CConstaterende datNieuwegein
Koppel je AI →
Document · PDF

2023-113 Bijlage 1_Omgevingsprogramma Klimaatadaptatie 2023 2026.pdf

Raadsvergadering 1 juni 2023, gemeente NieuwegeinBij agendapunt: Omgevingsprogramma klimaatadaptatie16.311 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

2023-113 Bijlage 1

Omgevingsprogramma Klimaatadaptatie 2023-2026 Samen klaar voor klimaatverandering

Mei 2023 – Gemeente Nieuwegein Omgevingsprogramma Klimaatadaptatie

1

Colofon Aan dit Omgevingsprogramma Klimaatadaptatie werkten mee:

Gemeente Nieuwegein Laurens van Miltenburg Robbin Knuivers Lauri Schippers

Tekstredactie Erik Jan Harmens, Helder en Duidelijk

Fotografie Neeltje Kleijn, Jan Buteijn en anderen

Vormgeving Karin Keuning, Helder en Duidelijk

Omgevingsprogramma Klimaatadaptatie

2

Omgevingsprogramma Klimaatadaptatie

Groene gevel aan de Sluyterslaan

3

Samenvatting Het klimaat verandert sneller dan voorzien. Dit heeft in Nederland tot gevolg: een stijgende zeespiegel, meer droge en warme lentes en zomers, en meer extreme regenbuien. De gemeente Nieuwegein wil in 2050 zo ingericht zijn dat de gevolgen van klimaatverandering goed kunnen worden opgevangen. Klimaatbestendig en waterrobuust, noemen we dat, en hoe we dat gaan doen staat in dit omgevingsprogramma klimaatadaptatie. Het omgevingsprogramma staat niet op zichzelf, maar sluit aan op de duurzame ontwikkelingsdoelen van de Verenigde Naties (SDG’s) én op de zeven strategieën van de regionale adaptatiestrategie van het Netwerk Water & Klimaat. Dat is een samenwerkingsverband van veertien Utrechtse gemeenten, de provincie Utrecht, Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden en de Veiligheidsregio Utrecht. Drie van die zeven adaptiestrategieën zijn: • nieuwbouw en gebiedsontwikkeling moeten leiden tot een positieve impuls aan de klimaatbestendigheid en waterrobuustheid, • regenwater niet afvoeren, maar vasthouden als voorraad voor tijden van droogte, • meer groen, blauw (water) en schaduwrijke plekken in de stad. Alle zeven strategieën, en hun relevantie voor de gemeente Nieuwegein, staan omschreven in hoofdstuk 2 van dit omgevingsprogramma. Behalve aansluiting zoeken op bestaande doelen en strategieën, sluiten we ook aan op andere opgaven in de openbare ruimte.

In de uitvoering liften we aan de ene kant mee met bestaande gemeentelijke projecten, zoals grootschalig onderhoud of het vervangen van de riolering. Daarnaast starten we klimaatadaptatieprojecten, in samenwerking met externe partners. Dan gaat het bijvoorbeeld om het organiseren van een community van inwoners en inwonerorganisaties die gezamenlijk de stad vergroenen: de ‘stadsvergroeners’.

Hittegolven, droogte, bodemdaling en extreme regenbuien De klimaatopgaven zijn helder, de precieze mate waarin ze zich gaan voordoen niet. Duidelijk is dat hittegolven vaker gaan voorkomen en kunnen leiden tot gezondheidsproblemen (‘hittestress’). In combinatie met droogte zorgt langdurige hitte voor uitdroging van het groen in de wijken. Ondanks de relatief hoge grondwaterstanden in Nieuwegein, kunnen we hier ook met droogteproblemen te maken krijgen. Omdat onder een groot deel van de bebouwde omgeving van de stad een veenlaag zit, is Nieuwegein mogelijk kwetsbaar voor versnelde bodemdaling. Die kan worden versneld door inklinking van de grond. Als gevolg hiervan kan schade ontstaan aan gebouwen en infrastructuur. Droogte kan ook leiden tot lage waterstanden in de rivieren en verminderde biodiversiteit. Ook de kwaliteit en de beschikbare hoeveelheid drinkwater kunnen erdoor onder druk komen te staan. Omgevingsprogramma Klimaatadaptatie

4

Tegelijkertijd krijgen we vaker te maken met extremere en langdurige regenbuien. Deze zogenaamde piekbuien kunnen ervoor zorgen dat het riool overbelast raakt en dat er water op straat blijft staan. Het risico op waterschade aan de woningen neemt hierdoor toe. Meer regen kan er – vooral in de winter, als er meer water moet worden afgevoerd – toe leiden dat we te maken krijgen met hoge waterstanden in de rivieren, zoals de Lek. Met het versterken van de Lekdijk en andere maatregelen proberen we samen met onze partners de kans op overstromingen in Nieuwegein te verkleinen en de gevolgen ervan te beperken. Gaat het toch mis, dan zijn er goede evacuatie- en herstelplannen.

Een programma voor de uitvoering In de komende vier jaar heeft de gemeente Nieuwegein een aantal instrumenten en uitvoeringsprojecten ter beschikking om te werken aan een klimaatadaptieve stad. We gaan heel veel doen, onder andere: elk jaar minstens 2.000 m2 verharde ruimte omzetten in gras, beplanting en bomen. Woningbouwprojecten worden klimaatadaptief en dat wordt getoetst aan de hand van de prestatie-eisen en uitgangspunten die zijn vastgelegd in het omgevingsprogramma duurzame woningbouw. Tijdens gesprekken met projectontwikkelaars gaan we na of hun plannen qua klimaatadaptatie ambitieus genoeg zijn. We gaan de kwaliteit van het water in Nieuwegein verbeteren. Nieuwe en bestaande schoolpleinen worden groener en in de wijk City West onderzoeken we de mogelijkheid van ondergrondse waterberging. Bedrijventerreinen worden behalve commercieel aantrekkelijk ook duurzaam. Onderzocht wordt of de Nieuwe Hollandse Waterlinie aan de oostkant van Nieuwegein voor klimaatadaptatie kan worden ingezet, bijvoorbeeld door er recreatieve verblijfsplekken in te richten waar het ‘s zomers lekker koel is.

Testen en toetsen Als het gaat om wateroverlast voorkomen, helpen de maatregelen die we nu nemen onvoldoende als het hier net zo hard en net zo lang zou regenen als in ZuidLimburg en omgeving in de zomer van 2021. Het risico op wateroverlast van die omvang gaan we precies uitzoeken via ‘stresstesten’ en daar gaan we vervolgens met alle belanghebbenden over in gesprek in zogenoemde ‘risicodialogen’. Om te weten of we met het omgevingsprogramma klimaatadaptatie onze doelen bereiken, toetsen en evalueren we tussentijds belangrijke onderdelen. Maken we ergens ruimte voor waterberging, dan meten we met een peilbuis hoeveel water er wordt opgevangen. Die resultaten nemen we mee bij het realiseren van nieuwe waterbergingen. Meer in het algemeen benoemen we hoe klimaatbestendig een gebied over een aantal jaar moet zijn en meten we de werkelijke klimaatbestendigheid tussentijds; zo bepalen we of we op koers liggen. Dit is niet alleen afhankelijk van het succes van maatregelen die we nemen, maar ook van hoe het klimaat zich ontwikkelt, van wat er verder gebeurt in de openbare ruimte en van sociaaleconomische ontwikkelingen.

Omgevingsprogramma Klimaatadaptatie

5

Samen aan de slag De weergebeurtenissen van de afgelopen jaren laten zien dat we de precieze impact van klimaatverandering niet kunnen voorspellen. Het is zaak dat we leergierig en flexibel blijven en waar nodig versnellen of een tandje bij zetten om voldoende voorbereid te zijn op de veranderingen die komen gaan. We zoeken aansluiting bij de inwoners en bedrijven van Nieuwegein, want klaar zijn voor de gevolgen van klimaatverandering lukt alleen als we samenwerken. Door te laten zien wat we doen inspireren we elkaar om aan de slag te gaan en te blijven. In de rol van uitnodigende overheid organiseren we bijeenkomsten, luisteren we naar ervaringen van de ‘stadsvergroeners’ en subsidiëren we klimaatadaptieve maatregelen. We hopen dat dit omgevingsprogramma klimaatadaptatie het bewustzijn rond het thema klimaat zal verhogen, zodat iedereen weet wat ons te doen staat om ons mooie Nieuwegein nu, maar ook voor toekomstige generaties, veilig en leefbaar te houden.

