2023-172 Bijlage 1 Onderzoek Groei van de Stad.pdf
Tekst van het document
GN 2023-172 Bijlage 1
Onderzoek naar grip op de groei van de stad Nieuwegein 10/05/2023
1
Inhoudsopgave Leeswijzer
3
Managementsamenvatting
4
1. Opgave en aanpak
8
2. Hoofdbevindingen en aanbevelingen
24
3. Reflectie en vervolgstappen
38
4. Verdieping op onderzoeksresultaten
42
Bijlage
116
2
Leeswijzer Voor u ligt het onderzoekrapport ‘Grip op de groei
hoofdstuk 2. Gevolgd in hoofdstuk 3 door een
de effecten, kansen en opgaven die groei van
hoe dit in de toekomst kan helpen bij het verder
van de stad Nieuwegein’. Een onderzoek naar
de stad Nieuwegein met zich mee zal brengen.
Het onderzoeksrapport maakt inzichtelijk welke groei de stad aan kan met betrekking tot het woningbouwprogramma 2030.
reflectie op het onderzoek en een vooruitblik sturing geven aan de groei. In het laatste
en vierde hoofdstuk is een meer uitgebreide
verdieping van de onderzoeksresultaten terug te vinden.
Het onderzoeksrapport begint met een
managementsamenvatting. In hoofdstuk 1
wordt de opgave, vraagstelling en aanpak
van het onderzoek toegelicht. De kern van de
bevindingen die zijn gedaan en de belangrijkste inhoudelijke aanbevelingen worden gedaan in
Figuur 1. Blokhoeve in aanbouw (Dijk&Co Landschap)
3
Management Samenvatting
4
Samenvatting Aanleiding
gemeenteraad. Toen werd duidelijk dat er in
Met inachtneming van vijf kritische succesfactoren kan Nieuwegein als stad in zijn geheel de bouw van 9.000 woningen binnen het woningbouwprogramma aan
kunnen worden dan eerder werd verwacht.
van 9.000 woningen aan, met inachtneming
In januari 2021 werd de actualisatie van
de woningbouwmonitor besproken in de
Nieuwegein mogelijk meer woningen gebouwd
Nieuwegein kan als stad in zijn geheel de bouw
Er ontstonden zorgen of bijvoorbeeld de
van de kritische succesfactoren. Groeien
infrastructuur, de bereikbaarheid, het groen en
de voorzieningen in Nieuwegein hiermee onder druk komen te staan. De gemeenteraad heeft vervolgens het college de opdracht gegeven om integraal te onderzoeken wat de stad aan
kan, met betrekking tot woningbouw binnen het woningbouwprogramma 2017-2030.
Doelen van de omgevingsvisie leidend bij het onderzoek Het onderzoek richt zich op het inzichtelijk maken van de effecten van de bouw van in totaal 9.000 woningen die tot 2030 onderdeel uitmaken van de woningbouwprogrammering. Met als doel
om te kunnen afwegen wat Nieuwegein nu en in
zonder gelijktijdige inzet op en verbetering van de stedelijke structuur is niet wenselijk. Groei kan bijdragen aan de gewenste verbetering. Er zijn daarom vijf kritische succesfactoren
benoemd voor een integrale gebalanceerde
‘doorontwikkeling’ van de stad Nieuwegein, waar groei onderdeel van uitmaakt. Op deze wijze kan de stad op een gezonde, duurzame en veilige
manier groeien. De vijf kritische succesfactoren laten zien dat de ontwikkeling van de stad
uiteraard over veel meer gaat dan alleen de woningbouwopgave.
Bij groei van de stad moet ook ingezet worden op de volgende vijf kritische succesfactoren:
de toekomst aankan en wat daarvoor nodig is.
1. Ruimtelijke ordening en inrichting moeten
voor stad je als Nieuwegein wilt zijn. De door
Goede woningbouw en openbare ruimte
Wat een stad aan kan wordt bepaald door wat
de raad vastgestelde omgevingsvisie is daarom als uitgangspunt voor het onderzoek naar de
groei van de stad gekozen. Daarnaast geeft het
onderzoek instrumenten om als raad te sturen op de ontwikkeling en een gebalanceerde groei van een duurzame, gezonde en veilige stad.
bijdragen aan een leefbare en veilige stad dragen bij een hogere kwaliteit van leven,
leefbare buurten en veiligheidsgevoel. Zet ook in op een goede differentiatie van de woningvoorraad.
2. Voorzieningen moeten meegroeien in de nabijheid
Meer inwoners betekent meer draagvlak voor voorzieningen. Dat betekent dat voor een
aantal voorzieningen (in de nabijheid) gestuurd moet worden op verhoging van de capaciteit.
3. Investeren in de kwalitatieve versterking van het groen
Het groen, dat voldoende aanwezig is,
5
vraagt bij groei om kwalitatieve versterking
en kan een grotere bijdrage leveren aan de
gezondheid van de Nieuwegeinse inwoners. 4. Blijvend inzetten op lopen, fietsen en
Sturing hebben en houden is essentieel voor de ontwikkeling van de stad Om de stad te worden in 2040, zoals is vastgelegd in de omgevingsvisie, moet
openbaar vervoer
Nieuwegein zich (kwalitatief) ontwikkelen. Dit
laten groeien met de groei van de stad en de
ontwikkeling, overeenkomstig de doelen van
fietsen en openbaar vervoer.
en veilig stedelijk leven in Nieuwegein. Er zullen
Om het autogebruik niet evenredig mee te
vraagt om een gebalanceerde en evenwichtige
regio moet blijvend worden ingezet op lopen,
de omgevingsvisie naar een duurzaam, gezond
5. Gebiedsgericht en integraal werken is een voorwaarde
Het is van essentieel belang om aan de
voorkant van een ontwikkeling gebiedsgericht
echter altijd ontwikkelingen in de stad blijven
plaatsvinden, zoals bijvoorbeeld het vertrek van het Antonius ziekenhuis. Een stad is daarmee nooit af.
af te wegen. Hierbij wordt onderzocht en
Het onderzoek geeft sturing voor dit moment.
aan de doelen van de omgevingsvisie. Uit
gaat het ook om sturing houden. Het gaat om
dat woningbouw op bepaalde plekken geen
(bij)sturen. Dit vereist met elkaar een constant
de bouw van 9.000 woningen mogelijk is.
het niveau van de stad versus projectniveau.
afgewogen wat een gebied kan bijdragen
Maar om de gewenste richting op te ontwikkelen
deze gebiedsgerichte afweging kan komen
het totaal van strategisch werken, monitoren en
goede keuze is ondanks dat op stadsniveau
afwegen tussen de ambities en haalbaarheid op
6
Voor een gezonde groei en ontwikkeling van de stad worden de volgende stappen aanbevolen: 1. In te zetten op de vijf kritische
succesfactoren bij verdere ontwikkeling van de stad.
2. Het instrumentarium ‘De groei van de stad’
te gaan gebruiken als instrument om de groei van de stad te sturen, te begeleiden en te toetsen
3. Gebiedsgerichte afwegingen in te zetten en daarbij voor significante ruimtelijke
ontwikkelingen aan de voorkant te sturen op de doelen van de omgevingsvisie.
Figuur 2. Groeikern Nieuwegein in ontwikkeling: zicht op het oude Jutphaas.
7
1. Opgave en aanpak
8
1.1
Inleiding: grip op de groei van de stad Sinds de jaren ‘70 is Nieuwegein een groeistad. In eerste instantie een stad die planmatig is
gegroeid met een reeks nieuwbouwwijken, maar
in de afgelopen jaren ook een stad die organisch doorgroeit binnen de bestaande stedelijke
structuren. De stad groeit door met meerdere grote en kleine woningbouwplannen met in
totaal een planaanbod van circa 9.000 woningen die tussen 2017 en 2030 gerealiseerd kunnen
worden. Deze nieuwe vorm van groeien heeft in
januari 2021 geleid tot de behoefte aan het verder onderzoeken van deze groeiopgave met de
concrete vraag vanuit de gemeenteraad: Kan de stad deze groei aan?
Om deze vraag te beantwoorden zijn in 2021 verschillende onderzoeken gedaan (zie de
samenvatting hiervan in de bijlage) waaruit nog vervolgonderzoeksvragen zijn gekomen. Om deze te beantwoorden is het voorliggende onderzoek “Grip op de groei van de stad”
uitgevoerd, waarvan dit de eindrapportage is. Dit
Omgevingsvisie 2040 is beschreven; Nieuwegein als duurzame, gezonde en veilige stad.
In dit onderzoek is onder meer gebruik gemaakt van een nieuwe onderzoeksmethodiek in de
vorm van een gedigitaliseerd virtueel model van Nieuwegein; de digital twin van de stad. Met dit
model kan zowel het huidig als toekomstig (met
groei) functioneren van de stad in beeld worden gebracht. Een belangrijk hulpmiddel bij het
beantwoorden van de vraag wat groei betekent voor de stad. Hiermee krijgt de gemeenteraad
nog scherper in beeld wat de consequenties zijn van verdere woningbouw.
