2023-292 Bijlage 3_Eindrapportage vitale scholen_bbn
Tekst van het document
2023-292 Bijlage 3
Eindrapportage Onderzoek Vitale Scholen Nieuwegein Houten, 19 juli 2023
2023-292 Bijlage 3
Eindrapportage Project Betreft
12009 – Vitale scholen Nieuwegein Versie definitief 09
Van
ir. M. (Michaela) Brethauer m.brethauer@bbn.nl 06 12 69 40 13
ir. J. (Jaco) de Wildt j.de.wildt@bbn.nl 06 51 32 88 16
Houten, 19 juli 2023
12009 – Vitale scholen Nieuwegein Eindrapportage Versie definitief 09
Pagina 1 van 48
Inhoudsopgave 1. 1.1. 1.2. 1.3.
Inleiding Onderzoek Vitale scholen Erfgoedwaarde Leeswijzer
4 4 6 7
2. 2.1. 2.1.1. 2.1.2. 2.1.3. 2.2. 2.2.1. 2.2.2. 2.2.3. 2.3. 2.3.1. 2.3.2. 2.3.3. 2.4. 2.4.1. 2.4.2. 2.4.3. 2.5. 2.5.1. 2.5.2. 2.5.3. 2.6. 2.6.1. 2.6.2. 2.6.3. 2.7. 2.7.1. 2.7.2. 2.7.3. 2.8. 2.8.1. 2.8.2. 2.8.3. 2.8.4. 2.9. 2.9.1. 2.9.2. 2.9.3. 2.9.4.
Resultaten tussenrapportages deel 1 onderzoek Batau Noord Algemeen Huidige situatie Beoordeling Batau Zuid Algemeen Huidige situatie Beoordeling Doorslag Noord Algemeen Huidige situatie Beoordeling Wijkersloot Algemeen Huidige situatie Beoordeling Fokkesteeg Algemeen Huidige situatie Beoordeling Zuilenstein Algemeen Huidige situatie Beoordeling Zandveld Algemeen Huidige situatie Beoordeling Anna van Rijn Algemeen Huidige situatie Drie scenario’s Beoordeling Cals Lyceum Algemeen Huidige situatie Kenmerken en scenario’s Beoordeling
8 8 8 9 9 10 10 10 11 11 11 12 13 13 13 14 15 16 16 16 17 18 18 19 19 20 20 21 21 22 22 22 23 23 24 24 24 25 27
12009 – Vitale scholen Nieuwegein Eindrapportage Versie definitief 09
Pagina 2 van 48
2.10. 2.11. 2.11.1. 2.11.2. 2.11.3. 2.11.4.
Conclusie Oosterlicht College Algemeen Huidige situatie Kenmerken en scenario’s Beoordeling
27 28 28 28 29 30
3. 3.1. 3.2. 3.2.1. 3.2.2. 3.2.3. 3.2.4. 3.2.5. 3.2.6. 3.3.
Voorkeursscenario’s Voorkeursscenario’s op basis van resultaat tussenrapportages Voorkeursscenario’s op basis van aanvullende afwegingen Erfgoedwaarde Functionaliteit Technische kwaliteit Duurzaamheid Ontwikkeling Kosten Deelconclusie scenario’s
31 31 32 32 33 33 34 34 35 36
4. 4.1. 4.1.1. 4.1.2. 4.1.3. 4.1.4. 4.1.5. 4.2. 4.3.
Fasering & volgorde Faseringscriteria Technische conditie Functionaliteit Energiekosten Ontwikkeling Kosten voor de instandhouding t.o.v. nieuwbouw Overzicht volgorde per faseringscriteria Deelconclusie faseringscriteria
38 38 38 40 40 40 41 41 42
5. 5.1. 5.2. 5.3.
Fasering & planning Uitgangspunten Afweging verschillende faseringsvarianten Deelconclusie planning
43 43 43 45
6. 6.1. 6.2. 6.3.
Conclusie & aanbeveling Samenvatting Conclusie Aanbeveling
46 46 47 47
Bijlage 1 Verouderingscurve gebouwen
12009 – Vitale scholen Nieuwegein Eindrapportage Versie definitief 09
Pagina 3 van 48
1.
Inleiding
1.1.
Onderzoek Vitale scholen
Voor u ligt de eindrapportage van het onderzoek ‘Vitale scholen Nieuwegein’, waarin de resultaten van dit onderzoek worden toegelicht. Nieuwegein heeft een unieke positie ten opzichte van de scholen en daarmee de schoolbesturen. Samen met de schoolbesturen kijkt de gemeente naar de opgave om de scholen van Nieuwegein vitaal te houden. Vanuit deze bijzondere positie heeft de gemeente Nieuwegein het grootschalig onderzoek ‘Vitale scholen Nieuwegein’ laten uitvoeren, waarbij gekeken is naar de onderwijshuisvestingen die binnen nu en 20 jaar voor vernieuwing in aanmerking komen. Van deze gebouwen is het merendeel in de jaren '70 gebouwd en inmiddels 40 tot 50 jaar in gebruik. In totaal omvat het onderzoek vijf schoolcomplexen met scholen in het primair onderwijs (PO), twee losstaande PO-scholen, drie scholen in het voortgezet onderwijs (VO) en vijf gymzalen. Onderdeel van dit onderzoek zijn de volgende scholen en complexen: 1 1.1 2 2.1 2.2 3
4 4.1 4.2 4.3 5 5.1 5.2 6 6.1 6.2 6.3 6.4 7 7.1 8 8.1 8.2 8.3 8.4 8.5 9 10
Complex Batau Noord Lucas & Veldrakker Dependance Veldrakker Batau Zuid Margriet & Meander Dependance Margriet Gymzaal Driehoek Doorslag Noord Krullevaar Trompetvogel Gymzaal Wijkersloot Beatrixschool De Schakel Sportzaal Wijkersloot Fokkesteeg De Schouw Gymzaal Driemaster Zuilenstein Vroonestein Toonladder Beatrixschool Gymzaal Triangel Zandveld Prins Mauritsschool Anna v. Rijn Bouwdeel 1978 Gymzaal 1978 Bouwdeel 1990 Gymzaal 1990 Bouwdeel 2004 Cals College Oosterlicht College
12009 – Vitale scholen Nieuwegein Eindrapportage Versie definitief 09
Bouwjaar
Bestuur
1976 1976
Trinamiek & Robijn Robijn
1976 1975 1975
Fluenta & Robijn Fluenta
1977 1977 1977
Robijn Fluenta
1970 1992 1977
Fluenta Robijn
1981 1981
Trinamiek
1978 2004 1979 1978
Trinamiek Robijn Fluenta
1971
Fluenta Nuovo
1978 1978 1990 1990 2004 1974/1982/2022 1997
SKVO PCOU Willibrord
Pagina 4 van 48
Het onderzoek ‘Vitale scholen Nieuwegein’ bestaat uit twee delen: deel 1 een ‘haalbaarheidsstudie’ en deel 2 een ‘Voorlopig Ontwerp’. Voor alle aangewezen scholen en complexen hebben wij het deel 1 onderzoek uitgevoerd en voor één school ook het deel 2 onderzoek. Doel van het deel 1 onderzoek ‘haalbaarheidsstudie’ is om de kwaliteit en de haalbaarheid van drie scenario’s instandhouding, vernieuwbouw en nieuwbouw te onderzoeken. Voor één van de complexen, namelijk Doorslag Noord, hebben we ook het deel 2 onderzoek ‘Voorlopig Ontwerp’ uitgevoerd. Tijdens het tweede deel werden alleen nog de scenario’s vernieuwbouw en nieuwbouw verder onderzocht. Het deel 2 onderzoek is afgerond met een fasedocument en leidde tot het raadsbesluit voor vernieuwbouw (raadsnummer 2022156). Inmiddels is voor het complex Doorslag Noord het scenario vernieuwbouw verder uitgewerkt tot een Definitief Ontwerp. De uitgangspunten zoals deze gehanteerd worden voor de uitwerking van de verschillende scenario’s zijn hieronder in de tabel beschreven. Scenario 1: Instandhouding
Scenario 2: Vernieuwbouw
Scenario 3: Nieuwbouw
Erfgoedwaarde
Geen ingrijpende aanpassingen aan het gebouw gedaan.
Functionaliteit
Geen functioneel en ruimtelijke aanpassingen.
Aanpassingen met inachtneming van de schaal, maat en uitstraling van het bestaande gebouw Gebouwaanpassingen met als doel de functionaliteit te verbeteren.
Technische kwaliteit
Minimale conditieniveau 3 Ventilatie-installaties aanbrengen op niveau Frisse Scholen klasse C Geen toepassingen van verduurzamingsmaatregelen. De Rc-waarde is als bestaand. ( ≤ 1 [m²*K)/W] Realisatietijd half jaar Procestijd en kans op bezwaren Mogelijke kans op ontwikkeling extra programma De exploitatie van het in stand te houden gebouw, beschouwen we over een periode van 20 jaar vanaf het moment dat bovenstaande zaken zijn uitgevoerd. In jaar 21 wordt er een (ver)nieuwbouw gerealiseerd en beschouwen we de exploitatie daarvan over een periode van 20 jaar.
