CConstaterende datNeder-Betuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

ING-27 - Rekenkamer Tiel inzake Onderzoek afvalbeleid Tiel

Raadsvergadering 1 april 2026, gemeente Neder-BetuweBij agendapunt: Overige ingekomen stukken (excl. bijlagen)31.772 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Rekenkamer Tiel

Bevindingenrapport Onderzoek afvalbeleid Definitief

26 januari 2026

In opdracht van:

Rekenkamer Tiel

Opsteller(s):

M.F. Boels MSc., A.R. Riedijk MSc.

Projectnummer IPR Normag:

101527

Aantal pagina’s:

84

Status rapportage

Datum

Definitief

26 januari 2026

Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopiëren, opnamen, of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van IPR NORMAG

Rekenkameronderzoek Afvalbeleid gemeente Tiel Definitief 26 januari 2026

2

Inhoudsopgave 1

Inleiding

5

1.1

De context van het gemeentelijke afvalbeleid ............................................................... 5

1.2

Rekenkamer onderzoekt doelmatigheid en doeltreffendheid afvalbeleid ........................ 5

1.3

Onderzoeksformulering en deelvragen ......................................................................... 5

1.4

Normenkader.............................................................................................................. 7

1.5

Leeswijzer................................................................................................................... 7

2

Beschrijving Afvalbeleid

9

2.1

Landelijk beleid: van kwantiteit naar kwaliteit ............................................................... 9

2.2

Gemeentelijk afvalbeheer is meer dan inzamelen alleen ............................................. 10

2.3

Een juiste balans in instrumenten .............................................................................. 10

2.4

Afvalbeleid van gemeente Tiel .................................................................................... 11

3

Schets van het speelveld

13

3.1

Sector in beweging .................................................................................................... 13

3.2

Organisatie in beweging ............................................................................................ 14

3.3

Afvalinzameling in uw regio ........................................................................................ 16

3.4

Hoe verhoudt zich Avri tot de andere regelingen? ........................................................ 17

3.5

Analyse .................................................................................................................... 18

4

Afvalprestaties

19

4.1

De huidige inzamelstructuur van Tiel .......................................................................... 19

4.2

Milieuprestaties ........................................................................................................ 20

4.3

Analyse van scheidingspotentieel .............................................................................. 23

4.4

Service(beleving) ....................................................................................................... 24

4.5

Kosten ...................................................................................................................... 24

4.6

Communicatie, participatie en handhaving ................................................................ 27

4.7

Analyse .................................................................................................................... 28

5

Wat zou nascheiding voor Tiel kunnen betekenen?

30

5.1

Wat is nascheiden van restafval, en wat is het niet? .................................................... 30

5.2

Afwegingskader: milieu, kosten en service .................................................................. 33

5.3

Serviceaspecten ....................................................................................................... 36

5.4

Analyse .................................................................................................................... 37

6 6.1

Governance van Avri

39

Verticale eigendomsrelatie: gemeente Tiel als eigenaar .............................................. 39

Rekenkameronderzoek Afvalbeleid gemeente Tiel Definitief 26 januari 2026

3

6.2

Horizontale relatie: gemeente Tiel als opdrachtgever .................................................. 40

6.3

Verbonden partijen.................................................................................................... 43

6.4

Analyse .................................................................................................................... 43

7

Analyse rol raad en college

45

7.1

Kaderstelling ............................................................................................................. 45

7.2

Controleren .............................................................................................................. 46

7.3

Analyse .................................................................................................................... 47

8

Conclusies en aanbevelingen

48

8.1

Beantwoording van de onderzoeksvragen ................................................................... 48

8.2

Toetsing aan het normenkader ................................................................................... 54

8.3

Conclusies en aanbevelingen .................................................................................... 56

9

Bestuurlijke reactie

58

10

Nawoord

59

Bijlagen

60

bijlage 1 Statuten Avri: Belangrijke artikelen ............................................................................. 61 bijlage 2 Besluitvorming afvalbeheer Tiel ................................................................................. 61 bijlage 3 Bronnenlijst .............................................................................................................. 81 bijlage 4 Grondstofmonitor ..................................................................................................... 83

Rekenkameronderzoek Afvalbeleid gemeente Tiel Definitief 26 januari 2026

4

1 Inleiding 1.1

De context van het gemeentelijke afvalbeleid Gemeenten hebben een wettelijke zorgplicht voor het inzamelen en (doen) verwerken van huishoudelijk afval. Deze zorgplicht is verankerd in de Wet Milieubeheer. Naast deze wettelijke zorgplicht hebben gemeenten ook een maatschappelijke ‘opdracht’ om verspilling van grondstoffen te voorkomen en bij te dragen aan de Europese en nationale circulaire doelstellingen. De doelstellingen liggen vast in onder meer het Landelijk Afvalbeheerplan (LAP 3) en het toekomstige Circulair Materialenplan (CMP), waarbij de nadruk sterker dan voorheen ligt op het aanwenden van afval als grondstof. In het uitvoeringsprogramma van de Rijksoverheid Van Afval Naar Grondstof (VANG), wordt op deze trend voortgebouwd. Verder is in het programma “Nederland Circulair 2050” de kabinetsvisie op de circulaire economie neergezet. Doel is om uiterlijk in 2050 een volledig circulaire economie tot stand te brengen. In een circulaire economie worden producten en materialen optimaal hergebruikt, zodat verspilling van waardevolle grondstoffen wordt voorkomen. Deze twee beleidskaders bepalen in belangrijke mate de context voor gemeentelijk afvalbeheer. Naast deze beleidskaders en doelstellingen, is afval een maatschappelijk thema. Waarbij inwoners dagelijks te maken hebben met de uitwerking van deze kaders.

En iedereen heeft wel een mening over de wijze waarop afval ingezameld wordt en wat er daarna mee gebeurt of zou moeten gebeuren. En is de afvalstoffenheffing één van de onderdelen waar de gemeente volledige zeggenschap over heeft en een belangrijk onderdeel van de lokale lasten vormt.

1.2

Rekenkamer onderzoekt doelmatigheid en doeltreffendheid afvalbeleid Om de ambitieuze doelen van minder verspilling (restafval), hoogwaardige recycling en de totstandkoming van een circulaire economie te bereiken zal de uitvoering steeds breder en complexer worden en nauwlettend door inwoners gevolgd en becommentarieerd worden. De keuzes in het afvalbeheer van gemeente Tiel vinden plaats binnen deze context: van keuzes in de inzamelstructuur, tot keuzes over verwerking, tot keuzes hoe bewoners achter de voordeur hun afval gescheiden moeten houden en aanbieden. De rekenkamer van gemeente Tiel ziet dat deze context in Tiel vertaald is naar deelname van de gemeente in gemeenschappelijke regeling Avri. Dat er binnen deze regeling gekozen is voor bronscheiden van het Plastic verpakkingen, Metalen/Blik en Drinkpakken (PMD). En dat inwoners een cruciale rol vervullen in het snappen en accepteren van de gemaakte keuzes. De rekenkamer wil daarom twee doelen bereiken: enerzijds het uitzoeken hoe het afvalbeleid in elkaar zit, hoe gemeente Tiel presteert, waar verbetermogelijkheden liggen en of de gemeenteraad op de juiste wijze in staat gesteld wordt om goed op het thema afval te kunnen sturen.

En anderzijds om uit te zoeken hoe de regionale keuzes ten aanzien van de inzameling en verwerking van het huishoudelijk afval zich verhouden tot de lokale wensen, beleidsvoorkeuren voor individuele gemeenten en eventuele optimalisaties voor een enkele deelnemer. Dit laatste uit zich onder meer in het gesprek over bron- en nascheiding van plastic in en uit het restafval. Tenslotte wil de rekenkamer uitzoeken hoe de governance tussen de raad en het college van gemeente Tiel zich verhoudt tot de gemeenschappelijke regeling Avri.

