2021-488 Verslag raadsvergadering d.d. 4 november 2021 (begroting).pdf
Tekst van het document
Dan wat betreft de motie over de laadpalen, dat verbaast me wel enigszins, want het is volgens mij minimaal de tweede keer dat partijen proberen sec meer laadpalen te realiseren, nu dan in combinatie met AED’s en ik dacht dat we enige tijd geleden, zo’n 1,5 jaar geleden, volgens mij naar aanleiding van een motie vanuit de VVD hadden gezegd dat we dit probleem breder moeten bekijken en niet alleen maar blind laadpalen neerplempen en gewoon dat integraal bespreken en ik vraag me af waar dat idee gebleven is? Dan voorzitter de motie van de SP over economische groei. Ik hoor graag even hoe het college daarover denkt. Volgens mij is het meer een landelijk thema, maar ik laat me graag overtuigen van het tegendeel. Dan de motie Gehandicaptenraad; die dien ik zelf mede in. Dat lijkt me een uitstekend idee. Ik weet natuurlijk wel dat we een Adviesraad Sociaal Domein hebben, maar die geven alleen incidenteel commentaar op dossiers en ik zou het eigenlijk wel heel erg welkom vinden, ik ging er ook eigenlijk vanuit totdat de heer Verdam mij daarop wees, dat een dergelijk orgaan niet bestaat in Nieuwegein en ik zou graag van het college een inspanning zien om dat te realiseren en ik hoor graag of zij dat uitvoerbaar achten. Tot zover mijn eerste termijn. Mogelijk dat ik naar aanleiding van reacties nog een tweede termijn houd. Dank u wel.
Fractie ChristenUnie, de heer Monrooij: Voorzitter, dank u wel. Vandaag ligt de begroting 2021 voor ter bespreking en het is de laatste begroting van dit college. Het is ook mijn laatste begroting want over 5 maanden zal ik ook geen lid meer zijn van deze gemeenteraad en ongemerkt kijk je dan toch even terug op 24 begrotingsbehandelingen die ik als raadslid en wethouder mocht meemaken. Er is een hoop veranderd in die kwart eeuw. In 1994 was er nog een beleidsbegroting waar we toen met 6-7 partijen in de raad een halfuur eerste termijn aan mochten besteden een kwartier aan de tweede termijn mochten besteden. Dat was overigens nadat we de schriftelijke eerste termijn hadden afgeschaft. Je moet er toch nu niet meer aan denken als je met 12-13 partijen in de raad zit, dat je een eerste termijn van een halfuur en een tweede termijn van een kwartier hebt. Dan mogen we ook wel een overnachting gaan regelen in het Atrium! Voorzitter, die beleidsbegroting heeft later plaatsgemaakt voor een productenbegroting om vervolgens vanaf 2002 over te gaan in een programmabegroting. En als raadslid heb ik gemerkt dat met de evolutie van deze begrotingen, de cijfers hoe langer hoe meer naar helikopterview gingen en de afzonderlijke producten/diensten steeds minder goed te zien zijn. Daar staat tegenover dat het aantal prestatie-indicatoren iedere keer weer toeneemt. We kijken niet meer 15/50
Verslag gemeenteraad Nieuwegein van 4 november 2021
naar de input (het beleidsveld). Nee, we kijken nu naar de outcome. Op zich helemaal geen slechte ontwikkeling natuurlijk, maar soms heb ik echt geen flauw idee wat ik nu eigenlijk vaststel als ik in het programma Leefomgeving en veiligheid kijk, waar wij 30 miljoen aan uitgaven goedkeuren, 20 miljoen aan inkomsten goedkeuren en dus per saldo 10 miljoen aan dit programma uitgeven. Ik kan me nauwelijks voorstellen dat ik dan de enige ben die dat gevoel heeft van: waar geven we die 10 miljoen per saldo dan aan uit. Collega raadsleden, weet u dat eigenlijk, als u dat vaststelt? Vorig jaar meldden wij dat het uitermate teleurstellend was dat het college zich niet tot het uiterste had ingespannen om de begroting voor de tweede keer op rij niet sluitend te maken. Ik ging er vanuit dat we voor het jaar 2022 wel een sluitende begroting en een sluitend meerjarenperspectief zouden krijgen. Nou, in die verwachting ben ik niet teleurgesteld. Met een enorm cadeau van het Rijk in de vorm van de septembercirculaire, kan ik niet anders concluderen dan dat de wethouder van financiën het meerjarenperspectief zonder enig probleem rond heeft kunnen krijgen en zelfs geld overhoudt. Gaat Nieuwegein daarmee een zorgeloze toekomst tegemoet? Nee, dat is niet het geval. De zorgelijke financiële situatie blijft natuurlijk in het sociale domein.
De reserve is op en hoe komen wij tot een sluitend evenwicht op dit terrein? Maar ook op andere terreinen gaat de toekomst beslag op middelen leggen. Kortom, het is al eerder gezegd, komende colleges zullen er nog een zware dobber aan hebben. En later, ik ga ervan uit heel veel later, zullen wethouder Adriani en ik ver na onze pensioendatum daar nog wel eens over van gedachten gaan wisselen. Ja, Nieuwegein blijft groeien. Wij hebben de indruk dat het college denkt dat de woningbouwaantallen tot in de hemel kunnen blijven doorgroeien. We begonnen ooit met 2500 extra woningen en nu wordt er al met gemak over 8000 woningen gesproken en wij maken ons zorgen. We groeien dicht, we staan straks binnenstedelijk in de file, zowel in de straten als in de winkels en de voorzieningen. Straks moeten we reserveren voor een tijdstip voor de bibliotheek, het zwembad of de supermarkt of een plekje in het park. Hoe aantrekkelijk blijft Nieuwegein? Wat kan de stad aan? Daar maken wij ons echt wel zorgen over.
En wat betekent die groei voor de klimaatadaptatie, de groene gemeente, de energiezuinige gemeente, de fietsende gemeente en de gezonde gemeente? Voorzitter, bij de behandeling van de kadernota hebben wij ons afgevraagd wat de ontwikkelingen rondom de volgende onderwerpen zouden zijn: - Zal er een beslissing rondom het Atrium genomen zijn? - Zouden alle problemen bij Sportpark Zandveld opgelost zijn? - Gaan we eindelijk weten hoe de Betere Buurten verder uitgerold gaat worden? - Zou het feitenrelaas van scouting al klaar zijn? - Zouden de plannen voor scholen en sportlokalen in Doorslag en Vreeswijk al klaar zijn (om nog maar niet te spreken over de andere scholen)? - Zou de problematiek bij de RMN en het recreatieschap opgelost zijn? - Zou dan al bekend zijn wat de stad aan nieuwe woningen aan kan of zijn we toch blind gestapt in die opgave van 7500 woningen? En op geen van deze onderwerpen is nog een antwoord gekomen. Wij vragen ons af of we hier voor de verkiezingen wel een antwoord op zullen krijgen. Wij blijven in ieder geval benadrukken dat de ChristenUnie zich in 2022 zal blijven inzetten voor een veilige, schone, hele, duurzame en bereikbare stad. Alle inwoners krijgen de zorg die ze verdienen en de stad zal haar karakteristieke wijken met voldoende groen behouden. Voorzitter, ik kom tot een afronding.
Wij hebben echt geprobeerd om een zodanig zorgpunt in deze begroting te vinden dat instemmen met deze begroting onverantwoord zou zijn. We hebben dat punt niet gevonden. We stemmen dus in met deze begroting. Wij danken het college en het ambtelijk apparaat voor al het werk dat zij voor de gemeente Nieuwegein doet en gedaan heeft in deze achterliggende toch wel heel moeilijke tijd. De ChristenUnie wenst de raad, het college en alle medewerkers van harte Gods leiding toe bij het opbouwen en bewaren van deze gemeente. En ik voeg daar zelf een persoonlijk dankwoord 16/50
Verslag gemeenteraad Nieuwegein van 4 november 2021
aan toe voor de ondersteuning die ik intussen 28 jaar heb mogen ontvangen van alle ambtenaren en bestuurders. Dank u wel. Fractie ieders Belang, mevrouw Verbeek: Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, wij zullen beginnen met iets positiefs. Deze begroting is duidelijk te lezen, maar over de inhoud hebben wij een andere mening als de meeste partijen in deze raad. Ik hoor u al denken: hoezo? Nou, ik zal het u kort en bondig uitleggen. De meerjarenbegroting is op dit moment kloppend, maar er zijn een aantal dingen niet meegenomen: corona, onderhoud parkeergarages is uitgesteld, om er maar een paar te noemen. Deze gemeenteaard geeft wel miljoenen euro’s uit aan een stadhuis gezelliger te maken, terwijl de inwoners steeds meer digitaal moeten doen. Hoezo gezelliger? Hier kom ik gelijk op het volgende punt, dat wij eerst eens moeten onderzoeken wat onze inwoners willen en vragen wat zij belangrijk vinden. Dit houdt in dat er keuzes gemaakt moeten worden en als blijkt dat de meerderheid van onze inwoners andere keuzes willen maken, horen wij dat als raad te respecteren en uit te voeren omdat wij deze inwoners vertegenwoordigen. Ook de energietransitie is zo’n voorbeeld. De inwoners willen samen met de gemeente naar oplossingen zoeken, maar de inwoners missen de echte samenwerking.
