2021-507 Herstelbesluit bestemmingsplan Zuidoostelijke Stadsrand.pdf
Tekst van het document
Alle bestemmingen bevatten wel een bestemmingsomschrijving en bouwregels. Voorts is in het Bro een aantal bepalingen opgenomen waaraan de regels van het bestemmingsplan moeten voldoen. Het gaat hierbij om een aantal begrippen, regels ten aanzien van het overgangsrecht en de anti‐dubbeltelbepaling. Tot slot dienen de regels zoveel mogelijk aan te sluiten bij de modelregels voor bestemmingsplannen die onder andere ook voor andere bestemmingsplannen in de gemeente Nieuwegein zijn gehanteerd.
6.3
Toelichting op de gehanteerde bestemmingen
Agrarisch (Artikel 3) Alle agrarische bedrijven zijn bestemd in een artikel Agrarisch. Binnen de bestemming Agrarisch zijn de productietakken grondgebonden veehouderij en akker‐ en vollegrondstuinbouw overal zonder meer toegestaan. Overige productietakken zijn alleen toegestaan ter plaatse van de desbetreffende aanduiding. Dit betreft de glastuinbouw, fruitteelt en intensieve veehouderij.
Rho adviseurs voor leefruimte NL.IMRO.0356.BPKL2019HER001BPnw‐VA04
91
Voor wat betreft de productietak fruitteelt geldt dat alleen de bedrijfscomplexen zijn aangeduid. In de regels is voorgeschreven dat alleen de gronden behorende bij deze bedrijven en die in de bestaande situatie al in gebruik zijn genomen voor fruitteelt, voor fruitteelt mogen worden gebruikt. Het omzetten van agrarische gronden naar fruitteelt is niet toegestaan. Voor elk agrarisch bedrijf is op de verbeelding een bouwvlak ingetekend. Alle bedrijfsgebouwen, de bedrijfswoning en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, dienen binnen dit bouwvlak gesitueerd te zijn. Ook paardenbakken dienen binnen het bouwvlak gesitueerd te worden. Alleen erf‐ en terreinafscheidingen zijn buiten het bouwvlak toegestaan. Voor het fruitteeltbedirjf geldt een uitzondering; hiervoor is een aparte bouwregeling opgenomen voor gebouwen en koelruimten. Dit betreft een getrapte regeling waarbij het toegestane oppervlak aan gebouwen of koelruimten afhangt van het grondoppervlak waarop fruit wordt geteeld. Per bouwvlak is 1 bedrijfswoning toegestaan, ter plaatse van de aanduiding. De maximale inhoud van de bedrijfswoning inclusief aan‐ en uitbouwen bedraagt 660 m³. Bij de woning mogen tevens vrijstaande bijgebouwen en overkappingen worden gebouwd tot ten hoogste 50 m².
Bij neven‐ en vervolgfuncties gaat het om mogelijkheden voor agrarisch verwante en niet‐agrarische functies, hetzij in combinatie met agrarische bedrijfsvoering (nevenfuncties), hetzij om gebruiksmogelijkheden van agrarisch verwante en niet‐agrarische functies in voormalige agrarische bedrijfsgebouwen (vervolgfuncties). In het artikel Agrarisch is aangegeven welke functies rechtstreeks of onder voorwaarden toelaatbaar zijn. Binnen de specifieke gebruiksregels is opgenomen dat wijziging van het aantal dierplaatsen, bestaande diersoorten en/of bestaande stalsystemen uitsluitend is toegestaan indien dit niet leidt tot overschrijding van de kritische depositiewaarden voor verzurgingsgevoelige habitats binnen Natura 2000. Flexibiliteitsbepalingen In de regels zijn flexibiliteitsbepalingen opgenomen voor het afwijken van de bouw‐ en gebruiksregels en voor het wijzigen van de bestemming. Van de bouwregels kan worden afgeweken ten behoeve van: het realiseren van kuilvoerplaten en sleufsilo's buiten het bouwvlak; het toestaan van een groter oppervlak aan gebouwen ten behoeve van fruitteelt in één categorie hoger; de realisatie van lage boogkassen buiten het bouwvlak.