1.3

Onderzoeksformulering en deelvragen Conform het offerteverzoek van de rekenkamer is de opdracht als volgt geformuleerd: Voer een ex-post onderzoek uit naar de keuzes van gemeente Tiel ten aanzien van het Rekenkameronderzoek Afvalbeleid gemeente Tiel Definitief 26 januari 2026

5

afvalbeleid, de inrichting van de inzamelstructuur, de keuze voor het samenwerken binnen Avri. Bij het afvalbeleid gaat het zowel om onderzoek naar de mate waarin de doelen gerealiseerd worden, als of de uitvoering op een doelmatige en doeltreffende wijze is ingericht. Bij de inrichting van de inzamelstructuur gaat het om de wijze waarop de gemaakte keuzes onderling samenhangend zijn en door inwoners begrepen worden. En bij de keuze voor samenwerking gaat het om een vergelijking van de mogelijkheden, in relatie tot de keuze voor het samenwerken binnen Avri. Verricht verder ook onderzoek naar de mate waarin de gemeenteraad – bij het maken van deze keuzes – voldoende informatie tot haar beschikking had en of de raad haar kaderstellende en controlerende rol voldoende heeft uitgevoerd. Verder verwacht de rekenkamer ook een ex-ante onderdeel in het onderzoek. Dit betreft een verdiepende vraag naar de effecten van bron- en nascheiden van plastic voor gemeente Tiel. Daarbij denkt de rekenkamer in elk geval aan het effect op de inzamelcijfers, de kwaliteit van de ingezamelde stromen, de kosten, de beleving van inwoners, maar ook aan neveneffecten zoals bijplaatsingen. Resultaat van het onderzoek vormt een concreet en praktisch rapport met conclusies en aanbevelingen voor de gemeenteraad van Tiel. Deze opdracht omvat de volgende onderzoekbare deelvragen: 1.

Is er sprake van een door de gemeenteraad vastgesteld afvalbeleid, welke doelen moeten worden bereikt, zijn deze doelen meetbaar, hoe is de inzameling geregeld en gebeurt de uitvoering op doeltreffende en doelmatige wijze? 2. Zijn de in het verleden gemaakte keuzes (het op afstand zetten en methode) anno 2025 en verder nog de beste optie. Welke alternatieven zijn er voorhanden op basis van ervaringen elders. 3. Wat kan de gemeente Tiel zelf doen om zo nodig de prestaties op het gebied van afvalinzameling, afvalscheiding en beperking van de kosten te verbeteren? 4. Wordt de raad adequaat geïnformeerd over de uitvoering van de afvalinzameling en zijn hier eventueel verbeterpunten in aan te brengen? 5. Er ligt er een expliciete vraag over de het voor- of nascheiding. De vraag is of het kiezen voor een andere methode, namelijk het achteraf scheiden tot betere resultaten kan leiden; schonere afvalstromen en minder ongewenste effecten als het bijplaatsen van afval en een verhoogd niveau zwerfafval. Is er en waar ligt er een financieel het omslagpunt. 6. Wat zijn de ervaringen van andere vergelijkbare gemeenten en (eventueel) commerciële instellingen. Welke adviezen kunnen meegegeven worden voor de gemeente Tiel. 7. In welke mate is het afvalbeleid van gemeente Tiel integraal? 8.

Is de kwaliteit van de afvalstromen voldoende voor hergebruik? En wat kan de gemeente doen om deze te verbeteren? 9. Wat zijn de financiële aspecten van het gevoerde beleid en welke gevolgen hebben die voor de toekomst? 10. Welke gedragsveranderingen bij inwoners zijn waargenomen als gevolg van communicatie en beleidsinterventies en hoe hebben deze bijgedragen aan de beleidsdoelen?

Rekenkameronderzoek Afvalbeleid gemeente Tiel Definitief 26 januari 2026

6

11. Beschikt de gemeente over genoeg data en inzicht in de ontwikkeling en beheersing van afvalstromen om op onderbouwde wijze de keuze tussen bronscheiding of nascheiding te kunnen maken en kan op dit moment de potentie van beide benaderingen in het licht van de VANG-doelen voor Tiel goed worden ingeschat? 12. In hoeverre wordt gebruik gemaakt van data-analyse en technologische innovaties om afvalstromen en de effectiviteit van het beleid te monitoren? 13. Welke positie heeft de raad ingenomen in dit dossier, heeft zij ook zelf voldoende gedaan om haar informatiepositie te waarborgen?

1.4

Normenkader We gaan uit van het volgende normenkader, ter toetsing door het onderzoek. Thema A. Beschrijven huidige situatie 1 Welk beleid, ambities en doelstellingen heeft de gemeente ten aanzien van huishoudelijk afvalbeheer?

2 Hoe verhouden deze zich met de landelijke (en Europese) kaders?

3 Hoe verhouden deze zich met de maatschappelijke opgaven van gemeenten op het gebied van afval en grondstoffen, duurzaamheid en circulariteit, en ten aanzien van social return (inzet van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt) in het algemeen? 4 Welke activiteiten, middelen en projecten worden daartoe uitgevoerd (inclusief pilots)?

Norm - De beleidsvorming is gestart met kaderstelling vanuit de raad. Ambities en doelstellingen zijn helder omschreven en waar mogelijk gekwantificeerd. Zij voldoen aan de 'smart' criteria: specifiek, meetbaar, acceptabel, realistisch en tijdgebonden. - Het beleid en de doelstellingen sluiten aan op de landelijke en Europese kaders. Daar waar zij niet aansluiten wordt dit gemotiveerd.

2 Hoe en met welke indicatoren monitort de gemeente het halen van doelstellingen, en stuurt ze bij waar nodig?

- In de P&C-cyclus zijn indicatoren opgenomen over afvalbeleid, in lijn met het beleidskader - Er zijn duidelijke afspraken over waar de gemeente over gaat en waar Avri over gaat

- Het is voor de betrokken gemeenten helder wat de Avri voor hen verricht in temen van te behalen doelen. - Gemeenten worden geïnformeerd over de voortgang van de doelrealisatie.

- Maatschappelijke opgaven van de gemeenten zijn bekend als doelen bij Avri en zijn vertaald in bedrijfsplan, jaarplannen of D. Functioneren en presteren van de organisatie van het afvalbeleid uitvoeringsplannen (of soortgelijke 1 Hoe functioneert gemeente Tiel - Het functioneren en presteren van documenten). ten aanzien van de inzet van mens de gemeente - in de vorm van - Maatschappelijke opgaven worden en materieel voor de uitvoering presaties en kosten per prestatie bewerkstelligd bij de uitvoering van van de primaire werkprocessen worden periodiek gemonitord en de taken. (zoals inzameling huishoudelijk beoordeeld. - De taken, bevoegdheden en afval) - De uitvoering van primaire verantwoordelijkheden zijn werkprocessen door Avri is vastgelegd en zijn duidelijk tussen de kosteneffectief. Methode : onderzoek IPR Normag. Toetsing van de betrokkenen.

B. Doelstellingen, maatschappelijke opgaven en doelrealisatie 1 In welke mate worden de ambities - De gerealiseerde ambities en en doelstellingen behaald? doelstellingen worden periodiek Daarbij rekening houdend met de gemonitord en geëvalueerd. rol van Avri als uitvoerder van het - Daar waar de realisatie afwijkt door de gemeenten bepaalde (positief of negatief) wordt dit vastgestelde (gemeentelijk) gemotiveerd c.q. verantwoord. huishoudelijk afvalbeleid.

1.5

C. Sturing en monitoring 1 Op welke manier stuurt de gemeente op het halen van de doelstellingen?

2 Is de inrichting c.q. de intergemeentelijke samenwerking op afval- en grondstoffengebied toekomstbestendig?

2 Wat zijn de prestaties op het gebied van huishoudelijk afvalbeheer vergeleken met referentiegemeenten?

- Prestaties worden vergeleken met E. De rol van de raad 1 Is de informatievoorziening aan referentiegemeenten. Afwijkingen de gemeenteraden over het (positief of negatief) worden afvalbeheer adequaat? onderzocht en van de daaruitvoortvloeiende kennis wordt geleerd. - Er is een structurele plan-do-checkact cyclus met een zogenaamde 'learning loop'.

3 Is het te verwachten dat de gemeente haar doelstellingen voor de middellange en lange termijn zal behalen met het huidige beleid of zijn intensiveringen nodig, zo ja wat zou kunnen helpen?

- Door IPR Normag te beantwoorden vraag op basis van onderzoek en expert beoordeling. 2 Hoe vervult de raad in de huidige situatie zijn controlerende en kaderstellende taak, en welke eventuele aandachtspunten of verbeterpunten zijn hieruit af te leiden?

