2021-121 Bijlage 2 -Voorbereidende Duurzaamheidsvisie City Nieuwegein_.pdf
Tekst van het document
integrale duurzaamheidsvisie v e r s i e 3.1
City Nieuwegein West 01/11/20
naar een integrale duurzaamheidsvisie voor
2021-121 Bijlage 2
City Nieuwegein West
‘tussen wens en wet’ dr. J.S. (Bas) van de Griendt 1 november 2020, versie 3.1 Stratego –Advies .Nu
1
integrale duurzaamheidsvisie v e r s i e 3.1
Inhoudsopgave
City Nieuwegein West 01/11/20
Voorwoord …………………………………… pag.
3
Inleiding ………………………………………. pag.
4
Thema’s en aanpak ………………………… pag.
5
1. Klimaatadaptief en natuurinclusief ……. pag.
7
2. Gezondheid ……………………………… pag. 11
3. Sanitatie en afvalwater …………………. pag. 14 4. Energie en CO2 …………………………. pag. 18 5. Mobiliteit ………………………………….. pag. 21 6. Circulariteit ……………………………….. pag. 26 Sustainable Development Goals ................. pag. 30 Algehele conclusie ………………………….. pag. 33 Stratego –Advies .Nu
2
integrale duurzaamheidsvisie v e r s i e 3.1
Voorwoord
City Nieuwegein West 01/11/20
Daarbij wordt opgemerkt dat City uiteindelijk veel meer moet zijn / worden dan een verzameling van gebouwen of bot gezegd een ‘stapel stenen’ met bijbehorende infrastructuur en dergelijke. Uiteindelijk gaat het er om een gebied te ontwikkelen en een gemeenschap of community te bouwen waarin mensen willen wonen, werken, winkelen en recreëren. Duurzaamheid kent aldus behalve een ecologische dimensie met vooral technische aspecten evenzeer ook een sociale en economische dimensie.
Voor de ontwikkeling van City Nieuwegein staat duurzaamheid hoog in het vaandel. Het wordt gezien als een kans voor City en is daarom gekozen als leidend principe. Duurzaamheid is daarbij gedefinieerd is aan de hand van een aantal (sub)thema’s die belangrijk zijn bij de realisatie van projecten in City West en als inspiratie voor de resterende projecten in City Oost. Dat zijn 1. klimaat, 2. water, 3. energie, 4. mobiliteit en 5. circulariteit. Voor deze thema’s zijn eerder al ambities geformuleerd, is er onderzoek verricht en zijn er adviezen uitgebracht. Maar waar het tot nog toe aan ontbrak was een integrale visie op duurzaamheid en dan specifiek voor City West. Een visie die aansluit bij de kenmerken van het gebied en de verwachte behoeften van (toekomstige) bewoners en gebruikers
Vanuit dat veel bredere perspectief, zo is inmiddels gebleken, is in een volgende fase een belangrijke rol weggelegd voor co-creatiesessies met stakeholders om de voorlopige bevindingen te toetsen en daarna definitieve keuzes te maken. Daartoe zijn na de zomerperiode, nadat dit stuk is besproken met onder meer in- en externe deskundigen, de projectgroep en het kwaliteitsteam voor City West, een aantal aanvullende onderzoeken opgestart o.a. waar het de warmtevoorziening van de woningen (energie) betreft, het afvalwatersysteem (sanitatie) en de groenblauwe opgave (klimaat). Die onderzoeken zijn bedoeld om tot een nadere onderbouwing te komen van een aantal reeds gemaakte of nog te maken keuzes op systeemniveau.
Dat betekent niet een oneindige lijst maatregelen die moeten worden genomen of prestaties die moeten worden geleverd. Dat leidt al gauw tot een stapeling van ambities, waarbij alles even belangrijk is of lijkt. Dat is vanuit milieukundig oogpunt misschien wel wenselijk, maar technisch vaak niet uitvoerbaar en/of financieel niet haalbaar. Daarom moeten we keuzes maken en prioriteiten stellen. Daarbij zal gekeken moeten worden naar hoe de verschillende thema’s met elkaar samenhangen en elkaar kunnen tegenwerken dan wel versterken. Vandaar dat er behoefte is aan een integrale benadering van duurzaamheid voor City West.
Verder is besloten om de duurzaamheidsvisie verder uit te werken aan de hand van de zogeheten Sustainable Development Goals (SDG’s) van de Verenigde Naties. Dat is een ambitieus pakket van zeventien doelstellingen voor een wereldwijde duurzame ontwikkeling die in 2030 moeten zijn gerealiseerd. Daarbij is het geenszins de bedoeling om alle zeventien SDG’s voor City uit te werken, maar een selectie te maken. De in dit stuk beschreven duurzaamheidsthema’s komen goed overeen met verschillende voor de gebouwde omgeving belangrijke SDG’s. Maar vermoedelijk is ook dat nog te veel. Je kunt immers niet op al deze thema’s excelleren.
Met het onderhavige visiedocument is daarmee een begin gemaakt. Het moet niet gezien of gelezen worden als een afgerond onderzoek of rapport, maar als een discussiestuk en work in progress. Het is bedoeld om zaken bespreekbaar te maken en een aantal inzichten te geven, opdat het mogelijk is keuzes te maken.
Door de duurzaamheidsambitie voor City echter op deze wijze te operationaliseren en te koppelen aan de SDG’s, zou de gemeente Nieuwegein een primeur hebben in Nederland. En alleen al om die reden zou je dan kunnen spreken van misschien wel de meest duurzame binnenstad van Nederland.
Vooralsnog echter is het vooral technisch van aard en gaat het met name over fysieke aspecten van duurzaamheid. Daarbij gaat het o.a. om de vraag op welke thema’s we als deskundigen, zowel afkomstig van de gemeente als externen, gezamenlijk vinden dat City moet excelleren en zich moet onderscheiden van andere, vergelijkbare projecten in Nederland, opdat straks gesproken kan worden van een bijzonder, maatgevend en/of gidsproject en misschien wel de meest duurzame binnenstad van Nederland.
Stratego –Advies .Nu
Bas van de Griendt, 1 november 2020
3
integrale duurzaamheidsvisie v e r s i e 3.1
Inleiding
City Nieuwegein West 01/11/20
Voor City Nieuwegein zijn in de Gebiedsopgave (december 2019) zijn de ambities van het Koersdocument (november 2017) geconcretiseerd en vertaald naar uitgangspunten en leidende principes voor de (her)ontwikkeling van het centrum van Nieuwegein. De ambitie van de gemeente is om City Nieuwegein tot ”de meest duurzame binnenstad van Nederland” te maken. In 2019 hebben in dat kader reeds verschillende bijeenkomsten plaatsgevonden. Er zijn overleggen gevoerd met daartoe gespecialiseerde adviseurs. In de eerste helft van 2020 is er aan gewerkt om te komen tot een integrale visie op duurzaamheid die i. gedragen wordt door betrokken deskundigen in- en extern, ii. uitgedragen kan worden door politiek en bestuur en iii. gebruikt kan worden om ontwikkelkaders op te stellen voor de verdere ontwikkeling van City West.
Voor City Nieuwegein worden drie deelgebieden onderscheiden, te weten: 1. City Oost, bestaande uit o.a. de Dooslag, de HN-locatie, de NVM / Dyade locatie en het politiebureau; 2. Stationsgebied, waartoe niet alleen de verlegging van tramtracé en het toekomstige busstation behoren, maar ook de bouwblokken B1 en B2; 3. City West, waarvan voor Zadelstede de eerste ideeën en concept-ontwerpen reeds beschikbaar zijn, maar waarvan voor het overige de bouwblokken nog moeten worden vastgesteld.
Daartoe is een gefaseerde aanpak gehanteerd. Aanvankelijk waren dat er twee: Fase 1
Fase 2
Periode januari t.m. mei. In deze eerste fase is samen met betrokken externe adviseurs en deskundigen van de gemeente een integrale visie op duurzaamheid ontwikkeld en een daarbij behorend samenhangend pakket van maatregelen vastgesteld wat ruimtelijk inpasbaar is. Periode mei t.m. juni. In deze tweede fase is dit pakket nader onderzocht via co-creatie en ontwerpend onderzoek. Bovendien heeft overleg plaatsgevonden met betrokken stakeholders, opdat het vervolgens door het College van B&W kan worden vastgesteld.
Het onderhavige stuk en de hierin beschreven integrale duurzaamheidsvisie hebben primair betrekking op City West. Dat heeft er mee te maken dat projecten voor verschillende bouwblokken in de andere gebieden al gecontracteerd en zelfs volop in ontwikkeling zijn.
