2021-452 Bijlage Afwegingskader aardwarmte Nieuwegein.pdf
Tekst van het document
2021-452 Bijlage
Afwegingskader Aardwarmte Nieuwegein Criteria en indicatoren voor aardwarmteprojecten in of met invloed op Nieuwegein
Pagina 1 van 63
Voorwoord Kunnen we in Nieuwegein op een veilige en verantwoorde manier onze stadsverwarming verduurzamen met aardwarmte? Dat is de vraag waar wij mede in opdracht van de gemeenteraad aan werken. Met het Afwegingskader dat nu voor u ligt, is hierin een belangrijke stap gezet. We gaan de komende 20 jaar ook in Nieuwegein over op een warmtevoorziening, zonder aardgas. Dat is ook onderdeel van een landelijke afspraak. In het Klimaatakkoord is afgesproken dat heel Nederland stapsgewijs stopt met het gebruik van aardgas. Daarmee willen we de uitstoot van CO2 verder terugdringen, en zo bijdragen aan het tegengaan van de opwarming van de aarde en de veranderingen in ons klimaat. Hoe gaan wij de komende decennia onze huizen, gebouwen, van duurzame warmte voorzien? Voor iedereen is dat een grote verandering, die we daarom in stappen uitvoeren. Van de woningen in Nieuwegein is 51% aangesloten op stadsverwarming. Ook deze stadsverwarming zal aardgasvrij worden. Aardwarmte, dat gewonnen kan worden uit de diepe ondergrond, is één van die kansrijke duurzame energiebronnen om de stadsverwarming te verduurzamen. De mogelijke winning van aardwarmte zal zorgvuldig moeten plaatsvinden. Daarvoor is het Afwegingskader Aardwarmte Nieuwegein opgesteld. Dit is tot stand gekomen dankzij veel mensen uit Nieuwegein die hebben meegedacht en ons met hun vragen en inzichten hebben geholpen.
En met behulp van de kennis, ervaring en adviezen van onder andere het Informatie- en Consultatieorgaan Aardwarmte ICO, Warmtebron Utrecht, en het Ministerie van Economische Zaken, en onze eigen organisatie. Het Afwegingskader geeft belangrijke handvatten aan de gemeenteraad, de inwoners van Nieuwegein en het college om met elkaar te toetsen hoe de winning van aardwarmte duurzaam en veilig kan plaatsvinden. En vooral: het geeft ons een leidraad om zorgvuldig en transparant met elkaar het gesprek te voeren over de afwegingen die gemaakt worden voordat besloten kan worden tot winnen van aardwarmte. Wij zullen dan graag het gesprek voortzetten. Hopelijk geeft het Afwegingskader ook inspiratie en het vertrouwen om gezamenlijk te werken aan een veilige, duurzame warmtevoorziening in onze stad. Veel dank aan al die mensen die hun tijd en inzichten hebben gedeeld om tot dit afwegingskader te komen. Namens het college van B&W, Wethouder Energietransitie en Duurzaamheid Marieke Schouten
Pagina 2 van 63
Inhoud Voorwoord ......................................................................................................................... 2 1.
Inleiding................................................................................................................. 4
1.1 Doel Afwegingskader .................................................................................................. 4 1.2 Aanleiding Afwegingskader .......................................................................................... 5 1.3 Leeswijzer ................................................................................................................. 6 2.
Nieuwegein en aardwarmte ....................................................................................... 7
2.1 Wat is aardwarmte ..................................................................................................... 7 2.2 Fases in een aardwarmteproject ................................................................................... 8 2.3 Geldend beleid ........................................................................................................... 8 2.4 Momenten van gemeentelijke invloed.......................................................................... 10 3. Opbouw van het toetsingsinstrumentarium....................................................................... 17 3.1 Thema’s, criteria en indicatoren ................................................................................. 17 3.2 Scope ..................................................................................................................... 17 3.3 Betrokkenheid vanaf het begin ................................................................................... 17 3.4 Onafhankelijke toetsing en advies .............................................................................. 18 3.5 Toetsingsinstrumentarium: factsheets met criteria en indicatoren ................................... 18 4.
Uitwerking criteria en indicatoren............................................................................. 19
Thema 1: veiligheid ....................................................................................................... 19 Thema 2: maatschappelijke aanvaardbaarheid................................................................... 24 Thema 3: duurzaamheid ................................................................................................. 29 Thema 4: ruimtelijke inpassing ........................................................................................ 33 Thema 5: vergunningen.................................................................................................. 35 Bijlage 1; Afkortingen en Begrippen .................................................................................... 36 1.1 Gebruikte afkortingen ............................................................................................... 36 1.2 Gehanteerde begrippen ............................................................................................. 37 Bijlage 2; Overzicht communicatie en participatie ................................................................. 40 Bijlage 3; Verantwoordingsdocument .................................................................................. 43 3.1 Algemene verantwoording .........................................................................................
43 3.2 Geleverde input en wijze van verwerking ..................................................................... 45
Pagina 3 van 63
1. Inleiding Om klimaatverandering zoveel mogelijk te beperken zal de Nederlandse samenleving het gebruik van fossiele brandstoffen gaan beperken en de overstap maken naar schone energiebronnen. Afspraken hiervoor zijn in het Klimaatakkoord van juni 2019 opgenomen. Ook in Nieuwegein willen we toewerken naar gebruik van schone energiebronnen. Ons doel is om in 2040 energieneutraal te zijn. In de routekaart Energieneutraal Nieuwegein 2040 wordt aardwarmte genoemd als een van deze mogelijke bronnen1. Van de woningen in Nieuwegein is 51% aangesloten op het bestaande stadswarmtenet. Het Nieuwegeins warmtenet wordt gedeeld met de gemeente Utrecht en gevoed door de elektriciteitscentrale op Lage Weide. Op 28 januari 2021 heeft de raad bevestigd dat zij de winning van aardwarmte als realistische optie ziet voor de verduurzaming van ons stadswarmtenet2. De daadwerkelijke keuze voor het verkennen en zo mogelijk benutten van een aardwarmtebron op een locatie in Nieuwegein of op een locatie die invloed heeft op Nieuwegein, zal zorgvuldig gemaakt moeten worden. Het is de rol en verantwoordelijkheid van de gemeente om daarbij de belangen van onze inwoners goed te borgen. Daarvoor dient dit Afwegingskader Aardwarmte Nieuwegein. In het kader hebben we vastgelegd onder welke voorwaarden aardwarmte3 veilig en maatschappelijk verantwoord ingezet kan worden.
Stad, deskundigen en raad zijn betrokken geweest bij het opstellen ervan. Het Afwegingskader zal regelmatig, indien er een initiatiefnemer is, geactualiseerd worden aan de hand van nieuw beleid en regelgeving.
1.1 Doel Afwegingskader Het doel van dit Afwegingskader Aardwarmte Nieuwegein is om zorgvuldig te kunnen besluiten over initiatieven voor en exploitatie van aardwarmte op een locatie in Nieuwegein of op een locatie die invloed heeft op ons grondgebied. Met het kader borgt de gemeente haar mogelijkheden om vanuit haar maatschappelijke verantwoordelijkheid zorgvuldig regie te voeren op basis van alle wettelijke mogelijkheden (publiekrechtelijk en privaatrechtelijk). Het geeft ook aan waar wij het wenselijk vinden aanvullende voorwaarden te stellen (een zogenaamde “plus”) ten opzichte van geldend beleid. De voorwaarden zijn tot stand gekomen met input vanuit de samenleving. Het Rijk (ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK)) is het bevoegd gezag voor de feitelijke vergunningverlening. Het Afwegingskader is algemeen geldend en is toepasbaar voor huidige en eventuele toekomstige initiatieven in Nieuwegein. Het is dus ook een uitnodigingskader voor nieuwe initiatieven. De gemeente zal initiatieven en aangedragen locaties beoordelen aan de hand van criteria met bijbehorende indicatoren zoals beschreven in dit kader. Reeds benoemd is dat het Afwegingskader van toepassing is op zowel de situatie waarin de winningslocatie in Nieuwegein ligt, als de situatie waarin de winningslocatie niet in Nieuwegein ligt, maar wel invloed heeft op Nieuwegein.
