2020-360 Eindrapportage Minimabeleid Nieuwegein.pdf
Tekst van het document
2020-360
Minimabeleid AOW’ers en zzp’ers Nieuwegein 04-06-2020, Utrecht
Auteurs Anouk Menko Rubin ten Broeke Tom Kruis
Dit onderzoek werd uitgevoerd in opdracht van
Rekenkamercommissie Nieuwegein
© 2020 Labyrinth Onderzoek & Advies Amerikalaan 203 3526 VD Utrecht T: +31 (0)30 262 71 91 E: info@labyrinthonderzoek.nl W: www.labyrinthonderzoek.nl
Alle rechten voorbehouden Niets uit deze uitgave mag - door iemand anders dan de opdrachtgever - worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand en/of openbaar gemaakt in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of op enige andere manier zonder voorafgaande schriftelijke toestemming.
Inhoudsopgave 1 Inleiding en definities
4
1.1. Doel onderzoek
4
1.2. Onderzoeksvragen
5
1.3. Opzet onderzoek
6
1.4. Leeswijzer
8
2 Desk research
9
2.1. Welke criteria gelden er voor de gemeentelijke minimaregelingen?
9
2.2. Wat doet de gemeente om deze regelingen onder de aandacht te brengen?
11
2.3. Wat doen andere gemeenten om de regelingen onder de aandacht te brengen?
12
2.4. Wie zijn de mensen die binnen de gedefinieerde doelgroep vallen?
13
2.4.1. Zzp’ers met een laag inkomen
14
2.4.2. AOW’ers met een klein of geen pensioen
14
3 Resultaten vragenlijsten en interviews 3.1. Bekendheid en ervaring met de regelingen
15 15
3.1.1. Wat is de bekendheid van de regelingen onder AOW’ers en zzp’ers en in hoeverre worden de regelingen ook gebruikt?
15
3.1.2. Hoe is de doelgroep bekend geworden met de regelingen?
17
3.1.3. Wat zijn de ervaringen van de mensen die gebruik maken van deze regelingen?
17
3.1.4. Wie maken er momenteel nog geen gebruik van de regelingen en waarom niet? 19 3.1.5. In hoeverre is er interesse in de regelingen bij mensen die er nog geen gebruik van maken? 19 3.2. Hoe kan de doelgroep beter bereikt worden? 3.2.1. Wat kan de gemeente doen om het gebruik van deze regelingen te maximaliseren?
23 23
4 Referenties
28
Bijlage 1: Topiclijst diepte-interviews
30
Bijlage 2: Vragenlijst minima
32
1
Inleiding en definities In dit hoofdstuk wordt het doel van het onderzoek uiteengezet. Daarbij wordt ingegaan op de doelgroep van het onderzoek en worden de onderzoeksvragen op een rij gezet. Verder wordt in dit hoofdstuk de opzet van het onderzoek per fase beschreven. De onderzoeksvragen worden in de opeenvolgende hoofdstukken per stuk beantwoord.
1.1. Doel onderzoek Doel van het onderzoek is in kaart te brengen waarom bepaalde groepen die binnen de minima-huishoudens vallen weinig gebruik maken van de voor hen geldende minimaregelingen. Tijdens het onderzoek is ook gekeken naar wat de gemeente kan doen om deze groepen wel te bereiken. Doelgroep minima-huishoudens De groepen waar dit onderzoek op gericht is zijn AOW’ers met een klein pensioen of zonder pensioen en zzp’ers met een laag inkomen. Er is specifiek voor deze twee groepen gekozen aangezien uit eerder onderzoek van het CBS1 naar voren kwam dat zij naar verwachting minder gebruik maken van minimaregelingen dan andere groepen, zie Figuur 1. Daarnaast gaat het om twee specifieke groepen met naar verwachting totaal verschillende behoeften en andere regelingen die voor hen gelden. Doordat het onderzoek gericht is op deze twee groepen in het bijzonder wordt het onderzoek meer ingekaderd. Echter, doordat het twee verschillende groepen zijn, wordt er op deze manier vanuit verschillende invalshoeken (namelijk vanuit de invalshoek van zzp’ers en AOW’ers) naar het minimabeleid gekeken.
Figuur 1. Gebruik van gemeentelijke regelingen voor minima naar belangrijkste bron van inkomen, door huishoudens met een inkomen tot 110%. 1.
1
CBS, “Factsheet Minimabeleid Nieuwegein,” 2017, https://www.cbs.nl/-/media/_pdf/2019/16/factsheet-armoedemonitor-nieuwegein.pdf.
Minimabeleid Nieuwegein
4
Minimaregelingen De gemeente biedt verschillende regelingen aan voor minima. Dit zijn in willekeurige volgorde: • • • • • • • • • • • • •
De Nieuwegein Stadspas; De collectieve zorgverzekering; De participatieregeling voor kinderen; De computerregeling voor kinderen; De kwijtschelding gemeentelijke belastingen; De individuele inkomenstoeslag; De individuele bijzondere bijstand; Hulp bij schulden (waaronder het schuldhulpverleningstraject); De fietsregeling voor kinderen; Het noodfonds (SUN-lekstroom); De tegemoetkoming van kosten kinderopvang; De tegemoetkoming van kosten kinderopvang op basis van sociaal-medische indicatie; De Besluit Bijstandverlening Zelfstandigen (Bbz).
Bij deze minimaregelingen wordt vaak gesproken over een grens in procenten waarbij iemand recht heeft op een bepaalde regeling. Dan gaat het bijvoorbeeld om een grens tot 125% van het sociaal minimum. Als een alleenstaande van 21 jaar of ouder bijvoorbeeld een regeling met deze inkomensgrens wil aanvragen, dient hij/zij per maand niet meer te verdienen dan 1,25 X €1.203,43 = €1.504,29. In het kader van het onderzoek is ervoor gekozen om deze scherpe inkomensgrens niet aan te houden voor de doelgroep. Het is voor mensen vaak lastig om te weten of ze binnen de groep minima vallen of niet. De doelgroep is om deze reden gedefinieerd als AOW’ers en zzp’ers met een laag inkomen.
1.2. Onderzoeksvragen De hieronder beschreven onderzoeksvragen zullen per doelgroep apart aan de orde komen bij het bespreken van de resultaten van de interviews en de enquêtes. De vooraf opgestelde onderzoeksvragen zijn: 1.
Wat is de bekendheid van de regelingen onder AOW’ers en zzp’ers en in hoeverre worden de regelingen ook gebruikt? Daarnaast zijn voor deze hoofdvraag de volgende deelvragen opgesteld: ▪ Hoe is de doelgroep bekend geworden met de regelingen? ▪ Wat zijn de ervaringen van de mensen die gebruik maken van deze regelingen? ▪ Wie maken er momenteel nog geen gebruik van de regelingen en waarom niet? ▪ In hoeverre is er interesse in de regelingen bij mensen die er nog geen gebruik van maken?
2.
Hoe kan de doelgroep beter bereikt worden? De volgende deelvraag is hierbij tevens opgesteld: ▪ Wat kan de gemeente doen om het gebruik van deze regelingen te maximaliseren?
Minimabeleid Nieuwegein
5
Om deze vragen te beantwoorden, diende er eerst een beeld geschetst te worden van de huidige situatie. Door middel van desk research zijn daarbij de volgende vier vragen beantwoord: • • • •
Welke criteria gelden er voor de gemeentelijke regelingen voor minima? Wat doet de gemeente om deze regelingen onder de aandacht te brengen? Wat doen andere gemeenten om deze regelingen onder de aandacht te brengen? Wie zijn de mensen die binnen de gedefinieerde doelgroep vallen (leeftijd, leefgebied, etc.)?
1.3. Opzet onderzoek Om de onderzoeksvragen te beantwoorden, is gekozen voor een combinatie van literatuuronderzoek (‘desk research’), diepte-interviews met professionals en het afnemen van vragenlijsten onder de doelgroep (zzp’ers en AOW’ers met een laag inkomen).
Desk research Begin september 2019 begon de desk research fase. Het onderzoeken van bestaande literatuur was niet alleen bedoeld voor het beantwoorden van de hoofdvraag en bovengenoemde deelvragen, maar was ook van essentieel belang voor het opstellen van de vragenlijst. Het desk research was voor een belangrijk deel gericht op beleidsdocumenten van de gemeente Nieuwegein, maar ook documenten en rapportages van het CBS, de Rijksoverheid en andere gemeenten zijn gebruikt.
