CConstaterende datNieuwegein
Koppel je AI →
Document · PDF

2022-315 Bijlage 4 BP Structuurbaan_TOELICHTING.pdf

Raadsvergadering 13 oktober 2022, gemeente NieuwegeinBij agendapunt: Voorstel over vaststelling van het bestemmingsplan Structuurbaan22.739 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Water

4.10.1

Inleiding

Water en ruimtelijke ordening hebben veel met elkaar te maken. Aan de ene kant is water één van de sturende principes in de ruimtelijke ordening en kan daarmee beperkingen opleggen aan het ruimtegebruik zoals locaties voor stadsuitbreiding. Aan de andere kant kunnen ontwikkelingen in het ruimtegebruik ongewenste effecten hebben op de waterhuishouding. Op Europees en nationaal niveau heeft water een eigen plaats gekregen in de ruimtelijke besluitvorming via de verplichte 'watertoets'. Een watertoets geeft aan wat de gevolgen zijn van een ruimtelijk plan voor de waterhuishouding in het betreffende gebied. Zo'n waterparagraaf moet sinds 1 januari 2003 worden opgenomen in de toelichting bij ruimtelijke plannen. Doel van de watertoets is de relatie tussen planvorming op het gebied van de ruimtelijke ordening en de waterhuishouding te versterken. Een watertoets is verplicht als het gaat om een functieverandering en/of bestemmingswijziging. Op basis van informatie en randvoorwaarden vanuit waterbeheerder, het waterbeleid en relevante bodemgegevens worden de verschillende wateraspecten uitgewerkt in een waterparagraaf. De waterparagraaf beschrijft het huidige watersysteem alsmede de mogelijkheden en randvoorwaarden voor het toekomstig watersysteem. De waterparagraaf wordt afgestemd met de waterbeheerder. 4.10.2

Beleidskader

Op verschillende bestuursniveaus zijn de afgelopen jaren beleidsnota's verschenen aangaande de waterhuishouding. Deze paragraaf geeft een overzicht van de voor onderhavige ontwikkeling relevante nota's. Europa Met ingang van december 2000 is de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) van kracht geworden. In het

Nieuwegein - Structuurbaan

46

kader van de Kaderrichtlijn worden kwaliteitseisen gesteld, gericht op het beschermen en verbeteren van de aquatische ecosystemen (verplichting per stroomgebied). Deze richtlijn stelt als norm dat oppervlaktewateren binnen 15 jaar na inwerkingtreding moeten voldoen aan een 'goede ecologische' toestand (GET). Voor kunstmatige wateren, zoals de meeste stadswateren, geldt dat de oppervlaktewateren minimaal moeten voldoen aan een 'goed ecologisch potentieel' (GEP). Inmiddels zijn de GEP-normen per stroomgebied uitgewerkt. Rijk De Waterwet, die in werking is getreden in 2009, regelt het beheer van oppervlaktewater en grondwater, en verbetert ook de samenhang tussen waterbeleid en ruimtelijke ordening. Op grond van deze wet moeten de provincies één of meer regionale waterplannen vaststellen die wat betreft de ruimtelijke aspecten de status van provinciale structuurvisie hebben. De Waterwet schrijft eveneens voor dat elke zes jaar een nieuw Nationaal Waterplan uitgebracht wordt. Op 10 december 2015 is het Nationaal Waterplan 2 (NWP2) vastgesteld. Het NWP2 is opgesteld vanuit het perspectief om een nationale Omgevingsvisie te ontwikkelen richting 2018 conform de Omgevingswet in wording. Het NWP2 geeft de hoofdlijnen, principes en richting van het nationale waterbeleid in de planperiode 2016-2021, met een vooruitblik richting 2050.

Met dit NWP2 zet het kabinet een volgende ambitieuze stap in het robuust en toekomstgericht inrichten van ons watersysteem, gericht op een goede bescherming tegen overstromingen, het voorkomen van wateroverlast en droogte en het bereiken van een goede waterkwaliteit en een gezond ecosysteem als basis voor welzijn en welvaart. Het beleid en de maatregelen in het nieuwe Nationaal Waterplan dragen bij aan het vergroten van het waterbewustzijn in Nederland. Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden 'waterkoers 2016-2021' Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden heeft zijn digitale waterbeheerplan, getiteld ' Waterkoers 2016 - 2021', vastgesteld. Hierin legt het waterschap zijn koers voor de komende zes jaar op hoofdlijnen vast. De Waterkoers 2016 - 2021 is een omslag in denken. Het is niet meer vanzelfsprekend dat het waterschap alles wat met water te maken heeft, zelf oppakt, bepaalt of betaalt. Het motto is van 'zorgen voor' naar 'samen doen'. De Waterkoers beschrijft de opgaven en de werkwijze van het waterschap. De Waterkoers bevat bewust géén maatregelen. Welke maatregelen het waterschap waar en hoe het beste op zal pakken, bepalen ze samen met de gebiedspartners. Met andere woorden: de uitwerking van de Waterkoers gebeurt via gebiedsprocessen, beleids- en uitvoeringsplannen en grote projecten van waterschap en partners.