Leeswijzer

kosteneffectiviteit van primaire werkprocessen aan Benchmark Huishoudelijk Afvalbeheer. - De gezamenlijke organisatie beschikt over voldoende schaalgrootte, kennis en expertise om haar rol (ten behoeve van de gemeenten) ook in de toekomst adequaat uit te voeren. - De potentie van nieuwe (innovatieve) verwerkingsroutes in het licht van de VANG-doelstellingen kan voor de betrokken gemeenten goed worden ingeschat.

- Door de inzet van Avri is de raad op hoofdlijnen op de hoogte van het beleid en afwijkingen daarvan, de budgetten, de uitvoering en de financiële doelbereiking. - Door Avri is de raad op hoofdlijnen op de hoogte van wat er leeft bij inwoners over de uitvoering van het afvalbeleid. - Door Avri is de raad op hoofdlijnen op de hoogte van relevante ontwikkelingen op het gebied van afval. - Het beleid wordt gemonitord en geëvalueerd en de raad ontvangt deze informatie of vraagt hierom. - De raad heeft mogelijkheden om het beleid bij te sturen; Het college en de ambtelijke organisatie (al dan niet richting Avri) volgden/volgen de wensen van de raad.

Dit rapport is als volgt opgebouwd. In hoofdstuk 2 en 3 wordt ingegaan op het afvalbeleid in Europa en Nederland is, hoe het speelveld van de inzameling van huishoudelijk afval er in Nederland en in de regio van Tiel uitziet en hoe de keuzes van gemeente Tiel zich daartoe verhouden. Deze hoofdstukken beschrijven de context waarbinnen het afvalbeleid van Tiel uitgevoerd wordt. Rekenkameronderzoek Afvalbeleid gemeente Tiel Definitief 26 januari 2026

7

Hoofdstukken 4, 5, 6 en 7 omvatten de analyse van verschillende onderdelen, deze hoofdstukken eindigen allen met een samenvattende analyse. In hoofdstuk 4 gaan we in op de afvalprestaties van gemeente Tiel, en hoofdstuk 5 op de verwachte effecten van nascheiding van PMD. Dat beschrijft daarmee het effect van de gemaakte keuzes in Tiel. Vervolgens gaan we in hoofdstuk 6 en 7 in op de governance en de wijze waarop raad en college in Tiel met elkaar omgaan. Deze hoofdstukken beschrijven kort en bondig welke afspraken er zijn tussen de gemeente en gemeenschappelijke regeling Avri en vervolgens hoe daar in de politiek-bestuurlijke omgeving mee omgegaan wordt. Hoofdstuk 8 en 9 gaan tenslotte in op de beantwoording van de onderzoeksvragen, bevindingen tot nog toe en conclusies en aanbevelingen.

Rekenkameronderzoek Afvalbeleid gemeente Tiel Definitief 26 januari 2026

8

2 Beschrijving Afvalbeleid In dit hoofdstuk beschrijven we het beleidskader rondom afvalbeleid voor gemeenten. Eerst wordt het landelijke beleidskader voor huishoudelijk afval geschetst. En de uitwerking van deze kaders voor de inrichting van de gemeentelijke afvalbeheerorganisatie. Deze context bepaalt waar gemeenten en gemeenteraden keuzes kunnen maken en hoe deze keuzes met elkaar samenhangen. Vervolgens worden de keuzes die gemeente Tiel gemaakt heeft, toegelicht op basis van de verschillende beleidsnota’s en raadsbesluiten.

2.1

Landelijk beleid: van kwantiteit naar kwaliteit De basis voor het gemeentelijke afvalbeleid ligt vast in Artikel 10.21 Wet milieubeheer. In dit artikel is vastgelegd dat de gemeente een wettelijke zorgplicht heeft voor het huishoudelijk afval. De gemeente is dus bevoegd gezag. De verdere kaders en doelstellingen liggen vast in verschillende beleidsdocumenten: in de eerste plaats in het Landelijk Afvalbeheerplan (LAP 3) en opvolger Circulair Materialenplan (CMP). Daarin zijn onder meer definities vastgelegd over de huishoudelijke afvalstromen (wat is wel en geen grondstof) en hoe deze ingezameld mogen worden. Ook volgen hier regels uit wat verplicht en niet-verplicht is om op de milieustraat in te zamelen. Op beleidsniveau heeft het kabinet in met name het programma Nederland Circulair 2050 haar visie neergelegd op de circulaire economie. Doel is om uiterlijk in 2050 een volledig circulaire economie tot stand te brengen. In een circulaire economie worden producten en materialen optimaal hergebruikt, zodat verspilling van waardevolle grondstoffen wordt voorkomen. Onderdeel van Nederland Circulair 2050 is het uitvoeringsprogramma Van Afval Naar Grondstof (VANG). Het VANG-programma legt de beleidsdoelen voor gemeenten vast. Voor dit onderzoek is relevant dat er twee planperioden van dit programma zijn geweest: 2015-2021 en 2021-2025.

In het VANGprogramma 2015-2021 was de doelstelling voor gemeenten 75% afvalscheiding en 100 kg restafval (fijn en grof restafval) per inwoner per jaar in 2020. En 30 kg restafval in 2025. Deze doelstellingen zijn ondertussen losgelaten. Voor de periode 2021-2025 richt het VANG-programma zich op twee cruciale aspecten voor nog betere recycling: 1. Verbetering van de scheiding van restafval: Aangezien twee derde van het huishoudelijk restafval waardevol, recyclebaar materiaal bevat, is het streven naar betere scheiding om te voorkomen dat waardevol materiaal in verbrandingsovens terechtkomt. 2. Verbetering van de kwaliteit van de deelstromen: De focus ligt op het verminderen van vervuiling en het verwijderen van stoorstoffen om ervoor te zorgen dat de gescheiden ingezamelde deelstromen van hoge kwaliteit zijn. Het VANG-programma 2021-2025 schetst ook een ‘wensbeeld’ van de maximale hoeveelheid afval: een maximale hoeveelheid van 30 kg huishoudelijk restafval per inwoner per jaar in 2025. Dus geen harde doelstelling (meer), maar een wensdoel. Het realiseren van dit doel hangt af van het financieel en, waar mogelijk, materieel sluiten van diverse ketens. Momenteel is deze sluiting nog niet volledig gerealiseerd.

De transitieagenda Consumptiegoederen, uitgevoerd binnen het Rijksbrede Circulaire Economie programma, benadrukt het belang van het sluiten van ketens als een van de cruciale activiteiten voor de komende jaren. De ambitie om 30 kg te bereiken moet dan ook worden gezien in het licht van deze inspanningen. Tenslotte wordt het VANG-programma op dit moment aangepast. Daarbij komt de focus te liggen op recycling (mede als gevolg van gewijzigde Europese wet- en regelgeving). Het nieuwe doel wordt 60% gerecycled materiaal in 2030. Ten tijde van publicatie van dit rapport is deze

Rekenkameronderzoek Afvalbeleid gemeente Tiel Definitief 26 januari 2026

9

doelstelling echter nog niet formeel vastgelegd in het geactualiseerde Nationaal Programma Circulaire Economie. Deze wordt in het najaar van 2025 vastgesteld.

2.2

Gemeentelijk afvalbeheer is meer dan inzamelen alleen Adequaat gemeentelijk afvalbeheer omvat een optimale balans tussen diverse – en onderling samenhangende – beleidsinstrumenten waarmee kan worden gestuurd op het aanbied- en scheidingsgedrag van inwoners. Het volgende figuur illustreert de samenhang in de horizontale (technische) afvalketen en de beleidscyclus waarmee het functioneren en presteren in deze keten wordt begeleid en gefaciliteerd. Deze figuur is door IPR Normag in de afgelopen jaren ontwikkeld en biedt een goed analysekader voor (rekenkamer)onderzoek omdat alle mogelijke invalshoeken meegenomen worden en in onderlinge samenhang gepresenteerd worden. Zo wordt ook duidelijk waar een gemeenteraad sturing geeft, en waar het college verantwoordelijk is voor een efficiënte uitvoering. Het stimuleren en verleiden tot gedragsverandering van inwoners is minstens zo belangrijk als het beschikken over een technische inzamelstructuur. Goede milieuresultaten vragen enerzijds om een gedragsverandering met als doel preventie van ongewenste afvalstromen en het zo goed mogelijk scheiden van herbruikbare grondstoffen. De gemeentelijke afvalbeleidsplannen voor huishoudetabel 1 Figuur 1. Samenhang afvalbeleid lijke afval- en grondstoffen stellen hiervoor de doelen en kaders en hebben hun uitwerking in de afvalstoffenverordening en de afvalstoffenheffing.