Daarnaast geldt dat het Afwegingskader van toepassing is op zowel de situatie waarin de gemeente de beoogde gronden in bezit heeft, als op de situatie waarin de gemeente de beoogde gronden niet in bezit heeft. In het eerste geval (gronden in bezit van de gemeente) is de positie van de gemeente sterker dan in het tweede geval (gronden niet in ons bezit). Om de belangen van inwoners in alle situaties zo goed mogelijk te vertegenwoordigen stellen we een tweetal private overeenkomsten als randvoorwaarden: een intentieovereenkomst (IOK) en een samenwerkingsovereenkomst (SOK). In de IOK en de SOK willen we met de initiatiefnemer 1
Rbs 2017-272. In het 4e kwartaal 2021 vindt ook besluitvorming plaats over de Transitievisie Warmte die hiermee samenhang. 2 Rbs 2020-500, A 96 ‘Bezinning voor aardwarmtewinning’. 3 ‘Aardwarmte’ is hetzelfde als ‘geothermie’. Overal waar in dit Afwegingskader wordt gesproken over aardwarmte, bedoelen we initiatieven 1) in of met invloed op Nieuwegein, 2) voor diepe geothermie ( dat wil zeggen dieper dan 500m onder de grond), 3) ten behoeve van collectieve voorzieningen zoals de bestaande stadsverwarming Utrecht-Nieuwegein (zonder warmtepomp dus). Voor meer informatie over aardwarmte: https://www.ebn.nl/energietransitie/new-energy/aardwarmte/
Pagina 4 van 63
afspreken dat wordt voldaan aan alle voorwaarden (criteria met indicatoren) uit ons Afwegingskader. Verderop in dit document geven we aan op welke momenten in het besluitvormingsproces we waarop toetsen. Het Afwegingskader stelt voorwaarden aan hoe wij als gemeente verwachten dat een initiatiefnemer een aardwarmteproject insteekt en uitvoert, in alle projectfases: initiatief nemen, verkennen, aanleggen, winnen, einde (zie hoofdstuk 2). De nadruk van de gemeentelijke invloed ligt in de eerste twee fases (initiatief nemen en verkennen).
1.2 Aanleiding Afwegingskader De directe aanleiding voor het opstellen van het kader vormt onderzoeksproject LEAN van Warmtebron Utrecht4. Het Afwegingskader Aardwarmte Nieuwegein is echter niet project- of locatie specifiek. Het is een uitnodigings- en wegingskader voor alle initiatieven voor aardwarmte in of met invloed op onze gemeente. Op 28 januari 2021 heeft de gemeenteraad een eerste raadsvoorstel voor het Afwegingskader behandeld. In een geamendeerd raadsbesluit (2020-500) heeft de raad het college de opdracht gegeven om het voorgestelde Afwegingskader nader uit te werken, in samenspraak met de stad, deskundigen en de raad. In het raadsbesluit wordt het college opgedragen voor de winning van aardwarmte voor het grondgebied van Nieuwegein, of met effect op Nieuwgein, tenminste de volgende elf afwegingscriteria te gebruiken: A. B. C. D. E. F. G. H. I. J. K.
Veiligheid Duurzaamheid Maatschappelijke aanvaardbaarheid Ruimtelijke kwaliteit Functionaliteit locatie Vergunningen proces Inrichting boorlocatie Lokale betrokkenheid boren en testen Lokale betrokkenheid in winningsfase Opruimplicht Verandering van kosten voor de stadsverwarming voor inwoners
Het college wordt tevens opgedragen om: •
• •
met de resultaten van bewonersbijeenkomsten en de Avonden van de Raad op 7 en 14 januari 2021 als basis, samen met de stad, professionals en de gemeenteraad voor ieder van de criteria te komen tot één of meer meetbare en realistische indicatoren, waarbij de onderlinge samenhang en prioriteitstelling van die criteria eenduidig is benoemd; de geactualiseerde set van criteria en indicatoren ter besluitvorming aan de raad voor te leggen; de bovengenoemde afwegingscriteria, met de dan vastgestelde indicatoren, bij ieder vervolgbesluit, waaronder die betreffende een SOK, toe te passen.
4
In de provincie Utrecht is Warmtebron Utrecht het onderzoeksproject LEAN gestart. Dit consortium onderzoekt of aardwarmte een alternatief is voor aardgas om via deze techniek stadsverwarming te verduurzamen en vervolgens een aardwarmteproject te ontwikkelen. Hiervoor is in een eerste stap de ondergrond in de provincie op diverse plekken onderzocht. Op basis daarvan heeft ENGIE namens Warmtebron Utrecht in oktober 2019 voor de duur van 5 jaar een opsporingsvergunning verkregen voor een afgebakend zoekgebied rondom Utrecht waarbinnen het consortium het recht heeft om opsporingsactiviteiten naar een geschikte warmtebron uit te voeren, met als doel deze aan te sluiten op het bestaande warmtenet in Utrecht en Nieuwegein. Warmtebron Utrecht heeft in augustus 2021 besloten om project LEAN te stoppen vanwege krappe tijdsplanning subsidies (2021-369). Pagina 5 van 63
Het Afwegingskader Aardwarmte Nieuwegein is tot stand gekomen met input van velen die aanwezig waren bij onder andere de Nieuwegeinse Warmteweken (najaar 2020), twee aardwarmtelabs (april 2021) en een gesprek met de stad respectievelijk de raad (beide september 2021) over het Afwegingskader. Bijlage 2 geeft een overzicht van de participatiemomenten. Ook hebben we gesprekken gevoerd met en input gekregen van organisaties en belangengroepen gedurende deze periode. Voor het Afwegingskader is extern advies ingewonnen bij advocatenbureau AKD en het adviesorgaan ICO Aardwarmte.
1.3 Leeswijzer Dit document geeft na dit inleidende hoofdstuk een korte omschrijving van wat aardwarmte is (hoofdstuk 2). Vervolgens wordt in dat hoofdstuk ook ingegaan op de fases in een aardwarmteproject, de momenten van gemeentelijke invloed en het geldend beleid rond aardwarmte. In hoofdstuk 3 wordt een uitleg gegeven over de opbouw van het afwegingskader aan de hand van thema’s, criteria en de indicatoren. Het laatste hoofdstuk, hoofdstuk 4, is het eigenlijke toetsingsinstrumentarium. Het behandelt per thema hoe een initiatief voor aardwarmte zal worden gewogen en welke indicatoren daarbij gebruikt worden. Dit is gedaan in de vorm van factsheets. We ontkomen er niet aan om veel begrippen en afkortingen te gebruiken. Daarom bevat bijlage 1 een afkortingen- en begrippenlijst. De tweede bijlage geeft een inkijk in het participatie- en communicatieproces dat we doorlopen hebben sinds Nieuwegein in beeld is gekomen als kansrijke plek voor het winnen van aardwarmte. Bijlage 3 is een verantwoordingsdocument. In deze bijlage geven wij aan hoe de gemeente met de input van inwoners en stakeholders is omgegaan. In april 2021 hebben wij een aardwarmtelab georganiseerd. Tijdens deze avond hebben inwoners input kunnen geven op het Afwegingskader.
Daarnaast heeft ook het Bewonerscollectief Aardwarmte Nieuwegein (BAN) een visie opgesteld over hoe zij het winnen van aardwarmte in Nieuwegein mogelijk achten. In het kader van het project LEAN heeft Warmtebron Utrecht een werkgroep ‘Schade en Veiligheid’ ingesteld met inwoners. Ook vanuit dit overleg zijn randvoorwaarden meegegeven onder welke condities het winnen van aardwarmte in de gemeente Nieuwegein volgens hen mogelijk zou zijn. De afspraken en randvoorwaarden vanuit de werkgroep betreffen overigens gedeeltelijk ook landelijk beleid waar wij als gemeente beperkt invloed op hebben.
Pagina 6 van 63
2. Nieuwegein en aardwarmte Dit hoofdstuk begint met een beschrijving van wat aardwarmte is en welke fases er zijn binnen een aardwarmteproject. Vervolgens wordt beschreven welke bevoegdheden de gemeente heeft in elke fase. Tenslotte wordt beschreven wat het geldend beleid is waaraan een aardwarmteproject getoetst zal worden.
