Ontwerp-bestemmingsplan - Toelichting
Tekst van het document
NL.IMRO.1740.bpOPrandweg-ont1
Bestemmingsplan Randweg Opheusden Ontwerp
20 september 2021
SAB Postbus 479 6800 AL Arnhem tel: 026 - 357 69 11 fax: 026 - 357 66 11 Projectnummer:
200462
Inhoudsopgave Toelichting Hoofdstuk 1 1.1 1.2 1.3 1.3.1 1.3.2 1.3.3 1.3.4 1.3.5 1.3.6 1.3.7 1.3.8 1.4 Hoofdstuk 2
Inleiding
3
Aanleiding Ligging plangebied Geldende plannen Bestemmingsplan Buitengebied Kesteren Bestemmingsplan 'Buitengebied Dodewaard en Echteld' Bestemmingsplan 'Bedrijventerrein' Bestemmingsplan 'Opheusden, Reigerstraat' Bestemmingsplan 'Infrastructuur ABC' Bestemmingsplan Parapluregeling Archeologie Overige bestemmingsplannen Strijdigheden Leeswijzer
3 3 4 5 6 7 8 9 9 9 9 10
Gebiedsvisie
11
2.1 Bestaande situatie 2.1.1 Ruimtelijke structuur 2.1.2 Functionele structuur 2.1.3 Ontwikkelingen omgeving plangebied 2.2 Toekomstige situatie 2.2.1 Inleiding 2.2.2 Nut en noodzaak 2.2.3 Oplossing; Het 'West-Herenland'-tracé is het meest optimale tracé voor de realisatie van een rondweg 2.2.4 Omschrijving tracé Hoofdstuk 3 3.1 3.1.1 3.1.2 3.1.3 3.1.4 3.1.5 3.1.6 3.2 3.2.1 3.2.2 3.2.3 3.3 3.3.1 3.4 3.4.1 3.4.2 3.4.3 3.4.4 3.5 Hoofdstuk 4 4.1 4.1.1 4.1.2 4.1.3 4.2 4.2.1 4.2.2 4.3 4.3.1 4.3.2
11 11 12 12 13 13 13 14 16
Beleidskader
23
Nationaal beleid Nationale Omgevingsvisie Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Ladder voor duurzame verstedelijking Beleidsagenda Spoorveiligheid 2020 - 2025 Conclusie rijksbeleid Provinciaal beleid Omgevingsvisie Gaaf Gelderland Omgevingsverordening Gelderland Conclusie provinciaal beleid Regionaal beleid Mobiliteitsagenda Regio Rivierenland Gemeentelijk beleid Structuurvisie Neder-Betuwe 2018 Landschapsontwikkelingsplan Neder-Betuwe Neder-Betuws Verkeer- en Vervoerplan Conclusie gemeentelijk beleid Conclusie
23 23 23 24 24 25 25 26 26 26 27 27 27 28 28 30 31 32 32
Milieu- & omgevingsaspecten
33
Milieueffectrapportage Algemeen Toetsing Conclusie Verkeer en parkeren Verkeer Parkeren Bodem Algemeen Toetsing
33 33 33 33 33 33 34 34 34 34
4.3.3 4.4 4.4.1 4.4.2 4.4.3 4.5 4.5.1 4.5.2 4.5.3 4.6 4.6.1 4.6.2 4.6.3 4.7 4.7.1 4.7.2 4.7.3 4.8 4.8.1 4.8.2 4.8.3 4.9 4.9.1 4.9.2 4.9.3 4.9.4 4.10 4.10.1 4.10.2 4.10.3 4.11 4.11.1 4.11.2 4.12 Hoofdstuk 5 5.1 5.2 5.2.1 5.2.2 5.2.3 Hoofdstuk 6 6.1 6.2 6.3 6.4
Conclusie Geluid Algemeen Onderzoek Conclusie Luchtkwaliteit Algemeen Toetsing Conclusie Bedrijven en milieuzonering Algemeen Toetsing Conclusie Externe veiligheid Algemeen Toetsing Conclusie Explosieven Algemeen Toetsing Conclusie Waterhuishouding Algemeen Doorwerking plangebied Overleg waterschap Conclusie Ecologie Algemeen Toetsing Conclusie Archeologie en cultuurhistorie Archeologie Cultuurhistorie Leidingen
35 35 35 36 36 36 36 37 37 37 37 38 38 38 38 39 39 40 40 40 40 40 40 42 42 42 42 42 43 45 46 46 47 50
Juridische planbeschrijving
51
Algemeen Bestemmingsplan Bestemmingen Dubbelbestemmingen Overige regels
51 51 51 53 54
Uitvoerbaarheid
55
Economische uitvoerbaarheid Overleg Inspraak Zienswijzen
55 55 55 55
Eindnoten
56
Bijlagen bij toelichting Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6 Bijlage 7 Bijlage 8 Bijlage 9 Bijlage 10 Bijlage 11 Bijlage 12 Bijlage 13 Bijlage 14 Bijlage 15
2
Variantenstudie Landschappelijke analyse Historisch bodemonderzoek Akoestisch onderzoek Ontwerpbesluit Hogere geluidsgrenswaarden Onderzoek luchtkwaliteit Onderzoek externe veiligheid Watertoets Onderzoek stikstofdepositie Ecologische voortoets Memo stand van zaken natuuronderzoek Archeologisch bureauonderzoek Cultuurhistorische quickscan en bouwhistorische opname Memo kostenanalyse kazemat Eindverslag inspraak en vooroverleg
Bestemmingsplan Randweg Opheusden
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
De gemeente Neder-Betuwe heeft het voornemen een randweg te realiseren tussen Kesteren en de zuidwestelijke zijde van Opheusden. Deze randweg moet zorgen voor een verbetering van de verkeersveiligheid in en rondom de kern Opheusden en de bereikbaarheid van het Agro Business Centre en Opheusden-West.
De gemeente Neder-Betuwe heeft de noodzaak om te komen tot een andere ontsluiting reeds benoemd in de Structuurvisie van 2018, het Neder-Betuws Verkeer- en vervoersplan (NBVVP) van 2018, de regionale Mobiliteitsagenda en het bijbehorende Uitvoeringsplan Mobiliteit.
Op 24 september 2020 heeft de raad van de gemeente Neder-Betuwe het voorkeurstracé voor de randweg vastgesteld. Het plangebied heeft in het geldende bestemmingsplan overwegend een agrarische bestemming. De randweg kan hierbinnen niet worden gerealiseerd. Het voorliggende bestemmingsplan voorziet in een nieuwe planologische regeling en maakt daarmee de ontwikkeling mogelijk.
1.2
Ligging plangebied
Het plangebied ligt tussen de kernen Kesteren en Opheusden. Het plangebied bestaat uit het tracé van de toekomstige randweg en een aantal aanliggende percelen waarvan de bestemming moet worden gewijzigd, omdat deze worden doorsneden door de realisatie van de randweg en de huidige bestemming daardoor niet meer passend is.
De percelen in de omgeving van het plangebied zijn overwegend in agrarisch gebruik, ten behoeve van de laanboomteelt. Bij de aansluiting in Kesteren doorkruist het plangebied een bedrijventerrein en nabij Opheusden grenst het aan enkele woonpercelen aan de Hamsestraat. Het meest oostelijk deel van het plangebied doorkruist het Agro Business Centre Opheusden, dat ten tijde van het opstellen van dit bestemmingsplan in ontwikkeling is. Verder grenst het plangebied deels aan de spoorlijn Tiel - Arnhem.
Op de navolgende topografische kaart en luchtfoto's is de globale ligging en begrenzing van het plangebied aangegeven. De exacte begrenzing is op de verbeelding weergegeven.
Bestemmingsplan Randweg Opheusden
3
Globale ligging plangebied (rode lijn), bron: pdokviewer.pdok.nl, bewerking SAB
Luchtfoto met globale begrenzing plangebied (rode lijn), bron: pdokviewer.pdok.nl
1.3
Geldende plannen
Op dit moment gelden voor het plangebied de bestemmingsplannen 'Buitengebied Kesteren', 'Buitengebied Dodewaard en Echteld', 'Bedrijventerrein', 'Opheusden, Reigerstraat', 'Infrastructuur ABC', 'Parapluplan 2020', 'Parapluregeling Archeologie', 'Parapluregeling Parkeren', 'Plattelandswoningen' en 'VAB-beleid'.