Naar aanleiding van de concept-versie van het onderhavige stuk is echter besloten eerst nog een aantal aanvullende onderzoeken uit te voeren. Die zijn bedoeld om tot een nadere onderbouwing te komen van een aantal reeds gemaakte of nog te maken keuzes te komen. Deze onderzoeken worden apart gerapporteerd
Stratego –Advies .Nu
Wanneer deze onderzoeken gereed zijn, dan kan per bouwblok een ontwikkelkader kunnen worden opgesteld op basis waarvan concrete doelen kunnen worden gesteld en richtlijnen worden meegegeven voor niet alleen de afzonderlijke thema’s, maar waarbij ze ook in hun onderlinge samenhang worden bezien.
4
Waar mogelijk echter is het wel de bedoeling de in dit document beschreven ambities en beoogde duurzaamheidsprestaties voor deze locaties en projecten daarin mee te nemen en eventueel aanvullend afspraken te maken. Ontwikkellocaties City Nieuwegein ►
integrale duurzaamheidsvisie v e r s i e 3.1
Thema’s en aanpak (1)
City Nieuwegein West 01/11/20
Zoals in de Gebiedsopgave (2019) voor City Nieuwegein is aangegeven is een samenhangend en integraal pakket van duurzaamheidsmaatregelen nodig om City Nieuwegein tot ’de meest duurzame binnenstad van Nederland’ te maken.
In fase 1 richtten we ons in eerste instantie het rechter deel van het schema en gaat het vooral om de technische aspecten van duurzaamheid. Dat is gebeurd door middel van overleggen en workshops tussen in- en externe deskundigen.
Daarbij worden vijf duurzaamheidsthema’s onderscheiden. Onderstaand een overzicht, waarbij tevens is aangegeven welke externe adviseurs (experts) voor deze thema’s bij het opstellen van de onderhavige integrale duurzaamheidsvisie betrokken zijn.
In fase 2 is het dan belangrijk dat te verbinden met het linker deel van het schema. Dat gaat over de maatschappelijke context van de ontwikkeling, waarbij een grote rol is weggelegd voor co-creatiesessies met stakeholders.
1. 2. 3. 4. 5.
Klimaatmaatregelen en natuurinclusief ... SWECO, Enrico Moens Water (sanitatie) * .………………………….. Leaf, Tiemen Nanninga Energie ………………………………………. Merosch, Ronald Schilt Mobiliteit …………………………………….. Loendersloot, Rens Jonker Circulariteit ………………………………….. Stratego Advies
▼ Toelichting op het schema
In de overleggen met betrokken adviseurs en vertegenwoordigers van de gemeente hebben we geconstateerd dat we als deskundigen dikwijls geneigd zijn duurzaamheid en de daarbij te onderscheiden (sub)thema’s vaak heel technisch, rationeel en analytisch te benaderen.
En dat terwijl tijdens o.a. de co-creatiesessies is vastgesteld en betrokken stakeholders aangeven dat het belangrijk is om het centrum van Nieuwegein vooral ook aantrekkelijk te maken als woon- en werkmilieu en om er te winkelen en recreëren.
Uiteindelijk gaat het er om City Nieuwegein tot een duurzame binnenstad en gemeenschap te maken. Dat is veel meer dan een verzameling van gebouwen of bot gezegd een ‘stapel stenen’ met bijbehorende infrastructuur en dergelijke.
We hebben getracht dat schematisch vorm te geven aan de hand van nevenstaande figuur, waarbij een koppeling is gelegd met hoe we vaak denken.
In te end gaat het er om een gebied te ontwikkelen en een gemeenschap of community te bouwen waarin mensen willen wonen, werken, winkelen en recreëren.
Stratego –Advies .Nu
5
* Overleg en afstemming met KWR in het kader van de TKI Watertechnologie heeft nog niet plaatsgevonden. TKI staat voor ‘Topconsortia voor Kennis en Innovatie’. Daarin zoeken ondernemers en wetenschappers naar manieren om vernieuwende producten en diensten op de markt te brengen.
integrale duurzaamheidsvisie v e r s i e 3.1
Thema’s en aanpak (2)
City Nieuwegein West 01/11/20
Om te komen tot een integrale duurzaamheidsvisie voor City Nieuwegein is voor fase 1 aan alle deskundigen gevraagd om voor de vijf onderscheiden thema’s een drietal ambitieniveaus te formuleren:
Welk niveau voor welk duurzaamheidsthema voor City Nieuwegein daarbij wordt gekozen is niet alleen afhankelijk met vooraf geformuleerde ambities, maar ook van de afweging:
Niveau 1 is goed. Dat zijn algemeen geldende regels (wettelijk en/of beleidsmatig) die als het ware een basiskwaliteit garanderen. Dat zijn regels en minimum eisen waarop betrokken partijen in principe geen invloed hebben. Denk bijvoorbeeld aan de BENG-criteria voor (bijna) energieneutrale gebouwen.
a. wat wenselijk is → b. wat uitvoerbaar is → c. wat haalbaar is → d. wat inpasbaar is →
Vaak gebaseerd op expert guesses maakt ook die afweging deel uit van deze visie.
Niveau 2 is beter. Dat houdt ergens het midden tussen niveau 1 en 3 en kan zijn gebaseerd op wat vanuit algemeen gemeentelijk beleid wenselijk is en wat in principe ook voor andere soortgelijke projecten geldt en is / wordt vastgelegd in een overeenkomst tussen betrokken publieke en private partijen.
▼ Voor verschillende thema’s kunnen verschillende ambitieniveau worden onderscheiden
Niveau 3 is best. Dat zijn de best denkbare prestaties en iets waarop je in de ogen van betrokken deskundigen zou kunnen excelleren. Dat is wat City zou kunnen kenmerken als ‘meest duurzame binnenstad van Nederland’ en onderscheiden van andere projecten. Iets waarmee alle betrokken partijen, de gemeente Nieuwegein voorop, zich wil profileren. De beoogde integrale duurzaamheidsvisie moet niet alleen een beeld geven van welk ambitieniveau voor welk thema wordt of kan worden gerealiseerd, maar ook hoe de verschillende thema’s met elkaar samenhangen en elkaar kunnen versterken dan wel tegenwerken..
Stratego –Advies .Nu
milieukundig technisch financieel ruimtelijk én in tijd
6
integrale duurzaamheidsvisie v e r s i e 3.1
Klimaat & Natuur (1.1)
City Nieuwegein West 01/11/20
Door klimaatverandering moeten we zijn opgewassen tegen steeds extremere weersgebeurtenissen zoals steeds heftigere regenbuien die zorgen voor wateroverlast en langere periodes van hitte en droogte die steeds vaker voorkomen.
Als het gaat om het groen/blauwe-systeem voor City Nieuwegein en maatregelen ten behoeve van klimaat én natuur, dan kunnen drie ambitieniveaus worden onderscheiden:
Wanneer geen maatregelen worden genomen leidt dat tot schade aan gebouwen en vitale infrastructuur, tot gezondheidsproblemen en extra sterfte onder met name kwetsbare groepen. Bovendien heeft klimaatverandering grote gevolgen voor de biodiversiteit.
Niveau 1: De water robuuste stad
De gevolgen hiervan zijn overal merkbaar in ons land, maar vooral ook in steden en bebouwd gebied zoals City. Door bebouwing en verharding van het oppervlak is er nauwelijks ruimte voor groen. Dat heeft niet alleen gevolgen voor de biodiversiteit, maar ook voor de kwaliteit van de openbare ruimte en voor de eerder genoemde temperatuur- en de waterhuishouding van de stad. De opgave is het verminderen van de kwetsbaarheid van de stad en haar bewoners; niet alleen mensen, maar ook flora en fauna. Daarbij komt dat vergroening niet alleen belangrijk is omwille van klimaatverandering en biodiversiteit, maar vooral ook vanwege de belevings- en gebruikswaarde. Een groene leefomgeving wordt totaal anders beleefd door gebruikers. Bovendien nodigt het uit tot bewegen en ontmoeten, wat bijdraagt aan zowel de fysieke gezondheid (bewegen) als de mentale gezondheid (ontmoeten) van bewoners en bezoekers van City (→ zie GEZONDHEID).
Wateroverlast als gevolg van extreme neerslag wordt vooral voorkomen door uitbreiding van de capaciteit van het rioolstelsel (business as usual), waarbij eventueel sprake is van overloop. De focus ligt op het gebruik en behoud van de zgn. grijze infrastructuur, bestaande uit buissystemen en verhard oppervlak. Van groen-blauwe maatregelen is nauwelijks sprake. Het gaat vooral om civieltechnische maatregelen.
