CConstaterende datNieuwegein
Koppel je AI →
Document · PDF

2023-174 Toelichting en regels bestemmingsplan Buizerdlaan-Kauwenhof.pdf

Raadsvergadering 22 juni 2023, gemeente NieuwegeinBij agendapunt: Bestemmingsplan Buizerdlaan-Kauwenhof26.790 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

planstatus vastgesteld

referentie BPDO2022HER001 / 192681

pagina 50 van 109

4.7.4

Incidenten met gevaarlijke stoffen op de rijksweg

Een ongeval op de A2 met een tankauto met brandbare gassen zoals LPG kan leiden tot een explosie (zgn. koude Bleve). Het invloedsgebied hiervoor reikt tot 225 m afstand van de rijksweg, het plangebied bevindt zich op 250 m. De mogelijkheden voor de zelfredzaamheid bij een explosie zijn beperkt omdat het scenario geen ontwikkeltijd kent. Dit betekent dat het plangebied voorzien moet zijn van voldoende vluchtmogelijkheden aan de achterzijde van het plan. Zoals hierboven is aangegeven in de paragraaf zelfredzaamheid is de aard en aantal van de ontsluitingswegen in het plangebied voldoende te noemen. Een tweede belangrijk scenario is het vrijkomen van giftige gasvormige stoffen zoals ammoniak. Een toxische wolk kan reiken tot op meer dan 1,5 km, dus kan ook over het plangebied vallen. Bij een toxische wolk zijn er mogelijkheden voor de zelfredzaamheid. Het advies is om binnen te blijven en ramen en deuren gesloten te houden. Van belang is dan wel dat een eventueel luchtbehandelingssysteem centraal afschakelbaar is. Hierover en over de risico's en vluchtmogelijkheden als gevolg van incidenten op de A2 zal met de toekomstige bewoners en de gebruikers van de Lidl gecommuniceerd worden. 4.7.5

Conclusie

Gelet op het voorgaande is er geen belemmering op het gebied van externe veiligheid voor de uitvoerbaarheid van voorgenomen ontwikkeling.

4.8

Water

4.8.1

Gemeentelijk beleid

Het jaarplan Water 2020 en de watervisie uit 2004 vormen samen het Waterplan van de gemeente Nieuwegein. De gemeente beschikt ook over een verbreed gemeentelijk rioleringsplan 2019-2023 met daarin het beleid voor de zorgplichten voor afvalwater, hemelwater en grondwater, maar ook de ambities voor de waterkwaliteit en duurzaamheid van het (afval)watersysteem. In 2018 heeft de gemeente de visie klimaatadaptatie vastgesteld en het uitvoeringsprogramma klimaatadaptatie 2019-2022. Het klimaat verandert. We krijgen te maken met meer en heftigere regenbuien, langere droge periodes en meer hete zomerse dagen en nachten. Om ook in de toekomst prettig te kunnen wonen moeten we nu al stap voor stap investeren in een klimaatbestendige inrichting van de stad en de samenleving hierop voorbereiden. Dit heet klimaatadaptatie en doet de gemeente niet alleen maar samen met de partners in de stad en de regio. Relevante uitgangspunten zijn:  

Door een goede inrichting van het stedelijk gebied, voldoende schaduw en ruimte voor groen en water, kan een verdere opwarming van de stad tegengegaan worden; Voorkomen dat bij een extreme bui schade optreedt in gebouwen of dat onveilige situaties ontstaan. Deze buien verwerken worden zoveel mogelijk bovengronds verwerkt in plaats van een ondergrondse afvoer via buizen: door het water daarheen te laten stromen waar het geen kwaad kan. Klimaatadaptieve maatregelen kunnen ook leiden tot een attractieve stad en gezonde leefomgeving.

4.8.2

Beleid Hoogheemraadschap

Het Hoogheemraadschap de Stichtse Rijnlanden (HDSR) is de waterkwaliteit- en waterkwantiteitsbeheerder. Het concrete toetsingskader van HDSR voor de watertoets is gegeven in het Handboek Watertoets. De belangrijkste uitgangspunten zijn hierbij als volgt:  

het standstill-principe: voorkom negatieve effecten van ruimtelijke ontwikkelingen op het watersysteem; verbeteren: benut kansen die zich voordoen in ruimtelijke ontwikkelingen.

De principes die bij het waterbeleid van belang zijn:

planstatus vastgesteld

referentie BPDO2022HER001 / 192681

pagina 51 van 109

Waterkwantiteit:  

de trits vasthouden - bergen - afvoeren; versnelde afvoer van regenwater naar oppervlaktewater moet worden voorkomen of worden gecompenseerd; 1. in verband met het voorkomen van versnelde afvoer adviseert het waterschap om wel een infiltratiesysteem aan te leggen. Voor een afname van verhard oppervlak in stedelijk gebied is geen compensatieplicht vanuit het waterschap; 2. om versnelde afvoer naar oppervlaktewater te voorkomen, adviseert het waterschap om een infiltratiesysteem aan te leggen met 50 mm berging (hiervan dient minimaal 15 mm te infiltreren) per m2 afgekoppeld oppervlak. Indien infiltratie niet mogelijk is, zal automatisch moeten worden gecompenseerd. Voor een toename van verhard oppervlak van 500 m 2 tot 10.000 m2 in stedelijk gebied moet berging worden gerealiseerd.

Waterkwaliteit: 

de trits schoon houden - scheiden - zuiveren. Voor bouwactiviteiten kan bijvoorbeeld worden gedacht aan zorgvuldige materiaalkeuze. Verslechtering van de waterkwaliteit bij nieuwbouw en herstructurering kan worden voorkomen door geen uitlogende (bouw)materialen toe te passen; bij nieuwe ontwikkelingen adviseert het waterschap het regenwater gescheiden van het afvalwater te verwerken.

4.8.3

Situatie plangebied

Het plangebied is in de voormalige/huidige situatie voor een groot deel bebouwd en/of verhard. Ten opzichte van de voormalige/huidige situatie neemt het verhard oppervlak in beperkte mate toe. De toename aan verhard oppervlak wordt gecompenseerd door de realisatie van o.a. wadi’s binnen het plangebied. Dit is uitgewerkt in Bijlage 11. Hemelwater Het hemelwater dient afgekoppeld te worden van de riolering en verwerkt te worden op eigen terrein. Voor hemelwater zijn eisen die volgen uit het beleid van HDSR en de gemeente om minimaal 50 mm waterberging te realiseren. Uitgaande van een verhard oppervlak van 14.065 m2 dient er minimaal 703 m3 waterberging gerealiseerd te worden. In het plan wordt op verschillende manieren voorzien in de benodigde waterberging. Ter plaatse van het parkeerterrein van de Lidl zal in de fundatie onder de weg en in infiltratiekratten onder de parkeerplaatsen berging plaatsvinden. Ter plaatse van het woongebied zal waterberging ter plaatse van de fundering onder het parkeerterrein gerealiseerd worden. In het openbaar gebied zullen meerdere wadi's aangelegd worden waarin hemelwater geborgen en geïnfiltreerd wordt. In totaal zal in het plangebied 724 m 3 water geborgen kunnen worden, hiermee wordt in ruime mater voldaan aan de geldende norm. De wadi's zullen een overstortconstructie krijgen op het ten westen van het plangebied aanwezige oppervlaktewater.

Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden adviseert nog het volgende: 

Het vloerpeil van panden ligt minimaal 0,15 m boven straatpeil;

Het gebied dient zo ingericht te worden dat zelfs bij een zeer extreme regenbui er geen schade optreedt. Hieraan wordt voldaan, als een extreme bui van 80 mm in één uur, verwerkt kan worden zonder dat er schade optreedt in gebouwen en vitale infrastructuur, zoals nutsvoorzieningen, door instromend regenwater. Wij zien kansen om bij extreme regenbuien het hemelwater onder afschot naar de naastgelegen watergang af te voeren. Huishoudelijk afvalwater Het huishoudelijk afvalwater kan worden aangesloten op het stelsel dat ligt in het gebied. Watersysteem omgeving

planstatus vastgesteld

referentie BPDO2022HER001 / 192681

pagina 52 van 109

Binnen de wijk Doorslag het plangebied is veel groen en ook water aanwezig. Op sommige plaatsen is het oppervlaktewater echter niet direct zichtbaar, doordat dit is overkluisd door wegen of groenvoorzieningen. Dit geldt ook binnen het plangebied, ten noorden van de supermarkt. De locatie van deze overkluisde watergangen is veiliggesteld door een dubbelbestemming waterstaatsdoeleinden. In de doeleindenomschrijving van de bestemmingen voor verkeer en groenvoorzieningen wordt tevens rekening gehouden met mogelijke uitbreidingen van open water ten behoeve van waterberging of andere waterstaatkundige doelen. Grote delen van de provincie liggen in overstroombare gebieden van Neder-Rijn, Lek en het Eemmeer. Het plangebied is ook gelegen in een gebied dat is aangewezen als overstroombaar gebied. Uit de klimaateffectatlas blijkt dat er een middelgrote kans is (1 keer in de 100 jaar) dat het plangebied overstroomt met een waterdiepte tot 1,5 meter. Deze kans geldt voor nagenoeg het gehele stedelijk gebied van Nieuwegein. De kans op een overstroming met een grotere waterdiepte is kleiner (1 keer in de 1.000 jaar). Wanneer sprake is van een dreigende overstroming kan worden ingezet op vroegtijdige evacuatie en risicocommunicatie. 4.8.4

Conclusie

Geconcludeerd wordt dat het watersysteem toereikend is om de beoogde ontwikkeling mogelijk te maken. In het kader van het wettelijk overleg is het voorontwerpbestemmingsplan voorgelegd aan Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden en zijn de opmerkingen van het hoogheemraadschap verwerkt.

4.9

Verkeer en parkeren

4.9.1

Toetsingskader

Op het gebied van verkeer en vervoer bestaat geen specifieke wetgeving die relevant is voor de voorgenomen activiteit. Wel dient in het kader van het ruimtelijk plan dat de activiteit mogelijk maakt, te worden onderbouwd dat het geheel voldoet aan een goede ruimtelijke ordening. Dit houdt onder meer in dat er voldoende parkeergelegenheid aanwezig dient te zijn en de eventuele verkeerstoename niet leidt tot knelpunten in de verkeersafwikkeling. Door HGCA is een verkeerskundige beoordeling van het plan uitgevoerd, waarin zowel aandacht aan de verkeersafwikkeling als parkeren is besteed. Dit onderzoek is opgenomen in Bijlage 12. De resultaten worden achtereenvolgens toegelicht. Daarnaast is er door de gemeente ook verkeerskundig onderzoek uitgevoerd. De rapportage hiervan is als bijlage 13 bijgevoegd. Ter plaatse van de Kauwenhof wordt uitsluitend de vestiging van een supermarkt verboden in de planregels. Van fysieke wijzigingen of verruiming van de planregels is geen sprake. Doordat vestiging van een supermarkt niet meer mogelijk wordt in de Kauwenhof draagt dit bovendien bij aan verbetering van de verkeer- en parkeersituatie aldaar. 4.9.2

Parkeren

Aan de hand van de programmatische gegevens (o.a. een supermarkt van ca. 1.700 m2 w.v.o.), actuele kencijfers van het CROW en het Koersdocument Parkeren 2020-2025 (gemeentelijk beleid) is een berekening gemaakt van de parkeerbehoefte. Hieruit blijkt dat het plan een parkeerbehoefte van minimaal 160 parkeerplekken kent, waarvan minimaal 88 voor de supermarkt en 72 voor de woningen. Deze berekening sluit aan op de parkeernormen volgens het Koersdocument Parkeren 2020 - 2025. Wanneer gekeken wordt naar de parkeernormen conform de CROW dan geldt voor de supermarkt een bandbreedte van 86-141 parkeerplaatsen.

planstatus vastgesteld

referentie BPDO2022HER001 / 192681

pagina 53 van 109

Het stedenbouwkundig plan voorziet in 72 parkeerplekken voor de woningen in lijn met de berekende parkeerbehoefte. Voor de supermarkt bestaat de wens om ruimschoots te voldoen aan de gemeentelijke norm om zodoende met zekerheid parkeerproblemen, zoals bezoekers die tijdens piekmomenten langdurig op zoek moeten naar een vrije plek met bijbehorende verkeersonveilige situaties en afwenteling van parkeren in de omgeving, in de toekomst te voorkomen. Het bestemmingsplan biedt planologisch de ruimte om op maaiveld ten minste 90 parkeerplaatsen te realiseren, waarbij tevens de mogelijkheid bestaat voor een parkeergarage met maximaal 59 parkeerplaatsen. Te allen tijden zal hiermee voldaan kunnen worden aan de gemeentelijke parkeernorm. De supermarkt wordt voor fietsers bereikbaar vanaf de Buizerdlaan-zijde. Dit is ook waar de fietsparkeerplaatsen (dichtbij de ingang van de winkel) zijn gesitueerd. Ook wordt een overdekte fietsenstalling met ruimte voor 20 fietsen beoogd, waar de elektrische fiets eventueel kan worden opgeladen. 4.9.3

Verkeersgeneratie

Aan de hand van de programmatische gegevens en actuele kencijfers van het CROW is een berekening gemaakt van de te verwachten verkeersstromen. Hieruit blijkt dat de verkeersgeneratie gemiddeld 2.792 verkeersbewegingen bedraagt, waarvan het merendeel gerelateerd is aan de supermarkt. Door de ligging van de locatie in Nieuwegein zal het verkeer van en naar de supermarkt zich gelijkelijk verdelen over de Buizerdlaan in noordelijke en zuidelijke richting. Verkeer van en naar de woonbuurt is naar verwachting deels lokaal en deels bovenlokaal georiënteerd. Ingeschat wordt dat 2/3e deel van het verkeer via de Buizerdlaan van en naar de nabij gelegen A2 zal rijden. Het overige verkeersdeel zal een herkomst en bestemming hebben in zuidelijke richting. Uit een berekening van de wachttijden of verliestijden per rijrichting blijkt dat tijdens de spits de wachttijd op de drukste aansluiting maximaal 15 seconden bedraagt. De wachttijden voor overstekende fietsers zijn lager omdat fietsverkeer gefaseerd de weg kan oversteken (er is een brede middengeleider aanwezig). Ook linksafslaand autoverkeer heeft de mogelijkheid zich op te stellen in de middenberm waardoor de wachttijden in de praktijk nog lager uit zullen vallen.

Tot slot liggen de etmaalintensiteiten zuidelijk van de aansluiting Leeuwerik lager waardoor in de praktijk minder problemen met in- en uitvoegend verkeer verwacht mogen worden. De conclusie dat de ontwikkeling niet zal leiden tot doorstromingsproblemen op de Buizerdlaan wordt ondersteund door het door de gemeente uitgevoerde verkeerskundig onderzoek ondermeer bestaande uit verkeerstellingen. Op basis van advies uit dit onderzoek worden snelheidsremmende maatregelen nog nader uitgewerkt. Er wordt beoogd om het kruisen van fiets en autostromen zoveel als mogelijk te voorkomen. Het ontwerp omvat vrijliggende fietspaden en diverse snelheidsremmende maatregelen. Daarmee wordt een veilige en directe aansluiting op het parkeerterrein gerealiseerd. 4.9.4

Conclusie

Geconcludeerd wordt dat het plan voorziet in voldoende parkeergelegenheid en niet leidt tot knelpunten in de verkeersafwikkeling.

