CConstaterende datNeder-Betuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

Zienswijzennota gecoördineerde ontwerpbesluiten (n.a.v. vraag 18)

Raadsvergadering 29 september 2022, gemeente Neder-BetuweBij agendapunt: Bestemmingsplan 'Willemspolder fase 1'15.993 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Voorschrift 15 In de considerans wordt volgens de indieners in tabel 4 aangegeven dat er in een termijn van 3 jaar opnieuw onderzoek gedaan moet worden, maar per abuis lijkt in voorschrift 15 een periode van 5 jaar te zijn opgenomen voor het opnieuw uitvoeren van een onderzoek. Zij verzoeken om voorschrift 15 hierop aan te passen. Reactie: De in het vergunningvoorschrift genoemde termijn is de juiste. Tabel 4 ‘Beoordeling van het toetsingskader’ bevat een verschrijving en is hierop aangepast. 10)

Voorschrift 16 De indieners vragen wanneer verplichte mitigerende maatregelen moeten worden uitgevoerd en verzoeken hierbij een termijn op te nemen. Reactie: Conform voorschrift 27 moeten de vleermuiskasten tussen april en oktober aangebracht worden en moeten aanwezig zijn minimaal 1 maand vóór aanvang van de kap van de boom waarin zich de verblijfplaats van de ruige dwergvleermuis bevindt. Voor de buizerd en bever is er voldoende 23

alternatief leefgebied beschikbaar en komt er nieuw leefgebied in de vorm van aanplant van ooibos tijdens de looptijd van het project.

Voorschrift 19 Door Indieners wordt gevraagd waarom in voorschrift 19 een uitzondering wordt gemaakt op het verbod om struiken en bomen weg te halen in het broedseizoen (15 maart-15 juli). Reactie: In principe moet buiten het broedseizoen gewerkt worden, echter in de praktijk is dat bij grote projecten niet altijd haalbaar, dat is de reden dat de uitzondering is opgenomen. Het is verboden om bezette nesten van vogels te verstoren, daarom dient altijd eerst een nestcontrole plaats te vinden voordat werkzaamheden plaatsvinden. Indien bezette nesten aanwezig zijn moeten deze ongemoeid blijven tot de jongen het nest uit eigen beweging verlaten hebben.

Voorschrift 21 en 22 Deze voorschriften hangen naar de mening van indieners samen met de tijdelijke vergunning voor het bedrijventerrein, waarin geen sprake is van sloop van het bestaande gebouw. De indieners zijn van mening dat pas bij sloop een ontheffing voor verstoring van de vleermuis moet worden aangevraagd. Reactie: Naar onze mening zijn de voorschriften duidelijk en dient een jaar voor de beoogde sloopwerkzaamheden op het steenfabrieksterrein een nader onderzoek naar beschermde soorten in de te slopen gebouwen plaats te vinden, waarna zo nodig een verzoek om ontheffing van de verbodsbepalingen die aan de orde zijn voor deze soorten kan worden ingediend. Voorschrift 21 is in het definitieve besluit verduidelijk op dit punt. 11)

Geen vissen aangetroffen De indieners vragen zich af hoe het kan dat er in het gebied geen vissen zijn aangetroffen en op welke wijze is het onderzoek daartoe is uitgevoerd. Gewezen wordt op de functie van het gebied als kraamkamer is van de (snoek)baars en op de activiteiten van een beroepsvisser. De indieners zien graag in de toekomst een afsluiting van de ingang van het gebied vanaf de Waal. Reactie: Op basis van het ecologisch onderzoek bij de aanvraag zijn in het gebied zijn geen beschermde vissoorten aangetroffen of worden vanwege het ontbreken van geschikt leefgebied niet verwacht. Wel zijn er algemene vissoorten aanwezig zoals voorn, brasem en karper en roofvis zoals snoek, snoekbaars en baars, maar deze soorten zijn niet beschermd door de Wet natuurbescherming. Het vissen door een beroepsvisser is geen onderdeel van deze ontheffing op grond van de Wet natuurbescherming.

Natuurontwikkeling De indieners vragen op welke wijze duurzaamheid en mobiliteit in het plan aan bijdragen aan natuurontwikkeling. Reactie: Willemspolder fase 1 betreft een integrale gebiedsontwikkeling op basis van 5 doelstellingen: bouwgrondstoffenbehoefte, hoogwaterveiligheid, natuurontwikkeling, landschapsinrichting en recreatie en duurzaamheid en mobiliteit. In het MER wordt het plan op basis van alle doelstellingen geoptimaliseerd. Strijdige belangen tussen de doelstellingen zijn zoveel mogelijk opgeheven en milieueffecten geminimaliseerd. Het opwekken van groene stroom en het elektrisch winnen en 24

klasseren van bouwgrondstoffen heeft minder uitstoot tot gevolg, wat een positief effect heeft op de natuurdoelstelling. De opwekking van duurzame energie met een drijvend zonnepark van 6 ha en 5000m2 zon op dak heeft daarbij geen negatieve effecten op de natuurdoelstelling. Hoewel op basis van het MER twee windmolens en de productie van waterstof (in een vloeibaar medium / LOHC) als scheepvaartbrandstof als inpasbaar zijn beoordeeld is daar in het bestemmingsplan en de vergunningaanvragen nog niet voor gekozen. Het bevorderen van scheepvaartmobiliteit om transport over de weg tegen te gaan is een positief milieueffect en heeft geen significante negatieve gevolgen voor de natuurdoelstelling.

Zienswijze bescherming Wulp Door de indieners wordt verzocht in het besluit een verduidelijking op te nemen van de fasering van omvorming van landbouwgrond naar natuur in relatie tot de instandhoudingsdoelstellingen voor de wulp. Reactie: De instandhoudingsdoelstellingen voor de wulp zijn in deze ontheffing niet in het geding, verwezen wordt naar de vergunning Wet natuurbescherming voor gebiedsbescherming. In deze vergunning is geregeld dat de bouwstoffen-hub als dominante stikstofbron pas in gebruik mag worden genomen als de agrarische activiteiten op de percelen binnen het plangebied daadwerkelijk zijn beëindigd. Op basis van de fasering die op basis van figuur 8 uit bijlage 2 van de ontheffing voor soorten is gewaarborgd dat tijdens de realisatie steeds voldoende leefgebied voor de wulp beschikbaar blijft. Eindconclusie met betrekking tot het definitieve besluit De ingediende zienswijzen leiden tot enkele kleine tekstuele verduidelijkingen in het definitieve besluit.