Maatregelen zónder overloop ►
Niet voor niets is opgehaald uit de co-creatiesessies dat groen en blauw belangrijk zijn en een speerpunt vormen voor City Nieuwegein. Dat is ook de mening van alle betrokken experts.
Stratego –Advies .Nu
Bij de ‘water robuuste stad’ gaat het vooral om de opvang van de neerslag van een korte hevige bui. Maatgevend is een korte stevige bui van 70 mm in één uur met een herhalingstijd van één keer in de 100 jaar (1/100) in 2050, wat thans 60 mm is.
7
Maatregelen mét overloop ►
integrale duurzaamheidsvisie v e r s i e 3.1
Klimaat & Natuur (1.2)
City Nieuwegein West 01/11/20
Niveau 2: De klimaat bewuste stad
▼ Waterdak met hoge opstand
Extensief ▼ en intensief ▼ groendak
Bij de ‘klimaatbewuste stad’ wordt niet alleen rekening gehouden met wateroverlast, maar vooral ook met droogte en in mindere mate met hittestress en biodiversiteit. Dat gebeurt door het toepassen van groenblauwe maatregelen die vaak nog los staan van andere maatregelen. Denk aan i. wadi’s, ii. blauwe en iii. groen daken. Met wadi’s in de openbare ruimte stroomt hemelwater van daken en wegen niet in de riolering, maar bovengrondse via greppels en goten in de wadi. Omdat wadi’s groen zijn kun je met wadi’s niet alleen het stedelijk watersysteem verbeteren, maar ook de groenstructuur. Wadi’s als groenblauwe maatregel
Om echter ook in tijden van droogte groene daken en met name daktuinen en eventueel groene gevels van voldoende water te kunnen voorzien, wordt geadviseerd niet zomaar daktuinen maar zogeheten retentie- of polderdaken aan te leggen.
Water op daken bergen en vasthouden kan op twee verschillende manieren: 1. via een blauw spoor d.m.v. van een hoge opstand of m.b.v. waterdaken of 2. via een groen spoor, extensief met mos-sedumdaken of intensief met tuindaken.
Polderdaken maken van het dak een echte waterberging. Die waterberging wordt bestuurd. Op die manier is het systeem in staat om alle regen die op het dak valt op te slaan en op een rustig moment af te voeren.
Omwille van de hittestress, de leefbaarheid én met het oog op biodiversiteit hebben daarbij groene daken de voorkeur boven blauwe daken, al kunnen de laatste vermoedelijk veel gemakkelijker dan de eerste worden gecombineerd met zonnepanelen die ook een plaats moeten krijgen op de daken (→ zie ENERGIE).
Het Polderdak fungeert als basis van een groendak, daktuin of dakpark. Daarbij kan het water dat wordt opgeslagen worden gebruikt voor irrigatie, infiltratie of een grijs watersysteem (→ zie SANITATIE).
Stratego –Advies .Nu
8
▼ Retentie- of slim polderdak
integrale duurzaamheidsvisie v e r s i e 3.1
Klimaat & Natuur (1.3)
City Nieuwegein West 01/11/20
Niveau 3: De klimaat adaptieve stad
Ten slotte is er nog een derde aspect. Dat betreft het afvalwatersysteem (sanitatie). Dat gaat o.a. over (her)gebruik van hemelwater en over de afvoer en zuivering van - grijs water (o.a. bad-, douche-, wastafel-, vaatwas- en wasmachinewater) en - zwart water afkomstig van het doospoelen van toiletten.
De ‘klimaat adaptieve stad’ brengt groen en blauw in de stad naar een hoger niveau. Daarbij worden horizontale en verticale oppervlakten (openbare ruimte en daken respectievelijk gevels) in samenhang met de groenblauwe structuren in de omgeving ontworpen en ingericht. Daarbij ligt de focus op klimaatmaatregelen, zoals het tegengaan van wateroverlast, droogte en hittestress. Tegelijkertijd echter wordt geprobeerd zo veel mogelijk andere baten (financieel en maatschappelijk) mee te ontwikkelen o.a. groen voor de aantrekkelijkheid en waardevermeerdering van woningen, bevordering van de gezondheid en waterzuivering (sanitatie).
Behalve dat dit water is vervuild met zeepresten (grijs), urine en fecaliën (zwart) bevat het ook tal van microverontreinigingen en grondstoffen waaronder medicijnresten en hormonen die er uit moeten worden verwijderd en nutriënten die er uit kunnen worden teruggewonnen en hergebruikt, bijvoorbeeld als meststof. Maar behalve grondstoffen kan ook energie worden (terug)gewonnen uit afvalwater en zou gezuiverd grijs water ook prima kunnen worden hergebruikt voor beregening van groen in de openbare ruimte, op daken en aan de gevel. Tegelijkertijd kan hemelwater worden ingezet als spoelwater voor toiletten (→ zie SANITATIE).
Dat gebeurt op de eerste plaats door te kiezen voor een royale aanplant van groen (niet alleen in de openbare ruimte, maar ook in binnentuinen en op daken) en voor groene gevels. Dat biedt niet alleen oplossingen voor wateroverlast en droogte, maar ook voor hittestress. Het zorgt voor verdampingskoeling en biedt schaduw, naast dat hemelwater kan infiltreren in de ondergrond of kan worden gebufferd op daken. Vooral loofbomen met grote kronen zijn daarbij effectief. Bovendien hebben een royale aanplant en groene gevels een belangrijk psychologisch effect. Bewoners en bezoekers beleven het thermisch comfort aangenamer en vinden de hitte draaglijker en dat komt de gezondheid te goede (→ zie GEZONDHEID).
▼ Groene structuur voor City Nieuwgein
▼ Blauwe structuur voor City Nieuwegein
… hemelwater | grijs water | zwart water → LEAF … TKI
Belangrijk tweede kenmerk van de Klimaatadaptieve Stad is het leggen van een verbinding tussen de groenblauwe netwerken in de stad met de omgeving. Dat vraagt om een ecologische en hydologische systeemanalyse en eventueel een zogeheten TEEB-analyse* om de waarde van ecosysteemdiensten en biodiversiteit te verkennen en vast te leggen.
Stratego –Advies .Nu
9
* TEEB staat voor The Economics of Ecosystems and Biodiversity. Dat is een wereldwijd initiatief van de Verenigde Naties om inzicht te krijgen in de waarde van groen. Niet alleen in economische zin, maar ook maatschappelijk zoals woonplezier en gezondheid.
integrale duurzaamheidsvisie v e r s i e 3.1
Klimaat & Natuur (1.4)
City Nieuwegein West 01/11/20
Maatgevende bui Om te zorgen dat extreme neerslag die op gebouwen en privaat terrein valt niet wordt afgewenteld op het openbare gebied is het uitgangspunt ter voorkoming van wateroverlast dat van een korte stevige bui (70 mm in 1 uur, 1/100 jaar in 2050)* een groot deel van de neerslag (50 mm) op eigen terrein (per bouwblok) kan worden opgevangen en vertraagd alvorens het af te voeren. De berging is niet eerder dan in 24 uur leeg en is in maximaal 48 uur weer beschikbaar of wordt gestuurd, zoals in het geval van een slim polderdak. Bovendien mag geen schade optreden aan bebouwing en vitale infrastructuur bij extreem hevige neerslag (90 mm in 1 uur, 1/250 jaar in 2050).*
Conclusie voor Klimaatadaptatie & Natuurinclusiviteit Voor klimaat en natuur worden navolgende ambitieniveaus onderscheiden: 1. Een water robuuste aanpak waarbij vooral civieltechnische maatregelen worden genomen. Wateroverlast als gevolg van extreme neerslag wordt vooral voorkomen door civieltechnische maatregelen en uitbreiding van het rioolsysteem. 2. Een klimaat bewuste aanpak waarbij niet alleen rekening wordt gehouden met wateroverlast, maar ook droogte en in mindere mate hittestress en biodiversiteit. Dat gebeurt door middel van groenblauwe maatregelen zoals wadi’s in de openbare ruimte en groene en blauwe daken van gebouwen. Maatregelen die min of meer los van elkaar worden genomen.
LET OP! Dat is ongeacht het ambitieniveau. Op basis hiervan en uitgaande van een Klimaatadaptieve Stad, is berekend wat de daarbij behorende ruimteclaim is voor City West. Dat is 15% van het plangebied (ca. 5.500 m2) te verdelen tussen water en groen.
