REG-2 - Monitor RES 2024
Tekst van het document
Muilwijk, M., (2012), Verkenning energielandschappen en erfgoed, Wageningen: Muilwijk Landschapsadvies. Natuurmonumenten & Vogelbescherming Nederland (2021), Analyse Regionale Energie Strategieën op zoekgebieden zon en wind in natuur en waardevol landschap site: https://res.cloudinary.com/natuurmonumenten/raw/upload/v1626174506/2021-07/Analyse%20Regionale%20Energie%20Strategie%C3%ABn%20-%20def.pdf geraadpleegd 12 september 2024. NBNL (2023), De financiële impact van de energietransitie voor netbeheerders; geactualiseerde prognose 2023, Den Haag: Netbeheer Nederland. NBNL (2024), Realtime Interface System Operator – DER, Den Haag: Netbeheer Nederland. NIEWHOL (2024), site: https://www.regionale-energiestrategie.nl/leefomgeving/res+natuur/1888743.aspx geraadpleegd 4 december 2024. PBL | 64
NMF’s (2021), site: https://www.natuurenmilieufederaties.nl/nieuws/natuur-en-milieuorganisatiesnatuur-en-landschap-ondergeschoven-in-regionale-energiestrategieen/ geraadpleegd 12 september 2024. NMF’s (2022) Site: https://www.natuurenmilieufederaties.nl/project/loket-energie-en-natuur/ Geraadpleegd 4 december 2024. NMF’s (2023) Site: https://www.natuurenmilieufederaties.nl/nieuws/onderzoek-gemeenten-latenkansen-liggen-om-te-sturen-op-natuurinclusieve-zonneparken/ geraadpleegd 12 september 2024. NMF’s (2024a) Site: https://www.natuurenmilieufederaties.nl/nieuws/oproep-aan-minister-hermans-zet-multifunctionaliteit-bij-energieopwekking-centraal/ geraadpleegd 4 december 2024. NMF’s (2024b) Site: https://www.natuurenmilieufederaties.nl/nieuws/sturen-op-natuurinclusievewind-en-zonneparken/ geraadpleegd 4 december 2024. NP RES z.d. (a), Werkblad Lokaal Eigendom. Handvaten voor het faciliteren van lokaal eigendom en het verankeren in beleid, Den Haag: NP RES. NP RES z.d. (b), Werkblad Regionale Structuur Warmte: Handvaten voor het uitwerken van de Regionale Structuur Warmte in de RES 2.0, Den Haag: NP RES. NP RES/Energie Samen (2023), Borging lokaal eigendom in beleid. Den Haag: NP RES/Energie Samen https://www.regionale-energiestrategie.nl/participatie/lokaal+eigendom/borging+lokaal+eigendom+in+beleid/default.aspx Oostendorp, Y., et al.
(2022), Natuurinclusief Nederland: natuur overal en voor iedereen, Den Haag: Raad voor de leefomgeving en infrastructuur. Ottinger, G., T. Hargrave, & E. Hopson (2014), “Procedural Justice in Wind Facility Siting: Recommendations for State-Led Siting Processes” in: Energy Policy volume 65: 662-69. https://doi.org/10.1016/j.enpol.2013.09.066. CPB (2024), Reflectie Brede Welvaart, Prinsjesdag 2024, Den Haag: CPB/PBL/SCP. Pesch, U., A. Correljé, E. Cuppen, et al. (2017), “Energy Justice and Controversies: Formal and Informal Assessment in Energy Projects” in: Energy Policy volume 109: 825-34. https://doi.org/10.1016/j.enpol.2017.06.040. PWC (2024), Publiek meerderheidsbelang in collectieve warmtesystemen. Onderzoek naar de noodzaak van het vereiste van een publiek meerderheidsbelang voor het borgen van publieke belangen in de warmtesector, Amsterdam: PriceWaterhouseCoopers Advisory N.V.. Robeyns, I. (2022), “Zo Ga Je Om Met Normativiteit Bij Welvaartsmeting” in: ESB, volume 107(4804): 172-174. De Ronde, K. (2024), “Publiek meepraten ja, publiek beslissen nee bij warmtenetten” in Energeia site: https://energeia.nl/publiek-meepraten-ja-publiek-besissennee-bij-warmtenetten/ geraadpleegd 9 december 2024. RVO (2023a), Monitor Wind op Land over 2022, Utrecht: Rijksdienst voor ondernemend Nederland.
RVO (2024a), Monitor Wind op Land over 2023, Utrecht: Rijksdienst voor ondernemend Nederland. RVO (2024b), Monitor Zon-pv 2024 in Nederland, Utrecht: Rijksdienst voor ondernemend Nederland. RVO (2024c), SDE Projecten in beheer oktober 2024, Utrecht: Rijksdienst voor ondernemend Nederland. RVO (2024d), Tabel: Cumulatief aantal via ISDE-, SEEH-, SVOH- en SVVE-regelingen Vastgesteld Windturbine per 2023 in Nederland, https://klimaatmonitor.databank.nl/jive, geraadpleegd op 18 november 2024.