Omgevingsprogramma Klimaatadaptatie

Groene parkeervakken op de Brinkwal

6

Inhoud Samenvatting

4

1. Verder werken aan een klimaatbestendige stad

8

1.1. Doel van het Omgevingsprogramma

8

1.2. In de geest van de Omgevingswet en de instrumenten

8

1.3. Scope

9

1.4. Totstandkomingsproces

9

1.5. Looptijd van het omgevingsprogramma

9

2. De opgave en strategieën

10

2.1. De opgave

10

2.1.1. Wateroverlast

11

2.1.2. Hitte

12

2.1.3. Droogte en bodemdaling

13

2.1.4. Overstromingsrisico’s

13

2.2. Strategieën (gekoppeld aan de SDG’s)

14

2.2.1. Nieuwbouw en herstructurering klimaatadaptief

15

2.2.2. Stad als spons

15

2.2.3. Leefbaarheid bij hitte

16

2.2.4. Klimaatadaptieve landbouw- en natuurontwikkeling

16

2.2.5. Gevolgbeperking klimaateffecten vitale en kwetsbare functies

16

2.2.6. Versterken natuurlijk (water)systeem

17

2.2.7. Klimaatbewustzijn en handelingsperspectief inwoners & ondernemers 17 3. Van strategie naar uitvoering

19

3.1. Overheidsrollen: meervoudig sturen op klimaatadaptatie

19

3.2. De rol van inwoners en partnerorganisaties

20

3.3. Introductie van de instrumenten

20

4. Instrumenten en uitvoeringsprojecten klimaatadaptatie

22

5. Werkwijze, evaluatie en toetsing

27

5.1. Werkwijze

27

5.1.1. Meekoppelen en meeliften: interne organisatie

27

5.1.2. Klimaatadaptatieprojecten

28

5.1.3. Samenwerken met externe partners

28

5.2. Toetsing en evaluatie

28

5.2.1. Projecten openbare ruimte en woningbouwprojecten

28

5.2.2. Klimaatstresstest en klimaatscenario’s

28

5.2.3. Klimaatadaptieve stad

28

5.2.4. Beleidsevaluatie: actualiseren of bijstellen?

29

6. Overzicht relevante documenten

30

7. Financiën en organisatie

31

Bijlage Instrumenten en uitvoeringsprojecten klimaatadaptatie

34

Omgevingsprogramma Klimaatadaptatie

7

1. Verder werken aan een klimaatbestendige stad In de omgevingsvisie Nieuwegein verstedelijkt en vergroent (2021-066) en in de visie klimaatadaptatie (2018-301) staat een heldere ambitie, namelijk dat Nieuwegein in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust is. De stad is dan zo ingericht dat de gevolgen van klimaatverandering – zoals meer hitte, droogte, extreme neerslag en de gevolgen van overstromingen – goed kunnen worden opgevangen. Waar de omgevingsvisie de ambitie en keuzes voor een klimaatbestendige stad bevat, is er voor de uitvoering het omgevingsprogramma klimaatadaptatie. Dit omgevingsprogramma is dan weer de opvolger van het uitvoeringsprogramma klimaatadaptatie 2019-2022 (2018-301).1 In het omgevingsprogramma klimaatadaptatie wordt invulling gegeven aan de opgave om de leefomgeving in Nieuwegein klimaatbestendig en waterrobuust te maken. Er wordt ook aangesloten bij de regionale adaptatiestrategie van het Netwerk Water & Klimaat (raadsbrief 2021-030). Hierin staan zeven strategieën voor het tot stand brengen van een klimaatbestendige en waterrobuuste regio in 2050, en daarnaast staat er een regionaal uitvoeringsprogramma in met regionale instrumenten en projecten.

1.1 Doel van het omgevingsprogramma Nieuwegein wil toekomstbestendig worden en blijven. De stad moet zo ingericht worden dat de effecten van klimaatverandering goed kunnen worden opgevangen en dat inwoners, ondernemers en andere partners in de gemeente straks goed in staat zijn om met die verandering om te gaan. De regen valt niet alleen in de openbare ruimte, maar ook in onze tuinen, en ook een hittegolf stopt niet bij de voordeur. Alleen samen kunnen we ons goed voorbereiden zodat we uiterlijk in 2050 toegerust zijn voor de gevolgen van klimaatverandering. Behalve ieders medewerking zijn ook meer klimaatbewustzijn en ‘handelingsperspectief’ nodig. Dat laatste betekent: wat mensen zelf kunnen doen om de stad klimaatbestendiger te maken. Daarom is het van belang dat we naast het zetten van betekenisvolle stappen ook aan anderen laten zien wat we – inwoners, inwonerorganisaties, gemeente en andere partners – allemaal doen. Ook is het belangrijk om regelmatig na te gaan of de doelen die gesteld zijn ook bereikt worden; het onderwerp klimaatadaptatie is immers continu in ontwikkeling en waar nodig moeten we flexibel zijn en kunnen bijstellen. Hoe dat gebeurt staat uitgewerkt in hoofdstuk 5.2 ‘Toetsing en evaluatie’.

1.2 In de geest van de Omgevingswet en de instrumenten In het omgevingsprogramma klimaatadaptatie worden de ambities en keuzes uit de omgevingsvisie concreet gemaakt. De uitvoeringsprojecten worden geïntroduceerd en uitgelegd, evenals de mogelijkheden om samen te werken aan projecten met inwoners en andere partnerorganisaties, de juridische en financiële instrumenten en hoe hierover met elkaar te communiceren en kennis te delen. Voorbeelden zijn: communicatiecampagnes, juridische regels, ‘anterieure overeenkomsten’ (bouwafspraken met de gemeente), subsidies, prestatieafspraken en kennisportalen.

Omgevingsprogramma Klimaatadaptatie

8

1.3. Scope In een stedelijk gebied als Nieuwegein willen we verschillende ruimtelijke opgaven in samenhang oppakken; steeds vaker wordt tegelijkertijd aan meerdere (ruimtelijke) opgaven gewerkt. Daarom werken we ook in dit omgevingsprogramma zoveel mogelijk in samenhang; in de uitvoeringsprojecten en instrumenten zijn er raakvlakken met andere belangrijke onderwerpen in onze stad, zoals woningbouw, mobiliteit, biodiversiteit, een gezonde leefomgeving en de energieen warmtetransitie. In hoofdstuk 5.1 ‘Werkwijze’ staat hoe met deze raakvlakken wordt omgegaan.

1.4. Totstandkomingsproces We werken aan de hand van de participatienota en de participatieleidraad van de gemeente Nieuwegein. Voor de totstandkoming van het omgevingsprogramma klimaatadaptatie zijn een startnotitie en een participatieplan vastgesteld (raadsbrief 2022-067).2 Hierin is uitgewerkt op welke wijze inwoners, ondernemers, ketenpartners, maatschappelijke organisaties en de gemeente zelf betrokken zijn bij de totstandkoming van dit omgevingsprogramma. Zo zijn de inwoners van Nieuwegein geraadpleegd via een online vragenlijst en een inspiratiesessie en konden zij reflecteren op een conceptversie van het programma. Ook voor de ketenpartners (waaronder het waterschap, de Veiligheidsregio Utrecht, het regionale Netwerk Water & Klimaat en de provincie Utrecht) is op drie momenten een werksessie georganiseerd. Zij zijn – evenals de interne gemeentelijke organisatie en inwoners – ook in de gelegenheid gesteld om te reflecteren op een conceptversie van dit omgevingsprogramma.

1.5. Looptijd van het omgevingsprogramma Het omgevingsprogramma klimaatadaptatie heeft een looptijd van vier jaar. De uitvoering vindt plaats tussen begin 2023 en eind 2026. Het kan voorkomen dat het omgevingsprogramma tussentijds moet worden bijgesteld, bijvoorbeeld vanwege nieuwe klimaatscenario’s van het KNMI of omdat na een regionale stresstest (waarmee de kwetsbaarste plekken in een regio in kaart worden gebracht) bepaalde gevolgen van klimaatverandering duidelijker worden. In hoofdstuk 5.2.4. Beleidsevaluatie staat wanneer het omgevingsprogramma geactualiseerd kan worden.

In gesprek met bewoners tijdens Inspiratiesessie Klimaatadaptatie, 13 december 2022

Omgevingsprogramma Klimaatadaptatie

9

2. De opgave en strategieën Nieuwegein ‘klimaatadaptief’ maken betekent: het klaarmaken van de stad voor de gevolgen van klimaatverandering. Extreme regenbuien, langdurige periodes van droogte en hitte en een toenemende kans op overstromingen: dit soort weergebeurtenissen zijn in Nederland allang niet meer uniek. Voorbeelden van klimaatverandering in de regio Nieuwegein zijn het doorbreken van de historische temperatuurgrens van 40 ˚C op 25 juli 2019 (in De Bilt) en hevige regenbuien en wateroverlast in woningen op 18 juni 2021.

