CConstaterende datNeder-Betuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

Ontwerp-bestemmingsplan - Toelichting en regels

Raadsvergadering 29 september 2022, gemeente Neder-BetuweBij agendapunt: Bestemmingsplan met bijlagen20.655 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Willemspolder, fase 1

bestemmingsplan Willemspolder, fase 1

Inhoudsopgave

Toelichting

7

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding en doel van het plan 1.2 Ligging plangebied 1.3 Geldende plannen 1.4 Leeswijzer

8 8 10 10 11

Hoofdstuk 2 Planbeschrijving 2.1 Bestaande situatie 2.2 Toekomstige situatie

12 12 13

Hoofdstuk 3 Beleidskader 3.1 Nationaal beleid 3.2 Provinciaal beleid 3.3 Gemeentelijk beleid 3.4 Conclusie

17 17 19 23 27

Hoofdstuk 4 Omgevingsaspecten 4.1 Verkeer & parkeren 4.2 Bodem 4.3 Geluid 4.4 Bedrijven en Milieuzonering 4.5 Luchtkwaliteit 4.6 Externe veiligheid 4.7 Waterhuishouding 4.8 Ecologie 4.9 Archeologie & cultuurhistorie 4.10 Leidingen 4.11 Explosieven

28 28 29 30 31 33 34 36 36 40 41 42

Hoofdstuk 5 Juridische planbeschrijving 5.1 Algemeen 5.2 Inleidende regels 5.3 Bestemmingsregels 5.4 Algemene regels 5.5 Overgangs- en slotregels

43 43 43 43 45 46

Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid 6.1 Economische uitvoerbaarheid 6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid

47 47 47

Hoofdstuk 7 Procedure 7.1 Overleg 7.2 Inspraak 7.3 Ontwerpfase 7.4 Vaststellingsfase

48 48 48 48 48

Bijlagen bij toelichting: MER

50

Bijlage 1

MER

51

Bijlage 2

Kaart 1 bij MER Verbeelding Basisalternatief

52

Bijlage 3

Kaart 2 bij MER Verbeelding voorkeursalternatief

53

Bijlage 4

Kaart 3 bij MER Grondgebruik Referentiesituatie Willemspolder fase 1

54

Bijlage 5

Kaart 4 bij MER Grondgebruik Basisalternatief Willemspolder fase 1

55

2

bestemmingsplan "Willemspolder, fase 1" (ontwerp)

bestemmingsplan Willemspolder, fase 1

Bijlage 6

Kaart 5 bij MER Grondgebruik Voorkeursalternatief Willemspolder fase 1

56

Bijlage 7 Kaart 6 bij MER Grondgebruik huidige situatie Gebiedsvisie Midden-Waal Willemspolder

57

Bijlage 8 Kaart 7 bij MER Grondgebruik huidige situatie Gebiedsvisie Midden-Waal Gouverneurspolder

58

Bijlage 9 Kaart 8 bij MER Grondgebruik nieuwe situatie Gebiedsvisie Midden-Waal Willemspolder

59

Bijlage 10 Kaart 9 bij MER Grondgebruik nieuwe situatie Gebiedsvisie Midden-Waal Gouverneurspolder

60

Bijlage 11

Kaart 10 bij MER Technisch ontwerp Basisalternatief

61

Bijlage 12

Kaart 11 bij MER Technisch ontwerp Voorkeursalternatief

62

Bijlage 13

Kaart 12 bij MER Natuurontwikkeling Willemspolder fase 1

63

Bijlage 14

Kaart 13 bij MER Beweeg_Beleef route

64

Bijlage 15

Kaart 14 bij MER Bodemhoogte bestaand maaiveld

65

Bijlage 16 Bijlage 1 bij MER (Water)bodemkwaliteitskaart (inclusief PFAS) Willemspolder 1

66

Bijlage 17 Bijlage 2 bij MER Verkennend Waterbodemonderzoek Willemspolder fase 1 (verdachte locaties)

67

Bijlage 18

Bijlage 3 bij MER Oeverstabiliteit zandwinputten Willemspolder

68

Bijlage 19

Bijlage 4 bij MER Willemspolder Fase 1 Rivierkundige effectbepaling

69

Bijlage 20 Bijlage 5 bij MER Beschouwing geohydrologische invloed Ontwikkeling Willemspolder fase 1

70

Bijlage 21 fase 1

Bijlage 6 bij MER Effecten Primaire kering herinrichting Willemspolder 71

Bijlage 22

Bijlage 7 bij MER Passende beoordeling Willemspolder fase 1

72

Bijlage 23 Bijlage 8 bij MER Beoordeling van de effecten van de herinrichting van Willemspolder fase 1 op de kernkwaliteiten van het GNN en de GO

73

Bijlage 24 Bijlage 9 bij MER Beoordeling effecten Natuur op beschermde soorten herinrichting Willemspolder fase 1

74

Bijlage 25 Bijlage 11 bij MER Cultuurhistorische rapportage voor de herinrichting van de Oostelijke Willemspolder

75

Bijlage 26 Bijlage 12 bij MER Archeologisch bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek Willemspolder fase 1

76

Bijlage 27 Bijlage 13 bij MER Onderzoek geluid, laagfrequent geluid en trillingen Willemspolder fase 1

77

Bijlage 28

Bijlage 14 bij MER Onderzoek luchtkwaliteit Willemspolder fase 1

78

Bijlage 29

Bijlage 15 bij MER Stikstofdepositie Willemspolder fase 1

79

Bijlage 30 Bijlage 16 bij MER Beoordeling externe veiligheid waterstof herinrichting Willemspolder fase 1

80

Bijlage 31 Bijlage 17 bij MER Analyse Externe Veiligheid windturbines Willemspolder

81

Bijlage 32

Bijlage 18 bij MER Willemspolder fase 1, slagschaduw

82

Bijlage 33 Bijlage 20 bij MER Herinrichting Willemspolder fase 1, Notitie over de inhoud van de MER (NRD)

83

Bijlage 34 Bijlage 21 bij MER Ontgronding en gebiedsontwikkeling Willemspolder fase 1, Advies over reikwijdte en detailniveau van de MER

84

bestemmingsplan "Willemspolder, fase 1" (ontwerp)

3

bestemmingsplan Willemspolder, fase 1

Bijlage 35

Bijlage 22 bij MER Procedureschema MER Willemspolder fase 1

85

Bijlagen bij toelichting: aanvulling MER

86

Bijlage 36

Aanvulling MER

87

Bijlage 37

Kaart 1 bij aanvulling MER Indeling bedrijfsterrein

88

Bijlage 38

Kaart 2 bij aanvulling MER Zichtlijnen bedrijfsterrein

89

Bijlage 39 Bijlage 1 bij aanvulling MER Voorlopig toetsingsadvies MER Willemspolder fase 1

90

Bijlage 40 Bijlage 2 bij aanvulling MER Aanvullende rivierkundige beoordeling Gebiedsvisie Midden-Waal

91

Bijlage 41 Bijlage 3 bij aanvulling MER Aanvullend onderzoek geluid, laagfrequent geluid en trillingen Willemspolder fase 1

92

Bijlage 42 Bijlage 4 bij aanvulling MER Aanvullend onderzoek luchtkwaliteit Willemspolder fase 1

93

Bijlage 43 Bijlage 5 bij aanvulling MER Aanvullend onderzoek stikstofdepositie Willemspolder fase 1

94

Bijlage 44 Bijlage 6 bij aanvulling MER Aanvullend onderzoek externe veiligheid Willemspolder fase 1

95

Bijlage 45 Bijlage 7 bij aanvulling MER (Water)bodemkwaliteitskaart (inclusief PFAS) Willemspolder fase 1

96

Bijlage 46 Bijlage 8 bij aanvulling MER Nota bodembeheer herinrichting Willemspolder fase 1

97

Bijlage 47 Bijlage 9 bij aanvulling MER Inrichtingsplan Besluit bodemkwaliteit Willemspolder fase 1

98

Bijlage 48 Bijlage 10 bij aanvulling MER Technische notitie Piping tijdelijke situatie Willemspolder fase 1

99

Bijlagen bij toelichting: addendum MER

100

Bijlage 49

Addendum MER (inclusief kaarten en bijlage)

101

Bijlage 50

Toetsadvies MER en aanvulling MER

102

Bijlagen bij toelichting

104

Bijlage 51

Natuurversterkingsplan GO, Willemspolder fase 1

105

Bijlage 52

Geluidonderzoek ontgrondings- en herinrichtingsactiviteiten

106

Bijlage 53

Stikstofdepositieonderzoek (februari 2022)