Anderzijds is van belang dat eenmaal ingezamelde afval- en grondstoffen op een adequate en duurzame wijze worden be- en verwerkt. Daarbij geldt de prioriteitsvolgorde voor een zo duurzaam mogelijke route. Gemeenten hebben daarbij keuzevrijheid binnen de aanbestedingsregels. Zo kunnen zij onderzoeken wat de beste verwerkingsroutes zijn voor het huishoudelijk afval. Afvalbeheer is daarbij een optimale balans tussen de inzamelstructuur, de uitvoering van de inzameling, het acceptatiebeleid (de voorwaarden waaronder afval door burgers mag worden aangeboden), participatie, marketing en voorlichting (communicatie), de handhaving en de registratie. Verder kan door middel van ketenregie een optimale sturing van het verwerken en ver-waarden van afval- c.q. grondstoffen worden bewerkstelligd.

2.3

Een juiste balans in instrumenten Om de doelstellingen ‘minder restafval door preventie, afvalscheiding en recycling’ te bereiken heeft een gemeente verschillende (beleids)instrumenten tot haar beschikking om inwoners te verleiden om bewust met afval en grondstoffen om te gaan.

Rekenkameronderzoek Afvalbeleid gemeente Tiel Definitief 26 januari 2026

10

Service. De gemeente stuurt door middel van service en het beschikbaar stellen van voorzieningen voor restafval en grondstoffen. Bijvoorbeeld door het zo makkelijk mogelijk maken om grondstoffen gescheiden aan te kunnen bieden, en juist wat meer restrictief voor het aanbieden van restafval. Bijvoorbeeld ruime service en een hoge frequentie van het aan huis inzamelen van gescheiden grondstoffen (bijvoorbeeld elke 2 weken), en een beperktere service zoals een lage inzamelfrequentie voor het aan huis ophalen van restafval (bijvoorbeeld elke 4 weken). Prijs. Het bieden van een prijsprikkel (diftar) is een instrument om het aanbiedgedrag van afval te sturen. Het bieden van prijsprikkels, zoals een beloning of een lagere afvalstoffenheffing voor het scheiden van grondstoffen, of juist het extra moeten betalen voor het aanbieden van minder gewenste afvalstromen. Ongeveer de helft van de gemeenten in Nederland past gedifferentieerde tarieven toe voor het aanbieden van restafval. Communicatie. Met goede voorlichting worden de inwoners wegwijs gemaakt in de beschikbare inzamel structuur of over de mogelijkheden om hun afvalaanbod te verminderen. In het verleden was communicatie rond huishoudelijk afval primair gericht op voorlichting over waar en wanneer afval kan worden aangeboden.

Inmiddels is communicatie veel meer gericht op gedragsbeïnvloeding, waarbij diverse typen instrumenten en communicatiekanalen kunnen worden ingezet. Gedragswetenschap en marketing gaan daarbij hand in hand. Communicatie omvat naast deze voorlichting ook de bewustwording van inwoners van het duurzaamheidsbelang én het bevorderen van de motivatie om bij te willen dragen aan een duurzame samenleving. Handhaving. Sluitstuk van goede communicatie over afvalscheiding en de geboden service- en prijsprikkels is de handhaving ervan. Voor een optimaal resultaat worden al deze instrumenten in balans met elkaar en zo helder en duidelijk mogelijk ingezet.

2.4

Afvalbeleid van gemeente Tiel Het afvalbeleid van gemeente Tiel is vastgelegd in verschillende documenten: Strategisch Koersplan 2024-2030 Avri, afvalstoffenverordening Avri en de jaarlijkse vaststelling van de afvalstoffenheffing van Avri. Het Avri model wijkt af van de norm omdat Avri zelf het beleid vormgeeft en vaststelt in het AB. De gemeenteraden kunnen zienswijzen meegeven en worden vooraf betrokken bij het proces om input te geven, maar in tegenstelling tot het overgrote deel van Nederland stellen zij zelf het beleid niet vast. Het strategisch koersplan 2024-2030 rust op vijf strategieën: De transitie van afval naar grondstof aanjagen, circulair ondernemerschap en maatschappelijke waarde creëren, meewerken aan biodiversiteit en klimaatadaptatie, samen een schone en veilige leefomgeving realiseren en de bedrijfsvoering versterken. Voor de transitie van afval naar grondstof ambieert het koersplan 30 kg restafval per inwoner, 90% grondstofscheiding en 5% vervuiling als doelstelling voor 2030. Acties hiervoor zijn de aanpak schone grondstoffen waarbij ingezet wordt op communicatie en controle door afvalcoaches, communicatiecampagnes, het moderniseren van milieustraten en het beleidsplan van afval naar grondstoffen 2027-2035. Aan het beleidsplan wordt gewerkt door Avri met als doel om deze in Rekenkameronderzoek Afvalbeleid gemeente Tiel Definitief 26 januari 2026

11

2027 uit te brengen. Om meer circulaire ondernemerschap en circulaire waarde te creëren wordt er ingezet op de milieustraat van de toekomst en het vormgeven van partnernetwerken. Hier wordt ook weer verder ingezet op sociale arbeid en goed werkgeverschap. Avri zet ook in op verduurzaming van de bedrijfsvoering op het gebied van biodiversiteit en de energietransitie. Inwoners worden meer betrokken door extra inwonersonderzoeken en een inwonerspanel, ook wordt beter met hen gecommuniceerd door gerichte communicatiecampagnes en de inzet van afvalcoaches. In de eigen bedrijfsvoering wordt gewerkt aan het versterken van de rol van de raad en wordt er gekeken naar een nieuwe toekomstbestendige besturingsstructuur.

Rekenkameronderzoek Afvalbeleid gemeente Tiel Definitief 26 januari 2026

12

3 Schets van het speelveld IPR Normag monitort de ontwikkeling in de afval(inzamel)sector. Daarbij wordt de schaalgrootte, organisatievorm en (voor zover mogelijk) de marktwerking in beeld gebracht. Het eerste deel beschrijft de ontwikkelingen in de sector, het tweede deel de ontwikkelingen op organisatieniveau.

3.1

Sector in beweging Marktstructuur: toename aantal overheidsgedomineerde (inzamel)organisaties In de afgelopen 20 tot 25 jaar heeft zich een transitie voltrokken in de gemeentelijke afval(inzamel)sector. In een betrekkelijk korte periode heeft een enorme concentratieslag plaatsgevonden waardoor het aantal inzamelorganisaties fors is afgenomen. De wens om (financieel) schaalvoordeel te behalen, was hierin één van de argumenten. Zie de volgende figuur.

Bij 92% van de huishoudens in Nederland wordt het huishoudelijk afval ingezameld door een overheidsorganisatie. Het aantal (unieke) inzamelorganisaties (begin 2023) is als volgt: •

Circa 33 Overheidsgedomineerde(OGD)-bedrijven (samenwerkingsverbanden als vennootschap of GR). Circa 74% van de gemeenten is aangesloten bij zo’n overheidsorganisatie.

•

50 eigen gemeentelijke diensten. Dit betreft voornamelijk de grote gemeenten.

•

Circa 3 marktpartijen (inzamelaars), 1 landelijk en 2 regionaal. Dit waren er in 2000 nog meer dan 30.