2.1 De opgave Het klimaat verandert sneller dan voorzien. In het Klimaatsignaal van het KNMI (2021)3 zijn de nieuwste inzichten van het klimaatpanel van de Verenigde Naties4 voor Nederland beschreven. Zodra de nieuwe klimaatscenario’s van het KNMI beschikbaar zijn (medio 2023), zal een regionale klimaatstresstest duidelijker maken wat de extra opgave als gevolg van de versnelde klimaatverandering in Nieuwegein precies behelst. Onzeker blijft echter de precieze mate waarin het klimaat zal veranderen; we weten niet precies wat ons te wachten staat. Zo was de extreme en langdurige regen in Limburg (2021) niet nu al voorzien. Ook is een nieuw thema toegevoegd aan de lokale opgave: sinds 2019 dient ook de versnelde bodemdaling onderdeel te zijn van het beleid.5 In de onderstaande paragrafen brengen we de huidige inzichten per klimaatthema in beeld.

De klimaatthema’s

Wateroverlast

Hitte

Droogte

Overstromingsrisico’s

Omgevingsprogramma Klimaatadaptatie

10

2.1.1 Wateroverlast In elke Nieuwegeinse wijk kan in meer of mindere mate wateroverlast ontstaan als gevolg van extreme regenbuien, waarbij het in enkele uren veel regent.6 De regen kan overal vallen. Dit betekent dus ook dat we overal – in zowel tuinen als in de openbare ruimte – aan de slag moeten. In hoofdstuk 3, 4 en 5 van dit omgevingsprogramma beschrijven we hoe we hier de komende vier jaar aan gaan werken. Recent is naar voren gekomen dat van alle kanalen in en rondom Nieuwegein met name de afvoercapaciteit van het Amsterdam-Rijnkanaal onvoldoende is om weersextremen te kunnen verwerken. In het geval van een maalstop bij IJmuiden kan er bijvoorbeeld geen extra regenwater worden afgevoerd via het AmsterdamRijnkanaal of via oppervlaktewater dat daarop afwatert. Het is dus zaak om – bijvoorbeeld in de A12-zone – ruimte te maken om regenwater beter lokaal op te vangen, bijvoorbeeld in de bodem of in een waterberging.7 Of regenbuien in de toekomst nog extremer worden laat zich lastig voorspellen. Wel duidelijk is dat als de extreme regenval van juli 2021 in Limburg en omgeving – 175 millimeter in twee dagen tijd – in onze regio zou vallen, dit ook in Nieuwegein tot wateroverlast zou leiden.8 De maatregelen die we nu nemen om wateroverlast te voorkomen helpen onvoldoende na regenval zoals die in Limburg. Feit is wel dat de kans daarop kleiner is dan op een korte hevige bui.

Op basis van dit omgevingsprogramma gaan we samen met het waterschap en regionale stakeholders de impact onderzoeken van regenval zoals in Limburg en voeren we het gesprek (de ‘risicodialoog’) met elkaar hierover, zoals we dat voor de andere thema’s reeds gedaan hebben.

Wateroverlast - steeds meer extreme neerslag Extreme voorbeelden

Hoe groot is een fikse regenbui?

Langdurige regenval

10 mm

=

175 mm

Juli 2021, Limburg

10 L

per uur

= 48 uur

Trend Aantal dagen per jaar met 20 mm of meer regen:

≥20 mm

=

In 1900: 2 dagen per jaar In 2020: 5 dagen per jaar

Extreme (piek) regenbuien

93 mm

=

Juni 2011, Herwijnen 2 emmers

per dag

70 min

Omgevingsprogramma Klimaatadaptatie

11

2.1.2. Hitte Tijdens een langdurige warme periode kan een stedelijk gebied als Nieuwegein tot soms wel vijf graden warmer worden dan het buitengebied. Dit wordt het ‘stedelijk hitte-eilandeffect’ genoemd. Doordat als gevolg van klimaatverandering hittegolven steeds vaker voorkomen en het aantal hete dagen op rij steeds langer wordt, is er steeds vaker sprake van ‘hittestress’ (gezondheidsproblemen als gevolg van warmte). Zo kregen het noordwesten van de Verenigde Staten en Canada – een gebied met een vergelijkbaar klimaat als Europa – eind juni 2021 te maken met ongekende hitte (49,6 ˚C). Dat temperatuurrecords met 5 ˚C werden gebroken werd nu nog niet verwacht; onderzocht wordt of een dergelijke onverwachte temperatuursprong ook in Nederland kan voorkomen.9 Extreem hoge temperaturen kunnen onder meer leiden tot het uitvallen van elektriciteit, telecomvoorzieningen, infrastructuur en bruggen, en tot een grotere kans op blauwalg als gevolg van een hogere watertemperatuur. Ook is er kans op verminderde arbeidsproductiviteit en gezondheidsproblemen; voor kwetsbare bevolkingsgroepen - zoals ouderen, mensen met een beperking, mensen met een zwakkere gezondheid - kunnen de gevolgen zeer ernstig zijn. Ook zeer jonge kinderen, buitenwerkers en sporters lopen meer risico bij hitte.

In Nieuwegein wordt in sommige gebieden tijdens een hittegolf relatief veel hittestress ervaren, bijvoorbeeld in ons stadscentrum. Daarom is bij de ontwikkeling van City Nieuwegein als duurzame binnenstad het terugdringen van hittestress een van de leidende duurzaamheidsthema’s (2021-121).10 In hoofdstuk 3, 4 en 5 van dit omgevingsprogramma beschrijven we hoe we gebiedsgericht aan de slag gaan op de plekken die wat dit betreft het meest urgent zijn (onder andere bij de uitwerking van 4.1 Klimaatadaptieve openbare ruimte, 4.7 Groenblauwe structuren in de stad en 4.15 lokaal hitteplan).2.1.3. Droogte en bodemdaling

Hitte - steeds warmer Nieuwegein kwetsbaar voor hitte

Gezondheid

Gebouw

Gebied

Verminderde arbeidsproductiviteit en gezondheidsproblemen onder ouderen

Hoge binnentemperatuur in de woningen

Oververhitte verblijfsplekken in de stad (door een gebrek aan schaduw en verkoeling)

Hitte-eilandeffect Binnenstad warmer dan buitengebied.

°C

Gebouwen, huizen, wegen en stenen houden veel warmte vast. Bomen geven schaduw en verkoeling.

Omgevingsprogramma Klimaatadaptatie

12

Hoewel de grondwaterstanden in Nieuwegein relatief hoog zijn, kan droogte voor problemen zorgen. Die ontstonden bijvoorbeeld tijdens de droge (en hete) zomers van 2018, 2020 en 2022. Het groen in de stad krijgt in droge perioden extra water, maar niet alle beplanting overleeft. Ook kunnen dalende grondwaterstanden tijdens droogte leiden tot een versnelde bodemdaling. Nieuwegein is daar kwetsbaar voor omdat onder de bebouwde omgeving een veenlaag aanwezig is. Indien het veen droog komt te staan, wordt de van nature voorkomende bodemdaling versneld door inklinking. Als gevolg hiervan kan schade ontstaan aan gebouwen en infrastructuur. Droogte kan ook leiden tot lage waterstanden in de rivieren, met gevolgen voor de scheepvaart. Ook de biodiversiteit heeft te lijden onder droogte en dat terwijl groen nodig is voor een leefbare stad, juist ook om de effecten van hitte te verzachten. Droogte kan tevens een negatieve impact hebben op de waterkwaliteit en ook op de kwantiteit: hoeveel water en drinkwater kan worden aangevoerd en hoeveel kan worden gebruikt. De dalende grondwaterstanden tijdens droogte hebben overal in Nieuwegein effect op de groenvoorzieningen. In hoofdstuk 3, 4 en 5 van dit omgevingsprogramma beschrijven we hoe we de stad bestendiger willen maken tegen langdurige perioden van droogte (zie 4.1 Klimaatadaptieve openbare ruimte en 4.2 Vergroenen van de stad).

In die hoofdstukken beschrijven we ook hoe we samen met het waterschap de waterkwaliteit blijvend willen waarborgen (zie 4.8 Meerjarenplan waterkwaliteit).