4.10

Hoogbouw

Bij de ontwikkeling van hoge gebouwen (>15 meter) dient rekening te worden gehouden met het mogelijk ontstaan van windhinder. Voor eventuele schaduwhinder geldt de TNO-richtlijn. Onderhavig plan maakt geen hoge gebouwen mogelijk. Windhinder en/of schaduwhinder is dan ook niet aan de orde, waardoor dit aspect geen belemmering is voor de uitvoerbaarheid van voorgenomen ontwikkeling.

planstatus vastgesteld

referentie BPDO2022HER001 / 192681

pagina 54 van 109

4.11

Kabels en leidingen

In het kader van het bestemmingsplan dient rekening te worden gehouden met de aanwezigheid van ondergrondse planologisch relevante leidingen. Indien daartoe aanleiding bestaat dient rondom een leiding een zone te worden aangegeven waarbinnen mogelijke beperkingen gelden. Ten oosten en westen van het plangebied zijn in het geldende bestemmingsplan leidingenstroken vastgelegd middels een dubbelbestemming. Deze dubbelbestemmingen worden overgenomen in onderhavig bestemmingsplan. De ontwikkelingen voldoen aan de geldende voorwaarden die gerelateerd zijn aan de leidingenstrook en vormen daarmee geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van voorgenomen ontwikkeling.

4.12

Radarverstoring

Er dient rekening te worden gehouden met de verstoringen van radarstations voor vliegverkeer vanwege omliggende radarstations. De verstoring is bij een bouwhoogte van meer dan 90 m een aandachtspunt. Het bestemmingsplan maakt geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk met een dergelijke bouwhoogte. Radarverstoring is dan ook niet aan de orde, waardoor dit aspect geen belemmering is voor de uitvoerbaarheid van voorgenomen ontwikkeling.

4.13

Milieueffectrapportage

4.13.1

Toetsingskader

De milieueffectrapportage is een wettelijk instrument met als doel het aspect milieu een volwaardige plaats in deze integrale afweging te geven. Een bestemmingsplan kan op drie manieren met milieueffectrapportage in aanraking komen.   

Op basis van artikel 7.2a, lid 1 Wm (als wettelijk plan); Er ontstaat een m.e.r.-plicht wanneer er een passende beoordeling op basis van art. 2.8, lid 1 Wet natuurbescherming nodig is. Op basis van Besluit milieueffectrapportage (bestemmingsplan in kolom 3); Er ontstaat een m.e.r.-plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het bestemmingsplan genoemd is in kolom 3 (plannen). Op basis van Besluit milieueffectrapportage (bestemmingsplan in kolom 4); Er ontstaat een m.e.r.-(beoordelings)plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het bestemmingsplan genoemd is in kolom 4 (besluiten).

In het Besluit m.e.r. neemt het bestemmingsplan een bijzondere positie in, want het kan namelijk tegelijkertijd opgenomen zijn in zowel kolom 3 als in kolom 4 van het Besluit m.e.r.. Of het bestemmingsplan in deze gevallen voldoet aan de definitie van het plan uit kolom 3 of aan de definitie van het besluit uit kolom 4 is afhankelijk van de wijze waarop de activiteit in het bestemmingsplan wordt bestemd. Als voor de activiteit eerst één of meerdere uitwerkings- of wijzigingsplannen moeten worden vastgesteld dan is sprake van 'kaderstellend voor' en voldoet het bestemmingsplan aan de definitie van het plan (kolom 3). Is de activiteit geheel of gedeeltelijk als eindbestemming opgenomen voldoet het aan de definitie van het besluit (kolom 4). Wanneer de activiteit (genoemd in kolom 1) onder de drempelwaarde (genoemd in kolom 2) ligt dan moet vormvrije m.e.r.-beoordeling worden opgesteld. 4.13.2

Situatie plangebied

De voorgenomen ontwikkeling komt als activiteit voor in kolom 1 van de D-lijst, namelijk: activiteit D 11.2, de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen. De drempelwaarden in kolom 2 zijn als volgt:

planstatus vastgesteld

referentie BPDO2022HER001 / 192681

pagina 55 van 109

  

een oppervlakte van 100 hectare of meer, een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat, of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer.

Bovengenoemde drempelwaarde worden niet overschreden, het plan voorziet immers in maximaal 45 woningen en 1.700 m2 winkelvloeroppervlak supermarkt. Het te nemen besluit (het bestemmingsplan) komt voor in zowel kolom 3 als 4. Het bestemmingsplan is te beschouwen als een 'besluit' in de zin van het Besluit m.e.r.. Op basis van het vorengaande wordt geconcludeerd dat een vormvrije m.e.r.-beoordeling moet worden opgesteld. Uit de vormvrije m.e.r.-beoordeling zal blijken of niet alsnog een m.e.r.procedure op grond van het Besluit m.e.r. moet worden doorlopen. De (vormvrije) m.e.r.-beoordeling is een toets van het bevoegd gezag (gemeente Nieuwegein) om te bepalen of er bij de voorgenomen activiteit mogelijke belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden. De beoordeling dient te worden uitgevoerd op grond van de criteria uit bijlage III van de Europese Richtlijn Milieueffectrapportage. Hierbij gelden drie thema's:   

de kenmerken van het project; de plaats van het project; de kenmerken van de potentiële effecten.

De aanmeldnotitie vormvrije m.e.r. is opgenomen in Bijlage 14. Hier uit blijkt dat het voornemen om woningbouw te realiseren binnen het plangebied in beperkte mate tot effecten leidt voor het milieu en de omgeving. Voor alle onderzochte aspecten geldt dat er geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn te verwachten. Wanneer er geen 'belangrijke nadelige gevolgen' zijn voor het milieu is het conform de wetgeving en de vigerende praktijk niet noodzakelijk om een volledige m.e.r.-procedure te doorlopen. 4.13.3

Conclusie

Onderhavig plan levert geen belangrijke nadelige gevolgen op voor het milieu. Er is derhalve geen aanleiding voor het uitvoeren en opstellen van een volledige milieueffectrapportage.

planstatus vastgesteld

referentie BPDO2022HER001 / 192681

pagina 56 van 109

Hoofdstuk 5 Juridische opzet

5.1

Inleiding

De in deze toelichting beschreven planopzet is juridisch-planologisch vertaald in een bestemmingsregeling, die (digitaal) bindend is voor overheid, bedrijven en burgers. Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding (plankaart) en regels en is voorzien van een toelichting. De regels en verbeelding (plankaart) vormen het juridisch bindende deel. Op de verbeelding worden de toegekende bestemmingen en aanduidingen visueel weergegeven. De regels bevatten het juridische instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden, bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing, regelingen betreffende het gebruik van aanwezige en/of op te richten bouwwerken. De toelichting heeft zelf geen juridische bindende werking, maar moet worden beschouwd als handvat voor de uitleg en de onderbouwing van de opgenomen bestemmingen.