Diepte-interviews Voor het afnemen van de diepte-interviews onder professionals en organisaties is op basis van het desk research een lijst gemaakt van te benaderen professionals en organisaties. Deze lijst bestond in eerste instantie uit zo’n 25 organisaties in Nieuwegein, waaronder bijvoorbeeld zorginstellingen, kringloopwinkels en buurtcentra. Uiteindelijk zijn in overleg met de Rekenkamercommissie tien van deze organisaties en professionals geselecteerd om te benaderen. Bij deze selectie is gekeken naar een goede verdeling tussen organisaties die contact hebben met AOW’ers of zzp’ers. Daarnaast is er een verdeling gemaakt tussen organisaties die contact hebben met minima die al bekend zijn bij instanties en minima die niet bekend zijn bij instanties. Op deze manier wordt vanuit verschillende invalshoeken een goed beeld geschetst van de doelgroep. Op drie organisaties na, die geen tijd hadden voor deelname aan het onderzoek of niet bereikbaar waren, hebben alle andere organisaties, namelijk Dynahouse, Geynwijs, WIL, een Kringloopcentrum, Movactor, Stichting Over Rood en Vitras, ingestemd om deel te nemen aan het onderzoek. Zij zijn geïnterviewd door interviewers van Labyrinth. De topiclijst voor deze interviews is door onderzoekers van Labyrinth opgesteld in overleg met de Rekenkamercommissie (zie Bijlage 1).
De belangrijkste vragen die door middel van deze interviews beantwoord moesten worden waren als volgt: 1. 2.
Waar lopen professionals tegenaan in hun werkzaamheden met betrekking tot minima(regelingen)? Welke mogelijke drempels zien professionals voor AOW’ers en zzp’ers om gebruik te maken van minimaregelingen?
Minimabeleid Nieuwegein
6
Vragenlijst onder AOW’ers en zzp’ers Tot slot is een online vragenlijst uitgezet onder zzp’ers en AOW’ers en zijn er face-to-face interviews afgenomen (zie Bijlage 2). Van eind december 2019 tot februari 2020 zijn de interviewers op pad gegaan voor het werven van respondenten. De interviewers hebben zowel op geselecteerde locaties, zoals het repaircafé, respondenten geworven, als via een bellijst bestaande uit zzp’ers met beroepen die relatief vaak een lager inkomen hebben. Daarnaast is de online vragenlijst tegelijkertijd uitgezet via sociale media en organisaties die contact hebben met de doelgroep. De vragenlijst was voor alle AOW’ers en zzp’ers die in Nieuwegein wonen beschikbaar, ongeacht hun inkomen. Echter is de vragenlijst op plaatsen uitgezet waar de doelgroep naar verwachting relatief vaak aanwezig zou zijn om genoeg mensen te spreken die binnen de doelgroep vallen. In totaal hebben 99 respondenten de vragenlijst volledig ingevuld. Van deze respondenten hebben de meesten online meegedaan met het onderzoek (n= 91); bij de andere acht respondenten is de vragenlijst mondeling afgenomen. Verder was er een grote groep respondenten (n= 73) die tijdens het invullen van de vragenlijst afhaakten (zogeheten ‘drop-outs’). Dit is niet ongebruikelijk in onderzoeken waarbij een online vragenlijst wordt gebruikt.
Respondenten kunnen dit om verschillende redenen doen, onder andere door tijdgebrek. Aangezien deze respondenten toch bruikbare informatie kunnen hebben gegeven, worden zij in dit onderzoek wél meegenomen. Dit betekent echter dat het totale aantal respondenten die een antwoord hebben gegeven per vraag kan verschillen. Van de in totaal 172 respondenten die de vragenlijst (deels) hebben ingevuld, was een klein deel zzp’er (n= 32; 18,6%) en waren de meesten AOW’er (n= 140; 81,4%). Alleen van de respondenten die de vragenlijst volledig hebben ingevuld zijn achtergrondkenmerken bekend. De gemiddelde leeftijd van de AOW’ers is 70 jaar, van de zzp’ers is de gemiddelde leeftijd 54 jaar. Verder gaven de meeste respondenten aan dat hun huishouden uit één persoon (n= 37, 37%) of uit twee personen (n= 51, 51%) bestond. De huishoudens van de zzp’ers die mee hebben gedaan aan het onderzoek bestaan vaker uit huishoudens van meer dan 2 personen dan de huishoudens van de AOW’ers. In Tabel 1 zijn de antwoorden weergegeven op de vraag ”wat is op dit moment de financiële situatie van uw huishouden?”. Duidelijk wordt dat ongeveer de helft van de respondenten (n= 49) in een financiële situatie zitten waarin zij in het beste geval precies kunnen rondkomen. Daarnaast zijn er 11 respondenten die liever niet willen zeggen wat de financiële situatie is van hun huishouden.
Aan de hand van hun antwoorden op de overige vragen is echter in de meeste gevallen duidelijk dat het ook bij hen om mensen gaat die moeilijk kunnen rondkomen. Tabel 1: Wat is op dit moment de financiële situatie van uw huishouden? (n= 99) Aantal (n)
Percentage
Ik maak schulden
5
5,1%
Ik gebruik mijn spaargeld om van te leven
4
4,0%
Ik kan precies rondkomen
40
40,4%
Ik hou een beetje geld over
15
15,2%
Ik hou genoeg over om te sparen
22
22,2%
Ik weet het niet
2
2,0%
Ik zeg dat liever niet
11
11,1%
Financiële situatie huishouden
Bron: Labyrinth Onderzoek & Advies, 2020
In dit onderzoek zijn zoals gezegd óók de antwoorden van respondenten meegenomen die op dit moment waarschijnlijk niet binnen de doelgroep vallen omdat zij boven het minimumloon verdienen. Mogelijk behoorden een aantal van deze respondenten in het verleden wel binnen de groep minima en hebben ze toen relevante
Minimabeleid Nieuwegein
7
ervaringen gehad met de regelingen. Daarnaast kan het zijn dat iemand wel minima is, maar de eindjes toch aan elkaar weet te knopen en daardoor net wat geld over weet te houden. Bovendien kunnen ook de (algemene) ervaringen van deze respondenten interessant zijn; in hoeverre hebben zij bijvoorbeeld ooit gehoord van de regelingen? Daarnaast hebben de respondenten die te veel verdienen bij de vragen over het gebruik van de regelingen aan kunnen geven dat de regeling(en) niet op hen van toepassing is of zijn. Belangrijk is dat er geen harde conclusies aan de cijfers uit dit onderzoek kunnen worden verbonden. Het onderzoek is indicatief opgezet en is bedoeld om een beeld te schetsen van de ervaringen en de achterliggende redenen van het gebruik van de minimaregelingen.
1.4. Leeswijzer In deze rapportage wordt aan de hand van de drie eerder genoemde methoden (opeenvolgend desk research, diepte-interviews en enquêtes) antwoord gegeven op de deelvragen van het onderzoek. Allereerst komen in hoofdstuk 2 de resultaten van het desk research aan bod. Vervolgens wordt in hoofdstuk 3 uiteengezet wat de resultaten zijn van de diepte-interviews onder professionals en organisaties én komen de resultaten aan bod van de online en face-to-face afgenomen vragenlijsten. Door de resultaten van beide methoden te gebruiken, kan beter antwoord worden gegeven op de betreffende deelvragen van het onderzoek. Tenslotte wordt in hoofdstuk 4 een samenvatting van de resultaten gegeven en wordt er een algehele conclusie gegeven over het onderzoek. In de rapportage zijn verschillende tabellen terug te vinden. Om de tabellen goed te begrijpen is het belangrijk om met een aantal punten rekening te houden: •
•
Doordat ook respondenten in het onderzoek zijn meegenomen die niet de gehele vragenlijst hebben afgerond, kan het aantal mensen dat een vraag heeft beantwoord per vraag verschillen. Bij iedere tabel staat het aantal mensen dat de vraag heeft beantwoord aangegeven met “n= *”. Door afrondingsverschillen kan het voorkomen dat totalen niet precies op 100% uitkomen.
Minimabeleid Nieuwegein
8
2
Desk research Dit hoofdstuk bevat een samenvatting van het desk research dat is uitgevoerd om een duidelijk beeld van het minimabeleid in Nieuwegein te krijgen. Bij het uitvoeren van het desk research is zowel gebruik gemaakt van door de opdrachtgever aangeleverde stukken als van relevante stukken gevonden door onderzoekers van Labyrinth.
2.1. Welke criteria gelden er voor de gemeentelijke minimaregelingen? De Gemeente Nieuwegein heeft een aantal categorieën waarmee zij proberen het armoedebeleid vorm te geven in hun Beleidsplan Armoedebeleid1: • • • • • • •
Focus op vroegsignalering en preventie; Communicatie met de doelgroep; Meer ruimte voor particuliere initiatieven; Een slimme stadspas voor alle minima; Algemene voorzieningen; Een vangnet op maat; Samenwerking in het sociale domein.
