1-11 Bijlage 1 Kwartaalrapportage Q4-2022 WIL.pdf
Tekst van het document
1-11 Bijlage 1
Rapportage 4e kwartaal 2022 Peildatum: 1 januari 2023
Vaststelling Dagelijks Bestuur: 16 februari 2023
Inhoudsopgave Blz. 4
1 | Voorwoord 2 | De 11 doelstellingen
4
3 | Bijzonderheden van dit kwartaal Algemeen Enkele opvallende indicatoren per gemeente
5 5
4 | Strategische indicatoren Doelstelling 1 - Noodzakelijke uitkeringen worden tijdig, kostenbewust en doelmatig verstrekt KPI 1.1 | Percentage volledige uitstroom uit de participatie-uitkering naar zelfstandig beroep, bedrijf, regulier of gesubsidieerd werk KPI 1.2 | Reden van uitstroom KPI 1.3 | Aantal personen met een bijstandsuitkering per 10.000 inwoners KPI 1.4 | Gemiddelde prijs van uitkeringen KPI 1.5 | Efficiëntieratio BUIG KPI 1.6 | Gemiddelde doorlooptijd aanvragen uitkering levensonderhoud (trend) KPI 1.7 | Percentage afgehandelde aanvragen uitkeringen levensonderhoud met doorlooptijd < 4 weken en < 8 weken
6 6 6 7 7 8 8
Doelstelling 2 - Onrechtmatige uitkeringen worden niet verstrekt en indien verstrekt teruggevorderd KPI 2.1 | Vorderingenratio KPI 2.2 | Aantal gegrond opgelegde boetes KPI 2.3 | Aantal (gegrond) opgelegde maatregelen
8 9 9
Doelstelling 3 - Klanten worden eerlijk, duidelijk en positief benaderd KPI 3.1 | Waardering van klanten voor duidelijkheid van communicatie KPI 3.2 | Waardering van klanten voor rekening houden met wat zij kunnen en willen KPI 3.3 | Waardering van de dienstverlening overall door klanten (bijstand, schuldhulpverlening, minima) KPI 3.4 | Inzet op deskundigheidsbevordering van het personeel
9 10 10 10
Doelstelling 4 - Er wordt waar nodig maatwerk geleverd in dienstverlening en uitvoering van sanctionering KPI 4.1 | Waardering van klanten voor (maatwerk in) de dienstverlening KPI 4.2 | Inzet op deskundigheidsbevordering van het personeel
10 10
Doelstelling 5 - Zo veel mogelijk klanten participeren zo snel mogelijk via betaald of onbetaald werk KPI 5.1 | Percentage volledige uitstroom uit de participatie-uitkering naar zelfstandig beroep, bedrijf, regulier of gesubsidieerd werk KPI 5.2 | Rendement van re-integratie-inspanningen (bespaarde uitkeringslast door volledige uitstroom naar werk of zelfstandig beroep of bedrijf) KPI 5.3 | Gemiddeld percentage klanten dat parttime werkt KPI 5.4 | Gemiddelde inkomsten uit parttime werk KPI 5.5 | Cumulatieve uitstroom afgelopen 12 maanden KPI 5.6 | Uitkeringsduur van degenen die uitstromen naar werk of zelfstandig beroep
11 11 12 12 12 13
Doelstelling 6 - Middelen van WIL worden doelmatig en rechtmatig ingezet KPI 6.1 | Instroom en herinstroom KPI 6.2 | Verrekende inkomsten BUIG
14 15
Doelstelling 7 - De prioriteit ligt bij jongeren en kansrijke klanten KPI 7.1 | Aantal klanten Participatiewet met specifieke weergave jongeren KPI 7.2 | Instroompercentage jongeren KPI 7.3 | Percentage werkloze jongeren (16-22 jaar)
15 15 16
Doelstelling 8 - Relaties met werkgevers worden uitgebreid en bestaand relaties worden versterkt KPI 8.1 | Waardering door werkgevers KPI 8.2 | Aantal plaatsingen via werkgeversbenadering
16 16
Doelstelling 9 - WIL draagt bij aan het zoveel mogelijk terugdringen van de financiële aspecten van armoede die zelfstandige participatie in de weg staan en de maatschappelijke kosten die dit oplevert KPI 9.1 | Percentage succesvolle schuldregelingen van het totale aantal
17
Rapportage 4e kwartaal 2022
Pagina 2 van 34
Werk en Inkomen Lekstroom
Doelstelling 10 - Samen met partners werkt WIL volgens een integrale aanpak KPI 10.1 | Waardering inzet WIL binnen lokale werkteams KPI 10.2 | Inzet van generalisten KPI 10.3 | Inzet vanuit WIL binnen sociale teams KPI 10.4 | Inzet vanuit WIL binnen lokale werkteams
17 18 18 18
Doelstelling 11 - WIL hanteert een verantwoorde, medewerkersvriendelijke bedrijfsvoering KPI 11.1 | Begrotingsresultaat KPI 11.2 | Waardering door medewerkers KPI 11.3 | Aantal klanten (inclusief schuldhulpverlening) KPI 11.4 | Ziekteverzuim
18 18 19 19
De operationele indicatoren die aandacht vragen
20
Bijlage 1 | Operationele indicatoren Doelstelling 1 - Noodzakelijke uitkeringen worden tijdig, kostenbewust en doelmatig verstrekt KPI 1.8 | Aantal openstaande aanvragen uitkering levensonderhoud
22
Doelstelling 2 - Onrechtmatige uitkeringen worden niet verstrekt en indien verstrekt teruggevorderd KPI 2.4 | Openstaande vorderingen KPI 2.5 | Handhaving op fraude, waaronder aantal gestarte werkprocessen handhaving en strekking genomen besluiten
22 22
Doelstelling 3 - Klanten worden eerlijk, duidelijk en positief benaderd KPI 3.5 | Bekendheid van klanten met beschikbare regelingen KPI 3.6 | Percentage gegronde klachten ten opzichte van het totaal aantal klachten KPI 3.7 | Aantal (gegronde) bezwaarschriften per 100 klanten BUIG KPI 3.8 | Doorlooptijden schuldhulpverlening tot intake en beschikking KPI 3.9 | Doorlooptijden aanvragen bijzondere regelingen KPI 3.10 | Openstaande aanvragen bijzondere regelingen KPI 3.11 | Bereikbaarheid van de dienstverlening door WIL (specifiek bereikbaarheid via telefoon)
23 23 23 24 25 26 26
Doelstelling 5 - Zo veel mogelijk klanten participeren zo snel mogelijk via betaald of onbetaald werk KPI 5.7 | Aantal banen per 1.000 inwoners van 15-74 jaar KPI 5.8 | Lopende re-integratievoorzieningen (eind peilperiode) per 1.000 inwoners van 15-74 jaar KPI 5.9 | Gemiddelde verblijfsduur huishoudens
27 27 27
Doelstelling 6 - Middelen van WIL worden doelmatig en rechtmatig ingezet KPI 6.3 | Meldingen aan de poort (met en zonder start werkproces) KPI 6.4 | Preventie- of uitvalquotes poort en inkomen (gestarte werkprocessen die niet hebben geleid tot toekenning) KPI 6.5 | Maatregelquote rechtmatigheid
28 29 30
Doelstelling 8 - Relaties met werkgevers worden uitgebreid en bestaand relaties worden versterkt KPI 8.3 | Aantal werkgevers waarmee WIL zaken doet (aantal warme contacten)
30
Doelstelling 9 - WIL draagt bij aan het zoveel mogelijk terugdringen van de financiële aspecten van armoede die zelfstandige participatie in de weg staan en de maatschappelijke kosten die dit oplevert KPI 9.2 | Gemiddelde doorlooptijd aanvragen van een aantal bijzondere regelingen KPI 9.3 | Percentage afgehandelde aanvragen bijzondere regelingen met doorlooptijd < 8 weken KPI 9.4 | Gebruik van collectieve zorgverzekering minima (aan de hand van percentage bereik) KPI 9.5 | Inzet schuldhulpverlening KPI 9.6 | Ondernemers met schulden
30 31 31 31 32
Bijlage 2 | Aanvullende indicatoren KPI A.1 | Netto arbeidsparticipatie (% werkzame beroepsbevolking) KPI A.2 | Vestigingen van bedrijven (per 1.000 inwoners 15-65 jaar) KPI A.3 | Woningvoorraad naar eigendom KPI A.4 | Woningen naar waarde KPI A.5 | Werkloosheidspercentage KPI A.6 | Kinderen (tot 18 jaar) in een uitkeringsgezin
33 33 33 33 34 34
Rapportage 4e kwartaal 2022
Pagina 3 van 34
Werk en Inkomen Lekstroom
1 | Voorwoord In het 4e kwartaal van 2022 zijn de economische omstandigheden niet verbeterd. De situatie in Oekraïne, de prijzen van energie en grondstoffen en de hoge inflatie zijn nog steeds van grote invloed op ons dagelijks leven. We hoopten dat we na 2 coronajaren in 2022 in rustiger vaarwater terecht zouden komen. Helaas is daarvan niets terecht gekomen. De grote problemen en uitdagingen op het wereldtoneel volgen elkaar snel op. Er is geen ruimte om even op adem te komen. Met de komst van de winter hebben steeds meer mensen last van sombere stemmingen of depressies. Het ziekteverzuim neemt landelijk toe en met de toch al krappe arbeidsmarkt, stelt dat werkgevers voor extra problemen. In het 4e kwartaal nam het bijstandsvolume van WIL met 10 bijstandshuishoudens toe. Volumegroei is een gebruikelijke ontwikkeling in de herfst- en wintermaanden. Voor de Divosa benchmarkgegevens in de rapportage geldt dat die zijn bijgewerkt tot en met november 2022. Een aantal indicatoren in deze rapportage is afkomstig van de website www.waarstaatjegemeente.nl. Dat zijn veelal bewerkte CBS-gegevens. De gepubliceerde gegevens zijn ronde de jaarwisseling zonder aanpassing of toetsing overgenomen van die website. We hanteren voor de dienstverlening aan onze klanten 8 leidende principes. We rusten onze klanten zo goed mogelijk toe om stappen te zetten.