2.1 Wat is aardwarmte Aardwarmte is warmte die ontstaat in diepere delen van de aarde. Deze warmte ligt opgeslagen in gesteenten en vloeistoffen5. De warmte komt voort uit het afkoelen van de aarde (een proces dat in gang is gezet vanaf haar ontstaan) en uit radioactieve vervalprocessen. Aardwarmte kan benut worden voor verwarming (bijvoorbeeld van gebouwen) door de warmte uit het binnenste van de aarde naar de oppervlakte te transporteren. Het warme water wordt opgepompt met een productieput en door middel van een warmtewisselaar gekoeld. Dit gekoelde water wordt met een injectieput weer in hetzelfde reservoir geïnjecteerd, zodat de druk in het reservoir behouden blijft. Deze productie- en injectieput worden samen een doublet genoemd, zie figuur 1 en 2. Hoe dieper je de aarde in gaat, des te warmer het is. De kern van de aarde heeft een temperatuur van ongeveer 5500°C en aan het aardoppervlak is het ongeveer 10°C. In Nederland stijgt de temperatuur gemiddeld 3°C met elke 100 m dieper. Dit betekent dat op een diepte van 2 km de temperatuur ongeveer 70°C is. Vanaf een diepte van ongeveer 3 km bereikt het water in de ondergrond een temperatuur van circa 100°C.
Figuur 1 en 2. Productieput aardwarmtewinning
5
www.geothermie.nl Pagina 7 van 63
2.2 Fases in een aardwarmteproject Binnen een aardwarmteproject zijn vijf fases te onderscheiden (zie figuur 3)6,7: initiatief nemen, verkennen, aanleggen, winnen en einde. Hieronder lichten we ze toe.
Figuur 3. Fasering geothermieproject (bron: https://allesoveraardwarmte.nl/van-concept-tot-uitvoering/)
-
Initiatief nemen: dit is de eerste, oriënterende periode binnen het project, waarin de kansen en haalbaarheid voor aardwarmte in een bepaald gebied (meestal ter grootte van meerdere gemeenten) worden onderzocht. Een initiatiefnemer vraagt in deze fase hiertoe een opsporingsvergunning aan bij het ministerie van EZK. Daarna kan het onderzoek en trechtering naar potentieel geschikte locaties starten. De initiatiefnemer is meestal een private partij, maar in principe kan iedereen het voortouw nemen dus ook een overheid, een energiebedrijf, een groep inwoners of elke mengvorm daartussen.
-
Verkennen: in de verkennende fase wordt getoetst aan het afwegingskader. Als de eerste fase van verkennen positief is, vindt verdieping plaats door gedetailleerd onderzoek. Op basis daarvan stelt de initiatiefnemer een businesscase op, maakt afspraken over de toekomstige warmtelevering, vraagt de benodigde vergunningen aan en komt bij een ‘go’ op al die onderdelen tenslotte tot aanbesteding van de werkzaamheden.
-
Aanleggen: dit wordt ook wel ‘opsporen’ genoemd. Binnen deze fase worden de productieen injectieput geboord. Na realisatie van de boring, en het testen of de put werkelijk warm water levert, is het doublet klaar voor de productie. Daarnaast vinden in deze fase ook de bouw van de warmtecentrale en aansluiting van het systeem op het warmtenet plaats.
-
Winnen: de fase waarbij daadwerkelijk warmte wordt geproduceerd en geleverd (exploitatie). De activiteiten die men boven de grond nog waarneemt zijn gering. Wel zal in de warmtecentrale het benodigde beheer en onderhoud noodzakelijk zijn. Eén tot twee keer per jaar worden de putten schoongespoeld. Hiervoor dienen een vrachtwagen, leidingen en een bufferbak op de locatie aanwezig te kunnen zijn.
-
Einde: dit heet ook wel ‘abandonnering’. Na afloop van de levensduur of bij vroegtijdige beëindiging worden het doublet en de warmtecentrale verwijderd. De initiatiefnemer vraagt voor deze fase wederom de benodigde vergunningen aan zoals een sloopvergunning, en pakt tevens de communicatie op met de stakeholders om hen te betrekken bij deze specifieke fase van het project, evenals bij de voorgaande fases.
2.3 Geldend beleid De wet- en regelgeving op het gebied van aardwarmte is complex, omdat meerdere wetten een rol spelen8. De belangrijkste zijn: -
Mijnbouwwet (Mbw): de Mijnbouwwet is van toepassing op aardwarmte die op een diepte van 500m of meer gewonnen wordt. De mijnbouwwetvergunning geeft een bedrijf
6
We baseren ons hierbij op de indeling die te vinden is op de site https://allesoveraardwarmte.nl/van-concepttot-uitvoering/ 7 De tekst in deze paragraaf is ontleend aan zowel https://allesoveraardwarmte.nl als aan de site https://hoewerktaardwarmte.nl/ 8 Kennisbundel geothermie. Instituut Fysieke Veiligheid, 29 maart 2021. Pagina 8 van 63
het recht om in een bepaald gebied delfstoffen en aardwarmte op te sporen en te winnen of om stoffen op te slaan. De Mijnbouwwet geeft regels voor het opsporen, winnen en opslaan van aardwarmte. De milieubelastende activiteiten worden geregeld via de Wabo en de Wet Milieubeheer (zie hierna). De Mijnbouwwet valt onder het ministerie van EZK. Het ministerie zal de gemeente om adviesrecht vragen. o Mijnbouwbesluit: het Mijnbouwbesluit stelt regels vast voor het verkenningsonderzoek, het gebruik van mijnbouwwerken, pijpleidingen en kabels, en voor het winnen en opslaan van stoffen. Doel van dit besluit is om de veiligheid te waarborgen, het milieu te beschermen en om schade ten gevolge van het bewegen van de aardbodem te beperken. o Mijnbouwregeling: de Mijnbouwregeling beschrijft hoe vergunningen moeten worden aangevraagd en hoe verkenningsonderzoek plaats moet vinden. -
Wet Milieubeheer (Wm): de Wm bepaalt wanneer bedrijven over een milieuvergunning moeten beschikken en welk bevoegd gezag welke vergunningen verleent. o Besluit algemene regels milieu mijnbouw (Barmm): dit besluit geeft milieuregels voor mobiele installaties. Deze installaties zijn van tijdelijke aard, aangezien ze bedoeld zijn voor het aanleggen, uitbreiden, wijzigen, testen, onderhouden, repareren of buiten gebruik stellen van een boorgat.
-
Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo): deze wet bepaalt dat voor mijnbouwwerken een omgevingsvergunning (milieuvergunning) nodig is, omdat het activiteiten betreffen die mogelijk hinder kunnen veroorzaken voor mens en milieu.
Bij de bij de wetgeving behorende vergunningverlening voor mijnbouwactiviteiten is het belangrijk om onderscheid te maken tussen a) de opsporings- en winningsvergunning op basis van de Mijnbouwwet en b) de omgevingsvergunningen voor het in bedrijf nemen van een installatie voor de winning en het opslaan van stoffen op basis van de Wet milieubeheer en het Activiteitenbesluit (het bovengrondse deel van de activiteiten). De vergunningen die een initiatiefnemer aan moet vragen staan hieronder opgesomd. -
Opsporingsvergunning: Voordat een initiatiefnemer een boring kan doen, moet een aanvraag voor een opsporingsvergunning worden ingediend bij het ministerie van EZK. In de aanvraag voor een opsporingsvergunning staan een tijdvak en een gebied dat vaak meerdere gemeenten of delen van provincies beslaat. Zolang een initiatiefnemer een opsporingsvergunning heeft op grond van de Mijnbouwwet, is het anderen niet toegestaan om opsporingsactiviteiten te verrichten in het betrokken gebied. De opsporingsvergunning is niet voldoende om een proefboring te mogen uitvoeren, aangezien daar een omgevingsvergunning voor nodig is.
-
mer-beoordeling: Vooralsnog zijn aardwarmteprojecten (diepe boringen) niet per definitie mer-plichtig. Wel moet de initiatiefnemer een mer-beoordeling uitvoeren die de milieugevolgen van een project in kaart brengt. Het ministerie van EZK beoordeelt aan de hand hiervan of het project mer-plichtig is. Alsdan moet een volledige MER uitgevoerd worden voordat een omgevingsvergunning kan worden afgegeven. Recent (juli 2021) heeft de Raad van State twee uitspraken gedaan inzake windparken. In de algemene rijksrichtlijnen hierover is volgens de Raad onvoldoende rekening gehouden met effecten op milieu. Het is niet duidelijk of dit invloed zal hebben op aardwarmteprojecten. Ontwikkelingen hieromtrent worden door de gemeente gevolgd.