Zoals wij al eerder hebben aangegeven dat als er een idee is, betrek dan gelijk de inwoners daarbij zodat je gezamenlijk optrekt en tot een goed resultaat kunt komen waar de meerderheid van de inwoners het mee eens is. Dat scheelt een hoop ellende achteraf en niet komen met een kant-en-klaar besluit waarbij je indirect zegt ’slikken of stikken’. De groenvoorziening, ook die wordt steeds minder, tot ergernis van onze inwoners. Woningbouw is nodig, maar niet alleen voor ouderen en rijken, maar ook vooral jongeren en de middenklasse. Beloven dat er in Fokkesteeg doorstroming komt omdat de Nieuwegeiners in de wijk voorrang zouden krijgen, staat dwars op het beleid dat u voert. Gaat u dat veranderen? Is het college bereid om een plek te zoeken waar goedkopere woningen voor jongeren in de middenklasse gebouwd kunnen worden? Denk hier bijvoorbeeld aan tiny houses en prefab woningen. De zorg in brede zin baart ons grote zorgen. Ik merk dat er minder geld gaat naar de uitvoering en meer geld naar vergaderen en administratie. Jeugdzorg, waar nu met man en macht aan gewerkt wordt, maar beter laat dan nooit. Voorzitter, tot slot. Wij vinden dat deze begroting uitgaat van het feit dat het volgende college het maar uit moet zoeken. Is dit een bewuste keuze? Tot zover, voorzitter. De voorzitter: dank u wel.
Ik kijk even naar de heer Verhoeven, want u stond niet op mijn lijstje voor de eerste termijn. Dat klopt? Ik dacht dat ik u vergeten had, maar dat is een bewuste keuze, begrijp ik. De heer Verhoeve (D66): ja, wij hebben na alle technische vragen en al het voorwerk wat er gedaan is, geen behoefte aan een eerste termijn. De voorzitter: dat kan. Dan constateer ik dat de eerste termijn van de raad afgelopen is. Mevrouw Bakhtali heeft laten weten niet meer naar de raadsvergadering te kunnen komen. Dan kijk ik even naar het college; een korte schorsing? Tien minuten; dan schors ik de vergadering tot 21.00 uur. De voorzitter: ik heropen de vergadering voor de reactie vanuit het college en ik geef als eerste het woord aan de heer Adriani. Beantwoording wethouder Adriani: Ja dank, voorzitter. Ik zal een aantal duidingen geven bij de onderwerpen financiën en wonen, te beginnen bij financiën, het is tenslotte de begrotingsbehandeling en dank voor de complimenten 17/50
Verslag gemeenteraad Nieuwegein van 4 november 2021
die van een aantal van uw fracties voor deze begroting gegeven zijn voor de leesbaarheid en voor de overzichtelijkheid en een enkeling ook over de inhoud en met name voor die eerste geef ik de complimenten uiteraard graag door aan de mensen die daar inderdaad heel hard aan gewerkt hebben. Ik herkende wel een beetje het beeld van de heer Monrooij van: weten we nou hoeveel we eigenlijk aan groenonderhoud uitgeven? Dat vond ik 4 jaar geleden ook, toen ik aan deze rol begon, terwijl ik toch al een jaar of 12 ook in dit huis meedraai. Ik had eigenlijk gehoopt dat we met de uitsplitsing naar taakvelden daar iets meer zicht en grip ook voor de raad op gemaakt hebben en misschien zijn we wat dat betreft ook wel weer een klein beetje terug gegroeid naar wat vroeger de productenbegroting was en dan hoop ik dat we op die manier ook het inzicht in waar gaat dat geld nou naartoe vergroot hebben. Het college is ook blij dat we niet alleen voor komend jaar maar ook meerjarig een sluitend perspectief kunnen bieden, waarbij voor de jaren vanaf 2023 dat sluitende perspectief echt minder royaal is dan voor het komende jaar. Dat zit natuurlijk echt ook wel in die onzekerheden die een aantal van u benoemd hebben en die we ook in onze inleiding hebben beschreven en de grootste onzekerheid daarbij op dit moment is wel dat het huidige demissionaire Kabinet alleen maar incidentele maatregelen neemt.
De heer Schat noemde bijvoorbeeld de opschalingskorting, wat natuurlijk raar is dat die nog in de begroting van het Rijk zit, want die was bedoeld anticiperend op het opschalen naar 100.000 plus gemeenten. Dat plan is heel snel van de baan gegaan, maar die bezuinigingsbedragen niet. Het is nu de tweede keer achter elkaar dat het Kabinet dat incidenteel bevriest en we hebben aan het begin van de vergadering van de voorzitter gehoord dat we de Wet van Wijntjes variabel mogen invullen, dus ik zou zeggen: 2 keer incidenteel is structureel, dus ik heb goede hoop dat dat structureel wordt. Eigenlijk geldt datzelfde voor de jeugdzorg waar de commissie van wijzen een hele heldere uitspraak heeft gedaan en het Kabinet van tevoren had gezegd: dat zullen wij ook respecteren. Maar nu is het er en nu mogen we toch maar 75% daarvan inrekenen, terwijl iedereen weet dat we die kosten er wel aan uitgeven. Maar ook het feit dat we echt als gemeente steeds meer taken krijgen en dat het niet altijd duidelijk is of we voor die taken ook dekkend gecompenseerd worden, maakt dat we echt alert moeten blijven op wat er op ons afkomt en dat doen we dus ook met deze begroting, waarin we wel op een aantal taken intensiveren, een aantal van u heeft daar bij stilgestaan, maar tegelijkertijd ook terughoudend zijn.
Lokale Vernieuwing vraagt dan heel expliciet: wanneer komt er duidelijkheid uit Den Haag? Ik heb volgens mij fractievoorzitter Rutte een keer horen zeggen 18 november als datum dat ze dachten dat ze eruit zouden zijn maar ja, hoeveel waarde we daar aan moeten hechten weet ik niet, maar er moet wel een nieuw Kabinet zijn, want eerder gaan er geen grote structurele besluiten uit Den Haag komen. De heer Schat wijst ook nog even op het eenzijdig doorbreken van de op traf op trap af systematiek zoals eigenlijk na de algemene beschouwingen van dit jaar is gebeurd. Ik wist niet wat ik hoorde, moet ik eerlijk zeggen en met mij/met ons eigenlijk 352 gemeentebesturen en dat betekent dat daar ook vanuit de VNG op zeer duidelijke toon het signaal over afgegeven wordt, want het zet echt de bestuurlijke verhoudingen tussen Rijk en het lokale bestuur wel onder druk. Dat denk ik over de financiën. Dan ga ik door naar het onderwerp wonen. Een aantal van u heeft aandacht gevraagd voor wat er rondom de Deventerschans gebeurt en expliciet ook, is dat nou niet een mooie plek voor een knarrenhof en heeft de wethouder daar ook wat aan gedaan? Ja, ik heb daar al in 2016 of 2017 denk ik contact over gehad met de lokale initiatiefgroep van de knarrenhof, specifiek ook over de Deventerschans.
