CConstaterende datNieuwegein
Koppel je AI →
Document · PDF

2021-452 Bijlage Afwegingskader aardwarmte Nieuwegein.pdf

Raadsvergadering 20 december 2021, gemeente NieuwegeinBij agendapunt: Voorstel over het afwegingskader aardwarmte22.134 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Pagina 25 van 63

Maatschappelijke aanvaardbaarheid Criterium 3: Intentieovereenkomst De initiatiefnemer gaat een intentieovereenkomst (IOK) aan met de gemeente Nieuwegein, als bindende voorwaarde voor het project. Zonder een IOK worden er geen SOK en uiteindelijke grondgebruik overeenkomst vastgesteld. De intentieovereenkomst is een overeenkomst tussen gemeente en initiatiefnemer met aanvullende afspraken ten opzichte van het publiekrechtelijke instrumentarium van decentrale overheden. Voordat de initiatiefnemer komt tot een locatievoorkeur, en deze voorlegt aan de gemeente, heeft de initiatiefnemer een zorgvuldig proces doorlopen om te komen tot deze locatievoorkeur. Dit proces start bij de aanvraag van een opsporingsvergunning. In de intentieovereenkomst worden de rollen van de gemeente en initiatiefnemer beschreven, inclusief de daarbij behorende verwachtingen ten aanzien van het initiatief, het betrekken van stakeholders en governance. Gedekt in beleid: Niet van toepassing.

Indicator gemeente Nieuwegein: Intentieovereenkomst waarin in ieder geval de volgende elementen zijn opgenomen: • De bereidheid om in een latere fase een SOK af te sluiten • Plan van Aanpak, met onder andere: § participatie- en communicatie aanpak voor de aanloop tot een locatievoorkeur § planning met een beschrijving van de go- en no-go-momenten van het project evenals een transparant tijdspad van het project tot aan een eventuele winning en het ruimen van de locatie § rollen en verantwoordelijkheden Hoe toetsen we of wordt voldaan: Bij het aangaan van een IOK met een initiatiefnemer wordt getoetst aan de indicatoren die gesteld zijn in het Afwegingskader. Later in het proces zal bij een locatiekeuze ambtelijk getoetst worden of de initiatiefnemer voldaan heeft aan de vastgestelde punten vanuit de intentieovereenkomst. In welke fase toetsen we of wordt voldaan: In de fase van initiatief nemen (bij afsluiten IOK) en bij het afsluiten van en SOK.

Pagina 26 van 63

Maatschappelijke aanvaardbaarheid Criterium 4: Samenwerkingsovereenkomst De initiatiefnemer gaat een Samenwerkingsovereenkomst (SOK) aan met de gemeente Nieuwegein als bindende voorwaarde voor het project. De SOK is een overeenkomst tussen gemeente en initiatiefnemer met aanvullende afspraken in aanvulling op het publiekrechtelijke instrumentarium van decentrale overheden. Bij het ontbinden van de SOK vervallen eventuele zakelijke rechten (bijvoorbeeld een grond gebruik overeenkomst). Gedekt in beleid: Niet van toepassing. Indicator gemeente Nieuwegein: Samenwerkingsovereenkomst waarin in ieder geval de volgende elementen zijn opgenomen: • Plan van Aanpak, met onder andere: • Omgevingsmanagementplan • Planning met een beschrijving van de go en no go momenten van het project evenals een transparant tijdspad van het project van initiatief nemen tot aan een eventuele winning en het ruimen van de locatie • Rollen en verantwoordelijkheden • Veiligheidsplan Nieuwegein (voortkomend uit veiligheidsoverleg) • Aanvullende schadeverzekering of -fonds als bijlage en zo mogelijk als verplichting in de SOK • Inpassingsplan Hoe toetsen we of wordt voldaan: Wanneer de initiatiefnemer een locatiekeuze voorlegt, wordt ambtelijk getoetst of deze locatie geen belemmering vormt voor voorzienbare toekomstige ontwikkelingen in de omgeving.

Parallel aan dit proces starten gemeente en initiatiefnemer het proces om te komen tot een SOK. • •

De SOK wordt vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders na consultatie van de raad. Bij besluitvorming van de Verklaring van geen Bedenkingen.

In welke fase toetsen we of wordt voldaan: Verkennen (afsprakenkaders) En in alle vervolgfasen.

Pagina 27 van 63

Maatschappelijke aanvaardbaarheid Criterium 5: Lokaal eigenaarschap Met de initiatiefnemer worden afspraken gemaakt over hoe financiële opbrengsten uit een succesvolle winning mede ten goede komen aan inwoners, hetzij via een omgevingsfonds, hetzij via een andere weg binnen de wettelijke mogelijkheid. Lokaal eigenaarschap gaat hierbij niet alleen in op de lusten van deze, maar ook in op de lasten. Een dergelijke regeling is gemeengoed bij wind- en zoninitiatieven, echter voor aardwarmte initiatieven op moment van schrijven nog niet. Gedekt in beleid: Niet van toepassing. Indicator gemeente Nieuwegein: Een SOK waarin is opgenomen hoe de initiatiefnemer lokaal eigenaarschap gaat organiseren. Hoe toetsen we of wordt voldaan: • In de SOK is opgenomen hoe lokaal eigenaarschap opgepakt gaat worden. In welke fase toetsen we of wordt voldaan: De SOK wordt opgesteld in de verkennende fase. Het effect van het lokaal eigenaarschap zullen inwoners pas merken in de winningsfase.

Pagina 28 van 63

Thema 3: duurzaamheid

Duurzaamheid Criterium 1: bijdrage aan energie- en warmtetransitie De initiatiefnemer dient ten tijde van het indienen van het locatievoorstel te kunnen laten zien (onderbouwd met cijfers) in hoeverre het initiatief bijdraagt aan de verduurzaming van de warmtevoorziening van Nieuwegein en de regio én de reductie in de CO2-uitstoot. Voorwaarde hierbij is hoe dan ook dat de er, middels het initiatief tenminste 4.000 à 6.000 woningen van duurzame warmte worden voorzien. Gedekt in beleid: Niet van toepassing. Indicator gemeente Nieuwegein: Kwantitatief en cijfermatig onderbouwd energieplan bij het locatievoorstel waarin minimaal staat uitgeschreven: • wat de bijdrage is aan de CO2-reductie ten opzichte van de op dat moment geldende situatie van onze warmtevoorziening. Voorgaande met inachtneming van de optredende verliezen door transport en bijvangst (zie ondergenoemde punten). • wat de bijdrage van het initiatief (potentieel) is aan de totaalmix van duurzame bronnen voor collectieve warmtevoorzieningen, doch met een minimale orde van grootte van 4.000 – 6.000 woningen. Dit is 12% tot 18% van de algehele woningvoorraad in Nieuwegein (situatie juli 2021). • welke maatregelen worden genomen die garanderen dat eventuele warmteverliezen worden geminimaliseerd. • welke maatregelen worden genomen die het mitigeren van de eventuele bijvangst (zoals eventueel aardgas) garanderen.

Hoe toetsen we of wordt voldaan: • Bij beoordeling van de locatiekeuze. In welke fase toetsen we of wordt voldaan: Verkennen, vastleggen van de afspraken. Toetsen in vervolgfasen, als continu proces.

Pagina 29 van 63

Duurzaamheid Criterium 2: circulariteit De initiatiefnemer stelt een circulariteitsstrategie op voor het project conform de R-ladder 2020 van het Planbureau voor de leefomgeving (R-Ladder 2020 PBL). Deze onderdelen beslaat alle niveaus en fases van een project (re-think, re-duce, re-use etc.) en gaat breder dan alleen het materiaalniveau.” Gedekt in beleid: Niet van toepassing. Indicator gemeente Nieuwegein: • In de SOK: afspraken over opstellen circulariteitsstrategie. De onderbouwde circulariteitsstrategie conform de hele R-ladder 2020 van het PBL of de opvolger van dit rapport zijn onderdeel van het inpassingsplan.” Hoe toetsen we of wordt voldaan: • Bij besluitvorming over de SOK worden de afspraken over circulariteit ambtelijk getoetst. Bij de VvgB volgt een toetsing op de circulariteitsstrategie in het inpassingsplan aan de hand van de R-Ladder 2020 (LINK; of de opvolger daarvan). In welke fase toetsen we of wordt voldaan: Verkennen, vastleggen van afspraken. Toetsen in vervolgfasen, als continu proces.