5.2

Toelichting op de regels

5.2.1

Opbouw

De regels van het plan bestaan uit vier hoofdstukken, waarin achtereenvolgens de inleidende regels, de bestemmingsregels, de algemene regels en de overgangs- en slotregels aan de orde komen. Voor de systematiek is aangesloten op de SVBP2012, zoals verplicht is sinds 1 juli 2013. Dit houdt onder meer in dat het plan IMRO-gecodeerd wordt opgeleverd. Navolgend wordt de opbouw, indeling en systematiek van de regels kort toegelicht. 5.2.2

Inleidende regels

In het hoofdstuk Inleidende regels wordt een aantal begrippen verklaard en wordt aangegeven hoe, bij toepassing van de regels, dient te worden gemeten. 5.2.3

Bestemmingsregels

Het hoofdstuk Bestemmingsregels bevat de regels waarin de materiële inhoud van de gegeven bestemmingen is opgenomen, waaronder het gebruik van de opstallen en de gronden en de toegestane maatvoering. Binnen de bestemmingsvlakken en bouwvlakken mag bebouwing ten dienste van de bestemming worden opgericht met een maximale hoogte zoals aangegeven in de regels. Hierbij dient te worden opgemerkt dat er op basis van het Besluit omgevingsrecht (Bor), naast het bestemmingsplan, wel het een en ander vergunningsvrij mag worden gebouwd. Dit wordt in het bestemmingsplan niet expliciet benoemd. Hierna wordt per bestemming een korte toelichting gegeven. Artikel 3 - Detailhandel Deze bestemming is opgenomen ten behoeve van de nieuw te realiseren supermarkt in het plangebied aan de Buizerdlaan. Artikel 4 - Gemengd - 2 Deze bestemming is opgenomen om ter plaatse van de oude locatie van de supermarkt aan de Kauwenhof te voorkomen dat hier opnieuw detailhandel kan vestigen. Daarbij is de bestemmingsregeling van het bestemmingsplan 'Doorslag' zoveel mogelijk overgenomen.

planstatus vastgesteld

referentie BPDO2022HER001 / 192681

pagina 57 van 109

Artikel 5 - Groen De groenvoorzieningen met een structurerend karakter zijn ondergebracht in de bestemming Groen. Naast beplantingen en plantsoenen zijn hier onder andere ook voet- en fietspaden, nutsvoorzieningen, bermen en bermsloten et cetera mogelijk. Artikel 6 - Kantoor Deze bestemming is opgenomen om ter plaatse het gebruik als verkeersontsluiting voor het laden en lossen van de supermarkt mogelijk te maken. Voor het overige zijn de vigerende regels overgenomen. Artikel 7 - Verkeer - Verblijfsgebied De gronden met verkeersfuncties zijn ondergebracht in de bestemming Verkeer - Verblijfsgebied. De bestemming Verkeer - Verblijfsgebied is toegekend aan de erftoegangswegen. Ook hier is de bestemming ruim op de verbeelding aangegeven, zodat kleine verkeerskundige ingrepen mogelijk zijn. Onder andere in verband met de aanwezigheid van duikers op gronden met een verkeersbestemming zijn op de gronden met de verschillende verkeersbestemmingen ook waterlopen toegestaan. Binnen de verkeersbestemmingen kunnen ook geluidswerende voorzieningen worden gerealiseerd. Binnen deze bestemming is ter plaatse van het toekomstige parkeerterrein bij de supermarkt de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - overkapping' opgenomen. Ter plaatse kunnen de parkeerplaatsen overkapt worden ten behoeve van duurzame energieopwekking.

Artikel 8 - Wonen Deze bestemming is toegekend aan de in het plangebied voorkomende woningen. Waar gestapelde woningbouw is toegestaan, zijn de hoofdgebouwen aangeduid met de aanduiding 'gestapeld'. De bestemmingsregeling sluit aan bij de gebruikelijke wijze van bestemmen binnen de gemeente Nieuwegein. Artikel 9 - Leiding - Brandstof Deze bestemming is opgenomen ter bescherming van de in het plangebied gelegen brandstofleiding. Gronden binnen deze bestemming zijn primair bestemd voor de brandstofleiding. De overige daaraan gegeven bestemmingen zijn secundair. Bebouwing ten dienste van de samenvallende, secundaire, bestemmingen is uitsluitend toegestaan na vrijstelling door burgemeester en wethouders. Het belang van de leiding mag door de bebouwing niet worden geschaad en vooraf dient advies te worden ingewonnen bij de instantie die verantwoordelijk is voor het beheer van de leiding. Artikel 10 - Leiding - Gas Deze bestemming is opgenomen ter bescherming van de in het plangebied gelegen gasleiding. Gronden binnen deze bestemming zijn primair bestemd voor de gasleiding. De overige daaraan gegeven bestemmingen zijn secundair. Bebouwing ten dienste van de samenvallende, secundaire, bestemmingen is uitsluitend toegestaan na vrijstelling door burgemeester en wethouders.

Het belang van de leiding mag door de bebouwing niet worden geschaad en vooraf dient advies te worden ingewonnen bij de instantie die verantwoordelijk is voor het beheer van de leiding. Artikel 11 - Waterstaat - Waterstaatsdoeleinden Ter bescherming van de waterhuishouding is de dubbelbestemming Waterstaat Waterstaatsdoeleinden opgenomen. Gronden binnen deze bestemming zijn primair bestemd voor de waterhuishouding. De overige daaraan gegeven bestemmingen zijn secundair. Bebouwing ten dienste van de samenvallende, secundaire, bestemmingen is uitsluitend toegestaan na vrijstelling door burgemeester en wethouders. Het belang van de waterhuishouding mag door de bebouwing niet worden geschaad en vooraf dient advies te worden ingewonnen bij de instantie die verantwoordelijk is voor het beheer van de waterhuishouding.

planstatus vastgesteld

referentie BPDO2022HER001 / 192681

pagina 58 van 109

5.2.4

Algemene regels

In het hoofdstuk Algemene regels zijn artikelen opgenomen met betrekking tot de 'Antidubbeltelregel', 'Algemene bouwregels', 'Algemene gebruiksregels', 'Algemene aanduidingsregels', 'Algemene afwijkingsregels' en de 'Algemene wijzigingsregels'. De 'Anti-dubbeltelregel' bepaalt dat gronden die eenmaal in aanmerking zijn genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing blijft. In de 'Algemene bouwregels' worden regels vermeld omtrent ondergronds bouwen. In deze regels is tevens een voorwaardelijke verplichting opgenomen die voorschrijft aan welke parkeernormen voldaan moet worden. In de 'Algemene gebruiksregels' zijn algemene regels opgenomen ten aanzien van strijdig gebruik en aan-huis-verbonden beroepen en -bedrijven. In de 'Algemene aanduidingsregels' staan de zogenoemde gebiedsaanduidingen beschreven die in meerdere bestemmingen vallen en daarom niet zijn opgenomen in de artikelen van de betreffende (enkel) bestemmingen. In dit plan gaat het om de gebiedsaanduiding 'Milieuzone - boringsvrije zone'. In de 'Algemene afwijkingsregels' worden enkele afwijkingsbevoegdheden aan het college van burgemeester en wethouders toegekend die geringe afwijkingen mogelijk maken van hetgeen in het bestemmingsplan is bepaald.

Het gaat bijvoorbeeld om het in geringe mate afwijken van het plan. Verder bevat het bestemmingsplan ook 'Algemene wijzigingsregels'. Die voorzien in het mogelijk maken van een overschrijding van bestemmingsgrenzen onder bepaalde voorwaarden. 5.2.5

Overgangs- en slotregels

In het hoofdstuk overgangs- en slotregels worden de overgangs- en slotregels geformuleerd. In het artikel 'Overgangsrecht' worden regels bepaald omtrent bouwwerken, die in de bestaande situatie aanwezig zijn of mogen worden gebouwd. In de 'Slotregel' wordt aangegeven onder welke naam de regels kunnen worden aangehaald.

planstatus vastgesteld

referentie BPDO2022HER001 / 192681

pagina 59 van 109

Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid

6.1

Economische uitvoerbaarheid

Bij de voorbereiding van een ontwerpbestemmingsplan dient op grond van artikel 3.1.6, eerste lid, sub f van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) onderzoek plaats te vinden naar de uitvoerbaarheid van het plan. Artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening stelt dat de gemeenteraad gelijktijdig met de vaststelling van het bestemmingsplan moet besluiten om al dan niet een exploitatieplan vast te stellen. Hoofdregel is dat een exploitatieplan moet worden vastgesteld bij elk bestemmingsplan. Er zijn echter uitzonderingen. Het is mogelijk dat de raad verklaart dat met betrekking tot een bestemmingsplan geen exploitatieplan wordt vastgesteld indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd of het stellen van nadere eisen en regels niet noodzakelijk is. De gemeentelijke kosten, waaronder leges en planschadekosten, komen voor rekening van de initiatiefnemers. Hiervoor is een anterieure overeenkomst met de gemeente Nieuwegein gesloten. Hiermee is het kostenverhaal anderszins verzekerd en kan de raad op grond van artikel 6.12, lid 2 onder a besluiten geen exploitatieplan vast te stellen.