Dat contact is een aantal jaren wat op een laag pitje geweest omdat we geen handjes hadden om echt aan die ontwikkeling te werken, maar toen we opnieuw aan de slag waren met het stedenbouwkundig kader daarvoor, wat we ook verleden maand met u hebben gedeeld, heb ik ook weer een signaal afgegeven richting die initiatiefgroep van kijk of je daar in mee kan. Dat gesprek loopt op dit moment. Ik weet niet of dat een succesvol gesprek wordt, zeg ik er meteen bij, want we hebben door inbreng van de omwonenden het programma behoorlijk naar beneden bijgesteld. Het was eerst met de mogelijkheid tot aan wel 40 appartementen toe 18/50
Verslag gemeenteraad Nieuwegein van 4 november 2021
via een model met 24 woningen in een hofje, wat het ideale maatje voor een knarrenhof is, ook wel op verzoek van omwonenden nu teruggebracht naar 16 woningen. Ik ben dus heel benieuwd ook in het gesprek met hen of dat ook voor hen voldoende is om hun concept op uit te rollen, maar we hebben sowieso in de startnotitie ook opgeschreven of het nou knarrenhof is of wat anders, het moet in ieder geval geschikt zijn voor ouderen en voor het thema wonen en zorg. De heer Stekelenburg (GS): ja, even ter verificatie. Ik heb vanmiddag nog contact gehad met een van de initiatiefnemers, want zij had de raad aangeschreven. Ik vroeg of zij hier met het college al over gesproken had en toen zei zij ‘nee, we hebben geen contact gehad’, maar ik begrijp nu dat het gesprek wel loopt. Kunt u dat duiden, wat nou de eigenlijke toestand is? Wethouder Adriani: ja, ik heb niet met alle drie de mensen de onder die mail stonden contact gehad, maar wel met een van die drie. De heer Stekelenburg (GS): en dat was recent, begrijp ik? Wethouder Adriani: dat was denk ik een week of 5-6 geleden. Ja, wil ik haast zeggen richting mevrouw Verbeek, dan is het ons beleid dat als we bouwen voor ouderen in wijken en buurten, dat we dan kijken of we in eerste instantie voorrang kunnen organiseren voor mensen uit die buurt.
We weten dat de buurt uit moeten verhuizen als je ouder wordt, een van de grootste drempels is om dat te willen doen. Wij vinden die voorrang belangrijk en we weten ook dat dat tot langere verhuisketens leidt. Bij sociale huurwoningen kunnen we dat ook op basis van de huisvestingsverordening doen en bij vrije sector huurwoningen proberen we daar afspraken over te maken met de verhuurders. Mevrouw Verbeek (iB): voorzitter, maar hoe verhoudt dat zich dan tot wat we normaal doen voor de regio? Moeten we ons daar niet aan houden of kunnen we daar van afwijken? Wethouder Adriani: ja, daar kunnen we van afwijken, want de huisvestingsverordening geeft iedere gemeente de ruimte om 25% van de aanbiedingen voor lokaal maatwerk in te zetten en wij kiezen er dus voor, al heel lang overigens, om bij nieuwbouw voor ouderenwoningen in ieder geval als onderdeel van die 25% maatwerk met voorrang aan eigen mensen toe te wijzen en het voordeel daarvan is dat daarmee weer grondgebonden eengezinswoningen vaak vrijkomen voor jonge gezinnen uit de regio. De heer Verdam (GV): dank u wel, voorzitter.
Is de wethouder het met mij eens dat zoals het nu genoemd wordt ten behoeve van de Deventerschans dat er oppervlaktes worden genoemd van 86 tot 100 zoveel vierkante meter per wooneenheid, dat dit veel te groot kan zijn en dat daardoor het aantal woningen daar wel op kan lopen, maar wel op dezelfde vierkante meters grondoppervlak. Dat bedoel ik dus ook een beetje met mijn motie; er wordt wel gewezen naar allerlei grote woningen, maar dat hebben mensen niet altijd nodig. Sterker nog, het is niet eens gewenst gezien de huurprijs die dan gevraagd wordt. Kan de wethouder daar iets nog over duiden? Wethouder Adriani: ja, ik kan daar wat over zeggen zonder overigens dat ik exact de woningmaten van dit stedenbouwkundig ontwerp zo paraat heb als de heer Verdam die kennelijk paraat heeft. Meestal, meneer Verdam, krijg ik de kritiek dat we teveel kleine woningen bouwen op dit moment en zeker van ouderen, die zeggen ‘ik kom uit een grote tweeonder-een-kapwoning, zet mij nou niet op een appartementje van 60 vierkante meter neer of 70, en dat is wel wat er veel in de bouwprogramma’s zit. Als we dus hier nou een keer een kans hebben om iets grotere woningen neer te zetten, dan denk ik dat dat ook wel weer een mooie
19/50
Verslag gemeenteraad Nieuwegein van 4 november 2021
aanvulling is op het totaal wat er in de stad gemaakt wordt, nog even los van of ik precies kan duiden of de woninggroottes die u noemt precies kloppen. Maar nu ik toch bij u ben, heeft u mij wel gewezen op een omissie in de begroting op pagina 196. Ik heb even de laatste prestatieafspraken met de woningcorporaties erbij gepakt en de getallen voor 2021 en 2022 zijn daar anders in dan wat nu in die tabellen staat, namelijk 8720 voor 2021 en 8886 voor 2022 en dat is ook consistent met de feitelijke groei van het aantal woningen wat we in ons woningbouwprogramma terugzien. Overwegen we om cascowoningen voor starters te maken, vroeg Lokale Vernieuwing nog. Nee, dat overwegen we niet. Ik ken ook niet die hele concrete behoefte of vragen uit de woononderzoeken die ik ken. Ik ken het model wel, maar dan met name in oude stadswijken van de grote steden waarin echt hele oude woningen gestript worden en dan als een soort kluswoning worden verkocht voor een hele lage prijs, maar in Nieuwegein hebben we zo’n product op dit moment niet en ken ik er ook niet een concrete vraag naar. Als we het dan toch over starters hebben, dan kom ik nog even bij ieders Belang, of we ook plekken hebben voor jongeren bijvoorbeeld tiny houses.
Starters zijn een belangrijke doelgroep uit ons woningbouwprogramma, dus er wordt op veel plekken ook voor jongeren gebouwd en het programma Woonwijs wordt heel specifiek ingezet op woningen onder de kwaliteitskortingsgrens, dat is specifiek voor mensen tot 23 jaar. Tiny houses vind ik in de tijdelijke situatie een mooie oplossing zoals we in Rijnhuizen hebben gehad of aan de Vreeswijksestraatweg hebben geprobeerd, maar voor een definitieve invulling vind ik dat niet zo’n voor de hand liggende oplossing, want tiny houses klinkt heel klein, maar die nemen uiteindelijk wel 3 keer zoveel ruimte in als dat een gewone woning aan ruimte inneemt en is daarmee geen hele ruimte-effectieve oplossing. Dan een laatste vraag van de VSP over de mantelzorgwoningen, nu vergunningvrij maar de Omgevingswet geeft ons de mogelijkheid daar wat aan te doen. Kan ik mensen daarover geruststellen? Ja, dat kan ik. We hebben geen plannen om dingen die nu vergunningsvrij zijn onder de Omgevingswet vergunningplichtig te maken. Dat past ook in de afspraak die we met u hebben om beleidsarm over te gaan. We kijken wel bij de kleine verbouwingen (dakkapellen, schuttingen) of daarin dingen die nu nog vergunningplichtig zijn misschien vergunningvrij mogen worden, maar de andere kant op daar hebben we geen plannen voor om u daar voorstellen over te doen.