Uitgangspunt daarbij is de trits vasthouden → bergen → afvoeren, waarbij de focus niet alleen ligt op de techniek, maar vooral ook op de natuur: building with nature. En waarbij interessante combinaties zijn te maken met niet alleen groen, maar ook met beleving en gezondheid (→ zie GEZONDHEID). Uitgangspunt is ook dat minimaal 20 mm in openbaar gebied kan infiltreren op daarvoor geschikte locaties: wegen en groenstroken. En dat daarboven 50 mm kan worden gebufferd op daken voor een vertraagde afvoer. Aldus geeft een korte hevige bui (70 mm) nauwelijks of geen wateroverlast en blijven kwetsbare objecten en vitale infrastructuur bij extreme weersomstandigheden (90 mm) functioneren.
Stratego –Advies .Nu
10
3. Een klimaat adaptieve aanpak, waarbij alle aspecten van klimaatadaptatie en natuurinclusiviteit aan de orde komen: wateroverlast, droogte, hittestress én biodiversiteit. Dat gebeurt o.a. door horizontale en verticale oppervlakten (openbare ruimte en daken resp. gevels) in samenhang met de groene en blauwe structuur in de omgeving te ontwerpen en in te richten en bovendien ook andere baten (financieel en maatschappelijk) daarbij mee te nemen. Gezien de uitkomsten van de co-creatiesessies tot nog toe en het belang wat ook alle in- en externe deskundigen hechten aan groene en blauwe maatregelen en dus klimaatadaptief en natuurinclusief ontwikkelen en bouwen, wordt voorgesteld voor het maximale te gaan. Dat vraagt een ruimtebeslag van ca. 15% van het plangebied, te verdelen tussen opppervlaktewater (indien mogelijk) en groen, terwijl je op de daken 50 mm moet kunnen bergen. * Een korte stevige bui met een herhalingstijd van eens in de 100 jaar komt in het huidige klimaat overeen met 60 mm. In 2050 zal dat naar verwachting 70 mm zijn. Voor extreem hevige neerslag die eens in de 250 jaar voorkomt is dat 75 mm nu en 90 mm in 2050.
integrale duurzaamheidsvisie v e r s i e 3.1
Gezondheid (2.1)
City Nieuwegein West 01/11/20
Naast dat groen in City een belangrijke rol speelt als het gaat om klimaatadaptatie en natuurinclusiviteit, draagt het ook bij aan de belevingswaarde en gezondheid van bewoners. Gezondheid is weliswaar niet één van de vijf duurzaamheidsthema’s, maar wordt desondanks belangrijk genoeg geacht om hier te bespreken. Er bestaat immers een duidelijke relatie tussen groen en gezondheid. Die is vooral toe te wijzen aan de verlaging van stress door aanwezigheid van groen.
Onderzoek in binnen- en buitenland laat steeds weer zien dat bewoners van stenige wijken een slechtere gezondheid en lagere levensverwachting hebben dan bewoners van groene wijken. Vandaar dat groen in de wijk vaak ook wordt aangeduid als Vitamine G. Onderzoek laat bovendien zien dat vooral kinderen, ouderen, huisvrouwen en mensen uit lagere sociaal-economische klassen baat hebben bij groen in de wijk. De mate van verstedelijking zorgt daarbij niet voor een vermindering naar de vraag naar groen, maar zorgt wel voor een mindere beleving van gezondheid.
Daarbij maakt het in principe niet uit welke waarde er aan een plek wordt gehecht of functie er aan wordt gegeven. Kortom, groen in de openbare ruimte, aan gevels, in binnentuinen en op daken hebben in principe hetzelfde effect.
Maar omdat groen niet alleen bijdraagt aan de gezondheid van bewoners, maar ook hun welzijn en daarmee hun geluk, spreken we voor City liever van Vitamine G3: groen > gezondheid > geluk.
Groene plekken zijn gezonde plekken zo lang de plek een natuurlijke uitstraling heeft en er bovendien ook andere factoren zijn die voor ontspanning zorgen. Groen en ontspanning of ontmoeting zijn daarmee essentiële factoren die in direct verband staan met gezondheid in relatie tot de leefomgeving. Voor City is groen op drie manieren van de invloed op de gezondheid van toekomstige bewoners: 1. Rechtstreeks door een positief effect op de fysieke leefomgeving (lees: milieukwaliteit), waaronder geluiddemping, minder fijn stof en verkoelend effect (minder hitte stress) en waterhuishouding; 2. Indirect doordat groen gezond gedrag bevorderd zoals lopen en fietsen, sporten en spelen, en ontmoeten; 3. Beleving van de omgeving, wat bijdraagt aan het welzijn / welbevinden en geluk van bewoners. Het geeft ruimte voor ontspanning, ontplooiing, gevoel van sociale cohesie en van veiligheid.
Stratego –Advies .Nu
11
▲ Vitamine G3 voor City a.d.h.v. de SDG’s waarbij schematisch de relatie is weergegeven tussen klimaatmaatregelen (SDG13), groen (SDG15) en gezondheid (SDG3) als onderdeel van het ontwikkelen en bouwen van duurzame steden en gemeenschappen (SDG11).
integrale duurzaamheidsvisie v e r s i e 3.1
Gezondheid (2.2) Een gezonde leefomgeving, zo valt uit het voorgaande op te maken, is: “een leefomgeving die als prettig wordt ervaren, die uitnodigt tot gezond gedrag en waar de druk op de gezondheid zo laag mogelijk is”. Meer concreet is een gezonde leefomgeving een leefomgeving die: • • • • • • • • • • •
schoon en veilig is uitnodigt tot bewegen, spelen en sporten zorgt voor goede bereikbaarheid fietsen, wandelen en OV-gebruik stimuleert zorgt dat mensen elkaar kunnen ontmoeten rekening houdt met de behoeften van de (toekomstige) bewoners een goede milieukwaliteit heeft (bodem, water, lucht, geluid etc.) voldoende groen en water heeft en aandacht voor klimaatadaptatie gezonde en duurzame woningen heeft een aantrekkelijke en gevarieerde openbare ruimte heeft een gevarieerd aanbod aan voorzieningen
Het heeft dus betrekking op zowel de fysieke als sociale omgeving. Nevenstaande figuur, afkomstig van het RIVM en platform Gezonde Leefomgeving, kan daarbij helpen om een gezonde leefomgeving vorm te geven; ruimtelijk, fysiek en sociaal. Naast meetbare, objectieve kenmerken, zoals aantal dBA geluid of afstand tot groen in de wijk, is ook het oordeel of perceptie van (toekomstige) bewoners van MWKZ belangrijk, waaronder tevredenheid over speel- en groenvoorzieningen (subjectieve kenmerken).
Stratego –Advies .Nu
City Nieuwegein West 01/11/20
Deze beleving kan nog wel eens verschillen van de situatie zoals vastgesteld op basis van de meetgegevens of de opvattingen van beleidsmakers, ontwerpers en (vastgoed) professionals. En het is juist daarom zo belangrijk een dialoog op te tuigen door middel van bijvoorbeeld co-creatiesessies met (toekomstige) bewoners en gebruikers van City Nieuwegein West. Daarbij kunnen twee instrumenten behulpzaam zijn als het gaat om omgevingsfactoren: 1. de Gelderse Gezondheidswijzer (door lokale overheden en GG&GD’s vaak aangeduid als de Quick Scan Gezonde Leefomgeving), die vooral betrekking heeft op de fysieke leefomgeving (lees: milieukwaliteit) en 2. de Leefplekmeter, die veel meer gaat over sociale omgevingsfactoren.
Ofschoon beide tools deels dezelfde thema’s behandelen, is een belangrijk verschil is dat de eerste vooral door professionals (m.n. beleidsmakers, B2B) wordt gebruikt, terwijl de tweede vooral bedoeld is om met bewoners en gebruikers in gesprek te komen (B2C), waarbij ze zelf aangeven wat zij belangrijk vinden.
12
▲ Model voor een gezonde leefomgeving en kwaliteit van leven Bron: RIVM
integrale duurzaamheidsvisie v e r s i e 3.1
Gezondheid (2.3)
City Nieuwegein West 01/11/20
Fysieke gezondheid → Quick Scan Gezonde Leefomgeving
Sociale gezondheid → De Leefplekmeter
Een goede leefomgeving wordt gezien als een belangrijke voorwaarde voor gezondheid. De wijzer brengt met name de milieukwaliteit in kaart van de fysieke leefomgeving aan de hand van 11 thema’s (zie figuur). Ze is allereerst bedoeld om bewoners en gebruikers van een gebied te beschermen tegen negatieve milieu-invloeden. En daarnaast om de leefbaarheid, groen en bewegen in de wijk te bevorderen en daarmee de gezondheid van bewoners.
