CConstaterende datNeder-Betuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlagen (geanonomiseerd)

Raadsvergadering 15 december 2022, gemeente Neder-BetuweBij agendapunt: Beslissing op bezwaar tegen vestigen van de Wvg Randweg Opheusden25.420 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

In dat systeem was sprake van de mogelijkheid tot het doen van een voorstel van het college aan de raad tot het nemen van een bestuit tot vervroegde vestiging van een voorkeursrecht op grond van artikel Sa van de Wvg (oud). Als er een bestemmingsplan is vastgesteld, bestaat er inderdaad geen grondslag (meer) voor een vervroegde vestiging door de raad. Dit staat echter los van de mogelijkheid tot een voorlopige vestiging door het college. Een vervroegde vestiging door de gemeenteraad, moet dan ook worden

onderscheiden van de voorlopige vestiging door het college. Artikel 6 lid l van de Wvg laat er echter geen misverstand over bestaan dat een aanwijzingsbesluit als bedoeld in artikel 3 van de Wvg voorafgegaan kan worden door een voorlopig aanwijzingsbesluit

van het college. Daarbij is een belangrijk aspect van de voorafgaande vestiging door het college juist dat

deze bevoegdheid is opgenomen om te voorkomen dat In een vroeg stadium van de besluitvorming de grondverwerving door de gemeente door snelle aankopen van andere partijen wordt gefrustreerd. Bovendien kan bij een eerste besluit tot vestiging van een voorkeursrecht de toepassing van artikel 4:8 van de Awb, het vooraf inbrengen van

2393704/1

"Hekkel m.

Pagina

6/9 zienswijzen, op grond van artikel 4:11, onder c, van de Awb achterwege gelaten worden. 4 Door te verwijzen naar 'een vroeg stadium' wordt niet uitgesloten dat dit ook mogelijk Is indien er al een bestemmingsplan is vastgesteld. Ten gevolge van de vaststelling van het bestemmingsplan worden marktpartijen er immers op geattendeerd dat er ruimtelijke ontwikkelingen zullen gaan plaatsvinden. Dat het besluit tot voorlopige aanwijzing is genomen nadat er een bestemmingsplan is vastgesteld, doet dan ook niet af aan het belang om snelle aankopen door derden, als gevolg waarvan de grondverwerving wordt gefrustreerd, te voorkomen. Dat een raadsbesluit of ruimtelijk plan niet is vereist voor een voorlopig aanwijzingsbesluit van het college, betekent niet dat een dergelijk besluit is uitgesloten als er een bestemmingsplan is vastgesteld voorafgaand aan een voorlopige aanwijzing. Dat er een bestemmingsplan is vastgesteld, maakt dan ook niet dat het college niet bevoegd was tot het nemen van een voorlopig aanwijzingsbesluit. Ook de bezwaargrond dat de Wvg niet bedoeld is voor gevallen waarin aan de betrokken gronden een Infrastructurele bestemming is toegekend, gaat niet op. Helaas is speculatie ook bij infrastructurele projecten niet uit te sluiten. Daarom is ervoor gekozen om een voorkeursrecht te vestigen.

Het voorkeursrecht is immers gevestigd om de gemeente een beter uitgangspunt te verschaffen op de onroerend goed markt en om de regie te behouden, onder meer ter voorkoming van prijsopdrijving. Dit is in lijn met het doel dat de wetgever met de invoering van de Wvg heeft beoogd.5 Met de invoering van de Wvg is beoogd om de positie van gemeenten bij de grondverwerving ten behoeve van de verwezenlijking van het ruimtelijke beleid te versterken door de gemeente een middel te geven waarmee speculatie kan worden tegengegaan en waarmee de regie bij de verwezenlijking van de voorgestane ruimtelijke ontwikkelingen kan worden behouden. Dat de Wvg beoogt een regeling te bieden die ook infrastructurele projecten omvat, volgt ook uit de Memorie van Toelichting6: "Zoals bekend, is sedert omstreeks het midden van de jaren zestig zowel van bestuurlijke zijde ais in het parlement bij herhaling gepleit voor de invoering van een wettelijk recht van voorrang voor de gemeentebesturen in het rechtsverkeer betreffende onroerende goederen, zulks ter versterking van hun positie bij de grondverwerving ten behoeve van de verwezenlijking van het ruimtelijke beleid."