Omgevingsvisie Nieuwegein Op 1 november 2020 is de ontwerp Omgevingsvisie van de gemeente Nieuwegein ter inzage gelegd. Op moment van schrijven is de Omgevingsvisie nog niet definitief vastgesteld. Wél geeft de Omgevingsvisie vooruitlopend op vaststelling de ruimtelijke ambities van de gemeente Nieuwegein weer voor de middellange termijn. De planlocatie aan de Structuurbaan is aangemerkt als potentiele woningbouwlocatie tussen 2017 en 2030. Met het planvoornemen om woningen te ontwikkelen op deze locatie wordt, vooruitlopend op de vaststelling van de visie, ingespeeld op de ambitie van de gemeente Nieuwegein om op deze locatie woningbouw te ontwikkelen.

Nieuwegein - Structuurbaan

47

Figuur: Themakaart Omgevingsvisie met aanduiding woningbouwlocaties. (bron: gemeente Nieuwegein) 4.10.3

Watertoets

Bij een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling is het standstil beginsel een minimale voorwaarde. Dit beginsel houdt in dat er door de ontwikkeling geen verslechtering van de waterhuishouding ontstaat. Om het voornemen te toetsen aan het waterbeleid, is de watertoets uitgevoerd. Het resultaat is als Bijlage 16 bijgevoegd. Op basis van de watertoets blijkt dat de ruimtelijke ontwikkeling van woningbouw aan de Structuurbaan in de gemeente Nieuwegein, weliswaar gevolgen heeft voor water, maar dat voldoende kan worden vastgesteld dat het plan voldoet aan de belangrijkste minimale voorwaarde van het waterschap: "het standstil beginsel". Voor het plan is het watertoetsproces doorlopen waar gekeken is naar de specifieke waterkansen en -knelpunten van het voornemen. Deze waterparagraaf geeft de uitkomst weer van het watertoetsproces. 4.10.3.1

Waterveiligheid

De planlocatie is gelegen ten westen van het Amsterdam-Rijnkanaal, nabij de plek waar het kanaal zich splitst in het Lekkanaal en het Amsterdam-Rijnkanaal. Ten oosten van de planlocatie is daartoe een waterkering gesitueerd. Deze is gecategoriseerd als regionale waterkering (genormeerd). Het identificatienummer van de kering is 15/44, het beheer wordt uitgevoerd door Rijkswaterstaat.

Nieuwegein - Structuurbaan

48

Figuur: Overzicht waterkeringen. (bron: HDSR) 4.10.3.2

Watersysteem: Peilgebieden en oppervlaktewater huidig watersysteem

Het plangebied ligt in een peilgebied met een vast waterpeil van + 0,44 NAP. Binnen het plangebied is een tertiaire watergang aanwezig. Ten zuiden van het plangebied ligt een primaire watergang.

Figuur: Overzicht watersysteem met aanduiding planlocatie. (bron: HDSR) De bestaande waterlopen in het gebied worden gehandhaafd en dragen bij aan de ontwatering van het gebied zoals ook verder zal worden uitgewerkt in het ontwerp-watersysteem. 4.10.3.3

Ambitie klimaatadapatie

In het plan is geen sprake van een toename aan verhard oppervlak. Het uitgangspunt van het beleid van de gemeente Nieuwegein bij nieuwbouw, herstructurering en renovatie is dat een plangebied op lokaal niveau extreme buien kan verwerken. De ambitie is onder andere om in het gebied of op het perceel minimaal 20 mm (en ambitie 45 mm) vast te houden en te infiltreren. Om te bepalen op welke manier waterpeilstijging kan worden voorkomen en/of worden gecompenseerd, dient een overzicht te worden gemaakt van de bestaande oppervlakten en de toekomstige oppervlakten wat betreft verharding / halfverharding of geen verharding.

Onderdeel

Nieuwegein - Structuurbaan

Huidige situatie

Toekom stige situatie

Toenam e (on)verhard

49

Onverhard (groen)

10.913 m2

8.150 m2

9.351 m2

± 1.201 m2

- 3.602 m2 - 192 m2

- Straat - Parkeervakken niet w aterdoorlatend - Dakoppervlakte - Tuinen (w aarvan inritten verhard en 60% verharde tuinen, 40% onverhard) Totaal

- 1.201 m2

- 1.183 m2 - 1.730 m2 - 5.997 m2 - 802 m2

- Wadi - Tuinen (40% onverhard) - Openbaar groen - Parkeervakken w aterdoorlatend Terreinverharding

