CConstaterende datNieuwegein
Koppel je AI →
Document · PDF

2021-399 Bijlage Transitievisie Warmte Nieuwegein 2021.pdf

Raadsvergadering 25 november 2021, gemeente NieuwegeinBij agendapunt: Voorstel over het vaststellen van de Transitievisie Warmte Nieuwegein 202129.445 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Transitievisie Warmte Nieuwegein op weg naar energieneutraal

Transitievisie Warmte Nieuwegein Versie 5.0 Collegebesluit September 2021

Adviesbureau DWA in samenwerking met SME Advies heeft de gemeente geholpen te komen tot deze versie van de Transitievisie Warmte Nieuwegein

Leden klankbordgroep en denktank Deze rapportage kwam tot stand dankzij de medewerking van een aantal belangrijke partners van de gemeente: woningcorporaties Mitros, Portaal en Jutphaas Wonen, netbeheerder Stedin, Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden en Rijkswaterstaat, Energie-N, warmtebedrijf Eneco Warmte en Koude. Wij danken hen voor de constructieve feedback in een drietal sessies. Ook dank voor alle input van bewoners en wijkvertegenwoordigers tijdens een aantal bijeenkomsten en tijdens de Nieuwegeinse Warmteweken in oktober 2020.

Transitievisie Warmte Nieuwegein

Pagina 2 van 93

Inhoudsopgave Inhoudsopgave

3

Voorwoord

6

Samenvatting

7

Inleiding

14

Doelstelling Transitievisie Warmte

14

Afbakening

15

Samenhang met Regionale Energiestrategie (RES)

15

Partners en betrokkenen bij ontwikkeling van de Transitievisie

16

Aan de slag

17

Leeswijzer

17

1.

Uitgangspunten warmtetransitie

Uitgangspunten bij de warmtetransitie 2.

Nieuwegeinse aanpak met de wijken

19 19 22

Professionele stakeholders

22

Inwonersenquêtes

22

Wijkplatforms, wijkcoördinatoren

22

Nieuwegeinse Warmteweken

23

Aandachtspunten

23

Hoe verder na vastgestelde Transitievisie Warmte

24

3.

Stand van zaken nu

26

Algemene kenmerken

26

Wijken van nu

27

Huidige warmtevraag in Nieuwegein is 2,2 miljoen GJ

30

De opgave

31

4.

Alternatieve warmteopties

32

Beginnen met besparen

32

Alternatieven voor aardgas

32

Conclusie alternatieve warmteopties

37

5.

Starten met transitiemodellen

38

Meest kansrijk alternatief op wijkniveau

38

Transitievisie Warmte Nieuwegein

Pagina 3 van 93

Conclusie over drie modellen 6.

Koppelkansen

40 46

Welke meekoppelkansen zijn er?

46

Conclusie Meekoppelkansen

49

7.

Aan de slag in de stad; een handelingsperspectief

50

Handelingsperspectief per route (voor iedere wijk als geheel)

50

Starten vóór 2030 – Tien kansrijke startprojecten

52

Nieuwe samenwerkingen

56

8. Uitvoering en betaalbaarheid Wat kan nu al? Koplopers en zelfkunners Bijlage 1: Wet Collectieve Warmte

58 60 60 61

Inhoud van de Wet collectieve warmtevoorziening

61

Taken voor het gemeentebestuur

62

Aansluiting bij bestaand beleid: de Transitievisie Warmte

62

Bijlage 2. Warmtebronnen

64

Bronnen van hoge temperatuur

64

Bronnen van midden- en lage temperatuur

66

Bijlage 3. DWA Kostenmodel en afwegingen

68

Collectief en individueel

68

Bebouwingsdichtheid relevant

70

De consequenties van leveringstemperatuur

70

Tot slot

70

Bijlage 4. Visie op duurzame gassen

71

Visie

71

Wat zijn duurzame gassen?

71

Achtergrond

72

Bijlage 5. Verduurzaming warmtenet Eneco

75

Eén systeem

75

Lagere temperatuur

76

Bijlage 6. Handelingsperspectief besparen Besparingsmaatregelen

Transitievisie Warmte Nieuwegein

77 77

Pagina 4 van 93

Bijlage 7. Gebruikte modellen

79

PBL - Startanalyse

79

Stedin Openingsbod

80

DWA Integrale kostenmodel

82

Conclusie

86

Bijlage 8. Gebruikte kentallen kostenmodel DWA

Transitievisie Warmte Nieuwegein

90

Pagina 5 van 93

Voorwoord In Nieuwegein willen we allemaal graag in een gezonde en groene stad wonen. Tegelijk zien we dat als gevolg van klimaatverandering, onze leefomgeving verandert. We hebben steeds vaker te maken met extreme hitte, periodes van droogte of juist extreem veel neerslag in korte tijd, wat we in 2021 hebben gezien. De langdurige uitstoot van broeikasgassen, waaronder CO 2, is in belangrijke mate verantwoordelijk voor deze veranderingen in ons klimaat. We kunnen deze veranderingen afremmen onder andere door de CO 2-uitstoot naar beneden te brengen en energieneutraal te worden. Daarom hebben we in Nederland het Klimaatakkoord gesloten. Hierin hebben we afgesproken wat we doen om in 2050 CO 2-neutraal te zijn. In Nieuwegein werken we sinds 2017 met onze ‘Routekaart Nieuwegein Energieneutraal 2040’, een onderdeel van deze routekaart is het verduurzamen van de warmtevoorziening in onze woningen. De doelen van het Klimaatakkoord en onze Routekaart liggen in één lijn. Voor u ligt de Transitievisie Warmte Nieuwegein. Hierin laten we zien hoe we de warmtevoorziening in onze woningen voor de toekomst veilig kunnen stellen. Dit willen we doen op een manier dat er geen CO 2 meer vrijkomt. Op basis van deze Transitievisie Warmte zullen we in de komende jaren het gesprek voortzetten met inwoners, bedrijven en belanghebbenden over hoe we dit gezamenlijk kunnen doen.

In de Transitievisie Warmte is een route geschetst op basis van het meest kansrijke alternatief voor een wijk. Dat betekent niet dat er al besloten is welk warmtesysteem of welke warmtebron gebruikt moet worden. Of hoe er geïsoleerd kan worden. Deze keuzes worden in goed overleg met bewoners en bedrijven uit de buurten en wijken gemaakt. De Transitievisie Warmte is een startpunt, een eerste inventarisatie van kansen en mogelijkheden, voor een gesprek met de buurten en wijken. Het uiteindelijke doel is om de warmtevoorziening in onze woningen CO 2 vrij te maken. Ik wens u, ons allen, veel succes, inspiratie en wijsheid met het maken van deze plannen en de spoedige uitvoering ervan. Marieke Schouten Wethouder duurzaamheid

Transitievisie Warmte Nieuwegein

Pagina 6 van 93

Samenvatting Nieuwegein werkt aan een duurzame leefomgeving. In het nationale Klimaatakkoord is afgesproken dat alle Nederlandse woningen en gebouwen in 2050 verduurzaamd zijn en geen CO2-uitstoot meer veroorzaken. Dan is het ook niet meer mogelijk om aardgas te gebruiken om te koken en om onze woningen en bedrijven te verwarmen. We gaan gebouwen isoleren om de warmtevraag te verminderen en op zoek naar duurzame alternatieven voor aardgas. In Nieuwegein hebben we de ambitie uitgesproken in 2040 energieneutraal te zijn. Deze ambitie past binnen het Klimaatakkoord. De overgang naar een energieneutrale gemeente gaan we niettemin zorgvuldig, stap voor stap realiseren. Die stappen brengen we in deze Transitievisie Warmte in beeld, met daarbij een voorstel voor de kansrijke wijken, buurten en projecten waarmee we al vóór 2030 een start zouden kunnen maken. We doen het samen Wanneer de gemeente in 2040 energieneutraal wil zijn, moeten woningen van aardgas overstappen op een fossielvrije warmtebron en moeten de bronnen die het huidige warmtenet voeden verder verduurzaamd worden. Ook elektriciteit moet helemaal duurzaam worden, maar is buiten de scope van deze Transitievisie. Hiertoe werkt Nieuwegein in de regionale samenwerking U16 samen met vijftien andere gemeentes, vier waterschappen en de provincie Utrecht aan de Regionale Energiestrategie U16.

Energieneutraliteit – alle energie die we gebruiken is afkomstig van bronnen zonder CO2-uitstoot - gaat alleen lukken als we dit samen met alle betrokken stakeholders doen.