Dan ben ik aan het eind van mijn briefjes en meld ik nog dat collega’s Eggengoor en Schouten op de moties terugkomen. Mevrouw Verbeek (iB): geen interruptie, maar ik wil graag onze laatste vraag die wij hebben gesteld beantwoord hebben, over de meerjarenbegroting, of u het volgende college daarmee opzadelt. Wethouder Adriani: dan heeft die mijn briefje niet gehaald, vrees ik. De voorzitter: wat was uw vraag? Mevrouw Verbeek (iB): mijn vraag is wat de reden is dat u het volgende college opzadelt met dat er geen sluitende begroting meer is. Wethouder Adriani: ah, dat had ik niet als vraag herkend, maar als politiek statement. Laat ik dan zeggen dat ik het niet met u eens ben dat dat zo is. Volgens mij levert dit college een meerjarig sluitende begroting af en hebben we grote stappen gezet in deze periode om ook op de langere termijn naar duurzaam financieel evenwicht te groeien, de vragen van de heer Horst daarover worden overigens door collega Kuiper beantwoord, en laten we ook nog ruimte over om voor een nieuw college/een nieuwe coalitie nieuwe investeringen te doen, terwijl we tegelijkertijd de problemen in de stad die we nu zien ook van een antwoord hebben voorzien. 20/50
Verslag gemeenteraad Nieuwegein van 4 november 2021
Beantwoording wethouder Eggengoor: Dank u wel, voorzitter. Ik dank u voor uw bijdragen in de eerste termijn en de gestelde vragen en ik wil graag op 2 thema’s ingaan, ik heb ze gebundeld tot 2 thema’s, om te beginnen mobiliteit en daarna de zaken die het sociaal domein betreffen. Om bij de elektrische bussen te beginnen, de vraag die mevrouw Peters van Lokale Vernieuwing stelde: wil het college voet bij stuk houden, zodat ze er ook echt komen? Het antwoord daarop is volmondig ja. U hebt daar een paar weken geleden een rondvraag over gesteld en daarbij heeft het college die toezegging al gedaan en ik wil die hier nogmaals bevestigen, dus dat gaan wij zeker doen. Wij vinden het ook belangrijk dat zo snel als mogelijk die elektrische bussen ook in de dienstregelingen in Nieuwegein gaan rijden. Daarbij wil ik u er dan ook op wijzen dat er zelfs op het nieuwe busstation wat we gaan ontwikkelen in City ook laadmogelijkheden voor die bussen komen, dus wij werken ook mee aan de voorzieningen die ertoe leiden dat die bussen hier ook gewoon goed kunnen rijden. Het tweede thema op mobiliteit was, ik noem het toch maar weer meneer Horst, het tunneltje, een veelbesproken thema.
Zoals ik u ook al eerder heb gemeld staat dit onderwerp, dus die veilige oversteek van de Plettenburgerbaan, ook inmiddels op de agenda die wij met de provincie hebben op het gebied van oversteken en de verkeersveiligheid juist op dat punt, dus daar zijn we over in gesprek. Ik hoop ook voorzitter dat we daar zo snel mogelijk tot overeenstemming kunnen komen wat een goede oplossing is om die oversteek zo veilig mogelijk te maken en we weten dat het CDA daarin een behoorlijke voorkeur voor een ongelijkvloerse kruising dan wel een tunneltje heeft. Tot zover de onderwerpen op het thema mobiliteit. Dan het sociaal domein, dat wordt door vrijwel iedereen van u aangestipt en is denk ik ook een heel belangrijk onderwerp in deze begroting, nog los van het feit dat het ook een enorme hap uit onze begroting neemt, zoals u hebt gezien. Allereerst mevrouw Peters had het over zelfredzaamheid; houden we daar voldoende rekening mee? Dat is ook echt wel een thema waar we ons van bewust zijn, dat niet iedereen in deze stad in staat is om zo zelfredzaam te zijn als wij wellicht een aantal jaren geleden bij de transities in het sociaal domein hadden aangenomen.
Dat blijkt ook uit het rapport wat het SEP inmiddels heeft opgeleverd en dit is ook een thema wat binnen het kaderstellend raadsdebat wat we een paar weken geleden met Werk en Inkomen Lekstroom hebben gevoerd, een thema was want ook daar zien we dat de groep die bij WIL nog cliënt is, juist die groep is waarvan we nu zien dat ze niet zelfredzaam zijn en het waarschijnlijk ook niet gaan worden, dus daar zullen we de komende jaren echt aandacht aan moeten besteden hoe we die groep goed mee krijgen en daar ook voldoende aandacht aan kunnen geven. De VVD stelde de vraag: er zijn voorbeelden over exorbitante kosten bij hulpverleners/instanties die ondersteuning aan onze inwoners verlenen en komt dat in Nieuwegein ook voor? Wat we al een aantal jaren doen is samen met de RBL, dus de Regionale Backoffice Lekstroom, goed in gesprek zijn met alle aanbieders die in Nieuwegein ondersteuning en zorg leveren aan onze inwoners. Er worden kwartaalgesprekken gevoerd en daar zit een medewerker van de RBL bij, daar zit ook iemand van de gemeente bij en dat is de manier waarop we dat nauwlettend in de gaten houden en ook ingrijpen op het moment dat wij denken dat er iets niet in de haak is. Op dit moment hebben we geen aanwijzingen dat er aanbieders in Nieuwegein actief zijn waar dat aan de orde is.
Dan vraagt de PvdA over de huiswerkbegeleiding: hoe staat het daarmee? Daar hebben we het al langer over, het heeft even geduurd voordat we een partner vonden voor de huiswerkbegeleiding voor jongeren als onderdeel ook van het armoedebeleid om ervoor te zorgen dat we juist die jongeren een goed setje kunnen meegeven om hun school af te maken en met een goede startkwalificatie op de arbeidsmarkt te komen ook. Die huiswerkbegeleiding wordt inmiddels uitgevoerd. Het punt is wel dat wij zien dat daar niet zoveel gebruik van wordt gemaakt. We hebben daar vorig jaar ook behoorlijk last gehad van corona waardoor veel van dat soort dingen niet uitgevoerd konden worden, maar wat we nu ook weten is dat scholen van hun 21/50
Verslag gemeenteraad Nieuwegein van 4 november 2021
NPO-budget ook die ondersteuning geven. Die steun komt dus wel degelijk bij de doelgroep uit, alleen ze maken geen gebruik van de dienstverlening die wij dan aanbieden omdat ze wellicht op een makkelijkere manier via hun eigen school toegang hebben tot de dienstverlening die zij nodig hebben op het gebied van huiswerkbegeleiding. Meneer Verdam, u had een vraag over de toeslagenaffaire, de gedupeerden daarvan en uithuisplaatsingen. Wij weten niet precies om hoeveel mensen het gaat en of het überhaupt in Nieuwegein aan de orde is, maar we zijn daar wel alert op en zeker de contactpersonen die vanuit het steunpunt waar alle gedupeerden in beeld zijn, waar we ook de contacten met de gedupeerden onderhouden. Als er een risico is op uithuisplaatsing, dan wordt daar door dat contactpersoon echt extra aandacht aan besteed om die gezinnen zo goed mogelijk in beeld te krijgen en daar ook het echt goed contact mee te houden. We zijn ook aan het kijken hoe we door bijvoorbeeld het matchen van gegevens, daar zit een AVG-ding aan, maar we zijn aan het kijken hoe we toch mogelijkheden hebben om te zorgen dat we die mensen zo goed mogelijk in beeld krijgen op het moment dat zij zich nog niet gemeld hebben, dus daar zijn we echt mee bezig. Het probleem voor zover dat dan in Nieuwegein zou bestaan, proberen we op die manier zo goed mogelijk aan te pakken.
Dan had u ook nog een vraag over Welzorg. Dat was wel een hele technische vraag en we koppelen hem even aan de motie die u ook heeft ingediend en daar zal collega Schouten straks op terugkomen. Dan heb ik, zoals ik nu zie, alle vragen die u hebt gesteld geadresseerd. Dan wil ik met u nog even kijken naar het amendement A118 en de motie M274. Allereerst het amendement over de Klijnsma-gelden. We hebben het hier al vaker over gehad en ik moet u zeggen dat het amendement zoals dat hier nu voorligt, zou ik u echt willen ontraden en ik zal u ook uitleggen waarom. Het gaat er niet om dat wij vinden dat we niet genoeg doen voor de kinderen of dat ze meer moeten hebben of dat, mevrouw Feenstra heeft het over de leuke dingen, die geven we ook, die zitten ook in het pakket, maar de wijze waarop u dit amendement opstelt is vind ik voor het beleid dat wij voor ogen hebben en de dingen die we willen doen, te 1-dimensionaal, want de inzet van de Klijnsma-gelden zouden we niet moeten doen vanuit die 1-dimensionale visie op het moeten dingen zijn direct en alleen voor kinderen van 0-18 jaar, maar het gaat erom dat we effectieve dingen doen die er ook toe leiden dat de gezinnen waarin deze kinderen leven een kans krijgen om uit de armoede te komen.