Pagina 30 van 63

Duurzaamheid Criterium 3: klimaatadaptatie Het Inpassingsplan draagt positief bij aan de klimaatadaptatiebehoefte van de directe omgeving. De initiatiefnemer neemt het gemeentelijke beleid met betrekking tot klimaatadaptatie als minimum. Gedekt in beleid: Visie Klimaatadaptatie. Indicator gemeente Nieuwegein: Klimaatadaptatie is een integraal onderdeel van de SOK en het Inpassingsplan. • In de SOK: afspraken over hoe in het Inpassingsplan de klimaatadaptieve maatregelen worden uitgewerkt. • In het Inpassingsplan: concrete meetbare maatregelen voor klimaatadaptatie, rekening houdend met extreme weersomstandigheden(regenval, hitte) • Hoe toetsen we of wordt voldaan: Bij besluitvorming over de SOK toetsing op de gemaakte afspraken over de uitwerking. Bij de VvgB volgt een toetsing op de klimaatadaptatie-paragraaf aan de hand van het gemeentelijke beleid (Visie Klimaatadaptatie of de geldende opvolger daarvan). In welke fase toetsen we of wordt voldaan: Verkennen, vastleggen van afspraken. Toetsen in vervolgfasen, als continu proces.

Pagina 31 van 63

Duurzaamheid Criterium 4: Duurzame Mobiliteit en techniek Alle apparatuur, machinerie en vervoersmiddelen voor boring, winning, onderhoud en beëindiging (kortom, alle hulpmiddelen die nodig zijn voor alle activiteiten ter plekke, van of naar de locatie of elders, maar ten behoeve van de activiteiten op locatie) zijn zo energiezuinig en beperkt in CO2-uitstoot als op dat moment mogelijk. Denk aan: elektrisch vervoer, gebruik van aggregaten op stroom, en in geval van hijsactiviteiten ook gebruik van elektrische kranen. Hierbij geldt wel het redelijkheidsbeginsel van een inspanningsverplichting. Gedekt in beleid: Niet van toepassing. Indicator gemeente Nieuwegein: • In de SOK: afspraken over duurzame mobiliteit en techniek. • Duurzame mobiliteit en techniek zijn onderdeel van het Inpassingsplan. Hoe toetsen we of wordt voldaan: Het Inpassingsplan wordt door de gemeente gevalideerd. Bij besluitvorming over de SOK worden de afspraken getoetst. Bij de VvgB volgt een toetsing op de paragraaf over duurzame mobiliteit ene techniek in het inpassingsplan." In welke fase toetsen we of wordt voldaan: Verkennen, bij het afsluiten van de SOK.

Pagina 32 van 63

Thema 4: ruimtelijke inpassing

Ruimtelijke inpassing Criterium 1: Inpassingsplan De initiatiefnemer stelt samen met de gemeente, stakeholders en inwoners inpassingsvoorwaarden op die worden vastgelegd in een zogenaamd Inpassingsplan. De ruimtelijke kwaliteit van het gebied mag niet verslechteren. In het Inpassingsplan worden aanvullende eisen opgenomen aangaande: soorten beplanting, mogelijke versterking van cultuurhistorische waarden, en overige investeringen in de ruimtelijke kwaliteit van het gebied. Gedekt in beleid: In de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) is bepaald dat voor mijnbouwwerken een omgevingsvergunning (milieuvergunning) nodig is, omdat het activiteiten betreffen die mogelijk hinder kunnen veroorzaken voor mens en milieu. De punten waarop aardwarmte binnen de Wabo beoordeeld wordt zijn: Ruimtelijke inpassing (afwijken van het bestemmingsplan) Bouwen Milieuaspecten De omgevingsvergunning wordt afgegeven door het rijk. De provincie heeft hierin adviesrecht en de gemeente moet een Verklaring van geen Bedenkingen afgeven. Indicator gemeente Nieuwegein: • Er vindt participatie plaats over de invulling van het Inpassingsplan. Dit participatieproces moet door de initiatiefnemer reeds opgenomen zijn in het Omgevingsmanagementplan. • Inpassingsplan waaruit zorgvuldige en goede ruimtelijke inpassing blijkt. Zo mogelijk voorwaarden aan de Verklaring van geen Bedenkingen koppelen.

• Paragraaf en verplichtingen initiatiefnemer in de SOK over onderdelen Inpassingsplan en proces. Hoe toetsen we of wordt voldaan: Het Inpassingsplan wordt door de ambtelijke organisatie getoetst. Bij deze toetsing wordt onder andere gekeken naar hoe de opbrengst van het participatieproces is gebruikt. In de SOK wordt het opstellen van een Inpassingsplan en het participatieproces opgenomen. Bij de Verklaring van geen Bedenkingen volgt een toetsing op het Inpassingsplan. In welke fase toetsen we of wordt voldaan: Verkennen, maken van afspraken. Toetsen in vervolgfasen, als continu proces.

Pagina 33 van 63

Ruimtelijke inpassing Criterium 2: Toekomstige ontwikkelingen Het initiatief vormt geen belemmering voor voorzienbare toekomstige ontwikkelingen in de omgeving. Dit geldt niet alleen voor plannen die reeds opgenomen zijn in een bestemmingsplan, er wordt bijvoorbeeld ook gekeken naar ontwikkelvisies. Zo mag het initiatief geen belemmering zijn voor geplande toekomstige woningbouwlocaties of andere boven- en/of ondergrondse ontwikkelingen. Gedekt in beleid: Het ter plaatse geldende bestemmingsplan. Hierin staan de actuele inzichten omtrent het ruimtelijke beleid voor de locatie. Indicator gemeente Nieuwegein: • Locatie zonder belemmeringen voor voorzienbare toekomstige ontwikkelingen in de omgeving. Hoe toetsen we of wordt voldaan: • Wanneer de initiatiefnemer een locatiekeuze voorlegt, wordt ambtelijk getoetst of deze locatie geen belemmering vormt voor voorzienbare toekomstige ontwikkelingen in de omgeving. In welke fase toetsen we of wordt voldaan: Verkennen.

Pagina 34 van 63

Thema 5: vergunningen

Vergunningen Criterium 1: Winning & opruimen De initiatiefnemer legt bij het locatievoorstel een volwaardig Plan van Aanpak voor. Dit Plan van Aanpak heeft betrekking op de nog volgende fases in het traject, tot en met de abandonnering. Wanneer de initiatiefnemer een locatievoorstel bij de gemeente neerlegt, moet zij ook duidelijkheid geven hoe zij de fases na het voorleggen van een locatiekeuze aan gaat pakken. Van het aanvragen van de benodigde vergunningen, tot en met de fases van het opruimen bij het einde van de winning. Deze fases moet de initiatiefnemer weergeven in het Plan van Aanpak. Naast een Plan van Aanpak moet de initiatiefnemer ook een BLVC-plan voorleggen. In een BLVCplan zijn maatregelen, verantwoordelijkheden en afspraken beschreven rondom bouwprojecten. BLVC staat voor bereikbaarheid, leefbaarheid, veiligheid en communicatie. In het plan staat beschreven hoe de overlast op de omgeving kan worden beperkt en wie het aanspreekpunt is. Gedekt in beleid: Niet van toepassing. Indicator gemeente Nieuwegein: • In het Plan van Aanpak is in elk geval het volgende opgenomen: o Omgevingsmanagementplan o Het proces beschreven om te komen tot een: § Veiligheidsplan § Inpassingsplan • Een BLVC plan Hoe toetsen we of wordt voldaan: Het Plan van Aanpak en het BLVC plan worden gelijktijdig met het locatievoorstel getoetst door de gemeente.

Wanneer het Plan van Aanpak en het BLVC plan akkoord zijn bevonden door de gemeente kan er overgegaan worden om te komen tot een Samenwerkingsovereenkomst tussen de gemeente en de initiatiefnemer. In welke fase toetsen we of wordt voldaan: Verkennen.