Dat doen we door de juiste instrumenten aan te reiken en een afgestemde route uit te stippelen naar (duurzame) participatie. We bieden maatwerk waar nodig en volstaan met de standaard als dat mogelijk is. We hebben veel oprechte aandacht voor de leefwereld van de klant. Verwachtingen over en weer stemmen we duidelijk af. Klanten moeten ook zélf gericht aan de slag. We investeren in onze organisatie, middelen en onze klanten. Daarbij rekenen we op rendement en verwachten we resultaat. Onze inspanningen zijn niet vrijblijvend. We houden steeds zicht op de financiële ruimte van WIL, zodat we er kunnen zijn voor de mensen die dat écht nodig hebben. Daar werken we elke dag aan met oprechte, toegewijde en gedreven medewerkers die samen het verschil willen maken. Daar zijn we trots op. Ook nu we door de economische omstandigheden zwaar op de proef worden gesteld, doen we ons uiterste best om die principes zo goed mogelijk overeind te houden.
2 | De 11 doelstellingen Op basis van de leidende principes en de structuur van de begroting zijn met adviesbureau Berenschot 11 concrete doelstellingen geformuleerd. Daaraan zijn strategische indicatoren gekoppeld waarop we elk kwartaal rapporteren. Doelstelling 1 - Noodzakelijke uitkeringen worden tijdig, kostenbewust en doelmatig verstrekt Doelstelling 2 - Onrechtmatige uitkeringen worden niet verstrekt en indien verstrekt teruggevorderd Doelstelling 3 - Klanten worden eerlijk, duidelijk en positief benaderd Doelstelling 4 - Er wordt waar nodig maatwerk geleverd in dienstverlening en uitvoering van sanctionering Doelstelling 5 - Zo veel mogelijk klanten participeren zo snel mogelijk via betaald of onbetaald werk Doelstelling 6 - Middelen van WIL worden doelmatig en rechtmatig ingezet Doelstelling 7 - De prioriteit ligt bij jongeren en kansrijke klanten Doelstelling 8 - Relaties met werkgevers worden uitgebreid en bestaand relaties worden versterkt Doelstelling 9 - WIL draagt bij aan het zoveel mogelijk terugdringen van de financiële aspecten van armoede die zelfstandige participatie in de weg staan en de maatschappelijke kosten die dit oplevert Doelstelling 10 - Samen met partners werkt WIL volgens een integrale aanpak Doelstelling 11 - WIL hanteert een verantwoorde, medewerkersvriendelijke bedrijfsvoering De strategische indicatoren in hoofdstuk 4 van deze rapportage zijn
bedoeld voor het eventuele raadsdebat binnen de gemeente. In bijlage 1 van de rapportage is een aantal operationele indicatoren opgenomen. Die vergroten het inzicht, maar zijn geen onderwerp voor het raadsdebat. In bijlage 2 staan enkele aanvullende indicatoren die een relatie hebben met de jaarverslaggeving van de gemeenten. De opgenomen benchmarkwaarden zijn de meest recente die op het moment van opstellen van deze rapportage beschikbaar waren in de Benchmark Werk en Inkomen van Divosa. Voor de maandcijfers is dat de maand vóór de afgelopen maand. Enkele indicatoren uit de benchmark worden slechts 1 keer per jaar geactualiseerd. De strategische indicatoren gaan over de input en de uitkomsten. De operationele indicatoren gaan over de implementatie en de output. Bij elke indicator in de rapportage is het type vermeld. Schematisch ziet de structuur van Berenschot er als volgt uit:
Bron: Berenschot
Rapportage 4e kwartaal 2022
Pagina 4 van 34
Werk en Inkomen Lekstroom
3 | Bijzonderheden van dit kwartaal Algemeen In 2022 is het bijstandsvolume met 6 procent (30 huishoudens) toegenomen (KPI 7.1). Daaronder bevinden zich 8 BBZ huishoudens. Die regeling voert de gemeente Utrecht voor ons uit. Zowel de instroom (KPI 6.1) als de uitstroom (KPI 1.2) zijn lager uitgekomen dan in voorgaande jaren. Op de peildatum waren zoals altijd nog tientallen aanvragen en beëindigingen in behandeling. Als die zijn verwerkt veranderen de nu gepresenteerde cijfers nog met terugwerkende kracht. Van de uitstroom is ruim 36 procent toe te schrijven aan het aanvaarden van werk of het starten als zelfstandige (KPI 1.2). Het 12-maands trendpercentage (benchmark) voor die indicator is uitgekomen op 39,9 procent. Dat is 4,9 procentpunt boven onze doelstelling 0,9 procentpunt boven het benchmarkgemiddelde (KPI 1.1). Door de lagere uitstroom (absolute aantallen naar werk) tot op heden, blijft het rendement op de re-integratieactiviteiten achter bij de doelstelling. Na verwerking van openstaande beëindigingen loopt het percentage met terugwerkende kracht nog wel op (KPI 5.2). De geopolitieke en economische omstandigheden bemoeilijken volledige uitstroom van huishoudens naar werk. Er is landelijk gezien sprake van veel vacatures en een zeer krappe arbeidsmarkt. Veelal zijn die vacatures echter niet passend voor de klanten die wij aan werk willen en kunnen helpen.
Bij KPI 5.2 staat een toelichting op de inzet van het matchingsteam, dat instroom en het verder toenemen van het bijstandsvolume beperkt. Het team heeft in het 4e kwartaal voor 20 inwoners werk gevonden. In veel gevallen werd daarmee uitkeringsafhankelijkheid voorkomen. Er was voor die klanten geen instroom en dus ook geen uitstroom. Daarom zijn ze geen onderdeel van de aantallen bij KPI 1.1, 1.2 en 5.2. De resultaten van het matchingsteam zijn weergegeven in een bijlage bij deze kwartaalrapportage. In 2023 vervalt die bijlage. Per 1 januari 2023 is de inzet van het matchingsteam als aparte entiteit beëindigd. De specifieke en snelle aanpak voor deze klanten laten we echter niet los. Hij wordt onderdeel van de reguliere dienstverlening van de poort. De 12-maandstrendcijfers van de herinstroom zijn opnieuw verbeterd. Vooral de herinstroom binnen 12 maanden steekt gunstig af bij de benchmark. Vrijwel alle benchmarkreferenties bleven ongewijzigd of leverden dit zelfs iets in. Ten opzichte van de grootteklasse zijn de cijfers van WIL gunstig. De herinstroomcijfers geven een indicatie van de duurzaamheid van de uitstroom (KPI 6.1). De verrekende inkomsten bedroegen na het 1e halfjaar 1,27 procent van de uitgaven voor WIL als geheel. Dat liep na het 3e kwartaal op tot 1,36 procent. Nu het jaar voorbij is noteren we 1,73 procent voor WIL als geheel (KPI 6.2).
Van de huishoudens die in 2022 instroomden was 38,7 procent van een jongere. De doelstelling van 25 procent ligt door een aantal omstandigheden (stoppen instroom Wajong, Covid-19, economische crises, huisvesting jonge statushouders) al lange tijd buiten bereik (KPI 7.2). De hoge instroom van jongeren zorgt er ook voor dat hun aandeel in het bestand toeneemt. Van elke 100 huishoudens zijn er 13,66 van een jongere (<27 jr). Het percentage nam in het 4e kwartaal verder toe (KPI 7.1). De trendwaarde van het aantal parttime werkenden is op gelijk niveau gebleven. De waarde van WIL blijft achter bij de benchmark (KPI 5.3). De parttime inkomsten liggen bij WIL ook deze keer boven het benchmarkniveau, maar het verschil wordt kleiner. Het gemiddelde bedrag ligt ruim 6 procent boven het benchmarkgemiddelde (KPI 5.4). In 2022 zijn 240 plaatsingen op een garantiebaan gerealiseerd (KPI 8.2). De gemiddelde doorlooptijd van een aanvraag uitkering levensonderhoud is in het 4e kwartaal aangescherpt tot 21 dagen (KPI 1.6). WIL hanteert een zorgvuldige en uitgebreide aanvraagprocedure, waarmee meer tijd is gemoeid dan gemiddeld in het land. Dat zien we terug als we naar de referenties in de benchmark kijken. Wij vinden kwaliteit en een integrale blik minstens zo belangrijk als snelheid, omdat die aanpak in het vervolg vruchten afwerpt.
Met de afhandeling van aanvragen levensonderhoud binnen 4 en 8 weken presteert WIL opnieuw goed. In het 4e kwartaal nam geen enkele aanvraag meer dan 8 weken in beslag. Dat is een uitstekende prestatie (KPI 1.7). De druk op de gemiddelde doorlooptijden van de aanvragen bijzondere regelingen was ook in het 4e kwartaal hoog. We hadden nog last van de verminderde bezetting in het 3e kwartaal. We spannen ons doorlopend in om kortere doorlooptijden (KPI 3.9) en minder openstaande aanvragen (KPI 3.10) te realiseren. Omdat aanvragen bijzondere regelingen niet gelijkmatig verdeeld over het jaar worden ingediend, ontstaan piekbelastingen. Net als in het 2e en 3e kwartaal bleef de wachttijd bij de telefonische bereikbaarheid binnen de doelstelling. We werden veelvuldig gebeld met vragen over de uitvoering en betaling van de energietoeslag. Wij passen de bezetting zo veel mogelijk aan op de toestroom die we verwachten. Het uitvalpercentage kwam uit op 5,4 procent. Nu zo veel inwoners een beroep op ons doen, zijn we er trots op dat onze bereikbaarheid zo goed op orde is (KPI 3.11). Vorig kwartaal konden we geen informatie geven over het ziekteverzuim. Dat is nu wel mogelijk. In het 3e kwartaal was het verzuim 5,5 procent en in het 4e kwartaal bedroeg het 7,2 procent. Cumulatief over heel 2022 is het uitgekomen op 6,8 procent. Dat is 0,3 procentpunt gunstiger dan in 2021 (KPI 11.4).