In de fase van voorbereiding voor deze eerste Transitievisie warmte hebben we gesproken met stakeholders en inwoners; echter, we staan nu aan het begin van een langdurend traject waarin in iedere fase (om te komen tot wijkuitvoeringsplannen, waarover later meer) met inwoners, huiseigenaren, de warmtetransitie wordt uitgewerkt.

In drie stakeholdersessies hebben we daarom het gesprek gevoerd met inwoners en andere belangrijke stakeholders in de gemeente: de woningcorporaties Mitros, Portaal en Jutphaas Wonen, netbeheerder Stedin, hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden, Rijkswaterstaat, stichting Energie-N1, het warmtebedrijf Eneco Warmte en Koude en een aantal relevante gemeentelijke afdelingen die allemaal een relatie hebben met de warmtetransitie. Ook bewoners zijn in deze fase van visievorming betrokken geweest. Dit is gebeurd tijdens de Nieuwegeinse Warmteweken en met twee enquêtes onder bewoners (uitgevoerd door bureau Citisens). Uitgangspunten bij de warmtetransitie In het Duurzaamheidsprofiel2 van Nieuwegein zijn drie belangrijke uitgangspunten vastgelegd voor het aansturen van de energietransitie:

1 2

Nieuwegein doet duurzaam

Voor en door iedereen

Gedurfd duurzaam.

Energie-N is een stichting bestaande uit inwoners van Nieuwegein die andere inwoners helpen met verduurzaming van hun woning . Vastgesteld in de raadsvergadering van 26 september 2019, raadsnummer 2019-283

Transitievisie Warmte Nieuwegein

Pagina 7 van 93

In gesprek met de professionele stakeholders in de Nieuwegeinse warmtetransitie zijn deze uitgangspunten verrijkt met zes aanvullende uitgangspunten: 

Begin met besparen

Betaalbaar voor iedereen

Zo min mogelijk overlast

Keuzevrijheid, maar aardgas is geen keuze

Transparante communicatie,

Aan de slag in realistische stappen

Collectieve oplossingen kansrijk Vanuit de mogelijkheden die er zijn lijkt volgens modelberekeningen van het Planbureau voor de Leefomgeving, Stedin en adviesbureau DWA voor een groot deel van de gebouwen een collectieve oplossing het meest kansrijk voor de verwarming van Nieuwegein zonder CO 2-uitstoot. Door de relatief grote bebouwingsdichtheid en de nabijheid van bijvoorbeeld het bestaande warmtenet zijn de kosten voor een collectieve oplossing lager dan de kosten wanneer woningen allemaal een individuele oplossing realiseren. Iedere wijk een handelingsperspectief met de meest kansrijke Route We hebben drie modellen naast elkaar gelegd om op wijkniveau te bepalen wat de meest kansrijke route is naar energieneutraal Nieuwegein in 2040. De modellen hebben verschillende werking en invoer, maar de uitkomst van een ‘beste’ alternatief voor een wijk geven alle drie de modellen. Er blijken bij elkaar zes verschillende Routes van toepassing op elk soort wijk of buurt. En beginnen met besparen is bij alle routes van toepassing. Route 1. Bestaande collectieve oplossing In deze buurten is een collectieve oplossing het meest kostenefficiënt én is 60% tot 100% van de bestaande bebouwing al aangesloten op een warmtenet (van Eneco). Dit zijn de wijken Galecop, Merwestein, Fokkesteeg, Blokhoeve, Doorslag, Batau-Noord en Lekboulevard. Route 2.

Collectieve oplossing kansrijk Dit zijn buurten en wijken die nu nog niet of slechts voor een kleiner deel aangesloten zijn op het bestaande warmtenet, maar waar een collectieve oplossing het meest kostenefficiënt is. Dat geldt voor Hoog Zandveld, Batau-Zuid, Zuilenstein, Zandveld, en Jutphaas-Wijkersloot. Route 3. Individuele oplossing organiseren Dit zijn wijken waar een collectieve oplossing zó onwaarschijnlijk is, dat met relatieve zekerheid gesteld kan worden dat gebouwen hier in de toekomst van een individuele energievoorziening afhankelijk zijn. We zien dat bij Park Oudegein en voor Hogelanden. Route 4. Ontwikkelgebieden City (Stadscentrum) en Rijnhuizen zijn wat we noemen ‘ontwikkelgebieden’. Hierover zijn de analyses met de bestaande bebouwing niet van toepassing vanwege de (her)ontwikkeling. Duurzaamheidsdoelstellingen voor deze (veelal) nieuwbouw zijn per gebied uitgewerkt en worden volgens deze lijn ontwikkeld.

Transitievisie Warmte Nieuwegein

Pagina 8 van 93

Route 5. Nog geen concreet eindbeeld Voor Huis De Geer en Vreeswijk is het beeld nog niet eenduidig, omdat de modeluitkomsten onvoldoende overtuigend zijn richting één alternatief. Mogelijk is dit te verklaren door de grote verschillen in bebouwing en dichtheid binnen deze wijken. Omdat we deze Transitievisie minimaal elke vijf jaar gaan herijken, valt te verwachten dat bij een volgende analyse meer duidelijkheid ontstaat over het eindbeeld voor deze wijken. Route 6: Bedrijventerreinen De Wiers, Liesbosch (Laagraven), Plettenburg en Het Klooster zijn een aparte categorie ‘wijken’, die op termijn vanzelfsprekend ook verduurzaamd gaan worden. Dat vraagt per terrein een individuele aanpak. De uitvoering van het Klimaatakkoord onder de sectortafel Industrie zal naar verwachting de komende jaren nuttige tips en handelingsperspectieven leveren voor de aanpak op bedrijventerreinen die ook bruikbaar wordt voor onze gemeente. Bedrijventerreinen zijn voor deze Transitievisie niet geanalyseerd, en zullen in de volgende Transitievisie een meer specifieke uitwerking krijgen. Koppelkansen als aanleiding om te starten in een wijk We hebben ‘meekoppelkansen’ gedefinieerd en geïnventariseerd. Door een meekoppelkans te benutten zou het zetten van een stap in verduurzaming makkelijker, sneller of efficiënter kunnen.

Het combineren van meekoppelkansen kan dus grote voordelen hebben voor inwoners zoals minder gedoe of minder kosten. Tegelijkertijd heeft het ‘koppelen’ mogelijk het gevolg dat geïdentificeerde kansen zoals hieronder opgesomd anders uitgevoerd worden dan nu bekend is. Het koppelen van kansen vereist flexibiliteit en lef van betrokkenen. Meekoppelkansen die we identificeren zijn: 

Renovaties in de openbare ruimte

Energiebesparingspotentie koopwoningen

Bezit en renovatieplannen woningcorporaties

Actieve bewoners en lokale initiatieven

Werkzaamheden aan het bestaande warmtenet

Beschikbaarheid landelijke subsidies.

Tien startprojecten in de stad Met de blik op 2040 voor Nieuwegein en op 2050 voor heel Nederland is het belangrijk om te beginnen en ervaring op te doen. Om de doelstellingen te behalen, zullen in vele gebouwen en woningen aanpassingen nodig zijn. Bovengenoemde Routes zijn het handelingsperspectief op de schaal van de wijk, maar die schaal lijkt ons zeker niet altijd de passende schaal om te gaan verduurzamen. Wanneer we de uitgangspunten, de modeluitkomsten en de koppelkansen bij elkaar leggen, ontstaan er tien logische trajecten of projecten waar we de komende jaren mee starten (of die al gestart zijn en worden voortgezet). Deze tien zijn divers en dat biedt Nieuwegein de kans hiervan te leren voor de toekomstige transities. Van startproject naar Wijkuitvoeringsplan Onder de tien startprojecten zijn gehele wijken, maar ook individuele projecten. In een wijk noemen we de lokale verduurzaming een project. Denk aan de renovatie-actie van een woningcorporatie, initiatief en bouwplannen van een ontwikkelaar of een isolatieprogramma van de gemeente en haar partners. Starten we met een hele wijk, dan hebben we het al snel over een wijkuitvoeringsplan of een ‘WUP’. Een project kan ook leiden tot een WUP. Het opstellen van een uitvoeringsplan is een afspraak uit het Klimaatakkoord. Het is een logische vervolgstap voor de

Transitievisie Warmte Nieuwegein

Pagina 9 van 93

wijkgerichte aanpak en een concretisering van deze Transitievisie Warmte. Met een uitvoeringsplan geven we zoveel mogelijk bewoners en betrokken partijen zoveel mogelijk duidelijkheid.