Bij nieuwbouw is het meestal noodzakelijk het huidige gebouw te slopen Functionaliteit optimaal Vanwege beschikbare budgetten gaan we uit van een 2-laags compact gebouw, dat niet de ruimtelijke kwaliteiten van de bestaande bebouwing heeft. Conditieniveau 1 Ventilatie-installaties aanbrengen op niveau Frisse Scholen klasse B Energie Neutraal Gebouw (ENG) Gebruik van duurzame grondstoffen
Duurzaamheid
Ontwikkeling
Kosten
Conditieniveau 1 Ventilatie-installaties aanbrengen op niveau Frisse Scholen klasse B Energie Neutraal Gebouw (ENG) Zuinig omgaan met grondstoffen Realisatietijd een jaar Procestijd en kans op bezwaren Mogelijke kans op ontwikkeling extra programma De exploitatie beschouwen over een periode van 40 jaar vanaf het moment dat de bovengenoemde zaken zijn uitgevoerd.
Realisatietijd een jaar Procestijd en kans op bezwaren Mogelijke kans op ontwikkeling extra programma De exploitatie beschouwen over een periode van 40 jaar vanaf het moment van ingebruikname.
De kwaliteitsaspecten waarop wij de onderwijshuisvestingen hebben getoetst en met elkaar hebben vergeleken zijn erfgoedwaarde, functionaliteit, technische kwaliteit, duurzaamheid, ontwikkeling en kosten. De scores van elk scenario op deze aspecten worden verwerkt in een spindiagram waarmee één visueel overzicht ontstaat van de drie scenario's. De gemeente geeft hoge prioriteit aan de verduurzaming en de erfgoedwaarde. Om deze reden krijgen de thema’s een zwaardere weging ten opzichte van de andere vier hoofdthema’s. De scores gaan van 1 (hoog) naar 5 (laag). Voor de gemeente wegen de twee kwaliteitsaspecten erfgoedwaarde en duurzaamheid extra zwaar wat met de vervorming van het spindiagram goed
12009 – Vitale scholen Nieuwegein Eindrapportage Versie definitief 09
Pagina 5 van 48
zichtbaar wordt. Hoe meer oppervlakte de scorevorm van een bepaald scenario inneemt, hoe hoger het scenario op alle aspecten samen scoort. Basis thema’s en waardering
Alle tussenrapportages van de deel 1 onderzoeken van de betreffende complexen vormen de basis voor deze eindrapportage. De gemeente Nieuwegein kan hierop haar besluit baseren over welk scenario voor welk gebouw te realiseren en kan daarbij de integrale planning in tijd van alle gebouwen uitwerken. De gemeente kan zo een integrale huisvestingsplanning vaststellen, waarbij voor alle schoolbesturen duidelijk wordt wat er wanneer gaat gebeuren en zij kan daarbij haar hiervoor benodigde uitgaven managen. 1.2.
Erfgoedwaarde
De waardering van de jaren '70 scholen in Nieuwegein dient in het licht te worden gezien van de toegenomen aandacht voor het gebouwde erfgoed uit de periode 1965-1990. Sinds een jaar of vijf heeft het professioneel erfgoedperspectief zich naar deze periode verplaatst (Post 65). Om in beeld te krijgen wat de ‘monumenten van de toekomst’ zijn, heeft de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) in 2019 naar aanleiding van de Erfgoedwet (2016) een verkenning gemaakt van het erfgoed uit deze periode. Op dit moment vinden vanuit de RCE diverse verdiepende deelonderzoeken plaats. Verschillende gemeenten in Nederland zijn gestart of starten, voorsorterend op de nieuwe Omgevingswet, met de inventarisatie van het erfgoed uit deze periode. Voor waardering en selectie van monumenten zijn ze samen met de RCE op zoek naar de toepasbaarheid van de bestaande of aanvullende waarderings- en selectiecriteria en/of van een afwegingskader. Voor de waardering van de Nieuwegeinse jaren '70 scholen binnen dit onderzoek is, in afwachting van richtlijnen van de RCE, ervoor gekozen de zeer goed onderbouwde waarderingscriteria van het Almeerse onderzoek toe te passen. De analyse van de cultuurhistorische/sociaal-maatschappelijke, stedenbouwkundige en architectuurhistorische context van het scholencomplex levert enkele kernwaarden op.
De waarderingen van onderdelen als hoog, positief en indifferent dienen gelezen te worden in relatie tot deze kernwaarden. Het betreft geen beoordeling op monumentale waarden, zoals in de Richtlijnen bouwhistorisch onderzoek bedoeld is.
12009 – Vitale scholen Nieuwegein Eindrapportage Versie definitief 09
Pagina 6 van 48
1.3.
Leeswijzer
In dit hoofdstuk staat de inleiding op het onderzoek. Daarna beschrijven we in hoofdstuk 2 de onderzochte complexen, gebouwen en gebruikers en vatten we de resultaten uit de tussenrapportages per complex samen. In hoofdstuk 3 volgt de uitleg van de voorkeurscenario’s gebaseerd op de tussenrapportages van het deel 1 onderzoek. We omschrijven welke argumenten op portefeuille niveau gevonden kunnen worden om wel of niet af te wijken van de resultaten van de tussenrapportages. Vervolgens beschrijven we in hoofdstuk 4 op basis van welke argumenten de volgorde van de complexen bepaald kan worden. In hoofdstuk 5, Fasering en planning, gaan we in op de planning voor de realisatie van de verschillende scenario’s. Tot slot vatten we in hoofdstuk 6 alles samen en komen tot een aanbeveling voor scenario’s, volgorde en planning. Bijlage 1 toont de verouderingscurven per gebouw voor de onderdelen gevels en kozijnen, daken, installaties en interieur.
12009 – Vitale scholen Nieuwegein Eindrapportage Versie definitief 09
Pagina 7 van 48
2.
Resultaten tussenrapportages deel 1 onderzoek
In dit hoofdstuk omschrijven we de belangrijkste kenmerken van de complexen. Daarna vatten we de resultaten uit de tussenrapportages samen. Voor meer achtergrondinformatie en argumentatie verwijzen we naar de tussenrapportages zelf. 2.1.
Batau Noord
2.1.1.
Algemeen
Het complex Batau Noord bestaat uit twee schoolgebouwen en een losstaande gymzaal die geen onderdeel uitmaakt van dit onderzoek. Gebruikers van het complex Batau Noord zijn de O.B.S. De Veldrakker (Robijn), de R.K. Basisschool Lucas Batau (Trinamiek) en de kinderopvang van Kind & Co. De Veldrakker zit verdeeld over de twee gebouwen, wat functioneel gezien een onwenselijke situatie is. Het scholencluster ligt in een groenzone direct ten westen van het wijkcentrum en ten noorden van het historische lint van de Nedereindseweg en bestaat uit een uitgestrekte patioschool, een kleinere paviljoenvormige cluster-school en een losstaande sportvoorziening met speelweide, de sportzaal Waterlelie uit het jaar 2010. De sportzaal is in een goede staat en maakt geen onderdeel uit van dit onderzoek. Het groengebied maakt onderdeel uit van een slinger van groenzones die Batau van Zuid naar Noord doorkruist. Het scholencluster in Batau Noord grenst direct aan een gebied met een hoge stedenbouwkundige waarde: de Nedereindseweg/Jutphase wetering. De patioschool heeft een hogere erfgoedwaarde dan de clusterschool, een in Nederland veel voorkomend type. Onderzoek naar vernieuwbouw zou zich in eerste instantie vooral op de patioschool moeten richten. Rondom vormt de symmetrische patioschool een afgerond geheel.
Bij uitbreiding is het aan te bevelen door te bouwen op de structuralistische/alzijdige opzet van het ontwerp. Vanwege de laagwaardige stedenbouwkundige inpassing van de clusterschool, is het in het geval van nieuwbouw op deze plek aan te bevelen de stedenbouwkundige situatie kritisch te bekijken. Bij nieuwbouw kunnen in de geest van de clusterschool alzijdigheid en het gebruik van expressieve dakvormen architectonische uitgangspunten vormen. Een hoger gebouw is gezien de opbouw van de buurt en de ligging in de oksel van drukke ontsluitingswegen op deze plek zeer goed denkbaar. De ruimtebehoefte is in onderstaande tabel aangegeven. Complex O.B.S. De Veldrakker R.K. Basisschool Lucas Batau Kind&Co, Peutergroep en KDV Kind&Co BSO Wijkfunctie Totaal
Leerling prognose 2035 344 234 40
Ruimtebehoefte (m2 bvo) 1930 1377 321
m² fno (factor 1,4) 1373 983 229
66 n.t.b. 684
in m² complex n.t.b. 3628
in m² complex
12009 – Vitale scholen Nieuwegein Eindrapportage Versie definitief 09
2590
Pagina 8 van 48
2.1.2.