25

7 Ontwerpbesluit omgevingsvergunning activiteit milieu 7.1 Diverse inwoners IJzendoorn en Stichting Milieuwerkgroep Midden Betuwe Zienswijzen algemeen

Tijdelijke vergunning voor onbepaalde tijd Door indieners wordt aangegeven dat de vergunning voor onbepaalde tijd is afgegeven en gesteld wordt dat als de activiteiten beëindigd zijn, er een 'verzoek tot intrekking' gedaan kan worden door de vergunninghouder. Omdat de aanvraag spreekt over een periode van 15 jaar voor de werkzaamheden vragen indieners zich af of en op welke wijze de intrekking straks afgedwongen gaat worden. Reactie: Doordat de inrichting conform voorschrift 1.1.1 enkel in bedrijf mag zijn conform de bedrijfssituatie zoals is beschreven in hoofdstuk 4 ‘Werkzaamheden’ van het rapport akoestisch onderzoek is de vergunninghouder ook gebonden aan de planning en fasering van de werkzaamheden. Na afloop van de ontgronding en herinrichting zijn de werkzaamheden beëindigd. Mochten de werkzaamheden veranderen dan zal hier een veranderingsvergunning voor nodig zijn. Omdat in de aanvraag aangegeven wordt dat de vergunning aangevraagd wordt tot 2037, is dit ook in het besluit opgenomen. Hiermee is rekening gehouden met enige uitloop van werkzaamheden. Zoals ook blijkt uit de toelichting zijn de herinrichtingswerkzaamheden volgens planning 10 jaar na aanvang van de start van het werk klaar. Vanaf dan kan ook om intrekking van de vergunning verzocht worden.

Tijdsplanning Door indieners wordt aangegeven dat de in de vergunning opgenomen tijdsplanning niet meer klopt. Reactie: Het klopt dat door de opgetreden vertraging in het vergunningverleningsproces, later zal worden gestart. Op basis van de planning en fasering in hoofdstuk 4 ‘Werkzaamheden’ van het rapport akoestisch onderzoek wordt uitgegaan van de start van de werkzaamheden in 2022. Het is inmiddels duidelijk dat sprake is van tenminste een half jaar vertraging ten opzichte van deze planning. Daarom is voorschrift 1.1.1 aangepast om met deze vertraging om te gaan. 1) Zienswijzen ten aanzien van de voorschriften

Voorschrift 1.5.2. Indieners vragen of voorschrift 1.5.2 álle klachten betreft of alleen klachten over geluid en geur. Daarbij verzoeken Indieners een duidelijke klachtenregeling op te nemen en noemen als voorbeeld een geur- of geluidsbeheersplan. Op deze wijze kunnen omwonenden bij klachten direct contact opnemen met het bedrijf om de klacht voor te leggen en kan het bedrijf kijken wat er aan gedaan kan worden of aangegeven wat de oorzaak is. Hiermee zijn omwonenden, bij goede uitvoering vanuit het bedrijf, direct me geholpen. Reactie: Voorschrift 1.5.2 betreft registratie van alle milieugerelateerde klachten van derden en de actie die door de vergunninghouder is ondernomen om de bron van de klachten te onderzoeken en eventueel weg te nemen. Het is uiteraard een goede zaak als omwonenden bij klachten direct contact opnemen

26

met het bedrijf. Deze klachten ten aanzien van milieu moeten op basis van voorschrift 1.5.2 behandeld en geregistreerd worden.

Voorschrift 4.3.2 Door Indieners wordt aangegeven dat dit controlevoorschrift geluid/trillingen afhankelijk is gesteld van het aantal klachten. Gevraagd wordt waarom er geen verplichting wordt opgenomen om een onderzoek uit te voeren/controle meting te doen binnen 6 maanden nadat het bedrijf conform de vergunning in werking is om te controleren of er aan de normen voldaan wordt. Reactie: Er is een norm gesteld ter bescherming van de omgeving ten aanzien van laagfrequent geluid (LFG). Het staat niet op voorhand vast, dat LFG zich ook bij dit project zal voordoen, mede gelet op het uitgevoerde geluidonderzoek. Op basis van de aanvraag is er in beginsel geen reden om hinder door laagfrequent geluid te verwachten. Onderzoek is daarom niet vereist, vgl. de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 30 september 2020, ECLI:NL:RVS:2020:2308. Daarom is er ook geen controlemeting opgelegd. Indien blijkt, op basis van de in voorschrift 1.5.2 gevraagde klachtenregistratie, dat er in de praktijk toch klachten over LFG zijn, kan het bevoegd gezag op basis van voorschrift 4.3.1 een onderzoek van de vergunninghouder verlangen. Het is dan aan vergunninghouder om aan te tonen dat wordt voldaan aan de normen in voorschrift 4.3.2.

Voorschrift 4.3.3 Het is volgens indieners onjuist om te stellen dat een norm niet van toepassing is als een bewoner weigert mee te werken aan een geluidsmeting. De norm geldt immers wel, maar er kan niet handhavend opgetreden worden indien er geen toestemming gegeven wordt om een meting uit te voeren. Mocht een latere bewoner wel toestemming geven voor een meting dan geldt de norm dus zeker wel op die woning. Reactie: Indien derden geen toestemming verlenen voor doen uitvoeren van metingen is het niet mogelijk om te constateren of aan de normen van voorschrift 4.3.2 wordt voldaan. De voorwaarde om toestemming te hebben om een norm te laten gelden, is een gangbare praktijk. Mocht een latere bewoner wel toestemming geven voor een meting dan geldt de norm uiteraard wel op die woning. Voor de goede orde: de Algemene wet op het binnentreden is daarvoor niet bedoeld. Dat hangt bijvoorbeeld samen met opsporing van strafbare feiten.

Afvoer klei Door Indieners wordt opgemerkt dat voor de afvoer van 10% van de klei per as veel vervoersbewegingen nodig zijn. In de considerans wordt aangegeven: ‘Klei betreft 5.600 ton per dag en totaal circa 1,024 miljoen ton, dat gedurende 6 jaar wordt afgevoerd. De afvoer van klei gaat 90% per schip en 10% per as’. Indieners vragen wat dit in de praktijk betekent. Verder vragen Indieners welke afschermende maatregelen er getroffen worden tegen geluid? In het geluidsrapport stond vermeld dat er een dijkje wordt gecreëerd dat het geluid van de baggerinstallatie zou tegenhouden. Hoe zit dit als het hoogwater is? Reactie: Op basis van voorschrift 1.1.3 is de dagelijkse productiecapaciteit aan klei maximaal 5.600 ton klei. In paragraaf 2.3.2 en de aanvulling MER is de juistheid en consistent gebruik van hoeveelheden en aantallen weergegeven en is een nadere toelichting geven op de vervoersbewegingen voor de afvoer van 10% van de klei per vrachtwagen naar Steenfabriek Schipperswaard.

27

De geluidsbeperkende maatregelen zijn aangegeven in paragraaf 6.2 van het rapport van LBP|Sight, genaamd ‘Willemspolder fase 1 (Ontgrondings- en herinrichtingsactiviteiten) Geluidonderzoek Wabo d.d. 2 december 2021’. Het gaat om tien beschreven maatregelen, waaronder beperkte bronvermogens, een grondwal met bepaalde hoogte en een vaste afstand tussen installaties. Op basis van voorschrift 4.1.2 moeten deze maatregelen aantoonbaar zijn getroffen. In de geluidsberekeningen is uitgegaan van een gemiddeld waterpeil. Ook zal bij hoogwater de uiterwaard overstromen waardoor er geen sprake kan zijn van droog grondverzet. Daarbij zal ook de scheepvaart worden beperkt of gestaakt. De productie van industriezand zal daardoor ook worden beperkt of gestaakt. Het is daarom aannemelijk dat ook bij hoogwater aan de geluidvoorwaarden wordt voldaan. Ter controle is door de initiatiefnemer een aanvullende geluidsberekening uitgevoerd bij waterpeil dat 2 meter hoger ligt dan het gemiddelde.

