2021-361 Bijlage 3 - concept PvE parkeergarage Zuid september 2021.pdf
Tekst van het document
a. Een noodtrappenhuis dient in geval van een calamiteit het publiek vanuit elke parkeerlaag naar de openbare ruimte te geleiden. Vluchtwegen mogen voor het publiek uitsluitend in de vluchtrichting te gebruiken zijn. b. Een vluchttrappenhuis moet in een “niet-calamiteitensituatie” kunnen worden afgesloten. c. Als er een calamiteit is, dan moeten de toegangen tot de vluchtroutes automatisch ontgrendelen. 6.8 Centrale voetgangersentree
a.
b. c.
Aansluitend op de voetgangersroute van/naar het hoofdtrappenhuis dient op maaiveld een ruimte te worden gerealiseerd met een omvang van minimaal 50m2. De kortste zijde is minimaal 6,00 m. De vrije hoogte is conform het Bouwbesluit en er dient een plafond met, ten opzichte van het autoverkeer, onderscheidende hoogwaardige led-verlichting te worden aangebracht. De ruimte is minimaal 3,20m hoog, kolomvrij en zonder obstakels. De ruimte dient plaats te beiden aan minimaal 25 personen. De ruimte beschikt over minimaal 2 liften.
HACB
Programma van Eisen Ontwerp nieuwbouw Parkeergarage Zuid te Nieuwegein
Hoofdkantoor Eneco Rotterdam
Pagina 21 van 34
d. e.
De ruimte is transparant en er dient maximaal daglichttoetreding te hebben. De ruimte biedt toegang tot het hoofdtrappenhuis en bevat minimaal 2 liften en opstelruimte voor 4 betaalautomaten en 1 frisdrank-/snoepautomaat (inclusief vaste stroomaansluitingen). Direct naast de opstelruimte voor de diverse automaten dient vrije wandruimte beschikbaar te zijn voor het aanbrengen van informatieschermen (minimaal 45 inch schermen). De ruimte dient voorzien te zijn van een luchtbehandelingsinstallatie die onder alle omstandigheden kan voorzien in een temperatuur van maximaal 25˚C. Alle ruimten dienen te voldoen aan het bouwbesluit en eventueel aanvullende eisen die de veiligheidsregio c.q. politie stellen.
f. g. h.
6.9 Containerruimte en schoonmaakkasten
b. c. d. e. f.
a. Op de begane grond dient een ruimte voor minimaal één container beschikbaar te zijn. Het vloeroppervlak van de containerruimte is minimaal 2,00x3,00m. De hoogte is minimaal 2,00m. Deze ruimte mag gecombineerd worden met de bergruimte op begane grond. In de containerruimte dient een brandveiligheidsinstallatie beschikbaar te zijn. De ruimte moet afsluitbaar zijn en heeft een dubbele deur en is minimaal 2,00m breed. De containerruimte mag onder een hellingbaan worden gesitueerd. De laagste parkeerlaag moet een ruimte voor een vuilwaterput met vuilwaterpomp bevatten. Elke parkeerlaag, behalve de bovenste parkeerlaag, dient een centrale schoonmaakkasten van minimaal 1m² te hebben, voorzien van een afsluitbare deur, tegelwerk tot 1,00m hoogte en een uitstortgootsteen met vuilwaterafvoer en koud stromend water.
6.10
Ruimten voor nutsbedrijven (verdeel- en meterkasten)
a. Zonnepanelen op het dak leveren de stroomvoorziening voor alle installaties. Aanvullend sluit De parkeergarage aan op een hoofdaansluiting van het plaatselijke energiebedrijf en op het waterleidingbedrijf. Via een verdeelkast worden alle installaties van elektriciteit voorzien. b. De verdeelkast is minimaal 1,20m breed en dient een voor het publiek afgesloten deel van de publieksruimte te zijn en bestand tegen molest/vandalisme (hufterproof). c. De opstelling van voertuigen van het nutsbedrijf dient zodanig te kunnen plaatsvinden dat de bereikbaarheid voor voetgangers en automobilisten niet wordt verstoord.