107

Bijlage 54

Eindverslag inspraak en vooroverleg

108

Regels

110

Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2

Inleidende regels Begrippen Wijze van meten

111 111 115

Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8

Bestemmingsregels Natuur Verkeer Water Water - Rivier Leiding - Gas Waterstaat - Waterstaatkundige functie

116 116 119 120 121 122 124

4

bestemmingsplan "Willemspolder, fase 1" (ontwerp)

bestemmingsplan Willemspolder, fase 1

Hoofdstuk 3 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12 Artikel 13

Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene aanduidingsregels Algemene wijzigingsregels

125 125 126 127 128 131

Hoofdstuk 4 Artikel 14 Artikel 15

Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel

132 132 133

Bijlagen bij regels

134

Bijlage 1

Landschapsplan Willemspolder, fase 1

135

Bijlage 2

Kaart GNN compensatie Willemspolder, fase 1

136

Bijlage 3

Compensatieplan GNN Willemspolder, fase 1

137

bestemmingsplan "Willemspolder, fase 1" (ontwerp)

5

bestemmingsplan Willemspolder, fase 1

6

bestemmingsplan "Willemspolder, fase 1" (ontwerp)

bestemmingsplan Willemspolder, fase 1

Toelichting

bestemmingsplan "Willemspolder, fase 1" (ontwerp)

7

bestemmingsplan Willemspolder, fase 1

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding en doel van het plan

Algemeen Dekker Grondstoffen BV (hierna: initiatiefnemer) wil de uiterwaarden aan de noordzijde van de Waal, globaal tussen Dodewaard en het Amsterdam-Rijnkanaal, herinrichten. Over een lengte van 12 km veranderen de overwegend agrarisch gebruikte uiterwaarden in een waterrijk natuurgebied. Dit alles wordt gefinancierd uit de winning van zand, grind en/of klei in het gebied. Hiervoor heeft de initiatiefnemer de gebiedsvisie Midden-Waal opgesteld, die zowel de Willemspolder als de Gouverneurspolder omvat.

Figuur 1 Gebiedsvisie Midden-Waal Willemspolder fase 1 Dit bestemmingsplan is van toepassing op het eerste deelproject van de ontwikkeling in de Midden-Waal: Willemspolder, fase 1. Voor deze fase is een passende beoordeling uitgevoerd in het kader van de Wet Natuurbescherming en de effecten op het Natura 2000-gebied 'Rijntakken' alsook een milieueffectrapport (MER). Naar aanleiding van een voorlopig toetsadvies van de Commissie m.e.r. (12 april 2021 / projectnummer: 3442) is een aanvulling op het MER (Dekker Grondstoffen B.V., 10 juni 2021) gemaakt. Op 22 september 2021 heeft de Commissie m.e.r. een toetsingsadvies over het MER en de aanvulling daarop gegeven (22 september 2021 / projectnummer 3442). Dit advies is positief behoudens twee aspecten aangaande bodem en stikstof. Deze aspecten zijn aangepast in een addendum (Dekker Grondstoffen B.V., 11 oktober 2021). Waar in het vervolg van deze toelichting wordt gesproken over het MER wordt bedoeld het oorspronkelijke MER, inclusief de aanvulling op het MER en het addendum. Verschillende alternatieven voor de ontwikkeling zijn in het MER beoordeeld op effecten voor de bodem, het water, de natuur, het landschap en de leefomgeving. Op basis daarvan is het voorkeursalternatief bepaald. Dat is het plan dat het beste bijdraagt aan de projectdoelen en optimale milieueffecten heeft.

Het bestemmingsplan en de vergunningaanvragen zijn op dit voorkeursalternatief gebaseerd. Het MER wordt in de procedures gebruikt om het milieubelang een voorwaardige plaats in de besluitvorming te geven. Daarom wordt in deze toelichting soms verwezen naar de van toepassing zijnde onderdelen van het MER. Geen windturbines Er zaten aanvankelijk ook twee windturbines in het voorkeursalternatief, maar deze zijn op verzoek van het bevoegd gezag komen te vervallen, omdat ingevolge de Klimaatnota 2021-2025 (die in februari 2021 door de gemeenteraad is vastgesteld) windturbines in de uiterwaarden niet mogelijk zijn. In de aanvulling op het MER zijn de onderzoeken voor de aspecten geluid, luchtkwaliteit en stikstofdepositie hierop aangepast. Wellicht ten overvloede, maar in dit bestemmingsplan zijn de twee windturbines dus niet meegenomen.

8

bestemmingsplan "Willemspolder, fase 1" (ontwerp)

bestemmingsplan Willemspolder, fase 1

In goed overleg met gemeente en provincie zal op een later moment worden bezien of windturbines in de toekomst alsnog inpasbaar zijn in het plangebied. Als er sprake is van voldoende draagvlak bij provincie, gemeente en omgeving kunnen op dat moment alsnog de benodigde procedures voor de realisatie van windmolens in een separaat vergunningentraject worden gestart. Tijdelijke omgevingsvergunning bestaande bedrijfslocatie voormalige steenfabriek Naar aanleiding van de ingebrachte reacties op het voorontwerp bestemmingsplan 'Willemspolder' (NL.IMRO.1740.bpYZwillemspolder1-vop1) heeft nader overleg plaatsgehad tussen de initiatiefnemer Dekker, de betrokken omwonenden en de gemeente Neder-Betuwe. Op basis van dit overleg is besloten tot een gefaseerde besluitvorming, waarbij voor de bestaande bedrijfslocatie van de voormalige steenfabriek (hierna: bedrijfsterrein Binnenwaard) eerst een tijdelijke omgevingsvergunning wordt verleend voor de duur van maximaal 5 jaar (art. 2.23 Wabo). Op basis van de uitkomsten van monitoring en evaluatie van deze 'proefperiode' wordt beoordeeld of er een permanente bestemming wordt gegeven aan het bedrijfsterrein. De gemeente Neder-Betuwe heeft aangegeven medewerking te willen verlenen aan het initiatief door middel van een uitgebreide procedure omgevingsvergunning (art. 2.1, lid 1 onder c jo. art. 2.12, lid 1, onder a, sub 3 Wabo).

Dat betekent dat de aanvraag om een omgevingsvergunning vergezeld moet gaan van een goede ruimtelijke onderbouwing. De activiteiten op het bedrijfsterrein Binnenwaard zijn niet meer in dit bestemmingsplan opgenomen, maar worden beschreven in de ruimtelijke onderbouwing behorend bij de aanvraag tot het verlenen van de tijdelijke omgevingsvergunning.

Figuur 2: Voorkeursalternatief Willemspolder fase 1 (waarbij wordt opgemerkt dat het bedrijfsterrein Binnenwaard buiten het plangebied valt). Ontgronding en herinrichting Om de beoogde herinrichting van Willemspolder, fase 1 te bekostigen gaat de initiatiefnemer de komende jaren 'grondstoffen winnen'. Het gaat hierbij om de winning van zand, grind en/of klei inclusief de bijbehorende werkzaamheden en alle daartoe benodigde installaties en voorzieningen om de grondstoffen te verwerken, zoals klasseren, veredelen, breken en transporteren van het gewonnen zand, grind en/of klei.

bestemmingsplan "Willemspolder, fase 1" (ontwerp)

9

bestemmingsplan Willemspolder, fase 1

Door de winning veranderen de uiterwaarden in een waterrijk natuurgebied met nevengeulen en kleine eilanden, met ruimte voor hoogwater en natuurrecreatie. Bij de bestaande toegangsgeul naar de Waal wordt door middel van ontgronding een haven gerealiseerd. Het project (Willemspolder, fase 1) wordt gefaseerd uitgevoerd, waardoor het materieel voor het ontgronden en het herinrichten zich als het ware als een ‘treintje’ door het gebied verplaatst. Als een deel is ontgrond en heringericht wordt zo spoedig mogelijk daarna ook de eindinrichting aangebracht. De ontgrondingsactiviteiten in de Willemspolder, fase 1 starten vanaf 2022 en de realisatieduur is circa 10 jaar. In deze periode wordt circa 7 miljoen m³ aan grondstoffen gewonnen. Dit is circa 700.000 m³ per jaar. Omdat de beoogde ontwikkelingen op basis van de geldende bestemmingsplannen 'Buitengebied Dodewaard – Echteld (2013)' en 'Buitengebied Echteld 1975' niet zijn toegestaan, wordt het voorliggende bestemmingsplan in procedure gebracht.