Luchtkwaliteit In de aanvraag wordt volgens Indieners vermeld dat er stikstofoxiden, koolmonoxide, fijnstof, arseen, cadmium, nikkel, benzo(a)pyreen, benzeen, zwaveldioxide en/of lood in de lucht wordt uitgestoten. De conclusie van de luchtkwaliteit in de considerans is zeer summier onderbouwd. Welke maatregelen worden er dan 'in voldoende mate' getroffen? Reactie: Op basis van het luchtkwaliteitsonderzoek bij de aanvraag is geconcludeerd dat de bijdrage aan de concentratie van deze stof ‘niet in betekenende mate' (NIBM) is. Daarom is het niet nodig om aanvullende voorwaarden aan de vergunning te verbinden. De elektrificatie van een aantal werktuigen zoals de drijvende zuiger (Emmy) en de drijvende verwerkingsinstallatie kunnen beschouwd worden als goede maatregelen om de luchtemissies als gevolg van het project te verminderen.

Grind Indieners vragen wat er met het gewonnen grind gebeurt. Reactie: Naast zand maakt een fractie grind onderdeel uit van het materiaal dat door de zandzuiger wordt gewonnen. Dit mengsel wordt naar de klasseerinstallatie verpompt, waar de fractie grind wordt afgezeefd. Het wordt vervolgens gebroken tot zogenaamd kif en aan het industriezand toegevoegd.

28

Geluid mer rapport In het mer rapport wordt volgens indieners gesproken over de mogelijkheid van het vaststellen van hogere grenswaarden. Voordat men overgaat tot dergelijke maatregelen, zal toch eerst beoordeeld moeten worden op welke wijze het bedrijf zelf het geluid verder kan reduceren? Reactie: Het MER-rapport is opgesteld voorafgaand aan de aanvraag om omgevingsvergunning milieu. Bij de aanvraag is het geluidrapport beoordeeld en door aanvrager geactualiseerd en specifiek gemaakt voor het ontgronden en herinrichten. Op basis van de resultaten van dit geluidsonderzoek (LBP|Sight: Willemspolder fase 1 (Ontgrondings- en herinrichtingsactiviteiten) Geluidonderzoek Wabo, R087286ab.21D8RC9.rvw, versie 03_001 d.d. 2 december 2021) zijn de geluidsvoorschriften opgesteld. Het vaststellen van hogere grenswaarden is niet aan de orde. Wel zijn enkele berekende waarden in de tabel aangepast omdat niet lager dan de streefwaarde (in de dag-, avond en nachtperiode respectievelijk 40, 35, 30 dB(A)) wordt vergund. Zienswijzen ten aanzien van het geluidrapport (rapport ‘Willemspolder fase 1 (Ontgrondings- en herinrichtingsactviteiten), Geluidonderzoek Wabo’, Kenmerk: R087286ab.2108RC9.rvw Versie: 03.001, datum: 2 december 2021). Hierna: het geluidrapport.

Bladzijde 3; uitvarende schepen Indieners merken op dat schepen ook het gebied uitvaren en dat hieraan een maximum is gesteld. Reactie: Het is juist dat er geen maximum is gesteld aan de schepen die in- of uitvaren. Het geluidrapport is bedoeld om inzage te geven in de geluidrelevante activiteiten van het project. Vervolgens is op basis hiervan een geluidsnorm vastgelegd in de omgevingsvergunning milieu. Schepen kunnen het gebied inderdaad niet alleen invaren, maar ook uitvaren. De geluidbelasting als gevolg van de in- en uitvarende schepen is door ons getoetst, en aanvaardbaar geacht. De waarden voldoen aan de streefwaarden voor de avondperiode (35 dB(A)) en nachtperiode (30 dB(A)). In het geluidrapport behorende bij het MER is dit uitvoerig onderzocht. Ten aanzien van de schepen is uit zorgvuldigheid één aankomend of vertrekkend (zand)schip tussen 19.00 en 23.00 uur (avondperiode) en één aankomend of vertrekkend (zand)schip tussen 23.00 – 07.00 uur (nachtperiode) berekend. Waar tijdens de ontgronding de hoogste geluidbelastingen optreden is in het geluidrapport in beeld gebracht in tabel 6.1 (voor maatregelen) en tabel 6.2 (na maatregelen).

Bladzijde 6; ontgrondingsactiviteiten uit het verleden Door Indieners wordt gevraagd waarom de omgevingsvergunning milieu voor ontgrondingsactiviteiten uit het verleden wordt vermeld. Reactie: Bij wijze van referentie is in het geluidrapport aangegeven dat de geluidbelastingen lager zullen zijn dan in het verleden (op basis van de vergunning in uit 1996) was toegestaan. De vergunning op grond van de Wet milieubeheer voor de reeds gestaakte ontgrondingsactiviteiten is destijds verleend voor onbepaalde tijd. Het is niet mogelijk dat op één locatie meerdere vergunde inrichtingen aanwezig zijn. Daarom is, op verzoek van de initiatiefnemer, de milieuvergunning uit 1996 inmiddels ingetrokken.

29

Bladzijde 7 paragraaf 2.5; beschrijving van het verkeer In de paragraaf indirecte hinder worden volgens indieners uitgangspunten vermeld die niet thuishoren in een hoofdstuk "Wet- en regelgeving". Reactie: Het klopt dat de beschrijving van het verkeer niet thuishoort onder het hoofdstuk ‘wet- en regelgeving’. Het betreft volgens de aanvrager een tekstuele verduidelijking om duidelijk te maken waarop het aspect indirecte hinder betrekking heeft. In paragraaf 6.7 van het geluidrapport wordt verder ingegaan op het aspect ‘indirecte hinder’.

Bladzijde 8 Hoofdstuk 3; invaart Volgens indieners is geen sprake van een invaart omdat deze is afgesloten. Reactie: Er is sprake van een bestaande invaart. Deze kan met een drijvende afscheiding worden afgesloten en ook weer worden geopend.

Bladzijde 9 paragraaf 4.2; mitigerende maatregelen In hoofdstuk 5 van het rapport dat hoort bij het MER is volgens indieners aangegeven dat inzet van stage IV motoren als mitigerende maatregel wordt getroffen. Gevraagd wordt of met Stage IVmachines aan de geluideisen wordt voldaan en of materieel dat voldoet aan de geluideisen uit de Regeling geluidemissie buiten materieel 2006 als een mitigerende maatregel kan worden beschouwd. Reactie: In het geluidrapport zijn mitigerende maatregelen vermeld. De motoren van grondverzetmachines betreffen modern en emissiearm materieel. In het geluidrapport is uitgegaan van realistische, in de praktijk gemeten, bronsterktes bij vergelijkbare projecten. Het geluidrapport is door ons beoordeeld en op basis hiervan zijn geluidnormen gesteld in de omgevingsvergunning.

