2021-017 Bijlage 9 Anna van Rijn Jaarrekening 2019 incl. controleverklaring was getekend gewaarmerkt.pdf
Tekst van het document
26
Anna NEXT VMBO Per 1 augustus 2019 is Anna NEXT VMBO overgegaan naar het Globe College, onderdeel van Stichting PCOU/Willibrord. Een groot deel van de medewerkers van Anna NEXT VMBO is overgeplaatst naar PCOU/Willibrord, een andere vestiging van het Anna van Rijn College of is op eigen verzoek uit dienst getreden. Een aantal medewerkers is op de loonlijst blijven staan. Dit betroffen zieke medewerkers, hierover was onderling afgesproken dat zij na herstel overgenomen zouden worden door PCOU/Willibrord. Met deze medewerkers zijn uitvoerige re-integratiegesprekken gevoerd. In de periode van augustus tot en met december 2019 is een aantal van deze medewerkers alsnog naar PCOU/Willibrord overgegaan, daarnaast zijn twee medewerkers uit dienst getreden in verband met arbeidsongeschiktheid. Dit heeft ertoe geresulteerd dat op 31-12-2019 vier medewerkers nog in dienst bij Anna NEXT VMBO waren, waarvoor nog geen zicht was op ander werk. Hiervan is één medewerker per 1-1-2020 overgegaan naar de mobiliteitspoule van PCOU/Willibrord. In verband met ziekte blijven twee medewerkers op de loonlijst staan van het Anna van Rijn College. Op het moment dat zij 100% hersteld zijn, zullen ook zij overgaan naar PCOU/Willibrord.
Daarnaast betreft het een medewerker die grotendeels op een andere vestiging van het Anna van Rijn College werkzaam is en voor een klein deel nog op de loonlijst van Anna NEXT VMBO staat. Hiervoor wordt naar een oplossing gezocht. Ziekteverzuim Het Anna van Rijn College kampt evenals vorig jaar met een hoog ziekteverzuim. De trend laat zien dat het percentage in 2019 daalt. Een ziekteverzuimpercentage van gemiddeld 12,6% blijft zeer hoog. Met name het ziekteverzuim op Anna NEXT VMBO is zeer hoog (28,7%). Dit is te wijten aan de onrustige periode van het eerste half jaar waarin medewerkers een grote mate van onzekerheid voelden. Daarnaast zijn een aantal medewerkers voortijdig uit dienst gegaan, waardoor tot 1 augustus 2019 veel tijdelijke krachten werkzaam zijn op Anna NEXT VMBO, dit heeft zijn weerslag op de vaste krachten. Een deel van het hoge verzuim in de 2 e helft van het jaar wordt veroorzaakt doordat alle zieke medewerkers van Anna NEXT VMBO in dienst zijn gebleven, terwijl andere medewerkers al uit dienst zijn. Ook Anna MAVO en Anna Lyceum kent een zeer hoog ziekteverzuim (8,6%). Wat hier opvalt is de hoge verzuimfrequentie, naast langdurig zieken, waarvan een groot deel niet werkgerelateerd. Hiervan zijn twee medewerkers overleden. Het frequent verzuim heeft aandacht. In september 2019 hebben directie en teamleiders een training verzuim- en stressmanagement gevolgd.
Tevens is een slaaptraining aangeboden aan de medewerkers. Daarnaast is het gespreksformulier frequent verzuim onder de loep genomen en krijgt het verzuim extra aandacht tijdens de verschillende interne overleggen (bestuur en directie).
27
28
Leeftijd m/v Ten opzichte van 2018 constateren we een verlaging van de hoogste leeftijdscategorieën. Met uitzondering van een medewerker van boven de 70, dit is een docent die ziektevervanging opvangt binnen een tekortvak. Vanwege financiële redenen is het generatiepact in 2019 niet voortgezet.
Stand per 31-12-2019
Aantal Fte Als gevolg van overplaatsing van vaste medewerkers van Anna NEXT VMBO naar Anna MAVO/Lyceum is onze flexibele schil vanaf augustus 2019 kleiner geworden.
29
Verloop In juli zien wij een piek bij de uitdiensttredingen. Dit zijn, naast de reguliere einde tijdelijke dienstverbanden, de medewerkers van Anna NEXT VMBO.
30
Functiemix Aangezien de focus in 2019 ligt bij de overgang van Anna NEXT VMBO naar het Globe College maar ook gezien de financiële situatie, zijn er geen vacatures opengesteld voor docenten LC of LD. Het doel van de sector VO is LB 33%, LC 38% en LD 29%.
31
Code Goed bestuur Het bestuur en de Raad van Toezicht werken volgens de Code Goed bestuur van de VO Raad en dat was afgelopen jaren aanleiding om de werkwijze zorgvuldig te evalueren. Een aantal aanbevelingen die deze evaluatie van het functioneren van de Raad van Toezicht opleverde heeft direct geleid tot een beperkte aanpassing van die werkwijze: de Raad van Toezicht laat zich met een hogere frequentie door de bestuurder informeren over het reilen en zeilen in de school. Tevens laat de Raad van Toezicht zich informeren over de school door de Medezeggenschapsraad en de Ouderraad. De auditcommissie is in 2019 verschillende keren bijeen geweest met bestuurder en controller. De remuneratiecommissie is in 2019 één keer bij elkaar geweest.
Treasury Het Anna van Rijn College volgt de Regeling beleggen, lenen en derivaten 2016 van OCW. De bovenmatige liquide middelen worden uitsluitend bij schatkistbankieren van het Ministerie van Financiën en op een bankspaarrekening ondergebracht.
Governance In 2017 is het Handboek Governance van Anna van Rijn College volledig geactualiseerd en daarna opnieuw vastgesteld. De Raad van Toezicht heeft zich ten doel gesteld zich stapsgewijs te professionaliseren. Professionaliseren wordt gezien als een dynamisch proces. Daarvoor is een Toezichtskader opgesteld dat in de vergadering van 14 februari 2019 is vastgesteld. Integriteitscode Het Anna van Rijn College hecht in hoge mate waarde aan ontwikkeling en handhaving van waarden en normen onder medewerkers en leerlingen. In het Handboek Governance is een uitvoerige integriteitscode opgenomen. Personeelsbeleid & omgang omtrent ontslag De kern van het personeelsbeleid is opgenomen in het Handboek Governance. In het Handboek Personeelsbeleid is het personeelsbeleid verder uitgewerkt, sterk gericht op (strategische) ontwikkeling. Indien noodzakelijk, volgt de bestuurder in ontslagzaken wet- en regelgeving conform NBW en CAO. Horizontale verantwoording Het Anna van Rijn College heeft in het kader van horizontale verantwoording overlegprocedures uitgewerkt en neemt overlegmomenten systematisch op in de jaarplanning t.b.v. overleg met leerlingen en ouders. Leerlingen en ouders zijn ook goed vertegenwoordigd in de MR.
Er bestaat een actieve ouderraad, leerlingenraad, er worden ouderavonden georganiseerd en we participeren in diverse overleggremia met relevante partners in de gemeente en andere besturen.
32
Klachtenregeling Anna van Rijn College beschikt over een klachtenregeling. Deze regeling is van toepassing als een klacht via intern overleg niet opgelost wordt. De klachtenregeling is opgenomen in het Handboek Governance en tevens voor ouders en medewerkers toegankelijk via Its Learning. In 2019 zijn er vier klachten betreffende leerlingen in onderling overleg opgelost en hebben betrokkenen afgezien van het indienen van een officiële klacht. Eén officiële klacht is via de interne procedure naar tevredenheid afgehandeld. AVG De vorderingen rond de AVG krijgen gestaag vorm. In 2018 is getart met het formaliseren van de richtlijnen rond de AVG. Zo is er een Functionaris Gegevensbescherming (FG) aangesteld en wordt er aandacht besteed aan AVG-bewustwording van het personeel. De AVG vragen en meldingen kunnen persoonlijk dan wel via het mailadres privacy@annavanrijn.nl gemeld worden bij de FG, deze zal de vragen en melding onderzoeken en indien nodig een melding maken bij de Autoriteit Persoonsgegevens. Er is een Protocol melden datalekken opgesteld, daarnaast ook een protocol voor gebruik sociale media, een gedragscode ICT en internetgebruik en een poster over filmen in de klas.