Dat is meer dan alleen maar een keer sportschoenen, kaartjes voor het Spoorwegmuseum, want dat zijn allemaal dingen die we doen, de stichting Leergeld. Dat zijn dingen die we echt moeten doen, dat is het ene spoor, maar wij bekijken hem vanuit beleid echt meerdimensionaal, omdat je ook dingen moet doen die ervoor zorgen dat armoede in het gezin kan worden aangepakt en opgelost. Dan helpt het niet als u het college gaat vragen om de Klijnsma-gelden louter en volledig in te zetten voor kinderen tot 18 jaar, tenzij ik dat mag interpreteren dat wij ook dingen kunnen doen die ervoor gaan zorgen dat kinderen nu in gezinnen met armoede maar ook later, dat die gezinnen uit de armoede komen. Ik ga een voorbeeld noemen: het jongerenperspectieffonds. De voorzitter: ik grijp nu even in, want er was al een tijd het signaal van de heer Van Esch voor een interruptie. De heer Van Esch (PvdA): ja dank u wel voorzitter en dank ook voor de toelichting. We hebben het inderdaad hier vaker over gehad, dus ik wil kijken of we er vandaag beter uit kunnen komen.
U geeft aan dat deze Klijnsma-gelden ook beschikbaar zijn voor de gezinssituatie en volgens mij is daar precies het misverstand, in ieder geval tussen mij en de wethouder en ook vaker mijn collega mevrouw Spalburg in de afgelopen jaren, dat deze Klijnsma-gelden juist wel degelijk bedoeld zijn voor alleen de kinderen van 0-18 jaar en begrijp me niet verkeerd, het is goed dat we daar inderdaad in dat bredere armoedebeleid naar kijken voor de hele gezinnen, maar volgens mij zijn deze Klijnsma-gelden daar juist net niet voor bedoeld.
22/50
Verslag gemeenteraad Nieuwegein van 4 november 2021
Wethouder Eggengoor: ja en daarover verschillen wij dan van mening, want dat hangt ervan af. Als je het inderdaad heel 1-dimensionaal en vanuit het systeem benadert dan kan je dat zo vinden, maar als je denkt vanuit de bedoeling om kinderen in armoede te helpen, en dat is eigenlijk de wijze waarop het college daarnaar kijkt, dan zou je andere dingen daar wel degelijk mee kunnen financieren. Daar komt bij dat u heel duidelijk de grens legt op ook 18- en 18+ en als je uitgaat van de leefwereld, dan ben je ook nog jong als je 18 of 19 bent. Dan houdt dat niet op, dus als u die grens zo strak legt, gaat dat wel heel erg beperken in de dingen die wij kunnen doen. De heer Van Esch (PvdA): ja, het is niet per se dat ik of dat de Partij van de Arbeid dat wil beperken, maar volgens mij is dat wel de bedoeling geweest van de Klijnsma-gelden vanuit Den Haag. Het is niet zozeer dat dit door mij wordt verzonnen of aangedragen, maar dit is precies waar ook de VNG de afgelopen jaren in 2017 en ook in de evaluatie dit jaar, met verschillende gemeenten van gedachten over wisselt van hoe we dat nou inzetten, maar daar komt toch echt de 0-18 steeds terug en ik weet niet zo goed hoe we daarover van mening kunnen verschillen, als dat toch een duidelijk jaartal is.
De voorzitter: misschien dat de wethouder daar nog een reactie op geeft en als ik merk dat u niet dichter bij elkaar komt, dan moeten we dat zo maar even constateren. Het woord is aan de wethouder. Wethouder Eggengoor: ja voorzitter, zoals uw raad weet, houden we eigenlijk elk jaar geld over op de Klijnsma-gelden en we geven het geld wat we uitgeven eigenlijk zo goed mogelijk uit aan kinderen van 0 tot 18 jaar, daar zoeken we de dingen bij die die kinderen ook echt helpen en dat zijn de leuke dingen. Dan heb ik het over de sportschoenen, de kaartjes, wat u een keer bij de Kaderraad noemde het maken van herinneringen, want dat vinden wij heel belangrijk. Dat doen we, maar daar gaat het hele budget niet mee op. Dan kun je ervoor kiezen om nog een keer zoiets te doen, maar dat helpt niet om gezinnen uit de armoede te halen en als we alles wat we vinden/doen voor kinderen van 0 tot 18 jaar in die dingen en we houden dan geld over, dan wil het college heel graag ook een aantal dingen financieren uit de Klijnsma-gelden die ertoe gaan leiden en daarbij helpen dat deze gezinnen met kinderen tussen de 0 en de 18 daar hulp bij krijgen om uit de armoede te komen. Dat is wat anders dan het geven van een kledingbon, kaartjes voor het spoorwegmuseum of de Efteling, schoenen, een winterjas.
Dat is echt wat anders en de dingen die we daarmee kunnen doen zijn echt effectieve maatregelen die we zeer gericht inzetten en waar wellicht die grens van 18 wel iets wordt opgerekt, wetende dat het grootste gedeelte van wat we besteden echt voor 0-18 besteed wordt. Ik heb met name ingezoomd op het tweede deel van het dictum, beslispunt 8. Beslispunt 7, daar heb ik het nog niet over gehad. U merkte terecht op dat we daar inderdaad geld uitgeven aan de buddy app en dat geld wat vrijvalt willen wij graag inzetten voor ZZP’ers en ondernemers die nu buiten de Tozo en de TONK vallen, dat is ook een vorm van armoedebestrijding en in die groep zitten ook gezinnen met kinderen tussen de 0 en de 18 dus in die vorm zet je Klijnsmagelden in om die gezinnen wel degelijk te helpen, dus in combinatie met dat wil ik in ieder geval graag dit amendement ontraden omdat het ons als college enorm beperkt in de effectieve dingen die we kunnen doen. Daar laat ik het dan even bij voor wat betreft dit amendement.
De heer Van Esch (PvdA): u hebt het over middelen of maatregelen inzetten om breder dan de 0- tot 18-jarigen te helpen bijvoorbeeld binnen een gezin, maar volgens mij gaan die Klijnsmagelden echt puur over juist wel die kleinere maatregelen die de kinderen even niet het gevoel van armoede geven om die te ondersteunen en daarnaast hebben we binnen het sociaal domein een groot armoedebudget wat juist de maatregelen die de wethouder zojuist noemt kunnen tegengaan en nogmaals, daar is voor ons echt duidelijkheid over dat die Klijnsma-gelden voor dat doel niet bedoeld zijn en ook weer zo’n buddy app bijvoorbeeld tot 27-jarigen, het staat 23/50
Verslag gemeenteraad Nieuwegein van 4 november 2021
buiten kijf dat dat een goed middel is om ook jongvolwassenen te helpen en het voorkomen van schulden, maar ook dat wordt dan toch weer uit die Klijnsma-gelden gehaald terwijl u daarnaast weer nieuwe maatregelen of een nieuw pakket toevoegt voor die € 39.000 of € 50.000, terwijl als die buddy app van dat bedrag wordt betaald, dat de Klijnsma-gelden gewoon weer wat op worden gehoogd voor de 0 tot 18-jarigen. Ik vind het toch heel lastig, merk ik, te begrijpen dat we hier niet verder in komen en ik ben ook heel erg benieuwd hoe mijn collega’s daar straks over denken, want dit is wel een fundamenteel verschil, denk ik. De voorzitter: ik denk dat het laatste ook terecht is, als u vraagt wat uw collega’s daarvan denken. Dat gaan we in ieder geval aan het eind zien, als het amendement in stemming wordt gebracht nadat de wethouder nog een korte reactie heeft gegeven en dan wilde ik dit interruptiedebat ook afronden. Wethouder Eggengoor: ja, want wat meneer Van Esch zegt voorzitter, is nou precies echt dat schotje zetten en dat systemisch denken en niet vanuit de bedoeling en vanuit de leefwereld, want als je weet dat je, nou ja ik ga mezelf herhalen, maar wat ik meneer Van Esch hoor zeggen is echt dat schotje ertussen laten en echt vanuit het systeemdenken en het college zou echt willen graag willen dat u dat niet vraagt, omdat het ons beperkt.