Huidige situatie
De locatie Lucas Batau & De Veldrakker verkeert in een matige tot redelijke onderhoudstoestand. De verwarmingsinstallatie dateert uit 1998 en is theoretisch gezien op termijn toe aan vervanging. De overige installatie-onderdelen, zoals de brandmeld- en inbraakinstallatie dateren uit 2012/2013. De dependance van De Veldrakker, de clusterschool, verkeert in een redelijke onderhoudstoestand. De installaties zijn ongeveer 6 á 7 jaar oud en verkeren visueel gezien in een redelijke onderhoudstoestand. Bij het complex Batau Noord staat de sportzaal Waterlelie uit het jaar 2010. De sportzaal is in een goede staat en maakt geen onderdeel uit van dit onderzoek. 2.1.3.
Beoordeling
In onderstaand spindiagram zijn de scores van de verschillende scenario’s per kwaliteitsaspect opgenomen. Toelichting op de scores is gegeven in de tussenrapportages.
Conclusie In de ingevulde spin is goed te zien dat scenario 1, instandhouding, de kleinste oppervlakte inneemt en daarmee het laagst scoort. De oppervlakte van scenario 3, nieuwbouw, is iets groter en scenario 2, vernieuwbouw, neemt met afstand de grootste oppervlakte in. Scenario 2, vernieuwbouw, scoort gemiddeld op alle aspecten samen het hoogst.
12009 – Vitale scholen Nieuwegein Eindrapportage Versie definitief 09
Pagina 9 van 48
2.2.
Batau Zuid
2.2.1.
Algemeen
In een van de groenzones ligt centraal in de wijk een scholencluster. Het complex bestaat uit twee schoolgebouwen en een losstaande gymzaal. Het bestaat uit een uitgestrekte patioschool, een kleinere paviljoenvormige clusterschool en een losstaande gymzaal. Gebruikers van het complex Batau Zuid zijn O.B.S. De Meander (Robijn) en Prot. Chr. Basisschool Prinses Margrietschool (Fluenta) en de kinderopvang van Kind & Co. De Prinses Margrietschool zit verdeeld in de twee gebouwen, de patioschool en de clusterschool. Dit is functioneel gezien een onwenselijke situatie. Een strook met woonbebouwing aan de zuidoostzijde schermt het cluster af van de drukke Batauweg. Aan de noordoostelijke, oostelijke en zuidoostelijke zijde vormt woningbouw een krans rondom de school. De andere zijden hebben een meer parkachtige structuur, waar de voetganger alle ruimte krijgt. De patioschool heeft een hogere erfgoedwaarde dan de clusterschool, een in Nederland veel voorkomend type. Onderzoek naar vernieuwbouw richt zich op de patioschool. Rondom vormt de symmetrische patioschool een afgerond geheel. Eventuele uitbreiding kan plaatsvinden in de zone tussen de beide patio’s (ter plaatse van de wissellokalen). Hier is ook een hoogteaccent denkbaar (hoge hal of extra verdieping), zolang de uitstraling als ‘uitgestrekt dorp’ gehandhaafd blijft.
Bij uitbreiding is het aan te bevelen door te bouwen op de structuralistische opzet van het ontwerp. Vanwege de laagwaardige stedenbouwkundige inpassing van de clusterschool (barrière in groenzone), is het in het geval van nieuwbouw op deze plek aan te bevelen de stedenbouwkundige inpassing kritisch te bekijken. Bij nieuwbouw kunnen in de geest van de clusterschool alzijdigheid en het gebruik van expressieve dakvormen architectonische uitgangspunten vormen. Een éénlaags gebouw is gezien de opbouw van de buurt op zijn plaats. De ruimtebehoefte is in onderstaande tabel aangegeven. Complex O.B.S. De Meander Prinses Margrietschool Kind & Co Peutergroep en KDV Kind&Co BSO Wijkfunctie Totaal
2.2.2.
Leerling prognose 2025 172 337 64 88 n.t.b. 661
Ruimtebehoefte (m2 bvo) 1065 1906 430 in m² complex n.t.b. 3401
m² fno (factor 1,4) 761 1361 307 in m² complex n.t.b. 2429
Huidige situatie
De algemene onderhoudstoestand van het hoofdgebouw en de dependance is redelijk te noemen. Het slechte binnenklimaat vormt het grootste probleem. De gebouwen dateren uit de jaren '70 en zijn qua bouwkundige structuur en vormgeving volgens deze bouwperiode behouden. De installatietechniek zowel de W-installaties als E-installaties zijn grotendeels gedateerd, waarbij de technische levensduur overwegend is verlopen.
12009 – Vitale scholen Nieuwegein Eindrapportage Versie definitief 09
Pagina 10 van 48
De algemene onderhoudstoestand van de gymzaal is redelijk te noemen. Er is enige slijtage/veroudering zichtbaar van zowel bouwkundige alsook installatietechnische elementen, hoewel het dagelijkse en periodieke beheer op peil wordt gehouden. Zo zijn delen van de installatietechniek al vernieuwd, en is het bouwkundige onderhoud (zoals het buitenschilderwerk) bijgehouden. 2.2.3.
Beoordeling
In onderstaand spindiagram zijn de scores van de verschillende scenario's per kwaliteitsaspect opgenomen. Toelichting op de scores is gegeven in de tussenrapportages.
Conclusie In de ingevulde spin is goed te zien dat er tussen scenario 1, instandhouding, en scenario 3, nieuwbouw, maar een klein verschil is op alle kwaliteitsaspecten samen. Scenario 2, vernieuwbouw, neemt met afstand de grootste oppervlakte in en scoort daarmee gemiddeld op alle aspecten samen het hoogst. 2.3.
Doorslag Noord
2.3.1.
Algemeen
Binnen het complex Doorslag Noord vallen de basisschool De Trompetvogel (Fluenta) en een peutergroep, een kinderdagverblijf en een BSO. Tot het complex hoort een gymzaal die onderdeel uitmaakt van het gebouw. Het omvangrijk scholencomplex (1977) vormt het middelpunt van de buurt. Het werd iets vooruitlopend op de ontwikkeling van de omliggende woningbouw gerealiseerd. De verspringende wanden van de houtskeletbouwwoningen omsluiten de school aan drie zijden als een krans. Een voetpad (Groenling) loopt rondom de school, tussen het schoolplein dat de gehele school omringt en de achtertuinen van de woningen. Diverse (onder)doorgangen onder en tussen de woningen komen uit op het voetpad rond de scholen en ‘verankeren’ de school in de buurt.
12009 – Vitale scholen Nieuwegein Eindrapportage Versie definitief 09
Pagina 11 van 48
Het complex van architect Pal Stipkovits heeft een éénlaagse opzet met verspringende bouwvolumes. De lichthappers en tentdaken geven het een speelse uitstraling. Ondanks de grote mate van standaardisatie kent het complex een zorgvuldige uitwerking in materialen en plasticiteit. Scholencomplex Doorslag Noord heeft een positieve tot hoge erfgoedwaarde. Het complex is een bijzondere uitdrukking van een typologische ontwikkeling, die in groeikernen en uitbreidingswijken werden toegepast. Bij eventuele aanpassingen en/of uitbreidingen dienen kernwaarden als de structuralistische opzet en alzijdigheid van het gebouw en het gebruik van de dakvormen leidend te zijn. De ruimtebehoefte is uit het programma van eisen overgenomen en in onderstaande tabel aangegeven.
De sluiting van de Krullevaar heeft na het deel 2 onderzoek tot een bijstelling van de ruimtebehoefte voor de onderwijsfunctie geleid. Er is daarbij besloten om vooralsnog 430 m2 bvo voor verhuur aan derden beschikbaar te maken met als optie om deze m2 later alsnog voor onderwijs in te zetten. 2.3.2.
Huidige situatie
De onderhoudstoestand van het exterieur is matig te noemen. Het binnenklimaat daarentegen is zeer slecht en de gymzaal voldoet niet meer aan de wensen. De technische installaties zijn verouderd en deels buiten werking. Het interieur is vrij sober en doelmatig afgewerkt en verkeert in een redelijke onderhoudstoestand.
12009 – Vitale scholen Nieuwegein Eindrapportage Versie definitief 09
Pagina 12 van 48
2.3.3.
Beoordeling
In onderstaand spindiagram zijn de scores van de verschillende scenario’s per kwaliteitsaspect opgenomen. Toelichting op de scores is gegeven in de tussenrapportages.