Het doel van het onderzoek is om een inzicht
en overzicht te bieden van de effecten van de
groei van Nieuwegein en laat zien waar het goed
gaat en waar groei vraagt om bijsturing. Het biedt inzicht, maar maakt nog geen keuzes in de wijze
waarop sturing wordt geven aan de groei. Dat laat het onderzoek over aan de politiek.
onderzoek beoogt op integrale wijze te toetsen in hoeverre de groei die op Nieuwegein afkomt – in de vorm van woningbouwplannen - past binnen het gewenste toekomstbeeld zoals dat in de
9
1.2
Groeiopgave van Nieuwegein
Binnenstedelijke groei van Nieuwegein
bevolkingssamenstelling met als belangrijkste
In januari 2022 telde de stad ruim 64.000
kenmerk een doorzettende vergrijzing. Het aantal
Nederland groeit en ontwikkelt Nieuwegein zich
als relatieve zin) en het aantal 80-plussers is over
ligging in de sterk groeiende regio Utrecht is dit
De manier waarop Nieuwegein vandaag de dag
inwoners en net zoals vele andere steden in
65-plussers blijft doorstijgen (zowel in absolute
de komende jaren door. Met zijn strategische
10 jaar naar verwachting verdubbeld.
ook niet onverwacht. Voor de provincie Utrecht wordt tot 2031 een groei van ongeveer 6,8%
verwacht, van 1.382.500 inwoners naar 1.477.000 inwoners.
groeit is anders dan zijn eerdere groeitraditie van planmatige uitbreiding door het ontwikkelen van de op dit moment typerende woonwijken van
de stad. De woningbouw van nu wordt binnen
Groei is geen doel op zich maar om een bijdrage
de contouren en ruimte van de bestaande stad
is extra woningbouw en ook andersoortige
van vele woningen gelijk opging met de aanleg
de woonbehoeften van de toekomst.
voorzieningen is dat bij de huidige groei niet.
te kunnen leveren aan de regionale opgave
ingepast. Waar in het verleden de ontwikkeling
woningbouw nodig die beter aansluit op
van in investeringen in infrastructuur, groen en
Tegelijkertijd verandert in Nieuwegein ook de
Nieuwegein
Figuur 3. Nieuwegein in de U16 (regio Utrecht)
10
Groei en de Omgevingsvisie
De ontwikkeling van Nieuwegein en dus ook
De Gemeenteraad heeft in 2021 de
de woningbouw zou moeten bijdragen aan de
Vergroent’ vastgesteld. Daarin staat omschreven
Met dit onderzoek en het daarmee ontwikkelde
wil ontwikkelen en op welke wijze zij wil sturen
link tussen de effecten van woningbouw en de
omgevingsvisie zijn duurzaam veilig en gezond.
krijgt de gemeente meer inzicht, kan zij bewuste
Nieuwegein tot 2040 wordt aan de hand van vier
uitoefenen hierop. Groei wordt daarmee niet iets
omgevingsvisie ‘Nieuwegein Verstedelijkt en
richting die in de omgevingsvisie is ingezet.
hoe de stad zich in de komende jaren verder
digitale model van Nieuwegein leggen we een
op deze ontwikkeling. De hoofddoelen van de
gestelde doelen in de omgevingsvisie. Daarmee
Van daaruit wordt het toekomstperspectief van
keuzes maken over de groei en dus meer grip
thema’s omschreven:
wat de stad overkomt, maar iets wat de stad
1. Verbonden met de stad, verbonden met
in de effecten van woningbouw kan leiden tot
elkaar
2. Fijne groene stad met een levendig centrum 3. Toekomstbestendige stad voor jong en oud 4. Een bedrijvige stad in een sterke regio
kan inzetten om haar doelen te behalen. Inzicht het bijstellen van de manier waarop de stad zich
ontwikkelt. Ook kan het de gemeente ertoe doen besluiten om bepaalde randvoorwaarden aan de
woningbouw mee te geven zodat daarmee beter de doelen van de omgevingsvisie gediend zijn.
Figuur 4. Historische groei van Nieuwegein.
11
Ruimtelijke ontwikkeling van Nieuwegein richting 2040
Fijn en groen wonen in een schone, stille en duurzame omgeving Duurzame, innovatieve bedrijventerreinen A12 zone Galecopperzoom: ontwikkelgebied voor regionale verstedelijking Liesbosch west: mogelijke verkleuring naar woningbouw Rijnhuizen: ontwikkelgebied voor energieneutraal en -positief wonen en werken City: Stedelijk ontwikkelgebied met hoge duurzaamheidsambities Laagraven: landschapspark voor beleving van Nieuwe Hollandse Waterlinie Groene hoofdstructuur Nieuwegein Nieuwe Hollandse Waterlinie als groene en historische recreatierzone Beleefbare historische kernen Elke wijk heeft voorzieningen op loop- of fietsafstand (indicatief) Bevorderen van de beleefbaarheid van het water Goede regionale fietsverbindingen Indicatief: toekomstige fietsverbinding Tramverbinding Nieuwe HOV verbinding Snelweg
02 Hier gaan we voor
↗
↗
Figuur 5. Nieuwegein in 2040, volgens de Omgevingsvisie.
03 Vervolg en uitvoering
Nieuwegein straks
Omgevingsvisie Nieuwegein 23
12
1.3
Aanpak van het onderzoek Inzicht in de effecten van toekomstige groei
(bijvoorbeeld de hoeveelheid groen of water) een
Nieuwegein heeft behoefte om grip te krijgen op de
knelpunt dreigt te worden, dan kan woningbouw
gewenste ontwikkeling van Nieuwegein conform de
kan woningbouw ook een middel zijn om doelen te
perspectief, dwars door allerlei thematieken. En
aan, maar uiteindelijk wordt een stad gebouwd op
van de complete stad. Grip krijgen vraagt uiteindelijk
Het onderzoek naar de groei van de stad kent
bij het verkrijgen van inzicht in wat de effecten
onderzoeksmethode waarbij gebruik wordt gemaakt
effecten van toekomstige woningbouwplannen op
juist een middel zijn om dit thema aan te pakken. Zo
thema’s van de Omgevingsvisie. Vanuit een integraal
bereiken. Het onderzoek reikt daarvoor ingrediënten
projectoverstijgend, van wijkniveau tot op de schaal
visie en daarbij behorende (politieke) keuzes.
om het maken van keuzes, maar begint allereerst
twee aanvliegroutes; een meer kwantitatieve
van woningbouwplannen feitelijk zijn. Inzicht in
van een digitaal model dat aan de hand van
welke veranderingen dit ten opzichte van de
verschillende indicatoren een beeld geeft van de
bestaande stad teweeg brengt. En in hoeverre deze
stad en aanvullend hierop een meer kwalitatieve
veranderingen de bestaande opgaven verder onder
onderzoeksmethode die inzichten uit reeds
druk zetten of juist helpen oplossen. Tegelijkertijd
bestaande onderzoeken (leefbaarheidsonderzoek,
biedt het ook veel inzicht in het huidig functioneren
verkeersmodel, onderzoeken naar groei uit
van de stad, wat als vertrekpunt geldt voor het
2021) en monitors (woningbouwmonitor,
onderzoek.
gezondheidsmonitors, leefbarometer etc) gebruikt. Twee sporen
Het onderzoek biedt inzicht en daarmee de
Twee sporen
middelen om sturing aan de groei te geven,
maar maakt geen keuze en stuurt derhalve niet.
Keuzes en sturing zijn, zoals eerder aangegeven, aan de politiek om te maken. Het onderzoek
Digitaal Model •
Indicatoren (bijv. 3-30-300)
•
Modelleert bestaande situatie en
• “Barcode” onderzoek
(toekomstige) situatie voor woningbouw
• Woningbouwmonitor
kan wel aandachtspunten in beeld brengen. Als bijvoorbeeld in een bepaalde wijk de nabijheid van speelvoorzieningen een probleem is, kan
bijgestuurd worden op het maken van plannen
voor speelvoorzieningen. Als een specifiek thema
Aanvullend onderzoek Onder andere:
(aantallen woningen) •
Integraal perspectief: op niveau van de stad
•
Niet alles is te meten en modelleren
•
Niet gemodelleerd: niet-wonen programma, doelgroep/demografie, prijssegment, ondergrondse infra
• Regionaal verkeersmodel • Gezondheidsmonitors • Leefbaarheidsonderzoek • Eerdere onderzoeken (o.a. voorzieningen)
Voor sturing niet alleen inzicht nodig, ook keuzes Voor sturing niet alleen inzicht nodig, ook keuzesen envisie! visie!