Hieruit blijkt dat het gaat om de versterking van de positie van gemeenten bij de grondverwerving ten behoeve van de verwezenlijking van het ruimtelijke beleid. Onder het ruimtelijke beleid valt ook de infrastructuur.

4 Memorie van Toeiichting Invoeringswet Wro, Kamerstukken H 2006/07, 30 938, nr. 3, p. 57. 5 Zo volgt ook uit de jurisprudentie; ABRvS 11 juli 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2332, r. o. 2. 2. 6 Kamerstukken II 1995/75, 13 713, nr. 3, p. l.

2393704/1

"Hekkel m

Pagina

7/9 In de praktijk wordt een voorkeursrecht bovendien vaker ingezet als instrument om grip te houden bij Infrastructurele ontwikkelingen. Gewezen wordt bijvoorbeeld op het voorkeursrecht dat is gevestigd door de raad van de gemeente Gennep7 in verband met de aan te leggen verbindingsweg Milsbeek, het voorkeursrecht dat is gevestigd door de

raad van de gemeente Maasdriel8 alsmede op de uitspraak van de rechtbank 'sGravenhage van 31 januari 20059, waarin het ging om een voorkeursrecht dat was gevestigd met het oog op de verwezenlijking van het zogenoemde 'Trekvliettracé'. De bezwaargrond slaagt niet. 5. Het bestreden besluit voldoet niet aan de vormvereisten

Bezwaarmaker stelt dat het voorlopig aanwijzingsbesluit niet voldoet aan de vereisten die artikel 3 lid 2 en 3 van de Wvg hieraan stelt. Er wordt alleen voldaan aan het vereiste dat het besluit de kadastrale aanduidingen van de percelen die bi] bezwaarmaker in eigendom zijn vermeldt. Om die reden is het voorlopig aanwijzingsbesluit volgens bezwaarmaker onrechtmatig. Daarnaast ontbreekt volgens bezwaarmaker een deugdelijke motivering. Reactie:

Deze bezwaargrond richt zich concreet op het voorlopig aanwijzingsbesluit.

Het

aanwijzingsbesluit voldoet aan alle vereisten als bedoeld in artikel 3 lid 2 en 3 van de Wvg en bevat: de kadastrale aanduiding, de grootte van elk van de desbetreffende percelen volgens de kadastrale registratie, de grootte van een perceelsgedeelte, indien de aanwijzing betrekking heeft op een gedeelte van een onroerende zaak, en de namen van de eigenaren van de desbetreffende onroerende zaken en van de rechthebbenden op de beperkte rechten waaraan die zaken zijn onderworpen. Bij het besluit behoort tevens een kadastraal overzicht waarop duidelijk zijn aangegeven de gronden waarop de aanwijzing betrekking heeft en de bijbehorende percelen of perceelsgedeelten.

Dit blijkt uit het voorlopig aanwijzingsbesluit, waarin hiernaar is verwezen: Bijlagen

CV127719_1. DOC Raadsvoorstel 2684_1 .DOG Grondplantekening. pdf

Perceellijst Wvg Randweg Oph. doc

7 Gemeenteblad 2021, nr. 251534. 8 Gemeenteblad 2022, nr. 15284. 9 ECLI:NL:RVSGR:2005:AS7072.

2393704/1

"hekkel m

Pagina

8/9 Ook uit het collegevoorstel volgt dat de betreffende gegevens onderdeel uitmaken van de besluitvorming: Bijlagen: Naam bijlage Concept raadsvoorstel en besluit G rond plantekening Perceel!ijst (Kadastraal, oppervlakte, rechthebbenden)