Droogte - vaker jaarlijkse neerslagtekort Hitte - steeds warmer Nieuwegein kwestbaar voor droogte Neerslagtekorten

Gevolgen

Jaarlijks neerslag tekort tussen april en september

2022

=

22,3 emmers tekort per m2

2018

2020

=

20,9 emmers tekort per m2

Lage waterstanden

Verdroging

In rivieren en sloten

Van de planten

29,6 emmers

= tekort per m2

Waterkwaliteit Blauwalg in het open zwemwater

2.1.4. Overstromingsrisico’s Nieuwegein wordt op verschillende manieren beschermd tegen hoogwater, onder andere met behulp van dijken, sluizen en gemalen. Als gevolg van extremer weer krijgen de rivieren – met name in de winterperiode – relatief meer en grotere pieken water af te voeren. Ook de zeespiegelstijging kan in de toekomst zorgen voor hogere waterstanden op de rivieren, waarbij aangetekend dat de verwachte zeespiegelstijging mogelijk naar boven wordt bijgesteld.11

Omgevingsprogramma Klimaatadaptatie

13

Daarom werken we er de komende jaren aan – samen met het waterschap en Rijkswaterstaat – om de regio ook in de toekomst veilig te houden, bijvoorbeeld door een sterke Lekdijk te realiseren die overstromingen en de kans daarop beperkt. Het waterbewustzijn onder inwoners en bedrijven wordt gestimuleerd en behalve dat we de kans op overstromingen proberen te verkleinen werken we er ook aan om de gevolgen van overstromingen te beperken. In de derde plaats wordt gewerkt aan een evacuatie- en herstelplan in het geval van een overstroming. Zo werken we tegelijkertijd aan preventie, gevolgbeperking en een goed crisisen herstelplan. Deze inzet op deze niveaus tegelijk wordt ‘meerlaagsveiligheid’ genoemd. De Veiligheidsregio Utrecht (VRU) is hierin een belangrijke partner.

Overstromingsrisico’s - voorbereid zijn op Meerlaagsveiligheid: Nieuwegein beschermen tegen overstromingen De drie lagen van meerlaagsveiligheid

Preventie en waterbewustzijn

Gevolgbeperking

Crisis- en herstelplan Veiligheidsregio

!

2.2 Strategieën De Regionale adaptatiestrategie Zuidwest Utrecht12 bevat zeven strategieën waarmee gewerkt wordt aan een klimaatbestendige en waterrobuuste regio. Elk van deze zeven strategieën is in meer of mindere mate van toepassing op Nieuwegein en gaat in op één of meerdere van de hiervoor genoemde thema’s van klimaatadaptatie. Hieronder worden de zeven strategieën aan de Nieuwegeinse situatie gekoppeld en ook aan de Sustainable Development Goals (SDG’s). De SDG’s zijn door de Verenigde Naties (VN) in 2015 vastgesteld als nieuwe mondiale duurzame ontwikkelingsagenda voor 2030. Het koppelen van de strategieën aan de SDG’s laat zien aan welke mondiale doelen het omgevingsprogramma klimaatadaptatie bijdraagt. De SDG die het meest overeenkomt met het belangrijkste aandachtspunt van dit omgevingsprogramma is SDG 13 Klimaatactie, die als doel stelt om klimaatverandering en de nadelige effecten daarvan te verminderen. De andere vier SDG’s waar het omgevingsprogramma deels mee overeenkomt zijn hieronder gevisualiseerd en gekoppeld aan de zeven strategieën.13 Sustainable Development Goals: 3, 6, 11, 13, en 15 Omgevingsprogramma Klimaatadaptatie

14

2.2.1. Nieuwbouw- en herstructurering klimaatadaptief In de Regionale adaptatiestrategie staat de ambitie dat gebiedsontwikkeling – in welke vorm ook – niet leidt tot een negatieve impuls aan de klimaatbestendigheid en waterrobuustheid van de leefomgeving, maar juist tot een positieve. Ook in Nieuwegein worden de komende jaren gebieden ontwikkeld en herontwikkeld; denk aan nieuwe woningen, de ontwikkeling van bedrijventerrein ’t Klooster en mogelijke toekomstige herontwikkelingen. De komende jaren wordt voortgegaan op de koers die is vastgelegd in onder andere de Regionale afspraken klimaatadaptief bouwen (raadsbrief 2021-489), het convenant duurzame woningbouw14 (raadsbrief 2022-223) en het omgevingsprogramma duurzaam bouwen woningbouw Nieuwegein (2022-101). Zo zorgen we er aan de hand van duidelijke spelregels en uitgangspunten voor dat we samen met ontwikkelende partijen werken aan een stad die klaar is voor het klimaat van de toekomst. Bijvoorbeeld door bij nieuwbouw- en herstructureringsprojecten extra waterberging te realiseren en voldoende bomen en groen toe te voegen. SDG 13 Klimaatactie SDG 11 Duurzame steden en gemeenschappen 2.2.2. De stad als spons De kans op wateroverlast door extreme buien neemt toe. Tegelijkertijd leiden de steeds langere perioden van droogte tot watertekorten. Deze toename in extremen vraagt om een andere aanpak in de bebouwde omgeving.

In plaats van na buien water zo snel mogelijk af te voeren, zal dit lokaal worden vastgehouden en geborgen om te kunnen benutten in tijden van droogte. Zo gaat de stad fungeren als spons. In de regio Zuidwest Utrecht speelt deze opgave vooral in de meer stedelijke gemeenten met veel bebouwd oppervlak, waaronder Nieuwegein. Binnen onze gemeente wordt een tandje bijgezet om er versneld voor te zorgen dat water beter wordt vastgehouden, geïnfiltreerd of toch afgevoerd, afhankelijk van wat nodig is. Zo stellen we in dit omgevingsprogramma voor om naast het meeliften met bestaande onderhoudsprojecten in de openbare ruimte, ook actief aan de slag te gaan met het omvormen van overbodige verhardingen naar groen. SDG 13 Klimaatactie SDG 11 Duurzame steden en gemeenschappen

vasthouden

afvoeren

Omgevingsprogramma Klimaatadaptatie

15

2.2.3. Leefbaarheid bij hitte Het wordt de komende jaren warmer en dat kan met name in bebouwd gebied hittestress veroorzaken. Om wijken en buurten op warme dagen gezond en leefbaar te houden, is het van belang dat er maatregelen komen die de leefbaarheid in gebouwen én in de buitenruimte verbeteren. Daarmee wordt de weerbaarheid van kwetsbare groepen tijdens een hittegolf vergroot. Op gebouwniveau zijn mogelijke maatregelen: meer groene daken en gevels, minder tegels in tuinen, buitenzonwering installeren en buitenmuren wit maken. Voor nieuwbouw zijn prestatie-eisen opgenomen in het omgevingsprogramma duurzaam bouwen (4.6 Klimaatadaptieve woningbouw). In de openbare ruimte dienen voldoende koele plekken en schaduwplekken aanwezig te zijn. Groen zorgt voor frisse lucht, schaduw en koelte en ziet er mooier uit dan alleen maar steen en beton. Naast groen is er ook water van voldoende waterkwaliteit nodig: zwemwater brengt verkoeling op hete dagen, maar dan neemt ook de kans op blauwalg toe. De gemeente Nieuwegein heeft richtlijnen hittestress opgesteld die van toepassing zijn op de inrichting van de openbare ruimte. Ons lokale hitteplan en de uitvoering hiervan zorgen ervoor dat tijdens een hittegolf de volksgezondheid zoveel mogelijk gewaarborgd wordt; hierbij werkt de gemeente samen met een aantal partnerorganisaties, bijvoorbeeld de GGD.

SDG 3 Goede gezondheid en welzijn SDG 6 Schoon water en sanitair 2.2.4. Klimaatadaptieve landbouw- en natuurontwikkeling De gevolgen van klimaatverandering kunnen negatieve effecten hebben op landbouw en natuur. Oogsten kunnen mislukken en verdroging en branden kunnen schade toebrengen aan natuurgebieden. Met uitzondering van onze stadsparken – zoals Park Oudegein en het natuurnetwerk Nieuwegein – kent Nieuwegein slechts in beperkte mate landbouw- en natuurgebieden. Een voorbeeld ervan is het fruitteeltgebied in Laaggraven/Overeind. Voor die gebieden rond de stad Nieuwegein wordt vooral aansluiting gezocht bij regionale initiatieven en projecten. SDG 15 Het leven op land 2.2.5. Gevolgbeperking klimaateffecten vitale en kwetsbare functies Bepaalde processen en functies zijn zo belangrijk dat ze als ‘vitale en kwetsbare functies’ worden aangeduid; denk aan ziekenhuizen, het elektriciteitsnetwerk of een belangrijke evacuatie- en bereikbaarheidsroute voor hulpdiensten. Uitval of verstoring van deze basisfuncties door bijvoorbeeld een overstroming, leidt tot ernstige maatschappelijke ontwrichting en vormt een bedreiging voor de (regionale) veiligheid. Door extremere weersomstandigheden neemt de kans op zulke maatschappelijke ontwrichtingen toe. Daarom ondertekende de gemeente Nieuwegein in 2018 de Intentieverklaring Meerlaagsveiligheid Utrecht. Samen met

