2022-343 Bijlage 1 Programmabegroting 2023-2026_.pdf
Tekst van het document
Thema Bescherming Product
Veiligheid en zorg Rekening 2021
Begroting 2022
Begroting Begroting 2023 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Lasten
2.122
2.489
2.710
2.738
2.817
2.874
Baten
0
0
0
0
0
0
Saldo
-2.122
-2.489
-2.710
-2.738
-2.817
-2.874
Jaarlijks wordt een subsidie verleend aan de Stichting Samen Veilig Midden-Nederland. Het hogere budget voor subsidieverlening wordt onder andere veroorzaakt door het toepassen van prijs- en loonindex. Product
Reservemutaties Versterking eigen kracht, Ondersteuning en Bescherming Rekening 2021
Begroting 2022
Begroting Begroting 2023 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Lasten
123
196
223
156
147
147
Baten
-73
-99
-62
-162
-162
-180
Saldo
-50
-97
-161
6
15
33
Reservemutaties Reserve Verhoogde instroom statushouders, per saldo € 211.200 Voor dekking van de kosten van de aanpak Einde Lening Inburgeringsplicht (ELIP) voor statushouders wordt € 12.000 onttrokken uit deze reserve. Daarnaast wordt het saldo van de lasten en baten Inburgering van € 223.200 gestort in deze reserve, ten einde toekomstige en niet voorziene kosten te kunnen dekken. Reserve woonwijs, € 50.000 Deze reserve wordt ingezet voor het programma woonwijs 2022-2026. Dit jaar wordt voorgesteld om € 50.000 te onttrekken aan deze reserve.
Pagina 75 van 184
Datum: 4 oktober 2022
Programmabegroting 2023-2026
2.6 Bedrijfsvoering Wat is onze ambitie?
Het is onze ambitie dat de organisatie maximaal bijdraagt aan de bedoeling: een bloeiende Nieuwegeinse samenleving. Het ontwikkelen van de organisatie richt zich op het heden én op de toekomst. Het vraagt om anticiperen op voortdurend wijzigende omstandigheden binnen de overheid. Bedrijfsvoering is een integraal onderdeel van de organisatie. Het maakt het voor de beleids- en uitvoerende afdelingen mogelijk om goed en efficiënt te werken voor die bloeiende Nieuwegeinse samenleving. In onze organisatiefilosofie is dat gedachtegoed verankerd in het speerpunt "één organisatie". De twee andere speerpunten van de organisatiefilosofie zijn "werken volgens de bedoeling" en "eigenaarschap tonen". Bij het werken volgens de bedoeling gaat het erom dat iedere medewerker met zijn of haar werk bijdraagt aan die bloeiende Nieuwegeinse samenleving en denkt en handelt vanuit dat perspectief. Medewerkers die bij de gemeente werken tonen eigenaarschap. Zij voeren zelf regie over hun werk, over hun bijdrage aan de bloeiende Nieuwegeinse samenleving én over hun eigen loopbaan binnen de gemeente. Met bedrijfsvoering ondersteunen wij de organisatie daarin. We bewaken onder meer de verantwoording, rechtmatigheid, doelmatigheid, transparantie en privacy.
Pagina 76 van 184
Programmabegroting 2023-2026
Wat willen we bereiken?
Doelstelling voor 2023 Wij zien dat de voorbeeldfunctie en de reputatie van de gemeente steeds belangrijker wordt. Wij vinden het belangrijk dat inwoners, ondernemers, maatschappelijke organisaties en medewerkers trots kunnen zijn op de gemeente. De doelen in dit programma sluiten daarop aan. Door onze organisatie te innoveren, door goed werkgeverschap en door een maatschappelijk verantwoorde bedrijfsvoering zorgt de organisatie dat zij toekomstbestendig is en blijft en daardoor zich optimaal kan inzetten voor de stad. Een samenwerking met de gemeenten in de regio op belangrijke thema's is daarbij zowel onontbeerlijk als verstandig. Zowel inwoners als vraagstukken houden zich immers niet aan onze gemeentegrenzen. Bovendien staan we veelal voor dezelfde opgaven in de ontwikkeling van ons werk voor de stad en onze bedrijfsvoering. In onze bedrijfsvoering toetsen wij steeds of een samenwerking met andere gemeentelijke organisaties kan helpen onze bedrijfsvoering gezond te houden en voortdurend te verbeteren. Een toekomstbestendige organisatie kijkt vooruit, anticipeert op te verwachten ontwikkelingen en is daardoor voortdurend in ontwikkeling. Ook voor 2023 zien wij ontwikkelingen die leiden tot onderstaande doelen waar we in 2023 aan gaan werken. Faciliterende werkomgeving Sinds de corona pandemie ontwikkelt hybride werken zich tot de nieuwe standaard.
Het adequaat ondersteunen van die ontwikkeling is ook in 2023 een belangrijke doelstelling. Het bieden van een passende en prettige werkomgeving - waar die ook is- heeft geleid tot het in 2022 ontwikkelen van een nieuw werkplekconcept voor de kantooromgeving van het Stadshuis dat in 2023 geïmplementeerd wordt. Bij die vernieuwde inrichting van de hybride werkplekomgeving bieden we meer verschillende en andere typen werkplekken. We creëren ontmoetingsplekken, samenwerkplekken en projectruimtes die de samenwerking onderling helpen verstevigen. De inrichting maken we flexibeler zodat deze eenvoudiger kan meegroeien of krimpen met de behoefte, onder meer door het inzetten van aanlandplekken. Door deze aanpassingen kan de medewerker de werkplek kiezen die het beste past bij het werk en de behoefte van dat moment. We verwachten een positief effect op de kwaliteit van onze inzet en het welbevinden van medewerkers. Met het nieuwe Atrium (zie programma bestuur en dienstverlening) hebben we als organisatie een nog mooiere verbinding in ons Stadshuis met de stad. Daar willen we dus zichtbaar zijn en laagdrempelige ontmoeting tussen stad en organisatie(s) mogelijk maken, waarbij de bezoeker de keuzevrijheid heeft tussen fijn verblijven of efficiënte dienstverlening. Ook hier sluiten we met de inrichting optimaal aan bij de behoeften aan het gebruik van deze ruimten.
In 2023 werken we aan de realisatie van het Atrium. Gedurende de ontwikkeling van zowel de kantooromgeving als het Atrium is de werkbaarheid voor de medewerkers en het mogelijke effect op de dienstverlening een belangrijk punt van aandacht. Waar nodig treffen wij maatregelen om de 'winkel open te houden tijdens de verbouwing'. Wij innoveren ons werk voor meer slagkracht en kwaliteit van ons werk Een toekomstbestendige organisatie is ook een wendbare organisatie. Ook met onze processen en systemen faciliteren wij de ontwikkelingen. Om dat nog beter te kunnen is ook in 2023 het verbeteren van onze (ICT-)processen, -applicaties en -systemen een belangrijk speerpunt met als doel om nu en in de toekomst over betrouwbare, veilige informatievoorziening te beschikken die onze dienstverlening optimaal ondersteunt. Waar we in 2021 en 2022 vooral bezig waren met het op orde brengen hiervan en houden, willen we in 2023 ruimte gaan maken om ons beter in staat te stellen om pro-actief innovaties door te voeren. Hierbij hebben wij de ambitie om een 'slimme volger' te zijn. Innoveren brengt soms teveel risico's met zich mee voor de bestendige kwaliteit van onze dienstverlening en daarom baseren wij ons bij voorkeur op bewezen technologieën die we snel verwerken in onze organisatie. In 2022 zijn wij van start gegaan met het programma "Samenwerken aan ICT".
Langs 3 pijlers: (1) informatieveiligheid, (2) professionele en moderne dienstverlening en (3) innovatie, wordt op een projectmatige wijze gewerkt om onze systemen en processen te vernieuwen en te verbeteren. De samenwerking met de organisatie staat hierbij centraal. Applicaties, systemen en processen zijn
Pagina 77 van 184
Datum: 4 oktober 2022
Programmabegroting 2023-2026
daarbij een middel om bij te dragen aan onze gemeentelijke dienstverlening. Bedrijfsvoering ondersteunt ook in 2023 bij de juiste keuze voor nieuwe toepassingen (innovatie), voert verbeteringen door op bestaande systemen (professionele en moderne dienstverlening) en zorgt er samen met de organisatie voor dat onze informatie goed beveiligd is. In 2023 zetten wij conform kadernota extra middelen in om de informatieveiligheid te verbeteren en risico's' te verkleinen. Onze procesinnovatie is gericht op een flexibele organisatie die soepel kan meebewegen met ontwikkelingen in de maatschappij. Door de hele organisatie werken we met principes als Lean en Agile voor het verbeteren van onze werkprocessen. Wij hebben een maatschappelijk verantwoorde bedrijfsvoering Duurzaam maatschappelijk vastgoed Het eigen maatschappelijk vastgoed moet optimaal aansluiten bij wat er zowel nu als in de toekomst op maatschappelijk gebied nodig is voor de stad. Dit inclusief de ambitie om in 2040 alleen nog maar energie neutrale gebouwen te hebben. Dit doen wij in 2 fasen. Fase 1 (het vervangen van alle binnenverlichting in gemeentelijke gebouwen door ledverlichting) is grotendeels afgerond.
