CConstaterende datNieuwegein
Koppel je AI →
Document · PDF

2021-361 Bijlage 3 - concept PvE parkeergarage Zuid september 2021.pdf

Raadsvergadering 14 oktober 2021, gemeente NieuwegeinBij agendapunt: Voorstel over het beschikbaar stellen van een krediet voor voorbereiding bouw parkeergarage Zuid14.150 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

2021-361 Bijlage 3

Parkeergarage Zuid - Nieuwegein Functioneel Programma van Eisen voor het ontwerpen van de groenste en meest duurzame parkeergarage van Nederland

Nieuwegein, september 2021

Pagina 1 van 34

VERANTWOORDING

Titel:

Parkeergarage Zuid - Nieuwegein Functioneel Programma van Eisen voor het ontwerpen van de groenste en meest duurzame parkeergarage van Nederland

Opdrachtgever:

Gemeente Nieuwegein (dhr. T. Velders)

Status:

Concept

Omvang rapport:

32 pagina’s

Datum:

september 2021

Auteurs:

Erwin Hesselink – HACB-Verkeersveiligheid en Parkeren Tjeerd Velders - gemeente Nieuwegein Erwin Zantman - adviesbureau Zantman/gemeente Nieuwegein

E-mailadres:

info@hacb.nl

Contact:

Gemeente Nieuwegein Dhr. T. Velders Postbus 1 3430 AA NIEUWEGEIN T: +31 30 607 1859 E-mail: t.velders@nieuwegein.nl Dhr. E. Zantman Hendrik Sweijsstraat 22 3065 NJ ROTTERDAM T: + 31 6 460 77159 E-mail: info@adviesbureauzantman.nl Hesselink Advies- en Consultancy Bureau (HACB) Verkeersveiligheid en Parkeren Erwin Hesselink Bloementuin 10 3994 ZP HOUTEN T: +316 1377 2545 E-Mail: info@hacb.nl

HACB

Programma van Eisen Ontwerp nieuwbouw Parkeergarage Zuid te Nieuwegein

Hoofdkantoor Eneco Rotterdam

Pagina 2 van 34

INHOUDSOPGAVE 1.

Inleiding 1.1 Aanleiding en achtergrond 1.2 Leeswijzer

2. 2.1 2.2 2.3 2.4

5 5 5

Groene en duurzame parkeergarage Inleiding Geen richtlijnen en voorschriften voor duurzame parkeergarages Kaders en uitgangspunten Meetbare resultaten

6 10 11 12 8

3

Randvoorwaarden en uitgangspunten 3.1 Algemene uitgangspunten 3.2 Toegankelijkheid 3.3 Fietsparkeren 3.4 Wet- en regelgeving 3.5 BLVC-plan 3.6 Brandveiligheid 3.7 Dynamisch Programma van Eisen (PvE)

10 10 11 11 11 12 12 13

4

Ruimtelijk 4.1 Inleiding 4.2 Omvang ontwikkellocatie de parkeergarage 4.3 Concept parkeergarage 4.4 Stedenbouwkundig 4.5 Groenvoorzieningen 4.6 Kabels, leidingen en objecten in de grond

13 13 13 13 13 14 14

5

Verkeer en Parkeren 5.1 Inleiding 5.2 Verkeersproductie en verkeersafwikkeling 5.3 Aansluiting op het wegennet 5.4 Entree van de parkeergarage voor autoverkeer 5.5 Slagboomeilanden en bufferruimte 5.6 In- en uitritten autoverkeer 5.7 Verkeerscirculatie autoverkeer in de parkeergarage 5.8 Voetgangers 5.9 Gehandicaptenparkeerplaatsen 5.10 Hellingbanen 5.11 Maatvoering en lay-out kolommen 5.12 Parkeerplaatsen en parkeerwegen 5.13 Belijning, bewegwijzering en bebording

15 15 15 15 15 15 16 17 17 17 18 18 18 18

6

Ruimten 6.1 Inleiding 6.2 Beheer- en bedienruimten 6.3 Sanitaire ruimte 6.4 Technische ruimten 6.5 Bergruimten 6.6 Liften en trappen 6.7 Noodtrappenhuizen 6.8 Centrale voetgangersentree 6.9 Containerruimte en schoonmaakkasten 6.10 Ruimten voor nutsbedrijven (verdeel- en meterkasten)

19 19 19 19 19 19 20 20 20 21 21

Fundering en constructieve opbouw

22

7.1

22

7

HACB

Inleiding

Programma van Eisen Ontwerp nieuwbouw Parkeergarage Zuid te Nieuwegein

Hoofdkantoor Eneco Rotterdam

Pagina 3 van 34

7.2 7.3 7.4 7.5 7.6 8

9

Normen en richtlijnenOntwerpgeschiedenis voormalige parkeergarage Classificering, betrouwbaarheid en levensduur parkeergarage Ontwerpgeschiedenis voormalige parkeergarage Bouwperceel Constructief ontwerp en Bouwmethodiek

22 22 22 24 24

Bouwkundige afwerking 8.1 Inleiding 8.2 Wanden en kolommen 8.3 Vloersystemen, plafonds, dak en hellingen 8.4 Entree(s) en trappenhuizen 8.5 Nagalm 8.6 Afwerking kabels en leidingen 8.7 Materialisatie en afwerkingsniveau 8.8 Kozijnen, ramen, hang- en sluitwerk 8.9 Doorrijdbeveiliging 8.10 Sluitplan

25 25 25 25 26 26 26 27 27 27 28

Installaties

29

9.1 9.2 9.3 9.4 9.5 9.6

29 29 30 31 32 32

HACB

Inleiding Werktuigbouwkundig Brandveiligheid Elektrotechnisch Veiligheid Verlichting

Programma van Eisen Ontwerp nieuwbouw Parkeergarage Zuid te Nieuwegein

Hoofdkantoor Eneco Rotterdam

Pagina 4 van 34

1. Inleiding

1.1 Aanleiding en achtergrond

Nieuwegein wil in het zuidelijk deel van de binnenstad (City) een parkeergarage bouwen: de parkeergarage Zuid. De locatie is op het huidige parkeerterrein (102 plaatsen) naast de parkeergarage St. Antonius Ziekenhuis. De parkeergarage Zuid (hierna: de parkeergarage) dient geschikt te zijn voor circa 550 auto’s: • 400 openbare plaatsen, waarvan circa 150 zwerfplekken voor bewoners Doorslagzone met een parkeerabonnement. • Een apart privédeel met 138 parkeerplaatsen voor bewoners Doorslagzone. Figuur 1: situatie parkeergarage

De gemeenteraad besloot in 2017 dat de gebouwde omgeving en mobiliteit in haar binnenstad in 2040 klimaatneutraal moeten zijn. In aansluiting op de Kaderstellende Duurzaamheidsvisie City Nieuwegein en de “Routekaart Energieneutraal Nieuwegein 2040” is de ambitie van het college van deze parkeergarage de “groenste en duurzaamste parkeergarage” van Nederland te maken. In de ontwerpopgave staat de gebruiker centraal. Voetgangers prevaleren boven automobilisten. Het ontwerpresultaat dient een hoogwaardige parkeergarage te zijn, dat voldoet aan specifieke criteria voor het verkrijgen van de ESPA-Gold Award (minimaal vereiste score 85%). Dit Programma van Eisen (hierna: PvE) beschrijft de minimale eisen en richtlijnen die de gemeente stelt aan deze parkeergarage. Deze dienen aan te sluiten op het geldende bestemmingsplan. Tot dit PvE behoort niet het parkeermanagementsysteem (hierna: PMS). 1.2 Leeswijzer

Na dit inleidende hoofdstuk beschrijft hoofdstuk 2 de kaders en eisen voor “Groenste en Duurzaamste” parkeergarage. Hoofdstuk 3 gaat in op de overige randvoorwaarden en uitgangspunten. Hoofdstuk 4 beschrijft de ruimtelijke eisen en uitgangspunten, hoofdstuk 5 de aspecten met betrekking tot verkeer en parkeren. Hoofdstuk 6 behandelt de diverse ruimten. De constructieve eisen worden beschreven in hoofdstuk 7 en de bouwkundige eisen in hoofdstuk 8. In het laatste hoofdstuk 9 geeft de eisen weer die aan de benodigde installaties worden gesteld. Onderdelen die (nog) niet of alleen op hoofdlijnen in dit PvE opgenomen zijn: • Het parkeermanagementsysteem. • De brandmeldinstallatie (BMI). • De aansluiting op de centrale beheerdersruimte in parkeergarage Stadshuis. • Alle route- en vluchtwegaanduidingen. • Het funderings- en bemalingsadvies. Alle uitwerkingen, keuzes en besluiten in relatie tot het ontwerp, dienen in overleg met de gemeente plaats te vinden.