33
Intern risicobeheersings- en controlesysteem Sinds augustus 2018 zijn de onderdelen PSA, de P&C-cyclus en de financiële administratie ondergebracht bij NUOVO Scholengroep. Via de samenwerking met NUOVO Scholengroep is de planning en control cyclus verder geoptimaliseerd, de kaderbrief en de begroting van 2020 zijn vastgesteld en goedgekeurd evenals de meerjarenraming 2021-2024. Ook worden er maandelijks financiële en personele voortgangsrapportages gemaakt per school en voor de gehele stichting Anna van Rijn. Daarnaast vinden er ieder kwartaal prognosegesprekken plaats waarin de voortgang met de directeur en bestuurder besproken wordt en de prognose van het jaarresultaat weergegeven wordt. Deze maatregelen zorgen ervoor dat de bestuurder tijdig en goed geïnformeerd is en maatregelen kan treffen tot bijsturing. Ieder kwartaal wordt er uit het oogpunt van besturing en beheersing een voortgangsrapportage opgesteld voor de RvT en de bestuurder waarin er gerapporteerd wordt over zowel de financiële, de HRM en de kwalitatieve ontwikkelingen. Gedurende het jaar worden er ten behoeve van besluitvorming diverse Businesscases met scenario's gemaakt en is control bij besluitvorming nauw betrokken. Er worden continu risico's in kaart gebracht, geanalyseerd, gemonitord en zoveel mogelijk gemitigeerd.
Allocatie van middelen naar schoolniveau De OCW baten worden op bestuursniveau ontvangen. Om een zo objectief mogelijke verdeling van de baten richting de scholen te maken, wordt bij de verdeling naar schoolniveau de bekostigingswijze van OCW gevolgd. Daarbij wordt de vaste voet in gelijke delen verdeeld over de locaties in het BRIN-nummer. Van de OCW gelden wordt een vast percentage gebruikt voor het bekostigen van de gezamenlijke (bovenschoolse) kosten.
34
Financiële kengetallen
Balansanalyse
2014
2015
2016
2017
2018
2019
Solvabiliteit I
53,9%
52,9%
47,1%
31,8%
-2,4%
26,0%
Solvabiliteit II
66,8%
67,0%
61,3%
56,4%
49,9%
65,0%
Liquiditeit – current ratio
1,8
1,9
1,5
1,1
0,9
2,2
Liquiditeit – quick ratio
1,8
1,9
1,5
1,1
0,9
2,2
Weerstands - vermogen
27,9%
27,6%
21,9%
10,7%
-0,7%
9,9%
35
Analyse verschillen tussen begroting en werkelijke cijfers (bedragen x € 1.000) Resultaat volgens begroting
Meer baten/minder lasten Personeelslasten Rijksbijdragen Overige lasten Overige baten Overige overheidsbijdragen en subsidies Financiële baten en lasten
191
1.071 760 112 107 0 0 2.050
Minder baten/meer lasten Afschrijvingen Huisvestingslasten
348 228 576
Resultaat boekjaar 2019
1.664
Het exploitatieresultaat vanuit de begroting 2019 is €191K positief. De daadwerkelijke realisatie is €1.664K positief. Dit is een positief verschil van €1.473K. In de meerjarenbegroting was een sluiting van de locatie Anna NEXT VMBO opgenomen per augustus 2020. Deze sluiting is vervroegd naar augustus 2019. Hierdoor zijn er diverse verschillen ontstaan in de kosten t.o.v. de begroting 2019. Hogere baten ten opzichte van de begroting De werkelijke baten in 2019 zijn €870K hoger dan begroot. Rijksbijdragen De rijksbijdragen zijn €760K hoger dan begroot. In december 2019 is er éénmalig 235K aan aanvullende baten ontvangen betreffende een aanvullende rijksbijdrage voor werkdrukverlaging. Deze gelden moeten besteed gaan worden in de jaren 2020 en 2021. Er is respectievelijk 55K en 35K aan baten verantwoord betreffende een subsidie gelijke kansen in het onderwijs (GKO). In het najaar van 2019 is van OCW de beschikking met de jaarlijkse indexatie ontvangen. Deze jaarlijkse indexatie is ca. 300K hoger uitgevallen dan we in de begroting hadden verwacht.
36
Overige baten Het exploitatieresultaat aan overige baten is 105K hoger dan begroot. De realisatie is 45K hoger vanwege hogere verhuurbaten, in verband met aanvullende verhuur van het pand op de Harmonielaan. Lagere lasten ten opzichte van de begroting Personeelslasten De personele lasten zijn 1.070K lager dan begroot. Vanwege de sluiting van de locatie Anna VMBO NEXT per augustus 2019, zijn de loonkosten op die locatie gedaald en zijn er medewerkers overgegaan naar werk buiten het Anna van Rijn College. Er is een bijdrage voldaan ad. 95K aan Stichting PCOU/Willibrord voor de medewerkers die door Globe zijn overgenomen. De personele lasten van Anna NEXT VMBO zijn daarmee nog steeds 330K lager dan begroot. In de eerste helft van 2018 is er een tweejarige pilot gestart van het generatiepact. Hieraan deden voor het eerste jaar 14 medewerkers -voor in totaal ruim 5 fte- mee. In 2018 heeft Anna van Rijn voor de toekomstige uitgaven aan dit generatiepact een voorziening moeten treffen van 1.014K. Dit was niet begroot. Aangezien de pilot van het generatiepact na het eerste jaar direct is stopgezet (n.a.v. doorrekening hiervan in de tweede helft van het jaar 2018), zal deze voorziening aflopen en de komende jaren weer vrijvallen ten gunste van het resultaat. Van deze voorziening is in 2019 een bedrag van 400K vrijgevallen ten gunste van het resultaat.
Aangezien de voorziening pas gevormd is na het vaststellen van de begroting 2019, was er hiervoor geen vrijval begroot. In de begroting 2019 is, gezien de mindere control van vorige boekjaren, een relatief fors bedrag aan onvoorzien opgenomen (355K). De post onvoorzien is zeer beperkt aangesproken in 2019 en zorgt voor een positiever resultaat, wat derhalve toegevoegd kan worden aan het eigen vermogen van het Anna van Rijn College. Overige lasten De overige lasten zijn 110K lager dan begroot. Vanwege de sluiting van de locatie Anna NEXT VMBO per augustus 2019 zijn de overige lasten van die locatie over het kalenderjaar 2019 een bedrag van 120K lager dan begroot.
37
Hogere lasten ten opzichte van de begroting Afschrijvingskosten De afschrijvingskosten zijn €350K hoger dan begroot. Vanwege de sluiting van de locatie Anna NEXT VMBO per augustus 2019 en de verhuizing van de locatie Anna BTV De Linie is een analyse gedaan van de activa. Activa welke niet meer aanwezig was, of waardeloos geworden zijn, zijn afgeboekt ten laste van het resultaat. Huisvestingslasten De huisvestingskosten zijn €230K hoger dan begroot. Dit wordt met name veroorzaakt door een hogere dotatie van de onderhoudsvoorziening. In verband met de huisvestingsontwikkelingen en de verhuisbewegingen daarin, heeft het bestuur eind 2017 besloten voor de panden die naar verwachting op korte termijn verlaten zullen gaan worden géén onderhoudsvoorziening op te nemen voor toekomstig groot onderhoud. In 2019 is gebleken dat naar verwachting locatie Anna MAVO/Lyceum op haar huidige locatie zal blijven. Voor een deel van dit pand was er geen onderhoudsvoorziening opgenomen. Er is hiervoor in 2019 een dotatie aan de onderhoudsvoorziening gedaan ad. 205K.
38
Verwachtingen voor 2020 De begroting 2020 sluit op een positief saldo van € 6K. Deze begrotingscijfers voor het jaar 2020 zijn goedgekeurd door de Raad van Toezicht:
2020
(bedragen x € 1.000) Baten Rijksbijdragen Overige overheidsbijdragen en subsidies Overige baten
11.232 20 1.223
Totaal baten Lasten Personeelslasten Afschrijvingen Huisvestingslasten Overige lasten
12.475
9.681 388 988 1.410
Totaal lasten
12.467
Saldo baten en lasten
8
Financiële baten en lasten
-2
Resultaat uit gewone bedrijfsvoering
6
Belastingen
0
Netto resultaat
6
39
Continuïteitsparagraaf In de continuïteitsparagraaf wordt de verwachting geschetst van de financiële gevolgen van het door het Anna van Rijn College gevoerde en te voeren beleid. Hiertoe worden de financiële overzichten weergegeven die voortvloeien uit begroting 2020 en de meerjarenraming 2021-2024. Dit hoofdstuk bestaat uit drie onderdelen waarin achtereenvolgens een cijfermatige schets wordt verstrekt van de exploitatie, de balansontwikkeling en de personele samenstelling. Per onderdeel is een onderbouwing verstrekt van de opgenomen cijfers. Deze paragraaf sluit met een globale weergave van het risicoprofiel van het Anna van Rijn College. In de Kaderbrief 2020 worden de volgende financiële randvoorwaarden gehanteerd: Solvabiliteit 1 (Eigenvermogen/Totaal vermogen) minimaal 30% Current ratio minimaal 0.75 Weerstandsvermogen minimaal 10% Post onvoorzien ten opzichte van de totale lasten van 1%
Ook streeft Anna van Rijn College naar onderstaande verhoudingscijfers: Verhouding Onderwijzend en ondersteunend personeel 80:20 Geldt zowel in fte als in euro’s Maximum percentage centrale overhead (in % van totale omzet) 9.5% Indien bovenstaande ratio’s niet gerealiseerd worden zal het bestuur besluiten tot additionele maatregelen waardoor de kengetallen binnen drie kalenderjaren weer minimaal op de gestelde normen zit. Corona De Coronacrisis in het jaar 2020 raakt de samenleving. Ook het onderwijs heeft te maken met de noodzakelijke aanpassingen en veranderingen veroorzaakt door deze crisis. De maatregelen van het kabinet zorgen ervoor dat het Anna van Rijn College geen fysiek onderwijs meer kon geven. Het geven van goed thuisonderwijs vraagt een grote mate van flexibiliteit van alle medewerkers, leerlingen en ouders. De financiële gevolgen van de Coronacrisis voor het Anna van Rijn College worden tot nu toe ingeschat als beperkt.