-
Omgevingsvergunning: Op het moment dat een initiatiefnemer de daadwerkelijke activiteiten wil uitvoeren, is een omgevingsvergunning nodig. De omgevingsvergunning voor mijnbouw verschilt met de vergunning op grond van de Mijnbouwwet. De vergunningplicht op grond van de Mijnbouwwet gaat niet over de milieubelastende activiteit. De mijnbouwwetvergunning geeft een bedrijf het recht om in een bepaald gebied delfstoffen en aardwarmte op te sporen en te winnen of om stoffen op te slaan. Bij een omgevingsvergunning wordt gekeken naar bijvoorbeeld bouwvereisten, effecten op het milieu en de ruimtelijke inpassing (dit zijn zaken die niet of beperkt bij een opsporingsvergunning aan de orde zijn gekomen). Voor het testen, onderhouden of buiten
Pagina 9 van 63
gebruik stellen van een boorgat is geen aparte omgevingsvergunning nodig, omdat het tijdelijke activiteiten betreft. De minister van EZK is het bevoegd gezag en degene die de omgevingsvergunning verleent. Bij de omgevingsvergunning hebben de betreffende provincie en gemeente(n) een algemeen adviesrecht. Als de minister bij het verlenen van een omgevingsvergunning wil afwijken van het bestemmingsplan of van een Inpassingsplan, wordt een 'Verklaring van geen Bedenkingen' van het college van burgemeester en wethouders respectievelijk gedeputeerde staten gevraagd. Dit is het moment dat de gemeente haar invloed op het proces voor de aanvraag van de Omgevingsvergunning kan laten gelden. -
Winningsvergunning: Als uit een proefboring blijkt dat een veld economisch winbaar is, dan heeft de initiatiefnemer een winningsvergunning nodig om de warmte te kunnen winnen. Een winningsvergunning legt vast welke partijen in een gebied exclusief winningsactiviteiten mogen uitvoeren (concessie). De winningsvergunning staat los van de toestemming om op een specifieke locatie een productieboring te doen, een installatie voor de winning op te richten en in werking te hebben of te starten met winnen. Hiervoor zijn een omgevingsvergunning, een goedgekeurd werkplan winning en een winningsplan nodig. Als gemeente hebben wij indirect adviesrecht via de provincie (publiekrecht Art. 16 Mijnbouwwet).
-
Winningsplan: Een winningsplan is een plan dat wordt opgesteld door de houder van de winningsvergunning en gaat in op de wijze en duur van de winning, de verwachte of de gewonnen hoeveelheden delfstoffen of aardwarmte en de verwachtingen over bodembeweging en hoe schade als gevolg van bodembeweging wordt voorkomen. Het winningsplan moet goedgekeurd worden door de minister van EZK die het SodM om advies vraagt. Als gemeente hebben wij direct adviesrecht via EZK (publiekrecht Art. 34 lid 5 Mijnbouwwet).
2.4 Momenten van gemeentelijke invloed Het bevoegd gezag voor een aardwarmteproject is het Rijk, specifiek het ministerie van EZK. De formele rol van een gemeente is beperkt omdat het de diepe ondergrond betreft. Gemeente Nieuwegein ziet voor zichzelf wel een belangrijke regierol als belangenbehartiger van de inwoners. Om in beeld te brengen hoe de gemeente deze rol zal invullen, beschrijven we hieronder op welke momenten de gemeente een rol heeft c.q. neemt bij een aardwarmteproject. Figuur 4 laat zien hoe deze momenten zich in de tijd verhouden ten opzichte van elkaar en op basis van de fasering. Ook is aangegeven of het publiek- of privaatrecht betreft. Schema 1 aan het eind van deze paragraaf geeft aanvullend een nadere indicatie van de rollen van het Rijk, de gemeente Nieuwegein en inwoners op belangrijke beslismomenten. Belangrijk is te melden dat figuur 4 een indicatieve weergave is. Afhankelijk van het initiatief zullen sommige momenten dichter op elkaar vallen dan wel juist een grotere tussentijd kennen. In een enkel geval kan de volgordelijkheid iets anders zijn (bijvoorbeeld het moment van het aangaan van een IOK). Gedurende het gehele proces zullen inwoners worden betrokken (weergegeven door de gele pijlen).
Pagina 10 van 63
Publiekrecht
Privaatrecht
Locatiegebonden communicatie
WINNEN
Aanvraag Omgevingsvergunning Winningsvergunning incl. MER-beoordeling Sluitingsplan Omgevingsvergunning
Niet-Locatiegebonden communicatie
Aanvraag Opsporingsvergunning
Goedkeuring Winningsplan
AANLEGGEN
Verklaring van geen Bedenkingen
VERKENNEN
Gebruiksovereenkomst
moment (indicatief)
EINDE
Goedkeuring werkprogramma sluiting
Aanvullende schadeverzekering e/o afspraken over Schade & Veiligheid Samenwerkingsovereenkomst
initiatiefnemer e.a.
Principebesluit locatie Locatievoorstel
gemeente
Pagina 11 van 63
Opsporingsvergunning
INITIATIEF NEMEN
rijk
Intentieovereenkomst
Legenda:
Indicatieve weergave besluitvormingsmomenten Geothermieproject. Aan deze figuur kunnen geen rechten worden ontleend. Gemeente Nieuwegein, gebaseerd op illustratie van allesoveraardwarmte.nl<http://allesoveraardwarmte.nl>.
Figuur 4. Indicatieve weergave besluitvormingsmomenten geothermieproject (Gemeente Nieuwegein, gebaseerd op illustratie van http://www.allesoveraardwarmte.nl/ Aan deze figuur kunnen geen rechten worden ontleend).
Initiatief nemen -
Initiatiefnemer onderzoekt mogelijke gemeentes voor aanvraag Opsporingsvergunning: als gemeente willen wij initiatiefnemers van harte aanbevelen om met ons als gemeente in gesprek te gaan voordat zij een Opsporingsvergunning in gaan dienen. Gezien de aard van een aardwarmte project achten wij een vroege betrokkenheid van de gemeente en haar inwoners van vitaal belang.
-
Initiatiefnemer vraagt een Opsporingsvergunning aan: een opsporingsvergunning wordt door een initiatiefnemer bij het rijk aangevraagd. De gemeente wordt voor besluitvorming om haar reactie gevraagd (collegebesluit, indirect adviesrecht via provincie – publiekrecht Art. 16 Mijnbouwwet). Een opsporingsvergunning beslaat vaak meerdere gemeentes. De initiatiefnemer heeft na het verkrijgen van een opsporingsvergunning het alleenrecht om voor een periode van in ieder geval 4 jaar in het aangewezen gebied bureaustudie te doen naar de mogelijkheden voor het winnen van aardwarmte.
-
Intentieovereenkomst (IOK): gelet op de beperkte publiekrechtelijke mogelijkheden stelt de gemeente het maken en vastleggen van aanvullende privaatrechtelijke afspraken in een IOK als aanvullende voorwaarde, zodra blijkt dat Nieuwegein concreet in beeld komt als potentieel geschikt, dan wel dat er een locatie in beeld komt met invloed op onze gemeente. Een dergelijke procedure is gemeengoed binnen ruimtelijke projecten. Het is niet mogelijk op voorhand het exacte moment aan te geven waarop een IOK aangegaan moet worden. Dit is afhankelijk van de specifieke context van het betreffende initiatief. In nagenoeg alle gevallen zal dit zijn rond het aanvragen van een opsporingsvergunning door de initiatiefnemer bij het rijk. De opsporingsvergunning behelst vaak meerdere gemeentes. Het is denkbaar dat een IOK met meerdere gemeenten wordt afgesloten. Een randvoorwaarde voor Nieuwegein is dat de gemeente positief instemt met de opsporingsvergunning. In de IOK worden in ieder geval afspraken gemaakt hoe de initiatiefnemer het proces tot en met het mogelijk winnen en uiteindelijk opruimen van de locatie in gaat richten. In dit proces is inzichtelijk gemaakt wat de belangrijke beslismomenten zijn voor de initiatiefnemer, zoals het moment van een subsidieverstrekking. De IOK geeft ook een globaal tijdspad aan voor het totale traject van onderzoek en besluitvorming.