Omgevingsprogramma Klimaatadaptatie

16

de Veiligheidsregio Utrecht en mede-overheden wordt gewerkt aan het voorkomen van overstromingen, aan een duurzame ruimtelijke inrichting én aan adequate rampenbeheersing. Er wordt daarbij vooral aansluiting gezocht bij regionale initiatieven en projecten, zoals het uitvoeringsprogramma van de Regionale adaptatiestrategie en de aanpak met betrekking tot vitale en kwetsbare objecten in de regio. SDG 13 Klimaatactie 2.2.6. Versterken natuurlijk (water)systeem De gemeente Nieuwegein streeft naar een natuurlijk, robuust en veerkrachtig (grond)watersysteem, dat pieken kan opvangen in natte en droge perioden. Het gaat om balans, waarbij inwoners zowel kunnen rekenen op voldoende water als droge voeten. De gemeente Nieuwegein zet in op het behouden en versterken van ‘groenblauwe netwerken’ in de stad: dat zijn verbindingen van water en/of groen. Tegelijkertijd werken we samen met het waterschap aan voldoende schoon water en de waterkwaliteit. SDG 6 Schoon water en sanitair SDG 13 Klimaatactie SDG 15 Het leven op land 2.2.7. Klimaatbewustzijn en handelingsperspectief bij inwoners en ondernemer Om de regio aan te passen aan de gevolgen van klimaatverandering, heeft de gemeente Nieuwegein de hulp nodig van bewoners, bedrijven, ondernemers, scholen en maatschappelijke organisaties.

De meeste grond in de stad is in bezit van particuliere eigenaren, daarnaast zijn er vele huurders en gebruikers. Een derde van het grondoppervlak bestaat uit bedrijventerrein. Het is belangrijk dat het klimaatbewustzijn van bewoners en bedrijven in Nieuwegein wordt vergroot en dat er voor iedereen genoeg mogelijkheden worden geboden om te helpen om de leefbaarheid in gebouwen en in de buitenruimte te verbeteren. Alleen dan werken we echt samen aan een klimaatbestendige en waterrobuuste stad en een veilig en mooi Nieuwegein. SDG 11 Duurzame steden en gemeenschappen SDG 13 Klimaatactie

Omgevingsprogramma Klimaatadaptatie

17

Gemeenschappelijk wonen in een groene buurt, Fokkesteeg

3. Van strategie naar uitvoering Hoe maken we in vervolg op het uitvoeringsprogramma klimaatadaptatie 2019-2022 de stad verder klaar voor klimaatverandering? Om betekenisvolle vervolgstappen te kunnen zetten is een brede aanpak nodig. Zo willen we aan de ene kant bewoners en bedrijven uit onze stad blijven uitnodigen en verleiden om mee te doen. Tegelijkertijd willen we soms meer regie en sturing pakken om onze klimaatambities en doelen te bereiken, bijvoorbeeld in de uitvoering bij gemeentelijke projecten in de openbare ruimte of via prestatie-eisen bij woningbouwprojecten. In navolging van het vorige uitvoeringsprogramma klimaatadaptatie 2019-2022 breiden we de gereedschapskist verder uit met activiteiten, instrumenten en uitvoeringsprojecten. In dit hoofdstuk introduceren we de overheidsrollen en het type activiteiten, instrumenten en uitvoeringsprojecten.

3.1. Overheidsrollen: meervoudig sturen op klimaatadaptatie Om de ambities en strategieën voor het klaarmaken van de stad voor klimaatverandering om te zetten in concrete acties, kan de gemeente verschillende rollen kiezen. Deze zijn terug te vinden in het model van meervoudig sturen, hieronder zijn ze gevisualiseerd. Vanuit resultaten naar randvoorwaarden

Presterende overheid

Samenwerkende overheid

Vanuit de samenleving naar de overheid

Vanuit de overheid naar de samenleving

Rechtmatige overheid

Uitnodigende overheid

Vanuit randvoorwaarden naar resultaten

Programmabegroting 2021, p.18

Voor dit omgevingsprogramma klimaatadaptatie vervult de gemeente een mix van deze vier rollen, omdat voor elk doel of elke doelgroep een andere rol (of combinatie van rollen) het effectiefst is. Hieronder een aantal mogelijke voorbeelden per overheidsrol: • Presterende overheid: bij het uitvoeren van de gemeentelijke doelen en taken, bijvoorbeeld als de gemeente in de openbare ruimte zelf extra bomen, groene parkeervakken of een waterberging realiseert. Een ander voorbeeld is het realiseren van een klimaatadaptief schoolgebouw en/of een groenblauw schoolplein (met voldoende groen en water).

Omgevingsprogramma Klimaatadaptatie

19

• Samenwerkende overheid: bij het uitvoeren van gezamenlijke doelen en taken in samenwerking met anderen en binnen netwerken. Bijvoorbeeld als de gemeente samenwerkings- en prestatieafspraken maakt, bijvoorbeeld met woningcorporaties over nieuw te realiseren sociale huurwoningen en het klimaatadaptief maken van bestaande woningen. Dit gebeurt ook via de regionale allianties die de gemeente aangaat met het waterschap (Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden) en het Netwerk Water & Klimaat. • Rechtmatige overheid: als de gemeente als bevoegd gezag regels vastlegt, bijvoorbeeld voor partijen die woningen willen ontwikkelen in Nieuwegein. Dit gaat nu via een anterieure overeenkomst of een ‘tenderdocument’, en straks mogelijk via het omgevingsplan. • Uitnodigende overheid: als de gemeente uitnodigt, faciliteert of ondersteunt, bijvoorbeeld door bewoners, ondernemers of partners te vragen om ergens het initiatief in te nemen en dat de gemeente dat faciliteert. Bijvoorbeeld via advies- en procesbegeleiding of door te financieren met subsidies. Het werken aan een klimaatadaptieve stad is relatief nieuw, daarom is het een kwestie van ontdekken welke (gecombineerde) overheidsrol het beste werkt om onze verschillende doelen samen met anderen te bereiken.

3.2 De rol van inwoners en partnerorganisaties Het realiseren van een klimaatbestendige stad gaat niet zonder bijdragen van en samenwerkingen met bewoners, bewonersorganisaties en partners als het Netwerk Water & Klimaat, het waterschap, de provincie Utrecht en Rijkswaterstaat. Richting bewoners en bewonersorganisaties zet de gemeente Nieuwegein in op een toename van het klimaatbewustzijn en het creëren van handelingsperspectief: wat mensen zelf kunnen doen om de stad klimaatbestendiger te maken. Dat doen we onder andere via de bewonersonderzoeken (4.12), het stimuleren van de community van stadsvergroeners (4.14) en het financieel ondersteunen van klimaatadaptieve maatregelen (4.9). Tegelijkertijd versterken we onze netwerken en brengen we bewoners en andere partners graag meer bij elkaar.

3.3 Introductie van de instrumenten De instrumenten en uitvoeringsprojecten die worden ingezet om de stad verder klaar te maken voor klimaatverandering zijn in te delen in verschillende categorieën.

Uitvoeringsprojecten In de eerste plaats zijn er uitvoeringsprojecten waarbij de gemeente zelf aan de slag gaat. Dit zijn bijvoorbeeld projecten in de openbare ruimte en projecten die betrekking hebben op maatschappelijk vastgoed, zoals schoolgebouwen.

Instrumenten Daarnaast bestaat het omgevingsprogramma uit instrumenten. Uiteraard sluit elk type instrument aan bij één of meerdere overheidsrollen: het is maar net op welke wijze deze ingezet wordt of er sprake is van harde of zachte sturing richting het

Omgevingsprogramma Klimaatadaptatie

20

beoogde doel. Juridische regels en belastingen zijn voorbeelden van instrumenten waarmee je harder kunt sturen dan met een subsidie of een communicatiecampagne. De instrumenten zijn in te delen in de volgende categorieën: • Juridische instrumenten en beleidsinstrumenten, zoals regels in het omgevingsplan of het programma Riolering en waterhuishouding. • Financiële instrumenten, bijvoorbeeld belasting, lokale heffingen, subsidie of een fonds. • Arrangementen en samenwerkingsinstrumenten, bijvoorbeeld prestatieafspraken, samenwerking met coöperaties, bewonersinitiatieven of gespreksvormen als de ‘omgevingstafel’, waarbij overleg plaatsvindt tussen alle betrokkenen vóór een vergunning voor een initiatief wordt aangevraagd. • Communicatie- en kennisinstrumenten, zoals een inspiratiesessie, een ‘handreiking’ of een communicatiecampagne.