9.712 m2

- 2.749 m2 - 3.348 m2

19.063 m 2

19.063 m 2

± 1.201 m 2

Figuur: Overzicht toename verhard oppervlak Ad A. Voorkomen versnelde afvoer door infiltratievoorzieningen Bij het berekenen van de bergingscapaciteit voor infiltratievoorzieningen is de minimale ontwerp voorwaarde 45 mm per m2 nieuw verhard oppervlak. Dit komt neer op het realiseren van een bergingscapaciteit 0,045 x 9351 = 421 m3. De totale waterbergingscapaciteit door middel van de planvorming bedraagt 446 m3 (zie ook de berekening in Bijlage 16). De bergingseis van 20 mm per m2 nieuw verhard oppervlak wordt logischerwijs eveneens gehaald aangezien dit 0,020 x 9351 = 187 m3 bedraagt. Het waterschap adviseert om de mogelijkheden voor de aanleg van parkeervoorzieningen halfverharding (bijvoorbeeld grasbetontegels) te gebruiken. Hierbij dient wel rekening te houden met de infiltratiecapaciteit van de bodem (bijvoorbeeld door het aanbrengen van een zandlaag als onderlaag). Er zal sowieso voor 802 m2 aan waterdoorlatende parkeerplaatsen worden aangelegd. Er worden verschillende wadi's aangelegd met een totale oppervlakte van 1.183 m2 en diepte van 0,40m ten behoeve van de waterhuishouding in het gebied. Er wordt daarmee 417 m3 waterberging gerealiseerd.

Tevens is er een berekening gemaakt door Cicom & Copier voor het ruimtebeslag van de Wadi's in relatie tot de capaciteit ten aanzien van regenbuien van verschillende omvang (20mm & 45mm), deze is opgenomen als Bijlage 16 bij deze waterparagraaf. In de navolgende afbeelding is het plangebied opgenomen met daarbij de verschillende deelgebieden, positionering van de wadi's in het kader van de stedenbouwkundige uitwerking. De wadi's worden in overleg met de afdeling beheer van de gemeente eventueel van beplanting voorzien. Ad B. Compensatie door graven van extra waterberging De watergang aan de westzijde van het plangebied wordt ontgraven tot een breedte van 3 meter. Hierbij wordt 95 m2 extra wateroppervlak gerealiseerd. Met een pijlstijging van 0,3 meter wordt er extra waterberging gerealiseerd voor zo'n 28,5 m3 water.

Nieuwegein - Structuurbaan

50

Figuur: Deelgebieden met uitgewerkte voorgenomen ontwikkeling. (bron: Aalbers projectontwikkeling) Voor deelgebied A geldt dat de Wadi ter plaatse over genoeg capaciteit beschikt om een bui van 20 en 45 mm op te vangen. Eens per zoveel tijd kan er ook een bui >45mm voorkomen. Om dit scenario in kaart te brengen is in de berekeningen van C&C ook een scenario voor een bui van 80mm opgenomen. Overstort van deze wadi in het geval van een 80mm bui (+-44m3) komt uit op de watergang. Voor deelgebied B geldt dat er te weinig ruimte is om een voldoende grote Wadi te realiseren. Hierdoor wordt een overstort naar de bestaande watergang gerealiseerd. Bij een bui van 20mm zal +/- 18 m3 water via een goot overstorten naar de watergang. Bij een bui van 45 mm bedraagt dit +/- 73m3. Bij een bui van 80mm zal er +/- 150 m3 worden overgestort. Voor deelgebied C geldt dat de wadi ter plaatse over genoeg capaciteit beschikt om een bui van 20 mm op te vangen. Een bui van 45mm stort 52 m3 over naar het oppervlaktewater. Bij een bui van 80mm is dit +/-132 m3. Deelgebied D heeft voldoende capaciteit om een bui van 20 en 45mm op te vangen. Bij een bui van 80mm (eens in de honderd jaar) zal er +/- 7 m3 hemelwater tijdelijk in het park en op de parkeervlakken blijven staan.

Nieuwegein - Structuurbaan

51

4.10.3.4

Omgang hemelwater en waterkwaliteit

Het hemelwater wordt op advies van het waterschap in het plan zoveel als mogelijk zichtbaar afgevoerd, bovengronds via open goten. Hierdoor wordt bespaard op de (beheer)kosten voor de aanleg van een regenwaterbuis (HWAriool). Ook vergroten de open goten de beleving van water. Om vervuiling van afstromend hemelwater en verslechtering van de waterkwaliteit te voorkomen, wordt door het waterschap geadviseerd geen uitlogende bouwmaterialen (zoals zink, lood en koper) toe te passen. Initiatiefnemer geeft aan dat er enkel zink wordt toegepast voor de HWA. 4.10.3.5

Riolering en grondwater

Riolering Het vuilwater wordt aangesloten op het bestaande rioleringssysteem, conform het gemeentelijk beleid. Grondwater Ten aanzien van het plan dient te worden berekend in welke mate de ontwikkeling passend is binnen de eisen van HDSR en de gemeente Nieuwegein in het kader van de ontwateringsdiepte en droogleggingseisen. Om dat te concretiseren zijn diverse beleidsstukken geraadpleegd zoals het gemeentelijk rioleringsplan. Van belang zijn in ieder geval de begrippen drooglegging en ontwateringsdiepte. In de onderstaande figuur is weergegeven wat hiermee wordt bedoeld.