De druk op WIL is groot, al een aantal jaren achtereen. WIL is ingeschakeld voor meerdere crisismaatregelen. Daarmee wordt een beroep gedaan op ons vermogen om flexibel te zijn en adequaat te schakelen en handelen. We gaan die uitdaging graag aan, al valt het niet altijd mee omdat ook dat met golfbewegingen gepaard gaat. Wij volgen de ontwikkeling van de (bijstands)volumes nog steeds op de voet. We willen tijdig en passend kunnen reageren met extra personele inzet als dat nodig is.
Enkele opvallende indicatoren per gemeente Gunstig of voordelig De netto jaarprijs van een uitkering is in Houten het laagst; 2,4% lager dan de benchmark (KPI 1.4) De 12-maands trend van de uitstroom bleef vrijwel gelijk en is de hoogste binnen de Lekstroom (KPI 5.5) Het aandeel huishoudens met een verblijfsduur langer dan 3 jaar is in Houten het kleinst (KPI 5.9)
Ongunstig of onvoordelig Van de 188 klanten die zich aan de poort meldden, waren er 100 jonger dan 27 jaar. Dat is 53,2% (KPI 6.3). Het bijstandsvolume nam in het 4e kwartaal verder toe. 15 huishoudens is bijna 3% volumegroei (KPI 7.1) Het aandeel jongeren in Houten steeg van 19,2% naar 21,8% door veel jonge statushouders (KPI 7.1)
IJsselstein
Van de 42 uitgestroomde huishoudens waren er 18 al 3 jaar of langer uitkeringsafhankelijk (KPI 5.6) Voor IJsselstein werd in 2022 het hoogste percentage inkomsten verrekend met de uitkeringen (KPI 6.2) Van de 177 klanten die zich aan de poort meldden, waren er 75 jonger dan 27 jaar. Dat is 42,4% (KPI 6.3)
De cumulatieve uitstroom is verder gedaald en blijft achter bij de andere Lekstroomgemeenten (KPI 5.5) Bijna 60 procent van de huishoudens met een uitkering is daar langer dan 3 jaar van afhankelijk (KPI 5.9) In 2022 meldden zich relatief veel meer jongeren bij de poort dan in 2021 (42,4% t.o.v. 33,3%) (KPI 6.3)
Lopik
De bijstandsdichtheid is het laagst in Lopik (KPI 1.3) De cumulatieve uitstroom in is Lopik met 0,8 procentpunt toegenomen (KPI 5.5) Het aandeel jongeren in het bestand is binnen de Lekstroom het kleinst in Lopik met 8,8% (KPI 7.1)
De netto jaarprijs van een uitkering is in Lopik het hoogst en ligt 5,71 procent boven de benchmark (KPI 1.4) Van de 59 klanten die zich aan de poort meldden, waren er 26 jonger dan 27 jaar. Dat is 44,1% (KPI 6.3) Het bijstandsvolume nam in Lopik toe met 7 huishoudens. Dat is 5,4% toename in 3 maanden (KPI 7.1)
Nieuwegein
Minder instroom: voor 8% van de huishoudens loopt de uitkering nu maximaal 6 maanden (KPI 5.9) Van de 458 klanten die zich aan de poort meldden, waren er 175 jonger dan 27 jaar. Dat is 38,2% (KPI 6.3) Het aantal klanten dat zich in 2022 meldde bij de poort is 21,6% lager dan in 2021 (KPI 6.3)
De bijstandsdichtheid is binnen de Lekstroom het hoogst in Nieuwegein (KPI 1.3) De cumulatieve uitstroom nam in Nieuwegein ook dit kwartaal af. Nu met 1,0 procentpunt (KPI 5.5) 51,9% van de meldingen aan de poort betrof een inwoner van Nieuwegein (KPI 6.3)
Houten
Rapportage 4e kwartaal 2022
Pagina 5 van 34
Werk en Inkomen Lekstroom
4 | Strategische indicatoren Doelstelling 1 - Noodzakelijke uitkeringen worden tijdig, kostenbewust en doelmatig verstrekt KPI 1.1 | Percentage volledige uitstroom uit de participatie-uitkering naar zelfstandig beroep, bedrijf, regulier of gesubsidieerd werk
[Uitkomst]
Gemiddeld percentage beëindigde uitkeringen vanwege werk of zelfstandig beroep of bedrijf (12-maands trendpercentage) Referentiegroep benchmark Doelstelling WIL Benchmarkwaarde WIL Benchmarkwaarde grootteklasse Benchmarkwaarde regio deelnemers Benchmarkwaarde alle deelnemers
2019 35,0% 34,0% 37,1% 41,7% 37,6%
2020 35,0% 33,4% 34,8% 34,9% 34,4%
Trendpercentages gerealiseerd 2021 2022-Q1 2022-Q2 2022-Q3 35,0% 35,0% 38,1% 38,8% 42,7% 41,6% 39,2% 40,9% 40,6% 39,9% 40,9% 42,5% 44,3% 41,9% 38,5% 40,1% 40,2% 40,1%
Realisatie doelstelling De trend bij WIL ligt nu op 39,9%. Dat is 0,9 procentpunt boven het benchmarkgemiddelde en 4,9 procentpunt boven de doelstelling.
2022-Q4 39,9% 38,6% 39,9% 39,0%
Het trendpercentage wijzigt met kleine stappen. Het wordt over een periode van 12 voorliggende maanden berekend. De waarde van 2022-Q4 betreft de periode 09-2022 tot en met 11-2022.
Bron: Divosa Benchmark Werk & Inkomen
N.B. sinds de zomer van 2020 is bij WIL een matchingsteam aan de slag. Dat team helpt inwoners met recente werkervaring, die slachtoffer zijn van de crisis. WIL-medewerkers proberen voor hen een snelle match met werkgevers te realiseren. Vaak lukt dat nog voor er sprake is van instroom in de uitkering. Als er geen instroom was, is er later ook geen sprake van uitstroom. Het succes van het matchingsteam zien we daarom niet terug in de uitstroomcijfers. En het blijft ook buiten het zicht van de benchmark. In een bijlage bij deze kwartaalrapportage zijn de resultaten van het matchingsteam weergegeven.
KPI 1.2 | Reden van uitstroom Uitstroomreden Aantal uitgestroomde huishoudens Waarvan naar Werk of zelfstandig beroep/bedrijf Wijziging gezinssituatie/leefvorm Andere inkomsten Verhuizingen
[Uitkomst] 2019 998
2020 690
2021 693
2022 531
Aantal 278 90 81 142
% 27,9% 9,0% 8,1% 14,2%
Aantal 236 88 68 145
% 34,2% 12,8% 9,9% 21,0%
Aantal 257 74 64 128
% 37,1% 10,7% 9,2% 18,5%
Aantal 193 60 46 93
% 36,3% 11,3% 8,7% 17,5%
Geen inlichtingen verstrekt Vrijwillige beëindiging van uitkering Bereiken leeftijdsgrens (21 jaar) Bereiken leeftijdsgrens (65 jaar) Overdracht dossiers VHL naar Avres Overige redenen (overlijden, detentie) Totaal
40 23 25 44 246 29 998
4,0% 2,3% 2,5% 4,4% 24,6% 2,9% 100,0%
26 11 22 64
3,8% 1,6% 3,2% 9,3%
27 14 33 63
3,9% 2,0% 4,8% 9,1%
25 14 28 40
4,7% 2,6% 5,3% 7,5%
30 690
4,3% 100,0%
33 693
4,8% 100,0%
32 531
6,0% 100,0%
Waarvan Vianen/Vijfheerenlanden
67
Specificatie uitstroom naar werk of zelfstandig beroep: Werk Zelfstandig Totaal Gemeente Houten 49 2 51 IJsselstein 36 5 41 Lopik 7 7 Nieuwegein 87 7 94 179 14 Totaal 193
De uitstroom naar werk is in belangrijke mate het resultaat van de inspanningen van het Lokale Werkteam. Aantallen in recente periodes nemen nog toe na verwerking van mutaties die op de peildatum open stonden. Bij volgende rapportages komt dat tot uiting.
Bron: Suite voor Sociaal Domein
N.B. In het aantal uit 2019 is ook de uitstroom van de gemeente Vijfheerenlanden opgenomen (deel Vianen). Aan het eind van dat jaar zijn 246 dossiers van klanten uit die gemeente overgedragen aan Avres.
KPI 1.3 | Aantal personen met een bijstandsuitkering per 10.000 inwoners
Gemeente Nederland Houten IJsselstein Lopik Nieuwegein
Rapportage 4e kwartaal 2022
2019 381,7 187,1 251,3 158,7 318,3
2020 459,7 234,6 305,6 201,5 385,8
2021 431,2 205,8 272,2 183,1 368,9
Aantal 2022 -
[Uitkomst]
Deze informatie komt niet rechtstreeks van WIL, maar is voor gemeenten beschikbaar via het onderdeel Besluit Begroting en Verantwoording op In de tabel staan de actuele gegevens die op de peildatum beschikbaar waren. Door de tegemoetkoming zelfstandigen (TOZO) zijn de waarden van 2020 en 2021 extra hoog. De waarden van 2022 zijn nog niet gepresenteerd.