In dit hoofdstuk ligt de focus op het door de Gemeente Nieuwegein opgestelde Beleidsplan Armoedebeleid (20152018)2. Waar wordt dit aangevuld met recentere stukken, bijvoorbeeld waar regelingen zijn aangepast of uitgebreid. Om bovenstaande deelvraag te kunnen beantwoorden worden de gemeentelijke regelingen met bijbehorende criteria onder elkaar gezet. Het merendeel van deze regelingen valt onder ‘Algemene Voorzieningen’ en ‘Een vangnet op maat’. Daarnaast zijn er een aantal regelingen die niet noodzakelijkerwijs onder deze twee categorieën vallen, maar wel relevant zijn omdat deze gericht zijn op het ondersteunen van minima in Nieuwegein. Allereerst heeft de gemeente Nieuwegein een aantal algemene voorzieningen. Deze dienen ter ondersteuning van mensen met een laag inkomen en zijn ‘’[…] toegankelijk voor iedereen (of de groep waarvoor ze bedoeld zijn)’’ 2 (Pagina 21). Dan gaat het om de volgende regelingen voor minima: •
Een uitgebreide collectieve ziektekostenverzekering. Aangezien minima niet altijd over genoeg middelen beschikken om de kosten voor deze zorg te betalen, is het volgens de gemeente Nieuwegein van belang dat minima hierbij ondersteund worden. Deze collectieve ziektekostenverzekering biedt mensen een collectiviteitskorting op de premie van zowel de basisverzekering als op de aanvullende verzekering. De regeling is beschikbaar voor mensen met een inkomen tot 150% van het sociaal minimum 2 3;
2 Gemeente Nieuwegein, “Beleidsplan Armoedebeleid 2015 -2018,” 2014. 3 Gemeente Nieuwegein, “Minimaregelingen Gemeente Nieuwegein,” n.d.
Minimabeleid Nieuwegein
9
•
•
•
Een participatieregeling voor kinderen. Met deze regeling krijgen ouders met kinderen de mogelijkheid om hun kinderen mee te laten doen met schoolactiviteiten en sport waar dat anders niet mogelijk was geweest (bijvoorbeeld vergoeden deelname schoolreisjes en bekostiging hockeystick). De regeling is beschikbaar voor mensen met een inkomen tot 120% van het sociaal minimum4; Een computerregeling voor kinderen. Ook deze regeling zorgt ervoor dat kinderen van ouders die niet veel verdienen in de gemeente Nieuwegein mee kunnen blijven doen. Mensen met een inkomen tot 120% van het sociaal minimum4 kunnen daarbij eenmaal in de vier jaar een laptop of tablet met eventueel een printer aanvragen per kind4 5; Kwijtschelding gemeentelijke belastingen. Dit is een regeling die ervoor zorgt dat inwoners met een laag inkomen geen rioolheffing, afvalstoffenheffing, onroerend zaakbelasting en belasting op woon- en bedrijfsruimten hoeven te betalen. De regeling is beschikbaar voor mensen die voldoen aan de volgende criteria: ‘’[…] de waarde van auto/motor is lager dan 2269 euro; aanslag nog niet of minder dan 3 maanden geleden betaald; geen overwaarde op uw huis; Uw gezamenlijk saldo op uw bank,- giro en spaarrekeningen is lager dan: één maand bruto (totale) huur plus één maand ziektekostenverzekering plus het normbedrag […]’’4 (Pagina 1).
Naast deze algemene regelingen, heeft de gemeente Nieuwegein een aantal regelingen die zij onder het ‘Vangnet op maat’ schaart en die betrekking hebben op minima. Dit zijn regelingen die als aanvulling dienen op bovengenoemde algemene voorzieningen. De gemeente Nieuwegein onderscheidt in haar Beleidsplan Armoedebeleid de volgende voorzieningen onder het vangnet op maat: •
•
•
•
Individuele inkomenstoeslag. Dit is een toeslag die ‘’[…] wordt verstrekt aan mensen die gedurende een onafgebroken periode van 36 maanden aangewezen zijn geweest op een inkomen tot maximaal 110% van het de toepasselijke bijstandsnorm, niet beschikken over vermogen en geen uitzicht hebben op inkomensverbetering’’6 (Pagina 25); Individuele bijzondere bijstand. Deze toeslag kan worden aangevraagd wanneer iemand bijzondere of noodzakelijke kosten heeft gemaakt die een persoon niet uit eigen inkomen of vermogen kan betalen. Echter: ‘’Minima kunnen alleen een beroep doen op de bijzondere bijstand indien zij geen aanspraak kunnen maken op een voorliggende voorziening’’5 [één van de hierboven genoemde voorzieningen] (Pagina 25); Hulp bij schulden. Het is een plicht van gemeenten om mensen die financiële problemen of schulden hebben, te helpen met het vinden van oplossingen voor deze problemen of schulden. In de Gemeente Nieuwegein wordt het schuldhulpverleningsbeleid uitgevoerd door Werk en Inkomen Lekstroom (WIL). Hier kunnen inwoners terecht voor informatie en advies bij financiële problemen of schulden. Wanneer er sprake is van problematische schulden, kunnen inwoners tevens een beroep doen op een schuldhulpverleningstraject. Schuldhulpverlening is toegankelijk voor elke inwoner van 18 jaar of ouder6; Voorzieningen vanuit andere beleidsterreinen.
Hieronder verstaat de Gemeente Nieuwegein bijvoorbeeld jeugdhulp en maatschappelijke ondersteuning. Ook deze regelingen zijn relevant voor minima, aangezien samenwerking vanuit meerdere beleidsterreinen noodzakelijk is om de participatie van minima te bevorderen. De beschikbaarheid van deze regelingen en voorzieningen is afhankelijk van de betreffende beleidsterreinen6.
Tenslotte zijn er nog een aantal regelingen die niet expliciet onder algemene voorzieningen of het vangnet op maat vallen in het Beleidsplan Armoedebeleid. Deze regelingen zijn echter wel relevant voor minima in Nieuwegein:
4
Gemeente Nieuwegein. “Minimaregelingen Gemeente Nieuwegein,” n.d.
5 Gemeente Nieuwegein, “Meer Kinderen Maken Gebruik van Armoederegelingen,” 2018,
https://www.nieuwegein.nl/actueel/nieuws/2018/mei-2018/meer-kinderen-maken-gebruik-van-armoederegelingen/. 6 Gemeente Nieuwegein, “Beleidsplan Armoedebeleid 2015 -2018,” 2014.
Minimabeleid Nieuwegein
10
• • •
•
•
Fietsregeling: kinderen in de leeftijd van 6 tot en met 12 jaar en 12 tot en met 17 jaar kunnen in aanmerking komen om een nieuwe fiets aan te vragen (tot 120% sociaal minimum van besteedbaar inkomen) 67; Noodfonds (SUN-lekstroom); voor alle inwoners in financiële nood voor wie voorzieningen niet meer, onvoldoende of niet tijdig aanwezig zijn6; Tegemoetkoming kosten kinderopvang: geldt voor Uitkeringsgerechtigden op grond van de Participatiewet, IOAW/IOAZ of Anw én gebruik makend van een voorziening die gericht is op arbeidsinschakeling of personen met inkomen uit werk, aangevuld met een Participatiewet uitkering6; Tegemoetkoming kosten kinderopvang op basis van sociaal- medische indicatie; geldt voor inwoners die om medische, psychische of sociale redenen niet volledig voor zijn/haar kinderen kan zorgen en kinderopvang nodig hebben. Is voor personen die geen recht heeft op kinderopvangtoeslag van de Belastingdienst omdat aanvrager of partner van aanvrager niet werkt, geen inburgeringslessen volgt of geen re-integratietraject volgt6; Stadspas. Met deze stadspas kunnen minima gratis of met flinke korting deelnemen aan sport en (culturele) activiteiten. Deze pas kan aangevraagd bij een inkomen dat lager is dan 125% van de toepasselijke bijstandsnorm6.
2.2. Wat doet de gemeente om deze regelingen onder de aandacht te brengen? De gemeente Nieuwegein probeert op verschillende manieren de minima (waaronder de zzp’ers en AOW’ers zonder of met een laag pensioen) te bereiken om bovengenoemde regelingen onder de aandacht te brengen. Dit komt bijvoorbeeld naar voren in het ‘Raadsvoorstel Armoedebeleid Raad’8. In dit document wordt besproken wat voor communicatiemiddelen er in gebruik zijn genomen bij het onder de aandacht brengen van het nieuwe armoedebeleid. De gemeente maakt gebruik van de volgende kanalen: • • • • •
De website van de gemeente en WIL; Advertenties in de Molenkruier; De nieuwsbrief van WIL; Folders en posters aan het loket van WIL en de Stadswinkel en op de buurtpleinen; Maatschappelijke organisaties en particuliere initiatieven die zich inzetten voor minima en organisaties die deelnemen aan de sociale wijkteams.