Zaahnummer

Docum entn iim mer

Z/19/067440 Z/19/067440

INT/20/127719 INT/20/127719

Z/1S/067440

INT/20/127719

Volledigheidshalve wordt overigens nog opgemerkt dat ook indien één of meerdere gegevens zoals genoemd In artikel 3 lid 2 en 3 van de Wvg zouden ontbreken - hetgeen niet het geval is - bezwaarmaker in dit geval niet in zijn belangen zou zijn geschaad. Bezwaarmaker heeft immers (tijdig) bezwaar gemaakt en er bestaat geen discussie over de vraag op welke bij bezwaarmaker in eigendom zijnde percelen het voorlopig aanwijzingsbesluit ziet. Indien en voor zover deze bezwaargrond tevens op het aanwijzingsbesluit ziet, gaat dit

bezwaar evenmin op. Het aanwijzingsbesluit voldoet aan alle vereisten als bedoeld in artikel 3 lid 2 en 3 van de Wvg, zoals ook blijkt uit het besluit met bijbehorende stukken (de bijlagen, waaronder de grondplantekening en percelenlijst, alsmede het laddaVuol'i. lel).

Met betrekking tot de motivering geldt dat in het voorlopig aanwijzingsbesluit is toegelicht dat het voorkeursrecht gevestigd wordt op het grondeigendom binnen het tracé van de randweg Opheusden om speculatie met grond te voorkomen. Verder is In het bijbehorende collegevoorstel opgenomen: "De gemeenteraad heeft het bestemmingsplan voor de realisatie van de randweg Opheusden vastgesteld. De gronden op het tracé zijn grotendeels in particulier eigendom. Deze gronden moet de gemeente aankopen om de weg aan te leggen. Met bijna alle grondeigenaren hebben wij al een eerste gesprek gevoerd om hen te informeren over de plannen en eventuele randvoorwaarden op te halen."

Hieruit volgt dat het van belang is om speculatie over dan wel belemmering tot verwerving door derden van de betrokken gronden te voorkomen. Een aanwijzing als bedoeld in de Wvg is daartoe een geschikt middel ter voorkoming hiervan. Het voorkeursrecht Is gevestigd om prijsopdrijving tegen te gaan en om de regiefunctie van de gemeente bij het realiseren van de aan de betrokken gronden toegedachte bestemming te waarborgen. Deze motieven kunnen het besluit tot aanwijzing van de betrokken percelen dragen en zijn in overeenstemming met doel en strekking van de Wvg. 10 Het voorkeursrecht ziet bovendien op het voorkomen van prljsopdrijving door tegen elkaar opbiedende marktpartijen, waardoor de financieel economische uitvoerbaarheid van de plannen nadelig wordt beïnvloed. Eventuele prijsopdrljvlng is 10

Vgl. ABRvS 6 september 2006, ECLI:NL:RVS:2006:AY7589,r. o. 2. 2. 1.

2393704/1

"hekkel m

Pagina

9/9

ongewenst in het kader van de financiële uitvoerbaarheid van de plannen. Het voorkeursrecht geldt als waarborg tegen ongewenste prijsopdrijvlng. Van een motiverlngsgebrek in het voorlopig aanwijzingsbesluit dan wel het aanwijzingsbesluit is dan ook geen sprake. De bezwaargrond slaagt niet. 5. Conclusie

Gelet op het voorgaande dient het bezwaar ongegrond te worden verklaard en dient het verzoek om vergoeding van de proceskosten te worden afgewezen. Met vriendelijke groet, Hekkelman Advocaten N.V.

2393704/1

ü>-^^^- \i~L Hekkeiman Advocaten NV.

Postbus 1094

Prins Bernhardstraat 1

6501 BB Nijmegen

6521 AA Nijmegen

T 024 - 382 83 84

www. hekl<elman. nl

advocatuur@hekketman.

nl

"hekkel advocaten | notarissen

Bezwaarschriftencommissie van de gemeente Neder-Betuwe T. a. v.

