2021-499 PR 252 Nota van bevindingen naar RKC voor bestuurlijk 091121.pdf
Tekst van het document
Om te vergroten: klik op een hoek en sleep. Om te verschuiven: klik op Bijsnijden in het rechtertabblad Opmaak.
2021-499
Nota van bevindingen voor bestuurlijk wederhoor rekenkameronderzoek jeugdbeleid Nieuwegein
Colofon Projectnummer: 252 Auteurs: Gerard Nieuwe Weme Rosa Duijvendak Yorick van den Berg B&A B.V. Bezuidenhoutseweg 161 Postbus 829 2501 CV Den Haag t 070 - 3029500 f 070 - 3029501 e-mail: info@bagroep.nl http: www.bagroep.nl Den Haag, 8 november 2021
© Copyright B&A B.V. 2021. Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Op alle opdrachten en werkzaamheden zijn de Algemene voorwaarden van B&A B.V. van toepassing, gedeponeerd bij de Kamer van Koophandel Haaglanden onder dossiernummer: KvK Haaglanden 27177844. De Algemene voorwaarden treft u als bijlage aan en kunt u tevens inzien op onze website, www.bagroep.nl. B&A is gevestigd in Den Haag, Amsterdam en Rotterdam. 10-11-2021 11:59:00
Inhoudsopgave 1. Inleiding en onderzoeksverantwoording
5
1.1
Aanleiding
5
1.2
Vraagstelling
5
1.3
Normenkader
6
2. Bevindingen doelen
11
2.1
Inleiding
11
2.2
Doelen en beoogde effecten Jeugdwet
11
2.3
Doelen en beoogde effecten jeugdbeleid Nieuwegein
14
2.4
Financieel kader jeugdbeleid Nieuwegein
15
2.5
Rollen gemeente en gemeenteraad in kaderstelling jeugdbeleid
17
2.6
Toetsing aan het normenkader
18
3. Bevindingen beoogde uitvoering
21
3.1
Inleiding
21
3.2
Beoogde uitvoering van het jeugdbeleid
21
3.3
Beoogde rollen gemeente en gemeenteraad in de uitvoering
29
3.4
Toetsing aan het normenkader
29
4. Bevindingen uitvoeringspraktijk
33
4.1
Inleiding
33
4.2
Feitelijke uitvoering jeugdbeleid
33
4.3
Perspectief ouders en jeugdigen
36
4.4
Bereik, vroegsignalering en overgang 18- 18+
37
4.5
Rolinvulling gemeente en gemeenteraad in uitvoering jeugdbeleid
39
4.6
Toetsing aan het normenkader
39
5. Bevindingen resultaten
43
5.1
Inleiding
43
5.2
Realisatie wettelijke en eigen doelen
43
5.3
Financiële resultaten
44
5.4
Effectiviteit geboden ondersteuning
46
5.5
Verbetermogelijkheden effectiviteit en rolverdeling
47
5.6
Rolinvulling gemeente en gemeenteraad in verantwoording en controle op resultaten
48
5.7
Toetsing aan het normenkader
49
6. Conclusies en aanbevelingen
51
6.1
Inleiding
51
6.2
Conclusies
51
6.3
Aanbevelingen
52
Bijlage 1: Geraadpleegde bronnen
55
Bijlage 2: Analyse casusonderzoek
62
Inhoudsopgave
3
Klik hier en voeg via Invoegen Afbeeldingen een foto in. Om te vergroten: klik op een hoek en sleep. Om te verschuiven: klik op Bijsnijden in het rechtertabblad Opmaak.
1
INLEIDING EN ONDERZOEKSVERANTWOORDING
Inleiding en onderzoeksverantwoording
4
1. Inleiding en onderzoeksverantwoording 1.1
Aanleiding
De jeugdhulp is in 2015 gedecentraliseerd naar gemeenten. Dit onder andere om de hulp dichter bij de bewoners te brengen, om meer maatwerk en integrale hulp mogelijk te maken. Effectievere hulp voor minder geld is het streven. Ondertussen zijn er veel zorgen, ook vanuit de verschillende fracties in de gemeenteraad over onder andere de toegankelijkheid en bereikbaarheid van noodzakelijke en/of gewenste jeugdzorg. De huidige coronacrisis heeft dit versterkt, omdat vooral de jeugd extra hard wordt getroffen. Verschillende wethouders jeugd hebben daarom onlangs, in februari 2021, een oproep gedaan aan het demissionair kabinet om de handen ineen te slaan en samen, binnen vier maanden, een actiegericht deltaplan jeugd te presenteren, om de jeugd weer perspectief te kunnen bieden. Gezien de ontwikkelingen wil de rekenkamercommissie Nieuwegein evalueren of de jeugdhulp in de gemeente Nieuwegein vindbaar en beschikbaar is voor de doelgroep. Waarbij meegewogen wordt of het dialoog gericht inkoopmodel werkt om ook de specialistische hulp beter beschikbaar te stellen.
1.2
Vraagstelling
Voor dit onderzoek is de volgende centrale vraagstelling geformuleerd: “Wat is effectief jeugdbeleid, wat is de rol van de gemeente en de raad in het jeugdbeleid en hoe verloopt de samenwerking tussen wijkteams, aanbieders van jeugdhulp en de gemeente”. Om deze centrale vraag te beantwoorden zijn de volgende deelvragen geformuleerd: Doelen 1. 2. 3. 4.
Zijn de doelen en beoogde maatschappelijke effecten in de Jeugdwet opgenomen in het beleid van de gemeente Nieuwegein? Welke ambitie, doelen en beoogde maatschappelijke effecten heeft de gemeente Nieuwegein voor het jeugdbeleid vastgelegd? Wat is het financieel kader van de gemeente Nieuwegein voor de uitvoering van haar jeugdbeleid? Wat is de rol van de gemeente en de gemeenteraad in het stellen van kaders en doelen jeugdbeleid?
Beoogde uitvoering 5. Wat is de beoogde uitvoering van het jeugdbeleid in Nieuwegein op de volgende aspecten: voorliggend veld, toegang, inkoop en bekostiging/verantwoording, de rol- en taakverdeling tussen gemeente-wijkteams-aanbieders? 6. Wat is de beoogde rol van de gemeente en de gemeenteraad in de inrichting van de uitvoering het jeugdbeleid? Uitvoeringspraktijk 7. Hoe vindt de feitelijke uitvoering plaats op de volgende aspecten: voorliggend veld, toegang, inkoop en bekostiging/verantwoording, de rol- en taakverdeling tussen gemeente-wijkteamsaanbieders?
Inleiding en onderzoeksverantwoording
5
Weten jeugdigen en ouders waar ze zich kunnen melden voor de hulp en weten ze waar ze recht op hebben 9. Als jeugdigen en ouders bij de toegang zijn; hoe verloopt het proces in de praktijk tot het krijgen van een beschikking of verwijzing of een afwijzing? 10. Als de beschikking er is, is de hulp dan beschikbaar voor jeugdigen en ouders? 11. Zijn jeugdigen en ouders tevreden over de geleverde jeugdzorg, de omgang met hun hulpvraag en mogelijke overdracht naar volwassenzorg? 12. Bereikt de gemeente Nieuwegein de jeugdigen en gezinnen die dat nodig hebben met preventieve of curatieve ondersteuning? 13. Signaleert de gemeente Nieuwegein risico’s en problemen in een vroegtijdig stadium en grijpt de gemeente daarop effectief in? 14. Op welke wijze is de overdracht van jeugd- naar volwassenenzorg georganiseerd? 15. Hoe wordt de rol van de gemeente en de gemeenteraad in de uitvoering van het jeugdbeleid feitelijk ingevuld? 8.
Resultaten 16. Realiseert de gemeente Nieuwegein de doelen en beoogde maatschappelijke effecten die opgenomen zijn in de Jeugdwet? 17. Realiseert de gemeente Nieuwegein haar eigen ambitie, doelen en beoogde effecten van het jeugdbeleid? 18. Zijn de kosten van het jeugdbeleid in lijn met de gestelde financiële kaders? 19. Is de geboden ondersteuning (preventief en curatief) effectief? Voorkomt de ondersteuning escalatie van problemen of leidt het tot beheersing of afname van problemen rondom opvoeden en opgroeien? 20. Op welke punten kan de effectiviteit van de jeugdhulp in Nieuwegein verbeterd worden en wat is daarvoor nodig? 21. Op welke punten (toegang, inkoop, hulp en ondersteuning en verantwoording) kan de rolverdeling tussen gemeente en partners in de gemeente Nieuwegein verbeterd worden? 22. Wat is de rol van de gemeente en de gemeenteraad in het verantwoorden en controleren op resultaten in het jeugdbeleid?