13 De stadinisdata opgebouwd uit verschillende lagen te maken Inzicht is belangrijk om goede keuzes zowel bovengronds als ondergronds die laten zien hoe de stad is opgebouwd
Inzicht zorgt niet direct voor keuzes! Daarvoor zijn afwegingen nodig. Stad bouw je op basis van keuzes en visie. (beeld: Maquette Kop van Zuid Rotterdam met Riek Bakker)
Ontwikkellocaties en woningbouwplannen tot 2030 Als we het hebben over toekomstige
woningbouwplannen gaat het concreet om
initiatieven voor in totaal ca. 9.000 woningen in de periode 2017-2030, verdeeld over 67
ontwikkellocaties en ‘rood voor rood’ locaties, zoals deze nu bekend zijn bij de gemeente en zijn opgenomen in de geactualiseerde
woningbouwmonitor van oktober 2022. De 9.000 woningen zijn op te splitsen in drie categorieën: - Gerealiseerd: 2.500 woningen - In ontwikkeling: 4.800 woningen - Pas op de Plaats: 1.700 woningen
Voor 4.800 woningen geldt dat deze reeds in voorbereiding en/of in ontwikkeling zijn. Het eerder genomen “Pas op de Plaats-besluit”
heeft betrekking op 1.700 woningen. De 2.500 al
gerealiseerde woningen worden in het onderzoek onder de bestaande situatie geschaard. Op deze projecten is immers geen invloed meer uit te
oefenen en maken reeds onderdeel uit van het bestaand functioneren van de stad. Wanneer
er gesproken wordt over de toekomstige groei in woningen gaat het dus over in totaal 6.500 woningen.
Voorbeelden Locaties waar bouw doorgaat
Grote gebiedsontwikkelingen (City, Rijnhuizen)
‘Pas op de plaats’ locaties Maatschappelijke locaties (scholen, buurthuis)
Woningbouwlocaties in Nieuwegein
City: 2.350 woningen (in aanbouw)
Voormalige kantoren
Basisschool de Parelduiker in Doorslag. Max. 65 woningen ‘pas op de plaats’ in woningbouwmonitor (2023).
Voormalige kantoren
BASE_top Gemeentegrenzen_Nieuwegein bbg_water kopie Water Wijken
Woningbouwmonitor Locaties Locaties V5 - 26 jan 2023 Overzichtkaart Niet-pas op de plaats plannen 1 - 10 woningen 10 - 30 woningen 30 - 60 woningen
Rijnhuizen: 1.300 woningen opgeleverd, nog 1.200 in aanbouw/gepland
Meentwal 9-17 in Merwestein. Max. 40 woningen ‘pas op de plaats’ in woningbouwmonitor (2023)
Bedrijventerreinen, leegstaande gebouwen of locaties met lage dichtheid
Bedrijventerreinen, leegstaande gebouwen of locaties met lage dichtheid
60 - 90 woningen 90 > woningen Pas op de plaats 0 - 10 10 - 30 30 - 60 60 - 90 90 > Opgeleverde plannen 1 - 10 10 - 30 30 - 60 60 - 90 90 >
Rembrandthage: 88 woningen in planvorming. (conceptbeeld)
Kruijderlaan 35 (Karweilocatie) in Jutphaas Wijkersloot. Max. 40 woningen ‘pas op de plaats’ in woningbouwmonitor (2023).
Ontwikkellocaties N.B. Niet alle pas op de plaatslocaties worden getoond op het overzicht. Alleen de pas op de plaatsprojecten die onderdeel zijn van de woningbouwlocaties uit de woninbouwmonitor of openbaar bekend zijn BASE_back worden getoond. In de onderzoeken zijn de "niet zichtbare" locaties uiteraard wel meegenomen. wit vlak Nieuwegein N.B. 2: De zwarte belijning op de kaart betreft de begrenzing van wijken en slaat niet op verkeerswegen Gebouwen
14
pand_nieuwegein kopie kopie bbg_water Water
Scenario’s
Om met meer precisie uitspraken te kunnen doen over het effect van de Pas op de Plaats locaties zijn er binnen het toekomstige woningbouwprogramma (6.500) in het digitale model twee verschillende scenario’s doorgerekend. Scenario 1 gaat uit van toevoeging van de woningbouwplannen die reeds in ontwikkeling zijn (4.800). Scenario 2 voegt hier ook de Pas op de plaats projecten aan toe. In deel 4 van het onderzoek wordt waar van toepassing specifiek ingegaan op de verschillen tussen deze scenario’s. In de onderzoeksresultaten zijn de verschillen tussen deze twee scenario’s echter te verwaarlozen.
De verschillende woningbouwplannen zijn niet gelijkmatig verdeeld over de stad. Het overgrote deel van de woningbouw staat gepland in het Stadscentrum en in Rijnhuizen. Ook zijn er wijken met vooral kleine woningbouwplannen. Wijken met het grootste aantal “Pas op de Plaats” locaties zijn: Batau Noord, Jutphaas Wijkersloot, Vreeswijk, Doorslag en Merwestein. De A12-zone en de Antonius Ziekenhuislocatie maken geen Woningbouwplannen die door gaan / buurt
onderdeel uit van het onderzoek. In dit onderzoek brengen we de effecten van woningbouw in kaart op schaal van de wijk en stadsschaal. Een aantal wijken in Nieuwegein nemen we niet in beschouwing omdat het geen woonwijken zijn (<20 woningen), maar bijvoorbeeld werklocaties of parken. In deze wijken is ook zeer beperkt aantal woningen geprogrammeerd. Omdat het effect van deze wijken op zowel stad als wijkniveau niet significant is en dit een vertekend beeld geeft in het onderzoek zijn deze waar het kwantitatieve analyse betreft buiten beschouwing gelaten. Het gaat om de volgende wijken: wijk
huidig aantal woningen
De Wiers
10
Hoge Landen
9
+3
Laagraven
20
+4
Het Klooster
9
+7
Park Oudegein
13
+40
BASE_top Gemeentegrenzen_Nieuwegein
Gemeentegrenzen_Nieuwegein
bbg_water kopie Water
bbg_water kopie Water
Wijken
Wijken
Woningbouwmonitor Locaties
Woningbouwmonitor Locaties
Locaties V5 - 26 jan 2023
Locaties V5 - 26 jan 2023
Buurt statistiek
Buurt statistiek
Pas op de plaats woningen per buurt 0 0 -woningen 1 woningen 11 -- 55 woningen
Gaat door woningen per buurt 0 woningen -0 0 10--50 50 woningen
65 -- 20 20 woningen 20--50 50 woningen 21 51 50--100 100 woningen 101 100--300 300 woningen 15
51 50--100 100 woningen 100--300 300 woningen 101 600 -> 5000 300 woningen
BASE_back wit vlak
Gebouwen pand_nieuwegein kopie kopie bbg_water
0
Aantal woningen pas op de plaats / buurt
BASE_top
hittestress
geplande toevoeging woningen
hittes tres s
BASE_back wit vlak
Gebouwen pand_nieuwegein kopie kopie
Een Digital Twin van Nieuwegein Om de effecten van toekomstige
aannames rond bijvoorbeeld het ruimtegebruik
simuleren is een zogenaamde digital twin van
Rijnhuizen en het Stadscentrum zijn qua structuur
woningbouwplannen zo goed als mogelijk te
de Gemeente Nieuwegein gebouwd. Dit is een digitale en virtuele omgeving – opgebouwd binnen de software van het bedrijf Tygron
- waarin Nieuwgein in zijn bestaande situatie is
nagebouwd, gekoppeld aan allerlei verschillende databronnen. Tygron is een dynamisch model
en laat direct de effecten zien die een bepaalde ontwikkeling in de stad op het gehele systeem van de stad als wel de directe omgeving zien. Zo kunnen we zien hoeveel woningen er op
dit moment zijn, hoeveel groen er is, waar het verkeer loopt, waar de hittestress hoog is en
waar de voorzieningen zijn gelegen. Aan deze
digital twin zijn vervolgens de eerder benoemde woningbouwplannen (totaal 6.500 woningen) toegevoegd zodat ook de toekomstige
en de vorm van het gebouw. De plannen voor
van gebouwen en bouwvelden minder abstract
dan de andere woningbouwlocaties meegenomen en preciezer in het grondgebruik.
De aannames verschillen per type woonmilieu (gebiedstypen). Zo gaan we in een meer
stedelijk gebied als het Stadscentrum uit van
andere inrichting van de ruimte dan in de meer
groenstedelijke wijk Jutphaas. Per gebiedstype
zijn de aannames voor hoe woningbouwprojecten worden ingevoerd gelijk. Voor Nieuwegein zijn in totaal vier woonmilieus gehanteerd, aansluitend op hoe deze in eerder onderzoek in het kader van de groei van de stad (zie rapport Ecorys,
2021) zijn gedefinieerd en gebaseerd op landelijk gebruikte typologieën.
woningbouw van Nieuwegein en de effecten hiervan in kaart kunnen worden gebracht.