6.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Wettelijk vooroverleg Het voorontwerpbestemmingsplan is in het kader van het overleg ex artikel 3.1.1. Bro toegezonden aan de relevante overlegpartners. De ingekomen reacties zijn samengevat en van beantwoording voorzien in een notitie beantwoording vooroverlegreacties, zie hiervoor bijlage 15. Naar aanleiding van de vooroverlegreactie van de Provincie is een ontheffing van de Interim Omgevingsverordening aangevraagd én door Gedeputeerde Staten van de provincie Utrecht verleend. Zie hiervoor bijlage 2. Voorontwerp bestemmingsplan Het voorontwerpbestemmingsplan heeft van 8 maart tot en met 21 maart 2022 voor een ieder ter inzage gelegen. Gedurende deze periode kon een ieder een inspraakreactie indienen. Van deze gelegenheid is gebruik gemaakt. In bijlage 16 zijn de inspraakreacties samengevat en van een reactie voorzien. Ontwerp bestemmingsplan Gedurende de periode van 14 december 2022 tot en met 25 januari 2023 heeft ontwerp bestemmingsplan ter inzage gelegen. Gedurende deze periode zijn er door belanghebbenden uit de omgeving zienswijzen ingediend. De ingediende zienswijze en beantwoording zijn opgenomen in bijlage 17.

planstatus vastgesteld

referentie BPDO2022HER001 / 192681

pagina 60 van 109

Bijlagen bij toelichting

planstatus vastgesteld

referentie BPDO2022HER001 / 192681

pagina 61 van 109

Bijlage 1

planstatus vastgesteld

Onderbouwing Ladder Voor Duurzame Verstedelijking

referentie BPDO2022HER001 / 192681

pagina 62 van 109

Bijlage 2

planstatus vastgesteld

Ontheffing Interim Omgevingsverordening

referentie BPDO2022HER001 / 192681

pagina 63 van 109

Bijlage 3

planstatus vastgesteld

Archeologisch bureauonderzoek en inventariserend

referentie BPDO2022HER001 / 192681

pagina 64 van 109

Bijlage 4

planstatus vastgesteld

Archeologisch Inventariserend Veldonderzoek

referentie BPDO2022HER001 / 192681

pagina 65 van 109

Bijlage 5

planstatus vastgesteld

Verkennend bodemonderzoek

referentie BPDO2022HER001 / 192681

pagina 66 van 109

Bijlage 6

planstatus vastgesteld

Aanvullend bodemonderzoek

referentie BPDO2022HER001 / 192681

pagina 67 van 109

Bijlage 7

planstatus vastgesteld

Quickscan natuurtoets

referentie BPDO2022HER001 / 192681

pagina 68 van 109

Bijlage 8

planstatus vastgesteld

AERIUS-berekening

referentie BPDO2022HER001 / 192681

pagina 69 van 109

Bijlage 9

planstatus vastgesteld

Akoestisch onderzoek

referentie BPDO2022HER001 / 192681

pagina 70 van 109

Bijlage 10

planstatus vastgesteld

Onderbouwing Externe Veiligheid

referentie BPDO2022HER001 / 192681

pagina 71 van 109

Bijlage 11

planstatus vastgesteld

Watertoets

referentie BPDO2022HER001 / 192681

pagina 72 van 109

Bijlage 12

planstatus vastgesteld

Verkeersstudie

referentie BPDO2022HER001 / 192681

pagina 73 van 109

Bijlage 13

planstatus vastgesteld

Verkeerskundige analyse en advies

referentie BPDO2022HER001 / 192681

pagina 74 van 109

Bijlage 14

planstatus vastgesteld

Aanmeldnotitie vormvrije-m.e.r.

referentie BPDO2022HER001 / 192681

pagina 75 van 109

Bijlage 15

planstatus vastgesteld

Nota beantwoording vooroverleg

referentie BPDO2022HER001 / 192681

pagina 76 van 109

Bijlage 16

planstatus vastgesteld

Nota beantwoording inspraakreacties

referentie BPDO2022HER001 / 192681

pagina 77 van 109

Bijlage 17

planstatus vastgesteld

Nota beantwoording zienswijzen

referentie BPDO2022HER001 / 192681

pagina 78 van 109

Regels

planstatus vastgesteld

referentie BPDO2022HER001 / 192681

pagina 79 van 109

Hoofdstuk 1 Inleidende regels

Artikel 1 1.1

Begrippen

Plan

Het bestemmingsplan Buizerdlaan - Kauwenhof van de gemeente Nieuwegein. 1.2

Bestemmingsplan

De geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen. 1.3

Aan-/uitbouw

Een bijbehorend bouwwerk als omschreven in artikel 1 van Bijlage II bij het Besluit omgevingsrecht gebouwd aan een hoofdgebouw waarmee het in directe verbinding staat, welk gebouw onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw, dat architectonisch ondergeschikt is aan het hoofdgebouw en daaraan functioneel is verbonden. 1.4

Aanduiding

Een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.5

Aanduidingsgrens

Een grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.6

Aan-huis-verbonden beroep

het beroepsmatig verlenen van diensten of het uitoefenen van ambachtelijke bedrijvigheid waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en de desbetreffende beroepsuitoefening een ruimtelijke en visuele uitstraling heeft die in overeenstemming is met de woonfunctie ter plaatse. 1.7

Ambachtelijke bedrijven

Een bedrijf, dat is gericht op het overwegend door middel van handwerk vervaardigen, bewerken of herstellen van goederen. 1.8

Bebouwing

Eén of meerdere gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 1.9

Bedrijf

Een onderneming gericht op het produceren, bewerken, herstellen, installeren, inzamelen, verwerken, verhuren, opslaan en/of distribueren van goederen. 1.10

Bebouwingspercentage

Het percentage dat de grootte van het bouwvlak aangeeft dat maximaal met gebouwen en/of overkappingen mag worden bebouwd.

planstatus vastgesteld

referentie BPDO2022HER001 / 192681

pagina 80 van 109

1.11

Bedrijfsvloeroppervlakte

Het totale vloeroppervlak van de ruimte die wordt gebruik voor een kantoor, winkel, bedrijf of voorziening met inbegrip van de daartoe behorende magazijnen en overige dienstruimten. 1.12

Begane grond

De vloer van de op maaiveld of nagenoeg op maaiveld, gesitueerde bouwlaag van een gebouw. 1.13   1.14

Bestaand Bij bebouwing: bebouwing zoals aanwezig op het tijdstip van vaststelling van het bestemmingsplan, dan wel mag worden gebouwd krachtens een voor dat tijdstip aangevraagde vergunning; Bij gebruik: gebruik zoals aanwezig op het tijdstip dat het plan is vastgesteld. Bestemmingsvlak

Een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming. 1.15

Bestemmingsgrens

De grens van een bestemmingsvlak. 1.16

Bijgebouw

Een bijbehorend bouwwerk als omschreven in artikel 1 van Bijlage II bij het Besluit omgevingsrecht. 1.17

Bouwgrens

Een op de verbeelding aangegeven lijn, die de grens vormt van een bouwvlak. 1.18

Bouwen

Het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk. 1.19

Bouwlaag

Een gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of nagenoeg gelijke bouwhoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met uitsluiting van onderbouw en zolder. 1.20