HACB
Programma van Eisen Ontwerp nieuwbouw Parkeergarage Zuid te Nieuwegein
Hoofdkantoor Eneco Rotterdam
Pagina 22 van 34
7 Fundering en constructieve opbouw
7.1
Inleiding
De vertaling van dit PvE naar ontwerpen dient te worden weergegeven in een eenduidig en consequent grid op basis van een X-Y-assenstelsel. Daaraan dienen details van de parkeergarage te refereren, ongeacht de parkeerlaag. Aan dat grid zijn elementen te koppelen, zoals fundering (palenplan), voortzetting naar hoofddraagstructuur (kolom, wanden en vloeren), bouwkundige detaillering, installaties (E, W, T, P), parkeerplaatsen, hellingbanen, et cetera. Uitgangspunt is dat de parkeergarage een levensduur van tenminste 75 jaar heeft. 7.2
Normen en richtlijnen
Voor het ontwerp zijn de Eurocodes 0 tot en met 9 van toepassing, conform het Bouwbesluit 2012. Op deze normen zijn nog Nationale Bijlagen van toepassing. De maximale belasting treedt op als de capaciteit van de garage volledig wordt benut onder alle weersomstandigheden. Voor de veranderlijke belasting moet worden uitgegaan van minimaal 2,0 kN/m2 (200 kg/m2) voor voertuigen tot een gewicht van 2.500kg. Volgens de NEN-EN 1991 1- 1+C1:2002+C11:2019+NB:2019 Algemene belastingen van december 2011. Verder moeten de vloeren worden berekend op een puntlast van 10 kN (1.000 kg). Indien het dak ook als parkeerlaag wordt gebruikt dan moet worden uitgegaan van een vloerbelasting van 5,0 kN/m2 (500 kg/m2). 7.3
Classificatie, betrouwbaarheid en levensduur
De berekening van de constructie van de garage moet voldoen aan de genoemde Eurocodes. Het constructieve ontwerp moet conform NEN-EN 1990 en Nationale Bijlage (2011) voldoen aan: - Gevolgklasse CC2 - Betrouwbaarheidsklasse RC2 - Ontwerplevensduur minimaal 75 jaar - Belastingfactoren (nader te bepalen) - Voor belastingcombinaties NEN-EN 1990 6.4.3 en 6.5.3 aanhouden voor UGT (uiterste grenswaarde) en BGT (bruikbaarheidsgrenstoestand) Voor de aanrijdbelasting door aanrijding moet worden uitgegaan van tabel 4.1 van de NEN-EN 19917 2011 en Nationale Bijlage 2011. (Fdx is 100kN en Fdy=50 kN). De aanrijdbelasting dient berekend te worden bij 30 km/u. 7.4
Ontwerpgeschiedenis voormalige parkeergarage
Op het bouwperceel heeft in een eerdere fase een tijdelijke 4-laagse bovengrondse parkeergarage gestaan. Deze is gedemonteerd en verplaatst. Bij de demontage is de paalfundering niet verwijderd. Deze bevindt zich dus nog in de ondergrond. Gegevens over de locatie en kwaliteit zijn in onderzoek. De volgende onderzoeken zijn uitgevoerd: 1. Enkele proefsleuven gegraven. 2. Over het gehele terrein radarmetingen tot 2,5m diep onder het maaiveld. 3. Navraag bij de aannemer die de parkeergarage heeft gebouwd. 4. Aannemer/beherende partij die de parkeergarage demonteerde. 5. Revisietekeningen. 6. Navraag in het vergunningendossier van de gemeente Nieuwegein. 7. Gebruik van gegevens in de omringende omgeving (parkeergarage St. Antonius Ziekenhuis). 8. Het vergunningendossier van de gemeente Nieuwegein. Deze onderzoeken hebben geen indicatie van de ligging, diepte c.q. kwaliteit van de funderingsresten opgeleverd. Binnen de scope en planning van het opstellen van dit PvE zijn specifieke grondonderzoeken niet uitgevoerd. In dit stadium is een indicatie van funderingsmogelijkheden te verkrijgen uit de tekeningen “… Uitvoeringsontwerp-tekeningen”,
HACB
Programma van Eisen Ontwerp nieuwbouw Parkeergarage Zuid te Nieuwegein
Hoofdkantoor Eneco Rotterdam
Pagina 23 van 34
Ballast Nedam-Nieuwegein, Uitbreiding tijdelijk parkeergarage AZN; projectnummer 10070002, 2007 …”. In de ontwerpprocesfase worden op basis van aanvullend grondonderzoek de definitieve uitgangspunten en eisen bepaald. Daarbij zal ingegaan dienen te worden op: 1. Grondwater. 6. Bouwrijp maken. 2. Bodemopbouw. 7. Bouwplan. 3. Bodemgesteldheid. 8. Uitvoeringsvarianten. 4. Verontreinigingen. 9. Wijze van funderen. 5. Het bouwterrein 7.5
Bouwperceel
Het bouwperceel is onderdeel van het gemeentelijk kavel (kadastrale aanduiding opnemen). 7.6
Constructief ontwerp en bouwmethodiek
Voor de parkeergarage dient een constructief ontwerp te worden opgesteld. Per projectfase dienen daarin tenminste de volgende punten te zijn uitgewerkt. • Constructieve ontwerpgeschiedenis met afwegingen en besluitvorming over tenminste belastingschema’s, palenplan, liftschachten, draag- en balkconstructies, kolomstramien, stabiliteit, koven, wanden, hellingbanen, vloeren, dakconstructies, brandwerendheid en vochtwering. • Fasering. • Gevolgen van doorvoeren, detectielussen, installaties, et cetera voor de constructieve detaillering. • Een risicoprofiel met beheersmaatregelen per risico van de gevolgen van het constructief ontwerp van de parkeergarage voor de kwaliteit, kosten en planning.
HACB
Programma van Eisen Ontwerp nieuwbouw Parkeergarage Zuid te Nieuwegein
Hoofdkantoor Eneco Rotterdam
Pagina 24 van 34
8 Bouwkundige afwerking
8.1
Inleiding
Dit hoofdstuk is van toepassing op situaties, toestanden en belastingen van het oppervlak van en in de parkeergarage. Onderscheiden worden parkeerdaken, tussendekken, onderste vloeren, kolommen, technische ruimten, hellingbanen, loopvlakken en opgangen. Alle onderdelen dienen vandaal- en graffitibestendig te zijn. Afwerkingen dienen afgestemd te worden op de eisen die in andere hoofdstukken worden beschreven. Oplossingen dienen minimaal 10 jaar schriftelijk gegarandeerd te voldoen aan de eisen. 8.2 Wanden en kolommen
a. Buitenwanden onder maaiveld zijn van beton of staal (eindwanden). Boven maaiveld zijn andere materialen toegestaan. b. Binnenwanden zijn van beton en/of van steenachtig(e) materia(a)l(en). c. Alle binnenwanden dienen glad (en in geval van betonwanden: zonder grindnesten) te worden toegepast. Bij in het zicht blijvende beton dienen alle voorkomende oneffenheden zoals gaten, stortnaden en grindnesten van geringe omvang te worden gerepareerd en uitgevlakt. Diepere gaten, naden en grindnesten naar behoren opvullen en eveneens uitvlakken. De reparaties mogen niet leiden tot kleurverschil. Voor andere toepassingen, anders dan beton, gelden de eisen die gelijkwaardig zijn voor beton-toepassing. d. Er dient specifieke aandacht te worden geschonken aan de afwerking en detaillering van de buitenzijde van de wanden. e. Toe te passen afwerking en/of bekleding van de buitenzijde van de wanden boven maaiveld, dient in overleg en samenwerking met de gemeente te worden bepaald. In het algemeen kan hierover worden gesteld dat de parkeergarage herkenbaar en vandalismebestendig moet zijn (incl. anti-graffitilaag). f. Als parkeervakken aan wanden grenzen, dan dient over een hoogte van 0,50 m gerekend vanaf de vloer een zwarte band te worden aangebracht (geschilderd). g. Op kolommen dient over een hoogte van 0,75 m, gerekend vanaf de vloer, een zwarte band te worden aangebracht (geschilderd).