Communicatie naar stad en buurt Om alle inwoners van Nieuwegeinse wijken zo goed mogelijk mee te nemen, blijven we inzetten op bewustwording en ondersteuning in de hele stad, zodat iedereen goed geïnformeerd kan zijn, weet waar die aan toe is en in de gelegenheid wordt gebracht om stappen te zetten. De inzet van het gemeentelijk Duurzaamheidsloket, Energie-N en Jouwhuisslimmer.nl “Het energieloket van 15 Utrechtse gemeenten” zijn daarin belangrijk. De aanpak in de startgebieden is erop gericht om aan te sluiten bij het tempo, de verschillende behoeften en mogelijkheden van iedere buurt. De wijk is te groot om als geheel mee te communiceren in het kader van de warmtetransitie. Dat weten we vanuit onze ervaring met Betere Buurten. Die ervaring en werkwijze zullen we volop inzetten in de

Transitievisie Warmte Nieuwegein

Pagina 10 van 93

buurtgesprekken. Het gaat om maatwerk en een transparante gefaseerde buurtaanpak van samen verkennen, samen beoordelen en keuzes maken en samen uitvoeren. Een traject dat uiteindelijk moet leiden tot een definitieve keuze voor een alternatief voor aardgas, vastgesteld door de gemeenteraad in het Wijkuitvoeringsplan. Een keuze die door een groot deel van de buurt of wijk gedragen moet worden. Regelmatig herijken De overstap naar een duurzame en aardgasvrije gebouwde omgeving is een opgave voor de komende decennia. We gaan de komende jaren veel leren en ook landelijk worden de voorwaarden om de overstap op grote schaal haalbaar en betaalbaar te kunnen maken steeds verder uitwerkt. Deze Transitievisie wordt daarom tenminste elke vijf jaar herijkt, om nieuwe inzichten, ervaringen en innovaties mee te nemen in de keuzes voor de toekomst.

Transitievisie Warmte Nieuwegein

Pagina 11 van 93

Transitievisie Warmte Nieuwegein

Pagina 12 van 93

Transitievisie Warmte Nieuwegein

Pagina 13 van 93

Inleiding Nieuwegein werkt aan een duurzame leefomgeving. In het nationale Klimaatakkoord is afgesproken dat alle Nederlandse woningen en gebouwen in 2050 verduurzaamd zijn. We gebruiken dan geen aardgas meer om te koken en onze woningen en bedrijven te verwarmen. We gaan daarom op zoek naar duurzame CO2-uitstootvrije alternatieven voor aardgas. In Nieuwegein hebben we de ambitie uitgesproken om dat punt al in 2040 te bereiken. De overstap naar een CO2-uitstootvrije gemeente gaan we niettemin zorgvuldig, stap voor stap realiseren. Die stappen brengen we in deze Transitievisie Warmte in beeld, met daarbij een voorstel met de kansrijke wijken, buurten en projecten waar we al vóór 2030 een start zouden kunnen maken. In 2019 ondertekenden overheden, organisaties en bedrijven in Nederland het nationale Klimaatakkoord. Hierin staan concrete afspraken om de uitstoot van broeikasgassen in 2030 met 49 procent te verminderen ten opzichte van 1990. Het Nederlandse doel is om in 2050 een volledig duurzame samenleving te hebben met vrijwel geen CO2-emissie, dus ook geen aardgas meer als brandstof. Voor de gebouwde omgeving in heel Nederland zijn dat bijna zeven miljoen woningen en één miljoen utiliteitsgebouwen waar iets gaat veranderen. Om dit einddoel te kunnen behalen, is de tussendoelstelling dat twintig procent van het totaal aantal woningen in 2030 al aardgasvrij is.

In de Transitievisie Warmte kijken we daarom met nadruk naar 2030 als eerste tussendoel op weg naar volledig duurzaam. We verkennen hier met elkaar voor welke wijken en buurten het kansrijk is om al vóór 2030 te starten met die verduurzaming.

Doelstelling Transitievisie Warmte Deze Transitievisie Warmte (TVW) stellen we op in een tijd dat de overstap naar aardgasvrij niet vanzelfsprekend mogelijk is. Er worden landelijk nog financiële voorwaarden ingevuld om de overstap betaalbaar te maken. Als gemeente wachten we bovendien nog op wetgeving. Die moet het mogelijk maken om beter sturing te geven aan de warmtetransitie. We zitten in een tussenfase, waarin we wel stappen gaan zetten, maar ook moeten accepteren dat nog niet alle randvoorwaarden goed zijn ingevuld. De gemeente Nieuwegein heeft een aantal doelen met deze visie op de warmtetransitie: 

De omvang en de belangrijkste uitgangspunten van de transitie in beeld brengen om bewustwording en draagvlak te creëren bij inwoners en andere belanghebbenden.

Duidelijkheid scheppen over het proces van de warmtetransitie en de keuzes die gemaakt moeten worden om doelen voor 2030 en 2040 te bereiken.

Startpunt vaststellen voor gesprekken met de stad over de wijkuitvoeringsplannen per gebied en ook het handelingsperspectief (meest kansrijke alternatief voor aardgas) voor de overige gebieden.

Transitievisie Warmte Nieuwegein

Pagina 14 van 93

Afbakening De scope van deze Transitievisie is bestaande woningen en utiliteit in de woonwijken oftewel de ‘gebouwde omgeving’. Nieuwegein is te verdelen in twee redelijk gescheiden stadsdelen: woonwijken in het westen en bedrijventerreinen in het oosten. Ook in het Klimaatakkoord komt die verdeling tussen woningen en industriële bedrijven tot uiting in de twee van de vijf sectortafels. Het kabinet heeft de totale reductieopgave voor CO 2 op basis van kosteneffectiviteit verdeeld over de vijf sectoren3 : Gebouwde omgeving, Mobiliteit, Industrie, Elektriciteit, Landbouw en landgebruik. De sector gebouwde omgeving beslaat de CO2-uitstoot die afkomstig is van woningen, kantoren, ziekenhuizen, scholen, winkels en andere niet-industriële of agrarische gebouwen. Deze bebouwing is binnen de scope van deze Transitievisie Warmte. Bedrijventerreinen Het Klooster, De Wiers, Plettenburg en Laagraven zijn in deze visie niet geanalyseerd en vragen een aparte aanpak. De uitvoering van het Klimaatakkoord onder de sectortafel Industrie zal naar verwachting de komende jaren nuttige tips en handelingsperspectieven leveren voor de aanpak op bedrijventerreinen die ook bruikbaar wordt voor onze gemeente. De verwachting is dat daarnaast maatwerk voor individuele bedrijven noodzakelijk blijft om de bedrijventerreinen toekomstbestendig en CO 2-uitstootvrij te maken.

Bedrijventerreinen zijn voor deze Transitievisie niet geanalyseerd, en zullen in de volgende Transitievisie Warmte een meer specifieke uitwerking krijgen. Belangrijk is om vast te houden dat de TVW een visie is, en nog geen besluit over de einddatum van het gebruik van aardgas in Nieuwegein. De TVW is ook geen besluit tot kosten achter de voordeur. De TVW laat per buurt zien wat de meest kansrijke warmteoptie is (onder andere) op basis van de laagste nationale kosten. Dit zijn alle kosten om een warmte-alternatief te realiseren; van de exploitatie van de warmtebron tot en met de maatregelen op woningniveau. De TVW is daarmee het kader en startpunt waarmee de gemeente het gesprek aangaat met inwoners en andere belanghebbenden. De TVW biedt inzicht in een stapsgewijze aanpak waarmee we kunnen omgaan met huidige onzekerheden, te beginnen met de wijken waar het kansrijk is om nu al een start te gaan maken met de transitie.

Samenhang met Regionale Energiestrategie (RES) De Transitievisie Warmte (TVW) staat niet op zichzelf. Om te weten welke buurten4 wanneer van het aardgas af kunnen, moet onder andere bekend zijn welke duurzame warmtebronnen er beschikbaar zijn of kunnen komen. Gemeenten hebben een regierol in deze transitie naar een aardgasvrije gebouwde omgeving. Het Klimaatakkoord vraagt gemeenten om te werken aan plannen op drie niveaus, waartussen afstemming plaatsvindt: 1

Op regioniveau wordt er in heel Nederland samengewerkt aan Regionale Energiestrategieën (RES) waarin hierover informatie wordt opgenomen, zowel voor de functie warmte als voor de functie elektriciteit. Ook wordt in de RES besproken hoe de bronnen in de regio verdeeld kunnen worden over de gemeenten in die regio. De RES en de TVW grijpen op belangrijke punten in elkaar: enerzijds moet de RES antwoord geven

3

https://www.klimaatakkoord.nl/binaries/klimaatakkoord/documenten/kamerstukken/2019/06/28/kamerbrief-voorstel-voor-eenklimaatakkoord/kamerbrief-voorstel-voor-een-klimaatakkoord.pdf 4 We gebruiken de termen wijken en buurten in dit stuk door elkaar. Voor berekeningen en indelingen worden doorgaans de CBS-wijken gebruikt. Bewoners zijn beter bekend met hun eigen, kleinere, buurten. Uiteindelijk gaat het er vooral om dat de warmtetransitie plaatsvindt op een logische eenheid, die vastgesteld wordt in het vervolg op de Transitievisie; het Wijkuitvoeringsplan. Daarover verderop in het stuk meer.