Bouwperceel

Een aaneengesloten stuk grond, waar krachtens het plan een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegestaan 1.21

Bouwperceelgrens

Een grens van een bouwperceel. 1.22

Bouwvlak

Een op de verbeelding door bouwgrenzen omsloten vlak, waarmee gronden zijn aangeduid waarop gebouwen zijn toegelaten.

planstatus vastgesteld

referentie BPDO2022HER001 / 192681

pagina 81 van 109

1.23

Bouwwerk

Elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond. 1.24

Bruto vloeroppervlak

De totale vloeroppervlakte van de betreffende functie met inbegrip van de daartoe behorende besloten magazijnen en overige dienstruimten, gemeten tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hard van de scheidingsmuren. Exclusief eventuele voorzieningen voor ondergronds parkeren en bijbehorende verticale en horizontale verbindingen. 1.25

Detailhandel

Het bedrijfsmatig te koop aanbieden (waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop), het verkopen en/of leveren van goederen, geen motorbrandstoffen zijnde, aan personen die die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit. 1.26

Dienstverlening

Het bedrijfsmatig verlenen van diensten, waarbij het publiek rechtstreeks (al dan niet via een balie) te woord wordt gestaan en geholpen, waaronder belwinkel en internetcafé. 1.27

Gevel

Bouwkundige constructie die een ruimte in een woning of gebouw scheidt van de buitenlucht, daaronder begrepen het dak, niet zijnde: a.

b. 1.28

een bouwkundige constructie waarin geen te openen delen aanwezig zijn en met een in NEN 5077 bedoelde karakteristieke geluidwering die ten minste gelijk is aan het verschil tussen de geluidsbelasting van die constructie en 33 dB onderscheidenlijk 35 dB(A), alsmede; een bouwkundige constructie waarin alleen bij uitzondering te openen delen aanwezig zijn, mits de delen niet direct grenzen aan een geluidgevoelige ruimte. Eerste bouwlaag

De bouwlaag op de begane grond. 1.29

Functie

Doeleinden ten behoeve waarvan gebruik van gebouwen en/of gronden of aangewezen delen daarvan, is toegestaan. 1.30

Gebouw

Elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 1.31

Gevellijn

de denkbeeldige lijn op een bouwperceel die in het verlengde ligt van de gevel van het hoofdgebouw; 1.32

Hoofdgebouw

Een gebouw dat, gelet op de bestemming, als het belangrijkste bouwwerk op een bouwperceel kan worden aangemerkt.

planstatus vastgesteld

referentie BPDO2022HER001 / 192681

pagina 82 van 109

1.33

Horeca

Het bedrijfsmatig verstrekken van ter plaatse te nuttigen voedsel en dranken, het bedrijfsmatig, exploiteren van zaalaccommodatie en/of het bedrijfsmatig verstrekken van nachtverblijf, waaronder wordt verstaan: een hotel, bed & breakfast, restaurant, pension, café, cafetaria, snackbar, discotheek of daaraan verwante inrichting. 1.34

Huishouden

Persoon of groep personen die een huishouding voert, waarbij sprake is van onderlinge verbondenheid en continuïteit in de samenstelling ervan; bedrijfsmatige kamerverhuur wordt daaronder niet begrepen. 1.35

Kantoor

Een gebouw, dat dient voor de uitoefening van administratieve werkzaamheden en werkzaamheden die verband houden met het doen functioneren van (semi)overheidsinstellingen en naar de aard daarmee gelijk te stellen instellingen. 1.36

Laden en lossen

Het onmiddellijk, nadat het voertuig tot stilstand is gebracht, bij voortduring in- of uitladen van goederen van enige omvang of enig gewicht gedurende de tijd die daarvoor nodig is. 1.37

Maaiveld

De gemiddelde hoogte van het aansluitende maaiveld. 1.38

Maatschappelijke doeleinden

Het openbaar bestuur, medische, sociale, culturele, educatieve, levensbeschouwelijke en daarmee gelijk te stellen voorzieningen, alsmede kinderopvang en buitenschoolse opvang. 1.39

Mantelzorg

Het bieden van zorg in één woning en bijbehorende aan-en uitbouwen, dus alleen in afhankelijke woonruimte, aan een ieder die hulpbehoevend is op het fysieke, psychische en/of sociale vlak waarbij de woning in overwegende mate de woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke werking of uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is. 1.40

Nutsvoorzieningen

Voorzieningen ten behoeve van het openbare nut, zoals transformatorhuisjes, gasreduceerstations, schakelhuisjes, duikers, bemalingsinstallaties, gemaalgebouwtjes, voorzieningen ten behoeve van (ondergrondse) afvalinzameling, telefooncellen en apparatuur voor telecommunicatie. 1.41

Overige bouwwerken

Een bouwkundige constructie van enige omvang, geen gebouw zijnde, die direct en duurzaam met de aarde is verbonden. 1.42

Overkapping

Een bouwwerk, geen gebouw zijnde en voorzien van een gesloten dak.

planstatus vastgesteld

referentie BPDO2022HER001 / 192681

pagina 83 van 109

1.43 a. b. c. 1.44

Peil voor gebouwen die onmiddellijk aan de weg grenzen: de hoogte van die weg; in andere gevallen en voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld, op het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan. indien in of op het water wordt gebouwd: het Nieuw Amsterdams Peil (of een ander plaatselijk aan te houden waterpeil). Risicovolle inrichting

een bedrijf zoals bedoeld in artikel 2 lid 1 van het Besluit externe veiligheid inrichtingen of LNG tankstations. 1.45

Seksinrichting

De voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in de omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht. 1.46

Standplaats

Het vanaf een vaste plaats op een openbare en in de openlucht gelegen plaats te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel aanbieden van diensten gebruikmakend van fysieke middelen, zoals een kraam, een wagen of een tafel. 1.47

Voorgevel

De gevel van het hoofdgebouw die door zijn aard, functie, constructie of uitstraling als belangrijkste gevel kan worden aangemerkt. 1.48

Voorzijde

Het naar het openbaar gebied gekeerde voorgeveldakvlak en zijgeveldakvlak. 1.49

Webwinkel

Binnen een woning is een webwinkel toegestaan die: a. b. c. d. e. f. g. 1.50

via het internet goederen ter verkoop aanbiedt aan particulieren; de gedane bestelling per e-mail accepteert; de betaling van goederen controleert; de goederen controleert; bestelde goederen verzamelt, verpakt, verzend gereed maakt; ter verzending aanbied; zonder dat sprake is van een combinatie met een showroomfunctie en/of afhaalmogelijkheden en/of betalingsmogelijkheden ter plaatse. Weg

Weg, als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994. 1.51

Wonen

Het gehuisvest zijn in een woning. 1.52

Woning

Een (zelfstandig gedeelte van een) gebouw, dat dient voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden.

planstatus vastgesteld

referentie BPDO2022HER001 / 192681

pagina 84 van 109

1.53

Woonvloeroppervlak

De totale oppervlakte van de woning inclusief aan/uitbouwen en bijgebouwen, boven en onder peil. 1.54

Zelfstandig kantoor

een gebouw of een deel van een gebouw, niet zijnde een ondergeschikt kantoor, in de vorm van een ruimtelijk en bouwkundig zelfstandige eenheid dat geheel of grotendeels in gebruik is of te gebruiken is voor bureaugebonden werkzaamheden of ondergeschikte, aan het kantoor ondersteunende functies (zoals vergaderzalen, kantines, opslagruimtes en serverruimten). Parkeerruimte valt niet onder een ondergeschikte, aan het kantoor ondersteunende functie.

planstatus vastgesteld

referentie BPDO2022HER001 / 192681

pagina 85 van 109

Artikel 2 2.1

Wijze van meten

Afstand

De afstand tussen bouwwerken onderling en de afstand van bouwwerken tot perceelsgrenzen worden daar gemeten waar deze afstanden het kleinst zijn. 2.2

Bouwhoogte van een bouwwerk

Vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, liftschachten, ventilatiekanalen, airco units en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.3

Breedte, lengte en diepte van een gebouw

Tussen (de lijnen getrokken door) de buitenzijde van de gevels en het hart van de scheidingsmuren. 2.4

Dakhelling

Langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. 2.5

Goothoogte van een bouwwerk

Vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot c.q. de druiplijn, het boeibord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. 2.6

Inhoud van een bouwwerk

Tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 2.7

Oppervlakte van een bouwwerk

Tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. 2.8

Vloeroppervlakte

De gebruiksoppervlakte volgens NEN2580. 2.9

Winkelvloeroppervlakte (w.v.o.)