Pagina 6 van 34
www.waarstaatjegemeente.nl
Werk en Inkomen Lekstroom
KPI 1.4 | Gemiddelde prijs van uitkeringen
[Uitkomst]
12-maands voortschrijdend gemiddelde van de jaarprijs van de netto uitkering per huishouden Gemeente / Referentie Doelstelling WIL Houten IJsselstein Lopik Nieuwegein WIL gemiddeld Grootteklasse 150-250k Deelnemers regio Alle deelnemers
2019
2020
Q2 Q4 Gelijk aan benchmark 13.723 13.993 13.642 13.873 15.023 15.226 13.773 14.172 13.803 14.125 13.880 14.174 13.763 13.786 13.781 14.039
Bedrag x € 1 2022 Q1 Q2 Q3 Q4 Lager dan het gemiddelde van de benchmark 14.634 14.603 14.650 14.686 14.878 14.760 14.880 15.027 14.951 15.096 15.536 15.799 14.776 14.788 14.989 15.131 14.775 14.760 14.925 15.051 14.784 14.809 14.940 15.048 14.755 14.777 14.726 14.921 14.628 14.682 14.817 14.945
2021
Q2 Q4 Lager dan benchmark 14.282 14.575 14.095 14.410 15.551 15.357 14.277 14.555 14.308 14.584 14.307 14.456 14.237 14.392 14.225 14.366
Q1 Q2 Q3 Q4 Lager dan het gemiddelde van de benchmark 14.737 14.716 14.633 14.695 14.529 14.745 14.764 14.788 15.395 14.957 14.871 14.829 14.635 14.724 14.697 14.729 14.670 14.740 14.712 14.739 14.521 14.651 14.643 14.689 14.436 14.869 14.583 14.674 14.402 14.452 14.540 14.626
Realisatie doelstelling Door aanpassing van de uitkeringsnormen per 1 januari en 1 juli stijgt de trend 2x per jaar. Het gemiddelde van WIL ligt 0,7 procent boven het benchmarkgemiddelde.
Bron: Divosa Benchmark Werk & Inkomen
De gemiddelde prijs is onder andere afhankelijk van de samenstelling van het bestand. Voor gehuwden geldt een hogere uitkeringsnorm dan voor alleenstaanden. Ook de mate waarin inkomsten kunnen worden verrekend is bepalend voor de nettoprijs van uitkeringen. In Lopik is de trend in 2022 sterker opgelopen dan in de andere 3 Lekstroomgemeenten.
KPI 1.5 | Efficiëntieratio BUIG
[Input]
Sinds 2018 is de frequentie van de uitvraag aangepast van 4x naar 1x per jaar. De cijfers over 2019 werden in de 1e helft van 2020 bekend gemaakt via nieuw gedefinieerde indicatoren. Aan dit deel van de benchmark namen naast WIL toen slechts 17 organisaties deel. Dat is te weinig voor een goede vergelijking, omdat organisaties onderling verschillen. De uiteenlopende waarden bevestigen dat. Door de geringe deelname kon geen waarde voor de grootteklasse en de regio worden berekend. De animo bij deelnemers om dit deel aan te leveren is zo sterk afgenomen, dat ook WIL voor dit onderdeel daarna geen gegevens meer heeft aangeleverd. Over 2021 vindt geen uitvraag meer plaats. Het onderdeel is door Divosa uit de benchmark verwijderd. Indicator Deelnemer benchmark Aantal klanten BUIG per fte (vaste formatie) Aantal klanten BUIG per fte (vaste formatie + inhuur) Loonkosten per klant BUIG (vaste formatie) Loonkosten per klant BUIG (vaste formatie + inhuur) Efficiëntieratio (loonkosten t.o.v. uitgaven uitkeringen)
2018 Grootteklasse
WIL
€ €
41 32 1.581 2.266 14,4%
€ €
26 24 2.492 2.902 18,1%
Regio Geen data Geen data Geen data Geen data Geen data
2019 Laagste waarde
Allen
€ €
41 31 1.663 2.155 13,4%
€ €
24 21 871 1.349 8,0%
Hoogste waarde
€ €
82 48 2.663 3.364 20,4%
WIL
€ €
41 33 1.552 2.180 13,1%
Grootteklasse Geen data Geen data Geen data Geen data Geen data
Regio Geen data Geen data Geen data Geen data Geen data
Laagste waarde
Allen
€ €
37 31 1.924 2.428 14,8%
€ €
Hoogste waarde
22 19 1.031 1.460 8,8%
€ €
55 53 3.021 3.892 26,3%
Bron: Divosa Benchmark Werk & Inkomen
De efficiëntieratio wordt berekend door de totale loonkosten inclusief inhuur derden te delen door de uitgaven BUIG, bijzondere bijstand en de uitgaven re-integratie. De gegevens worden door de deelnemers (handmatig) berekend en aangeleverd. Daardoor zijn ze gevoelig voor interpretatieverschillen. Ook de omvang en de structuur van de organisatie kunnen sterk afwijken, evenals de werkwijzen en het takenpakket. Dat alles leidt tot grote verschillen in de uitkomsten. Door de geringe deelname aan dit onderdeel van de benchmark bieden de uitkomsten geen goed vergelijkingsmateriaal meer. Divosa heeft besloten het onderdeel bedrijfsvoering van de benchmark niet verder te ontwikkelen. Het is al enkele jaren uit de benchmark verdwenen. De verschillen per organisatie bleken te groot om tot eenduidigheid te komen. Het takenpakket verschilt, de mate van uitbesteding en inbesteding van taken en bedrijfsonderdelen verschilt ook. Er zijn gemeentelijke afdelingen sociale zaken die deelnamen, maar ook intergemeentelijke sociale diensten zoals WIL. Divosa is op zoek gegaan naar alternatieve vergelijkingsmogelijkheden, maar die blijken niet voorhanden te zijn. Ook WIL heeft zich ingespannen voor bruikbare alternatieven, in samenspraak en afstemming met BDO. Tot nu toe heeft dat geen resultaat opgeleverd.
Met ingang van 2023 vervalt deze KPI, omdat er geen alternatief voor actuele informatie beschikbaar is.
Rapportage 4e kwartaal 2022
Pagina 7 van 34
Werk en Inkomen Lekstroom
KPI 1.6 | Gemiddelde doorlooptijd aanvragen uitkering levensonderhoud (trend)
Regeling / Referentiegroep Doelstelling WIL Aanvr. Levensonderhoud Participatiewet Aanvraag IOAW/IOAZ Benchmarkwaarde grootteklasse Benchmarkwaarde regio deelnemers Benchmarkwaarde alle deelnemers
2019 2020 1 dag < benchmark 28 27 30 14 14,6 12,6 13,4 12,6 19,2 15,0
2021
[Output]
Aantal dagen 2022-Q1 2022-Q2 2022-Q3 Niet gedefinieerd 24 24 22 23 nvt 33 15 24 12,9 11,9 12,0 11,3 11,0 11,7 10,7 10,4 15,5 13,2 13,6 13,4
Van meerdere deelnemers (ook WIL) zijn geen benchmarkwaarden beschikbaar. Dat komt door een afwijkende inrichting van de Centricsoftware.
2022-Q4 21 nvt 10,9 10,9 14,8
De waarden van WIL zijn eigen (kwartaal)metingen vanuit de Suite voor Sociaal Domein van Centric.
Bron: Suite voor Sociaal Domein en Divosa Benchmark Werk & Inkomen
De wettelijke beslistermijn is 56 dagen. De wijze van beoordelen en afhandelen maakt veel verschil voor de doorlooptijden. WIL kiest voor een brede en zorgvuldige aanpak, met oog voor de leefwereld van de klant. Dat kost meer tijd dan het zonder uitgebreide beoordeling afhandelen van een aanvraag levensonderhoud. Als een gemeente daarvoor kiest, met een intensieve controle achteraf, is de doorlooptijd tot het besluit veel korter. Het herstel achteraf kost echter veel meer tijd dan bij WIL.
KPI 1.7 | Percentage afgehandelde aanvragen uitkeringen levensonderhoud met doorlooptijd < 4 weken en < 8 weken
[Output]
Afhandelingspercentages Selectie / Regeling Doelstelling WIL Realisatie WIL Divosa benchmark WIL Grootteklasse Regio deelnemers Alle deelnemers
Sep 2022 Okt 2022 Nov 2022 < 4 weken < 8 weken < 4 weken < 8 weken < 4 weken < 8 weken 85,0% 100,0% 85,0% 100,0% 85,0% 100,0% 93,5% 100,0% 92,2% 100,0% 94,4% 100,0% n.b. 85,7% 87,3% 83,2%
n.b. 98,2% 98,1% 98,0%
n.b. 85,5% 88,0% 83,4%
n.b. 98,3% 98,1% 98,1%
n.b. 86,5% 88,6% 85,5%
Realisatie doelstelling De resultaten waren ook in deze periode prima. Geen enkele aanvraag nam meer dan 8 weken in beslag.
Benchmarkwaarden van WIL (en andere gemeenten) zijn niet beschikbaar door een andere inrichting van de Centricsoftware (Suite/GWS4All). De waarden van WIL zijn berekend vanuit de Suite voor Sociaal Domein (Centric).
n.b. 98,0% 98,4% 98,5%
Bron: Suite voor Sociaal Domein en Divosa Benchmark Werk & Inkomen
Doelstelling 2 - Onrechtmatige uitkeringen worden niet verstrekt en indien verstrekt teruggevorderd KPI 2.1 | Vorderingenratio
[Uitkomst]
Percentage van de openstaande vorderingen BUIG (met invloed op budgetresultaat) waarop wordt afgelost (gemiddelde van de voorafgaande 3 maanden) Percentage 2019 2020 2021 2022 Referentie benchmark Jun Dec Jun Dec Mrt Jun Sep Dec Q1 Q2 Q4 Q3 Doelstelling WIL Gelijk aan gemiddelde van de benchmark Gelijk aan gemiddelde van de benchmark Gelijk aan gemiddelde van de benchmark Realisatie WIL 22,4 23,7 21,1 21,2 21,9 21,9 23,7 28,8 29,2 31,5 34,5 34,1 Benchmark grootteklasse 24,2 24,5 24,2 25,4 24,2 27,3 26,6 27,0 25,9 28,0 27,8 24,9 Benchmark regio 22,8 24,6 21,8 23,6 22,4 25,2 25,8 25,1 23,9 22,8 25,4 24,1 Benchmark alle deelnem. 25,1 25,6 24,5 25,6 23,6 26,5 26,7 26,7 24,8 26,0 26,7 26,5
Realisatie doelstelling De prestatie van WIL is verder verbeterd en ligt wederom ruim boven de benchmark. Dit zijn kwartaalgemiddelden, geen trendwaarden.