4
Bestemmingsplan Randweg Opheusden
1.3.1
Bestemmingsplan Buitengebied Kesteren
Het bestemmingsplan Buitengebied Kesteren is op 24 mei 2012 vastgesteld door de gemeenteraad van de gemeente Neder-Betuwe. Op grond van dit bestemmingsplan hebben de gronden de bestemmingen 'Wonen', 'Bedrijf - Agrarisch verwant', 'Verkeer - Rail', 'Verkeer', 'Water' en 'Agrarisch' en de dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologie 4', 'Waarde - Archeologie 5', 'Leiding - Hoogspanningsverbinding' en 'Waterstaat Beheerszone watergang'.
Uitsnede verbeelding vigerend bestemmingsplan 'Buitengebied Kesteren' met globale aanduiding plangebied (rode lijn), bron: ruimtelijkeplannen.nl
Uitsnede verbeelding vigerend bestemmingsplan 'Buitengebied Kesteren' met globale aanduiding plangebied (rode lijn), bron: ruimtelijkeplannen.nl
Bestemmingsplan Randweg Opheusden
5
1.3.2
Bestemmingsplan 'Buitengebied Dodewaard en Echteld'
Het bestemmingsplan 'Buitengebied Dodewaard en Echteld' is op 30 mei 2013 vastgesteld door de gemeenteraad van Neder-Betuwe. Op grond van dit bestemmingsplan hebben de gronden de bestemmingen 'Water' en 'Agrarisch met Waarden - 2' en de dubbelbestemmingen 'Waterstaat - Beheerszone watergang', Leiding - Riool' en 'Waarde - Archeologie 4'.
Uitsnede verbeelding vigerend bestemmingsplan 'Buitengebied Dodewaard en Echteld' met globale aanduiding plangebied (rode lijn), bron: ruimtelijkeplannen.nl
6
Bestemmingsplan Randweg Opheusden
1.3.3
Bestemmingsplan 'Bedrijventerrein'
Het bestemmingsplan 'Bedrijventerrein' is op 27 juni 2013 vastgesteld door de gemeenteraad van NederBetuwe. Op grond van dit bestemmingsplan hebben de gronden de bestemmingen 'Bedrijventerrein' en 'Verkeer' en de dubbelbestemmingen 'Waterstaat - Waterlopen', Waarde - Archeologie 3' en 'Waarde Archeologie 4'.
Uitsnede verbeelding vigerend bestemmingsplan 'Bedrijventerrein' met globale aanduiding plangebied (rode lijn), bron: ruimtelijkeplannen.nl
Bestemmingsplan Randweg Opheusden
7
1.3.4
Bestemmingsplan 'Opheusden, Reigerstraat'
Het bestemmingsplan 'Opheusden, Reigerstraat' is op 14 december 2010 vastgesteld door de gemeenteraad van Neder-Betuwe. Op grond van dit bestemmingsplan hebben de gronden de bestemming 'Groen' en de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 5'.
Uitsnede verbeelding vigerend bestemmingsplan 'Opheusden, Reigerstraat' met globale aanduiding plangebied (rode lijn), bron: ruimtelijkeplannen.nl
8
Bestemmingsplan Randweg Opheusden
1.3.5
Bestemmingsplan 'Infrastructuur ABC'
Het bestemmingsplan 'Infrastructuur ABC' is op 2 juli 2015 vastgesteld door de gemeenteraad van NederBetuwe. Op grond van dit bestemmingsplan hebben de gronden de bestemmingen 'Verkeer' en de dubbelbestemmingen 'Waterstaat - Waterlopen' en 'Waarde - Archeologie 4'.
Uitsnede verbeelding vigerend bestemmingsplan 'Infrastuctuur ABC' met globale aanduiding plangebied (rode lijn), bron: ruimtelijkeplannen.nl
1.3.6
Bestemmingsplan Parapluregeling Archeologie
De gemeente Neder-Betuwe heeft op 27 september 2018 het bestemmingsplan 'parapluregeling Archeologie' vastgesteld. In de geldende bestemmingsplannen ter plaatse van het plangebied zijn archeologische waarden aan de gronden toegekend. Het archeologiebeleid van de gemeente Neder-Betuwe is in 2016 geactualiseerd en vertaald in de Parapluregeling Archeologie. Het plangebied heeft in dit bestemmingsplan de dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologie 1' en 'Waarde - Archeologie 2'.
1.3.7
Overige bestemmingsplannen
Naast de bestemmingsplannen die bovenstaand specifiek zijn benoemd, gelden binnen het plangebied de bestemmingsplannen 'Parapluplan 2020', 'Parapluregeling Parkeren', 'Plattelandswoningen' en 'VAB-beleid'. Deze bestemmingsplannen bevatten geen specifieke regeling ter plaatse van het plangebied, maar algemene regels ten aanzien van onder andere parkeren, plattelandswoningen en het VAB-beleid.
1.3.8
Strijdigheden
De realisatie van de randweg bij Opheusden is op basis van de bouw- en gebruiksregels uit de geldende bestemmingsplannen niet mogelijk. Voor de realisatie van de randweg is een bestemming noodzakelijk die het gebruik ten behoeve van onder andere wegen, fietspaden, bermen en watergangen mogelijk maakt. Dit is binnen de huidige (overwegend agrarische) bestemmingen niet overal toegestaan. Een herziening van de geldende bestemmingsplannen is daarom noodzakelijk.
Bestemmingsplan Randweg Opheusden
9
1.4
Leeswijzer
Dit bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, regels en een toelichting. De toelichting is opgebouwd uit zeven hoofdstukken. Het volgende hoofdstuk (Hoofdstuk 2) beschrijft de bestaande en toekomstige situatie. Hoofdstuk 3 geeft een overzicht van het ruimtelijke beleidskader van de verschillende overheden waaraan het plan wordt getoetst. Hoofdstuk 4 bevat de milieu- en de omgevingsaspecten van het plan. De toelichting besluit met hoofdstukken over de opbouw, verantwoording en uitleg van de planregels (Hoofdstuk 5) en de uitvoerbaarheid (Hoofdstuk 6).
10
Bestemmingsplan Randweg Opheusden
Hoofdstuk 2
Gebiedsvisie
2.1
Bestaande situatie
2.1.1
Ruimtelijke structuur
Historie De randweg wordt gerealiseerd in het landelijk gebied tussen de kernen Kesteren en Opheusden. In dit gebied zijn meerdere waardevolle linten met veel monumentale bebouwing aanwezig, zoals de Hamsestraat en de Tielsestraat. Daarnaast is de oorspronkelijke verkavelingsstructuur hier sinds circa 1850 grotendeels intact. De verkaveling is kleinschalig en ligt haaks op de linten.
Het plangebied kruist de Linge, een in de 13e eeuw gegraven watergang tussen Doornenburg en Tiel. Daarnaast is in de omgeving van het plangebied tussen het eind van de 18e en het begin van de 19e eeuw de Betuwelinie aangelegd als verdedigingslinie tussen de Waal en de Rijn. Deze linie is grotendeels verdwenen, maar in de omgeving van het plangebied zijn onder andere een aantal kazematten en de oude liniedijk zichtbaar.
Afbeelding Historie en identiteit, bron: landschappelijke analyse Opheusden, Sweco, 8 januari 2020
Bestemmingsplan Randweg Opheusden
11
Verbindingen In de omgeving van het plangebied worden de kernen Kesteren en Opheusden richting het noorden ontsloten door verschillende oude dorpswegen, zoals de Tielsestraat, In het Land en de Hamsestraat. Deze wegen komen uit op de Rijnbandijk. Aan de zuidzijde worden deze kernen ontsloten via een structuur van nieuwere wegen, welke meer gericht zijn op de ontsluiting richting de A15.
2.1.2
Functionele structuur
Omgeving plangebied In de omgeving van het plangebied liggen de kernen Opheusden en Kesteren. Daarnaast is er veel bebouwing aanwezig langs de linten in het gebied tussen deze kernen, zoals de Tielsestraat, de Hamsestraat en In 't Land. Tussen deze kernen en bebouwingslinten liggen stroomruggen, welke overwegend in gebruik zijn voor de fruitteelt en boomkwekerijen. Ten zuiden van de spoorlijn Arnhem - Tiel liggen open komgronden.
Binnen plangebied De gronden binnen het plangebied zijn overwegend agrarisch in gebruik voor de laanboomteelt of als weiland. Daarnaast liggen er verschillende watergangen in het plangebied. Het plangebied wordt doorkruist door meerdere wegen en de Linge. Binnen het plangebied liggen verder drie woningen, een kazemat en een bedrijfsgebouw.