PBL | 65
RVO (2024e), site: https://www.rvo.nl/subsidies-financiering/sde/aanvragen/veranderingen-sde geraadpleegd 4 december 2024. Scanlon, T. (1998), What We Owe to Each Other. Cambridge, Massachusetts, London, England: Harvard University Press. Schippers P., et al. (2020), “Mortality limits used in wind energy impact assessment underestimate impacts of wind farms on bird populations” in: Ecology and Evolution volume 10: 6274-6287. https://doi.org/10.1002/ece3.6360 Schotman, A., et al. (2021), Verkenning van bodem en vegetatie in 25 zonneparken in Nederland, Eerste overzicht van de ligging van zonneparken in Nederland en stand van de kennis over het effect van zonneparken op de bodemkwaliteit, Wageningen: Wageningen Environmental Research. Sectorakkoord Natuurinclusieve Infrastructuur (2024), Site: https://www.nlingenieurs.nl/assets/Documenten/position-papers/Ondertekend+sectorakkoord+natuurinclusieve+infrastructuur_140524.pdf geraadpleegd 12 september 2024. Sluiters, S., (2024), “Plan voor zonne-atollen in IJsselmeer stuit op verzet”, in: Energeia site: https://energeia.nl/plan-voor-zonne-atollen-in-ijsselmeer-stuit-op-verzet/ geraadpleegd 4 december 2024. Simcock, N. (2016), “Procedural Justice and the Implementation of Community Wind Energy Projects: A Case Study from South Yorkshire, UK” in: Land Use Policy volume 59: 467-77. Sinnott-Armstrong, W.
(2023), "Consequentialism", The Stanford Encyclopedia of Philosophy (Winter 2023 Edition), Edward N. Zalta & Uri Nodelman (eds.), site https://plato.stanford.edu/archives/win2023/entries/consequentialism/. Smith, P., & M. McDonough (2001), “Beyond Public Participation: Fairness in Natural Resource Decision Making” in: Society & Natural Resources volume 14: 239-49. https://doi.org/10.1080/08941920120140. Straver, K., R. Kooger, & M. Hulhof, et al. (2017), De winnaars en verliezers van de energietransitie. Verkenning van problemen, visies en oplossingen, Amsterdam: ECN, Tertium, Alliander, Milieudefensie. Timmers, H., et al. (2020), Gedragscode Acceptatie & Participatie Windenergie op Land, Utrecht: NWEA. Santoo, S., D. van Duin, & N. Van Uffelen (2022) (2022), “Revisiting Recognition in Energy Justice”, in: Energy Research & Social Science volume 92: 102764. https://doi.org/10.1016/j.erss.2022.102764. Van Uffelen, N., B. Taebi, & U. Pesch (2024), “Revisiting the Energy Justice Framework: Doing Justice to Normative Uncertainties” in Renewable and Sustainable Energy Reviews volume 189: 113974. https://doi.org/10.1016/j.rser.2023.113974. VIVET (2023), Begrippenkader RES wind op land & zon PV, Den Haag: Programma Verbetering informatie voorziening energietransitie. Van Der Vossen, B. & B.
Christmas (2023), "Libertarianism", The Stanford Encyclopedia of Philosophy (Fall 2023 Edition), Edward N. Zalta & Uri Nodelman (eds.). https://plato.stanford.eu/entries/libertarianism. De Vries, G., (2020), Natuur & Landschap in de RES Bouwstenen voor een natuur- en landschapsinclusieve energietransitie, Utrecht: NMF’s. De Vries, G., (2021), Natuurinclusieve Energietransitie, Utrecht: NMF’s. De Vries, G., et al. (2023), Verder met energieopwekking op land, vijf interventies om de klimaatdoelen te halen, Utrecht/Wageningen: NMF/WUR. De Vries, S., et al. (2024), Ecologie in zonneparken, tussenrapport, Groningen: Groningen Universiteit.
PBL | 66
Vogelbescherming Nederland (2021), site: https://www.vogelbescherming.nl/actueel/bericht/duurzame-energie-ja-maar-niet-ten-koste-van-natuur geraadpleegd 12 september 2024. Walker, C. & J. Baxter (2017), “Procedural Justice in Canadian Wind Energy Development: A Comparison of Community-Based and Technocratic Siting Processes” in: Energy Research & Social Science volume 29: 160-69. https://doi.org/10.1016/j.erss.2017.05.016. Wijsman, K., & M. Berbés-Blázquez (2022), “What Do We Mean by Justice in Sustainability Pathways? Commitments, Dilemmas, and Translations from Theory to Practice in Nature-Based Solutions.” In: Environmental Science & Policy volume 136: 377-86. https://doi.org/10.1016/j.envsci.2022.06.018. Wood, N., N. van Uffelen, G. Frigo, et al. (2024), “Strengthening the Foundations of Energy Justice Scholarship: What Can Philosophy Contribute?” in Energy Research & Social Science volume 117:103699. https://doi.org/10.1016/j.erss.2024.103699. Wolsink, M. (2000), “Wind Power and the NIMBY-Myth: Institutional Capacity and the Limited Significance of Public Support”, in Renewable Energy volume 21: 49–64. https://doi.org/10.1016/S0960-1481(99)00130-5. Zoutendijk, L. (2010), Ecologisch Energienetwerk, afstudeerwerk, Eindhoven: Design Academy.