Daarnaast stellen we in de IOK verplicht dat de initiatiefnemer een duidelijk communicatie- en participatieplan moet opstellen. De initiatiefnemer moet hierin verwoorden hoe en wanneer de gemeente en haar inwoners betrokken worden in het proces, wat hun bevoegdheden zijn in deze en hoe informatie met inwoners gedeeld wordt. Deze punten worden verwerkt door de initiatiefnemer in een communicatie- en participatieplan als onderdeel van een Plan van Aanpak. Ook moet de initiatiefnemer bereid zijn om in een eventuele volgende fase van het project een Samenwerkingsovereenkomst (SOK) te sluiten met de gemeente die voldoet aan de voorwaarden zoals beschreven in dit document. Een IOK wordt vastgesteld door het college van B&W nadat de raad hierover is geconsulteerd (privaatrecht cf. Gemeentewet). In de IOK worden voorwaarden over de mogelijkheden tot het ontbinden van de overeenkomst opgenomen.
Verkennen Verreweg de meeste momenten waarop de gemeente invloed kan uitoefenen liggen in de verkenningsfase. Dit is duidelijk te zien in figuur 2. -
Beoordeling locatie/principebesluit: na de fase van bureaustudies zal de initiatiefnemer komen tot een locatievoorkeur. De gemeente hecht er in deze fase aan dat er meerdere locaties in beeld blijven, zodat niet alleen de afweging wordt gemaakt of een locatie voldoet aan het Afwegingskader, maar ook wat de beste locatie is op basis van de criteria en indicatoren. Deze locaties worden voorgelegd in een officieel schrijven aan het college van burgemeesters en wethouders van de gemeente Nieuwegein. Als bijlage worden de volgende documenten door de initiatiefnemer toegevoegd, welke ambtelijke beoordeeld zullen worden aan de hand van het voorliggend Afwegingskader. Het besluit Pagina 12 van 63
aangaande een principebesluit over een locatievoorstel is een raadsbesluit (bovenwettelijke tussenstap Omgevingsvergunning en daarmee vallend onder het privaatrecht). o Haalbaarheidsstudie: in de Haalbaarheidsstudie laat de initiatiefnemer zien hoe zij van het grote gebied van de opsporingsvergunning tot de locaties is gekomen die bij het college voorgelegd zijn. Deze trechtering wordt aan de hand van een Haalbaarheidsstudie beoordeeld door de gemeente, waarbij gekeken wordt naar alle onderdelen uit dit Afwegingskader en er een brede vergelijking tussen de mogelijke locaties wordt uitgevoerd. o Plan van Aanpak: het Plan van Aanpak bevat onder andere: § Omgevingsmanagementplan/ Bereikbaarheid-, Leefbaarheid-, veiligheid- en communicatieplan. § Planning met Go- en No-Go-momenten § Pas nadat deze stukken positief beoordeeld zijn kan er overgegaan worden naar een volgende fase. -
Samenwerkingsovereenkomst (SOK): parallel aan het proces van het beoordelen van de locatie(s)/het principebesluit zullen onderhandelingsgesprekken gestart worden tussen de initiatiefnemer en de gemeente om samen te komen tot een SOK. Een SOK wordt vastgesteld door het college van B&W, nadat de raad hiermee ingestemd heeft (privaatrecht cf. Gemeentewet). In de SOK worden voorwaarden over de mogelijkheden tot het ontbinden van de overeenkomst opgenomen. In een SOK worden privaatrechtelijke afspraken opgenomen. Een SOK is wettelijk verplicht indien de initiatiefnemer grond nodig heeft die in bezit is van de gemeente. Als gemeente Nieuwegein stellen wij een SOK echter ook als voor alle andere aardwarmte-initiatieven binnen onze gemeentegrenzen of met invloed op Nieuwegein. Een aandachtspunt hierbij is dat deze overeenkomst(en) en/of zakelijke rechten zodanig worden vormgegeven, dat een eventuele (privaatrechtelijke) financiering niet onnodig wordt belemmerd. Ons afwegingskader is juist ook een uitnodigingskader voor (potentiële) initiatiefnemers. Tegelijkertijd is het uitdrukkelijke doel van een SOK dat er afspraken tussen de initiatiefnemer en de gemeente worden gemaakt en dat die privaatrechtelijk worden geborgd, in aanvulling op het publiekrechtelijke instrumentarium van de decentrale overheden.
Omdat de SOK binnen meerdere thema’s terugkomt, is het aangaan van een SOK opgenomen als apart thema en dus bepalend voor het goedkeuren van een locatievoorstel.
-
Afspraken overeenkomst voortkomend uit een in te stellen werkgroep Schade en Veiligheid: voordat de gemeente door het ministerie van EZK gevraagd zal worden om een Verklaring van geen Bedenkingen (VvgB) af te geven, moet de initiatiefnemer tijdig voor dit besluit de afspraken die zij gemaakt hebben met een in te stellen werkgroep Schade en Veiligheid aan de gemeente voorleggen. Deze afspraken zullen getoetst worden aan het Afwegingskader.
-
Schadeprotocol en schaderegeling: dit landelijk instrumentarium moet in werking zijn voordat de gemeente een VvgB afgeeft. Indien er nog geen sprake is van een landelijk geldend protocol en regeling, dient de initiatiefnemer of diens rechtsopvolger zich langs andere wegen te verzekeren voor dekking van dezelfde aard als een schadeprotocol en schaderegeling.
-
Schadeverzekering of –fonds: aanvullend op het landelijke schadeprotocol en de landelijke schaderegeling gaat de initiatiefnemer ook een project-specifieke schadeverzekering of –fonds aan. De afspraken hierover worden gemaakt in bovengenoemde werkgroep Schade en veiligheid. In de tijd gebeurt dit voordat Nieuwegein de VvgB afgeeft. De aanvullende regeling garandeert dat in geval van schade er ook daadwerkelijk uitkering en schadeloosstelling plaatsvindt.
Pagina 13 van 63
-
Verklaring van geen Bedenkingen (VvgB): voordat het ministerie van EZK een omgevingsvergunning af kan geven, moet zij van de Nieuwegeinse gemeenteraad een VvgB ontvangen hebben. Deze VvgB wordt middels een raadsbesluit aan de raad voorgelegd (publiekrecht). De gemeente kan een VvgB alleen weigeren af te geven als zij daar een goede onderbouwing op ruimtelijke argumenten voor heeft.
-
Omgevingsvergunning: na het afgeven van een VvgB door de gemeente kan het ministerie van EZK besluiten tot het afgeven van een Omgevingsvergunning9 aan de initiatiefnemer. Voor dit besluit zal het ministerie van EZK niet alleen het advies van de gemeente inwinnen, maar ook het advies van het Staatstoezicht op de Mijnen (SodM).
-
Grondgebruik overeenkomst: na het afgeven van een VvgB door de gemeente, kan het ministerie van EZK besluiten tot het afgeven van een Omgevingsvergunning10 aan de initiatiefnemer. Wanneer het ministerie een Omgevingsvergunning afgegeven heeft zal de gemeente met de initiatiefnemer de onderhandelingsgesprekken starten om te komen tot een grondgebruik overeenkomst, indien het initiatief zich op grond van de gemeente bevindt. Het aangaan van een grondgebruik overeenkomst, indien gemeentegrond, is een collegebesluit (privaatrecht).
Na deze overeenkomst is de verkenningsfase afgelopen. Vanaf de fase van aanleggen zijn er geen vergunningsmomenten meer waarop gemeentelijke instemming is vereist. Hieronder volgt het schema met de nadere indicatie van de rollen van het Rijk, de gemeente Nieuwegein en inwoners op belangrijke beslismomenten. Daarna zoomt hoofdstuk 3 in op de opbouw van het toetsingsinstrumentarium met thema’s, criteria en indicatoren. Hoofdstuk 4 is het toetsingsinstrumentarium zelf.