2.1.3
Ontwikkelingen omgeving plangebied
Aangrenzend aan de Randweg heeft de gemeente Neder-Betuwe twee andere ontwikkelingen gepland: de realisatie van de nieuwe woonwijk Herenland-west en een Agro Business Centre (zie volgende afbeelding). De woonwijk Herenland-west betreft een nieuwe uitbreiding aan de westzijde van Opheusden. Het Agro Business Centre is een bedrijventerrein ten behoeve van bedrijven die gerelateerd zijn aan de laanboomteelt, dat momenteel in het gebied tussen de Linge en de A15 gerealiseerd wordt.
Luchtfoto met globale aanduiding plangebied (rode lijn), toekomstige woonwijk Herenland-west (gele cirkel) en Agro Business Centre (groene cirkel).
12
Bestemmingsplan Randweg Opheusden
2.2
Toekomstige situatie
2.2.1
Inleiding
Dit hoofdstuk gaat allereerst in op het nut en de noodzaak van de aanleg van de randweg. Daarna worden de diverse varianten van de randweg die zijn onderzocht beschreven en volgt een onderbouwing van de voorkeursvariant. In de paragraaf 2.2.4 'Omschrijving tracé' wordt het toekomstige tracé beschreven. 2.2.2
Nut en noodzaak
2.2.2.1 Probleembeschouwing De leefbaarheid in kern van Opheusden staat sterk onder druk door toenemend (vracht)auto- en landbouwverkeer dat dóór de kern van het dorp heenrijdt. In het bijzonder tijdens het teeltseizoen is op de weg bovendien veel zwaar verkeer aanwezig vanwege de laanboomteelt. De drukke verkeersbewegingen in combinatie met het smalle wegprofiel van de Dorpsstraat - Burg. Lodderstraat - Dalwagenseweg en het ontbreken van fietsvoorzieningen, zorgen voor verkeersonveilige situaties en leefbaarheidsproblemen.
Ontsluitingsstructuur De hoofdroutes richting de kern Opheusden lopen op dit moment (voor het gemotoriseerde verkeer) via de Tielsestraat / Rijnbandijk en de Dodewaardsestraat / Dalwagenseweg. Gezien deze verkeersstructuur wordt de doorgaande as door Opheusden namelijk de Dorpsstraat - Burg. Lodderstraat - Dalwagenseweg sterk belast voor de bereikbaarheid van woongebieden in Opheusden. Zonder een nieuwe ontsluitingsweg moeten ook toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen via deze as en toegangswegen bereikt worden. Dit zorgt in de toekomst voor extra druk op deze wegen, wat leidt tot meer verkeersonveiligheid en verkeersoverlast.
In het NBVVP van 2018 is op diverse plaatsen opgemerkt dat door een toenemende intensiteit van vooral fietsverkeer, de aangelegen winkelvoorzieningen en het gebruik van vrachtwagens naar bedrijventerrein het Panhuis (sluipverkeer), de Dalwagenseweg niet meer geschikt is om al deze verkeersstromen op een verantwoorde wijze te verwerken. Vanuit verkeersveiligheid en leefbaarheid in de kern Opheusden is een andere ontsluiting noodzakelijk.
De Structuurvisie Neder-Betuwe 2018 geeft aan dat de ontsluiting via de Tielsestraat en Rijnbandijk als knelpunt wordt ervaren. De drukke verkeersbewegingen in combinatie met het smalle wegprofiel en het ontbreken van fietsvoorzieningen zorgen voor onveilige situaties en leefbaarheidsproblemen. Daarbij zijn ter plaatse van de interne ontsluitingsstructuur (Dorpsstraat-Burgemeester Lodderstraat en Dalwagenseweg) de verschillende functies van deze wegen (ontsluitingsweg, verblijfsgebied, winkelcentrum) moeilijk verenigbaar. Met de klimaatveranderingen en door de perioden van extreme droogte zorgt de verdroging van de bodem tot een toename van bodemtrilling door zwaar verkeer. Dit is bijvoorbeeld het geval in de Tielsestraat waar bewoners melding maken van trilschade als gevolg van zwaar vrachtverkeer. Ook om deze reden is het wenselijk om een alternatief voor zwaar verkeer richting bedrijventerrein Panhuis te realiseren.
Uit de verkenning van de ontsluitingsstructuur1 blijkt dat de intensiteit op de dorpen-as 'Dorpsstraat - Burg. Lodderstraat - Dalwagenseweg' varieert van (afgerond) 4.000 mvtg/etmaal op de Dorpsstraat tot bijna (afgerond) 10.000 mvtg/etmaal op de Dalwagenseweg. Aanvullend zijn verkeersmodelanalyses uitgevoerd om zo een scherp beeld te krijgen van de verkeerstromen en de herkomst en bestemmingsrelaties.
Landbouwverkeer en vrachtverkeer De laanboomsector is economisch van grote betekenis voor Opheusden en de regio. In en rondom de kern bevinden zich diverse kwekers die zich bezighouden met de productie, handel en productontwikkeling van laanbomen. Dit levert met name in het teeltseizoen aanzienlijke vervoersstromen op, ook tussen kwekers onderling. Het transport vindt plaats met vrachtwagens, maar ook met grote landbouwvoertuigen (tractoren met aanhangwagens).
Bestemmingsplan Randweg Opheusden
13
Het zijn voornamelijk deze grote landbouwvoertuigen en vrachtwagens die de overlast veroorzaken in de kern. Op de routes door de kern zijn geen gescheiden fietsvoorziening aanwezig, waardoor er grote verschillen zijn in snelheid en massa. Met name het fietsverkeer (o.a. schoolgaande kinderen) ondervindt veel hinder van de grote voertuigen. Bovendien staan in de kern (Rijnbandijk, Dorpsstraat, Burgemeester Lodderstraat en de Dalwagenseweg) de huizen dicht op de rijbaan, waardoor veel trillingshinder wordt ervaren door bewoners veroorzaakt door het grote, zware verkeer.
Fietsverkeer Het fietsverkeer in Opheusden en omgeving wikkelt zich over het algemeen af op de erftoegangswegen, de 30km/h en 60km/h wegen. Langs de meer drukke wegenzijn voor een groot gedeelte fietsvoorzieningen aanwezig in de vorm van fietsstroken en/of vrijliggende fietspaden. Het fietsverkeer is voornamelijk gericht op Kesteren, daar bevinden zich de belangrijke functies als scholen en bedrijven. Deze stroom fietsers maakt gebruik van de Parallelweg, welke langs het spoor van Opheusden naar Kesteren loopt en een directe verbinding vormt tussen beide kernen. De Parallelweg kent éénrichtingsverkeer voor gemotoriseerd verkeer in de richting van Opheusden naar Kesteren. Fietsverkeer is in beide richtingen toegestaan. Een belangrijk knelpunt is dat de Parallelweg ook veel door gemotoriseerde voertuigen wordt gebruikt, en in combinatie met een drukke fietsroute zorgt dit voor zowel objectieve, als subjectieve verkeersonveiligheid.
De Parallelweg wordt door fietsers als gevaarlijk ervaren; de weg heeft als kenmerk lange rechtstanden waarbij de snelheden van het gemotoriseerde verkeer hoog op kunnen lopen. Bovendien is de verhardingsbreedte niet ruim gedimensioneerd. Er zijn wel maatregelen genomen.
2.2.2.2 Noodzaak voor een nieuwe ontsluitingsweg De kern Opheusden is op dit moment voor het gemotoriseerde verkeer alleen via de Tielsestraat/Rijnbandijk en de Dodewaardsestraat/Dalwagenseweg bereikbaar. Een zuidelijke ontsluitingsweg is nodig om in de toekomst Opheusden goed te kunnen ontsluiten en te anticiperen op toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen. Ook leidt de aanleg van een randweg tot een substantiële verbetering van het woon- en leefklimaat in een groot deel van de kern Opheusden. Gezien de bestaande verkeersstructuur worden de assen Dorpsstraat - Burg. Lodderstraat – Dalwagenseweg en Tielsestraat - Rijnbandijk sterk belast voor de bereikbaarheid van woon-, werk- en recreatiegebieden in Opheusden. Zonder nieuwe ontsluitingsweg moeten ook toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen via deze as en toegangswegen bereikt worden. Dit zorgt in de toekomst voor extra (onacceptabele) druk op deze wegen, wat leidt tot meer verkeersonveiligheid, verkeersoverlast en toenemende leefbaarheidsproblemen.
Een nieuwe zuidelijke ontsluitingsweg draagt bij aan een verbeterde bereikbaarheid en leefbaarheid in Opheusden, zonder dat daarbij de druk op bestaande wegen verder onacceptabel toeneemt of elders het woonen leefklimaat verslechtert. De intensiteit op de meeste wegen neemt zelfs af door een nieuwe ontsluitingsweg. Deze wegen kunnen verder afgewaardeerd worden. Zonder de nieuwe ontsluitingsweg wordt het in de toekomst qua verkeer steeds lastiger om de kern Opheusden verder uit te breiden.