Met betrekking tot de marktpartijen gaat het om inzamelorganisaties die zich (ook) bezighouden met de inzameling van huishoudelijk afval zoals restafval, GFT en PMD. Wel zijn er nog andere meer gespecialiseerde inzamelorganisaties voor bijvoorbeeld textiel, papier of glas. Nota bene: in het segment van bedrijfsafval(-inzameling) zijn uiteraard de marktpartijen dominant. In de afgelopen 20 jaar is (mede door de gedragsregels Markt en Overheid) de rol van overheidsgedomineerde organisaties hier teruggedrongen. Anno 2025 is er sprake van een licht hybride sector, waarbij de inzameling van huishoudelijk afval met name door publieke organisaties wordt verzorgd, en nog een klein deel van de gemeenten deze diensten inkoopt bij een private inzamelaar (van 200 in 2000 tot 40 in 2025). Met het terugtrekken van landelijke inzamelaars PreZero en Renewi op de markt voor inzameling van huishoudelijk afval, verwachten wij dat publieke organisaties in de komende jaren een dominante rol vervullen. Schaalgrootte Rekenkameronderzoek Afvalbeleid gemeente Tiel Definitief 26 januari 2026

13

De schaalgrootte in de sector is geleidelijk verder aan het toenemen, waarbij de grootste concentratieslag achter de rug is. In 2000 bedroeg de gemiddelde schaalgrootte van overheids- gedomineerde inzamelorganisaties 60.000 huishoudens. Inmiddels is dit circa 120.000 huishoudens. Voor gemeentelijke diensten is de gemiddelde schaalgrootte in deze periode verdubbeld van 20.000 huishoudens tot 40.000. Dit is grotendeels het gevolg van het toetreden (met de eigen gemeentelijke dienst) tot een bestaande overheidsgedomineerde organisatie dan wel het samen met andere gemeenten oprichten van een publieke inzamelorganisatie. De kleinere gemeentelijke inzamelorganisaties zijn zodoende steeds meer verdwenen. Marktwerking Zoals gezegd is sprake van een hybride sector. Wat betreft de overheidsorganisaties (gemeentelijke diensten en verzelfstandigde organisaties) is sprake van een gereguleerde situatie. De (deelnemende) gemeenten zijn eigenaar en opdrachtgever en zijn zelf bepalend voor de koers en ontwikkeling van hun organisatie. Het aantal marktpartijen is zoals gezegd fors gedaald, waardoor ook de marktwerking in de sector in de afgelopen jaren is afgenomen. Oorzaken voor de verminderde marktwerking zijn onder andere: •

Er is sprake van een sterk toegenomen marktdominantie bij enkele marktspelers. De marktsituatie is te typeren als een oligopolie, waarbij in diverse regio’s te weinig concurrentie wordt geconstateerd. Daarbij constateren wij dat in diverse regio’s het aantal inschrijvende partijen vaak beperkt is tot één of geen.

•

In regio’s waar langere tijd nog sprake was van marktwerking hadden samenwerkingsverbanden nog een positief effect op de mate van marktwerking. Echter, de meest samenwerkingsverbanden kiezen ervoor om niet langer te concurreren via aanbesteding. Zij schrijven dus niet in op aanbestedingen van andere gemeenten.

De marktwerking is sterk afhankelijk van de regio en de aanwezigheid en interesse van (regionale en landelijke) marktpartijen. Recent heeft een toenemend aantal gemeenten te maken gehad met situaties van onvoldoende marktwerking. Het aantal inschrijvende partijen op aanbestedingen is afgenomen, waarbij ook regelmatig sprake is van geen of te hoog inschrijvende marktpartijen. Bekende voorbeelden van de afgelopen 3-4 jaar: gemeenschappelijke regeling Blink (geen inschrijving op Oud Papier en Karton), Altena (fors hoge inschrijving op huishoudelijk afvalinzameling, één inschrijver), Land van Cuyk (geen inschrijving op gevraagd bestek). Ook hebben meerdere gemeenten de keuze gemaakt om over te stappen van markt naar een publiek bedrijf. Een aantal regiegemeenten is recent overgestapt naar een publieke inzamelorganisatie, zoals de gemeenten Doesburg, Duiven, Westervoort (toetreding tot Circulus), Overbetuwe, Rheden en Berkelland (Twente Milieu). Deze trend zien we in heel Nederland van Goeree-Overflakkee tot Pekela. Het terugtrekken van PreZero en Renewi raakt circa 35 gemeenten, waarvan de meesten uitkijken naar een alternatief. De meeste gemeenten kiezen voor samenwerking (en toetreding tot een bestaande overheidsgedomineerde inzamelorganisatie) om meerdere redenen. Gebrekkige marktwerking is één van deze redenen.

Maar ook de wens en behoefte om meer samen te werken met een deskundige organisatie én andere daaraan verbonden gemeenten.

3.2

Organisatie in beweging In reactie op de sectorale veranderingen zijn ook organisaties aan het veranderen. Wij beschrijven enkele belangrijke veranderingen. Organisatieontwikkeling: naar grondstoffenbedrijf Er is een inhoudelijke verandering gaande in het afvalbeheer. Waar voorheen de nadruk lag op het ‘laten rijden van de wielen’, is de uitdaging steeds meer gericht op milieuprestatie. Rekenkameronderzoek Afvalbeleid gemeente Tiel Definitief 26 januari 2026

14

Op afzienbare termijn moet zelfs rekening worden gehouden met een fundamentele verschuiving: van afval naar grondstoffen (VANG). Dit betreft niet alleen een mooi beleidsdoel, maar leidt ook tot een verandering van het verdienmodel van afvalbeheerders. Immers, afval valt onder de wettelijke taak (en wordt vooral bekostigd via de afvalstoffenheffing). Grondstoffen moeten (idealiter) zichzelf bekostigen en vallen niet onder de wettelijke taak. Een kans, maar ook een bedreiging voor sectorgenoten. Met name voor gemeenten en samenwerkingsverbanden (en in mindere mate marktpartijen) is de focus daardoor aan het verschuiven. De aandacht gaat veel meer uit naar effectiviteit (het behalen van de milieudoelstellingen), waarbij organisaties uiteraard moeten voldoen aan minimumvereisten van efficiëntie. Sectorgenoten spelen hiermee in op de grote aandacht voor VANG-doelen en de toenemende behoefte aan beleidsondersteuning bij gemeenten. Als gevolg van deze verschuiving is sprake van een fors (benodigde) professionalisering van de traditionele inzamelorganisatie. Feitelijk zien wij een (geleidelijke) transitie naar een grondstoffenbedrijf met maatschappelijke meerwaarde. Elke sectorgenoot kiest hierin haar eigen profiel: van meer focus op grondstoffenmanagement (en initiëren van nieuwe activiteiten) tot en met meer aandacht voor arbeidsparticipatie (en inrichten van leer-werk omgeving).

Professionalisering en samenwerking We gaan specifiek in op de ontwikkeling bij gemeenten en samenwerkingsverbanden. Vooral de samenwerkingsverbanden lopen voorop in hun pogingen om de organisatie te professionaliseren. De bedrijfsmatige omgeving biedt hiertoe ook duidelijke prikkels. Gemeenten zijn vaak minder wendbaar en gebonden aan gemeentelijke kaders. Desalniettemin is er een aantal onderwerpen te benoemen, waarop beide type organisaties zich willen (of moeten) ontwikkelen. De belangrijkste organisatieveranderingen zijn: • Beleidsadvisering: Organisaties ontwikkelen deskundigheid om – gelet op het verzorgingsgebied en de milieuprestatie – de gemeenten te ondersteunen en adviseren in het formuleren van effectieve beleidsmaatregelen. Daarbij komen ook ‘nieuwe’ beleidsinstrumenten meer in beeld; met name communicatie en handhaving. Partijen ontwikkelen zich steeds meer als partner (i.p.v. opdrachtnemer). • Prestatiesturing: De gemiddelde inzamelorganisatie draait o.b.v. repeterende logistiek. Echter, inmiddels is er (steeds meer) behoefte aan dynamische inzet. De data en technologie zijn hier ook voor beschikbaar. Op basis van vulgraadsystemen, burgeraanvragen, seizoensinvloeden, et cetera moet het werk naar behoefte worden uitgevoerd. Dit vergt een andere manier van sturing, waarbij organisaties nog zoeken naar praktisch werkbare vormen van sturing (o.a.