Het oppervlak van een (winkel)unit dat voor het publiek vrij toegankelijk is. Voornoemde oppervlakte is exclusief productieruimten, vlucht- en verkeerswegen, magazijnen en overige dienstruimten en verticale en horizontale verbindingen.

planstatus vastgesteld

referentie BPDO2022HER001 / 192681

pagina 86 van 109

Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels

Artikel 3 3.1

Detailhandel

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Detailhandel' aangewezen gronden zijn bestemd voor : a.

een supermarkt met een winkelvloeroppervlak van maximaal 1.700m 2;

Ten dienste van en in verband met deze bestemming zijn toegelaten: b. c. d.

gebouwen; bouwwerken, geen gebouwen zijnde; (gebouwde) parkeer- en groenvoorzieningen.

3.2

Bouwregels

3.2.1

Gebouwen

Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende bepalingen: a. b. c.

een hoofdgebouw mag uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd; het bouwperceel binnen het bouwvlak mag geheel worden bebouwd; ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' geldt de opgenomen maximale bouwhoogte.

3.2.2

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende bepalingen: a.

b. 3.3 a. b.

c.

de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag ten hoogste 2 m bedragen, met dien verstande dat de hoogte voor erf- en terreinafscheidingen vóór de naar de weg gekeerde gevel ten hoogste 1 m mag bedragen; de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 4 m bedragen. Specifieke gebruiksregels Het is verboden de gronden en bouwwerken te gebruiken of te laten gebruiken op een wijze of tot een doel, strijdig met de gegeven bestemming. Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in dit lid onder a, indien strikte toepassing daarvan zou leiden tot een beperking van het meest doelmatige gebruik, welke beperking niet door dringende redenen wordt gerechtvaardigd. Tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt in ieder geval gerekend de exploitatie van een supermarkt aan de Buizerdlaan zonder de beëindiging van de exploitatie van een supermarkt aan de Kauwenhof.

planstatus vastgesteld

referentie BPDO2022HER001 / 192681

pagina 87 van 109

Artikel 4 4.1

Gemengd - 2

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Gemengd - 2' aangewezen gronden zijn bestemd voor : a.

b.

op de begane grond en onder peil: 1. Dienstverlening; 2. Horeca in de categorieën 1 en 2 van de van deze regels deel uitmakende staat van horeca-activiteiten; 3. Ambachtelijke bedrijven; op de verdieping: 1. Wonen, al dan niet in combinatie met de uitoefening van aan-huis -verbonden beroep of bedrijf;

Ten dienste van en in verband met deze bestemming zijn toegelaten: c. d. e. f.

gebouwen; bouwwerken, geen gebouwen zijnde; tuinen, erven en paden; parkeer- en groenvoorzieningen.

4.2

Bouwregels

4.2.1

Gebouwen

Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende bepalingen: a. b. c.

een hoofdgebouw mag uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd; het bouwperceel binnen het bouwvlak mag geheel worden bebouwd; ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' geldt de opgenomen maximale bouwhoogte.

4.2.2

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende bepalingen: a.

b. 4.3

de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag ten hoogste 2 m bedragen, met dien verstande dat de hoogte voor erf- en terreinafscheidingen vóór de naar de weg gekeerde gevel ten hoogste 1 m mag bedragen; de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 2,5 m bedragen. Nadere eisen

Burgemeester en Wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing, ten behoeve van: a. b. c. d. e. f.

een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld; een goede woonsituatie; de verkeersveiligheid; de sociale veiligheid; de milieusituatie; de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.

planstatus vastgesteld

referentie BPDO2022HER001 / 192681

pagina 88 van 109

4.4 a. b.

c.

Specifieke gebruiksregels Het is verboden de gronden en bouwwerken te gebruiken of te laten gebruiken op een wijze of tot een doel, strijdig met de gegeven bestemming. Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in dit lid onder a, wordt in ieder geval gerekend 1. Het gebruik van vrijstaande bijgebouwen voor bewoning. 2. Het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van een seksinrichting. Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in dit lid onder a, indien strikte toepassing daarvan zou leiden tot een beperking van het meest doelmatige gebruik, welke beperking niet door dringende redenen wordt gerechtvaardigd.

planstatus vastgesteld

referentie BPDO2022HER001 / 192681

pagina 89 van 109

Artikel 5 5.1

Groen

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c.

groen, water, voet- en fietspaden; geluidswerende voorzieningen; bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals nutsvoorzieningen, speelvoorzieningen, voorzieningen voor waterhuishouding zoals gemalen, stuwen, duikers en ander kunstwerken voor de waterhuishouding.

Ten dienste van en in verband met deze bestemming zijn toegelaten: d. e. 5.2

bouwwerken, geen gebouwen zijnde; bijbehorende voorzieningen, zoals verhardingen en paden. Bouwregels

Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: a. b. c. d.

op deze gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd; de bouwhoogte van erfafscheidingen bedraagt ten hoogste 2 m; de bouwhoogte van palen, masten, kunstwerken en geluidswerende voorzieningen bedraagt ten hoogste 12 m; de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt ten hoogste 3 m.

planstatus vastgesteld

referentie BPDO2022HER001 / 192681

pagina 90 van 109

Artikel 6 6.1

Kantoor

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Kantoor' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b.

Kantoren, al dan niet in combinatie met aan de kantoorfunctie ondergeschikte dienstverlening met uitzondering van risicovolle inrichtingen; Ontsluitingen ten dienste van deze bestemming en aangrenzende functies waaronder ter bevoorrading van een supermarkt;

Ten dienste van en in verband met deze bestemming zijn toegelaten: c. d. e.

Gebouwen; Bouwwerken, geen gebouwen zijnde; Bijbehorende voorzieningen, zoals tuinen, erven, paden, parkeervoorzieningen en groenvoorzieningen.

6.2

Bouwregels

6.2.1

Hoofdgebouwen

Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende bepalingen: a.

Een gebouw mag uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd.

6.2.2

Aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen

Voor het bouwen van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen gelden de volgende bepalingen: a.

De aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen mogen uitsluitend in een bouwvlak en binnen de gronden die op de kaart zijn aangeduid als `te bebouwen erven´.

6.2.3

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende bepalingen: a.

b.

6.3

De bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag ten hoogste 2 m bedragen, met dien verstande dat de hoogte voor erf- en terreinafscheidingen vóór de naar de weg gekeerde gevel ten hoogste 1 m mag bedragen; De bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 2,5 m bedragen. Nadere eisen

Burgemeester en Wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing, ten behoeve van: a. b. c. d. e.

Een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld; Sociale veiligheid; De verkeersveiligheid; De milieusituatie; De gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.

planstatus vastgesteld

referentie BPDO2022HER001 / 192681

pagina 91 van 109

6.4 a. b.

c.