Bladzijde 9 paragraaf 4.3; afstand 100 meter Als mitigerende maatregel is aangegeven dat in een bepaald gebied de afstand tussen Yvonne en Emmy minimaal 150 meter zal zijn. Indieners achten de omschrijving "meer dan 100 meter" onvoldoende. In de tekst wordt aangegeven dat het transport niet over de Waardweg plaatsvindt. Indieners vragen over welke route het transport dan wel plaatsvindt. Reactie: De genoemde afstand van 100 meter is de gangbare afstand tussen de Emmy en Yvonne. De genoemde afstand van 150 meter is de afstand na mitigerende maatregelen. Dit is verduidelijkt in voorschrift 4.1.2. 13) In de tekst van het geluidsrapport is een zinsdeel weggevallen. Hier had moeten staan: ‘Deze transporten vinden niet plaats over de Waalbandijk, maar over de Waardweg die in de uiterwaard en deels ook in het plangebied ligt’. Dit is in de alinea ervoor reeds beschreven: “De vermarktbare klei wordt via de Waardweg afgevoerd naar de nabij gelegen steenfabriek Schipperswaard (10%) of wordt via een laadponton afgevoerd per schip (90%) naar afnemers buiten de Willemspolder.” Ter verduidelijking is in de overweging ten aanzien van indirecte hinder ten gevolge van het verkeer over de openbare weg de Waardweg benoemd. 14)

Bladzijde 10 paragraaf 4.5; schepen na 23:00 en voor 07:00 Indieners geven aan dat in deze paragraaf geen aantallen worden genoemd, terwijl elders is aangegeven dat het om 1 schip in de avondperiode gaat en 1 schip in de nachtperiode. Volgens 30

indieners sluit de aanduiding "na 19.00 uur" niet uit dat het schip na 23.00 en vóór 07.00 uur vertrekt. In de modelberekeningen is wel van een vertrek voor 23.00 uur uitgegaan. Reactie: Paragraaf 4.5 gaat over de bedrijfstijden en niet over de verkeersbewegingen. De geluidbelastingen als gevolg van de in- en uitvarende schepen is elders in het rapport beschreven. Deze voldoen overigens aan de streefwaarden voor de avondperiode (35 dB(A)) en nachtperiode (30 dB(A)). Ten aanzien van de schepen is uit zorgvuldigheid één aankomend of vertrekkend (zand)schip tussen 19.00 en 23.00 uur (avondperiode) en één aankomend of vertrekkend (zand)schip tussen 23.00 – 07.00 uur (nachtperiode). Het geluidrapport geeft voldoende duidelijkheid op dit punt.

Bladzijde 12 paragraaf 4.6; grondbalans Het is voor indieners niet duidelijk is hoe men vanuit grondbalans tot de voor het aspect geluid representatieve bedrijfssituatie (=dertiende drukste dag) is gekomen. Reactie: Dit is nader beschreven in paragraaf 2.3.2 van de aanvulling MER (Juistheid en consistent gebruik van hoeveelheden en aantallen). Daarbij wordt ook ingegaan op de verschillen in onderzoeksmethode en uitgangspunten voor het geluidsonderzoek en het luchtkwaliteitsonderzoek. Bij luchtkwaliteit wordt uitgegaan van jaargemiddelde, terwijl bij geluid uitgegaan wordt van ‘de dertiende drukste dag’. Hierdoor kunnen er voor de beoordeling afwijkende aantallen worden gebruikt, maar de aspecten zijn op zichzelf beoordeeld als voldoende eenduidig.

Bladzijde 13 paragraaf 5.1; afstand 100 meter Indieners merken op dat eerder is aangegeven dat de afstand tussen de Emmy en de Yvonne meer dan 100 meter zou zijn. Gevraagd wordt of kleischepen in avond- en nachtperiode en voor 07.00 uur vertrekken. Opgemerkt wordt dat de bronsterkteberekening van de reconstructiezuiger ontbreekt. Reactie: De genoemde afstand van 100 meter is de gangbare afstand tussen de Emmy en Yvonne. De afstand na mitigerende maatregelen is 150 meter. Dit is verduidelijkt in voorschrift 4.1.2. 13) Conform opgave in het geluidsrapport zullen er geen schepen met klei in de periode tussen 19.00 en 23.00 en 23.00 -07.00 aankomen of vertrekken. De reconstructiezuiger is een algemeen materieelstuk dat uit de markt wordt betrokken. Daarom is het materieelstuk door aanvrager niet bij naam genoemd en zijn er ook geen concrete metingen of berekeningen van de bronsterkte beschikbaar. De reconstructiezuiger zal aan de bronsterkte eis van LW = 99 dB(A) moeten voldoen. Zuigers die aan deze bronsterkte eis voldoen zijn beschikbaar en kunnen uit de markt worden betrokken.

Bladzijde 14 paragraaf 5.2; bronsterktes Indieners vragen waarom voor de Emmy en Yvonne in verschillende rapporten andere bronsterktes worden aangehouden. Daarbij wordt gevraagd hoe de richtingsafhankelijkheid van de Yvonne is gemodelleerd en of de breker als relevante deelbron is meegenomen in de aangehouden bronsterkte. Ten aanzien van schepen wordt verduidelijking gevraagd van de aangehouden snelheid, het vermogen, de wijze van modeleren als lijnbron of puntbron, het gebruik van ankerkettingen en het moment van vertrek van kleischepen.

31

Reactie: In het geluidrapport is uitgegaan van realistische bronsterkten van de zuiger Emmy en de klasseerinstallatie Yvonne. Het klopt dat er bij toepassing in verschillende projecten sprake is van variatie in bronsterkte door project gerelateerde omstandigheden. De hoeveelheid grind die ter plaatse in de bodem aanwezig is, heeft invloed op de werking van de verschillende deelbronnen op de Yvonne, zoals de zever en de breker. Voor de inzet van de Emmy en Yvonne bij de ontgronding Willemspolder fase 1 is uitgegaan van de geluidmetingen in project Voorhaven Deest. Dit project is representatief voor Willemspolder fase 1 omdat het op ongeveer 10 kilometer afstand is gelegen en daarmee een vergelijkbare bodemopbouw kent met relatief weinig grind. Wellicht ten overvloede wordt opgemerkt dat voor het geluidsonderzoek voor bedrijfsterrein Binnenwaard uitgegaan wordt van worst case geluidsmetingen aan de Emmy en Yvonne in het project Hoogwatergeul Lomm. In dit project is veel meer grind in de bodem aanwezig. Omdat het te klasseren materiaal in de situatie van bedrijfsterrein Binnenwaard wordt aangevoerd is het grindgehalte nu op voorhand niet bekend. Daarom wordt hier uit voorzorg een hoger bronniveau aangehouden. In het geluidsrapport is in de verschillende deelmodellen rekening gehouden met de positionering en richtingsafhankelijkheid van de Yvonne.