40
1. Weergave exploitatie periode 2019 – 2022 Het Anna van Rijn College geeft de beoogde financiële koers weer in de kaderbrief. Deze kaderbrief vormt het vertrekpunt voor het vaststellen van de exploitatiebegroting van het betreffende jaar. Voor de ontwikkeling van leerlingaantallen voor het Anna van Rijn College baseren we ons op de ervaringsgegevens tot nu toe, de inschrijvingen voor schooljaar 2019/2020, prognosecijfers van DUO, de toekomstplannen en de ontwikkeling van de basisgeneratie van Nieuwegein en omstreken. Voor de meerjarenbegroting 2021-2024 zijn we uitgegaan van de prognose die is opgesteld door de schooldirectie. In de meerjarenraming is Anna BTV De Linie volledig opgenomen. Door het Samenwerkingsverband wordt onderzocht of de activiteiten van De Linie, in afgeslankte vorm, voortgezet kunnen worden onder het Samenwerkingsverband in plaats van bij het Anna van Rijn College. Leerlingaantallen Aantal leerlingen Verslagjaar 2019 (per 1 oktober) Totaal 1.308 *Prognose
2020*
2021*
2022*
1.319
1.311
1.285
Meerjaren-exploitatieoverzicht verslagjaar 2019
2020*
2021*
2022*
14.863
11.232
11.613
11.166
0 943 15.806
20 1.223 12.475
0 1.198 12.811
0 1.197 12.363
10.841 738 1.138 1.424 14.140
9.681 388 988 1.410 12.467
9.500 382 988 1.351 12.221
9.174 366 988 1.372 11.900
-2
-2
-2
-2
1.664
6
588
461
(bedragen x € 1.000) Baten Rijksbijdragen Overige overheidsbijdragen en subsidies Overige baten Totaal baten Lasten Personeelslasten Afschrijvingen Huisvestingslasten Overige lasten Totaal lasten Financiële baten en lasten Netto resultaat *Prognose
41
Ontwikkelingen in de baten en lasten De ontwikkeling van de baten in de komende jaren is voornamelijk gebaseerd op de Rijksbegroting en de verwachtingen die de VO Raad ons aanreikt. De baten zijn onlosmakelijk verbonden met het aantal leerlingen die zijn opgenomen in de prognose. Verder volgen we de financiële afspraken met het samenwerkingsverband. De gelden van het samenwerkingsverband staan onder de Rijksbijdragen. De lasten worden vooraf bepaald door de financiële voorwaarden vast te leggen in een Kaderbrief. Hierbij leggen we ons een rendementseis op, om het Eigen Vermogen op een wenselijk niveau te brengen. Gedurende het jaar wordt strak gemonitord op de uitgaven. In de resultaten is een forse teruggang in de personele bezetting van Anna BTV De Linie begroot, vandaar dat het stijgende resultaat zichtbaar wordt. Er wordt onderzocht of Anna BVT De Linie op korte termijn, in afgeslankte vorm, kan worden overgeheveld naar het Samenwerkingsverband. In de meerjarenraming is daar nog geen rekening mee gehouden. Mede door middel van Businesscases wordt dit proces gemonitord. In de meerjarenraming qua exploitatie is nog geen rekening gehouden met de extra uitgaven die gedaan moeten gaan worden in de jaren 2020 en 2021 inzake de incidentele middelen die in december 2019 van OCW ontvangen werden ter besteding ten behoeve van werkdrukverlaging.
De derde geldstroom- en contractactiviteiten zijn minimaal. De Rijksbijdrage wordt gebaseerd op het leerlingaantal per 1 oktober van het jaar daarvoor. In geval van een leerlingstijging moet Anna van Rijn College dus voorfinancieren om haar scholen intern te kunnen bekostigen voor het werkelijke aantal leerlingen. In het geval een leerlingdaling (bijvoorbeeld bij Anna BTV De Linie) werkt dit dus de andere kant op. Huisvestingsbeleid De ontwikkelingen op het gebied van huisvesting staan beschreven in het bestuursverslag. Gegeven deze ontwikkelingen is het beleid ten aanzien van uitgaven voor huisvesting conservatief/behoudend. Voorgenomen investeringen en projecten Ten behoeve van de begroting 2020 en meerjarenraming 2021-2024 is een investeringsbegroting opgesteld. In deze begroting zijn geen bijzondere investeringen opgenomen. Onvoorzien In de begroting is, conform het vastgestelde beleid van Anna van Rijn College, onder de personele lasten 1% van de totale lasten voor onvoorziene posten opgenomen. Daarnaast is er gezien de risico’s en de resultaten uit het verleden besloten om een aanvullende post onvoorzien van €100K aan te houden in 2020 gevolgd door €100K in het jaar 2021. Aanvullende bekostiging Technisch VMBO Het Anna NEXT VMBO heeft in 2019 € 90.000 ontvangen van het Ministerie van OCW inzake aanvullende bekostiging VMBO met betrekking tot de afdeling techniek.
Het Anna NEXT VMBO biedt drie bovenbouw profielen aan: Zorg en Welzijn (ZW), Mobiliteit en Transport 42
(MT) en Dienstverlening en Producten (DP). Relatief weinig leerlingen kiezen in de bovenbouw voor techniek maar daarnaast gebruikt deze afdeling, vanwege de machine opstellingen, autostalling en magazijnen, veel meer ruimte dan de andere afdelingen. De ontvangen aanvullende bekostiging in 2019 is besteed aan de volgende onderdelen: Vergoeding voor gebruik ruimtes: Ten opzichte van de afdeling DP heeft een leerling techniek ca. 3 keer zoveel ruimte in school (m2) nodig. Materialen: We zien dat de afdeling MT jaarlijks meer aan sectiebudget nodig heeft dan bijvoorbeeld de afdeling DP. Dit bedrag is nodig voor de grote hoeveelheid materialen (hout, ijzer, buizen, etc.) en vervanging van klein gereedschap. Tenslotte zijn we schooljaar 2018-2019 gestart met het geven van praktijklessen in klas 1 en 2 (3 uur per klas per week). Dat betekent dat ook klas 1 en 2 extra materialen en ruimte nodig hebben om hun lessen techniek goed te kunnen volgen. 2. Prognose balans periode 2019 – 2022 In aansluiting op de extrapolatie van de exploitatie kan de balansstand na 2019 tot en met 2022 worden ingeschat. Verslagjaar 2019 2020* 2021* 2022* (bedragen x € 1.000) ACTIVA
Vaste activa Immateriële vaste activa Materiële vaste activa Totaal vaste activa
0 2.069 2.069
0 1.761 1.761
0 1.494 1.494
0 1.288 1.288
Vlottende activa Vorderingen Liquide middelen
202 3.725
391 2.685
401 3.582
387 4.090
Totaal vlottende activa
3.927
3.076
3.983
4.477
Totaal activa
5.997
4.837
5.477
5.765
Eigen vermogen Voorzieningen Langlopende schulden Kortlopende schulden
1.561 2.335 285 1.815
1.042 1.961 223 1.610
1.630 2.014 179 1.654
2.091 1.944 135 1.596
Totaal passiva
5.997
4.836
5.477
5.766
PASSIVA
*Prognose
43
De vastgestelde meerjarenraming heeft als startpunt de prognose van de balanspositie bij het opmaken van de begroting 2020 en de meerjarenraming 2021-2024. Dit aangezien de realisatie van 2019 bij het maken van de meerjarenraming nog niet bekend was.