Voor een beperkt aantal onderwijsgebouwen en andere objecten moet met de gebruikers nog afspraken worden gemaakt over welke tegenprestatie zij gaan leveren nu door verduurzaming door het aanbrengen van Ledverlichting door de gemeente Nieuwegein in hun gebouw zij energie en dus kosten gaan besparen. In 2023 gaan we verder met fase 2 (verduurzamen van het vastgoed tot energie neutrale en gasloze gebouwen). De in 2021 afgeronde onderzoeken naar haalbaarheid en mogelijkheden vertalen we in 2023 naar Duurzame Meerjaren Onderhoudsplannen (DMJOP). Naast het al geplande reguliere onderhoud worden hierin ook de investeringen voor verduurzaming zichtbaar, mét de daarmee gepaard gaande extra kapitaallasten en eventuele geraamde besparingen of beperkingen van kostenstijging van energieverbruik. Tegelijkertijd leggen we de verbinding met het brede onderzoek naar onderwijshuisvesting (Erfgoeddeal), waar verduurzaming ook onderdeel van uitmaakt. Bij alle nieuwbouwprojecten (zoals de nieuwbouw van het MEC in het Natuurkwartier en de nieuwe sportaccommodatie op sportpark Rijnhuizen/Parkhout/Zandveld) worden al volledig energie neutrale en gasloze gebouwen gerealiseerd. Inkoop De gemeente werkt bij haar inkoop volgens het Manifest Maatschappelijk Verantwoord Inkopen. Dit Manifest is net herzien en in 2023 ligt de focus op het borgen van de SDG's in ons inkoopbeleid.
We verstevigen in 2023 het contract- en leveranciersmanagement, onder andere door het geven van trainingen en het vergroten van het gebruik van het contractvolgsysteem. Digitalisering en ethiek Digitale systemen zijn onmisbaar om efficiënt en effectief alle gemeentelijke taken uit te voeren, maar ze brengen ook risico’s met zich mee. Uw raad heeft die risico’s in relatie tot kansen verkend in de strategische verkenning Digitale Samenleving, die begin dit jaar werd afgesloten met het vaststellen van het manifest Digitaal Nieuwegein. De waarden in dat manifest stellen we centraal waar we digitale systemen en processen inzetten. Dat betekent onder meer dat we de privacy van onze inwoners, medewerkers en andere betrokkenen beschermen, dat we onze informatievoorziening goed beveiligen, (zie ook doel 2) en dat we transparant zijn over ons gebruik van data en algoritmen. Wij binden en boeien onze medewerkers door goed werkgeverschap We doen veel in Nieuwegein. De gemeente is in ontwikkeling en daarmee ook de taken van de medewerkers. Dat maakt een leuke, maar ook dynamische werkomgeving waarbij de balans tussen ambitie en middelen soms spannend is. Vitaliteit, gezondheid en veiligheid Vitaliteit en gezondheid zijn belangrijke thema’s voor onze organisatie. Thema’s die mede onder invloed van corona een andere, complexere context hebben gekregen.
Voor 2023 blijft het voorkomen en terugdringen van verzuim een belangrijk speerpunt. Qua ambitieniveau blijven wij ons richten op het landelijk gemiddelde percentage voor middelgrote gemeenten (2021: 5,8%). Met het huidige ziekteverzuim, (rond 8% sept. 2022), dat deels ook longcovid betreft, ligt daar een
Pagina 78 van 184
Programmabegroting 2023-2026
aanzienlijke uitdaging om onze organisatie gezond te houden ook voor de collega's die dat verzuim met elkaar moeten opvangen. Met de maatregelen die inmiddels in gang zijn gezet verwachten wij het verzuim in 2023 onder de 7,0% te kunnen brengen. Los van waar de werkplek zich bevindt, blijven we investeren in een fysiek en sociaal veilige werkomgeving. De acties uit de vastgestelde RI&E worden verder uitgevoerd en zijn meegenomen bij het nieuwe werkplekconcept voor de kantooromgeving in ons Stadshuis. We blijven scherp letten op de onderlinge omgangsvormen en de hoeveelheid werk die van medewerkers wordt gevraagd. Ook blijven we oog houden voor de noodzakelijke maatregelen waar het de bejegening van onze medewerkers vanuit de stad betreft. De opkomst van ondermijning als maatschappelijk thema dringt ook door binnen de organisatie waar de collega's die tot taak hebben om die ondermijning terug te dringen extra aandacht krijgen in het borgen van hun veiligheid. Sociale kant van hybride werken Als gevolg van corona is de fysieke afstand tussen medewerkers groot geworden. Dit is een sociaal aspect waar wij ook oog voor hebben. Hoe voelen onze medewerkers zich in die hybride context en hoe houden zij (ver)binding met elkaar, met de samenleving waar zij voor werken en ook met de organisatie.
Hybride werken vraagt ander leiderschap en ander gedrag van medewerkers, dit is een continue doorontwikkeling. We besteden hier in 2023 expliciet aandacht aan bij organisatieontwikkeling en management development. Inclusief werkklimaat en een toekomstbestendig en divers personeelsbestand Een toekomstbestendig personeelsbestand is divers en daarmee rijk aan mogelijkheden, kenmerken, ervaringen en talenten. Op het vlak van diversiteit willen wij onze ambitie langs het Charter Diversiteit verder gaan inkleuren. Naast een divers personeelsbestand gaat het ook om het scheppen van een klimaat van inclusiviteit. Als werkgever hechten wij grote waarde aan een veilige en gezonde werkomgeving. Waarbij het van belang is dat iedereen zichzelf kan zijn, zich veilig voelt, mee kan doen en met respect wordt behandeld. Het maakt niet uit waar je geboren bent, waar je in gelooft en van wie je houdt. Het gaat om de meerwaarde die iemand heeft voor onze organisatie en wat diegene kan bijdragen aan de stad. We richten ons hierbij op alle (potentiële) medewerkers en vergroten, mede om die reden, de mogelijkheden om bij ons aan de slag te gaan voor mensen met een grotere afstand tot de arbeidsmarkt. Wij merken dat we als werkgever nog steeds aantrekkelijk zijn op de arbeidsmarkt en het lukt ons doorgaans goed om nieuwe collega's aan te trekken.
De situatie op de arbeidsmarkt vraagt wel steeds meer creativiteit en inzet om een aantrekkelijke werkgever te blijven. Naast de gewone set aan arbeidsvoorwaarden die wij tot onze beschikking hebben, onderscheiden we ons van andere werkgevers door de ontwikkel- en ontplooiingsmogelijkheden voor medewerkers zodat we deze medewerkers langer boeien en aan ons binden. Dat doen we vanuit het inmiddels geïmplementeerde strategisch leer- en ontwikkelplan. Naast de aantrekkelijkheid als werkgever draagt dit plan ook bij aan de duurzame inzetbaarheid van onze medewerkers wat met het te verwachten stijgende verloop een punt van toenemende aandacht is. In sommige (specialistische) functies is de krapte op de arbeidsmarkt zo groot dat onze inspanning onvoldoende leidt tot resultaat waardoor onze uitgaven voor inhuur stijgen. Het blijft ons doel om zo veel als mogelijk en verstandig is vaste collega's langer aan ons te binden. Relatie met andere programma's Alle kosten voor de bedrijfsvoering inclusief alle personele lasten zijn in dit programma opgenomen. Er vindt in de begroting geen doorbelasting van kosten plaats. Dit programma gaat vooral over hoe wij werken als organisatie. Hierdoor heeft het programma een relatie met alle andere programma's. Vanuit de beleidsthema’s heeft de gemeente een voorbeeldfunctie die wij serieus nemen.
Dit zien we bijvoorbeeld terug bij onderwerpen als ondermijning, diversiteit, inclusiviteit, duurzaamheid en maatschappelijk verantwoordelijk inkopen. Vanaf de begroting 2021 is, conform het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) ook een paragraaf bedrijfsvoering opgenomen. Om overlap te vermijden is ervoor gekozen de paragraaf te benutten voor onderwerpen die te maken hebben interbestuurlijk toezicht, controle en verantwoording. Ook het tax control framework staat in de paragraaf, waarbij de formatieve lasten wel in dit programma zijn opgenomen. Dit past in de ontwikkeling van de rechtmatigheidsverantwoording waarover in de toekomst in de paragraaf wordt verantwoord.
