Toelichting ontwerp-bestemmingsplan
Tekst van het document
Idn: NL.IMRO.pm
Bestemmingsplan Bonegraafseweg ong Dodewaard
21 september 2021
SAB Postbus 479 6800 AL Arnhem tel: 026 - 357 69 11 fax: 026 - 357 66 11 Projectnummer:
200580
INHOUD TOELICHTING
1
Inleiding
3
1.1 1.2 1.3 1.4
Aanleiding Ligging plangebied Geldende plannen Leeswijzer
3 3 4 5
2
Gebiedsvisie
7
2.1 2.2
Bestaande situatie Toekomstige situatie
7 8
3
Beleidskader
13
3.1 3.2 3.3
Nationaal beleid Provinciaal beleid Gemeentelijk beleid
13 16 18
4
Milieu- & omgevingsaspecten
28
4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12 4.13 4.14
Milieueffectrapportage Verkeer en parkeren Bodem Geluid Luchtkwaliteit Bedrijven en milieuzonering Agrarisch geur Externe veiligheid Gewasbestrijding Explosieven Waterhuishouding Ecologie Archeologie en cultuurhistorie Leidingen
28 28 29 30 32 34 35 37 38 40 40 44 46 47
5
Juridische planbeschrijving
49
5.1 5.2
Algemeen Bestemmingsplan
49 49
6
Uitvoerbaarheid
52
6.1 6.2 6.3
Economische uitvoerbaarheid Overleg Zienswijzen
52 52 52
Bijlagen: Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6 Bijlage 7 Bijlage 8 Bijlage 9 Bijlage 10
Locatiekeuze Landschappelijke inpassing Toelichting landschappelijke inpassing Bodemonderzoek Akoestisch onderzoek Luchtkwaliteitsonderzoek Watertoets Quick scan natuur Rapportage stikstofeffecten Notitie verkeer en parkeren
1
Inleiding
1.1
Aanleiding Aan de Bonegraafseweg ong. in Dodewaard bevindt zich op de kadastrale percelen gemeente Dodewaard, sectie C, nummers: 55, 56, 317 en 318 een fruitboomgaard. De initiatiefnemer wil op deze percelen een nieuw agrarisch bedrijfsperceel realiseren voor zijn boomkwekerij met twee bedrijfswoningen. Het huidige bedrijf aan de Hoofdstraat 74 in Kesteren zal naar deze nieuwe locatie verplaatst worden. De percelen aan de Bonegraafseweg zijn op dit moment bestemd voor agrarisch gebruik, maar er is geen bouwvlak aanwezig. Om hier bedrijfsgebouwen en -woningen te kunnen realiseren moet het bestemmingsplan worden herzien. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in een planologisch-juridisch kader dat de bovenstaande ontwikkelingen mogelijk maakt.
1.2
Ligging plangebied Het plangebied is gelegen aan de Bonegraafsweg ong. in Dodewaard, ten westen van de kern Dodewaard. Dodewaard is een kleine kern in de gemeente Neder-Betuwe. De Bonegraafseweg vormt de hoofdontsluitingsroute van deze kern en verbindt de kernen Ochten en Dodewaard. De percelen die grenzen aan het plangebied zijn agrarisch in gebruik als grasland of ten behoeve van de boomteelt. Daarnaast wordt het plangebied aan de zuid-, oost- en noordzijde begrensd door watergangen, waaronder de Bonegraaf aan de zuidzijde. Op de navolgende luchtfoto’s is de globale ligging en begrenzing van het plangebied aangegeven. De exacte begrenzing is op de verbeelding weergegeven.
Globale ligging plangebied (rode lijn), bron: pdokviewer.pdok.nl
3
Luchtfoto met globale begrenzing plangebied (witte lijn),bron: pdokviewer.pdok.nl
1.3
Geldende plannen Op dit moment gelden voor het plangebied de bestemmingsplannen ‘Buitengebied Dodewaard en Echteld’, ‘Parapluplan 2020’, ‘Parapluregeling Archeologie’, ‘Parapluregeling Parkeren’, ‘Plattelandswoningen’ en ‘VAB-beleid’.
1.3.1
Bestemmingsplan ‘Buitengebied Dodewaard en Echteld’ Het bestemmingsplan ‘Buitengebied Dodewaard en Echteld’ is op 30 mei 2013 vastgesteld door de gemeenteraad van Neder-Betuwe. Op grond van dit bestemmingsplan hebben de gronden de bestemming ‘Agrarisch met waarden - 2’ en de dubbelbestemmingen ‘Waarde - Archeologie 5’ en ‘Waterstaat - Beheerszone watergang’. Daarnaast is binnen het plangebied de aanduiding ‘vrijwaringszone - weg’ opgenomen. De gemeente Neder-Betuwe heeft op 27 september 2018 het bestemmingsplan ‘parapluregeling Archeologie’ vastgesteld, waarin de gronden de archeologische waarden hebben gekregen uit het gemeentelijke archeologiebeleid. In dit bestemmingsplan is voor het plangebied geen dubbelbestemming opgenomen.
4
Uitsnede verbeelding vigerend bestemmingsplan ‘Buitengebied Dodewaard en Echteld’ met globale aanduiding plangebied (rode lijn), bron:ruimtelijkeplannen.nl
In het plangebied is geen bouwvlak aanwezig, waardoor het niet mogelijk is om bedrijfsgebouwen en -woningen te realiseren. Om voorliggende ontwikkeling mogelijk te maken is daarom een herziening van het bestemmingsplan nodig. 1.3.2
Bestemmingsplan Parapluregeling Archeologie De gemeente Neder-Betuwe heeft op 27 september 2018 het bestemmingsplan ‘parapluregeling Archeologie’ vastgesteld, waarin de gronden de archeologische waarden hebben gekregen uit het gemeentelijke archeologiebeleid. Ter plaatse van het plangebied zijn in dit bestemmingsplan geen dubbelbestemmingen opgenomen.
1.3.3
Overige bestemmingsplannen Naast de bestemmingsplannen die bovenstaand specifiek zijn benoemd, gelden binnen het plangebied de bestemmingsplannen ‘Parapluplan 2020’, ‘Parapluregeling Parkeren’, ‘Plattelandswoningen’ en ‘VAB-beleid’. Deze bestemmingsplannen bevatten geen specifieke regeling ter plaatse van het plangebied, maar algemene regels ten aanzien van onder andere parkeren, plattelandswoningen en het VAB-beleid.
1.4
Leeswijzer Dit bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, regels en een toelichting. De toelichting is opgebouwd uit zeven hoofdstukken. Het volgende hoofdstuk (Hoofdstuk 2) beschrijft de bestaande en toekomstige situatie. Hoofdstuk 3 geeft een overzicht van het ruimtelijke beleidskader van de verschillende overheden waaraan het plan wordt
5
getoetst. Hoofdstuk 4 bevat de milieu- en de omgevingsaspecten van het plan. De toelichting besluit met hoofdstukken over de opbouw, verantwoording en uitleg van de planregels (Hoofdstuk 5) en de uitvoerbaarheid (Hoofdstuk 6).
6
2
Gebiedsvisie
2.1
Bestaande situatie
2.1.1
Huidige situatie Het plangebied is in zijn geheel in gebruik ten behoeve van de boomteelt. De percelen zijn te bereiken via drie inritten vanaf de Bonegraafseweg. Vanuit deze inritten lopen drie verharde paden in noord-zuidelijke richting door het plangebied. Daartussen liggen onverharde paden. Centraal in het plangebied loopt van oost naar west een watergang.
Het plangebied gezien vanaf de Bonegraafseweg, bron: maps.google.nl
7
2.2
Toekomstige situatie
2.2.1
Algemeen Boomkwekerij M. Willemsen en Zn. is een familiebedrijf dat is gevestigd in Opheusden en Kesteren. Op ongeveer 90 hectare klei- en zandgrond worden laan- en meerstammige bomen gekweekt. Het voornemen is om het bedrijf uit te breiden, om van grotere betekenis te kunnen zijn in de ‘groene’ markt, en dan wel op een zo duurzaam mogelijke manier met oog voor mens en omgeving. Daarnaast biedt uitbreiding van de bedrijfsoppervlakte de mogelijkheid om de percelen tussen de teelten door wat langer rust te kunnen bieden, om zo ook op langer termijn nog steeds op gezonde grond te kunnen kweken: grond vormt naast het personeel één van de belangrijkste productiefactoren in de boomkwekerij. De bedrijfslocatie aan de Hoofdstraat 74 grenst aan het plangebied van de toekomstige woonwijk Casterhoven bij Kesteren. Hierdoor zijn er op deze locatie geen groei- en ontwikkelingsmogelijkheden meer voor het bedrijf. Op deze locatie vinden voornamelijk de logistieke activiteiten plaats, betreft de opslag en het verladen van bomen en planten. De boomkwekerij heeft op dit moment drie bedrijfslocaties waar de op- en overslagactiviteiten mogelijk kunnen worden uitgebreid: Parallelweg 11d in Opheusden: containerteelt en een bedrijfshal; Tielsestraat 85 in Opheusden; Wijenburgsestraat 8 in Echteld: kwekerij met woonhuis en bedrijfshal.