Van de gebruiksregels kan worden afgeweken ten behoeve van: de huisvesting van seizoenarbeiders in bestaande bedrijfsgebouwen; andere nevenfuncties dan bij recht zijn toegestaan; paardenbakken buiten het bouwvlak. Planwijziging kan worden aangevraagd voor: vervolgfuncties; wijziging naar de bestemming Wonen; de toepassing van de Ruimte voor Ruimte‐regeling. In verschillende flexibiliteitsbepalingen wordt als voorwaarde gesteld dat de ontwikkeling 'milieuhygiënisch inpasbaar' dient te zijn. Milieuhygiënisch inpasbaar is een verzamelbegrip voor verschillende aspecten. Hieronder is weergegeven waar tijdens de toetsing rekening mee gehouden dient te worden: toetsing aan de eisen uit de Natuurbeschermingswet;
Rho adviseurs voor leefruimte NL.IMRO.0356.BPKL2019HER001BPnw‐VA04
92
toetsing van de geurhinder ter plaatse van omliggende geurgevoelige objecten (waarbij ook wordt gekeken naar mogelijke cumulatie van geurhinder); toetsing aan de eisen uit de Wet milieubeheer luchtkwaliteitseisen; aantonen dat de bodemkwaliteit geschikt is voor de beoogde functie en geen onevenredige negatieve gevolgen voor het waterbeheer optreden; beoordeling van de inpasbaarheid voor de thema's verkeer, externe veiligheid en geluid.
Bedrijf (Artikel 4) Bedrijven tot en met categorie 2 zijn toegestaan binnen deze bestemming. Dit in verband met de aanwezige woning aan de Vuilcop. Wel is op het perceel aan de Vuilcop/Vuilcopsekanaaldijk een aannemersbedrijf aanwezig, deze is geborgd met een functieaanduiding 'specifieke vorm van bedrijf ‐1'. Bij bedrijven is enkel een bedrijfswoning toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning'. Ter plaatse van de aanduiding 'gemaal' is een gemaal toegestaan. Op de verzorgingsplaatsen zijn aan beide zijden tankstations aanwezig. Deze zijn aangeduid met de aanduiding 'verkooppunt motorbrandstoffen met lpg'. Hierbij zit tevens een vulpunt voor LPG. Dit is aangeduid met 'vulpunt lpg'. Voor de bedrijven geldt dat gebouwen enkel binnen het bouwvlak mogen worden gebouwd. Een bedrijfswoning mag een inhoud hebben van maximaal 660 m3. Bij een bedrijfswoning mogen tevens vrijstaande bijgebouwen en overkappingen worden gebouwd met een maximaal oppervlakte van 50 m2. Bedrijf ‐ Windturbine (Artikel 5) De windturbines langs de A27 zijn voorzien van de bestemming Bedrijf‐ Windturbine. Voor de windturbines geldt zowel een minimale als een maximale bouwhoogte.
Naast windturbines zijn verder bijbehorende voorzieningen toegestaan, zoals transformatorhuisjes, nutsvoorzieningen, wegen en opstelplaatsen ten behoeve van de aanleg en het onderhoud van windturbines, kunstwerken, groen, water en voetpaden. Bedrijventerrein (Artikel 6) De bestemming Bedrijventerrein is opgesteld aan de hand van de nieuwe uitgangspunten voor het Bedrijvenpark Het Klooster. Dit betekent dat alleen harde eisen zijn verankerd in de regels. De stringente regels uit het geldende planologische regime ten aanzien van de kavelinrichting worden hiermee verlaten. Een voorbeeld hiervan is het schrappen van de regels met betrekking tot de verplichte voorgevelrooilijn. Bestemmingsregels Op de gronden met de bestemming 'Bedrijventerrein ' zijn zowel bedrijven toegestaan, alsmede wegen, parkeervoorzieningen, nutsvoorzieningen en overige bijbehorende voorzieningen. Ter plaatse van het entreegebied is de aanduiding 'gemengd' opgenomen. Hier is namelijk een bepaalde mate van functiemenging gewenst. Binnen de bestemming zijn bedrijven tot en met categorie 4.1 mogelijk. Bouwregels Bebouwing ten dienste van de bestemming mag alleen worden gerealiseerd binnen de op de verbeelding aangegeven bouwvlakken. Wel is een kleinschalige overschrijding mogelijk voor luifels en aanbouwen. Op de verbeelding en in de regels zijn de maximale hoogtematen van de bebouwing aangegeven.