Pagina 79 van 184
Datum: 4 oktober 2022
Programmabegroting 2023-2026
Wat gaan we daarvoor doen? Doel 1: Faciliterende werkomgeving Wat gaan we daarvoor doen? 1 Wij richten het nieuwe Atrium in, in overeenstemming met het gastvrijheids- en dienstverleningsconcept. 2 Wij treffen maatregelen om de 'winkel open te houden tijdens de verbouwing'. 3 We implementeren het nieuwe werkplekconcept.
Doel 2: Wij innoveren ons werk voor meer slagkracht en kwaliteit van ons werk Wat gaan we daarvoor doen? 1 Wij organiseren een training contract- en leveranciersmanagement voor collega's, zodat zij het maximale uit onze leveranciersrelaties kunnen halen. 2 Wij rollen een dashboard met inkoopinformatie uit binnen de organisatie, zodat budgethouders eenvoudiger geïnformeerde beslissingen rondom inkoop kunnen nemen. 3 We werken risicogestuurd in ons informatiebeveiligingsbeleid. In 2023 zetten wij in op voldoen aan verplichtingen in BIO/Ensia, wij zetten toepassingen in om nog beter inzicht te hebben in dreigingen en kwetsbaarheden en verhogen wij onze capaciteit voor technische beveiliging. 4 Wij vervangen de oude telefooncentrale en optimaliseren tegelijkertijd het contactkanaal telefonie in onze dienstverlening. Zie ook Programma 1: Bestuur en Dienstverlening. 5 Wij adviseren en faciliteren -in een leantraject -een procesoptimalisatie van het proces meldingen openbare ruimte (MOR). Zie ook Programma 1: Bestuur en Dienstverlening. 6 We beschermen onze ICT-systemen om onze digitale weerbaarheid te vergroten. Dat doen we bijvoorbeeld door ons netwerk op te delen in aparte compartimenten en door geautomatiseerd kwetsbaarheden op te sporen. Op die manier verkleinen we de kans op een geslaagde aanval en we beperken de schade als er toch een beveiligingsvoorval optreedt.
Doel 3: Wij hebben een maatschappelijk verantwoorde bedrijfsvoering dat als voorbeeld dient voor anderen Wat gaan we daarvoor doen? 1 Wij brengen in kaart wat de impact is van het nieuwe manifest maatschappelijk verantwoord inkopen. Daarna bepalen wij wat er gedaan moet worden om het nieuwe manifest succesvol te implementeren. 3 In het kader van de verduurzaming van het maatschappelijk vastgoed leveren wij een plan van aanpak voor deze raadsperiode met een doorkijk naar 2040. 4 Wij intensiveren ons energiemanagement om het verbruik voor ons maatschappelijk vastgoed zo optimaal mogelijk te krijgen. 5 We verstevigen onze bedrijfscontinuïteit door risico’s voor onze dienstverlening en kritieke processen in kaart te brengen, te analyseren en preventieve en/of mitigerende maatregelen te treffen. 6 We zetten onze interne communicatiecampagne voort om de kennis over en het bewustzijn van privacy en informatiebeveiliging onder medewerkers, management en bestuur te vergroten. We zetten daarvoor e-learning in en andere communicatiemiddelen. 7 We verankeren de waarden uit het manifest Digitaal Nieuwegein in ons proces om informatiesystemen (waaronder algoritmen) te introduceren, veranderen en beheren. Bestaande systemen toetsen we aan deze waarden en waar nodig passen we ze aan of zetten het gebruik ervan stop.
We richten ons daarbij op die systemen die werken met persoonsgegevens en die cruciale diensten aan onze inwoners ondersteunen.
Pagina 80 van 184
Programmabegroting 2023-2026
8 We onderzoeken of en waar er in onze organisatie algoritmen worden gebruikt, hoe en waarvoor. Daarvoor maken we gebruik van de open standaarden die de VNG en andere overheidsorganisaties ontwikkelen. 9 De resultaten leggen we vast in een openbaar register, dat we aanmelden bij de nationale catalogus van algoritmeregisters. We zorgen dat het register actueel blijft.
Doel 4: Wij tonen goed werkgeverschap naar onze medewerkers Wat gaan we daarvoor doen? 1 We geven uitvoering aan het plan van aanpak verzuim dat in de tweede helft van 2022 is opgesteld. 2 We blijven de positie op de arbeidsmarkt versterken door een aantrekkelijke werkgever te zijn op het gebied van arbeidsvoorwaarden, ontwikkelmogelijkheden en passende regelruimte. 3 Het aantal garantiebaners in dienst van de gemeente wordt met 2 verhoogd en de mogelijkheden voor het in dienst nemen van medewerkers met een afstand tot de arbeidsmarkt verruimd. 4 Wij evalueren de regeling hybride werken. 5 Wij organiseren maandelijks leerbijeenkomsten voor het management in het kader van managementdevelopment en organisatieontwikkeling.
Pagina 81 van 184
Datum: 4 oktober 2022
Programmabegroting 2023-2026
Wat mag het kosten?
Rekening 2021
Begroting 2022
Begroting 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Bedrijfsvoering
50.863
52.789
55.612
55.956
57.228
58.358
Vastgoed
12.484
12.908
12.899
14.658
14.935
15.108
Totaal lasten
63.347
65.697
68.511
70.614
72.163
73.466
Bedrijfsvoering
2.737
1.775
1.827
1.858
1.889
1.934
Vastgoed
5.311
5.045
5.819
6.359
6.515
6.494
Totaal baten
8.048
6.819
7.646
8.218
8.404
8.428
-55.300
-58.878
-60.865
-62.396
-63.759
-65.038
-
-
212
-
-
-
763
66
352
-
10
10
-54.537
-58.812
-60.725
-62.396
-63.749
-65.028
Thema
Saldo van lasten en baten Storting in reserves Onttrekking aan reserves Totaal van het programma
De reservemutaties van dit programma worden toegelicht in de paragraaf reservemutaties. De investeringen van dit programma zijn opgenomen in paragraaf investeringen. Thema Bedrijfsvoering exclusief tractie Product
Bedrijfsvoering Rekening 2021
Begroting 2022
Begroting Begroting 2023 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Lasten
50.110
52.058
54.854
55.135
56.442
57.620
Baten
-2.725
-1.746
-1.797
-1.827
-1.857
-1.901
Saldo
-47.385
-50.313
-53.057
-53.308
-54.585
-55.719
De lasten en baten van programma bedrijfsvoering bestaan uit: • Directe personeelslasten • ICT en automatisering • Omgevingswet • Overige personeelsgerelateerde uitgaven (o.a. facilitair, arbo, kantine, archief) Personeel De personele lasten zijn met het indexpercentage van 3,3% verhoogd. Dit is in lijn met de verhoging in de septembercirculaire. Energie In verband met de energiecrisis zijn nieuwe energiecontracten afgesloten, die tot hogere kosten leiden. Conform de Bestuursrapportage 2022 zijn de energiekosten van gemeentelijke gebouwen structureel hoger begroot met ca. € 200.000. Gelet op de grote onzekerheid over de ontwikkeling van de tarieven hebben wij in de paragraaf Weerstandsvermogen een risico opgenomen. Aanpassingen zullen wij in de Bestuursrapportage 2023 of via de Technische wijzigingen aan u voorleggen. De energielasten voor het gemeentelijk vastgoed zijn opgenomen onder het thema Vastgoed. ICT, Automatisering en Facilitair Ten opzichte van 2022 stijgen de lasten met ca. € 590.000.
Pagina 82 van 184
Programmabegroting 2023-2026
De toegekende middelen uit de Kadernota 2022 voor intensiveringen Informatiebeveiliging van € 470.000 zijn verwerkt in de begroting. Dit is inclusief € 65.000 personeelskosten die zijn begroot binnen het afdelingsbudget Support. Tevens is extra budget begroot van € 80.000 voor extra kosten Informatievoorziening. De huidige verouderde telefooncentrale kan niet één op één vervangen worden omdat blijkt dat dit niet meer in deze vorm te koop is. In plaats hiervan is de huidige markt ingericht op het aanschaffen van licenties op een telefonieplatform wat leidt tot nieuwe en onvoorziene exploitatielasten. Wij verwachten dat wij gaan aansluiten bij de VNG aanbesteding voor telefonie. Daarnaast zijn de kapitaallasten toegenomen met € 110.000 als gevolg van investeringen uit de meerjarenplanning. Hiertegenover staat dat in 2022 incidentele kosten Informatiestrategie van € 150.000 in 2023 niet meer beschikbaar zijn. De overige verschillen betreft mutaties als gevolg van kleine budgetmutaties en indexeringen. Omgevingswet In de kadernota is €200.000 beschikbaar gesteld voor de Omgevingswet. Baten Als gevolg van technische correcties zijn de baten (doorbelastingen en verrekeningen) € 78.000 lager. Bijdrage BghU De ontwerpbegroting 2023 van de BghU laat voor de jaren 2023-2026 een lagere gemeentelijke bijdrage zien.