Conclusie In de ingevulde spin is goed te zien dat er tussen scenario 1, instandhouding, scenario 2, vernieuwbouw en scenario 3, nieuwbouw, een substantieel verschil is op de scores van de kwaliteitsaspecten. Scenario 2, vernieuwbouw, neemt met afstand de grootste oppervlakte in en scoort daarmee gemiddeld op alle aspecten samen het hoogst. 2.4.
Wijkersloot
2.4.1.
Algemeen
Binnen het complex Wijkersloot vallen twee basisscholen O.B.S. De Schakel (Robijn), Prot. Chr. Basisschool Koningin Beatrixschool (Fluenta), twee peutergroepen (Kind & Co), een kinderdagverblijf en een BSO. Bij het complex staat ook een sporthal die voor het ensemble van gebouwen erfgoed technisch belangrijk is. Deze wordt gebruikt door de scholen en beheerd door de gemeente.
12009 – Vitale scholen Nieuwegein Eindrapportage Versie definitief 09
Pagina 13 van 48
Direct ten westen van de vier galerijflats aan het Nijpelsplantsoen ligt, net als de flats door groen omgeven, een scholencluster. De vrijwel vierkante kavel bestaat uit vier kwadranten, waarvan de twee zuidelijke met compacte schoolgebouwen zijn ingevuld. In de noordwesthoek (linksboven op tekening) bevindt zich een sporthal, terwijl de noordoosthoek (rechtsboven op tekening) als sportveld in gebruik is. Het scholencluster in Wijkersloot ligt in een gebied met een hoge stedenbouwkundige waarde. Het gebied bestaat uit voor de bouwtijd kenmerkende, in het groen gelegen galerijflats en stempelstructuren. Binnen het scholencluster heeft de Beatrixschool een zeer hoge cultuurhistorische kwaliteit en de sportzaal een positieve/beeldondersteunende kwaliteit. Het gebouw van De Schakel in het zuidoostelijk kwadrant (rechtsonder op tekening) is in 1990 na een brand op de oude fundamenten herbouwd. De plattegrond van de school vertoont daardoor grote gelijkenissen met die van de Beatrixschool in het zuidwestelijk kwadrant (linksonder op tekening). Architectonisch wijken de scholen echter sterk van elkaar af. In tegenstelling tot De Schakel die een indifferente cultuur-architectuurhistorische waarde heeft, heeft de Beatrixschool zelf een hoge cultuur-architectuurhistorische waarde en het hele complex een hoge situationele en ensemblewaarde.
De oorspronkelijke samenhang tussen de twee scholen en de sportzaal, zowel stedenbouwkundig als stilistisch, was zeer sterk en dient als uitgangspunt te worden genomen voor verdere ontwikkelingen. Vanwege de zeer hoge waarde van de Beatrixschool en de positieve/beeldondersteunende waarde van de sportzaal ligt het voor de hand beiden te handhaven en de laagwaardige school De Schakel te vervangen. De ruimtebehoefte is in onderstaande tabel aangegeven. Complex O.B.S. De Schakel Prot. Chr. Basisschool Beatrixschool KDV en peutergroep BSO Wijkfunctie Extra leerlingen Totaal
2.4.2.
Leerling prognose 2035 171 122
Ruimtebehoefte (m² bvo) 1120 844
m² fno (factor 1,4) 800 603
64 ja 0 20 357
430 In m² complex 75 100 2569
307 In m² complex 54 71 1835
Huidige situatie
De algemene onderhoudstoestand van de Beatrixschool is matig te noemen. De school dateert uit de jaren '70 en is nog grotendeels volgens deze bouwperiode behouden. De schoolpleinen rond de gebouwen worden als onveilig ervaren, het ontbreekt aan groen op de pleinen zelf en aan buitenspeeltoestellen en er is veel overlast van hangjongeren. Ook is ten aanzien van het planmatige onderhoud een en ander verslechterd. Tot slot is de installatietechniek deels in 2010 vernieuwd. Het warmte afgiftenet is echter wel gedateerd. De algemene onderhoudstoestand van de Schakel is redelijk te noemen. De school is in de vroege jaren '90 herbouwd na een brand in het aanvankelijke gebouw. De jaren ’90 bouwstijl is duidelijk terug te zien in de
12009 – Vitale scholen Nieuwegein Eindrapportage Versie definitief 09
Pagina 14 van 48
toegepaste bouwmaterialen en detaillering. Het periodieke onderhoud is redelijk op peil. De installatietechniek is in 2011 grotendeels vernieuwd, waarbij ook delen van de techniekruimte zijn aangepakt. De algemene onderhoudstoestand van de sporthal is redelijk te noemen. De sporthal is sober en doelmatig opgesteld. De staat van onderhoud laat enige slijtage/veroudering zien, zowel aan het exterieur alsook in het interieur. Het dagelijkse beheer wordt wel op peil gehouden. Dit valt ook op bij het locatiebezoek. Het is er netjes, opgeruimd en schoon. Ook wordt zowel bouwkundig als installatietechnisch periodiek beheer en onderhoud uitgevoerd. 2.4.3.
Beoordeling
In onderstaand spindiagram zijn de scores van de verschillende scenario’s per kwaliteitsaspect opgenomen. Toelichting op de scores is gegeven in de tussenrapportages.
Conclusie In de ingevulde spin is goed te zien dat scenario 1, instandhouding, met afstand de kleinste oppervlakte inneemt en daarmee het laagst scoort. De oppervlakte van scenario 3, nieuwbouw, en scenario 2, vernieuwbouw, liggen heel dicht bij elkaar. Bij deze beoordeling is er wel van uitgegaan dat ook bij de nieuwbouw op het zuidoostelijk kwadrant de Beatrixschool als hoogwaardig erfgoed op het zuidwestelijk kwadrant behouden blijft. Een sloop van de Beatrixschool zou grote negatieve invloed hebben op de score erfgoedwaarde van de nieuwbouw, waarmee de totale score van scenario 3 lager zou worden en scenario 2, vernieuwbouw, relatief gezien beter zou scoren.
12009 – Vitale scholen Nieuwegein Eindrapportage Versie definitief 09
Pagina 15 van 48
2.5.
Fokkesteeg
2.5.1.
Algemeen
Gebruikers van het complex Fokkesteeg zijn de PO school De Schouw (Trinamiek) en de kinderopvang van Kind & Co. Tijdelijk gebruikt kinderopvang Balon twee lokalen in het gebouw. Het complex bestaat oorspronkelijk uit drie scholen en een erin opgenomen gymzaal, De Driemaster. De grote woonwijk Fokkesteeg wordt gevormd door een reeks van kleinere buurten, die voor een deel zijn ingepast in een min of meer regelmatig stramien van noord-zuid lopende sloten, die net als veel bouwblokken, de oude verkavelingsstructuren van het poldergebied in herinnering houden. Het gebouwencomplex ligt in een gebied met een positieve/beeldondersteunende kwaliteit. In de directe omgeving is het gebouwencomplex volgens het rapport het enige element met cultuurhistorische waarde. Het gebouwcomplex heeft een positieve cultuur- en architectuurhistorische en situationele en ensemblewaarde. Bij eventuele aanpassingen en/of uitbreidingen moeten kernwaarden als de structuralistische opzet en alzijdigheid van het gebouw en het gebruik van dakvormen leidend zijn. De ruimtebehoefte is in onderstaande tabel aangegeven. Complex
Leerling prognose 2035
Ruimtebehoefte (m2 bvo)
m² fno (factor 1,4)
De Schouw Kind & Co BSO Kind & Co peutergroep Kind & Co KDV Wijkfunctie Totaal
407
2267 in m² complex 170 260 75 2772
1619 in m² complex 121 186 54 1980
2.5.2.
32 32 471
Huidige situatie
De ruimte in de school is ruim bemeten doordat oorspronkelijk drie scholen in het gebouw zaten. Er is wel een te kort aan kleinere ruimten voor leerlingen voor bijvoorbeeld remedial teaching. Ook is de school door de omvang minder overzichtelijk. De installaties zijn oud en voldoen niet aan de eisen. De algemene onderhoudstoestand van de locatie is redelijk goed te noemen. De school dateert uit begin jaren '80. De algehele indruk van het schoolgebouw is dat het gedegen wordt onderhouden. Zowel het exterieur alsook het interieur vertonen weinig noemenswaardige mankementen. De algemene onderhoudstoestand van de gymzaal is redelijk te noemen. De gymzaal dateert uit begin jaren '80. De algehele indruk van de gymzaal is dat het gedegen wordt onderhouden. Zowel het exterieur alsook het interieur vertonen weinig noemenswaardige mankementen.
12009 – Vitale scholen Nieuwegein Eindrapportage Versie definitief 09
Pagina 16 van 48
2.5.3.
Beoordeling
In onderstaand spindiagram zijn de scores van de verschillende scenario’s per kwaliteitsaspect opgenomen. Toelichting op de scores is gegeven in de tussenrapportages.