Postbus 20 4043 ZG OPHEUSDEN

Per e-mail:

Nijmegen, 8 september 2022 Ons kenmerk

Telefoonnummer

Gemeente Neder-Betuwe / Advies Wvg

20220813 - 2416130/1 E-mall

Faxnummer

Betreft

024 - 382 83 88

Z/22/082736

VERWEERSCHRIFT Geachte commissie,

Naar aanleiding van het doorVabo Vastgoed B. V. (hierna: 'bezwaarmaker'} op 24 augustus 2022 ingediende aanvullend bezwaarschrift tegen het besluit van 7 juli 2022, dien Ik hierbij als advocaat-gemachtlgde van de gemeenteraad en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Neder-Betuwe (hierna: 'college') het aanvullend verweerschrift In. l. Inleiding

Op 3 mei 2022 heeft het college besloten om op grond van het bepaalde in artikel 6 van de Wet voorkeursrecht gemeenten (hierna; 'Wvg') gronden aan te wijzen waarop de artikelen 10 tot en met 15, 24 en 26 van de Wvg voorlopig van toepassing zijn (hierna: 'voorlopig aanwijzingsbesluit'). Dit besluit Is op 4 mei 2022 bekendgemaakt in het Gemeenteblad1 en in werking getreden op 5 mei 2022. Belanghebbenden konden tegen dit besluit gedurende zes weken bezwaar maken. Over de inhoud van het besluit en de gevolgen hiervan hebben de eigenaren en beperkt gerechtigden bericht ontvangen per aangetekende brief.

* Gemeenteblad 2022, nr. 199781. !iil. '^t:''l llril l . '..' i"t!i . li (-11 l'r l l |i1;, ]l 1:. 1,. 1') r', fjr. i'l.. ]ll(. ll. ;'', ll:i; . 111 l;>'. '1'. l.'i|li l'. 'l l If-l l i'l'll. II; /\d\'i..

't .. itt'n t'l V ('!<', -K ni. (. )'. ) !/(i/U'',. ''i r'n

l i,. 'kf<t. 'lii!, i[i !"l(. ;. it[S-, fii i-!''. ' i K'. -1^ nt (>f)i/USH/V i'fii )(-'.. t, it 111, 111 i. )fVtll. i if]i:. i [r l--li|[i if. 'i !r[ i. i^. 'clcr' '/ooi <'li'. j':'i) j rtk^i 11111') i. '.'ri t/r'[i t' '| 1 "li. '. ' illrri-. t'. '. 'drlillr' , :ljli \. ':fli l')"| >. !... '. l . 1iJ t !f' -ïltjC! f i^[lt> \. 'i 11'l Y. -<'i, 'lH. !i'-l) (<:|C- ';../'... f. ",'] K'kt':('II 11< II l [)1 ) V.'. 'i, !] llt l 11K l-. ;! tl'K )("(' f. :11 i r . [ )-. 'r!<iii<. ) v ". ii i !<. iti;ir~})i 'il<t"l!]!. l)f'it t i', i it'flP('Hiiiii-i[i

"hekkel m r'1. 1. Pagina

2/8

De gronden zijn gelegen in het gebied waarop het bestemmingsplan 'Randweg

Opheusden'2 van toepassing is. Dit gebied loopt globaal ten zuiden van Opheusden en verbindt de Bomenlaan in Opheusden langs het spoor naar de Tlelsestraat in Kesteren. Met het vaststellen van het bestemmingsplan waarbij de randweg is voorzien, neemt de

kans op speculatie In het gebied echter toe. De Wvg is één van de instrumenten om gemeentelijke regie te kunnen voeren op gebiedsontwikkellng en daarmee de randweg in de toekomst mogelijk te maken. Met het vestigen van een voorkeusrecht op de betrokken gronden heeft de gemeente de mogelijkheid om ongewenste grondspeculaties in het gebied te voorkomen en meer regie te voeren op de gewenste ontwikkeling. De vestiging van een (voorlopig) voorkeursrecht heeft tot gevolg dat de eigenaar van een aangewezen perceel (of een beperkt gerechtigde), wanneer deze het perceel wenst te vervreemden, het perceel eerst aan de gemeente te koop moet aanbieden. Het voorkeursrecht heeft dus pas gevolgen als de eigenaar zijn gronden wil verkopen. De eigenaren en beperkt gerechtigden hebben bij aangetekende brief bericht ontvangen over de inhoud van de besluitvorming en de gevolgen hiervan.