Daarnaast zorgt een nieuwe weg ook voor extra robuustheid en verbeterde verkeersveiligheid: bij calamiteiten en wegwerkzaamheden is het verkeer van en naar de kern Opheusden beter om te leiden, waardoor de bereikbaarheid gegarandeerd blijft.
2.2.3 Oplossing; Het 'West-Herenland'-tracé is het meest optimale tracé voor de realisatie van een rondweg 2.2.3.1 Varianten In 2019 is door Royal Haskoning DHV een varianten studie gedaan voor de ontsluitingsstructuur van Opheusden2. Er zijn hierin vijf varianten voor het tracé van de randweg onderzocht.
14
1. Variant Markstraat Het tracé van de variant Markstraat gaat aan het einde van het Agro Business Centre d.m.v. een nieuwe brug de Linge over, ten oosten van het kassencomplex aan de Parallelweg, vervolgens kruist dit tracé het spoor met een nieuwe spoorwegovergang, loopt dit tracé langs het spoor en komt uiteindelijk bij de Markstraat op de Tielstraat. Er is een extra brug over de Linge nodig om de rondweg ook aan te sluiten op de Smachtkamp.
Bestemmingsplan Randweg Opheusden
2a. Variant Tielsestraat Het tracé van de variant Tielsestraat is aanvankelijk gelijk aan het bovengenoemde tracé. Deze variant buigt echter eerder af en sluit aan op de Tielsestraat, halverwege het wegvak Markstraat Rijnbandijk. Er is een extra brug over de Linge nodig om de rondweg ook aan te sluiten op de Smachtkamp.
2b. Variant West-Herenland Het tracé van deze nieuwe variant gaat ook aan het einde van het Agro Business Centre d.m.v. een nieuwe brug de Linge over, ten oosten van het kassencomplex aan de Parallelweg, vervolgens kruist dit tracé het spoor met een nieuwe spoorwegovergang. Herenland-West wordt directer verbonden met de rondweg d.m.v. een rotonde, die tevens het begin van de wijk markeert. Vervolgens loopt dit tracé langs het spoor en komt uiteindelijk bij de Markstraat uit op de Tielsestraat. Er is geen aansluiting met de Smachtkamp (dus ook daar geen brug over de Linge). De spoorwegovergang Smachtkamp wordt ook opgeheven in deze variant, evenals de spoorwegovergang met de Hamsestraat. De Parallelweg krijgt aansluitingen met de nieuwe rondweg en krijgt gedeeltelijk tweerichtingsverkeer. Dat is mogelijk omdat hier dan alleen nog bestemmingsverkeer rijdt.
2c. Variant Smachtkamp In de nieuwe variant Smachtkamp buigt het tracé vanaf het Agro Business Centre in noordelijke richting, via een (nieuw) brug over de Linge naar de Smachtkamp. De bestaande spoorwegovergang wordt opgewaardeerd om het verkeer van de rondweg te verwerken. Vervolgens loopt deze variant parallel langs het spoor tot aan de Markstraat. Omdat het tracé over sportcomplex Herenland loopt, kan de weg alleen gerealiseerd worden bij verplaatsing van het sportcomplex.
3. Variant zuid Deze nieuwe variant maakt gebruik van de bestaande infrastructuur. Daarbij moeten de bestaande wegen opgewaardeerd worden. Vanaf het Agro Business Centre gaat deze variant over de Linge, parallel aan de Betuweroute, waarna het tracé de Varakker volgt tot aan de Markstraat. Er is wel een aansluiting met de Smachtkamp, om verkeer van en naar Opheusden af te kunnen wikkelen.
Deze vijf varianten zijn beoordeeld op een aantal criteria. Dit zijn (1) ontlasting van de kern, (2) effect op de Smachtkamp, (3) ontlasting Tielsestraat, (4) kansrijkheid i.v.m. eisen spoorwegveiligheid en (5) meekoppelkansen/ ontsluiting nieuwe wijk.
Uiteindelijk zijn er twee meest kansrijke varianten overgebleven: de variant "West-Herenland" en "Smachtkamp". Deze varianten hebben een groot oplossend vermogen voor zowel het verkeer op de centrumas van Opheusden als voor het verkeer op de Tielsestraat.
Deze twee varianten zijn vervolgens na deze trechtering verder uitgewerkt en afgewogen. Uiteindelijk blijkt dat de variant "West-Herenland" het beste scoort qua leefbaarheid (effecten op bestaande wegen zoals Smachtkamp) en in de risicoanalyse van spoorwegveiligheid. Op basis hiervan is de variant West-Herenland de voorkeursvariant.
2.2.3.2 Ruimtelijke inpassing Dit tracé is ook ruimtelijk gezien goed in te passen in de ontwikkeling van de woonwijk Herenland-west.
De uiteindelijke realisatie van een weg is een logische voorzetting van het gemeentelijk beleid. In het coalitieprogramma 2018-2022 is een goede ontsluiting van het Agro Business Centre in westelijke richting (ontsluitingsweg Opheusden) als actie opgenomen.
Eerder is in het gemeentelijke Verkeer- en Vervoerplan (2018) opgenomen dat de realisatie van nieuwe infrastructuur een belangrijke bijdrage levert bij het oplossen van de knelpunten in de kern van Opheusden (ontsluiting Agro Business Centre). Dit ontlast de huidige doorgaande routes van verkeer, en dan met name voor vracht-/landbouwverkeer. De nieuwe weg is dan ook opgenomen in het wensbeeld voor de verkeersstructuur. Ook in de Structuurvisie Neder-Betuwe 2015 is opgenomen dat een andere ontsluiting van de kern Opheusden zeer wenselijk is en in de Structuurvisie Agro Business Centrum (2014) is rekening gehouden met een ontsluitingsweg ten zuiden van Opheusden.
Bestemmingsplan Randweg Opheusden
15
2.2.4
Omschrijving tracé
2.2.4.1 Aanpassingen Ten opzichte van de studie van Royal HaskoningDHV zijn in het vervolg ontwerpproces een aantal optimalisaties en aanpassingen doorgevoerd op het voorkeurstracé:
het tracé door het terrein van het Agro Business Centre is aangepast om een betere verdeling van uit te geven kavels aan weerszijden van het tracé te krijgen;
de ligging van het tracé op het terrein van het Agro Business Centre is aangepast in afstemming met de grondeigenaar en om voldoende afstand tot de hoogspanningsmast te verkrijgen;
Herenland-west wordt met een T-kruising aangesloten in plaats van een rotonde. Dit vanwege de de soepele (onverstoorde) doorstroming van de randweg in relatie tot de spoorwegovergang.
in de lange rechtstand parallel aan het spoor is op één locatie een uitbuiging gemaakt om de snelheid van het verkeer te beperken;
de verbinding met de Tielsestraat loopt niet via de Markstraat maar de weg loopt langer door langs het spoor en komt ter hoogte van de Industrieweg met een rotonde op de Tielsestraat uit; deze oplossing biedt een grotere mate van verkeersveiligheid. Bovendien is het wenselijk verkeer vanaf Kesteren zo snel als mogelijk van de Tielsestraat af te leiden naar de nieuwe randweg, in plaats van over de Tielsestraat richting het dorp Opheusden. Tevens vormt het hier een veilige ontsluiting op de Industrieweg en de toegang tot het bedrijventerrein.
de in de variantenstudie opgenomen knip in het meest westelijke deel van de Parallelweg vervalt vanwege de bereikbaarheid voor bedrijven langs dit wegdeel.
2.2.4.2 Beschrijving tracé Hieronder wordt het tracé puntsgewijs van west naar oost beschreven:
Het tracé sluit in Kesteren met een rotonde aan op de Tielsestraat ter hoogte van de huidige kruising met de Industrieweg;
Het tracé loopt vervolgens in zuidelijke richting tot aan het spoor Tiel - Arnhem, waar het een bocht maakt en parallel met het spoor in oostelijke richting loopt.
Ter hoogte van de Markstraat buigt het tracé kort van het spoor af, in verband met de spoorwegovergang die hier aanwezig is en loodrecht op het spoor benaderd moet worden.
De Hamsestraat wordt aangesloten op de randweg. De huidige spoorwegovergang wordt hier opgeheven;
Even na de Hamsestraat buigt het tracé even wat af van het spoor om vervolgens een boog te kunnen maken in zuidelijke richting om het spoor te kruisen. In deze bocht wordt tevens een aansluiting op de kern Opheusden gerealiseerd. Deze weg sluit aan op de Van Maanenstraat.