Figuur: Drooglegging en ontwateringsdiepte t.o.v. het maaiveld. (bron: gemeente Nieuwegein) Uitgangspunt is na overleg met het bevoegd gezag dat de gemeente Nieuwegein een droogleggingseis van 1,35 meter hanteert. Wat betreft de ontwateringsdiepte wordt verwezen naar de tabel zoals opgenomen in het gemeentelijk rioleringsplan en onderstaand ingevoegd.

Nieuwegein - Structuurbaan

52

Figuur: Maximale grondwaterstanden t.o.v. het vloerpeil van functies. (bron: gemeente Nieuwegein). Qua situatie op de planlocatie wordt als uitgangspunt het volgende aangehouden. In de huidige situatie kent de planlocatie een variërende maaiveldhoogte van om en nabij + 1,80 NAP. Het maaiveld varieert tussen de +1,60 NAP op het laagste punt tot + 2,10 NAP op het hoogste punt. Omdat initiatiefnemer niet voornemens is het plangebied te egaliseren door middel van ophoging is afstroomprincipe gecreëerd zodat het water ondanks de hoogteverschillen op een veilige en verantwoorde manier zijn weg richting de waterafvoerkanalen vindt. Dit afstroomprincipe is in de onderstaande afbeelding weergegeven. Onder de weg zal een dam met duiker worden gerealiseerd met een diameter van ten minste 600 mm.

Nieuwegein - Structuurbaan

53

Figuur: Kaart met plangebied en afstroomprincipes. (bron: Aalbers projectontwikkeling) Daarnaast is het van belang dat er kan worden voldaan aan de droogleggingseisen van de gemeente Nieuwegein en de maximale grondwaterstanden ten opzichte van het vloerpeil en de wegas zoals opgenomen door het waterschap HDSR. Op de planlocatie wordt een vast waterpeil van + 0,44 NAP gehanteerd. De drooglegging voor de planlocatie beslaat, uitgaande van een maaiveld dat gelegen is op + 1,80 NAP, 1,36 meter. Daarmee wordt aan de droogleggingseis van de gemeente Nieuwegein voldaan. Ten aanzien van de ontwateringsdiepte in relatie tot de grondwaterstand wordt uitgegaan van de eisen zoals weergegeven in figuur 6. Uitgangspunt is dat de toekomstige bebouwing geen kruipruimtes heeft. De maximale grondwaterstand dient dan 0,5 meter onder het vloerpeil te bedragen. Voor tuinen geldt dat de maximale grondwaterstand 0,5 meter onder het maaiveld dient te bedragen. Voor wegen (secundair) dient het grondwater maximaal tot 0,7 meter onder de wegas te reiken. Daarbij is het van belang te benoemen dat HDSR adviseert het vloerpeil van de wegen minimaal 15 cm lager aan te leggen t.o.v. het vloerpeil van de woningen. Uitgangspunt voor de woningen is dat het vloerpeil om en nabij 20 centimeter boven het maaiveld gesitueerd zal zijn. Het peil van de tuinen en de wegen bevindt zich op het maaiveld.

Op basis van het nabijgelegen meetpunt van het grondwatermeetnet wordt geconcludeerd dat het grondwater op en nabij de planlocatie seizoensgebonden fluctueert tussen de + 0,00 NAP en - 0,25 NAP. De tuinen en wegen dienen dan op ten minste + 0,70 NAP te liggen. Gezien de ligging van de

Nieuwegein - Structuurbaan

54

tuinen op het maaiveld van gemiddeld +1,80 NAP, wordt hier ruimschoots aan voldaan. 4.10.3.6

Watergangen

De bestaande tertiaire watergang worden verbreed tot 3 meter op de waterlijn waarmee tevens 29 m3 extra waterberging wordt gerealiseerd. Om het onderhoud van de sloot beheersbaar te houden blijft het eigendom van de tertiaire sloot in handen van een eigenaar. De tertiaire watergang wordt middels een dam met duiker (met een diameter van 800 mm) verbonden met de primaire watergang. De oever aan de zijde van de tuinen krijgt een uniforme uitstraling in de vorm van een beschoeiing. Vanwege onderhoud van de watergang worden constructies (zoals steigers) op voorhand uitgesloten via borging in de koopovereenkomst. Wat betreft het onderhoud van de watergang wordt het onderhoud en buitengewoon onderhoud voor de eigenaar. Dit wordt ook als zodanig opgenomen in de legger. De gemeente Nieuwegein neemt de sloot mee in het baggerplan voor tertiaire watergangen.