1.3
Normenkader
De bevindingen voortkomend uit het onderzoek worden getoetst aan de volgende normen: Onderzoeksvraag Norm Doelen ▪ Zijn de doelen en beoogde maatschappelijke ▪ De doelen en beoogde effecten van de Jeugdwet effecten in de Jeugdwet opgenomen in het zijn opgenomen in het beleid van de gemeente beleid van de gemeente Nieuwegein? Nieuwegein ▪ Welke ambitie, doelen en beoogde ▪ De beleidsdoelen zijn voorzien van indicatoren en maatschappelijke effecten heeft de gemeente prestaties waarmee het doelbereik kan worden Nieuwegein voor het jeugdbeleid vastgelegd? bepaald. ▪ Wat is het financieel kader van de gemeente ▪ Er zijn financiële kaders vastgesteld voorzien van Nieuwegein voor de uitvoering van haar indicatoren waarmee gestuurd kan worden. jeugdbeleid? ▪ Wat is de rol van de gemeente en de ▪ De raad: gemeenteraad in het stellen van kaders en o Is betrokken geweest bij proces van doelen jeugdbeleid? ontwerpen van de inhoudelijk en financiële kaders o Heeft de kaders vastgesteld
Inleiding en onderzoeksverantwoording
6
Onderzoeksvraag
Norm o
Past de kaders aan op basis van stuurinformatie die zij ontvangt. De uitvoeringspartners en hulpvragers zijn betrokken geweest bij het opstellen van het beleid.
▪
Beoogde uitvoering ▪ Wat is de beoogde uitvoering van het jeugdbeleid in Nieuwegein op de volgende aspecten: voorliggend veld, toegang, inkoop en bekostiging/verantwoording, de rol- en taakverdeling tussen gemeente-wijkteamsaanbieders?
▪ De gemeente heeft de doelen vertaald in een uitvoeringstrategie met daarin: o Een keuze in organisatieschaal (lokaalregionaal) o Een keuze in de wijze van contractering, bekostiging en verantwoording van uitvoerende partijen o Een keuze voor de wijze waarop de toegang is georganiseerd o Een keuze voor de wijze waarop de verbinding wordt gelegd met aanpalende beleidsterreinen, voorliggende voorzieningen en partners zoals onderwijs en jeugdgezondheidszorg ▪ De beoogde inrichting is door het college opgesteld in lijn met de inhoudelijke en financiële kaders gesteld door de gemeenteraad.
Wat is de beoogde rol van de gemeente en de gemeenteraad in de inrichting van de uitvoering het jeugdbeleid? Uitvoeringspraktijk ▪ Hoe vindt de feitelijke uitvoering plaats op de ▪ volgende aspecten: voorliggend veld, toegang, inkoop en bekostiging/verantwoording, de rol- en taakverdeling tussen gemeente-wijkteamsaanbieders? ▪ Weten jeugdigen en ouders waar ze zich ▪ kunnen melden voor de hulp en weten ze waar ze recht op hebben ▪ ▪ Als jeugdigen en ouders bij de toegang zijn; hoe verloopt het proces in de praktijk tot het krijgen van een beschikking of verwijzing of een afwijzing? ▪ Als de beschikking er is de hulp dan beschikbaar voor jeugdigen en ouders? ▪ Zijn jeugdigen en ouders tevreden over de geleverde jeugdzorg, de omgang met hun hulpvraag en mogelijke overdracht naar volwassenzorg? ▪ Bereikt de gemeente Nieuwegein de ▪ jeugdigen en gezinnen die dat nodig hebben met preventieve of curatieve ondersteuning? ▪ Signaleert de gemeente Nieuwegein risico’s ▪ en problemen in een vroegtijdig stadium en grijpt de gemeente daarop effectief in? ▪
De beoogde inrichting komt overeen met de gerealiseerde inrichting
Jeugdigen en ouders weten waar ze zich kunnen melden voor hulp en waar ze recht op hebben Jeugdigen van de gemeente Nieuwegein ontvangen naar eigen oordeel tijdig en volledig de juiste hulp.
De gemeente kent de jeugdigen en gezinnen die preventieve of curatieve ondersteuning nodig hebben en bereikt hen met haar aanbod. De gemeente is in staat om in een vroegtijdig stadium risico’s en problemen te signaleren en grijpt daar effectief op in.
Inleiding en onderzoeksverantwoording
7
Onderzoeksvraag ▪ Op welke wijze is de overdracht van jeugdnaar volwassenenzorg georganiseerd?
Norm ▪ De overdracht 18- naar 18+ is naar oordeel van ouders, jongeren en professionals goed geregeld en heeft geen negatieve gevolgen voor de betreffende jongere. ▪ De beoogde rolinvulling komt overeen met de gerealiseerde rolinvulling.
Hoe wordt de rol van de gemeente en de gemeenteraad in de uitvoering van het jeugdbeleid feitelijk ingevuld? Resultaten ▪ Realiseert de gemeente Nieuwegein de ▪ doelen en beoogde maatschappelijke effecten die opgenomen zijn in de Jeugdwet? ▪ Realiseert de gemeente Nieuwegein haar eigen ambitie, doelen en beoogde effecten van het ▪ jeugdbeleid? ▪ Zijn de kosten van het jeugdbeleid in lijn met de gestelde financiële kaders? ▪ Is de geboden ondersteuning (preventief en curatief) effectief? Voorkomt de ▪ ondersteuning escalatie van problemen of leidt het tot beheersing of afname van problemen rondom opvoeden en opgroeien? ▪
▪
▪
▪
De gemeente verzamelt gegevens (vanuit de vier invalshoeken van sturing), interpreteert deze en verwerkt deze tot verantwoordingsinformatie naar de gemeenteraad op zodanige wijze dat de gemeenteraad hiermee grip en sturing ervaart. De gemeente slaagt erin om: o De eigen doelen en streefwaarden (inhoudelijk en financieel) te realiseren o De landelijke doelen van de Jeugdwet te bereiken. De geboden ondersteuning is effectief: o Beoogde resultaten worden bereikt o Het voorkomt escalatie van problemen o Het leidt tot beheersing of afname van de problemen ▪ Geen norm, dit is een uitkomst van het onderzoek
Op welke punten kan de effectiviteit van de jeugdhulp in Nieuwegein verbeterd worden en wat is daarvoor nodig? Op welke punten (toegang, inkoop, hulp en ▪ ondersteuning en verantwoording) kan de rolverdeling tussen gemeente en Wat is de rol van de gemeente en de ▪ gemeenteraad in het verantwoorden en controleren op resultaten in het jeugdbeleid?
▪
▪
Geen norm, dit is een uitkomst van het onderzoek
De raad wordt tenminste geïnformeerd over kosten en gebruik van jeugdzorg, de realisatie van de beoogde transformatie, de ervaringen van inwoners met de jeugdzorg en de effectiviteit van de jeugdzorg. De raad kan naar eigen opvatting op basis van de beschikbaar gestelde verantwoordingsinformatie voldoende inzicht krijgen in en sturen op de jeugdzorg. De raad stuurt op basis van de verkregen informatie op verbetering van het doelbereik en stelt waar nodig stelt de kaders bij.
Inleiding en onderzoeksverantwoording
8
Klik hier en voeg via Invoegen Afbeeldingen een foto in. Om te vergroten: klik op een hoek en sleep. Om te verschuiven: klik op Bijsnijden in het rechtertabblad Opmaak.
2
BEVINDINGEN DOELEN
Inleiding en onderzoeksverantwoording
10
2. Bevindingen doelen 2.1
Inleiding
In dit hoofdstuk zijn zowel de bevindingen van de doelen en de beoogde maatschappelijke effecten van de jeugdwet als de doelen en maatschappelijke effecten die zijn opgenomen in het jeugdbeleid van de gemeente Nieuwegein. De onderzoeksvragen worden op hoofdlijnen beantwoord, gevolgd door een onderbouwing van dat antwoord. Het hoofdstuk eindigt met een toetsing van de bevindingen aan de normen behorend bij de behandelde onderzoeksvragen.