HACB

Programma van Eisen Ontwerp nieuwbouw Parkeergarage Zuid te Nieuwegein

Hoofdkantoor Eneco Rotterdam

Pagina 5 van 34

2 Groene en duurzame parkeergarage

2.1

Inleiding

In het Koersdocument City Nieuwegein (2017) wordt de uitdaging uitgesproken om City in 2030 de meest duurzame binnenstad van Nederland te laten worden. Daarmee wordt duurzaamheid het leidende principe voor de verdere ontwikkeling van City. En dus ook voor de parkeergarage. Om die reden is de ambitie uitgesproken om de meest groene en duurzame parkeergarage van Nederland te bouwen. Dit hoofdstuk met randvoorwaarden en uitgangspunten specifiek op dat vlak neemt daarom in dit PVE een prominente plaats in. Ten opzichte van de standaard PVE’s voor parkeergarages biedt dit een meerwaarde voor betere duurzaamheidsprestaties en extra kwaliteit. Een dergelijke opgave is echter geen sinecure. Zeker nu er voor parkeergarages nog geen richtlijnen en of normen wettelijk zijn vastgesteld. Om de opgave, de meest groene en duurzame parkeergarage van Nederland te bouwen, kracht bij te zetten, geven we in dit PVE duidelijke waarderingscriteria mee om dat objectief te kunnen vaststellen. 2.2

Geen richtlijnen en voorschriften voor duurzame parkeergarages

Voor parkeergarages ontbreekt het aan beoordelingsrichtlijnen, meetvoorschriften c.q. criteria waarmee de duurzaamheid uit te drukken is. Om de meetbaarheid van “duurzaamste parkeergarage” inzichtelijk te maken hanteren wij drie instrumenten, t.w.: 1. BENG (Bijna Energie Neutrale Gebouwen) (2020-2060): In aansluiting op de Europese richtlijn dient de parkeergarage bijna energieneutraal te zijn. Vanaf 1 januari 2021 geldt dat voor alle nieuwbouw, zowel woning als utiliteitsbouw, de vergunningaanvragen moeten voldoen aan de eisen voor Bijna Energie Neutrale Gebouwen. Er zijn drie eisen, waaraan voldaan dient te worden: a. De maximale energiebehoefte per jaar. b. Het maximaal primair fossiele energiegebruik per jaar. c. Aandeel hernieuwbare energie: ≥50%. 2. CO2-prestatieladder: normatief instrument dat inzicht geeft in de CO2-uitstoot van de parkeergarage (bedrijfsvoering en keten) en in mogelijkheden om de uitstoot terug te dringen. Voor zover mogelijk, is dit instrument van toepassing voor niveau C (ambitieus). 3. Milieu Prestatie Gebouwen (MPG): milieuprestatieberekening (naast de bouwbesluittoetsing) en EPC berekening) is een verplicht onderdeel van de aanvraag voor een omgevingsvergunning. 2.3

Kaders en uitgangspunten

Voor de duurzaamheid van de garage zijn twee richtingbepalende documenten van belang: 1. De Routekaart Energieneutraal Nieuwegein 2040 (RENG) 2. De Kaderstellende duurzaamheidsvisie City Nieuwegein. In aansluiting op de Routekaart Energieneutraal Nieuwegein 2040 biedt de Kaderstellende duurzaamheidsvisie de principes voor de verdere ontwikkeling van City Nieuwegein. Duurzaamheid is daarin onderverdeeld in zes thema’s. Deze thema’s komen overeen met de door de Verenigde Naties vastgestelde duurzaamheidsdoelen (Sustainable Development Goals (SDG’s)). De thema’s zijn: 1. SDG 13&15 klimaat & natuurinclusiviteit 2. SDG 6 water 3. SDG 7 energie 4. SDG 11 mobiliteit 5. SDG 3 gezondheid 6. SDG 12 circulariteit

HACB

Programma van Eisen Ontwerp nieuwbouw Parkeergarage Zuid te Nieuwegein

Hoofdkantoor Eneco Rotterdam

Pagina 6 van 34

Dit betekent dat alle bouwprojecten die in de binnenstad (City) gerealiseerd worden moeten voldoen aan bepaalde vastgestelde normen en prestaties. Zo dus ook de parkeergarage . Per thema zullen voor dit project kort de voor de realisatie van parkeergarage Zuid geldende normen en prestaties worden beschreven: Klimaatadaptatie en natuurinclusief SDG 13 & 15: - Natuurlijke maatregelen hebben de voorkeur boven technische. - Aanplant van vegetatie gebeurt bij voorkeur in de volle grond. - Het ontwerp is natuurinclusief en draagt positief bij aan de natuurwaarden en biodiversiteit van de directe omgeving. (handreiking Natuurinclusief City) - Er moet actief gezocht worden naar een optimale groenblauw inrichting voor het daarvoor geschikte dakoppervlak. - Dakoppervlak tot 20 meter wordt intensief groen ingericht. - De eerste 4 verblijfslagen dragen bij aan een groene beleving en biodiversiteit. - De eerste 4 verblijfslagen dragen bij aan het tegengaan van hittestress. - Tenminste 50 mm regenwater moet op eigen terrein worden opgevangen alvorens het vertraagt mag worden afgevoerd. - In het ontwerp als uitganspunt op het gebied van hemelwater het volgende ontwerpprincipe te hanteren: vasthouden → bergen → hergebruiken (mits mogelijk) → vertraagd afvoeren. - Het zo veel mogelijk gebruikmaken van diervriendelijke verlichting.

Water SDG 6: - Afvalwater moet gescheiden worden aangeboden op de perceelgrens in drie afzonderlijke afvalwaterstromen: Zwart water, Grijs water, hemelwater. Energie SDG 7: - Voor de BENG 1 norm worden hoge eisen gesteld aan de isolatiewaarde van het gebouw. - Er moet een GPR-certificaat worden opgesteld voor het gebouw waaruit tenminste de volgende scores komen……. - Voor het objectief evalueren van niet allen de energie- maar ook de milieukwaliteit van het gebouw moet een DPG-score worden getoond van tenminste …………… - Een zo hoog mogelijke BENG3-percentage behaalt moet worden maar tenminste…… - Smart grid wordt gestimuleerd. - Energiebesparing en dus ook energiebesparende toepassingen heeft prioriteit. Dit kan bijvoorbeeld door rekening te houden met het gebruik van geavanceerde lichtregelaars en sensoren met betrekking tot de dagelijkse dag/nacht cycli en lichtomstandigheden. Mobiliteit SDG 11: - Het ontwerpprincipe STOP wordt gehanteerd in City (STOP = Stappen, trappen, openbaarvervoer, personenauto). De parkeergarage draagt eraan bij deze doelstelling in City te realiseren. Door het verplaatsen van parkeerareaal naar de rand van City ontstaat meer ruimte voor voetganger en fiets. - Alle entrees moeten goed toegankelijk zijn voor mindervaliden.

- Voorzien in voldoende fietsparkeerplekken - Inpandige fietsenstallingen moeten dusdanig zijn ingericht dat ook mindervaliden moeiteloos gebruik kunnen maken van de voorziening. - Inpandige fietsenstallingen moeten voldoende plaats bieden voor ‘buitenmodelfietsen’. - Bij het ontwerp van de inpandige fietsenstalling moet rekening gehouden worden met elektrische voertuigen en bijbehorende laadstructuur. - Bij het ontwerp van de parkeergarage moet voldoende rekening gehouden worden met de laadinfrastructuur voor elektrische voertuigen. Circulariteit SDG 12: - Boven op de wettelijke eisen wordt een concrete richtwaarde opgelegd voor de DPG waarmee het mogelijk is verschillende ontwerpvarianten met elkaar te vergelijken. - Van de ontwikkeling moet verantwoording afgelegd worden over de milieukwaliteit van de gekozen materialen. Met daarbij aangegeven wat het percentage gebruikte primaire en secundaire grondstoffen is.

HACB

Programma van Eisen Ontwerp nieuwbouw Parkeergarage Zuid te Nieuwegein

Hoofdkantoor Eneco Rotterdam

Pagina 7 van 34

-

Bij het ontwerp moet actief gebruik gemaakt worden van losmaakbaarheid van verbindingen en de toegankelijkheid van deze verbindingen. Om zo met het oog op de toekomstige demontage van het gebouw na einde levensduur hergebruikmogelijkheden te behouden. Alle gebruikte materialen moeten vastgelegd worden in een gebouwdossier in de vorm van een materialenpaspoort wat te vinden is in een openbaar register. Er worden punten toegekend aan projecten waar actief gebruik wordt gemaakt van biobased materialen. Het gebouwde moet dusdanig ontworpen zijn dat het mogelijk is op- en af te schalen van de omvang of het inpassen van andere functies mogelijk moet maken.