h. Vuilaanhechting op wanden en kolommen dient te worden tegengegaan. Behang op wanden wordt niet toegestaan. Wanden en kolommen dienen zodanig te worden voorbereid, dat vuilaanhechting eenvoudig “met de hand” kan worden verwijderd. i. Op kolommen en langs parkeerwegen nabij opgangen en bij hoeken in wanden dient aanrijdbeveiliging te worden aangebracht. Vangrails zijn niet toegestaan. j. Alle wanden worden vlak uitgevoerd. k. Wanden van liften dienen uitgevoerd te worden in materiaal dat bestand is tegen zwaar gebruik en vandalisme. Het materiaal dient eenvoudig schoon te maken te zijn. l. Binnenruimten van liften dienen voorzien te zijn van leuningen en stootranden. Leuningen in roestvrijstaal en minimaal 5 cm ruimte tussen wand en leuning. 8.3
Vloersystemen, plafonds, dak en hellingen
a. Op de afwerking van vloeren is de NEN2747 van toepassing. Dit is de opvolger van de NEN2743 (in werk vervaardigde vloeren). b. Alle vloeren zijn van betonkwaliteit of gelijkwaardig. Indien andere vloeren worden toegepast, dan gelden de eisen die gelijk zijn aan de eisen die aan betonvloeren worden gesteld c. Indien betonvloeren worden toegepast, dan dienen die te worden gevlinderd en volledig egaal te worden opgeleverd. Een eventuele afwerking van de vloeren met een vloercoating valt buiten de scope van dit PvE. Daarvoor zal een apart PvE worden opgesteld. d. De verdere afwerking en/of bekleding van vloeren van diverse ruimten dienen te worden afgestemd op de hoofdstukken 3 en 4.
HACB
Programma van Eisen Ontwerp nieuwbouw Parkeergarage Zuid te Nieuwegein
Hoofdkantoor Eneco Rotterdam
Pagina 25 van 34
e. Alle vloeren en parkeerlagen dienen aantoonbaar waterdicht te zijn en bestand zijn tegen de meest extreme weersomstandigheden (inclusief thermische belasting). Scheuren en open naden hierin mogen gedurende 20 jaar niet voorkomen. f. Tussendekken zijn, ten opzichte van de begane grond vloer en het bovendek, onderhevig aan afwijkende thermische belastingen. De afwerking mag afwijken van het onderdek, dak c.q. hellingbanen, maar dient te voldoen aan de NEN-2743. g. De toplaag van elke vloer dient vloeistofdicht te zijn, alsmede gegarandeerd gedurende minimaal 20 jaar bestand zijn tegen remkrachten en slijtage als gevolg van het berijden, olie, dooizouten en water. h. Vloeren dienen onder alle weersomstandigheden glad, vlak, voldoende stroef (NEN norm?), slijtvast en ontdaan van cementsluiers c.q. oneffenheden te worden afgewerkt. Monolithische afwerking (met toevoeging van kwarts of carborundum) is toegestaan, maar mogen het bouwproces en kwaliteit van vloeren niet verstoren (krimpscheuren). Er dient zéér terughoudend te worden gehandeld als nabehandeling met curing compound plaatsvindt. i. Betonvloeren dienen te worden gecoat (minimale laagdikte 3 mm). j. Indien het dak in beton wordt uitgevoerd dan dient deze aan de binnen- en buitenzijde glad en zonder grindnesten te worden toegepast (prefab). k.