De bronsterktes van de Yvonne zijn inclusief breker. De berekening zijn uitgevoerd voor de situatie waarbij de breker continu in werking is. Dit is een worst case situatie omdat de breker in werkelijkheid pas in werking treedt als de bufferopslag vol is en dus niet continue in bedrijf zal zijn. Voor de schepen varend binnen de inrichting is uitgegaan van een realistische in de praktijk gemeten bronsterkte van 105 dB(A). Buiten de inrichting is een hogere bronsterkte van 108 dB(A) aangehouden als de schepen de Waal moeten opvaren en moeten invoegen in het overige scheepvaartverkeer. De aankomende en vertrekkende schepen zijn mede door de korte bedrijfstijd dat ze in het gebied varen niet relevant ten opzichte van de overige geluidbronnen in het gebied. Langzamer varen of langer aan- en afmeren met de schepen heeft geen relevant effect. Er is dan sprake van een langere bedrijfstijd maar ook van lagere geluidsemissie omdat de schepen dan langzamer varen. Met betrekking tot vertrek van kleischepen wordt verwezen naar de reactie op zienswijze 7.1.18 Bladzijde 13 paragraaf 5.1. Volgens aanvrager wordt er geen gebruik gemaakt van ankerkettingen, omdat de schepen aanmeren bij het ponton liggend in de plas of bij de drijvende verwerkingsinstallatie Yvonne.

Bladzijde 16 paragraaf 6.1; geluidbelasting Indieners vragen naar de relevantie van een grenswaarde van 50 dB(A) voor nieuwe inrichtingen en het onderscheid tussen agrarische bedrijfswoningen en andere woningen. Volgens Indieners geldt een streefwaarde van 40 dB(A) en wordt deze waarde met 4 dB(A) en 7 dB(A) overschreden. Volgens Indieners kan de aanvaardbaarheid van een hogere geluidbelasting dan de streefwaarde niet worden gemotiveerd omdat de regelgeving voorziet niet in tijdelijke hogere grenswaarden. Indieners betwijfelen voorts de berekende geluidbelastingen gelet op eerdere opmerkingen over de modellering van het vertrek en aankomst van schepen. Reactie: In paragraaf 6.1 worden de streefwaarde, richtwaarde en grenswaarde benoemd voor de representatieve bedrijfssituatie. Ook is kort aangegeven wat de ruimte is voor hogere waarden na bestuurlijke afweging. Bij onze bestuurlijke afweging hebben wij het referentieniveau, de best beschikbare technieken (BBT) en de kosten van de maatregelen betrokken. De waarde van 50 dB(A) is afkomstig uit de Handreiking industrielawaai en vergunningverlening van 1998 (hierna de Handreiking) op basis waarvan beoordeling van het geluidsrapport heeft plaatsgevonden. In paragraaf 2.1 van het geluidrapport is aangegeven dat voor nieuwe inrichtingen 32

een maximumniveau van 50 dB(A) etmaalwaarde geldt. Opgemerkt wordt dat het standaard toetsingskader uit het Activiteitenbesluit in de dagperiode (LAr,LT op de gevel van gevoelige gebouwen) ook uitgaat van een geluidsnorm van 50 dB(A). Het gemeten referentieniveau, zoals beschreven in par. 3.2 in het geluidsrapport bij het MER (bijlage 13), is relatief laag en ligt rond de richtwaarde voor de landelijke omgeving. In de praktijk kunnen de richtwaarden niet altijd worden gerealiseerd. Een rigide toepassing van de richtwaarden moet dan ook worden voorkomen. Uit het geluidsrapport blijkt dat zonder maatregelen een nader te stellen grenswaarde van 45 dB(A) bij de woning Spijkersestraat 1 wordt overschreden. In paragraaf 6.2 van het geluidsrapport worden 10 mitigerende maatregelen genoemd die worden getroffen om de geluidsemissie volgens de beste beschikbare technieken terug te dringen. Door het voortschrijdend karakter van de winningsactiviteiten (waardoor de Emmy en Yvonne verplaatsen) zal de geluidbelasting bij een individuele woning in de tijd variëren. In de tabellen 6.1 (voor maatregelen) en 6.2 (na maatregelen) van het geluidsonderzoek is dit inzichtelijk gemaakt. Zoals eerder aangegeven heeft het vertrek en aankomst van schepen geen relevante invloed op de geluidsbelasting.

De meeste geluidgevoelige bestemmingen die als beoordelingspunt zijn gebruikt zijn gelegen in landelijk gebied. Toetsing aan de waarden uit tabel 4 van de handreiking leert dat – ook na maatregelen – niet in alle situaties voldaan kan worden aan de richtwaarde voor ‘landelijk gebied’ van 40 dB(A) in de dagperiode. Wel kan worden voldaan aan de richtwaarde voor ‘rustige woonwijk, weinig verkeer’ van 45 dB(A) in de dagperiode. Bij de beoordeling is geen onderscheid gemaakt tussen agrarische bedrijfswoningen en andere woningen. Overschrijding van de richtwaarde voor ‘landelijk gebied’ achten wij toelaatbaar omdat de overschrijdingen van tijdelijke aard zijn. Daarnaast worden met de getroffen mitigerende maatregelen en daarmee gemoeide kosten redelijkerwijs de beste beschikbare technieken toegepast. Er is sprake van ‘dubbele tijdelijkheid’ doordat de ontgronding in eerste instantie in doorlooptijd is begrenst en in tweede instantie de geluidbelasting per individuele woning varieert binnen deze doorlooptijd. Verder is het project gelegen nabij de Waal met scheepvaart en nabij een overnachtingshaven van Rijkswaterstaat bij IJzendoorn. Ook wordt voldaan aan de "maximale etmaalwaarde" van 50 dB(A) op de gevel van de dichtstbijzijnde woningen.

Op grond van deze bestuurlijk afweging staan wij in dit geval een hogere geluidsbelasting dan de richtwaarde voor ‘landelijk gebied’ toe, zoals weergegeven in de geluidsvoorschriften in paragraaf 4.2 van de vergunning. Bij het stellen van de geluidsvoorschriften in de vergunning hebben wij de berekende geluidsituatie beoordeeld. In de overwegingen bij het definitieve besluit is onze bestuurlijke afweging verduidelijkt. 14) Onder deze omstandigheden is deze overschrijding van de richtwaarde toegestaan.