-

Naast bovengenoemde normen moeten de overgangen van het parkeergebouw naar de stedenbouwkundige, landschappelijke omgeving en naar de openbare ruimte, expliciet bij dragen aan de groene beleving, biodiversiteit en het tegengaan van hittestress. Dat betekent dat de positionering van garage-onderdelen, de capaciteit, het serviceniveau, bouw- en constructiematerialen en installaties expliciet aandacht dienen te krijgen. Ook dient een beroep te worden gedaan op geavanceerde en evoluerende technologieën om zo per thema toepassingen te kunnen realiseren die voldoen aan de beste stand der techniek. Ook het aantal en het gebruik van elektrische en hybride auto’s c.q. fietsen neemt toe. Brandveiligheidsvoorzieningen dienen ten opzichte van traditionele voertuigen op deze “nieuwe” voertuigen afgestemd te zijn. Rekening moet worden gehouden met een hoger brandrisico als gevolg van hoge temperaturen, brandverloop, veel kunststof in de voertuigen, hoge voltages, vrijkomen van giftige en bijtende stoffen en brandvermogen. Ook het aantal en het gebruik van elektrische en hybride auto’s c.q. fietsen neemt toe. Brandveiligheidsvoorzieningen dienen ten opzichte van traditionele voertuigen op deze “nieuwe” voertuigen afgestemd te zijn.

Rekening moet worden gehouden met een hoger brandrisico als gevolg van hoge temperaturen, brandverloop, veel kunststof in de voertuigen, hoge voltages, vrijkomen van giftige en bijtende stoffen en brandvermogen. 2.4

Meetbare resultaten

Uitgangspunt is dat de gemeente in alle proces- en projectfasen de hoogste niveaus van duurzaamheid, beschermen van de omgeving en milieu en efficiënt gebruik van grondstoffen en materialen voor haar werkzaamheden, vastgoed (parkeergarage) en installaties ontwerpt, aanbesteedt, realiseert, beheert en exploiteert. De drie in §2.2 benoemde methoden leiden tot operationele uitgangspunten en randvoorwaarden voor de ontwerpfase die doorschakelt naar de volgende fasen. Die vloeien voort uit §3.2 (wet- en regelgeving). Daarmee ontstaat het totaal van onderdelen waarmee de parkeergarage dimensie, vorm en inhoud krijgt. Het in alle opzichten voldoen aan dit PVe is een vereiste.. Oplossingen en toepassingen die een efficiënter gebruik van de parkeer-, verkeer- c.q. verblijfsruimte aanmoedigen of die de parkeervraag verminderen, zijn stuk voor stuk belangrijke elementen van de groenste parkeergarage. De gemeente eist dat, ongeacht de methode BENG, CO2-prestatieladder of MPG, tenminste de volgende onderwerpen worden opgenomen in het ontwerp. 1. “Groene en duurzame” gevels. 2. Klimaatbeheersing in publieksruimten. 3. Toepassen van zon- c.q. windenergie, bijvoorbeeld door zonnepanelen op het dak c.q. gevels. 4. Brandveilige oplaadpunten voor elektrische auto’s. 5. In- en uitrijden zonder ticket (contactloos in- en uitrijden en betalen). 6.

Permanent de actuele capaciteit zichtbaar maken, ook online weergave en in apps. 7. Flexibele verlichting, afhankelijk van het aantal auto’s en aanwezigheid van voetgangers. 8. Monitoring en sturingsmogelijkheden om auto’s naar de gewenste plaatsen te geleiden. 9. Comfortabel en veilig gebruik (toegang, service, klantenbinding). 10. Aansluiten c.q. integreren van stedenbouwkundige en landschappelijke details in het ontwerp, zoals groenelementen, bijen- en nestkasten, kunst, markeringspunten. 11. Digitaal parkeerplaatsen reserveren en abonnementen aanvragen. 12. Energiezuinige installaties. 13. Watermanagement bij hevige neerslag c.q. bewateren van groen. HACB

Programma van Eisen Ontwerp nieuwbouw Parkeergarage Zuid te Nieuwegein

Hoofdkantoor Eneco Rotterdam

Pagina 8 van 34

14. Benutten van mogelijkheden om vraagstukken integraal op te lossen, zoals waterberging, klimaatadaptatie, materiaaltoepassingen, et cetera. 15. Stimuleren van het gebruik van duurzame vervoersmodaliteiten (fiets, e-voertuigen, etc.). 16. Ondersteunen van alternatieve mobiliteitsconcepten. 17. Netto-Nul-energie-standaard als uitgangspunt voor het gebouw. 18. Duurzame vloerafdichtingen en -afwerkingen (bestand tegen zuren, zouten, lekkages). 19. Hergebruik van materialen (funderingspalen, kabels en leidingen). 20. Lokale capaciteit inzetten (voorkomt lange reistijd en -afstanden). 21. Meervoudig gebruik van plaatsen stimuleren en daaraan gekoppeld slim en efficiënt beprijzen. 22. Zekerstellen van het meerjarig kwaliteitsniveau van installaties installatie en gebouw. 23. Goed functionerende ruimten en het efficiënt benutten daarvan gedurende alle tijdsintervallen 24. Toepassing van kwaliteitsonderdelen met beschermende maatregelen 25. Duurzame aansluiting omgeving voor groene beleving, biodiversiteit en tegengaan hittestress. 26. Ongewenste en onnodige schaduwwerking voorkomen. Het resultaat dient te voldoen aan alle criteria waarmee de ESPA-Gold Award te verkrijgen is. Op alle criteria en deelonderwerpen waarop de ESPA-Gold Award van toepassing is, dient het ontwerp minimaal 85% van de hoogst te behalen score te behalen.

De criteria en score-maxima zijn te vinden in de volgende link: https://vexpan.nl/kwaliteit/certificering-espa. Maatgevend om te komen tot de scores zijn dit Programma van Eisen (PvE) en de NEN 2443 “Parkeren en stallen van personenauto’s op terreinen en in garages”; versie maart 2013.

HACB

Programma van Eisen Ontwerp nieuwbouw Parkeergarage Zuid te Nieuwegein

Hoofdkantoor Eneco Rotterdam

Pagina 9 van 34

3. Randvoorwaarden en uitgangspunten

Algemene uitgangspunten

3.1

a. De parkeergarage moet zijn voorbereid op toekomstige bouw en duurzame mobiliteit. b. Het eindproduct dient een aantrekkelijke parkeergarage met een gastvrije en uitnodigende uitstraling voor de gebruikers te zijn. c. De entrees voor zowel voetgangers en automobilisten moeten duidelijk zichtbaar, (sociaal) veilig en uitnodigend zijn. d. De toegangen, trappen en liften zijn vanuit ieder punt in de garage goed zichtbaar. Dat houdt in dat alle ruimtes overzichtelijk zijn, goed verlicht en het doorzicht daarin maximaal is. Een optimale sociale veiligheid voor alle gebruikers is een vereiste. e. De garage moet geschikt zijn voor alle gebruikersgroepen die de parkeergarage in- en uitrijden en daar verblijven. f. De parkeergarage heeft een privaat deel en een openbaar deel. Beide dienen fysiek van elkaar gescheiden te zijn. Zonder autorisatie kan het private deel niet worden ingereden of betreden. g. De fysieke scheiding moet voorzien worden van een toegangscontrolesysteem dat aangesloten moet worden op het parkeermanagementsysteem van de gemeente. h. De private parkeerplaatsen dienen te worden gesitueerd op de bovenste twee parkeerlagen. i. De parkeergarage dient volledig ontworpen te worden als openbare parkeergarage. j. De routing voor autoverkeer dient bij voorkeur te verlopen volgens een eenrichtingscircuit, in beginsel tegen de klok in.

De richting voert gelijk aan de looprichting van voetgangers naar de centrale voetgangersentree. k. De centrale voetgangersentree dient in de parkeergarage en aan de buitenzijde (in de openbare ruimte) zodanig te worden gepositioneerd, dat aantoonbaar het laagste aantal oversteekbewegingen over de auto-entree voert. l. De parkeergarage is vooral gericht op de binnenstad en de Doorslagzone. Daarom dient de entree aan te sluiten op de meest veilige en gangbare route daar naar toe. m. De parkeergarage dient een fietsenstalling te bevatten die volledig gescheiden is van het gedeelte voor auto’s. Tussen beiden dient een beveiligde voetgangerstoegang of verbinding aanwezig te zijn. n. Er dient in beginsel uitgegaan te worden van een ontwerp met een kolomvrije overspanning van parkeervakken en -wegen. o. Er dient rekening te worden gehouden met toepassing van een door de gemeente op te leggen huisstijl, zoals bijvoorbeeld kleurstellingen/way-finding op kolommen en vloeren. p. De eisen van het bevoegd gezag inzake rook- en brandbeheersing in, van en naar binnen het zoek- c.q. demarcatiegebied van de parkeergarage worden altijd verwerkt in het ontwerp q. Voor beheer en gebruik moet de garage bouwkundig en installatietechnisch zijn voorbereid op toepassing van een geavanceerd parkeermanagementsysteem, een CCTV en een omroep/geluidsinstallatie. r.