1.2

Ligging plangebied

Het project Midden-Waal is gelegen in de uiterwaarden aan de noordzijde van de Waal in de gemeente Neder-Betuwe, tussen Dodewaard en Tiel. Aan de overzijde van de Waal ligt het dorp Beneden Leeuwen. Willemspolder Fase 1 betreft het plangebied vanaf de Nieuweweg in IJzendoorn tot circa 500 m voor de Prins Willem-Alexanderbrug in Echteld. Op navolgende afbeelding is met een rode lijn de begrenzing van de gebiedsvisie Midden-Waal (waarin de Willemspolder en de Gouverneurspolder zijn gelegen) aangegeven en met een blauwe lijn het plangebied van onderhavig bestemmingsplan: Willemspolder, fase 1. Hierbij dient te worden opgemerkt dat het bedrijfsterrein Binnenwaard buiten het plangebied valt.

Figuur 3: Globale ligging en begrenzing plangebied (blauwe lijn)

1.3

Geldende plannen

Voor het grootste deel van de gronden in het plangebied geldt thans het bestemmingsplan 'Buitengebied Dodewaard – Echteld', dat de gemeenteraad van Neder-Betuwe op 30 mei 2013 heeft vastgesteld.

10

bestemmingsplan "Willemspolder, fase 1" (ontwerp)

bestemmingsplan Willemspolder, fase 1

Figuur 4: Bestemmingsplan Buitengebied Dodewaard – Echteld uit 2013 met globale begrenzing plangebied (rode omkadering) Voor een klein gedeelte van de gronden in het plangebied geldt thans het bestemmingsplan 'Buitengebied Echteld 1975', dat de gemeenteraad van de voormalige gemeente Echteld op 25 maart 1976 heeft vastgesteld. Aanvullend op genoemde bestemmingsplannen gelden ook nog de thematische c.q. paraplubestemmingsplannen 'Plattelandswoningen', 'VAB-beleid', 'Parapluregeling Parkeren', 'Parapluregeling Archeologie' en 'Parapluplan 2020'. Met deze plannen zijn slechts op ondergeschikte onderdelen wijzigingen aangebracht in de geldende bestemmingsplannen. Daarom worden eventuele afwijkingen op deze plannen in deze paragraaf niet verder besproken. In het plangebied zijn op hoofdlijnen de volgende bestemmingen van toepassing: 'Agrarisch met waarden', 'Water' en 'Natuur'. Daarnaast heeft een deel van het plangebied de bestemmingen 'Verkeer' en 'Water - Waterkering'. Voor de hele Willemspolder is de dubbelbestemming 'Waterstaat-Waterstaatkundige functie' van toepassing. Verder is een groot deel van het plangebied voorzien van de gebiedsaanduiding 'natuurlijk uiterwaardgebied'. De voorgenomen activiteiten zijn strijdig met het geldende bestemmingsplan 'Buitengebied Dodewaard – Echteld' en 'Buitengebied Echteld 1975'.

Vandaar dat deze middels dit bestemmingsplan moeten worden herzien.

1.4

Leeswijzer

Het bestemmingsplan bestaat uit meerdere onderdelen: een verbeelding waarop de bestemmingen in het plangebied zijn aangegeven en regels waarin de bepalingen voor de op de verbeelding vermelde bestemmingen zijn opgenomen. Het bestemmingsplan gaat vergezeld van een toelichting waarin de achtergronden van het bestemmingsplan zijn beschreven. De verbeelding vormt samen met de regels het juridische bindende deel van het bestemmingsplan. In de toelichting worden de keuzes die in het bestemmingsplan worden gemaakt nader gemotiveerd en verantwoord.

bestemmingsplan "Willemspolder, fase 1" (ontwerp)

11

bestemmingsplan Willemspolder, fase 1

Hoofdstuk 2 2.1

Planbeschrijving

Bestaande situatie

Willemspolder fase 1 is buitendijks gelegen en grenst direct aan het kantoor van de initiatiefnemer aan de Waalbandijk 1 in IJzendoorn. De landschapsinrichting rond het kantoor en aangrenzend bedrijfsterrein is in de afgelopen jaren afgerond. De Nieuweweg vormt als het ware een scheidingsdam tussen de overnachtingshaven van Rijkswaterstaat en de voormalige zandwinplassen (Oostplas en Westplas). Deze plassen worden door twee landtongen verdeeld en staan door een open verbinding (invaart) met de Waal in contact. De Nieuweweg ontsluit het bedrijfsterrein aan de Waal, een voormalige steenfabriek met bedrijfswoning, kantoor en op- en overslagfaciliteiten. Het bedrijfsterrein valt echter buiten het huidige plangebied.

Figuur 7: Bestaande situatie met globale begrenzing plangebied waarbij wordt opgemerkt dat nummers 10 en 12 buiten het plangebied vallen (rode omkadering) Naast de Waalbandijk, die de primaire waterkering vormt, is in het plangebied een zomerkade als secundaire waterkering aanwezig. Tussen de Waalbandijk en de Waardweg zijn twee poelen gelegen, genaamd 1e en 2e Run. Ter hoogte van de Heersweg en Koepelweg is een derde zandwinplas gelegen die ’t Spijker wordt genoemd. Tussen de Waal en de zomerkade is een natuurlijke oeverwal gelegen. De Westelijke begrenzing van het plangebied op circa 500 m van de Prins Willem-Alexanderbrug is gekozen op basis van de eigendomspositie van de initiatiefnemer. Het agrarisch gebruik en de aanwezigheid van water is dominant in het gebied. Rond de plassen zijn ooibosrestanten aanwezig. Verder zijn er weinig bestaande natuurwaarden.

12

bestemmingsplan "Willemspolder, fase 1" (ontwerp)

bestemmingsplan Willemspolder, fase 1

2.2

Toekomstige situatie

2.2.1

Ruimtelijke ontwikkeling

De beoogde ruimtelijke ontwikkeling bestaat op hoofdlijnen uit het door bouwgrondstoffenwinning en herinrichting komen tot een nieuwe landschapsinrichting voor Willemspolder fase 1. Daarbij wordt de doorstroming bij hoogwater geoptimaliseerd, wordt het agrarisch areaal omgevormd tot natuur en wordt het gebied ingericht en opengesteld voor recreanten. Een groot deel van de bestaande bedrijfslocatie van de voormalige steenfabriek vormt geen onderdeel van dit bestemmingsplan. Projectdoelen Het project Willemspolder fase 1 dient de volgende maatschappelijke doelstellingen die meer uitgebreid in hoofdstuk 2 van het MER zijn beschreven: 1. Bouwgrondstoffenbehoefte; 2. Hoogwaterveiligheid; 3. Natuurontwikkeling; 4. Landschap en recreatie; 5. Duurzaamheid en mobiliteit. Ad 1 Bouwgrondstoffenbehoefte In het project Willemspolder, fase 1 is een grote hoeveelheid zand en grind in de bodem aanwezig waaruit hoogwaardig industriezand geproduceerd kan worden voor het maken van beton en betonproducten. Daarnaast is hoogwaardige klei aanwezig voor de aanleg van dijken en de productie van keramische producten zoals baksteen en dakpannen. Het project draagt bij aan de bouwgrondstoffenvoorziening voor de bouwopgave om de nationale woningvoorraad en economie op peil te houden.

Ad 2 Hoogwaterveiligheid Op dit moment wordt nog geen waterstand verlagend effect nagestreefd en enkel aan het rivierkundig beoordelingskader van Rijkswaterstaat voldaan. In het kader van Programma Integraal Rivier Management (IRM) is gebleken dat het namelijk nog ongeveer 2 jaar duurt voordat een concreet hoogwaterveiligheidsdoel aan het project Willemspolder fase 1 kan worden verbonden. De bergingscapaciteit van het rivierbed en de mogelijkheid tot rivierverruiming blijven behouden en de aanleg van het eerste deel van een hoogwatergeul maakt toekomstige rivierverruimende maatregelen eenvoudiger realiseerbaar (no-regret maatregel). Ad 3 Natuurontwikkeling Door het grootschalige omvormen van agrarisch gebruik naar natuur wordt een aanzienlijke stikstofdepositie weggenomen en draagt Willemspolder fase 1 bij aan de natuurdoelen van Natura 2000. De nieuwe inrichting kan de in de Natura 2000, het Gelders Natuurnetwerk (GNN) en de Groene Ontwikkelingszone (GO) aangewezen soorten, habitats en natuurtypen versterken en een fors areaal aan het netwerk toevoegen. Daarnaast kan de gebiedsinrichting bijdragen aan de ecologische waterkwaliteitsdoelen uit de Kaderrichtlijn Water (KRW) en de Programmatische Aanpak Grote Wateren (PAGW) door de aanleg van natuurvriendelijke oevers en stromende geulen.