De gemeenteraad dient binnen drie maanden na de vestiging van het (voorlopig) voorkeursrecht een besluit tot aanwijzing van de gronden op basis van artikel 3, 4 of 5

van de Wvg te nemen. In het kader van een zorgvuldige voorbereiding van het door de gemeenteraad te nemen besluit tot aanwijzing van gronden zijn belanghebbenden, gelet op artikel 4:8 van de Algemene wet bestuursrecht, in de gelegenheid gesteld om tot en met 15 juni 2022 schriftelijk of mondeling hun zienswijzen ten aanzien van het voorgenomen raadsbesluit naar voren te brengen. Daarnaast zijn belanghebbenden gedurende zes weken in de gelegenheid gesteld om hiertegen bezwaar te maken. Indien bezwaar is gemaakt tegen het besluit tot voorlopige aanwijzing van het college en dit besluit vervalt omdat een besluit van de gemeenteraad tot aanwijzing In werking is getreden, wordt het bezwaar mede geacht te zijn gericht tegen het besluit van de gemeenteraad. De gemeenteraad heeft op 7 juli 2022, op grond van het bepaalde in artikel 2 in samenhang met artikel 3 van de Wvg, besloten om de gronden aan te wijzen waarop de artikelen 10 tot en met 15, 24 en 26 van de Wvg van toepassing zijn (hierna; 'aanwijzlngsbeslult'). Dit besluit is op 13 juli 2022

bekendgemaakt in het Gemeenteblad3 en in werking

getreden op 14 juli 2022. Belanghebbende konden hiertegen gedurende zes weken bezwaar maken. Over de inhoud van het besluit en de gevolgen hiervan hebben de

eigenaren en beperkt gerechtigden bericht ontvangen per aangetekende brief.

2 Vastgesteld op 24 februari 2022, geheel in werking. 3 Gemeenteblad 2022, nr. 317587.

2416063/1

Ylekkel m Pagina

3/8 2. Wettelijk kader Artikel 6 van de Wvg bepaalt: nl. Burgemeester en wethouders kunnen gronden voorlopig aanwijzen^ mits bij het hiertoe strekkend besluit aan die gronden een niet-agrarische bestemming is toegedacht en het gebruik afwijkt van de toegedachte bestemming. Het besluit vervalt van rechtswege drie maanden na dagtekening of zoveel eerder afs een besluit van de gemeenteraad tot aanwijzing ingevolge artikel 3, 4 of 5 in werking treedt. 2. De artikelen 3, tweede en derde lid, 10 tot en met 15, 24 en 26 zijn van overeenkomstige toepassing.

3. Indien bezwaar of beroep aanhangig is tegen een besluit tot voorlopige aanwijzing en dit besluit vervalt omdat een besluit van de gemeenteraad tot aanwijzing In werking is getreden^ wordt het bezwaar of beroep mede geacht te zijn gericht tegen het besluit van de gemeenteraad."

Artikel 3 van de Wvg bepaalt: "l. Voor aanwijzing komen in aanmerking gronden waaraan bij het bestemmingsplan of

inpassingspian een niet-agransche bestemming is toegekend en waar/an het gebruik afwijkt van dat plan. 2. Een besluit tot aanwijzing vermeldt ten aanzien van de onroerende zaken waarop het betrekking heeft: a. de kadastrale aanduiding; b. de grootte van elk van de desbetreffende percelen volgens de kadastrale registratie; c. de grootte van een perceeisgedeelte, indien de aanwijzing betrekking heeft op een gedeelte van een onroerende zaak, en d. de namen van de eigenaren van de desbetreffende onroerende zaken en van de rechthebbenden op de beperkte rechten waaraan die zaken zijn onderworpen. J. Bij het besluit behoort een kadastraal overzicht waarop duidelijk zijn aangegeven de gronden waarop de aanwijzing betrekking heeft en de bijbehorende percelen of perceelsgedeelten."