Kengetallen
Verslagjaar 2019
2020*
2021*
2022*
Solvabiliteit I Eigenvermogen / balanstotaal
26,0%
21,5%
29,8%
36,3%
Weerstandsvermogen Eigenvermogen / Totale baten
9,9%
8,4%
12,7%
16,9%
Rentabiliteit Exploitatieresultaat / Totale baten
10,5%
0,0%
4,6%
3,7%
*Prognose De vastgestelde meerjarenraming heeft als startpunt de prognose van de balanspositie bij het opmaken van de begroting 2020 en de meerjarenraming 2021-2024. Dit aangezien de realisatie van 2019 bij het maken van de meerjarenraming nog niet bekend was.
3. Weergave personele inzet periode 2019 - 2022 Met het oog op de komende jaren is het mogelijk de personele inzet in beeld te brengen. Ook deze prognose en weergave is gebaseerd op de kaderbrief en de hierop afgestemde formatieve planning. In 2020 is een sterke afname in het aantal fte zichtbaar, dit is onder andere veroorzaakt door de overgang van Anna NEXT VMBO naar het Globe College. Aantal FTE Management/Directie OOP OP
Verslagjaar 2019 8,7 32,6 94,3
2020* 7,5 25,1 78,7
2021* 7,3 23,3 78,3
2022* 6,8 22,4 75,7
Personele bezetting in FTE
135,5
111,2
108,9
104,9
* Prognose
44
4. Beknopte weergave van de geldende risicoanalyse Onderstaand een weergave van de belangrijkste risico’s die geconstateerd zijn bij Anna van Rijn. Risico Daling aantal leerlingen
Inschatting kans Middel
Impact
Financiële consequenties
Maatregelen
Middel
Zie MJB: een leerlingdaling pakt in eerste instantie positief uit, vanwege de financiering die pas vanaf het volgende kalenderjaar geëffectueerd wordt. Op termijn is bij leerlingdaling de overhead te hoog.
Leerlingaantal De Linie is dalende, afspraken met SWV en besturen in de regio worden gemaakt. Leerlingaantal Anna MAVO en Lyceum is stabiel. Deze prognose monitoren we jaarlijks en stellen we bij, indien nodig.
Niet snel genoeg kunnen meekrimpen met personele kosten.
Gesprekken met medewerkers over mobiliteit. Flexibele schil aanhouden
Onderwijskwaliteit kan in geding komen bij te weinig mogelijkheden voor specialisaties ivm lage personele bezetting. Overschrijding personeelskosten t.o.v. begroting.
Samenwerking met andere partijen of afstoting van onderwijsactiviteiten.
Ziekteverzuim
Hoog
Hoog
Financiële positie Anna van Rijn
Middel
Hoog
Terugloop in EV, weerstandsvermogen en liquiditeitspositie. Gezien het kleine volume kan een tegenvaller hard aankomen en is zijn er weinig mogelijkheden om klappen op te vangen. Eigen staf te klein dus generalisten en geen specialisten. Tevens risicovol bij uitval van enkele medewerker.
45
Meer managementaandacht voor ziekteverzuim en preventie. Strakke monitoring via P&C cyclus Overdracht Anna BTV De Linie Oriëntatie op continuïteit van Stichting Anna van Rijn door verkennen van samenwerking of fusie
Risico’s bij sluiting of overgang De Linie naar SWV Risico
Inschatting Impact kans
Financiële consequenties
Maatregelen
Leerlingen
laag
Hoog
Imago, klachten, claims
Personeel
laag
Hoog
Kosten sluiting en afscheid medewerkers voor Anna van Rijn
Huisvesting
Laag
Hoog
Versneld moeten afschrijven van de activa Harmonielaan.
(Besturen in) het Samenwerkingsverband staan garant voor overnemen leerlingen. (Besturen in) het Samenwerkingsverband staan garant voor afbouw personeel. Overleg aangegaan met gemeente en huurder (ROC). Afstoten pand Harmonielaan bij vergoeding kosten.
Aansprakelijk voor achterstallig onderhoud bij verlaten pand.
Overige rapportages De risicobeheersing wordt tevens beschreven op pagina 31.
46
Jaarrekening
47
Balans per 31 december (na resultaatbestemming) 1
ACTIVA
2019
2018
1.1
(bedragen x € 1.000) Vaste activa Materiële vaste activa
2.069
2.730
Totaal vaste activa
1.4 1.5
2.069
Vlottende activa Vorderingen Liquide middelen
202 3.725
2.730
454 1.175
Totaal vlottende activa
3.927
1.629
Totaal activa
5.997
4.359
2
Passiva
2019
2018
2.1 2.2 2.3 2.4
(bedragen x € 1.000) Eigen vermogen Voorzieningen Langlopende schulden Kortlopende schulden
1.561 2.335 285 1.815
-103 2.280 311 1.871
Totaal passiva
5.997
48
4.359
Staat van Baten en Lasten
2019
Begroting 2019
2018
(bedragen x € 1.000)
3.1
3.2 3.3
Baten Rijksbijdragen Overige overheidsbijdragen en subsidies Overige baten
14.863
14.104
13.656
0 943
0 836
0 842
Totaal baten
4.1 4.2 4.3 4.4
5
Lasten Personeelslasten Afschrijvingen Huisvestingslasten Overige lasten
15.806
10.841 738 1.138 1.424
14.940
11.912 390 909 1.536
14.499
12.918 392 991 1.894
Totaal lasten
14.140
14.747
16.196
Saldo baten en lasten
1.666
193
-1.697
-2
-2
-2
1.664
191
-1.699
0
-
-
1.664
191
-1.699
Financiële baten en lasten Resultaat uit gewone bedrijfsvoering Belastingen Netto resultaat
49
Kasstroomoverzicht
50
Gegevens over de rechtspersoon Bestuursnummer Naam instelling Kernactiviteiten
Adres Postadres Statutair vestigingsplaats KvK-nummer Telefoon Fax E-mail Internetsite Contactpersoon
41890 Stichting Anna van Rijn College Het Anna van Rijn College is een openbare scholengemeenschap voor het voortgezet onderwijs te Nieuwegein. Albatros 1, 3435 XA Nieuwegein Postbus 203 3430 AE Nieuwegein 30272597 030 - 60 40 900 030 - 60 14 096 bestuurssecretariaat@annavanrijn.nl www.annavanrijn.nl Mw. E. van Dijk, secretariaat Bestuur
51
Algemene toelichting Schattingen Bij toepassing van de grondslagen en regels voor het opstellen van de jaarrekening vormt de leiding van Stichting Anna van Rijn College zich verschillende oordelen en schattingen die essentieel kunnen zijn voor de in de jaarrekening opgenomen bedragen. Indien het voor het geven van het in artikel 2:362 lid 1 BW vereiste inzicht noodzakelijk is, is de aard van deze oordelen en schattingen inclusief de bijbehorende veronderstellingen opgenomen bij de toelichting op de desbetreffende jaarrekeningposten. Continuïteit Anna van Rijn had ultimo 2018 een negatief eigen vermogen. Dit werd met name veroorzaakt door negatieve exploitatieresultaten in de afgelopen jaren, veroorzaakt door met name te hoge personele lasten. Om de continuïteit van de organisatie te borgen is de begroting 2019 en meerjarenraming op een nieuwe wijze opgesteld onder begeleiding van een externe partij. Hierdoor is er meer grip op financiën ontstaan. Het exploitatieresultaat is in 2019 inderdaad weer omgebogen tot een positief resultaat. Hierdoor is ultimo 2019 het eigen vermogen dan ook weer positief. Ook de begroting 2020 en meerjarenraming 2021-2024 zorgen voor een verder herstel van het eigen vermogen. Het verdere herstel tot het gewenste niveau van het eigen vermogen zal een proces van lange adem en scherp en consistent sturen vergen.
De focus voor de komende jaren zal liggen op de acties die reeds zijn ingezet en reeds zijn volbracht: het sluiten van de vestiging Anna VMBO NEXT, het heroriënteren op de positie van Anna BTV De Linie, het beheersen van de reguliere personele formatie door een betere planning & control cyclus, het beperken van het ziekteverzuim en de vervangingskosten hiervan, het proactief en met de juiste expertise sturen op huisvestingsvraagstukken, het terugbrengen van overheadkosten en het professionaliseren van de organisatie door te zoeken naar intensieve samenwerking of fusiemogelijkheden. Op basis van bovenstaande acties is het bestuur van mening dat de jaarrekening 2019 op basis van continuïteit opgesteld kan worden. Verbonden partijen Als verbonden partij worden alle rechtspersonen aangemerkt waarover overheersende zeggenschap, gezamenlijke zeggenschap of invloed van betekenis kan worden uitgeoefend. Ook rechtspersonen die overwegende zeggenschap kunnen uitoefenen worden aangemerkt als verbonden partij. Ook de statutaire directieleden, andere sleutelfunctionarissen in het management van Stichting Anna van Rijn College en nauwe verwanten zijn verbonden partijen. Transacties van betekenis met verbonden partijen worden toegelicht voor zover deze niet onder normale marktvoorwaarden zijn aangegaan.