Alle openbaar toegankelijke ruimtes dienen evenals de private en gemeenschappelijke ruimten vrij te zijn van schaduwvorming, duistere plekken en aaneengesloten wanden, ongeacht de bezetting van die ruimte door mensen c.q. voertuigen. s. De parkeergarage dient in de openbare ruimte direct en goed zichtbaar te zijn. t. Het bouwperceel heeft een oppervlakte van circa 3.300m2. Dit wijkt af van de totale kaveloppervlakte die bepaald wordt door eigendomsgrenzen. Het bruto vloeroppervlak (hierna: BVO) en alle toegangen van de parkeergarage worden in overleg met de gemeente bepaald op basis van onder andere het aantal parkeerplaatsen. u. Het BVO van de parkeergarage mag, omgeslagen naar een gemiddelde oppervlakte per parkeerplaats maximaal 33m² bedragen. v. De gemeente eist dat hoogte tussen bovenkant parkeervloer en onderkant plafond in beginsel voor iedere parkeerlaag maximaal 2,50m dient te bedragen.

HACB

Programma van Eisen Ontwerp nieuwbouw Parkeergarage Zuid te Nieuwegein

Hoofdkantoor Eneco Rotterdam

Pagina 10 van 34

w. Omdat de gemeente wenst dat de parkeergarage in de toekomst ook commerciële functies c.q. kantoor-/werkunits moet kunnen huisvesten, dienen de parkeerlagen 0 en +1 tussen bovenkant parkeervloer en onderkant plafond minimaal 3,50 m te bedragen. x. De doorrij- en loophoogte op parkeervloeren dient obstakelvrij (vrij van constructiedelen, bebording, kabels, leidingen, et cetera) te zijn en bedraagt: • parkeerlaag 0 en +1 (inclusief entree): in beginsel 3,20m • parkeerlaag +2 en hoger: 2,20m per laag. • De daklaag is vrij van kabels en leidingen boven de vloer m.u.v. kabels en leidingen die eventueel benodigd zijn t.b.v. zonnepanelen. In dat geval geldt ook 2.20m. obstakelvrije hoogte. 3.2 Toegankelijkheid

De volgende normen voor gebruik door minder-validen en gehandicapten dienen te worden toegepast: NEN1814, NPR1815, Handboek voor het toegankelijk en bruikbaar ontwerpen en bouwen voor gehandicapte mensen", laatste druk. 3.3 Fietsparkeren

a. In het ontwerp moet een fietsenstalling worden opgenomen die op de begane grond wordt gesitueerd en rechtstreeks vanaf de Doorslag te bereiken is. b. In beginsel is deze bedoeld als service voor gebruikers van de garage en ook alleen voor hen toegankelijk. Op termijn kan de functie worden uitgebreid, mocht blijken dat daar behoefte aan is. c. De stallingsruimte dient een capaciteit te hebben van minimaal 60 stallingsplaatsen, waarvan 50 voor fietsen, inclusief tenminste 10 voor fietsen met bijzondere afmetingen (kratten, bakfietsen). En daarnaast ook minimaal 10 plaatsen voor scooters/bromfietsen. d. Auto- en fietsparkeren kruisen elkaar in beginsel vóór de parkeergarage niet e. Op looproutes, opstelplaatsen en bij entrees mag het fietsverkeer geen hinder veroorzaken. f. Voor de maatvoering en andere eisen die aan de fietsenstalling(splaatsen) worden gesteld is het Integraal fietsparkeerplan binnenstad Nieuwegein leidend. g. In het ontwerp dient rekening te worden gehouden met een mogelijke toekomstige uitbreiding van de stallingsruimte op de begane grond, ter vervanging van reguliere parkeerplaatsen tot maximaal 50% van de parkeercapaciteit op deze parkeerlaag. Er moet bij deze uitbreiding rekening worden gehouden met de actuele maatvoering van standaard (elektrische)fietsen maar niet fietsen met een bijzondere maatvoering, zoals bakfietsen. 3.4 Wet- en regelgeving

Een overzicht van alle normen en voorschriften voor het ontwerp, de berekeningen, de constructie en het gebruik is te uitgebreid om in dit PvE te noemen. Dit PvE verwijst daarom naar relevante normen en voorschriften. Die verwijzen (ook) door naar van toepassing zijnde normen en voorschriften. De parkeergarage voldoet tenminste aan: a. Voorschriften van Bouw- en Woningtoezicht en het Bouwbesluit. b. Voor het constructief ontwerp zijn de Eurocodes 0 tot en met 9 van toepassing, conform het Bouwbesluit 2012 inclusief de Nationale Bijlagen. c. Regionale en Lokale Energiestrategie (RES/LES) d. Voorschriften nutsbedrijven (voeding, data, signaal, glasvezel, et cetera). e. De Brandweer en "een brandveilig gebouw bouwen" f. De Politie-eisen inzake toegankelijkheidsbeveiliging. g. Milieudienst en de Wet Milieubeheer h. De actuele Normen en grenswaarden met betrekking tot: • Arbeidsinspectie en ARBO wet. • ESPA-waardering. • Duurzaam veilig wegverkeer. • NEN 2443: Parkeren en stallen van personenauto’s op terreinen en in garages, inclusief daarin opgenomen doorverwijzingen. • Met betrekking tot Verlichtingsonderdelen, is aanvullend op de NEN-2443 primair de NSVVaanbeveling “Verlichten van parkeergarages, parkeerdekken en -terreinen; november 2019” van toepassing. • Wegenverkeerswet. • Relevante Nederlandse NNI-normen, conform het laatste “Jaarboek bouw”.

HACB

Programma van Eisen Ontwerp nieuwbouw Parkeergarage Zuid te Nieuwegein

Hoofdkantoor Eneco Rotterdam

Pagina 11 van 34

In het ontwerpproces c.q. bij de beoordeling van de parkeergarage is de volgende hiërarchie in weten regelgeving van kracht: a. Wetgeving Voorschriften Rijk, Provincie, gemeente Specifieke Eisen. b. Dit Programma van Eisen c. NEN-2443; 2013 3.5 BLVC-plan

Van de uitvoerder/ontwikkelaar wordt geeist dat een tussen partijen afgestemd BLVC plan wordt opgesteld. De gemeente geeft hiervoor een BLVC-kader mee, waarbinnen de ontwikkelaar moet werken. Dit kader is opgesteld aan de hand van gesprekken met de betrokken (interne) stakeholders. Dit kader geldt als aanvulling op en uitdrukkelijk niet ter vervanging van geldende wet- en regelgeving. Door het verplicht stellen van een BLVC-plan (en onderliggende plannen) wordt bereikt dat maatregelen voor de bereikbaarheid, leefbaarheid, (bouw) veiligheid en communicatie al vroeg in de planvorming ter sprake komen en daardoor integraal deel uitmaken van het project en het contract. Er kan niet eerder worden gestart met de bouw voordat het plan definitief is goedgekeurd. Uit het BLVC-plan moet blijken dat de bereikbaarheid, leefbaarheid en veiligheid van de omgeving (weggebruikers, omwonenden en passanten) wordt gewaarborgd in relatie tot de uitvoeringswijze en hoe dit naar de omgeving wordt gecommuniceerd. Een BLVC-plan, inclusief het Bouwveiligheidsplan, zijn dynamische documenten. Mochten aanpassingen in het plan noodzakelijk zijn om de bereikbaarheid, leefbaarheid, (bouw) veiligheid en communicatie te verbeteren is het bevoegd gezag vrij om aanpassingen aan de bouwers/opdrachtgevers op te leggen.

Een BLVC-plan bestaat uit en behandelt tenminste de volgende onderdelen: A Toelichting Project B Omgevingsscan C Hinderanalyse D Bereikbaarheid E Leefbaarheid F Bouw- en sloopveiligheid (het veiligheidsplan) G Maatregelenmatrix 3.6 Brandveiligheid

Nu de opmars van de elektrische auto significant is, ontstaat in parkeergarages een additioneel nieuw brandveiligheidsrisico. Indien in de garage ook kan worden opgeladen komt er een potentieel risico bij. Ook los van de elektrische voertuigen zijn er al brandveiligheidsdilemma’s bij parkeergarages. Gezien de ervaringen bij enkele grote branden in parkeergarages de afgelopen jaren, blijken de toegepaste uitgangspunten steeds vaker achter te lopen op de realiteit. Moderne voertuigen met veel kunststoffen geven bijvoorbeeld een veel grotere vuurlast dan de oudere stalen modellen. Er ontstaan zeer hoge temperaturen en dichte zwarte rook in een relatief lage en grote ruimte. Verkenning en bestrijding door de brandweer is lastig en riskant door verlies van zicht, lange afstanden en slechte oriëntatie. De brandrisico’s bij elektrische voertuigen zijn anders dan bij traditionele voertuigen op fossiele brandstoffen. Elektrische voertuigen gebruiken meestal lithium-ion batterijen als energieopslag. Niet zo zeer de brandomvang, maar met name de branduur wordt hierdoor vergroot. De lithium-ion batterijen vertonen andersoortige risico’s dan de traditionele brandstoffen. Branden in dergelijke batterijen wijken af in brandverloop, intensiteit en mogelijkheid voor een veilige bestrijding door de brandweer. Bij elektrische voertuigen leveren de hoge voltages risico’s op bij brandbestrijding.