Ad 4 Landschap en recreatie De Willemspolder is door inpoldering en de aanleg van dijken en kades gewonnen op de rivier. Als restanten van historische grondstoffenwinning zijn drie plassen en twee poelen in het landschap zichtbaar. De invloed van de Waal als echte werkrivier is zichtbaar door de drukke scheepvaart, de overnachtingshaven en de steenfabriekslocatie. De forse ingrepen in het landschap vanuit het verleden vragen om een nieuwe landschappelijke invulling. Het landschapsontwerp speelt hierop in door de oude zandwinplassen op te lijnen tot een hoogwatergeul, omgeven door kleinere nevengeulen met ondieper water en eilanden. Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - recreatieve bedrijvigheid' op de verbeelding zijn op basis van sublid 3.2.2 twee gebouwen voor dagrecreatief gebruik inclusief een toiletvoorziening toegestaan. Hierbinnen vallen bijvoorbeeld de safaritent(en) die HUMUS gebruikt voor recreatieve bedrijvigheid (= ervaringsleren in outdoor omgeving). Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van natuur - landschapskunstelement' op de verbeelding zijn op basis van sublid 3.2.3 twee gebouwen in de vorm van landschapskunstelementen toegestaan. Op het eiland komt conform het landschapsplan bij het voorkeursalternatief een

bestemmingsplan "Willemspolder, fase 1" (ontwerp)

13

bestemmingsplan Willemspolder, fase 1

historische uitkijktoren (= redoute). Ook komt er op basis van het landschapsplan een kunstwerk op de locatie van het voormalig slot IJzendoorn. De locatie hiervan bevindt zich ten oosten van de dijkafrit Nieuweweg. Ad 5 Duurzaamheid en mobiliteit De initiatiefnemer heeft de ambitie om het bedrijfsterrein Binnenwaard (dat thans geen onderdeel is van dit planvoornemen) om te vormen naar een duurzaam centrum voor de opslag, overslag en bewerking van bouwgrondstoffen met een haven. Het gebruik van het bedrijfsterrein zal geheel gericht zijn op scheepvaartmobiliteit. De haven wordt gerealiseerd ten behoeve van de ontgronding die onderdeel is van dit bestemmingplan. Op basis van de evaluatie van de tijdelijke omgevingsvergunning bestaande bedrijfslocatie voormalige steenfabriek wordt gekeken of de haven een permanent bedrijfskarakter zal krijgen. Willemspolder fase 1 kan ruimte bieden aan een drijvend zonnepark van ongeveer 6 ha en 5.000 m² zonnepanelen op het dak van de nieuwe bedrijfshal. De verwachte energieopbrengst is 4.774 MWh. Het verbruik van het eigen materieel van Dekker is 2.130 MWh. Er resteert 2.644 MWh voor duurzame initiatieven en participatie van de omgeving in duurzame energie. De resterende hoeveelheid energie komt overeen met het verbruik van 881 huishoudens.

Voorkeursalternatief De initiatiefnemer is al jaren in overleg met alle stakeholders bezig met de planvorming. Hieruit is het Basisalternatief voortgekomen. Per projectdoel zijn in het MER optimalisaties bedacht die het basisalternatief nog beter kunnen maken. Uit de beste optimalisaties is een variant per doelstelling gevormd. Door deze varianten in samenhang te beoordelen is het Voorkeursalternatief (VKA) samengesteld, zoals dat is opgenomen in hoofdstuk 4 van het MER. Het Voorkeursalternatief onderscheidt zich op hooflijnen van het Basisalternatief door: 1. Meer bouwgrondstoffen door slimmer te winnen en aan te vullen Door slimmer te winnen en aan te vullen kunnen netto meer bouwgrondstoffen voor de nationale bouwopgave worden ingezet. Waar in het landschapsplan water achterblijft wordt ook ophoogzand gewonnen en gebruikt als aanvulmateriaal binnen het project. Er is geen sprake van aanvoer van extern aanvulmateriaal. Deze keuze kan bij veranderde omstandigheden in de toekomst worden heroverwogen. Het voorkeursalternatief voldoet aan de doelstelling om circa 7 miljoen m³ industriezand in te zetten als bouwgrondstof. In het MER (paragraaf 2.3) is aangegeven dat binnen de maximale ontgrondingscontour ongeveer 14 miljoen m³ aan bouwgrondstoffen aanwezig is. Een deel daarvan is ophoogzand maar het overgrote deel kan worden veredeld tot hoogwaardig industriezand en grind.

Het streven is om minimaal de helft van de beschikbare bouwgrondstoffen – dat wil zeggen ongeveer 7 miljoen m³ – af te voeren als hoogwaardig industriezand en grind. 2. Rivierkundige winst in te zetten voor ontwikkeling natuurlijke graslanden, ruigte en ooibos Het plan kent hoofd- en nevengeulen voor een betere doorstroming bij hoogwater. Fase 1 genereert nu een waterstandsdaling van circa 1 cm bij hoogwater. Met de gecreëerde ruimte voor de rivier realiseert de initiatiefnemer meer natuur met ruige vegetatie en ooibos. Het volledige waterstand verlagend effect (circa 15 cm) kan in de volgende fase alsnog geactiveerd worden door het aanpassen van de Nieuweweg en realisatie van de volledige hoogwatergeul. Daarmee is de maatregel toekomstbestendig. 3. Stromende geul voor ecologische waterkwaliteit (KRW / PAGW) Dit plan sluit aan bij de overheidsdoelen van de Kaderrichtlijn Water en de Programmatische Aanpak Grote Wateren met de aanleg van een permanent stromende geul. Om de geul optimaal te laten stromen blijft de invaart naar de Waal open. De reconstructie van een historische uitkijktoren (redoute) komt daarmee op een eiland te liggen. Het plan levert een aanzienlijke natuurwinst op door omvorming van agrarisch gebied naar soortenrijke riviernatuur. De stikstofuitstoot door agrarisch gebruik vervalt.

De leefomgeving van soorten als watersnip, wulp, scholekster, tureluur en kwartelkoning verbetert met de aanleg van kruiden- en faunarijk grasland en droog schraalgrasland. 4. Optimale beleving van het gebied door Beweeg & Beleefroute voor recreanten Het gebied wordt opengesteld voor natuurrecreatie door de inwoners van Neder-Betuwe. In samenwerking met lokale natuurgidsen, bewegingsconsulenten en gebiedskenners is een ‘Beweeg- en Beleefroute’ ontwikkeld. Hieraan is een lesprogramma voor scholen uit de gemeente gekoppeld. Het koppelen van oefeningen aan natuurlijke ‘beweegaanleidingen’ past bij het gemeentelijke programma ‘Jongeren op gezond gewicht’ (JOGG). De recreatieve bedrijvigheid van HUMUS (ervaringsleren in outdoor omgeving) en Stichting BEWELL (voor kinderen en

14

bestemmingsplan "Willemspolder, fase 1" (ontwerp)

bestemmingsplan Willemspolder, fase 1

jongvolwassenen uit gemeente) worden ingepast. Door een goed doordachte inrichting staat dit de natuurontwikkeling niet in de weg. De intensievere gebruiksfuncties zijn met name in het oostelijk deel, dichtbij IJzendoorn, te vinden. Met uitzondering van bedrijfsterrein Binnenwaard is het hele gebied toegankelijk voor het publiek. 5. Kleinere haven en energieopwekking uit zon Voor een nadere uitwerking van het bedrijfsterrein wordt verwezen naar de daartoe strekkende omgevingsvergunning(en). 6. Ten opzichte van het basisalternatief wordt een kleinere haven gerealiseerd. Dit hangt samen met de gekozen saneringsvariant voor de pyrietslakkenstort, deze wordt afgedekt in plaats van ontgraven. Deze saneringsvariant is in overleg met provincie Gelderland de meest geëigende methode gebleken. Op de Oostplas wordt een drijvend zonnepark van 6 ha gerealiseerd voor de opwekking van duurzame energie.

Figuur 8: Voorkeursalternatief Willemspolder fase 1 inclusief projectdoelen

bestemmingsplan "Willemspolder, fase 1" (ontwerp)

15

bestemmingsplan Willemspolder, fase 1

2.2.2

Ontsluiting en parkeren

Ontsluiting De ontsluiting van het plangebied via de Nieuweweg, Waardweg en Heersweg blijft ongewijzigd. De Koepelweg en een gedeelte van de Waardweg vervallen in het plan. Het overige gedeelte van de Waardweg is niet openbaar toegankelijk. De aan- en afvoer van bouwgrondstoffen die gewonnen worden, zal niet plaatsvinden via de Nieuweweg. De transporten van deze bouwgrondstoffen mogen alleen over het water plaatsvinden. Dit geldt niet voor transport van bouwgrondstoffen ten behoeve van het direct aangrenzende project Dijkversterking Neder-Betuwe in de gemeente Neder-Betuwe en voor de afvoer van klei via de Waardweg naar de in de Willemspolder gelegen steenfabriek Schipperswaard (Prins Willemsweg 1, Echteld). Afgezien van deze en incidentele verkeersbewegingen (personeel, onderhoud) zijn er verder geen verkeersbewegingen via de openbare weg. Parkeren Het plan voorziet in een parkeervoorziening (circa 20 plaatsen) voor bezoekers aan het gebied, die is gelegen aan de toegangsweg naar het kantoor van de initiatiefnemer (globaal tegenover het dorpshuis en de basisschool). De lokale gebruikers zullen het gebied voornamelijk te voet of per fiets bezoeken. Bezoekers van buitenaf komen veelal met de auto of parkeren bij een toeristisch overstappunt en pakken vanaf daar de fiets.