Hiervan wordt toegelicht de aard en de omvang van de transactie en andere informatie die nodig is voor het verschaffen van het inzicht. 52
Grondslagen De Regeling jaarverslaggeving onderwijs van het ministerie van OCW en de Richtlijn 660 Onderwijsinstellingen (RJ 660) zijn toegepast. Titel 9 boek 2 van het Burgerlijk Wetboek (BW2T9) en de daarop gebaseerde Richtlijnen van de Raad voor de Jaarverslaggeving (RJ) vormen de basis voor de jaarverslaggeving van onderwijsinstellingen. De onderwijs specifieke regels zijn in een afzonderlijke richtlijn 660 Onderwijsinstellingen (RJ 660) opgenomen. De jaarrekening is opgesteld uitgaande van de continuïteitsveronderstelling Waardering van de activa en passiva Algemeen Activa en verplichtingen worden in het algemeen gewaardeerd tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs of de actuele waarde. Indien geen specifieke waarderingsgrondslag is vermeld vindt waardering plaats tegen de verkrijgingsprijs. Vergelijking met voorgaand jaar De gehanteerde grondslagen van waardering en van resultaatbepaling zijn ongewijzigd gebleven ten opzichte van het voorgaande jaar. Materiële vaste activa Gebouwen en terreinen Het economisch eigendom van de gebouwen berust bij de gemeente. Deze gebouwen zijn dan ook opgenomen in de balans voor zover ze met eigen middelen zijn gefinancierd. De gebouwen zijn geactiveerd tegen de historische verkrijgingprijs minus lineaire afschrijving. De afschrijvingen worden gebaseerd op geschatte economische levensduur.
De verbouwingen worden in 10 of 15 jaar afgeschreven en de nieuwbouw in 24 jaar. Er zijn geen terreinen in eigendom. Inventaris en apparatuur De inventaris en apparatuur zijn geactiveerd tegen de historische verkrijgingprijs minus lineaire afschrijving. De afschrijvingen worden gebaseerd op geschatte economische levensduur. Voor 2019 zijn de grondslagen hieronder weergegeven: ICT- investeringen 4 jaar Audiovisuele middelen 5 jaar Overige inventarisgoederen 7 tot 15 jaar (is afhankelijk van de verwachte levensduur ) Machines en installaties 10 tot 25 jaar (is afhankelijk van de verwachte levensduur ) Duurzaam gereedschap 5 jaar De activeringsgrens is € 1.500,-. Bijzondere waardeverminderingen van vaste activa De stichting beoordeelt op iedere balansdatum of er aanwijzingen zijn dat een vast actief aan een bijzondere waardevermindering onderhevig kan zijn. Indien dergelijke indicaties aanwezig zijn, wordt de realiseerbare waarde van het actief vastgesteld. Indien het niet mogelijk is de realiseerbare waarde voor het individuele actief te bepalen, wordt de
53
realiseerbare waarde bepaald van de kasstroomgenererende eenheid waartoe het actief behoort. Van een bijzondere waardevermindering is sprake als de boekwaarde van een actief hoger is dan de realiseerbare waarde; de realiseerbare waarde is de hoogste van de opbrengstwaarde en de bedrijfswaarde. Een bijzonder waardeverminderingsverlies wordt direct als last verwerkt in de winst-en-verliesrekening onder gelijktijdige verlaging van de boekwaarde van het betreffende actief. Vorderingen (vast en vlottend) De vorderingen zijn in eerste instantie opgenomen tegen de reële waarde en vervolgens tegen de geamortiseerde kostprijs. De reële waarde en geamortiseerde kostprijs zijn gelijk aan de nominale waarde. Voor het risico van oninbaarheid van deze vorderingen wordt een voorziening gevormd. De voorziening is zowel statisch als dynamisch gevormd. Liquide middelen Liquide middelen bestaan uit kas, banktegoeden en deposito’s met een looptijd korter dan twaalf maanden. Rekening-courantschulden bij banken zijn opgenomen onder schulden aan kredietinstellingen onder kortlopende schulden. Liquide middelen worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Eigen vermogen Algemene reserve De algemene reserve vormt een buffer ter waarborging van de continuïteit van het bevoegd gezag.
Deze wordt opgebouwd uit de resultaatbestemming van overschotten welke ontstaan uit het verschil tussen de toegerekende baten en lasten. In geval van een tekort wordt dit resultaat ten laste van de algemene reserve gebracht. De algemene reserve wordt beschouwd als publieke middelen. Bestemmingsreserve BAPO De bestemmingsreserve BAPO betreft de vrijgevallen voorziening BAPO die bestemd is om kosten van niet opgenomen BAPO-rechten uit het verleden te betalen. De reserve BAPO betreft uitsluitend nog niet opgenomen BAPO-rechten uit de afgelopen jaren. De reserve is berekend op basis van de contante waarde van de toekomstige verplichtingen. Overige bestemmingsreserves Bestemmingsreserves worden niet apart benoemd, maar opgenomen in de Algemene Reserve. Pensioenen Stichting Anna van Rijn College heeft voor haar werknemers een toegezegdpensioenregeling. Hiervoor in aanmerking komende werknemers hebben op de pensioengerechtigde leeftijd recht op een pensioen dat is gebaseerd op het gemiddeld verdiende loon berekend over de jaren dat de werknemer pensioen heeft opgebouwd bij Stichting Anna van Rijn College. De verplichtingen, die voortvloeien uit deze rechten van haar personeel, zijn ondergebracht bij het bedrijfstakpensioenfonds ABP.
54
De pensioenrechten worden jaarlijks geïndexeerd, indien en voor zover de dekkingsgraad van het pensioenfonds (het vermogen van het pensioenfonds gedeeld door haar financiële verplichtingen) dit toelaat. Pensioenfondsen zijn wettelijk verplicht om financiële buffers te hebben: extra geld voor tijden dat het financieel slechter gaat. De pensioenregels schrijven voor dat de beleidsdekkingsgraad 128% moet zijn. Dan heeft het pensioenfonds voldoende financiële buffers. Ook is wettelijk bepaald dat de beleidsdekkingsgraad niet langer dan 5 jaar onder 104,2% mag liggen. Naar de stand van december 2019 is de beleidsdekkingsgraad van het pensioenfonds 97,8% (bron: website https://www.abp.nl/over-abp/financiele-situatie/dekkingsgraad/). Het pensioenfonds voldoet op dit moment niet aan de normering, het ABP werkt aan een herstelplan. Stichting Anna van Rijn College heeft geen verplichting tot het voldoen van aanvullende bijdragen in geval van een tekort bij het pensioenfonds, anders dan het effect van hogere toekomstige premies. Stichting Anna van Rijn College heeft daarom alleen de verschuldigde premies tot en met het einde van het boekjaar in de jaarrekening verantwoord. Voorzieningen 1) Voorzieningen zijn opgebouwd voor verplichtingen en verliezen waarvan de omvang op de balansdatum onzeker is, maar redelijkerwijs is in te schatten.
2) Voorzieningen zijn opgebouwd voor op de balansdatum aanwezige risico's van bepaalde te verwachten verplichtingen of verliezen waarvan de omvang redelijkerwijs is in te schatten 3) Voorzieningen zijn opgebouwd voor lasten die in een volgend verslagjaar zullen worden gemaakt, als de oorsprong van die lasten in het verslagjaar of een voorgaand verslagjaar ligt, en de voorziening er toe dient de lasten gelijkmatig te verdelen over een aantal verslagjaren. Voorziening jubilea De voorziening is berekend op individuele basis, uitgaande van een disconteringsvoet van 1% en onderstaande inschatting. Over het verslagjaar is een berekening gemaakt met behulp van het meest actuele rekenmodel van VOS abb. Kans dat jubilea gehaald wordt: 25 jaar 40 jaar 0 - 5 jaar 15% 10% 5 - 14 jaar 35% 20% 15 - 24 jaar 75% 40% 25 - 34 jaar 0% 60% 35 - 39 jaar 0% 90% 40 > jaar 0% 0% Voorziening levensfase bewust personeelsbeleid De voorziening is berekend op basis van de cao bepalingen waarbij per personeelslid uitgegaan wordt van een basisbudget van 50 uur voor een volledig dienstverband. Bij de berekening van de voorziening wordt rekening gehouden met de reeds opgenomen of verrekende uren.