Uitbreiding van de logistieke activiteiten op de andere twee locaties (Parallelweg en Tielsestraat in Opheusden en Wijenburgsestraat in Echteld) is geen optie. Deze locaties zijn met de huidige ontsluiting door verschillende dorpskernen moeilijk te bereiken met zwaar vrachtverkeer en tractoren en het is daarom voor de middellange termijn geen reële optie om de logistieke- en handelsactiviteiten daar te vestigen. Het voornemen is daarom om het bedrijf te verplaatsen naar een nieuwe bedrijfslocatie aan de Bonegraafsweg ong in Dodewaard. Deze gronden zijn reeds ten behoeve van de bedrijfsactiviteiten in gebruik en gelegen aan een doorgaande weg, op korte afstand van de bedrijfsgronden. Een uitgebreide onderbouwing voor de keuze van deze locatie is opgenomen in bijlage 1 bij dit plan.
2.2.2
Inrichting bouwperceel De nieuwe bedrijfslocatie zal worden gebruikt voor containerteelt, op- en overslag van bomen, struiken en planten en in- en export van bomen, struiken en planten voor aanplantprojecten. Op het nieuwe bouwperceel worden een bedrijfsgebouw met kantoor en twee bedrijfswoningen gerealiseerd. Binnen het bedrijfsgebouw komen daarnaast 5 onzelfstandige wooneenheden voor arbeidsmigranten. 8
De bedrijfswoningen zijn vrijstaande woningen die aan weerszijden van het bedrijfsgebouw worden gerealiseerd. De woningen krijgen ieder een eigen erf met een bijgebouw en tuin. In de volgende afbeelding is een impressie van het nieuwe bedrijfsgebouw en aansluitend het nieuwe kantoorgebouw weergegeven. Het bedrijfsgebouw krijgt een nok- en goothoogte van 12 respectievelijk 7 meter en het kantoorgebouw een nok- en goothoogte van 10 respectievelijk 6 meter. Rondom het kantoor wordt een assortimentstuin aangelegd.
Schetsontwerp nieuwe bedrijfsgebouw
Ten zuiden van de nieuwe loods wordt een rangeerterrein gerealiseerd en een opstelplaats voor trailers. Dit terrein ligt vanaf de Bonegraafseweg gezien achter de bedrijfsbebouwing en -woningen. De overige gronden binnen het plangebied worden in gebruik genomen als pottenvelden en kwekerij. De woningen en het bedrijfsgebouw krijgen ieder een eigen inrit op de Bonegraafseweg.
Uitsnede landschappelijk inpassingsplan, bron: Puur Landschap
9
2.2.3
Landschappelijke inpassing Voor het plangebied is een landschappelijk inpassingsplan met toelichting opgesteld, om met de inrichting van het erf aan te sluiten op de cultuurhistorische en landschap12 pelijke kwaliteiten in de omgeving (zie bovenstaande afbeelding). Hieronder is deze toelichting overgenomen. Landschapstype Het plangebied maakt onderdeel uit van het Kommenlandschap. Doordat komgebieden ver van de rivierloop liggen, kon het water tot rust komen en het slib bezinken. Wat leidde tot een dikke kleilaag. Dit landschapstype kenmerkt zich door het open karakter en de schaarse bebouwing. De onregelmatige kavels worden begrensd door lange rechte wegen en waterlopen. Naast kleine bosjes en grienden komt vrijwel alleen weg- en erfbeplanting voor. Het beleid is er op gericht om de unieke beleving van openheid te borgen door het landschap vrij te houden van hoge opgaande beplanting (LOP). Landschapsontwikkelingsplan Het Landschapsontwikkelingsplan (LOP) Neder-Betuwe maakt inzichtelijk hoe de gemeente de ontwikkeling van het landschap binnen de gemeente ziet en wil begeleiden. Rekening houdend met de ontwikkeling van diverse functies in het landelijk gebied wordt hier beschreven hoe de landschappelijke waarden behouden en versterkt kunnen worden. Onderstaande afbeelding geeft de visiekaart uit het LOP weer met daarbij de betreffende legendaeenheden.
Landschapsontwikkelingsvisie, bron: LOP Neder-Betuwe
Binnen het LOP is een nadere invulling aan deze visie gegeven op het gebied van passende beplantingskarakteristieken per landschapstype. Voor het landschapstype
1
Landschappelijke inpassing Volentis B.V. Bonegraafseweg, Dodewaard/Nederland, Puur Landschap, kenmerk: 202023 DLB, 1 mei 2020
2
Toelichting landschappelijk inpassing Volentis B.V. Bonegraafseweg, Dodewaard, Puur Landschap, kenmerk: 202023 DLB, 1 december 2020
10
‘Open kommenlandschap’ is daarvoor onderstaande tabel opgenomen die de basis ingrediënten weergeeft voor onze specifieke planlocatie.
Beplantingskarakteristieken landschapsontwikkelingsvisie, bron: LOP Neder-Betuwe
Toelichting landschappelijke inpassing De stedenbouwkundige opzet van het plan volgt de rationele rechtlijnige verkaveling van het huidige kommengebied waarbij de nieuwe bebouwing zich positioneert in aansluiting op de kavelrichtingen. De nieuwe ontwikkeling wordt daarbij ingepast binnen de bestaande blokverkaveling. De bestaande kavelpaden markeren daarbij de kavelgrenzen en de plaatsen waarop de ontwikkeling aangesloten wordt op de Bonegraafseweg. De landschappelijke inpassing richt zich op drie hoofdonderdelen: 1. het behouden en versterken van de lange lijnen; 2. het in het landschap kenmerkend markeren van de nieuwe erven; 3. respecteren van de wijdsheid en openheid. De lange lijnen worden gevormd door de, noord-zuid lopende wegen, sloten en kavelstructuren. De ontsluiting van het nieuwe bedrijf wordt voorzien op de bestaande kavelpaden. De ontwikkeling van het nieuwe bedrijf houdt in dat het plan ook in extra waterberging moet voorzien. Deze extra waterberging wordt voorzien door de verbreding van bestaande watergangen en de toevoeging van nieuwe watergangen. Deze nieuwe watergang sluit aan op de bestaande kavelstructuur. De situering van de nieuwe ontsluiting en waterstructuur draagt bij aan het behoud en versterken van de lange landschapslijnen. Van oudsher was het kommengebied open en over het algemeen vrij van hoog opgaande beplanting. Met uitzondering van de erven.
De erven waren vooral functioneel beplant met heggen en hagen, hoogstamfruitboomgaard en knotbomen. Daarnaast stonden op het erf vaak solitaire bomen, traditioneel walnoot, kastanje en Gewone es. Op diezelfde wijze wordt de inpassing van de beide erven rond de beide bedrijfswoningen voorzien. Een heg langs de achterzijde van het erf bestaande uit soorten bosplantsoen zonder bomen (sleedoorn, veldesdoorn, boswilg, hazelaar en hondsroos). Een haag van veldesdoorn langs de voorzijde van het erf en enkele solitaire bomen in de tuin. De zone rondom het kantoor wordt visueel onderdeel gemaakt van de erfopzet van de meest oostelijke bedrijfswoning door voor het kantoor een hoogstamfruitboomgaard te situeren. Aan de achterzijde van het kantoor komt een tuin waarin een deel van het
11
assortiment van Volentis ten toon gesteld wordt. Langs de watergang, onderdeel van de nieuwe waterberging, komt een rij knotwilgen. Langs de zuidgrens van het nieuwe terrein komt een lange struweelhaag in het verlengde van de heg rondom de westelijke bedrijfswoning. Deze struweelhaag bestaat uit soorten als bosplantsoen zonder bomen (sleedoorn, veldesdoorn, boswilg, hazelaar en hondsroos) waardoor de opstelplaats van trailers en het grootse achterliggende rangeerterrein wordt ingepast. Met uitzondering van de beide erven worden er over het gehele nieuwe terrein geen hoog opgaande beplantingen toegepast waardoor de openheid gerespecteerd blijft en de beide erven in het landschap worden gemarkeerd. De beide nieuwe erven (lichtgroen) doen geen afbreuk aan de openheid doordat deze direct aan de, af en toe beplantte, Bonegraafseweg gesitueerd zijn in aansluiting op de reeds bestaande erven (donkergroen) aan de westkant van het plangebied. De toevoeging van de twee beplantte erven, volgens de bijgeleverde landschappelijke inpassing, zullen de beleefbaarheid van de open ruimte tussen de Bonegraafseweg en de Waalbandijk en de herkenbaarheid van het Kommenlandschap juist versterken zoals op de volgende afbeelding schematisch is weergegeven.