Het spoor wordt gekruist met een gelijkvloerse kruising. In de plannen wordt ruimte gereserveerd voor een eventuele ongelijkvloerse kruising met het spoor.
Daarna volgt de bestaande kruising met de Parallelweg. Het tracé wordt aan beide zijden aangesloten op de Parallelweg.
Het tracé volgt ten zuiden van het spoor de bestaande kavelrichting in zuidelijke richting en maakt een kleine buiging in verband met de naastgelegen hoogspanningsmast.
Het tracé kruist hier de Linge met een overspanning (brug) van circa 65 meter over de Linge inclusief oevers.
Dan volgt een bocht in oostelijke richting en doorkruist het tracé het Agro Business Centre.
Het tracé eindigt met een aansluiting op de Bomenlaan.
In navolgende afbeeldingen is het tracé van de Randweg weergegeven, in één overzichtstekening en een drietal uitsnedes ten behoeve van de leesbaarheid.
16
Bestemmingsplan Randweg Opheusden
Tracé randweg, bron: inrichtingstekening Sweco.
Bestemmingsplan Randweg Opheusden
17
Uitsnedes tracé randweg, bron: inrichtingstekening Sweco.
18
Bestemmingsplan Randweg Opheusden
2.2.4.3 Inrichting randweg De randweg wordt overal aan één zijde van de weg voorzien van een vrijliggend en in twee richtingen bereden fietspad. Daarnaast wordt langs beide zijden van de weg een watergang gerealiseerd, met uitzondering van een paar locaties waar met één watergang kan worden volstaan. De weg en het fietspad worden voorzien van de benodigde bermen. In de volgende afbeeldingen zijn vier dwarsprofielen weergegeven, van west naar oost geredeneerd:
Dwars-/principeprofiel ter hoogte van Markstraat - Tielsestraat;
Dwars-/principeprofiel ter hoogte van Hamsestraat - Markstraat;
Dwars-/principeprofiel ter hoogte van de Linge - spoor;
Dwars-/ principeprofiel ter hoogte van het ABC terrein.
Bestemmingsplan Randweg Opheusden
19
Indicatie van de weg- en dwarsprofielen, met aanduiding weg, fietspad, watergangen en bermen, bron: inrichtingstekening Sweco.
Op enkele locaties waar de weg afbuigt van het spoor, is ruimte gereserveerd voor de realisatie van waterberging. Daarnaast wordt tussen het spoor en de Linge ten westen van het tracé waterberging gerealiseerd.
20
Bestemmingsplan Randweg Opheusden
Bij de kruising van het tracé met het spoor Arnhem - Tiel wordt een nieuwe spoorwegovergang gerealiseerd. Een nadere analyse van deze spoorwegovergang wordt met ProRail momenteel nader uitgewerkt en uitgevoerd. Daarbij wordt ingezet op een gelijkvloerse overweg, maar een eventuele ongelijkvloerse kruising met het spoor wordt niet geheel uitgesloten. Daar wordt in het voorliggende plan al wel op geanticipeerd door een ruimtereservering op te nemen hiervoor
Tussen de aansluiting op de Tielsestraat en de Hamsestraat krijgt de randweg een snelheidsregime van 60 km/uur De aansluiting op de kern Opheusden tussen de randweg en Van Maanenstraat krijgt een snelheidsregime van 30 km/uur. Voor het overige deel van het tracé wordt de maximale snelheid 50 km/uur.
2.2.4.4 Maatregelen buiten het plangebied Buiten het plangebied worden verschillende maatregelen genomen welke direct samenhangen met de randweg. Deze maatregelen maken geen onderdeel uit van het voorliggende plan, omdat deze op basis van de geldende bestemmingsplannen al mogelijk zijn. Het gaat om de volgende maatregelen:
de route Dorpsstraat – Burgemeester Lodderstraat – Dalwagensweg wordt afgewaardeerd tot erftoegangswegen (30km/h gebied). Hierdoor kan de leefbaarheid in het dorp (verkeersveiligheid/ overlast) sterk worden verbeterd en zal meer verkeer kiezen voor de route over de randweg;
de Markstraat wordt een belangrijke fietsroute en vanuit de Tielsestraat is de weg enkel bedoeld en bereikbaar voor bestemmingsverkeer. De Marktstraat is vanuit de Tielsestraat van noord naar zuid een doodlopende weg. De Markstraat wordt voor (vracht)autoverkeer niet aangesloten op de randweg, wel voor fietsers.;
de spoorwegovergangen bij de Hamsestraat, de Polsestraat en de Smachtkamp worden opgeheven, om een nieuwe kruising van het spoor voor de randweg mogelijk te maken zonder dat de spoorwegveiligheid verslechtert.
2.2.4.5 Landschappelijke inpassing In verband met het voorliggende plan is voor het plangebied en de omgeving een landschappelijke analyse gemaakt. Op basis van de landschappelijke analyse3 wordt advies gegeven over de landschappelijke inpassing van de randweg. Hiervoor is het plangebied (en omgeving) opgedeeld in vier deelgebieden, aangezien ieder deelgebied zijn eigen kenmerken heeft. Voor ieder deelgebied is een inpassingsopgave geformuleerd, waar met de ligging van het tracé en de inrichting rekening mee is en zal worden gehouden.
Bestemmingsplan Randweg Opheusden
21
Deelgebied 1 Inpassingsopgave:
verkavelingspatroon zoveel mogelijk behouden en de weg het verkavelingspatroon te laten volgen;
brug over de Linge is een belangrijke ontwerpopgave. Enerzijds dient de brug de karakteristieken van de Linge te behouden en, waar mogelijk, te versterken. Ook dient rekening te worden gehouden met eisen die gelden ten aanzien van vaarroutes en ecologische routes;
de weg ligt ten noorden van de Linge op de overgang van een open gebied en een kassencomplex. Rijsbeplanting kan de overgang van open gebied naar kas maskeren.
Het tracé volgt in dit deelgebied de bestaande kavelrichting. Bij de uitwerking van het ontwerp en het beplantingsplan zal rekening worden gehouden met de overige aanbevelingen.
Deelgebied 2 Inpassingsopgave:
het beoogde tracé gaat in dit gebied een nieuwe entree vormen vanuit het buitengebied naar Opheusden. De inpassingsopgave is het maken van één herkenbare entree, passend bij de karakteristieken van het gebied. Bijvoorbeeld het doorzetten van bestaande groenstructuur met bomenlanen;
het gebied vraagt om een over-all visie, waarbij verder wordt gekeken dan de ontsluiting;
aansluiting op de structuur parallelweg.
Het tracé grenst in dit deelgebied voor zover mogelijk aan het spoor en de parallelweg, waarmee aangesloten wordt op deze bestaande structuren.
Deelgebied 3 Inpassingsopgave:
openheid/ zicht op omliggende verkaveling behouden;
wilgen langs water behouden of nieuw aanplanten;
karakteristieke rechte lijnen (wegen, water, verkaveling) dienen gevolgd te worden.
Het tracé grenst in dit deelgebied aan het spoor en de parallelweg, waarmee aangesloten wordt op deze bestaande karakteristieke rechte lijnen. Bij de uitwerking van het beplantingsplan zal rekening worden gehouden met de overige aanbevelingen.
Deelgebied 4 Inpassingsopgave:
verkavelingspatroon zo veel mogelijk behouden en de weg het verkavelingspatroon te laten volgen;
bestaand groen zoveel mogelijk behouden en versterken;
behoud van karakteristieke rechte wegen, verkavelingspatroon en sloten.
Het tracé grenst in dit deelgebied grotendeels aan het spoor en de parallelweg, waarmee aangesloten wordt op deze bestaande structuren. Wanneer afgebogen wordt van deze structuur, om de aansluiting op de stationsstraat te maken, wordt de bestaande kavelrichting gevolgd.
22
Bestemmingsplan Randweg Opheusden
Hoofdstuk 3
Beleidskader
3.1
Nationaal beleid
3.1.1
Nationale Omgevingsvisie
3.1.1.1 Algemeen De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt een duurzaam perspectief voor de leefomgeving met ambities. In deze NOVI worden de nationale belangen in de fysieke leefomgeving en de daaruit voortkomende opgaven beschreven. Er worden vier prioriteiten voor Nederland geformuleerd:
ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie;
duurzaam economisch groeipotentieel;
sterke en gezonde steden en regio's;
toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.