Dat is voornamelijk als gevolg van lagere kosten bedrijfsvoering, hierdoor daalt de deelnemersbijdrage mee. Per saldo betreft dit een voordeel van € 78.000 dat nu verwerkt wordt in de Begroting 2023 (zie ook raadsbesluit 2022-193). Personeelsbeheer Zoals in de Bestuursrapportage 2022 aangegeven verwachten we ook voor de komende jaren hogere kosten voor werving en selectie van personeel. Hoewel wij nog een aantrekkelijke werkgever zijn moeten we meer inspanningen doen om dat ook te blijven. Door de krappe arbeidsmarkt zijn vacatures steeds lastiger te vervullen. Hierdoor moeten we vaker externe bureaus inschakelen en gebruik maken van allerlei nieuwe en creatieve methoden om ons als werkgever goed te presenteren. We verwachten hierdoor structureel € 40.000 aan extra kosten per jaar. Inzet middelen Wet Open Overheid (WOO) In de meicirculaire 2021 heeft het Rijk extra middelen beschikbaar gesteld voor uitvoering van de Wet Open Overheid (WOO) welke per 1 mei 2022 in werking is getreden. Destijds waren deze middelen in de begroting verwerkt op de stelpost taakmutaties algemene uitkering. Sinds er een plan van aanpak ligt worden deze middelen toegevoegd aan het programma Bedrijfsvoering voor personele inzet en aanschaf en onderhoud van systemen. Voor 2022 is dit al verwerkt in de Bestuursrapportage 2022.
Het gaat hierbij om zowel incidentele als structurele middelen van € 163.000 voor 2023, oplopend tot € 226.000 voor 2026. Thema Tractie Product
Tractie Rekening 2021
Begroting 2022
Begroting Begroting 2023 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Lasten
753
731
758
821
787
737
Baten
-12
-29
-31
-31
-32
-33
Saldo
-741
-702
-728
-790
-755
-705
In 2023 stijgen de lasten door de verwerking van de indexering en een verhoging van de kapitaallasten voortvloeiend uit de investeringen (nieuwe tractiemiddelen conform Meerjaren Investeringsplanning MIP)).
Pagina 83 van 184
Datum: 4 oktober 2022
Programmabegroting 2023-2026
Thema Vastgoed Product
Sportaccommodaties Rekening 2021
Begroting 2022
Begroting Begroting 2023 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Lasten
2.440
2.260
2.332
3.008
3.120
3.191
Baten
-833
-874
-1.132
-929
-940
-963
Saldo
-1.606
-1.386
-1.200
-2.078
-2.180
-2.228
Lasten De lasten Sport zijn € 82.000 hoger en is voornamelijk het gevolg van indexering € 52.000, budgetneutrale verschuiving vanuit programma Vrije Tijd (€ 13.000) en mutaties kapitaallasten als gevolg van vervangingsinvesteringen MIP 2023 en rente-effecten lopende investeringen, waaronder Sportpark Parkhout (€ 17.000). Als gevolg van de aanbesteding van de kleed- en kantineaccommodatie voor de voetbal Sportpark Parkhout stijgen de investeringslasten met ca. € 850.000. Dit levert vanaf 2024 hogere kapitaallasten op van gemiddeld € 54.000, die in lijn met het raadsbesluit van 5 juli 2022 ten laste worden gebracht van de stelpost kapitaallasten inflatie. Baten De baten stijgen met € 257.000. Conform het raadsbesluit 2020-101 d.d. 28 mei 2020 wordt € 212.000 toegevoegd ten behoeve van de dekking kapitaallasten voor de aanleg van het parkeerterrein. Zie ook de toelichting reservemutaties. Het resterende verschil van € 45.000 betreft indexering van de baten. Product
Onderwijsgebouwen Rekening 2021
Begroting 2022
Begroting Begroting 2023 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Lasten
3.572
3.409
3.422
3.754
3.939
4.008
Baten
-1.315
-1.126
-1.169
-1.194
-1.211
-1.045
Saldo
-2.257
-2.284
-2.253
-2.560
-2.727
-2.963
Lasten Het product Onderwijs geeft per saldo een klein verschil ten opzichte van de begroting 2022, dat grotendeels bestaat uit aanpassingen budgetten in verband met inflatie en doorwerking kapitaallasten van investeringen. Baten De baten Onderwijs betreft in rekening gebrachte energiekosten, onderhoudskosten en verhuur kinderopvang. Deze zijn € 43.000 hoger als gevolg van de hierop toegepaste indexering. Product
Stadshuis Rekening 2021
Begroting 2022
Lasten
3.462
3.356
3.440
Baten
-1.164
-1.120
Saldo
-2.298
-2.235
Pagina 84 van 184
Begroting Begroting 2023 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
3.976
3.992
4.005
-1.173
-1.741
-1.793
-1.841
-2.267
-2.234
-2.199
-2.165
Programmabegroting 2023-2026
Lasten De lasten voor het Stadshuis stijgen per saldo met € 68.000. Dit is voornamelijk het gevolg van mutaties kapitaallasten van € 35.000. Het resterende verschil van € 33.000 betreft hogere lasten door indexering. Baten De toename van de baten 2023 voor het Stadshuis van € 38.000 betreft de geïndexeerde huur en servicekosten van de bestaande huurders. Met huurbaten van de nieuwe huurders na verbouwing van het Atrium is geen rekening gehouden, doordat de verbouwing van het Atrium is vertraagd. Product
Theater Rekening 2021
Begroting 2022
Begroting Begroting 2023 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Lasten
1.467
1.634
1.422
1.436
1.383
1.376
Baten
-1.597
-1.622
-1.703
-1.760
-1.818
-1.871
Saldo
130
-12
281
324
435
495
Lasten In de Bestuursrapportage 2022 is een extra storting in de voorziening Theater begroot. Dit geeft een verschil in de lasten ten opzichte van 2023 met € 200.000. Baten De hogere huurbaten zijn het gevolg van de toegepaste indexering met het percentage voor de gemeentelijke inkomsten. Dit geeft een hogere baat van € 80.000. Product
Overige accommodaties Rekening 2021
Begroting 2022
Begroting Begroting 2023 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Lasten
1.544
2.249
2.284
2.485
2.501
2.528
Baten
-401
-302
-643
-736
-753
-775
Saldo
-1.143
-1.947
-1.641
-1.749
-1.748
-1.753
Lasten De lasten zijn € 84.000 hoger, dit is voornamelijk het gevolg van de structurele raming van de huurlasten buurtplein Zuilenstein van € 100.000 (zie 1e Technische wijziging 2022), lagere kapitaallasten van € 75.000 door mutaties afschrijvingen en rente. Het resterende verschil van € 60.000 bestaat uit hogere publiekrechtelijke heffingen (€ 20.000) en een samenstel van diverse overige kosten ( 40.000). Baten De baten zijn € 340.000 hoger als gevolg van begrote huurbaten buurtplein Zuid (€ 266.000). Het resterende verschil van € 74.000 bestaat deels uit hogere huur door indexering en deels doordat er in 2023 geen rekening is gehouden met huurderving als gevolg van corona.
Pagina 85 van 184
Datum: 4 oktober 2022
Programmabegroting 2023-2026
Product
Reservemutaties Bedrijfsvoering Rekening 2021
Begroting 2022
Begroting Begroting 2023 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Lasten
0
0
212
0
0
0
Baten
-763
-66
-352
0
-10
-10
Saldo
763
66
140
0
10
10
Lasten Conform raadsbesluit 2020-101 d.d. 28 mei 2020 wordt € 212.000 toegevoegd aan de reserve dekking kapitaallasten Parkhout, voor dekking jaarlijkse kapitaallasten aanleg parkeerterrein Sportpark Zandveld. Baten In 2023 worden de salariskosten behoeve van de Erfgoeddeal ad € 52.000 gedekt uit de reserve Scholen en maatschappelijk vastgoed. Daarnaast wordt € 300.000 onttrokken conform raadsbesluit 4 maart 2021, rbs. 452 voor het krediet Verkeersmaatregelen MFA Doorslag (raadsbesluit 4 maart 2021, rbs. 542) en wordt toegevoegd aan het begrotingssaldo.