Boven: positionering van de nieuwe erven t.o.v. de openheid en versterking van de landschapsbeleving, bron: Toelichting landschappelijke inpassing, Puur Landschap. Onder: zicht op het plangebied vanaf de Waalbandijk in noordoostelijke richting, bron: Toelichting landschappelijke inpassing, Puur Landschap.
12
3
Beleidskader
3.1
Nationaal beleid
3.1.1
De Nationale Omgevingsvisie De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt een duurzaam perspectief voor de leefomgeving met ambities. In deze NOVI worden de nationale belangen in de fysieke leefomgeving en de daaruit voortkomende opgaven beschreven. Er worden vier prioriteiten voor Nederland geformuleerd: ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; duurzaam economisch groeipotentieel; sterke en gezonde steden en regio's; toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Om beleidskeuzes op een heldere en voorspelbare manier te maken, hanteert de NOVI drie afwegingsprincipes, die helpen bij het prioriteren en afwegen van de verschillende belangen en opgaven: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: in het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Er wordt weer gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van ruimte. 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: er moet altijd gekeken worden naar de context van het gebied. Keuzes in verschillende gebieden kunnen daarom verschillen. 3. Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat onze leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van toekomstige generaties.
Toetsing Het rijk zet in de NOVI voor het landelijk gebied in op een toekomstbestendige ontwikkeling. Dit betekent dat landgebruik in balans wordt gebracht met natuurlijke systemen en ontwikkelingen in het landelijk gebied niet ten koste gaan van landschappelijke kwaliteiten. Het voorliggende plan ziet op de realisatie van een nieuw agrarisch bouwperceel voor een boomkwekerij. Op de huidige locatie van het bedrijf zijn geen groei- en ontwikkelingsmogelijkheden voor het bedrijf, door de ligging nabij een nieuw te realiseren woonwijk. Op de nieuwe locatie zijn er mogelijkheden om de uitbreidingsplannen van het bedrijf te verwezenlijken om van grotere betekenis te kunnen zijn in de ‘groene’ markt, en dan wel op een zo duurzaam mogelijke manier met oog voor mens en omgeving. Het toekomstige bouwvlak wordt bovendien landschappelijk ingepast, waardoor met de inrichting van het erf wordt aangesloten op de landschappelijke en cultuurhistorische kwaliteiten van de omgeving. Het voorliggende plan draagt hiermee bij aan een toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied en sluit aan op de ambities voor het landelijk gebied uit de NOVI.
13
3.1.2 3.1.2.1
Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte Algemeen Op 13 maart 2012 is de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vastgesteld. Deze structuurvisie geeft een nieuw, integraal kader voor het ruimtelijk- en mobiliteitsbeleid op rijksniveau. In de structuurvisie schetst het Rijk de ambities voor concurrentiekracht, bereikbaarheid, leefbaarheid en veiligheid tot 2040 (lange termijn) en doelen, belangen en opgaven tot 2028 (middellange termijn). De centrale visie wordt uiteengezet in drie hoofddoelstellingen voor de middellange termijn (2028), namelijk “concurrerend, bereikbaar en leefbaar&veilig”. Voor de drie rijksdoelen zijn de onderwerpen van nationaal belang benoemd waarmee het Rijk aangeeft waarvoor het verantwoordelijk is en waarop het resultaten wil boeken. De drie hoofddoelen van het ruimtelijk en mobiliteitsbeleid kennen nationale opgaven die regionaal neerslaan. In de structuurvisie zijn dertien nationale belangen benoemd. De nationale belangen, die worden benoemd, betreffen de internationale concurrentiepositie, het gebruik van de ondergrond, het behouden en versterken van vervoer- en transportsystemen, de milieukwaliteit, de waterveiligheid en zoetwatervoorziening en behoud en versterken van natuur en cultuurhistorische waarden. Voor deze belangen is het Rijk verantwoordelijk en wil het resultaten boeken, hierbuiten hebben decentrale overheden beleidsvrijheid.
Afspraken over verstedelijking, groene ruimte en landschap laat het Rijk over aan de provincies en gemeenten. Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen heeft het Rijk enkel nog een 'ladder voor duurzame verstedelijking’ opgenomen. In toelichting paragraaf 3.1.4 wordt op de ladder voor duurzame verstedelijking ingegaan.
3.1.2.2
3.1.3 3.1.3.1
Toetsing Het voorgenomen plan is met de realisatie van een nieuw agrarisch bouwperceel kleinschalig en raakt hierdoor niet aan de nationale belangen waar in de SVIR beleid voor is opgesteld. Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Algemeen Op 30 december 2011 is het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) in werking getreden. Voortaan moeten gemeenten bij het vaststellen van bestemmingsplannen, wijzigingsplannen of uitwerkingsplannen rekening houden met het Barro. Doel van het Barro is bepaalde onderwerpen van nationaal belang uit de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte te verwezenlijken. De volgende onderwerpen worden in het Barro genoemd: Rijksvaarwegen, Project Mainportontwikkeling Rotterdam, Kustfundament, Grote rivieren, Waddenzee en waddengebied, Defensie, Ecologische hoofdstructuur, Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde, Hoofdwegen en hoofdspoorwegen, Elektriciteitsvoorziening, Buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen, Primaire waterkeringen buiten het kustfundament en IJsselmeergebied (uitbreidingsruimte). Deze onderwerpen worden in het Barro exact ingekaderd en begrensd. Per project worden regels gegeven die gemeenten direct of indirect (via provincies) moeten laten doorwerken in de ruimtelijke besluitvorming. Het nationale belang dat het stellen van
14
regels voor deze onderwerpen rechtvaardigt, is vastgelegd in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. 3.1.3.2
3.1.4 3.1.4.1
Toetsing Het plan valt niet binnen de reikwijdte van één van de onderwerpen uit het Barro. Er zijn daarom geen regels opgenomen die van belang zijn voor het onderhavige plangebied. Het plan is hierdoor niet strijdig met het Barro. Ladder voor duurzame verstedelijking Algemeen De ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ is in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) geïntroduceerd en vastgelegd als procesvereiste in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). De Ladder voor duurzame verstedelijking is op 1 juli 2017 herzien. Het Bro bepaalt dat voor ondermeer bestemmingsplannen de treden van de ladder moet worden doorlopen. Doel van de Ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening in de vorm van een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Met de ladder voor duurzame verstedelijking wordt een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten nagestreefd. Overheden moeten nieuwe stedelijke ontwikkelingen motiveren met oog voor de onderliggende vraag in de regio en de beschikbare ruimte binnen het bestaande stedelijke gebied. De Ladder voor duurzame verstedelijking is van toepassing wanneer er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling.
Onder een stedelijke ontwikkeling wordt verstaan de ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. Niet elke ontwikkeling van stedelijke aard wordt door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State aangemerkt als een stedelijke ontwikkeling in de zin van de ladder. Uit diverse uitspraken blijkt dat de Afdeling de realisatie van 11 woningen of minder niet beschouwt als een woningbouwlocatie. In dit geval is er geen sprake van een stedelijke ontwikkeling en is het niet noodzakelijk om de ladder te doorlopen.