Hoeveel groen hebben we dan? Waar neemt het verkeer toe? Hoe zit het met geluid? Hoeveel woningen liggen op loopafstand van een
tramhalte? Ook in het digitale model zijn twee scenario’s doorgerekend; scenario 1 met de
4.500 woningen die reeds in ontwikkeling zijn en
scenario 2 met ook daarbij opgeteld de pas op de plaatslocaties (totaal 6.500 woningen).
Gezien de scope van het onderzoek is besloten de toekomstige woningbouwplannen (6.500 woningen) op hoofdlijnen op te nemen in de digital twin. De plannen die zijn ingetekend
Centrum stedelijk
zijn versimpelde versies van de plannen met
Kleinstedelijk, stadswijk
het juiste aantal woningen, het type woningen
Kleinstedelijk, suburbane wijk Groen kleinstedelijk, tuinwijk
(appartementen of eengezinswoningen),
Niet-wonen wijken: industrie, park, bos, bedrijven
waarbij het ontwerp is gebaseerd op een aantal
Figuur 6. Verschillende wijktypes in de huidige situatie in Nieuwegein (gebaseerd op Ecorys, 2021) hittes tres s
16
Centrum stedelijk City
Kleinstedelijk, suburbane wijk Doorslag
Kleinstedelijk, de stadswijk, Jutphaas-Wijkersloot
Groen kleinstedelijk, tuinwijk Galecop
Figuur 7. Voorbeelden van verschillende type wijken in Nieuwegein. Doel in scenario ontwerp
Doel in scenario ontwerp
Centrum stedelijk
Kleinstedelijk, de stadswijk in scenario
Karakteristieken Onverhard oppervlak
25%
30%
Bebouwd oppervlak [%] Tuin oppervlak [%] Grijs oppervlak [%] Totaal oppervlak
30% 10% 40% 100%
25% 10% 35% 100%
15% 20% 25% 100%
15% 20% 15% 100%
30% 70% 30 - 70 wo/ha Gestapelde bouw appartementen
30% 70% > 25 wo/ha Gestapelde bouw appartementen
50% 50% 25 wo/ha Grondgebonden en gestapeld
70% 30% < 25 wo/ha Grondgebonden, soms gestapeld
Niet specifiek gedefinieerd onverhard oppervlak [%] Waarvan groen/blauw oppervlak [%]
Bebouwing Eengezinswoningen [%] Meergezinswoningen [%] Woningen per hectare [%] Type woningen Energietransitie
5% 15%
10% 20%
Doel in scenario ontwerp Kleinstedelijk, suburbane wijk in scenario 40%
10% 30%
Doel in scenario ontwerp Groen kleinstedelijk, tuinwijk in scenario 50%
10% 40%
Publieke ruimte
Op straat, inpandig, Op straat, inpandig, Op straat, parkeer norm Op straat, parkeer norm Figuur 8. Nieuwegein kent verschillende woonmilieus met eigen karakteristieken in stedenbouwkundige parkeer norm = 1/wo parkeer norm = 1/wo = 2/wo = 2/wo Parkeren opzet. De typische % groen, verhard en grijs oppervlakken verschillen, maar ook het type bebouwing 1 1.3 1.7 1.7 Parkeernorm verschilt: zo is er meer verharding en meergezinswoningen in de stedelijke wijken. Voor de scoring Openbaar en tuinen groen-blauw van hoge Grijsbuurt voor groen in de Grijs voor groen in de Groene tuinen, groene en ontwerpaannames wordt per type aannames gehandteerd die passen bij het type wijk kwaliteit openbare ruimte openbare ruimte openbare ruimte Strategie vergroenen
(zie volgende pagina).
17
In de omgeving van de digital twin leidt het Centrum stedelijk
Kleinstedelijk, suburbane wijk
Groen kleinstedelijk, tuinwijk
10% onverhard - niet gespecificeerd
10% onverhard - niet gespecificeerd
10% onverhard - niet gespecificeerd
15% groen 5% water
23% groen
‘inladen’ van de woningbouwprojecten, 5% onverhard - niet gespecificeerd
onderverdeeld naar deze vier woonmilieus, 15% groen 10% tuin
7% water
10% tuin
woningbouwprojecten. We noemen deze +
35% grijs
10% water
20% tuin
25% grijs
30% EGW
+
70% MGW
50% MGW
30% EGW
50% EGW
verschillende databronnen ‘aan’ worden gezet 25% bebouwd oppervlak
Centrum stedelijk
Kleinstedelijk, de stadswijk
Stadswijk
10% onverhard - niet gespecificeerd 15% groen 5% water
23% groen
Centrum stedelijk
5% onverhard - niet gespecificeerd 15% groen 10% tuin
1) tegeltje
+
30% MGW
70% EGW
15% bebouwd oppervlak
15% bebouwd oppervlak
Kleinstedelijk, suburbane wijk
Suburbane wijk
Groen kleinstedelijk, tuinwijk
10% onverhard - niet gespecificeerd
10% onverhard - niet gespecificeerd
7% water
10% tuin
gemodelleerd worden. 15% grijs
+
30% bebouwd oppervlak
opzichte van de huidige situatie. Op deze manier 30% groen
‘stempels’. Naar wens kunnen in de digital twin 70% MGW
wat het effect van de nieuwe situatie is ten
kunnen verschillende effecten van woningbouw
tot een lappendeken van geabstraheerde
20% tuin
40% grijs
om visueel en in getallen inzichtelijk te maken
Kleinstedelijk, de stadswijk
Tuinwijk
30% groen 10% water
20% tuin 20% tuin 40% grijs
2) bebouwing en weg
30% EGW
35% grijs
70% MGW
30% bebouwd oppervlak
30% EGW
25% grijs
70% MGW
25% bebouwd oppervlak
50% EGW
15% grijs
50% MGW
15% bebouwd oppervlak
70% EGW
30% MGW
15% bebouwd oppervlak
Figuur 9. “Tegeltjes” met uitgangspunten voor grove intekening van plannen voor nog onbekende woningbouwplannen. Afhankelijk van het type wijk waar een ontwikkellocatie in ligt zijn andere verhoudigen gebruikt om de bebouwde en onbebouwde ruimte in te vullen.
18
Voorbeelden van de digital twin Na het inladen van plannen in de digital twin is het
in een toekomstige (en huidige) situatie. Er zijn
op allerlei thema’s. Zo wordt bijvoorbeeld de
aan die toekomstige en huidige situatie zodat je
mogelijk om de toekomstige stad te analyseren
verkeersdrukte op wegen in kaart gebracht, het aantal woningen in een wijk geteld, berekend
hoeveel woningen nog binnen de straal van een voorziening gelegen zijn, en berekend hoe het stedelijk hitte eiland en waterhinder uitspelen
vervolgens ook waardeoordelen toe te kennen
inzicht krijgt in de vraag: hoe gaat het met de stad in de toekomst? Is het er fijn, veilig en gezond
leven? In het hoofdstuk 5 wordt dieper ingegaan op de om hier beter inzicht in te krijgen.
Locatie ingeladen in de digital twin als ‘stempel’
NO2 ten gevolge van verkeer
Hittestress (verharding wordt minder prettig)
City en Rijnhuizen gedetailleerder ingeladen
Loopafstand tot voorzieningen in City
Verkeersdrukte rondom City
Loopafstand tot speelplekken in Rijnhuizen
Hittestress in Rijnhuizen: in de nieuwe groene buurt langs het kanaal duidelijk koel
19
Inzicht in de effecten van groei
Indicatoren en normen
duurzaamheid, gezondheid en veiligheid begint bij
Profielen (MKP) ontwikkeld om de milieu
Inzicht krijgen in de effecten van groei op
het afbakenen van welke effecten in kaart worden gebracht. Daarnaast is het vanwege het gebruik
van het digitale model belangrijk dat de effecten ook kwantitatief te duiden en meetbaar zijn.
In het onderzoek wordt onderscheid gemaakt
tussen een aantal thema’s – waarbij de thema’s uit de Omgevingsvisie leidend zijn geweest –
op basis waarvan het effect van groei in kaart
wordt gebracht. De thema’s zijn onderverdeeld naar subthema’s die we ook wel ‘indicatoren’
noemen. De integraliteit tussen de hoofdthema’s is goed zichtbaar; veel indicatoren zijn namelijk meestal aan meer dan één thema verwant.
Voor de indicatoren waarvan het effect van
woningbouw hierop kwantitatief meetbaar is zijn door het digitale model gemodelleerd. Hierbij is
op wijkniveau af te lezen wat de situatie voor en na woningbouw is.