In tegenstelling tot de Gelderse Gezondheidswijzer gaat de Leefplekmeter vooral over de sociale omgeving. De Leefplekmeter maakt het mogelijk om met partijen in gesprek te gaan. Niet alleen professionele partijen, zoals vertegenwoordigers van de gemeente, de GG&GD en ontwikkelende partijen, maar vooral ook (toekomstige) bewoners en gebruikers van het gebied (business to consumer, B2C).
Met behulp van de Quick Scan kun je bepalen of een wijk of buurt gezond en veilig is en waar kansen liggen tot verbetering. Dat gebeurt met behulp van openbare data. Waar mogelijk worden die aangevuld met gegevens van de eigen gemeente. Zo worden kwaliteiten en knelpunten inzichtelijk gemaakt. Het resultaat is een startpunt om de omgevingskwaliteit, beleving en gezondheidsambitie te bespreken. Dat betreft meestal een dialoog tussen beleidsmakers van de gemeente en de GG&GD, dus tussen professionals onderling (business to business, B2B). De uitkomsten daarvan kunnen leiden tot gezamenlijke ambities, die vervolgens kunnen worden opgenomen in de omgevingsvisie voor een gebied. Voorbeeld van een uitkomst van de gezondheidswijzer ▲
Stratego –Advies .Nu
Daarbij bespreek je alle onderdelen volgens een vaste opbouw. Voor bestaand bebouwd gebied kun je zo bepalen wat er goed gaat en wat er beter kan. Voor een nieuw te ontwikkelen gebied kun je op dezelfde manier bepalen wat betrokkenen, waaronder dus toekomstige bewoners en gebruikers, belangrijk vinden en waaraan vooral aandacht moet worden besteed. De Leefplekmeter onderscheidt 14 thema’s die nauw aansluiten bij niet alleen het stedenbouwkundig plan en programma voor City, maar ook bij aspecten van duurzaamheid (technisch en sociaal) en bij gezondheid, zoals hiervoor besproken. De Leefplekmeter geeft inzicht in welke ► thema’s van gezondheid en duurzaamheid (technisch én sociaal) belangrijk zijn in de ogen van (toekmstige) bewoners Bron: Pharos, Plaform31 en Gezond In …
13
Sanitatie & Afvalwater (3.1)
integrale duurzaamheidsvisie v e r s i e 3.1
City Nieuwegein West 01/11/20
Naast dat water een belangrijke rol speelt in het kader van klimaatadaptatief en natuurinclusief bouwen (→ zie KLIMAAT EN NATUUR) is het ook belangrijk met het oog op (nieuwe) sanitatie. Daarbij gaat het in ons land minder om hygiëne, want dat is goed georganiseerd, maar vooral om het anders omgaan met afvalwater.
Nieuwe sanitatie is niet één techniek of één concept. Het is een andere aanpak bij het inzamelen en verwerken van afvalwater. De basisgedachte is dat afvalwater waardevolle stoffen bevat die je kunt ‘verwaarden’, d.w.z. waarmee je waarde kunt creëren door (terug)winning en hergebruik.
Afvalwater bestaat uit verschillende stromen, waaronder i. grijs water afkomstig van bad, douche, wasbak en (vaat)wasmachine en ii. zwart water van het doorspoelen van toiletten. Het bevat niet alleen zeepresten, urine en fecaliën, maar ook microverontreinigingen (medicijnresten en hormonen) die er uit moeten worden verwijderd en grondstoffen (nutriënten, waaronder stikstof en fosfor) die kunnen worden teruggewonnen en hergebruikt, bijvoorbeeld als meststof. Bovendien kan door vergisting er energie uit worden gewonnen.
Daartoe moet je de afvalstromen van elkaar scheiden en moeten de stromen bij voorkeur zo geconcentreerd mogelijk zijn, vooral als het gaat om zwart water. Dat betekent niet alleen hemelwater afkoppelen van het riool (wat al verplicht is), maar ook twee riolen naast elkaar: één voor grijs water en één voor zwart water.
▼ Samenstelling huishoudelijk afvalwater Afvalwater. Grofweg is een derde van het
huishoudelijk afvalwater spoelwater voor toiletten inclusief urine en fecaliën, een derde douche- en badwater en een derde waswater van de spoelbak, de wasmachine en vaatwasmachine. Rioolwater. Wanneer het hemelwater niet is afgekoppeld van het riool, bestaat het rioolwater voor meer dan de helft uit hemelwater. Een derde is spoelwater voor onze toiletten, waarvan urine en fecaliën maar een hele kleine fractie uitmaken (< 0,5%).
Stratego –Advies .Nu
14
Daarbij is het belangrijk een onderscheid te maken tussen i. inzameling (inpandig), ii. transport (uitpandig) en iii. verwerking (zuivering en terugwinning). Maar het is ook belangrijk waterbesparende maatregelen te nemen; niet alleen waterbesparende kranen en douchekoppen, maar bijvoorbeeld ook low flush toiletten. Die gebruiken 2,4 en 4 liter voor een kleine resp. grote spoeling, waar een gewone toilet 3 en 6 liter nodig heeft. Je kunt ook voor vacuümtoiletten kiezen. Bronnen van grijs en zwart water ►
Sanitatie & Afvalwater (3.2) Op GEBOUWNIVEAU is het belangrijk het afvalwater te scheiden aan de bron. Ongeacht wat namelijk down stream gebeurt (nu en in de toekomst), scheiding bij de bron kan anders nooit meer. Het is vrijwel onmogelijk gebouwen daar later nog op aan te passen, waarmee het dus een belangrijke no regret maatregel is.
City Nieuwegein West 01/11/20
Op GEBIEDSNIVEAU is een gescheiden transport van grijs en zwart water een voorwaarde voor een optimale verdere verwerking. Dat kan in of nabij de gebouwen of elders, na transport. Grijs water kan onder vrij verval of met een persriool worden getransporteerd naar een lokale zuivering of een RWZI. Het kan eventueel ook ter plaatse worden gezuiverd en hergebruikt; niet alleen voor beregening van bijvoorbeeld daktuinen en groene gevels, maar bijvoorbeeld ook douche- en waswater.
Grijs water wordt met behulp van conventioneel sanitair ingezameld en onder vrij verval getransporteerd. Met eenvoudige technieken kan het bovendien inpandig worden gezuiverd en hergebruikt voor o.a. beregening, als toiletspoelwater en zelfs voor de (vaat)wasmachine. Dat levert een besparing op van een derde tot de helft. Bovendien kan thermische energie er nog uit worden teruggewonnen; inpandig met behulp van een douche-WTW, uitpandig d.m.v. riothermie. Uitgangspunt is wel dat er waterbesparende maatregelen worden genomen, zoals hiervoor beschreven. Voor zwart water bepaalt vooral de hoeveelheid spoelwater van het toilet de effectiviteit en efficiëntie van de zuivering en terugwinning. Kies je voor een vacuümtoilet, dan hoort daar ook een vacuümriool bij. In ieder geval inpandig, maar bij voorkeur ook bij transport (uitpandig) naar bijvoorbeeld een vergister Eventueel aanvullend kan gekozen worden voor een voedselvermaler of grinder. Daarmee wordt GFE-afval (groen, fruit en etensresten) aan het zwart water toegevoegd en kunnen de biogas-opbrengsten door vergisting met naar schatting 40% worden verhoogd, afhankelijk van het verdere transport en de verwerking. BELANGRIJK! Gebruik van grinders in combinatie met gewone riolering en zuivering levert geen milieuvoordelen op. Dat voordeel is er alleen in combinatie met vacuümriolering en vergisting.
LET OP! Het lozen van vermalen afvalstoffen op de riolering is in principeverboden in Nederland. Maar vanwege de bijdrage die het kan leveren aan o.a. de energievoorziening kan er, met het oog op innovatie, incidenteel wel toestemming voor worden verleend.
Stratego –Advies .Nu
integrale duurzaamheidsvisie v e r s i e 3.1
15
Een interessante ontwikkeling in dit kader is o.a. de Hydraloop, een in house systeem voor de zuivering en het hergebruik van grijs water. In januari 2020 won ondernemer Arthur Valkieser, die kantoor houdt op de Water Campus in Leeuwarden, hiermee een innovatieprijs op de wereldwijde tech beurs Consumer Electronics Show (CES) in Las Vegas. Bovendien werd de Hydraloop door Time Magazine uitgeroepen tot een van de 25 beste producten op de CES. Zwart water kan, afhankelijk van de gekozen inzameling en gewenste verwerking, onder vrij verval, met een persriool of vacuüm worden getransporteerd. Afhankelijk van de beschikbare ruimte kan het ter plaatse (bijv. in een kelder of parkeergarage) lokaal worden verzameld of anders verdund getransporteerd naar een RWZI.