Om beleidskeuzes op een heldere en voorspelbare manier te maken, hanteert de NOVI drie afwegingsprincipes, die helpen bij het prioriteren en afwegen van de verschillende belangen en opgaven: 1.
Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: in het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Er wordt weer gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van ruimte
2.
Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: er moet altijd gekeken worden naar de context van het gebied. Keuzes in verschillende gebieden kunnen daarom verschillen.
3.
Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat onze leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van toekomstige generaties
Toetsing Het rijk zet in de NOVI onder andere in op een duurzaam economisch groeipotentieel. Eén van de beleidskeuzes die hierbij hoort is dat overheden investeren in een aantrekkelijke, gezonde en veilige leefomgeving in steden en regio's en het bevorderen van een aantrekkelijk vestigingsklimaat. Het voorliggende plan ziet op de realisatie van een randweg bij Opheusden, waardoor de verkeersveiligheid in en rondom de kern van Opheusden zal toenemen. Daarnaast draagt de randweg bij aan de bereikbaarheid van het Agro Business Centre en Opheusden-West en hiermee aan het vestigingsklimaat. Het plan sluit hiermee aan bij de ambities uit de NOVI.
3.1.2
Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte
3.1.2.1 Algemeen Op 13 maart 2012 is de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vastgesteld. Deze structuurvisie geeft een nieuw, integraal kader voor het ruimtelijk- en mobiliteitsbeleid op rijksniveau. In de structuurvisie schetst het Rijk de ambities voor concurrentiekracht, bereikbaarheid, leefbaarheid en veiligheid tot 2040 (lange termijn) en doelen, belangen en opgaven tot 2028 (middellange termijn).
De centrale visie wordt uiteengezet in drie hoofddoelstellingen voor de middellange termijn (2028), namelijk "concurrerend, bereikbaar en leefbaar&veilig". Voor de drie rijksdoelen zijn de onderwerpen van nationaal belang benoemd waarmee het Rijk aangeeft waarvoor het verantwoordelijk is en waarop het resultaten wil boeken. De drie hoofddoelen van het ruimtelijk en mobiliteitsbeleid kennen nationale opgaven die regionaal neerslaan. In de structuurvisie zijn dertien nationale belangen benoemd. De nationale belangen, die worden benoemd, betreffen de internationale concurrentiepositie, het gebruik van de ondergrond, het behouden en versterken van vervoeren transportsystemen, de milieukwaliteit, de waterveiligheid en zoetwatervoorziening en behoud en versterken van natuur en cultuurhistorische waarden. Voor deze belangen is het Rijk verantwoordelijk en wil het resultaten boeken, hierbuiten hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. Afspraken over verstedelijking, groene ruimte en landschap laat het Rijk over aan de provincies en gemeenten. Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen heeft het Rijk enkel nog een 'ladder voor duurzame verstedelijking' opgenomen. In toelichting paragraaf 3.1.4 wordt op de ladder voor duurzame verstedelijking ingegaan.
Bestemmingsplan Randweg Opheusden
23
3.1.2.2 Toetsing Dit bestemmingsplan richt zich op de hoofddoelstelling bereikbaar uit de SVIR, doordat de bereikbaarheid van Agro Business Centre en Opheusden-West worden verbeterd. Daarnaast wordt bijgedragen aan de hoofddoelstelling Leefbaar een veilig door de verbetering van de verkeersveiligheid in en rond de kern Opheusden. Verder raakt het plan niet aan de nationale belangen waarvoor in het SVIR beleid is opgesteld.
3.1.3
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening
3.1.3.1 Algemeen Op 30 december 2011 is het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) in werking getreden. Voortaan moeten gemeenten bij het vaststellen van bestemmingsplannen, wijzigingsplannen of uitwerkingsplannen rekening houden met het Barro. Doel van het Barro is bepaalde onderwerpen van nationaal belang uit de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte te verwezenlijken. De volgende onderwerpen worden in het Barro genoemd: Rijksvaarwegen, Project Mainportontwikkeling Rotterdam, Kustfundament, Grote rivieren, Waddenzee en waddengebied, Defensie, Ecologische hoofdstructuur, Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde, Hoofdwegen en hoofdspoorwegen, Elektriciteitsvoorziening, Buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen, Primaire waterkeringen buiten het kustfundament en IJsselmeergebied (uitbreidingsruimte).
Deze onderwerpen worden in het Barro exact ingekaderd en begrensd. Per project worden regels gegeven die gemeenten direct of indirect (via provincies) moeten laten doorwerken in de ruimtelijke besluitvorming. Het nationale belang dat het stellen van regels voor deze onderwerpen rechtvaardigt, is vastgelegd in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte.
3.1.3.2 Toetsing Het plan valt niet binnen de reikwijdte van één van de onderwerpen uit het Barro. Er zijn daarom geen regels opgenomen die van belang zijn voor het onderhavige plangebied. Het plan is hierdoor niet strijdig met het Barro.
3.1.4
Ladder voor duurzame verstedelijking
3.1.4.1 Algemeen De 'Ladder voor duurzame verstedelijking' is in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) geïntroduceerd en vastgelegd als procesvereiste in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). De Ladder voor duurzame verstedelijking is op 1 juli 2017 herzien. Het Bro bepaalt dat voor ondermeer bestemmingsplannen de treden van de ladder moet worden doorlopen.
Doel van de Ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening in de vorm van een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Met de ladder voor duurzame verstedelijking wordt een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten nagestreefd. Overheden moeten nieuwe stedelijke ontwikkelingen motiveren met oog voor de onderliggende vraag in de regio en de beschikbare ruimte binnen het bestaande stedelijke gebied.
De Ladder voor duurzame verstedelijking is van toepassing wanneer er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Onder een stedelijke ontwikkeling wordt verstaan de ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.
Niet elke ontwikkeling van stedelijke aard wordt door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State aangemerkt als een stedelijke ontwikkeling in de zin van de ladder. Uit onder andere uitspraak 201400570/1/R6 (ECLI:NL:RVS:2015:448) blijkt dat de Afdeling de realisatie van infrastructuur niet beschouwt als een stedelijke ontwikkeling en dat het hiervoor niet noodzakelijk om de ladder te doorlopen.
24
Bestemmingsplan Randweg Opheusden
3.1.4.2 Toetsing Met dit bestemmingsplan wordt de realisatie van een randweg bij Opheusden mogelijk gemaakt. De realisatie van infrastructuur wordt niet aangemerkt als stedelijke ontwikkeling. Gezien voorgaande is het niet nodig om de Ladder voor duurzame verstedelijking te doorlopen.
3.1.5
Beleidsagenda Spoorveiligheid 2020 - 2025
3.1.5.1 Algemeen Het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat heeft de Beleidsagenda Spoorveiligheid opgesteld om de veiligheid op het spoor in Nederland, indien uitvoerbaar, voortdurend te verbeteren en minimaal te handhaven. Om dit doel te ondersteunen is het spoorveiligheidsbeleid ingedeeld in drie thema's: 1.
Veilig reizen en vervoeren: zorgen dat reizigers veilig per trein kunnen reizen en goederen veilig worden vervoerd;
2.
Veilig leven: zorgen dat omwonenden veilig kunnen leven langs het spoor;
3.
Veilig werken: zorgen dat het spoorpersoneel veilig kan werken op en om het spoor.
Voor elk van deze thema's worden in de beleidsagenda de aandachtspunten en acties voor de periode tot en met 2025 benoemd, zodat duidelijk is waar het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat samen met de sector aan werkt. In het hoofdstuk 'Veilig leven' is de visie van IenW op overwegveiligheid opgenomen. Het streven van IenW is om samen met ProRail, decentrale overheden, recreatieve belangenorganisaties en burgers te zorgen voor nul dodelijke slachtoffers en nul verstoringen op en rondom overwegen (trein- en wegverkeer) om een veilige, vlotte en duurzame mobiliteit te kunnen garanderen. De volgende uitgangspunten gelden als basis voor het overwegenbeleid:
Overwegveiligheid is de verantwoordelijkheid van spoor- en wegbeheerder samen. Bij het beheersen van de risico's op overwegen en het realiseren van een goede doorstroming is de samenwerking tussen beide partijen steeds belangrijker;
Bij het veiliger maken van overwegen geldt een risicogestuurde aanpak. Investeringen en capaciteitsinzet vinden plaats waar de risico's het grootst zijn;
Nieuwe overwegen zijn in principe niet toegestaan. De veiligheid op bestaande overwegen mag niet afnemen door bijvoorbeeld ontwikkelingen op het spoor (bv. frequentieverhoging) of wijzigingen in de omgeving die leiden tot toename of wijziging van het weggebruik op de overweg: het 'Nee, tenzij' principe uit de Derde Kadernota Railveiligheid blijf onverminderd van kracht. Dit houdt in dat de veroorzaker van toenemende onveiligheid op overwegen er voor verantwoordelijk is dat de veiligheid wordt beheerst. Dit is bijvoorbeeld het geval bij het realiseren van nieuwe bebouwing of het wijzigen van de verkeersfunctie van een overweg. In de praktijk heef het 'nee, tenzij'-principe ertoe geleid dat er geen nieuwe overwegen bijkomen en dat overwegen in veel gevallen zijn gesaneerd;
'De veroorzaker betaalt': de initiatiefnemer van ontwikkelingen die een negatief efect hebben op overwegveiligheid, is verantwoordelijk voor het treffen van maatregelen om de afgenomen veiligheid te compenseren.