In de Randwijckse Waarden, een vergelijkbaar gebied in de gemeente Overbetuwe, zijn ongeveer 10 – 15 parkeerplaatsen gerealiseerd. In de kleine Willemspolder (ca. 50 ha) bij Tiel zijn ongeveer 5 parkeerplaatsen gerealiseerd. Een aantal van 20 parkeerplaatsen is ruim voldoende voor het beoogde extensieve recreatieve gebruik in het gebied. Het parkeerterrein doet in de dagperiode dienst voor bezoekers van Willemspolder fase 1 die hier kunnen parkeren en te voet of met de fiets hun weg door het gebied vervolgen. Het voornemen is tevens om een aantal laadpunten aan te brengen voor elektrische auto's en fietsen. In de avondperiode kan de parkeerplaats dienst doen als extra parkeerterrein voor het Dorpshuis in IJzendoorn om parkeeroverlast in het dorp bij evenementen te voorkomen.

16

bestemmingsplan "Willemspolder, fase 1" (ontwerp)

bestemmingsplan Willemspolder, fase 1

Hoofdstuk 3

Beleidskader

3.1

Nationaal beleid

3.1.1

Nationale Omgevingsvisie

De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is de opvolger van de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR), waarin het Rijk een lange termijn visie geeft op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. Bij de afweging van keuzes wordt bij voorkeur gekozen voor slimme combinaties van functies, wordt uitgegaan van de specifieke kenmerken en kwaliteiten van gebieden en worden beslissingen niet uitgesteld of doorgeschoven. De nationale belangen en opgaven waarop het Rijk wil sturen en richting wil geven, komen samen in de volgende vier prioriteiten:  Ruimte maken voor klimaatadaptatie en energietransitie;  De economie van Nederland verduurzamen en ons groeipotentieel behouden;  Steden en regio's sterker en leefbaarder maken  Het landelijk gebied toekomstbestendig ontwikkelen. De NOVI stelt een nieuwe aanpak voor: integraal, samen met andere overheden en maatschappelijke organisaties, en met meer sturing en richting vanuit het Rijk. De opgaven rond wonen, klimaat, energie, circulaire economie, verkeer en vervoer en landbouw zijn zo groot en ingewikkeld dat meer sturing vanuit het Rijk gevraagd wordt. Planspecifiek In de NOVI zijn 21 nationale belangen beschreven waarop de nationale overheid zich in de NOVI richt.

Voor het plangebied zijn vooral de volgende relevant:  Realiseren van een toekomstbestendige, circulaire economie;  Waarborgen van de waterveiligheid en de klimaatbestendigheid (inclusief vitale infrastructuur voor water en mobiliteit). Circulaire economie Bevolkingsgroei, welvaarts- en technologische ontwikkeling leiden tot een groeiende vraag naar voorraden en diensten die de natuur ons kan leveren. Die voorraden raken steeds verder uitgeput. Denk bijvoorbeeld aan de afnemende beschikbaarheid van fossiele brandstoffen, mineralen en andere grondstoffen. Ook de winning van bouwgrondstoffen als zand, grind en klei loopt in een aantal gevallen tegen grenzen aan. De overwegend agrarisch gebruikte uiterwaarden in het plangebied veranderen in een waterrijk natuurgebied. Dit alles wordt gefinancierd uit de winning van zand, grind en/of klei in het gebied. De winning van bouwgrondstoffen helpt mede te voorzien in de landelijke behoefte. Waterveiligheid In Nederland kunnen een snellere zeespiegelstijging, hogere rivierafvoeren, intensivering van neerslagpieken en grotere kans op extreme warme en droge periodes extra risico’s opleveren voor de waterveiligheid, mede met het oog op mogelijke ontwikkelingen na 2050.

De opgave bestaat onder andere uit:  Het behouden en reserveren van voldoende ruimte voor de rivier en rivierverruimende maatregelen;  Het beperken van de gevolgen van overstromingen via een slimme ruimtelijke inrichting en goede rampenbeheersing. Klimaatbestendigheid en waterrobuustheid De opgave is onze leefomgeving aan te passen aan de gevolgen van klimaatverandering en te zorgen dat Nederland in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust is ingericht, mede met het oog op verwachte ontwikkelingen na 2050. Willemspolder fase 1 genereert in de voorliggende plannen circa 1 cm waterstandsdaling bij hoogwater. Het volledige waterstand verlagend effect (circa 15 cm) kan in de volgende fase alsnog geactiveerd worden door het aanpassen van de Nieuweweg en realisatie van de volledige hoogwatergeul. Daarmee zijn de plannen voor fase 1 toekomstbestendig, waterrobuust en klimaatbestendig. Daarnaast dragen ze bij aan waterveiligheid.

bestemmingsplan "Willemspolder, fase 1" (ontwerp)

17

bestemmingsplan Willemspolder, fase 1

3.1.2

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening

Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) borgt een aantal van de nationale ruimtelijke belangen die deel uitmaken van het geldende nationale ruimtelijke beleid. In het Barro, ook wel bekend als de AMvB Ruimte, zijn 14 nationale belangen opgenomen die juridische borging vereisen. Het besluit is gericht op doorwerking van de nationale belangen in provinciaal beleid en gemeentelijke bestemmingsplannen. Dat betekent dat het Barro voor de opgenomen onderwerpen regels geeft over bestemmingen en het gebruik van gronden. Daarnaast kan zij aan de gemeente opdragen in de toelichting bij een bestemmingsplan bepaalde zaken uitdrukkelijk te motiveren. Planspecifiek Vanuit het Barro zijn de belangen genoemd in Titel 2.1 Rijksvaarwegen, Titel 2.4 Grote rivieren en Titel 2.10 Natuurnetwerk Nederland van toepassing op het bestemmingsplan. Ten aanzien van de nationale belangen uit Titel 2.1 en 2.4 wordt opgemerkt dat het plangebied deel uitmaakt van het stroomvoerend regime op grond van de Beleidslijn grote rivieren. Deze beleidslijn is erop gericht om de veiligheid tegen overstromingen te waarborgen en de ruimtelijke kwaliteit te verbeteren. Het bedrijfsterrein en de aangrenzende hoge gebiedsdelen zijn in de Waterregeling aangewezen als drogere oevergebieden.

In paragraaf 2.3 van het MER is onder projectdoel Hoogwaterveiligheid uitgewerkt hoe het plan ingrijpt op de belangen van hoogwaterveiligheid. In subparagraaf 5.2.1 Rivierkunde van het MER zijn de rivierkundige effecten en de neveneffecten voor het beheer van Rijksvaarwegen en het scheepvaartverkeer van het plan in beeld gebracht. Ten aanzien van Titel 2.10 wordt in het bestemmingsplan circa 74 ha agrarisch gebied en water omgevormd naar nieuwe riviernatuur. Door deze omzetting én het beheer van de gronden als natuurgebied, wordt de ecologische samenhang van de natuur binnen het natuurnetwerk per saldo substantieel versterkt. In subparagraaf 5.3.2 van het MER is deze ontwikkeling nader beschreven.

3.1.3

Ladder voor duurzame verstedelijking

De in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte geïntroduceerde 'ladder voor duurzame verstedelijking' is als procesvereiste vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). In het geval van een nieuwe stedelijke ontwikkeling moet in de toelichting een onderbouwing opgenomen worden van nut en noodzaak van de nieuwe stedelijke ruimtevraag en de ruimtelijke inpassing. Hierbij wordt uitgegaan van de 'ladder voor duurzame verstedelijking'. De ladder worden in artikel 3.1.6, lid 2 Bro als volgt omschreven: 'De toelichting van een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling.