Site: https://nieuweinstituut.nl/projects/natuur-en-ruimtelijk-ontwerp/project-ecologisch-energie-netwerk-een geraadpleegd 4 december 2024.
PBL | 67
Bijlage 1 Respondentenlijst Respondenten onderzoek Rechtvaardigheid in de regionale energietransitie Peter Derk Wekx (NP RES), Petra Duivenvoorde (Accounthouder NP RES), Ivo van Es (provincie Gelderland), Harold van Ganzenwinkel (gemeente Nijmegen), Geert Gielen (gemeente Dronten), Bram Hendriks (gemeente Noordoostpolder), Els Holsappel (NP RES), Romy Hoogeveen (gemeente Almere), Ine van den Hurk (regiocoördinator RES-regio Arnhem-Nijmegen), Gijs Jansen (gemeente Beuningen), Pascale de Leijer (Accounthouder NP RES), Gerriëtte Mollink (Accounthouder NP RES), Tys de Ruiter (regiocoördinator RES-regio Flevoland, verkennend gesprek), Ralph Savelberg (regiocoördinator RES-regio Rotterdam-Den Haag), Emilie Schoneveld (gemeente Dronten), Menno Schreuders (gemeente Moerdijk), Hendrik de Vries (lid maatschappelijke adviesraad RES-regio Flevoland).
Respondenten onderzoek Natuur in de Regionale Energiestrategieën Johan Baltes (Baltes Consultancy), Johan de Beer (Waterschap Brabantse Delta), Marnix Brongers (Fuga Consultancy), Marjolein Derks (gemeente Hoekse Waard), Uvo van Erp (gemeente Amersfoort), Louis Engelbert (provincie Zeeland), Martijn van der Glas (NMF Groningen), Roland van Houdt (regio Midden-Holland), Alienke Ramaker (RHDVH), Wies Thesingh van Eijk (provincie Noord-Holland), Sylvia Torremans (gemeente Goirle), Ilse Voogt (gemeente Hoeksche Waard).
PBL | 68
Bijlage 2 PBL-systematiek In welke mate is het waarschijnlijk dat het gezamenlijke kwantitatieve doel van ten minste 35 terawattuur elektriciteit uit windturbines en grootschalige zon-pv systemen op land tegen 2030 wordt gehaald? Dit blijft de leidende vraag voor het kwantitatieve deel van de analyse in de Monitor RES. We baseren de analyse over het halen van dit doel zowel op de hoogte van de regionale biedingen en de mate waarin regio’s hun plannen hebben geconcretiseerd, als op onzekerheden en ontwikkelingen die van invloed kunnen zijn op de prognose voor de hernieuwbare elektriciteitsproductie in 2030. Om de haalbaarheid van de doelstelling te schatten verdeelt de PBL-systematiek het ontwikkeltraject van wind op land en grootschalige zon-pv projecten in drie fases; productie uit bestaande projecten (huidig), productie uit de voorraad projecten (pijplijn) en productie uit nog uit te werken beleidsvoornemens (ambitie). Deze verschillen in de mate van zekerheid waarmee de verwachte elektriciteitsproductie in 2030 geschat kan worden. Een gedetailleerde beschrijving per onderdeel is te vinden in hoofdstuk 1 en in bijlage 3 van deze Monitor. Wijziging monitoringssystematiek ten opzichte van Monitor RES 2023 Ten opzichte van de voorgaande Monitor RES is de systematiek op één punt aangepast.
In het onderdeel pijplijn zijn de vollasturen voor zon-pv aangepast naar de waardes uit het eindadvies voor de SDE++ 2023. (Lensink en Schoots 2024). Deze houden rekening met het aansluiten van alle projecten op 50% van het piekvermogen. Het gevolg is dat de inschatting van de productie uit pijplijn lager uitvalt. Het effect is beperkt (0,1-0,2 terawattuur). Databronnen bij verschillende onderdelen: • Voor de elektriciteitsproductie van de al bestaande, huidige projecten zijn gegevens van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) gebruikt, namelijk de regiostatistieken over de huidige elektriciteitsproductie uit zonne- en windmolenparken op land (peildatum 1 januari 2024). De elektriciteitsproductie van de meest recent gerealiseerde projecten (januari tot en met september 2024) is berekend op basis van nationale overzichten van het bijgeplaatste vermogen van wind- en zonne-energie (Bosch et al. (2024) en de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO)). • Voor de verwachte elektriciteitsproductie uit de pijplijnprojecten zijn gegevens van RVO gebruikt over specifieke projecten die tot en met september 2023 in de pijplijn zaten met een vergunning én met een subsidiebeschikking (SDE++), de Monitor Wind op Land over 2023, de Monitor Zon-pv 2024 en Projecten in Beheer overzicht SDE++ (RVO 2024a-c).