Voor een aantal indicatoren geldt dat zij in zichzelf lastig te vatten zijn in modellen,
bijvoorbeeld door het niet voorhanden hebben
van modelleerbare informatie of omdat de relatie met woningbouwplannen op wijkniveau niet
voldoende aanwezig is. Van deze indicatoren kan op basis van bestaand onderzoek (bijvoorbeeld leefbaarheid) of uitspraken op stadsniveau
(bijvoorbeeld capaciteit van de voorzieningen)
wel degelijk uitspraken worden gedaan in relatie
tot woningbouw en daarmee over de groei van de
Door de Provincie Utrecht zijn de Milieu Kwaliteit effecten van woningbouw op de gezondheid en leefbaarheid inzichtelijk te maken. Dit
afwegingskader is zeer zorgvuldig samengesteld en vervolgens afgestemd met Nieuwegeinse
beleidsmedewerkers. De indicatoren en de hierbij horende normeringen zijn in samenspraak met
de gemeente Nieuwegein, Provincie Utrecht en GGD ontwikkeld. In aanvulling hierop zijn extra indicatoren ontwikkeld die specifiek voor de
Nieuwegeinse vraagstukken en doelstellingen
toegepast kunnen worden. Deze indicatoren zijn
op basis van onderzoeken en in samenspraak met beleidsafdelingen van de gemeente Nieuwegein opgesteld.
De effecten van groei worden aan de hand van de volgende thema’s onderzocht: - Demografie en Wonen - Gezondheid
- Duurzaamheid
- Veiligheid en leefbaarheid In de figuur op de volgende pagina wordt verder uiteengezet welke indicatoren gebruikt zijn per
thema in het onderzoek. De figuur laat ook zien dat 1 indicator een impact heeft op meerdere
thema’s: zo heeft een aantrekkelijk wandel en
fietsnetwerk invloed op zowel duurzaamheid als
gezondheid. In Bijlage II wordt verder ingegaan op de normen en onderbouwing van de indicatoren.
stad.
20
a
th
in
r
to
ca di
em
ge
n zo
d
id he
du
m
aa
z ur
id
he
le
r
aa
b ef
en
id he
v
ie af
r
og
m
de
id
he
ig eil
en
en
n wo
m
e
od
h et
Demografie
Bevolkingsopbouw en -prognose
Woningmix
analyse op basis van bestaande onderzoeken
Verhouding eengezinsmeergezins woningen per wijk
analyse op basis van bestaande onderzoeken
Woon-werk balans
%wonen en werken in de stad
analyse op basis van bestaande onderzoeken
Nabijheid en capaciteit informele buitensport locaties en -netwerken
Meestgebruikte hardloop, fiets en watersportroutes (Strava heatmap)
interpretatie bestaand onderzoek
Nabijheid en capaciteit buitensport locaties
Capaciteit buitensportlocaties en ligging in de stad
(mogelijk) onderzoek in Tygron
Zicht op groen
% woningen die zicht hebben op groen
simulatie tygron
Nabijheid gebruiksgroen
% woningen met toegankelijk groen op loopafstand van <300m
simulatie tygron
Capaciteit voorzieningen
Barcode met capaciteit voorzieningen in de stad
analyse op basis van data gemeente
Nabijheid speelvoorzieningen
% woningen met speelvoorzieningen op loopafstand
simulatie tygron
Nabijheid zorgvoorzieningen
Aantal huishouders binnen 400m loopafstand huisartsen, zorgcentra & tweedelijns zorg
simulatie tygron
Nabijheid scholen
Huishoudens binnen 400m lopen: KDV, basisscholen
simulatie tygron
Nabijheid winkels dagelijkse levensbehoeften
Type winkelclusters, supermarkt per wijk
simulatie tygron
Automobiliteit
Verkeersbewegingen, impact op netwerk
simulatie tygron
Openbaar Vervoer
Verbondenheid in de regio + aantal woningen binnen 400m bus- of tramhalte
simulatie tygron
Fiets en wandelnetwerken
Modal split en model shift
simulatie tygron
Verkeersgeluid
Aantal woningen in dB(A) contouren
simulatie tygron
Luchtkwaliteit
Aantal woningen in NO2 contouren
simulatie tygron
Hitte
Aantal woningen binnen hoge temperatuur
simulatie tygron
Hoeveelheid groen in de wijk
m2 openbaar groen/huishouden en %groen oppervlak
simulatie tygron
Water in de wijk
% oppervlakte water
simulatie tygron
Vasthouden regenwater
% onverhard oppervlak
simulatie tygron
Hemelwaterafvoer
Wateroverlast ten gevolge van piekbelasting
simulatie tygron
Ruimtevraag van de energietransitie
Capaciteit netwerk (duurzame) energie
interpretatie bestaand onderzoek
Capaciteit waterzuivering en afvalverwijdering
analyse op basis van bestaande onderzoeken
Leefbaarheidsscore, misdrijven, veerkrachtkaart
interpretatie bestaande onderzoeken
Capaciteit nutsvoorzieningen Sociale veiligheid en leefbaarheid
Figuur 10. Totaaloverzicht van samenhang tussen thema's en indicatoren die onderdeel zijn van het onderzoek en volgens welke methode ze zijn toegepast. 21
Schaalniveaus
Als vertrekpunt wordt het schaalniveau van
is. Per indicator is er een indeling gemaakt met
woningbouwplannen in kaart te brengen. Dit kan
bepaalde score te krijgen: de normering. In Bijlage
de wijk gehanteerd om de effecten van
nog steeds betekenen dat binnen wijken in de praktijk verschillen kunnen bestaan over hoe
er gepresteerd wordt op bepaalde indicatoren. Vervolgens kan er met de combinatie van
inzichten uit het wijkniveau de effecten van
woningbouwplannen tot op stadsniveau ingeschat worden. Met name waar het gaat om de effecten van woningbouw op wijkoverstijgende systemen is dit relevant.
Scoring en weging De wijken (en dus het effect van
woningbouwplannen) van Nieuwegein zijn
zowel in de huidige als de toekomstige situatie
geconfronteerd met bovenstaande indicatoren.
waarden waaraan voldaan moet worden om een II is een tabel opgenomen waarbij uitgelegd
wordt waar dit per indicator op neerkomt. Er is in dit stadium niet gekozen om de indicatoren ten opzichte van elkaar een weging mee te geven.
De kwantitatieve score is tenslotte slechts een
middel om tot kwalitatieve interpretatie te komen. Voor een aantal indicatoren die wordt gemeten is er verschil in het geven van een score op
basis van het gebiedstype. Als het bijvoorbeeld gaat over groen in de wijk, dan is in een
“groenstedelijke tuinwijk” meer groen nodig voor
een goede score dan in een “Centrum-stedelijke” wijk. De verschillende kwaliteitsniveaus
(normeringen) verschillen dus per wijktype.
Dit leidt tot scores op een tienpuntschaal, waarbij
4-6 minimale kwaliteit betekent, 6-8 basiskwaliteit
is en bij een rapportcijfer van 8> optimale kwaliteit
Figuur 11. De digital twin modelleert de huidige situatie + woningbouwprojecten. Het effect van de woningbouw (en bijv. verkeer, hitte, NO2 etc) wordt door de software berekend.
22
Scope van het onderzoek Wat we wel meten
Het onderzoek en de digital twin van Nieuwegein
meten van het effect van het toevoegen van
die zijn ingevoerd verder uit te werken conform
Het onderzoek focust zich alleen op het
woningbouwplannen. Overige eigenschappen van projecten, zoals mogelijke toevoeging
of verplaatsing van voorzieningen zijn niet in
het digitale model van de stad meegenomen. Woningbouwaantallen en onderliggend
grondgebruik zijn op dit moment de enige variabelen.
In het digitale model wordt het effect van de
nieuwe situatie doorgerekend en vergeleken
met de huidige situatie. Dit effect wordt per wijk berekend. Het model rekent dus op dit moment geen effecten van losse plannen door. Het is daarmee geen toetsingskader van plannen,
maar berekent het effect van woningbouw op de toekomstige situatie. Dit effect wordt per
indicator, in veel gevallen per wijk, berekend. Het op deze manier toepassen van het model past bij de vraag die in dit onderzoek gesteld wordt.
bieden als model wel de mogelijkheid om plannen de dan bekende stand van projecten. Denk
bijvoorbeeld aan de inrichting van de openbare ruimte, prijssegment van de te ontwikkelen woningen, woningtypen, etc. Hiermee kan
nauwkeuriger in kaart worden gebracht wat het effect van een dergelijk woningbouwplan is. Wat we niet meten
Dit betekent ook dat we met de huidige
invulling van het digitale model ook dingen niet meten, zoals mogelijke toekomstige
plannen voor voorzieningen of ingrijpende
wijzigingen in groenstructuren als onderdeel
van woningbouwplannen. Maar ook kan gedacht worden aan het effect van externe (soms
regionale) invloeden op het functioneren van
de stad Nieuwegein. Denk bijvoorbeeld aan de
ontwikkeling van de A12 zone, de aanleg van de
Merwedelijn, het anticiperen op de toekomstige demografische ontwikkeling of verandering van de economie en werkgelegenheid in de regio.
Figuur 12. Stadshart in aanbouw.