KPI’s en management cockpits). • Assetmanagement: De sector wordt steeds kapitaalsintensiever. Met de grote investeringen in (vaak ondergrondse) inzamelmiddelen, voertuigen en (herinrichting van) milieustraten neemt het belang van goed assetmanagement toe. Om assetmanagement goed vorm te geven is (statische en dynamische) data nodig en zoekt men naar de juiste organisatiewijze (denk aan de rol van een assetmanager/ wagenparkbeheerder). • Duurzaam HRM: Het werk wordt steeds complexer terwijl de sector ook vergrijst. Tegelijkertijd heeft de sector ook een verantwoordelijkheid naar de eigen laaggeschoolde medewerkers. Dit leidt ertoe dat er steeds specifiekere HRM-keuzen worden gemaakt. HRM-beleid is gericht op vitaliteit (gezond tot en met pensioen), loopbaanbegeleiding (tijdig ontwikkelen) en flexibiliteit (aanpassen van arbeidsvoorwaarden en werkregelingen). Ook Rekenkameronderzoek Afvalbeleid gemeente Tiel Definitief 26 januari 2026

15

arbeidsparticipatie zoals de inzet van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt is een steeds belangrijker aspect bij de uitvoering van inzameltaken en andere beheerwerkzaamheden in opdracht van gemeenten. • Data en ICT: In het werk wordt steeds meer gebruik gemaakt van data en ICT, waarbij meer data wordt gekoppeld en nieuwe ICT-toepassingen worden ontwikkeld. Daarbij speelt dat datasecurity en AVG een steeds grotere aandacht vraagt van afvalorganisaties; zeker indien de afvalorganisatie beschikt over diftar-registraties van huishoudens. Voorbeelden zijn o.a. digitaal rijden, breder benutten van afvalapps voor burgerinformatie en meldingen, inzet van track & trace t.b.v. routeoptimalisatie, analyse van afvaldata en klachten/meldingen. Werken hiermee vergt ook aandacht voor soft skills binnen de organisatie. • Grondstoffenmanagement: Met de verschuiving naar grondstoffen is ook een nieuwe taak te ontwikkelen. Dit kan om grondstoffenketens zo duurzaam/circulair mogelijk te maken, maar ook de eenvoudiger doelstelling van kostenbeheersing maakt dit noodzakelijk. Organisaties zoeken kennis (van ketens), netwerk (inzicht in regionale bedrijvigheid) en massa (volume grondstoffen). Om dit vorm te geven, is samenwerking nodig. Met sectorgenoten en (eventueel) met derden.

Al met al is de sector in een ontwikkelingsfase beland, waarbij de focus van uitvoeringsorganisaties veel minder op (alleen) de inzameling ligt en veel meer gekeken wordt naar kansen die bijdragen aan o.a. beleidseffectiviteit en grondstoffenmanagement. Fusie heeft minder aandacht. Het zijn vooral de kwetsbare gemeenten die kiezen voor fusie en/of toetreding.

3.3

Afvalinzameling in uw regio Het volgende figuur geeft een overzicht van de huidige keuzes van gemeenten rondom Tiel. Het geeft daarbij een inzicht in het huidige krachtenveld en de (on)mogelijkheden voor alternatieven op de huidige keuze van Tiel.

De meeste gemeenten zijn, net als Tiel, aangesloten bij Avri. Op grotere afstand zijn verschillende gemeenten aangesloten bij overheidsgedomineerde samenwerkingen: gemeente Druten (en Overbetuwe stapt over) bij Dar, gemeente Molenlanden bij Waardlanden en gemeente Den Bosch en Altena bij Afvalstoffendienst ‘s-Hertogenbosch, gemeenten Oss en Rhenen hebben een eigen gemeentelijke inzameldienst. Gemeente Utrechtse Heuvelrug heeft een contract met private Rekenkameronderzoek Afvalbeleid gemeente Tiel Definitief 26 januari 2026

16

inzamelaar Remondis.

3.4

Hoe verhoudt zich Avri tot de andere regelingen? In opdracht van de NVRD heeft IPR Normag onderzoek gedaan naar gradaties van intergemeentelijke samenwerking op gebied van afvalinzameling. In de praktijk richt samenwerking zich steeds vaker op beleidseffectiviteit. Het besef van de kansen van samenwerking en de hierdoor grotere beleidseffectiviteit is groeiend. Bij samenwerking kán uitvoeringsefficiëntie en beleidseffectiviteit samengaan, maar dat hoeft niet. Er zijn meerdere, ook laagdrempelige samenwerkingsvoorbeelden waarmee (sneller) meer kan worden bereikt. Er kan onderscheid worden gemaakt in een aantal niveaus. Samenwerking in toenemende mate van intensiteit: 1. Kennis delen. Het delen van kennis en het uitwisselen van ervaringen, waarmee de betreffende gemeenten vervolgens zelfstandig verder kunnen. Het spiegelen met anderen is inspirerend en geeft een scherper inzicht in de (eigen) kansen en mogelijkheden om de afvalbeheerprestaties te verbeteren. 2. Gezamenlijk kennis ontwikkelen. Gemeenten werken onderling of samen met ‘hun’ samenwerkingsverband aan het ontwikkelen van kennis door het onderzoeken van specifieke vraagstukken. 3. Samen een (regionale) visie op afvalbeheer ontwikkelen. Bijvoorbeeld, in de vorm van een (regionaal) beleidskader, waarbij elke gemeente zelfstandig bepaalt welke elementen van dit kader wel of niet in de eigen gemeente worden toegepast.

Een dergelijk afvalbeheerbeleidskader heeft vaak kenmerken van een ‘cafetariamodel’ waaruit keuzes kunnen worden gemaakt. Bij de implementatie van het beleid – of specifieke onderdelen ervan – kan worden samengewerkt (zie punt 4), maar dit hoeft niet. 4. Samenwerken bij de uitvoering van (specifieke) onderdelen van het afvalbeleid. Bijvoorbeeld een gezamenlijk (regionaal) communicatieplan of regionale campagne, een regionale inzamelstructuur van milieustraten (en gelijkluidend acceptatiebeleid). Of een gezamenlijke structuur voor het inzamelen van afgedankte elektrische- en elektronische apparatuur, al dan niet met inzet van arbeidsparticipatie bij het inzamelen en/of bewerken. 5. Regionaal beleid. Bij deze samenwerkingsvorm hebben gemeenten het ontwikkelen en uitvoeren van afvalbeheerbeleid geregionaliseerd. De uitvoering van het regionaal beleid is uniform, waarbij rekening wordt gehouden met de (per gemeente of wijk verschillende) ruimtelijke inpasbaarheid. Overigens is van deze laatste typering bij Avri geen sprake: er is een gelijk afvalbeleid met gelijke service- en inzamelstructuur, ongeacht de gebiedskenmerken. Avri past binnen dit kader bij de meest intensieve vorm van samenwerking, namelijk het uitvoeren van regionaal beleid.

Bij deze samenwerkingsvorm hebben gemeenten de beleidsontwikkeling, beleidsvaststelling en de uitvoering van het gemeentelijk afvalbeheerbeleid geregionaliseerd. Dit betekent dat een eenduidig beleid wordt gevoerd. Deze vorm van samenwerking komt in Nederland niet vaak voor (naast Avri enkel bij gemeenschappelijke regeling GAD Gooi en Vechtstreek). In tegenstelling tot onze buurlanden Duitsland en België. Daar is het beleid rond huishoudelijk afval en uitvoering ervan op regionale schaal belegd. De rationale van deze samenwerking is schaalgrootte. De gezamenlijke organisatie beschikt door de schaalgrootte over voldoende financieel draagvlak voor expertise en deskundigheid voor het voorbereiden, uitwerken en implementeren van het afvalbeheerbeleid. De regio en daarin gelegen gemeenten worden als één samenhangend gebied benaderd bij het ontwikkelen en inrichten van de service- en inzamelstructuur, het acceptatiebeleid, de communicatie, et cetera. Daarbij wordt wel rekening gehouden met de verschillende, met name ruimtelijke, kenmerken. Het Rekenkameronderzoek Afvalbeleid gemeente Tiel Definitief 26 januari 2026

17

afvalbeheerbeleid kan – door de schaalgrootte – efficiënt worden ontwikkeld en uitgevoerd. Zowel in de technische keten als ook de flankerende beleidsinstrumenten. Dit is ook bij Avri en Rivierenland van toepassing. Er gelden vergaande afspraken over de wijze waarop het huishoudelijk afval ingezameld wordt, welk serviceniveau daarbij past, hoe de communicatie plaatsvindt, et cetera. De individuele gemeentelijke betrokkenheid is daarbij bewust dus klein.