• Voor de verwachte elektriciteitsproductie van de projecten die nog in de planfase zitten (ambitiedeel), zijn de gegevens uit de RES 1.0 gebruikt zoals die door de regio’s zijn vastgesteld. Het gaat hier om projecten in de planfase die nog niet in het onderdeel pijplijn zitten. Begrippenkader RES, voor en door regio's Het doel van de ‘dataset begrippenkader RES’ is om regio’s op een gestandaardiseerde manier inzicht te bieden in het volledige ontwikkeltraject van wind- en zonneparken op regioniveau met informatie die niet in de CBS en RVO dataregisters bekend zijn. Zo bevat de dataset informatie op projectniveau waarin ook projecten in de vroege fase van het ontwikkeltraject zijn meegenomen. Deze gestandaardiseerde gegevens kunnen regio’s gebruiken om de ontwikkeling van de hernieuwbare elektriciteitsproductie in meer detail te vergelijken met de eigen ambities en waar nodig te bij te sturen. De regio’s PBL | 69
hebben het afgelopen jaar de tweede versie van de dataset opgeleverd. De nationale dataregisters vormen en startpunt dat wordt verrijkt met informatie uit de regio’s. De methodiek om de dataset samen te stellen staat beschreven in het Begrippenkader hernieuwbare energie op land (VIVET 2023). Dit bevat een mede door de regio's gedragen set begrippen en afspraken over de rekenregels voor hernieuwbare elektriciteitsproductie. De methodiek gaat uit van dezelfde openbare gegevensbronnen als de PBL-systematiek. Daarnaast gebruikt het de input uit de regio’s zelf om de locatiegegevens en de informatie over de vroege fase van het ontwikkeltraject toe te voegen. Het stelt regio’s in staat om te kijken naar elektriciteitsproductie in de geografische context samen met andere energie eigenschappen in het gebied.
PBL | 70
Bijlage 3 Productie hernieuwbare elektriciteit volgens PBL-systematiek De schatting van de verwachte productie van hernieuwbare elektriciteit in 2030 voor de onderdelen huidig, pijplijn en ambitie en het totaal kennen onzekerheden. PBL hanteert daarom bandbreedten die als maat voor de onzekerheid per onderdeel huidig, pijplijn en ambitie gelden. Tabel B3.1 geeft de boven-, midden- en onderwaarde voor de schatting uit deze Monitor RES 2024 en Tabel B3.2, B3.3 en B3.4 geven ter vergelijking de bandbreedten volgens de Monitor RES 2023, Monitor RES 2022 en Monitor RES 1.0. Tabel B3.1 Bandbreedten productie van hernieuwbare elektriciteit 2030 op basis van de RES 1.0 en gegevens tot en met september 2024 (Monitor RES 2024) volgens PBL-systematiek.
Boven Midden Onder
huidig (2024) 30,1 29,8 29,5
pijplijn 5,0 4,0 3,0
ambitie 10,0 7,2 4,5
totaal 45,0 41,1 37,1
Tabel B3.2 Bandbreedten productie van hernieuwbare elektriciteit 2030 op basis van de RES 1.0 en gegevens tot en met september 2023 (Monitor RES 2023) volgens PBL systematiek.
Boven Midden Onder
huidig (2023) 25,8 25,5 25,2
pijplijn 6,8 5,4 4,0
ambitie 11,3 8,2 5,2
totaal 43,8 39,1 34,4
Tabel B3.3 Bandbreedten productie van hernieuwbare elektriciteit 2030 op basis van de RES 1.0 en gegevens tot en met september 2022 (Monitor RES 2022) volgens PBL systematiek.
Boven Midden Onder
huidig (2022) 23,1 22,8 22,5
pijplijn 10,3 8,5 6,6
ambitie 12,6 9,5 6,4
totaal 46,0 40,8 35,4
Tabel B3.4 Bandbreedten productie van hernieuwbare elektriciteit (terawattuur ) 2030 op basis van de RES 1.0 en gegevens tot en met september 2021 (Monitor RES 1.0) volgens PBL systematiek.