9
Zie ook hoofdstuk 2.4 Zie ook hoofdstuk 2.4
10
Pagina 14 van 63
Wat
Betreft
Soort Recht
Wie Rijk (min EZK) Bevoegd gezag
Gemeente
Opsporingsvergunning
Ondergrond
Publiek
Intentieovereenkomst
Proces- en participatieafspraken op grond van dit afwegingskader Locatievoorstel
Privaat
--
Bovenwettelijke tussenstap voor omgevingsvergunning; daarmee privaatrecht Privaat
--
Raadsbesluit
--
Collegebesluit na instemming raad
Principebesluit locatie
Samenwerkingsovereenkomst
Verklaring van geen Bedenkingen (VvgB) Omgevingsvergunning incl. MER-beoordeling
Borging aanvullende afspraken op grond van dit Afwegingskader m.b.t. onder- en bovengrond, participatie, et cetera. Bovengrond Onder- en bovengrond
Onderdeel omgevingsvergunning Publiek
College; indirect adviesrecht via provincie Collegebesluit na consultatie raad
Initiatief -nemer x
Inwoners/ Omwonenden --
x
Inwoners: informeel via omgevingsparticipatie cf. gedragscode omgevingsbetrokkenheid aardwarmte Cf participatieplan IOK
x
Omwonenden: via participatietraject cf. omgevingsparticipatie cf. gedragscode omgevingsbetrokkenheid aardwarmte. Inwoners: in algemene zin via projectcommunicatie. --
Raadsbesluit Min EZK
Pagina 15 van 63
Adviesrecht d.m.v. VvgB
x
Zienswijze, bezwaar en beroep
Wat
Betreft
Soort Recht
Wie Rijk (min EZK)
Gemeente Raadsbesluit; alleen in geval van gemeente– grond; volgend uit SOK/VvgB College; indirect adviesrecht via provincie College: indirect adviesrecht via EZK
Gebruiksovereenkomst
Onder- en bovengrond
Privaat
Winningsvergunning
Ondergrond
Publiek
Min EZK
Goedkeuring winningsplan
Ondergrond
Publiek
Min EZK
Sluitingsplan Goedkeuring Werkprogramma sluiting
Min EZK SodM
Schema 1. Indicatie rollen Rijk, gemeente Nieuwegein en inwoners op belangrijke beslismomenten.
Pagina 16 van 63
Initiatief -nemer -
Inwoners/ Omwonenden -
-
-
-
-
3. Opbouw van het toetsingsinstrumentarium Het Afwegingskader Aardwarmte Nieuwegein is zoals gezegd algemeen geldend en toepasbaar voor huidige en toekomstige initiatieven in of met invloed op de gemeente Nieuwegein. In dit hoofdstuk beschrijven we hoe het eigenlijke instrumentarium om initiatieven te toetsen, is opgebouwd. Het laatste hoofdstuk (hoofdstuk 4) is het toetsingsinstrumentarium zelf, in de vorm van factsheets met concrete criteria en indicatoren.
3.1 Thema’s, criteria en indicatoren In het raadsbesluit van 28 januari 2021 heeft de gemeenteraad 11 criteria benoemd. Voor de toetsing van initiatieven hebben we deze criteria gegroepeerd volgens de zes onderstaande thema’s. 1. 2. 3. 4. 5. 6.
Veiligheid Duurzaamheid Maatschappelijke aanvaardbaarheid Ruimtelijke inpassing Vergunningen Financiële haalbaarheid
Deze groepering maakt het mogelijk samenhangende criteria in relatie tot elkaar te behandelen. Elk thema bestaat dus uit een of meer criteria. Bij elk criterium horen vervolgens weer een of meer concrete indicatoren aan de hand waarvan het initiatief op dat criterium beoordeeld zal worden. Een initiatief mag op geen enkele indicator van geen enkel criterium negatief scoren. Er is geen sprake van weging tussen indicatoren en/of tussen criteria. In bijlage 3, het verantwoordingsdocument, is aangegeven hoe we de input vanuit de stad, de raad en andere betrokkenen hierin hebben verwerkt en wat onze overwegingen zijn geweest. Zoals in hoofdstuk 1 is vermeld, is het Afwegingskader tot stand gekomen in samenwerking met inwoners, professionals, diverse organisaties, belangengroepen en de Nieuwegeinse gemeenteraad. Voorgaande partijen waren onder andere bij de aardwarmtelabs aanwezig, die in het voorjaar van 2021 zijn georganiseerd. Deze aardwarmtelabs en de input van enkele stakeholders hebben veel waardevolle input geleverd voor het afwegingskader.
3.2 Scope Voor de gemeente Nieuwegein staat veiligheid op de eerste plaats bij het winnen van aardwarmte. Maar ons Afwegingskader kent geen prioritering tussen de thema’s en/of criteria. Een initiatief mag op geen enkele indicator van geen enkel criterium negatief scoren op het betreffende besluitvormingsmoment. Hierbij moet het volgende worden opgemerkt: de gemeente heeft op het gebied van het thema vergunningen maar beperkte bevoegdheid en invloed. Op het thema financiële haalbaarheid heeft de gemeente geen bevoegdheden. Dit thema – en daarmee het criterium betaalbaarheid uit het raadsbesluit van 28 januari 2021 – wordt daarom verder buiten beschouwing gelaten. De beprijzing van warmte wordt geregeld via de Warmtewet.
3.3 Betrokkenheid vanaf het begin Het Afwegingskader is een overzicht van de items die de initiatiefnemer vanaf het begin moet adresseren11. Het afwegingskader is daarmee ook een uitnodigingskader: het geeft een initiatiefnemer een handvat bij het opstarten van een initiatief in Nieuwegein of op een locatie met invloed op Nieuwegein. Vanaf het moment dat een initiatiefnemer een opsporingsvergunning aanvraagt bij het ministerie van EZK, voor een gebied waar Nieuwegeins grondgebied onderdeel van uitmaakt, moet de initiatiefnemer inwoners en stakeholders betrekken. Nieuwegein stelt als voorwaarde: een zorgvuldig participatiebeleid vanaf het begin - dus ook als er nog geen concrete locatie in beeld is. 11
Zie ook ‘Locaties geothermie Den Haag; een checklist om geschikte plekken voor geothermie te vinden’ van IF Technology d.d. 14 december 2017; ref. 66279/MaK/20171214. Pagina 17 van 63
Zo maakt de initiatiefnemer zijn initiatief een project van álle partijen (de initiatiefnemer zelf, gemeente Nieuwegein en andere overheden, energiebedrijven, inwoners en andere belanghebbenden. Denk hierbij aan natuur- en milieuorganisaties en drinkwaterbedrijven. Voor alle partijen is een transparant proces van het traject om te komen tot een (eventuele) mogelijke locatie van het aardwarmteproject, essentieel. Zodra de gemeente Nieuwegein concreet in beeld komt wil de gemeente daarom een IOK afsluiten met de initiatiefnemer, waarbij ook afspraken gemaakt worden over zorgvuldig omgevingsmanagement.
3.4 Onafhankelijke toetsing en advies Zorgvuldige beoordeling van initiatieven op de criteria en indicatoren uit ons Afwegingskader is wezenlijk. Hoe we dat doen en in welke projectfase, is opgenomen in de factsheets. Tussentijds houden wij als gemeente, vanuit onze rol, in het omgevingsproces de vinger aan de pols en kunnen desgewenst bijsturen. De gemeente zal de aangedragen en vereiste stukken ambtelijk laten toetsen. Daarnaast zal de gemeente op de volgende onderdelen altijd door een onafhankelijke derde een toetsing uit laten voeren: •
Aspecten die te maken hebben met een zorgvuldig omgevingsproces. Op het moment van schrijven is het ICO actief als onafhankelijk adviesorgaan. Zij bewaken de driehoek tussen initiatiefnemer, overheid en andere belanghebbenden (waaronder inwoners). Mocht ICO aardwarmte niet meer als adviesorgaan actief zijn wanneer toetsing plaats moet vinden, dan zal de gemeente eenzelfde onafhankelijke organisatie benaderen voor advies. In dit verdere stuk zal nog verwezen worden naar het ICO Aardwarmte.
•
Expertise aangaande de diepe ondergrond heeft de gemeente Nieuwegein (te) beperkt in huis. Daarom zal de toetsing van stukken inzake de diepe ondergrond extern belegd worden.