Bron: Divosa Benchmark Werk & Inkomen
Gemiddelde debiteurenontvangsten in relatie tot de uitgaven BUIG (trend laatste 12 maanden) 2019 2020 Referentie benchmark Jun Dec Jun Dec Mrt Doelstelling WIL 1,0% v.d. uitgaven BUIG 2,0% v.d. uitgaven BUIG Realisatie WIL 1,7 2,1 1,9 1,6 Benchmark grootteklasse 2,0 2,0 1,9 2,8 Benchmark regio 1,9 2,1 1,8 2,3 Benchmark alle deelnem. 1,8 2,1 1,7 2,4
Percentage 2021
1,7 3,1 2,6 2,6
Jun Sep 2,0% v.d. uitgaven BUIG 1,8 1,9 3,3 2,7 2,4 2,8 2,7 3,0
2022 Dec
Q1 2,0 2,8 2,5 2,5
2,0 2,4 2,2 2,3
Q2 Q3 1,5% v.d. uitgaven BUIG 1,7 2,3 2,2 2,1 1,9 2,2 2,2 2,1
Q4 2,2 2,0 2,1 2,0
Realisatie doelstelling De 12-maands trendwaarde is gedaald, maar ligt nog wel boven de doelstelling. In de benchmark zijn lagere percentages gerealiseerd.
Bron: Divosa Benchmark Werk & Inkomen
Rapportage 4e kwartaal 2022
Pagina 8 van 34
Werk en Inkomen Lekstroom
KPI 2.2 | Aantal gegrond opgelegde boetes
[Uitkomst]
Opgelegde boeten Gemeente
Aantal boeten 2019
Houten IJsselstein Lopik Nieuwegein Totaal WIL
2020 18 15 3 43 79
2021 17 12 5 53 87
2022 16 17 5 50 88
6 10 3 27 46
Naast de 46 opgelegde boeten werd in 2022 51 keer een waarschuwing gegeven. In 2021 gebeurde dat 59 keer.
Bron: Suite voor Sociaal Domein
KPI 2.3 | Aantal (gegrond) opgelegde maatregelen
[Uitkomst]
Een maatregel kan aan de klant worden opgedragen als deze tekortschietend besef van verantwoordelijkheid toont. Het is een tijdelijke verlaging van de uitkering, afgestemd op de ernst van de gedraging, de mate van verwijtbaarheid en de specifieke omstandigheden. WIL vindt een goed (stevig) gesprek effectiever dan een sanctie, zoals bijvoorbeeld een maatregel. De grondslag daarvoor zijn de leidende principes van WIL en de wijze van klantbenadering. Toch zijn er situaties waarin een maatregel passend is en dan wordt die wel opgelegd. Gegrond opgelegde maatregelen Gemeente Houten IJsselstein Lopik Nieuwegein Totaal WIL
2019 Aantal
2020
Bedrag 11 € 3.986 16 € 6.878 11 € 38 €
Aantal
11 € 21 €
4.565 15.429
2021
Bedrag 5 € 2.150 5 € 2.521
Aantal
8 € 16 €
5.186 9.857
2022
Bedrag 4 € 1.246 4 € 1.186 2.088 4.520
Aantal
Bedrag
2 € 2 €
769 769
WIL probeert de klant in beweging te krijgen door een goed gesprek. Zeker met de leefwereld als leidraad, is een maatregel minder passend dan wanneer het systeem leidend is. Als een klant niet komt opdagen is daar vaak een plausibele reden voor. Bovendien nodigen klanten steeds vaker een begeleider uit voor het gesprek. Regelovertredingen komen daardoor nu minder vaak voor. In het 2e en 3e kwartaal werd geen maatregel opgelegd.
Bron: Suite voor Sociaal Domein
Doelstelling 3 - Klanten worden eerlijk, duidelijk en positief benaderd KPI 3.1 | Waardering van klanten voor duidelijkheid van communicatie Score op waardering duidelijkheid communicatie Regeling / afdeling Participatiewet Bijzondere regelingen Schuldhulpverlening
2019
2020
Niet gemeten
Geen meting
7,5
[Uitkomst]
2021
2022 7,4 7,3 Geen meting 7,5
Dit is een indicator die tot 2021 geen integraal onderdeel was van het reguliere klanttevredenheidsonderzoek (KTO). Vanwege de coronacrisis is het voor 2020 geplande onderzoek verplaatst naar de zomer van 2021. Het volgende onderzoek wordt in 2023 uitgevoerd.
Bron: Klantbelevingsonderzoek
KPI 3.2 | Waardering van klanten voor rekening houden met wat zij kunnen en willen Score op rekening houden met mogelijkheden klant Regeling / afdeling Participatiewet Bijzondere regelingen Schuldhulpverlening
2019
2020
Geen meting Geen meting
[Uitkomst]
Procent 2021 2022 76% 75% Geen meting 86%
De waarde geeft het deel van de klanten weer dat hier positief over is. Het voor 2020 geplande onderzoek werd vanwege de coronacrisis verplaatst naar de zomer van 2021. In 2023 wordt hier opnieuw onderzoek naar gedaan.
Bron: Klantbelevingsonderzoek
Rapportage 4e kwartaal 2022
Pagina 9 van 34
Werk en Inkomen Lekstroom
KPI 3.3 | Waardering van de dienstverlening overall door klanten (bijstand, schuldhulpverlening, minima) Score op waardering dienstverlening overall Regeling / afdeling Participatiewet Bijzondere regelingen Schuldhulpverlening
2019
2020
2021
Geen meting Geen meting
2022 7,6 7,9 Geen meting 8,0
[Uitkomst]
De waarde geeft een waardering weer op de schaal van 1 tot 10. Het voor 2020 geplande onderzoek werd verplaatst naar de zomer van 2021. In 2023 wordt weer onderzoek naar de klantbeleving gedaan.
Bron: Klantbelevingsonderzoek
KPI 3.4 | Inzet op deskundigheidsbevordering van het personeel
[Input] Bedrag x € 1
Kosten van opleiding, vorming en training Component Opleidingskosten
Q1+Q2 128.328
2019 Q3+Q4 102.771
Totaal 231.099
Q1+Q2 61.779
2020 Q3+Q4 47.651
Totaal 109.430
Q1+Q2 72.642
2021 Q3+Q4 56.492
Totaal 129.134
Q1+Q2 76.652
2022 Q3+Q4 90.380
Totaal 167.032
Bron: Key2Financiën
Doelstelling 4 - Er wordt waar nodig maatwerk geleverd in dienstverlening en uitvoering van sanctionering KPI 4.1 | Waardering van klanten voor (maatwerk in) de dienstverlening Score op waardering van de dienstverlening 2019 2020 Regeling / afdeling Participatiewet (inkomen en werk) Geen meting Geen meting Minimaregelingen Schuldhulpverlening
2021
[Uitkomst]
2022 7,6 7,3 Geen meting 8,2
In het verleden was er geen uniforme vraagstelling op dit onderdeel. Uit het klantbelevingsonderzoek 2021 is geen specifieke informatie over maatwerk beschikbaar. Daarom is de algemene tevredenheid over de dienstverlening opgenomen, mede bepaald door maatwerk of een passend aanbod. In 2023 laten we opnieuw onderzoek doen naar de klantbeleving.
Bron: Klantbelevingsonderzoek
KPI 4.2 | Inzet op deskundigheidsbevordering van het personeel
[Input]
Aan doelstelling 4 is evenals aan doelstelling 3 de inzet op deskundigheidsbevordering van het personeel gekoppeld. De gegevens komen overeen met die van KPI 3.4. Bedrag x € 1
Kosten van opleiding, vorming en training Component Opleidingskosten
Q1+Q2 128.328
2019 Q3+Q4 102.771
Totaal 231.099
Q1+Q2 61.779
2020 Q3+Q4 47.651
Totaal 109.430
Q1+Q2 72.642
2021 Q3+Q4 56.492
Totaal 129.134
Q1+Q2 76.652
2022 Q3+Q4 90.380
Totaal 167.032
Bron: Key2Financiën
Rapportage 4e kwartaal 2022
Pagina 10 van 34
Werk en Inkomen Lekstroom
Doelstelling 5 - Zo veel mogelijk klanten participeren zo snel mogelijk via betaald of onbetaald werk KPI 5.1 | Percentage volledige uitstroom uit de participatie-uitkering naar zelfstandig beroep, bedrijf, regulier of gesubsidieerd werk
[Uitkomst]
Gemiddeld percentage beëindigde uitkeringen vanwege werk of zelfstandig beroep of bedrijf (12-maands trendpercentage) Referentiegroep benchmark Doelstelling WIL Benchmarkwaarde WIL Benchmarkwaarde grootteklasse Benchmarkwaarde regio deelnemers Benchmarkwaarde alle deelnemers
2019 35,0% 34,0% 37,1% 41,7% 37,6%
2020 35,0% 33,4% 34,8% 34,9% 34,4%
Trendpercentages gerealiseerd 2021 2022-Q1 2022-Q2 2022-Q3 35,0% 35,0% 38,1% 38,8% 42,7% 41,6% 39,2% 40,9% 40,6% 39,9% 40,9% 42,5% 44,3% 41,9% 38,5% 40,1% 40,2% 40,1%
2022-Q4 39,9% 38,6% 39,9% 39,0%
Realisatie doelstelling De trend bij WIL ligt nu op 39,9%. Dat is 0,9 procentpunt boven het benchmarkgemiddelde en 4,9 procentpunt boven de doelstelling.
