvalwaterketen
In de regionale samenwerking Water en Klimaat is een uitvoeringsprogramma stedelijk water opgesteld.
Klimaatadaptatie De afgelopen jaren heeft gemeente Nieuwegein beleid ontwikkeld voor klimaatadaptatie. In regioverband het convenant duurzaam bouwen Utrecht opgesteld en ondertekend door gemeente Nieuwegein. Voor nieuwbouw conformeert gemeente Nieuwegein zich hieraan (zie paragraaf 7.4). Voor de gemeente zelf is een klimaatadaptatievisie en uitvoeringsprogramma opgesteld. Daarnaast is een inspiratieboek samengesteld met voorbeelden van maatregelen die getroffen kunnen worden om de omgeving aan te passen aan extreme neerslag, droogte en hitte. Het huidige beleid is opgenomen in hoofdstuk 3. Samenwerking Gemeente Nieuwegein is onderdeel van de regionale samenwerking Water en Klimaat. Dit samenwerkingsverband bestaat uit de gemeenten De Bilt, Bunnik, Zeist, Utrecht se Heuvelrug, Wijk bij Duurstede, Houten, IJsselstein, Utrecht, Montfoort, Woerden, Oudewater, Lopik, Stichtse Vecht en het Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden. In samenwerking is in 2015 het regionaal afvalwaterketenbeleid opgesteld dat nog steeds van toepassing is. Daarnaast is er een Regionale Adaptatiestrategie (RAS) opgesteld met bijbehorend uitvoeringsplan. De samenwerking binnen de MIJN-gemeenten is op een laag pitje te komen staan. De gemeenten weten elkaar te vinden wanneer nodig, maar er is geen structureel overleg.
Ontwikkeling van de rioolheffing in de planperiode De afgelopen jaren heeft de rioolheffing zich als volgt ontwikkeld: € 200,00 € 180,00 € 160,00
€ 178,68
€ 179,16
€ 182,74
€ 185,96
€ 185,96
€ 140,00 € 120,00 € 100,00
€ 123,00
€ 127,92 € 125,40
€ 129,96
€ 129,96
2022
2023
€ 80,00 € 60,00 € 40,00 € 20,00 €2019
2020
2021
perceel niet-woning en meerpersoons huishouden
perceel één-persoonshuishouden
Figuur 7 Verloop rioolheffing 2019-2022
26
6. Wat hebben we? Welke riolering en andere voorzieningen liggen er in Nieuwegein? Wat is de toestand en voldoen alle voorzieningen aan de eisen? Deze vragen worden in dit hoofdstuk beantwoord. Het vormt de basis voor het bepalen van de onderzoeksinspanning en de maatregelen.
6.1 De basisgegevens van onze riolering We beheren een groot areaal om onze gemeentelijke watertaken goed te kunnen uitvoeren. De gegevens zijn opgeslagen in Kikker, het rioleringsbeheersysteem. Tabel 3 overzicht rioleringsobjecten Onderdeel
Aantal
Eenheid
Onderdeel
Aantal
Eenheid
Vrijvervalriolering - Gemengd
46
Km
Rioolgemalen
47
Aantal
- DWA gescheiden
7
Km
Peilbuizen
106
Aantal
- HWA gescheiden*
20
Km
Drainagegemalen
4
Aantal
- HWA verb.gescheiden
159
Km
Schuiven
120
Aantal
- DWA verb.gescheiden
203
Km
Aantal
1
Km
Gemengde overstorten
18
- Infiltratieriool - Drainageleiding
82
Km
Bergbezinkbassins
3
Aantal
- Duikers
33
Km
551
Km 107
aantal
2
Aantal
27.000
Aantal
120
Aantal
Totaal leidingen
Stuwen Drukriolering
Bergbezinkleidingen
- Leiding
16
Km
Straat- en trottoirkolken
Persleiding
16
Km
Pompunits Infiltratievoorziening en
*HWA gescheiden is inclusief hwa (schoon hemelwaterafvoer)
3% 3%
6%
8%
14%
1% 3%
Gemengd DWA gescheiden HWA gescheiden DWA verb.gescheiden HWA verb.gescheiden
0%
27%
Infiltratieriool Drainageleiding Drukriolering Persleiding
35%
Duikers
Figuur 8 Aandeel type riolering (o.b.v. lengte)
27
Figuur 9 Kaart vrijvervalriolering - type stelsels
28
Aanglegperioden vrijvervalriolering en pers- en drukriolering 200
Lengte (km)
160 120 druk- en persriolering
80
vrijvervalriolering 40 -
Figuur 10 Aanlegperioden riolering
6.2 DoFeMaMe De doelen voor de rioleringszorg (paragraaf 1.2) hebben we uitgewerkt in functionele eisen, maatstaven en meetmethoden. Deze zijn opgenomen in bijlage 2.