Indien blijkt dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien, bevat de toelichting een motivering daarvan en een beschrijving van de mogelijkheid om in die behoefte te voorzien op de gekozen locatie buiten het bestaand stedelijk gebied.' In het kader van de duurzame ladder wordt ten aanzien van de definitie van bestaand stedelijk gebied de definitie uit de Bro gehanteerd: "bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal-culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur." Volgens de nota van toelichting bij artikel 3.1.6, lid 2, aanhef en onder b, van het Bro moet worden bekeken of door het benutten van leegstaande verstedelijkingsruimte in bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien in de behoefte. Zoals ook volgt uit onder andere de uitspraak met het nummer 201303578/1/R4 kunnen naar het oordeel van de Raad van State planologische mogelijkheden waarvan nog geen gebruik is gemaakt, als leegstaande verstedelijkingsruimte worden aangemerkt. Een dergelijke locatie wordt gezien als onderdeel van het bestaand stedelijk gebied.

In het Bro is een stedelijke ontwikkeling als volgt gedefinieerd: 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.' Planspecifiek Het realiseren van zonnepanelen en/of infrastructuur is geen activiteit die aangemerkt worden als nieuwe stedelijke ontwikkeling. Dit blijkt uit uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) van 23 januari 2019 (zonnepanelen, ECLI:NL:RVS:2019:178) en 18 februari 2015 (infrastructuur, ECLI:NL:RVS:2015:448).

18

bestemmingsplan "Willemspolder, fase 1" (ontwerp)

bestemmingsplan Willemspolder, fase 1

Het winnen van grondstoffen is eveneens geen activiteit die wordt aangemerkt als een stedelijke ontwikkeling, met name omdat een dergelijke activiteit inherent is aan het buitengebied; het winnen van grondstoffen vindt per definitie niet plaats in bestaand stedelijk gebied, maar altijd in het landelijk gebied. Daarom hoeft verder niet getoetst te worden aan de ladder voor duurzame verstedelijking.

3.1.4

Conclusie

In het plangebied zijn geen nationale belangen in het geding.

3.2

Provinciaal beleid

3.2.1

Algemeen

Op 14 januari 2014 stelde het college van Gedeputeerde Staten de Omgevingsvisie en de bijbehorende Omgevingsverordening vast. In de Omgevingsvisie staan de hoofdlijnen van het beleid en in de Omgevingsverordening de regels. Provinciale Staten hebben de Omgevingsvisie in hun vergadering van 9 juli 2014 vastgesteld. De Omgevingsverordening is op 24 september 2014 vastgesteld. De Omgevingsvisie en -verordening zijn beide op 18 oktober 2014 in werking getreden. De Omgevingsvisie en –verordening zijn dynamische instrumenten. Ze worden bijgesteld als ontwikkelingen daarom vragen. Op 31 maart 2021 hebben Provinciale Staten actualisatieplan 7 Omgevingsverordening vastgesteld. In de geconsolideerde versie van dezelfde datum (31 maart 2021) zijn alle aanpassingen tot en met Actualisatieplan 7 Omgevingsverordening doorgevoerd. Dit is nu de meest actuele versie van de Omgevingsverordening Gelderland. Op 15 april 2021 hebben Gedeputeerde Staten ontwerp-actualisatieplan 8 Omgevingsverordening vastgesteld.

3.2.2

Omgevingsvisie Gaaf Gelderland

De provincie kiest er in deze Omgevingsvisie voor om vanuit twee hoofddoelen bij te dragen aan gemeenschappelijke maatschappelijke opgaven. Deze zijn: 1. een duurzame economische structuur; 2. het borgen van de kwaliteit en veiligheid van onze leefomgeving. Ruimte in kleinere kernen en vrijgekomen bebouwing in het landelijk gebied kan worden benut voor wonen, nieuwe economische dragers en als versterking van de vitaliteit van het landelijk gebied. Bij de nadere invulling van de uitgangspunten wordt ruimte gelaten voor lokale of regionale initiatieven door gemeenten of regionale samenwerkingsverbanden. Waar mogelijk kan lokaal maatwerk worden geleverd. De strategie van de provincie om de doelen van 'duurzame economische structuurversterking' en 'een gezonde en veilige leefomgeving' te bereiken wordt gevoed door het besef dat stad en land elkaar nodig hebben. De provincie gaat voor:  sterke steden, van belang voor toekomstige aantrekkingskracht, waar kennis zich samenbalt en waar veel jongeren naar toe trekken, waar ook nu al de meeste mensen wonen en werken;  een vitaal platteland, waar mensen inspelen op grote veranderingen, waar inwoners zich actief inzetten voor hun gezamenlijke toekomst, een platteland met een eigen economische kracht en een grote natuurlijke en landschappelijke waarde, waar kwaliteit en vitaliteit samen op gaan.  een goede biodiversiteit in 2050.

In Gelderland wordt natuur-inclusief gewerkt. Biodiversiteit wordt overal waar mogelijk versterkt en ingepast, óók buiten de specifiek als natuur aangewezen gebieden.  klimaatbestendigheid in 2050. De provincie wil goed voorbereid en toegerust zijn op de gevolgen van klimaatverandering: wateroverlast, droogte, hittestress en overstromingsgevaar.  klimaatneutraliteit in 2050. Dit wil de provincie bereiken door grootschalige besparing en opwekking uit verschillende duurzame bronnen van energie, zoals wind, zon, waterkracht, biomassa en bodemenergie. De provincie stimuleert innovatie en het uitrollen van bewezen technieken.

bestemmingsplan "Willemspolder, fase 1" (ontwerp)

19

bestemmingsplan Willemspolder, fase 1

Planspecifiek In de omgevingsvisie wordt niet expliciet ingegaan op grondstoffenwinning. De provincie ziet vooral potentie om de biodiversiteit te vergroten. In het bijzonder in de landbouw en bijvoorbeeld ook bij het winnen van zand en klei. Biodiversiteit Door grondstoffenwinning en de aansluitende herinrichting wordt gekomen tot een nieuwe landschapsinrichting voor de Willemspolder en wordt aangesloten bij de provinciale ambitie om de biodiversiteit te vergroten. Door de herinrichting van het gebied kunnen de ingrepen uit het verleden een goede manier landschappelijk worden ingepast. Klimaatbestendigheid & klimaatadaptatie Het karakter van de Midden-Waal is gevormd door grootschalige ingrepen vanuit grondstoffenwinning en infrastructuur met de stuwende kracht van de Waal als werkrivier. Door de herinrichting van het plangebied komt er weer echte dynamische riviernatuur terug in de uiterwaard bij IJzendoorn en wordt de Willemspolder klimaatbestendiger in het kader van de klimaatadaptatie die de komende decennia moet plaatsvinden. Daarbij worden unieke landschappelijke (zoals hardhoutooibos, stroomdalgrasland op dynamische oeverwal en stromende geul) en cultuurhistorische (o.a. slot IJzendoorn, redoute) kwaliteiten versterkt.

Klimaatneutraliteit Door bij de ontgronding en herinrichting gebruik te maken van een elektrische klasseerinstallatie met eigen duurzame energieopwekking draagt de ontwikkeling op een duurzame wijze bij aan een cross-over in de sterke sectoren: Energy, Tech & Logistiek. Recreatie Door openstelling van het gebied kan de lokale gemeenschap meegenieten van de unieke riviernatuur die mede wordt gecreëerd voor recreatief medegebruik. De ontwikkeling van een Beweeg & Beleefroute (met QR-codes en App) draagt bij aan een gezonde leefstijl en gewicht voor jong en oud. Deze vorm van bewegen biedt een laagdrempelig alternatief in een gemeente waar sportclubs voor een groot deel van de bevolking (met een bepaalde geloofsovertuiging) minder in trek zijn.

3.2.3

Omgevingsverordening

De Omgevingsverordening vormt de juridische doorwerking in regels van het beleid uit de Omgevingsvisie. De inzet van de verordening als juridisch instrument om de doorwerking van het provinciaal beleid af te dwingen is beperkt tot die onderdelen van het beleid waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen veilig te stellen of om uitvoering te geven aan wettelijke verplichtingen. De Omgevingsverordening richt zich net zo breed als de Omgevingsvisie op de fysieke leefomgeving in de provincie Gelderland. Dit betekent dat vrijwel alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving opgenomen zijn in de Omgevingsverordening. De provincie Gelderland heeft de doelen met betrekking tot het Natuurnetwerk Nederland (NNN) op het land uitgewerkt in het Gelders Natuurnetwerk (GNN) en de Groene Ontwikkelingszone (GO). Het GNN en de GO worden beschermd tegen aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden. In het GNN mogen geen nieuwe initiatieven plaatsvinden die de wezenlijke kenmerken en waarden aantasten, behalve ontwikkelingen van een groot algemeen of provinciaal belang of waarvoor geen alternatieven bestaan. In de GO is ruimte voor economische ontwikkeling in combinatie met een (substantiële) versterking van de samenhang tussen aangrenzende en inliggende natuurgebieden.