Boven Midden Onder PBL | 71
huidig (2021) 19,3 18,9 18,6
pijplijn 14,1 12,6 11,2
ambitie 12,2 9,2 5,6
totaal 45,6 40,8 35,4
De bandbreedten op de productie reflecteren per onderdeel van het ontwikkeltraject verschillende onzekerheden. In het onderdeel huidig bevatten bandbreedtes enkel het effect van het verwijderen van oudere turbines van wind op land projecten. In de middenwaarde nemen wij aan dat er 0,6 [0,3- 0,9] terawattuur van de huidige productie afkomstig is uit oudere turbines die voor 2030 worden verwijderd. Dit zou overeenkomen met zo’n 10 procent van de nettoproductie van turbines die voor 2015 zijn geplaatst. De onder- en bovenkant van de bandbreedte reflecteren een situatie waarin er 0,3 terawattuur meer of minder oudere turbines worden ontmanteld. Een nadere beschrijving van hoe de onzekerheden bij de pijplijn worden bepaald staat in bijlage 2. Voor zon-pv baseren we de bandbreedtes op een inschatting van de realisatiegraad voor projecten in de pijplijn, deze wordt verder toegelicht in bijlage 2. Tabel B3.5 Onder-, midden- en bovenwaarde van de elektriciteitsproductie (terawattuur) uit het huidige opgestelde vermogen en pijplijnprojecten van grootschalige zon-pv en windinstallaties op land volgens PBLsystematiek (Monitor RES 2024)
Boven Midden Onder
Grootschalige zon-pv huidig (2024) 13,4 13,4 13,4
Grootschalige zon-pv pijplijn 3,2 2,4 1,5
Wind op land huidig (2024) 16,6 16,3 16,0
Wind op land pijplijn 1,7 1,6 1,5
Tabel B3.6 Onder-, midden- en bovenwaarde van de elektriciteitsproductie (terawattuur) uit het huidige opgestelde vermogen en pijplijnprojecten van grootschalige zon-pv en windinstallaties op land volgens PBLsystematiek (Monitor RES 2023)
Boven Midden Onder
Grootschalige zon-pv huidig (2023) 11,0 11,0 11,0
Grootschalige zon-pv pijplijn 4 2,9 1,9
Wind op land huidig (2023)1 14,8 14,5 14,2
Wind op land pijplijn 2,8 2,5 2,1
Tabel B3.7 Onder-, midden- en bovenwaarde van de elektriciteitsproductie (terawattuur) uit het huidige opgestelde vermogen en pijplijnprojecten van grootschalige zon-pv en windinstallaties op land volgens PBLsystematiek (Monitor RES 2022)
Boven Midden Onder
PBL | 72
Grootschalige zon-pv huidig (2022) 9,4 9,4 9,4
Grootschalige zon-pv pijplijn 5,6 4,0 2,4
Wind op land huidig (2022) 13,7 13,4 13,2
Wind op land pijplijn 4,7 4,5 4,3
Tabel B3.8 Onder-, midden- en bovenwaarde van de elektriciteitsproductie (terawattuur) uit het huidige opgestelde vermogen en pijplijnprojecten van grootschalige zon-pv en windinstallaties op land volgens PBLsystematiek (Monitor RES 1.0)
Boven Midden Onder
Grootschalige zon-pv huidig (2021) 6,8 6,8 6,8
Grootschalige zon-pv pijplijn 7,3 6,2 5,1
Wind op land huidig (2021) 12,5 12,1 11,7
Wind op land pijplijn 6,8 6,4 6,1
De prognose van de productie uit de onderdelen pijplijn en ambitie voor 2030 is gebaseerd op gegevens over de productie uit zon-pv en wind op land voor gemiddelde meteorologische omstandigheden. Uitgangpunt zijn de gemeten elektriciteitsproductie (CBS 2024) uit het huidige installaties (per 1 januari 2024) en het opgestelde vermogen uit wind en grootschalige zon-pv op land tot en met het derde kwartaal van 2024 voor een schatting van de bijdrage van dat vermogen in 2030. Op deze cijfers wordt een aantal bijstellingen toegepast om een gemiddelde situatie in 2030 te reflecteren, voor nadere toelichting zie de Monitor RES 2022. • Bijstelling voor meteorologisch gemiddelde omstandigheden. Voor zon-pv maken we gebruik van de gemiddelde zon-pv opbrengst per jaar voor Nederland zoals bericht door SolarCare in januari 2024. 6 Het jaar 2023 kende lage zoninstraling ten opzichte van het gemiddelde over 2012 tot en met 2022. Daarom gebruiken we voor de schatting van de elektriciteitsproductie uit grootschalige zon-pv in 2030 een normalisatiefactor van 1,06 (0,92/0,87) op de werkelijke productie in 2023. Dit geeft 1,06 x 10,8 = 11,4 terawattuur aan productie uit de huidige zon-pv installaties in een gemiddeld weerjaar.
• Voor wind op land rapporteren we op basis van CBS-productiecijfers die zijn genormaliseerd voor meteorologische variaties volgens de Europese richtlijn voor hernieuwbare energie II (EU 2018). Dit geeft 15,7 terawattuur in 2023. • Bijstelling voor gedeeltelijke jaarproductie. Jaarcijfers rapporteren voor nieuwe installaties het deel van de productie tussen het moment van realisatie en het einde van het jaar. In 2030 zullen de nieuwe installaties het hele jaar produceren. Daarom tellen we een deel van productie uit nieuwe installaties op bij het jaartotaal. We gaan er hierbij vanuit dat gemiddeld de helft van productie uit nieuwe installaties niet meetelt in de jaarcijfers. Voor zon-pv zijn we uitgegaan van 1 terawattuur (0,5 x 2.072 megawatt x 900 vollasturen) aan extra productie uit de in 2023 geplaatste installaties. Totale verwachte productie uit bestaand installaties: 12,3 terawattuur. • Voor wind op land gebruiken we een vergelijkbare benadering. Hierbij wordt geen gebruik gemaakt van een vast aantal vollasturen maar van de combinatie van geïnstalleerd vermogen gedurende het jaar en lokale vollasturen op de plek van de nieuwe turbines. In 2023 resulteerde dit in een bijstelling van 0,9 terawattuur. Totale verwachte productie uit bestaand installaties: 16,7 terawattuur.