Figuur: Principeprofiel van de bestaande en nieuwe situatie watergang (bron: Cicom en Copier) 4.10.4

Conclusie

Vanuit het aspect water zijn er geen belemmeringen voor onderhavig initiatief. Er zal door de uitvoering van het plan een goeie balans tussen verhard en onverhard oppervlak worden gerealiseerd. Water krijgt ruimbaan in het planvoornemen door middel van het toevoegen van een groot oppervlak aan wadi's. Tevens is rekening gehouden met de verschillende peilhoogten in het plangebied. Er wordt voldaan aan de droogleggingseisen vanuit het waterschap De Stichtse Rijnlanden en de gemeente Nieuwgein. 4.11

Windhinder

4.11.1

Wettelijk kader

Van windhinder is sprake als gedurende een te groot aantal uren per jaar een bepaalde windsnelheid wordt overschreden. Hoogbouw kan hierbij invloed hebben op het windklimaat. Bij de beoordeling van de kans dat de hogere windsnelheden kunnen leiden tot hinder (conform de norm NEN 8100: Windhinder en windgevaar in de gebouwde omgeving) wordt gekeken naar het aantal uur per jaar dat deze snelheden op kunnen treden in combinatie met het gebruik van het te beoordelen gebied. De NEN 8100 geeft aan wanneer er aanleiding is om onderzoek te doen naar windhinder. Onderzoek naar windhinder is noodzakelijk bij een bouwhoogte van meer dan 30 meter.

Nieuwegein - Structuurbaan

55

4.11.2

Beoordeling

Bij de voorgenomen (her)ontwikkeling van de Structuurbaan is in het nieuwbouwdeel sprake van één nieuw hoogbouw-accent van circa 15 meter. Omdat het hoogteaccent hoogstens 15 meter bedraagt, is volgens de NEN 8100 niet direct een onderzoek nodig om te bepalen in hoeverre er een kans bestaat dat windhinder optreedt. 4.11.3

Conclusie

Het aspect windhinder vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling. 4.12

M.e.r.-beoordeling

4.12.1

Wettelijk kader

In de Besluit milieueffectrapportage is opgenomen dat op basis van selectiecriteria vastgesteld dient te worden of de activiteit belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zal hebben of niet. Onderdeel D van de bijlage bevat activiteiten, plannen en besluiten waarvoor het maken van een m.e.r.-beoordeling verplicht is. Voor elke activiteit die genoemd wordt in kolom 1 van onderdeel D van het Besluit m.e.r. moet beoordeeld worden of er sprake is van (mogelijke) nadelige milieugevolgen. Voor activiteiten die onder de drempelwaarde zoals genoemd in kolom 2 van onderdeel D vallen, volstaat een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Deze motivering dient qua inhoud aan te sluiten bij de m.e.r.-beoordeling, maar heeft geen vormvereisten. Voorliggend initiatief kan gezien worden als 'stedelijk ontwikkelingsproject' (D 11.2). De gewenste ontwikkeling blijft ruim onder de drempelwaarde van 2.000 woningen, waardoor een vormvrije m.e.r.-beoordeling volstaat. In een vormvrije m.e.r.-beoordeling dient aandacht te worden besteed aan drie criteria die zijn opgenomen in Bijlage III van de Europese richtlijn 'betreffende milieubeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten'. Dit zijn achtereenvolgens de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van het potentiële effect. 4.12.2

Vormvrije m.e.r.-beoordeling

Kenmerk en van het project Het project betreft het omzetten van een bedrijfsbestemming naar een woonbestemming. De bedrijf bestemming is niet langer gewenst mede doordat er geen bedrijf is gevestigd in de huidige bebouwing, de bedrijfsvoering is verplaatst, er bevinden zich twee loodsen op de locatie, die worden gedeeltelijk gebruikt voor opslag. Plaats van het project Het project vindt plaatst aan de Structuurbaan in Nieuwegein. In de directe omgeving bevinden zich voornamelijk andere woonhuizen gemengd met bedrijven, allen in een sterk stedelijk gebied volgens het CBS. Kenmerk en van het potentiële effect Bij onderhavig initiatief zijn geen gevolgen aanwezig. Op basis van de resultaten van het bodemonderzoek blijkt er vanuit het aspect bodem gesaneerd dient te worden, verder zijn er geen belemmeringen voor onderhavig initiatief. Er kan vanuit de flora- en faunaregelgeving geconcludeerd worden dat er geen beperkingen worden opgelegd aan onderhavig initiatief. Voor het tegengaan van effecten zijn mitigerende en compenserende maatregelen in de vorm van het aanbieden van minimaal 2 (geschikte) alternatieve nestplaatsen noodzakelijk. Middels de stikstofdepositieberekening is aangetoond dat er geen rekenresultaten gevonden zijn hoger dan 0,00 mol/ha/jaar. Onderdeel van het plan is het wegnemen van bedrijvigheid in het gebied.