2.2
Doelen en beoogde effecten Jeugdwet
Onderzoeksvraag: 1. Zijn de doelen en beoogde maatschappelijke effecten in de Jeugdwet opgenomen in het beleid van de gemeente Nieuwegein? Beantwoording op hoofdlijnen: ▪ De gemeente Nieuwegein heeft in twee beleidskaders (periode 2013-2017 en periode 2018-2022) op alle doelen en beoogde maatschappelijke effecten zoals opgenomen in de Jeugdwet eigen doelen geformuleerd. Daarmee zijn ze onderdeel van het jeugdbeleid van de gemeente Nieuwegein. ▪ In de tweede planperiode (2018-2022) ligt de nadruk het meest op het wettelijke doel ‘het versterken van het opvoedkundige klimaat in gezinnen, wijken, buurten, scholen en kinderopvang’. Dit valt onder de in het beleidsplan opgenomen pijler 1: versterken pedagogische basisinfrastructuur. Onderbouwing De Jeugdwet heeft in artikel 2.1 de volgende doelen en maatschappelijke effecten benoemd. Artikel 2.1 Jeugdwet Het gemeentelijke beleid inzake preventie, jeugdhulp, kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering en de uitvoering van jeugdhulp, kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering is gericht op:
a.
het voorkomen en de vroege signalering van en vroege interventie bij opgroei- en opvoedingsproblemen,
b. c.
het versterken van het opvoedkundige klimaat in gezinnen, wijken, buurten, scholen en kinderopvang;
d.
het inschakelen, herstellen en versterken van de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van de
psychische problemen en stoornissen; het bevorderen van de opvoedvaardigheden van de ouders, opdat zij in staat zijn hun verantwoordelijkheid te dragen voor de opvoeding en het opgroeien van jeugdigen; jeugdige, zijn ouders en de personen die tot hun sociale omgeving behoren, waarbij voor zover mogelijk wordt uitgegaan van hun eigen inbreng;
e. f. g.
het bevorderen van de veiligheid van de jeugdige in de opvoedsituatie waarin hij opgroeit; integrale hulp aan de jeugdige en zijn ouders, indien sprake is van multi-problematiek, en het tot stand brengen en uitvoeren van familiegroepsplannen en het verlenen van hulp op basis van familiegroepsplannen, ter uitvoering van artikel 4.1.2 en indien sprake is van vroege signalering van opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen.
Bevindingen doelen
11
Per doel en/of maatschappelijk effect is onderstaand weergegeven of en op welke wijze deze doelen terugkomen in het beleid van de gemeente Nieuwegein. Daarvoor is een tweetal beleidskaders geanalyseerd: de Kadernotitie Jeugdhulp (2013-2017) en het Beleidskader Jeugd (2018-2022). In het Beleidskader Jeugd 2018-2022 zijn de doelen van de Transformatieagenda 2017-2021 meegenomen. Verder is het koersdocument “Transformatie essentiële functies” relevant in deze. Doel / effect Jeugdwet
a.
Beleid Nieuwegein
het voorkomen en de vroege
Kadernotitie Jeugdhulp 2013-2017
signalering van en vroege
▪
interventie bij opgroei- en
Beleidskader jeugd 2018-2022
opvoedingsproblemen, psychische
▪
problemen en stoornissen;
De JGZ heeft ook na 2015 alle 0-19-jarigen in beeld Meer focus leggen op kansrijke preventieve interventies die versterkend werken in de (overgangen bij) de levensloop van jeugdigen en bij ingrijpende levensgebeurtenissen.
▪
Meer wijkgericht inzetten van specifieke kansrijke interventies op grond
▪
Beter signaleren en toeleiden naar passende ondersteuning van
van de kenmerken van de buurt/wijk. kwetsbare jeugdigen en hun ouders die niet vanzelfsprekend in beeld zijn en/of met een vraag komen.
b.
het versterken van het
Kadernotitie Jeugdhulp 2013-2017
opvoedkundige klimaat in
▪
gezinnen, wijken, buurten, scholen en kinderopvang;
In iedere woonservicezone is per 2017 een passend programma ter versterking van de zelfredzaamheid van ouders/kinderen en jongeren
▪
Per 2017 zijn er programma’s voor bevordering van zorg en welzijn voor
▪
Alle professionals zetten per 2015 zorgsignalen om in actie
▪
Op alle scholen is per 2015 passende (zorg)ondersteuning beschikbaar
▪
Er is per 2015 één soort casusoverleg: waarin betrokkenen overleggen
75% van de problematiek van jeugd en gezin
met en rondom een gezin Beleidskader jeugd 2018-2022 ▪
De pedagogische basisinfrastructuur verder versterken door ons te richten op medeopvoeders, opvoedingsondersteuning en pedagogische preventie. Dit om een positief opvoedklimaat te realiseren in alle leefgebieden waar het kind/gezin zich bevindt
▪
Het formele netwerk meer beschikbaar stellen op vindplekken (zoals
▪
Kinderen met (dreigende) (taal)achterstand krijgen de kans om deze te
▪
Meer kinderen beginnen en doorlopen hun schoolloopbaan succesvol; de
scholen, bibliotheek, in de wijk) van ouders en jeugdigen. verkleinen, c.q. weg te werken. Ouders worden hierbij meer betrokken. huidige doelgroep van het onderwijsachterstandenbeleid (OAB) wordt hiervoor verbreed. ▪
De overgang verder verbeteren van voorschoolse naar (vroeg)schoolseperiode.
▪
(jongere) kinderen beginnen beter voorbereid aan hun schoolloopbaan met als uiteindelijk doel het behalen van een startkwalificatie en succesvol participeren in de maatschappij.
▪
Voor thuiszitters en voortijdig schoolverlaters vinden we door nauwere samenwerking sneller een passende plek binnen het onderwijs en/of de zorg.
▪
Toeleiding vaker faciliteren met betrokkenheid van medeopvoeders en andere professionals (van gespecialiseerde jeugdhulp).
▪
Geynwijs wordt voor ouders en partners in het veld steeds meer een deskundig en goede gesprekspartner voor toeleiding naar de basisinfrastructuur en/of jeugdhulp.
Bevindingen doelen
12
c.
het bevorderen van de
Kadernotitie Jeugdhulp 2013-2017
opvoedvaardigheden van de
▪
95% van de ouders/jongeren weet per 2017 waar hij/zij terecht kan met
verantwoordelijkheid te dragen
▪
Bij alle vrijwillige jeugdhulp werken we per 2015 vraaggericht
voor de opvoeding en het
Beleidskader jeugd 2018-2022
opgroeien van jeugdigen;
▪
Ouders en medeopvoeders meer versterken in hun opvoedvaardigheden
▪
Toeleiding naar jeugdhulp vindt meer vraaggericht en gezinsversterkend
ouders, opdat zij in staat zijn hun
opgroeivragen
plaats, met behulp van Krachtwerk als daarbij passende methodiek.
d.
het inschakelen, herstellen en
Kadernotitie Jeugdhulp 2013-2017
versterken van de eigen
▪
De opgroeivragen van/over 92% van de jeugd worden per 2017 in de 0e
▪
Bij alle jeugdhulp is per 2015 in alle fasen het ondersteunen en
personen die tot hun sociale
▪
Alle jeugdhulp houdt per 2015 rekening met de context van het gezin
omgeving behoren, waarbij voor
▪
Alle jeugdhulp is per 2015 zo licht en zo kort als verantwoord
zover mogelijk wordt uitgegaan van
▪
De positie van alle huidige en nieuwe gebruikers van jeugdhulp is per
mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van
of 1e lijn opgelost
de jeugdige, zijn ouders en de
bevorderen van de eigen kracht van een gezin het uitgangspunt
hun eigen inbreng;
2015 formeel en informeel geborgd Beleidskader jeugd 2018-2022 ▪
Het eigen en informele netwerk meer faciliteren als medeopvoeder
▪
Meer voorkomen dat kinderen en jongeren in zware en langdurige, intensieve hulp terecht komen die vaak een grote impact heeft op het leven van deze kinderen en jongeren en hun ouders/verzorgers.
▪
Jeugdhulp richt zich op het versterken van de eigen kracht van de
▪
Als kinderen en opvoeders op zware hulp aangewezen zijn dan is er meer
jeugdige, ook op zijn opvoeder(s) en het eigen netwerk als vangnet. oog voor afschaling naar lichtere vormen van jeugdhulp ▪
Sluitende (proces)afspraken voor de aanpak op wachtlijsten en
▪
Meer mogelijkheden vanuit de eigen kracht van de jeugdige/ouder, het
wachttijden. eigen en het informele netwerk betrekken bij de toeleiding naar ondersteuning.
e.
het bevorderen van de veiligheid
Kadernotitie Jeugdhulp 2013-2017
van de jeugdige in de
Bij alle handelingen van de professionals staat per 2015 de veiligheid van
opvoedsituatie waarin hij opgroeit;
een kind voorop Beleidskader jeugd 2018-2022 ▪
Wijken waar meerdere risicofactoren voor jeugdigen hoog scoren, verdienen de komende jaren de extra aandacht in een wijkgerichte aanpak op preventie. Door de inzet op bepaalde factoren, zoals bijvoorbeeld sociaal-emotionele vaardigheden, kan veel
▪
winst behaald worden, omdat hiermee groei van veiligheid (probleemgedrag en agressie),wordt bevorderd.
f.
integrale hulp aan de jeugdige en
Kadernotitie Jeugdhulp 2013-2017
zijn ouders, indien sprake is van
▪
70% van de intensieve jeugdhulp wordt per 2015 in de vertrouwde
▪
Waar het gezin zelf geen regie kan voeren op meervoudige problemen
▪
Er is per 2015 een model voor financiële sturing op alle intensieve
multi-problematiek
omgeving verzorgd werken we per 2015 met coördinatie van zorg jeugdhulp Beleidskader jeugd 2018-2022 ▪
Meer zicht om te voorkomen dat jongeren tussen wal en schip vallen.