23
2. Hoofdbevindingen en aanbevelingen
24
De hoofdbevindingen en aanbevelingen in dit
hoofdstuk geven richting aan de manier waarop Nieuwegein sturing kan geven aan de groei van de stad, passend bij waar de stad in 2040 wil
staan, zoals beschreven in de Omgevingsvisie. De bevindingen en aanbevelingen zijn afgeleid
uit de onderzoeksresultaten die in hoofdstuk 4 uitgebreid aan bod komen.
Figuur 13. Presentatie aan de gemeenteraad van de onderzoeksmethode (juni 2022)
Figuur 14. SITE en gemeente aan de slag om integraal duiding te geven aan het onderzoek (januari 2023) 25
2.1
Met de juiste sturing kan Nieuwegein de groei aan De hoofdonderzoeksvraag “Kan de stad de
groei aan?” is niet met een simpele ‘ja’ of ‘nee’
te beantwoorden. Allereerst is belangrijk aan te
geven dat het onderzoek naar ‘groei’ van de stad, indirect ook heel veel informatie en inzicht heeft gegeven in het functioneren van de bestaande stad. Het in kaart brengen van de effecten van
aan de doelen van de Omgevingsvisie: •
Bepaalde voorzieningen moeten meegroeien
•
Er is voldoende groen, maar het groen moet
•
groei vraagt immers eerst om inzicht in hoe de bestaande stad functioneert.
Bij het in kaart brengen van de huidige staat van de stad valt op dat de uitgangspositie voor een duurzame, gezonde en veilige stad behoorlijk
•
met de stad in de nabijheid van de bewoners kwalitatief versterkt worden
Het verkeerssysteem en de gezondheid
hebben er baat bij om extra in te zetten op lopen, fietsen en openbaar vervoer
Bouw de juiste woningen op de juiste plek (meer bouwen nabij OV-haltes,
ouderenwoningen in zorgcirkels, etc)
goed is. Nieuwegein heeft op veel punten een
Tot slot vraagt ‘goede groei’ iets van hoe er
blauwe raamwerk of de voorzieningenstructuur.
verbinden van de doelstellingen op stadsniveau
sterk fundament, zoals bijvoorbeeld het groen-
De doorontwikkeling van de stad bouwt voort op dit stevige fundament. De doorrekening van het
toekomstig woningbouwprogramma laat zien dat groei kansen biedt om dit verder te versterken: •
•
Woningbouw kan een katalysator zijn in het
realiseren van de doelen en kwaliteiten uit de omgevingsvisie;
Groei zorgt voor extra draagvlak voor
voorzieningen, zoals winkels, culturele
voorzieningen en bezetting van openbaar •
vervoer
Goed ontwerp en ruimtelijke ordening dragen bij aan een leefbare en veilige stad: sociaal-
onveilige plekken kunnen worden aangepakt
als organisatie gewerkt en gedacht wordt. Het
en op basis daarvan sturing geven aan projecten op locatieniveau vraagt om meer gebiedsgericht en integraal werken aan de groei van de stad.
Met het bovenstaande totaalpakket van kansen en aandachtspunten kan Nieuwegein sturing geven aan de groei en kan op stadsniveau
gesteld worden dat Nieuwegein de groei van
9.000 woningen (waarvan 2.500 al gerealiseerd) aan kan. Wel zijn er een aantal kritische
succesfactoren benoemd die de gewenste
ontwikkeling van de stad en de groei die hiermee
gepaard gaat mede mogelijk moeten maken, In de volgende paragraaf gaan we hier dieper op in.
Naast kansen vraagt groei ook om aandacht in
de wijze waarop we met groei en verstedelijking omgaan, zodat het ook daadwerkelijk bijdraagt
26
2.2
Vijf kritische succesfactoren voor een gebalanceerde groei van de stad Voor een integrale en gebalanceerde ‘doorontwikkeling’ van de stad Nieuwegein benoemen we een vijftal kritische succesfactoren. Met inachtneming van de kritische succesfactoren kan de stad op een gezonde, duurzame en veilige manier groeien. De stad kan de groei aan als er tegelijkertijd ook actief wordt geïnvesteerd in de kritische succesfactoren. Tegelijkertijd zijn dit ook factoren waar de stad überhaupt mee aan de slag moet – ook zonder groei. Groei kan daarmee als een aanleiding en middel gezien worden om gerichter te kunnen sturen op versterking en doorontwikkeling van de stad. Op een manier waarop de bestaande stad profiteert
5 kritische succesfactoren
en groei in bredere zin kan bijdragen aan de stedelijke doelen uit de omgevingsvisie. De opgave waar Nieuwegein voor staat gaat in belangrijke mate over hoe de stad sturing wil geven aan haar eigen doorontwikkeling. De manier waarop sturing wordt gegeven aan groei zal het effect van de groei voor een groot deel bepalen. Want werken aan de stad, betekent tegelijkertijd werken aan de randvoorwaarden voor een duurzame, gezonde en veilige toekomst.
1. Ruimtelijke ordening en inrichting moeten
bijdragen aan een leefbare en veilige stad
2. Voorzieningen moeten meegroeien in de nabijheid
3. Investeren in kwalitatieve versterking van het groen
4. Blijvend inzetten op lopen, fietsen en openbaar vervoer
5. Gebiedsgericht en integraal werken is een voorwaarde
27
Figuur 15. In Blokhoeve werd een nieuw boulder- en klimhal gepland die tevens als geluidswal voor de nieuwbouw wijk kan gaan functioneren.
Figuur 16. Meer ruimte voor ontmoeting en gezelligheid in de buurt na een kleine aanpassing.
28
1
Ruimtelijke ordening en inrichting moeten bijdragen aan een leefbare en veilige stad
Leefbaarheid en veiligheid zijn belangrijke thema’s in Nieuwegein. Uit onderzoek blijkt dat er geen directe relatie is tussen het aantal toe te voegen woningen en het gevoel van leefbaarheid en veiligheid, maar indirect zijn die verbanden er wel degelijk. Zo zijn er manieren waarop we met ruimtelijke ordening en de wijze waarop gebouwd wordt meer of minder bijdragen aan het veiligheidsgevoel of de ervaren leefbaarheid. Het gaat dus vooral om het ‘hoe’. Goede woningbouw en openbare ruimte kan bijdragen aan een hogere kwaliteit van leven, leefbare buurten en een verhoogd veiligheidsgevoel. De relatie tussen woningbouw en leefbaarheid is enerzijds de manier van ontwerpen (stedenbouw) belangrijk. Kwalitatief goede openbare ruimte, sociale controle en ‘eyes on the street’, een aangenaam ontwerp van met name de begane grond (plint) van een gebouw en het maken van een stad die voor alle leeftijden aangenaam is. Anderzijds gaat het om het gebruik van de ruimte: de programmering en de activering van geb-
+
Leefbaarheid & veiligheid verbeteren
ouwen en gebieden. Belangrijke elementen daarin zijn sociale verbondenheid ((her) kennen mensen elkaar, of voelen ze zich juist anoniem?), gebruik van de buitenruimte en het gevoel van eigenaarschap. Woningbouwplannen kunnen dus worden aangegrepen als middel om bestaande buurten te verbeteren in hun leefbaarheid. Succesfactoren voor veilige en leefbare wijken zijn te borgen in het ontwerp en de inrichting van woningbouwplannen en de openbare ruimte. Daarnaast is het voor de gemeente belangrijk om in te zetten op differentiatie van de woningvoorraad voor verschillende doelgroepen en woonbehoeften om te sturen op een divers gebruik van de buitenruimte en het stimuleren van sociale interactie. Een leefbare stad biedt ook voldoende betaalbare woonruimte. Volgens de meest recente woningbouwmonitor worden op stadsniveau in de huidige woningbouwplannen te weinig van betaalbare woningen toegevoegd aan de stad. Een belangrijk aandachtspunt voor de toekomst.
Eyes on the street Kwaliteit van de plint-laag ‘8-80 City’
Sociale controle Activering buitenruimte Gevoel van eigenaarschap
De manier van ontwerpen (stedenbouw)
Programmering en activering van gebouwen en gebieden
Woningbouw (aantallen en locaties)
29
2
Voorzieningen moeten meegroeien in de nabijheid
Bij de doorontwikkeling van Nieuwegein is
voor mensen in de eigen buurt te vinden,
dat nieuwe ontwikkelingen dáár komen, waar
mentale barrières voor overwinnen (zoals
nabijheid essentieel, wat in feite betekent
voorzieningen zijn en/of waar het openbaar vervoer en het fietsnetwerk goed geregeld
zijn. Maar nabijheid gaat over heel veel meer dan wonen, werken en verplaatsen alleen.
Het gaat vooral om het blijvend investeren in een aantrekkelijke leef- omgeving waar onderwijs, winkels, gezondheidszorg,
horeca, cultuur, openbare ruimte, groen,
sport, recreatie en landschap te voet, per fiets of met het openbaar vervoer goed bereikbaar zijn.