Nieuwegein - Structuurbaan

56

4.12.3

Conclusie

De kenmerken, plaats en potentiële effecten van de ontwikkeling geven op basis van het voorgaande geen aanleiding dat er milieugevolgen te verwachten die het nodig maken om een m.e.r-procedure te doorlopen. De realisatie van 25 woningen en 27 appartementen wordt gezien als een 'stedelijk ontwikkelingsproject' (D 11.2), waarvoor een vormvrije m.e.r.-beoordeling noodzakelijk is. Het m.e.r.-beoordelingsbesluit dient separaat aan de bestemmingsplanprocedure doorlopen worden. De aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling is bijgevoegd in Bijlage 17.

Nieuwegein - Structuurbaan

57

Hoofdstuk 5 5.1

Juridische planbeschrijving

Inleiding

In een bestemmingsplan zijn de bouw- en gebruiksmogelijkheden voor een bepaald gebied opgenomen. Het onderhavige bestemmingsplan regelt de inrichting van het gebied op hoofdlijnen door de gronden te beleggen met een bestemming. Het juridische deel van het bestemmingsplan bestaat uit de verbeelding (kaart) in samenhang met de regels. In dit hoofdstuk wordt het juridische deel van het bestemmingsplan nader toegelicht. De regels en verbeelding zijn opgesteld conform de RO-standaarden 2012, waarbij in het bijzonder het IMRO 2012 (Informatiemodel Ruimtelijke Ordening) en de SVBP 2012 (Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen) van belang zijn. Voor de regels is aansluiting gezocht bij het vigerende bestemmingsplan 'Structuurbaan 30 en achterterrein' en 'Plettenburg-De Wiers 2009'. Het bestemmingsplan 'Nieuwegein - Structuurbaan' bestaat uit een verbeelding, regels en een toelichting. De verbeelding en de regels tezamen vormen het juridisch bindende deel van het plan. Verbeelding en regels dienen te allen tijde in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast. Op de verbeelding krijgen alle gronden binnen het plangebied een bestemming. Binnen een bestemming kunnen nadere aanduidingen zijn aangegeven. De juridische betekenis van deze bestemmingen en aanduidingen zijn terug te vinden in de regels.

Een gedeelte van de informatie op de verbeelding heeft geen juridisch betekenis, maar is slechts opgenomen om de leesbaarheid van en oriëntatie op de verbeelding te vergroten, zoals een kadastrale/BGT ondergrond. Alle letters, aanduidingen en lijnen worden verklaard in de legenda op de verbeelding. De regels bepalen de gebruiksmogelijkheden van de gronden binnen het plangebied en geven tevens de bouw- en gebruiksmogelijkheden met betrekking tot bouwwerken aan. De regels van het bestemmingsplan 'Nieuwegein - Structuurbaan' zijn opgebouwd conform de door de SVBP 2012 voorgeschreven systematiek en omvatten inleidende regels, bestemmingsregels, algemene regels de overgangs- en slotregels. 5.2

Inleidende regels

De inleidende regels bestaan uit de volgende artikelen. 5.2.1

Begrippen

In de begripsregels worden omschrijvingen gegeven van de in het bestemmingsplan gebruikte begrippen. Deze worden opgenomen om interpretatieverschillen te voorkomen. Alleen die begripsregels worden opgenomen die gebruikt worden in de regels en die tot verwarring kunnen leiden of voor meerdere uitleg vatbaar zijn. 5.2.2

Wijze van meten

Om op een eenduidige manier afstanden en oppervlakten te bepalen, wordt in de 'wijze van meten' uitleg gegeven wat onder de diverse begrippen wordt verstaan. Dit artikel geeft aan hoe de lengte, breedte, hoogte, diepte en oppervlakte e.d. van gronden en bouwwerken wordt gemeten of berekend. Alle begrippen waarin maten en waarden voorkomen worden in dit artikel verklaard. Ten aanzien van de wijze van meten op de verbeelding geldt steeds dat het hart van een lijn moet worden aangehouden. Ook voor de 'wijze van meten' worden in de SVBP 2012 richtlijnen gegeven.