3. Ontvankelijkheid Bezwaarmaker heeft bij brief van 15 juni 2022 tijdig een bezwaarschrift ingediend tegen het besluit van het college van 3 mei 2022. Bij brief van 24 augustus 2022 Is een aanvullend bezwaarschrift ingediend naar aanleiding van het besluit van de gemeenteraad van 7 juli 2022. Bezwaarmaker is eigenaar van de percelen kadastraal bekend gemeente Dodewaard, sectie C, nummers 786, 787 en 788 waarop het voorkeursrecht is gevestigd.

2416063/1

"Hekkel m Pagina

4/8 Gelet op artikel 6 lid 3 van de Wvg wordt het bezwaar mede geacht te zijn gericht tegen het besluit van de gemeenteraad. Het bezwaar is derhalve ontvankelijk. Gronden van bezwaar 4. Gebruikmaking 'reguliere' voorkeursrecht

onrechtmatig

Bezwaarmaker stelt dat het feit dat het aanwijzingsbesluit is gebaseerd op artikel 3 Wvg en niet op artikel 5 Wvg reeds maakt dat het bezwaar om die reden gegrond dient te worden verklaard. Het aanwijzingsbesluit illustreert dat het inzetten van het instrument voor het vestigen van een voorlopig voorkeursrecht onnodig was en daarmee ook onrechtmatig. Het voorlopig voorkeursrecht is volgens bezwaarmaker slechts bedoeld voor situaties waarin een raadsbesluit niet kan worden afgewacht. Bezwaarmaker

verwijst daarnaast de mogelijkheden die de Wet ruimtelijke ordening (hierna: 'Wro') biedt in het kader van een bestemmingsplan

dat wordt voorbereid (artikel 3. 3 en 3. 7 van

de Wro). Reactie:

Deze bezwaargrond Is in het bezwaarschrift van 15 juni 2022 reeds naar voren gebracht tegen het voorlopig aanwijzingsbesluit. Zoals In het verweerschrift van 26 juli 2022 in reactie daarop al is toegelicht, gaat dit ten aanzien van het aanwijzingsbesluit, dat als grondslag artikel 3 van de Wvg kent, in ieder geval niet op omdat een vastgesteld bestemmingsplan voor bedoelde grondslag juist een vereiste is. De stelling van bezwaarmaker dat het feit dat het aanwijzingsbesluit Is gebaseerd op artikel 3 van de Wvg reeds maakt dat het bezwaar gegrond dient te worden verklaard omdat dit is voorafgegaan door een voorlopige aanwijzingsbesluit is niet nader toegelicht of concreet onderbouwd. Deze stelling vindt geen enkele steun in het recht of in de relevante rechtspraak ter zake. Het aanwijzingsbesluit is, evenals overigens het voorlopig aanwijzingsbesluit, op goede gronden genomen en zorgvuldig tot stand gekomen. In het verweerschrift van 26 juli 2022 Is op deze bezwaargrond reeds ingegaan, waarnaar op dit punt wordt verwezen. Ook de verwijzing naar de artikelen 3. 3 en 3. 7 van de Wro snijdt geen hout.

Dat de Wro mogelijkheden biedt om In het bestemmingsplan eisen te stellen voor het uitvoeren van werken of werkzaamheden dan wel het slopen van bouwwerken en/of een voorbereidingsbesluit te nemen, staat los van de bevoegdheid tot het nemen van een (voorlopig) aanwijzingsbesluit op grond van de Wvg. Het (vestigen van een) voorkeursrecht Is een passief verwervingsinstrument. De gemeenteraad heeft het voorkeursrecht gevestigd teneinde de gemeente een beter uitgangspunt te verschaffen op de onroerend goed markt en om de regie te behouden, onder meer ter voorkoming van prijsopdrijving. Dit is in lijn met het doel dat de wetgever met de invoering van de Wvg heeft beoogd.4 4 Zo volgt ook uit de jurisprudentie; ABRvS 11 juli 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2332, r. o. 2. 2.