Pagina 86 van 184
Programmabegroting 2023-2026
2.7 Algemene dekkingsmiddelen Thema Algemene dekkingsmiddelen Algemene uitkering uit het gemeentefonds De algemene uitkering uit het gemeentefonds is veruit de grootste inkomstenbron van de gemeente. Het gemeentefonds wordt beheerd door het ministerie van Binnenlandse Zaken. Via een uitgebreid systeem van objectieve maatstaven wordt de algemene uitkering verdeeld over de gemeenten. Wij volgen de circulaires die door het ministerie in mei en september worden opgesteld en verwerken de ontwikkeling van de algemene uitkering, die daarin worden aangegeven, in de producten van de planning- en controlcyclus. De stand voor de begroting 2023 is gebaseerd op de septembercirculaire 2022, die op Prinsjesdag is verschenen. Zoals wij eerder hebben aangegeven, doen zich in 2023 een aantal grote veranderingen voor in de algemene uitkering en de verdeling daarvan over de gemeenten. Herijking gemeentefonds Het Rijk heeft besloten om met ingang van 2023 de herijking van het gemeentefonds door te voeren. Om tegemoet te komen aan de bezwaren die bij veel gemeenten leven, wordt de herijking vooralsnog alleen tot en met 2025 doorgevoerd. Het is de bedoeling dat in 2026 een nieuw stelsel voor de financiële verhouding tussen het Rijk en de gemeenten wordt ingevoerd (waarover hieronder meer). Nieuwegein is een gemeente met een fors nadelig effect.
Het effect van de herijking wordt niet in één keer doorgevoerd, maar via een ingroeipad. De gemeente ontvangt een suppletie-uitkering waardoor het nadelige effect voor 2023 gemaximeerd op € 7,50 per inwoner. Voor de jaren daarna komt daar steeds € 15 per inwoner per jaar bij. Wijziging normeringssystematiek Het Rijk heeft recent een aantal maatregelen genomen waardoor de normeringssystematiek met de koppeling aan de ontwikkeling van de netto-rijksuitgaven ("samen trap op en trap af") feitelijk is afgeschaft. In plaats daarvan wordt de algemene uitkering voortaan aangepast voor nominale en volume-effecten. Het nominale effect is een aanpassing van de uitkering voor loon- en prijsstijgingen. In tegenstelling tot het verleden wordt daarvoor nu een gewogen gemiddelde van de loon- en prijsstijgingen gebruikt. Dit is exclusief de doorwerking van de hogere stijgingen in 2022. De middelen die het Rijk toevoegt of uitneemt uit het gemeentefonds komen tot uitdrukking in het volume-effect. Anders dan in het verleden gaat dat niet meer op en neer met de rijksuitgaven. Dat geeft aan de ene kant meer stabiliteit doordat onderuitputting op de rijksuitgaven en eventuele ombuigingen niet meer automatisch worden verrekend met de algemene uitkering. Aan de andere kant gaat de algemene uitkering niet meer omhoog als bijvoorbeeld landelijk de zorgkosten stijgen.
Als dat komt door een stijgend beroep op de zorg moeten de gemeenten de gevolgen daarvan voor de eigen begroting nu zelf opvangen. Nieuwe financiële verhoudingen in 2026 De hierboven aangegeven wijziging van de normeringssystematiek is een tussenfase. Het Rijk wil met ingang van 2026 komen tot een nieuwe opzet van de financiële verhouding met de gemeenten. Daarbij wordt onder meer gedacht aan een uitbreiding van het belastinggebied van gemeenten. Dit wordt in de komende jaren verder uitgewerkt. Extra middelen jeugdzorg Uit een rapport van een onafhankelijke commissie is duidelijk geworden dat de middelen die de gemeenten voor de jeugdzorg krijgen, onvoldoende zijn voor een goede uitvoering van de taken. Het kabinet heeft daarop besloten om ook voor 2023 aanvullende middelen beschikbaar te stellen. Voor de jaren na 2023 moet daar formeel nog een besluit over genomen worden. Gezien deze onzekerheid hebben wij, net als vorig jaar, 75% van dit bedrag al in de meerjarenbegroting opgenomen. Groei van de stad De gemeente Nieuwegein kent voor de komende jaren een woningbouwopgave. Deze opgave leidt tot extra woningen en extra inwoners. Omdat de groei van het aantal woningen en daarmee het aantal inwoners hoger ligt dan gemiddeld in Nederland, leidt dit, via de verdeling van het Gemeentefonds, tot extra middelen uit datzelfde Gemeentefonds.
In de nota ‘Duurzaam financieel evenwicht – een tussenstand’ hebben wij aangegeven dat wij voorstellen om deze extra middelen
Pagina 87 van 184
Datum: 4 oktober 2022
Programmabegroting 2023-2026
toe te delen aan de verschillende beleidsterreinen. Hiermee zijn deze middelen beschikbaar voor een toenemend beroep op voorzieningen, die als gevolg van de groei ontstaat. Toepassing van de meest recente bevolkingsprognose op de berekening van het gemeentefonds leiden voor de maatstaven inwoners, woonruimten en omgevingsadressendichtheid tot een extra stijging van de algemene uitkering voor Nieuwegein, oplopend van ongeveer € 314.000 in 2023 naar € 758.000 in 2025. Hierin is ook rekening gehouden met 20% van de OZB-inkomsten van de extra woonruimten, het gedeelte dat voorlopig nog niet wordt verrekend via het Gemeentefonds. Door het ravijn in de algemene uitkering in 2026 en het daaruit resulterende tekort in de jaarschijf van de begroting, kan in dat jaar vooralsnog geen bijdrage aan Groei van de stad worden geraamd. Van deze bedragen willen wij 80% (€ 251.200 in 2023, oplopend tot € 590.400 in 2025) inzetten voor de meerkosten die als gevolg van de groei van de stad ontstaan, verdeeld op basis van de relatieve omvang van de programma's in de begroting, zoals voorgesteld in de kadernota 2023. In de eerste technische wijziging 2023 zullen wij de verdeling voor het komende jaar verwerken. Concreet gaat het daarbij om de volgende verdeling: Verdeling programma's 2023:
%
€
Bestuur & Dienstverlening
2,6%
6.600
Wonen & Economie
4.1%
10.200
Leefomgeving & Veiligheid
11.3%
28.500
Vrije Tijd
5.5%
13.800
VEKOB
33.5%
84.100
Bedrijfsvoering
43.0%
108.000
100,0%
251.200
Voor de jaren daarna zal de verdeling worden bepaald in de betreffende kadernota's. De overige 20% (€ 62.800 in 2023, oplopend tot € 147.600 in 2025) is beschikbaar voor het effect van de schaalsprong en het inlopen van achterstanden. Hierbij is voorgesteld dit deel vooral in te zetten voor investeringen in nieuwe voorzieningen en mobiliteitsaanpassingen die als gevolg van de groei noodzakelijk zijn. Hiervoor worden concrete voorstellen voor de inzet van deze middelen opgesteld. Lokale heffingen en treasury De ontwikkelingen met betrekking tot treasury en lokale heffingen worden nader toegelicht in de desbetreffende paragrafen. Wat betreft de indexering van de inkomsten wordt voor 2023 uitgegaan van een stijging van de opbrengsten met 5,7% (stand september). Dit percentage is inclusief de doorwerking van de gestegen inflatie in 2022. In combinatie met de hogere verwachte inflatie in 2023 komt de indexering van de tarieven veel hoger uit dan in eerdere jaren. Vennootschapsbelasting (vpb) Sinds 1 januari 2016 is de wet modernisering vennootschapsbelastingplicht voor overheidsondernemingen van kracht. Als een overheid (zoals de Gemeente Nieuwegein) dezelfde activiteit uitvoert als het bedrijfsleven, moet deze overheid sinds 2016 ook vennootschapsbelasting betalen als ze fiscale winst maakt.
Om te bepalen welke activiteiten vennootschapsbelastingplichtig zijn, hanteert de fiscus 3 criteria: • Deelname aan het economisch verkeer: kan de activiteit ook door een niet-overheid worden uitgevoerd? • Structureel creëren van een overschot: maakt de overheid meerdere jaren winst op deze onderdelen? • Organisatie van arbeid en kapitaal: zet de overheid voor deze onderdelen mensen en machines of gebouwen in? Voor wat betreft de vennootschapsbelasting wordt jaarlijks de te betalen belasting op de "winst" op de reclame-inkomsten van de gemeente in de begroting geraamd. Voor wat betreft de verwachte
Pagina 88 van 184
Programmabegroting 2023-2026
vennootschapsbelasting voor het grondbedrijf wordt jaarlijks aan de hand van de voorlopige aanslag een inschatting gemaakt. Deze wordt verwerkt in de bestuursrapportage.