Daarnaast probeert de gemeente Nieuwegein minima te bereiken via ‘mond tot mond reclame’. Dit wordt specifiek ingezet om de minima te bereiken die zij ‘nog niet kent’6; daarbij vertrouwt de gemeente vooral op professionals en vrijwilligers die ervoor moeten zorgen dat niet-bereikte minima alsnog bereikt worden. Meer specifiek zegt de gemeente hierover in het Beleidsplan Armoedebeleid6:
‘‘Wij zien voor professionals en vrijwilligers een belangrijke rol weggelegd in de voorlichting aan mensen met een laag inkomen die de gemeente met reguliere communicatiekanalen niet kan bereiken. Wij spreken daarom met onze partners af dat zij mensen proactief wijzen op de regelingen waarop zij mogelijk recht hebben en hen bijvoorbeeld
6
Gemeente Nieuwegein, “Beleidsplan Armoedebeleid 2015 -2018.” 2014. 7 De participatieregeling, de computerregeling en de fietsregeling voor kinderen gaan naar alle waarschijnlijkheid van 120% naar 125%. Dit is bij het schrijven van de rapportage in behandeling in de raad. 8 Gemeenteraad Nieuwegein, “Raadsvoorstel Beleidsplan Armoedebeleid 2015-2018,” 2014.
Minimabeleid Nieuwegein
11
doorverwijzen naar een vrijwilliger op het Buurtplein die hen hierover verder kan informeren […]’’ (Pagina 19).
Daarnaast benadrukt de gemeente Nieuwegein in het Beleidsplan dat gemaakte afspraken met betrekking tot vroege signalering van betalingsachterstanden ervoor zorgen dat minima die zij nog niet ‘kennen’ makkelijker in beeld worden gebracht. Tot slot maakt de gemeente Nieuwegein ook gebruik van de zogenaamde Sociale Kaart die te vinden is op www.socialekaart.nieuwegein.nl. Met behulp van deze online tool kunnen inwoners van Nieuwegein en professionals van organisaties voor specifieke doeleinden opzoeken op welke organisatie zij het best kunnen afstappen/naar welke organisatie zij hun cliënt kunnen doorverwijzen. Deze sociale kaart heeft niet alleen betrekking op geldzaken, maar ook op bijvoorbeeld opvoeden, zorg en wonen 9.
2.3. Wat doen andere gemeenten om de regelingen onder de aandacht te brengen? Om deze deelvraag te beantwoorden is gekeken naar een aantal andere rapporten/beleidskaders waarin vergelijkbare regelingen worden besproken en hoe de communicatie van gemeente naar inwoners daar verloopt. Er zijn drie documenten gebruikt waarin expliciet gesproken wordt over de communicatie van gemeenten met betrekking tot het armoedebeleid. Deze documenten dienen ter indicatie; er is geen uitgebreid literatuuronderzoek verricht naar alle documenten van gemeenten waarin gesproken wordt over communicatie van gemeenten over armoedebeleid. Bij alle drie de gemeenten waarvan beleidsdocumenten en rapportages zijn doorgenomen (Zoetermeer, Alkmaar en Roosendaal) wordt op een vergelijkbare manier als in de gemeente Nieuwegein gecommuniceerd met inwoners die minima zijn. Net als in Nieuwegein worden inwoners zowel digitaal geïnformeerd over het armoedebeleid (waaronder een sociale kaart, nieuwsbrief en filmpjes) als langs de traditionele weg (folders, kranten en mond-totmond reclame)10 11 11. Net als bij de gemeente Nieuwegein wordt ook in de rapporten van de gemeente Zoetermeer en Alkmaar benoemd (hulp-)organisaties onmisbaar zijn om minima te bereiken9 10. Vooral relevant is het beleidsplan van de gemeente Roosendaal12 aangezien hierin een plan voor de communicatie met minima uitgebreid aan bod komt.
In het beleidsplan wordt onderscheid gemaakt tussen twee componenten waarmee het minimabeleid onder de aandacht van de doelgroep dient te komen: •
Optimale samenwerking tussen de verschillende samenwerkingspartners. De gemeente Roosendaal benoemt hierbij het brede netwerk van organisaties die betrokken dienen te worden om armoede op een ‘integrale manier’ aan te pakken. Ook benoemt de gemeente haar eigen rol: “De gemeente heeft hierbij een stimulerende en faciliterende rol om het netwerk uit te breiden (met eventuele nieuwkomers, denk hier bijvoorbeeld aan het betrekken van onderwijsinstellingen en het Werkplein27) en te ondersteunen bij het vervullen van hun rol.’’11 (Pagina 33). Hoewel de gemeente Roosendaal het overzicht houdt in deze regelingen, is het volgens de gemeente van groot belang dat samenwerkingspartners (bijvoorbeeld instellingen in de zorg, wonen en onderwijs) elkaar op de hoogte houden als er veranderingen zijn in het
9
Gemeente Nieuwegein, “Sociale Kaart Nieuwegein: Wegwijzer Voor Ondersteuning in Het Dagelijks Leven,” 2019, https://socialekaart.nieuwegein.nl/page/8/over-de-sociale-kaart. 10 Labore Onderzoek & Advies, “Onderzoek Naar Het Armoedebeleid Gemeente Zoetermeer,” 2017, https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=zoetermeer&id=100077060. 11 Gemeente Alkmaar, “Beleidskader Minimabeleid Gemeente Alkmaar,” 2017, https://alkmaar.nl/Minimabeleid-Beleidskader-2017-2021.html. 12 Gemeente Roosendaal, “Integraal Armoedebeleid,” 2017, https://roosendaal.nl/file/1865/download.
Minimabeleid Nieuwegein
12
•
aanbod van voorzieningen. Op die manier kunnen instanties hun cliënten zo goed mogelijk doorverwijzen naar de organisaties die de regeling(en) aanbieden. Communicatie die aansluit bij de doelgroep. De gemeente Roosendaal probeert communicatie aan te sluiten bij minima door minimaregelingen MAST-proof (Makkelijk, Aantrekkelijk, Sociaal en Tijdsgebonden) aan te bieden. Door op deze manier te communiceren zal volgens de gemeente het gebruik van regelingen onder minima toenemen. Van belang is echter wel dat wensen en mogelijkheden van verschillende groepen in het achterhoofd worden gehouden. Zo zullen pensioengerechtigden bijvoorbeeld minder digitaal vaardig zijn waardoor online communicatiemiddelen mogelijk minder goed werken. De MAST-proof methode heeft de volgende kernbegrippen: ▪ Makkelijk: het beperken van de hoeveelheid informatie en vermijden van lastige formuleringen; ▪ Aantrekkelijk: zorgen dat websites, folders en formulieren er zo uit zien dat mensen er mee aan de slag willen en kunnen; ▪ Sociaal: dat de boodschap wordt overgebracht dat mensen die aanspraak kunnen en mogen maken niet de enige zijn in een ‘armoedesituatie’. Om mensen aan te moedigen aanspraak te maken op regelingen kan verteld worden wat dit anderen heeft opgeleverd; ▪ Tijdsgebonden: ervoor zorgen dat voorzieningen en informatie niet op willekeurige momenten worden aangeboden.
Het werkt beter om regelingen aan te bieden als mensen er open voor staan. De kwijtschelding van gemeentelijke belastingen kan bijvoorbeeld het beste worden aangeboden als het versturen van de rekening voor de heffing gebeurt11.
2.4. Wie zijn de mensen die binnen de gedefinieerde doelgroep vallen? In hoofdstuk 1 is beschreven dat er tijdens het onderzoek gefocust is op de groepen zzp’ers en AOW’ers met een laag inkomen. Uit cijfers van het CBS is bekend in welke wijken de huishoudens met een laag inkomen relatief vaker wonen. In Merwestein is het percentage huishoudens bijvoorbeeld het hoogst, gevolgd door Park Oudegein, De Wiers, Plettenburg, Rijnhuizen, Jutphaas Wijkersloot, Lekboulevard en het Stadscentrum, zie Figuur 2. Om een beter beeld van de doelgroep te krijgen is tijdens de diepte-interviews met professionals gevraagd gesproken over de minima die zij spreken. Zij geven aan dat schaamte of angst om nog dieper in de schulden te komen een grote rol speelt in het leven van de doelgroep. De doelgroep is hierdoor vaak wantrouwig tegenover de gemeente en brieven van de gemeente zouden door een deel van de groep niet geopend worden. Laagdrempelig contact wordt volgens de professionals soms nog wel geaccepteerd. Figuur 2. Aandeel huishoudens met een inkomen tot 110% van het beleidsmatig minimum in Nieuwegein uitgesplitst per wijk. Bron:https://www.cbs.nl/media/_pdf/2019/16/factsheetarmoedemonitor-nieuwegein.pdf.