2416063/1

^ekkel m

ii

Pagina

5/8 Met het vestigen van een voorkeursrecht wordt immers, anders dan wanneer (alleen) gebruik zou worden gemaakt van de bevoegdheden uit de Wro, beoogd om prijsopdrijving tegen te gaan en om de regiefunctie van de gemeente bij het realiseren van de aan de betrokken gronden toegedachte bestemming te waarborgen. Deze motieven liggen aan het (voorlopig) aanwijzingsbesluit ten grondslag kunnen het besluit tot aanwijzing van de betrokken percelen dragen en zijn in overeenstemming met doel en strekking van de Wvg. 5 Het voorkeursrecht ziet bovendien op het voorkomen van prijsopdrijving door tegen elkaar opbledende marktpartijen, waardoor de financieel economische uitvoerbaarheid van de plannen nadelig kan worden beïnvloed. Eventuele prijsopdrijving is ongewenst in het kader van de financiële uitvoerbaarheid van de plannen. De bezwaargrond slaagt niet. 5. Deugdelijke motivering ontbreekt Volgens bezwaarmaker ontbeert het aanwijzingsbesluit een deugdelijke motivering.

Slechts wordt aangegeven dat de raad heeft besloten de in het besluit genoemde percelen aan te wijzen en dat deze aanwijzing betrekking heeft op de gronden waarop het bestemmingsplan "Randweg Opheusden" van toepassing is. De aard van een verstrekkend instrument als de vestiging van een voorkeursrecht maakt dat een besluit waarin geenszins wordt gemotiveerd wat de reden is voor hei gebruik van dat instrument in rechte geen stand kan houden. Daarbij dient ieder besluit blijk te geven van de

belangenafweging die zou hebben plaatsgevonden, zoals bedoeld In artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: 'Awb'). Ook dat volgt geenszins uit het aanwijzingsbesluit. Gelet op het voorgaande is (ook) het aanwijzingsbesluit volgens bezwaarmaker in strijd met artikel 3:2 en artikel 3:46 van de Awb en dient dit alleen al hierom te worden herroepen. Reactie:

In het aanwijzingsbesluit Is aangegeven wat de reden is van de aanwijzing: het is van belang speculatie over dan wel belemmering tot verwerving door derden van de

betrokken gronden te voorkomen. Daarbij' is aangegeven dat het lopende de onderhandelingen met de betrokken grondeigenaren wenselijk Is om een voorkeursrecht te vestigen. Dit is noodzakelijk om te voorkomen dat de grondeigenaar de gronden aan een derde verkoopt waardoor het moeilijker en/of duurder wordt voor de

gemeente om de gronden te verwerven. De aanwijzing van gronden als bedoeld in de Wvg is daartoe een geschikt middel ter voorkoming hiervan en als waarborg. Van een motiveringsgebrek

is dan ook geen sprake.

Ten aanzien van de belangenafweging geldt dat de wetgever zelf bij de totstandkoming van de Wvg het met het vestigen van een voorkeursrecht te dienen algemene belang heeft afgewogen tegen het individuele financiële belang van de betrokken

Vgl. ABRvS 6 september 2006, ECLI:NL:RVS:2006:AY7589, r. o. 2. 2. 1.

2416063/1

"Rekkel m i Pagina

6/8 grondeigenaren, zodat het enkele financiële belang niet meer afzonderlijk in de afweging behoeft te worden betrokken.6 Voorts is van