Doelen Een korte en bondige formulering van de belangrijke thema's
Functionele eisen Een vertaling van de doelen in systeemeisen
Maatstaven Een formulering van hetgeen verwacht wordt
Meetmethoden Een uitleg hoe kan worden bepaald of de maatstaf behaald wordt
6.3 Huidige situatie: Stedelijk afvalwater Alle bebouwing is aangesloten op de riolering. Het merendeel van het stedelijk afvalwater wordt getransporteerd naar de RWZI Nieuwegein aan het Klaphek in IJsselstein. Daarnaast zijn enkele woningen (Overeindseweg) en bedrijventerrein ’t Klooster aangesloten op de zuivering van de gemeente Houten. Een deel van het bedrijventerrein Laagraven is aangesloten op de zuivering van de gemeente Utrecht. Als we een ongewenste lozing op de riolering constateren, treffen we maatregelen. Daarom moeten gebruikers en geloosde stoffen bekend zijn. Niet alle stoffen, in soorten, co ncentraties en hoeveelheden, mogen op de riolering worden geloosd. Er kan aantasting van de buizen plaatsvinden, er kan een negatief effect optreden in het zuiveringsproces op de RWZI of het
29
oppervlaktewater kan vervuilen bij overstortingen. De regels voor lozingen vanuit huishoudens zijn te vinden in het Besluit lozing afvalwater huishoudens (Blah), die voor bedrijven in het Activiteitenbesluit. Bij de verbeterd gescheiden stelsels ontdekken we soms ongewenste hemelwateraansluitingen op de vuilwaterriolering (foutaansluitingen). Indien die worden aangetroffen, worden ze door ons hersteld.
Technische staat We inspecteren jaarlijks een deel van onze riolering om inzicht te krijgen in de toestand. We bekijken dan de waterdichtheid en stabiliteit van de riolen en de afstromingstoestand. Als we problemen tegenkomen, treffen we maatregelen. Zo houden we de kwaliteit van ons stelsel op orde. De afgelopen vier jaar hebben we ruim 56 kilometer gemengde en dwa-riolering geïnspecteerd. De zeer ernstige schadebeelden worden direct hersteld en bij de overige schadebeelden wordt er binnen vijf jaar actie ondernomen. We hebben dit in onze planningen verwerkt.
Functioneren Alle vrijvervalriolering wordt getoetst op het functioneren door middel van een hydraulisch rekenmodel. Dit gebeurt elke ±10 jaar of als er grote veranderingen hebben plaatsgevonden. De ontwerpnormen voor de capaciteit van de riolering staan in tabel 7-6. Over het algemeen worden de theoretisch berekende water op straat situaties in de praktijk niet herkend. Indien er verbeteringen nodig zijn dan nemen we dit op in het jaarprogramma. Een bui die eenmaal in de twee jaar valt (bui08, 20 mm in een uur), moet via de riolering kunnen worden verwerkt. Het vrijvervalstelsel voldoet hier grotendeels aan. Regent het harder, dan gaan we dat bovengronds verwerken. We voeren het water daarbij af naar plaatsen waar het geen kwaad kan. Het is daarbij belangrijk dat we ’waterrobuuster’ gaan bouwen door bijvoorbeel d de vloerpeilen voldoende hoog te leggen. Om de afstroming van rioolwater te waarborgen moeten de riolen voldoende schoon zijn. Bij inspecties is vaak vervuiling aangetroffen. Ook boomwortels werken belemmerend. Door toepassing van Real Time Control (RTC), sturing met gemalen, zorgen we ervoor dat wateroverlast voorkomen wordt.
Inventarisatie en registratie De voorzieningen voor inzameling, transport en verwerking van stedelijk afvalwater, hemelwater en grondwater dienen goed onderhouden te worden. Het noodzakelijke onderhoud dient goed te worden geregistreerd. Wij hebben een uitgebreid registratiesysteem (Kikker) waarin we bijhouden welke werkzaamheden er zijn verricht aan ons rioolstelsel.
6.4 Huidige situatie: Hemelwater We verwerken hemelwater zoveel mogelijk lokaal. Toch moeten we jaarlijks ook veel hemelwater afvoeren. Hiervoor beheren we een uitgebreid systeem van (verbeterd) gescheiden hwariolering.