3.1.5.2 Toetsing In het voorliggende plan wordt rekening gehouden met de uitgangspunten voor overwegveiligheid. Bij de kruising van het tracé met het spoor Arnhem - Tiel wordt een nieuwe spoorwegovergang gerealiseerd. De spoorwegovergangen bij de Hamsestraat, de Polsestraat en de Smachtkamp worden opgeheven, om deze nieuwe kruising van het spoor voor de randweg mogelijk te maken zonder dat de spoorwegveiligheid verslechterd. Een nadere analyse van deze spoorwegovergang wordt met ProRail momenteel nader uitgewerkt en uitgevoerd. Daarbij wordt ingezet op een gelijkvloerse overweg, maar een eventuele ongelijkvloerse kruising met het spoor wordt niet geheel uitgesloten. Daar wordt in het voorliggende plan al wel op geanticipeerd.
3.1.6
Conclusie rijksbeleid
Het voorliggende plan sluit aan op de ambities uit de Nationale Omgevingsvisie en de SVIR. Het raakt bovendien geen nationale belangen uit het Barro en de ladder voor duurzame verstedelijking is niet van toepassing. Vanuit rijksbeleid zijn er daarom geen specifieke voorwaarden voor het plan. Geconcludeerd kan worden dat er geen sprake is van strijd met het rijksbeleid.
Bestemmingsplan Randweg Opheusden
25
3.2
Provinciaal beleid
3.2.1
Omgevingsvisie Gaaf Gelderland
3.2.1.1 Algemeen Op 19 december 2018 hebben Provinciale Staten de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland vastgesteld. Sinds 1 maart 2019 is deze Omgevingsvisie van kracht. De provincie heeft in de Omgevingsvisie een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland centraal gesteld.
Gezond en veilig. Dat is een gezonde leefomgeving, schone en frisse lucht, een schoon milieu, een niet vervuilde bodem, voldoende schoon en veilig (drink)water, bescherming van onze flora en fauna. Dat is voorbereid zijn op klimaatverandering, zoals hitte, droogte, bosbranden en overstromingen. En, dat is aandacht hebben voor verkeersveiligheid en veilige bedrijvigheid;
Schoon en welvarend. Dat is een dynamisch, duurzaam en aantrekkelijk woon-, werk- en ondernemersklimaat, goed bereikbaar en met een goed functionerende arbeidsmarkt en dito kennisen onderwijsinstellingen. Maar dat is ook: het tegengaan van schadelijke uitstoot, afval en uitputting van grondstoffen. En: het investeren in nieuwe, alternatieve vormen van energie.
Onderdeel van de Omgevingsvisie zijn diverse thematische visieschetsen met de volgende thema's:
energietransitie: van fossiel naar duurzaam;
klimaatadaptie: omgaan met veranderend weer;
circulaire economie: sluiten van kringlopen;
biodiversiteit: werken met de natuur;
bereikbaarheid: duurzaam verbonden;
vestigingsklimaat: een krachtige, duurzame topregio;
woon- en leefomgeving: dynamisch, divers, duurzaam.
De Omgevingsvisie bevat de strategische ambities voor de lange termijn.
3.2.1.2 Toetsing Het voorliggende plan draagt bij aan de algemene doelstelling van provincie voor een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland. Het plan ziet op de realisatie van een randweg bij Opheusden, waardoor de verkeersveiligheid in en rondom de kern van Opheusden zal toenemen. Daarnaast draagt de randweg bij aan de bereikbaarheid van het Agro Business Centre en Opheusden-West.
Voor het plangebied is in de omgevingsvisie geen locatiespecifiek beleid opgenomen.
3.2.2
Omgevingsverordening Gelderland
3.2.2.1 Algemeen Op 24 september 2014 heeft de provincie Gelderland de Omgevingsverordening Gelderland vastgesteld. Deze verordening is inmiddels verschillende keren geactualiseerd. Het ontwerp van de meest recente actualisatie (actualisatieplan 7) heeft in het najaar van 2020 ter inzage gelegen en zal naar verwachting in maart 2021 worden vastgesteld.
De provincie beschikt over verschillende instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. De omgevingsverordening wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch gewaarborgd is. De verordening voorziet ten opzichte van de Omgevingsvisie niet in nieuw beleid en is daarmee dus beleidsneutraal. De inzet van de verordening als juridisch instrument om de doorwerking van het provinciaal beleid af te dwingen is beperkt tot die onderdelen van het beleid waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen veilig te stellen of om uitvoering te geven aan wettelijke verplichtingen.
26
Bestemmingsplan Randweg Opheusden
De Omgevingsverordening richt zich net zo breed als de Omgevingsvisie op de fysieke leefomgeving in de Provincie Gelderland. Dit betekent dat vrijwel alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving opgenomen zijn in de Omgevingsverordening. Het gaat hierbij om regels op het gebied van ruimtelijke ordening, milieu, water, mobiliteit en bodem. De verwachting is dat de Omgevingsverordening op termijn alle regels zal gaan bevatten die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving.
3.2.2.2 Toetsing In de Provinciale Verordening is het plangebied aangewezen als Romeinse Limes. Op het voorliggende plan zijn daarom artikel 2.59 en 2.60 van toepassing.
Artikel 2.59 stelt dat de kernkwaliteiten van de Romeinse Limes de forten (castella), burgerlijke nederzettingen, kampdorpen (vici) grafvelden en de militaire infrastructuur, bestaande uit wegen, waterwerken en wachttorens en scheepswrakken zijn.
In artikel 2.60 is opgenomen dat een bestemmingsplan geen activiteiten mogelijk maakt die deze kernkwaliteiten van de Romeinse Limes aantasten. De toelichting van het bestemmingsplan moet een beschrijving van de in het plangebied aanwezige cultuurhistorisch waarden en kernkwaliteiten bevatten, het door de gemeente te voeren beleid en de onderbouwing hiervan. Een bestemmingsplan moet daarnaast regels bevatten over de wijze waarop met eventuele veranderingen wordt omgegaan.
In paragraaf 4.11.2 (cultuurhistorie) van voorliggend bestemmingsplan zijn alle bekende cultuurhistorisch waardevolle objecten in de omgeving van het plangebied benoemd. Hieronder vallen geen onderdelen van de Romeinse Limes. Eventuele aanwezige archeologische waarden die betrekking hebben op de Romeinse Limes worden met het voorliggende plan beschermd middels de dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologie 1' en 'Waarde - Archeologie 2'.
In de verordening zijn verder geen regels opgenomen die op het voorliggende plan van toepassing zijn. Het project is daarom niet in strijd met de Omgevingsverordening.
3.2.3
Conclusie provinciaal beleid
Het voorliggende plan sluit aan op het beleid uit de Omgevingsvisie en is niet in strijd met de Omgevingsverordening. Hieruit kan worden geconcludeerd dat het plan niet in strijd is met het provinciale beleid.
3.3
Regionaal beleid
3.3.1
Mobiliteitsagenda Regio Rivierenland
3.3.1.1 Algemeen De centrale ligging van de regio Rivierenland en de aanwezigheid van wegen, waterwegen en spoorlijnen bieden kansen voor economische ontwikkeling. Een goede bereikbaarheid en verbinding naar de regio's steden en voorzieningen rondom de regio is hierbij essentieel. Aangezien deze niet stopt bij gemeente- of regiogrenzen, pakt de regio de bereikbaarheidsvraagstukken op samen met partners als de provincie, het Rijk en omliggende regio's. De mobiliteitsagenda geeft op regionale hoofdlijnen de acht mobiliteitsopgaven weer die gemeenten in gezamenlijkheid gaan uitwerken. Dit zijn: 1.
Verbeteren van (inter)nationale verbindingen;
2.