Ten aanzien van de bereikbaarheid voor automobilisten en voetgangers van daken stelt de gemeente nadere eisen. De waterdichte bekleding van daken en eventueel overige voorzieningen, met name indien er sprake is van een openbare bestemming of bestemming voor derden, dient in overleg met de gemeente bepaald te worden. l. Aan plafonds in de garage voorzieningen aanbrengen, zodanig dat geen condensvorming kan ontstaan, bijvoorbeeld door het aanbrengen van houtwolcement tegen het plafond. 8.4
Entree(s) en trappenhuizen
a. Het hoofdtrappenhuis moet direct aansluiten op de openbare ruimte aan de Doorslag. b. Op elke locatie in de parkeergarage dient binnen een straal van 30 meter een vluchtweg voor voetgangers aanwezig te zijn. c. Zijwanden moeten vuilafstotend zijn. Vuil moet met de hand verwijderd kunnen worden. d. Treden en bordessen van hoofdopgangen dienen in een hoogwaardige kwaliteit met hoogwaardige materialen te worden uitgevoerd. Voorstellen daarvoor dienen ter goedkeuring te worden voorgelegd aan de gemeente Nieuwegein. e. Deuren in trappenhuizen dienen als transparante glasdeur (veiligheidsglas) te worden uitgevoerd. f. Alle voor publiek toegankelijke deuren moeten voorzien zijn van elektrische sloten die vanuit de beheerdersruimte bediend kunnen worden. Waar nodig moeten deze deuren ook ontsloten kunnen worden door het publiek d.m.v. een toegangscontrolesysteem. g. De toegangen naar het hoofdtrappenhuis dienen voorzien te zijn van doorzichtige, transparante automatische deuren. De toegangen van de centrale voetgangersentree op de begane grond, tussen de parkeergarage en de openbare ruimte, is een doorzichtige, transparante automatische schuifdeur. h. Ontwerpvoorstellen voor de entree(s) en trappenhuizen dienen goedgekeurd te worden door de veiligheidsregio Utrecht en gemeente Nieuwegein. i.
Er is geen hoogteverschil tussen de garagevloer en de verdiepingsvloer van de trappenhuizen. j. Alle toegangsdeuren en liften dienen te voldoen aan de eisen voor gebruik door minder-validen en gehandicapten. k. Alle deuren zijn aan beide zijden voorzien van 0,40m hoge (vanaf de onderkant) roestvrij stalen (of gelijkwaardig) schopplaten. l. Deuren van trappenhuizen die een brandscheidende functie hebben, dienen voorzien te zijn van brandwerende deuren (minimaal 30 minuten brandwerend) met glaspanelen (minimaal 1,5m2). m. Kozijnen dienen vlak in de deur verwerkt te worden. Er zijn geen uitstekende onderdelen. 8.5
Nagalm
Overal in de parkeergarage mag de nagalmtijd maximaal 2 seconden bedragen. 8.6
Afwerking kabels en leidingen
a. Standleidingen, hemelwaterafvoeren en dergelijke dienen niet aan de buitenzijde van de gevel te worden aangebracht. Bovendien mogen zij de functie(s) van de ruimte waarin zij zich bevinden niet de functie aantasten.
HACB
Programma van Eisen Ontwerp nieuwbouw Parkeergarage Zuid te Nieuwegein
Hoofdkantoor Eneco Rotterdam
Pagina 26 van 34
b. Alle leidingen en toebehoren dienen te worden weggewerkt, bijvoorbeeld door instorten van de leidingen en toebehoren of wegwerken achter (verlaagde) plafonds, in leidingschachten of kabelgoten. Leidingen in publieksruimten die niet weg te werken zijn, dienen vandalismebestendig (of hufterproof) te zijn en onderhoudsarm afgeschermd te worden. c. Leidingen mogen niet onder balken doorlopen. d. Leidingen met een kans op condensvorming, dienen afdoende geïsoleerd te worden. 8.7
Materialisatie en afwerkingsniveau
De keuze van toe te passen materialen in publieksruimten dient duurzaam, vandaal en graffitibestendig te worden toegepast. Per ruimte dient een overzicht te worden gegeven van toe te passen materialen en afwerkingsniveau met betrekking tot: a. In- en uitrit j. Afzonderlijke parkeerdekken b. Speedgates k. Afzonderlijke hellingbanen c. Deuren l. Wachtruimten d. Sloten m. Lift- en trapopgangen e. Noodverlichting n. Betaalruimte f. Alle entrees (auto en voetgangers) o. Technische ruimten g. Gangen p. Bergingen en werkkasten h. Noodtrappenhuizen q. Pompruimten i. Opslagruimten r. Containerruimten 8.8 Kozijnen, ramen, hang- en sluitwerk Gevelopeningen
a. Gevelopeningen die geen raam- of deuropeningen zijn, dienen te worden afgesloten door onderhoudsvrij, vandalisme- en inbraakbestendige afscheidingen, zodanig dat ongewenste personen c.q. dieren geen toegang krijgen tot de parkeergarage, bijvoorbeeld met een gevlochten of spijlenrooster met een beperkte maaswijdte van 30 mm. of gelijkwaardig. De roosters dienen eenvoudig te reinigen te zijn en op eenvoudige wijze gedemonteerd en opnieuw aangebracht te kunnen worden. b. De luchtdoorvoer voor de natuurlijke ventilatie moet echter wel gewaarborgd blijven. c. Regeninslag moet voorkomen worden. Ramen
Ramen dienen voorzien te worden van doorzichtige, inbraak- en brandwerende ruiten. In de buitengevels mogen draairamen of draai-/kiepramen niet worden toegepast. Deuren
a. Alle deuren dienen te voldoen aan de eisen voor inbraakwering, vandalismebestendigheid en brandveiligheid. b. Deuren dienen volledig transparant te zijn. c. Alle kozijnen moeten eenvoudig schoon te maken zijn en onderhoudsarm zijn. d. Deuren van vluchtwegen en deuren in de gevel dienen voorzien te worden van een deurstandsignalering die op panelen in de beheerdersruimte c.q. Particuliere Alarm Centrale (PAC) aangesloten worden. Vloer- en plafondopeningen
a. Posities en afwerking van openingen worden in overleg met de gemeente bepaald. b. Vloer- en plafondopeningen dienen zo veel als mogelijk toegepast te worden om te bevorderen dat licht in het gebouw maximaal kan toetreden. c. De bepaling van de posities alsmede de afwerking van vloer- en plafondopeningen vindt na goedkeuring van de gemeente plaats. d. Vloer- en plafondopeningen mogen niet leiden tot toetreding van water, vervuiling, verblinding, schittering, personen c.q. dieren in de parkeergarage c.q. silhouetvorming door tegenlicht. 8.9
Doorrijdbeveiliging
a. Vangrails en biggenruggen (of gelijkwaardige opstanden) mogen niet worden toegepast. b. Paaltjes en hekwerken mogen uitsluitend na goedkeuring van de gemeente worden toegepast.