Minimabeleid Nieuwegein
13
Er is verder weinig bekend over de situatie van de genoemde doelgroep. De volgende paragraaf gaat dieper op de grootte en samenstelling van de twee genoemde doelgroepen; AOW’ers en zzp’ers.
2.4.1. Zzp’ers met een laag inkomen In de gemeente Nieuwegein was in 2017 ongeveer 9,5% van de beroepsbevolking zzp’er volgens cijfers van het CBS13. Dan gaat het in dat jaar om ongeveer 3.040 mensen14. Hoeveel zzp’ers in Nieuwegein een laag inkomen hebben is op basis van beschikbare cijfers lastig te achterhalen. Wel zijn er landelijke cijfers bekend over het gemiddelde inkomen van zzp’ers. Hieruit blijkt dat zzp’ers aanzienlijk vaker dan werknemers vertegenwoordigd zijn in de onderste inkomensklassen: maar liefst 35% van de zelfstandigen heeft een inkomen onder het bestaansminimum. Bij werknemers is dit aandeel 15% 15. Naar schatting zijn er op basis van deze cijfers 1.064 zzp’ers met een inkomen onder het bestaansminimum. Landelijk geldt volgens CBS-cijfers uit 201816 dat van de zzp’ers 60,5% man is en 39,4% vrouw. Voor wat betreft leeftijd is het zo dat het grootste deel, bijna 60 procent, van de zzp’ers tussen de 45 en 75 jaar is. Verder is 36% van de zzp’ers tussen de 25 en 45 jaar en is slechts 5,4% van de zzp’ers tussen de 15 en 25 jaar. Ook zijn zzp’ers over het algemeen hoger opgeleid dan werknemers in loondienst: het gaat dan om 44% van het aantal zzp’ers dat hoog opgeleid is, tegenover 36% bij ‘reguliere’ werknemers15.
Op basis van beschikbare cijfers en bronnen is er weinig of geen achtergrondinformatie beschikbaar over wie de zzp’er is, wat hij/zij doet voor werk en waar hij/zij in Nieuwegein woont. Uit de interviews met professionals kwam naar voren dat de verwachting is dat deze groep onder andere bestaat uit ICT’ers, bouwvakkers, en mensen uit de creatieve sector.
2.4.2. AOW’ers met een klein of geen pensioen In 2018 telde Nieuwegein 11.610 inwoners die een uitkering volgens de AOW ontvangen 17. Ook hier ontbreken regionale cijfers over hoeveel van deze groep inwoners leven van een minimuminkomen. Van belang bij de AOW’ers is vooral ook het aanvullende inkomen die zij ontvangen, aangezien van de AOW alleen niet te leven is; het bruto AOW-bedrag in 2020 voor mensen die alleen wonen €1.255,87 en voor mensen die samenwonen €859,55 per persoon18. Landelijk gezien ontvangt 1 op de 20 AOW’ers weinig aanvullend inkomen. Ook ligt het inkomen van een deel van de AOW’ers onder de lage-inkomensgrens: ‘’In 2017 was op landelijk niveau het aandeel AOW-huishoudens met een inkomen onder de lage-inkomensgrens 3,5 procent’’19. Als wederom deze cijfers worden gegeneraliseerd van landelijke cijfers naar regionale cijfers, dan zou dit neerkomen op iets meer dan 400 AOW’ers onder de lageinkomensgrens in Nieuwegein.
13 CBS, “In Welke Regio’s Is Er Veel Flexwerk?,” 2017, https://www.cbs.nl/nl-nl/faq/flexwerk/in-welke-regio-s-is-er-veel-flexwerk-. 14 CBS, “StatLine - Arbeidsdeelname; Regionale Indeling 2017,” 2017,
https://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/dataset/83933NED/table?fromstatweb. 15 RTLZ, ‘’Hoe arm is de zzp’er?,’’ 2019, https://www.rtlz.nl/opinie/artikel/4782471/zzpers-armoede-arm-inkomen-vermogen-werknemersdienst. 16 CBS, “Wie Zijn de Zzp’ers?,” 2018, https://www.cbs.nl/nl-nl/dossier/dossier-zzp/hoofdcategorieen/wie-zijn-de-zzp-ers-. 17 CBS, “StatLine Regionale Kerncijfers Nederland Sociale Zekerheid,” 2018, https://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/dataset/70072ned/table?ts=1574267563683. 18 SVB, ‘’AOW-bedragen vanaf 1 januari 2020,’’ 2020, https://www.svb.nl/nl/aow/bedragen-aow/aow-bedragen. 19 CBS, “Welvaart van Gepensioneerden,” 2019. https://www.cbs.nl/nl-nl/achtergrond/2019/27/welvaart-van-gepensioneerden.
Minimabeleid Nieuwegein
14
3
Resultaten vragenlijsten en interviews In dit hoofdstuk worden de resultaten van zowel de interviews als de afgenomen vragenlijsten besproken. Dit hoofdstuk is opgedeeld in drie delen. Allereerst komt de bekendheid van en de ervaring met de minimaregelingen aan bod en wordt gesproken over het gebruik van de regelingen. Ten tweede wordt uiteengezet hoe de gemeente Nieuwegein doelgroepen die weinig bekend zijn met en/of weinig gebruik maken van regelingen beter zou kunnen bereiken en/of informeren. Als laatste wordt besproken wat in het algemeen de ervaringen van zzp’ers en AOW’ers zijn met de gemeente.
3.1. Bekendheid en ervaring met de regelingen 3.1.1. Wat is de bekendheid van de regelingen onder AOW’ers en zzp’ers en in hoeverre worden de regelingen ook gebruikt? Om beter te begrijpen waarom minima geen of weinig gebruik maken van bepaalde regelingen is het van belang om in kaart te brengen wat de bekendheid van de regelingen is. Indien inwoners de regelingen niet kennen, maken ze er per definitie ook geen gebruik van. Van de AOW’ers gaf 41% aan van geen enkele regeling gehoord te hebben. Bij de zzp’ers lag dit percentage op 19%. In Tabel 2, pagina 16, is de bekendheid en het gebruik per regeling voor zowel de AOW’ers als zzp’ers te zien. Houdt er rekening mee dat deze cijfers indicatief zijn. De tabel geeft de cijfers weer van de inwoners die gesproken zijn voor dit onderzoek, het is niet met zekerheid te zeggen dat dit voor de gehele groep AOW’ers en zzp’ers met een laag inkomen geldt. Wat opvalt is dat er een duidelijk verschil bestaat tussen regelingen als het gaat hem de bekendheid en het gebruik ervan. De stadspas en de individuele bijzondere bijstand zijn veruit de meest bekende regelingen. Echter wordt zowel de stadspas als de individuele bijzondere bijstand door zowel AOW’ers als zzp’ers weinig gebruikt. Paragraaf 3.1.4 gaat dieper in op de mogelijke redenen hiervoor.
De hoge bekendheid van de stadspas is te verklaren doordat de stadspas naar een deel van de bewoners automatisch wordt opgestuurd, zonder dat zij de stadspas hebben aangevraagd. Verder is de collectieve zorgverzekering vooral bekend onder AOW’ers. De collectieve zorgverzekering wordt gebruikt door ongeveer de helft van de AOW’ers die de regeling kennen. Ook van de individuele inkomenstoeslag en de kwijtschelding van gemeentelijke belastingen wordt door een aantal respondenten gebruik gemaakt.