Daar komen we ongetwijfeld in de tweede termijn op terug. Da ga ik naar motie 274, de motie van de SP en ieders Belang en ik denk dat meneer Stekelenburg al heel duidelijk aangaf: dit is een landelijk thema. Zo ziet het college dat ook, maar wat het college daar nog wel op wil aangeven is: de indieners wekken de indruk dat het college groei van de stad echt als een doel ziet en dat is niet zo en dat wil het college hier ook echt tegenspreken, want wat het college doet, zeker in deze periode, is een bijdrage leveren aan zowel lokale maar ook regionale maatschappelijke problemen op het gebied van wonen en werken, van duurzaamheid, van mobiliteit en van leefbaarheid in de stad. Waar u om vraagt is een ideologische discussie over de uitgangspunten en dat is echt een discussie die in Den Haag gevoerd moet worden. De heer Van den Heuvel (SP): en toch zijn er steden, ook in Nederland, die wel degelijk die discussie voeren met elkaar en bijvoorbeeld zoals in Amsterdam er een motie aangenomen is om volgens het donutmodel te gaan werken. Nu wil ik niet zeggen dat wij die motie meteen zouden moeten indienen, maar ik denk dat het gesprek erover wel degelijk in de stad op dit niveau gevoerd kan worden, gegeven het voorbeeld van andere steden en ook andere kleinschalige organisaties zoals multinationals.
Wethouder Eggengoor: als u dat vindt, dan zult u dat met uw mederaadsleden moeten bespreken of u dat als uitgangspunt aan het college wilt meegeven, want dan hebt u het over andere kaders en randvoorwaarden waarbinnen het college een begroting maakt en dat is echt een gesprek wat u met uw mederaadsleden moet voeren, maar niet met het college. De heer Verhoeve (D66): ja allereerst wil ik u wel dan als college complimenteren dat u dat wel heel goed heeft weten proberen te verbergen dat de groei van de stad niet hetgene is waar u naar streeft, want als we 1 discussie de afgelopen 4 jaar wel hebben gevoerd, is het hoe we die groei van de stad kunnen vormgeven, dus dat vond ik dan wel een bijzondere. Ik ben het niet met u eens als u zegt ‘dit is een landelijk issue’, want inderdaad, we kunnen dit prima lokaal oppakken en de donuteconomie is eigenlijk een heel mooi middel net als de Utrechtse barcode een mogelijkheid is, om juist die discussie langs te voeren dus ik kan me wel voorstellen dat we het voorstel van de SP om de donuteconomie in ieder geval mee te nemen naar bijvoorbeeld de avond die we in de winter gaan houden met elkaar om die als wellicht ook eens mee te nemen om juist die druk van de groei van de stad eraf te halen maar juist die breedte te benaderen waar u het dan eigenlijk over wilt hebben. Kunt u dat dan meenemen? 24/50
Verslag gemeenteraad Nieuwegein van 4 november 2021
Wethouder Eggengoor: ik denk dat u dat zelf ook moet meenemen. Ik heb ook niet gezegd dat het streven van het college niet is om te groeien, maar de groei is geen doel op zich, dat is wat ik zeg. De heer Verhoeve (D66): ja die laatste, dat wordt een welles-nietesverhaal, dat is allemaal niet zo interessant, maar ik vraag eigenlijk nu: kunt u als college dat wel meenemen om de gedachte rondom de donuteconomie mee te nemen als een perspectief in de avond die we in de winter volgens mij zouden gaan doen, waarin we de Utrechtse barcode en de onderzoeken uit onze groeiende stad bij elkaar brengen, want daar zou dit perspectief eigenlijk naadloos op kunnen aansluiten dus eigenlijk is dat de vraag en aangezien het college die avond gaat voorbereiden, stel ik wel die vraag dan aan u. Wethouder Eggengoor: ik moet eerlijk zeggen voorzitter, dat ik er op dit moment weinig voor voel om dat nu al voor december te gaan doen, dat is over 1 maand. Dit is echt iets waar we ons echt op moeten voorbereiden, dus dat lijkt mij geen goed idee.
Mevrouw Verbeek (iB): ja voorzitter, ten eerste vinden wij wel dat het een doel op zich is, omdat we dat al in onze algemene beschouwingen hebben aangegeven en ook de wethouder van bouwen de wethouder van beton hebben genoemd, omdat wij vinden dat er teveel gebouwd wordt en vol is vol voor ons, maar als u toch iets voorbereidt voor de raad om in zo’n avond te doen, dan snap ik niet waarom u zegt ‘daar voel ik niets voor’ want u moet hem al voorbereiden, dan kunt u dit toch gewoon meenemen? Waarom kiest u er dan voor om het niet te doen? Wethouder Eggengoor: wat u vraagt is echt een ideologische discussie over uitgangspunten die we denk ik met elkaar nog niet kunnen overzien, dus als binnen 1 maand dat gesprek moet plaatsvinden en u vraagt het college om dat inhoudelijk goed voor te bereiden ... Mevrouw Verbeek (iB): als u meer tijd nodig hebt, dan moet u dat gewoon aangeven en dan kunnen wij zeggen of wij het ermee eens zijn of niet. Wethouder Eggengoor: wat meneer Verhoeve vraagt is of wij dit in de bijeenkomst in december kunnen agenderen en daarmee zeg ik, dat is te vroeg. Mevrouw Verbeek (iB): maar mijn vraag was, voorzitter. De voorzitter: via de voorzitter graag mevrouw Verbeek, want anders wordt het een gesprek zoals het ergens anders ook plaats kan vinden.
Mevrouw Verbeek (iB): voorzitter, als u mij toestaat, de wethouder zou ook kunnen zeggen van ‘hoor eens, december lukt me niet, maar dan en dan wel’ en dat zou ik graag willen horen van de wethouder. Wethouder Eggengoor: dan zou ik u willen voorstellen om dit echt over de verkiezingen heen te tillen en dit een onderwerp te maken voor de nieuwe raad. De heer Verhoeve (D66): om elk misverstand uit de weg te helpen, volgens mij hadden wij met de heer Adriani afgesproken dat het ik meen februari was die avond, om dat voor te bereiden, dus het gaat niet over 1 maand. Januari, februari, in ieder geval, het is over de jaarwisseling heen dus denk er nog eens over na, zou ik dan in dat geval willen zeggen. Het tweede wat ik u wel wil meegeven is dat ik waag te betwijfelen of de donuteconomie een ideologisch beginsel
25/50
Verslag gemeenteraad Nieuwegein van 4 november 2021
is, maar daarvoor heeft u dan de kerstdagen om het boekje even door te lezen, dat helpt in de voorbereiding. Wethouder Eggengoor: onder de boom. De heer Van den Heuvel (SP): dank u wel, voorzitter. Het is interessant dat we al gelijk over de inhoud in discussie gaan, terwijl mijn hele bedoeling is om te initiëren dat we ruimte maken om het er met elkaar over te gaan hebben. Gezien het debat proef ik dat daar behoefte aan is en de vraag is: als de raad dit gesprek aan wil gaan, doet het college dan mee of moeten we dat met elkaar aangaan? Wethouder Eggengoor: het college is altijd bereid om deel te nemen aan de onderwerpen waar de raad het graag over wil hebben, maar dan zult u zelf het initiatief moeten nemen. Beantwoording wethouder Schouten: Ja dank u wel, voorzitter. Voorzitter, er zijn een aantal thema’s dus aan de hand van de thema’s zal ik de vragen ook adresseren die gesteld zijn, om te beginnen met afval en groen. Mevrouw Peters begon daarmee om daar een aantal vragen over te stellen. U vroeg: wat zien we van de invoering van € 10 voor het ophalen van grof afval aan huis.? Daar zien we verschillende dingen aan. We hebben het ingesteld om beter scheiden te bevorderen van grof afval, dat was de doelstelling van de € 10. Aanvankelijk was het idee om daar € 30 voor te vragen.
Toen hebben we gezegd: dat doen we een paar jaar niet en we zijn uiteindelijk uitgekomen op € 10, daar zijn we dit jaar mee begonnen en wat we zien is dat de toename op het recyclingstation van grof huishoudelijk afval enorm is, dus dat is een goed teken gek genoeg. We zien dat in de beginfase er iets meer dumpingen waren want dat was ook uw vraag, maar dat dat inmiddels behoorlijk is afgenomen en ik denk, dat zou ook nog wel te maken gehad kunnen hebben met de feestdagen, maar dat is natuurlijk niet helemaal zeker. We zien ook dat daar waar nieuwe ondergrondse containers zijn, dus zowel GFT als de grotere containers, er minder bijplaatsingen zijn, dus dat is de ontwikkeling die we nu zien. U stelde ook een vraag over het onderhoud van het groen. Dat is altijd een onderwerp wat natuurlijk heel erg speelt in de stad. Het is een ongelooflijk vruchtbaar jaar geweest vanwege de natheid en het niet heel erg warm zijn en dat was natuurlijk best wel een uitdaging af en toe voor het groenonderhoud, maar we hebben gelukkig ook wel meer middelen dan in vorige periodes en we zien, dat zien we ook wel terug in de tevredenheid van inwoners, dus minder klachten daarover. Nog even over afval, want de heer Verdam vroeg ook hoe het staat met de voortgang van de inzameling van incontinentiemateriaal.