Pagina 35 van 63

Bijlage 1; Afkortingen en Begrippen 1.1 Gebruikte afkortingen Barmm: Besluit algemene regels milieu mijnbouw BAN: Bewonerscollectief Aardwarmte Nieuwegein BEVI: Besluit externe veiligheid inrichtingen BLVC plan: Bereikbaarheid, leefbaarheid, veiligheid en communicatie plan EZK: Economische zaken ICO: Informatie en Consultatieorgaan Aardwarmte IOK: Intentieovereenkomst MbW: Mijnbouwwet m.e.r: Milieueffectrapportage POVI: Provinciale Omgevingsverordening SODM: Staatstoezicht van de mijnen SOK: Samenwerkingsovereenkomst VRU: Veiligheidsregio Utrecht VvGB: Verklaring van geen bedenkingen WABO: Wet algemene bepalingen omgevingsrecht Wm: Wet milieubeheer

Pagina 36 van 63

1.2 Gehanteerde begrippen Aardwarmte/Geothermie: Aardwarmte (of geothermie) is lokale, duurzame warmte die uit de ondergrond kan worden gewonnen voor het verwarmen van huizen, kassen en industrie. We spreken van aardwarmte als de warmwaterbron zich op dieper dan 500 meter bevindt. De temperatuur van de aardwarmte loopt op met de diepte. Het van nature aanwezige warmte water wordt opgepompt, de warmte wordt eruit gehaald en het water wordt weer teruggepompt in dezelfde aardlaag en warmt daar weer op. Aardwarmteput: Een put wordt na de boring geïnstalleerd in het boorgat dat tijdens de boring is gemaakt. De put is een metalen buis, vastgezet met cement, die tot doel heeft het warme aardwarmtewater uit de ondergrond van het reservoir naar de putmondinstallatie aan de oppervlakte te brengen. Er is in elk geval één productieput om het water omhoog te halen en één injectieput om hetzelfde water weer terug de ondergrond in te brengen. Tezamen vormen deze putten een zogenaamd doublet. Een put bestaat uit meerdere lagen van staal en cement. Een geothermieput heeft vaak een grotere diameter dan een put die gebruikt wordt voor de olie- of gaswinning. Dit komt doordat de hoeveelheid water die benodigd is voor warmtevoorziening door aardwarmte, groter is dan hoeveelheden olie of gas die opgepompt worden voor eenzelfde of ander doel.

Aardwarmtewater: Geothermiewater is warm water dat van nature in het reservoir aanwezig is. Dit water bevat componenten die van nature in de diepe ondergrond voorkomen, zoals zouten en opgelost aardgas. In een ontgasser wordt het gas gescheiden van het geothermiewater. Het water stroomt de warmtewisselaar in om zijn warmte af te geven aan het transportwater, zonder met het transportwater in aanraking te komen. Het geothermiewater koelt af en wordt in de injectieput weer terug in het reservoir gebracht. Bijvangst: 'Bijvangst' is de aanduiding voor delfstoffen, die onvermijdelijk met het geothermische water mee omhoog komen. Het ministerie van Economische Zaken heeft een juridische inkadering van de bijvangsten opgesteld14. Boringsvrije zone: De provincie stelt vast in welk gebied onder welke voorwaarden geboord mag worden. Dit gebied is verdeeld in deelgebieden waarvoor maximale diepten gelden voor het doorboren, graven en roeren van de bodem. Het doel van de boringsvrije zone is de grondwatervoorraad te beschermen van het diepe watervoerende pakket waaruit grondwater onttrokken wordt voor de openbare drinkwatervoorziening. Boortoren: Een gemiddelde boortoren is 30 tot 50 meter hoog. Het doel van de installatie is het aandrijven van de boorkop, die zich een weg in de ondergrond boort tot het doelgesteente is bereikt.

Om de boorkop naar beneden te verlengen wordt er in de boortoren steeds een extra segment aan de boorpijp bij geschroefd. Boringen vinden plaats in de opsporingsfase en de winningsfase. Wanneer de boring van de twee putten (voor productie en injectie) is voltooid en de putten zijn geïnstalleerd, kan de boortoren worden verwijderd en blijft er een putmondinstallatie op de locatie staan. Doublet: De twee putten die benodigd zijn voor geothermie, noemen we samen een doublet. In één put het warme water naar boven gehaald, via de andere put wordt het afgekoelde water, waaraan de warmte is onttrokken, het reservoir weer in gepompt. Deze twee putten samen noemen we het doublet. Geothermie: zie aardwarmte. Haalbaarheidsstudie: In de Haalbaarheidsstudie laat de initiatiefnemer zien hoe zij in het grote gebied van de opsporingsvergunning tot de locatie(s) van voorkeur is gekomen, die bij het college voorgelegd zijn/worden. Deze trechtering wordt door de gemeente beoordeeld. In deze Haalbaarheidsstudie is, naast naar de ondergrond, ook gekeken naar de eventuele milieu

14

https://geothermie.nl/index.php/nl/downloads1/algemene-publicaties/79-bijvangst

Pagina 37 van 63

implicaties van boring op de onderzochte locaties. Waarbij gekeken is naar de verschillende milieuaspecten en dus niet uitsluitend de ondergrond. Inpassingsplan: Het Inpassingsplan stelt de initiatiefnemer samen met de direct omwonenden en betrokkenen op. In dit plan wordt locatie specifiek gekeken naar hoe de locatie, in geval van boring, ingericht dient te worden. Hierbij kan gedacht worden aan welke soorten en formaten bomen gepland dienen te worden, eventuele verwijzingen naar cultuurhistorische waarden op de locatie en de uitstraling van het nutsgebouw wat gebouwd gaat worden om de winningsput heen. Dit betreft een ‘plus’ ten opzichte van het geldend beleid waaraan de initiatiefnemer moet voldoen. Letaliteitsgrens 1%: De grens waarbij, in geval van een ongeval, maximaal 1% van de aanwezige personen zou overlijden. Klimaatadaptatie: Adaptatie aan klimaatverandering is het proces waarmee samenlevingen de kwetsbaarheid voor klimaatverandering verminderen, of waarmee samenlevingen profiteren van de kansen die een veranderend klimaat biedt. Omgevingsmanagementplan: Het Omgevingsmanagementplan is onderdeel van het Plan van Aanpak en wordt opgesteld door de initiatiefnemer. In het Omgevingsmanagementplan wordt uiteengezet waar in het proces inwoner betrokken worden en hoe hun inbreng meeweegt, op het gebied van bereikbaarheid, leefbaarheid, veiligheid en communicatie.

Omgekeerde bewijslast: De tegenpartij moet bewijs van het tegendeel leveren. Operator: De operator is de persoon (natuurlijke of rechtspersoon), die door de houder van de vergunning wordt aangewezen om de feitelijke werkzaamheden te verrichten of de opdracht daartoe aan een derde te verlenen. Er kunnen meerdere personen participeren in een vergunning. Alle personen samen worden als één vergunninghouder beschouwd. Het verrichten van de feitelijke werkzaamheden of het verlenen van opdracht daartoe is slechts toegestaan aan de aangewezen persoon. De aanwijzing van die persoon vindt voor de eerste maal plaats ‘in de vergunning’. Naderhand kan een andere persoon worden aangewezen, nadat de vergunninghouder daartoe schriftelijke toestemming van de minister van Economische Zaken verkregen heeft. Plan van Aanpak: In het Plan van Aanpak geeft de initiatiefnemer aan hoe zij het toekomstige proces gaat doorlopen. Hierin is onder andere een planning met go/no go momenten, rollenverdeling, verantwoordelijkheden en een Omgevingsmanagementplan opgenomen. Reservoir: Een reservoir is een ondergrondse gesteentelaag waar het warme water in de poriën van het gesteente wordt vastgehouden. Vaak is dit zandsteen, maar het kan ook kalk zijn. Middels een boring wordt er een gat geboord naar het waterreservoir en een put geïnstalleerd om het water naar boven te brengen.

Seismische activiteit: Seismische activiteit is een maat voor de veelvuldigheid en hevigheid waarmee op een bepaalde plaats aardbevingen voorkomen. Seismisch onderzoek: Om te onderzoeken hoe de ondergrond is opgebouwd, wordt seismisch onderzoek uitgevoerd. Door de ondergrond in trilling te brengen en deze trillingen vervolgens met seismische apparatuur op te vangen, kunnen de structuren in de ondergrond in beeld worden gebracht. Op basis van dit beeld kan er besloten worden om met een boring een grondlaag te onderzoeken op de aanwezigheid en doorstroming van voldoende water. Veiligheidsplan: In het Veiligheidsplan neemt de initiatiefnemer, in samenspraak met professionele partijen (zoals de VRU) en inwoners, afspraken op waaraan zij zullen voldoen tijdens het winnen van aardwarmte. Hier kan gedacht worden aan hoe de initiatiefnemer invulling gaat geven aan een verzekering of een fonds voor het vergoeden van eventuele schade. Vergunninghouder: Aardwarmtewinning gaat gepaard met grote investeringen voor het aanleggen van putten, pijpleidingen en boringen. Daarom vragen doorgaans meerdere partijen gezamenlijk een vergunning aan voor een bepaald veld of een bepaald gebied. Zo delen ze kosten en risico’s. Aangezien de operator de feitelijke werkzaamheden verricht, hoeven de andere vergunninghouders geen mijnbouwmaatschappijen te zijn.