• Tot en met september 2023 ontwikkelde elektriciteitsproductie: 1,1 terawattuur zon-pv en 0,2 terawattuur wind op land (RVO, 2024, Windstats 2024).
6
SolarCare: Gemiddelde zonnepanelen opbrengsten in Nederland in 2023: 0,87 kWh/Wp.
PBL | 73
•
PBL | 74
Bijstelling voor sanering windmolens op land staat in detail beschreven in de Monitor RES 2022. We gaan uit van een middenwaarde van 0,6 terawattuur aan productie die voor 2030 wordt verwijderd. Middenwaarde netto verwachte productie: 16,3 terawattuur.
Bijlage 4 Dataset Begrippenkader RES In deze bijlage bespreken we de door de regio’s geleverde dataset over hernieuwbare elektriciteitsproductie in de regio conform het Begrippenkader RES (VIVET 2023).
Achtergrond De regio’s hebben een eigen dataset ontwikkeld waarmee voortgang in de regio’s kan worden bijgehouden. De aanpak is vergelijkbaar met de benadering van de PBL-systematiek, maar er zijn verschillen in uitkomsten door diverse oorzaken. In het kort: het ontwikkeltraject voor grootschalig zon-pv en wind op land wordt opgedeeld in verschillende fases en de capaciteit in elke fase wordt vermenigvuldigd met een realisatiekans die toeneemt naarmate projecten dichterbij realisatie komen. De definitie en inschatting van de elektriciteitsproductie uit het onderdeel pijplijn verschilt tussen de methodes. De regio’s gaan bij het opstellen van de dataset uit van dezelfde nationale gegevensregistratie als deze monitor en verwerken deze conform de afspraken in het begrippenkader hernieuwbare energie op land (VIVET 2023). In aanvulling daarop geven de regio’s aan de gegevens wanneer mogelijk op projectniveau te verzamelen. Bij projectgegevens wordt bijvoorbeeld ook de (beoogde) locatie meegenomen. Als regio’s aanvullende informatie hebben voor specifieke projecten dan kunnen deze worden gebruikt om de productie in te schatten.
Aandachtspunten •
•
•
•
PBL | 75
De dataset begrippenkader RES wordt ontwikkeld door regio’s zelf en stelt hen in staat de ontwikkeling van hernieuwbare elektriciteitsproductie te monitoren in de geografische context. Naast de mogelijkheid om lokaal te monitoren, biedt de geografische context mogelijkheden voor uitgebreidere analyses van het lokale energiesysteem. Regio’s kunnen de dataset bijvoorbeeld gebruiken om te analyseren in hoeverre lokale elektriciteitsproductie en lokale elektriciteitsvraag gelijktijdig plaatsvinden, of welke mogelijkheden energieopslag biedt om lokale energiesystemen te ondersteunen. Regio’s geven aan dat de verwerking van registraties niet altijd op dezelfde peildatum kunnen worden uitgevoerd. In sommige regio’s refereert de data daarom aan 1 januari 2024, terwijl in andere regio’s het moment van verwerken wordt gehanteerd. Het nationale totaalbeeld uit de dataset is daarom niet aan één datum te verbinden. Realisatiegraden om het aandeel van de productiecapaciteit in te schatten worden in het Begrippenkader RES toegekend op projectniveau. Gemiddeld gaat 57% van de zon-pv projecten met een subsidiebeschikking door. Dat is vergelijkbaar de bovenkant van de bandbreedte voor deze categorie in de PBL-systematiek (58%). Bij specifieke informatie over een project kan de realisatiegraad hoger uitvallen dan op basis van het begrippenkader wordt aangegeven voor een gebied.
Uitgangspunten voor vollasturen en realisatiegraden zijn afhankelijk van de manier waarop projecten worden ontwikkeld en worden ingezet. Een lagere aansluitcapaciteit of afschakelen op basis van prijsprikkels kan er bijvoorbeeld toe leiden dat vollasturen lager uitvallen of projecten minder hinder ondervinden van netcongestie. Als deze uitgangspunten worden aangepast in een toekomstige versie van het begrippenkader kan de geschatte productie lager uitvallen. Onzekerheden rondom toekomstige elektriciteitsproductie worden op verschillende manieren meegewogen. Sanering van bestaande windturbines vormt bijvoorbeeld pas in een aantal regio’s een expliciet onderdeel van de rapportage. Bij onvoorziene sanering is dit incompatibel met het huidige rapportageformat.
•
De totale geschatte productie uit huidig + pijplijn komt op 41,8 terawattuur, waarvan 37,0 terawattuur uit het overlappende deel van de pijplijn in deze monitor.