Nieuwegein heeft als groeikern een goed doordachte structuur van voorzieningen. De meeste dagelijkse voorzieningen zijn
=
Wonen, werken, verplaatsen
Bereikbaarheid aantrekkelijke leefomgeving: onderwijs, winkels, zorg, cultuur, openbare ruimte, groen, sport, recreatie
al moeten mensen daar soms fysieke of
het oversteken van een brede weg, of het wandelen of fietsen door een tunneltje). Een belangrijke factor in de toekomst
van de stad is dat deze barrières vooral
gevoeld worden door mensen die minder mobiel zijn. Door het steeds groter
wordende aantal ouderen zal deze groep
groeien. Het is daarom belangrijk om voor ouderen en kwetsbaren woningbouw te
plannen nabij voorzieningenclusters en in
woonzorgcirkels en tegelijk te sturen op het ook daadwerkelijk laten realiseren van zorgen maatschappelijke voorzieningen op de juiste plek.
+
KWALITEIT VOORZIENINGEN IN NABIJHEID (fysiek & mentaal)
Gevoel van buurtbinding Gevoel van eigenaarschap
Ontmoeting
Tegengaan eenzaamheid
Veiligheid Sociale controle
30
Meer inwoners betekent ook meer draagvlak
supermarktcentrum naar een echt hart van de
enerzijds een kans voor voorzieningenclusters
en kruisbestuiving tussen commerciële
voor dagelijkse voorzieningen. Dit betekent
om te groeien. Anderzijds vraagt het om het verhogen van de capaciteit van een aantal
voorzieningen. Door groei en vergrijzing zal de vraag naar dagelijkse voorzieningen in
de nabijheid van de woning toenemen. In
wijk met een breder palet aan voorzieningen en maatschappelijke voorzieningen.
Tenslotte is het van belangrijk dat ook de
nutsvoorzieningen (energie, afvalverwerking,
waterzuivering, etc) meegroeien met de stad.
het bijzonder zal de capaciteit van zorg- en welzijnsvoorzieningen (zoals huisartsen,
fysiotherapeuten, BSO’s) daarom verhoogd
moeten worden. Dit kan als kans aangegrepen worden om ook de kwaliteit van de bestaande voorzieningenclusters te vergroten: van een
Figuur 17. Winkelcentrum Muntplein in Batau.
31
3
Investeren in kwalitatieve versterking van het groen
Nieuwegein is groen en voldoet ruimschoots
Het gebruik van de openbare ruimte wordt
nabijheid en per inwoner, ook wanneer er
bijkomen . Deels omdat er op veel plekken,
aan de richtlijnen voor groen en water in de meer woningen bij komen. Dit blijkt uit de doorrekening van de stad op provinciale milieukwaliteitsprofielen. Woningbouw
kan lokaal zelfs zorgen voor meer groen, bijvoorbeeld wanneer een bedrijfspand
wordt getransformeerd en een parkeerplaats plaats maakt voor een plantsoen. Groen is voor Nieuwegeiners nooit ver weg. Lokaal
is er sprake van hittestress (Stadscentrum en Merwestein), maar door het verder
vergroenen van de plannen wordt er al gewerkt aan een verbetering van deze situatie.
Tegelijkertijd zien we een
gedragsverandering in de samenleving.
intensiever, deels omdat er meer mensen zoals in het Stadscentrum ook in meer
stedelijke woonmilieus wordt gebouwd, denk aan appartementen zonder eigen tuin maar met een balkon en gemeenschappelijke buitenruimte. Maar ook omdat we op
het gebied van bewegen en sport een
verandering zien. Minder georganiseerde sport (in verenigingsverband) op
sportterreinen, meer informeel en
ongeorganiseerde sporten en recreëren in de openbare ruimte. De coronapandemie heeft deze ontwikkeling versterkt. Ook zonder
groei vraagt dit om meer investeringen in de gebruikskwaliteit van het groen. Daarnaast kan de verdichting van onze steden niet
32
zonder een versterking van de publieke
waar ruimte wordt gemaakt voor actiever
gestalte krijgt, mensen elkaar ontmoeten
door groene plekken beter te ontsluiten,
ruimte. Dit is de plek waar onze samenleving en kunnen ontspannen. Juist op deze vitale
plekken in de stad, waar alle soorten mensen bij elkaar komen, moeten we sturen op de
belangrijkste waarde voor onze samenleving: het vergroten van ons publieke welzijn.
Er is dus voldoende groen in Nieuwegein,
ook in de toekomst, maar er liggen kansen om het groen beter te benutten. Dit gaat
om groen aan de randen van de wijk, maar
gebruik van de openbare ruimte. Bijvoorbeeld ecologische verbindingen te maken,
sportplekken in te richten, hardlooproutes
te faciliteren, en bestaande kwaliteiten beter te benutten en zichtbaar te maken. Duidelijk
onderscheid maken tussen de ecologischeen gebruiksfunctie van openbare ruimte en hier tevens gericht investeringen in doen is belangrijk omdat beiden om een ander
beheerregime vragen en ander doel dienen.
ook om grote publieke plekken, zoals Park Oudegein en Fort bij Jutphaas. Hier kan de
stad écht beter gebruik van maken. Het groen kan enerzijds beter ingezet worden in haar ecologische functie en anderzijds als plek
Figuur 18. Natuurspeeltuin in het Natuurkwartier.
33
4
Blijvend inzetten op lopen, fietsen en openbaar vervoer
Uitgangspunt van de groei van Nieuwegein
heeft extra verkeer een negatieve invloed op
meegroeit met de groei van de stad en
is autogebruik minder gezond dan andere
is dat het autoverkeer niet evenredig
de regio. Het doel zoals gesteld in de omgevingsvisie en ook het vigerend
mobiliteitsbeleid van Nieuwegein is om
alternatieve vervoersmodaliteiten dan de auto te stimuleren. Nieuwegein is omsloten door
snelwegen (A2, A12, A27) die elk knelpunten
hebben in hun capaciteit. Dat is een regionaal bereikbaarheidsvraagstuk. Soms slaan deze
knelpunten terug op het lokale Nieuwegeinse wegennet. Uit de doorrekeningen van
het verkeerssysteem blijkt echter dat de
Nieuwegeinse woningbouw nauwelijks effect heeft op de knelpunten in het systeem. Wel zien we dat het autoverkeer en autogebruik een belangrijke (negatieve) bijdrage levert
aan de toekomstige gezondheidssituatie in de stad. Vooral rond de hoofdverkeersontsluiting
+
RUIMTE VOOR LOPEN, FIETSEN EN OV
de luchtkwaliteit en de geluidsoverlast. Ook
vormen van vervoer. Het blijvend inzetten op de mobiliteitstransitie is daarom noodzakelijk bij de verdere groei van de stad.
Het stimuleren van fietsen en wandelen is de makkelijkste en goedkoopste manier
om de stad en haar inwoners gezonder te
maken. Er is al een fijnmazig netwerk voor
fietsers en voetgangers aanwezig, maar toch pakken bewoners vaak de auto, ook voor
korte ritten. Het aantrekkelijker maken van fiets- en wandelroutes moet dus prioriteit
hebben. Belangrijk daarin zijn het verbeteren van de sociale veiligheid op de routes,
het verminderen van fysieke en mentale
barrières van bijvoorbeeld hoofdwegen of
waterwegen en het aantrekkelijker maken van voorzieningen op de plekken waar mensen Uitstoot van stikstof en fijnstof Mate van geluidsoverlast Mate van gezond bewegen (fietsen en wandelen) Benutting huidig OV-netwerk Ruimte voor sociaal leven op straat Veilige verbindingen tussen wijken (oversteken etc.) Ruimte voor klimaatadaptatie
34
naartoe wandelen of fietsen. Denk daarbij aan voldoende veilige stalplekken voor fietsen.
Ook het OV kan bijdragen aan een gezondere stad. In de huidige situatie is het netwerk en nabijheid van bus- en tramhaltes op orde.
Het meerendeel van de bestaande en nieuwe
woningen liggen binnen de gewenste afstand tot bus- en tramhaltes. Aan de oostkant
van het Merwedekanaal (o.a. Rijnhuizen en Vreeswijk) vraagt de OV-verbondenheid
van de tram wel aandacht. Hier zien we de fysieke barrièrewerking van het kanaal. De
bestaande tramhaltes zijn niet altijd op een
snelle en sociaal veilige manier te bereiken,
dit vraagt aandacht. Ook de aantrekkelijkheid van de OV-haltes is belangrijk in het gebruik.
minste goede fietsparkeervoorzieningen,
kan het gebruik aantrekkelijker maken. Om
het gebruik van het OV te verbeteren is het
aan te bevelen om juist te bouwen nabij OV-
haltes, zoals nu in het Stadscentrum gebeurt en daarmee nog beter gebruik te maken van de vervoerswaarde van het OV-netwerk.