Dat is onderdeel van het grondstoffeninzamelplan dat we daarmee aan de slag gaan en we moeten echt prioriteiten stellen in wat we aanpakken, dus de aanpakprioriteit ligt nu echt eerst bij het ondergronds brengen van de containers en dan is een van de volgende stappen en dat zal ook in de loop van het volgend jaar zijn, om dat onderzoek te doen naar het opzetten van infrastructuur voor het ophalen van zowel luiers als incontinentiemateriaal. De heer Verdam (GV): dank u wel, voorzitter. Ik dank de wethouder voor haar antwoord, hoewel ik het wat laat vind gezien het feit dat ik dat vorig jaar al heb gevraagd. Is de wethouder op de hoogte van het feit dat er een zeer actieve inzamelaar en verwerker is van incontinentiemateriaal in Nederland, of kan ik u die hint nu geven en dat ook aan u mailen? Wethouder Schouten: ja voorzitter, ideeën of suggesties zijn altijd welkom, maar we weten zeker dat er inzamelaars zijn en het inzamelen is 1 ding, maar het moet ook goed verwerkt kunnen worden en die verwerkingscapaciteit, dus de fabriek die dat doet, is ook nogal een
26/50
Verslag gemeenteraad Nieuwegein van 4 november 2021
uitdaging dus het is enerzijds inderdaad het verwerken en het opzetten van goede logistiek in de stad en dan vervolgens dat uitrollen dus ja, we zijn op de hoogte van inzamelaars. Voorzitter, een aantal vragen rond energietransitie en een aantal van u gaf ook aan, dat deed de heer Horst en ook de heer Van Esch, dat zijn grote opgaves. Ik zou zeggen, dat zijn bijzonder grote opgaven ook waar we voor staan en de heer Van Esch zei ook van: ja, we moeten ook heel goed kijken naar hoe wij omgaan met mensen die minder goed bij kas zitten en hoe we toch die grote verduurzamingsopgave bij de woningen van deze mensen mogelijk kunnen maken. We zullen ook graag dat gesprek met u voeren als we wat later deze maand, dat is eigenlijk al heel snel zelfs, over de warmtetransitievisie gaan praten want wat betekenen de regelingen die het Rijk gaat geven, maar wat betekent het ook voor de rol die wij zelf hebben in de stad. Dat is goed om daar het gesprek met elkaar over te voeren ook. De heer Horst noemde dat ook, hij noemde nog even de labeldiscussie, ik denk de discussie gaat over de verduurzaming natuurlijk toch, daar hebben we eerder ook over gesproken dus dat gaan we maar niet herhalen. Hij gaat veel verder dan die labels, maar dat weten we ook van elkaar dus dat wat betreft de energietransitie.
Dan de heer Schat en collega Eggengoor verwees er ook al eventjes naar, u stelde vragen over de hoge kosten, maar daar is ook misschien nog wel meer over te zeggen en dan koppel ik dat toch ook eventjes aan de motie die gek genoeg de heer Verdam heeft ingediend samen met Groep Stekelenburg over de motie Adviesraad Mindervaliden. Dat lijkt misschien een rare link, maar niet helemaal. Wat die motie eigenlijk oproept is: stel een nieuwe adviesraad in die speciaal kijkt naar wat de belangen zijn van mensen met een handicap. Nu hebben wij een Adviesraad Sociaal Domein en toen die opgericht is, zijn eigenlijk allerlei sectorale raden waaronder Gehandicaptenraad en Wmo-raad opgeheven en de ASD heeft echt als doel om ook juist de belangen van mensen met een handicap te behartigen. Zij is daar zeer op gespitst. Zij streeft er ook naar dat zij ervaringsdeskundigen zelf in haar midden heeft en zal ook om advies vragen bij specifieke groepen om haar te helpen als dat nodig is. Daarnaast wat we ook doen en dan gaat het echt over de toegankelijkheid in de openbare ruimte, streven we er ook naar om 1 tot 2 keer per jaar om tafel te zitten met BORG, dus dat is een groepje mensen in de stad dat ons ook echt aangeeft van ‘let op, daar liggen de stoeptegels niet goed of daar loopt de blindengeleidelijn niet goed’ en dat zijn echt 2 hele belangrijke zaken die ons helpen.
De ASD doet natuurlijk heel veel, die kijkt ook heel kritisch en heeft wat dat betreft een hele brede rol, die kijkt ook mee als het gaat over de inkoopstrategie hoe we die vormgeven en geeft daar advies op en met welke organisaties we in gesprek zijn, dus ik vind dat wij een ASD hebben en dat is ook echt de rol van de ASD als adviesorgaan naar ons als college. De heer Verdam (GV): dank u wel voorzitter, maar dat is nou juist wat ik bedoel. U heeft het over een voorzitter die toevallig ervaringsdeskundige is. Ik vind dat niet breed genoeg. Ik ben ook ervaringsdeskundige voor mensen met een amputatie, maar dat wil niet zeggen dat ik ook ervaringsdeskundige ben op mensen met een geestelijke invalide achtergrond of met mensen met andere ‘mankementen’. Ik vind de basis van alleen maar een ASD die wel gevraagd wordt op het sociaal domein, gewoon niet voldoende. Het gaat ook om woningbouw, het gaat om openbare ruimte, het gaat om alle andere sectoren in onze samenleving waarin ik informatie van een gedegen gehandicaptenraad mis en dat meen ik. U noemde BORG. BORG bestond vorig jaar nog niet eens. Het is een groep mensen, goed bedoeld, ik weet waar het vandaan komt, ik ken de oorsprong, maar het is niet voldoende.
Zij hebben niet voldoende ervaring op alle gronden en de enige partij die dat wel heeft is Ieder(in) en die heeft contacten met bijna alle mensen met een handicap, ook alle soorten en maten dus ik wil daar toch meer aandacht voor, zeker voor de aankomende 4, 5, 6, 7 jaar. Dank u wel. Wethouder Schouten: ja voorzitter, ik moet dan toch zeggen, dat u misschien niet helemaal recht doet aan wat de ASD doet. De ASD geeft gevraagd en overigens ook ongevraagd advies over een veel onderwerpen, onder andere ook op wonen, dat doen ze op Woonwijs bijvoorbeeld 27/50
Verslag gemeenteraad Nieuwegein van 4 november 2021
en als het nodig is, als het gaat over zaken die echt gehandicapten aangaan om nu toch die term te gebruiken, dan zoeken ze ook de ondersteuning en hulp van Solgu in Utrecht, dus onze ASD heeft zeker daar wel veel oog voor, dus ik zou in die zin toch de motie ook ontraden. Mevrouw Verbeek (iB): ja voorzitter, dat ging eigenlijk over het feit dat de wethouder zei dat er als er klachten binnenkomen, dat ze gehoord worden en alles, maar ik weet ook dat er zelfs mensen met de vorige wethouder meegegaan zijn om aan te wijzen waar problemen zaten en daar is 75% niet van gedaan. Hoe verklaart u dat? Wethouder Schouten: ja voorzitter, de situatie waar mevrouw Verbeek naar verwijst ken ik niet. Wat ik wel weet is dat we een groepje mensen in de stad hebben dat ons regelmatig wijst op waar er problemen zijn in de openbare ruimte en dat varieert van ik noemde al de blindengeleidelijnen tot te steile hellingen soms tot niet doorlopende voetpaden of te steile stoepranden. Dat betekent niet dat we die problemen ook in 1 keer kunnen oplossen, want vaak zijn dat best wel grote ingrepen ook, maar in ieder geval wel dat vanuit de praktijk die input gegeven wordt. De heer Horst (CDA): ja dank u wel, voorzitter.