Conclusie In de ingevulde spin is goed te zien dat scenario 1, instandhouding, de kleinste oppervlakte inneemt en daarmee het laagst scoort. De oppervlakte van scenario 3, nieuwbouw, is iets groter en scenario 2, vernieuwbouw, heeft de grootste oppervlakte. Daarmee scoort scenario 2, vernieuwbouw, gemiddeld op alle aspecten samen het hoogst. Op duurzaamheid en erfgoedwaarde scoort scenario 2 het best. Dit komt doordat het gebouwencomplex als geheel blijft gehandhaafd. Op kosten scoort scenario 2 echter het laagst, doordat er hoge exploitatiekosten gemaakt worden als gevolg van het (te) grote oppervlak, terwijl er toch flink geïnvesteerd wordt in het verbeteren van het gebouwencomplex.
12009 – Vitale scholen Nieuwegein Eindrapportage Versie definitief 09
Pagina 17 van 48
2.6.
Zuilenstein
2.6.1.
Algemeen
Het ensemble Zuilenstein bestaat uit twee aparte complexen waar drie scholen gebruik van maken en er is een losstaande gymzaal. De gebruikers van het ene complex zijn K.B.S. Vroonestein (Trinamiek), O.B.S. De Toonladder (Robijn) en de kinderopvang van Kind & Co. Het andere gebouw huisvest de Prot. Chr. Beatrixschool (Fluenta). De Symphonielaan deelt de wijk Zuilenstein in een noordelijk en zuidelijk deel. Het scholencluster ligt in het noordelijk deel. In dit noordelijke deel ligt de bebouwing in een krans rond het groene hart waarin het scholencluster is gelegen. Het park is landschappelijk vormgegeven met een meanderende waterpartij en kronkelende paden, passend bij het grillige stratenpatroon van de wijk. Ten westen van het rechte fietspad ligt het fietspad Lohengrinhof, dat de scholen ontsluit en het scholencluster in 2 delen splitst. In het westelijk deel ligt de Beatrixschool en in het oostelijk deel het grotere schoolgebouw Vroonestein/De Toonladder met losstaande gymzaal. De clusterschool (Beatrixschool), ten westen van het pad Lohengrinhof, heeft een hogere erfgoedwaarde dan de verbouwde patioschool (Toonladder/Vroonestein). Onderzoek naar vernieuwbouw zou zich in eerste instantie vooral op de clusterschool moeten richten. De vernieuwbouw blijft echter beperkt tot het verbeteren van de bestaande structuur.
Omdat de clusterschool een afgerond geheel vormt, het een weinig flexibele structuur is en de ruimte rondom het schoolgebouw beperkt is, zijn er weinig mogelijkheden voor uitbreiding. Het is denkbaar om de clusterschool een andere maatschappelijke functie te geven (kinderopvang, buurthuis of iets dergelijks). De patioschool, ten oosten van het pad Lohengrinhof, is qua erfgoedwaarde minder interessant, omdat het grotendeels vernieuwd is en het behouden gedeelte ingrijpend gewijzigd is. Het is denkbaar dat het behouden gedeelte wordt vervangen door nieuwbouw, waarbij de nieuwbouw zich voegt naar het in 2003 vernieuwde bouwdeel en de ligging in de groenstrook. De ontwerpprincipes van het structuralisme kunnen daarbij losgelaten worden. Het behoud van de ruimtelijke relatie tussen de schoolgebouwen en de gymzaal dient als uitgangspunt te worden genomen voor verdere ontwikkelingen. Net als het behoud van het kunstwerk ‘Actie’ van Rien Goené (1979) in de noordwesthoek van het schoolplein, voor de gymzaal. De ruimtebehoefte is in onderstaande tabel aangegeven. Complex Vroonestein De Toonladder Koningin Beatrixschool Kind & Co BSO Kind & Co peutergroep Kind & Co KDV Wijkfunctie Totaal
12009 – Vitale scholen Nieuwegein Eindrapportage Versie definitief 09
Leerling prognose 2035 204 216 297 32 32 781
Ruimtebehoefte (m2 bvo) 1226 1286 1694 in m² complex 170 260 75 4711
m² fno (factor 1,4) 876 919 1210 in m² complex 121 186 54 3365
Pagina 18 van 48
2.6.2.
Huidige situatie
In beide schoolgebouwen is het binnenklimaat slecht. Ook in het later gebouwde deel van de Toonladder zijn de verwarmingsinstallatie en elektravoorzieningen verouderd. Alle scholen ervaren overlast van hangjongeren en de soms chaotische verkeerssituatie. De algemene onderhoudstoestand van de locatie Vroonestein is redelijk tot matig te noemen. De school dateert uit de late jaren '70. De staat van onderhoud is wat gevarieerd. De algemene onderhoudstoestand van de Toonladder is redelijk te noemen. De school dateert uit 2004 en is geschakeld aan de aanvankelijke oudbouw uit de jaren '70 (Vroonestein). Het bouwdeel is in 2003-2004 herbouwd naar aanleiding van een brand in het aanvankelijke bouwdeel. Het bouwdeel is intern gekoppeld aan de oudbouw. Het is opgetrokken in twee bouwlagen. Zichtbaar is dat het gebouw inmiddels ongeveer 17 jaar oud is. In het algemeen is de onderhoudstoestand van de Beatrixschool goed te noemen. Het object dateert uit de late jaren '70 en is ook qua bouwvorm uit deze periode herkenbaar. De locatie is met één klaslokaal en een aantal algemene ruimten uitgebreid rond 2006, dit passend in de stijl van de jaren '70. De algemene indruk van het pand is dat het goed wordt onderhouden. Technisch gezien is de staat goed. De algemene onderhoudstoestand van de gymzaal de Triangel is redelijk tot matig te noemen.
De gymzaal dateert uit de late jaren '70 en is ten aanzien van enkele interieur- en exterieurelementen verouderd aan het raken. Wel wordt het dagelijkse en periodieke beheer op peil gehouden. Ondanks de ouderdom van het gebouw oogt het gymlokaal wel verzorgd. 2.6.3.
Beoordeling
In onderstaand spindiagram zijn de scores van de verschillende scenario’s per kwaliteitsaspect opgenomen. Voor toelichting op de scores verwijzen we naar de tussenrapportage.
12009 – Vitale scholen Nieuwegein Eindrapportage Versie definitief 09
Pagina 19 van 48
Conclusie In de bovenstaande spin is goed te zien dat scenario 2, vernieuwbouw, gemiddeld over alle aspecten het hoogst scoort. Dit komt onder andere door de zware weging van de erfgoedwaarde. Op totale kosten en ook functionaliteit scoort juist scenario 3, nieuwbouw, het hoogst. De instandhouding, scenario 1, scoort zowel op technische kwaliteit als functionaliteit het laagst en op kosten en ontwikkeling het hoogst. 2.7.
Zandveld
2.7.1.
Algemeen
Het complex Zandveld bestaat uit twee schoolgebouwen en de sportzaal De Sluis. Het oostelijke schoolgebouw en de sportzaal vallen onder herontwikkeling van dit onderzoek. Het schoolgebouw staat al lang leeg en verkeert in slechte staat. De Sluijs wordt wel gebruikt maar is toe aan vervanging. De Prins Mauritsschool (Fluenta) zit in het westelijke schoolgebouw en is de enige gebruiker. De ambitie van de gemeente is om ook Het Kruimeltje van Kind & Co onder te brengen in het gebouw van de Mauritsschool om zo een brede school te vormen. Het scholencluster is door groen omgeven. Aan de westzijde (talud ’s-Gravenhoutseweg en trambaan) en noordzijde door dichtere bebossing, aan de oost- en zuidzijde door plantsoenen en grasvelden met enkele solitaire bomen. Het cluster wordt ontsloten door de Kastanjestraat (Zuid) en Acaciastraat (Oost). Aan de Kastanjestraat heeft het scholencluster een gezamenlijk voorplein en een kleine parkeerplaats. De Mauritsschool heeft een eigen, door vleugels van het gebouw en door hekken omgeven speelterrein voor de onderbouw. De voormalige Kardinaal Alfrinkschool/De Linie (nu antikraak) heeft aan de noordzijde een groot, betegeld speelterrein. Centraal op dit plein staan in een grasperk drie grote bomen. De Mauritsschool kenmerkt zich door een functionalistische en modernistische vormentaal met aandacht voor ‘licht, lucht en ruimte’.