Hierbij wordt een onderscheid gemaakt in gebouwen en overkappingen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Het bebouwingspercentage binnen de bestemming bedraagt 70%. Afwijken van de bouwregels In dit lid is een aantal bepalingen opgenomen in welke gevallen bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van de bouwregels. Het gaat hier om het verhogen van de maximum toegestane bouwhoogte en het maximum bebouwingspercentage. Hiermee wordt de mogelijkheid geboden om af te wijken indien dat in bedrijfsmatig opzicht noodzakelijk wordt geacht. Als voorwaarde geldt daarnaast
Rho adviseurs voor leefruimte NL.IMRO.0356.BPKL2019HER001BPnw‐VA04
93
dat er geen stedenbouwkundige of verkeerskundige bezwaren zijn, er geen onevenredige hinder/overlast ontstaat op aangrenzende percelen en dit niet ten koste gaat van de beeldkwaliteit van het bedrijvenpark. In paragraaf 3.3 is hiervoor tevens een motivering gegeven. Specifieke gebruiksregels In dit lid is een aantal bepalingen opgenomen die bepaalde gebruiksvormen uitsluiten, zoals bijvoorbeeld opslag van consumentenvuurwerk (overeenkomstig het Vuurwerkbesluit). Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) is in de regeling geïmplementeerd door middel van het uitsluiten van Bevi‐inrichtingen. Ook geluidshinderlijke inrichtingen zijn niet toegestaan. Tot slot is een gebruiksbepaling opgenomen voor de minimum afstand van toegangswegen tot kruispunten. Afwijken van de gebruiksregels In dit lid is bepaald dat het bevoegd gezag bij een omgevingsvergunning kan afwijken om bedrijfsactiviteiten toe te staan die genoemd worden in één categorie hoger dan algemeen toelaatbaar is en voor bedrijven die niet genoemd worden in de Staat van Bedrijfsactiviteiten 'bedrijventerrein', op voorwaarde dat deze bedrijfsactiviteiten (als gevolg van de geringe omvang van hinderlijke (deel)activiteiten of door een milieuvriendelijke werkwijze) naar aard en invloed op de omgeving vergelijkbaar zijn met de bedrijfsactiviteiten genoemd in de lagere algemeen toegelaten milieucategorieën.
Wijzigingsbevoegdheden In de regels zijn 2 wijzigingsbevoegdheden opgenomen om extra flexibiliteit in te bouwen. Groen (Artikel 7) De groenvoorzieningen met een structurerend karakter zijn ondergebracht in de bestemming Groen. Naast beplantingen en plantsoenen zijn hier onder andere ook voet‐ en fietspaden, nutsvoorzieningen, bermen en bermsloten mogelijk. Horeca (Artikel 8) Op de verzorgingsplaats de Kroon is een wegrestaurant bestemd met Horeca met de aanduiding specifieke vorm van horeca ‐ wegrestaurant. Recreatie ‐ Streektransferium (Artikel 9) Binnen deze bestemming is het Streektransferium opgenomen. Dit is een dagrecreatieve voorziening ten behoeve van het overstappen van gemotoriseerd verkeer naar voet‐, fiets of vaarverkeer. Ook is hier recreatief verhuur van vervoermiddelen zoals fietsen, kano's en roei‐ en fluisterboten toegestaan. Ter plaatse zijn tevens maximaal 10 earthlodges toegestaan. Hier mag maximaal één nacht worden verbleven. Het bestaande restaurant met bijbehorend terras is aangeduid met de functieaanduiding 'horeca'. Om de verkoop van streekproducten mogelijk te maken is ondersteunende detailhandel toegestaan waarvan minimaal 50% uit streekproducten bestaat met een maximum bruto vloeroppervlak van 240 m2. Tuin (Artikel 10) Bij woningen zijn tuinen grenzend aan het openbaar gebied bestemd als tuin.