Transitievisie Warmte Nieuwegein

Pagina 15 van 93

op de beschikbaarheid van bronnen in de regio, anderzijds laat de TVW zien aan welke bronnen behoefte is in een gemeente. Nieuwegein valt onder de RES-regio ‘U16’, waarin 16 Utrechtse gemeentes, 4 waterschappen en de provincie Utrecht deelnemen. 2

Op gemeentelijk niveau geven we invulling aan de afspraken uit het Klimaatakkoord met de Transitievisie Warmte (TVW), die elke gemeente uiterlijk 2021 vaststelt. De TVW beschrijft hoe de gemeenten samen met stakeholders de warmtevraag in de gebouwde omgeving op een aardgasvrije en duurzame manier kan invullen.

3

Op plekken waar we starten met een traject richting aardgasvrij stellen we in co-creatie met het gebied een Wijkuitvoeringsplan (WUP) op. Met een besluit over het uitvoeringsplan maakt de gemeenteraad de definitieve keuzes over hoe en wanneer de wijk aardgasvrij wordt. Bij het opstellen worden de bewoners, overige gebouweigenaren en andere belanghebbenden nauw betrokken. Met de TVW sorteren we wel vast voor op kansrijke trajecten.

Als vervolg op de Transitievisie Warmte worden per buurt (of gebied) zogenaamde wijkuitvoeringsplannen opgesteld. We beginnen met de wijkuitvoeringsplannen van de kansrijke gebieden. In de wijkuitvoeringsplannen wordt samen met alle belanghebbenden de definitieve keuze voor de warmteoplossing voor de betreffende buurt (of gebied) vastgelegd. De raad legt in het wijkuitvoeringsplan vast wat de definitieve keuze is ter vervanging van aardgas in die buurt (of gebied) en wanneer die buurt (of gebied) van het aardgas af zal gaan. Deze periode zal voor een belangrijk deel worden bepaald door de komende Wet collectieve warmte. Nu (anno 2021) wordt gesproken over een aankondigingsperiode van minimaal acht jaar. We gaan pas over tot uitvoering als de randvoorwaarden op orde zijn. Dit staat ons niet in de weg wel te starten met kansrijke projecten. Ook is in het Klimaatakkoord afgesproken dat de Transitievisie Warmte eens in de vijf jaar wordt aangepast op basis van actuele ontwikkelingen.

Partners en betrokkenen bij ontwikkeling van de Transitievisie Het ontwikkelen van deze visie deden we als gemeente niet alleen maar in samenwerking met bewoners en stakeholders. Bewoners zijn betrokken tijdens de gesprekken in de Nieuwegeinse Warmteweken en met twee uitgebreide enquêtes onder bewoners, uitgevoerd door bureau Citisens. De uitkomsten zijn gebruikt voor de ‘uitgangspunten’ in hoofdstuk 3. In drie stakeholderbijeenkomsten hebben we het gesprek gevoerd met belangrijke partners in de gemeente. Die partners zijn: 

Woningcorporaties Mitros, Portaal en Jutphaas Wonen vanwege het beheer en doorontwikkeling van opgeteld 31% van de woningen,

Netbeheerder Stedin vanwege beheer en ontwikkeling van infrastructuur voor elektriciteit en aardgas,

Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden vanwege het waterbeheer en de mogelijkheid om water als duurzame warmtebron in te zetten,

Rijkswaterstaat vanwege beheer en ontwikkeling van weg- en waterinfrastructuur en de mogelijkheid om water als duurzame warmtebron in te zetten,

Stichting Energie-N vanwege de ervaringen uit energieprojecten in de stad,

Warmtebedrijf Eneco Warmte en Koude vanwege beheer en ontwikkeling van het stadswarmtenetwerk Utrecht/Nieuwegein.

In de vervolgfasen zal in co-creatie met inwoners en stakeholders de Transitievisie warmte worden uitgewerkt naar Wijkuitvoeringsplannen en uit eindelijk een aardgasvrije warmte infrastructuur.

Transitievisie Warmte Nieuwegein

Pagina 16 van 93

Aan de slag Ongeveer de helft van de inwoners van Nieuwegein maakt momenteel gebruik van aardgas voor ruimteverwarming, een warme douche en/of koken. De andere helft van de huishoudens is aangesloten op het bestaande warmtenet van Eneco. Eneco is bezig met de verduurzaming van dat warmtenet. De eerste stappen zijn dus al gezet, maar de komende twee decennia moet er nog veel veranderen om de héle gemeente aardgasvrij te maken. Dat betekent het verduurzamen van de woningen en gebouwen, het kiezen van de alternatieve warmtebron in geval van een aansluiting op aardgas en het verder verduurzamen van het warmtenet. Hoe dat in zijn werk zal gaan, weten we nu nog niet precies. Wat we wel weten is dat we aan de slag moeten en dat we uiterlijk eind 2021 in beeld moeten hebben wat het kansrijke alternatief is voor aardgas in de buurten waarin we al voor 2030 aan de slag willen. Het ligt voor de hand dat wanneer we van start gaan met de transitie, we dit doen in díe buurten waar toch al een grote ingreep op stapel staat: de grootschalige renovatie van woningen, rioolvervanging, het vervangen van bestaande aardgasnetten, etc. Dit soort ‘verbouwingen’ zijn een kans om bij aan te haken met het verduurzamen van de gebouwen in de betreffende straat of buurt. Het is van belang dit slim te doen: teveel mogelijkheden combineren kan leiden tot vertraging.

Leeswijzer In hoofdstuk 1 bekijken we de gezamenlijk opgestelde uitgangspunten voor de warmtetransitie Nieuwegein. Deze zijn belangrijk voor het bepalen op welke wijze we van het aardgas af gaan. In

Transitievisie Warmte Nieuwegein

Pagina 17 van 93

hoofdstuk 2 Communicatie en participatie geven we aan hoe we de inwoners en ander stakeholders betrekken na de vaststelling van de Transitievisie. In hoofdstuk 3 bekijken we de stand van zaken op dit moment; dat bepaalt de uitdaging waar we voor staan. In hoofdstuk 4 gaan we in op vermindering van de energievraag en de alternatieven van aardgas: welke warmtebronnen zijn er nog meer en wat kenmerkt deze bronnen? In hoofdstuk 5 bespreken we wat drie rekenmodellen laten zien over de warmtetransitie in Nieuwegein en in hoofdstuk 6 onderscheiden we ‘meekoppelkansen’ die aanleiding geven om in een wijk te starten. In hoofdstuk 7 beschrijven we waar we aan de slag gaan in de stad en in hoofdstuk 8 sluiten we af met uitvoering en betaalbaarheid van de warmtetransitie waarin ook de rollen van de gemeente wordt toegelicht.

Transitievisie Warmte Nieuwegein

Pagina 18 van 93

1. Uitgangspunten warmtetransitie In het Klimaatakkoord is afgesproken dat we in 2050 95% CO2-besparing hebben gerealiseerd t.o.v. 1990. zijn. Nieuwegein is ambitieuzer en zet de stip op de horizon op 2040. Dan willen we energieneutraal zijn. Dat betekent dat we het energieverbruik van alle woningen en gebouwen zo ver mogelijk terugbrengen om daarmee de CO2-uitstoot te reduceren. De overgebleven benodigde energie wordt dan duurzaam zonder CO2uitstoot opgewekt. Bij deze stevige ambitie is een belangrijke vraag: wat vinden we belangrijke uitgangspunten die we hanteren bij deze warmtetransitie? Dit zijn de ‘spelregels’ waarmee we de komende jaren aan het werk gaan, ook in de wijkuitvoeringsplannen. De komen de jaren, want in het Klimaatakkoord is afgesproken dat we in eerste instantie de TVW elke vijf jaar actualiseren. Rijk en VNG evalueren

uiterlijk in 2022 of deze actualisatietermijn van iedere vijf jaar de juiste is. In het Duurzaamheidsprofiel5 van Nieuwegein zijn drie belangrijke uitgangspunten vastgelegd voor het aansturen van de energietransitie: 

Nieuwegein doet duurzaam

Voor en door iedereen

Gedurfd duurzaam

In gesprek met de stakeholders in de Nieuwegeinse warmtetransitie zijn deze uitgangspunten verrijkt met zes aanvullende uitgangspunten: 

Begin met besparen

Betaalbaar voor iedereen

Zo min mogelijk overlast

Keuzevrijheid, maar aardgas is geen keuze

Transparante communicatie

Aan de slag in realistische stappen

Deze negen uitgangspunten lichten we hierna toe.