De school heeft een positieve tot hoge cultuur- en architectuurhistorische en situationele en ensemblewaarde. Kernwaarden als de ruime opzet, alzijdigheid en aandacht voor daglichttoetreding dienen leidend te zijn bij eventuele aanpassingen. De samenhang tussen de twee scholen en de sportzaal, zowel stedenbouwkundig als stilistisch, is zeer sterk en dient als uitgangspunt te worden genomen voor verdere ontwikkelingen. Vanwege de hoge waarde van de Mauritsschool ligt het voor de hand in ieder geval deze school te handhaven. Sportzaal De Sluis en de voormalige Kardinaal Alfrinkschool/De Linie (oostelijke schoolgebouw) zijn technisch opgenomen en naar een herbestemming van deze locaties wordt in een later stadium nog onderzoek gedaan. De ruimtebehoefte is in onderstaande tabel aangegeven. Complex Mauritsschool Kind & Co BSO Kind & Co peutergroep Kind & Co KDV Wijkfunctie Totaal
Leerling prognose 2035 225 32 32 289
12009 – Vitale scholen Nieuwegein Eindrapportage Versie definitief 09
Ruimtebehoefte (m2 bvo) 1342 in m² complex 170 260 75 1847
m² fno (factor 1,4) 958 in m² complex 121 186 54 1319
Pagina 20 van 48
2.7.2.
Huidige situatie
De algemene onderhoudstoestand van de Mauritsschool is goed te noemen. De school dateert uit de vroege jaren '70 en is vermoedelijk uitgebreid in de late jaren '90, begin jaren 2000. De bouwstijl uit de jaren '70 is grotendeels behouden en ook de uitbreiding is passend in de jaren '70 stijl uitgevoerd. De algehele indruk van het schoolgebouw is dat het gedegen wordt onderhouden. Zowel het exterieur alsook het interieur vertonen weinig noemenswaardige mankementen. Het binnenklimaat is niet goed en de cvtechniek is verouderd aan het raken. 2.7.3.
Beoordeling
In onderstaand spindiagram zijn de scores van de verschillende scenario’s per kwaliteitsaspect opgenomen. Voor toelichting op de scores verwijzen we naar de tussenrapportage.
Conclusie In de ingevulde spin is goed te zien dat scenario 3, nieuwbouw, de kleinste oppervlakte inneemt en daarmee het laagst scoort. De oppervlakte van scenario 2, vernieuwbouw, is iets groter dan scenario 1, instandhouding. Daarmee scoort scenario 2, vernieuwbouw, gemiddeld op alle aspecten samen het hoogst. Dit wordt met name veroorzaakt door de score op erfgoedwaarde en duurzaamheid.
12009 – Vitale scholen Nieuwegein Eindrapportage Versie definitief 09
Pagina 21 van 48
2.8.
Anna van Rijn
2.8.1.
Algemeen
Het Anna van Rijn College (Nuovo) is de internationaal georiënteerde openbare school in Nieuwegein. Het biedt modern onderwijs op mavo-, havo- en vwo-niveau. Daarnaast kunnen leerlingen op alle niveaus kiezen voor de tweetalige variant. Anna Mavo en Anna Lyceum zijn twee scholen onder één dak. Het complex bestaat uit één geheel met vier geïntegreerde gymzalen. Het Anna van Rijn College is gesitueerd aan de Roerdomplaan, vlak bij een tramhalte en het Park Oudegein. De locatie van de voormalige openbare scholengemeenschap ‘De Randdijk’ was bepaald in het structuurplan uit 1969. Het ensemble wordt begrensd door de Roerdomplaan aan de noordzijde, een historische waterloop aan de oostzijde, woningbouw aan de zuidzijde (jaren '90) en een combinatie van waterloop en woningbouw aan de westzijde (begin jaren '80). Het gebouw van de MAVO aan de Roerdomplaan werd als eerste gerealiseerd in 1977-1978 en behoort tot de eerst gerealiseerde gebouwen van de wijk Doorslag. In 1981-1982 volgde de eerste uitbreiding aan de achterzijde. In 2004 is het gebouw nogmaals uitgebreid. De eerste uitbreiding van de voormalige Openbare Scholengemeenschap ‘De Randdijk’, heeft een positieve beeldondersteunende kwaliteit.
Het Anna van Rijn College heeft behalve een positieve identiteitswaarde, een indifferente cultuur- en architectuurhistorische waarde, een indifferente situationele en ensemblewaarde en een indifferente belevingswaarde. De scholengemeenschap heeft een decentrale opzet, maar met de verbindingsgang wordt toch geprobeerd om een eenheid te vormen. Als gevolg van het verlagen van de verbindingsgang werd het terrein opgedeeld en zijn entrees verplaatst. In het geval van sloop-nieuwbouw zou onderzocht kunnen worden in hoeverre het bouwsysteem van Schokbeton, en in het bijzonder de decoratieve gevelelementen, hergebruikt zou kunnen worden in de nieuwbouw, voor de terreininrichting of elders in Nieuwegein. Het Programma van Eisen (PvE) is gebaseerd op 1.200 leerlingen en komt uit op 10.446 m2 bvo voor de totale school en gymzalen. Voor een gedetailleerde uitwerking wordt verwezen naar de tussenrapportage. 2.8.2.
Huidige situatie
Het huidige schoolgebouw heeft een capaciteit van circa 11.000 m2 bvo. Het schoolgebouw bestaat uit drie gebouwen uit verschillende bouwperioden met twee x twee gymzalen. De functionele kwaliteit van het huidige gebouw is zeer slecht. Geconcludeerd wordt dat de gebouwen niet of nauwelijks voldoen aan de gebruikseisen en dat de behoefte aan nieuwe huisvesting groot is. De algemene onderhoudstoestand van het bouwdeel uit 1978 is matig te noemen. Het object heeft qua casco nog een ruime en solide basis, maar intern zijn de infrastructuur en de installatietechniek verouderd. Dat geldt ook voor de gymzaal uit 1978. Het casco is mogelijk onderhevig aan wat lichte zettingen, die mogelijk ook van invloed zijn op de staat van de fundering. Ook de algemene onderhoudstoestand van het bouwdeel aan de Flamingo met de gymzaal uit 1990, is matig, sommige delen zelfs bijna slecht. We
12009 – Vitale scholen Nieuwegein Eindrapportage Versie definitief 09
Pagina 22 van 48
benadrukken dat de situatie is beoordeeld zoals deze aanwezig is, met de aanwezige betonnen gevelelementen en rekening houdende met de opzet van het gebouw met de intentie van tijdelijke huisvesting. Op het gebied van onder andere ventilatie, verlichting en verwarming kan worden opgemerkt dat dit niet meer van de hedendaagse standaard is. De onderhoudstoestand van het bouwdeel waarmee de school in 2004 aan de oostzijde is uitgebreid (Annazaal met andere ruimten in het bouwdeel) is goed. 2.8.3.
Drie scenario’s
Het Anna van Rijn College is in zo’n matige onderhoudsconditie en voldoet functioneel gezien zo slecht dat instandhouding van het gehele gebouw geen optie is. Instandhouding is dan ook niet meegenomen in de scenario’s. Er zijn twee scenario’s uitgewerkt voor een vernieuwbouw situatie, waarbij slechts een klein gedeelte van de bestaande bouw, de Annazaal ca, gehandhaafd blijft. En er is een derde, nieuwbouw scenario uitgewerkt waarbij al het bestaande gesloopt wordt. De uitbreiding van 2004 van de Annazaal ca is echter nog wel in goede staat en heeft een relatief hoge boekwaarde. Deze bedraagt per 2025 circa € 2,9 miljoen. De gemeente moet met Nuovo tot overeenstemming komen hoe hiermee om te gaan. Bij de vernieuwbouwscenario’s A en B blijft dit bouwdeel behouden en behoeft de boekwaarde niet in een keer geheel te worden afgeschreven. Bij scenario 3 wordt de Annazaal geheel gesloopt en moet dit wel gebeuren. Over 40 jaar gezien zijn scenario 2 en 3 op LCC-kosten beschouwd vrijwel gelijkwaardig. Bij scenario 2, vernieuwbouw A, worden de Annazaal en de sportzalen tot één geheel gevormd, zodat er een cultuur- en sportcluster kan ontstaan dat op zichzelf staat en separaat wordt geëxploiteerd. De overige onderwijsfuncties worden in een compact drielaags carré-vormige gebouw ondergebracht.
De erfgoedwaardige dragende gevelelementen van Schokbeton van het achterste gebouw worden hergebruikt in de nieuwbouw. Bij scenario 2, vernieuwbouw B, maakt de Annazaal deel uit van het nieuwe drielaagse onderwijsgebouw dat een prominente plek krijgt voor op het terrein. Nu is het sportgebouw gecentreerd achter op het terrein geplaatst. Wel worden ook nu weer (net als bij scenario A) de dragende gevelelementen van het achterste gebouw hergebruikt in de nieuwbouw. Bij scenario 3, nieuwbouw, worden alle bestaande gebouwen gesloopt en komt er een geheel nieuw gebouw met daarachter een nieuw sportgebouw.
Scenario 2A Vernieuwbouw (Annazaal & sportzaal tot sport- en cultuurcluster)
2.8.4.
Scenario 2B Vernieuwbouw (Sport apart)
Scenario 3 Nieuwbouw (Nieuw onderwijs- en sportgebouw)
Beoordeling
In onderstaand spindiagram zijn de scores van de verschillende scenario’s per kwaliteitsaspect opgenomen. Voor toelichting op de scores verwijzen we naar de tussenrapportage.