Voor verplaatsingen binnen de regio Utrecht en daarbuiten is de OV-bereikbaarheid van
Nieuwegein nu niet competitief genoeg ten
opzichte van de auto. De investeringen in de Merwedelijn (verkorting reistijd naar Utrecht Centraal) bieden een kans om het aantal
verplaatsingen per OV en de hoogwaardigheid (frequentie en reisduur) te verhogen, ook op
langere afstanden binnen de regio en verder.
Voorzieningen bij haltes, waaronder ten
Figuur 19. Campagne “Nieuwegein fietst!”
35
5
Gebiedsgericht en integraal werken is een voorwaarde
De laatste succesfactor gaat over hoe je als
in de Omgevingsvisie) en wat dit van
Daarbij is gebiedsgericht en integraal werken
bijdrage aan deze doelen. Dit vraagt om een
gemeente de groei van je stad vormgeeft.
een voorwaarde. Met dit onderzoek zijn de verschillende lagen van de stad aan elkaar gekoppeld: de ruimtelijke structuren, de
programmatische invulling en het gebruik en gedrag van mensen. Dit proces heeft ook
laten zien dat meer integraal kijken naar de samenhang van deze thema’s tot betere
leefbare stad om het bij elkaar brengen van ontwikkeling wordt gezien (zoals beschreven
LEEFBAARHEID & VEILIGHEID verbeteren
+
RUIMTE VOOR LOPEN, FIETSEN EN OV
en thema’s bij elkaar kunnen worden
gebracht. Met deze meer gebiedsgerichte
benadering wordt (in dit geval) woningbouw en projecten die hiervoor geïnitieerd in
een bredere agenda van een buurt of wijk
geplaatst. Het komen tot een afweging over daarmee altijd in verbinding met de bredere
Ook vraagt het sturen op een gezonde en
+
tussengelegen schaalniveau waarop projecten
de invulling van een woningbouwproject staat
inzichten en afwegingen kan leiden.
wat er op stedelijk niveau als gewenste
projecten op locatieniveau vraagt in hun
opgaven van het gebied. De begrenzing
van dat ‘gebied’ volgt vaak uit de optelsom van projecten, opgaven en kansen die
DOELEN
Gezonde en leefbare stad nu en in de toekomst! • • • • • • • • • • •
Gezond gedrag stimuleren Modal shift Minder vervuiling Zorg dichtbij huis Veilig gevoel Sociale binding aan wijk vergroten Sociale netwerken stimuleren Ruimte voor klimaat adaptatie Meer koele plekken in nabijheid …. …
+
KWALITEIT EN NABIJHEID VOORZIENINGEN (fysiek & mentaal)
+
(meer) AANTREKKELIJK GROEN
36
(gaan) spelen en is vaak wijkoverstijgend.
en A12-zone) doet de gemeente dit al, maar
ook de kans om woningbouw te zien als
het nodig zijn om ook op een integrale manier
Gebiedsgericht tot agenda’s komen geeft
katalysator voor bredere investeringen in een buurt. Het kan bepaalde soorten onrendabel
programma of investeringen mogelijk maken
door het uitwisselen van zoet (projecten die
in de doorontwikkeling van Nieuwegein zal
te kijken naar de ontwikkeling van buurten,
wijken en de stad als geheel. De buurt, de wijk en de stad zijn immers nooit af.
geld opleveren) en zuur (projecten die geld kosten) als het goed wordt georganiseerd. Integraal en gebiedsgericht werken vereist
wel een andere manier van samenwerken, ook in de gemeentelijke organisatie. Binnen grote projecten (o.a. het Stadscentrum, Rijnhuizen
Figuur 20. Visualisatie van de woningbouw in City langs het kanaal.
37
3. Reflectie en vervolgstappen
38
In dit hoofdstuk blikken we terug op hoe dit onderzoek heeft plaatsgevonden en welke
lessen we kunnen trekken over het doen van een dergelijk onderzoek. Vervolgens wegen we af op welke wijze het digitale model kan worden geb-
ruikt en doorontwikkeld tot innovatief instrument. Tenslotte gaan we in op de vervolgstappen die
gezet moeten worden met de uitkomsten van dit onderzoek te operationaliseren.
Sturen in plaats van reageren Omdat dit onderzoek is toegespitst op
bestaande woningbouwplannen, brengt
het onderzoek feitelijk de effecten van al
bekende ontwikkelingen in beeld. Daarmee
is het onderzoek reactief van aard. Er wordt
gereageerd en uiteindelijk ook gestuurd naar
aanleiding van ontwikkelingen die op de stad
afkomen. Met het opgebouwde digitale model
van Nieuwegein ligt er een stevig fundament om ook toekomstige woningbouwplannen die we
nu nog niet kennen hier in op te nemen. Advies is om dit juist met grotere ontwikkellocaties
te doen om daadwerkelijk effecten te kunnen uitlezen. Het model is juist geschikt voor een
wat grotere schaal van gebiedsontwikkelingen . Op die manier kunnen bijvoorbeeld de effecten van verschillende scenario’s in beeld worden
gebracht. Het digitale model kan in de toekomst
dus meer ingezet worden vanuit het principe om
met gebiedsontwikkeling te kunnen sturen op de
gewenste doelen en dus waar behoefte naar is in plaats van te reageren op wat er op je afkomt als stad.
Sturen op kritische succesfactoren nodig De aanleiding van dit onderzoek is de groei
die de stad doormaakt en de behoefte om het
effect hiervan op de bestaande stad inzichtelijk te maken. Uiteindelijk zijn op basis van de
onderzoeksresultaten over de effecten van groei een aantal kritische succesfactoren benoemd.
Groei biedt namelijk kansen, maar vraagt ook om aandacht en investeringen. De succesfactoren geven aan in welke randvoorwaarden
geïnvesteerd moet worden om in de toekomst
een duurzaam, gezond en veilig stedelijk leven
mogelijk te maken. Tegelijkertijd is het bewustzijn ontstaan dat niet enkel de groei van de stad met de beoogde woningbouw vraagt om sturen en
investeren op de kritische succesfactoren. Juist
om de doelen van de omgevingsvisie te bereiken
is investering in deze succesfactoren nodig. Groei kan daarbij helpen en zelfs als katalysator werken.
Meerwaarde van een digitaal model Het gebruik van een digitaal model heeft ervoor gezorgd dat de effecten van woningbouw
letterlijk in kaart gebracht konden worden.
Met het gebruik van het digitale model zijn
daadwerkelijk ruimtelijke relaties gelegd tussen locaties van woningbouwprojecten en locaties en nabijheid van voorzieningen zoals groen,
zorg en bushaltes. Dit is anders dan bij eerdere
onderzoeken over de effecten van groei die op stadsniveau uitspraken doen over bijvoorbeeld het effect van woningbouw op draagvlak en
capaciteit van voorzieningen. Hierdoor kan er behalve iets over capaciteit ook iets gezegd
worden over capaciteit in relatie tot nabijheid.
Er wordt immers gemeten in hoeverre bepaalde voorzieningen binnen gewenste afstand liggen van woningbouwprojecten en in hoeverre dit
39
verbetert of verslechtert ten opzichte van de
andere onderzoeksresultaten zou hebben geleid.
model waarin deze ruimtelijke relaties gelegd
zin verrast als het gaat om de informatie die
huidige situatie. Het gebruik van een digitaal kunnen worden geeft dus veel aanvullende inzichten.
Aard van de onderzoeksresultaten In het onderzoek zijn meer dan zestig
woningbouwprojecten stuk voor stuk ingevoerd in het digitale model om het effect te meten op
stads- en wijkniveau. Door deze brede scope zijn de ingevoerde woningbouwplannen op globaal niveau ingevoerd op basis van de paramaters
die bekend waren over de plannen. Het digitale
De onderzoeksresultaten hebben in positieve is verkregen over het functioneren van de
bestaande stad. Dit was niet het hoofddoel van het onderzoek, maar mede door de beperkte
invloed van de 9.000 woningen op stadsniveau
is de waarde van het inzicht in hoe de bestaande stad functioneert groter dan vooraf gedacht.
Hieruit zijn een aantal belangrijke constateringen voortgekomen die opgeteld met de inzichten uit de groei van de stad tot fundamentele aanbevelingen hebben geleid.
model biedt de mogelijkheid om plannen in
meer detail in te voeren, waardoor de resultaten ook preciezer worden. Voor Rijnhuizen en het Stadscentrum is dit al toegepast.
Wanneer voor de invulling van een
woningbouwplan, het stedenbouwkundig
ontwerp, eventueel niet-woonprogramma
(werken, retail, maatschappelijk) en de inrichting van de openbare ruimte meer gedetailleerd in het model geladen wordt, kunnen hier
ook meer gedetailleerde uitspraken over
gedaan worden. Door het standaardiseren
van de wijze waarop plannen zijn ingevoerd kunnen bepaalde indicatoren niet worden
gemodelleerd, of zijn de uitspraken daarover