3.1.4.2
Toetsing Met dit bestemmingsplan wordt de realisatie van een nieuw agrarisch bouwperceel met twee bedrijfswoningen mogelijk gemaakt. Dit betreft geen stedelijke ontwikkeling en de ladder voor duurzame verstedelijking is daarom niet van toepassing. Vanuit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening wordt wel beoordeeld of de locatie waar het nieuwe agrarische bouwperceel plaatsvindt hier optimaal en geschikt voor is. Het is niet mogelijk de ontwikkeling te laten plaatsvinden in bestaand stedelijk gebied. De belangrijkste reden hiervoor is dat een goed woon- en leefklimaat niet kan worden gegarandeerd in een dichtbevolkt gebied vanwege milieuaspecten als geluid. Bovendien is de ligging nabij de gronden van het bedrijf noodzakelijk voor de bedrijfsvoering.
15
Uitbreiding van het bedrijf op de huidige locatie van het bedrijf aan de Hoofdstraat 74 in Kesteren is niet mogelijk, vanwege de ligging aangrenzend aan de nieuwe woonwijk Casterhoven-West. Ook op de andere huidige bedrijfslocaties is uitbreiding van de logistieke activiteiten van het bedrijf niet wenselijk, aangezien deze moeilijk te bereiken zijn met zwaar vrachtverkeer en tractoren (zie paragraaf 2.2.1.) 3.1.5
Conclusie rijksbeleid Het voorliggende plan is kleinschalig doordat het ziet op de realisatie van een nieuw agrarisch bouwperceel. Het plan raakt hierdoor geen nationale belangen uit het SVIR of Barro. Bovendien is ladder voor duurzame verstedelijking niet van toepassing voor het plan. Vanuit rijksbeleid zijn er daarom geen specifieke voorwaarden voor het plan. Geconcludeerd kan worden dat er geen sprake is van strijd met het rijksbeleid.
3.2
Provinciaal beleid
3.2.1
Omgevingsvisie Gaaf Gelderland
3.2.1.1
Algemeen Op 19 december 2018 hebben Provinciale Staten de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland vastgesteld. Sinds 1 maart 2019 is deze Omgevingsvisie van kracht. De provincie heeft in de Omgevingsvisie een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland centraal gesteld. Gezond en veilig. Dat is een gezonde leefomgeving, schone en frisse lucht, een schoon milieu, een niet vervuilde bodem, voldoende schoon en veilig (drink)water, bescherming van onze flora en fauna. Dat is voorbereid zijn op klimaatverandering, zoals hitte, droogte, bosbranden en overstromingen. En, dat is aandacht hebben voor verkeersveiligheid en veilige bedrijvigheid; Schoon en welvarend. Dat is een dynamisch, duurzaam en aantrekkelijk woon-, werk- en ondernemersklimaat, goed bereikbaar en met een goed functionerende arbeidsmarkt en dito kennis- en onderwijsinstellingen. Maar dat is ook: het tegengaan van schadelijke uitstoot, afval en uitputting van grondstoffen. En: het investeren in nieuwe, alternatieve vormen van energie.
Onderdeel van de Omgevingsvisie zijn diverse thematische visieschetsen met de volgende thema’s: energietransitie: van fossiel naar duurzaam; klimaatadaptie: omgaan met veranderend weer; circulaire economie: sluiten van kringlopen; biodiversiteit: werken met de natuur; bereikbaarheid: duurzaam verbonden; vestigingsklimaat: een krachtige, duurzame topregio; woon- en leefomgeving: dynamisch, divers, duurzaam. De Omgevingsvisie bevat de strategische ambities voor de lange termijn.
16
3.2.1.2
Toetsing Algemeen De ambitie van de provincie is onder andere een duurzaam, dynamisch en toegankelijk economisch vestigingsklimaat, waar voor ondernemers en inwoners een sterke aantrekkingskracht vanuit gaat. Dit moet onder andere bereikt worden door bedrijven die zich hier willen vestigen of die willen uitbreiden snel en effectief te helpen bij het vinden van een zo optimaal mogelijke locatie. De boomkwekerij heeft op de huidige locatie aan de Hoofdstraat 74 in Kesteren geen uitbreidingsmogelijkheden. De verplaatsing naar deze nieuwe locatie biedt het bedrijf mogelijkheden om uit te breiden en ook in de toekomst op een duurzame en verantwoorde wijze te blijven opereren. Het voorliggende plan draagt hiermee bij aan een toekomstbestendig bedrijf. Hiermee wordt aangesloten op de ambities van de provincie. Locatiespecifiek Het plangebied is gelegen binnen een gebied dat is aangemerkt als intrekgebied. Het provinciale beleid voor water is gericht op een veerkrachtig en duurzaam water- en bodemsysteem. De provincie onderschrijft de ambitie van de Europese Kaderrichtlijn Water dat uiterlijk in 2027 het grond- en oppervlaktewater in Europa schoon en ecologisch gezond moet zijn en dat er voldoende water is voor duurzaam gebruik en voert deze uit.
De beschermde gebieden voor grondwater, waterberging, de Kaderrichtlijn Water en Natura 2000 zijn leidend bij de uitwerking van dit beleid in programma’s of in kaders in de verordening. Voor intrekgebieden zijn in de ruimtelijke verordening regels opgenomen. Hieraan wordt getoetst in paragraaf 3.2.2. Verder is in de omgevingsvisie geen locatie specifiek beleid opgenomen dat van toepassing is op het voorliggende plan. Het plan is daardoor niet in strijd met het hierin opgenomen beleid.
3.2.2 3.2.2.1
Omgevingsverordening Gelderland Algemeen De provincie beschikt over verschillende instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. De omgevingsverordening wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch gewaarborgd is. De verordening voorziet ten opzichte van de Omgevingsvisie niet in nieuw beleid en is daarmee dus beleidsneutraal. De inzet van de verordening als juridisch instrument om de doorwerking van het provinciaal beleid af te dwingen is beperkt tot die onderdelen van het beleid waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen veilig te stellen of om uitvoering te geven aan wettelijke verplichtingen. De Omgevingsverordening richt zich net zo breed als de Omgevingsvisie op de fysieke leefomgeving in de Provincie Gelderland. Dit betekent dat vrijwel alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving opgenomen zijn in de Omgevingsverordening. Het gaat hierbij om regels op het gebied van ruimtelijke ordening, milieu, water, mobiliteit en bodem. De verwachting is dat de Omgevingsverordening op termijn alle regels zal gaan bevatten die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving.
17
3.2.2.2
Toetsing Op het voorliggende plan zijn artikel 2.2 en artikel 2.38 uit de ruimtelijke verordening van toepasing. In artikel 2.2 van de verordening is opgenomen dat een bestemmingsplan nieuwe woningen alleen mogelijk maakt als de ontwikkeling past binnen een door Gedeputeerde Staten vastgestelde regionale woonagenda. Het plan is door de gemeente NederBetuwe getoetst aan de regionale woonagenda van de regio Rivierenland en past hierbinnen. Het plangebied is in de provinciale verordening aangewezen als intrekgebied. In artikel 2.38 van de ruimtelijke verordening is opgenomen dat een bestemmingsplan voor gronden binnen een intrekgebied de winning van fossiele energie niet mogelijk maakt. Dit is binnen het voorliggende plan niet aan de orde, waardoor voldaan wordt aan deze regel uit de verordening. In de verordening zijn verder geen regels opgenomen die op het voorliggende plan van toepassing zijn. Het project is daarom niet in strijd met de Omgevingsverordening.
3.2.3
Conclusie provinciaal beleid Geconcludeerd kan worden dat het plan niet in strijd is met het provinciale beleid.
3.3
Gemeentelijk beleid
3.3.1
Structuurvisie Neder-Betuwe 2018
3.3.1.1
Algemeen Op 5 maart 2018 heeft de gemeenteraad van Neder-Betuwe een herziening van de Structuurvisie Neder-Betuwe vastgesteld. In de Structuurvisie is beschreven dat de gemeente een aantrekkelijke, groene en veilige woonomgeving biedt. Het beleid van de gemeente is erop gericht om de Green Valley van Europa te worden, door de bekendheid als laanboomcentrum verder te ontwikkelen met ruimte voor innovatie. Daarnaast wil de gemeente zich profileren als groene, landelijke gemeente, met een aantrekkelijke omgeving om in te wonen, werken en recreëren. De structuurvisie geeft richting aan de gewenste ruimtelijke inrichting van een gebied waardoor voor een ieder in algemene zin duidelijk is of bepaalde initiatieven daarbinnen passen.