Wat mag het kosten en wat ontvangt de gemeente? Rekening Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting 2020 2022 2023 2024 2025 2026
Algemene dekkingsmiddelen
Lasten
643
4.479
3.394
5.261
9.142
4.393
Totaal lasten
643
4.479
3.394
5.261
9.142
4.393
Baten
117.563
139.984
145.456
151.409
157.371
154.085
Totaal baten
117.563
139.984
145.456
151.409
157.371
154.085
Saldo van lasten en baten
116.920
135.505
142.062
146.148
148.229
149.692
Storting in reserves
3.831
35
427
425
425
425
Onttrekking aan reserves
7.451
4.409
2.898
2.909
3.348
3.445
148.632
151.152
152.712
Begroting Begroting 2023 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Totaal van het programma
Product
120.540
139.879
144.532
Algemene uitkering Rekening 2021
Begroting 2022
Lasten
0
0
0
0
0
0
Baten
-108.546
-118.866
-123.391
-128.646
-133.911
-129.961
Saldo
108.546
118.866
123.391
128.646
133.911
129.961
De raming van de algemene uitkering is gebaseerd op de stand van de septembercirculaire 2022. De belangrijkste ontwikkelingen hieruit zijn de volgende: Ontwikkeling algemene uitkering septembercirculaire 2022
2023
2024
2025
2026
Ontwikkeling accres (nominale ontwikkeling)
1.303
1.599
1.752
1.953
Beschikbaar voor indexeringen
-1.303
-1.599
-1.752
-1.953
Eenmalige rijksbijdrage 2026
3.090
Vervallen stelpost raming accres 2026
-6.000
Ontwikkeling uitkeringsbasis en -factor
869
Ontwikkeling maatstaven (m.n. bijstandsgerechtigden)
-20
260
474
596
Extra lasten uitvoering bijstand
0
-260
-474
-596
Taakmutaties
42
35
-99
-92
Besteden aan taakmutaties
-188
-156
-28
-28
Budgettair effect septembercirculaire
703
386
143
-2.826
Pagina 89 van 184
507
270
204
Datum: 4 oktober 2022
Programmabegroting 2023-2026
Ontwikkeling accres betreft de nominale ontwikkeling voor 2023. Conform de beleidslijn uit de kadernota wordt dit bedrag gereserveerd om de hogere lonen en prijzen te compenseren. Dit is verwerkt in de stelpost Beschikbaar voor indexering. Voor 2026 stelt het Rijk eenmalig een bedrag ter beschikking om het “ravijn” te verkleinen. Dit is echter lager dan het bedrag dat wij hebben geraamd bij voortzetting van het accres uit 2025. In de kadernota hebben we voorgesteld om daarvoor een stelpost op te nemen. Dit hebben wij echter niet op deze wijze in de begroting 2023 verwerkt. Door geen stelpost op te nemen wordt nu het tekort in de begroting 2026 na verwerking van de circulaire zichtbaar. In de uitwerking van de nieuwe financiële verhoudingen tussen het Rijk en de gemeenten vanaf 2026 zal duidelijk moeten worden op welke wijze deze teruggang in middelen uit het gemeentefonds opgevangen kan worden, bijvoorbeeld door meer inkomsten uit specifieke uitkeringen of uitbreiding van het gemeentelijk belastinggebied. De landelijke ontwikkeling van de maatstaven zorgt voor een forse aanpassing van de algemene uitkering. Dat komt vooral doordat de ontwikkeling van de WOZ-waarden in 2022 landelijk anders was dan geraamd.
Uit de septembercirculaire 2022 verwacht het CPB vanaf 2024 tot en met 2027 een jaarlijkse toename van het aantal uitkeringen, daar waar in de meicirculaire 2022 nog uit werd gegaan van een stabilisering. Dit leidt tot een stijging van de algemene uitkering op dit punt. Daar tegenover staat dat de uitvoeringskosten waarschijnlijk ook toe zullen nemen. Om die reden wordt voorgesteld dit bedrag voor dit doel te reserveren en niet ten gunste te laten komen van het saldo. De bijdrage van het Rijk voor de uitkeringen zelf worden via een andere systematiek (BUIGgelden) verdeeld. Er wordt een aantal bedragen toegevoegd aan de algemene uitkering voor taakmutaties. Het gaat hierbij om middelen voor inburgering en de wet Kwaliteitsborging bouw. Deze zijn aan de betreffende producten toegevoegd. Een aantal bedragen wordt in mindering gebracht op het sociaal domein. Gezien de ontwikkeling van de uitgaven is daar geen ruimte om de budgetten te verlagen. Deze zijn dan ook ten laste van het saldo gebracht. Product
Belastingen Rekening 2021
Begroting 2022
Begroting Begroting 2023 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Lasten
1.049
492
794
825
856
885
Baten
-20.435
-20.641
-21.750
-22.448
-23.145
-23.811
Saldo
19.386
20.149
20.956
21.623
22.289
22.925
De lasten betreffen de kosten van invordering door de BGHU (€ 675.000) en een inschatting van terug te ontvangen vennootschapsbelasting (€ 183.000). De baten bestaan voornamelijk uit opbrengsten OZB, parkeerbelasting en toeristenbelasting. Voor een toelichting op de baten wordt verwezen naar de paragraaf Lokale Heffingen.
Product
Nog te besteden middelen Rekening 2021
Begroting 2022
Lasten
0
2.511
2.047
Baten
0
0
Saldo
0
-2.511
Pagina 90 van 184
Begroting Begroting 2023 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
4.091
5.548
7.305
0
0
0
0
-2.047
-4.091
-5.548
-7.305
Programmabegroting 2023-2026
Het hier geraamde bedrag betreft de volgende stelposten: Overzicht stelposten (x € 1.000) Stelpost Onvoorzien
2023
2024 3 5 -
2026 3 5
3 5
132
134
136
-71 -
169 -
119 -
215 -
1.884
3.492
4.034
5.029 -
200 -
200 6 2
200 1.025
1.890
4.091
5.548
7.305
Stelpost Vernieuwingsopgave Stelpost Taakmutaties algemene uitkering
2025 3 5
Risicobuffer accresontwikkeling Beschikbaar voor indexeringen Raadsagenda / besteedbaar door de raad Stelpost kapitaallasten MIP 2.047
Stelpost onvoorzien: Dit is een bedrag van € 35.000 voor het opvangen van onvoorziene uitgaven. Stelpost Vernieuwingsopgave: Er is een stelpost gevormd van € 500.000 voor het opvangen van hogere kapitaallasten van een aantal langlopende projecten. Aangezien de extra kapitaallasten voor deze investeringen in het jaar na afronding gaan lopen, is dit budget opgenomen vanaf 2024. Inmiddels is voor een aantal investeringen gebruik gemaakt van deze stelpost. In deze begroting wordt voorgesteld een bedrag van € 54.000 vanwege hogere kapitaallasten door de hogere aanbesteding van SPZ ten laste van deze post te brengen. Stelpost Taakmutaties algemene uitkering: Op deze stelpost worden de middelen geraamd die door middel van taakmutaties aan de algemene uitkering worden toegevoegd of onttrokken en nog niet op de betreffende producten zijn verwerkt. Risicobuffer accresontwikkeling: Bij de kadernota hebben wij voorgesteld een buffer in te stellen voor het risico dat het extra accres in de algemene uitkering als gevolg onderuitputting van de rijksuitgaven lager uitvalt dan geraamd. Inmiddels heeft het kabinet besloten het volumedeel van het accres niet meer aan te passen voor ontwikkelingen in de rijksuitgaven. Dat betekent dat er geen risico meer is voor de gemeente bij onderuitputting bij het Rijk. De risicobuffer is niet meer noodzakelijk voor dit doel en is dan ook niet gevormd.
Beschikbaar voor indexeringen: Op dit moment is er sprake van een sterke toename ven de inflatie. De begrotingscijfers voor 2023 en verder zijn opgesteld op basis van de door het CPB verwacht inflatie en loonsomstijgingen. Met name de raming van de inflatie is inmiddels fors achterhaald. De extra middelen die als gevolg daarvan in de septembercirculaire zijn opgenomen, zijn vooralsnog verwerkt op deze stelpost. Afhankelijk van de plaats in de begroting waar ze benodigd zijn, kunnen deze in een P&C-document in 2023 worden verdeeld. De post Raadsagenda / besteedbaar door de raad zijn de middelen die in het coalitieakkoord voor dit doel beschikbaar zijn gesteld. Stelpost kapitaallasten MIP: Hierin is het bedrag opgenomen voor de kapitaallasten van de (vervangings)investeringen die in het meerjaren-investeringsplan (MIP) staan. Het gaat hierbij om toekomstige investeringen, waarover besluitvorming plaatsvindt bij de begroting van het desbetreffende jaar.