Ook kunnen er zeer giftige en bijtende stoffen vrijkomen tijdens een dergelijke brand. Dit alles zorgt ervoor dat brandbestrijding, zeker in garages, mogelijk niet of alleen beperkt kan plaatsvinden. De afstemming met brandweer en veiligheidsregio is derhalve van essentieel belang. Zeker nu de parkeergarage grotendeels (op ca. 300 plaatsen) wordt voorbereid op de mogelijkheid tot elektrisch

HACB

Programma van Eisen Ontwerp nieuwbouw Parkeergarage Zuid te Nieuwegein

Hoofdkantoor Eneco Rotterdam

Pagina 12 van 34

laden. Het overleg hierover dient altijd plaats te vinden in de driehoek ontwikkelaar/bouwer, brandweer/veiligheidsregio en gemeente. De voorwaarden die uit dit overleg naar voren komen zijn een harde eis. Dat geldt zowel voor bouwkundige, installatietechnische (zie hoofdstuk 9), organisatorische als repressieve maatregelen. Op dit moment wordt veel onderzoek gedaan naar deze nieuwe (brand)veiligheidsrisico’s, o.a. door het Instituut Fysieke Veiligheid. De gemeente acht het noodzakelijk, dat tijdens de bouw gebruik wordt gemaakt van de nieuwste inzichten, aanbevelingen, richtlijnen en voorschriften op dit vlak. Ook in het ontwerp dient met deze problematiek terdege rekening te worden gehouden. Zowel op het vlak van materiaalgebruik en afwerking, als op veiligheid van personen in ontruimingssituaties. Te denken valt bijvoorbeeld aan een goede zichtbaarheid van de vluchtwegen, de afstand daar naar toe, of het realiseren van veilige zones voor voetgangers (bijv. de trappenhuizen). 3.7 Dynamisch PvE

Dit PvE heeft geen eenmalig karakter. Het is niet tot in alle details is gedefinieerd. Daarom kunnen tijdens het ontwerpproces (zelfs tijdens de uitvoering) aspecten worden toegevoegd c.q. gewijzigd. Deze kunnen door alle betrokkenen worden ingebracht. Echter, zij worden uitsluitend door de parkeerexperts van de gemeente of optredend namens de gemeente geaccordeerd. De wijze waarop wijzigingen zijn in te brengen, bepaalt de gemeente Nieuwegein.

HACB

Programma van Eisen Ontwerp nieuwbouw Parkeergarage Zuid te Nieuwegein

Hoofdkantoor Eneco Rotterdam

Pagina 13 van 34

4 Ruimtelijke en stedenbouwkundige inpassing

4.1 Inleiding

Dit hoofdstuk beschrijft de ruimtelijke randvoorwaarden en uitgangspunten voor de parkeergarage. Eerst volgen de stedenbouwkundige achtergronden, gevolgd door thema’s. 4.2 Omvang ontwikkellocatie de parkeergarage

Aan de zuidzijde is een rijstrook voor hulpdiensten beschikbaar tussen de parkeergarage St. Antonius Ziekenhuis en de parkeergarage. Er dient een opstelplaats voor de brandweer bij de entree van de parkeergarage voor voetgangers en auto’s te komen. Voor de bereikbaarheid van de warmtecentrale zijn er aanrijd mogelijkheden via het westen (expeditie ziekenhuis) en oosten (bestaande toegangspoort centrale). Nevenstaande figuur geeft het zoekgebied aan, waarbinnen de parkeergarage ontwikkeld dient te worden. Dat gebied is rechthoekig van vorm en heeft een oppervlakte van circa 3.300m2. Binnen dit gebied dient aan zowel de noord als de zuidzijde voor onderhoud en/of hulpdiensten een vrije ruimte van minimaal 3m te worden aangehouden. 4.3 Concept van de parkeergarage Parkeersysteem

•

De parkeergarage is direct vanaf de Doorslag bereikbaar.. De parkeergarage dient in beginsel te bestaan uit vlakke vloeren en via inpandige hellingbanen met elkaar verbonden te zijn. Toegangssysteem

•

Er zijn verschillende toegangssystemen mogelijk. Qua ruimtebeslag dient uitgegaan te worden van slagboomeilanden en een traditioneel toegangssysteem: de bestuurder rijdt via de inrit de parkeergarage in en parkeert. Het in- en uitrijden en het stallen van de auto moet zo efficiënt mogelijk zijn. Hetzelfde geldt voor de looproutes in de garage naar de voetgangersentree(s), de trappenhuizen c.q. liften. In de ontwerpafwegingen prevaleert de voetganger boven de automobilist. (Half- of )Volautomatische parkeersystemen worden niet geaccepteerd. Niveau vloeren

•

De afgewerkte vloeren (waar auto’s over rijden en voetgangers op lopen) dienen in beginsel vlak te zijn en de uitwisseling tussen verdiepingsvloeren dient via hellingbanen te verlopen. Aanvullende voorzieningen

•

Aan de toegankelijkheid, berijdbaarheid, bereikbaarheid en overzichtelijkheid worden specifieke eisen gesteld. 4.4

Stedenbouwkundig

a. Het ontwerp moet voldoen aan de eisen uit de stedenbouwkundige randvoorwaarden (bijlage X). b. De parkeergarage ligt binnen het bestemmingsplan “Binnenstad (City) Nieuwegein” en het bouwperceel heeft de functieaanduiding: parkeergarages. c. Alle verkeer bereikt de parkeergarage via de Doorslag. d. In het ontwerp dient de parkeergarage vanaf de Doorslag/Tinnegieterstede en Zuidstedeweg duidelijk zichtbaar te zijn. e. Voor onder meer de inpassing van de parkeergarage en aanvullende maatregelen is de hoogteligging van de Doorslag maatgevend. Bij de ruimtelijke inpassing mag de hoogteligging van de begane grond vloer niet het onder het peil van de Doorslag liggen. f. De looproute tussen de parkeergarage en Cityplaza/Doorslagzone krijgt een kwaliteitsimpuls. De voetgangers- en auto-entree dienen hierop te worden afgestemd én dienen aan te sluiten op het schetsontwerp van het project “De Knoop”.

HACB

Programma van Eisen Ontwerp nieuwbouw Parkeergarage Zuid te Nieuwegein

Hoofdkantoor Eneco Rotterdam

Pagina 14 van 34

g. De bovengrondse parkeergarage heeft maximaal 8 parkeerlagen. Er dient rekening te worden gehouden met alle bebouwingsregels. h. Het ontwerp dient rekening te houden met aangrenzende percelen en gebouwen en de eisen die daar uit voortkomen. In de directe omgeving zijn geen renovatie- c.q. nieuwbouwplannen gepland. Met de komst van een helicopterplatform hoeft geen rekening te worden gehouden. i. De parkeergarage dient publieksvriendelijk te zijn en mag qua landschappelijke, stedenbouwkundige en architectonische uitstraling als zelfstandig gebouw functioneren. In samenwerking met de stedenbouwkundige van de gemeente Nieuwegein worden stedenbouwkundige criteria voor de uitwerking geformuleerd. j. Binnen het zoekgebied waarop de parkeergarage ontworpen wordt, dienen principeindelingstekeningen te worden opgesteld en wordt het concept van de parkeergarage duidelijk (aantal bouwlagen, aantal parkeerplaatsen, et cetera.). Specifieke aandachtspunten zijn: • De exacte contouren van de te bebouwen locatie. • Peilmaten (niveau vloer parkeervoorziening, maaiveld, etc.) en hoogte overgangen. • Principe ontsluiting van de parkeervoorziening voor voetgangers en auto’s/motoren én van de fietsenstalling • (Varianten voor) het concept van de parkeervoorziening. 4.5 Groenvoorzieningen

a. De bomenrij langs de zuidgevel (tussen de parkeergarage St. Antonius Ziekenhuis en de parkeergarage) dienen te worden gehandhaafd. Verder zijn er geen groenvoorzieningen c.q. bomen waar in het ontwerp rekening mee moet worden gehouden. b. De parkeergarage moet aan alle zijden zijn voorzien van groene gevels met levende beplanting. Dit mag niet ten koste gaan van het aantal benodigde parkeerplaatsen en dit mag niet leiden tot onevenredig verzwarende constructies/kosten. 4.6 Kabels, leidingen en objecten in de grond

Bijlage X toont de ligging van o.a. kabels en leidingen. Wellicht zijn, voortkomend uit het ontwerp, verleggingen en maatregelen nodig. De fundering van de vorige parkeergarage is mogelijk her te gebruiken. De gemeente heeft de ligging en kwaliteit van funderingsresten onderzocht. Dat onderzoek toonde aan dat tot 2,75m geen funderingsresten aangetroffen zijn. De gemeente draagt er zorg voor, dat er duidelijkheid wordt gegeven over het al dan niet aanwezig zijn van fundering of heipalen. Er dient rekening te worden gehouden met aanwezige voedingskabels voor verlichting en slagboominstallatie (inclusief intercom). Ook ligt er een riolering voor de afvoer van hemelwater. Indien nodig worden deze verwijderd of verlegd en waar mogelijk hergebruikt. Kabels en leidingen die niet worden (her)gebruikt mogen niet blijven liggen onder de toekomstige parkeergarage. Er mogen ook geen andere objecten onder de garage blijven liggen, ongeacht of deze de bouw van de parkeergarage al of niet belemmeren. (eventueel m.u.v. de funderingspalen, waar dan wel rekening mee dient te worden gehouden in het ontwerp). Op de bouwlocatie liggen ook 2 leidingen ten behoeve van het ziekenhuis die te allen tijde intact moeten blijven. Tijdens en na de bouw.