HACB
Programma van Eisen Ontwerp nieuwbouw Parkeergarage Zuid te Nieuwegein
Hoofdkantoor Eneco Rotterdam
Pagina 27 van 34
8.10 Sluitplan
De opzet van het sluit-/sleutelplan van alle ruimten dient deel uit te maken van het ontwerp. De Veiligheidsregio dient daaraan haar goedkeuring te geven.
HACB
Programma van Eisen Ontwerp nieuwbouw Parkeergarage Zuid te Nieuwegein
Hoofdkantoor Eneco Rotterdam
Pagina 28 van 34
9 Installaties
9.1
Inleiding
De keuze voor fabrikanten van installaties moet aansluiten bij installaties die in de andere gemeentelijke parkeergarages al in gebruik zijn. In de reeds bestaande, externe beheerdersruimte, dient het functioneren van alle installaties te kunnen worden geschakeld, gesignaleerd en gecontroleerd op storingen en alle overige meldingen. Deze dienen ook op afstand uitgelezen en bestuurd te kunnen worden. Indien in de externe beheerdersruimte geen beheerder aanwezig is, moeten de storingen en alle overige meldingen doorgezet worden naar de betreffende leverancier, een centraal meldpunt en/of een mobiel apparaat. Alle installaties dienen zodanig te worden voorbereid, dat bij ingebruikname de integraliteit van functioneren gewaarborgd is. Alle problemen die ontstaan door niet op elkaar aansluitende installaties worden door de gemeente Nieuwegein niet geaccepteerd. 9.2
Werktuigbouwkundig
a. De hoofdentree voor auto’s dient tussen de openbare ruimte en de begane grond te worden voorzien van een afgedekte en overrijdbare opvanggoot voor (hemel)water of andere vloeistoffen. b. (Hemel)water of andere vloeistoffen die op de hellingbanen of de parkeervloeren terecht komen, dienen naar het centrale punt afgevoerd te worden waarin een af te sluiten pompput is gepositioneerd. In deze pompput dienen 2 dompelpompen met voldoende capaciteit te worden aangebracht, die afzonderlijk en gelijktijdig moeten kunnen functioneren. c. Opvanggoten en afvoeren dienen voldoende gedimensioneerd te zijn om het water van een hoosbui met een intensiteit van 50mm/uur te verwerken. d. Voor de afvoer van sanitaire toestellen dient een aparte af te sluiten en stankdichte pompput. te worden aangebracht. In de aansluiting van de afvoerleiding op deze pompput dient een vermaler geplaatst te zijn. Deze pompput dient voorzien te zijn van 2 dompelpompen met voldoende capaciteit, die afzonderlijk en gelijktijdig moeten kunnen functioneren. e. Vanuit alle pompputten worden het (hemel)water of andere vloeistoffen via een persleiding naar een afscheider geleid. De afscheider dient minimaal olie, benzine, vet en slib af te kunnen scheiden en wordt aangesloten op het openbare rioolstelsel van de gemeente.
De afscheider dient zodanig te worden gepositioneerd binnen de parkeergarage dat lediging van de reststoffen (middels een zuigwagen) van buitenaf onder normale omstandigheden mogelijk is. f. Rioleringsleidingen moeten van gegalvaniseerd ijzer zijn. g. Waar nodig dienen ontstoppingsputten te worden aangebracht. h. Alle buisleidingen en kabelgoten dienen ter plaatse van vloeren, wanden en plafonds waterdicht te worden doorgevoerd. i. In verschillende ruimten in de parkeergarage zijn diverse klimaatbeheersingsinstallaties noodzakelijk: • Hoofdentree voetgangers (publieksruimte) ruimte dient voorzien te zijn van een luchtbehandelingsinstallatie die onder alle omstandigheden kan voorzien in een temperatuur van maximaal 25˚C. • De centrale technische ruimte dient te beschikken over een klimaatbeheersingsinstallatie (+overdruk). • Technische ruimten die gebruikt worden voor plaatsing van computersystemen dienen te beschikken over airconditioning • Trappen en liften dienen goed geventileerd te kunnen worden. De liftinstallatie dient verwarmt te kunnen worden. • Ook bergruimten dienen goed geventileerd te kunnen worden. • De bergruimte van 25 m2 voor de schoonmaakmachine/veegwagen dient goed geventileerd en verwarmd te kunnen worden. • In de sanitaire ruimten dient mechanische ventilatie aanwezig te zijn. HACB
Programma van Eisen Ontwerp nieuwbouw Parkeergarage Zuid te Nieuwegein
Hoofdkantoor Eneco Rotterdam
Pagina 29 van 34
•
In alle ruimten met een watervoorziening/-aansluiting dient minimaal een vorstbeveiliging aanwezig te zijn. Waterleidingen in de overige ruimten dienen goed te worden geïsoleerd. In de ruimte waar parkeertickets en onderdelen kunnen worden opgeslagen dient verwarming aanwezig te zijn.