Afvoer en behandeling van hemelwater We zamelen hemelwater in door middel van straat- en trottoirkolken, vaak is de regenpijp van woningen en bedrijven ook direct aangesloten op de riolering. Bij afvoer via een gemengd riool wordt het water getransporteerd naar de RWZI in IJsselstein en wordt bij hevige neerslag overtollig water via overstorten geloosd op oppervlaktewater. Bij een verbeterd gescheiden stelsel gaat het grootste deel van de neerslag naar de RWZI. Bij hevige neerslag gaat het via de 30
overstorten naar het oppervlaktewater. Bij afvoer via een gescheiden riool wordt hemelwater via aparte buizen al dan niet via een lamellenafscheider geloosd in het open water. In de lagere delen in onze gemeente (bijvoorbeeld parken, groenstroken en speelplaatsen) blijft na hevige neerslag vaak water staan, ze zijn dan tijdelijk niet of minder bruikbaar. Ons oppervlaktewater maakt onderdeel uit van het hemelwaterstelsel, het speelt een belangrijke rol in de berging en afvoer van hemelwater uit het bebouwde gebied. Voor de oppervlaktewateren hebben we een baggerplan om de afvoercapaciteit op peil te houden. Afkoppelen vindt plaats aan de hand van de beslisboom van Winnet Regionaal Afvalwaterketenbeleid (tegenwoordig netwerk Water en Klimaat), zo wordt voorkomen dat verontreinigd water via een gescheiden rioolstelsel in het oppervlaktewater terecht kan komen. Er zijn op enkele locaties lamellenafscheiders geplaatst om het hemelwater voor lozing extra te zuiveren.
Technische staat De afgelopen 4 jaar hebben we ruim 22 kilometer hemelwaterriolering geïnspecteerd. De zeer ernstige schadebeelden worden direct hersteld en de overige schadebeelden is er binnen nu en 10 jaar actie nodig. In tegenstelling tot gemengde en dwa-riolen functioneren hemelwaterriolen ook nog als ze verzakt zijn, zolang het water nog voldoende kan stromen.
Functioneren Elk stelsel wordt elke 10 jaar getoetst op het hydraulisch functioneren met behulp van een rekenmodel. Voor verschillende situaties gelden daarvoor de normen die in Tabel 7-6 staan aangegeven. De hemelwaterstelsels voldoen aan de eisen. Het gemaalbeheersysteem (MAW) monitort het functioneren van de gemalen. Het systeem registreert de waterstand, de storingen en draaiuren van de pompen. Dit voldoet goed.
6.5 Huidige situatie: Grondwater Om het grondwaterpeil te monitoren, beheren we een grondwatermeetnet bestaande 96 peilbuizen. De meetgegevens zijn openbaar toegankelijk via onze gemeentelijke website: https://www.nieuwegein.nl/wonen-en-leefomgeving/milieu-en-duurzaam/grondwater. Met dit systeem kunnen we lokaal bepalen of grondwateroverlast/onderlast structureel nadelig is . We gebruiken hiervoor ook een grondwatermodel. Daarnaast hebben we aandacht voor de grondwaterkwaliteit. Binnen gemeente Nieuwegein liggen 2 drinkwaterwinningen. De Cornelis Biemondwinning is een oppervlaktewaterwinning, waarvoor water uit de Lek wordt gebruikt met ook de mogelijkheid tijdelijk grondwater te onttrekken. Waterwingebied Nieuwegein is een grondwaterwinning.
Functioneren We hebben een grondwatermodel opgesteld waarmee we op lokaal niveau inzicht hebben verkregen in de werking van het grondwatersysteem. We gebruiken dit bijvoorbeeld om uit t e zoeken of op locaties genoeg bergingsruimte in de ondergrond is voor het bergen van hemelwater. Zo voorkomen we dat afkoppelen lokaal leidt tot grondwateroverlast. Bewoners in de gemeente worden geïnformeerd over het grondwater middels het grondwaterportaal van de gemeente.
31
Figuur 11 Relatieve grondwaterstand t.o.v. NAP vanuit het grondwatermodel
Figuur 12 grondwaterportaal van de gemeente
32
6.6 Samenwerken De waterketen houdt zich niet aan bestuurlijke grenzen. Daarom zoeken we de samenwerking op met omliggende gemeenten. We zijn actief in de regionale netwerk Water en Klimaat, samen met 13 andere gemeenten, provincie Utrecht, Hoogheemraadschap de Stichtse Rijnlanden en Veiligheidsregio Utrecht. We werken onder andere samen aan de aanvraag van de impulsregeling klimaatadaptatie voor een bijdrage aan adaptatiemaatregelen.