HACB

Programma van Eisen Ontwerp nieuwbouw Parkeergarage Zuid te Nieuwegein

Hoofdkantoor Eneco Rotterdam

Pagina 15 van 34

5 Verkeer en Parkeren

5.1

Inleiding

Dit hoofdstuk behandelt de verkeerskundige aspecten van de parkeergarage. Randvoorwaarden daarvoor zijn het gemeentelijk parkeer-, verkeer-, en milieubeleid. 5.2

Verkeersproductie en verkeersafwikkeling

a. Het bouwperceel is momenteel in gebruik als een parkeerterrein met 102 parkeerplaatsen. Met de bouw van de parkeergarage neemt het aantal parkeerplaatsen met circa 450 parkeerplaatsen toe. Daardoor stijgt ook het aantal verkeersbewegingen. Op piekmomenten genereert de parkeergarage circa 300 autobewegingen per uur (225 in en 75 uit of omgekeerd). Tijdens de huidige piekuren rijden er gemiddelde 200 auto’s/uur in twee richtingen over de Doorslag ter hoogte van parkeergarage. Na ingebruikname van de parkeergarage neemt dit aantal toe met 300 tot 500 auto’s/uur in twee richtingen. b. Congestie dient te worden voorkomen. Daarom is een vlotte afwikkeling bij de auto-entree noodzakelijk (zie ook 5.4) c. Bij de uitwerking van dit PvE dient verkeershinder (afwikkeling, oversteekproblemen), verkeersonveiligheid en milieuhinder (lucht-, licht, geluid, trilling) als gevolg van de openstelling van de parkeergarage te worden voorkomen. Op basis van onderzoek dient dat inzichtelijk te worden gemaakt en te worden goedgekeurd door de gemeente. d. In- en uitrijdend verkeer naar/van de parkeergarage dient het verkeer op de Doorslag minimaal te hinderen. Tijdens de drukste uren mag het verkeer op de Doorslag als gevolg van de entreepartij van de parkeergarage maximaal 5% van de tijd congestie optreden. 5.3

Aansluiting op het wegennet

a. De hoofdentree voor auto’s, fietsen en voetgangers sluit direct aan op de Doorslag. De aansluiting moet voldoen aan het gemeentelijk verkeersbeleid en aan de eisen van een Duurzaam Veilig wegennet. Daarin zijn de wegfunctie, vormgeving en weggebruik afgestemd, zodanig dat: • Er geen onbedoeld gebruik van de (parkeer)wegen is. • Er geen grote verschillen in snelheid, richting en massa optreden. • Er geen onzeker weggebruik optreedt. Ontmoetingen tussen auto’s, fietsers en voetgangers dienen zoveel mogelijk vermeden te worden. Als er problemen ontstaan, dienen maatregelen die problemen terug te dringen. b. Alle verkeerssituaties dienen te voldoen aan de eisen met betrekking tot: • Overzichtelijkheid • Begrijpbaarheid • Overrijdbaarheid • Zichtbaarheid • Berijdbaarheid c. Binnen de entreepartij, dient er voor groepen abonnementhouders een specifieke toegangsmogelijkheid tot de parkeergarage voor situaties ná sluitingstijd in het ontwerp te worden opgenomen, bijvoorbeeld kaartlezers per groep bewoners. d. De aansluiting op het wegennet dient in overleg met de gemeente te worden afgestemd. 5.4

Entree van de parkeergarage voor autoverkeer

a. De afstand tussen de entree voor auto’s van de parkeergarage en die van het St. Antonius Ziekenhuis dient minimaal 80m te bedragen. b. De in-/uitgangspartij dient duidelijk en herkenbaar te worden gemarkeerd, bijvoorbeeld al vanaf de Zuidstedeweg. Markering en aanduiding geven (op basis van RVV) de verkeerscirculatie weer. Bewegwijzering is daarvan onderdeel.

HACB

Duidelijk gemarkeerde entreepartij met 1 rijstrook in, 1 rijstrook uit en een wisselstrook

Programma van Eisen Ontwerp nieuwbouw Parkeergarage Zuid te Nieuwegein

Hoofdkantoor Eneco Rotterdam

Pagina 16 van 34

c. De auto-entree dient minimaal 10,20m breed te zijn bij toepassing van 3 in-/uitritten c.q. 13,60m bij 4 in-/uitritten (zie verder 5.5c). d. Vluchtwegen vanuit de parkeergarage dienen uit te komen in openbaar gebied. Vluchtwegen en toegangen vanuit aangrenzende ruimten zijn niet toegestaan. (m.u.v. de fietsenstalling) 5.5 Slagboomeilanden en bufferruimte

a. Om inrijdende en uitrijdende auto’s te verwerken én om wachttijden voor abonnementhouders minimaal te houden, is een entreepartij nodig die dient te bestaan uit minimaal drie poortjes: • 1 rijstrook in (buitenste rijstrook). • 1 rijstrook uit (buitenste rijstrook). • 1 wisselstrook (in/uit). Het gaat erom dat er tijdens de piek inrijdend en de piek uitrijdend verkeer, twee inrespectievelijk 2 uitritten beschikbaar zijn. Daarvan mag één inrit en één uitrit gecombineerd worden. b. De auto-entree dient met behulp van speedgates afsluitbaar te zijn per rijstrook en als geheel. c. De auto-entree bestaat uit rijstroken van ≥2,40 m breed, slagboomeilanden van ≥1,00 m breed, maximaal 0,10m hoog en schrikstroken van ≥0,50m. d. De minimale vrije doorrijdbreedte inclusief de buitenspiegels dient ter hoogte van de fysieke afsluiting minimaal 3,00 m. te zijn. Zo nodig mogen slagboomeilanden breder worden uitgevoerd als dat nodig is voor het volwaardig functioneren van de speedgates zonder de minimale vrije doorrijdbreedte aan te tasten.. e. De slagboomeilanden dienen inpandig en overdekt te worden aangelegd op een geheel vlakke vloer (helling 0%). f. Het gedeelte van de bufferruimte tussen de slagboom en het trottoir van de Doorslag, moet over tenminste 11 meter horizontaal zijn. g.

Op basis van het aankomst- en vertrekprofiel van de parkeergarage en gangbare verwerkingscapaciteiten van parkeerapparatuur, dient een bufferruimte vóór de slagboominstallaties van minimaal 11 m te worden aangebracht. De lengte van het slagboomeiland dient minimaal 12 meter te zijn. 5.6 In- en uitritten autoverkeer

Op elke in- c.q. uitrit wordt parkeerapparatuur aangebracht. De apparatuur is onderdeel van een toegangscontrolesysteem en is gebaseerd op kentekenherkenning. Voor het openbare deel van de parkeergarage dient (vanwege de benodigde ruimte) rekening te worden gehouden met een kaartuitgifte-/inname- en kentekenherkenningssysteem. Voor het private deel openen slagbomen of een hekwerk zich, zodra het kenteken herkend wordt. Dit komt neer op de volgende eisen. a. De positie van de toegangen, afsluitingen, in- en uitrij-eilanden en parkeerinstallaties dienen tot in detail te worden uitgewerkt. b. De in- en uitritten dienen in beginsel inpandig en overdekt te worden aangelegd, passend binnen de stedenbouwkundige randvoorwaarden. c. Iedere in- c.q. uitrit (met speedgate en slagbomen) dient elektronische pijl-/kruismarkering te hebben die op basis van telling op de detectielus de rijrichting en vol-/vrij-situatie aangeeft. Voor de benodigde hoogte moet rekening worden gehouden met minimaal 0,40m. d. Het vol-/vrij-systeem dient per parkeerlaag het aantal beschikbare plaatsen aan te geven. Het systeem dient te zijn aangesloten op het gemeentelijke parkeerverwijssysteem en te communiceren met de parkeerapparatuur. e. De afstand tussen parkeerapparatuur en rijbaan bedraagt minimaal 0,15m en maximaal 0,30m. f. Iedere inrit dient voorzien te zijn van een hoogtebegrenzer.