Ter plaatse mogen enkel bouwwerken, geen gebouwen zijnde worden gebouwd met een maximum bouwhoogte van 2,5 meter. Tevens vallen erkers aan hoofdgebouwen binnen deze regeling. Verkeer (Artikel 11) De bestaande wegen in het plangebied zijn bestemd als Verkeer. Binnen deze bestemming is een aantal daarin passende gebruiksvormen toegestaan zoals parkeren, groen‐ en waterpartijen, nutsvoorzieningen en dergelijke. Het aantal rijstroken op de A27 is specifiek vastgelegd met een
Rho adviseurs voor leefruimte NL.IMRO.0356.BPKL2019HER001BPnw‐VA04
94
functieaanduiding. Verkeer Verblijfsgebied (Artikel 12) Binnen deze bestemming is de carpoolplaats voor het streektransferium aanwezig. Binnen deze bestemming mogen enkel bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van de verkeersontsluiting met een maximum bouwhoogte van 21 meter worden gebouwd. Verkeer ‐ Voorlopig Werkterrein (Artikel 13) Deze bestemming is opgenomen voor het tijdelijke werkterrein dat noodzakelijk is voor de te verbreden Houtensebrug (A27). De voorlopige bestemming zal na de geldigheidstermijn automatisch veranderen naar de definitieve bestemming Groen, Water of Waterstaatkundkundige voorzieningen. Water (Artikel 14) De bestaande watergangen in het plangebied alsmede het nieuw aan te leggen water is bestemd als Water. Op de gronden zijn bouwwerken ten behoeve van de bestemming toegestaan, zoals steigers, bruggen en duikers etc. Waterstaatkundige voorzieningen (Artikel 15) Deze bestemming is gegeven aan de Prinses Beatrixsluis inclusief de uitbreiding daarvan, de oevers die van belang zijn voor de waterstaatkundige functie, alsmede de plofsluis. Op deze gronden zijn alle voorzieningen mogelijk die noodzakelijk zijn voor de uitoefening van de waterstaatkundige functie. Wonen (Artikel 16) In het plangebied bevinden zich enkele woningen, deze zijn bestemd als Wonen. Het hoofdgebouw dient binnen het bouwvlak gebouwd te worden.
De maximale inhoud van een hoofdgebouw is 660 m3. Buiten het hoofdgebouw mogen zowel binnen als buiten het bouwvlak bijbehorende bouwwerken worden gebouwd. Hiervoor geldt een maximum oppervlakte van 50% van het zij‐ en achtererf. Voor aan‐ en uitbouwen en bijgebouwen moet minimaal 1 meter afstand tot de voorgevel van het hoofdgebouw worden aangehouden. De afstand tot de perceelsgrenzen is 0 meter of ten minste 1 meter. Per bestemmingsvlak is maximaal één paardenbak toegestaan. Deze moet wel achter de bestaande bebouwing gerealiseerd worden. Onder de gestelde voorwaarden, is het uitoefenen van aan‐huis‐verbonden beroepen of bedrijven toegestaan. Waarde ‐ Archeologie ‐ 1 (Artikel 17) Het archeologiebeleid dat specifiek voor het bedrijvenpark het Klooster is ontwikkeld, leidt tot diverse waarden in het gebied. Dit is verwerkt in 'Waarde ‐ Archeologie 1'. De diverse waarden zijn verdeeld in functieaanduidingen 'specifieke vorm van waarde'. Deze komen overeen met de beleidsadviescodes voor Bedrijvenpark Het Klooster (zie paragraaf 5.3). Per functieaanduiding is een omgevingsvergunning voor bouwwerken, werken en werkzaamheden verbonden. Indien grondroerende werkzaamheden de maximale verstoringsdiepte overschrijden, is archeologisch onderzoek noodzakelijk voor het verkrijgen van een omgevingsvergunning Deze verstoringsdiepte verschilt per beleidsadviesgebied.