Het kunnen bijvoorbeeld ook investeerders met ervaring in de mijnbouw zijn. Bij een aanvraag voor een opsporings- of winningsvergunning door meerdere partijen worden de partijen gezamenlijk als ‘aanvrager’ Pagina 38 van 63

beschouwd. Na verlening van de vergunning worden de partijen gezamenlijk als ‘vergunninghouder’ beschouwd. Warmtewisselaar: Een warmtewisselaar is een apparaat dat warmte van een gas of vloeistof gescheiden overbrengt naar een vloeistof. In geval van aardwarmte gaat de warmte van het aardwarmtewater via de warmtewisselaar over op het transportwater dat de warmte naar de afnemers brengt.

Pagina 39 van 63

Bijlage 2; Overzicht communicatie en participatie Doel:

Ø Informeren raad Ø Informeren raad Ø Infomeren raad Ø Informeren bewoners Ø Informeren raad Ø Informeren raad Ø Informeren bewoners Ø Informeren raad Ø Informeren bewoners Ø Informeren raad Ø Informeren raad Ø Informeren raad Ø Informeren raad Informeren en in gesprek Vragen beantwoorden Ophalen wat er leeft bij bewoners/reacties ophalen

Wat Document raad nummer 2019-007, 10 januari 2019. advies opsporingsaanvraag aardwarmte Document raad nummer 2019-151, 26 april 2019. Voortgang aardwarmte Juli 2019, Voortgang aardwarmte en besluit tot ambtelijk aansluiten bij bureaustudie project LEAN Oktober 2019, WBU plaats paginagrote advertentie in de Molenkruier om bewoners te informeren over hun initiatief Document raad nummer 2019-370, 29 oktober 2019. Voortgang aardwarmte November 2019, Informerende avond van de raad 16 en 20 januari, WBU organiseerde avonden in de wijk Batau en Galecop om bewoners te informeren over aardwarmte 6 februari 2020, Informerende avond van de raad Februari 2020, gemeente plaats paginagrote advertentie in Molenkruier om bewoners te informeren over pas op de plaats in proces Document raad nummer 2020-100, 19 maart 2020. Voortgang transitie visie warmte en aardwarmte 9 juni 2020, Voortgang verduurzaming stadswarmte 2020-299, aanbiedingsbrief Haalbaarheidsstudies LEAN en warmtebuffer Structureel in gesprek met Bewonerscollectief Aardwarmte Nieuwegein (BAN) 1 juli 2020 – 21 juli 2020

Informatiecampagne voor deelname onderzoek ‘Nieuwegein aardgasvrij’. - huis-aan-huis briefkaart - artikel in Molenkruier - berichtgeving op sociale media - verspreiding via wijknetwerken en gemeentelijke media 1.180 deelnemers Startpunt van participatie Inwoners kunnen hun mening geven, ideeën delen en aangeven hoe ze betrokken willen worden. 16 juli College kondigt omgevingsproces aan Diverse publicaties in (eigen) media: ‘Stadsgesprek over verduurzamen stadsverwarming start na zomer’ 7 september Informatiebijeenkomst met wijkplatforms en belangengroepen over Transitievisie Warmte en projecten Warmtebuffer Eneco en onderzoeksproject Lean voor verduurzaming stadswarmte 14 september – 15 oktober: Informatiecampagne Doe mee aan de Nieuwegeinse Warmteweken (NWW)

•

Lancering website www.ikbennieuwegein.nl/warmteweken

Pagina 40 van 63

Doel:

Wat

• • •

•

Huis-aan-huis briefkaart in heel Nieuwegein Themakrant (5 pag.) in Molenkruier over de 3 projecten Diverse publicaties waarin de projecten en bijeenkomsten worden uitgelicht via Molenkruier, sociale media, wijknetwerken en gemeentelijke media Circa 1.500 inwoners uit het Citisens-onderzoek ontvangen persoonlijke uitnodiging

28 september - 15 oktober: Nieuwegeinse Warmteweken (NWW)

• • • • • • • • • • •

28 september: Plan voor duurzame warmte 1 oktober: Bijeenkomst Uw huis isoleren 5 oktober: Bijeenkomst Warmtebuffer 6 oktober: Talkshow aardwarmte 7 oktober: Bijeenkomst warmtebuffer 13 oktober: Bijeenkomst Aardwarmte Veiligheid & Schade 14 oktober: Plan voor duurzame warmte 14 oktober: Bijeenkomst Uw huis isoleren 15 oktober: Bijeenkomst Aardwarmte Haalbaarheid en Techniek 450 deelnemers aan 15 online bijeenkomsten Ruim 250 vragen gesteld en beantwoord

6 november: www.ikbennieuwegein.nl/duurzamewarmte

•

Verzamelen verslagen en beantwoording gestelde vragen

25 november – Terugkoppeling uitkomsten NWW

•

Terugkoppeling NWW en vervolg op 2 themapagina’s in Molenkruier

27 november – Terugkoppeling uitkomsten NWW

•

Open en gerichte uitnodigingscommunicatie over Aardwarmtelabs

Raadplegen/Consulteren inwoners, deskundigen en raadsleden voor aanscherpen criteria met meetbare indicatoren voor Concept-Afwegingskader

Nieuwsbrief aan 1500 inwoners via Citisens

31 maart - Hoofdartikel Molenkruier Doe mee met aardwarmtelabs 31 maart - Persoonlijke uitnodiging 580 inwoners uit Onderzoek Nieuwegein Aardgasvrij, specifieke wens voor betrekken op aardwarmte Inzet website www.ikbennieuwegein.nl/aardwarmte 7 april Herinnering persoonlijk uitnodiging 580 inwoners uit Onderzoek Nieuwegein Aardgasvrij 7 april Publicatie Nieuwsbrief en website WBU 14 april - 1e Aardwarmtelab: Publieksbijeenkomst Plenair en 3 deelsessies Aanwezig:

-

Ca. 14 deskundigen van lokale, regionale en landelijke overheidsinstanties Ca. 40 inwoners

Pagina 41 van 63

Doel:

Wat

-

Ca. 15 vertegenwoordigers van belangengroepen/ organisaties. Ca. 10 raadsleden

22 april – 2e Aardwarmtelab: Avond van de Raad Plenair en 3 deelsessies Aanwezig:

-

College B&W Ca. 25 raadsleden Ca. 14 deskundigen van lokale, regionale en landelijke overheidsinstanties Ca. 40 inwoners Ca. 15 vertegenwoordigers van belangengroepen/ organisaties.

21 April - Terugkoppeling aardwarmtelab aan deelnemers en via www.ikbennieuwegein.nl/aardwarmte

-

Afrondend gesprek aangaande conceptafwegingskader

Verslagen plenair + deelsessies Opbrengsten Murals

15 september Bewonersavond NBC (live en online te volgen)

Pagina 42 van 63

Bijlage 3; Verantwoordingsdocument 3.1 Algemene verantwoording Zoals in hoofdstuk 1 te lezen is, is het Afwegingskader tot stand gekomen met input van inwoners, belanghebbenden en deskundigen, Een groot aantal inwoners heeft geparticipeerd binnen de Nieuwegeinse Warmte Weken en de aardwarmtelabs. Het Bewonerscollectief Aardwarmte Nieuwegein (BAN) heeft een visie opgesteld en de werkgroep Schade en Veiligheid heeft aanbevelingen gedaan. Een deel van deze input is reactie geweest op het voorgaande Afwegingskader (d.d. januari 2021). Vanuit onze maatschappelijke verantwoordelijkheid en rol als gemeente hebben we keuzes moeten maken: in dit -Afwegingskader kon/kan er niet aan alle reacties, aanscherpingen en ideeën gevolg gegeven worden. Bij die keuzes hebben we zo goed mogelijk alle input meegewogen, hopende dat iedereen zich in dit Afwegingskader Aardwarmte Nieuwegein ‘gehoord’ voelt en begrijpt hoe de keuzes in dit Afwegingskader tot stand zijn gekomen. In deze paragraaf verantwoorden we onze keuzes op hoofdlijnen (per thema/criterium). Daarna wordt op alle geleverde input specifiek aangegeven hoe we daarmee zijn omgegaan. Ook hebben we het kader inclusief deze verantwoording laten beoordelen door advocatenbureau AKD en het Informatie en Consultatieorgaan Aardwarmte (ICO).