55
Voorziening uitkeringsverplichtingen langdurig zieken Bij de voorziening langdurig zieken is een inschatting gemaakt op kans van terugkeer op de eigen werkplek. Voorziening Generatiepact De voorziening is berekend op basis van de toekomstige kosten van het deel van de werktijdfactor waarvoor de medewerker geen arbeid meer verricht. Bij de voorziening generatiepact is een inschatting gemaakt (5%) van de kans dat de medewerker niet deze vrijstelling van werk volledig zal genieten. Voorziening uitkeringsverplichtingen WW Bij de voorziening ww en (b)ww is een inschatting gemaakt van de looptijd van de uitkeringsverplichting voor de werkgever. Onderhoudsvoorziening Voor uitgaven voor groot onderhoud van gebouwen wordt een voorziening gevormd om deze lasten gelijkmatig te verdelen over een aantal boekjaren. De toevoegingen aan de voorziening wordt bepaald op basis van het geschatte bedrag van het groot onderhoud en de periode die telkens tussen de werkzaamheden voor groot onderhoud verloopt. Het meerjaren onderhoudsplan (MOP) is eind 2016 opgemaakt door een externe partij. Gezien de toekomstverwachtingen van de bestuurder op de huisvestingsportefeuille is alleen naast de locaties Albatros vanaf 2019 ook voor de locatie Flamingo (Anna MAVO/Lyceum) een onderhoudsvoorziening opgenomen.
Ook is in de voorziening rekening gehouden met 35% lagere uitgaven dan in het MOP opgenomen is, vanwege sober en doelmatig onderhoud en het feit dat de gemeente naar verwachting in de toekomst renovaties (deels) voor haar rekening zal nemen. Langlopende schulden Schulden met een resterende looptijd van meer dan 1 jaar worden aangeduid als langlopend. De langlopende schulden worden gewaardeerd tegen de nominale waarde van de schuld. Kortlopende schulden Kortlopende schulden worden bij de eerste verwerking gewaardeerd tegen reële waarde. Kortlopende schulden worden na eerste verwerking gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs, zijnde het ontvangen bedrag rekening houdend met agio of disagio en onder aftrek van transactiekosten. Dit is meestal de nominale waarde. Bepaling van het exploitatiesaldo Het exploitatiesaldo is als volgt bepaald: Baten en lasten zijn toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten en lasten zijn opgenomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Baten en lasten en risico's, welke na de balansdatum bekend zijn geworden, die betrekking hebben op het verslagjaar, zijn verwerkt in het exploitatiesaldo.
56
Baten Rijksbijdragen Onder de Rijksbijdragen OCW/EZ worden de vergoedingen voor de exploitatie opgenomen, verstrekt door het Ministerie OCW/EZ. Tevens worden hier de door het samenwerkingsverband ontvangen doorbetalingen van de Rijksbijdragen verantwoord. De ontvangen (normatieve) Rijksbijdragen en de niet geoormerkte OCW-subsidies (vrij besteedbare doelsubsidies zonder verrekeningsclausule) worden, in het jaar waarop de toekenning betrekking heeft, volledig verwerkt als bate in de staat van baten en lasten. Geoormerkte OCW-subsidies met een vrij besteed overschot (doelsubsidies waarbij het overschot geen verrekeningsclausule heeft) worden ten gunste van de staat van baten en lasten verantwoord naar rato van de voortgang van de gesubsidieerde activiteiten. Het deel van de subsidies waarvoor nog geen activiteiten zijn verricht per balansdatum worden verantwoord onder de overlopende passiva. Geoormerkte OCW-subsidies (doelsubsidies met verrekeningsclausule) worden ten gunste van de staat van baten en lasten verantwoord in het jaar waarvan de gesubsidieerde lasten komen. Niet bestede middelen worden verantwoord onder de overlopende passiva zolang de bestedingstermijn niet is verlopen. Niet bestede middelen worden verantwoord onder de kortlopende schulden zodra de bestedingstermijn is verlopen op balansdatum.
Overige baten Onder de overige baten worden de vergoedingen opgenomen die niet verstrekt zijn door het Ministerie van OCW/EZ, Gemeenten, Provincies of andere overheidsinstellingen. De overige baten worden toegerekend aan het verslagjaar waarop ze betrekking hebben. Personeelsbeloningen Periodiek betaalbare beloningen Lonen, salarissen en sociale lasten worden op grond van de arbeidsvoorwaarden verwerkt in de winst-en-verliesrekening voor zover ze verschuldigd zijn aan werknemers respectievelijk de belastingautoriteit. Pensioenen Stichting Anna van Rijn College heeft alle pensioenregelingen verwerkt volgens de verplichtingenbenadering. De over het verslagjaar verschuldigde premie wordt als last verantwoord. Mutaties in de pensioenvoorziening worden ook in de winst-enverliesrekening verwerkt. Zie ook de grondslagen voor waardering van activa en passiva, bij Pensioenvoorziening. Afschrijvingen De afschrijvingen worden gebaseerd op de geschatte economische levensduur en worden berekend op basis van een vast percentage van de verkrijgingsprijs, rekening houdend met een eventuele residuwaarde. Er wordt afgeschreven vanaf het moment van ingebruikneming. Overige lasten De lasten worden bepaald op historische basis en toegerekend aan het verslagjaar waarop zij betrekking hebben.
57
Financiële baten en lasten Rente- en kasstroomrisico Stichting Anna van Rijn College loopt renterisico over de rentedragende vorderingen (met name onder financiële vaste activa en liquide middelen) en rentedragende langlopende en kortlopende schulden (waaronder schulden aan kredietinstellingen). Voor vorderingen en schulden met variabele renteafspraken loopt Stichting Anna van Rijn College risico ten aanzien van toekomstige kasstromen; met betrekking tot vastrentende vorderingen en schulden loopt Stichting Anna van Rijn College risico’s over de reële waarde als gevolg van wijzigingen in de marktrente. Met betrekking tot de vorderingen worden geen financiële derivaten met betrekking tot afdekking van het renterisico gecontracteerd. Liquiditeitsrisico Stichting Anna van Rijn College maakt gebruik van schatkistbankieren. Kasstroomoverzicht Het kasstroomoverzicht is opgesteld volgens de indirecte methode. De geldmiddelen in het kasstroomoverzicht bestaan uit liquide middelen. Ontvangen en betaalde interest worden opgenomen onder de kasstroom uit operationele activiteiten. Transacties waarbij geen ruil van geldmiddelen plaatsvindt, waaronder financial leasing, worden niet in het kasstroomoverzicht opgenomen.
De betaling van leasetermijnen uit hoofde van het financiële leasecontract wordt -voor het gedeelte dat betrekking heeft op de aflossing- als een uitgave uit financieringsactiviteiten aangemerkt en voor het gedeelte dat betrekking heeft op de interest als een uitgave uit operationele activiteiten.
58
Toelichting op de balans Vaste Activa 1.1.2.1 1.1.2.3 Gebouwen Inventaris en en terreinen apparatuur
1.1.2 Materiële vaste activa
(bedragen x € 1.000) Aanschafprijs 1-1-2019 Afschrijving cumulatief 1-1-2019 Boekwaarde 1-1-2019
3.669 1.770 1.899
5.200 4.368 832
8.868 6.138 2.730
Investeringen Afschrijvingen Des-investeringen Afschrijvingen Des-investeringen
41 513 -1.023 -1.023
55 245 -1.808 -1.808
97 757 -2.830 -2.830
Aanschafprijs 31-12-2019 Afschrijving cumulatief 31-12-2019 Boekwaarde 31-12-2019
2.687 1.260 1.427
3.447 2.805 642
6.135 4.065 2.069
Vanwege de sluiting van de locatie Anna NEXT VMBO per augustus 2019 en de verhuizing van de locatie Anna BTV De Linie is een analyse gedaan van de activa. Activa welke niet meer aanwezig was, of waardeloos geworden zijn, zijn afgeboekt ten laste van het resultaat. Daarnaast is er aan Globe activa van Anna NEXT VMBO overgedragen tegen de restwaarde ad. 20K.
59
Vlottende Activa 1.2.2 Vorderingen (bedragen x € 1.000) 1.2.2.1 Debiteuren 1.2.2.2 Voorzieningen wegens oninbaarheid 1.2.2.4 Vorderingen inzake belastingen en premies sociale verzekeringen 1.2.2.10 Overige vorderingen 1.2.2.12 Vooruitbetaalde kosten Totaal vorderingen
2019
2018
14 -1 -
161 -80 242
51 139 202
11 119 454
Alle vorderingen hebben een looptijd van minder dan één jaar, behalve een deel van de overige vorderingen, daar staat een bedrag van 7K met een looptijd van meer dan één jaar.
Effecten & Liquide middelen
1.2.4 Liquide middelen (bedragen x € 1.000) 1.2.4.1 Kasmiddelen 1.2.4.2 Tegoeden op bankrekeningen Totaal liquide middelen
Er zijn geen effecten. De liquide middelen zijn direct opeisbaar.