Robuust hoofdwegennet en leefbare kernen;
3.
Toekomstbestendig en veilig fietsnetwerk;
4.
Sterk en verbindend openbaar vervoer;
5.
Inspelen op nieuwe trends: slimme mobiliteit;
6.
Kwalitatieve spoorverbindingen voor bereikbaarheid van banen;
7.
Overstap naar schone mobiliteit;
8.
Slimme innovatieve logistiek.
Bestemmingsplan Randweg Opheusden
27
De Mobiliteitsagenda Regio Rivierenland is opgesteld als voorbereiding op het Uitvoeringsplan Mobiliteit 20192022 voor de regio, waarin de opgaven zijn uitgewerkt in acties.
3.3.1.2 Toetsing Het voorliggende plan, dat de realisatie van een randweg bij Opheusden mogelijk maakt, valt onder de tweede opgave 'robuust hoofdwegennet en leefbare kernen'. De opgave is ook specifiek weergegeven op de kaart bij de Mobiliteitsagenda (zie volgende afbeelding). De randweg wordt aangelegd om te zorgen voor een toekomstbestendige en robuustere ontsluiting van de kern Opheusden en een verbetering van de leefbaarheid en verkeersveiligheid in en om de kern Opheusden.
Uitsnede kaart met hoofdopgaven uit Mobiliteitsagenda Regio Rivierenland
3.4
Gemeentelijk beleid
3.4.1
Structuurvisie Neder-Betuwe 2018
3.4.1.1 Algemeen Op 5 maart 2018 heeft de gemeenteraad van Neder-Betuwe een herziening van de Structuurvisie NederBetuwe vastgesteld. In de Structuurvisie is beschreven dat de gemeente een aantrekkelijke, groene en veilige woonomgeving biedt. Het beleid van de gemeente is erop gericht om de Green Valley van Europa te worden, door de bekendheid als laanboomcentrum verder te ontwikkelen met ruimte voor innovatie. Daarnaast wil de gemeente zich profileren als groene, landelijke gemeente, met een aantrekkelijke omgeving om in te wonen, werken en recreëren.
De structuurvisie geeft richting aan de gewenste ruimtelijke inrichting van een gebied waardoor voor een ieder in algemene zin duidelijk is of bepaalde initiatieven daarbinnen passen.
28
Bestemmingsplan Randweg Opheusden
Uitsnede uit structuurvisiekaart met aanduiding plangebied (dunne rode lijn)
Infrastructuur In de structuurvisiekaart is met een rode pijl globaal de aanleg van een ontsluitingsweg voor Opheusden tussen Kesteren en Opheusden aangegeven (zie voorgaande afbeelding). Deze weg moet zorgen voor een betere doorstroming van het verkeer tussen Opheusden en Kesteren, waardoor het ontsluitingscluster in Opheusden voor een belangrijk deel is ontlast (minder geluidsoverlast en trillingen en een betere veiligheid). Tevens zorgt de ontsluitingsweg voor een directe ontsluiting van het Agro Business Centre en van een betere ontsluiting van woningbouwlocatie Herenland.
Omgevingsvisie De gemeente is in het kader van de Omgevingswet bezig met het opstellen van een Omgevingsvisie voor Neder-Betuwe. Deze visie beschrijft de gewenste toekomst van de woon, werk en leefomgeving van de dorpen en het buitengebied binnen de gemeente. Het gemeentebestuur wil deze visie samen maken met bewoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties.
3.4.1.2 Toetsing Het voorliggende plan maakt de realisatie van een randweg bij Opheusden (tussen de kernen Kesteren en Opheusden) mogelijk. De realisatie van deze ontsluitingsweg bij Opheusden maakt onderdeel uit van de structuurvisie. Het voorliggende plan sluit daarom aan op de structuurvisie Neder-Betuwe.
Bestemmingsplan Randweg Opheusden
29
3.4.2
Landschapsontwikkelingsplan Neder-Betuwe
3.4.2.1 Algemeen Het landelijk karakter is een van de sterke punten van de gemeente Neder-Betuwe. Omdat de gemeente dit zo wil houden, moet bij alle (ruimtelijke) ontwikkelingen in het buitengebied goed worden nagedacht over de gevolgen voor het landschap. Het Landschapsontwikkelingsplan (LOP) vormt hiervoor het vertrekpunt.
In het LOP is de gemeente Neder-Betuwe opgedeeld in verschillende deelgebieden. Het plangebied ligt binnen de deelgebieden 'boomteeltrijke oeverwallen' en 'dynamisch middengebied'.
Het plangebied ligt ten noorden van de spoorlijn in het deelgebied boomteeltrijke oeverwallen. Hiervoor is in het LOP de volgende visiekaart opgenomen:
30
Bestemmingsplan Randweg Opheusden
In de directe omgeving van het plangebied wordt ingezet op het behouden en versterken kleinschalig landschapsmozaïek van veel laanboomteelt ander agrarisch gebruik en ijle bebouwing, het bewaken van het landelijk karakter en het open houden van het uniek zicht over het karakteristieke rivierengebied (zicht vrijhouden van hoog opgaande elementen).
Bij eventuele ontwikkeling van nieuwe wegen op de oeverwallen moet ook het kleinschalige karakter van het gebied worden behouden. Het is daarom van belang bij de bepaling van het tracé aan te sluiten bij de plaatselijke verkaveling. Er worden studies verricht naar een nieuwe ontsluitingsweg voor het Agro Business Centre, tussen Opheusden en Kesteren, langs het spoor Kesteren - Opheusden - Elst. Vanuit landschappelijk oogpunt is het van belang dat langs deze weg het agrarische gebied als een buffer tussen Opheusden en Kesteren zichtbaar blijft. De ontwikkeling van bedrijvigheid of woningen langs deze nieuwe weg moet daarom worden tegengegaan (met uitzondering van het Agro Business Centre zelf).
Ten zuiden van de spoorlijn ligt het plangebied in het dynamisch middengebied. Hier is de visie het behouden van de grootschaligheid van het landschap waarin de functies, zoals melkveehouderij, landgoederen en boomteelt zich kunnen ontwikkelen.
3.4.2.2 Toetsing In verband met het voorliggende plan is voor het plangebied en de omgeving een landschappelijke analyse gemaakt (zie paragraaf 2.2.4.5). In deze analyse zijn ook de belangrijke landschappelijke kenmerken in de omgeving van het plangebied benoemd en wordt een inpassingsopgave geformuleerd. Met de ligging van het tracé is rekening gehouden met deze inpassingsopgave. De weg volgt nagenoeg het gehele traject bestaande verkavelingsstructuren en andere structuren zoals het spoor. De overige elementen uit de inpassingsopgave zullen worden meegenomen bij het ontwerp en het beplantingsplan voor de nieuwe randweg. Verder zal (met uitzondering van het Agro Business Centre) geen nieuwe bebouwing aan de randweg worden gerealiseerd, waardoor het agrarisch gebied al buffer tussen de kernen Opheusden en Kesteren zichtbaar blijft. Het plan sluit hiermee aan bij het landschapsontwikkelingsplan.
3.4.3
Neder-Betuws Verkeer- en Vervoerplan
3.4.3.1 Algemeen De gemeenteraad stelde op 8 maart 2018 het Neder-Betuws Verkeer- en Vervoerplan (NBVVP) vast. Dit geeft de visie tot 2025 weer hoe de gemeente Neder-Betuwe nu en in de toekomst om gaat met vraagstukken op het gebied van verkeer en vervoer dan wel de mobiliteit.
3.4.3.2 Toetsing Het voorliggende plan maakt de realisatie van een randweg, tussen de kernen Kesteren en Opheusden mogelijk. Binnen het thema 'verkeer op de juiste plaats' heeft de gemeente de ambitie om gewenste routes te stimuleren en ongewenste routes te ontmoedigen, gericht op het gemotoriseerd verkeer. De basis hiervoor is de gemeentelijke wegcategorisering en de daarbij behorende gewenste inrichting. Daarnaast zet de gemeente in op het stimuleren van voorkeursroutes voor vracht- en landbouwverkeer. Overall wordt geconcludeerd dat een optimale wegcategorisering in Opheusden niet mogelijk is zonder realisatie van de rondweg zoals opgenomen in het wensbeeld wegcategorisering (zie onderstaande afbeelding). De randweg is opgenomen in het wensbeeld voor de verkeersstructuur, omdat er op het moment van vaststelling van het verkeer- en vervoerplan geen middelen voorhanden waren voor de realisatie ervan. Het voorliggende plan sluit gezien bovenstaande aan bij het Neder-Betuws Verkeer- en Vervoerplan.