Waarde ‐ Archeologie ‐ 2 (Artikel 18) Voor het overige deel van het plangebied is het gemeentelijke archeologiebeleid vertaald in 'Waarde ‐ Archeologie ‐2'. Voor bepaalde activiteiten met deze bestemming is een omgevingsvergunning voor bouwwerken, werken of werkzaamheden vereist. Archeologisch onderzoek is slechts noodzakelijk indien de bouwwerken, werken of werkzaamheden de maximale diepte overschrijden. In het gebied gelden verschillende maximale dieptes. Dit is aangeduid met de functieaanduiding 'specifieke vorm van
Rho adviseurs voor leefruimte NL.IMRO.0356.BPKL2019HER001BPnw‐VA04
95
waarde'. Waarde ‐ Cultuurhistorie 1 (Artikel 19) De Nieuwe Hollandse Waterlinie is voorzien van de dubbelbestemming 'Waarde ‐ Cultuurhistorie'. Ter bescherming van de cultuurhistorische en landschappelijke waarden is een verbod voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden opgenomen. Van het opgenomen verbod kan worden afgeweken indien wordt aangetoond indien daardoor de landschappelijke kernkwaliteiten en de daarbij behorende landschapselementen niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast. Waarde ‐ Cultuurhistorie 2 (Artikel 20) Deze dubbelbestemming is opgenomen ter bescherming van de aanwezige cultuurhistorische elementen Vuilcop, Houtense Wetering en Hoonwetering. Om de aanwezige cultuurhistorische waarden te beschermen is een verbod opgenomen voor het uitvoeren van bepaalde werken, geen gebouw zijnde of van werkzaamheden. De omgevingsvergunning kan worden verleend mits advies bij de cultuurhistorisch deskundige om advies is gevraagd en door die werken de cultuurhistorische waarden niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast. Waarde ‐ Landschap (Artikel 21) Met deze dubbelbestemming worden de aanwezige landschappelijke waarden beschermd. Binnen de dubbelbestemming zijn met specifieke functieaanduidingen de verschillende gebieden onderverdeeld.
dit bestaat uit de middeleeuwse strokenverkaveling tussen Lekdijk en Tiendkade, de crevasse en de waardevolle bomenrij langs de Linielanding. Hierin is opgenomen dat bepaalde werkzaamheden niet zonder omgevingsvergunning mogen worden uitgevoerd. De omgevingsvergunning kan worden verleend mits advies bij de cultuurhistorisch deskundige om advies is gevraagd en door die werken de landschappelijke waarden niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast. Waterstaat ‐ Waterkering (Artikel 22) De in het plangebied aanwezige gronden die door het Hoogheemraadschap zijn aangewezen als waterkering worden beschermd via de dubbelbestemming 'Waterstaat ‐ Waterkering'. Het oprichten van bouwwerken binnen deze bestemmingen is in principe niet toegestaan. Burgemeester en wethouders kunnen een omgevingsvergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan verlenen van deze bepaling. Voorafgaand aan het verlenen van een omgevingsvergunning wint het college advies in bij de waterbeheerder. Daarnaast moet er ontheffing op basis van de Keur aangevraagd worden bij de waterbeheerder. Waterstaat ‐ Waterstaatkundige functie (Artikel 23) Dit artikel is opgenomen in verband met de waterstaatswerken van Rijkswaterstaat langs het Amsterdam‐Rijnkanaal.
Rho adviseurs voor leefruimte NL.IMRO.0356.BPKL2019HER001BPnw‐VA04
96
6.4
Algemene regels
Deze algemene regels bestaan uit een aantal algemene, niet aan specifieke bestemmingen gekoppelde, bepalingen. Anti‐dubbeltelregel (Artikel 24) Deze bepaling is ingevolge artikel 3.2.4 van het Bro vast voorgeschreven. Doel van deze bepaling is te voorkomen dat er meer wordt gebouwd dan het bestemmingsplan beoogt, bijvoorbeeld in het geval dat (onderdelen van) percelen van eigenaar wisselen. Om hiervan een voorbeeld te geven: binnen de bestemming Bedrijventerrein mag een bepaald percentage van het bouwvlak worden bebouwd. Indien het absolute oppervlak (uitgedrukt in m²) niet is bereikt, kan door het bijkopen van een stuk grond van het aangrenzend perceel extra bebouwing tot dit maximum worden gerealiseerd. De anti‐dubbeltelregel voorkomt dat de overgedragen grond nog eens in de beoordeling van de bouwmogelijkheden op het oorspronkelijk deel erf kan worden betrokken. Algemene bouwregels (Artikel 25) De algemene bouwregels omvatten bouwregels die aanvullend op de regels van hoofdstuk 2 van toepassing zijn. Overschrijding bouwgrenzen Dit lid bevat een algemene regeling voor een geringe overschrijding van bouwgrenzen door ondergeschikte onderdelen van gebouwen. De overschrijding van de bouwgrenzen dient wel beperkt te zijn. Bestaande maten Dit artikel betreft uitsluitend een bouwbepaling en geen gebruiksbepaling.