Nieuwegein - Structuurbaan

58

5.3

Bestemmingsregels

5.3.1

Opbouw bestemmingen

De gronden van het gehele plangebied hebben een positieve bestemming. Een positieve bestemming betekent dat het gebruik van de gronden voor de verschillende bestemmingen direct mogelijk is. Bovendien betekent het dat oprichting van gebouwen direct mogelijk is nadat burgemeester en wethouders een omgevingsvergunning hebben verleend, welke dient te voldoen aan onder meer de regels van het bestemmingsplan en het Bouwbesluit. De opbouw van de bestemmingen ziet er in beginsel als volgt uit: Bestemmingsomschrijving; Bouwregels; Nadere eisen; Afwijken van de bouwregels; Specifieke gebruiksregels; Afwijken van de gebruiksregels; Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden; Omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk; Wijzigingsbevoegdheid. 5.3.2

Bestemmingen

5.3.2.1 Groen Binnen de bestemming Groen zijn de hoofdgroenstructuren opgenomen. In de bestemming Groen zijn tevens waterpartijen, bijvoorbeeld voor de waterberging en waterlopen, toegestaan. Ook langzaamverkeer op de paden is toegestaan. 5.3.2.2 Leiding - Brandstof Deze dubbelbestemming is opgenomen voor de in de directe omgeving van het plangebied planologisch relevante brandstofleiding. Binnen de dubbelbestemming geldt dat de betreffende dubbelbestemming primair is ten opzichte van de overige voor deze gronden onderliggende bestemmingen. Bebouwing ten dienste van deze samenvallende, secundaire, bestemming is uitsluitend toegestaan na verlening van een omgevingsvergunning door het bevoegd gezag. Daarbij wordt getoetst aan de belangen verbonden met de betreffende leiding. 5.3.2.3 Verkeer De wegen binnen dit plangebied zijn hoofdzakelijk bestemd voor verkeer. 5.3.2.4 Waarde - Cultuurhistorie Ter bescherming van de cultuurhistorische waarden op het noordelijk gebied, is de dubbelbestemming Waarde - Cultuurhistorie op deze gronden opgenomen. Binnen deze bestemming zijn diverse werkzaamheden uitsluitend toegestaan na verlening van een omgevingsvergunning. 5.3.2.5 Water Deze bestemming is toegekend aan de in het plangebied gelegen (hoofd)waterlopen.

Op deze gronden zijn alleen bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mogelijk ten dienste van het water en de waterhuishouding en het verkeer te water. Naast deze bestemmingsregeling kunnen ook andere regelingen van toepassing zijn, zoals de Keur van het Waterschap en de Wet Verontreiniging Oppervlaktewater

Nieuwegein - Structuurbaan

59

5.3.2.6 Wonen Deze bestemming heeft betrekking op het grootste deel van het plangebied, waar de gronden en gebouwen met name ten behoeve van wonen zullen worden aangewend. Naast wonen zijn verschillende activiteiten van ondergeschikte aard toegestaan -kleinschalige bedrijvigheid, kantoren ten behoeve van de community-setting zoals beoogd wordt (zie hoofdstuk 2 van de toelichting van het moederplan). De gronden met bestemming 'Wonen' zijn geschikt voor vrijstaande woningen, twee-onder-een kap woningen, rijwoningen en gestapelde woningen. 5.4

Algemene regels

5.4.1

Anti-dubbeltelregel

Een anti-dubbeltelregel wordt opgenomen om te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein ook nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld. De opgenomen anti-dubbeltelregel is gelijkluidend aan de in het Besluit ruimtelijke ordening voorgeschreven formulering. 5.4.2

Overige algemene regels

Voor het hele plangebied geldt een aantal algemene regels. Het gaat hier om algemene bouw- en gebruiksregels, mogelijkheden om af te wijken van bepaalde, in het bestemmingsplan geregelde, onderwerpen, en procedureregels worden behandeld. 5.5

Overgangs- en slotregels

5.5.1

Overgangsregels

In het afsluitende onderdeel van de regels komt de overgangs- en slotregel aan de orde. 5.5.1.1 Artikel 15 Overgangsrecht De formulering van het overgangsrecht is bindend voorgeschreven in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.2.1 Bro). 5.5.2

Slotregel

Deze regels worden aangehaald als: 'Regels van het bestemmingsplan Nieuwegein - Structuurbaan'.

Nieuwegein - Structuurbaan

60

Hoofdstuk 6 Economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid 6.1

Economische uitvoerbaarheid

De planontwikkeling komt geheel voor rekening en risico van de initiatiefnemer. De ontwikkeling zal geschieden conform hetgeen bepaald is in de Wet Ruimtelijke ordening. De verwezenlijking van het plan is dan ook niet afhankelijk van gemeentelijke investeringen. De kosten voor de ambtelijke afhandeling van de procedure worden verrekend op basis van de daarvoor geldende leges. Hiervoor wordt een anterieure overeenkomst met de Nieuwegein gesloten. Vervolgens wordt na de realisatie van het toekomstig openbaar gebied een koopovereenkomst gesloten. Voor wat betreft planschade zal de gemeente met initiatiefnemer een planschadeverhaalsovereenkomst afsluiten. Het plan wordt dan ook economisch haalbaar geacht. 6.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Voor onderhavig bestemmingsplan wordt de uniforme voorbereidingsprocedure gevolgd als bedoeld in hoofdstuk 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht, in samenhang met het gestelde in de Wet ruimtelijke ordening. De gemeente Nieuwegein heeft in haar inspraakverordening vastgelegd dat voorafgaand aan de formele procedure inspraak moet worden verleend bij de voorbereiding van een bestemmingsplan. Hiervoor geldt een termijn van twee weken. Het voorontwerpbestemmingsplan zal daarom ter inzage worden gelegd voor een termijn van twee weken. 6.2.1