Deze dient minimaal 0,10m lager aangebracht te worden dan het laagste punt in de parkeergarage. g. In- en uitritten mogen niet in een bocht worden ontworpen. h. De ruimtereservering voor apparatuur en detectielussen dient zichtbaar in het ontwerp te zijn. i. Ieder slagboomeiland dient bij normaal gebruik tenminste 240 auto’s/uur te kunnen verwerken. j. Automobilisten moeten bij het verlaten van de garage tijdig en voldoende overzicht hebben op het verkeer op ontsluitingswegen, fiets- c.q. voetpaden (criteria: rij- en stopzicht). k. Indien toegepast, dient tussen in-/uitrijdend verkeer bij iedere rijstrook een gemakkelijk te verwijderen c.q. aan te brengen scheiding te worden aangebracht. Deze is zodanig uitgevoerd dat beschadiging van auto's niet mogelijk is, wanneer er tegen aan gereden wordt. l. Uitgangen dienen vóór de slagbomen aan tenminste twee auto's plaats te bieden. m. De auto-entree aan de Doorslag worden gescheiden van de centrale voetgangersentree.

HACB

Programma van Eisen Ontwerp nieuwbouw Parkeergarage Zuid te Nieuwegein

Hoofdkantoor Eneco Rotterdam

Pagina 17 van 34

n. Bij alle in- en uitritten is de afstand tussen een eventuele verhoogde middelgeleider en een speedgate minimaal 2m, zodat een speedgate volwaardig kan functioneren. o. Bij alle in- en uitritten dient rekening te worden gehouden met overgang van licht naar donker (en vice versa) overeenkomstig NEN-2443 danwel de meest actuele aanbevelingen ten aanzien van de verlichtingseisen. p. Alle in- en uitritten worden voorzien van afwijkende kleuren en/of bestrating/verharding ten opzichte van trottoirs langs de Doorslag. q. Alle in- en uitritten dienen geschikt te zijn voor tariefzuilen die apart worden geleverd en geplaatst in opdracht van de gemeente Nieuwegein. r. Binnen 15m van de slagbomen zijn bochten met een grotere hoek dan 45° niet toegestaan. 5.7 Verkeerscirculatie autoverkeer in de parkeergarage

a. De verkeerscirculatie in de parkeergarage moet voldoen aan de eisen voor Duurzaam Veilig. b. De circulatie voert bij voorkeur op iedere parkeerlaag tegen de klok in en biedt een zo’n optimaal mogelijk ontsluiting van de parkeerplaatsen. c. De route naar de uitgang is zo kort mogelijk en voert langs een minimum aantal plaatsen. d. Doodlopende parkeerwegen zijn niet toegestaan. e. De rit tussen het inrijdpunt en de verst gelegen parkeerplaats moet langs stijgpunten, voetgangersentrees, parkeerplaatsen en vluchtwegen voeren. f. Auto’s en voetgangers kruisen elkaar minimaal op looproutes of bij de voetgangersentrees. g. De maximale rijsnelheid is 10 km/u. De lay-out dient dat af te dwingen. Drempels zijn uitsluitend met toestemming van de gemeente toegestaan. h. Alle parkeerwegen en rijbanen dienen kolomvrij te zijn. i. Zoekverkeer en in-/uitrijdend verkeer mogen elkaar niet zodanig hinderen, dat de verkeersafwikkeling op piekmomenten verstoort en terugslaat op de Doorslag. 5.8 Voetgangers

a. In aansluiting op §4.4f dienen voetgangersvoorzieningen afgestemd te worden op het project “De Knoop”. Dat betreft de route tussen de binnenstad, tramhalte Merwestein, beide parkeergarages langs de Doorslag, het ziekenhuis en park Oudegein. Deze route wordt opnieuw vormgegeven.. b. De parkeergarage dient aparte, exclusieve voetgangersentrees te hebben. Voetgangers naar/van de parkeergarage dienen via een door de gemeente te realiseren duurzaam ingericht voorplein via de kortst mogelijke verbinding aansluiting te hebben op een trottoir langs de Doorslag. De zijde (oost of west) is nog onbekend. . c. De centrale voetgangersentree is markant zichtbaar, aantrekkelijk en transparant en is op maaiveld op tenminste 100m herkenbaar terug te vinden. d. Voetgangersroutes ín de parkeergarage zijn herkenbaar gemarkeerd ten opzichte van de parkeerwegen e. Voetgangers mogen geen gebruik maken van de hellingbanen. Dit dient met een verbod te worden aangegeven. Dat geldt ook voor rolstoelgangers. f. Voetgangersoversteekplaatsen in de parkeergarage dienen ten opzichte van de gangbare verlichting, markant te worden vormgegeven. g. Looproutes dienen direct aan te sluiten op de entrees en de buitenruimte. Trappenhuizen sluiten aan op de looproutes. h. De looprichting van/naar stijgpunten en noodopgangen dienen op de looproute én overeenkomstig wet- en regelgeving te worden ontworpen.

Het resultaat wordt in relatie tot vluchtroutes en brandveiligheid, ook voorgelegd aan de veiligheidsregio Utrecht. Die dient haar deel van het plan goed te keuren. 5.9 Gehandicaptenparkeerplaatsen

a. het openbare deel van de parkeergarage dient goed toegankelijk te zijn voor minder-validen. b. liften, in- en uitgangen dienen daarop gedimensioneerd te zijn. c. gehandicaptenparkeerplaatsen worden bij voorkeur zo dicht mogelijk bij de (winkel)voorzieningen gesitueerd. d. minder-validen met of zonder een rollend hulpmiddel dienen alle plaatsen en faciliteiten van de parkeergarage te kunnen gebruiken, maar mogen met of zonder hun hulpmiddel geen gebruik maken van de hellingbanen.

HACB

Programma van Eisen Ontwerp nieuwbouw Parkeergarage Zuid te Nieuwegein

Hoofdkantoor Eneco Rotterdam

Pagina 18 van 34

5.10

Hellingbanen

a. Hellingen worden als rechtstanden uitgevoerd. Zij hebben geen bochten. b. Rechte hellingbanen dienen een stijgingspercentage tussen 9 en 11 te hebben. c. De overgang van hellingen naar het horizontale vlak (onder en boven) dient zodanig te worden ontworpen, dat bij gangbare manoeuvres het autoverkeer nooit op de rijstrook van tegemoetkomend verkeer terecht komt. d. Aan weerszijden van rijbanen is de marge naast de kantopgang minimaal 0,30m. e. Hellingbaanverwarming is niet toegestaan zonder toestemming van de gemeente Nieuwegein. f. Hellingen dienen voldoende stroef te zijn, overeenkomstig de NEN-2443. De oplossing dient vooraf te worden goedgekeurd door de gemeente. 5.11

Maatvoering en lay-out kolommen

a. Het BVO van het totale gebouw mag, omgeslagen naar het gemiddelde oppervlakte per parkeerplaats, niet meer bedragen dan 33m2. b. Het kolomstramien, omvang en vorm dienen eenduidig, regelmatig en volgens vaste afstanden toegepast te worden. c. De omvang, vormgeving en plaatsing van kolommen mogen de effectiviteit en efficiency van de parkeergarage niet aantasten (NEN-2443). d. Kolommen dienen te worden ontworpen op basis van minimaal noodzakelijke afmetingen. Daarbij geldt elke kolom de minste hinder voor parkerend verkeer mag veroorzaken. De kolommen dienen in dezelfde parkeerhoek als de parkeerrichting te staan. 5.12

a. b. c. d. e.

Parkeerplaatsen en parkeerwegen

Binnen het zoekgebied (§4.2) en in aansluiting op dit PvE, dient het aantal te ontwerpen en te realiseren parkeerplaatsen maximaal te zijn. De netto afmeting van een parkeerplaats bedraagt minimaal 2,50 x 5,13m. bij haaks parkeren. De netto afmeting van een gehandicaptenparkeerplaats (rolstoel): minimaal 3,50 x 5,13m. Parkeerplaatsen dienen te worden aangelegd onder een hoek tussen 70º en 90º ten opzichte van de parkeerweg. Het aanbrengen van biggenruggen e.d. is niet toegestaan als doorrijdbeveiliging.