Omgevingsprogramma Klimaatadaptatie

21

4. Instrumenten en uitvoeringsprojecten In hoofdstuk 1 introduceerden we het omgevingsprogramma klimaatadaptatie. In hoofdstuk 2 legden we de opgave uit en noemden we de strategieën die we volgen om die opgave aan te gaan. In hoofdstuk 3 is aangegeven hoe we van strategie tot uitvoering komen en in dit vierde hoofdstuk werken we de instrumenten en uitvoeringsprojecten uit waarmee we de komende vier jaar gaan werken aan een klimaatadaptieve stad. Sommige instrumenten en uitvoeringsprojecten zijn gedurende het vorige uitvoeringsprogramma (2019-2022) ontwikkeld en worden nu verder uitgewerkt. Voorbeelden hiervan zijn het werken aan een klimaatadaptieve openbare ruimte (4.1), het project Water circulair Nieuwegein (4.5), klimaatadaptieve woningbouw (4.6) en de subsidie klimaatadaptieve maatregelen (4.9). Ook bevat dit omgevingsprogramma een aantal nieuwe activiteiten, zoals het vergroenen van de stad (4.2), de groenblauwe schoolpleinen bij vitale scholen (4.3), de bewonersonderzoeken (4.12) en de community van stadsvergroeners (4.14). In dit hoofdstuk staat een korte beschrijving van elk uitvoeringsproject en instrument. In de bijlage treft u een uitgebreidere uitwerking aan, waarin we per activiteit aangeven wat er speelt, wat het beoogde resultaat is en wat de planning is.

Daarnaast leggen we daar bij elk instrument en uitvoeringsproject uit van welke strategieën (paragraaf 2.2) deze activiteit onderdeel is en welk resultaat ermee wordt beoogd.

Uitvoeringsprojecten 4.1 Klimaatadaptieve openbare ruimte Bij werkzaamheden in de openbare ruimte nemen we klimaatadaptieve maatregelen. Denk hierbij aan werkzaamheden zoals het bestraten en herbestraten van wegen, groenprojecten, werkzaamheden in buurten die deelnemen aan het Betere Buurten-project of bij onderhoud van de riolering. We brengen hiermee de uitgangspunten uit de omgevingsvisie en de regionale afspraken Klimaatbestendig Bouwen in de praktijk. Ondergrondse regenwaterberging

Tentwagendrift

Groene parkeervakken op de Brinkwal

Brinkwal

Groene wadi

Meentwal

Waterpasserende verharding

Muiderschans

4.2 Vergroenen van de stad We gaan in Nieuwegein gedurende de looptijd van dit omgevingsprogramma elk jaar minstens 2.000 m2 verharde ruimte vergroenen in de openbare ruimte. Verharding die overbodig is, wordt door de gemeente omgezet in gras, beplanting en/of bomen. De gemeente zoekt hierbij de samenwerking met een community van stadsvergroeners (zie 4.14).

Omgevingsprogramma Klimaatadaptatie

22

4.3 Groenblauwe schoolpleinen bij nieuwbouw en verbouwing (project ‘Vitale Scholen’) De gemeente Nieuwegein gaat bij de bouw en verbouw van scholen schoolpleinen groener en blauwer maken. Leerlingen voelen zich beter en vrijer in een omgeving met veel bomen, struiken, gras en water. Bovendien maken we de stad klimaatbestendiger en dus toekomstbestendiger: groene schoolpleinen kunnen water beter opnemen én vasthouden. Om te beginnen worden bij de verbouw en nieuwbouw van scholen in de wijken Doorslag (2024-2025) en Vreeswijk (2026) moderne schoolpleinen aangelegd met veel groen, mogelijkheden voor buitenonderwijs, sport en beweging, en natuureducatie. 4.4 Schoolpleinen: initiatieven vanuit scholen ondersteunen en vervanging verharding Ook bestaande schoolpleinen worden vergroend, op initiatief van bewoners, ouders of scholen, of van de gemeente zelf. In het kader van onderhoud staat al vervanging van de verharding op twee schoolpleinen in Zuilenstein gepland (de Toonladder en de Vroonesteinschool), wat we als een kans zien om die pleinen groenblauw te maken. Verder faciliteert de gemeente kleinere initiatieven op schoolpleinen, zoals het realiseren van een moestuin of bloemenweide en activiteiten op het gebied van natuureducatie vanuit projecten als Groen doet Nieuwegein goed en BuitenWijs. Dit doen we samen met de betrokken schoolbesturen.

4.5 Water Circulair City Het project Water circulair Nieuwegein is een duurzaam waterconcept voor nieuwbouw in de wijk City West. De vraag naar en het aanbod van water worden beter gematcht door water te bergen en daarna weer te gebruiken. Daarmee draagt dit project bij aan zowel klimaatadaptatie als een meer duurzaam gebruik van water. Voordat het concept kan worden gerealiseerd, wordt onderzocht of de wijk geschikt is voor ondergrondse waterberging. Ook worden technische en gezondheidstechnische risico’s nader uitgewerkt en komen er afspraken over de verantwoordelijkheden van de verschillende overheden en wie wat beheert en onderhoudt.

Beleid & juridisch 4.6 Klimaatadaptieve woningbouw via omgevingsprogramma en omgevingsplan De gemeente Nieuwegein zet de komende jaren in op klimaatadaptieve woningbouwprojecten. Dat doen we aan de hand van de prestatie-eisen en uitgangspunten die we hebben vastgelegd in het omgevingsprogramma duurzaam bouwen woningbouw. Tijdens gesprekken met projectontwikkelaars gaan we na of hun plannen ambitieus genoeg zijn en voldoen aan de prestatie-eisen en uitgangspunten. Nieuw te bouwen woningen moeten onder andere bestand zijn tegen wateroverlast, hittestress, droogte en overstromingsrisico’s. Bijvoorbeeld door voldoende waterberging of door het gebruik van verkoelende en warmtewerende materialen en ontwerpen. Afkoppelen van het riool

JUKO-terrein

Groen dak met zonnepanelen

Fokkesteeg

Groene gevel

Sluyterslaan

Checklist Duurzame Woningbouw

Klik hier

Omgevingsprogramma Klimaatadaptatie

23

4.7 Groenblauwe structuren in de stad In een klimaatadaptieve stad zie je groengebieden, recreatie- en natuurgebieden en water, dat op een samenhangende manier met elkaar en met de omgeving is verbonden. De gemeente heeft nog geen samenhangende visie voor een klimaatadaptief ‘groenblauw’ netwerk in de stad, maar gaat die in de komende periode wel opstellen. 4.8 Meerjarenplan Waterkwaliteit Samen met het waterschap (Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden) heeft de gemeente Nieuwegein een Meerjarenplan Waterkwaliteit opgesteld. Daarmee wordt de kwaliteit van het water in Nieuwegein en omgeving verbeterd. Onder andere door klimaatverandering kan de waterkwaliteit verslechteren. Maatregelen om dit tegen te gaan zijn onderdeel van dit plan, evenals andere vraagstukken die de waterkwaliteit beïnvloeden.

Financieel 4.9 Subsidie klimaatadaptieve maatregelen De gemeente Nieuwegein gaat inwoners die hun directe woonomgeving klaar willen maken voor klimaatverandering financieel ondersteunen. De bestaande subsidies voor groendaken (daken bedekt met planten, kruiden of grassen) en bewonersinitiatieven breiden we uit. Denk aan maatregelen zoals het afkoppelen van de regenpijp, een groene gevel, een vergroende tuin of zonwering; allemaal maatregelen die helpen om wateroverlast en problemen door droogte en hitte te verminderen. Daarnaast zoeken we de aansluiting op subsidies die nu en mogelijk in de toekomst beschikbaar worden gesteld door het waterschap, de provincie Utrecht en het Rijk aan bewoners en maatschappelijke organisaties. Subsidie groendak

Subsidie initiatieven

Subsidie waterschap

Subsidie provincie

Meer informatie over de regeling: www.hdsr.nl / blauwinitiatief

Klik hier

Klik hier

Klik hier

Klik hier

Aarrangement en samenwerking 4.10 Samenwerking met woningcorporaties De gemeente heeft prestatieafspraken gemaakt met woningcorporaties, onder andere over duurzaamheid en klimaatadaptatie. In 2023 geven we samen uitvoering aan de bestaande prestatieafspraken 2020-2023 over nieuw te bouwen sociale huurwoningen, vergroeningsacties met huurders (onder andere geveltuintjes) en het klimaatadaptief maken van de bestaande woningen en tuinen. In 2023 maken we nieuwe prestatieafspraken met de woningcorporaties voor de periode 2023-2026, waar de afspraken over klimaatadaptatie ook weer onderdeel van zijn. Omgevingsprogramma Klimaatadaptatie

24

4.11 Erfgoed en klimaatadaptatie Als onderdeel van een regionaal programma (Pact van Ruighoek) onderzoekt de gemeente Nieuwegein of de Nieuwe Hollandse Waterlinie aan de oostkant van Nieuwegein voor klimaatadaptatie kan worden ingezet door meer ruimte te maken voor water en groen. Door recreatieve verblijfsplekken in te richten kunnen bijvoorbeeld koelteplekken worden gecreëerd. Ook wordt bekeken of gedeelten van het gebied, die grenzen aan bedrijventerreinen en woonwijken, kunnen worden gebruikt voor waterberging.