Uitgangspunten bij de warmtetransitie 1

Nieuwegein doet duurzaam

We werken zichtbaar en effectief aan verduurzaming. We nemen onze verantwoordelijkheid en geven het goede voorbeeld. We dagen iedereen uit dit ook te doen. We stimuleren en faciliteren en waar nodig dwingen we dit af. We maken zichtbaar wat op het gebied van duurzaamheid in Nieuwegein gebeurt en vieren successen met elkaar. Elk jaar bespreken we de resultaten van de verduurzaming met de gemeenteraad.

5

Vastgesteld in de raadsvergadering van 26 september 2019, raadsnummer 2019-283

Transitievisie Warmte Nieuwegein

Pagina 19 van 93

2

Voor en door iedereen

We zorgen ervoor dat iedereen mee kan doen aan de verduurzaming van onze stad. Van jong tot oud, van arm tot rijk. We werken samen met bewoners, ondernemers en organisaties. Iedereen weet waarom we het doen en wat je praktisch kan bijdragen. We zetten actief in op samenwerking in de stad en regio om de duurzaamheidsdoelstellingen te bereiken. De gemeente heeft hierbij een regiefunctie en stimuleert en faciliteert initiatieven op dit gebied. Dit doen we onder andere via communicatieve en regulerende instrumenten, maar ook met een duurzaamheidsfonds en subsidies. 3

Gedurfd duurzaam

Hoewel de cultuur in Nieuwegein er een is van ‘doe maar gewoon’, omarmen we durf en innovatie: ‘gewoon doen’. Waar we kansen zien, voeren we toonaangevende projecten uit. We hebben lef om voor een gedurfd plan te gaan. Trots zijn wij op de innovatieve herontwikkeling van Rijnhuizen én op onze binnenstad, met de ambitie om de duurzaamste binnenstad van Nederland te worden. We geven ruimte aan innovatie en experimenten op het gebied van duurzaamheid. Hier leren we van en hiermee verbeteren we onze werkwijze. Als gemeente geven we het goede voorbeeld met het verduurzamen van ons eigen vastgoed. 4

Begin met besparen

Wat de alternatieven voor aardgas ook zijn en waar we ook gaan beginnen: de energievraag reduceren is essentieel. Hoe minder energie we verbruiken, hoe minder we – op een duurzame manier – moeten opwekken. Daarnaast leidt dit tot een lagere energierekening. Een goede isolatie van woningen en utiliteitsgebouwen betekent daarnaast dat warmtebronnen van een lagere temperatuur óók gebruikt kunnen worden als warmtebron voor deze gebouwen. Zo houden we de toekomstige energievoorziening betaalbaar, duurzaam en haalbaar. 5

Betaalbaar voor iedereen

Uitgangspunt van de gemeente is dat we de energietransitie realiseren tegen zo laag mogelijke nationale kosten. Daarnaast moet de transitie redelijkerwijs betaalbaar zijn voor elke inwoner. We sluiten hiermee aan bij het Rijksbeleid; ook in het Klimaatakkoord wordt gestreefd naar ‘woonlastenneutraliteit’. We kijken met belangstelling naar het Rijk voor een precieze definitie daarvan en de beleidsinstrumenten die beschikbaar komen om dit te waarborgen. 6

Zo min mogelijk overlast

De warmtetransitie gaat grote gevolgen hebben op en onder de straat, en ook ‘achter de voordeur’. We beseffen dat dit een grote ingreep kan zijn in de woonsituatie van alle inwoners. Daarom proberen we deze overlast zoveel mogelijk te beperken door ingrepen efficiënt te combineren met werkzaamheden die toch al gepland staan.

Transitievisie Warmte Nieuwegein

Pagina 20 van 93

7

Keuzevrijheid, maar aardgas is geen keuze

Het is prettig om zo lang mogelijk zoveel mogelijk keuzevrijheid te hebben. Op een gegeven moment houdt die vrijheid echter op: voor aardgas kan dan niet meer gekozen worden. In het Klimaatakkoord is opgenomen dat gemeenten een ‘aanwijsbevoegdheid’ krijgen. Dat betekent dat de gemeente kan aangeven welke buurten wanneer geen gebruik meer kunnen maken van aardgas of een andere fossiele brandstof. Deze ‘aanwijsbevoegdheid’ zal voor een belangrijk deel worden bepaald door de komende Wet collectieve warmte. Nu (anno 2021) wordt gesproken over een aankondigingsperiode van minimaal acht jaar. Een ander alternatief voor aardgas dan het alternatief volgens het ‘wijkuitvoeringsplan’ van deze buurt, is dan welllicht alleen mogelijk op eigen verantwoordelijkheid van individuele woningeigenaar. 8

Transparante communicatie

De warmtetransitie is een bijzonder complex vraagstuk met veel betrokkenen. Energieneutraal worden gaat een grote impact hebben op de gebouwde omgeving, op eigenaren, ondernemers en huurders. Er zijn nog veel vragen waar gedurende de ontwikkelingen antwoorden op gevonden moeten worden. Tijdige, transparante en eerlijke communicatie tussen alle betrokken partijen is dan belangrijk om tot het beste resultaat te komen. Heldere en eerlijke communicatie naar bewoners toe is noodzakelijk om de bewoners van de juiste informatie te voorzien en om vertrouwen te krijgen en te behouden. Het moet duidelijk zijn voor een bewoner hoe de keuze voor het voorkeursalternatief tot stand gaat komen en wat mogelijke consequenties zijn voor zijn woning. Dit geeft bewoners zoveel mogelijk duidelijkheid over wat zij zelf kunnen kiezen en aanpakken, en wat er gezamenlijk zal gaan. 9

Aan de slag, met realistische stappen

Het doel is CO2-reductie. Dat betekent dat we inzetten op maatregelen en technieken die daar zoveel mogelijk aan bijdragen. De ambitie ‘energieneutraal in 2040’ betekent daarnaast dat we zo snel mogelijk aan de slag moeten, maar we willen dat ook verstandig en in realistische stappen doen. Dat betekent dat we ook kunnen werken met tussenstappen om energieverbruik te verminderen, als dat de beste manier is om een toekomstbestendige oplossing te realiseren voor 2040. Zo voorkomen we dat we nu overhaast aan de slag gaan met maatregelen en investeringen waar we later mogelijk spijt van krijgen. Daarbij zetten we – in volle vaart – in op een mix van oplossingen: collectief én individueel, nu al beschikbaar én nu nog in ontwikkeling. Nu we de uitgangspunten hebben vastgesteld, maken we in hoofdstuk 3 de balans op. Waar staan we nu? Dat bepaalt immers de opgave waar we voor staan.

Transitievisie Warmte Nieuwegein

Pagina 21 van 93

2. Nieuwegeinse aanpak met de wijken We staan met elkaar voor een grote uitdaging: op weg naar een energieneutraal Nieuwegein. Waar de gemeente, een klein deel van de inwoners en een aantal stakeholders al even met deze transitie bezig zijn, is de warmtetransitie voor de meeste bewoners en bedrijven nog relatief ver weg. Het proces van kennisnemen en meningsvorming is gaande, maar de echte, concrete veranderingsopgave naar duurzame warmte-oplossingen vindt ín de wijken plaats. Deze visie op de warmtetransitie is een belangrijke stap in die richting en geeft een goed vertrekpunt om samen de eerste stappen te zetten. Inwoners hebben voor de totstandkoming van deze visie onder andere in de twee enquêtes aangegeven wat zij belangrijk vinden en wat hun zorgen zijn. Deze aandachtspunten nemen wij mee in de uitwerking in de wijken. In dit hoofdstuk beschrijven we wat we de afgelopen periode gedaan hebben en de manier waarop bewoners betrokken (konden) zijn. Verder kijken we vooruit naar de uitvoering en de concretisering van de warmtetransitie op wijkniveau.