Het trendpercentage wijzigt met kleine stappen. Het wordt over een periode van 12 voorliggende maanden berekend. De waarde van 2022-Q4 betreft de periode 09-2022 tot en met 11-2022.
Bron: Divosa Benchmark Werk & Inkomen
N.B. sinds de zomer van 2020 is bij WIL een matchingsteam aan de slag. Dat team helpt inwoners met recente werkervaring, die slachtoffer zijn van de crisis. WIL-medewerkers proberen voor hen een snelle match met werkgevers te realiseren. Vaak lukt dat nog voor er sprake is van instroom in de uitkering. Als er geen instroom was, is er later ook geen sprake van uitstroom. Het succes van het matchingsteam zien we daarom niet terug in de uitstroomcijfers. En het blijft ook buiten het zicht van de benchmark. In een bijlage bij deze kwartaalrapportage zijn de resultaten van het matchingsteam weergegeven.
KPI 5.2 | Rendement van re-integratie-inspanningen (bespaarde uitkeringslast door volledige uitstroom naar werk of zelfstandig beroep of bedrijf)
[Uitkomst]
De bespaarde uitkeringslast geeft een indicatie van het rendement van de re-integratieactiviteiten. Definitie: de bespaarde uitkeringslast betreft de niet betaalde uitkeringslasten gedurende een bepaalde periode, doordat de klant via de inzet van (re-integratie)instrumenten op een andere wijze in zijn inkomsten kan voorzien. De netto prijs van een uitkering komt uit de benchmark (12-maands trend). Zie KPI 1.4. Rendement re-integratiemiddelen Component Doelstelling WIL rendement t.o.v. budget Beschikbaar budget (jaarbasis) Aantal uitstroom naar werk, niet gesubsidieerd Netto prijs uitkering gedurende 12 maanden Bespaarde uitkeringslast (uitstroom x prijs) Werkelijk rendement in procent
2019 € € €
2020 120% 2.847.320 € 278 14.125 € 3.926.750 € 138%
2021 125% 2.818.290 € 236 14.584 € 3.441.824 € 122%
2022 125% 2.804.964 € 257 14.739 € 3.787.923 € 135%
125% 2.791.369 224 15.051 3.371.424 121%
Realisatie doelstelling De jaardoelstelling is op dit moment niet gehaald. Door mutaties achteraf stijgt het percentage echter nog wel. N.B. het percentage wordt negatief beïnvloedt door het succes van het matchingsteam.
Bron: Suite voor Sociaal Domein en Key2Financiën
Na afloop van een kwartaal worden nog uitkeringen beëindigd met terugwerkende kracht. Er is altijd sprake van een na-ijleffect, dat in latere kwartaalrapportages naar voren komt. Door de crisisomstandigheden (corona, inflatie, energie is het merkbaar lastiger geworden om volledige uitstroom naar werk te realiseren. Uit recent onderzoek van de gemeente Den Haag blijkt dat een beperkt deel (10 procent) van de bijstandsgerechtigden die al langer bijstand krijgen, direct perspectief op werk heeft. Vacatures en opleidingsniveau van bijstandsgerechtigden sluiten slecht op elkaar aan. Het rendementspercentage in de tabel is ook lager door de inzet van het matchingsteam. Die op het oog vreemde constatering lichten we toe: Bij KPI 1.1 en 5.1 is het matchingsteam genoemd. Dat team schakelt snel met werkgevers om mensen aan het werk te houden als hun huidige baan stopt. Zo wordt uitkeringsafhankelijkheid beperkt of zelfs voorkomen. Het team is succesvol en heeft veel inwoners aan een baan geholpen. Het merendeel daarvan komt niet in bovenstaande berekening tot uiting. Er was immers nooit instroom, dus ook geen uitstroom. Als we de helft van de 62 succesvolle koppelingen van het matchingsteam zouden meenemen in de berekening, leidt dat tot een hoger rendement. Het komt dan uit op 121 procent.
Rapportage 4e kwartaal 2022
Pagina 11 van 34
Werk en Inkomen Lekstroom
KPI 5.3 | Gemiddeld percentage klanten dat parttime werkt Trendpercentage parttime werkenden (trend afgelopen 12 maanden) 2019 2020 Referentie benchmark Jun Dec Jun Doelstelling WIL 7,0% 7,5% 7,0% 7,0% 6,8% Realisatie WIL 8,9% 9,0% 8,7% Benchmark grootteklasse 8,6% 8,7% 8,3% Benchmark regio 10,0% 10,1% 9,7% Benchmark alle deelnem.
[Uitkomst] Procent 2021 Dec
Mrt
6,2% 8,2% 7,8% 9,3%
Jun 5,9% 7,9% 7,6% 9,1%
2022 Sep
7,5% 5,9% 7,9% 7,0% 9,1%
5,8% 7,9% 7,4% 9,2%
Dec
Mrt
6,0% 7,8% 7,6% 9,0%
Jun 6,1% 7,7% 7,8% 9,0%
Sep
7,5% 6,2% 7,9% 7,9% 9,0%
Dec
6,3% 7,8% 8,3% 9,0%
6,3% 7,8% 7,9% 9,1%
Realisatie doelstelling Het percentage voor WIL ligt 1,2 procentpunt onder de doelstelling. De benchmarkwaarden van de gebruikte referenties zijn veel beter.
Bron: Divosa Benchmark Werk & Inkomen
In de Lekstroom is de gemiddelde bijstandsdichtheid laag. De taakstelling voor de huisvesting van statushouders is gebaseerd op het inwonertal, niet op bijstandshuishoudens. Zij maken in de Lekstroom nog steeds een belangrijk deel uit van het bestand. Het aantal parttime werkenden binnen die groep is echter beperkt (Bron: CBS 15-04-2021). Daardoor valt het percentage parttime werkenden binnen het gehele bestand lager uit. Dat neemt niet weg dat er op dit punt nog flink te winnen valt: meer participatie en voldoening voor de klant en lagere kosten voor WIL.
KPI 5.4 | Gemiddelde inkomsten uit parttime werk
[Uitkomst]
Gemiddelde inkomsten parttime werkenden (trend afgelopen 12 maanden) 2019 2020 Referentie benchmark Jun Dec Jun Doelstelling WIL 672 679 713 Realisatie WIL 582 590 598 Benchmark grootteklasse 599 626 663 Benchmark regio 566 584 590 Benchmark alle deelnem.
Bedrag x € 1 2021 Dec
Mrt 705 608 671 605
2022
Jun Sep Gemiddelde benchmark + 10% 726 722 725 609 612 626 659 682 687 605 612 620
Dec
Mrt 750 638 691 625
Jun 730 640 703 635
Sep 730 642 710 642
Dec 733 653 716 661
714 701 723 671
Realisatie doelstelling Het gemiddelde binnen WIL ligt nu 6,4 procent boven de benchmark. De trend van WIL is dalend, de trends van de benchmark niet.
Bron: Divosa Benchmark Werk & Inkomen
KPI 5.5 | Cumulatieve uitstroom afgelopen 12 maanden 12-maands trendpercentages cumulatieve uitstroom (totaal) 2019 Gemeente Dec Jun 32,0% 34,0% Houten 33,3% 26,4% IJsselstein 29,8% 23,7% Lopik 29,3% 27,1% Nieuwegein
[Uitkomst] Procent 2020
Jun 31,0% 23,8% 22,3% 26,3%
2021 Dec 33,1% 29,4% 27,8% 28,0%
Mrt 29,4% 29,1% 26,0% 27,4%
Jun 31,7% 30,1% 30,3% 28,0%
2022 Sep 31,8% 26,6% 27,6% 27,9%
Dec 32,4% 27,5% 29,6% 27,8%
Mrt 32,3% 25,0% 26,1% 30,1%
Jun 29,7% 26,1% 27,3% 28,3%
Sep 29,6% 23,8% 27,5% 26,6%
Dec 29,7% 22,8% 28,3% 25,6%
Bron: Divosa Benchmark Werk & Inkomen
Het cumulatieve percentage wordt uitgedrukt als een percentage van het volume algemene bijstand van 12 maanden geleden. De trend vertoont een wisselend beeld voor de Lekstroomgemeenten. Voor de benchmark wordt een afwijkende definitie van het volume gebruikt, namelijk de betaalde uitkeringen. Voor WIL is het recht op een uitkering op de peildatum bepalend, onafhankelijk van de betaling.
Rapportage 4e kwartaal 2022
Pagina 12 van 34
Werk en Inkomen Lekstroom
KPI 5.6 | Uitkeringsduur van degenen die uitstromen naar werk of zelfstandig beroep
[Uitkomst]
Uitkeringsduur tot aan moment van uitstroom in 2019 naar werk e.d. Aantal uitkeringen Uitkeringsduur van degenen die in 2019 zijn uitgestroomd naar (ongesubsidieerd) werk of zelfstandig beroep of bedrijf Gemeente < 0,5 jaar 0,5-1 jaar 1-1,5 jaar 1,5-2 jaar 2-3 jaar 3-5 jaar 5-10 jaar > 10 jaar Totaal 14 5 5 4 17 11 12 4 72 Houten 15 7 5 2 6 4 8 1 48 IJsselstein 4 2 1 2 3 2 1 1 16 Lopik 31 19 7 2 17 20 11 5 112 Nieuwegein Totaal 64 33 18 10 43 37 32 11 248 Verhouding
25,8%
13,3%
7,3%
4,0%
17,3%
14,9%
12,9%
Het totaal van 2019 wijkt af van de waarde bij KPI 1.2. Daar zijn namelijk ook de aantallen van Vianen meegeteld. Ze zijn echter niet in deze tabel opgenomen.