Bladzijde 18 paragraaf 6.2; maatregelen al genomen Indiener merkt op dat, voor zover zij kunnen overzien, de meeste maatregelen al meegenomen zijn in de initiële berekeningen. Voor indieners is niet duidelijk of de laatst genoemde maatregel is verwerkt in de modellen. Er wordt geen onderscheid gemaakt in de bronsterkte van de Yvonne met en zonder draaiende breker. Reactie: De maatregelen zijn meegenomen in de berekeningen. Op basis van voorschrift 4.1.2 moeten alle maatregelen aantoonbaar worden getroffen. De Yvonne is in de modellen doorgerekend met breker. Zoals in de reactie op zienswijze 7.1.19 Bladzijde 14 paragraaf 5.2 is aangegeven gaan de berekeningen uit van de worst case situatie waarin de breker continu in werking is. De breker zal in werkelijkheid pas in werking treden als de bufferopslag vol is. Als de breker niet in werking is zal het geluidsniveau lager zijn, en eveneens voldoen aan de normen. 33

Bladzijde 19; werking maatregel 1 De werking van maatregel 1 (positionering Emmy Yvonne) wordt betwijfeld. Indieners merken op dat meer woningen in beschouwing moeten worden genomen bij het verlaten van het uitgangspunt dat in de dagperiode alleen op de begane grond wordt beoordeeld. Volgens indieners ontbreekt er informatie om een bestuurlijke afweging te maken. Reactie: Het hanteren van 150 meter afstand tussen de Emmy en Yvonne en de positionering van de Yvonne met de stille zijde naar de Waalbandijk is effectief, maar geeft in het totaal een beperkte geluidsreductie omdat gelijktijdig ook de geluidbronnen ‘droog grondverzet’ in werking zijn. Het geluid wordt beoordeeld daar waar de hinder kan optreden. In de dagperiode zijn dat de woonvertrekken, in de avond- en nachtperiode de slaapvertrekken. Wij hebben naar ons oordeel voldoende informatie ontvangen om hierover een afweging te maken. Ten aanzien van de bestuurlijke afweging wordt verwezen naar onze reactie op zienswijze 7.1.20 Bladzijde 16 paragraaf 6.1.

Pagina 24; twee schepen Volgens indieners betreft het hier twee schepen. Reactie: Hier is geen aantal bedoeld maar ‘een schip’ als type transportmiddel. Ten aanzien van aankomende en vertrekkende schepen wordt verwezen naar onze reactie op zienswijze 7.1.16 Bladzijde 10 paragraaf 4.5.

Pagina 25; bestuurlijke afweging Indieners herhalen eerder aangevoerde zienswijzen met betrekking de argumenten voor het afwijken van de streefwaarde in relatie tot het krantenartikel in de Gelderlander van 26 mei 2021 met de kop "Neder-Betuwe wil zandmotor in Willems polder 'niet horen, niet zien en niet ruiken'. Reactie: Ten aanzien van de bestuurlijke afweging wordt verwezen naar onze reactie op zienswijze 7.1.20 Bladzijde 16 paragraaf 6.1. Het toetsingskader van de aanvraag wordt niet gevormd op basis van meningen, maar op basis van wettelijk vastgestelde kaders. De aanvraag is beoordeeld en onze overwegingen zijn vastgelegd in het besluit.

Zienswijzen op "Ontwerpbesluit verlening omgevingsvergunning uitgebreid" d.d. 3 maart 2022

Pagina 8 paragraaf 1.1.1; verwijzing naar akoestisch onderzoek Indieners geven aan dat er één op één wordt verwezen naar hoofdstuk 4 van het rapport akoestisch onderzoek. In dit hoofdstuk wordt aangegeven dat het kleitransport niet over de Waardweg plaatsvindt. Dit is niet juist. Indieners vragen een opmerking over de te nemen route op te nemen. Als mitigerende maatregel is aangegeven dat in een bepaald gebied de afstand tussen Yvonne en Emmy minimaal 150 meter zal zijn. Indieners achten de omschrijving "meer dan 100 meter" onvoldoende. In de tekst wordt aangegeven dat het transport niet over de waardweg plaatsvindt. Indieners vragen over welke route het transport dan wel plaatsvindt. Reactie: Het is juist om te stellen dat ons besluit is gebaseerd op de aanvraag en het daarbij behorende akoestisch onderzoek. Deze is door ons beoordeeld en vergunbaar geacht. 34

Zoals aangegeven in onze reactie op zienswijze 7.1.15 Bladzijde 9 paragraaf 4.3 is in de tekst van het geluidsrapport een zinsdeel weggevallen. Hier had moeten staan: ‘Deze transporten vinden niet plaats over de Waalbandijk, maar over de Waardweg die in de uiterwaardwaard en deels ook in het plangebied ligt’. Ter verduidelijking is in de overweging ten aanzien van indirecte hinder ten gevolge van het verkeer over de openbare weg de Waardweg benoemd. 14)

Pagina 8 paragraaf 1.1.2; avond – en nachtperiode De activiteiten vinden, in tegenstelling tot het gestelde in deze paragraaf, volgens het akoestisch onderzoek niet alleen in de dagperiode plaats. Reactie: De ontgrondingsactiviteiten vinden enkel in de dagperiode plaats. Daarbij wordt opgemerkt dat uit zorgvuldigheid één aankomend of vertrekkend (zand)schip tussen 19.00 en 23.00 uur (avondperiode) en één aankomend of vertrekkend (zand)schip tussen 23.00 – 07.00 uur (nachtperiode) is opgenomen in de berekeningen. Voorschrift 1.1.2 heeft echter enkel betrekking op de ontgrondingsactiviteiten.

Pagina 11 paragraaf 4.1.2; maatregelen Volgens indieners zijn de meeste vermelde maatregelen al jaren geleden geïntegreerd in de winwerktuigen. Zij vinden alleen de aan te leggen grondwal/depot, het naar de Waalbandijk richten van de minst lawaaiige zijde van de Yvonne in het aangegeven gebied en het aanhouden van een minimale afstand van 150 meter tussen de Yvonne en de Emmy in het aangegeven gebied zogenoemde extra maatregelen. Reactie: Verwezen wordt naar onze reactie op zienswijze7.1.21,Bladzijde 18, paragraaf 6.2.

Pagina 12 paragraaf 4. 2; beoordelingshoogten Het verschil in beoordelingshoogte gedurende avond- en nachtperiode is volgens Indieners niet correct als activiteiten in de avond- en nachtperiode geheel worden uitgesloten. Daarbij wordt het raar gevonden dat bij woonboten 3 meter als beoordelingshoogte wordt aangehouden. Reactie: Zoals eerder aangegeven is rekening gehouden met aankomende en vertrekkende schepen gedurende de avond- en nachtperiode. In de voorschriften zijn ook geluidsnormen voor de avond- en nachtperiode opgenomen. Voor de dagperiode is de beoordelingshoogte 1,5 meter (woonvertrekken) en voor de avond en nachtperiode 5 meter (slaapvertrekken). Een ligplaats voor woonschepen is aangewezen als geluidsgevoelig terrein. Een woonschip zelf is geen geluidsgevoelig object. Voor een woonschip geldt geen wettelijke binnenwaarde en geen voorgeschreven beoordelingshoogte. Voor woonschepen is door ons gekozen voor een beoordelingshoogte van 3 meter omdat woonschepen gebouwd zijn op een ponton of schip van circa 1,5 meter boven waterniveau en de woonvertrekken circa 1,5 meter daarboven zijn gelegen. Ter verduidelijking is in het besluit aangegeven bij voorschrift 4.2.1 welke beoordelingspunten een woonboot zijn. 16)

Pagina 13 paragraaf 4.3; onderzoek Door Indieners wordt aangegeven dat in voorschrift 4.3.1. onder a de zin niet correct is. Daarnaast verzoeken indieners om de verplichting tot onderzoek uit te breiden naar "gewoon" geluid. De opgenomen termijnen zijn volgens indieners te lang en er is niets opgenomen over de consequenties van overschrijding. 35