Kennis en communicatie 4.12 Bewonersonderzoeken klimaatadaptatie We gaan de inwoners van Nieuwegein eens in de zoveel tijd bevragen over wat er speelt en waar behoefte aan is. Tegelijkertijd gaan we de inwoners informeren over wat de gemeente doet en wat inwoners zelf kunnen doen. Na een extreme regenbui of na een langdurige periode van droogte of hitte, willen we weten waar overlast is geweest. Aanvullend op eigen waarnemingen en informatie uit onze databases, verzamelen we zo steeds meer informatie over de gevolgen van extreem weer in de stad. 4.13 Groene bewonersinitiatieven in de buurt Waar al projecten aan de gang zijn, zoals de gedeelten in de stad die deelnemen aan de projecten Betere Buurten of Groen doet Nieuwegein goed, of wijken waar woningen aardgasvrij worden gemaakt, worden bewonersacties die bijdragen aan een groene en klimaatadaptieve buurt aan elkaar gekoppeld. Zo kunnen bewoners aan de slag of samen met de gemeente kijken op welke wijze zij een initiatief kunnen vormgeven. Actie Tegels eruit, plant erin!

Samenduurzaamnieuwgein.nl

Groene pluktuin Erebloem

Erebloem.nl

Wilde bloemenstroken

Bloeiendnieuwegein.nl

Geveltuin service gemeente

Klik hier

4.14 Community van stadsvergroeners (LIFE-IP-subsidie) In het kader van LIFE-IP Klimaatadaptatie, een Nederlands programma met cofinanciering door de Europese Unie, richt de gemeente Nieuwegein, daarbij ondersteund door Netwerk Water & Klimaat, een community van stadsvergroeners op. Dat is een netwerk van enthousiaste bewoners en initiatiefnemers die elkaar helpen met de ontwikkeling, uitvoering en het samen beheren van groenprojecten. Via een online platform en een fysieke ontmoetingsplek in het Natuurkwartier gaat de gemeente deze community onder andere inspireren om de tuin en de buurt te vergroenen.

Omgevingsprogramma Klimaatadaptatie

25

4.15 Lokaal hitteplan voor gezondheid, gebouw en gebied Het bestaande lokale hitteplan is een samenwerking met partners als de GGD, de GHOR (Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de Regio), het Rode Kruis en zorg- en welzijnsorganisaties. Het is een plan van aanpak waarin communicatie centraal staat, bedoeld om de gezondheid te beschermen van mensen die kwetsbaar zijn voor hitte tijdens een hittegolf. De gemeente werkt ook samen met anderen aan het structureel voorkomen van hitteproblematiek. Bij de uitbreiding van het bestaande hitteplan worden deze maatregelen (zowel voor gebouwen als voor gebieden) toegevoegd. 4.16 Klimaatadaptieve bedrijventerreinen en ondernemers Bedrijventerreinen en ondernemers die actief zijn in Nieuwegein kunnen bijdragen aan het aanpassen aan klimaatverandering. Ze kunnen aansluiten bij de aanpak van de gemeente om de bedrijventerreinen nu en in de toekomst aantrekkelijk, duurzaam en toekomstbestendig te maken en te houden. Omdat verschilt welk deel van bedrijventerreinen in handen is van de gemeente en welk deel van de bedrijven zelf of van een Vereniging van Eigenaren, is per locatie maatwerk nodig.

4.17 Lessen na Limburg Het waterschap heeft, in reactie op de wateroverlast in Limburg en omgeving in juli 2021, onderzocht in welke delen van het gebied in en rond Nieuwegein water komt te staan als sloten, kanalen en rivieren door net zo hevige regenval buiten hun oevers treden. Onderzocht wordt hoe gemeente, waterschap of bewoners, bedrijven en andere belanghebbenden zelf maatregelen kunnen nemen. Ook wordt onderzocht hoe met laatstgenoemden door de gemeente en andere partijen op de juiste manier en tijdig kan worden gecommuniceerd. Door de impact van een vergelijkbare regenval als in Limburg voor ons gebied goed te berekenen en door goed te communiceren kan worden voorkomen dat wateroverlast leidt tot een ramp. 4.18 Verkennend onderzoek bodemdaling en grondwater Dat in Nieuwegein bodemdaling plaatsvindt weten we, maar niet of dit in de toekomst door zal gaan en tot welke schade dat mogelijk leidt (bijvoorbeeld paalrot of verzakkingen). Ook is nog onduidelijk in hoeverre bodemdaling wordt versneld door toenemende hitte en droogte. Om meer inzicht te krijgen in wat er op ons afkomt, beginnen we vanaf het derde kwartaal van 2023 met de voorbereiding van een onderzoek, dat eind 2024 tot inzichten en een handelingsperspectief voor de gemeente en partners moet leiden.

4.19 Ontwerpend onderzoek Versnelling klimaatbestendige buurten De gemeente Nieuwegein gaat samen met een adviesbureau onderzoeken of het nodig is om Nieuwegein versneld klimaatadaptief te maken. Nu koppelen we maatregelen die daarmee te maken hebben aan bestaande projecten (4.1), bijvoorbeeld als er toch al grootschalig onderhoud van de openbare ruimte plaatsvindt. Ook gaan we aan de slag met het omzetten van verhardingen in groen (4.2). We willen weten of we vanuit het oogpunt van klimaatadaptatie ook zelfstandige projecten in de openbare ruimte zouden moeten starten en hoeveel dat extra kost.

Omgevingsprogramma Klimaatadaptatie

26

5. Werkwijze, toetsing en evaluatie We willen dat de instrumenten en uitvoeringsprojecten van dit omgevingsprogramma een significante bijdrage leveren aan onze duurzame en groene ambities: uiterlijk in 2050 helemaal toegerust zijn voor de gevolgen van klimaatverandering. In dit hoofdstuk lichten we toe voor welke manieren van werken we gaan en hoe de toetsing en evaluatie van de uitvoering worden vormgegeven.

5.1. Werkwijze We onderscheiden in de uitvoering van dit omgevingsprogramma drie manieren van werken. De eerste is: het meeliften met bestaande gemeentelijke projecten. De tweede zijn daadwerkelijke klimaatadaptatieprojecten, die worden georganiseerd als er directe aanleiding voor maatregelen is. Als laatste zijn er samenwerkingen met externe partners. Hieronder beschrijven we de drie werkwijzen. 5.1.1. Meekoppelen en meeliften: interne organisatie Meestal is het nog te kostbaar om alleen vanuit het doel van klimaatadaptatie een project in de stad te organiseren. Daarom wordt klimaatadaptatie vaak onderdeel gemaakt van bestaande projecten, waarbij bijvoorbeeld wordt ‘meegelift’ met renovatieprojecten in de openbare ruimte (zoals Betere Buurten). Andere voorbeelden zijn het vergroenen van de stad (4.2) en verschillende woningbouwinitiatieven (4.6) in de stad. In hoofdstuk 4 hebben we beschreven hoe we er zowel bij projecten in de openbare ruimte als bij woningbouwinitiatieven voor zorgen dat die ook bijdragen aan een stad die klaar is om de gevolgen van klimaatverandering op te vangen. Een ander voorbeeld waarbij we meeliften, is bij het vormgeven van een lokaal hitteplan (paragraaf 4.15). Doordat binnen de organisatie van de gemeente Nieuwegein daarbij de teams gezondheid en klimaatadaptatie samenwerken, snijdt het mes aan twee kanten en maken we onze aanpak effectiever.

5.1.2. Klimaatadaptatieprojecten Naast het meeliften met projecten in de openbare ruimte of woningbouwinitiatieven, zijn er projecten die starten vanuit het vraagstuk klimaatadaptatie zelf. Dit zijn bijvoorbeeld subsidies voor klimaatadaptieve maatregelen, het vergroenen van de stad (4.2), communicatiecampagnes en de bewonersonderzoeken. Tegelijkertijd zoeken we ook bij deze projecten de verbinding met andere opgaven in de stad, met partners of met collega’s binnen de gemeente (zoals het subsidieteam, het team communicatie en het team Onderzoek & Statistiek). Klimaatadaptatie is een ‘team effort’: we kunnen de klus alleen samen voor elkaar krijgen. Daarom is er ook sprake van afstemming met het Rijk, de provincie, de regio en het waterschap over de subsidies die zij beschikbaar stellen aan de inwoners van Nieuwegein. Bewonersonderzoeken over klimaatadaptatie (4.12 Bewonersonderzoeken) worden verbonden aan een inwonersenquête over duurzaamheid of aan de gezondheidsmonitor van de GGD Midden Nederland. Zo lopen er allerlei dwarsverbanden waarvan wordt gehoopt dat ze de uitvoering van klimaatadaptieve maatregelen ten goede komen.