Sanitatie & Afvalwater (3.3)
integrale duurzaamheidsvisie v e r s i e 3.1
City Nieuwegein West 01/11/20
Op grond van het voorgaande en afhankelijk van welke maatregelen worden genomen (zie nevenstaande figuur en tabel, die bedoeld zijn om diverse opties te bespreken) kunnen verschillende ambitieniveaus worden onderscheiden: Niveau 1: Business as usual. Conform vigerend beleid en huidige bouwregelgeving wordt alleen onderscheid gemaakt tussen hemelwater en (huishoudelijk) afvalwater. Hemelwater wordt afgekoppeld van gebouw- en buitenriolering en ingezet ten behoeve van klimaatadaptatie en natuurinclusiviteit (→ zie KLIMAAT & NATUUR). Afvalwater (grijs en zwart samen) wordt onder vrij verval afgevoerd en geloosd op het openbaar riool. Er worden geen speciale maatregelen getroffen. Van ‘verwaarden’ is geen sprake. Niveau 2: Inzet op grijs water. Op gebouwniveau worden grijs en zwart water gescheiden bij de bron. De focus ligt op waterbesparing en de zuivering en het hergebruik van met name grijs water. Dat kan na een beperkte zuivering per huishouden, op opbouwblok- of op gebiedsniveau. Afhankelijk daarvan kan grijs water worden hergebruikt voor beregening, als toiletspoelwater of als waswater.
Maatregelen
Afhankelijk van het type toilet (low flush of vacuüm) kan inpandig voor zwart water vrij verval of vacuümriolering worden toegepast. Niveau 3: Inzet op zwart water. Grijs en zwart water worden niet alleen inpandig gescheiden bij de bron, maar ook de buitenriolering is gescheiden. Gebruik wordt gemaakt van vacuüm toiletten en vacuüm riolering voor zwart water. Daar wordt GFE-afval aan toegevoegd m.b.v. een voedselvermaler. Zwart water wordt voorlopig per bouwblok of anders op gebiedsniveau ingezameld en vervolgens over de weg ‘per as’ afgevoerd een RWZI om er aldaar grondstoffen en energie uit (terug) te winnen. Op termijn is transport naar de RWZI per persleiding denkbaar.
Stratego –Advies .Nu
Effecten
Toekomst
16
Inpandig
Uitpandig
Zuivering en RWZI
• Watersparende kranen en douchekop • Low flush of liefst vacuümtoilet • Voedselrestenvermaler (grinder) • Inpandig gescheiden inzameling grijs en zwart water • Grijs water eventueel inpandig zuiveren, per huishouden of op blokniveau
• Gescheiden rioleringssysteem voor grijs en zwart water • Grijs water onder vrij verval naar RWZI • Zwart water per persleiding of vacuüm naar opslag- c.q. buffertank • Vacuümstation op bouwblok- of gebiedsniveau
• Transport zwart water (dun of dik)* over de weg ‘per as’ naar RWZI • Winning biogas door vergisting • Terugwinnen grondstoffen o.a. N en P
• Drinkwaterbesparing • Hergebruik grijs water voor beregening en eventueel spoel- en waswater • Dik i.p.v. dun zwart water met hogere vuillast
* Afhankelijk van type toilet, riolering en wel of geen voedselrestenvermaler
• Grotere biogasproductie • Toename energiewinning • Meer grondstoffen (terug)gewonnen • Grotere slibproductie
• In de toekomst eventueel persleiding voor rechtstreeks transport naar RWZI
• Efficiënte verwijdering specifieke probleemstoffen, waaronder hormonen en medicijnresten
Sanitatie & Afvalwater (3.4)
integrale duurzaamheidsvisie v e r s i e 3.1
City Nieuwegein West 01/11/20
Conclusie voor Sanitatie & Afvalwater Voor Sanitatie & Afvalwater worden drie afvalstromen onderscheiden: 1. Hemelwater wordt standaard afgekoppeld van het riool en aangewend voor een klimaatadaptief en natuurinclusieve ontwikkeling. Voor het vasthouden, bergen en afvoeren ervan: zie KLIMAAT & NATUUR. Hemelwater kan eventueel worden gebruikt voor toiletspoeling; iets wat voor kantoren al heel gebruikelijk is, maar voor woningen veel minder. Daarvoor wordt nu drinkwater gebruikt en scheelt ongeveer een derde van het watergebruik per huishouden. 2. Grijs water wordt met behulp van conventioneel sanitair ingezameld en onder vrij verval getransporteerd. Maar het is ook belangrijk waterbesparende maatregelen te nemen; niet alleen waterbesparende kranen en douchekoppen, maar bijvoorbeeld ook low flush toiletten. Maar behalve dat je water kunt besparen, kun je uit grijs water ook thermische energie terugwinnen met behulp van een douche-WTW (inpandig) en eventueel riothermie (uitpandig). Bovendien heeft het de potentie om na een beperkte zuivering te worden hergebruikt; niet alleen voor de beregening van bijvoorbeeld daktuinen en/of groene gevels, maar ook als toiletspoelwater en mogelijk ook als (vaat-) wasmachinewater. Zuivering van grijs water kan inpandig plaatsvinden; niet alleen op bouwblokniveau, maar ook per huishouden. Dat levert een besparing op van naar schatting 40%.
De voorgaande figuur en tabel vormen als het ware een menukaart voor diverse maatregelen die kunnen worden genomen als het gaat om Sanitatie & Afvalwater. Daaruit blijkt dat er niet strikt drie niveaus zijn te onderscheiden. Er zijn nog tal van tussenvarianten denkbaar waaruit kan worden gekozen. Daarmee kan de aanpak van grijs en zwart water omschreven worden als vijftig tinten grijs. Innovatie Er is tot nog toe nog maar weinig ervaring met nieuwe sanitatie. Althans, bij woningbouw. Eén van de weinige grootschalige projecten is Noorderhoek Sneek. Een woonwijk van in eerste instantie 230 grondgebonden huurwoningen, waar later 32 appartementen en een verzorgingstehuis aan zijn toegevoegd. Toiletten en voedselvermalers zijn aangesloten op een vacuümsysteem en vergistingsinstallatie in de wijk. Vanwege het innovatieve karakter is Noorderhoek intensief onderzocht en goed gedocumenteerd. Niet alleen technisch, milieukundig én financieeleconomisch evaluatieonderzoek is beschikbaar. Ook bewonerservaringen zijn in kaart gebracht. Klik HIER voor meer informatie. Het TKI-project watertechnologie van KWR zou in deze een mooie next step kunnen zijn die City naar een hoger niveau tilt.
3. Zwarte water ten slotte dient zo geconcentreerd mogelijk te worden ingezameld voor o.a. een zo optimaal mogelijke energiewinning en (terug)winning van grondstoffen. Dat kan door middel van vacuümtoiletten en vacuümriolering.
Stratego –Advies .Nu
Voor een extra toevoer van organisch materiaal omwille van de energiewinning kan een voedsel-vermaler (grinder) aan het systeem worden toegevoegd. Het zogeheten ‘dik zwart water’ wat zo ontstaat wordt in eerst instantie op bouwblok- of gebieds-niveau ingezameld en over de weg ‘per as’ vervoerd naar de RWZI om er aldaar grondstoffen en energie uit (terug) te winnen.
17
integrale duurzaamheidsvisie v e r s i e 3.1
Energie en CO2 (4.1)
City Nieuwegein West 01/11/20
Verbetering van de energieprestaties en reductie van de CO2 emissies vormen een belangrijk onderdeel van de duurzaamheidsambities voor City Nieuwegein. Dat is ook de reden dat vorig jaar al door Merosch een energievisie voor het gebied is opgesteld. Uit deze energievisie blijkt o.a. dat vanwege de hoge woningdichtheid van City (hoogbouw in plaats van grondgebonden woningen) het technisch en financieel thans vrijwel onmogelijk is om energieneutrale gebouwen te realiseren. Dat is ongeacht of gekozen wordt voor stadsverwarming of voor warmte- en koudeopslag (WKO). Voor zonnepanelen op daken is eenvoudigweg onvoldoende ruimte. Wanneer gekozen wordt maximaal in te zetten op (bijna) energieneutrale gebouwen, dan gaat dat bovendien ten koste van andere duurzaamheidsthema’s, bijvoorbeeld groen omwille van biodiversiteit en blauw omwille van wateropvang op daken of een combinatie daarvan ten behoeve van daktuinen door middel van (slimme) polderdaken (→ zie KLIMAAT & NATUUR). Naar schatting is maximaal 75% conform BENG3 haalbaar (zie verderop voor een toelichting). Wanneer nl. gekozen wordt om zonnepanelen aan de gevel te monteren in plaats van ze op de daken te leggen, dan moet vooralsnog rekening worden gehouden met niet alleen aanzienlijke meerkosten, maar ook significant lagere stroom-opbrengsten.