Minimabeleid Nieuwegein
15
De verschillende regelingen voor kinderen zijn maar bij 1 op de 10 respondenten bekend en wordt door niemand die de vragenlijst heeft ingevuld gebruikt. De bekendheid van deze regelingen bij de huishoudens met een kind ligt nog lager dan bij huishoudens zonder kind. Het aantal respondenten met een thuiswonend kind dat aangaf moeilijk rond te kunnen komen is 10, dit aantal is te laag om er harde conclusies aan te verbinden. Tabel 2: Bekendheid minimaregelingen. Bekendheid AOW’ers (n = 74)
Gebruik (nu of in verleden) AOW’ers
Bekendheid zzp’ers (n=25)
Gebruik (nu of in verleden) zzp’ers
De Nieuwegein Stadspas
52 (70%)
5 (7%)
21 (84%)
2 (8%)
De collectieve zorgverzekering
31 (42%)
16 (22%)
7 (28%)
1 (4%)
De participatieregeling voor kinderen
4 (5%)
0 (0%)
4 (16%)
0 (0%)
De computerregeling voor kinderen
4 (5%)
0 (0%)
6 (24%)
0 (0%)
De kwijtschelding gemeentelijke belastingen
28 (38%)
9 (12%)
11 (44%)
2 (8%)
De individuele inkomenstoeslag
8 (11%)
2 (3%)
6 (24%)
2 (8%)
De individuele bijzondere bijstand
5 (7%)
0 (0%)
7 (28%)
1 (4%)
Hulp bij schulden (waaronder het schuldhulpverleningstraject)
3(4%)
8 (32%)
1 (4%)
13 (18%)
De fietsregeling voor kinderen
3 (4%)
0 (0%)
6 (24%)
0 (0%)
Het noodfonds (SUNlekstroom)
4 (5%)
2 (3%)
3 (12%)
0 (0%)
De tegemoetkoming van kosten kinderopvang
6 (8%)
0 (0%)
3 (12%)
1( 4%)
0 (0%)
1 (4%)
0 (0%)
1 (1%)
6 (24%)
0 (0%)
Regeling
De tegemoetkoming van kosten kinderopvang op basis van sociaal-medische indicatie
5 (7%)
Besluit bijstandverlening zelfstandigen Bbz
3 (4%)
Bron: Labyrinth Onderzoek & Advies, 2020
Minimabeleid Nieuwegein
16
3.1.2. Hoe is de doelgroep bekend geworden met de regelingen? De regelingen die bekend zijn onder de gesproken inwoners zijn voornamelijk via de website en in mindere mate via de sociale media van de gemeente of andere organisaties zoals WIL onder de aandacht gebracht. Ook posters en wijkkranten spelen een belangrijke rol bij het promoten van de regelingen. Er zijn een paar uitzonderingen zichtbaar. De Stadspas wordt ook via vrienden en familie gedeeld, waardoor deze regeling meer bekendheid heeft. Ook bij hulp bij schulden geeft men aan hier vaker over te hebben gehoord via eigen sociale en zakelijke netwerken. De website van de gemeente wordt bij hulp bij schulden weinig genoemd. Deze resultaten sluiten aan bij de gesprekken met professionals. Zij geven aan dat voornamelijk vanwege schaamte, met name onder ouderen, niet vaak onderling gepraat worden over de financiële situatie. Alleen als iemand dichtbij staat en er een vertrouwensband is, wordt hier over met elkaar gesproken. Het online opzoeken van verschillende regelingen is volgens de professionals voor een deel van de doelgroep mogelijk lastig omdat ze niet digitaal vaardig zijn. Het is hierbij volgens hen belangrijk dat de informatie toegankelijk en overzichtelijk wordt aangeboden.
“De website van Geynwijs heeft een soort van sociale kaart, je moet er echt voor gestudeerd hebben om daar doorheen te komen, daar kan je als burger heel moeilijk vinden wat er nodig is. 20” (professional)
Slechts een aantal respondenten heeft aangegeven de regelingen te kennen via een hulporganisatie of bijvoorbeeld via een sociaal werker. De professionals geven aan dat zij het idee hebben dat maar een klein deel van de zzp’ers en AOW’ers uit zichzelf naar hulporganisaties gaat. Ze geven aan te denken dat minima het een te grote stap vinden om direct naar een organisatie te stappen, een laagdrempeligere instantie is vaak het eerste contactmoment. Een voorbeeld kan zijn: een zzp’er die eerst naar een sociaaljuridisch servicepunt gaat voor vrijblijvend advies (bijvoorbeeld in een Buurtplein van Movactor), om door hen doorgestuurd te worden naar Stichting Over Rood voor een intakegesprek.
3.1.3. Wat zijn de ervaringen van de mensen die gebruik maken van deze regelingen? Zoals eerder weergegeven zijn er weinig respondenten die gebruik maken van de verschillende regelingen. De ervaringen die gedeeld zijn, zijn persoonlijke ervaringen en hoeven niet voor de gehele groep te gelden. De voorbeelden en quotes zijn indicatief. Op de vraag of respondenten tevreden zijn met de regeling komt voornamelijk naar voren dat respondenten tevreden zijn over de korting die zij ontvangen of het geld dat zij terugkrijgen. Vooral bij de kwijtschelding gemeentelijke belastingen wordt duidelijk dat de groep die hier gebruik van maakt zonder deze kwijtschelding de rekening niet zou kunnen betalen. Daarnaast wordt bij
20
De Sociale kaart is inmiddels herzien. Deze quote slaat op de oude sociale kaart die via Geynwijs werd aangeboden.
Minimabeleid Nieuwegein
17
de ervaringen van respondenten met de Stadspas genoemd dat zij het fijn vinden ook iets buitenshuis te kunnen doen.
‘’Zeer tevreden! Haalt ons uit het isolement. Uitstapjes op zaterdagen ( gratis )’’ (respondent over de stadspas). “Veel mensen zijn te trots om hun hand op te houden. Dat is begrijpelijk, maar in sommige gevallen kunnen die regelingen echt een verschil maken. “(respondent) “Het is onmogelijk om voor zulke rekeningen te sparen van een minimum-inkomen. “(respondent over gemeentelijke belastingen)
Beide respondenten die gebruik hebben gemaakt van het noodfonds zijn erg positief en geven aan dat het fijn is dat een noodsituatie zo snel opgelost kon worden. Voor beiden is de aanvraag via een organisatie gegaan waardoor de procedure snel en makkelijk is verlopen.
Proces aanvragen van regelingen Met betrekking tot de verschillende regelingen is ook gevraagd hoe men het vond om de regeling aan te vragen. In het algemeen zijn de reacties positief en wordt er vooral waarde gehecht aan persoonlijke hulp. Hierdoor voelen respondenten zich serieus genomen voelt en krijgen ze het gevoel dat ze zich niet hoeven te schamen voor hun situatie. Eén van de respondenten zegt hierover:
“De menselijke behandeling die ons in onze waarde liet. (respondent over hulp bij schulden)
Een aantal andere voorbeelden van de ervaringen met het aanvragen van de regelingen worden hieronder toegelicht. Respondenten geven aan het als positief te ervaren dat de Stadspas automatisch wordt opgestuurd. Eén van de respondenten geeft wel aan dat hij/zij zich schaamt om de Stadspas daadwerkelijk te gebruiken. De drempel om de pas aan te vragen is dus weggenomen, maar volgens deze respondent hoeft dat het gebruik van de pas niet te verhogen.
“Ik schaam me er voor om hem (Stadspas) te gebruiken.” (Respondent)
Over het aanvragen van de collectieve zorgverzekering zijn respondenten positief. De respondenten geven aan goed geholpen te zijn en duidelijke uitleg gekregen te hebben.
“Leuk, je kon naar een gebouw waar één op één alles uit werd gelegd. Er waren ook koffie en broodjes. “(respondent over collectieve zorgverzekering)
Minimabeleid Nieuwegein
18
“Het aanvragen van een uitgebreide collectieve ziektekostenverzekering was eigenlijk heel gemakkelijk. We hadden ervan gehoord op een informatieavond en hebben toen een afspraak gemaakt op het gemeentehuis. Daar werden we geholpen door een vriendelijke mevrouw die ons alles goed heeft uitgelegd.”(respondent over collectieve zorgverzekering)
Over het aanvragen van de kwijtschelding van gemeentelijke belastingen zijn de ervaringen van respondenten wisselend. Ongeveer de helft van de mensen die ervaring hebben met het aanvragen van de regeling, geven aan ontevreden te zijn over het proces van aanvragen. Zo benoemen bijvoorbeeld drie respondenten dat het vervelend is dat de kwijtschelding ieder jaar opnieuw aangevraagd moet worden en dat zij vaak lang op een reactie moeten wachten.
3.1.4. Wie maken er momenteel nog geen gebruik van de regelingen en waarom niet? Aan alle respondenten die geen gebruik maken van een regeling, maar wel aangeven de regeling te kennen (n=79), is per regeling gevraagd waarom zij er geen gebruik van maken. De respondenten die aangeven zeker te weten dat zij voor geen van de regelingen in aanmerking kunnen komen zijn niet meegenomen in de verdere analyses. De volgende cijfers zijn berekend met de antwoorden van 45 respondenten. De meest voorkomende reden voor respondenten (44%) om een regeling niet te gebruiken is omdat ze denken er niets aan te hebben. Daarnaast geeft 30% van de respondenten aan niet te weten of ze in aanmerking komen voor de regeling. Tien procent van de respondenten geeft aan niet te weten wat ze met de regeling kunnen.