Pagina 91 van 184
Datum: 4 oktober 2022
Programmabegroting 2023-2026
Product
Treasury Rekening 2021
Begroting 2022
Begroting Begroting 2023 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Lasten
-197
-242
-153
-873
-1.509
-1.962
Baten
-501
-504
-343
-343
-343
-343
Saldo
698
746
496
1.216
1.851
2.304
In het afgelopen jaar zijn nieuwe geldleningen aangetrokken, waarvan de rente op dit moment nog niet kan worden toegerekend aan investeringen doordat investeringen later worden uitgevoerd dan gepland. Hierdoor is het treasuryresultaat lager dan in de begroting 2022. In de komende jaren neemt het resultaat toe doordat nieuwe investeringen worden gefinancierd met leningen met een lagere rente. Product
Resultaatbestemming Rekening 2021
Begroting 2022
Begroting Begroting 2023 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Lasten
0
1.718
706
1.219
4.246
-1.835
Baten
11.919
0
0
0
0
0
Saldo
-11.919
-1.718
-706
-1.219
-4.246
1.835
De ontwikkeling van het begrotingsresultaat is toegelicht in het financieel perspectief. Product
Overige algemene dekkingsmiddelen Rekening 2021
Begroting 2022
Lasten
-209
0
0
Baten
0
26
Saldo
209
-26
Product
Begroting Begroting 2023 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
0
0
0
27
28
28
29
-27
-28
-28
-29
Begroting 2025
Begroting 2026
Reservemutatie Algemene dekkingsmiddelen Rekening 2021
Begroting 2022
Begroting Begroting 2023 2024
Lasten
3.831
35
427
425
425
425
Baten
-7.451
-4.409
-2.898
-2.909
-3.348
-3.445
Saldo
3.620
4.374
2.471
2.485
2.923
3.020
Reserve Grondbedrijf: De storting in 2021 en volgende jaren heeft betrekking op het begrote resultaat van de grondexploitaties. Voor 2022 is er per saldo sprake van een onttrekking aan de reserve als gevolg
Pagina 92 van 184
Programmabegroting 2023-2026
van kosten voor het opstellen van een strategisch-ruimtelijke visie voor de A12-zone (€ 300.000) en het Integraal Ruimtelijk Perspectief en Programma (REP fase 4; € 70.000). Reserve kapitaallasten: Bij de begroting 2022 is deze reserve opnieuw opgezet, waardoor nu alleen nog de afschrijvingslasten van de onderliggende investeringen worden onttrokken. In het meerjarenperspectief daalt de onttrekking, doordat een van de onderliggende investeringen volledig is afgeschreven. Reserve nota kapitaalgoederen: Conform de nota kapitaalgoederen wordt het voordelig effect van de investeringen in de openbare ruimte als gevolg van de wijziging in de BBV gestort in de reserve nota kapitaalgoederen. De toename van de kapitaallasten als gevolg van de investeringen wordt middels een onttrekking aan deze reserve verwerkt. Door de toename van de kapitaallasten als gevolg van de investeringen is er vanaf 2023 per saldo sprake van een onttrekking aan deze reserve.
Pagina 93 van 184
Datum: 4 oktober 2022
Programmabegroting 2023-2026
3. Paragrafen 3.1 Lokale heffingen In deze paragraaf geven wij een overzicht van de geraamde inkomsten van de lokale heffingen en de beleidsuitgangspunten die wij hanteren voor de tarieven. Tevens wordt verduidelijkt hoe de tarieven tot stand komen, waarbij we het uitgangspunt hanteren dat de geraamde baten de lasten niet overstijgen. We schetsen het beeld van de lokale lastendruk en beschrijven het kwijtscheldingsbeleid. In de raadsvergadering van december krijgt u jaarlijks het tarievenvoorstel aangeboden, met de daarbij behorende belastingverordeningen. Daarin krijgt u, in één overzicht, een beeld van de ontwikkelingen, lastendruk en tariefswijzigingen van de belangrijkste belastingen en rechten. Dat voorstel is de technische uitwerking van de beleidskeuzes die in deze begroting worden voorgesteld. De raad heeft een grote vrijheid bij het vaststellen van belastingtarieven. Bij retributies mogen de geraamde inkomsten echter niet hoger zijn dan de geraamde uitgaven voor de desbetreffende dienst, winst maken is niet toegestaan. Bij sommige diensten, zoals een uittreksel van de burgerlijke stand of het behandelen van naturalisatieverzoeken gelden landelijke, wettelijk vastgelegde tarieven. In een aantal gevallen, zoals bij de afgifte van paspoorten en rijbewijzen, gelden maximumtarieven.
Voor deze begroting is het algemene uitgangspunt dat voor de meeste belastingen een inflatiecorrectie is toegepast van 5,7%. Dit percentage is inclusief de doorwerking van de gestegen inflatie in 2022. Voor de parkeerbelasting worden de uitgangspunten van de parkeerexploitatie gehanteerd (zie paragraaf 3.7), die is anders dan de rest van de begroting niet aangepast na de septembercirculaire. Voor de heffingen en rechten is kostendekkendheid van 100% het uitgangspunt. Dat past bij de stelling dat de gebruiker (dan wel vervuiler) betaalt, waardoor hogere lasten niet worden afgewenteld op de overige burgers. Een stijging van het tarief hangt dus samen met de stijging van de lasten. Onderstaande tabel geeft de opbrengsten uit de heffingen weer. Onder de tabel wordt dit nader toegelicht. Soort heffing Belastingen Onroerende-zaakbelasting Roerende-zaakbelasting Precariobelasting Parkeerbelasting Toeristenbelasting
Programma/ thema/product
Rekening 2021
Begroting 2022
Begroting 2023
Algemene dekkingsmiddelen Algemene dekkingsmiddelen Algemene dekkingsmiddelen Algemene dekkingsmiddelen Algemene dekkingsmiddelen Subtotaal belastingen
18.672
18.622
19.675
9
11
11
313
136
144
1.372
1.814
1.860
61
56
59
20.427
20.639
21.749
8.948
8.638
9.484
5.419
5.778
5.671
338
432
453
Aanpassing tarief
5,7% 5,7% 5,7% 4,9% 5,7%
Rechten Afvalstoffenheffing Rioolheffing Begraafrechten
Pagina 94 van 184
Leefomgeving en veiligheid, huisvuil Leefomgeving en veiligheid, riolering Leefomgeving en veiligheid, begraafplaatsen
2,5% 0% 4,9%
Programmabegroting 2023-2026
Soort heffing
Programma/ thema/product
WABO leges
Wonen en economie
Overige leges
diverse
Subtotaal rechten
Totaal
Rekening 2021
Begroting 2022
Begroting 2023
2.908
2.500
2.661
1.373
1.208
1.194
18.987
18.556
19.463
39.414
39.195
41.212
Aanpassing tarief 0% 5,7%
Onroerende Zaakbelasting (OZB) Wij stellen u voor om dit jaar de OZB-opbrengst met de inflatiecorrectie van 5,7% te verhogen. Elk jaar worden nieuwe taxatiewaarden gehanteerd, voor 2023 de waarden per 1 januari 2022. Op dit moment zijn de waardeontwikkelingen nog niet bekend, maar net als bij de vorige taxatierondes is het uitgangspunt dat deze herwaardering op zich geen invloed mag hebben op de totale te realiseren belastingopbrengst. Ook de belastingdruk tussen woningen enerzijds en niet-woningen anderzijds zal hierdoor niet wijzigen. Maar als gevolg van de hertaxatie kan de aanslag per object, afhankelijk van de waardeontwikkeling, natuurlijk wél meer of minder afwijken van het gemiddelde stijgingspercentage. Zoals in de Bestuursrapportage 2022 aangegeven zijn er ook voor de jaren 2023-2026 structurele nadelen te melden van € 51.000. Dit heeft te maken met het proactief overgaan tot ambtshalve vermindering van OZB-aanslagen voor garageboxen van een (hoger) niet-woningtarief naar een (lager) woningtarief. Hiertoe is besloten nadat de BghU in 2021 een bezwaar van een inwoner heeft afgehandeld waarin zijn (losstaande) garagebox, in lijn met de overige gemeentelijke deelnemers, niet langer als niet-woning is aangewezen, maar als woning.
Roerende Zaakbelasting Voor de roerende-zaakbelasting worden dezelfde uitgangspunten gehanteerd als bij de onroerendezaakbelastingen zodat ook hier een stijgingspercentage van 5,7% wordt toegepast.
Precariobelasting Het tarief wordt voor 2023 verhoogd met het inflatiepercentage van 5,7%.
Parkeerbelasting Het tarief voor de parkeerbelasting (het parkeren op straat) wordt verhoogd met een indexering van 4,9%. In december wordt het voorstel voor de parkeertarieven in 2023 aan uw raad voorgelegd.
Toeristenbelasting Het tarief wordt voor 2023 verhoogd met het inflatiepercentage.