▪
Meer samenhang in ondersteuning van jongeren naar zelfstandigheid
Bevindingen doelen
13
▪
Bij meervoudige problematiek van een jeugdige voorkomen dat (de zoektocht naar) maatwerk leidt tot veel opeenvolgend aanbod.
▪
Als kinderen en opvoeders op zware hulp aangewezen zijn, dan dient deze meer thuis of zo dicht mogelijk bij huis geboden te worden.
g.
het tot stand brengen en uitvoeren
Kadernotitie Jeugdhulp 2013-2017
van familiegroepsplannen en het
▪
Per 2017 hebben we voor alle kwetsbare jeugd een passend
▪
90% van de jeugdhulp heeft per 2015 een plan van aanpak en een doel
verlenen van hulp op basis van familiegroepsplannen, ter
ondersteuningsaanbod
uitvoering van artikel 4.1.2 en
In 2017 is noodzakelijke intensieve jeugdhulp in maximaal drie stappen
indien sprake is van vroege
geregeld
signalering van opgroei- en
Beleidskader jeugd 2018-2022
opvoedingsproblemen, psychische
▪
problemen en stoornissen.
De gemeente heeft eind 2016 de integrale verordening Wmo en jeugdhulp vastgesteld. Hiermee is een stap voorwaarts gezet naar een meer integrale benadering in de Brede Toegang en is het
▪
2.3
uitgangspunt één gezin, één plan juridisch verankerd.
Doelen en beoogde effecten jeugdbeleid Nieuwegein
Onderzoeksvraag: 2. Welke ambitie, doelen en beoogde maatschappelijke effecten heeft de gemeente Nieuwegein voor het jeugdbeleid vastgelegd? Beantwoording op hoofdlijnen: ▪ De doelen van de gemeente Nieuwegein hebben betrekking op vroegsignalering en preventie, het versterken van de pedagogische basisinfrastructuur in de wijken, het bevorderen van eigen regie en kracht, het inzetten van hulp zo licht als mogelijk en zo zwaar als nodig en het bieden van hulp zo dicht mogelijk bij de gezinnen thuis. ▪ De doelen in de beleidskaders zijn niet consequent voorzien van concrete streefwaarden. Voor het overgrote deel van de doelen ontbreken daarom de streefwaarden. ▪ In de programmabegrotingen vanaf 2019 worden indicatoren gehanteerd die vooral toezien op ervaringen van inwoners (ervaren eigen regie en ervaringen met de dienstverlening door Geynwijs) en het gebruik van voorzieningen. ▪ Een relatie tussen de doelen in de beleidskaders en de gehanteerde indicatoren in de programmabegroting en de verdere planning- en control cyclus is niet expliciet te maken. Onderbouwing In de beantwoording van de eerste onderzoeksvraag (zie paragraaf 2.2) zijn de doelen die de gemeente in de periode vanaf 2013 heeft geformuleerd integraal opgenomen. Samengevat betreft het doelen over: ▪ Vroegsignalering en preventieve interventies.
In de tweede planperiode ligt daar meer nadruk op, dan in de eerste periode. ▪ Het versterken van de pedagogische basisinfrastructuur in de wijken in samenwerking en samenhang met alle relevante netwerkpartners rondom jeugd. Ook hiervoor geldt dat in de tweede planperiode meer doelen en ambities zijn geformuleerd op dit punt. Het is zelfs de eerste pijler in het beleidsplan. ▪ Het bevorderen van de eigen regie en kracht van de gezinnen. Daaraan wordt ook de afschaling van specialistische en intensieve jeugdhulp naar lichtere vormen van hulp en ondersteuning als doel aan gekoppeld. ▪ Het bieden van hulp zo dicht mogelijk bij de gezinnen thuis, ook als sprake complexe (multi)problematiek.
Bevindingen doelen
14
Uit de documenten en de interviews blijkt dat de raad in aparte sessies betrokken is geweest bij de opstelling van de beleidskaders. Ook partners en vertegenwoordigers van cliënten zijn geconsulteerd in het proces van opstellen van de beleidskaders. De raad heeft de kaders vastgesteld. In de programmabegrotingen (programma Versterking eigen kracht, Ondersteuning en Bescherming) en de andere planning- en control documenten vanaf 2019 zijn de volgende indicatoren opgenomen die raken aan het jeugdbeleid: Indicatoren ervaringen inwoners: ▪ Inwoners geven aan grip te hebben op/ richting te kunnen geven aan hun eigen, plezierig leven (sociale kracht in sociale kracht monitor, schaal 1-5), streefwaarde 4.0. ▪ Tevredenheid inwoners over deskundigheid professionals Geynwijs, streefwaarde 3,8 ▪ Tevredenheid over tijd tussen eerste contact en start ondersteuning professionals Geynwijs, streefwaarde 4. ▪ Tevredenheid inwoners over deskundigheid professionals sociaal wijkteam t.a.v. het proces om tot het doelenplan te komen, streefwaarde 75% (2021) Indicatoren maatschappelijke effecten ▪ Het percentage voortijdige schoolverlaters van 12 tot 23 jaar in het voorgaande schooljaar, streefwaarde 1,5%. Indicatoren gebruik voorzieningen ▪ Het percentage jongeren tussen 23 en 27 jaar dat onderwijs volgt en/of werkt, streefwaarde is 98%.
▪ Kinderen uit gezinnen met problematische schulden hebben een stadspas, streefwaarde 50%. ▪ Aantal activiteiten dat samen met jongeren is opgesteld: streefwaarde is 6. ▪ Aantal koppelingen Buurtgezinnen.nl, streefwaarde is 15. ▪ Het percentage jongeren, 0-18 jaar, dat ondersteuning heeft ontvangen, streefwaarde is 9% (2019) en 14% (2020) ▪ Het percentage jongeren in de leeftijd tot 27 jaar dat na begeleiding door WIL en RMC vanuit het Jongerenloket onderwijs volgt of werkt, streefwaarde is 70% ▪ Aantal kinderen in een grootschalige residentiële jeugdhulpvoorziening, streefwaarde is 20. ▪ Aanbod binnen kleinschalige voorzieningen in Nieuwegein, streefwaarde is 27. ▪ Aantal uithuisgeplaatste kinderen dat verblijft in residentiële voorzieningen, streefwaarde 40 (2020) ▪ Aantal uithuisgeplaatste kinderen dat verblijft in gezinsvormen, streefwaarde 130 (2020). ▪ Aantal meldingen minderjarigen dat door Veilig Thuis is doorgezet naar het sociaal wijkteam, streefwaarde is 360 (2019), 440 (2020). ▪ Aantal begeleidingen (drang) door Samen Veilig, streefwaarde is 180 ▪ Aantal casussen waar gemeente ketenregie (CMPG en PGA), uitgesplitst naar: o a. aantal actieve zaken in dat jaar, streefwaarde 72 o b.
aantal advieszaken, streefwaarde 50 (2019), 20 (2020) Deze indicatoren met streefwaarden hebben dominant betrekking op het gebruik van voorzieningen en in mindere mate op ervaringen van inwoners. Indicatoren over de bredere maatschappelijke effecten van het jeugdbeleid ontbreken nagenoeg. De indicatoren in de planning- en control cyclus zijn niet één op één aan te sluiten op de doelen uit het vigerende jeugdbeleid (periode 2018-2022).
2.4
Financieel kader jeugdbeleid Nieuwegein
Onderzoeksvraag: 3. Wat is het financieel kader van de gemeente Nieuwegein voor de uitvoering van haar jeugdbeleid?