Omdat het beschermingsregime van het GNN en de GO zoals opgenomen in de Omgevingsverordening verschilt, worden de effecten van het project op het GNN en de GO afzonderlijk van elkaar getoetst.

20

bestemmingsplan "Willemspolder, fase 1" (ontwerp)

bestemmingsplan Willemspolder, fase 1

Planspecifiek De relevante raakvlakken van het bestemmingsplan met de Omgevingsverordening richten zich op de status van een deel van het plangebied als ganzenrustgebied en de kleinschalige extensieve recreatie binnen het GNN en de GO. Het verlies aan GNN als gevolg van de herinrichting van het plangebied moet worden gecompenseerd. Een bestemmingsplan voor gronden gelegen binnen de GO kan een nieuwe ontwikkeling mogelijk maken, als in de toelichting bij het bestemmingsplan wordt aangetoond dat de kernkwaliteiten van het betreffende gebied, in hun onderlinge samenhang bezien, per saldo substantieel worden versterkt en deze versterking planologisch is verankerd in hetzelfde of een gelijktijdig vast te stellen bestemmingsplan. Naar aanleiding van de vooroverlegreactie van de provincie Gelderland is de meest actuele begrenzing van het GNN en de GO gebruikt op basis van de geconsolideerde Omgevingsverordening Gelderland (maart 2021).

Figuur 9: Ligging GNN en GO ten opzichte van de gebiedsbegrenzing van Willemspolder fase 1 (bron: Geconsolideerde Omgevingsverordening Gelderland (maart 2021)). Dit is nader uitgewerkt in het bij de regels gevoegde compensatieplan (GNN) en in het bij de toelichting gevoegde natuurversterkingsplan (GO). Op basis van de laatste actualisatie van de Omgevingsverordening zijn in Willemspolder, fase 1 twee wijzigingen van toepassing. Ter plaatse van het bedrijfsterrein Binnenwaard is een klein oppervlak (0,2 ha) aan GNN overgegaan naar de GO. In het zuidwestelijke deel van het plangebied (op de oeverwal) is ook een gedeelte GNN (2,2 ha) overgegaan naar de GO. Effecten op de kernkwaliteiten van het GNN Op basis van de vooroverlegreactie van provincie Gelderland blijkt dat de provincie enthousiast is over de versterking van de natuurwaarden in de Willemspolder die met het plan wordt geleverd. Met de beoogde herontwikkeling worden de agrarische gronden ingericht als natuurgronden en ook als zodanig bestemd. Dit zorgt voor een aanzienlijke bijdrage aan de ontwikkeling van riviergebonden natuur en levert per saldo een waardevolle versterking van de kernkwaliteiten op.

Op basis van de beoordeling uit hoofdstuk 10 van het Sovon-raport 2020/33 (zie Bijlage 23 bij de toelichting; bijlage 8 bij het MER) gaat als gevolg van de realisatie van het voornemen (op basis van het voorkeursalternatief) 3,2 ha Kruiden- en faunarijk grasland en 0,4 ha Rivier- en beekbegeleidend bos verloren.

bestemmingsplan "Willemspolder, fase 1" (ontwerp)

21

bestemmingsplan Willemspolder, fase 1

Rekening houdend met een kwaliteitstoeslag (aan de orde bij N14.01) is compensatie van 3,2 ha Kruiden- en faunarijk grasland en 0,7 ha (0,4 x 1,66) Rivier en beekbegeleidend bos verplicht. In totaal is er sprake van een minimale compensatieopgave van 3,9 ha GNN. De compensatie wordt ingevuld door aan de oostzijde van het bedrijfsterrein op perceel Echteld G 226 (eigendom Houdstermaatschappij Dekker BV) rivier en beekbegeleidend bos te realiseren. Op deze wijze worden fragmenten GNN aangevuld tot een aaneengesloten onderdeel van het GNN. Het bos kan zich hier ter plaatse ontwikkelen tot Hardhoutooibos. Dit betreft een beheertype uit een hogere categorie en wordt beschouwd als topnatuur. De compensatie draagt dus ook bij aan de kwaliteitsverbetering van het GNN. Daarnaast wordt perceel Echteld G 216 (Eigendom Houdstermaatschappij Dekker BV) omgezet naar extensief beheerd Kruiden- en faunarijk Grasland (N12.02). Op de kaart GNN compensatie in Bijlage 2 bij de regels van dit bestemmingsplan is het verlies aan GNN en de compensatie daarvan weergegeven. De verankering van compensatie van GNN en de versterking van de kernkwaliteiten geschiedt op basis van het compensatieplan GNN, Willemspolder fase 1 dat als Bijlage 3 bij de regels van dit bestemmingsplan is gevoegd. Op basis van een voorwaardelijke verplichting in het bestemmingsplan (art.

12.5) wordt binnen 3 jaar na het verlies van GNN minimaal 3,9 hectare GNN gecompenseerd binnen het plangebied. Effecten op de kernkwaliteiten van de GO In het natuurversterkingsplan GO, Willemspolder fase 1 dat als Bijlage 51 bij deze toelichting is gevoegd wordt aangetoond dat sprake is van substantiële versterking van de GO-kernkwaliteiten. Nieuwe functies binnen de GO leiden niet tot een negatieve invloed op de kernkwaliteiten van het GO. De herinrichting van Willemspolder fase 1 zorgt door middel van de grootschalige omvorming van agrarisch areaal naar natuur voor een significante versterking van de natuurwaarden van de GO binnen het gebied.

22

bestemmingsplan "Willemspolder, fase 1" (ontwerp)

bestemmingsplan Willemspolder, fase 1

Ganzenrustgebied In de huidige omgevingsverordening (vastgesteld op 31 maart 2021) heeft het ganzenrustgebied een eigen ruimtelijk kader (voor 31 maart 2021 was het onderdeel van de GO). In het kader van de planontwikkeling Willemspolder fase 1 gaat er geen ganzenrustgebied verloren, maar het karakter van het ganzenrustgebied verandert. Overleg met provincie Gelderland wijst uit dat dit geen knelpunt vormt. Het ganzenrustgebied in het westelijk deel van het plangebied maakt onderdeel uit van het ganzenrustgebied in het gehele uiterwaardengebied van de Waal. Het MER gaat uitgebreid in op ganzensoorten, aantallen en effecten op de populatie. De effectbeoordeling in het MER wijst uit dat er geen sprake is van significant negatieve effecten op het ganzenrustgebied. Kleinschalige extensieve recreatie binnen het GNN en de GO Kleinschalig extensief recreatief medegebruik (inclusief enkele beperkte voorzieningen) is meegenomen in de toetsing aan het vigerende natuurbeleid in het MER. Hierbij is rekening gehouden met extensief dagrecreatief medegebruik op basis van het landschapsplan.

In paragraaf 10.1.2 (Gebruik) van het Sovon-raport 2020/33 (Bijlage 23 bij de toelichting; bijlage 8 bij het MER) is gemotiveerd wat wordt verstaan onder extensieve recreatie en dat dit geen gevolgen heeft voor de kernkwaliteiten van het GNN, omdat in het inrichtingsplan conflicten tussen natuur- en recreatiedoelstellingen vermeden worden. Het gaat hier om kleinschalig recreatief medegebruik dat naar haar aard en omvang vergelijkbaar is met een schoolklas die een wandeling door de natuur maakt. Er is sprake van extensieve dagrecreatie in de vorm van natuurbeleving. Er zijn twee safaritenten als onderkomen aanwezig. Het gaat om een bestaande praktijk die voor de toekomst wordt voortgezet. Dit heeft geen invloed op de kwaliteit van het GNN. Door gerichte zonering en routestructuur wordt verstoring van gebieden met vogelconcentraties (van o.a. wulpen en overwinterende ganzen) voorkomen. Uit de passende beoordeling en de toetsing van het voorkeursalternatief aan het NNN/GNN en de GO blijkt dat de effecten van het beoogde extensief dagrecreatief medegebruik aanvaardbaar zijn. Planologische bouwmogelijkheden binnen het GNN In het plan wordt voorzien in twee grootschalige landschapskunstelementen, te weten een uitkijkpunt in de vorm van een redoute en een land art impressie die de plaats markeert van het vroegere slot IJzendoorn.

Deze twee landschapskunstelementen zijn uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van natuur - landschapskunstelement' en worden buiten het GNN gerealiseerd. 3.2.4

Conclusie

Het bestemmingsplan is passend in de Omgevingsvisie en -verordening van de provincie Gelderland.