Gebruik gegevens in deze Monitor RES We gebruiken de dataset Begrippenkader RES in deze monitor alleen om uitspraken te doen over het deel van de projecten in de vroege fases van het ontwikkeltraject; voortraject, vergunningaan-vraag en vergunningverlening. De inschatting van alle onderdelen per regio staan ter referentie op-genomen in deze tabellenbijlage. Tabel B4.1 Mogelijke realisatie (in gigawattuur) van het regio totaalbod op nationaal niveau op basis van het begrippenkader voor de onderdelen huidig (2023), pijplijn en ambitie per techniek: wind op land (wol), grootschalige zon op veld (zov) en zon op dak (zod), wind en/of zon, nog onbepaald (overig). Onderdeel
totaal Ambitie niet uitgewerkt Ambitie uitgewerkt Ambitie uit pijplijn*
wol
zov
zod
6.654 1.013 1.507 1.386 1.409 4.318 184 6.304 6.683 2.711 3.669 304 Ambitie totaal 19.641 5.132 9.493 1.874 1.632 495 1.136 Pijplijn - Voortraject 1.180 573 607 Pijplijn - Vergunningaanvraag 1.963 985 978 Pijplijn - Vergunningverlening 5.336 2.829 2.203 304 Pijplijn - Subsidiebeschikking en bouw 10.111 4.883 4.925 304 Pijplijn totaal 31.709 18.773 5.053 7.883 Huidig (2023) 61.461 28.787 19.471 10.061 Totaal * Een deel van de pijplijn wordt niet gerealiseerd en komt hier terug als onderdeel van de ambitie.
PBL | 76
overig 2.748 393 3.142 3.142
Tabel B4.2 RES 1.0 bod per regio en mogelijke realisatie per regio op basis van het begrippenkader voor de onderdelen huidig (2023), pijplijn en ambitie, en het regio totaalbod (in gigawattuur). RES-regio Groningen
Bod RES 1.0 5.700
Huidig
Pijplijn
4.093
1.609
r Ambitie 1.360
Totale bod
Friesland
3.000
2.515
147
248
Drenthe
3.499
1.838
623
495
2.957
2.910
Twente
1.500
534
251
877
1.662
307
774
1.878
2.423
485
8.536 2.185
7.060
West-Overijssel
1.826
Flevoland
5.810
Achterhoek
1.350
412
295
1.478
Arnhem/Nijmegen
1.620
700
342
783
1.826
Foodvalley
750
269
107
476
852
Noord-Veluwe
530
70
411
531
Fruitdelta Rivierenland
1.200
439
309
537
1.284
Stedendriehoek
1.070
387
98
1.036
1.522
5
117
228
349
1.154
1.977 3.850
797 5.628
51
Amersfoort
500
U16
1.800
Noord-Holland Noord
3.600
2.048
157
1.645
Noord-Holland Zuid
2.700
800
440
578
1.818
23
5
55
63
83
355
1
1
936
85
39
467 1.164
Alblasserwaard
320
107 473
26
Drechtsteden
370
Goeree-Overflakkee
853
Hoeksche Waard
386
Holland Rijnland
1.140
212
149
803
Midden-Holland
435
36
7
323
367
624
328
2.787
304
98
2.855 1.088
209 934 343
Rotterdam/Den Haag
2.800
Zeeland
3.055
Hart van Brabant
1.000
494
70
525
Metropoolregio Eindhoven
2.000
641
533
1078
2.253
305
692
1.559
182
405
2.258
153
1.596
2.708
82 10.106
1.209
1.512 61.439
Noordoost-Brabant
1.600
West-Brabant
2.200
Noord- en Midden-Limburg
1.200
Zuid-Limburg
1.330
Totaal
55.144
PBL | 77
1.835 2.453
561 1.671 959 221 31.678
19.389
Bijlage 5 Analysekader rechtvaardigheidsargumenten In dit onderzoek hebben we een analysekader gebruikt om verschillende argumentaties van rechtvaardigheid te herkennen en ordenen. Hiervoor hebben we voortgebouwd op de analytische kaders uit Eikeland et al. (2023), de Looze et al. (2024) en Gürtler (2023). De eerste twee kaders bieden een verdere uitwerking van thema’s en argumenten die relateren aan de drie vormen van rechtvaardigheid (verdeling, proces en erkenning). We gebruiken Gürtler (2023) om de ruimtelijke dimensie van rechtvaardigheidsargumenten te identificeren. Dit leidt tot de onderstaande tabel waarin we verschillende typen argumentaties concretiseren. Hierbij wijken we voor een deel af van de theoretische concepten en conceptualiseringen zoals gebruikt in het hoofdstuk. Dit komt doordat het hier gaat om de identificatie van de argumenten. De concepten en conceptualiseringen in het hoofdstuk hebben we gebruikt voor de duiding van de argumenten. Dit kader is niet in steen gebeiteld. Als er rechtvaardigheidsargumenten opkomen in de analyse die niet te plaatsen zijn binnen dit kader dan is er ruimte om een extra categorie van rechtvaardigheidsargumenten toe te voegen (iteratief proces tussen theorie en empirie). Tabel B.5.1 – Analysekader rechtvaardigheidsargumenten Categorie
Type argument
Voorbeeld
Verdeling
Argumenten over een (on)eerlijke ver-
Verdeling
deling van lusten en lasten van de ontwikkeling
van
hernieuwbare
energie(infrastructuur) op land Verdeling van lusten
Argumenten over een oneerlijke
De regio is bereid om meer energie op te
verdeling van de lusten in brede
wekken dan de eigen behoefte om zo te
zin, o.a. economisch, cultuur, non-
werken aan een sterke economie.