Plus 30 van Vijfheerenlanden, dus 278 in totaal.
4,4%
Uitkeringsduur tot aan moment van uitstroom in 2020 naar werk e.d. Aantal uitkeringen Uitkeringsduur van degenen die in 2020 zijn uitgestroomd naar (ongesubsidieerd) werk of zelfstandig beroep of bedrijf Gemeente < 0,5 jaar 0,5-1 jaar 1-1,5 jaar 1,5-2 jaar 2-3 jaar 3-5 jaar 5-10 jaar > 10 jaar Totaal 19 6 2 3 8 9 4 2 53 Houten 15 9 6 4 4 8 4 1 51 IJsselstein 6 1 2 1 10 Lopik 59 9 10 6 9 15 13 1 122 Nieuwegein Totaal 99 25 18 13 21 34 22 4 236 Verhouding
41,9%
10,6%
7,6%
5,5%
8,9%
14,4%
9,3%
1,7%
Uitkeringsduur tot aan moment van uitstroom in 2021 naar werk e.d. Aantal uitkeringen Uitkeringsduur van degenen die in 2021 zijn uitgestroomd naar (ongesubsidieerd) werk of zelfstandig beroep of bedrijf Gemeente < 0,5 jaar 0,5-1 jaar 1-1,5 jaar 1,5-2 jaar 2-3 jaar 3-5 jaar 5-10 jaar > 10 jaar Totaal 16 7 9 7 6 12 10 2 69 Houten 14 8 4 3 4 5 9 2 49 IJsselstein 9 1 1 2 2 2 17 Lopik 36 16 14 10 11 9 23 3 122 Nieuwegein Totaal 75 32 28 22 23 28 42 7 257 Verhouding
29,2%
12,5%
10,9%
8,6%
8,9%
10,9%
16,3%
2,7%
Uitkeringsduur tot aan moment van uitstroom in 2022 naar werk e.d. Aantal uitkeringen Uitkeringsduur van degenen die in 2022 zijn uitgestroomd naar (ongesubsidieerd) werk of zelfstandig beroep of bedrijf Gemeente < 0,5 jaar 0,5-1 jaar 1-1,5 jaar 1,5-2 jaar 2-3 jaar 3-5 jaar 5-10 jaar > 10 jaar Totaal 17 8 6 2 5 4 8 1 51 Houten 14 1 3 2 4 9 7 2 42 IJsselstein 1 1 1 1 1 1 1 7 Lopik 26 10 7 12 9 11 12 6 93 Nieuwegein Totaal 58 20 17 17 19 25 28 9 193 Verhouding
30,1%
10,4%
8,8%
8,8%
9,8%
13,0%
14,5%
Hier geldt hetzelfde als bij KPI 5.2. Door beëindiging van uitkeringen met terugwerkende kracht, volgt nog bijstelling in de komende maanden. Zie ook de informatie over het matchingsteam bij KPI 1.1, 5.1 en 5.2.
4,7%
Bron: Suite voor Sociaal Domein
Rapportage 4e kwartaal 2022
Pagina 13 van 34
Werk en Inkomen Lekstroom
Doelstelling 6 - Middelen van WIL worden doelmatig en rechtmatig ingezet KPI 6.1 | Instroom en herinstroom Instroomreden Aantal ingestroomde huishoudens Waarvan naar Wegvallen inkomsten werk of uitkering Beëindiging huwelijk of relatie Oorzaak bij partner Beëindiging studie Verhuizingen Einde detentieperiode Statushouders/nieuwkomers Normwijziging Bereiken leeftijdgrens (21 jaar) Niet kunner Overige redenen Totaal Waarvan Vianen/Vijfheerenlanden
[Uitkomst] 2019 694 Aantal 186 56 11 27 130 17 61 27 25 1 153 694
2020 737 % 26,8% 8,1% 1,6% 3,9% 18,7% 2,4% 8,8% 3,9% 3,6% 0,1% 22,0% 100,0%
Aantal 248 26 8 39 148 16 67 33 22 4 126 737
2021 632 % 33,6% 3,5% 1,1% 5,3% 20,1% 2,2% 9,1% 4,5% 3,0% 0,5% 17,1% 100,0%
2022 553
Aantal 160 35 12 32 125 15 97 20 36
% 25,3% 5,5% 1,9% 5,1% 19,8% 2,4% 15,3% 3,2% 5,7%
Aantal 127 27 7 38 109 15 107 12 32
% 23,0% 4,9% 1,3% 6,9% 19,7% 2,7% 19,3% 2,2% 5,8%
100 632
15,8% 100,0%
79 553
14,3% 100,0%
68
Bron: Suite voor Sociaal Domein
Naast de instroom is het belangrijk om vast te stellen of een huishouden na eerdere uitstroom weer afhankelijk wordt van een uitkering. Dat is de herinstroom. Die geeft een indicatie van de duurzaamheid van de gerealiseerde uitstroom. In de volgende tabellen is dat weergegeven voor herinstroom binnen 6 resp. 12 maanden. Gemiddeld percentage herinstroom binnen 6 maanden (12-maands trend) 2019 2020 Periode Jun Dec Jun Doelstelling WIL 8,3% 7,5% 6,5% Realisatie WIL 10,7% 10,4% 9,6% Benchmark grootteklasse 8,3% 8,6% 8,4% Benchmark regio 8,8% 8,6% 8,4% Benchmark alle deelnem.
2021 Dec Mrt Jun Sep Dec Mrt Geen, doelstelling is geformuleerd op herinstroom binnen 12 maanden 6,0% 5,8% 6,4% 7,5% 7,4% 8,5% 7,8% 7,8% 7,7% 8,4% 8,5% 9,2% 5,7% 5,0% 3,7% 4,7% 5,1% 5,4% 7,0% 7,0% 6,6% 7,0% 7,1% 7,2%
2022 Jun 9,1% 9,6% 6,5% 7,4%
Sep 8,2% 9,6% 7,2% 7,8%
Dec 7,9% 9,4% 7,2% 7,8%
Bron: Divosa Benchmark Werk & Inkomen
Gemiddeld percentage herinstroom binnen 12 maanden (12-maands trend) 2019 2020 Periode Jun Dec Jun Dec Doelstelling WIL 3% onder land. gemidd. 3% onder land. gemidd. 12,3% 12,6% 12,9% 12,2% Realisatie WIL 17,8% 17,0% 16,3% 14,4% Benchmark grootteklasse 14,7% 15,1% 14,1% 11,8% Benchmark regio 15,7% 15,1% 14,8% 12,9% Benchmark alle deelnem.
2021 Mrt Jun Sep Dec Score WIL ligt 3% onder het landelijk gemiddelde 10,7% 10,8% 11,7% 11,3% 14,2% 13,8% 14,2% 14,5% 10,9% 8,6% 8,6% 9,3% 12,8% 12,2% 12,2% 12,5%
2022 Mrt Jun Sep Dec Score WIL ligt 3% onder het landelijk gemiddelde 12,7% 14,8% 13,4% 12,1% 15,5% 16,3% 16,5% 16,5% 9,3% 10,7% 11,7% 11,9% 12,7% 13,1% 13,6% 13,6%
Realisatie doelstelling De percentages ten opzichte van de benchmark zijn verbeterd, maar de doelstelling is nog buiten bereik.
Bron: Divosa Benchmark Werk & Inkomen
De trend van beide percentages is dalend. Binnen de benchmark zijn de verschillen groot. Voor de herinstroom binnen 12 maanden loopt het uiteen van 0 procent tot 18,4 procent. In de regio varieert dat van 8,5 procent tot 15,2 procent. De benchmark hanteert ongewogen gemiddelden. Met het bijstandsvolume van de deelnemers wordt geen rekening gehouden. Voor kleinere gemeenten als Lopik hebben verschillen van 1 of 2 huishoudens grote invloed op de percentages.
Rapportage 4e kwartaal 2022
Pagina 14 van 34
Werk en Inkomen Lekstroom
KPI 6.2 | Verrekende inkomsten BUIG
[Uitkomst]
Tot de peildatum werden de onderstaande bedragen verrekend met de uitgaven BUIG (Participatiewet, IOAW, IOAZ en BBZ starters levensonderhoud). Ook Loonkostensubsidies ten laste van het BUIG-budget tellen mee. De inkomsten betreffen debiteurenontvangsten. Het saldo van uitgaven en inkomsten komt ten laste van het BUIG-budget dat de gemeenten van het Ministerie van SZW ontvangen. Het Ministerie van SZW houdt bij de budgetbepaling rekening met een landelijk macrobedrag aan inkomsten. De interne doelstelling voor die inkomsten is vanwege de gewijzigde berekening van de beslagvrije voet verlaagd. Voor 2022 hanteren we 1,5 procent (was 2,0). Bedrag x € 1
Uitgaven en inkomsten ten laste van BUIG-budget Component
Houten
Doelstelling WIL Uitgaven BUIG dit jaar t/m deze periode Verrekende ontvangsten debiteuren Saldo uitgaven minus inkomsten Percentage verrekende inkomsten
7.774.535 92.895 7.681.640 1,19%
IJsselstein
Lopik
Nieuwegein
1,5% van de uitgaven 7.184.586 2.227.283 18.933.624 200.214 29.037 301.570 6.984.372 2.198.246 18.632.054 2,79% 1,30% 1,59%
Totaal
36.120.028 623.716 35.496.312 1,73%
Realisatie doelstelling Het doel is gehaald, mede dankzij een grote ontvangst voor IJsselstein in december. Met een klant zijn meerdere jaren uitkering verrekend.