•
Waterinstallaties
a. Alle koudwaterinstallaties zijn aangesloten op een centrale watermeter die gepositioneerd wordt in een aparte en goed bereikbare ruimte op de begane grond. b. Alle watertappunten dienen afzonderlijk te kunnen worden afgesloten. c. Alle kranen in de toiletruimtes zijn verchroomd, zelfsluitend en waterbesparend. 9.3
Brandveiligheid
a. De parkeergarage dient voor alle parkeerlagen een brandveilige situatie te bieden. b. De parkeergarage is 365 dagen jaar 24/7 toegankelijk voor parkeerders. c. De volgende installaties kunnen van invloed zijn op het ontstaan en/of de gevolgen van brand: • Elektrische installaties. • Betaalinrichting. • Aarding en bliksembeveiliging. • Laadvoorzieningen. • Ventilatie. • Parkeermanagementsysteem. • Liften. • Brandmeld- en ontruimingsinstallatie. • CCTV. • CO/LPG installatie (indien van toepassing). • Toegangscontrolesysteem. • Sprinklerinstallatie indien van toepassing • Deursluitingssystemen. • Geluid- en omroepinstallatie. d. Zoals in paragraaf 3.6 beschreven vormen elektrische voertuigen een additioneel risico ten opzichte van conventionele voertuigen (op fossiele brandstof). Indien uit het overleg met de brandweer/veiligheidsregio aanvullende eisen ten opzichte van de hier vermelde naar voren komen, dienen deze onverkort te worden toegepast, ook indien tijdens de bouw daar wijzigingen in plaats vinden. e. Per parkeerlaag dienen voldoende handblussers (9kg) in een afgesloten kast aanwezig te zijn. f. De geldende wet- en regelgeving ten aanzien van brandveiligheid is primair gericht op de veiligheid van aanwezigen, de beperking van de uitbreiding van brand en het voorkomen van nadelige gevolgen voor het milieu en de omgeving. g.
Het is geen vereiste dat de brandmeld- en ontruimingsalarminstallaties een directe doormelding geven aan een Regionale Alarm Centrale (RAC). Wel dient een doormelding plaats te vinden naar een Particuliere Alarm Centrale (PAC) en de externe beheerdersruimte. h. De parkeergarage wordt uitsluitend gebruikt door (elektrische) motorvoertuigen in de categorie B. In de parkeergarage vindt geen (grootschalige) opslag plaats van goederen. Gelet op het voorgaande dient een brand van een (elektrische) motorvoertuig als maatgevend te worden aangehouden. i. De brandmeldinstallatie dient een beginnende brand tijdig te signaleren en te lokaliseren. j. De gasdetectie-installatie dient CO/LPG tijdig te signaleren k. De brandmeld- en gasdetectie-installatie zijn aangesloten op de ontruimingsinstallatie. Deze geeft direct voldoende informatie (akoestisch en optisch) op basis waarvan aanwezigen de parkeergarage zo veilig mogelijk kunnen verlaten. l. Er is een brandweeropstelplaats in de openbare ruimte direct bij de centrale voetgangersentree gesitueerd met aan de buitengevel van de parkeergarage, op 2,5m hoogte, een rood flitslicht m. Direct onder het flitslicht, op 1,2m hoogte, is een sleutelkluis gepositioneerd welke is afgesloten met een regiocilinder, met daarin een complete set sleutels van de parkeergarage/fietsenstalling. n.
Direct achter de deur van de ingang van de centrale voetgangersentree hangt het brandweerpaneel met rood flitslicht. o. Binnen 30 meter van de brandweeropstelplaats is een primaire bluswatervoorziening van voldoende capaciteit aanwezig. Tevens moeten er rondom de parkeergarage voldoende ondergrondse hydranten met een capaciteit van minimaal 1.000 liter/minuut aanwezig zijn.
HACB
Programma van Eisen Ontwerp nieuwbouw Parkeergarage Zuid te Nieuwegein
Hoofdkantoor Eneco Rotterdam
Pagina 30 van 34
Brandmelding, –detectie en ontruiming
a. De brandmeldinstallatie moet ontworpen en aangelegd worden op basis van NEN-2535. In overleg met de Veiligheidsregio dient de toepassing van opties te worden afgesproken, zoals verificatie van meldingen en verloop van uitgangssignalen naar besturings- en/of doormeldapparatuur. b. Bij een brandalarm moeten vanuit de PAC en de externe beheerdersruimte de volgende onderdelen in de parkeergarage kunnen worden bediend: • Toegangen. • Flitslicht bij de brandweeringang. • Vluchtdeuren. • Doormeldeenheid naar de PAC en externe beheerdersruimte. • Ontruimingsinstallatie. • Brandweerpaneel (+nevenpaneel). c. De parkeergarage is voorzien van een ontruimingsinstallatie. Deze dient te worden uitgevoerd als een luid alarm (type B installatie). In de gehele parkeergarage moeten naast de akoestische signaalgevers ook optische signaalgevers (flitslichten) worden toegepast. d. Het ontruimingsalarm moet handmatig geactiveerd kunnen worden via de PAC of vanuit de externe beheerdersruimte, danwel de handmelders. e. Het ontruimingsalarm wordt automatische ingeschakeld door alle brandveiligheidsinstallaties of de CO/LPG-detectie bij signalering. f. De gehele parkeergarage is wat betreft ontruiming één alarmeringszone. Gasdetectie
Indien vereist, dan moet de parkeergarage voorzien worden van voldoende aantallen adequate COen LPG detectoren. De (posities van) detectoren dienen vandalisme- en aanrijdingsproof te zijn. Inbraakalarm
De parkeergarage moet voorbereid zijn op de installatie van een inbraakalarm. Een dergelijk alarmsysteem beveiligt onder andere alle trappenhuizen, de vluchtdeuren en de entrees. 9.4
Elektrotechnisch
a. Alle parkeerplaatsen in het private deel moeten volledig zijn voorbereid op elektrisch laden. b. Parkeerlaag +2 moet volledig voorbereid zijn op elektrisch laden, parkeerlaag 0 gedeeltelijk. c. De hoofdverdeelinrichting van de parkeergarage is voorzien van een gescheiden systeem voor elektrische laden en de overige elektrische installaties met aparte stroommeters. d. Ieder systeem moet van voldoende omvang zijn om alle voorbereide elektrische parkeerplaatsen van voldoende stroom te kunnen voorzien. e. Zonnepanelen hebben een direct aansluiting op de ruimte waarin de hoofdverdeelinrichting van de parkeergarage is geplaatst. f. Opslag van energie, opgewekt door de zonnepanelen, vindt plaats in een aparte ruimte naast de ruimte waarin de hoofdverdeelinrichting is geplaatst. g. In de parkeergarage dient uitsluitend ledverlichting te worden toegepast. Alle verlichting moet automatisch schakelen bij beweging en/of daglichtperiode. De verlichting moet per parkeerlaag in zones aan te sturen zijn middels sensoren. h. De groepenindeling van de verlichting moet per parkeerlaag conform de zone-indeling ingericht worden. i. De parkeergarage moet een volwaardige bliksembeveiligingsinstallatie hebben. j. De parkeergarage dient te worden aangesloten op het landelijke elektriciteitsnetwerk. De garage moet kunnen beschikken over zowel een 1-fase (230V) als een 3-fasenaansluitng (400V).