Veiligheid Veel input van inwoners en belanghebbenden gaat over veiligheid. Voor inwoners staat veiligheid op nummer één, twee en drie. Verder zijn er zorgen over de veiligheidsaspecten van het boren naar en winnen van aardwarmte, bijvoorbeeld wanneer dit eventuele trillingen en bevingen zou opleveren. Mocht er onverhoopt iets gebeuren, dan moeten er geen ‘Groningse toestanden’ ontstaan maar verlangt iedereen een accurate en snelle afhandeling inclusief omgekeerde bewijslast. Niet de inwoner moet aantonen dat eventuele schade door het project is ontstaan, maar de initiatiefnemer moet aantonen dat dat niet het geval is.. Een Veiligheidsplan, continue monitoring en onafhankelijk toezicht daarop zijn voor inwoners en belanghebbenden essentieel. De basis voor de veiligheid rond aardwarmte is geregeld op nationaal niveau. Het SodM ziet namens EZK toe op een veilige uitvoering van een aardwarmteproject. Ook voor de gemeente Nieuwegein staat veiligheid op de eerste plaats. Maar: bij geen enkele activiteit in de openbare ruimte is het mogelijk om 100% veiligheid te waarborgen. Voorbeelden hiervan zien we ook nu al in het dagelijks leven: een tankstation is ook een voorziening met een veiligheidsrisico. Daarom moet vooraf de eventuele impact, van een eventueel ongeval, worden getoetst.

De expertise inzake de diepe ondergrond, die voor dergelijke toetsing benodigd is, verkrijgt de gemeente extern. In dit Afwegingskader zijn locaties die in een bestemmingsplan zijn bestemd voor ‘wonen’ uitgesloten. Boor- en winningslocaties moeten zich op een afstand van 200m van woningen en andere (beperkt) kwetsbare objecten bevinden, tenzij de initiatiefnemer navolgbaar (door middel van een externe toets) aantoont dat een kleinere afstand ook veilig is. Hiermee lopen we vooruit op de nieuwe Omgevingswet. Voor een garandering dat de drinkwatervoorziening niet wordt belemmerd door een aardwarmteproject, volgen we de provinciale normen. De gemeente Nieuwegein wil voorkomen dat onzekerheid met betrekking tot schade en schadevergoeding, zoals in Groningen, zich voordoet in Nieuwegein. In het Afwegingskader wordt daarom bepaald dat een initiatiefnemer niet mag starten als er geen vastgesteld en door de initiatiefnemer ondertekend landelijk schadeprotocol met bijbehorende schaderegeling is. In een samenwerkingsovereenkomst maken wij aanvullende afspraken. Het advies van de Werkgroep Schade en Veiligheid (opgestart tijdens het huidige aardwarmte initiatief LEAN), onder meer over een aanvullende schadeverzekering door een initiatiefnemer, hebben wij in het Afwegingskader verwerkt.

Pagina 43 van 63

Maatschappelijke aanvaardbaarheid Inwoners en belanghebbenden vinden een transparant en navolgbaar proces, met volledige informatievoorziening, essentieel vanaf het allereerste begin. Ook de gemeente Nieuwegein heeft een zorgvuldige participatie hoog in het vaandel. Toch blijkt het in de praktijk vaak lastig om tot een bevredigend proces te komen, hoezeer alle partijen hier zich ook voor inzetten. Voor het voortraject van een aardwarmteproject (tussen start initiatief tot locatievoorkeur) bestaan er geen heldere spelregels. Dat is mede omdat het exacte startpunt niet altijd helder is; de opsporingsvergunning bestrijkt vaak een veel groter gebied dan één gemeente. Maar juist in het begin van de verkenning bouw je met elkaar aan vertrouwen en collectiviteit. Daarom verlangt de gemeente naast de SOK en een Omgevingsmanagementplan (vanaf moment besluitvorming locatievoorkeur), ook een Intentieovereenkomst (IOK) met de initiatiefnemer vanaf moment dat Nieuwegein serieus in beeld komt. Zowel de SOK als de IOK zijn bindend. Een platform moet de afspraken over het proces, transparantie en informatievoorziening in de driehoek van initiatiefnemer, gemeente en inwoners borgen. De afgesproken spelregels gelden voor alle partijen. Alle informatie is openbaar, met een voorbehoud voor concurrentie gevoelige informatie.

Wanneer dit nodig is kan de gemeente op het proces onafhankelijke toetsing en advies van deskundige partijen vragen. Lokaal eigenaarschap is bij zon- en windenergie initiatieven inmiddels gemeengoed. Bij aardwarmteprojecten is dat nog niet het geval. Wij dagen initiatiefnemers uit om afspraken te maken om hierin wél in te voorzien en hebben hierover een criterium opgenomen.

Duurzaamheid

Veel vragen rond het thema duurzaamheid betreffen (het tastbaar maken van) de bijdrage van een aardwarmte initiatief aan de energie- en warmtetransitie, bijvoorbeeld uitgedrukt in mate van CO2 reductie. Daarnaast is input geleverd over duurzaam materiaalgebruik en de inzet van elektrisch materieel. Aardwarmte is een duurzame warmtebron. Op 28 januari 2021 heeft de raad bevestigd dat zij de winning van aardwarmte als realistische optie ziet voor de verduurzaming van het stadswarmtenet van Nieuwegein. We verlangen dat een aardwarmteproject een minimale bijdrage aan de totaalmix van duurzame bronnen ter ordegrootte van 4.000 – 6.000 woningen, dat maatregelen worden getroffen om warmteverlies in het systeem te beperken en dat de bijvangst wordt geminimaliseerd en gemitigeerd. Het Inpassingsplan moet aangeven hoe het project omgaat met klimaatadaptatie (gemeentelijk beleid als minimum) en we stellen eisen op het gebied van circulariteit plus duurzame mobiliteit en techniek. Ruimtelijke inpassing

Inwoners en belanghebbenden zoeken garanties voor de aanwezige natuur in de gemeente (groen, dierenleven). Bestaande natuur moet zoveel mogelijk behouden worden. Wordt bestaande natuur toch aangetast, dan dient het ruimhartig gecompenseerd te worden. . Daarnaast dienen zorgen over bijvoorbeeld geluid- en stankoverlast moeten ondervangen te worden. De gemeente is zich ervan bewust dat we in onze stad niet veel groen hebben en hier uiterst zorgvuldig mee moeten omgaan. Onze stad is levendig en druk en een relatief kleine geluids- of stankbron kan veel overlast veroorzaken.

Pagina 44 van 63

Veel van voorgenoemde punten worden echter ondervangen in bestaand beleid, zoals beleid dat toegepast wordt bij het afgeven van de omgevingsvergunning. Onderdeel van dit beleid is een participatietraject. Tijdens dit traject kunnen afspraken gemaakt worden over, bijvoorbeeld, extra groen ter compensatie van het project. Vergunningen

De gemeente Nieuwegein verlangt van de initiatiefnemer bij het locatievoorstel een volwaardig Plan van Aanpak voor de volgende fases. In de IOK en de SOK nemen we afspraken op over hoe de initiatiefnemer ons betrekt bij en zorgt voor een transparante vergunningenprocedure. Financiële haalbaarheid

Er zijn vragen gesteld over de financiële draagkracht van een initiatiefnemer, de mogelijkheid om als bewoner financieel te participeren en over de betaalbaarheid van aardwarmte. Onder het punt ‘veiligheid’ (zie eerste kop van deze paragraaf) is een aanvullende schadeverzekering al benoemd. Ook over lokaal eigenaarschap is een criterium opgenomen (zie de kop ‘maatschappelijke aanvaardbaarheid’). Op de beprijzing van de warmtevoorziening heeft de gemeente geen invloed, ook niet in de huidige situatie waarin nog geen gebruik wordt gemaakt van aardwarmte. In de Warmtewet, die naar verwachting in 2022 wordt behandeld in de Tweede Kamer, zijn wel voorwaarden opgenomen ten aanzien van de beprijzing van de warmtevoorziening.