18
Uitsnede uit structuurvisiekaart met aanduiding plangebied (rode ster) Structuurvisiekaart Onderhavig plangebied ligt op structuurvisiekaart binnen de aanduidingen 'ontwikkeling laanboomteelt', ‘komgebieden’ en ‘behoud beleving karakteristieke landschapstypen’. Laanboomteelt Boomkwekerijen tekenen het landschap in Neder-Betuwe en hebben een grote sociaaleconomische betekenis voor de gemeente. De laanboomteelt is in Neder-Betuwe de belangrijkste grondgebruiker van het buitengebied. De gemeente wil deze bekendheid verder ontwikkelen en geeft boomkwekerijen de ruimte te groeien en zich verder te ontwikkelen met ruimte voor innovatie. Dit betekent dat het buitengebied, met uitzondering van de uiterwaarden en het Weidevogel- en ganzengebied, is ingezet om groei van deze sector mogelijk te maken. Komgebieden Het plangebied ligt in een komgebied. De kommen in Neder-Betuwe zijn vanouds moeilijk te ervaren doordat zij in tegenstelling tot de kommen in andere gemeenten niet bestaan uit grootschalige aaneengesloten open ruimten. Bovendien kunnen de kommen vanwege de aanwezige laanboomteelt, de toegenomen aanwezigheid van bebouwing en vanwege de A15 en de Betuweroute niet meer in hun geheel als karakteristieke open gebieden worden aangemerkt. Vanuit landschappelijk oogpunt zou het behoud van de openheid in de kommen, ook al is dit nog in geringe mate
19
aanwezig, een logische keuze zijn om de herkenbaarheid van de landschappelijke opbouw te behouden. De gemeente is echter van mening dat de economische ontwikkelingsmogelijkheden van met name de laanboomteelt voorop staat en daardoor het komgebied zal gaan verkleuren. De gemeente kiest uitsluitend voor behoud van (de openheid van) het weidevogel- en ganzengebied. In de overige komgebieden richt de gemeente zich op het behouden van een verschil in schaalgrootte ten opzichte van de oeverwallen langs de Rijn en de Waal en de oeverwal van Gesperden. Bij de vormgeving van (geleidelijke) ontwikkelingen in dit gebied is het van belang de schaalgrootte te behouden. Concreet betekent dit dat terughoudend wordt omgegaan met het toevoegen van nieuwe erven voor agrarische bedrijven of burgerwoningen. 3.3.1.2
Toetsing Met het voorliggende plan wordt een nieuw agrarisch bouwperceel voor een boomkwekerij mogelijk gemaakt. Hiermee wordt bijgedragen aan de ambitie van de gemeente om de laanboomteelt mogelijkheden te geven om zich te ontwikkelen en te groeien. De locatie ligt niet in weidevogel- en ganzengebied en is hierdoor geschikt voor het bieden van ontwikkelingsmogelijkheden voor de laanboomteelt. Met het voorliggende plan wordt nieuwe agrarische bedrijfsbebouwing mogelijk gemaakt. Zoals gezegd, gaat de gemeente terughoudend om met dergelijke ontwikkelingen in de komgebieden. Er heeft echter een zorgvuldige locatieafweging plaatsgevonden (zie paragraaf Fout! Verwijzingsbron niet gevonden.), waaruit deze locatie als meest geschikte locatie naar voren is gekomen. De nieuwe bebouwing wordt bovendien zorgvuldig ingepast (zie paragraaf 2.2.3.).
3.3.2 3.3.2.1
Beleidsnotitie nieuwe agrarische bouwpercelen Algemeen In de beleidsnotitie nieuwe agrarische bouwpercelen zijn voorwaarden opgenomen waaraan een nieuw agrarisch bouwperceel op een maagdelijke locatie aan moet voldoen. Deze voorwaarden gelden bij verplaatsing én bij nieuw vestiging. Wanneer er sprake is van verplaatsing van een bestaand agrarisch bedrijf én van het algemeen belang (bv woningbouw) wordt er maatwerk geleverd. Het volwaardigheidscriterium wordt in dit geval vervangen door het criterium dat het bedrijfsmatige activiteiten dient te betreffen. Indien deze niet volwaardig zijn, wordt uitgegaan van een bouwvlok op maat. Indien het bestaande bedrijf reeds uit een bedrijfswoning beschikt dan kan deze ook direct op het nieuwe bouwperceel worden mogelijk gemaakt. De volgende voorwaarden zijn van toepassing: 1. Situering in een agrarisch kom gebied is niet toegestaan. Er wordt gestreefd naar een locatie in de bestemming ‘Agrarisch gebied’, dat wil zeggen de gebieden zonder specifieke landschappelijke en/of natuurlijke waarden. In het agrarische oeverwalgebied zijn er evenwel mogelijkheden indien dit niet leidt tot aantasting van de aanwezige landschappelijke, cultuurhistorische en/of natuurlijke waarden. 2. Een agrarisch bouwperceel wordt uitsluitend gesitueerd aan een verharde openbare weg en is goed ontsloten. 3.
De oppervlakte van het nieuwe bouwperceel wordt afgestemd op de benodigde bebouwing (concreet bouwplan) met een max. oppervlakte van 1 ha, via wijziging onder de gebruikelijke voorwaarden te vergroten tot 1,5 ha.
20
3.3.2.2
3.3.3
Toetsing Met voorliggende plan wordt een nieuw agrarisch bouwvlak mogelijk gemaakt. Het betreft de verplaatsing van een bestaand bedrijf vanwege een algemeen belang. Op de huidige locatie heeft het bedrijf geen uitbreidingsmogelijkheden, vanwege de realisatie van de nieuwe woonwijk Casterhoven-West. Bovendien is het in stand houden van de bestaande bedrijfsactiviteiten nabij deze woonwijk niet wenselijk. Het plan is getoetst aan bovengenoemde voorwaarden die hierop vanuit de beleidsnotitie van toepassing zijn: Ad 1: De locatie ligt in een komgebied. Op basis van de notitie is de realisatie van een nieuw agrarisch bouwperceel hier niet toegestaan. Om de volgende redenen heeft de gemeente besloten om voor het voorliggende plan af te wijken van dit beleid: het grote maatschappelijke belang van verplaatsing van het bedrijf (vanwege de ligging nabij de toekomstige woonwijk); uit de locatieafweging volgt dat dit de meest geschikte locatie is vanwege dat het al in gebruik is door het bedrijf, de bereikbaarheid en de ligging nabij bedrijfsgronden: er een landschappelijk inrichtingsplan is opgesteld, waarin nadrukkelijk aandacht is besteed aan de kwaliteiten van het komgebied. Ad 2: Het plangebied is gelegen aan de Bonegraafseweg. Dit is een verharde en doorgaande weg, welke een goede aansluiting biedt op het wegennet.
Ad 3: Het agrarische bouwvlak heeft een oppervlakte van 1,5 ha. Dit betekent dat moet worden voldaan aan de wijzigingsvoorwaarden voor vergroting en of vormverandering agrarische bouwpercelen uit het geldende bestemmingsplan. In paragraaf 3.3.4 is geconcludeerd dat wordt voldaan aan deze voorwaarden. Landschapsontwikkelingsplan Neder-Betuwe
3.3.3.1
Algemeen In het landschapsontwikkelingsplan, het LOP, worden uitgangspunten beschreven die van belang zijn voor de landschappelijke inpassing van nieuwe ontwikkelingen.
3.3.3.2
Toetsing Voor het plangebied is een landschappelijk inpassingsplan opgesteld (zie paragraaf 2.2.3). In de toelichting op deze landschappelijke inpassing die in deze paragraaf is opgenomen, is onder andere getoetst aan het landschapsontwikkelingsplan en hiermee is rekening gehouden bij het opstellen van het inpassingsplan. Het plan voldoet hiermee aan de uitgangspunten van het LOP.