Hoogspanning wordt getransporteerd naar installaties via de hoofdverdeelinrichting. k. In de parkeergarage dienen overal slagvaste en vloeistofdichte verlichtingsarmaturen van de hoogste categorie te worden toegepast. l. In iedere ruimte, behoudens de parkeervloeren, dienen in overleg met de gemeente voldoende wandcontactdozen van voldoende vermogen te worden aangebracht. Noodverlichting
De noodverlichting dient te worden uitgevoerd als een altijd functionerend centraal noodverlichtingssysteem. Noodstroom
De parkeergarage moet kunnen worden voorzien van noodstroom. Deze moet zonder onderbreking de netspanning kunnen overnemen. De eerste minuten wordt de stroomvoorziening verzorgd door een UPS (uninterruptable power supply) met zelfstandige inschakeling binnen 5 seconden. Hierna
HACB
Programma van Eisen Ontwerp nieuwbouw Parkeergarage Zuid te Nieuwegein
Hoofdkantoor Eneco Rotterdam
Pagina 31 van 34
neemt de noodstroom dit over en laadt de UPS weer op. De start-up-tijd van de noodstroom is maximaal 5 seconden. De systemen in de parkeergarage schakelen de noodstroom direct in bij het signaleren van een stroomstoring. De noodstroom moet voldoende capaciteit leveren om alle installaties in de parkeergarage minimaal 8 uur te laten functioneren. 9.5
Veiligheid
a. Voor alle gebruikers dient voldoende veiligheid te worden geboden. Adequate maatregelen dienen het gevoel van onveiligheid te voorkomen. Oneigenlijk gebruik moet worden uitgesloten. b. Het toezicht moet altijd in alle ruimten waar mensen komen optimaal zijn, ook op afstand. c. Algemeen • De openingstijden dienen bij de hoofdentree voor gebruikers duidelijk te zijn weergegeven. • Het parkeertarief per tijdseenheid en het maximale dagtarief dienen bij elke rijstrook, entree duidelijk te worden weergegeven. • De parkeergarage dient nabij de stijgpunten voor voetgangers op elke verdieping een duidelijk gepositioneerde vanuit de looprichting zichtbare, brandwerende en vandaalbestendige prullenbak of depots voor klein afval te bevatten. • Niveauverschillen (hellingbanen, trapruimten, eindwanden) dienen zodanig afgeschermd te worden dat volwassenen en kinderen nooit naar beneden kunnen vallen. • Alle bouwkundige afwerkingen mogen geen scherpe randen hebben en dienen voldoende vrije ruimte tussen wanden te hebben, zodanig dat verwondingen worden uitgesloten. d. Betaalapparatuur. • Er dient in de hoofdentree voldoende opstelruimte te zijn voor maximaal 4 volautomatische betaalautomaten inclusief een directe stroomaansluiting, waarvan er minimaal 1 geschikt is voor muntbetalingen. • De opstelruimte moet strategisch worden gesitueerd op de begane grond bij trappenhuizen en/of liften.
Er moet rekening worden gehouden met plaatsing van minimaal 3 betaalautomaten in de hoofdentree en eventueel 1 betaalautomaat in een entree in de zuidwesthoek van de parkeergarage (naast hoofdentree St. Antonius ziekenhuis). e. De parkeergarage dient volledig afsluitbaar te zijn met speedgates, gekoppeld aan het PMS. f. Het private parkeerdeel dient afgescheiden te zijn van de parkeergarage waarbij de toegang volledig afsluitbaar is met een speedgate die gekoppeld kan worden aan het PMS. g. Op wanden en/of deuren buiten de parkeergarage moeten de naam en het telefoonnummer van de beheerder duidelijk leesbaar zijn aangebracht. h. Voetgangersentrees dienen hufterproof te worden uitgevoerd. i. Alle hoofdentrees voor voetgangers dienen toegankelijk te zijn voor rolstoelgangers, blinden en slechtzienden. j. In- en uitritten voor de auto dienen onafhankelijk van elkaar te openen en af te sluiten te zijn. k. De afsluiting van een inrit dient kenbaar te zijn met een zichtbaar signaal dat net zolang werkt tot de inrit gesloten is. De afsluiting dient ook te bedienen te zijn vanuit de beheerdersruimte. l. Zichtobstakels, zoals kolommen, wanden, deuren, moeten zó ontworpen worden dat sociale onveiligheid niet optreedt. m. Donkere hoeken en schaduwwerking op parkeervloeren mogen niet optreden. Een gelijkmatige en voldoende lichtsterke dient daarin te voorzien. n.