Bevindingen doelen
15
Beantwoording op hoofdlijnen: ▪ In de beleidskaders voor de perioden 2013-2017 en 2018-2022 is geen financieel kader opgenomen. ▪ In de programmabegrotingen zijn deze kaders wel opgenomen. In de periode tot 2017 zijn deze echter niet goed vergelijkbaar ten opzichte van de periode vanaf 2017. Daarom is gekozen voor een analyse van de periode vanaf 2017. ▪ Uit de analyse van de financiële kaders blijkt dat: o Sprake is van een forse uitgavenstijging: een verdriedubbeling van de uitgaven sinds 2017 o Vanaf 2018 de gerealiseerde uitgaven stelselmatig de begrote uitgaven fors overschrijden, in 2020 is de overschrijding een stuk lager dan in 2018 en 2019. o De reserve Sociaal Domein vanaf 2020 volledig is ingezet om de tekorten in het Sociaal Domein af te dekken. In 2021 kan geen beroep meer worden gedaan op deze reserve. Onderbouwing Het financieel kader voor de uitvoering van het jeugdbeleid blijkt uit jaarrekeningen en de programmabegrotingen. In de beleidsnota’s is geen financieel kader opgenomen. Gekozen is voor de periode 2017-2021 omdat de cijfers voor die jaren goed vergelijkbaar zijn. Vanaf 2017 werken alle gemeenten met een verplichte taakveldindeling (Iv3-voorschrift) zodat baten en lasten tussen gemeenten vergeleken kunnen worden.
Voor de opstelling van de gegevens is gebruik gemaakt van de begrote en gerealiseerde uitgaven voor de taakvelden maatwerkvoorzieningen 18- en de geëscaleerde zorg 18-. De kosten van het overige jeugdbeleid, bijvoorbeeld de kosten voor Geynwijs, zijn niet uit te splitsen naar Wmo en Jeugd. Daar is gewerkt met een integrale kostenopstelling. Hetzelfde geldt voor de jeugdgezondheidszorg, maatwerkvoorzieningen GGD dat is onderdeel van een grotere post met uitgaven aan de volksgezondheid. De analyse van de jaarrekeningen en programmabegrotingen is samengevat in onderstaande figuur.
Financiële ontwikkeling jeugdzorg Nieuwegein 2017-2021 €18.000.000 €16.000.000 €14.000.000 €12.000.000 €10.000.000 €8.000.000 €6.000.000 €4.000.000 €2.000.000 €-
2017
2018
2019
2020
2021 €15.378.900
Begroot
€6.247.300
€6.301.500
€8.591.000
€14.129.000
Gerealiseerd
€5.109.000
€13.224.000
€14.584.000
€15.969.000
Begroot
Gerealiseerd
Na ambtelijk wederhoor hebben we vernomen dat de gerealiseerde uitgaven 2017 volgens de jaarrekening te laag zijn in verband met verkeerde verwerking. Er is een bedrag van € 5.545.000 geboekt onder de Wmo maatwerkvoorzieningen die voor jeugd maatwerkvoorzieningen zouden moeten zijn.
Bevindingen doelen
16
Daarmee zou het totaal gerealiseerde bedrag voor 2017 uitkomen op €10.654.000,- Uit de opstelling van de gegevens blijkt met in acht neming van de correctie voor 2017 dat de gerealiseerde uitgaven op de in beschouwing genomen kostenposten met 50 % toenemen. Waar in 2017 nog ruim 10,6 miljoen euro werd uitgegeven, is dit in 2020 opgelopen tot bijna 16 miljoen euro. De begrote uitgaven nemen eveneens fors toe: van ruim 6 miljoen in 2017 tot ruim 15 miljoen in 2021. In de jaren 2018 en 2019 is een fors verschil tussen de begrote en de gerealiseerde uitgaven. In de begroting van 2020 wordt gemeld dat als gevolg van de forse uitgavengroei de reserve Sociaal Domein volledig is benut. In de begroting van 2021 wordt aangegeven dat het tekort van 1,3 miljoen euro ten laste komt van het begrotingssaldo. In 2020 komen de begrote en de gerealiseerde uitgaven dichter bij elkaar dan in de voorgaande jaren, maar nog steeds is sprake van een forse overschrijding van 1,8 miljoen. Verder verklaringen hiervoor worden gegeven in paragraaf 5.3.
2.5
Rollen gemeente en gemeenteraad in kaderstelling jeugdbeleid
Onderzoeksvraag: 4. Wat is de rol van de gemeente en de gemeenteraad in het stellen van kaders en doelen jeugdbeleid? Beantwoording op hoofdlijnen: ▪ De gemeente Nieuwegein stelt periodiek een beleidsplan op dat merendeels ingaat op de gestelde eisen daaraan in de Jeugdwet. ▪ De gemeente Nieuwegein voldoet in de plannen aan meerdere eisen niet. Het gaat om het formuleren van outcome-criteria, de wijze waarop dit wordt gemeten, het stellen van eisen aan jeugdzorgaanbieders, het zich vergewissen van behoeften van kleine doelgroepen en het uitvoering geven aan het genoemde VN-verdrag. Dat betekent niet dat de gemeente Nieuwegein hier niets aan doet. In de inkoopafspraken is vastgelegd welke eisen aan jeugdzorgaanbieders zijn gesteld. Onderbouwing In de Jeugdwet is onder artikel 2.2 opgenomen wat de rol van de gemeente en gemeenteraad is in het stellen van kaders en doelen in het jeugdbeleid. Artikel 2.2 Jeugdwet
1.
De gemeenteraad stelt periodiek een plan vast dat richting geeft aan de door de gemeenteraad en het college te nemen beslissingen betreffende preventie en jeugdhulp, de uitvoering van kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering.
2.
Het plan bevat de hoofdzaken van het door de gemeente te voeren beleid betreffende preventie, jeugdhulp, de uitvoering van de kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering en geeft daarbij in ieder geval aan: a.
wat de gemeentelijke visie en doelstellingen zijn van dit beleid;
b.
hoe dit beleid zal worden uitgevoerd in samenhang met de verantwoordelijkheid van het college inzake Veilig Thuis en welke acties in de door het plan bestreken periode zullen worden ondernomen;
c.
welke resultaten de gemeente in de door het plan bestreken periode wenst te behalen, hoe gemeten zal worden of deze resultaten zijn behaald en welke outcome criteria gehanteerd worden ten aanzien van jeugdhulpaanbieders en gecertificeerde instellingen;
d.
hoe het college uitvoering zal geven aan artikel 2.7, tweede lid, en hoe wordt gewaarborgd dat de jeugdhulpaanbieder voldoet aan de eisen inzake de verantwoordelijkheidstoedeling, gesteld bij of krachtens artikel 4.1.1, tweede lid, juncto 4.1.5, eerste lid;
e.
op welke wijze de gemeenteraad en het college zich hebben vergewist van de behoeften van kleine doelgroepen, en
f.
hoe het college uitvoering zal geven aan het op 13 december 2006 te New York tot stand gekomen Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap (Trb. 2007, 169).
Bevindingen doelen
17
In de gemeente Nieuwegein is sprake van een tweetal door de raad vastgestelde beleidsplannen: de Kadernotitie Jeugdhulp 2013-2017 (uitgewerkt in een plan Zorg voor Jeugd) en het Beleidskader jeugd 2018-2022. Daarmee is voldaan aan de eerste verplichting die de Jeugdwet stelt. De plannen bevatten een gemeentelijke visie en doelstellingen (lid 2a) en bevat een beschrijving van de uitvoering van dit beleid in samenhang met Veilig Thuis (lid 2b). De plannen bevatten in beperkte mate de concrete te behalen resultaten (de Kadernotitie Jeugdhulp 2013-2017 bevatte meer dan het latere plan concrete doelen en resultaten). De plannen bevatten geen concrete voorstellen voor het meten van de gewenste resultaten en effecten. In de programmabegrotingen zijn wel indicatoren opgenomen die echter meer gericht zijn op output (gebruik van voorzieningen) dan op outcome (maatschappelijke effecten en inwonerservaringen). De relatie tussen de doelen en de indicatoren is niet expliciet gelegd. Het gestelde in lid 2d, e en f komt niet aan de orde in de beleidsplannen. In het beleidskader jeugd staan voor de pijlers pedagogische basisinfrastructuur, jeugdhulp en de toeleiding doelen opgenomen. Deze beschrijven de beweging die de gemeente wil maken met de inzet en activiteiten. Ze geven sturing op de prioriteit van inzet van capaciteit en besteding van beschikbare middelen.