21
3.3.4 3.3.4.1
Bestemmingsplan Buitengebied Dodewaard en Echteld Algemeen Op dit moment geldt voor het plangebied onder andere het bestemmingsplan ‘Buitengebied Dodewaard en Echteld’ (zie paragraaf 1.3.). In de toekomstige situatie wordt in het plangebied een nieuwe agrarisch bouwperceel met een oppervlakte van 1,5 hectare mogelijk gemaakt. Op basis van het gemeentelijk beleid voor nieuwe agrarisch bouwpercelen is maximaal een oppervlakte van 1 hectare toegestaan. In het bestemmingsplan Buitengebied Dodewaard en Echteld is echter in artikel 48.3 een wijzigingsbepaling opgenomen voor vergroting en/of vormverandering van agrarische bouwpercelen. Onder de volgende voorwaarden is op basis van deze wijzigingsbepaling een nieuw agrarisch bouwperceel met een oppervlakte van 1,5 hectare mogelijk: 1. het niet betreft de verplaatsing van het gehele bedrijf naar een ander perceel; 2. uit een nader onderzoek is gebleken dat de vergroting en/of vormverandering noodzakelijk is voor de bedrijfsvoering; 3. de wijziging geschiedt door het verwijderen van het bestaande bouwvlak en door het aangeven van een nieuw bouwvlak; 4. het oppervlak van het nieuwe bouwvlak is afgestemd op de reële uitbreidingsbehoefte en niet meer bedraagt dan 1,5 ha; 5.
de afstand tussen het nieuwe bouwvlak en de dichtst bijgelegen woning meer bedraagt dan 50 m, dan wel indien sprake is van een veehouderij waarop de Wet Geurhinder en veehouderij van toepassing is, de afstand tussen het nieuwe bouwvlak en de dichtst bijgelegen woning meer bedraagt dan de afstand die volgens de uitkomsten van een onderzoek daarnaar noodzakelijk is; 6. van tevoren, op basis van een inrichtingsplan, in voldoende mate wordt verzekerd dat wordt voorzien in de ruimtelijke en/of landschappelijke inpassing ter plaatse; 7. indien het nieuwe gedeelte van het vergrote of van vorm veranderde bouwvlak wordt geprojecteerd binnen gronden die zijn aangewezen met de bestemming Agrarisch met waarden - 1 vooraf op basis van een advies van een onafhankelijk landschappelijk deskundige is gebleken dat hierdoor de landschappelijke waarden en de natuurwaarden die eigen zijn aan de desbetreffende gronden, of de mogelijkheden tot het herstel van deze waarden, zoals deze waarden genoemd worden in artikel 5, lid 5.1.3 (Agrarisch met waarden - 1), niet blijvend onevenredig worden geschaad; 8.
indien het nieuwe gedeelte van het vergrote of van vormveranderde bouwvlak wordt geprojecteerd binnen gronden, die zijn aangewezen met de dubbelbestemming Waarde - Cultuurhistorisch waardevol gebied, vooraf op basis van een advies van een onafhankelijk landschappelijk deskundige is gebleken dat hierdoor de cultuurhistorische waarden die eigen zijn aan de desbetreffende gronden, of de mogelijkheden tot het herstel van deze waarden, niet blijvend onevenredig worden geschaad; 9. in het wijzigingsplan inzicht wordt gegeven in de uitkomsten van onderzoek naar bodemverontreiniging, archeologische waarden, flora en fauna en regenwaterretentie en waarbij is gebleken dat de betreffende belangen in voldoende mate zijn verzekerd en waarbij ten aanzien van de hemelwaterretentie uit een schriftelijke verklaring van het waterschap is gebleken dat zij geen overwegende bezwaren hebben.
22
3.3.4.2
Toetsing Het voorliggende plan is getoetst aan de voorwaarden uit de wijzigingsbepaling: Ad 1: Het betreft niet de verplaatsing van het gehele bedrijf naar het perceel. Het bedrijf heeft ook andere bedrijfslocaties, welke behouden blijven. Ad 2: Voor de gewenste bedrijfsvoering is een bouwvlak van 1,5 hectare noodzakelijk. Er is geen nader onderzoek beschikbaar om dit aan te tonen. Ad 3: Op de locatie is geen bouwvlak aanwezig. Er zal een nieuw bouwvlak worden aangegeven. Ad 4: Het bouwvlak beslaat 1,5 hectare. Deze oppervlakte is noodzakelijk om te kunnen voorzien in de toekomstige bedrijfsvoering. Ad 5: De afstand tussen het bouwvlak en omliggende woningen bedraagt meer dan 50 meter. Ad 6: Voor de toekomstige inrichting van het plangebied is een landschappelijk inpassingsplan opgesteld (zie paragraaf 2.2.3). In het voorliggende plan is middels een voorwaardelijke verplichting geborgd dat deze landschappelijke inpassing gerealiseerd wordt. Ad 7: Het nieuwe bouwvlak wordt niet geprojecteerd op gronden met de bestemming ‘Agrarisch met waarden - 1’.
Ad 8: Het nieuwe bouwvlak wordt niet geprojecteerd op gronden met de dubbelbestemming ‘Waarde - Cultuurhistorisch waardevol gebied’; Ad 9: In hoofdstuk 4 van deze toelichting wordt inzicht gegeven in de uitkomsten van de toetsing en onderzoek naar bodemverontreiniging, archeologische waarden, flora en fauna en regenwater-retentie. Hierbij is gebleken dat de betreffende belangen in voldoende mate zijn verzekerd. Geconcludeerd kan worden dat het voorliggende plan met uitzondering van ad 2 voldoet aan de voorwaarden uit de wijzigingsbepaling. Aangezien het voorliggende plan geen wijzigingsplan is (maar een bestemmingsplan), kan van de voorwaarden uit de wijzigingsbepaling worden afgeweken.
3.3.5 3.3.5.1
Woonvisie 2016-2021 Vitale kernen in een sterke gemeente Algemeen Op 1 februari 2016 is de woonvisie vastgesteld door de raad van de gemeente NederBetuwe. Hierin is het beleid met betrekking tot de woningmarkt, kansen, aanbod en behoefte opgenomen. Om richting te geven aan de ontwikkeling van de gemeente, biedt deze visie belangrijke handvatten voor de gemeente zelf, maar ook de partners met wie zij op het brede speelveld van het wonen samenwerkt. Het geeft een kwalitatieve inkleuring aan de woningbouwontwikkeling van zowel nieuwbouw als bestaande bouw in de gemeente en alle facetten die hiermee samenhangen. Binnen het Regionale Woningmarktonderzoek en de Regionale Woonagenda worden de kaders van de nieuwbouwopgave met de regiogemeenten afgestemd. Hiermee wordt gezorgd dat de nieuwbouwproductie past binnen de regionale behoefte.
23
De gemeente wil het woonklimaat de komende jaren verder versterken en verbeteren zodat Neder-Betuwe een sterke gemeente met vitale kernen blijft. Dit wil de gemeente bereiken door actief woonbeleid te voeren op de volgende aandachtspunten die gebaseerd zijn op onderzoek, bestaande beleidskaders en discussie met professionals en de raad: 1 Toevoegen van duurzaam aantrekkelijke woningen De vergrijzing van Neder-Betuwe zet zich voort, maar zit rond 2035 op haar hoogtepunt. De veranderende bevolkingssamenstelling vraagt om een aanpassing van de woningvoorraad. Levensloopgeschiktheid is daarin een belangrijk criterium; 2 Inzetten op een realistische nieuwbouwambitie Het hanteren van een realistische woningbouwambitie is belangrijk om ervoor te waken dat het woningaanbod goed aansluit bij de woningbehoefte. Op basis van het regionale woningbehoefteonderzoek wordt tot 2025 uitgegaan van een jaarlijkse productie van 60 tot 80 woningen voor de gemeente Neder-Betuwe; 3 Woningbouw in elke kern, volwaardige afronding van huidige plannen Om de kernen vitaal te houden is het belangrijk dat elke kern de mogelijkheid behoudt om nieuwe woningen aan de voorraad toe te voegen, als hier voldoende behoefte aan is. Om een aantrekkelijk woon- en leefmilieu te creëren, gaat de gemeente bovendien kijken hoe ze nieuwe locaties van een nieuwe invulling kunnen voorzien.
Dit kan door hier woningen te realiseren, mits het past binnen de kwantitatieve opgave. Met name als het gaat om leegstand in karakteristieke gebouwen die iets toevoegen aan de woon- en leefomgeving van Neder-Betuwe zoekt de gemeente naar mogelijkheden voor herbestemming, waarbij de buitenzijde zoveel mogelijk in tact moet blijven; 4 Verder verduurzamen van de woningvoorraad De komende jaren wil de gemeente verder met het energiezuiniger en levensloopgeschikter maken van de bestaande woningvoorraad. In de nieuwbouw wordt vastgehouden aan de energieprestatienorm uit het Bouwbesluit. De belangrijkste opgave ligt in de bestaande voorraad. De gemeente wil eigenaren stimuleren om hun woning te verduurzamen; 5 Betaalbare woningen voor kwetsbare doelgroepen Er zal voldoende betaalbare woningen voor kwetsbare doelgroepen moeten worden gerealiseerd. 3.3.5.2
3.3.6 3.3.6.1
Toetsing Met het voorliggende plan worden twee bedrijfswoningen mogelijk gemaakt op het agrarische bouwperceel. Deze bedrijfswoningen zijn noodzakelijk om voldoende toezicht te kunnen houden op het bedrijf. Het plan is met de toevoeging van twee bedrijfswoningen kleinschalig en van beperkte invloed op de beschikbare plancapaciteit.