12009 – Vitale scholen Nieuwegein Eindrapportage Versie definitief 09
Pagina 23 van 48
Conclusie In de ingevulde spin is goed te zien dat scenario 3, nieuwbouw, de kleinste oppervlakte inneemt en daarmee het laagst scoort. De oppervlakte van scenario 2, vernieuwbouw B, heeft de grootste oppervlakte. Daarmee scoort scenario 2, vernieuwbouw B, gemiddeld op alle aspecten samen het hoogst. Dit wordt met name veroorzaakt door de score op erfgoedwaarde. 2.9.
Cals Lyceum
2.9.1.
Algemeen
Het Cals College is een open katholieke school waar onderwijs wordt verzorgd op havo-, vwo- en gymnasiumniveau. Daarnaast wordt er Technasium onderwijs aangeboden. Elke leerling is welkom en er wordt geen onderscheid gemaakt op grond van eventuele geloofsovertuigingen of levensbeschouwing. Het Programma van Eisen (PvE) is gebaseerd op het streefgetal van 2.100 leerlingen en komt normatief uit op 13.498 m2 bvo voor de totale school, exclusief gymzalen. 2.9.2.
Huidige situatie
De leerlingen van het Cals College zijn verdeeld over het hoofdgebouw en het naastgelegen kantoor aan de Brinkwal, waar ruimte voor 13 lokalen wordt gehuurd. Het hoofdgebouw is van origine een vierarmig gebouw met een centrale hal in het hart hiervan. In het bouwvolume bevinden zich drie gymzalen. Voor
12009 – Vitale scholen Nieuwegein Eindrapportage Versie definitief 09
Pagina 24 van 48
extra gymzaalruimte wordt gebruik gemaakt van het sport- en evenementencentrum Merwestein aan de overkant. Over de jaren heen zijn verschillende uitbouwen gerealiseerd met voornamelijk aanvullende theorielokalen en het Technasium (gekromde gebouwdeel). Het hoofdgebouw alleen is nu niet toereikend voor het aantal leerlingen (circa 2.200) dat momenteel les krijgt aan het Cals College. Leerlingenprognoses uit 2021 laten voor 2036 ongeveer 2.200 leerlingen zien. De ambitie van het schoolbestuur is het Cals College op 2.100 leerlingen te vernieuwen. Vooralsnog is in het onderzoek de ambitie van het schoolbestuur verdisconteerd. Ook voor het gewenste maximumaantal leerlingen van 2100 in 2036 schiet het gebouw te kort. Momenteel is het hoofdgebouw geschikt voor 1.765 leerlingen. Om voldoende capaciteit te bieden dient het gebouw uitgebreid te worden met leslokalen en bijbehorende faciliteiten, dit ter vervanging van de nu gehuurde ruimte aan de overkant. Momenteel is het gebouw opgezet met traditionele leslokalen voor ongeveer 30 leerlingen. Men is tevreden met de opzet van het gebouw. Wel is behoefte aan meer studieruimten en zitmogelijkheden bij de pauzeplekken. De benodigde ruimte voor fietsenstalling is enorm verspreid over het terrein. Echt elke m2 is dicht gebouwd met fietsenstalling en de toegangen tot het gebouw zijn daarmee ‘ingebouwd’.
Men heeft behoefte aan verbetering van deze situatie. De algemene onderhoudstoestand van het hoofdgebouw is ‘goed’ te noemen. Het object is opgebouwd uit meerdere bouwdelen met een ruime en overzichtelijke indeling. De toegepaste afwerkingen voor zowel exterieur als interieur worden goed onderhouden. Het gebouw is recent verbouwd in het kader van renovatie en verduurzamen. Het vervangen van de sanitaire groepen, de gevel, het dak en de luchtbehandeling in combinatie met het afstappen van gasgebruik naar stadsverwarming zorgt voor een meer duurzaam gebouw met een comfortabel leer- en werkklimaat. De huidige infrastructuur voor de afgiftenetten en overige kanalen- en leidingwerk blijven wel in stand. 2.9.3.
Kenmerken en scenario’s
Ligging Het Cals College vormt samen met het tegenoverliggende Merwestein (sport- en evenementencomplex) en een aantal appartementencomplexen van gemiddeld vijf á zes bouwlagen een cluster. In de omgeving bevinden zich voornamelijk woningen en appartementen, een aantal kantoorpanden en het grote park Oudegein. De voorzijde van de school is georiënteerd op een grote parkeerplaats. Daar is ook een grote fietsenstalling aanwezig. Nieuwe en te handhaven gebouwvolumes Bij zowel het vernieuwbouw scenario als het nieuwbouw scenario wordt het sportvolume, dat nu dominant is gelegen in het complex en een blokkade vormt voor een goed centraal georganiseerd schoolgebouw, verplaatst. Bij het vernieuwbouw scenario wordt met het nieuwe toe te voegen volume ruimte gemaakt voor fietsenstalling op maaiveld, lokalen en vier gymzalen. Er wordt daarmee ook ruimte gecreëerd voor de 300 leerlingen die zich nu bevinden in het kantoorgebouw aan de Brinkwal. Dit omdat het opnieuw kunnen huren van de kantoorruimte na het aflopen van het huidige huurcontract niet zeker is en omdat de situatie met deze ‘dependance’ functioneel niet optimaal is. Bij het nieuwbouw scenario wordt het huidige gebouw in zijn geheel gesloopt en komt er een compact rechthoekig volume in drie lagen aansluitend op het nieuwe gymzaal/lokalenblok. Op de tekening van de
12009 – Vitale scholen Nieuwegein Eindrapportage Versie definitief 09
Pagina 25 van 48
2e verdieping hieronder is dit nieuwbouwvolume aangegeven als een rechthoekig ‘roze’ blok dat aansluit op het lichtblauwe sportblok. Hierbij krijgt de buitenruimte om de school meer lucht; alles wat grijs is, vervalt. In beide scenario’s wordt een extra fietsenstalling op maaiveld gecreëerd onder het nieuwe sportvolume.
Begane grond nieuwe situatie (fietsen/lokalen)
1e verdieping nieuwe situatie (lokalen)
2e verdieping nieuwe situatie (gymzalen)
Scenario’s Scenario 1 betreft instandhouding. Scenario 2 betreft vernieuwbouw, waarbij sprake is van twee varianten. Deze houden globaal het volgende in: Variant 1 Nieuwe gymzalen, lokalen, fietsenstalling en een grote renovatie van de rest van het bestaande gebouw. Dit houdt in dat onder andere de gevel, alle dakdelen en een deel van de installaties op het dak worden vervangen. Conditieniveau 1 is hierbij uitgangspunt, zoals bij alle andere Vitale scholenprojecten aangehouden met een levensduur van 40 jaar. Variant 2 Nieuwe gymzalen, lokalen, fietsenstalling en ten dele renovatie van het bestaande gebouw. Dit houdt in geen werkzaamheden aan de gevel, alleen de nog niet vervangen dakdelen worden aangepakt, de relatief recent vernieuwde installaties op het dak blijven gehandhaafd. Het huidige conditieniveau 2 blijft gehandhaafd. Een levensduur van 20 jaar is hierbij het uitgangspunt. Voornamelijk op de onderdelen technische kwaliteit, duurzaamheid en kosten hebben de verschillende uitgangspunten van de varianten impact. Scenario 3 betreft nieuwbouw.
12009 – Vitale scholen Nieuwegein Eindrapportage Versie definitief 09
Pagina 26 van 48
2.9.4.
Beoordeling
In onderstaand spindiagram zijn de scores van de verschillende scenario's per kwaliteitsaspect opgenomen. Voor toelichting op de scores verwijzen we naar de tussenrapportage.
2.10.
Conclusie
In de ingevulde spin is goed te zien dat de verschillende scenario’s dicht bij elkaar liggen. Scenario vernieuwbouw, variant 1 wijkt duidelijk het meest af en scoort het hoogst met het grootste oppervlak. Dit komt voornamelijk doordat het op alle criteria, behalve de kosten hoog scoort. Er wordt namelijk een verbeteringsslag gemaakt op het gebied van functionaliteit ten opzichte van de huidige opzet van het gebouw, de technische kwaliteit gaat erop vooruit aangezien de bouwkundige en installatietechnische onderdelen als geheel worden aangepakt en het risicoprofiel is relatief laag. Daarentegen betreft het wat een minder duurzame variant omdat een aantal herinvesteringen wordt gedaan waar de onlangs aangebrachte verduurzamingsmaatregelen nog niet hun volledige levensduur hebben bereikt. Scenario 1, instandhouding, scoort vrijwel gelijk aan scenario 2, vernieuwbouw variant 2. Belangrijk verschil is het aspect kosten, dat bij instandhouding het beste scoort. De kosten en ontwikkeling zijn erg gunstig doordat er weinig ingrepen benodigd zijn in het gebouw vanwege al uitgevoerde verduurzamingsmaatregelen. Dit zorgt ook voor een korte doorlooptijd met laag risico. De functionaliteit verdient hierbij de grootste aandacht.