3.5

Analyse De uitvoering van de wettelijke zorgplicht voor huishoudelijk afval is sterk in beweging. In snel tempo worden de ambities opgeschroefd, wordt in toenemende mate ingezet op producentenverantwoordelijkheid en zien gemeenten zich voor steeds grotere uitdagingen gesteld. De keuze van gemeente Tiel om deze uitdagingen samen met andere gemeenten aan te gaan, is een logische keuze die steeds meer gemeenten nemen. De trend naar meer samenwerking zet zich duidelijk door. Dit heeft mede te maken met het afnemen van de marktwerking in de private inzamelmarkt: in 2024 hebben PreZero en Renewi aangegeven te stoppen met deze bedrijfsactiviteiten, waardoor er in de praktijk nog maar één grotere private inzamelaar actief is (Remondis). Daarbij is Avri van een goede schaalgrootte om deze uitdagingen aan te gaan en een voorbeeld van (zeer) intensieve samenwerking tussen de gemeenten en schaalgrootte-voordelen. Hoewel de gemeenteraad van Tiel geen kwaliteitscriteria voor de afvalinzameling heeft geformuleerd (welke doelen moet de gemeente behalen door deelname in Avri) en beoordeling van alternatieven daarmee lastig is, zijn er weinig mogelijkheden voor gemeente Tiel in de omgeving. De directe buurgemeenten van Tiel zijn allen lid van Avri.

Daarbuiten maken gemeenten andere keuzes: gemeente Oss en Rhenen hebben een eigen, gemeentelijke inzameldienst, andere gemeenten zijn aangesloten bij overheidsgedomineerde bedrijven Waardlanden, RMN, ACV en Dar. Er is één gemeente met een contract bij een private inzamelaar, gemeente Utrechtse Heuvelrug (Remondis). Het aansluiten bij een ander samenwerkingsverband is daardoor logistiek ingewikkeld (Tiel ligt daarbij relatief op grote afstand voor de afvalinzameling vanuit de genoemde samenwerkingsverbanden), het aanbesteden aan de markt naar verwachting ook doordat er nog maar één speler actief is en waarvan onzeker is of deze deel zou nemen aan een aanbesteding.

Rekenkameronderzoek Afvalbeleid gemeente Tiel Definitief 26 januari 2026

18

4 Afvalprestaties Dit hoofdstuk beschrijft de afvalprestaties van gemeente Tiel in de onderzochte periode 20172025. De beschrijving vindt plaats aan de hand van drie kernprestaties: milieueffect, service(beleving) en kosten. Deze prestaties volgen uit de wijze waarop gemeente Tiel de afvalinzamelstructuur heeft ingericht. Het hoofdstuk start daarom met een beschrijving van de gemaakte keuzes in het halen en brengen van huishoudelijk afval en gaat daarna achtereenvolgens in op de milieuprestaties, service(beleving) door inwoners en prestatie op kosten.

4.1

De huidige inzamelstructuur van Tiel Gemeente Tiel heeft 42.575 (CBS 2025) inwoners en 18.722 (CBS 2024) huishoudens waar de Avri de afvalinzameling voor verzorgd. De gemeente bestaat voor 74% uit laagbouw en behoort tot stedelijkheidsklasse 3. De volgende afbeelding presenteert de gemaakte keuzes in de inzamelstructuur.

tabel 1

Tabel over de inzamelfrequentie van verschillende afvalstromen. De informatie is verkregen van de gemeentelijke website en afvalkalender.

Aan huis en in de wijk. Avri heeft gekozen voor tariefdifferentiatie (diftar) op basis van volume/frequentie. Dat betekent dat zowel de omvang van de restafvalcontainer aan huis als het aantal keer dat deze aangeboden wordt van invloed zijn op het af te rekenen tarief. Dit restafval wordt bij de laagbouw omgekeerd ingezameld, wat laagfrequente inzameling betekent of dat de ondergrondse restafvalcontainer verder weg is dan de grondstofcontainers. Hierdoor worden inwoners gestimuleerd om het afval beter te scheiden om de lange periode te overbruggen of om minder ver te lopen Verder wordt aan huis om de twee weken Groente-, Fruit-, en Tuinafval (GFT) ingezameld en Oud Papier en Karton (OPK) met minicontainers in de bebouwde kom per vier weken. Bij de hoogbouw kunnen inwoners het GFT niet apart aanbieden en wordt het OPK in ondergrondse verzamelcontainers ingezameld. Verder zijn in de wijken boven- en ondergrondse verzamelcontainers aanwezig voor Glas en voor Textiel. Grof huishoudelijk afval. Inwoners kunnen het grof huishoudelijk afval op twee manieren aanbieden. Tegen betaling (€ 20,-) wordt het grof huishoudelijk afval op afspraak aan huis ingezameld. Het wegbrengen van het grof huishoudelijk afval kost geld afhankelijk van de gebrachte stroom, met gratis en betaalde stromen. Snoeiafval en Klein Chemisch Afval (KCA) mag gratis op de milieustraat gebracht worden.

Rekenkameronderzoek Afvalbeleid gemeente Tiel Definitief 26 januari 2026

19

4.2

Milieuprestaties De milieuprestaties van gemeente Tiel zijn inzichtelijk gemaakt door gebruik te maken van de grondstofmonitor van IPR Normag. Deze is in volledigheid in de bijlage opgenomen. Met de grondstoffenmonitor wordt per stroom huishoudelijk afval de prestaties inzichtelijk gemaakt in de recente jaren. Daarmee is het mogelijk om de trend voor de gemeente te bepalen: stijgend, neutraal of dalend. Avri rijdt gemeentegrens overschrijdend en geeft daarbij aan geen exacte gewichten en afkeurcijfers per gemeente te hebben. De ontvangen cijfers betreffen dus Avri-brede prestaties die met een verdeelsleutel aan gemeente Tiel zijn toegeschreven. De werkelijke cijfers van Tiel kunnen hier vanaf wijken maar zijn niet te achterhalen door de gebruikte methodiek. In de overslaghal voert Avri op alle fracties een sorteerstap uit door de ergste vervuiling uit elke vracht te halen. Afkeurcijfers per stroom zijn niet te achterhalen bij Avri, maar het totaal is wel meegenomen in het restafval. Verder worden de prestaties afgezet tegen het gemiddelde in Nederland (gem. NL), het gemiddelde in stedelijkheidsklasse 3, waar Tiel is ingedeeld (Gem. SHK3) en de best presterende gemeente in Nederland in deze stedelijkheidsklasse (BP SHK 3). Cijfers van best practice gemeenten op specifieke grondstofstromen zoals PMD of GFT zijn niet altijd volledig vergelijkbaar.

Deze moeten dus niet gelezen worden als een doel, maar zijn toegevoegd om een beeld van de mogelijkheden te geven en om scheidingspotentie te laten zien. Op dit moment zijn de cijfers over 2023 de laatst beschikbare CBS-cijfers over de afvalinzameling van huishoudelijk afval waardoor 2023 gebruikt wordt in de vergelijking met andere gemeenten. Voor Tiel zijn er ook cijfers uit 2024 beschikbaar die in de afvalprestaties van de gemeente meegenomen zijn. Tenslotte is gebruik gemaakt van de sorteeranalyse van Avri om inzicht te geven in de samenstelling van het huishoudelijk restafval.

4.2.1

Restafval In 2024 wordt in Tiel 23,9 kg grof en 71, kg fijn restafval per inwoner ingezameld. Sinds 2019 is de hoeveelheid restafval duidelijk afgenomen, maar blijft het niveau ongeveer gelijk sinds 2022. Kijkend naar het aantal kilogram restafval per inwoner in de gemeenten in dezelfde stedelijkheidsklasse doet Tiel het duidelijk beter dan gemiddeld.