Specifieke gebruiksregels Het is verboden de gronden en bouwwerken te gebruiken of te laten gebruiken op een wijze of tot een doel, strijdig met de gegeven bestemming; Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in dit lid onder a wordt in ieder geval gerekend: 1. Het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van een seksinrichting; Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in dit lid onder a, indien strikte toepassing daarvan zou leiden tot een beperking van het meest doelmatige gebruik, welke beperking niet door dringende redenen wordt gerechtvaardigd.

planstatus vastgesteld

referentie BPDO2022HER001 / 192681

pagina 92 van 109

Artikel 7 7.1

Verkeer - Verblijfsgebied

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Verkeer - Verblijfsgebied' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a.

verblijfsgebied met een functie voor verblijf, verplaatsing en gebruik ten dienste van de aangrenzende bestemmingen;

ten dienste van en in verband met deze bestemmingen zijn toegelaten: b. c. d.

7.2

gebouwen; bouwwerken, geen gebouwen zijnde; bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals geluidswerende voorzieningen, groen, parkeervoorzieningen, stalling winkelwagens, carports, nutsvoorzieningen, reclame-uitingen, water en voorzieningen voor waterhuishouding zoals gemalen, stuwen, duikers en ander kunstwerken voor de waterhuishouding. Stalling winkelwagens

Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende bouwregels voor het bouwen van een gebouw/overkapping ten dienste van de stalling van winkelwagens: a. b. c. 7.3

er mag maximaal één gebouw/overkapping voor de stalling van winkelwagens worden opgericht; de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 3 m; de oppervlakte mag niet meer bedragen dan 75 m2. Nutsvoorzieningen

Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende bouwregels voor het bouwen van gebouwen ten dienste van nutsvoorzieningen: a. b. 7.4

de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 3 m; de oppervlakte per gebouw mag niet meer bedragen dan 25 m². Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende bouwregels voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde: a. b. c.

de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, anders dan ten behoeve van de verkeersregeling, de wegaanduiding of de verlichting, bedraagt ten hoogste 3 m; de bouwhoogte van lichtmasten bedraagt ten hoogste 8 m; in afwijking van het bepaalde onder a mogen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - overkapping' overkappingen worden gebouwd en gelden de volgende regels; 1. de bouwhoogte mag maximaal 4 meter bedragen.

planstatus vastgesteld

referentie BPDO2022HER001 / 192681

pagina 93 van 109

Artikel 8 8.1

Wonen

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b.

wonen al dan niet in combinatie met de uitoefening van aan-huis-verbonden beroep; bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals erven, nutsvoorzieningen, parkeervoorzieningen, tuinen, water en toegangswegen.

8.2

Bouwregels

Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: 8.2.1 a. b.

hoofdgebouwen worden binnen het bouwvlak gebouwd; de bouwhoogte van hoofdgebouwen bedraagt ten hoogste de ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' aangegeven bouwhoogte.

8.2.2 a. b. c. d. e. f. g. h. i.

j.

b. c.

Aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen

de gezamenlijke oppervlakte van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen bedraagt ten hoogste 40% van het zij- en achtererf; de afstand van aan- en uitbouwen en bijgebouwen tot de voorgevel van het hoofdgebouw bedraagt ten minste 1 m; de afstand van aan- en uitbouwen en bijgebouwen tot perceelsgrenzen bedraagt 0 m of ten minste 1 m; de goothoogte van aan- en uitbouwen bedraagt ten hoogste de hoogte van de eerste bouwlaag van het hoofdgebouw vermeerderd met 0,3 m; de goothoogte van bijgebouwen bedraagt ten hoogste 2,5 m danwel ten hoogste de hoogte van de eerste bouwlaag van het hoofdgebouw; de bouwhoogte van aan- en uitbouwen bedraagt ten hoogste 3,5 m; de bouwhoogte van bijgebouwen en overkappingen bedraagt ten hoogste 3,5 m; de diepte van aan- en uitbouwen, gemeten vanuit de gevel van het hoofdgebouw waaraan de aan- of uitbouw wordt gebouwd, bedraagt ten hoogste 3 m; erkers zijn toegestaan over maximaal 3/5 van de naar de weg toegekeerde gevel en zijgevel van het hoofdgebouw met een maximaal diepte van 1 m en met dien verstande dat de bouwhoogte niet meer bedraagt dan de hoogte van de eerste bouwlaag van het hoofdgebouw; in afwijking van het bepaald onder a. tot en met c. zijn bijgebouwen tevens ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen' toegestaan.

8.2.3 a.

Hoofdgebouwen

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

de bouwhoogte van erfafscheidingen voor de voorgevel van het hoofdgebouw bedraagt ten hoogste 1 m; de bouwhoogte van erfafscheidingen elders bedraagt ten hoogste 2 m; de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt ten hoogste 3 m.

planstatus vastgesteld

referentie BPDO2022HER001 / 192681

pagina 94 van 109

Artikel 9 9.1

Leiding - Brandstof

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Leiding - Brandstof' aangewezen gronden zijn – behalve voor de andere aldaar voorkomende bestemming(en) – mede bestemd voor een ondergrondse brandstofleiding met diameter van 8,63 inch en een druk van het hoogste 80 bar.

9.2

Bouwregels

Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: a.

b.

op deze gronden mogen ten behoeve van de in lid 9.1 genoemde bestemming uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd met een bouwhoogte van ten hoogste 3,5 m; ten behoeve van de andere, voor deze gronden geldende bestemming(en) mag – met inachtneming van de voor de betrokken bestemming(en) geldende (bouw)regels – uitsluitend worden gebouwd, indien het bouwplan betrekking heeft op vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering.

9.3

Afwijken van de bouwregels

Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van lid 9.2 onder b, indien de bij de betrokken bestemming behorende bouwregels in acht worden genomen en het belang van de leiding(en) door de bouwactiviteiten niet onevenredig wordt geschaad.

9.4

Specifieke gebruiksregels

Het opslaan van goederen, met uitzondering van het opslaan van goederen ten behoeve van inspectie en onderhoud van de leiding is niet toegestaan, tenzij hiervoor toestemming is gegeven door de leidingbeheerder.

9.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 9.5.1

Uitvoeringsverbod zonder omgevingsvergunning

Het is verboden op of in de gronden met de bestemming Leiding - Brandstof zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, of de volgende werkzaamheden uit te voeren: a. b. c. d.

e. f. g.

het aanbrengen van hoog opgroeiende beplantingen en bomen; het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en bomen; het aanleggen van wegen of paden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; het aanleggen van andere kabels en leidingen dan in de bestemmingsomschrijving is aangegeven, en het aanbrengen van daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; het indrijven van voorwerpen in de bodem; het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage; het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren.

planstatus vastgesteld

referentie BPDO2022HER001 / 192681

pagina 95 van 109

9.5.2

Uitzonderingen op het uitvoeringsverbod

Het verbod van lid 9.5.1 is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die: a. b. c.

noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een bouwplan waarvoor een omgevingsvergunning is verleend, zoals in lid 9.3 bedoeld; normaal onderhoud en beheer ten aanzien van de leiding en belemmeringenstrook of ten aanzien van de functies van de andere voorkomende bestemming(en) betreffen; reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan.

9.5.3

Voorwaarden voor een omgevingsvergunning

De werken en werkzaamheden, zoals in lid 9.5.1 bedoeld, zijn slechts toelaatbaar, indien het leidingbelang daardoor niet onevenredig wordt geschaad.

planstatus vastgesteld

referentie BPDO2022HER001 / 192681

pagina 96 van 109

Artikel 10 10.1

Leiding - Gas

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Leiding - Gas' aangewezen gronden zijn – behalve voor de andere aldaar voorkomende bestemming(en) – mede bestemd voor de ondergrondse hoge druk gastransportleidingen (inclusief voorzieningen) met de daarbij behorende belemmeringenstroken.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nieuwegein&id=6933bd79-71cc-47bd-a589-61637f92abb1