Bovendien gaan meer zonnepanelen ten kosten van de milieuprestaties van gebouwen (→ zie CIRCULAIR). Daarom is het belangrijk niet alleen de energieopgave, maar vooral ook de mogelijkheden van reductie van de CO2 emissies veel breder te bekijken dan alleen het zogeheten gebouw gebonden energiegebruik. Denk daarbij m.n. aan mobiliteit en het gebruik van bouwmaterialen in het kader van circulair bouwen.
Stratego –Advies .Nu
18
Conform het Bouwbesluit gelden voor de ontwikkelingen in City Nieuwegein West straks de zogeheten BENG-criteria voor (bijna) energieneutrale gebouwen. Daarvan is BENG3, die gaat over het percentage hernieuwbare energie wat je op gebouwniveau moet opwekken, het meest kritisch. Dat is ongeacht het gekozen energieconcept, waarbij gekozen kan worden voor aansluiting op de in het gebied aanwezig stadsverwarming of voor warmte- en koudeopslag (WKO).
Nadeel van de stadsverwaming is dat deze voorlopig nog behoort tot één van de minst duurzame stadsverwarmingsystemen van ons land. Nadeel is bovendien dat het geen koeling kan leveren. Dat vraagt om extra bouwkundige maatregelen omwille van het zomercomfort. Voordeel is dat het gemakkelijk ruimtelijk inpasbaar is en dat het lagere investerings- en aansluitkosten met zich meebrengt. Een WKO heeft als voordeel dat het behalve duurzame warmte ook koeling (comfort!) levert. Aandachtspunt is de ruimtelijke inpassing van het systeem, zowel op gebiedsniveau (bronnen) als gebouwniveau (warmtepompen). Om te voorkomen dat de bronnen elkaar beïnvloeden moet strakke regie over de ondergrond worden gevoerd. Maar er kan ook gekozen worden voor één collectief systeem en een centrale ringleiding voor City West. ▲ Thans aanwezige stadsverwarming en WKO in City
integrale duurzaamheidsvisie v e r s i e 3.1
Energie en CO2 (4.2)
City Nieuwegein West 01/11/20
Zonnepanelen
Smart Grid & Apps
Conform BENG3 voor woongebouwen moet het aandeel hernieuwbare energie straks minimaal 40% bedragen. De gebiedsopgave daarentegen staat 100% voor. Rekening houdend met de stand der techniek echter wordt dat door deskundigen thans niet haalbaar geacht. Wanneer namelijk ook rekening moet worden gehouden met andere duurzaamheidsambities en daarvan afgeleide functies voor de daken (bijvoorbeeld groene daken en wateropvang) dan wordt maximaal 75% haalbaar geacht. Daarom wordt geadviseerd terughoudend te zijn om in te zetten op 100% BENG3.
Verder valt veel winst te behalen door met slimme ICT vraag en aanbod van elektriciteit zo goed mogelijk op elkaar af te stemmen (niet alleen op gebouwniveau, maar ook op gebiedsniveau) om zo pieken en dalen op het net op te vangen. Dat kan door bijvoorbeeld de accu’s van elektrische auto’s en warmtepompen als buffers aan te wenden.
Wat voor City een uitgelezen kan is, is om met één of twee gebouwen een statement te maken en een landmark te creëren. Gedacht wordt aan een energieopwekkende gevel aan de Zuidstedeweg, waarbij zon-PV volledig geïntegreerd is in de gevel. Die is vrijwel 100% zuid georiënteerd en leent zich er uitstekend voor omdat ook van beschaduwing door andere gebouwen nauwelijks of geen sprake is. Aldus zou je de eerste powerwall van Nederland kunnen ontwikkelen, iets waarvoor mensen naar Nieuwegein komen. Onderstaande foto geeft een voorbeeld.
▲ Copenhagen International School met zonnepanelen geïntegreerd in de gevel
Stratego –Advies .Nu
19
Afhankelijk van de behoefte en software gestuurd kan daarbij energie worden opgeslagen en onttrokken. Hiermee neemt de betrouwbaarheid van de elektriciteitsvoorziening toe en neemt de afhankelijkheid van energieleverantie uit het openbare net af, net als de kosten voor energieafname. Door bovendien gebruik te maken van slimme apps kunnen consumenten geprikkeld worden om energiezuiniger met hun elektrische apparaten om te gaan. CO2 emissie per huishouden
CO2 reductie
Meer nog dan met energie op gebouwniveau kunnen de CO2 emissies worden gereduceerd door aandacht te besteden aan niet alleen het gebruik van bouwmaterialen, maar vooral ook aandacht te besteden aan mobiliteit. Naar schatting namelijk kunnen de CO2 emissies voor het gebouwgebonden energiegebruik met ruim een kwart (-27%) worden gereduceerd, voor bouwmaterialen is dat ruim de helft (-54%) en voor mobilteit twee derde (-67%). In bovenstaande figuur wordt dat schematisch weergegeven.
integrale duurzaamheidsvisie v e r s i e 3.1
Energie & CO2 (4.3)
City Nieuwegein West 01/11/20
Conclusie voor Energie & CO2 De keuze voor stadsverwarming of WKO vergt nog nader onderzoek. Maar ongeacht de keuze (stadsverwarming die in het gebied reeds aanwezig is of WKO waarvoor de bodemgeschikt is): het BENG1 en BENG2-criterium voor de energiebehoefte resp. het primaire energieverbruik van gebouwen worden voor City West prima haalbaar geacht. Voor het aandeel hernieuwbare energie (BENG3) echter gelden een aantal fysieke beperkingen. Dat is omdat, vanwege het hoogbouwkarakter van City, er eenvoudigweg onvoldoende dakvlak beschikbaar is om 100% van de benodigde elektriciteit zelf op te wekken met behulp van zonnepanelen. Recente studies voor Blok B1 en de uitkomsten van vergelijkbare projecten bevestigen dat.
Voor City wordt aldus geadviseerd terughoudend te zijn om in te zetten op 100% BENG3. Waar volgens deskundigen veel winst valt te behalen is op twee manieren: Door met slimme ICT vraag en aanbod van elektriciteit zo goed mogelijk op elkaar af te stemmen om zo pieken en dalen op het net op te vangen. Niet alleen op gebouwniveau, maar ook op gebiedsniveau. Denk aan het laden en ontladen van accu’s van elektrische auto’s en door warmtepompen als buffers aan te wenden. Daardoor neemt de betrouwbaarheid van de elektriciteitsvoorziening toe en neemt de afhankelijkheid van een energieleverancier via het openbare net af en kunnen kosten worden bespaard. Meer nog dan met energie op gebouwniveau kunnen de CO 2 emissies voor City verdergaand worden gereduceerd door aandacht te besteden aan niet alleen het gebruik van bouwmaterialen, maar vooral ook aandacht te besteden aan mobiliteit. Voor het gebouwgebonden energiegebruik is door extra opwekking nog maar een reductie van een kwart mogelijk, terwijl dat voor bouwmaterialen dat de helft is (→ zie CIRCULAIR BOUWEN) en voor mobiliteit twee derde is (→ zie MOBILITEIT).
Wanneer vol wordt ingezet op zon-PV is maximaal 75% voor BENG3 haalbaar. Dat kan door hoog rendement zonnepanelen te kiezen, de hoogste / hogere daken primair te reserveren voor zon-PV en bij de lagere daken te kiezen voor een combinatie met de groene en blauwe opgave, waarbij voldoende ruimte moet zijn voor daktuinen met intensief groen en polderdaken (→ zie KLIMAAT & NATUUR). Dat betekent dat er op kavelniveau geen duurzame opwekcapaciteit over is voor het compenseren van het gebruikersdeel en de energie die nodig is voor bijvoorbeeld elektrisch rijden. Nul-op-de-meter wordt thans niet haalbaar geacht.
Daarmee wordt de ambitie voor energie niet naar beneden toe bijgesteld, maar wordt op deze manier vooral gekeken waar over all de meeste milieuwinst valt te behalen. Daarbij is om meer redenen dan alleen energie en CO2 overigens veel aandacht nodig voor mobiliteit (→ zie MOBILITEIT).