Pagina 95 van 184
Datum: 4 oktober 2022
Programmabegroting 2023-2026
WABO-leges De tarieven van de bouwgerelateerde WABO-leges zijn sinds de laatste wijziging kostendekkend gemaakt en blijven voor het komende jaar ongewijzigd. Jaarlijks fluctueren de opbrengsten én de lasten, afhankelijk van de bouwprojecten die zich jaarlijks aandienen. Bovendien strekken de lasten bij grote bouwprojecten zich uit over meerdere jaren, terwijl we de baten daarvan in één jaar ontvangen. In verband met uitstel van intreding van de omgevingswet en de wet kwaliteitsborging voor het bouwen (wkb) is hierbij voorlopig nog uitgegaan van de oude uitgangspunten. De verwachte gevolgen van deze wetswijzigingen worden in kaart gebracht en ook financieel verwerkt zodra hier meer duidelijkheid over is. De reserve Wabo draagt bij aan de egalisatie van de baten en lasten. Op de tarieven passen we de inflatiecorrectie niet toe omdat in de bouwsom, die de grondslag is voor de leges, die indexatie al verwerkt is. Hierdoor stijgen de opbrengsten automatisch. De lasten die we maken voor de WABO bedragen €2.647.000. We verwachten evenveel opbrengst uit leges, zodat een onttrekking aan de WABO reserve in 2023 niet nodig is.
Afvalstoffenheffing De lasten van de afvalstoffeninzameling stijgen door een hogere bijdrage aan de RMN en de loonen prijsindexatie. Deze stijging kan grotendeels worden opgevangen door een groter areaal en een ontrekking aan de voorziening. Wat resteert is een benodigde tariefverhoging van 2,5%. Gezien de stand van de voorziening is een grotere tariefstijging niet nodig. Bij de berekening van het tarief voor afvalstoffenheffing wordt een differentiatie aangebracht tussen één- en meerpersoonshuishoudens omdat een deel van de kosten niet afhankelijk is van de omvang van het huishouden en een ander deel wel. Het tarief van een éénpersoonshuishouden bedraagt 70% van het tarief voor een meerpersoonshuishouden. Het tarief bedraagt in 2023 voor een meerpersoonshuishouden € 352 en voor een éénpersoonshuishouden € 247. Voor aanvullende diensten (zoals het hebben van een extra container) worden daarnaast apart kostendekkende tarieven in rekening gebracht. In onderstaande tabel wordt aangegeven welke lasten van welke taakvelden toegerekend worden aan het tarief en hoe dit in het tarief doorwerkt. Taakveld
Bedrag
Bedrag in heffing
7.864.800
287
7.3
Afval
2.1
Verkeer en vervoer
402.500
15
6.3
Inkomensregelingen
563.000
21
0.4
Overhead
298.000
11
0.64
Belastingen overig
138.000
5
399.000
15
Lasten totaal
9.665.300
352
Opbrengst afvalstoffenheffing
9.421.300
BTW
Ten laste van voorziening saldo
250.000 6.000
Kostendekkendheid
97,48%
Pagina 96 van 184
Programmabegroting 2023-2026
Rioolheffing De lasten voor riolering dalen doordat er minder incidentele middelen voor baggeren beschikbaar zijn. In 2022 wordt nog wel een voorstel gedaan om middelen over te hevelen als gevolg van vertraagde werkzaamheden. De lasten stijgen met 100.000 door extra werkzaamheden. De overige kosten stijgen in lijn met de indexering. De opbrengsten stijgen door een hoger areaal. Er is geen tariefsverhoging nodig. In 2023 is het tarief hiermee kostendekkend. Taakveld
Bedrag
7.2 Riolering
3.335.525
Bedrag in heffing 108
2.1 verkeer en Vervoer
825.700
28
6.3 Inkomensregelingen
299.200
10
0.4 Overhead
550.725
17
Belastingen overig
138.000
5
Btw
525.416
16
Lasten totaal
5.674.566
186
Opbrengst rioolheffing
5.724.300
toevoeging voorziening saldo
47.000 2.734
% kostendekkendheid
100,88%
Vanuit het principe de vervuiler betaalt, wordt de gebruiker van het perceel aangeslagen, niet de eigenaar. Er wordt een vastrecht geheven met daarnaast, bij een waterverbruik van jaarlijks meer dan 300 m³, een toeslag per m³ boven de 300m³. Dat betreft slechts enkele procenten van het totaal aantal aansluitingen. Om toch een eenvoudige differentiatie te kunnen aanbrengen bij de huishoudens wordt onderscheid gemaakt tussen één- en meerpersoonshuishoudens, waarbij het tarief van een éénpersoonshuishouden wordt gesteld op 70% van het tarief voor een meerpersoonshuishouden. Voor 2023 bedraagt het tarief voor een meerpersoonshuishouden € 186 en voor een éénpersoonshuishouden € 130.
Begraafrechten Er is geen tarievenegalisatievoorziening voor deze heffing. De voor- of nadelen komen direct ten gunste, dan wel ten laste, van de algemene middelen. Het tarief stijgt met een indexatie van 4,9% Kostendekkend product begraven
Bedrag
7.5 Begraafplaatsen en crematoria
273.000
0.4 Overhead
180.000
Totaal Lasten
453.000
Baten lijkbezorgingsrechten
453.000
Pagina 97 van 184
Datum: 4 oktober 2022
Programmabegroting 2023-2026
Kostendekkendheid
100%
Overige heffingen De tarieven van de overige heffingen worden voor 2023 verhoogd met het inflatiepercentage.
Kwijtschelding Kwijtschelding is mogelijk voor afvalstoffenheffing, rioolheffing, OZB en roerende-zaakbelastingen. We hanteren voor kwijtschelding de ruimst mogelijke landelijke normen van de VNG. Daarbij maken we zoveel als mogelijk gebruik van automatische kwijtschelding.
Vergelijking met andere gemeenten Regionale lastenontwikkeling In de onderstaande tabel treft u een vergelijking aan van de Nieuwegeinse tarieven 2023 met die van de omliggende gemeenten (jaar 2022). Hieruit blijkt dat rioolheffing en de OZB en de totale lokale lasten 2022 onder het landelijk gemiddelde lagen. De tarieven voor de afvalstoffenheffing liggen in 2023 hoger dan het gemiddelde in de regio over 2022. De voorstellen leiden tot een gemiddelde stijging van 3% van de lasten voor de inwoners van Nieuwegein. Overzicht tarieven woonlasten regiogemeenten Gemeente
Afvalstoffenheffing
Rioolrecht
OZB
1meer1meerpersoons persoons persoons persoons
Totaal lokale lasten 1meerpersoons persoons
Tarief 2023 Nieuwegein
247
352
130
186
263
640
801
Nieuwegein IJsselstein
241 190
344 365
130 140
186 294
249 260
620 590
779 919
Houten Utrecht
186 295
316 345
87 228
148 228
389 260
662 783
853 833
Vijfheerenlanden Lopik
273 260
343 310
216 178
216 302
320 471
809 909
879 1083
Bunnik Zeist
189 268
321 392
218 178
218 178
562 266
969 712
1101 836
De Bilt Woerden
160 208
310 243
158 234
216 234
459 416
777 858
985 893
Baarn Soest
282 230
393 256
238 206
238 206
390 293
910 729
1021 755
Stichtse Vecht
213
323
184
249
365
762
937
Gemiddeld 2022 regio
214
304
171
208
336
721
848
Gemiddeld 2022 landelijk
245
305
186
201
303
733
810
Tarief 2022
Pagina 98 van 184
Programmabegroting 2023-2026
Bron: waar staat je gemeente / www.coelo.nl
3.2 Financiering In deze financieringsparagraaf behandelen wij de voornemens voor 2023 op het gebied van het treasurybeleid. Wij gaan onder andere in op de belangrijkste ontwikkelingen en de beleidsvoornemens, de interne rekenrente, de verwachte financieringsbehoefte, de stand van de leningenportefeuille en het risicoprofiel. Wettelijk kader De uitvoering van de gemeentelijke financieringsfunctie vindt plaats binnen de kaders die gesteld zijn in de Wet financiering decentrale overheden (Wet fido), de Regeling uitzettingen en derivaten decentrale overheden (Ruddo en de wet Houdbare overheidsfinanciering (wet Hof) . In de Wet fido staat risicobeheersing en transparantie centraal. Risicobeheersing richt zich op renterisico's, kredietrisico's en valutarisico's (de laatste twee risico's zijn voor de gemeente Nieuwegein nauwelijks of niet van toepassing). De transparantie komt tot uitdrukking in de voorschriften voor een verplicht financieringsstatuut en een financieringsparagraaf in de begroting en in de jaarrekening. De Ruddo beperkt zich tot regelgeving omtrent het uitzetten van gelden. De wet Hof bewaakt de hoogte van de schulden van de totale nederlandse overheid. De financiele positie van gemeenten wordt ook meenomen in deze landelijke positie.