materieel. Kan o.a. gaan over profiteren energie-infra door nieuwe economische activiteit, financiële participatie, etc. Verdeling van lasten
Argumenten over een oneerlijke
Wij doen als regio/gemeente al meer dan
verdeling van de lasten in brede
het voorzien in onze eigen energiebe-
zin, o.a. economisch, cultuur, non-
hoefte. Het is nu aan andere regio’s/ge-
materieel. Kan o.a. gaan over ver-
meenten om eerst stappen te zetten.
lies van banen, waardevermindering van woningen, overlast, etc. Verdeling van toe-
Argumenten over de toegang tot
Iedereen heeft het recht op voldoende en
gang
(hernieuwbare) energie. Kan o.a.
betrouwbare energie, dat betekent dat er
gaan over voldoende en/of be-
ook netverzwaring moet plaatsvinden op
trouwbare energie of de veiligheid
het platteland.
van energie-infra.
PBL | 78
Categorie
Type argument
Voorbeeld
Compensatie
Argumenten over compensatie of
De inwoners hebben het recht om gelijk-
preventie van lasten. Kan o.a. gaan
waardig te profiteren van de windenergie
over compensatie van de lasten
in hun omgeving. Daarom is er een omge-
door lokaal eigendom of financiële
vingsfonds.
participatie. Argumenten over een oneerlijke verdeling van lusten en lasten/ energie-infrastructuur tussen de stad (kern) en platteland (periferie). Argumenten over een oneerlijke verdeling van lusten en lasten/ energie-infrastructuur tussen regio’s en/of gemeenten. Argumenten over welke gebieden profiteren of juist de lasten ervaren van energie- infrastructuur.
Ruimtelijk
Procedurele
recht-
vaardigheid
Argumenten over een (on)eerlijk be-
De stedelijke gemeente heeft een hoge ambitie maar geen plaats, dat gaat ten koste van ons als omliggende plattelandsgemeenten.
Proces
sluitvormingsproces dat leidt tot de ontwikkeling van wind en zon op land
Verantwoordelijk-
Argumenten over de verdeling van
Het Rijk zou meer moeten doen om er-
heden
verantwoordelijkheden in het be-
voor te zorgen dat alle regio’s voldoende
sluitvormings- en participatiepro-
energie opwekken voor eigen gebruik.
ces: de rolverdeling van actoren. Besluitvorming (in-
Argumenten over of de toegang
De provincie heeft het proces naar zich
vloed, inclusie)
tot en representatie in de besluit-
toegetrokken waardoor het gemeente-
vorming adequaat is.
lijke perspectief het onderspit delft.
Argumenten die raken aan de on-
De ontwikkelaar heeft een eigen belang
partijdigheid van de informatie-
om winst te maken op het wind- of zon-
voorziening en/of besluitvorming. Argumenten over of de informatievoorziening wel/niet adequaat, voldoende en/of tijdig is.
nepark ten koste van de lokale omgeving.
Argumenten over de transparantie
Het is onduidelijk op basis waarvan de
van het besluitvormingsproces/
zoekgebieden zijn aangewezen.
Onpartijdigheid
Informatie
Transparantie
We hoorden pas achteraf dat er windmolens zouden komen. We voelden ons onvoldoende meegenomen in het proces.
informatievoorziening. Logica
Argumenten over de consistentie
Er worden tegenstrijdige argumenten op-
van keuzes.
gebracht door bestuurders. Bijvoorbeeld ‘we streven naar lokaal eigendom bij de ontwikkeling van zonne- en windparken’ en ‘we sluiten nieuwe ontwikkelingen van zonne- en windparken uit’.
Erkennings-
Argumenten over een adequate er-
rechtvaardigheid
kenning van actoren in de besluitvorming en het institutionele kader (cultureel/symbolisch)
PBL | 79
Erkenning
Categorie
Type argument
Voorbeeld
Erkenning van acto-
Argumenten over een adequate
We voelen ons onvoldoende gehoord als
ren
erkenning van verschillende groe-
lokale omgeving en worden weggezet als
pen (omwonenden, toekomstige
emotioneel.
generaties…). Kan o.a. gaan over de erkenning en waardering van behoeften en perspectieven vanuit een eigen standpunt/ identiteit. Erkenning van ken-
Argumenten over een adequate
De kennis van gemeenten en inwoners
nis
erkenning van verschillende vor-
over de betekenis van een plek dreigt te
men van kennis.
verdwijnen nu de provincie het voortouw neemt.
Erkenning van argu-
Argumenten over een adequate
De landschappelijke waarden van de be-
menten
erkenning van verschillende argu-
woners worden als irrelevant beschouwd
mentaties, waarden en perspectie-
omdat er vaart achter de energietransitie
ven als zijnde relevant (in de
wordt gezet.
besluitvorming).
PBL | 80