Wat eventueel wel mogelijk is, is om met één of twee gebouwen een landmark te creëren aan de Zuidstedeweg, door zon-PV volledig in de gevel te integreren. De Zuidstedeweg is vrijwel 100% zuid georiënteerd en leent zich daar uitstekend voor. Aldus zou je voor City de eerste powerwall van Nederland kunnen ontwikkelen.
Stratego –Advies .Nu
20
integrale duurzaamheidsvisie v e r s i e 3.1
Mobiliteit (5.1)
City Nieuwegein West 01/11/20
Het gebied dat binnen een uur vanuit Nieuwegein met het openbaar vervoer (OV) bereikt kan worden, is beperkt. Dat komt o.a. omdat Nieuwegein geen eigen treinstation heeft. Je zult eerst de bus of tram moeten nemen alvorens bij een station te komen. Bovendien is Nieuwegein aan drie kanten goed ontsloten met snelwegen. Hierdoor is de auto vrijwel altijd de snelste en meest comfortabele manier om een bestemming te bereiken; niet alleen buiten Nieuwegein, maar ook er binnen.
Als het gaat om mobiliteit, is het belangrijk een aantal bijzondere kenmerken van Nieuwegein vooraf te kennen. Dat is o.a. een sterke in- en uitgaande pendel. Die is vooral gericht op Utrecht. Ongeveer 75% van de banen in de gemeente wordt vervuld door mensen van buiten Nieuwegein. Andersom werkt circa twee derde van de beroepsbevolking buiten de gemeente, vooral in Utrecht. Naast woon-werkverkeer verplaatsen inwoners zich ook om andere redenen, om bijvoorbeeld boodschappen te doen. Daarbij vertonen bewoners van Nieuwegein een afwijkend gedrag ten opzichte van vergelijkbare gemeenten. - Voor korte afstanden (tot 2,5 km) voor m.n. verplaatsingen binnen Nieuwegein gebruiken bewoners veel vaker de auto dan elders, wat ten koste gaat van het fietsgebruik. - Voor middellange afstanden (7,5 – 15 km) voor m.n. pendelen naar Utrecht gebruiken bewoners veel vaker het OV dan elders, wat ten koste gaat van het autogebruik.
Vanwege het grote aantal bezoekers en omdat de helft hiervan afkomstig is uit Nieuwegein en vooral met de auto komt, is een goede multimodale bereikbaarheid niet alleen van belang voor de duurzaamheid van City, maar werkt die ook door op de bereikbaarheid van heel Nieuwegein.
In het oog springend is dat 1 op de 5 autoritten vertrekt en eindigt in Nieuwegein en dat van alle auto’s met eindbestemming City 50% afkomstig is uit Nieuwegein. Model Split voor Nieuwegein en vergelijkbare gemeenten
Deskundigen geven daarbij aan dat de grootste winst valt te behalen door op de eerste plaats het fietsverkeer te faciliteren en te stimuleren en daarnaast het gebruik van de auto te ontmoedigen. Voorwaarde daarbij is dat je niet alleen voor bezoekers, maar vooral ook voor toekomstige bewoners een goed en aantrekkelijk alternatief biedt. Is het niet voor de eerste, dan toch zeker voor de tweede auto. Denk aan deelauto’s, hoogwaardig OV en goede fietsverbindingen. Dat moet van het begin af aan beschikbaar moet zijn, vóór dat met de marketing en verkoop van woningen begint.
Bron: Ecorys (2020)
Stratego –Advies .Nu
Daar komt bij dat er weliswaar een goed netwerk van (regionale) fietsverbindingen is, maar dat is niet of onvoldoende verknoopt aan eindbestemmingen zoals City en met overstapmogelijkheden naar andere modaliteiten zoals het tram- en busstation. Rondom City speelt dat heel sterk. Op een aantal plaatsen ontbreken doorgaande fietsroutes eenvoudigweg of worden ze doorbroken. Bovendien ontbreken duidelijke verwijzingen naar fietsenstallingen dikwijls. En daar komt bij dat de plaats van de fietsenstalling steeds ondergeschikt is aan goede parkeerplaatsen voor auto’s.
21
integrale duurzaamheidsvisie v e r s i e 3.1
Mobiliteit (5.2)
City Nieuwegein West 01/11/20 Fietsers Vanuit het perspectief van fietsen bezien lijkt het alsof het van alle kanten wordt ontmoedigd om met de fiets naar City te komen. Er is weliswaar een goed netwerk van (regionale) fietsverbindingen aanwezig, maar dat is niet verknoopt met City als bestemming en ook niet met het OV, het tram- en busstation. Aanwezige fietsroutes worden onderbroken, er zijn onduidelijke verwijzingen naar fietsenstallingen die bovendien op voor de bestemming en voor de tram en bus onlogische en onaantrekkelijke locaties liggen. Bovendien zijn de openingstijden van de bewaakte fietsenstallingen vaak afgestemd op de winkeltijden van City. Met bijvoorbeeld bioscooptijden, café- en restaurantbezoek wordt veel minder geen rekening gehouden. Daardoor lijkt de boodschap ‘Fietsen? Liever niet!’ en is de auto heer en meest in City.
Ofschoon het nadrukkelijk de bedoeling is om de bereikbaarheid van City per auto overeind te houden, wordt aanbevolen om voor de duurzaamheidsambities en het mobiliteitsbeleid het zogeheten STOP-principe te hanteren (zie figuur). Daarbij gaat de prioriteit eerst naar stappen (voetgangers) en trappen (fietsers), vervolgens naar openbaar vervoer en ten slotte naar personenwagens. Deze volgorde is gebaseerd op de wenselijkheid van elke vorm van mobiliteit. De impact van de vervoersvorm op ruimte (o.a. parkeren) en gezondheid (niet alleen beweging, maar bijv. ook luchtkwaliteit - fijn stof) neemt toe naarmate men naar een volgende vorm overschakelt. Bovendien nemen ook de CO2-emissies toe (zie tabel), waarbij personenwagens per afgelegde km verhoudingsgewijs de grootste milieu-impact hebben. Die kan echter worden verkleind door auto’s te elektrificeren, de daarvoor gebruikte stroom te vergroenen en door ze te delen. ▼ Het STOP-principe voor mobiliteitsbeleid
Wil het fietsen in City worden gestimuleerd, dan moet City vanuit alle windrichtingen en via meerdere routes goed bereikbaar zijn en mag het de fietser aan niets ontbreken. Dat betekent aantrekkelijke en veilige fietsroutes en goed vindbare fietsenstallingen op voor de bestemming logische plekken. Hoogwaardige en comfortabele fietsparkeergarages voor allerhande soorten fietsen (dus ook bakfietsen, e-bikes en dergelijke) en waarbij voorzieningen en diensten 24/7 gratis ter beschikking worden gesteld.
▼ CO2 emissie per vervoersvorm Vervoersvorm
CO2 emissie per km
• Stappen (lopen)
0 g / km
• Trappen - gewone fiets - E-bike (op grijze stroom)
0,000 kg / km 0,006 kg / km
•
•
Openbaar vervoer - trein - tram - streekbus - stadsbus Perwonenwagen - Benzine - Diesel - Elektrisch - op grijze stroom - op gemiddelde stroommix - op groene stroom
0,006 kg per reizigers km 0,066 kg 0,135 kg 0,146 kg
Voor bewoners en bezoekers die met de fiets van en naar City willen reizen is aansluiting met omliggende woonwijken dringend gewenst én met een (toekomstige) snelfietsroute tussen Nieuwegein en Utrecht. Deze routes moeten aantrekkelijk en veilig zijn. Alleen dan wordt door deskundigen een ‘normale’ modal split voor Nieuwegein haalbaar geacht (vooral voor de korte afstanden) en kan het autoverkeer van met name eigen burgers worden teruggedrongen.
0,202 kg per voertuig km 0,176 kg 0,092 kg 0,078 kg 0,003 kg
Bron: https://www.co2emissiefactoren.nl/lijst-emissiefactoren/
Stratego –Advies .Nu
22
integrale duurzaamheidsvisie v e r s i e 3.1
Mobiliteit (5.3)
City Nieuwegein West 01/11/20
OV en stationsgebied
Personenwagen
Belangrijk onderdeel van de ontwikkeling van City West vormt ook de aanpassing van het tram- en busstation. Het centrum van Nieuwegein krijgt een modern en hoogwaardig OV-knooppunt, met ruimte voor langere trams en bussen.