3.1.5. In hoeverre is er interesse in de regelingen bij mensen die er nog geen gebruik van maken? Aan de respondenten die aangeven niet eerder van de regelingen gehoord te hebben (n=108) is gevraagd of zij geïnteresseerd zijn in de regeling nu zij er via de vragenlijst bekend mee zijn geraakt. In de vragenlijst werden de regelingen voor deze respondenten kort toegelicht. Ook bij deze vraag zijn de respondenten die zelf aangeven geen recht te hebben op de regelingen niet meegenomen. De volgende cijfers zijn berekend over 76 respondenten. Op de regelingen voor kinderen na geeft een groot deel van de respondenten aan de regelingen interessant te vinden. Daarnaast is er een grote groep die aangeeft de regelingen interessant te vinden maar niet zeker te weten of ze in aanmerking komen. In Tabel 3 en Tabel 4 op pagina 20 en 21 staan opeenvolgend de interesses van AOW’ers en zzp’ers weergegeven in regelingen waar zij nog niet eerder van hebben gehoord. Relatief gezien is er onder de zzp’ers meer interesse in de regelingen. De AOW’ers geven vaker dan de zzp’ers aan dat ze geen interesse hebben in een regeling, ondanks dat ze verwachten er wel in aanmerking voor te komen.
Minimabeleid Nieuwegein
19
Tabel 3: Interesse in regelingen onder AOW’ers die niet eerder van de regeling hebben gehoord. Regeling
Ja, interessant
Ja, interessant maar ik weet niet of ik in aanmerking kom
Nee, niet interessant
Weet ik niet
Nieuwegein Stadspas (n= 31)
11 (35%)
12 (39%
4 (13%)
4 (13%)
Collectieve zorgverzekering (n= 43)
10 (23%)
9 (21%)
17 (40%)
7 (16%)
Participatieregeling voor kinderen (n= 44)
3 (7%)
1 (2%)
29 (66%)
11 (25%)
Computerregeling voor kinderen (n= 42)
2 (5%)
0 (0%)
29 (69%)
11 (26%)
Kwijtschelding gemeentelijke belastingen (n= 42)
7 (17%)
21 (50%)
8 (19%)
6 (14%)
Individuele inkomenstoeslag (n= 47)
7 (15%)
20 (43%)
11 (23%)
9 (19%)
Individuele bijzondere bijstand (n= 45)
7 (16%)
6 (13%)
22 (49%)
10 (22%)
2 (4%)
2 (4%)
28 (62%)
13 (29%)
Fietsregeling voor kinderen (n= 40)
4 (10%)
0 (0%)
25 (63%)
11 (28%)
Noodfonds (SUN-lekstroom) (n= 42)
5 (12%)
3 (7%)
22 (52%)
12 (29%)
Tegemoetkoming kosten kinderopvang (n= 38)
2 (5%)
0 (0%)
27 (71%)
9 (24%)
Tegemoetkoming kosten kinderopvang op basis van sociaal-medische indicatie (n= 39)
3 (8%)
0 (0%)
25 (64%)
11 (28%)
Besluit bijstandverlening zelfstandigen (n= 40)
2 (5%)
1 (3%)
25 (63%)
12 (30%)
Hulp bij schulden (n= 45)
Minimabeleid Nieuwegein
20
Tabel 4: Interesse in regelingen onder zzp’ers die niet eerder van de regeling hebben gehoord.* Regeling
Ja, interessant
Ja, interessant maar ik weet niet of ik in aanmerking kom
Nee, niet interessant
Weet ik niet
Nieuwegein Stadspas (n= 2)
1 (50%)
1 (50%)
0 (0%)
0 (0%)
Collectieve zorgverzekering (n= 12)
4 (33%)
4 (33%)
2 (17%)
2 (17%)
Participatieregeling voor kinderen (n= 11)
3 (27%)
3 (27%)
4 (36%)
1 (9%)
Computerregeling voor kinderen (n= 11)
3 (27%)
4 (36%)
3 (27%)
1 (9%)
Kwijtschelding gemeentelijke belastingen (n= 8)
3 (38%)
5 (63%)
0 (0%)
0 (0%)
Individuele inkomenstoeslag (n= 11)
2 (18%)
4 (36%)
2 (18%)
3 (27%)
Individuele bijzondere bijstand (n= 10)
3 (30%)
3 (30%)
3 (30%)
1 (10%)
3 (27%)
2 (18%)
4 (36%)
2 (18%)
Fietsregeling voor kinderen (n= 10)
3 (30%)
2 (20%)
3 (30%)
1 (10%)
Noodfonds (SUN-lekstroom) (n= 12)
3 (25%)
3 (25%)
4 (33%)
2 (17%)
Tegemoetkoming kosten kinderopvang (n= 13)
3 (23%)
3 (23%)
6 (46%)
1 (8%)
Tegemoetkoming kosten kinderopvang op basis van sociaal-medische indicatie (n= 10)
2 (20%)
2 (20%)
5 (50%)
1 (10%)
Besluit bijstandverlening zelfstandigen (n= 12)
2 (17%)
5 (42%)
3 (25%)
2 (17%)
Hulp bij schulden (n= 11)
*De uitsplitsing naar zzp’ers per regeling kent een laag aantal respondenten (zie n=). Hier dient rekening mee gehouden te worden bij de interpretatie van de percentages. Bron: Labyrinth Onderzoek & Advies, 2020
Waarom veel respondenten aangeven niet geïnteresseerd te zijn, komt in de vragenlijst voor inwoners van Nieuwegein niet duidelijk naar voren. In de gesprekken met de professionals worden mogelijke redenen voor het gebrek aan interesse voor minimaregelingen duidelijker. Als belangrijkste reden wordt door meerdere professionals genoemd dat er een groot gevoel van zelfstandigheid onder AOW’ers en zzp’ers bestaat. Verschillende professionals geven aan dat volgens hen zowel de AOW’ers als zzp’ers niet snel hun hand zullen ophouden, en dat zij daarom weinig interesse in de regelingen zouden hebben. De professionals geven ook aan dat zij het idee hebben dat AOW’ers er snel vanuit gaan dat zij geen recht meer hebben op bepaalde regelingen. Hierdoor kan het zo zijn dat AOW’ers niet snel op zoek gaan naar regelingen waar zij mogelijk wel gebruik van zouden kunnen maken. Daarbij komt dat, zo stellen een aantal professionals, AOW’ers vaak hun hele leven zelfstandig hun broek hebben weten op te houden, en dat de stap om naar de gemeente te stappen voor hulp voor hen daardoor (extra) groot is.
Minimabeleid Nieuwegein
21
“Sommige mensen denken ‘Ik ben 65, ik kom daarvoor niet in aanmerking’, terwijl dat helemaal niet zo hoeft te zijn.” (professional) “Mijn ervaring was wel dat ouderen best wel een hele grote drempel hebben om hun hand op te houden.(…) Mensen zeggen van: ‘Daarvoor ga je toch niet naar de gemeente om je hand op te houden?’ Maar de regeling is daar juist voor!” (professional)
Over zzp’ers in het bijzonder zeggen professionals dat zij gezien hun werkzaamheden vaak écht zelfstandig willen zijn. Daarbij stellen ze dat zzp’ers vaak denken dat ze geen recht op hulp hebben, omdat ze er zelf voor gekozen hebben zzp’er te zijn.
“Zzp’ers leven vaak van: ik dop mijn eigen boontjes. Ze denken ‘Ik heb inkomen’, ze kijken niet naar ‘Heb ik nou 100/120/130%?’, die zien dat ze inkomen hebben en denken ‘Ik regel het wel’. Dat zou een belemmering kunnen zijn.” (WIL) “Het zijn ondernemers, dus ze denken dat ze hun eigen broek moeten ophouden. Dus in hun mindset is nooit de gedachte dat ze daarbij geholpen kunnen worden door belastinggeld.” (professional)
De mensen die wel om hulp vragen, vragen vaak de hulp pas aan als het eigenlijk al te laat is. Uit de interviews met de professionals komt ook naar voren dat veel minima zich zouden schamen voor hun financiële situatie. Tegenover zichzelf, dat ze niet meer onafhankelijk zijn, maar ook tegenover de organisaties die hen proberen te helpen. Inwoners met een lager inkomen willen ook niet altijd al hun privézaken met bepaalde organisaties delen. Zij vinden bijvoorbeeld hun eigen inkomen een privézaak waar de overheid niet vanaf zou moeten weten. Dit kan ook gevoed worden door een gevoel van schaamte. Dit komt volgens de professionals vooral voor bij de AOW’ers.