Overleg met omwonenden en bedrijven

In het najaar van 2020 hebben er twee collectieve en fysieke bijeenkomsten plaatsgevonden bij het NBC in Nieuwegein. Voor de eerste bijeenkomst zijn alle omwonenden en bedrijven rondom de planlocatie per brief huis-aan-huis uitgenodigd. De uitnodiging voor de tweede bijeenkomst is verstuurd per mail en in enkele gevallen per post. Er zijn in totaal 32 uitnodigingen verspreid. Bij de eerste bijeenkomst op 6 oktober 2020 waren 15 personen aanwezig. Bij de tweede bijeenkomst d.d. 14 december 2020 waren 23 personen aanwezig. De verslagen van beide bijeenkomsten zijn per email of per post teruggekoppeld aan de aanwezigen. Deze verslagen zijn eveneens toegevoegd als bijlage (bijlagen 18 en 19). De belangrijkste opmerkingen die gemaakt zijn hadden betrekking op het aantal woningen, de hoogte en de uitstraling van de woningen en het ontbreken van een overeenkomstige maat met De Malapertweg. Het verkleinen van de 100 meter afstandsgrens (agrarische zone) tot aan De Malapertweg was onbespreekbaar voor omwonenden. Met een aantal belanghebbende heeft er een-op-een afstemming plaatsgevonden. Dit was het geval voor een tweetal bedrijven aan de zuidkant (Archimedesbaan 6 en 8).

In het kader van Bedrijf- en milieuzonering is initiatiefnemer met hen in overleg getreden om de representatieve bedrijfssituatie in beeld te brengen en een oordeel te vormen of de woningen een belemmerend effect zouden geven op de bedrijfsvoering en vice versa. De betreffende bedrijfseigenaren hebben geen bezwaar tegen de komst van woningen, zolang de bedrijfsvoering nu en in de toekomst niet belemmerd wordt. Separaat is er gesproken met de aangrenzende eigenaren van de beoogde langzaamverkeersverbinding richting de Malapertweg. Met hen is gesproken over de functie en materialisatie van het pad en de erfafscheiding erlangs. Partijen zullen hierover nog tot schriftelijke afspraken komen. Met de eigenaar van De Malapertweg 3-5 is gesproken over de positie van de in- en uitrit van het beoogde plan en de positie en uitstraling van de seniorenwoningen in de groenzone. Laatstgenoemde woning is in de laatste versie van het stedenbouwkundig plan verplaatst naar de westzijde van het plan. De inrit van het plan is op verzoek van de eigenaar naar het zuiden verplaatst.

Nieuwegein - Structuurbaan

61

De omwonenden zijn per mail d.d. 14-12-2021 geïnformeerd over de meest recente stedenbouwkundige verkaveling die ten grondslag ligt aan dit bestemmingsplan. 6.2.2

Overleg met overheidsinstanties

Het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.1) geeft aan dat burgemeester en wethouders bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg voeren met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. De instanties worden in kennis gesteld en krijgen de mogelijkheid om te reageren. Gedurende de periode van 23 maart tot en met 5 april heeft het voorontwerp bestemmingsplan ter inzage gelegen. Gedurende deze periode zijn er inspraakreacties gegeven door de wettelijke vooroverlegpartners. Deze zijn opgenomen in bijlage 20. 6.2.3

Inspraakmogelijkheid voorontwerp

Gedurende de periode van 23 maart tot en met 5 april heeft het voorontwerp bestemmingsplan ter inzage gelegen. Gedurende deze periode zijn er door belanghebbenden uit de omgeving zienswijzen ingediend. De ingediende zienswijze en beantwoording zijn opgenomen in bijlage 21. 6.2.4

Inspraakmogelijkheid ontwerp

Gedurende de periode van 28 mei tot en met 9 juli heeft ontwerp bestemmingsplan ter inzage gelegen. Gedurende deze periode zijn er door belanghebbenden uit de omgeving zienswijzen ingediend. De ingediende zienswijze en beantwoording zijn opgenomen in bijlage 22.

Nieuwegein - Structuurbaan

62

Kerkewijk 156 3904 JJ Veenendaal T. 0318 – 50 56 37 I. www.kubiek.nu E. info@kubiek.nu

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nieuwegein&id=963cf59d-8915-4cb8-9063-d6aa8f731eb7