Professionele stakeholders Bij de totstandkoming van de Transitievisie Warmte waren diverse partijen betrokken. Samen met een aantal ‘professionele stakeholders’ hebben we uitgangspunten bij de warmtetransitie geformuleerd (zie hoofdstuk 2). Richting het einde van het traject lag het aandachtspunt bij het prioriteren van ‘meekoppelkansen’ waardoor de meest kansrijke wijken naar voren kwamen. Die betrokken stakeholders waren woningcorporaties Mitros, Portaal en Jutphaas Wonen, netbeheerder Stedin, Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden en Rijkswaterstaat, Energie-N, warmtebedrijf Eneco Warmte en Koude en diverse relevante afdelingen van de gemeente. Van deze partijen hebben we een korte toelichting gevraagd op hun deelname en hun kijk op de warmtetransitie.

Inwonersenquêtes Om de inwoners mee te nemen in de energietransitie heeft de gemeente in 2020 twee stadsbrede digitale enquêtes uitgezet: Draagvlakonderzoek Energie en Klimaat en Aardgasvrij en Aardwarmte Nieuwegein. Het doel was inzichtelijk te maken wat bepalend is in de bereidheid voor inwoners om hun woning te verduurzamen en hoe ze betrokken willen zijn. De enquête over Energie en Klimaat werd door ruim 1.200 inwoners ingevuld. De inwonersenquête Aardgasvrij en Aardwarmte Nieuwegein over de houding ten opzichte van de overgang naar duurzame energie en warmte werd door ruim 1.100 inwoners ingevuld. Door de twee enquêtes kregen we enerzijds veel informatie van onze inwoners, anderzijds was dit voor inwoners een manier om zich te informeren en konden zij aangeven hoe zij in de toekomst betrokken willen zijn. Dat heeft een bemoedigend resultaat opgeleverd. Circa 1.200 inwoners willen vaker hun mening geven en mogen we als gemeente blijven benaderen voor gesprekken over verduurzaming. Daar maken we dankbaar gebruik van.

Wijkplatforms, wijkcoördinatoren In het najaar van 2020 zijn de diverse wijkvertegenwoordigers bijgepraat en meegenomen in de zoektocht naar de juiste alternatieven. De diverse uitgangspunten werden nogmaals uitgelegd en

Transitievisie Warmte Nieuwegein

Pagina 22 van 93

door de aanwezigen verder aangescherpt. Ook werd uiteengezet welke technische mogelijkheden er zijn om van het aardgas af te gaan om vervolgens te trechteren naar de opties die mogelijk zijn in Nieuwegein. Op twee momenten in het proces zijn aanvullend de gemeentelijke wijkcoördinatoren gevraagd om mee te denken en te lezen. Direct na de zomer van 2021 worden in een centrale bijeenkomst alle wijkplatforms uitgenodigd om bijgepraat te worden over de voorliggende TVW. Met de wijkplatforms van locaties die in de TVW als startproject staan aangegeven (zie hoofdstuk 7 Aan de slag in de stad) zijn of worden aparte verdiepende gesprekken gevoerd.

Nieuwegeinse Warmteweken In het najaar van 2020 zijn de Nieuwegeinse Warmteweken georganiseerd (2020-372), een digitale oplossing om in coronatijd toch zoveel mogelijk inwoners van Nieuwegein bij te praten over de energietransitie. Naast de TVW kwamen ook de verduurzaming van het warmtenet Utrecht/Nieuwegein in het algemeen en specifiek geothermie, de warmtebuffer bij het warmteoverdrachtstation op de hoek A.C. Verhoefweg – Symfonielaan en diverse mogelijkheden om energie te besparen aan bod.

Aandachtspunten Uit de eerder genoemde enquêtes en de Warmteweken kwamen drie belangrijke punten naar voren: 1

Veel deelnemers zijn al bezig met energie besparen. Reden hiervoor is echter vaker klimaat en geld besparen, dan hun woning klaar te maken voor aardgasvrij.

2

Bewoners hebben wel hulp nodig om energie te besparen. Financiële ondersteuning zou heel erg mooi zijn, maar de vraag ligt ook zeker bij (onafhankelijke) informatie. Wat kan ik het beste doen? Wat doe ik als eerste? Waar vind ik een goede uitvoerder voor de klus? Ook geeft een meerderheid van de inwoners aan in de toekomst graag gebruik te maken van het duurzaamheidsloket als zij hulp nodig hebben.

3

Men wil graag duidelijkheid over de kosten en het tijdpad. Wanneer gaat de gaskraan daadwerkelijk dicht? Dan weet je waar je aan toe bent en kunnen er plannen gemaakt worden.

Deze bovengenoemde punten komen ook terug als we verder kijken naar de uitkomsten van de enquêtes. 72% van de respondenten maakt zich zorgen wat aardgasvrij wonen voor hen zal gaan betekenen. De belangrijkste zorgen die genoemd worden zijn: 

De kosten, hoe duur wordt dit allemaal?

Onvoldoende vertrouwen in alternatieven of weinig zicht op alternatieven.

Onduidelijkheid over bijv. de planning.

Overlast, bijv. van warmtepompen en andere vormen van energie opwekken.

Goed dat deze punten uit de enquêtes komen, want ondanks dat deze punten van zorg niet onverwacht zijn, nemen we deze punten mee in deze visie en in het communicatieproces dat straks opgestart wordt in de wijken.

Transitievisie Warmte Nieuwegein

Pagina 23 van 93

Hoe verder na vastgestelde Transitievisie Warmte In de Transitievisie Warmte worden activiteiten voorgesteld waar inwoners of organisaties een belangrijke rol in spelen en ook activiteiten waarbij de gemeente de belangrijkste rol heeft. De activiteiten in het voorstel die grotendeels of geheel door de gemeente zelf uitgevoerd kunnen worden, zullen we zo snel mogelijk na vaststelling van de Transitievisie Warmte starten of vervolgen. Daar waar het een gebiedsgerichte activiteit betreft, zal in het betreffende gebied gestart worden met het in co-creatie met de betreffende inwoners ontwikkelen van het (wijk)uitvoeringsplan. Dit uitvoeringsplan willen we samen met de bewoners, bedrijven, vastgoedeigenaren en eventueel aanwezig corporaties in een proces van co-creatie in het betreffende gebied ontwikkelen. Na vaststelling van het wijkuitvoeringsplan kan de uitvoering ervan beginnen op de afgesproken manier. In co-creatie van startnotitie naar wijkuitvoeringsplan Er worden in de TVW locaties als kansrijk benoemd om te starten met het gesprek naar een CO 2vrij Nieuwegein. De aanpak lijkt enigszins op de aanpak van de buurtverbetering van Betere Buurten. Net als bij Betere Buurten gaan we leren van de doorlopen trajecten in de warmtetransitie.

Het ontwikkelen van de uitvoeringsvorm wordt door het gebied of samen met het gebied gedaan, om zo met hoge betrokkenheid tot een uitvoerbaar plan te komen. De gemeente begeleidt/stimuleert/faciliteert hierin, mede naar de behoefte vanuit de inwoners en andere betrokkenen in het gebied. Na een gebiedsanalyse wordt door de gemeente in samenspraak met inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties voor dat gebied een startnotitie opgesteld. In deze startnotitie wordt in eerste instantie de afbakening van het gebied / de buurt / de wijk bepaald. In de startnotitie wordt geschetst hoe de gemeente met de bewoners en ondernemers van bedrijven of woningcorporaties in het geselecteerde gebied in gesprek gaat om te komen tot een plan (het Klimaatakkoord noemt dit een Wijkuitvoeringsplan) waarin staat aangegeven hoe de gebouwen worden verduurzaamd en/of van het aardgas af gaan. Naast de bewoners en ondernemers worden uiteraard de beheerders van infrastructuur (met name die van aardgas, warmte en elektriciteit) betrokken bij de zoektocht naar de verduurzaming van de gebouwen. De aanpak in de startgebieden is erop gericht om aan te sluiten bij het tempo, de verschillende behoeften en mogelijkheden van ieder gebied / buurt / wijk. Dat weten we vanuit onze ervaring met Betere Buurten. Die ervaring en werkwijze zullen we volop inzetten in de buurtgesprekken.