3.2 Geleverde input en wijze van verwerking In de afgelopen maanden hebben wij veel input ontvangen op het voorgaande Afwegingskader. Zo heeft een groot aantal bewoners geparticipeerd binnen de aardwarmtelabs, heeft het Bewonerscollectief Aardwarmte Nieuwegein (BAN) een visie opgesteld en heeft de werkgroep Schade en Veiligheid aanbevelingen gegeven. Onderstaand overzicht geeft weer hoe de input van de verschillende partijen verwerkt is in dit Afwegingskader. Ten aanzien van de input van de werkgroep Schade en Veiligheid is een apart criterium opgenomen. In het criterium wordt gesteld dat een initiatiefnemer verplicht is een Veiligheidsplan op te stellen. Om te komen tot dit Veiligheidsplan, moet een regulier terugkomende veiligheidsoverleg opgezet worden door de initiatiefnemer. In dit overleg neemt, naast professionele organisaties zoals de Veiligheidsregio Utrecht (VRU), ook een vertegenwoordiging van bewoners deel. Dit kan dezelfde vertegenwoordiging zijn als de werkgroep Schade en Veiligheid, die is opgestart in 2020 in het kader van het project LEAN door Warmtebron Utrecht. Dit kan echter ook een andere vertegenwoordiging zijn. De aan dit veiligheidsoverleg deelnemende partijen moeten tot een Veiligheidsplan komen, dat haalbaar en uitvoerbaar is, en waar zij allemaal achter staan.

Pagina 45 van 63

Overzicht afspraken aangaande het Schadeprotocol, Werkgroep Schade en Veiligheid (6 juli 2021) Aanbeveling Wijze van verwerking De regeling mag niet vrijblijvend zijn Via de IOK en de SOK verbindt de initiatiefnemer zich aan aanvullende De procedure moet goed toegankelijk zijn voor afspraken over schade en veiligheid, schademelders. bovenop het Schadeprotocol. Een Commissie van onafhankelijke en deskundige leden doet de (finale) beoordeling In de SOK wordt opgenomen dat de van de schademeldingen. De daarbij initiatiefnemer pas tot uitvoering van het gehanteerde procedure moet transparant en project over mag gaan wanneer deze zich openbaar zijn. onherroepelijk en voor de hele De procedure moet voldoen aan alle winningsprocedure c.a. verbonden heeft aan gebruikelijke zorgvuldigheidsnormen waaronder een landelijk en adequaat schadeprotocol dat de beginselen van behoorlijk bestuur. voldoet aan de aanbevelingen van de Uitgegaan moet worden van het principe van zg. werkgroep Schade en Veiligheid. Om de omgekeerde bewijslast. uitbetaling van vastgestelde Alle schade ten gevolge van bodembeweging schadevergoedingen zeker te stellen sluit de moet worden vergoed. initiatiefnemer een passende verzekering.

Als en voor zover de schademelder niet akkoord is met de schadevergoeding moet voor hem/haar Omgekeerde bewijslast en wijze van schadeafhandeling zijn opgenomen als gang naar de rechter mogelijk zijn. indicator conform de voorgestelde Instemming door de Vereniging Eigen Huis. formulering van de werkgroep. Uitbetaling van schadevergoedingen moet redelijkerwijs zijn zeker gesteld. Zie ook volgende paragraaf met betrekking tot verzekeringen.

Een en ander is terug te vinden in met name Veiligheid-criterium 4. Zoals besproken met de werkgroep Schade en Veiligheid neemt de gemeente de voorwaarde van instemming door de Vereniging Eigen Huis niet over.

Aanbevelingen Werkgroep Schade en Veiligheid (13 september 2021) Aanbeveling Wijze van verwerking Tekstuele aanpassingen criterium 4, In navolging van het overleg met een schadeprotocol, -regeling en - verzekering afvaarding van de werkgroep op maandag 13 september 2021 zijn alle opmerkingen in de definitieve versie verwerkt. Deze laatste versie van factsheet Criterium 4: Schadeprotocol, - regeling en –verzekering en het verantwoordingsdocument aangaande de aanbevelingen van de werkgroep Schade en Veiligheid van 6 juli en 13 september 2021 zijn op 6 oktober 2021 nog voorgelegd aan de werkgroep ter controle. Tekstuele aanpassingen in In navolging van het overleg met een verantwoordingsdocument aangaande “Overzicht afvaarding van de werkgroep op maandag 13 afspraken aangaande het Schadeprotocol, september 2021 zijn alle opmerkingen in de Werkgroep Schade en Veiligheid (6 juli 2021)” definitieve versie verwerkt. Deze laatste versie van factsheet Criterium 4: Schadeprotocol, - regeling en –verzekering en het verantwoordingsdocument aangaande de aanbevelingen van de werkgroep Schade en Veiligheid van 6 juli en 13 september 2021 zijn op 6 oktober 2021 nog voorgelegd aan de werkgroep ter controle.

Pagina 46 van 63

Visie aardwarmte BAN Aanbeveling De veiligheid van bewoners behoort te allen tijde voor 100% gewaarborgd te zijn. Het initiatief van Warmtebron (initiatiefnemer) behoort te allen tijde voor 100% trillingen en bevingen onder en in het bewoonde gebied van Nieuwegein uit te sluiten, dat betekent dat er in deze pilot zowel bovengronds als ondergronds alleen op veilige afstand van de bewoonde omgeving naar grondwater voor aardwarmte kan worden geboord en gepompt. Alle partijen moeten instemmen met de wijze waarop het initiatief door Warmtebron zal worden uitgevoerd voordat initiatiefnemer het initiatief mag gaan uitvoeren.

Een pilot heeft alleen zin als er uitzicht is op een uitbreiding van het gebruik van aardwarmte naar meerdere productieputten voor de lange termijn. Dit uitzicht is door initiatiefnemer aangetoond voor de aanvang van de pilot. Bij de uitvoering van het initiatief zal er een continue monitoring plaatsvinden onder direct toezicht van het Staatstoezicht op de Mijnen en bij optreden van trillingen of aardbevingen wordt het initiatief direct stilgezet en worden alle partijen hierover direct geïnformeerd. Voortzetting kan alleen als alle partijen daarmee instemmen. Elke vorm van schade (inclusief waardedaling en/of planschade) bij bewoners die door bewoners in samenhang wordt gebracht met het initiatief van Warmtebron wordt door initiatiefnemer erkend en vergoed op basis van omgekeerde bewijslast (bewoners hoeven geen causaal verband aan te tonen). Warmtebron en elke opvolgende initiatiefnemer zorgt ervoor kapitaalkrachtig genoeg te zijn, dan wel voldoende verzekerd te zijn, om met een langdurige garantstelling ook omvangrijke schade (100200 miljoen) te kunnen vergoeden en zodanig dat ook de schade na afloop van het initiatief nog steeds kan worden vergoed. Het woon- en leef genot van de bewoners mag er door een wisseling van restwarmte naar aardwarmte niet op achteruit gaan, maar moet er juist op vooruit gaan (vernieuwing moet ook voor bewoners een winst zijn).

Investeringskosten bij bewoners die hiervoor nodig zijn om dit te garanderen en te realiseren komen ten laste van de initiatiefnemer.

Wijze van verwerking Bij het thema veiligheid zijn verregaande eisen opgenomen op het gebied van veiligheid. Bij het thema veiligheid zijn verregaande eisen opgenomen op het gebied van veiligheid.

De gemeenteraad van Nieuwegein heeft, als vertegenwoordiging van de bewoners van Nieuwegein, de laatste stem in het wel of niet door laten gaan van een aardwarmte project. Binnen het Afwegingskader wordt aangegeven hoe de raad de input van bewoners, belanghebbenden en externe bureaus in zijn besluitvormingsproces meeneemt. De gemeente stelt geen eisen aan het potentieel van productieputten van een initiatiefnemer. Wel moet elke productieput voldoen aan de eisen zoals gesteld in het Afwegingskader. Deze monitoring is in het Afwegingskader opgenomen in het criterium Veiligheidsplan en veiligheidsoverleg. De manier waarop en door wie deze monitoring plaats zal vinden wordt in het veiligheidsoverleg vastgesteld.

Omgang met schade en schadevergoeding is opgenomen in het criterium landelijke schaderegeling, het schadeprotocol en de aanvullende verzekering en/of fondsen.

Omgang met schade en schadevergoeding is opgenomen in het criterium landelijke schaderegeling, het schadeprotocol en de aanvullende verzekering en/of fondsen.

Wordt geborgd in de door de initiatiefnemer aan te vragen omgevingsvergunning. Daarbij is het criterium Inpassingsplan opgenomen. In het Inpassingsplan kunnen aanvullende afspraken tussen initiatiefnemer en bewoners/belanghebbenden gemaakt worden.