Alle leidingen dienen te worden ingestort of zodanig afgewerkt in een gesloten kabel-/ leidingengoot dat zij volledig hufterproof zijn. o. Het toezicht moet in ruimten, waar mensen zijn, optimaal zijn. Daartoe dient een vandalismebestendige intercom- en camerasysteem te worden toegepast. De camera’s dienen onder slechte zichtomstandigheden beelden met duidelijk lees- en zichtbare kenteken- en gezichtsherkenning op te kunnen nemen. De CCTV-beelden dienen te voldoen aan wet- en regelgeving. p. De observaties dienen in ieder geval gericht te zijn op alle in- en uitgangen voor auto’s en voetgangers, betaalautomaten, liftportalen (ook in de liften) en overige intercomlocaties. q. Elke parkeervloer dient heldere oriëntatiepunten te hebben die naar opgangen verwijzen. 9.6
Verlichting
a. Alle verlichtingsonderdelen dienen duurzaam te zijn en bestand tegen alle vormen van vandalisme, criminaliteit en inslag. b. De verlichting dient na openstelling van alle parkeerlagen minimaal 5 jaar aan de volgende verlichtingssterkte te voldoen, zonder dat ze vervangen hoeven te worden:
Programma van Eisen Ontwerp nieuwbouw Parkeergarage Zuid te Nieuwegein HACB
Hoofdkantoor Eneco Rotterdam
Pagina 32 van 34
Tabel: Minimale verlichtingssterkte in ruimtes Ruimte Sterkte op werkvlak
Verlichtingsterkte (lux) 25
Gelijkmatig heidsindex 0.30 0.50 0,50 0.50
Entree straatzijde In- uitritten: • Dagsituatie • Nachtsituatie Parkeervloer
Vloer
Vloer
400 100 200
Hellingbaan
Vloer
100
0.50
Vloer
Betaalautomaten (op bedienpaneel)
0,80m +vloer
400
0.80
Betaalruimte
Vloer
200
0.50
Noodtrappenhuizen
Vloer
200
0.50
Technische ruimte
Vloer
200
0.50
Magazijn/opslag
Vloer
200
0.50
Containerruimte
Vloer
200
0.50
Werkkasten
Vloer/gehele kast
100
0.50
Liften
Vloer
200
0.50
Noodverlichting
Vloer
50
0.30
Op overige/onoverzichtelijke plaatsen
Vloer
60
0.30
c. Dit verlichtingsschema dient te worden aangevuld op basis van NSVV-publicatie “Verlichten van parkeergarages, parkeerdekken en -terreinen; november 2019” (zie §3.2). d. Hoofdlooproutes, kruispunten van looproutes met de parkeerwegen en -opgangen dienen duidelijk gemarkeerd te worden. Accentverlichting is daarbij een optie. e. De verlichtingssterkten worden tijdens het ontwerpproces vastgesteld door de gemeente. f. Noodverlichting moet voldoen aan eisen van de Veiligheidsregio Utrecht en aan het Bouwbesluit. g. Voor de verlichting dienen voldoende groepen beschikbaar te zijn. Daarbij dient rekening te worden gehouden met (een mogelijke) uitbreiding van minimaal 20% van de stroomafname. Synoptisch paneel
a. De parkeergarage dient te worden aangesloten op de beheerderruimte van de parkeergarage Stadshuis. b. Vanuit de beheerderruimte dienen de verlichting, betaalinrichtingen, camerabeelden, parkeerinstallaties, intercomoproepen, toegangen, brandmeldingen, et cetera te controleren en te bedienen te zijn. c. Het geheel moet modulair uitgebreid kunnen worden. d. Het paneel moet na overleg met de Veiligheidsregio worden geplaatst. De brandmeldinstallatie dient signaleringen en meldingen conform NEN 2535 toe te voegen aan het synoptisch paneel. Ontruiming en omroepinstallatie
De parkeergarage dient te worden voorzien van een ontruimingsinstallatie door middel van slowwhoop in geval van brand, attentie- en ontruimingstonen. De installatie dient geschikt te zijn voor
Programma van Eisen Ontwerp nieuwbouw Parkeergarage Zuid te Nieuwegein HACB
Hoofdkantoor Eneco Rotterdam
Pagina 33 van 34
gesproken woord, omroep en muziek. De installatie dient te kunnen worden aangestuurd door de brandmeldinstallatie en vanuit de beheerdersruimte in parkeergarage Stadshuis. Deze dient te voldoen aan de eisen van de Veiligheidsregio Utrecht. De installatie wordt aangebracht in trappenhuizen, liften, voetgangersgebieden en op door de gemeente aan te geven plaatsen op elke parkeervloer. Overige installaties.
Voor alle overige installaties dient een apart PvE separaat ter goedkeuring te worden voorgelegd aan de gemeente.
Programma van Eisen Ontwerp nieuwbouw Parkeergarage Zuid te Nieuwegein HACB
Hoofdkantoor Eneco Rotterdam
Pagina 34 van 34