De doelen worden gemonitord op basis van beschikbare cijfers in Nieuwegein. Daarnaast zoekt de gemeente andere vormen zoals ‘storytelling’ om het effect van het beleidskader te vertalen naar concrete ervaring van de inwoners. Door de ervaringen van een aantal inwoners nu en in de toekomst uit te schrijven ontstaat er een beeld wat het beleidskader bij inwoners teweeg brengt. De gemeenteraad kent de kaderstellende en de controlerende rol. Met de kaderstellende rol stelt de raad de algemene beleidskaders vast waarbinnen het college kan bewegen. Zo bepaalt de raad de beleidsmatige en financiële grenzen voor de uitvoering door het college. De controlerende rol richt zich op de controle over de uitvoering van de kaders. (zie voor verdere uitwerking paragraaf 3.3)
2.6
Toetsing aan het normenkader
Voor de toetsing aan de norm werken we met de volgende termen in volgorde van niet voldoen tot voldoen: ▪ Voldoet niet: dit betekent dat op geen enkele wijze wordt voldaan aan de norm ▪ Voldoet beperkt: dit betekent dat voor een klein deel wordt voldaan aan de norm ▪ Voldoet merendeels: dit betekent dat voor een groter deel wel dan niet wordt voldaan aan de norm ▪ Voldoet grotendeels: dit betekent dat voor een zeer groot gedeelte wordt voldaan aan de norm ▪ Voldoet: dit betekent dat volledig wordt voldaan aan de norm. Norm Toetsing ▪ De doelen en beoogde effecten van de Jeugdwet Voldoet. Op alle beoogde doelen en effecten zoals zijn opgenomen in het beleid van de gemeente geformuleerd in de Jeugdwet heeft de gemeente Nieuwegein Nieuwegein beleid geformuleerd. ▪ De beleidsdoelen zijn voorzien van indicatoren Voldoet beperkt. In het eerste beleidskader (2013en prestaties waarmee het doelbereik kan 2017) is een aantal concrete doelen met worden bepaald. streefwaarden opgenomen, maar merendeels niet. In het tweede beleidskader (2018-2022) zijn geen concrete doelen of streefwaarden opgenomen. De indicatoren die worden gehanteerd in de planningen control cyclus zijn niet expliciet verbonden aan doelen uit de kaders. De indicatoren zien vooral toe op het gebruik van voorzieningen en in beperkte mate op het realiseren van maatschappelijke effecten of inwonerservaringen.
Bevindingen doelen
18
Norm Toetsing ▪ Er zijn financiële kaders vastgesteld voorzien van Voldoet niet. De financiële kaders bevatten geen indicatoren waarmee gestuurd kan worden. streefwaarden anders dan de begrote bedragen zelf. ▪ De raad: Voldoet merendeels. De raad is betrokken geweest o Is betrokken geweest bij proces van bij het opstellen van de inhoudelijke en financiële ontwerpen van de inhoudelijk en financiële kaders. Deels via daarvoor georganiseerde sessies kaders en deels via de reguliere planning- en control o Heeft de kaders vastgesteld cyclus. De raad voelt nog onvoldoende grip op de o Past de kaders aan op basis van materie, maar heeft ook niet aangegeven wat er stuurinformatie die zij ontvangt. nodig is ter verduidelijking. ▪ De uitvoeringspartners en hulpvragers zijn De kaders zijn vastgesteld door de raad. betrokken geweest bij het opstellen van het De raad heeft geen aanpassingen in de kaders beleid. aangebracht op basis van de ontvangen stuurinformatie. Uitvoeringspartners en hulpvragers zijn betrokken geweest bij het opstellen van het beleid.
Bevindingen doelen
19
Klik hier en voeg via Invoegen Afbeeldingen een foto in. Om te vergroten: klik op een hoek en sleep. Om te verschuiven: klik op Bijsnijden in het rechtertabblad Opmaak.
3
BEVINDINGEN BEOOGDE UITVOERING
Bevindingen doelen 20
3. Bevindingen beoogde uitvoering 3.1
Inleiding
In dit hoofdstuk wordt de bevindingen van de beoogde uitvoering van het jeugdbeleid in de gemeente Nieuwegein en de beoogde rol van de gemeente en de gemeenteraad in de inrichting van de uitvoering beschreven. Hierna worden de onderzoeksvragen op hoofdlijnen beantwoord, gevolgd door een onderbouwing van dat antwoord. Het hoofdstuk eindigt met een toetsing van de bevindingen aan de normen behorend bij de behandelde onderzoeksvragen.
3.2
Beoogde uitvoering van het jeugdbeleid
Onderzoeksvraag: 3. Wat is de beoogde uitvoering van het jeugdbeleid in Nieuwegein op de volgende aspecten: voorliggend veld, toegang, inkoop en bekostiging/verantwoording, de rol- en taakverdeling tussen gemeente-wijkteams-aanbieders? Beantwoording op hoofdlijnen: ▪ Het Beleidskader Jeugd 2018 -2022 zet in om met name de pedagogische basisinfrastructuur te versterken in Nieuwegein. Daarbij ligt de focus op het realiseren van een positief opvoedklimaat. ▪ De toegang vanuit Geynwijs heeft een ontwikkeling gemaakt sinds 2015. Met name op de regierollen is een grote verandering doorgevoerd in 2018 en de nieuwe Krachtwerk-methodiek die wordt toegepast. Daarnaast kent de toegang een aparte tak die zich op scholen bevindt, zowel basis- als voortgezet onderwijs. ▪ De huidige inkoop is via het klassieke p*q model geregeld. Er wordt beoogd om deels van dit model af te stappen omdat deze niet past bij de regionale en lokale doelen. Beoogd wordt om voor de nieuwe inkoop deels te werken met een taakgerichte of outputgerichte bekostigingssystematiek. ▪ Geynwijs en welzijnswerk zijn lokaal georganiseerd. Regionaal zijn er afspraken gemaakt met de zorgaanbieders.
Onderbouwing Preventie/ Voorliggend veld Vanuit het Beleidskader Jeugd 2018-2022 stelt de gemeente Nieuwegein zich als doel om de pedagogische basisinfrastructuur verder te versterken door zich te richten op medeopvoeders, opvoedingsondersteuning en pedagogische preventie. Dit om een positief opvoedklimaat te realiseren in alle leefgebieden waar het kind/gezin zich bevindt. De onderdelen opvoedingsondersteuning en pedagogische preventie kennen eigen subdoelen om tot een uitvoering van het hoofddoel te komen. Hoofddoel Opvoedondersteuning
Subdoelen ▪ Ouders en medeopvoeders meer versterken in hun opvoedvaardigheden ▪ Het eigen en informele netwerk meer faciliteren als medeopvoeder ▪ Het formele netwerk meer beschikbaar stellen op vindplekken (zoals scholen, bibliotheek, in de wijk) van ouders en jeugdigen.
Bevindingen beoogde uitvoering
21
Hoofddoel Pedagogische preventie.
Kwetsbare jongeren (1627 jaar) Kinderen met een (dreigende) onderwijsachterstand
Subdoelen ▪ Meer focus leggen op kansrijke preventieve interventies die versterkend werken in de (overgangen bij) de levensloop van jeugdigen en bij ingrijpende levensgebeurtenissen. ▪ Meer wijkgericht inzetten van specifieke kansrijke interventies op grond van de kenmerken van de buurt/wijk. ▪ Meer zicht om te voorkomen dat jongeren tussen wal en schip vallen. ▪ Meer samenhang in ondersteuning van jongeren naar zelfstandigheid. ▪ Kinderen met (dreigende) (taal)achterstand krijgen de kans om deze te verkleinen, c.q. weg te werken. Ouders worden hierbij meer betrokken. ▪ Meer kinderen beginnen en doorlopen hun schoolloopbaan succesvol; de huidige doelgroep van het onderwijsachterstandenbeleid (OAB) wordt hiervoor verbreed. ▪ De overgang verder verbeteren van voorschoolse naar (vroeg)schoolseperiode. ▪ (jongere) kinderen beginnen beter voorbereid aan hun schoolloopbaan met als uiteindelijk doel het behalen van een startkwalificatie en succesvol participeren in de maatschappij.
Deze doelstelling worden in de uitvoering lokaal belegd bij welzijnswerk van MOvactor, trainingen van Vitras, het consultatiebureau, Geynwijs op School, Buurtgezinnen, Handje Helpen, Scool is Cool, Pretty Woman, de bibliotheek en Villa Pinedo. Toegang In de tijd van stichting Geynwijs is Geynwijs op school (GWOS) ontstaan. Dit is een team van Sociaal Professionals met de expertise ‘school’. Zij vertegenwoordigen de Jeugdwet en werken nauw samen met het Samenwerkingsverband (Wet Passend Onderwijs). Door samen op te trekken kunnen alle facetten die een rol spelen in de ontwikkeling van een kind belicht worden. Hier opvolgend kunnen het Samenwerkingsverband vanuit de wet Passend onderwijs en/of Geynwijs vanuit de Jeugdwet de juiste zorg inschakelen. Het Samenwerkingsverband voor Primair Onderwijs is ‘Profi Pendi’ en is voor het Voorgezet Onderwijs is het ‘Zuid-Utrecht’. De medewerkers vanuit Geynwijs op school zorgen in de samenwerking met scholen ervoor om zichtbaar en beschikbaar te zijn in het geval zich (niet uitsluitend school gerelateerde) problemen voordoen. Per school is een bepaald aantal uren Geynwijs op school beschikbaar, gebaseerd op het aantal leerlingen en de problematiek.