Scenario 2, vernieuwbouw variant 2, scoort op vrijwel alle criteria gemiddeld tot goed met op duurzaamheid het beste, maar heeft hogere LCC-kosten waardoor dit scenario ongunstiger is. Bij scenario 3, nieuwbouw, scoren vooral de duurzaamheid, met het slopen en toevoegen van vele materialen, kosten en de ontwikkeling lager.
12009 – Vitale scholen Nieuwegein Eindrapportage Versie definitief 09
Pagina 27 van 48
2.11.
Oosterlicht College
2.11.1.
Algemeen
Het Oosterlicht College biedt onderwijs van alle niveaus aan en is gebouwd in 1997. Daarnaast worden extra kansen aangeboden met het inzetten van LWOO-klassen, een structuurklas, brugjaar Jan Ligthart klas, dakpanklassen, keuzelessen en dergelijke. Op het Oosterlicht College wordt met name klassikaal lesgegeven. De gewenste indeling van het gebouw is traditioneel met lokalen en leerpleinen. Speciale aandachtsgebieden zijn het cultuurprofiel, sportprofiel, profiel economie en ondernemen en profiel dienstverlening en producten. Verder is er veel aandacht voor en de digitalisering van het onderwijs, de internationalisering in de toekomst en het ruimte bieden voor het invullen van een rijke schooldag. Het Programma van Eisen (PvE) is gebaseerd op 1.860 leerlingen (in het jaar 2036 volgens prognose van 2021) en komt uit op 12.857 m2 bvo voor de totale school exclusief de gymzalen. 2.11.2.
Huidige situatie
Alle leerlingen van het Oosterlicht College bevinden zich in het hoofdgebouw van circa 13.500 m2 bvo exclusief sport. Het hoofdgebouw uit 1997 heeft de vorm van een gebogen letter L. Hierin bevinden zich alle lesfaciliteiten, kantoren en facilitaire ondersteuning. Aan de zuidzijde van het gebouw bevindt zich een apart bouwdeel met daarin drie gymzalen. Onder de gymzalen zijn als aanvulling op de originele bouw door de school zelf extra faciliteiten gerealiseerd zoals algemene leslokalen. Momenteel passen alle leerlingen en het personeel in het huidige gebouw, maar qua ruimte voor de verschillende functies schiet het gebouw momenteel te kort. De totale omvang van het gebouw is goed, maar de bruikbaarheid van de beschikbare vierkante meters is uiterst slecht. Er zitten heel veel losse onbruikbare vierkante meters in het gebouw, waardoor juist een tekort aan functionele ruimten ontstaat. Het grootste knelpunt van de school is het slechte binnenklimaat. Het is veel te warm in de gymzalen, de trappenhuizen aan de zuidgevel met veel glas, maar ook in de functionele ruimten van met name op de bovenste verdiepingen. Er is geen zonwering aanwezig, weinig ventilatie en ook geen koeling. Omdat de leerlingen op school met laptops werken, die regelmatig moeten worden opgeladen, is er een duidelijk te kort aan stroomvoorzieningen.
De school zelf heeft hier de afgelopen jaren nauwelijks in geïnvesteerd. Daarnaast is de huidige hoeveelheid auto- en fietsparkeerplaatsen laag. Door het realiseren van extra gebouw onder de gymzaal zijn de fietsparkeerplaatsen daar verdwenen en elders op het terrein gerealiseerd. Daardoor blijft er weinig bruikbare buitenruimte over. Een zorgenpunt van de school is de veiligheid van leerlingen tijdens het brengen en halen. De verkeersveiligheid en de aanwezigheid van voldoende parkeerplaatsen vraagt volgens de school extra aandacht als in de directe omgeving van de school een compleet nieuwe woonwijk ontwikkeld wordt. De algemene onderhoudstoestand van het bouwdeel is ‘redelijk’ te noemen. Het object heeft een stevig opgebouwd casco dat overzichtelijk en consequent is opgezet. De toegepaste afwerkingen, sanitair en technische installaties zijn wat gedateerd te noemen. De infrastructuur, afgiftenetten en het overige kanalen- en leidingwerk dateren nagenoeg volledig uit medio jaren '90 en beginnen daarmee verouderd te raken. Gezien de levensduur van het gebouw vallen de nodige vernieuwingen onder de verantwoordelijkheid van de school.
12009 – Vitale scholen Nieuwegein Eindrapportage Versie definitief 09
Pagina 28 van 48
2.11.3.
Kenmerken en scenario’s
Het complex van het Oosterlicht College bevindt zich op een eigen terrein dat stedenbouwkundig duidelijk is gescheiden van de omgeving via wegen, groen en water. In de omgeving bevindt zich op dit moment vooral groen en veel kantoor- en bedrijvengebouwen. De gemeente wil het hele gebied langzamerhand transformeren tot een woonbuurt. Belangrijk voor de school is daarbij dat de gemeente aandacht heeft voor de bijzondere positie van de school in de buurt en mogelijke overlast voor de omwonenden. Ook is de bereikbaarheid van de school tijdens en na de transformatie en belangrijk onderwerp. In scenario 1 instandhouding blijven zowel de ruimtelijke als functionele kwaliteit van het gebouw en de buitenruimte beperkt. De aanpak van scenario 2 vernieuwbouw gaat, hoewel er nu in het gebouw sprake is van onbruikbare m2, uit van het toevoegen van extra volume en een nieuw centraal gebied waar vanuit het gebouw georganiseerd wordt. Dit omdat het toevoegen de eenvoudigste manier is voor het oplossen van de functionele problemen. De hoofdentree komt aan de Marconibaan en sluit direct aan op het centraal
gebied met de bijzondere functies zoals theater, mediatheek en kantine. De noodlokalen onder de sportzalen worden verwijderd en het auto en fiets parkeren wordt met een nieuw parkeerdek compact gerealiseerd. In scenario 3 nieuwbouw wordt een compact carré-vormig gebouw in vier lagen gerealiseerd. Het nieuwe sportgebouw met 4 gymzalen is opgetild om daaronder het grootste deel van de fietsen te kunnen parkeren. Aan weerszijden van het onderwijsgebouw kunnen auto’s geparkeerd worden. Daarnaast blijft nog voldoende ruimte over voor schoolpleinen en groen.
12009 – Vitale scholen Nieuwegein Eindrapportage Versie definitief 09
Pagina 29 van 48
Hieronder geven we een volume impressie van de drie onderzochte scenario’s. Voor meer info over de scenario’s verwijzen we naar de tussenrapportage.
Scenario 1 Instandhouding (Volume blijf onveranderd)
2.11.4.
Scenario 2 Vernieuwbouw (Extra volume en fietsenstalling)
Scenario 3 Nieuwbouw (Nieuwbouw volume met sportzaal)
Beoordeling
In onderstaand spindiagram zijn de scores van de verschillende scenario's per kwaliteitsaspect opgenomen. Voor toelichting op de scores verwijzen we naar de tussenrapportage.
Conclusie In de ingevulde spin is goed te zien dat scenario 1, instandhouding, de kleinste oppervlakte inneemt en daarmee het laagst scoort. De oppervlaktes van scenario 2, vernieuwbouw, en scenario 3, nieuwbouw, liggen heel dicht bij elkaar. Op de technische kwaliteit scoren vernieuwbouw en nieuwbouw even hoog, op duurzaamheid en ontwikkeling scoort de vernieuwbouw hoger en op functionaliteit en kosten de nieuwbouw. Met een klein verschil ten opzichte van de vernieuwbouw scoort scenario 3, nieuwbouw, gemiddeld op alle aspecten samen het hoogst.
12009 – Vitale scholen Nieuwegein Eindrapportage Versie definitief 09
Pagina 30 van 48
3.
Voorkeursscenario’s
In dit hoofdstuk gaan we naar de gehele portefeuille van alle onderzochten PO- en VO-complexen kijken. We zetten de voorkeursscenario’s en de verschillende kwaliteitsaspecten, zoals die uit de tussenrapportages van de afzonderlijke complexen naar voren zijn gekomen, naast elkaar. Vervolgens onderzoeken wij of er met een brede blik na de gehele portefeuille aanleidingen en argumenten zijn, die tot een afwijking van de resultaten van de tussenrapportages zouden kunnen leiden. Het doel is om van de totale portefeuille van de Vitale Scholen binnen Nieuwegein een afgewogen geheel te maken, waarbij alle kwaliteitsaspecten als erfgoedwaarde, duurzaamheid, technische en functionele kwaliteit, ontwikkeling en kosten in balans zijn. 3.1.