Omgevingsprogramma Klimaatadaptatie

27

5.1.3. Samenwerken met externe partners We werken op verschillende manieren en schaalniveaus samen met externe partners. In het Netwerk Water & Klimaat werken we aan een klimaatadaptieve en waterrobuuste regio, aan de hand van de Regionale adaptatiestrategie (RAS) en het uitvoeringsprogramma daarvan. De gemeente Nieuwegein neemt actief deel aan dit netwerk. In dit omgevingsprogramma is op verschillende manieren de verbinding gemaakt met het Netwerk Water & Klimaat. Zo zijn we een pilotproject van de succesvolle Europese LIFE-IP-subsidieaanvraag, waardoor de bewonersparticipatie in de komende jaren kan worden geïntensiveerd (paragraaf 4.12 Community van stadsvergroeners – LIFE-IP-subsidie). De realisatie van de twee groenblauwe schoolpleinen in Zuilenstein is ook een mooi voorbeeld van samenwerking en cofinanciering door het waterschap (Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden) en de provincie Utrecht, maar ook van samenwerking met de schoolbesturen die in Nieuwegein actief zijn (zie paragraaf 4.3 en 4.4 Vitale scholen en schoolpleinen). We werken met meer lokale partners samen aan een klimaatadaptieve stad, bijvoorbeeld met de woningcorporaties (zie paragraaf 4.10 Samenwerking met woningcorporaties) en inwonerorganisaties, zoals Samen Duurzaam Nieuwegein, Bloeiend Nieuwegein en vele anderen (zie paragraaf 4.13 Groene bewonersinitiatieven).

5.2. Toetsing en evaluatie Om te weten of we met het omgevingsprogramma klimaatadaptatie onze doelen bereiken, zijn toetsing en evaluatie belangrijke onderdelen. We doen het op verschillende niveaus, hieronder lichten we kort toe hoe. 5.2.1. Projecten openbare ruimte en woningbouwprojecten Het klimaat verandert en extreem weer komt vaker voor. Nieuwegein klimaatadaptief maken is een urgente opgave en daarom willen we goed checken of maatregelen die we nemen de impact maken die we hoopten. Om een voorbeeld te noemen: als we ergens ruimte maken voor waterberging meten we met een peilbuis hoeveel water er wordt opgevangen. De resultaten van die meting nemen we mee bij het realiseren van nieuwe waterbergingen. We houden natuurlijk het collegebestuur en de gemeenteraad op de hoogte van de voortgang via de planning-en-control cyclus, maar ook de inwoners van Nieuwegein (bijvoorbeeld via de community van stadsvergroeners), bedrijven en andere belanghebbenden. 5.2.2. Klimaatstresstest en klimaatscenario’s Klimaatverandering is grillig, onvoorspelbaar en kan soms sneller gaan dan we op voorhand hadden verwacht. Daarom houden we binnen het Netwerk Water & Klimaat de verwachtingen voor wat betreft extreme regenbuien, overstromingen en langdurige perioden van droogte en hitte, goed in de gaten.

De klimaat- en weerscenario’s van het KNMI zijn belangrijk, maar ook de regionale klimaatstresstest en de bijbehorende risicodialoog. We verwachten de nieuwste KNMI-klimaatscenario’s eind 2023, daarop aansluitend vindt de tweede regionale klimaatstresstest plaats. 5.2.3. Klimaatbestendige stad Door te benoemen hoe klimaatbestendig een gebied over een (groot) aantal jaar moet zijn en de werkelijke klimaatbestendigheid tussentijds regelmatig te meten,

Omgevingsprogramma Klimaatadaptatie

28

kunnen we bepalen of we op koers liggen om het doel te halen. Dit is niet alleen afhankelijk van het succes van maatregelen die we nemen op het gebied van klimaatadaptatie, maar ook van hoe het klimaat zich ontwikkelt, wat er verder gebeurt in de openbare ruimte en sociaaleconomische ontwikkelingen. Het Nationaal Kennis- en Innovatieprogramma Water en Klimaat – Klimaatbestendige Stad (NKWK-KBS) heeft de afgelopen jaren onderzocht hoe tussentijds meten het best gedaan kan worden. Monitoring met behulp van ‘landelijke datasets’ ligt het meest voor de hand; dat zijn gegevens die informatie geven over bepaalde indicatoren. Voorbeelden van die indicatoren zijn: percentages openbare ruimte die bestemd zijn voor groen, oppervlaktewater en verhard oppervlak, de kans op wateroverlast in woningen, de gemiddelde gevoelstemperatuur en de afstand van woningen tot koelteplekken. In 2023 starten we met bepalen we welke technische indicatoren geschikt zijn om te gebruiken voor monitoring in Nieuwegein. Wat we nu al wel weten is dat de data gaan helpen bij het zichtbaar maken van de effecten van maatregelen. De regionale stresstest van 2024 kan het startpunt zijn van de monitoring. 5.2.4. Beleidsevaluatie: actualiseren of bijstellen? Het omgevingsprogramma klimaatadaptatie kan in de toekomst geactualiseerd worden op basis van nieuwe ervaringen en inzichten.

In de omgevingsvisie Nieuwegein verstedelijkt en vergroent staat aangegeven welke vier aanleidingen er kunnen zijn voor actualisatie; deze zijn ook van toepassing voor dit omgevingsprogramma. Aanleidingen voor actualisatie zijn:Er zijn nieuwe relevante ontwikkelingen, bijvoorbeeld nieuwe klimaatscenario’s van het KNMI of uitkomsten van een regionale klimaatstresstest. • Er zijn nieuwe relevante ontwikkelingen, bijvoorbeeld nieuwe klimaatscenario’s van het KNMI of uitkomsten van een regionale klimaatstresstest. • De doelstellingen worden niet gerealiseerd. • De regels blijken in de praktijk niet te handhaven. • Er wordt onvoldoende geanticipeerd op vragen uit de samenleving. Met de komst van dit omgevingsprogramma klimaatadaptatie leggen we de basis voor het werken aan een klimaatadaptieve stad voor de komende vier jaar. De weergebeurtenissen van de afgelopen jaren laten zien dat we de precieze impact van klimaatverandering niet kunnen voorspellen. Het is daarom zaak dat we naast een voortvarende uitvoering ook leergierig en flexibel blijven, om waar nodig te versnellen of een tandje bij te zetten om voldoende voorbereid te zijn op de veranderingen die komen gaan. Alleen samen kunnen we presteren. Door samen te werken met bewoners, bedrijven, ketenpartners en andere maatschappelijke organisaties.

Met andere woorden, we nodigen de stad uit om er samen met ons voor te zorgen dat Nieuwegein in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust is.

Omgevingsprogramma Klimaatadaptatie

29

Overzicht relevante documenten 1. Het Omgevingsprogramma Klimaatadaptatie vormt samen met de omgevingsvisie en visie klimaatadaptatie van de gemeente Nieuwegein een Lokale Adaptatie Strategie (LAS) zoals gedefinieerd in de Regionale Adaptatie Strategie Utrecht Zuidwest 2. Raadsbrief Startnotitie Omgevingsprogramma klimaatadaptatie (2022-067) 3. KNMI (2021), Klimaatsignaal 4. IPCC (2021), Rapport Climate Change 2021: The Physical Science Basis: Climate Change 2021 5. Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie (2019) 6. Klimaatatlas Nieuwegein (2023) 7. Deltaprogramma (2022), Klimaatbestendig Amsterdam-Rijnkanaal 8. Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden (2022), Brief ‘Omgaan met klimaatverandering’ 9. KNMI (2021), ‘Hitte in Canada en VS nog lang niet verwacht’ 10. Kaderstellende Duurzaamheidsvisie City Nieuwegein, 2021 11. KNMI (2021), Klimaatsignaal 12. Netwerk Water & Klimaat (2021), Regionale Adaptatiestrategie Utrecht Zuidwest 13. SDG’s (2023), Sustainable Development Goals 14. Provincie Utrecht (2022), Convenant Duurzame Woningbouw provincie Utrecht

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nieuwegein&id=f799e9f0-e076-4c5e-8de4-a9be28c6d3e0