De gemeente Nieuwegein kent de Brede Toegang voor toegankelijke voorzieningen en voorzieningen waarbij een inwoner een ‘doorverwijzing” nodig heeft, op de gebieden wonen, inkomen en zorg (Wmo, Ziektekostenverzekeringswet, Jeugdwet, Wet langdurige zorg). Onderdeel van de Brede Toegang is Geynwijs, wat de toeleiding verzorgt naar voorzieningen vanuit de Jeugdwet. Vanuit Geynwijs wordt aangegeven, dat zij zich in een ingewikkeld speelveld bevinden met een complexe opgave.
Bevindingen beoogde uitvoering
22
In de transformatieagenda wordt de Brede Toegang beschreven. Hieronder is de brede toegang geïllustreerd. Figuur: Grafisch beeld Brede Toegang in de volle breedte 2017
Dit samenspel tussen en met al die partners vraagt om goede afspraken. Daarvoor heeft de gemeente Nieuwegein 9 ontwikkelopgaven definieert: ▪ Opgave 1 Optimalisatie dienstverlening Geynwijs ▪ Opgave 2 Samenspel met professionals in voorliggende veld ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪
Opgave 3 Samenspel met vrijwilligers Opgave 4 Samenspel met andere partners in de toegang tot maatwerk Opgave 5 Ontwikkelen samenspel tussen partners in de Brede Toegang Opgave 6 Herinrichten opdrachten aan specifieke partners in de Brede Toegang Opgave 7 Inpassen van nieuwe of getransformeerde toegangen tot voorzieningen Opgave 8 Alle partners in de toegang acteren vanuit dezelfde uitgangspunten en leidende principes Opgave 9 Ontwikkelen signaleringswerk en aansluiting op partners in de Brede Toegang
Vanuit het Beleidskader Jeugd 2018-2022 beoogt de gemeente Nieuwegein de volgende doelen rondom de toeleiding naar passende voorzieningen: ▪ Toeleiding naar jeugdhulp vindt meer vraaggericht en gezinsversterkend plaats, met behulp van Krachtwerk als daarbij passende methodiek. ▪ Meer mogelijkheden vanuit de eigen kracht van de jeugdige/ouder, het eigen en het informele netwerk betrekken bij de toeleiding naar ondersteuning. ▪ Beter signaleren en toeleiden naar passende ondersteuning van kwetsbare jeugdigen en hun ouders die niet vanzelfsprekend in beeld zijn en/of met een vraag komen. ▪ Toeleiding vaker faciliteren met betrokkenheid van medeopvoeders en andere professionals (van gespecialiseerde jeugdhulp). ▪ Geynwijs wordt voor ouders en partners in het veld steeds meer een deskundig en goede gesprekspartner voor toeleiding naar de basisinfrastructuur en/of jeugdhulp. In het Beleidskader Jeugd 2018-2022 wordt gesteld dat de gemeente nieuwe samenwerkingsafspraken wil maken met de huisartsen en jeugdartsen over de samenwerking met Geynwijs waar het gaat om het doorverwijzen van jeugdigen naar bijvoorbeeld de jGGZ. Daarvoor is onder andere een praktijk ondersteuner jeugd GGZ aanwezig vanuit Geynwijs op gezondheidscentra, deze dient als linking pin tussen huisarts en Geynwijs en biedt ook een deel van de hulpverlening aan.
Bevindingen beoogde uitvoering
23
Binnen Geynwijs zijn er verschillende werkprocessen geweest in de afgelopen jaren. De volgende procesplaat geeft inzicht in het proces uit 2016. Figuur: procesplaat Geynwijs 2016
Deze procesplaat laat zien welke stappen er worden doorlopen bij een vraag rondom participatie, welzijn, wonnen en/of zorg. Per stap in het proces is in kaart gebracht: ▪ Welke input vanuit de bewoner komt; ▪ Welke activiteiten onder de stap vallen; ▪ Wat elke stap oplevert (output); ▪ Welke partijen een rol spelen bij de stap; ▪ De hulpmiddelen die ingezet kunnen worden door de medewerker van Geynwijs ▪ Binnen welk termijn elke stap plaatsvindt. In 2018 werden er twee soorten regie binnen Geynwijs in het leven geroepen: Casusregie & Ketenregie. ▪ Casusregie werd ingezet om de juiste zorg en maatwerkvoorziening op tijd inzetten voor gezin/inwoner en vinger aan de pols houden totdat met het ingezette arrangement en aangereikte tools het gewenste effect is bereikt. ▪ Ketenregie zorgt dat de inzet van betrokken instanties wordt onderling afgestemd, zodat met een gecoördineerde aanpak stagnatie in problematiek wordt doorbroken en/of verergering van problematiek wordt voorkomen. Het verschil tussen casusregie en ketenregie bestond al, maar is aangescherpt en het regieteam is met de herinrichting formeel overgegaan naar Geynwijs. Sinds de herinrichting Sociaal Domein van kracht is, maakt het regieteam/CMPG onderdeel uit van Geynwijs. In 2021 is het instrument 1Huishouden-1Plan1Regisseur door Geynwijs ontwikkeld, waarmee op casus- en ketenniveau regie gevoerd kan worden.
Het grote verschil hiermee ten opzichte van de werkprocessen in 2016, is het langer vinger aan de pols houden en het differentiëren tussen wat casussen nodig hebben. De ene casus kent daardoor een casusen ketenregisseur, maar andere casussen een van beide of geen enkele. In de huidige situatie, te 2021,
Bevindingen beoogde uitvoering
24
voert de Geynwijs professional zowel casus- als ketenregie uit binnen een gezin of bewoner. Er zijn dan ook niet twee regisseurs bij een casus betrokken. Casusregie wordt extern ingezet bij inwoners (van 0 tot 100), zorgaanbieders, ketenpartners. Intern is de regievoerder van Geynwijs is een spin in het web. Daarbij wordt benadrukt dat de regievoeder géén hulpverlener is, maar een regisseur en daarmee eigenaar van het proces. Bij elke casus moet helder zijn wie de regievoerder is (doelenplan/proces). De kern van de regierol is afstemmen. Er zijn verschillende vormen van afstemming: ▪ Afstemming met aanbieders ▪ Afstemming tussen aanbieders ▪ Afstemming met en motiveren van het gezin/de inwoner en het netwerk rondom jongere/gezin ▪ Multidisciplinair overleg (MDO) ▪ Regionaal Omdenk- en Expertteam Lekstroom (ROEL) is een expertisenetwerk waarin diverse aanbieders onder leiding van een regionale (Lekstroom) voorzitter zich buigen over complexe casuïstiek. Bij ketenregie worden meer externe en interne actoren betrokken. Extern gaat dat om de inwoner (0-100), betrokken instanties in wonen, inkomen, onderwijs, zorg-, bestuurs- en justitiële keten en andere betrokken gemeenten. Intern zijn dit de sociaal professional, ketenregisseur CMPG/PGA, wijkcoördinator, leerplichtambtenaar, RMC trajectbegeleider en Woon Maatschappelijk Werker.
Er wordt momenteel nog nauwelijks gebruik gemaakt van de ketenregie CMPG. Medewerkers binnen Geynwijs doen dit nu zelf. Ketenregie wordt ingezet indien stagnatie ontstaat op het proces, doordat twee of meer betrokken partners uit verschillende domeinen er op inhoud onderling niet uitkomen of omdat niet alle benodigde partijen betrokken zijn, wordt ketenregie gevoerd. Bij ketenregie worden afspraken gemaakt (wie doet wat, wanneer, waarbij out of the box wordt gedacht) en te behalen doelen bepaald (zonder de doelen uit het doelenplan te herhalen). Nadat afspraken zijn gemaakt monitort de ketenregisseur de voortgang, spreekt zo nodig partners aan als afspraken niet worden nagekomen en schaalt zo nodig bij blijvende onenigheid op naar leidinggevenden. De kern van de Ketenregie is: ▪ De neuzen dezelfde kant op krijgen; ▪ Zo nodig de keten opbouwen (juiste partners erbij betrekken). De grote verschillen tussen de casus- en ketenregie rollen zijn: ▪ De casusregisseur voert regie op de inhoud (het “ wat”) ▪ De ketenregisseur voert regie op het proces (het “hoe”) met andere betrokken instanties. Inkoop & Bekostiging De gemeente Nieuwegein werkt sinds de voorbereiding op de decentralisaties samen met de andere Lekstroomgemeenten. De voorliggende voorzieningen zoals het welzijnswerk zijn lokaal met een subsidierelatie ingekocht. De inkoop van jeugdzorg kent een regionale invulling.