3.5 Toetsingsinstrumentarium: factsheets met criteria en indicatoren Het daadwerkelijke toetsingsinstrumentarium in het volgende hoofdstuk (hoofdstuk 4) is opgebouwd uit een set factsheets. Ieder factsheet beschrijft een criterium en benoemt één of meer concrete indicatoren die daarbij horen. De factsheets zijn per thema gegroepeerd (zie paragraaf 3.1). Zo ontstaat een overzichtelijke en samenhangende weergave van de toetsingsinstrumenten. In de factsheets van de criteria komen verschillende begrippen terug. In onderstaande lijst worden deze begrippen gedefinieerd. • • •
•
• •
Thema: een groep van samenhangende criteria waarop de gemeente Nieuwegein toetst. Criterium: een criterium is een kwalitatieve beschrijving van een onderwerp waarop de gemeente Nieuwegein een locatievoorstel toetst en hoe zij dit doet. Borging in bestaand beleid: hier geven we aan of dit criterium geheel of gedeeltelijk voorkomt in geldend beleid, en dus via die weg getoetst wordt. Hierbij gaat het zowel om beleid op rijks-, provinciaal- als gemeentelijk niveau. Indicator gemeente Nieuwegein: de concrete voorwaarden waarmee Nieuwegein op dit criterium toetst. Deze voorwaarden kunnen overeenkomen met geldend beleid, maar zijn vaak ook een ‘plus’. Hoe toetsen we of wordt voldaan: beschrijving van hoe de indicator getoetst wordt. In welke fase toetsen we of wordt voldaan: hierin geven we het moment van toetsing aan, zoals beschreven in hoofdstuk 2.2 en figuur 4.
Pagina 18 van 63
4. Uitwerking criteria en indicatoren Thema 1: veiligheid
Veiligheid Criterium 1: Veiligheid en Monitoring De initiatiefnemer organiseert vanaf het begin van de verkenningsfase, maar in ieder geval zodra de locatievoorkeur ingediend is, een regulier terugkerend veiligheidsoverleg. In dit veiligheidsoverleg worden veiligheidsvraagstukken rond het initiatief, die spelen bij de betrokken partijen, besproken. De initiatiefnemer dient dit veiligheidsoverleg te benoemen en uit te werken in het kader van het omgevingsmanagementplan. Het veiligheidsoverleg is een onderdeel van de te organiseren omgevingsparticipatie. Aan het veiligheidsoverleg moet naast de gemeente in ieder geval ook de Veiligheidsregio Utrecht (VRU) en een klankbordgroep van inwoners deelnemen. In dit veiligheidsoverleg wordt tevens een “Veiligheidsplan Nieuwegein” opgesteld, waarin wordt opgenomen hoe de initiatiefnemer een continue monitoring van veiligheid uitvoert. De afspraken die in het kader van het participatietraject en het daarvan onderdeel uitmakende veiligheidsoverleg zijn gemaakt, worden vastgelegd in de SOK. Gedekt in beleid: Een initiatiefnemer is vanuit het geldend beleid niet verplicht om een participatieplan en -als onderdeel daarvan- een veiligheidsoverleg in te richten en een “Veiligheidsplan Nieuwegein” op te stellen. In zoverre gaat het hier om een ‘plus’ op het geldende beleid.
Nadat het Veiligheidsplan Nieuwegein is opgesteld, wordt het winningsplan gemaakt. Dit winningsplan is al verplicht op grond van de Mijnbouwwet. Het winningsplan gaat in op de wijze en duur van de winning, de verwachte of de gewonnen hoeveelheden delfstoffen of aardwarmte, en de verwachtingen over bodembewegingen en hoe schade als gevolg van bodembewegingen wordt voorkomen. Het winningsplan moet goedgekeurd worden door de minister van EZK, die het SodM hierover om advies vraagt. Een winningsplan volgt echter pas relatief laat in het ontwikkel- en winningstraject, namelijk in de fase van winning en na verlening van de winningsvergunning. Daarom kiest de gemeente Nieuwegein ervoor om een Veiligheidsplan Nieuwegein in een eerdere fase op te stellen, waardoor vragen en/of zorgen van de gemeente, bewoners en/of belanghebbenden tijdig opgepakt kunnen worden. Indicatoren gemeente Nieuwegein: • Regulier terugkerend veiligheidsoverleg minimaal vanaf het moment van de intentieovereenkomst (dus voorafgaand aan het locatievoorstel) tot en met het einde van het project • Veiligheidsplan Nieuwegein • Seismisch monitoringprotocol (kan onderdeel van het Veiligheidsplan Nieuwegein zijn) vanaf de verkenningsfase voor real-time monitoring aanvullend aan de standaard KNMI-registratie dat publiek beschikbaar en eenvoudig interpreteerbaar is.
Het protocol voldoet minimaal aan de eisen van SodM en bevat een uitwerking van de drempelwaarden gekoppeld aan een zogenaamd stoplichtsysteem12 • ICO Aardwarmte adviseert regelmatig over het Veiligheidsplan Hoe toetsen we of wordt voldaan: • Afspraken over het organiseren en de samenstelling van een veiligheidsoverleg zijn opgenomen in het participatieplan en het locatievoorstel. • Afspraken over het organiseren en de samenstelling van een veiligheidsoverleg en inhoudelijke afspraken die in het Veiligheidsplan Nieuwegein zijn opgenomen, worden opgenomen in de SOK.
12
https://kennisbank.ebn.nl/reviewstudie-seismiciteit-tno/ Pagina 19 van 63
• • •
Voor een onafhankelijke toetsing en advies wordt het Veiligheidsplan Nieuwegein aan het ICO Aardwarmte voorgelegd. Daarnaast zal er ook een toetsing plaats vinden door een onafhankelijk juridische expert. Het Veiligheidsplan Nieuwegein en de rapportages inzake veiligheid zijn beschikbaar voor inwoners. Bij de Verklaring van geen Bedenkingen volgt de check of het participatietraject tot dat moment zorgvuldig doorlopen is en of het Veiligheidsplan Nieuwegein voldoende is uitgewerkt.
In welke fase toetsen we of er wordt voldaan: Initiatief nemen
Pagina 20 van 63
Veiligheid Criterium 2: Externe veiligheid; afstand tot woningen Zowel de boring als de winning moeten op een veilige afstand van woningen plaatsvinden. Vanuit het oogpunt van maatschappelijke aanvaardbaarheid stelt de gemeente extra randvoorwaarden aan de afstand tot woningen (en andere gevoelige bestemmingen) in aanvulling op het vigerend beleid (het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi)). Gedekt in beleid: In de beleidsvisie externe veiligheid van de gemeente Nieuwegein is opgenomen dat risicovolle activiteiten, die vallen onder het Bevi, niet in woongebieden plaatsvinden. Gezien de opsporing en winning van aardwarmte op dit moment in de regelgeving voor externe veiligheid niet is aangemerkt als risicovolle activiteit, is het thema onvoldoende gedekt. Dit verandert met inwerkingtreding van de Omgevingswet per 1/7/2022. In het besluit Kwaliteit leefomgeving (bijlage VII artikel 11.2) wordt de boringsfase gezien als risicovolle activiteit, de winningsfase echter niet. Ter vergelijking: de gemeente Den Haag conformeert zich voor geothermie aan de regelgeving vanuit het SodM. De winningslocatie aan de Leyweg in Den Haag bevindt zich op een afstand 50m van bestaande bebouwing. Indicator gemeente Nieuwegein: • De winning bevindt zich buiten een in een bestemmingsplan aangeduid woongebied.
• De 1% letaliteitsgrens13 tot woningen en andere (beperkt) kwetsbare objecten wordt aangehouden. Op basis hiervan wordt als uitgangspunt genomen dat de grens op tenminste een afstand van 200 meter ligt. Van de 200 meter mag worden afgeweken als een locatieen installatiespecifieke risicoberekening aantoont dat met een kleinere afstand kan worden voldaan aan de 1% letaliteitsgrens. Aanvullend seismisch onderzoek (schieten seismische lijn via vibroseismeting) maakt onderdeel uit van deze berekening. Een locatievoorstel wordt getoetst op de afstand tot woningen en andere (beperkt) kwetsbare objecten. Daarnaast wordt getoetst of de locatie zich buiten een, in een bestemmingsplan aangeduid, woongebied bevindt. Hoe toetsen we of wordt voldaan: Een risicoberekening wordt ter beoordeling voorgelegd aan het RIVM. Het RIVM is de opsteller van de voorgeschreven rekenmethodieken voor externe veiligheid en de beheerder van het bijbehorend rekenprogramma sefeti.nl. In welke fase toetsen we of wordt voldaan: Vanaf de verkennings- tot en met de winningsfase.