Beleidsplan Huisvesting arbeidsmigranten 2020 t/m 2022 Algemeen Naar schatting verblijven in de gemeente Neder-Betuwe circa 800 arbeidsmigranten structureel en nog eens circa 1.000 arbeidsmigranten enkele weken per jaar gedurende het pluk- en oogstseizoen. Om voor hen goede en veilige huisvesting te regelen, zonder dat de beschikbaarheid van betaalbare woningen voor andere inwoners in het gedrang komt, heeft de gemeente het beleidsplan Huisvesting arbeidsmigranten op-
24
gesteld. De gemeente Neder-Betuwe kiest voor integraal beleid dat is gebaseerd op (samengevat) de volgende uitgangspunten: Goede en legale huisvesting, waarbij de huisvestingsvorm afhankelijk is van de verblijfsduur: ‘short stay’ faciliteiten met een beperkte verblijfsduur voor met name seizoenswerkers in de agrarische sector en ‘mid stay’ faciliteiten als arbeidsmigranten voor langere tijd in de gemeente verblijven. Inschrijving in de BRP (basisregistratie personen) voor arbeidsmigranten die hier langer dan 4 maanden verblijven. Bij een korter verblijf vindt registratie plaats als niet-ingezetene in de RNI (registratie niet-ingezetenen). Bevordering van de zelfredzaamheid van arbeidsmigranten en waar nodig een goede maatschappelijke ondersteuning. Goede samenwerking tussen de gemeente, werkgevers, uitzendbureaus en huisvesters om de beleidsopgaven te realiseren, waarbij elke partij zijn eigen verantwoordelijkheid pakt. Draagvlak in de samenleving voor het gemeentelijke beleid door onze inwoners hierbij te betrekken. Daarnaast kunnen burgers, verenigingen en maatschappelijke organisaties een bijdrage leveren aan de integratie van de arbeidsmigranten in onze samenleving. Actieve handhaving om ongewenste huisvestingssituaties tegen te gaan als sluitstuk van ons beleid.
Goede regionale samenwerking waarbij de gemeenten kennis en ervaringen delen en waar dat gewenst is, samen optrekken en een passend instrumentarium ontwikkelen. 3.3.6.2
Toetsing Met het voorliggende plan wordt de realisatie van 5 onzelfstandige wooneenheden voor de huisvesting van arbeidsmigranten mogelijk gemaakt. Deze huisvesting wordt gerealiseerd in een bedrijfsgebouw. Het gaat hierbij om ‘mid stay’ huisvesting. Het voorliggende plan voldoet aan de eisen die gemeente hieraan stelt. Hieronder volgt een toets aan deze eisen. 1. Huisvesting arbeidsmigranten is alleen toegestaan in bestaande bouw of waar bebouwing is toegestaan op basis van het vigerende bestemmingsplan. Met het voorliggende plan wordt een nieuw bedrijfsperceel mogelijk gemaakt met bijbehorende bedrijfsgebouwen. De huisvesting van arbeidsmigranten wordt gerealiseerd binnen de bedrijfsgebouwen die worden mogelijk gemaakt. 2. Initiatief past binnen de aard en schaal van de omgeving. Ten behoeve van de huisvesting van arbeidsmigranten wordt niet meer bebouwing op het perceel mogelijk gemaakt dan regulier binnen een nieuwe agrarisch bouwperceel is toegestaan. Het past hiermee binnen de aard en schaal van de omgeving. 3. Nieuwe kamergewijze verhuur van woningen is niet toegestaan. De huisvesting van arbeidsmigranten wordt mogelijk gemaakt ter plaatse van het bedrijfsgebouw. Er is geen sprake van kamergewijze verhuur van de bedrijfswoningen. 4. De huisvesting mag niet leiden tot onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden van de belendende percelen.
In hoofdstuk 4 is het voorliggende plan getoetst aan de verschillende milieuaspecten en geconcludeerd dat deze geen belemmering vormen voor het plan.
25
5. Er moet een vergunning dan wel melding voor brandveilig gebruik zijn. Deze vergunning zal te zijner tijd worden aangevraagd. 6. Landschappelijke inpassing. 7. Er moet sprake zijn van een goed woon- en leefklimaat. In hoofdstuk 4 is onderbouwd dat ter plaatse van de gewenste locatie voor de arbeidsmigrantenwoningen sprake is van een goed woon- en leefklimaat. 8. De woonruimte moet voldoen aan de eisen die het Bouwbesluit stelt. In het kader van de omgevingsvergunning zal worden getoetst aan het bouwbesluit. Aangezien sprake is van nieuwbouw, kan hieraan worden voldaan. 9. De woonruimte moet voldoen aan de eisen van het SNF-keurmerk De woonruimte zal worden geregistreerd bij het SNF. 10. Slaapvertrekken voor maximaal 2 personen. In de slaapvertrekken zullen niet meer dan 2 personen kunnen slapen. 11. Kinderen worden met ouder(s) gehuisvest in een volledig zelfstandige woonruimte. Met het voorliggende plan worden alleen onzelfstandige wooneenheden mogelijk gemaakt. De huisvesting van kinderen is hierdoor niet aan de orde. 12. Ingerichte buitenruimte. Aansluitend op de gedeelde woonkamer en keuken wordt een buitenruimte gerealiseerd. 13. Gelegenheid voor ontspanning en sport en spel. Zowel in de gezamenlijke woonkamer en ter plaatse van de buitenruimte is gelegenheid voor ontspanning en sport en spel. 14.
Passend bij omvang voorzieningen (denk aan sportruimte, winkel, visvijver). Het gaat hier om een kleinschalige huisvestingslocatie (5 wooneenheden). Specifieke voorzieningen zijn hierdoor niet aan de orde. 15. Voldoende ruimte voor de opslag van fietsen, tuinmeubilair, e.a. Er zullen voldoende opslagmogelijkheden worden geboden. 16. Voldoende capaciteit voor verzamelen van afval, waarbij wordt voldaan aan de in de gemeente geldende eisen voor het scheiden en aanbieden van afval. Binnen het plangebied is voldoende ruimte voor het opstellen van de benodigde containers. 17. Eén aanspreekpunt voor de bewoners, gemeente, hulpdiensten en omwonenden. Dit wordt geregeld. 18. 24/7 toezicht en/of beheer. Op het agrarische bouwperceel zijn twee bedrijfswoningen aanwezig. Hierdoor is er altijd toezicht en/of beheer op deze locatie. 19. Huis- en gedragsreglement inclusief veiligheid en belangrijke telefoonnummers of websites, in de taal van de aanwezige bewoners die op een goed zichtbare plaats is opgehangen. 20. Hier zal aan worden voldaan. 21. Binnen- en buitenruimten zijn schoon, heel en veilig. Hier zal aan worden voldaan. 22. Goede ontsluiting verkeer. Het bedrijfsperceel wordt ontsloten op de Bonegraafseweg. 23. Voldoende parkeergelegenheid: minimaal 0,8 parkeerplaats per persoon op eigen terrein. In paragraaf 4.2 is het plan getoetst aan het parkeerbeleid.
Hierin is onderbouwd dat er voldoende parkeerplaatsen binnen het plangebied worden gerealiseerd.
26
24. Goede bereikbaarheid voor hulpdiensten Het plangebied wordt ontsloten op de Bonegraafseweg en is goed bereikbaar. 25. Afhankelijk van omvang huisvesting en locatie kan gevraagd worden om een vervoersplan. De omvang van de huisvesting is beperkt (5 wooneenheden). Een vervoersplan is daarom niet aan de orde. 3.3.7
Conclusie gemeentelijk beleid Geconcludeerd kan worden dat het plan niet in strijd is met het gemeentelijke beleid.