Het gaat om maatwerk en een transparante gefaseerde buurtaanpak van samen verkennen, samen beoordelen en keuzes maken en samen uitvoeren. Een traject dat uiteindelijk moet leiden tot een definitieve keuze voor een alternatief voor aardgas, een keuze die door een groot deel van de buurt of wijk gedragen moet worden. De hoofdvraag is: wat is het meest kansrijke alternatief? Tijdhorizon en doorlooptijd De verwachte benodigde tijd voor het maken en vaststellen van een wijkuitvoeringsplan tot aan het beginnen met werkzaamheden is enkele jaren en zal per gebied kunnen verschillen. Deze

Transitievisie Warmte Nieuwegein

Pagina 24 van 93

doorlooptijd zal onder andere afhankelijk zijn van de eensgezindheid van alle belanghebbenden over de oplossing en het te volgen tempo om naar die oplossing toe te werken. Op voorhand is het niet zinvol aan te geven wat te doen bij geringe eensgezindheid. Op zoek naar een oplossing is dan nog meer maatwerk nodig, waarbij het doel een CO2-vrij Nieuwegein op de middellange termijn niet uit het oog mag worden verloren. Dat er daarbij voor een ieder minder dan optimale keuzes gemaakt moeten worden is daarbij niet uit te sluiten. Betrokkenheid van de raad bij de warmtetransitie De gemeenteraad wordt nadrukkelijk aan de voorkant van een te starten traject betrokken zodat zij haar rol in deze warmtetransitie goed kan vervullen. Zo stelt de raad elke vijf jaar met de Transitievisie Warmte de algemene kaders vast waarbinnen het college kan bewegen. Met de startnotitie die per wijk/buurt wordt opgesteld kan de raad aandachtspunten meegeven over het te volgen traject die voorliggende wijk/buurt te verduurzamen. Met het wijkuitvoeringsplan wordt de raad geïnformeerd hoe de voorliggende wijk/buurt wordt verduurzaamd, tegen welke kosten en in welk tempo.

Figuur 1:mogelijke processtappen van ontwikkeling Wijkuitvoeringsplan na vaststelling Transitievisie tot besluit raad

Transitievisie Warmte Nieuwegein

Pagina 25 van 93

3. Stand van zaken nu Voor het opstellen van een visie op de warmtetransitie in Nieuwegein is het relevant om eerst te bepalen waar we nu staan, en hoe ver dat af ligt van de gewenste situatie in 2040. Kortom: wat is de opgave voor onze gemeente?

Algemene kenmerken Nieuwegein is een middelgrote gemeente, met haar ca. 63.000 inwoners die wonen in 29.000 woningen in 22 wijken.6 Daarnaast zijn er nog zo’n 1.600 utiliteitspanden en 900 panden met een industriële functie. Nieuwegein viert in 2021 het 50-jarig bestaan van de stad; een jonge stad dus. Bijna 80% van de woningen is gebouwd na 1975 en 21% is gebouwd na 1992. Het grootste gedeelte van deze woningen is grondgebonden.

Er zijn relatief weinig vooroorlogse woningen in de gemeente. Dit is gunstig voor de warmtetransitie, omdat deze vooroorlogse woningen vaak de meest complexe opgave zijn om te verduurzamen.

6

We spreken in dit document steeds over wijken. In de CBS-indeling zijn deze wijken echter buurten. Alle gemeenten in Nederland hanteren de CBS-buurten als wijkindeling, en die komt ook zo terug in de ‘Startanalyse’ van PBL. Hier komen we verderop terug.

Transitievisie Warmte Nieuwegein

Pagina 26 van 93

Wijken van nu Aan de aard van de bebouwing in de stad is ‘af te lezen’ wat er nog moet gebeuren op weg naar energieneutraal, en waar mogelijk kansen liggen. Hierna laten we van een aantal kaarten de relevantie zien. Denk aan de bouwjaren (wat iets zegt over de winst die te behalen is of de inspanning waarmee een verdere verduurzaming te realiseren is) of de (nabijheid van) bestaande aansluitingen op het warmtenet.

Transitievisie Warmte Nieuwegein

Pagina 27 van 93

Bouwjaren per pand – Nieuwegein Bron: BAG (2020) Relevantie: het bouwjaar, gebruikstype en de bouwhoogte van panden zijn indicatoren die iets zeggen over de kans dat gebruikers of bewoners op korte termijn iets moeten gaan doen aan verduurzaming, en wat dan de meest voor de hand liggende ingrepen zijn of wat het meest kansrijke energieconcept is.

Woningcorporatiebezit – Nieuwegein Bron: Portaal, Mitros, Jutphaas (2019, 2021) Relevantie:. Wanneer in een buurt een groot aantal woningen van één of enkele eigenaars is, kan deze initiatief nemen en ook schaalvoordeel opleveren.

Transitievisie Warmte Nieuwegein

Pagina 28 van 93

Vervangingsjaren gasleidingen Bron: Stedin (2019) Relevantie: deze kaart laat zien waar het gasnet ligt, waar dit ouder of jonger is dan 30 jaar en waar vanuit Stedin sprake is van aanstaande vervangingen van het gasnet. Bovendien ontstaat er aanleiding om leidingwerk te vervangen zodra er door anderen in de grond wordt gewerkt. Het is daarom van belang om af te stemmen met activiteiten van andere 'grondroerders' zoals het waterleidingbedrijf of de gemeente. Hetzelfde geldt voor de vervanging van de riolering .

Routekaart Nieuwegein Bron: Eneco (2020) en CBS (2017)

Relevantie: De stadswarmte is afkomstig van Eneco. Het is voor bestaande woningen op stadswarmte van belang om door (stapsgewijze) isolatie minder te gaan verbruiken en mogelijk over te kunnen gaan opwarmte van een lagere aanvoertemperatuur om verduurzaming van de warmtebronnen mogelijk te maken. Voor de wijken zonder stadswarmte zal een alternatief voor het aardgas moeten worden gekozen. Voor wijken nabij het warmtenet kan het interessant zijn om aan te sluiten op het al bestaande net. Vanwege de nabijheid zijn de kosten daarvoor mogelijk relatief laag ten opzichte van het alternatief van individuele oplossingen

Transitievisie Warmte Nieuwegein

Pagina 29 van 93

Huidige warmtevraag in Nieuwegein is 2,2 miljoen GJ De grootste vraag voor de warmtetransitie betreft het invullen van de behoefte aan verwarming. In vergelijking met andere gemeenten heeft Nieuwegein een bijzondere uitgangspositie vanwege het aanwezige warmtenet: ca. 15.000 woningen zijn reeds aangesloten op een warmtenet 7. Dit is iets meer dan de helft van de woningen in de gemeente. In enkele gevallen (de flats aan het Nijpelsplantsoen) wordt in deze woningen wel nog aardgas gebruikt om op te koken. De reeds op het warmtenet aangesloten utiliteitspanden zijn met name ‘kleine’ utiliteit in woonwijken waar het warmtenet aanwezig is, zoals winkels, scholen en dergelijke. Op bedrijventerrein Het Klooster heeft een groot aantal bedrijven een aardgasvrije verwarming op basis van een luchtwarmtepomp of een eigen bodemenergiesysteem of WKO-systeem. Eneco levert in totaal ca. 1,06 miljoen GJ aan alle warmteaansluitingen in Nieuwegein, waarvan ca. 430.000 GJ aan woningen en de overige 630.000 GJ aan zakelijke aansluitingen. Het grootste deel van de geleverde warmte komt nu nog uit aardgas: dit is het deel van de vraag die anders ingevuld moet worden in de warmtetransitie tot 2040. De warmtevraag van de woningen in een gemeente wordt bepaald door te kijken naar het aardgasverbruik. We hebben het in Nieuwegein dan over ca.