Met deze bepaling wordt voorkomen, dat bestaande bouwwerken, die wat betreft afstandsmaten of andere maten afwijken van de maatvoering zoals vastgelegd in dit bestemmingsplan, onder het overgangsrecht komen te vallen. Parkeren Deze bepaling heeft betrekking op het waarborgen van voldoende parkeergelegenheid. Deze bepaling is opgenomen vanwege het feit dat de stedenbouwkundige bepalingen uit de bouwverordening zijn komen te vervallen. Algemene aanduidingsregels (Artikel 26) In dit artikel staan in de zogenoemde gebiedsaanduidingen beschreven die in meerdere bestemmingen vallen en daarom niet zijn opgenomen in de artikelen van de betreffende (enkel) bestemmingen. In dit plan gaat het om de volgende gebiedsaanduidingen: 'Milieuzone ‐ boringsvrije zone', 'Vrijwaringszone ‐ windturbine', 'Veiligheidszone ‐ windturbine', Veiligheidszone ‐ lng‐station 1', 'Veiligheidszone ‐ lng‐ station 2', 'Veiligheidszone ‐ lpg', 'Vrijwaringszone ‐ dijk' en 'Overige zone ‐ duiker'. Algemene afwijkingsregels (Artikel 27) In dit artikel wordt omschreven in welke gevallen bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van de bouwregels. Het gaat hier om de overschrijding van de bouwgrenzen, voor zover deze afwijkingen niet onder de regel 'algemene bouwregels' valt te scharen. Dit betreft bijvoorbeeld de bevoegdheid om af te wijken van de voorgeschreven maten en percentages.
Afwijking is overigens alleen mogelijk wanneer hiermee geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan aspecten als gebruiksmogelijkheden van aangrenzende percelen. Algemene wijzigingsregels (Artikel 28) In het eerste lid van dit artikel wordt aangegeven in hoeverre en in welke gevallen van een wijzigingsbevoegdheid gebruik kan worden gemaakt ingeval van gewenste dan wel noodzakelijke geringe afwijkingen van de bestemmingsgrenzen.
Rho adviseurs voor leefruimte NL.IMRO.0356.BPKL2019HER001BPnw‐VA04
97
Het tweede lid betreft een algemene wijzigingsbevoegdheid om het bestemmingsplan te wijzigen. Deze wijzigingsbevoegdheid kan op verzoek van de waterbeheerder worden toegepast omdat op termijn de waterkeringen de Lek, het Lekkanaal en de Schalkwijkse Wetering worden verlegd. Met de wijzigingsbevoegdheid kan deze verlegging dus mogelijk worden gemaakt. Overige regels (Artikel 29) In de eerste bepaling is geregeld dat alle wettelijke regelingen, waarnaar in de regels wordt verwezen, gelden zoals deze luidden op het moment van vaststelling van het plan. De tweede bepaling heeft betrekking op de borging van de watercompensatieopgave zoals vastgelegd in de verleende watervergunning van het Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden.
6.5
Overgangsrecht en slotregels
In artikel 30 Overgangsrecht is het overgangsrecht ten aanzien van het gebruik en het bouwen in strijd met het plan geregeld. In lid 30.1 is de in artikel 3.2.1 Bro voorgeschreven bepaling omtrent het overgangsrecht voor bouwwerken opgenomen. In lid 30.2 is de in artikel 3.2.2 Bro voorgeschreven bepaling omtrent het overgangsrecht voor gebruik opgenomen. De slotregel beschrijft op welke wijze de regels aangehaald moeten worden.
Rho adviseurs voor leefruimte NL.IMRO.0356.BPKL2019HER001BPnw‐VA04