Bron: Key2Financiën
Doelstelling 7 - De prioriteit ligt bij jongeren en kansrijke klanten KPI 7.1 | Aantal klanten Participatiewet met specifieke weergave jongeren
[Input]
Aantal bijstandshuishoudens met een uitkering die ten laste komt van het BUIG-budget (inclusief levensonderhoud BBZ-starters en -gevestigden), per het einde van de genoemde periode 2019 2020 2021 2022 Totaal volume BUIG Q4 Q1 Q2 Q3 Q4 Q1 Q2 Q3 Q4 Q1 Q2 516 530 532 516 517 516 514 506 496 503 508 Houten 498 507 503 490 481 487 480 461 457 456 462 IJsselstein 125 126 130 127 135 132 128 127 125 128 129 Lopik 1.216 1.223 1.249 1.259 1.263 1.285 1.274 1.254 1.244 1.236 1.221 Nieuwegein Totaal 2.355 2.386 2.414 2.392 2.396 2.420 2.396 2.348 2.322 2.323 2.320
Aantal Q3 511 473 129 1.226 2.339
Q4 526 479 136 1.208 2.349
Bron: Suite voor Sociaal Domein en Bureau Zelfstandigen gemeente Utrecht
Samenstelling bestand (exclusief BBZ) per gemeente op de peildatum, verdeeld naar leeftijd en geslacht: Jonger dan 27 jaar 27 jaar en ouder Bestand naar leeftijd en geslacht Man Vrouw % v. totaal Man Vrouw % v. totaal Doelstelling WIL Aantal jongeren afhankelijk van een uitkering is 11,0% van het totaal Houten 62 52 21,8% 194 215 78,2% IJsselstein 26 21 9,9% 201 228 90,1% Lopik 5 7 8,8% 59 65 91,2% Nieuwegein 73 73 12,2% 510 544 87,8% Totaal 166 153 964 1.052
Realisatie doelstelling Het aandeel jongeren was aan het eind van het 4e kwartaal 13,66%. Vorig kwartaal was het 13,35%. Vooral Houten liet groei zien; van 98 huishoudens eind Q3 naar 114 nu.
Het doel is sinds 2021 verder aangescherpt van 11,5% naar 11,0%. N.B. Dat doel is begin 2020 bepaald, voor het uitbreken van de crises. Sindsdien is 11,0% niet meer reëel haalbaar. Houten heeft in 2022 veel statushouders gehuisvest. De taakstelling was 42 en de realisatie 61. Daarvan waren er 32 jonger dan 27 jaar en vaak alleenstaand, mede vanwege het woningaanbod. Dat heeft grote invloed op de omvang en samenstelling van het bijstandsvolume in Houten.
Bron: Suite voor Sociaal Domein
KPI 7.2 | Instroompercentage jongeren
[Input]
Instroompercentage jongeren Selectie Doelstelling WIL Totale instroom (aantal huishoudens) Waarvan < 27 jaar Instroompercentage jongeren
2019
694 205 29,5%
2020
2021
25% van de instroom 737 632 244 199 33,1% 31,5%
2022
553 214 38,7%
Realisatie doelstelling De totale instroom bleef dit jaar tot nu toe beperkt. Het aandeel jongeren blijft toenemen, ook in het bestand (zie KPI 7.1).
Bron: Suite voor Sociaal Domein
Rapportage 4e kwartaal 2022
Pagina 15 van 34
Werk en Inkomen Lekstroom
KPI 7.3 | Percentage werkloze jongeren (16-22 jaar)
Gemeente Nederland Houten IJsselstein Lopik Nieuwegein
2019
2020 2% 1% 1% 1% 2%
[Uitkomst]
2021 2% 2% 2% 1% 2%
2% 1% 1% 1% 2%
Procent 2022 -
Deze informatie verstrekt het CBS. Ze wordt in afgeronde vorm door het CBS gepubliceerd. Het betreft personen van 16 t/m 22 jaar die als werkzoekende staan ingeschreven bij het UWV Werkbedrijf en tegelijkertijd geen baan hebben als werknemer. Gegevens over 2021 zijn in het 4e kwartaal van 2022 gepubliceerd.
Deze informatie komt niet rechtstreeks van WIL, maar is voor gemeenten beschikbaar via
www.waarstaatjegemeente.nl
Doelstelling 8 - Relaties met werkgevers worden uitgebreid en bestaand relaties worden versterkt KPI 8.1 | Waardering door werkgevers Waarderingscijfers werkgevers Jaar Score op waardering door werkgevers
[Uitkomst]
2019
2020
Geen meting Geen meting
2021
2022
7,7
Geen meting
Het cijfer drukt de waardering door de werkgevers uit op een schaal van 1 tot 10. Het voor 2020 geplande onderzoek werd vanwege de coronacrisis verplaatst naar 2021. In 2022 is geen meting uitgevoerd.
Bron: Klanttevredenheidsonderzoek werkgevers WGSP
KPI 8.2 | Aantal plaatsingen via werkgeversbenadering
[Uitkomst]
Plaatsingen werkgeversbenadering Type plaatsing Actieplan jeugdwerkloosheid BBL Arbeidsovereenkomst (on)bepaald Beschut werk Dagbesteding Detachering Garantiebaan Nieuw beschut Proefplaatsing i.r.t. de banenafspraak Social Return On Investment Werkervaring met baanintentie WSW Werkervaring zonder baanintentie Van werkervaringsplaats naar hoger Participatieplaats Totaal
Aantal 2019 Totaal
2020 Q3+Q4
Q1+Q2 67 5 312 1
2 113
Totaal
5 140
2021 Q3+Q4
Q1+Q2 7 253
Totaal
2 103 1
1 91
1 2
204
4 78
3 95
7 173
5 121 2
4 123 4
40 143
22 31
14 37
36 68
63 3
10 2 1 263
1 4 9 308
11 6 10 571
8 41 10 1 1 4 299
23 28 10 2
838
1 290
2022 Q3+Q4
Q1+Q2 3 194 2 2 9 244 6 31 69 20 3 1 5 589
89
Doelstelling Totaal 1 95
1 184
113 5 8 25 12 8
127 5 2 7 5
240 10 8 27 19 13
260
242
502
Aantal plaatsingen is 825, waarvan 200 op een garantiebaan
Realisatie doelstelling Het aantal plaatsingen op garantiebanen is gehaald. Het totaal aantal plaatsingen blijft achter bij de doelstelling van 825 plaatsingen. Die dateert van begin 2020 en is niet aangepast nadat de opeenvolgende crises uitbraken.
Bron: Registratie Werkgeversservicepunt
Een plaatsing vanuit het werkgeversservicepunt is iets anders dan uitstroom uit de uitkering. Een plaatsing vergroot wel de kans daarop. Of er daadwerkelijk uitstroom volgt, hangt af van het succes van de koppeling. Dat geldt vooral voor plaatsingen op arbeidsovereenkomsten. De werkgever moet tevreden zijn met de kandidaat. En het geldt ook voor plaatsingen op garantiebanen. Als de garantiebaan definitief wordt, blijkt dat pas later. In de crisistijd waren werkgevers zeer terughoudend met het maken van afspraken, fysieke contacten en personeelswerving. Ze waren vooral bezig met het hoofd boven water te houden. De acute ernst van de crisis lijkt wat afgenomen, maar de problemen van werkgevers zijn niet opgelost. Integendeel, veel bedrijven en werkgevers komen in moeilijkheden nu ze de ontvangen rijkssteun moeten terugbetalen. De torenhoge energieprijzen en inflatie zijn de volgende problemen die ze het hoofd moeten bieden. Het WGSP houdt contact met relaties en ondersteunt werkgevers onder de gegeven omstandigheden zo goed mogelijk. De bemiddeling stond door Covid-19 lange tijd op een laag pitje en verliep vooral veel trager dan gebruikelijk. De tweede lockdown verergerde dat. We blijven op zoek naar de mogelijkheden voor werkgevers, die wel personeel zoeken. Dat is zeker in deze krappe arbeidsmarkt van belang.
Het matchingsteam speelt een belangrijke rol bij snelle bemiddeling van mensen die zich melden. De samenwerking met private partijen en binnen de arbeidsmarktregio is essentieel voor het bedienen van klanten die een beroep doen op onze dienstverlening en ondersteuning.
Rapportage 4e kwartaal 2022
Pagina 16 van 34
Werk en Inkomen Lekstroom
Doelstelling 9 - WIL draagt bij aan het zoveel mogelijk terugdringen van de financiële aspecten van armoede die zelfstandige participatie in de weg staan en de maatschappelijke kosten die dit oplevert KPI 9.1 | Percentage succesvolle schuldregelingen van het totale aantal
[Uitkomst]
Beëindigde dossiers schuldhulpverlening
Procent
Mate van succes
2019
Aantal beëindigde dossiers Waarvan: Succesvol Niet succesvol Overig (overleden, verhuisd, eigen verzoek, incompleet)
2020
2021
2022
869
655
562
495
62,6% 25,0% 12,4%
56,6% 23,4% 20,0%
49,6% 17,4% 32,9%
50,7% 10,5% 38,8%
Bron: Key2Schuldhulpverlening
Slagingspercentages schuldhulpverlening Product/dienst Saneringskrediet Schuldbemiddeling en -registratie Wettelijke schuldregeling WSNP
Procent Doelstelling Realisatie 2019 WIL 2020 86,0% 90% 83,1% 85% 76,9% 90%
Doelstelling Realisatie 2020 WIL 2021 85,0% 90% 81,5% 85% 83,3% 80%
Doelstelling Realisatie 2021 WIL 2022 80,0% 90% 91,3% 85% 63,6% 80%
Realisatie 2022 91,4% 77,4% 80,0%
Realisatie doelstelling De doelen zijn in 2022 veelal gehaald. Meerdere oorzaken voor niet succesvol liggen buiten de invloed van WIL.