13
Begrippenlijst pag 52. Pagina 21 van 63
Veiligheid Criterium 3: Afstand tot watervoerend pakket Het aardwarmteproject moet op een veilige afstand van een drinkwatervoorziening plaats vinden, zowel tijdens de borings- als de winningsfase. Zowel tijdens de borings- als winningsfase moet aan provinciaal beleid worden voldaan. Dit betekent dat het aardwarmteproject op een veilige afstand van een drinkwatervoorziening moet plaatsvinden. Provinciaal beleid voorziet hierin, maar als gemeente Nieuwegein brengen wij vanuit veiligheid en maatschappelijk belang een extra marge bovenop deze provinciale regelgeving in. Gedekt in beleid: In de Provinciale Omgevingsverordening (POVI), zijn geen standaard afstanden opgenomen. De afstand is afhankelijk van de plaatselijke geohydrologische opbouw van de bodem en wordt per winning specifiek berekend. De Provincie Utrecht heeft gesteld dat de afstand van de rand van de boringsvrije zone tot aan de boorput een zone moet zijn waarbij een verontreiniging in een watervoerend pakket er 25 jaar over doet om bij de drinkwatervoorziening aan te komen. Indicator gemeente Nieuwegein: • De verplaatsingsafstand van eventuele verontreiniging vanaf de boorput door watervoerend pakket tot aan de rand van de boringsvrije zone is minimaal 25 jaar. Hoe toetsen we of wordt voldaan: Een locatievoorstel wordt getoetst op afstand tot een boringsvrije zone.
In welke fase toetsen we of wordt voldaan: Verkennen.
Pagina 22 van 63
Veiligheid Criterium 4: Schadeprotocol, - regeling en -verzekering De initiatiefnemer bindt zich aan een landelijke schaderegeling en een landelijk schadeprotocol of -fonds. Daarbij laat de initiatiefnemer vastleggen dat zij geen bezwaar zal aantekenen tegen het principe van een omgekeerde bewijslast, indien er sprake is van een geïnduceerde beving zoals gedefinieerd in artikel 1 van het Instellingsbesluit Commissie Mijnbouwschade. In de SOK wordt opgenomen dat een initiatiefnemer pas tot uitvoering van het project over mag gaan wanneer de initiatiefnemer zich onherroepelijk en voor de hele winningsprocedure verbonden heeft aan een landelijk schadeprotocol met bijbehorende schaderegeling voor de duur van het project. De grondgebruiksovereenkomst kan pas worden afgesloten als de verbintenis is ingegaan. Indien er nog geen sprake is van een landelijk geldend protocol en regeling, dient de initiatiefnemer of diens rechtsopvolger zich langs andere wegen te verzekeren voor dekking van dezelfde aard als een schadeprotocol en schaderegeling. Bovenop het landelijke schadeprotocol en bijbehorende schaderegeling is de initiatiefnemer (of diens rechtsopvolger) verplicht om zich aanvullend te verzekeren. Afspreken hierover worden opgenomen in de SOK. Gedekt in beleid: Niet van toepassing.
Indicator gemeente Nieuwegein: • Het landelijk schadeprotocol en –regeling moet in werking zijn en de initiatiefnemer conformeert zich hieraan. Als het protocol nog niet in werking is, dient dit aantoonbaar via een andere weg toereikend geregeld te zijn. • Wijze van afhandeling van schade. Inwoners die zichtbaar schade hebben, die is ontstaan nadat de fase van opsporing is gestart, moeten zich via een goed bereikbaar loket kunnen melden. Binnen een jaar na melding van de schade, dient deze afgehandeld te worden. Hierbij is sprake van omgekeerde bewijslast: de initiatiefnemer moet aantonen dat schade niet is veroorzaakt door de boring en zegt op voorhand toe dat zij in voorkomend geval bij de behandeling van schademeldingen geen bezwaar zal aantekenen tegen het principe van een omgekeerde bewijslast en zo nodig per geval zelf zal verzoeken tot toepassing van omgekeerde bewijslast.
• Aanvullende schadeverzekering of -fonds als bijlage bij en verplichting in de SOK (en opvolgende overeenkomsten) met minimaal de volgende punten: o Type te verzekeren schade, met name volgens het protocol/regeling vastgestelde schadevergoedingen o Som van de te verzekeren schade o Duur van de verzekering (vanaf start opsporing tot en met 5 jaar na opruiming) o Verzekeraar committeert zich volledig en op voorhand (blijkens de tekst van de betreffende verzekering polis) aan de uitspraken van de Commissie Mijnbouwschade. Hoe toetsen we of wordt voldaan: In de SOK en de eventuele grondgebruiksovereenkomst wordt het verbinden aan een landelijk adequate schaderegeling/schadeprotocol opgenomen evenals het vereiste van een adequate verzekering. Voor aanvang van uitvoering moet de initiatiefnemer deze verbintenis voorleggen aan de gemeente. In welke fase toetsen we of wordt voldaan: In de verkenningsfase, uiterlijk voorafgaand aan de aanvraag bij de gemeente van de VvgB.
Pagina 23 van 63
Thema 2: maatschappelijke aanvaardbaarheid
Maatschappelijke aanvaardbaarheid Criterium 1: lokale betrokkenheid Wanneer de initiatiefnemer een locatievoorkeur voorlegt aan de gemeente, stelt de initiatiefnemer in afstemming met de gemeente een ‘Omgevingsmanagementplan’ op. Dit is een plan over hoe de omgeving in het proces van (Initiatief nemen, verkenning, aanleggen, winning) wordt betrokken en gaat in op bereikbaarheid, leefbaarheid, veiligheid en communicatie tijdens activiteiten van de initiatiefnemer op locatie. Gedekt in beleid: Het Nieuwegeinse participatiebeleid is leidend voor het Omgevingsmanagementplan van de initiatiefnemer. Indicator gemeente Nieuwegein: Een belangrijke voorwaarde is dat het Omgevingsmanagementplan voldoet aan de waarden en spelregels uit het op dat moment geldende participatiebeleid. In het Omgevingsmanagementplan is onder andere opgenomen: Hoe stakeholders en inwoners in elke fase van het traject na de locatievoorkeur geïnformeerd en betrokken worden. Daarnaast verklaart de initiatiefnemer op welke wijze inwoners kunnen horen en weten hoe hun inbreng is verwerkt en waar ze dit kunnen vinden. Het opstellen van een Omgevingsmanagementplan wordt opgenomen in de SOK. Onderdeel van de SOK is een communicatieprotocol waarin afgesproken is hoe de communicatie en de samenwerking is georganiseerd (wie communiceert waarover).
Hoe toetsen we of wordt voldaan: • Het Omgevingsmanagementplan is een voorwaarde bij het voorleggen van een locatievoorkeur door de initiatiefnemer en daarmee noodzakelijk bij het nemen van een principebesluit door de gemeente. • Het Omgevingsmanagementplan is een voorwaarde in de SOK. In welke fase toetsen we of wordt voldaan: Initiatief nemen.
Pagina 24 van 63
Maatschappelijke aanvaardbaarheid Criterium 2: Transparantie Afspraken tussen initiatiefnemer en gemeente, waarin de belangen van de bewoners van Nieuwegein geborgd zijn, zijn transparant en toegankelijk. Gedekt in beleid: Niet van Toepassing Indicator gemeente Nieuwegein: • De initiatiefnemer en de gemeente zijn in alle fases van een aardwarmteproject/traject aanspreekbaar en leggen verantwoording af over besluiten die zij nemen vanuit hun rol en verantwoordelijkheid. Deze afspraken worden vastgelegd in de IOK en de SOK. De IOK en de SOK zullen gepubliceerd worden door de gemeente. • Er wordt een digitaal platform opgezet waarop informatie en/of resultaten worden gedeeld. Hoe toetsen we of wordt voldaan: • Aan het einde van elke fase in het traject (zoals beschreven in het Plan van Aanpak, die de initiatiefnemer moet opstellen), toetst een afvaardiging van de initiatiefnemer, de gemeente en inwoners/omwonenden of het platform naar behoren werkt. • De IOK en de SOK worden vastgesteld door het college van burgermeester en wethouders na consultatie van de gemeenteraad en worden gepubliceerd op de gemeentelijke website. In welke fase toetsen we of wordt voldaan: In elke fase opnieuw.