Reactie: De eerste zin van voorschrift 4.3.1 onder a komt te luiden: “Alvorens tot uitvoering van het onderzoek wordt overgegaan moet het bevoegd gezag op de hoogte gesteld worden van de opzet van het onderzoek. “. 17) Op basis van het onderzoek bij de aanvraag bestaat geen reden om hinder vanwege laagfrequent geluid en trillingen in de praktijk te verwachten. Toch hebben wij uit voorzorg voorschrift 4.3.1 aan de vergunning verbonden, voor het geval dat dergelijke hinder onverhoopt toch op zou treden. Indien hinder wordt ervaren kunnen wij –onder bepaalde omstandigheden– vragen om een onderzoek waarbij het toetsingskader wordt gevormd door ‘Onderzoek geluid, laagfrequent geluid en trillingen” met kenmerk R087286aa.201GZQ4.rvw Versie 04_001, van 29 september 2020’ waarin is aangegeven dat er geen LFG of trillingen zullen ontstaan. Indien de vergunninghouder zich niet aan de voorschriften (zoals overschrijding van de normen uit voorschrift 4.3.2) houdt dan kunnen wij handhavend optreden. Daarbij bestaat ook de mogelijkheid voor het bevoegd gezag om zelf een controle onderzoek in te stellen. Dit is in geval van “gewoon” geluid eenvoudiger dan in geval van LFG of trillinghinder. Daarom zien wij geen aanleiding om het voorschrift verder uit te breiden of aan te passen.

Het is niet gebruikelijk om in een vergunning op te nemen wat de consequenties van overtreding van de vergunning zijn. In de praktijk komt dit meestal neer op het opleggen van een last onder dwangsom.

Pagina 14 paragraaf 1.2; het dorp IJzendoorn Door indieners wordt vermelding van het dorp IJzendoorn in de projectbeschrijving gemist. Reactie: De projectbeschrijving is adequaat voor een goede oriëntatie. Ter volledigheid vermelden wij de dorpen IJzendoorn en Echteld in de projectbeschrijving. 18)

Pagina 16; een installatie Volgens indieners is de vergunning gericht op één installatie en dat is de Yvonne. Het woord "een" zou er op kunnen duiden dat ook andere installaties hier kunnen worden ingezet. Daarnaast wordt opgemerkt dat kleischepen niet afmeren aan de Yvonne en het vertrek van schepen in nacht- of avondperiode dient te worden vermeld. Reactie: De projectbeschrijving geeft duidelijk weer dat gebruik gemaakt wordt van de drijvende zuiger (Emmy) en de drijvende verwerkingsinstallatie (Yvonne). De wijze van aanmeren van de kleischepen en het vertrek van schepen in nacht- of avondperiode is in de projectbeschrijving vermeld.

Pagina 17; bestuurlijke afweging Indieners vragen of de activiteit wordt aangemerkt als activiteit onder categorie 11.4 uit het Bor en zo ja onder welke (sub)categorie. Ten aanzien van de beoordeling van de aanvraag achten indieners onvoldoende informatie aanwezig om een degelijke bestuurlijke afweging te maken over de te stellen grenswaarde. Reactie: In paragraaf 1.4 zijn de relevante categorieën van onderdeel C van bijlage 1 van het Bor benoemd waar het project onder valt. Op basis van de activiteiten zoals genoemd onder k als l van categorie 11.4 valt het project onder categorie 11.4. Deze categorie wijst vergunningplichtige inrichtingen aan in het kader van de Wabo. Dit is verduidelijkt.

36

Voor het klasseren van zand en grind is categorie 11.3 onder j van het Bor van specifieke toepassing is omdat sprake is van een inrichting voor zand- of grindwinning waarvoor op grond van artikel 3 van de Ontgrondingenwet een vergunning is vereist. Ten aanzien van de bestuurlijke afweging wordt verwezen naar onze reactie op zienswijze 7.1.20 Bladzijde 16 paragraaf 6.1.

Pagina 20; referentieniveaus en milieubeleidsplan Bij de toetsing is volgens indieners voorbijgegaan aan de bestaande toestand m.b.t. het geluid omdat in het rapport akoestisch onderzoek de huidige referentieniveaus niet bepaald zijn. Deze zijn extreem laag (zie rapport akoestisch onderzoek bij MER). Daarnaast wordt gevraagd wat wordt verstaan onder het "milieubeleidsplan". Reactie: In paragraaf 2.2 zijn de conform artikel 2.14, eerste lid onder a, b en c van de Wabo betrokken grondslagen van het toetsingskader benoemd. De bestaande toestand van het milieu is bij onze overweging betrokken. Het MER en de daarbij behorende onderzoeken zijn onderdeel van de aanvraag. De gemeten referentieniveaus zijn betrokken in een bestuurlijke afweging. Verwezen wordt naar de reactie op zienswijze 771.20 Bladzijde 16 paragraaf 6.1. Het milieubeleidsplan volgt uit de Wet milieubeheer. De Wet milieubeheer geeft een regeling voor de milieubeleidsplannen van de overheid. Op nationaal en provinciaal niveau moet tenminste éénmaal in de vier jaar een milieubeleidsplan worden vastgesteld, dat de hoofdlijnen van het milieubeleid weergeeft. Het in de NOVI aangekondigde Nationaal Milieuprogramma (NMP) is een uitwerking en concretisering van de visie zoals neergelegd in het Nationaal Milieubeleidskader (NMK).

Het programma richt zich op het nationale milieubeleid, dus op een schone, veilige en gezonde leefomgeving en duurzaamheid. De provincie Gelderland heeft met de Omgevingsvisie en Omgevingsverordening de focus op een duurzaam, verbonden en economisch krachtig Gelderland. Hierin is richting gegeven aan zeven samenhangende ambities op het gebied van energietransitie, klimaatadaptatie, circulaire economie, biodiversiteit, bereikbaarheid; economisch vestigingsklimaat en woon- en leefklimaat. Het beoogde project is niet in strijd met deze plannen. Gemeente Neder-Betuwe heeft geen eigen specifiek milieubeleid, dus is dit ook niet betrokken bij onze beoordeling.

Pagina 21 paragraaf 3.1; BBT Indieners zijn van mening dat bevoegd gezag zich geen oordeel kan hebben gevormd over het al dan niet toegepast zijn van BBT omdat in het akoestisch onderzoek niet aangegeven is met welke maatregelen en met welke kosten de streefwaarde kan worden gehaald. Reactie: BBT is voldoende getoetst ook al ontbreekt een kostenoverzicht. Daarbij nemen wij in aanmerkingen dat de kosten van fysieke maatregelen aan de zuiger en klasseerinstallatie, zoals afschermende maatregelen, kunststof/rubberen persleidingen, procesautomatisering en het elektrificeren van het materieel in de orde grootte van miljoenen euro’s liggen. Hierbij is tevens beoordeeld dat maatregelen aan de ontvanger of overdracht (afscherming) niet mogelijk zijn vanwege de afstand en 37

dat bij de mobiele bronnen enkel bronmaatregelen aan de orde zijn. Deze zijn vermeld in de aanvraag. Verwezen wordt naar de reactie op zienswijze7.1.20 Bladzijde 16 paragraaf 6.1.