Pagina 47 van 63

Visie aardwarmte BAN Aanbeveling De kosten voor verwarming met aardwarmte moet ruim onder het gemiddelde niveau van verwarming met aardgas liggen en blijven liggen, enerzijds om een incentive te hebben voor toepassing en uitbreiding van het gebruik van aardwarmte en anderzijds om financieel tegemoet te komen aan de ontbrekende marktwerking door de monopolypositie van de aardwarmte-leverancier. De informatievoorziening die nodig is voor een gedegen beoordeling van het initiatief moet onafhankelijk, volledig, transparant en begrijpelijk zijn voor alle partijen. Informatie die afkomstig is van initiatiefnemer kan op verzoek van een van de partijen onafhankelijk worden geverifieerd, waarbij de kosten ingeval bewoners hierom verzoeken door de gemeente worden gedragen. Op een volledige en onafhankelijke informatievoorziening door initiatiefnemer en door het College van B&W wordt toegezien door het ICO, en alle partijen houden zich aan de aanwijzingen en de adviezen van het ICO.

Wijze van verwerking Dit is geregeld op rijksniveau. Als gemeente hebben wij via de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG), commissie ECONOMIE, Klimaat, Energie en Milieu (EKEM), invloed op besluiten op rijksniveau. Vanuit de commissie wordt invloed uitgeoefend en actief met EZK gecommuniceerd.

Opgenomen in het criterium dat afspraken tussen initiatiefnemer en gemeente transparant en toegankelijk zijn. Dit om de belangen van de bewoners van Nieuwegein te borgen. Daarnaast is opgenomen dat de gemeente onafhankelijke toetsing en advies van deskundige partijen zal inschakelen wanneer dit noodzakelijk is. In een groot aantal van de factsheets komt het voorleggen van stukken aan een extern bureau, voor een onafhankelijke toetsing en advies, terug. Wanneer stukken ter besluitvorming naar college en/of raad gaan, schakelt de gemeente een externe adviseur in (zoals het ICO aardwarmte) voor onafhankelijke toetsing en advies . De externe adviseur beoordeeld de ingediende stukken van een initiatiefnemer (zoals een locatievoorkeur, Veiligheidsplan, Plan van Aanpak, et cetera) of de in gezamenlijkheid opgestelde stukken (zoals een SOK) voordat deze voorgelegd wordt aan het college en/of raad.

Aandachtspunten BAN naar aanleiding van concept-afwegingskader: 13 september 2021 Aanbeveling Wijze van verwerking In het beginsel heeft het alleen zin om Als gemeente willen wij een kansrijke projecten en initiatieven in dit intentieovereenkomst (IOK) aangaan met een afwegingskader te toetsen. Daarvoor zou er mogelijk initiatiefnemer wanneer zij een voorafgaand aan de intentieovereenkomst opsporingsvergunning bij het rijk ingediend een onafhankelijk technisch, economisch en hebben. Dit is de eerste n fase voor een juridisch haalbaarheidsonderzoek op het initiatiefnemer. Zij gaan, wanneer zij deze project of initiatief moeten worden vergunning verkregen hebben, het onderzoek uitgevoerd, waarvan de rapportage aan de starten of een project in het partijen die de intentieovereenkomst willen opsporingsvergunning gebied haalbaar is. Van aangaan wordt aangeboden. een groot zoekgebied zal zij vervolgens komen tot een smaller zoekgebied (waarbij de kans aanwezig is dat deze niet binnen onze gemeentegrenzen valt). Pas in deze fase zal de initiatiefnemer meer zicht hebben op de haalbaarheid van een project. Met een IOK gelijk bij de aanvraag van een opsporingsvergunning, waarbij mogelijk een grote groep aan andere gemeentes ook betrokken zijn, willen wij vanaf de startfase betrokken worden. Zo kunnen wij hun onderzoek naar de haalbaarheid van een project beter volgen. Pagina 48 van 63

Aandachtspunten BAN naar aanleiding van concept-afwegingskader: 13 september 2021 Alinea 2 in de IOK – in de IOK zal naast het Bij maatschappelijke aanvaardbaarheid criterium punt voor het betrekken van inwoners d.m.v. “transparantie” is opgenomen dat een een communicatieplan ook opgenomen initiatiefnemer via een digitaal platform moeten worden wat het project betekent informatie moet delen met inwoners. Een voor inwoners en dat de inwoners ook vooraf voorwaarde is dat dit opgenomen wordt in de aan het project, al tijdens de participatie fase IOK en de SOK.. Dit is toegevoegd bij de alle informatie krijgen die voor hen belangrijk omschrijving van de IOK. is voor de bewoners en die van invloed zijn voor hen. Met name op de belangrijkste punten, veiligheid, duurzaamheid, maatschappelijke verantwoord, totale project kosten en betaalbaarheid voor bewoners. Het participatie beleid gaat dus niet alleen om het volgen van een proces, maar vooral ook over de inhoud en de impact die het project heeft op inwoners. Schema bladzijde 11: Het is bij de beschrijving van de Go – No Go momenten niet helemaal duidelijk wie precies de beoordeling doet bij een positieve of negatieve beoordeling. Schema bladzijde 11: Het andere punt gaat eigenlijk over de fase waarin bewoners betrokken worden. Als ik dat in het plaatje goed zie dan is dat vanaf de fase verkennen.

Als dat klopt dan is het plaatje helder anders is het misschien handig ergens aan te geven in welke fase met bewoners participatie gestart wordt. Daarbij wil ik ook graag nogmaals aangeven dat het voor bewoners belangrijk is dat zij tijdens de bewonersparticipatie niet alle meegenomen worden in het proces en de besluitvorming maar ook expliciet op de inhoud van het project op wat impact heeft op de bewoners en hun leefomgeving en dat deze informatie ook voor hen helder en compleet beschikbaar moet zijn voor de Go No Go momenten. Pagina 15, tabel regel MER: Het punt bij Geothermie, boringen naar aardwarmte zich tot 3-5 kilometer diepte onder de grond bevind. De MER zou dus ook over de ondergrondse Milieu effecten moeten gaan. Voorbeeld: bij eventuele lekkages door corrosie aan boorleidingen komen extreem zoute bodem stoffen, gas en boor chemicaliën vrij. De impact hiervan moet opgenomen worden in een MER ondergrond.

De kleuren in de legenda geven weer wie hier bevoegd gezag is, ofwel het rijk ofwel de gemeente. In figuur 2 is met de gele pijlen aangegeven dat dat inwoners van het moment van de opsporingsvergunning betrokken worden. In het criterium “transparantie” is aangegeven hoe een initiatiefnemer moet zorgen dat informatie beschikbaar is en gedeeld wordt met inwoners.

Het bevoegd gezag bij het winnen van aardwarmte is het rijk. Hierdoor zullen zij ook het bevoegd gezag zijn bij de MER procedure. Zij zullen toetsen welke onderwerpen in de milieu effectrapportage opgenomen worden. Hierom zullen wij in de tabel ook de diepe ondergrond opnemen. Zodat initiatiefnemers vooraf duidelijk is dat wij als gemeente dit ook als onderdeel van de MER procedure zien.

Pagina 17: Noot: Nieuwegein heeft een duurzaam zoetwater doorvoer functie om verzilting tegen te gaan van het westen van Nederland dat zijn alle steden aan de Hollandsche IJssel ten westen van Nieuwegein, zie project KWA Nieuwegein Park Oudegein. Uit een MER rapport Pagina 49 van 63

Aandachtspunten BAN naar aanleiding van concept-afwegingskader: 13 september 2021 ondergronds zou dit moeten blijken dat er conflicterende “duurzame” belangen zijn. Een criterium dat de raad in het amendement De tarieven van warmteleveranciers betreffen heeft opgenomen is: een integrale prijsstelling voor de te leveren De verandering van kosten voor warmte, op basis van de hele (duurzame) stadsverwarming voor de inwoners. bronnenmix. Er komen geen afzonderlijke tarieven per bron; het gaat om de totaalprijs. De In het afwegingskader wordt dit criterium gemeente richt zich bij de tariefstelling dus ook niet meegenomen, met als argument dat de op die totaalprijs. Het is aan de leverancier om tarieven in de warmtewet worden vastgesteld de businesscase voor het geheel rond te krijgen. en de gemeente daarmee geen invloed heeft op de financiële haalbaarheid. Dat eerste Het afwegingskader zal in de toekomst geldt weliswaar voor dit moment, maar niet regelmatig, indien er een initiatiefnemer is, voor nieuwe toekomstige initiatienemers. geactualiseerd worden aan de hand van nieuw Want het rijk is voornemens in de nieuwe beleid en regelgeving. Tijdens deze actualisatie Warmtewet de tarieven anders te laten zullen dan ook de gevolgen uit de Warmtewet op vaststellen, waarbij de feitelijke beprijzing opgenomen worden. leveringskosten de basis zullen vormen voor de tariefvaststelling.