27
4
Milieu- & omgevingsaspecten
4.1
Milieueffectrapportage
4.1.1
Algemeen De milieueffectrapportage (m.e.r.) is een hulpmiddel om bij diverse procedures het milieubelang een volwaardige plaats in de besluitvorming te geven. Een m.e.r. is verplicht bij de voorbereiding van plannen en besluiten van de overheid over initiatieven en activiteiten van publieke en private partijen die belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben. De m.e.r. is wettelijk verankerd in hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer en het Besluit m.e.r.. In de bijlage van het Besluit m.e.r. zijn twee onderdelen (C en D) opgenomen. In onderdeel C zijn activiteiten genoemd waarbij direct sprake is van een m.e.r.-plicht als bij besluiten de genoemde drempelwaarden worden overschreden. Voor de activiteiten die zijn genoemd in onderdeel D geldt dat als de drempelwaarden worden overschreden een m.e.r.-beoordeling dient plaats te vinden. Voor besluiten met een omvang onder de drempelwaarden moet een zogenaamde vormvrije m.e.r.-beoordeling worden gedaan.
4.1.2
Toetsing Onderhavig plan betreft de realisatie van een nieuw agrarisch bouwperceel ten behoeve van een boomkwekerij. Deze activiteit is niet opgenomen in de C of D lijst van het Besluit m.e.r. en daarom geen sprake van een m.e.r.-(beoordelings)plicht.
4.1.3
Conclusie Een nadere beoordeling in een (vormvrije) m.e.r-beoordeling of plan-m.e.r. is niet noodzakelijk.
4.2
Verkeer en parkeren Het agrarische bedrijf wordt ontsloten op de Bonegraafseweg. Voor de ontsluiting van het perceel zal gebruik worden gemaakt van 3 inritten. Eén voor iedere woning en een inrit voor het bedrijf. Op het terrein is de nodige rangeer- en manoeuvreerruimte voor de vrachtwagens aanwezig, waardoor vrachtwagens vooruit het terrein kunnen op- en afrijden. In het kader van het voorliggende plan is door Goudappel Coffeng een notitie met be3 trekking tot de verkeer en parkeren opgesteld . Hieruit volgt dat de verkeersgeneratie van het bedrijf op basis van cijfers van de ondernemer zal bestaan uit: 30 auto’s per dag; 20-30 vrachtwagens per dag;
3
Verplaatsing Volentis Boomkwekerij, verkeer en parkeren, Goudappel, kenmerk: 010481.20210908.N1.01, 8 september 2021. 28
40-50 tractoren per dag. Geconcludeerd wordt dat vestiging van de boomkwekerij aan de Bonegraafseweg past bij de al bestaande landbouw langs deze weg. De vestiging leidt tot extra vrachtverkeer en trekkers op deze weg. De verkeerstoename is beperkt, past bij de functie van de weg en kan goed worden afgewikkeld. De route naar het hoofdwegennet leidt niet door de woonkernen in de omgeving, er ontstaat geen overlast door het vrachtverkeer. De beperkte breedte van de weg maakt dat al het verkeer van en naar de boomkwekerij direct het terrein moet opdraaien, er is geen mogelijkheid om (vracht)auto’s langs de Bonegraafseweg te parkeren. Daar is in het plan in voorzien. Voor parkeren is in de notitie opgenomen dat de gemeente Neder-Betuwe de parkeernormen heeft vastgelegd in de Nota Parkeernormen Neder-Betuwe uit 2017. Voor agrarische bedrijvigheid is een parkeernorm opgenomen voor de ‘Loods/schuur ten behoeve van machines agrarisch bedrijf ‘, met daarbij een parkeernorm van 0. Voor deze parkeernorm geldt dat de bebouwing aantoonbaar dient te zijn voor de eigen agrarische bedrijfsvoering. Verder is agrarische bedrijvigheid niet in de parkeernormen opgenomen en wordt ook niet genoemd in de ASVV 2021, waarnaar de Nota Parkeernormen verwijst. De Nota Parkeernormen stelt dat in die gevallen maatwerk geleverd moet worden.
Voor Volentis Boomkwekerij betekent dit dat op eigen terrein voldoende parkeergelegenheid moet zijn voor de werknemers. Uitgaande van maximaal 30 gelijktijdig aanwezige medewerkers en uitgaande van het in deze sector hoge autogebruik betekent dit dat 30 parkeerplaatsen voor personenauto’s aanwezig moeten zijn. Op eigen terrein moet daarnaast voldoende verhard oppervlak zijn ten behoeve van het parkeren, en laden en lossen van vrachtauto’s en trekkers. In paragraaf 2.2 is het inrichtingsplan opgenomen voor het nieuwe bouwvlak. Hierin is te zien dat er op eigen terrein voldoende ruimte is voor parkeren, laden, lossen en manoeuvreren.
4.3
Bodem
4.3.1
Algemeen Bij functiewijzigingen die leiden tot een verandering van de bestaande bestemming moet worden aangetoond dat de kwaliteit van de bodem de realisatie van de gewenste functie toestaat. Daarnaast geldt dat de bodemkwaliteit invloed kan hebben op de financiële haalbaarheid als blijkt dat de bodem gesaneerd moet worden.
4.3.2
Toetsing Om inzicht te krijgen in de vraag of de bodem geschikt is voor de beoogde functie is 4 een verkennend en aanvullend bodem- en waterbodemonderzoek uitgevoerd.
4
Verkennend en bodem- en waterbodemonderzoek Bonegraafseweg (ong.) in Dodewaard, Hunneman Milieu-Advies, kenmerk: 201091/dh/sh, 3 februari 2021. 29
In de vaste bodem zijn licht verhoogde gehalten aan zware metalen, minerale olie en som DDE aangetoond. De aangetoonde gehalten vormen geen aanleiding tot nader onderzoek. In het grondwater zijn licht tot matig verhoogde gehalten aan zware metalen aangetoond. Het maximaal aangetoonde gehalte aan barium overschrijdt de tussenwaarde. Aangezien er op de locatie geen duidelijk aanwijsbare antropogene bron aanwezig is, betreft het aangetoonde gehalte aan barium naar verwachting een van nature verhoogde achtergrondwaarde. Derhalve bestaat er geen noodzaak tot nader onderzoek. De bemonsterde waterbodem betreft bij toepassing op landbodem klasse Industrie of klasse B bij toepassing in oppervlaktewater en is verspreidbaar op een aangrenzend perceel. De bemonsterde waterbodem is niet verspreidbaar in zoet oppervlaktewater. Op basis van de onderzoeksresultaten is de actuele kwaliteit van de vaste bodem, het grondwater en de waterbodem vastgelegd. Geadviseerd wordt om bij ontwikkeling van de locatie te werken met een gesloten grondbalans. Indien grond vrijkomt en van de locatie wordt afgevoerd is het Besluit Bodemkwaliteit van toepassing (Bbk). Af te voeren grond dient AP-04 te worden ingekeurd, inclusief OCB’s, voor de bepaling van de definitieve afzetmogelijkheden. 4.3.3
Conclusie De verontreinigde grond zal voor aanvang van de werkzaamheden in het plangebied worden gesaneerd. Binnen het exploitatieplan van de ontwikkeling is hiervoor voldoende financiële ruimte gereserveerd. Het aspect bodem vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van onderhavig plan.
4.4
Geluid
4.4.1
Algemeen De mate waarin het geluid, veroorzaakt door het wegverkeer en/of door inrichtingen, het woonmilieu mag belasten, is geregeld in de Wet geluidhinder (wgh). Langs wegen en spoorwegen liggen zones. Binnen deze zones moet voor de realisatie van geluidsgevoelige bestemmingen akoestisch onderzoek worden uitgevoerd. De Wgh heeft tot doel geluidhinder te voorkomen en te beperken tot aanvaardbare geluidsniveaus. In de Wgh zijn hiervoor twee soorten grenswaarden opgenomen: Voorkeursgrenswaarde : Deze waarde garandeert een vrij goede woon- en leefsituatie binnen de invloedssfeer van een geluidsbron (wegen, spoorwegen, enz.); Hoogste toelaatbare geluidsbelasting: Deze waarde geeft de hoogste gevelbelasting weer waarvoor een hogere waarde kan worden aangevraagd. De grenswaarden zijn onder andere afhankelijk van de geluidsbron (weg- of railverkeer), de ligging van de geluidsgevoelige bebouwing (stedelijk of buiten-stedelijk gebied) en het type geluidsgevoelige bebouwing. In de onderstaande tabel zijn voor woningen de voorkeursgrenswaarden en de meest voorkomende hoogste toelaatbare