Bij de eerste inkoopronde van zorg en ondersteuning werd de zorgcontinuïteit als leidend beschouwd. Daarbij is de afgelopen jaren de inkoopvraag geformuleerd aan de hand van gespecificeerde producten en een financieringsvorm van P*Q. De meest gebruikte vorm van inkopen van zorg is de bekende prijs (P) maal hoeveelheid (Q). Je spreekt een prijs per product af en hoeveel je van dat product wil afnemen per jaar. Uit het Koersdocument inkoopstrategie 2020 blijkt dat de huidige inkoopsystematiek de afgelopen jaren op onderdelen is aangepast en verbeterd, maar deze systematiek biedt te weinig ruimte en prikkels om de transformatie te bevorderen. Deze systematiek leidt volgens de Lekstroomgemeenten niet tot het gewenste maatwerk, integraliteit, samenwerking en innovatie die zij beoogden. Hiervoor wordt een nieuwe inkoop ingezet die halverwege 2022 beoogd is te starten. Hiervoor hanteren de Lekstroomgemeenten de volgende elementen:
Bevindingen beoogde uitvoering
25
▪ ▪ ▪ ▪ ▪
De ondersteuningsbehoefte van de individuele inwoner staat centraal: aan de hand van diens vraag wordt een te behalen doel en resultaat geformuleerd. In de zorginhoudelijke sturing is een sleutelrol weggelegd bij de verwijzers: zij beoordelen welke aanvullende ondersteuning nodig is en doen een gericht beroep op de specialistische aanbieder. Die aanbieder formuleert zijn aandeel in het te behalen doel en resultaat in de vorm van een arrangement. Monitoring en verantwoording concentreert zich op behaalde doelen en resultaten per individuele inwoner en voor het totaal van de geleverde zorg. Waar nodig vraagt een aanbieder andere aanbieders om een aandeel te leveren in het arrangement.
Om deze elementen te hanteren werd beoogd om in de bekostigingssystematiek deels het P*Q systeem te verlaten. In plaats daarvan is gekeken naar twee andere soorten van bekostigingssystematiek: ▪ Outputgerichte bekostiging De gemeente betaalt de aanbieder voor een integraal arrangement/traject per cliënt, ongeacht de door de aanbieder ingezette middelen/uren. De aanbieder levert aan de cliënt die zorg en ondersteuning die nodig is om de afgesproken output (doelen/resultaten) te behalen. De gemeente en aanbieder communiceren niet het gewerkte aantal uren, maar het vooraf afgesproken vaste tarief/budget. ▪
Taakgerichte bekostiging Bij deze werkwijze besteedt de gemeente de uitvoering of een deel ervan uit aan een of meer aanbieders. De aanbieder wordt verantwoordelijk voor een bepaalde taak en bepaalde doelgroep. De zorgaanbieder krijgt hier een vooraf afgesproken totaalbedrag voor. De zorgaanbieder bepaalt de toegang. De gemeente kan hooguit iemand attenderen op het feit dat hij/zij zich kan melden bij een bepaalde aanbieder. De gemeente betaalt de aanbieder of consortium van aanbieders een vast (jaar)bedrag om hulp te leveren aan de gehele populatie van een gebied. Met taakgerichte bekostiging wordt de voorkeur gegeven aan één of een beperkt aantal organisaties die een opdracht volledig uitvoert.
Met de nieuwe inkoopstrategie, die onlangs in oktober door alle gemeenten is vastgesteld, willen de Lekstroomgemeenten het transformatieproces stimuleren met als uiteindelijk doel: ondersteuning die het best past bij de inwoners binnen de Lekstroomgemeenten, integraal, effectief en die ook de kosten beheersbaar houdt. Hierop is ook de inzet van het accountmanagement gericht. In de inkoopstrategie is gekozen voor verschillende segmenten en binnen die segmenten gekozen voor de inzet van aanbieders, daarbij passende bekostigingssystematiek en wijzen van samenwerking met sociaal teams (regiefunctie). Met de inkoopstrategie, in het bijzonder de segmenten, worden de volgende resultaten beoogd: • Resultaat segment gezinsvormen: voorkomen van uithuisplaatsing of kortdurende plaatsen binnen meer gezinsachtige setting. Voor dit segment wil de gemeente de opgave als integrale opdracht (taak) inkopen bij een opdrachtnemer (een samenwerking van aanbieders van zowel formele als informele ondersteuning). Door de integrale opdracht taakgericht in te kopen heeft de aanbieder ruimte om flexibel in te zetten wat nodig is binnen zowel formele als informele hulp passend binnen de hulpvraag van de jeugdige en het gezin/pleegouders.
• Resultaat segment ambulant: de basis rondom de jeugdige versterken vanuit de visie van normaliseren, meer werken met de gehele context van het gezin, en het vormgeven van integrale hulp. De huidige P*Q bekostiging blijft binnen dit segment het best passend. Door het (eenduidig) voeren van regie door de sociaal teams in de regio zal strakker gestuurd worden op het behalen van doelen en resultaten.
Bevindingen beoogde uitvoering
26
•
•
Resultaat segment jeugdhulp in onderwijstijd: minder schooluitval doordat met jeugdhulp onderwijs kan worden gevolgd. Regulier waar het kan, specialistisch waar nodig, door onderwijs en zorg als continuüm in elkaar over te laten lopen. Een taakgerichte financiering voor zorgaanbieders heeft de voorkeur in combinatie met cofinanciering met het onderwijs omdat de inzet van jeugdhulp in onderwijstijd vraagt om een gezamenlijke inzet van ondersteuning, samenwerking en afstemming vanwege aan elkaar rakende en soms overlappende wettelijke verantwoordelijkheden. Resultaat segment crisis: aanvullen ontbrekend aanbod en (op termijn) van versnippering naar integrale crisiszorg. De wijze van bekostiging volgt voor dit segment gezien de bovenregionale samenwerking die voor de inkoop van dit segment wordt gezocht.
Doordat de inkoopstrategie zoveel 'raakt’ is het een complex geheel en tegelijkertijd ook een mooie kans om de al ingezette regionale en lokale transformatieopgaven te versterken. Op hoofdlijnen raakt de inkoopstrategie de volgende punten: • Het inzetten van het voorliggend veld en informele ondersteuning. De gemeente wil dat dit meer gebeurt, door inwoners zelf, door sociale teams, door zorgaanbieders; • Ontwikkeling sociale teams. Meer (en regionaal eenduidiger) de regie voeren; • Commitment van zorgaanbieders. De gemeente wil hiervoor nieuwe contracten met zorgaanbieders, die zich willen verbinden aan deze visie en de specifieke ontwikkelopgaven. Gemeenten willen deze opgaven in partnerschap uitvoeren. De vijf gemeenten binnen de regio Lekstroom bouwen gezamenlijk vanuit de uitvoeringspraktijk aan een Lerend Netwerk Zorg voor Jeugd. Het lerend netwerk is ingezet als veranderstrategie voor (verbetering van) een geïntegreerde ketenaanpak voor de meest kwetsbare doelgroep met een complexe hulpvraag waarbij (de kans op) uithuisplaatsing dreigt. De focus is richt zich op jongeren van 14-23 jaar met complexe (systemische) problematiek op meerdere domeinen en/of uithuisgeplaatst dreigen te worden of die uithuisgeplaatst zijn. Om dit te realiseren wordt ingezet op een transformatie in de manier waarop we samenwerken.
Het versterken van domein overstijgende samenwerking is hierbij een belangrijk onderdeel, maar niet het enige onderdeel. De transformatie vraagt om een andere manier van denken en handelen en is gericht op een kwalitatieve opgave: zorgen voor effectievere hulp en ondersteuning. Er is nu sprake van verschillende systemen met eigen regels, financieringsstromen en vormen van verantwoording. Dit heeft geleid tot versnippering van ondersteuning en ineffectiviteit. Dit geldt zeker voor kinderen/jeugdigen/volwassenen die te maken hebben met vragen op meerdere levensgebieden. Het Lerend Netwerk richt zich op het komen tot onderlinge verbinding en gezamenlijk organiseren van deze diverse projecten, het opbouwen van een sterke praktijkgemeenschap door leren en ontwikkelen op uitvoerend, beleid en bestuurlijk niveau en een advies geven over de doorontwikkeling van de experttafel regio Lekstroom. Hiermee heeft het Lerend Netwerk zorg voor jeugd regio Lekstroom een belangrijke inhoudelijke toevoeging, verbinding en afstemming voor de inkoop jeugd ingebracht en geborgd. In het kader van de doorontwikkeling van de RBL is dit jaar ingezet op een versteviging en professionalisering van het contractmanagement. Onder andere een aantal randvoorwaardelijke zaken zijn opgepakt.