5.13

Belijning, bewegwijzering en bebording

Deze onderwerpen dienen aan de NEN-2443 en RVV 1996 te voldoen. Dat komt onder meer neer op: a. De parkeergarage dient te worden uitgevoerd in een door de gemeente aan te geven (huis)stijl (pictogram, kleurstelling, lettertypen, vaknummering). b. Parkeervakken dienen bij gebruik van vloercoating volledig te worden aangegeven. c. Alle belijning en markering hebben een lijnbreedte van 0,10m. d. Plaatsen waar niet mag worden geparkeerd, dienen herkenbaar gemarkeerd te zijn. e. De bebordings- en belijningstekeningen, inclusief materiaalkeuze, worden tijdig vooraf aan de gemeente ter goedkeuring voorgelegd. f. De (route naar de) entree vanuit de garage (voor auto's, motoren en voetgangers) dient in overleg met en conform de huisstijl van de gemeente Nieuwegein te worden vormgegeven en door middel van door de gemeente te leveren bebording duidelijk en herkenbaar te worden gemarkeerd. g. Tussen de Doorslag en de entree van de parkeergarage dient boven de rijbanen een portaal te worden aangebracht met daarop: • Maximum snelheid 10 km. • Rijstrooksignalering. • Verboden voor aanhangers. • Volmelding. • Maximum doorrijhoogte 2,10 m. h. Bewegwijzering: bij de voetgangersentree, de volgende zaken aanbrengen: • Openingstijden en tarieven. • “bij brand en/of onraad etc.”. • EHBO trommel aanwezig. • Ontruimingsplan (overzicht dichtstbijzijnde vluchtweg). • Brandbestrijdingsmiddelen aanwezig.

HACB

Programma van Eisen Ontwerp nieuwbouw Parkeergarage Zuid te Nieuwegein

Hoofdkantoor Eneco Rotterdam

Pagina 19 van 34

6 Ruimten voor gebruikers en voorzieningen

6.1

Inleiding

Dit hoofdstuk behandelt de ruimten in de parkeergarage. Randvoorwaarden daarvoor zijn het gemeentelijk parkeer-, verkeer-, en milieubeleid. Alle aspecten in dit hoofdstuk dienen vooraf ter goedkeuring te worden voorgelegd aan de gemeente Nieuwegein. Indien ruimten naast elkaar worden gesitueerd, dienen zij gecompartimenteerd te worden. 6.2

Beheerderruimte

De parkeergarage heeft geen beheerdersruimte. De bediening van de parkeergarage, zoals toegangscontrole, intercom, speedgates, CCTV, brandmeld- en ontruimingsinstallatie moet vanuit de beheerdersruimte in de parkeergarage Stadshuis (bekabeld) plaats kunnen vinden. 6.3

Sanitaire ruimte

a. Nabij de hoofdentree voor voetgangers (met liften en trappen) dienen op de begane grond gescheiden toiletruimtes voor heren, dames en gehandicapten te worden opgenomen. b. Ruimte voor het verschonen van baby’s worden ondergebracht in tenminste de toiletruimte voor gehandicapten. 6.4

Technische ruimten

a. Er dient een "technische ruimte voor centrale apparatuur" van minimaal 25m2 te worden opgenomen. Die ruimte dient toegankelijk te zijn via twee openslaande deuren met een minimale afmeting van 1,80m breed en 2,40m hoog en heeft twee tegenover elkaar gelegen, vrij beschikbare wanden van elk minimaal 5,50m en minimaal 2,50m hoogte. De kortste wand is minimaal 3,50m en heeft ook een vrije hoogte van minimaal 2,50m. b. In de technische ruimte voor centrale apparatuur dient de apparatuur in 19”-kasten te worden ondergebracht en bediend te kunnen worden. Vanuit deze ruimte vindt ook de koppeling plaats met de beheerdersruimte in parkeergarage Stadshuis, van waaruit deze apparatuur ook bediend moet kunnen worden. c. Deze ruimte dient te beschikken over een klimaatbeheersingsinstallatie (overdruk). d. Technische ruimten die gebruikt worden voor plaatsing van computersystemen dienen te beschikken over airconditioning. e. De ruimte dient beperkt toegankelijk te zijn, enkel voor geautoriseerd personeel. Een apart onderdeel in het toegangs-/sleutelregime dient dat te realiseren. f. De ruimte dient als zodanig aangeduid en afsluitbaar te zijn. 6.5 Bergruimten

a. Op de begane grond dient er een goed toegankelijke, verwarmde bergruimte van minimaal 25 m2 te worden aangebracht met een vrije hoogte van minimaal 2,50m. b. Deze bergruimte is inpandig, zonder daglichttoetreding, verlicht met in-/ uitschakelbare ledverlichting met verlichtingssterkte van tenminste 150 lux op de vloer. c. De bergruimte dient een minimale maat te hebben van 3x4 te zijn en ruimte te bieden voor het stallen van schoonmaakmachines. d. De ruimte dient twee apart gegroepeerde stroomaansluitingen te bevatten van 230 en 400 Volt ten behoeve van een oplaadinstallatie voor de schoonmaakmachines. e. De ruimte dient te zijn voorzien van een “dubbele”, drempelvrije openslaande deur met een minimale afmeting van 1,80m breed en 2,40m hoog in verband met in- en uitrijden van de schoonmaakmachines. Ventilatie dient te voldoen aan wet- en regelgeving. Tevens dient de ruimte voorzien te zijn van verlichting en minimaal zes wandcontactdozen en een

HACB

Programma van Eisen Ontwerp nieuwbouw Parkeergarage Zuid te Nieuwegein

Hoofdkantoor Eneco Rotterdam

Pagina 20 van 34

uitstortgootsteen met een koudwatervoorziening en een afvoerput/waterverzamelpunt geschikt voor een dompelpomp. In de bergruimten dient rekening te worden gehouden met opslag van goederen (reserveonderdelen, gereedschappen, parkeertickets, kwitantierollen, etc.)

f.

6.6 Liften en trappen

a. Liften moeten voldoen aan wet- en regelgeving, brandweereisen en Europese Richtlijn Liften. b. Liften dienen een stopplaats te hebben op elke verdieping, maar de verdiepingen met privéplaatsen zijn uitsluitend voor abonnementhouders te bereiken. c. Er dient rekening mee gehouden te worden bij het gebruik van de liften en trappenhuizen, dat er op de bovenste 2 lagen een aantal private parkeerplaatsen liggen die uitsluitend 24/7 toegankelijk zijn voor de bewoners van de Doorslagzone met behulp van toegangspas en/of tag. d. Liften dienen in één liftgang minimaal 13 personen (1.050 kg) te kunnen transporten. Tevens dienen liften te zijn voorzien van aanvullende voorzieningen voor mensen met een rollator, rolstoelgangers, blinden, slechtzienden en brancardvervoer. Dat betekent dat installaties en voorzieningen daarvoor direct beschikbaar moeten zijn. e. Liften dienen hufterproof te zijn uitgevoerd in roestvrijstaal (RVS) en gehard veiligheidsglas. Bedieningspanelen mogen van aluminium zijn. f. Iedere lift dient voorzien te zijn van een intercom en cameratoezicht. Deze zijn integraal, gebruiksklaar en rechtstreeks aangesloten op de centrale van de liftleverancier (remote elevator system), de systemen in de centrale technische ruimte en de systemen in de beheerderruimte van parkeergarage Stadshuis. g. Vloeren van liften dienen onderhoudsarm uitgevoerd.

Dat betekent dat wanden glad en goed afneembaar dienen te zijn. De vloer is stroef maar eenvoudig schoon te maken. h. De opstelruimte voor de liften is minimaal 1,5x de oppervlakte van de totale liftruimte. i. Adequate hulp van buitenaf dient 24/7 gegarandeerd te zijn. Meldingen moeten visueel en auditief herkenbaar zijn. j. Liften en trappenhuizen zijn geheel transparant en voorzien van doorzichtig veiligheidsglas. Zij dienen rondom (360º) uitzicht te geven. Dode hoeken zijn niet toegestaan. k. Hoofdtrapopgangen maken onderdeel uit van de ruimte waarin ook de liftruimte is ondergebracht. Het hoofdtrappenhuis heeft trappen van minimaal 1,50m breed. l. Noodtrapopgangen zijn minimaal 1,20m breed. Trappen zijn aan weerszijden voorzien van leuningen. Leuningen dienen één geheel te zijn moeten minimaal 5 cm vrije ruimte vanaf de wand hebben. Oneffenheden aan leuningen worden niet geaccepteerd. m. Traptreden bieden veiligheid voor voetgangers: ze zijn voldoende stroef en slijtvast. n. Vloeren van noodtrappenhuizen zijn uitgevoerd in beton en zijn voldoende stroef of daarmee vergelijkbaar. De vloeren moeten worden afgewerkt met een door de gemeente aan te geven kleurcoating. o. Vanuit elk punt in de parkeergarage dienen trappenhuizen c.q. vluchtroutes als zodanig onderscheiden, herkenbaar en zichtbaar te zijn. p.

Alle liften en trappen dienen zodanig te worden ontworpen en gerealiseerd dat, na goedkeuring van de veiligheidsregio, het liftinstituut en gemeente, er een logische afstemming is op de publieksruimten en de ruimte in de parkeerlagen. 6.7 Noodtrappenhuizen

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nieuwegein&id=b27551ae-896d-470c-8377-249fbc76da0a