Pagina 26 paragraaf 9.2; invaren en uitvaren Ten aanzien van de zin ‘De enige activiteit die na 19.00 uur of voor 07.00 uur plaatsvinden zijn de schepen die het plangebied na 19.00 uur of voor 07.00 uur het plangebied invaren’ moet volgens appelanten "of" vervangen worden door "en". Daarnaast dient achter "invaren" worden toevoegen "en uitvaren". Reactie: In het definitieve besluit is de zin als volgt aangepast: ‘De enige activiteit die na 19.00 uur en voor 07.00 uur plaatsvindt zijn de schepen die het plangebied na 19.00 uur en voor 07.00 uur het plangebied invaren en uitvaren’. 19)

Pagina 26 paragraaf 9.2, 2e alinea; richtwaarde en grenswaarde Indieners geven aan dat de woonomgeving landelijk gebied betreft. Het bevreemdt indieners dat de vergunningverlener zonder meer de "richtwaarde" van 45 dB(A) overneemt omdat de benodigde informatie voor deze beoordeling conform de Handreiking Industrielawaai niet voorhanden is. Verder merken indieners op dat bij één woning de geluidbelasting gelijk is aan de door vergunningverlener aangehouden grenswaarde. Het bevreemdt indieners dat voor "gewoon" geluid geen voorschrift is opgenomen om bij klachten een onderzoek in te stellen zoals dat wel gebeurt voor LFG, waar volgens vergunningverlener de kans op overschrijding veel lager is. Reactie: Het project is tijdelijk en gelegen in de uiterwaarden van de Waal en nabij een overnachtingshaven van Rijkswaterstaat. Het betreft dus niet zonder meer een landelijk buitengebied. Ten aanzien van de bestuurlijke afweging conform de Handreiking Industrielawaai wordt verwezen naar de reactie op zienswijze 7.1.20 Bladzijde 16 paragraaf 6.1. Bij een geluidbelasting die gelijk is aan de grenswaarde wordt hier voldaan aan de grenswaarde. Bij het bepalen van “gewoon" geluid is het eenvoudiger om bij klachten een onderzoek in te stellen, dat gaat niet op voor LFG. Daarom is voor het LFG een aantal voorschriften opgenomen.

Wij hebben onze motivering voor het voorschrift ten aanzien onderzoek naar LFG verduidelijkt. 20)

Pagina 27 paragraaf 9.5, 3e alinea; onderzoek LFG Indieners vragen wat wordt bedoeld met de laatste zin. Reactie: Hiermee wordt het onderzoek bedoeld dat is opgenomen in voorschrift 4.3.1. Wij hebben onze motivering voor het voorschrift ten aanzien onderzoek naar LFG verduidelijkt. 20)

Pagina 28 paragraaf 9.6; trillingsonderzoek Door indieners wordt aangegeven dat er in voorschrift 4.3.1 ook voor trillingen aan de vergunninghouder een onderzoeksplicht wordt opgelegd in geval van klachten. Reactie: Het is juist dat dit voorschrift ook voor trillingen geldt, voor zover deze zich op het grensvlak met LFG voordoen. Deze trillingen worden meegenomen in het onderzoek naar LFG als bedoend in voorschrift 4.3.1. In de overwegingen is de zin ten aanzien van trillingsvoorschriften aangepast. 21)

38

7.2 Grondgebruiker 1 en Grondgebruiker 2 in Willemspolder Vermindering van de gebruiksfase De kern van deze zienswijzen is dat door de andere inrichting van de Willemspolder de percelen die de insprekers in gebruik hebben in de Willemspolder voor hen in gebruikswaarde vermindert. Hiervoor worden argumenten gegeven zoals: verandering van fauna en flora, hydrologische effecten, afvoer van klei over Waardweg. Reactie: Deze argumenten hebben geen betrekking op het toetsingskader die worden meegewogen bij de beoordeling van de omgevingsvergunning voor de activiteit milieu. De aspecten die genoemd worden, zijn behandeld in de beantwoording van deze zienswijzen onder 3.2.

39

8 Wijzigingen n.a.v. ingebrachte zienswijzen Algemeen / procedureel bestemmingsplan

besluit Ontgrondingenwet besluit Wet natuurbescherming (gebieden) besluit Wet natuurbescherming (soorten)

besluit omgevingsvergunning, activiteit milieu (ontgronden en herinrichten)

Wijzigingen 1) Leeswijzer toegevoegd aan gecoördineerde definitieve besluiten en bijbehorende bijlagen 2) Landschapsplan, exclusief duurzame bouwgrondstoffen hub met haven, toegevoegd aan bestemmingsplan 3) Wijzigingsbevoegdheid toegevoegd in artikel 12.1.4. van het bestemmingsplan om geluidzone zo nodig in te kunnen trekken 4) Geluidzone rond Waalbandijk 1 verwijderd uit bestemmingsplan 5) Voorwaarden ‘zon op water’ uit Klimaatnota 2021-2025 opgenomen in artikel 12.4.2. van het bestemmingsplan 6) Ambtshalve aanpassingen, Toelichting, Regels en bijlagen. zie voor inhoud paragraaf 3.4 van deze zienswijzenota n.v.t. 7) Nieuwe Aerius berekening, inclusief begrazing voor natuurbeheer, toegevoegd bij definitieve vergunning Wnb 8) Windmolens verwijderd uit tabel 1 uit bijlage 4 bij definitieve vergunning Wnb 9) Voorschrift 10 bij definitieve ontheffing Wnb verduidelijkt m.b.t. aanwezigheid deskundige bij werkzaamheden 10) Correcte termijn actualisatie natuuronderzoek opgenomen in tabel 4 bij definitieve ontheffing Wnb 11) Verduidelijking voorschrift 21 bij definitieve ontheffing Wnb m.b.t. sloopwerkzaamheden 12) Voorschrift 1.1.1 aangepast n.a.v.

latere start van de werkzaamheden door vertraging in vergunningenproces 13) Afstand tussen zuiger Emmy en klasseerinstallatie Yvonne verduidelijkt in voorschrift 4.1.2 14) Verduidelijking transport over Waardweg in overwegingen 15) Bestuurlijke afweging geluidzone verduidelijkt in overwegingen 16) Aanduiding van beoordelingspunten die een woonboot betreffen 17) Correctie tekst voorschrift 4.3.1 m.b.t. onderzoek laagfrequent geluid 18) Dorp IJzendoorn vermeld in projectomschrijving 19) In- en uitvaren van schepen verduidelijkt in besluit 20) Motivering van voorschrift 4.3.1 m.b.t. onderzoek laagfrequent geluid verduidelijkt 21) Overwegingen aangepast m.b.t. het betrekken van klachten over trillingen bij onderzoek laagfrequent geluid

40

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11863825/1