Hierin zullen dus ook de kosten van een toekomstig aardwarmteproject gaan meewegen. Dat betekend dat het voor inwoners wel degelijk van belang is om in dit afwegingskader te laten toetsen wat de invloed is van de kosten van een aardwarmteproject op de tariefstelling onder nieuwe Warmtewet. Zeker omdat aangesloten inwoners daar dan komende 30 jaar mee te maken zullen krijgen en geen uitwijkmogelijkheid hebben. De gemeente geeft aan dat ze op het thema financiële haalbaarheid geen invloed heeft. Dat betekent (ook voor dit afwegingskader) niet dat de gemeente geen zicht zou moeten hebben op de financiële haalbaarheid en toekomstbestendigheid van het project, omdat gemeente onder de nieuwe warmtewet verregaande bevoegdheid krijgt om warmtekavels en de warmteleveranciers vast te stellen. Pagina 18, paragraaf 3.4: Onder een onafhankelijke toetsing verstaan we een toetsing door een instantie met de nodige kennis van zaken en die geen relatie met een direct betrokken partij heeft. We hebben uit de praktijk ervaren dat ICO Aardwarmte bij de beoordeling van en de communicatie over het LEANHaalbaarheidsonderzoek deze onafhankelijkheid naar bewoners toe niet heeft gewaarborgd. We zien wel een adviesrol voor ICO aardwarmte naar de betrokken partijen weggelegd, maar achten het noodzakelijk dat voor een echt onafhankelijk advies of toetsing elders gezocht moet worden.

Pagina 18, paragraaf 3.5: In het afwegingskader wordt niet vermeld welke informatie en documenten beschikbaar

ICO is en blijft een onafhankelijk orgaan. Als zodanig zullen wij hen ook advies vragen.

Wij hebben bewust hier een keuze in gemaakt. Wanneer wij nu, met de kennis die we nu hebben, een lijst opnemen met documenten die beschikbaar gesteld moeten worden dan kan het

Pagina 50 van 63

Aandachtspunten BAN naar aanleiding van concept-afwegingskader: 13 september 2021 en nodig zijn om een goede afweging of zijn dat wij hierin bij een initiatief onvolledig in toetsing te kunnen uitvoeren. Bij elke zijn. We weten nu niet wat in de toekomst af factsheet zou dit expliciet vermeld moeten gaat spelen. Vandaar dat een exacte formulering zijn. van welk (soort) documenten wij vragen vastleggen binnen de IOK en de SOK. Pagina 18: Is het niet beter om ICO Aardwarmte in dit document te vervangen door ‘een onafhankelijke expert” Factsheets: Bij alle criteria ontbreekt een vermelding van de benodigde informatie en projectstukken van de initiatiefnemer die de raad in haar bezit moet hebben om een weloverwogen afweging te kunnen maken. Alle informatie dient door de initiatiefnemer uiterlijk samen met een locatievoorstel te worden aangereikt. Pagina 19: Voorlaatste punt woord ‘minimaal’ toevoegen. Het protocol voldoet minimaal aan de eisen van het SodM…. De gemeente kan aanvullende eisen stellen om de veiligheid van mens en milieu te waarborgen als de eisen die het SodM stelt daarin tekort schieten. Pagina 20: Derde punt wijzigen: het ICO Aardwarmte kan adviserend zijn bij het opstellen van een Veiligheidsplan.

Het Veiligheidsplan dient door een onafhankelijk expert/instantie beoordeeld te worden en dient tevens juridisch getoetst te worden door een onafhankelijke juridische expert met kennis en ervaring op gebied van Europese regelgeving ter bescherming van de leefomgeving en gezondheid van de bewoners in de omgeving van voorgenomen activiteit. Beide rapportages van deze toetsing worden bij het Veiligheidsplan toegevoegd. Pagina 21: Indicator punt 2 biedt niet de door inwoners gewenste en juridische vereiste bescherming bij de voorgenomen mijnbouwactiviteit. De woongebieden moeten worden gevrijwaard van de impact van aardbevingen. De nu voorgestelde afstand van hoogstens 200 meter tot woningen is niet gebaseerd op een wetenschappelijk onafhankelijk onderzoek met daaruit voortvloeiende normstellingen waarin de impact en gevolgen van aardwarmteprojecten met de afstand tot woningen in relatie is gebracht. De hiervoor benodigde informatie ontbreekt (nog) en

Dit punt nemen wij dus niet over. Evenals eerder aangegeven blijven wij bij de onafhankelijke rol van het ICO of diens opvolger.

Wij hebben bewust hier een keuze in gemaakt. Wanneer wij nu, met de kennis die we nu hebben, een lijst opnemen met documenten die beschikbaar gesteld moeten worden dan kan het zijn dat wij hierin bij een infinitief onvolledig in zijn. We weten nu niet wat in de toekomst af gaat spelen. Vandaar dat een exacte formulering van wat wij op willen vragen vast gaan leggen binnen de IOK en de SOK. Het woord “minimaal” is op bladzijde 19 toegevoegd.

Op bladzijde 20 is toegevoegd dat naast het ICO ook een toetsing door een onafhankelijk juridisch expert plaats dient te vinden.

Elke grens is arbitrair, maar de grens van 200m die wij stellen is een zeer veilig gekozen grens. De regelgeving van het SodM is al scherp en gebaseerd op externe veiligheid zoals blow-out en explosiegevaar (i.h.a. 30-50m; afstand voor boor- en exploitatietechnische risico’s). RDHV heeft m.b.t. Lean op basis van algemeen aanvaarde standaarden gerekend met 75m. Daarmee zijn ook trillingsrisico’s en overlast van verkeersbewegingen, samenhangend met het boorproces gedekt. Overlast en trillingen nemen af naarmate afstand groter wordt. Boven de 150m is er eigenlijk geen overlast meer.

Pagina 51 van 63

Aandachtspunten BAN naar aanleiding van concept-afwegingskader: 13 september 2021 derhalve is bij een aardwarmteproject deze voorgestelde 200 meter geen onderbouwde Onze grens van ’200m, tenzij’ is nog ruimer dan afstand om de veiligheid en een gezonde die 150m, ligt 3* zo ver als berekening van leefomgeving in woongebieden te RHDHV en zo’n factor 5 ten opzichte van het garanderen. veiligheidskader van SodM. Daarmee hebben we wel degelijk een Het vaststellen van een veilige afstand van onderbouwde keus gemaakt. Aangezien we woningen zal getoetst moeten worden aan de aangegeven hebben dat we het afwegingskader Europese voorschriften ter bescherming van zullen updaten wanneer nieuwe, betrouwbare, de veiligheid en leefomgeving van bewoners informatie beschikbaar is zullen wij dit ook doen (verwijzing naar het Nevele-arrest van het ten aanzien van dit onderwerp. Europese Hof van Justitie en de Delfzijlse Windmolenzaak bij de Hoge Raad) Ter vergelijking: in Den Haag is de afstand tussen de 30-50m geweest. Pagina 22: Als gemeente volgen we de provinciale norm. In het in te stellen Veiligheidsoverleg en op te De Provincie Utrecht werkt met de norm dat stellen Veiligheidsplan bij een initiatief kan in de afstand van de rand van een boringsvrije samenspraak tussen alle partijen eventueel tot zone tot aan de boorput tenminste zo groot een andere norm gekomen worden.

De moet zijn dat een verontreiniging van een drinkwaterbedrijven maken deel uit van dat watervoerend pakket er 25 jaar over doet overleg en zullen ook nauwlettend toetsen. voordat een drinkwaterreservoir bereikt wordt. Deze normstelling betekent dat een lekkage binnen 1 generatie een drinkwaterreservoir onbruikbaar kan maken. Dat is in strijd met de uitgangspunten van een duurzaamheid om onze natuurlijke bronnen voor de volgende generaties te beschermen en beschikbaar te houden. Dit criterium biedt niet de gewenste bescherming van drinkwaterreservoir. Lekkages bij mijnbouwactiviteiten hebben al bij kleine hoeveelheden een zeer schadelijke uitwisseling op het grondwater. Ook de Rekenkamer heeft deze kritiek geuit: de huidige maatregelen en normen bieden onvoldoende bescherming. Pagina 23: Aangaande de omgekeerde bewijslast: we hebben dit aangepast, conform de Niet alleen de initiatiefnemer, maar ook de afspraken/formulering zoals we die maandag partij die de schade dekt en uitbetaalt moet 13/09 met de werkgroep Schade & Veiligheid zich aan de toepassing van de ‘omgekeerde hebben gemaakt. bewijslast’ verbinden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nieuwegein&id=19a6bc69-af8e-4a2c-a83e-251ed859aa23