3.3

Gemeentelijk beleid

3.3.1

Structuurvisie Neder-Betuwe 2018

Op 31 maart 2018 heeft de gemeenteraad van Neder-Betuwe de Structuurvisie Neder-Betuwe 2018 vastgesteld. Doel van deze structuurvisie is het bieden van een actueel en integraal ruimtelijk kader, dat voor de langere termijn als toetsingskader op hoofdlijnen dient voor alle ruimtelijke ontwikkelingen. De structuurvisie is het strategisch document in het kader van de ruimtelijke ontwikkeling van de gemeente. De structuurvisie geeft richting aan de gewenste ruimtelijke inrichting van een gebied waardoor voor een ieder in algemene zin duidelijk is of bepaalde initiatieven daarbinnen passen. Voor andere overheden kan de structuurvisie duidelijk maken hoe de gemeente het beleid van Rijk en provincie uitwerkt op gemeentelijk schaalniveau. Voor het gemeentebestuur is de structuurvisie een belangrijk kader voor de afweging van concrete ruimtelijke beslissingen en voor de inzet daartoe van bestuurlijke uitvoeringsinstrumenten, zoals het vaststellen van bestemmingsplannen, het beschikbaar stellen van financiële middelen en het sluiten van bestuursovereenkomsten. Tevens is de visie leidraad bij de beoordeling van nieuwe plannen en initiatieven.

bestemmingsplan "Willemspolder, fase 1" (ontwerp)

23

bestemmingsplan Willemspolder, fase 1

Figuur 10: Structuurvisiekaart De gemeente streeft nog steeds naar het zoveel mogelijk benutten van inbreidingslocaties en daarmee een efficiënt gebruik van de (open) ruimte in de kernen, mits het landelijk karakter (lees: de kwaliteit) van de kern niet verloren gaat. De ontwikkeling en het behoud van compacte dorpskernen bespaart waar mogelijk uitbreiding aan de randen en ongewenste realisatie van bebouwing in het buitengebied. Naast de beoogde gemeentelijke ambities, is in de structuurvisie een toetsingskader voor particuliere initiatieven opgenomen. Initiatieven worden in eerste instantie getoetst aan de visie. Indien het initiatief past binnen de uitgangspunten van de visie, wordt onderzocht of het initiatief inpasbaar is in de directe omgeving. Hiermee dragen particuliere initiatieven in belangrijke mate bij aan de beoogde ruimtelijke ontwikkeling van de gemeente. Als opvolger van de Structuurvisie Neder-Betuwe 2018 is de ontwerp Omgevingsvisie Neder-Betuwe opgesteld. Deze zal vanaf 28 oktober 2021 gedurende zes weken ter inzage worden gelegd. Deze omgevingsvisie richt zich op 10 speerpunten op het gebied van gezondheid, werk, wonen, bereikbaarheid, identiteit van de gemeente, ambities op het gebied van laanboomteelt en landbouw, duurzame energie, klimaatadaptatie, groen en biodiversiteit en behoud en ontwikkeling van sterke dorpen.

Onderdeel van de Omgevingsvisie is een waardenkaart waarop te zien is welke waarden in een bepaald gebied belangrijk zijn en een richtinggevende kaart die aangeeft in welk gebied een bepaalde ontwikkeling wenselijk is. Planspecifiek Het plangebied is op de structuurvisiekaart aangeduid als 'uiterwaarden Rijn en Waal'. De uiterwaarden in Neder-Betuwe zijn opvallend open en weerspiegelen de kracht van het (hoge) water. Hier en daar staan ooibossen in de uiterwaarden, die het geheel een natuurlijke aanblik geven. Oude rivierlopen (strangen), vroegere stroomgeulen en kleien zandwinputten geven het gebied een grillig maar karakteristiek reliëf. In de uiterwaarden staat weinig bebouwing, maar hier en daar liggen hoogwatervrije terreinen, waaronder het terrein van de voormalige steenfabriek in het plangebied. De uiterwaarden zijn rijk aan soorten door de afwisseling van plas/dras situaties, ruigere stukken, gecultiveerde, agrarische gronden, ooibossen en verspreid liggende kleinschalige elementen als knotbomen. De uiterwaarden vormen een onderdeel van de provinciale GNN en zijn van belang voor weidevogels. Het zijn vogelrichtlijngebieden. De uiterwaarden in het plangebied, met uitzondering van enkele hoogwatervrije terreinen, behoren tot het Natura 2000-gebied 'Rijntakken', waardoor hier geldt dat de leefgebieden van bepaalde planten- en diersoorten beschermd worden.

24

bestemmingsplan "Willemspolder, fase 1" (ontwerp)

bestemmingsplan Willemspolder, fase 1

In de structuurvisie wordt waterveiligheid, natuur en landschapsbeleving als ontwikkelingsrichting voor de uiterwaarden aangegeven. De gemeente wil met het oog op hoge piekafvoeren in de toekomst de ruimte voor de waterafvoer nadrukkelijk vrij houden. Daarnaast is er ruimte voor natuur, landbouw en extensieve recreatie. De toegankelijkheid, met name ommetjes wandelen, is verder een belangrijk thema. In Willemspolder fase 1 wordt aangesloten bij deze ontwikkelingsrichting door de overwegend agrarisch gebruikte uiterwaarden te veranderen in een waterrijk natuurgebied, waar nieuwe extensieve recreatiemogelijkheden gecreëerd worden en wordt bijgedragen aan de klimaatadaptatie met oog voor cultuurhistorie en vergezichten. Dit alles wordt bekostigd door de winning van bouwgrondstoffen in het gebied. In de ontwerp Omgevingsvisie Neder-Betuwe is het plangebied op de waardenkaart aangeduid als rivieren en uiterwaarden. Dat betekent dat plannen in het gebied bij deze waarde moeten aansluiten. Op de richtinggevende kaart is voor het plangebied natuurontwikkeling en recreatie als ontwikkelrichting aangegeven. Het planvoornemen sluit bij beide thema's mooi aan.

3.3.2

Visie Recreatie en Toerisme gemeente Neder-Betuwe

De gemeenteraad heeft de visie 'Recreatie en Toerisme Natuurlijk in Neder-Betuwe 2013' op 30 mei 2013 vastgesteld. In de beleidsnota is kort teruggeblikt op wat in de afgelopen jaren is gerealiseerd, welke marktontwikkelingen er zijn, wat de sterke en zwakke kanten zijn en waar de gemeente zich de komende jaren op zal richten. De algemene visie is als volgt omschreven: economische groei door middel van uitbreiding van verblijfsrecreatie en dagrecreatie waarbij de sterke kanten en mogelijkheden van Neder-Betuwe naar voren komen en ingespeeld wordt op de wensen van de doelgroepen. Neder-Betuwe is het hart van de Betuwe en heeft een grote naamsbekendheid. Mensen hebben een bepaald beeld voor zich als ze aan de Betuwe denken: fruit, bloesem, rust en natuur zijn het meest bekend. Dit beeld willen bezoekers graag terugzien bij een bezoek aan het gebied. Er zijn te weinig dagrecreatieve voorzieningen in de gemeente. Ook voor de burgers is dit van belang. Mensen moeten voldoende keuze hebben om hun dag in te vullen met activiteiten. Dit kunnen verschillende kleinschalige voorzieningen zijn, maar het is ook van belang dat er juist grotere dagvullende voorzieningen zijn, die bij voorkeur jaarrond toegankelijk zijn. Hiermee kan niet alleen de verblijfsduur van bezoekers worden verlengd, maar zal ook seizoensverlenging plaatsvinden.

De zakelijke markt is complementair aan de toeristisch recreatieve markt. Waar toerisme en recreatie met name in de weekenden plaatsvindt, richt de zakelijke markt zich vooral op de weekdagen. De zakelijke markt heeft behoefte aan hotelbedden, vergaderlocaties/ congresruimten en restaurants. Kwaliteit moet hier voorop staan. Veel meer dan vroeger neemt het vrijetijdsaspect een rol in binnen de zakelijke markt: tussen de vergaderingen en bijeenkomsten door genieten van de omgeving of samen een activiteit ondernemen wordt belangrijker. Planspecifiek Gebleken is dat Willemspolder fase 1 verder kan voorzien in de behoefte voor beweging en beleving aan de hand van in het landschap passende en zoveel mogelijk gebiedseigen en natuurlijke elementen. In het plan is de behoefte nader uitgewerkt als Beweeg & Beleefroute met een optimale zonering en routering van de recreatieve voorzieningen in het gebied. De meest intensief voor recreatie te gebruiken delen van fase 1 bevinden zich het dichtst bij de kern IJzendoorn en het bestaande kantoor van de initiatiefnemer:

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11595292/1