Ik moet zeggen, wij hebben de motie van collega Verdam en anderen niet mee ingediend, dat had met de voorbereiding te maken waarin iets is misgegaan, maar wij voelden hier wel heel erg in mee. Ik wil ook graag toch de wethouder ook vragen of zij op de hoogte is van de scherpe kritiek van Ieder(in) op de brede adviesorganen sociaal domein en de onderbelichte positie van mensen met een fysieke of mentale beperking daarin en daarmee dus ook de adviesrol van die organen richting de gemeente waar het gaat om de maatschappelijke positie van deze groep inwoners. Als wij pretenderen een inclusieve samenleving te zijn, lijkt het mij toch goed om daar nog eens goed naar te kijken en ook naar de adviezen die Ieder(in) hierin geeft. Wat vindt de wethouder daarvan? Wethouder Schouten: ja dank, voorzitter. Het specifieke advies waar u naar verwijst, dat ken ik niet dus ik houd me aanbevolen, zou ik bijna zeggen. Ik hoor dat als een algemeen advies dat spreekt in zijn algemeenheid over adviesraden. Kijk, ik denk wel dat het goed is als u dit zo zegt ook en als dat het advies ook is vanuit waar u aan refereert, kijk, dat wij met onze eigen ASD hierover nog eens goed het gesprek voeren hoe zij dat zien ook.
De heer Horst (CDA): ja voorzitter, het kan inderdaad zijn dat de wethouder hier niet van op de hoogte is, maar ik wil haar graag helpen aan de informatie van Ieder(in) met de adviezen aan gemeenten om de borging van de positie van deze groep inwoners beter op te nemen in die brede adviesorganen sociaal domein. Wethouder Schouten: ja ik zou zeggen graag, maar ik zeg ook nog nadrukkelijk; tot nu toe hebben we geen signalen ontvangen vanuit groepen zelf dat die belangen niet goed geborgd zouden zijn. De heer Verdam (GV): dank u wel. Kan de wethouder zich nog herinneren de uitvoering van motie 88 ‘Houd de lijn vrij’? Deze motie heeft 2,5 jaar in een la gelegen. De kosten hiervoor waren € 30 en 2 uurtjes arbeid en dan presteert dit college om daar 2,5 jaar over te doen en u zegt dat er een ASD is en dat er een BORG is en dat u bij allerlei andere zaken heeft geïnformeerd, maar onderhand hebben de kosten voor het informeren overal meer gekost dan die hele actie, dus ik begrijp uw reactie niet. Wethouder Schouten: ja voorzitter, die motie ken ik zeer goed, ik geloof dat we niet zo lang geleden gezamenlijk de blauwe tegel gelegd hebben en dat we ook met elkaar gesproken hebben 28/50
Verslag gemeenteraad Nieuwegein van 4 november 2021
over hoe het komt dat dat even geduurd heeft, dus dat ga ik hier niet herhalen. U vraagt hier om een aparte adviesraad in te stellen om de belangen te behartigen voor een groep en opnieuw, ik moet niet gaan herhalen wat ik al gezegd heb, onze ASD zet zich ten volle in voor heel veel groepen in de samenleving, dus ook voor deze groep, maar ik zie ook graag het rapport tegemoet waar de heer Horst naar verwijst en nogmaals, ik denk dat deze motie voor weer een adviesraad, ik zou dat ontraden. De heer Verhoeve (D66): ik vind dit een heel interessant debat en ik kan de wethouder wel volgen, maar ik kan ook de heer Horst wel volgen en ik kan me ook niet aan de indruk onttrekken dat wij die inclusieve stad willen zijn en dat de adviesraad daar een rol in kan spelen, maar het vooral ligt bij wat wij zelf als beleid opstellen en welke stappen wij gaan zetten op dat punt. Dan merk ik wel dat we daar volgens mij nog wel wat betere stappen kunnen zetten als we kijken naar de inrichting van onze stad en alle belemmeringen die mensen met een handicap tegenkomen, dus los van de adviesraad is misschien eerder nog ook de vraag: wat gaan we nou doen om onze stad gewoon toegankelijker en inclusiever te maken? Wethouder Schouten: ja voorzitter, bedoelt u de fysieke toegankelijkheid in de stad, want inclusiviteit heeft wat dat betreft natuurlijk toch wel heel veel facetten ook.
De heer Verhoeve (D66): ja, het klopt dat het heel veel facetten heeft, maar het gaat over de fysieke toegankelijkheid, maar het gaat ook over de auditieve toegankelijkheid. Het zit hem in die volle breedte. Wethouder Schouten: nee, en dat is en blijft een heel belangrijk aandachtspunt, want ik denk, er zijn best wel wat voorbeelden te geven in de stad die niet ideaal zijn voor mensen met een beperking, of dat nu gehoor is of visueel of anderzijds en dat is morgen ook niet opgelost, maar het is wel echt, het is niet alleen een aandachtspunt, we werken er ook aan opnieuw met mensen die zelf naar ons toekomen, die we actief opzoeken ook en zeggen ‘help ons’. Ook in de inrichting van de binnenstad wordt dat een heel belangrijk aandachtspunt, dat is natuurlijk maar een klein stukje van de stad maar toch, dus ik onderschrijf helemaal dat dit een heel belangrijk onderdeel is van de stad, maar het is ook wel echt, er wordt natuurlijk gewerkt aan een nota inclusieve stad, collega Kuiper is daar ook mee bezig, en dat gaat ook over andere vormen van inclusiviteit, maar die fysieke toegankelijkheid en met fysiek bedoel ik natuurlijk alle aspecten van fysiek, is echt voor ons een aandachtspunt. Het lijkt net alsof we er niks mee doen, maar er worden wel acties op ondernomen ook. De voorzitter: ik stel voor dat ik de wethouder de gelegenheid bied om haar betoog af te maken.
U heeft ook nog een tweede termijn waar u eventueel kunt terugkomen op dit onderwerp. Ik rond de interruptiedebatjes nu af, want ik kijk ook met 1 oog naar de klok en ik geef de wethouder nu de gelegenheid om het betoog af te maken en u heeft nog een tweede termijn. Wethouder Schouten: ja dank, voorzitter. Dan wilde ik gaan naar motie 272 ‘Wees innovatief met laadpalen’. Het zijn eigenlijk best wel veel dingen die deze motie vraagt, maar dat zult u zelf ook weten. Daarom een paar algemene zaken. Als het gaat over het netwerk van AED’s in de stad, zijn we altijd van mening geweest dat dat ook heel veel moet komen uit particuliere initiatieven. Wij vinden allemaal participatie belangrijk en we zien nu uitgerekend op dit thema dat het ook best goed loopt en daar moeten we niet volgens mij teveel in gaan interveniëren, dat is 1. Als het gaat over laadpalen; uw raad heeft ik meen 1 jaar geleden daar ook een motie over aangenomen, motie 146, dat ging over snelladen. Daar hebben we toen uitgebreid een reactie op gegeven. De dekking in onze stad; het aanbod laadpalen volgt de vraag en dat werkt eigenlijk heel goed. Het is ook niet voor niks dat die dekking in onze stad van laadpalen eigenlijk best 29/50
Verslag gemeenteraad Nieuwegein van 4 november 2021
wel goed is omdat wij daar vrij alert op zijn en als er vraag is, dan het aanbod ook snel geregeld wordt. Waar we tegelijkertijd ook wel mee bezig zijn is, en de heer Schat refereerde daar ook al naar, er komt inderdaad een nieuwe aanbesteding van de verlichting en de voorbereidingen daarvoor zijn ook al gestart en er wordt ook wel gekeken of er op een andere manier naar verlichting kan worden gekeken of functies gecombineerd kunnen gaan worden. Dat is een heel technisch verhaal maar dat combineren van functies is daar echt een onderdeel van ook. Een tweede wat ook wel goed is om te weten, in een deel van Rijnhuizen waar we aan het ontwikkelen zijn, wordt ook gekeken of opnieuw daar een koppeling kan gemaakt worden met laadpalen, verlichting en andere oplaadbare instrumenten, ik zeg het maar even vaag, dus dat zou een AED kunnen zijn. In die zin, daar weer een onderzoek op loslaten om het maar zo te zeggen, ik weet niet of dat de manier is. Opnieuw particuliere initiatieven in de stad die zijn er voor de AED’s, die lopen goed en ik heb net de andere zaken genoemd rond hoe we bezig zijn met laadpalen en de aanbesteding, dus ik zou eigenlijk toch deze motie, hij is aan u, maar eigenlijk ontraad ik hem ook. Beantwoording wethouder Kuiper: Dank voorzitter en dank raad voor het delen van uw zorgen waar ook verlangens uit spreken die ik ook in grote mate met u deel.