“Er zullen ook mensen zijn die zeggen “Bemoei je er niet mee. Gaat de overheid of mijn huisarts zich daar nu ook al mee bemoeien?” (professional) “Dat is ook wel een drempel voor mensen, wij gaan er wat van vinden. Daar zit niet iedereen op te wachten, dat snap ik ook.” (professional)
Minimabeleid Nieuwegein
22
3.2. Hoe kan de doelgroep beter bereikt worden? Ook belangrijk in dit onderzoek is het vinden van een manier waarop meer mensen uit de doelgroep ondersteund kunnen worden door (met name) de regelingen die de gemeente aanbiedt. Allereerst is er gekeken naar de inhoud van de regelingen. De regelingen die nu aangeboden worden, worden door zowel de professionals als door de respondenten die de regelingen gebruiken als goed en voldoende ervaren. Vooral de kortingen en kwijtscheldingen worden als belangrijk gezien door respondenten. Eén van de respondenten geeft bijvoorbeeld aan dat veel van zijn/haar persoonlijke problemen terug te herleiden zijn naar schulden. Door financiële druk of schulden kwijt te schelden wordt men op andere vlakken in het leven ook geholpen.
“Nee, met name mijn schulden slaan mij lam, zorgen dat ik niet goed of te weinig slaap en dat ik merk dat mijn fysieke gesteldheid hard achter uit gaat. En heb zelfs de puf niet om naar een dokter te gaan. Daarnaast de eenzaamheid, die steeds meer groeit.” (respondent) “Niet zozeer een regeling, maar vooral een plek om ze te helpen moet beschikbaar gemaakt worden. De regelingen die er zijn, zijn an sich voldoende.” (professional)
3.2.1. Wat kan de gemeente volgens de respondenten doen om het gebruik van deze regelingen te maximaliseren? Extra ondersteuning of extra regelingen van de gemeente op andere gebieden wordt dus door zowel respondenten als professionals weinig gevraagd. Respondenten geven voornamelijk aan verbeterpunten te zien wanneer het gaat om de toegankelijkheid en het bereiken van degenen die recht hebben op de regelingen. In de interviews met professionals en in de vragenlijst komen een paar suggesties naar voren.21 Actief benaderen en persoonlijk informeren Op de vraag wat de gemeente kan doen om minima beter te informeren over de regelingen, noemen 13 van de 43 respondenten die antwoord op de vraag hebben gegeven dat het helpt als mensen persoonlijk door de gemeente worden aangeschreven. Dit kan bijvoorbeeld jaarlijks met een brief per post. Hierbij geven respondenten aan dat het zou helpen als de gemeente kijkt naar de situatie van de persoon. Is iemand bijvoorbeeld zzp’er, stuur dan een brief met relevante informatie voor zzp’ers. Dit sluit ook goed aan bij het feit dat deze groepen niet snel zelf om hulp zouden vragen. Door mensen uit de doelgroep zelf actief te benaderen, wordt de drempel bij het vragen om hulp verkleind.22
21
Er is binnen dit onderzoek niet gekeken naar de praktische haalbaarheid van de suggesties die gegeven zijn door de respondenten. De suggesties zijn een startpunt waar vanuit haalbare acties ontwikkeld kunnen worden. 22 WIL gaat actief langs de deuren en is bezig met andere initiatieven om de doelgroep actief te benaderen. Echter de privacy wetgeving beperkt hun in hun mogelijkheden.
Minimabeleid Nieuwegein
23
“Persoonlijk benaderen. We worden ook uitgenodigd voor Beursplein. Dus de gemeente weet ons te vinden. “(respondent) “Iemand met een bijstand wordt via zijn contactpersoon op die regelingen gewezen, of komt ermee in aanraking dat heeft een zzp'er niet. Die moet het meer zelf uitzoeken en oplossen, dus er is niet echt een communicatie lijn tussen gemeente en zzp'er zeg maar. “(respondent) “Actief benaderen met alle mogelijkheden voor zelfstandigen op een rijtje. Dan zou ik vele jaren eerder al hulp hebben gevraagd. “(respondent)
Ook de Molenkruier wordt meerdere keren (vijf keer) genoemd als goed informatiekanaal. Daarbij wordt genoemd dat het opvallende artikelen moeten zijn waarin duidelijk uitgelegd wordt welke stappen men moet nemen om een regeling aan te vragen. Gerichte communicatie en ondersteuning per doelgroep In het Beleidsplan wordt momenteel geen onderscheid gemaakt tussen verschillende doelgroepen. De AOW’ers worden bijvoorbeeld niet via een ander kanaal benaderd dan de zzp’ers. Zowel uit de diepte-interviews met professionals als uit de vragenlijst komt naar voren dat er vooral bij de zzp’ers vraag is naar een specifieke benadering. Zzp’ers hebben vaak specifieke vragen en problemen die niet voor andere groepen gelden. Denk aan een onregelmatig inkomen. Binnen de groep zzp’ers is vraag naar een vaste plek of loket, specifiek voor zzp’ers waar zij met vragen terecht kunnen. Hierbij is het belangrijk dat de persoon die hen helpt de situatie van een zzp’er goed begrijpt. Momenteel kunnen zzp’ers bij Vitras of Vereniging over Rood terecht, Vitras is echter geen ‘specialist’ als het gaat om zzpspecifieke vragen. Ook via de eerdergenoemde Sociale Kaart is dit beperkte aanbod voor zzp-gerichte organisaties duidelijk; als gezocht wordt op ‘zzp’ komt alleen de Kamer van Koophandel (KvK) in Utrecht als organisatie naar voren23.
Met de zoekterm ‘Zelfstandige’ worden de resultaten enigszins uitgebreider (bijvoorbeeld met informatie/veel gestelde vragen van zzp’ers). Echter, het aantal relevante organisaties (i.e. specifiek gericht op vragen van zzp’ers) blijft beperkt tot de KvK en Bureau Zelfstandigen Utrecht (Bbz). Het Bbz is echter gericht op Zelfstandige ondernemers die reeds financiële hulp nodig hebben, niet zozeer op ondersteuning bij bijvoorbeeld administratie of ondersteuning bij het opstarten van een bedrijf24. In de vragenlijst worden door zzp’ers ook opties gegeven om hen gerichter te bereiken. Als voorbeelden worden de Kamer van Koophandel of de Belastingdienst genoemd. Bij AOW’ers moet er rekening mee gehouden worden dat niet iedereen beschikking heeft over een computer. Ook hier wordt momenteel nog te weinig rekening mee gehouden volgens het Beleidsplan Armoedebeleid25.
23
“ZZP’er - Sociale Kaart Nieuwegein _ Wegwijzer Voor Ondersteuning in Het Dagelijks Leven,” n.d., https://socialekaart.nieuwegein.nl/aanbod/306/zzp’er. 24 “Bureau Zelfstandigen Utrecht - Sociale Kaart Nieuwegein _ Wegwijzer Voor Ondersteuning in Het Dagelijks Leven,” n.d., https://socialekaart.nieuwegein.nl/organisatie/186/bureau-zelfstandigen-utrecht. 25 Gemeente Nieuwegein, “Beleidsplan Armoedebeleid 2015 -2018”, 2014.
Minimabeleid Nieuwegein
24
Eén plek voor alle vragen In bijna alle interviews met professionals wordt aangegeven dat er behoefte is aan één locatie waar minima met al hun vragen terecht kunnen. Hierbij kan aan zowel een online als een fysieke plek gedacht worden om alle groepen te kunnen bedienen.
“Elke gemeente heeft een stuk of 30 voorzieningen voor mensen in armoede. Van zo’n stadspas tot een bijstandsuitkering. Wat we zien is voor elke voorziening is er 1 loket, in plaats van 1 loket voor alles. Dus wil je 5 dingen moet je langs 5 loketten. De drempels zijn redelijk hoog. Niet alleen voor ondernemers ook voor particulieren.” (professional) “Eigenlijk moet de gemeente een loket hebben waar iedereen terecht kan en kan aanbellen en wat eigenlijk heel laagdrempelig is. En waar je gewoon heel deskundig doorverwezen wordt” (professional) “Wat betreft de ouderen, het gaat het heel erg makkelijk dat organisaties heel erg hun best doen om alles te verbeteren en digitaal te maken, geen papieren rompslomp. Allemaal leuk en aardig, maar je slaat de ouderen die niet digitaal vaardig zijn over. (…) Dat is bij de zzp’ers overigens ook, de schilder en stukadoor zijn dat ook niet altijd.” (professional) “Een grote wens van ons is dan ook één loket waar ze voor alles terecht kunnen” (professional)
Belangrijk hierin is dat er genoeg tijd vrijgemaakt wordt voor de persoon die langskomt, en er een uitgebreid gesprek wordt gevoerd om erachter te komen wat er allemaal speelt en waar iemand het best terecht kan. Dit sluit ook aan bij het eerder genoemde advies van persoonlijk informeren. Daarnaast is het belangrijk dat een afspraak ook snel ingepland moeten kunnen worden, aangezien minima volgens professionals vaak pas hulp zoeken op het laatste moment. Dan is een wachttijd van een aantal weken te lang.
“Het duurt lang voordat mensen op de juiste plek zijn. Dan kan je al wel een huurachterstand hebben, hypotheekachterstand, schulden lopen op.” (professional)