60
2019
2018
3.725 3.725
1.175 1.175
Eigen vermogen 2.1 Eigen vermogen
2.1.1 Groepsvermogen (bedragen x € 1.000) 2.1.1.1 Algemene reserve Bestemmingsreserve: incidentele gelden werkdrukvermindering Eigen vermogen
Stand per 1-1-2019
Resultaat
Overige mutaties
Stand per 31-12-2019
-103 -
1.664
-236 236
1.325 236
-103
1.664
-
1.561
In 2019 zijn er incidentele middelen van OCW ontvangen inzake werkdrukvermindering. Deze inkomsten zijn in 2019 opgenomen in de exploitatierekening en maken daarmee deel uit van het eigen vermogen. Deze gelden zullen conform de beschikking van OCW in de jaren 2020 en 2021 worden uitgegeven. Hier is een bestemmingsreserve voor gevormd.
Bestemming van het exploitatiesaldo Het exploitatieresultaat is in afwachting van goedkeuring door Raad van Toezicht verwerkt ten laste van de bestemmingsreserves conform de gepresenteerde mutatie in het eigen vermogen zoals inzichtelijk gemaakt onder punt 2.1.2. Zie hiervoor 2.1 Eigen vermogen.
61
Voorzieningen
2.2 Voorzieningen
(bedragen x € 1.000) 07430 Voorziening jubileumkosten
2.2.1 Personele Voorzieningen - jubilea
07450 Voorziening langdurig zieken
2.2.1 Personele Voorzieningen - langdurig zieken
Stand per 1-1-2019
Dotaties
Onttrekkingen
Vrijval
Rentemutatie (bij contante waarde)
Stand per 31-12-2019
Kortlopende Langlopende deel < 1 jaar deel > 1 jaar
52
6
17
-
-
41
2
39
67
53
67
-
-
53
45
8
224 192
161 187
74 58
-
-
311 320
103 158
208 163
1.014
0
173
224
-
617
173
444
731
271
9
-
-
993
357
635
-
-
-
-
-
-
-
-
2.280
678
398
224
-
2.335
838
1.497
07500 Overige voorzieningen LBP
2.2.1 Personele Voorzieningen - LBP 2.2.1 Personele Voorzieningen - (B)WW 07440 Voorziening Uitkeringsverplichtingen (nieuw)
2.2.1 Personele Voorzieningen - Generatiepact 2.2.3.Voorziening Groot onderhoud 2.2.4.Overige voorzieningen Voorzieningen
Toelichting bij Voorzieningen: 2.2.1 Dit betreft voorzieningen voor het personeel te weten jubilea, langdurig zieken, levensfase bewust personeelsbeleid, uitkeringsverplichtingen en generatiepact. Bij de grondslagen zijn deze voorzieningen nader toegelicht. 2.2.3 Dit betreft de onderhoudsvoorziening die gebaseerd is op door derden opgestelde onderhoudsplannen.
62
Lange en Kortlopende schulden 2.3 Langlopende schulden 2019
2018
(bedragen x € 1.000) 2.3.7 Overige langlopende schulden
285
311
Langlopende schulden
285
311
2019
2018
252 407 119 94 22 236 416 269
227 515 165 143 34 138 284 366
1.815
1.871
2.4 Kortlopende schulden (bedragen x € 1.000) 2.4.8 Crediteuren 2.4.9 Belastingen en premies sociale verzekeringen 2.4.10 Pensioenen 2.4.11 Schulden OCW 2.4.12 Overige kortlopende schulden 2.4.13 Vooruitontvangen college- en lesgelden 2.4.16 Vooruitontvangen bedragen 2.4.17 Vakantiegeld en vakantiedagen Kortlopende schulden
Langlopende schulden Conform de eerste overeenkomst tussen Anna van Rijn, locatie Harmonielaan en ROC Midden Nederland bestaat de verplichting om een aantal klaslokalen van ROC Midden Nederland in het pand van de Harmonielaan te huisvesten. Het Anna van Rijn College zal de renteloze lening in jaarlijkse termijnen ad € 44.445,- aflossen. Een bedrag van 44K zal in 2020 afgelost worden, een bedrag 178K zal in afgelost worden in de periode 2021-2025. Een bedrag van 44K heeft een aflossingstermijn van langer dan vijf jaar. Voor nadere toelichting zie de ‘’Niet in de balans opgenomen rechten, verplichtingen en regelingen’’ Conform een tweede overeenkomst tussen Anna van Rijn, locatie Harmonielaan en ROC Midden Nederland bestaat de verplichting om een aantal klaslokalen van ROC Midden Nederland in het pand van de Harmonielaan te huisvesten. Het Anna van Rijn College zal de renteloze lening in jaarlijkse termijnen ad € 3.993,- aflossen. Een bedrag van 4K zal in 2020 afgelost worden, een bedrag 15K zal in afgelost worden in de periode 2021-2025. Voor nadere toelichting zie de ‘’Niet in de balans opgenomen rechten, verplichtingen en regelingen’’
Alle kortlopende schulden hebben een looptijd van korter dan één jaar.
63
Niet in de balans opgenomen rechten, verplichtingen en regelingen Op 1 april 2016 is een medegebruikersovereenkomst getekend tussen de besturen van Anna van Rijn College en het ROC Midden Nederland met een looptijd van 10 jaar (tot 1 april 2026) en een eventuele verlenging. Rechten: - Het ROC Midden Nederland heeft een renteloze lening verstrekt aan het Anna van Rijn College ad € 400.000,-. Plichten: - Het ROC Midden Nederland mag beschikken over een totaaloppervlak van circa 3.150 m2, in het schoolgebouw van de Harmonielaan 1. - Het Anna van Rijn College zal de renteloze lening gebruiken om noodzakelijke verbouwingen en aanpassingen aan het pand te financieren. - Het Anna van Rijn College zal de renteloze lening in 9 jaarlijkse termijnen ad € 44.445,aflossen te beginnen in 2017. - Per 31/12/2019 bedraagt de renteloze lening € 266.665,-. Op 19 november 2019 is een medegebruikersovereenkomst getekend tussen de besturen van Anna van Rijn College en het ROC Midden Nederland met een looptijd van 5 jaar (tot 30 augustus 2024). Rechten: - Het ROC Midden Nederland heeft een renteloze lening verstrekt aan het Anna van Rijn College ad € 19.965,-. Plichten: - Het ROC Midden Nederland mag beschikken over een totaaloppervlak van circa 401 m2, in het schoolgebouw van de Harmonielaan 1.
- Het Anna van Rijn College zal de renteloze lening gebruiken om noodzakelijke verbouwingen en aanpassingen aan het pand te financieren. - Het Anna van Rijn College zal de renteloze lening in 5 jaarlijkse termijnen ad € 3.993,aflossen. - Per 31/12/2019 bedraagt de renteloze lening €18.634,-. Er is een schoonmaakcontract afgesloten voor alle locaties met G. van Alem Schoonmaak- en Bedrijfsdiensten B.V. De jaarlast van het schoonmaakcontract bedraagt circa € 279.000,-. De einddatum van dit contract is 24 oktober 2020. Het Anna van Rijn College heeft een contract voor kopieerapparaten met Toshiba. Het contract loopt tot en met 1 september 2023. De jaarlast is circa € 18K. Het Anna van Rijn College heeft diverse kleine contracten voor huur van ICT middelen voor onder andere docenten met The Rent Company.
64
Niet uit de balans blijkende activa en verplichtingen Ministerie van OCW Voor onderwijsinstellingen vallende onder de WVO is het op basis van artikel 5 van de (Gewijzigde) Regeling “Onvoorziene gevallen bij invoering vereenvoudiging bekostiging voortgezet onderwijs” (kenmerk WJZ-2005/54063802 en kenmerk VO/F -2006/1769) toegestaan een vordering op te nemen op het Ministerie van OCW. De vordering op het Ministerie van OCW is ter hoogte van de op dat moment bestaande schuld aan het personeel in verband met: - de tot en met december opgebouwde bruto vakantie-aanspraken; - de over de maand december door het bevoegd gezag verschuldigde afdracht pensioenpremies en loonheffing verbonden salarisbetalingen op grond van de van toepassing zijnde wet- en regelgeving. Deze vordering is nooit hoger dan 7,5% van de totale reguliere personele bekostiging over het boekjaar. De vordering bedraagt op 31 december 2019 € 743K.