Huishoudelijk RESTafval (kg/inw.) 400 300 200

118

105

100

102

90

91

95

0

-100

Tiel

Versie 0

Rekenkameronderzoek Afvalbeleid gemeente Tiel Definitief 26 januari 2026

20

4.2.2

Groente-, Fruit-, en Tuinafval Er wordt 107 kg Groente-, Fruit- en Tuinafval (GFT) per inwoner gescheiden. Er zit nog zo'n 22 kg GFT in het huishoudelijk restafval en dus wordt 83% gescheiden ingezameld. De trend is redelijk stabiel met een verhoging in 2020 en 2021 die mogelijk in verband staat met de corona pandemie. Gemiddeld wordt er in de stedelijkheidscategorie van Tiel 91 kg per inwoner ingezameld. Tiel heeft dus een goede prestatie in vergelijking met referentiegemeenten. De hoeveelheid GFT in het restafval fluctueert rond 25 kg/inw zonder duidelijke trend.

GFT

83%

Trend is stabiel

Grondstofscheiding

200

169 109

121

121

109

107

107

100

110

91

0

} nog in restafval

-100

Versie 0

De best practice in dezelfde stedelijkheidsklasse is de diftargemeente Borne.

4.2.3

Oud Papier en Karton Momenteel wordt er 42 kg Oud Papier en Karton (OPK) per inwoner gescheiden. De trend is dalend en in lijn met landelijke ontwikkelingen door minder papiergebruik. In het huishoudelijk restafval zit nu nog zo'n 13 kg per inwoner herbruikbaar OPK. 77% van het OPK wordt gescheiden ingezameld. Gemiddeld wordt er in de stedelijkheidscategorie van Tiel 47 kg per inwoner ingezameld. En is Tiel dus vergelijkbaar met andere gemeenten.

Oud Papier

77%

Trend is stabiel

Grondstofscheiding

72

75 40

45

46

42

41

42

41

47

25

-25

Gemeente Heiloo presteert in deze stedelijkheidsklasse het beste en zamelt oud papier en karton huis-aan-huis in met een verenigingen.

4.2.4

Glas In de huidige situatie wordt 21 kg (verpak50 kings)glas per inwoner gescheiden en de trend is stabiel. Volgens de sorteeranalyse 30 zit er nog 2 kg per inwoner glas in het huishoudelijk restafval, gelijk aan het gemiddelde van de stedelijkheidsklasse. Het glas wordt 10 nu voor 90% gescheiden. De best practice van dezelfde stedelijkheidsklasse is ge-10 meente Leusden. Deze gemeente verzamelt glas via (ondergrondse) containers. Er lijken geen bijzondere beleidskeuzes te zijn wat deze hoogte verklaart naast hoger glasgebruik.

Glas

90%

Trend is stabiel

Grondstofscheiding

34 22

24

23

23

18

21

20

21

Rekenkameronderzoek Afvalbeleid gemeente Tiel Definitief 26 januari 2026

21

4.2.5

Textiel In Tiel wordt 7,5 kg Textiel per inwoner gescheiden en zit er 4,5 kg per inwoner textiel in het restafval. 62% van het textiel wordt nu dus gescheiden ingezameld en de trend is stabiel. Gemiddeld wordt er in de stedelijkheidscategorie van Tiel 5 kg per inwoner ingezameld. Tiel presteert hierin dus bovengemiddeld. De best presterende gemeente in deze stedelijkheidsklasse is gemeente Zevenaar.

4.2.6

Textiel

62%

Trend is stabiel

Grondstofscheiding

20

10

7,1

6,6

7,5

7,2

7,1

10

7,5 4

5

0

-10

Plastic, Metaal en Drinkpakken Gemeente Tiel zamelt per inwoner 37,4 kg PMD gescheiden in. In het restafval zit nog 6,4 kg per inwoner PMD wat dus neerkomt op een grondstofscheiding van 85%. Gemiddeld wordt er in de stedelijkheidscategorie van Tiel 26,8 kg per inwoner brongescheiden ingezameld. Gemeente Tiel zamelt jaarlijks meer PMD afval in terwijl de hoeveelheid PMD in het restafval gelijk blijft, met als resultaat een stijgende grondstofscheidingspercentage.

PBD/PMD

85%

Trend is stijgend

50

55 30

Grondstofscheiding

25,2

31,0

34,1

36,8

35,9

37,4 21,1

26,8

5

-20 -45

De best presterende gemeente is de diftargemeente Winterswijk waar PMD ingezameld wordt met minicontainers en restafval in ondergrondse containers volgens omgekeerd inzamelen.

4.2.7

Overige grondstoffen Op de milieustraat wordt 98 kg gesorteerd grove grondstoffen per inwoner ingezameld, met een relatief klein aandeel grof tuinafval van 33 kg per inwoner. Gemiddeld wordt er in de stedelijkheidscategorie van Tiel 120 kg per inwoner ingezameld.

Overige grondstoffen* 400

Trend is stabiel

337

300 200 100

92

104

102

91

91

98

95

120

0

Rekenkameronderzoek Afvalbeleid gemeente Tiel Definitief 26 januari 2026

22

4.2.8

Vergelijking grondstoffen in de stedelijkheidsklasse In vergelijking met soortgelijke gemeenten (stedelijkheidsklasse 3) scoort Tiel goed. Zowel de hoeveelheid restafval is lager dan soortgelijke gemeenten, maar ook de gemiddelde grondstofscheiding is een van de hoogste met 77% (gemiddeld 70%). Kilogram huishoudelijk RESTafval per inwoner Hoeveelheden 2023

Versie 0

247

200 171

107

150 101

81

135

104

100

91

100

141

131

212

83

69

118

111

Houten

Gemid.8 gem.

87

0 Wijchen

4.3

Gorinchem

Tiel

Wageningen

Nijkerk

Rheden

Waalwijk

Analyse van scheidingspotentieel Met de sorteeranalyses is het mogelijk om in kaart te brengen welke grondstoffen (in kg) zich nog in het huishoudelijk restafval van Tiel bevinden. Uit de analyse blijkt dat maar liefst 88% van het ingezamelde fijn restafval herbruikbare grondstoffen bevat. Van de totale hoeveelheid restafval (71,1 kg per inwoner, exclusief grof afval) wordt 62,9 kg (88%) beschouwd als herbruikbare grondstof. Theoretisch gezien zou een maximale reductie van fijn restafval kunnen worden bereikt, waarbij de huidige 71,1 kg wordt teruggebracht tot slechts 8kg per inwoner.

GFT: 22kg/inw. OPK: 13kg/inw. Glas: 2kg/inw. Textiel: 5kg/inw. PMD: 6kg/inw. Luiers: 4kg/inw. Grondstof: 8kg/inw.

Rekenkameronderzoek Afvalbeleid gemeente Tiel Definitief 26 januari 2026

23

4.4

Service(beleving) In deze paragraaf beschrijven wij de servicebeleving onder de inwoners van Tiel. Daarvoor gebruiken we beschikbare bronnen: meldingen uit het meldingssysteem en beschikbare uitkomsten van enquêtes. In 2024 waren er een beperkt aantal meldingen over het afvalbeleid: ongeveer 1 tot 2 per maand. Wel heeft Avri in 2024 680 meldingen van bijplaatsingen ontvangen. De gemeente ziet verder dat er meer vragen binnenkomen bij beleidswijzigingen. Er zijn geen gestructureerde peilingen van de servicebeleving van inwoners gedaan. Niet naar de mate waarin inwoners snappen wat zij moeten doen met hun afval (duidelijkheid van de inzamelstructuur), noch naar de motivaties van inwoners bij afvalscheiding.

4.5

Kosten In de analyse van de afvalstoffenheffing is gekeken naar de begroting van 2025, de componenten van de afvalstoffenheffing, de hoogte en de kostendekkendheid. De afvalstoffenheffing is op verschillende manieren vergeleken met andere gemeenten. De afvalstoffenheffing bestaat uit een basispakket, gelijk voor alle Avri gemeenten voor 2025 € 341,-. Daarop komt per huishouden het variabele bedrag voor het aantal ledigingen restafval, wat voor 2025 begroot wordt op gemiddeld € 25,-. Daarbij komen de gemeentespecifieke opslagen wat voor Tiel zwerfafval en incontinentiemateriaal is van totaal € 16,93. Het totaal is € 382,93 per inwoner voor 2025. Het vaste tarief van € 341,- is Avri breed alle kosten en baten worden Avri breed begroot en de verdeling gaat o.b.v. huishoudens waarbij Tiel 19% van de huishoudens heeft.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16752248/1