14.000 woningen en een onbekend aantal utiliteitspanden aangesloten op aardgas. Door het grote aantal huishoudens met een aansluiting op het warmtenet is dit voor Nieuwegein echter niet op deze wijze te bepalen; verbruiksgegevens van het warmtenet zijn niet openbaar8 zoals als die van aardgas. Op basis van gegevens van het CBS en van Eneco over het percentage aangesloten woningen op het warmtenet, in combinatie met het bekende aardgasverbruik, komt Nieuwegein uit op een totale warmtevraag van ca. 1,2 miljoen GJ voor woningen, nagenoeg 50-50 verdeeld over aardgasverbruik en verbruik van warmte uit het warmtenet. Verbruik door utiliteitsbouw is volgens de Klimaatmonitor nog eens ca.1 miljoen GJ. De totale vraag naar warmte in de gebouwde omgeving is dan ca. 2,2 miljoen GJ. Zie ook de verdeling in de afbeelding hierboven. Naast deze gebouwgebonden warmtevraag is er binnen de gemeente echter ook een vraag naar proceswarmte voor de industrie en bouwnijverheid9. Dit is vergeleken met de totale vraag slechts

7

De gegevens in de grafieken in dit hoofdstuk zijn voornamelijk afkomstig uit de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG), in combinatie met openbaar beschikbare gegevens over gasverbruik van de netbeheerder en over bouwhoogte uit het Algemeen Hoogtebestand Nederland (AHN). 8 Zowel bij de openbaar beschikbare aardgasverbruiken als de warmtenet-verbruiken die verkregen zijn via Eneco, is de analyse per type gebruiker minder nauwkeurig door het feit dat een aansluiting niet als ‘woning’ vs. ‘utiliteit’ wordt aangemerkt, maar als ‘kleinverbruiker’ of ‘grootverbruiker’. Collectieve aansluitingen van woningcorporaties vallen dan onder een grootverbruikersaansluiting, terwijl dit wel verbruik is van woningen. Van de andere kant speelt bij de beschikbare aardgasverbruiken ook het omgekeerde: kleinverbruikers kunnen ook kleine utiliteit zijn zoals een school.. 9

205.000 GJ, Klimaatmonitor

Transitievisie Warmte Nieuwegein

Pagina 30 van 93

8%. Om een energieneutraal Nieuwegein te realiseren zal uiteindelijk ook deze proceswarmtevraag duurzaam moeten worden ingevuld, maar dit is geen onderdeel van deze Transitievisie Warmte.

De opgave De voorgaande cijfers bieden een eerste indruk van het vertrekpunt en de opgave voor Nieuwegein. Wanneer de gemeente in 2040 energieneutraal wil zijn, betekent dat het verduurzamen van álle woningen, waarbij gemiddeld ca. 730 woningen per jaar van aardgas overstappen op een duurzame bron (aantal woningen met aardgas gedeeld door jaren tot 2040). Verder zullen de bronnen die het huidige warmtenet voeden verder verduurzaamd moeten worden (in 2020 was de stadswarmte voor 25% van een duurzame bron, volgens het warmte-etiket). Nu we weten wat ons te doen staat, kijken we in het volgende hoofdstuk naar de technieken die ons gaan helpen met verduurzamen.

Transitievisie Warmte Nieuwegein

Pagina 31 van 93

4.

Alternatieve warmteopties

In dit hoofdstuk gaan we in op de warmteopties: welke aardgasvrije en duurzame warmteopties zijn voor Nieuwegein het meest logisch met de huidige stand van de techniek? We beschrijven duurzame alternatieven voor aardgas, maar starten met een toelichting op het terugdringen van de energievraag. Dit vraagt om actie en is in alle gevallen, voor elk woningtype, relevant. Daarna gaan we in op verschillende warmteopties, en hoe we die met elkaar vergelijken.

Beginnen met besparen Om in 2040 uit te komen op energieneutraal is een grote vermindering van de warmtevraag noodzakelijk. Dus isoleren, ofwel energie besparen, voor vrijwel iedereen. Ook voor het aansluiten op een warmtenet in de toekomst is het belangrijk te beginnen bij besparen, zodat er minder duurzame warmtebronnen nodig zijn. Daarnaast kunnen voldoende geïsoleerde gebouwen mogelijk ook met een lagere aanvoertemperatuur comfortabel verwarmd worden, wat betekent dat de temperatuur in het warmtenet naar beneden kan. Daardoor worden duurzame warmtebronnen met een lagere temperatuur een kansrijk alternatief voor aardgas. Dat leggen we verderop uit. Dus voor alle bestaande gebouwen is (meer) isoleren wenselijk. In bijlage 6 lichten we een aantal specifieke maatregelen verder toe voor verschillende soorten woningen. Wat individuele woningeigenaren niet zouden moeten vergeten, is– bij elk woningtype hierna – bij vergaande isolatie ook rekening te houden met voldoende ventilatie. Nieuwegein werkt met andere gemeenten samen in U-thuis om ervaringen uit te wisselen en ondersteuning te organiseren. Er wordt op dit moment op nationaal niveau gewerkt aan een standaard en streefwaarden10 voor woningisolatie, die per woningtype inzicht geven in de manier waarop de isolatiemaatregelen spijtvrij zijn richting het eindbeeld; isolatiemaatregelen die sowieso goed zijn om te treffen.

Het basisniveau voor de isolatie van onze woningen bereiken we als we vanaf nu bij ieder natuurlijk moment maximaal inzetten op verduurzaming. Nieuwere woningen zitten doorgaans al op het basisniveau. Bij oudere woningen moet er meer gebeuren.

Alternatieven voor aardgas De verschillende alternatieven voor aardgas hebben allemaal voor- en nadelen. Niet elke techniek is al marktrijp, bewezen effectief of een logische keuze voor alle woningen. Sommige technologieën moeten nog verder worden uitgewerkt, terwijl andere technologieën zich meer lenen voor bedrijven en industrie. Op weg naar 2030 moeten we inzetten op technieken die nú al toepasbaar en dus marktrijp zijn. We sluiten onze ogen niet voor innovaties, maar het kan nog wel tien tot twintig jaar duren voordat deze nieuwe technieken op de markt zijn. De huidige marktrijpe technieken zijn goed toepasbaar en we kunnen er morgen mee beginnen. Vervolgens is de vraag wat het alternatief dan is voor aardgas. Er zijn verschillende alternatieven, en soms hebben we het dan over alleen de bron (bijvoorbeeld restwarmte) en dan weer over het

10

Kamerbrief 32813 Nr 749 Isolatiestandaard en Streefwaardes voor woningen

Transitievisie Warmte Nieuwegein

Pagina 32 van 93

systeem (bijvoorbeeld een warmtenet op aquathermie). We kunnen duurzame alternatieven op verschillende manieren ordenen of waarderen. Collectief of individueel Het alternatief voor aardgas kan individueel of juist met meerdere partijen gekozen worden. Bij collectief is de schaal van het aantal deelnemers van invloed op de kosten per deelnemer. Hoe groter de groep toekomstige afnemers, over des te meer woningen worden de kosten van het netwerk verdeeld, met lagere kosten per woning als gevolg. Het is altijd mogelijk om niet ‘mee te doen’ (dat noemen we opt-out). In dat geval, en ook in alle gevallen waar een grootschalige of collectieve oplossing niet mogelijk is, is het alternatief een ‘individuele’ duurzame oplossing. We bedoelen dan de maatregelen en allerlei installaties die op woningniveau gekozen kunnen worden, zoals een warmtepomp die de woning verwarmt met bodemwarmte of buitenlucht. Warmtenet bewezen alternatief maar wel meer transparantie Warmtebedrijf Eneco heeft in Nieuwegein een rol als gereguleerde monopolist en heeft daarmee ten opzichte van de huidige en toekomstige klanten een bijzondere positie. Waar burgers voor andere nutsvoorzieningen als aardgas, elektriciteit en internet een (beperkte mate van) vrijheid hebben in de keuze van de leverancier, is die er bij een warmtebedrijf niet, net als bij de drinkwatervoorziening.

Dit leidt tot het kritisch volgen van de bedoelingen van warmtebedrijven in het algemeen en in Nieuwegein van Eneco warmte. In discussies over aardwarmte en over de warmtebuffer is de kritische houding in 2021 duidelijk naar voren gekomen. De les die we hieruit trekken, is dat een warmtebedrijf zo transparant mogelijk moet zijn over haar rol en over haar ‘verdienmodel’. Bewoners willen weten of hun belangen geborgd zijn, voordat draagvlak ontstaat voor toekomstige warmtenetten of voor uitbreiding van de huidige netten. Denk verder aan inpassing van bestaande stadsverwarmingsnetten in de toekomstige warmtewet (vastleggen van rechten en plichten van bestaande warmtebedrijven) en de manier waarop bewoners serieus en zo mogelijk blijvend kunnen participeren. Ook zal een warmtebedrijf moeten aangeven binnen welke randvoorwaarden zij warmte kan leveren; denk aan zowel de duurzaamheidseisen als de maximum warmte- en vastrechttarieven die door de Autoriteit consument en markt (ACM) worden vastgesteld. Temperatuur doet ertoe Wanneer we kijken naar de techniek wordt duidelijk dat de meeste technieken een variatie zijn op (individuele) all-electric oplossingen of van een (collectief) warmtenet. Daarnaast zijn er de duurzame gassen. We gebruiken aardgas vooral om ons huis te verwarmen, daarnaast voor warmtapwaterbereiding (warme douche) en een klein deel voor koken.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nieuwegein&id=d5d826e8-7127-4ed4-807d-dc06ea68217f