65
Model G Verantwoording subsidies Model G1 Omschrijving Subsidie voor studieverlof Subsidie voor studieverlof Subsidie voor studieverlof Subsidie voor studieverlof Aanvullende bekostiging technisch VMBO Model G2A Aflopend per ultimo verslagjaar Omschrijving
Model G2B Doorlopend per ultimo verslagjaar Omschrijving
Toewijzing Kenmerk
Toewijzing Kenmerk Datum
Model G3A Aflopend per ultimo verslagjaar Omschrijving
Model G3B Doorlopend per ultimo verslagjaar Omschrijving
Toewijzing De prestatie is ultimo verslagjaar conform de subsidiebeschikking Kenmerk Datum Bedrag van toewijzing (€) Ontvangen tm verslagjaar (€) Geheel uitgevoerd en afgerond Nog niet geheel afgerond 2019/2/1102767 20-3-2019 -3.686 -3.686 x 2019/2/1285297 22-10-2019 -3.772 -3.772 x 2019/2/1215807 23-8-2019 30.173 30.173 x 2018/2/942632 20-9-2018 26.402 26.402 x 2019/2/1358270 15-10-2019 120.585 120.585 x
Bedrag van toewijzing (€)
Toewijzing Kenmerk Datum
Toewijzing Kenmerk Datum
Datum
Bedrag van toewijzing (€)
Saldo per 31-12-2019 (€)
Bedrag van toewijzing (€)
Bedrag van toewijzing (€)
Saldo per 31-12-2019 (€)
Ontvangen tm verslagjaar (€)
Ontvangen tm verslagjaar (€)
Lasten in verslagjaar (€)
Ontvangen tm verslagjaar (€)
Ontvangen tm verslagjaar (€)
66
Totale kosten 31-12-2019 (€)
Totale kosten per 31-12-2019 (€)
Totale kosten 31-12-2019 (€)
Lasten in verslagjaar (€)
Te verrekenen overschot ultimo verslagjaar (€)
Saldo nog te besteden ultimo verslagjaar (€)
Te verrekenen overschot ultimo verslagjaar (€)
Totale kosten per 31-12-2019 (€)
Saldo nog te besteden ultimo verslagjaar (€)
Toelichting op de Staat van Baten en Lasten Baten 3.1 Rijksbijdragen (bedragen x € 1.000) 2019 3.1.1 Rijksbijdrage OCW/EL&I 11.558 3.1.2 Overige subsidies OCW/EL&I 1.440 3.1.3. Inkomensoverdracht van rijksbijdragen 1.865
Begroting 2019 10.959 1.246 1.899 14.863
3.2 Overige overheidsbijdragen en -subsidies (bedragen x € 1.000) Gemeentelijke bijdr. en subsidies Toerekening investeringssubs. gemeente 3.2.2.2. Overige gemeentelijke en GRbijdragen en –subsidies 3.2.2.3. Overige overheden
2018 11.553 1.278 825 14.104
13.656
2019
Begroting 2019
2018
-
-
-
-
-
-
-
-
-
3.5 Overige baten (bedragen x € 1.000) 3.5.1. Opbrengst verhuur 3.5.2 Detachering personeel 3.5.5. Ouderbijdragen (PO/VO) 3.5.10. Overige
2019
Begroting 2019
2018
360 86 503 6-
314 11 458 54
307 11 493 32
943
67
836
842
Lasten 4.1 Personeelslasten
(bedragen x € 1.000) 4.1.1.1. Lonen en salarissen 4.1.1.2. Sociale lasten 4.1.1.5. Pensioenlasten 4.1.1 Lonen en salarissen 4.1.2.1. Dotaties personele voorzieningen 4.1.2.2. Lasten personeel niet in loondienst 4.1.2.3. Overige 4.1.2 Overige personele lasten
2019
Begroting 2019
2018
7.657 1.112 1.232
8.336 1.083 1.258
8.577 1.196 1.267 11.040
10.678
10.001 162-
233
1.018
413
139
392 552
904
686 938
1.276
1.962
98-
41-
84-
10.841
11.912
12.918
4.1.3.3. Overige uitkeringen, die de personeelslasten verminderen
4.2 Afschrijvingen op immateriële en materiële vaste activa 2019 (bedragen x € 1.000) 4.2.1. Afschrijvingen immateriële vaste activa 738 4.2.2. Afschrijvingen materiële vaste activa
Begroting 2019
2018
-
-
390
392
392
390
738
4.3 Huisvestingslasten (bedragen x € 1.000) 4.3.1. Huurlasten 4.3.2. Verzekeringslasten 4.3.3. Onderhoudslasten (klein onderhoud) 4.3.4. Energie en water 4.3.5. Schoonmaakkosten 4.3.6. Belastingen en heffingen ter zake van huisvesting 4.3.7. Dotatie voorziening onderhoud 4.3.8. Overige huisvestingslasten
2019
Begroting 2019
2018
52 172
72 149
83 194
286 279 32
281 285 29
282 305 25
271 46
65 28
65 37 991
909
1.138 4.4 Overige lasten (bedragen x € 1.000) 4.4.1. Administratie en beheer 4.4.2. Inventaris en apparatuur 4.4.3. Leer- en hulpmiddelen 4.4.4. Dotatie overige voorzieningen 4.4.5. Overige
2019
Begroting 2019
2018
120 15 459 -19 848
179 18 548 790
331 25 706 74 758
1.424
1.536
1.894
Het gemiddeld aantal gedurende het boekjaar werkzame werknemers bij Anna van Rijn is 182 (135,5 fte). 68
Accountantshonorarium
(bedragen x € 1.000)
2019
2018
Onderzoek van de jaarrekening
30
22
Andere controleopdrachten
0
0
30
22
-
-
2019
Begroting 2019
2018
0
-
-
Wijs Accountants
Advieskosten
Fiscaal advies
Financieel en buitengewoon 6 Financiële baten en lasten (bedragen x € 1.000) 6.1.1. Rentebaten Totaal financiële baten 6.2.0. Bankkosten 6.2.1. Rentelasten
0 2 -
2 -
2 0
Totaal financiële lasten
2
2
2
Resultaat financiële baten en lasten
-2
-2
-2
69
Verplichte Toelichting Verbonden Partijen
Model I E: Verbonden Partijen
Naam St. Samenwerkingsverband Voortgezet Onderwijs Zuid-Utrecht 5=1
Juridische vorm (2019) Stichting n.v.t.
Eigen vermogen Statutaire Code per 31-12-2018 Resultaat per 31- Art 2:403 Zetel activiteiten (€) 12-2018 (€) BW Nieuwegein Overige 691.495 -31.248 Nee n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. Nee
70
Consolidatie Toelichting op consolidatie Nee Nee, geen overheersende zeggenschap Nee n.v.t.
Bezoldiging bestuurders en toezichthouders Verantwoordingsmodel WNT 2019 WNT-verantwoording 2019 Stichting Anna van Rijn College De WNT is van toepassing op Stichting Anna van Rijn College. Het voor Stichting Anna van Rijn College toepasselijke bezoldigingsmaximum is in 2019 € 152.000. Het betreft het bezoldigingsmaximum voor het onderwijs, klasse D, complexiteitspunten totaal 9, per criterium: gemiddelde OC&W Baten (4), driejaars-gemiddelde leerlingaantal (2), gewogen aantal onderwijssoorten (3). 1. Bezoldiging topfunctionarissen 1a. Leidinggevende topfunctionarissen met dienstbetrekking en leidinggevende topfunctionarissen zonder dienstbetrekking vanaf de 13e maand van de functievervulling alsmede degenen die op grond van hun voormalige functie nog 4 jaar als topfunctionaris worden aangemerkt. Gegevens 2019 bedragen x € 1
Drs. A.F.E. Bergsma
Functiegegevens Aanvang en einde functievervulling in 2019 Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte) Dienstbetrekking? Bezoldiging Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen Beloningen betaalbaar op termijn Subtotaal
Voorzitter College van Bestuur 01/01 – 30/04 1,0 ja
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum
50.667
39.838 6.484 46.322
-/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag Bezoldiging Reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling Gegevens 2018
N.v.t. 46.322 N.v.t. N.v.t.
bedragen x € 1
Drs. A.F.E. Bergsma
Functiegegevens Aanvang en einde functievervulling in 2018 Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte) Dienstbetrekking? Bezoldiging Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen Beloningen betaalbaar op termijn Subtotaal
Voorzitter College van Bestuur 01/01– 31/12 1,0 ja
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum Bezoldiging
146.000 122.665
105.202 17.463 122.665
71
1b. Leidinggevende topfunctionarissen zonder dienstbetrekking in de periode kalendermaand 1 t/m 12 Gegevens 2019 bedragen x € 1
C.K. Vinckers
Functiegegevens Kalenderjaar Periode functievervulling in het kalenderjaar (aanvang – einde) Aantal kalendermaanden functievervulling in het kalenderjaar Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum Maximum uurtarief in het kalenderjaar Individueel toepasselijke maximum gehele periode kalendermaand 1 t/m 12 Bezoldiging (alle bedragen exclusief btw) Werkelijk uurtarief lager dan het maximum uurtarief? Bezoldiging in de betreffende periode Bezoldiging gehele periode kalendermaand 1 t/m 12