belang dat uit vaste rechtspraak7

van

de Afdeling bestuursrechtspraak

van

de Raad van State volgt dat bij het vestigen van een voorkeursrecht weliswaar sprake is van een inbreuk op het ongestoorde genot van het eigendomsrecht, maar dat deze inbreuk plaatsvindt in het algemeen belang en onder de voorwaarden zoals voorzien in de Wvg, terwijl niet kan worden gezegd dat daarbij niet een redelijk evenwicht is bereikt tussen het door die wet nagestreefde algemene belang en de fundamentele rechten van de eigenaar. Daarbij moet in aanmerking worden genomen dat het wettelijke voorkeursrecht slechts een betrekkelijk beperkte inbreuk op het eigendomsrecht maakt. De vestiging van het voorkeursrecht heeft niet tot gevolg dat bezwaarmaker als eigenaar van het perceel niet langer de aan hem toekomende eigendomsrechten zou kunnen uitoefenen, maar uitsluitend dat hij - indien hij tot vervreemding zou willen overgaan eerst de gemeente in de gelegenheid moet stellen de percelen te kopen. Niet kan worden gezegd dat In de Wvg niet een redelijk evenwicht Is bereikt tussen het door de wet nagestreefde algemene belang en de rechten van de eigenaar. Het belang bij het vestigen van het voorkeursrecht Is gelegen in (de realisatie van) het tracé van de Randweg Opheusden.

De afweging van het algemeen belang dat hiermee Is gediend tegen het individuele belang van de bij de vestiging van het voorkeursrecht betrokken eigenaren, heeft geleid tot de conclusie dat het belang van de gemeente bij het vestigen van het voorkeursrecht zwaarder moet wegen. Het aanwijzingsbesluit is deugdelijk gemotiveerd. Van strijd met artikel 3:2 dan wel 3:46 van de Awb is geen sprake. De bezwaargrond slaagt niet.

6. Ten onrechte opsplitsing in delen Tot slot merkt bezwaarmaker op dat de ontwikkeling van het gebied in kwestie ten onrechte in delen wordt gesplitst. Het betreft Immers een infrastructureel project dat gelijktijdig met de nieuwe fase van de ontwikkeling van de woonwijk Herenland te Opheusden zal worden gerealiseerd en daarmee ook integraal samenhangt. Bezwaarmaker wijst er nogmaals op dat het feit dat het hier (louter) om een infrastructureel project gaat maakt dat sprake is van strijd met de wet. De Wvg is volgens bezwaarmaker niet bedoeld voor dergelijke projecten, omdat de kans op speculatie daarbij nihil is. Het aanwijzingsbesluit is ook gelet daarop in strijd met de wet genomen.

6 ABRvS 11 juli 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2332; ABRvS 27 oktober 2010, ECLI;NL:RVS:2010:B01862. 7 ABRvS 26 september 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BX8248; ABRvS 21 augustus 2002, ECLI:NL:RVS:2002:AE6739.

2416063/1

"hekkel m i Pagina

7/8 Reactie:

Het bezwaar met betrekking tot het opsplitsen van de ontwikkeling van het gebied in kwestie kan niet worden gevolgd. Dat sprake is van een infrastructureel project dat volgens bezwaarmaker 'integraal samenhangt' met de ontwikkeling van de woonwijk Herenland, wat daar ook van zij, maakt niet dat het (voorlopig) aanwijzingsbesluit met betrekking tot de percelen die in eigendom zijn van bezwaarmaker niet kon worden genomen. Of sprake is van een goede ruimtelijke ordening en/ofvan een economisch uitvoerbaar plan kan aan bod komen in de fase van planultwerking waarin de discussie

wordt gevoerd over het tracé en de inpassing daarvan. Tegen het juridisch-planologisch proces waarin de planuitwerking is vervat, staat vanzelfsprekend bezwaar en beroep open.

Zoals In het verweerschrift van 26 juli 2022 al Is toegelicht, Is speculatie ook bij Infrastructurele projecten (helaas) niet uit te sluiten. Uit de wetgeschledenls van de totstandkoming van de Wvg volgt dat de wetgever met de invoering van de Wvg heeft beoogd om de positie van gemeenten bij de grondverwerving ten behoeve van de verwezenlijking van het ruimtelijk beleid te versterken om door middel van het vestigen van een voorkeursrecht een instrument te bieden waarmee speculatie kan worden tegengegaan. Daarnaast is de Wvg bedoeld om de gemeente in de gelegenheid te stellen om de planvorming verder uit te werken en daarbij de regie bij de verwezenlijking van de voorgestane ruimtelijke ontwikktiiiiig te beiiouden.8 Dat het vestigen van een voorkeursrecht niet mogelijk zou zijn in geval van een Infrastructureel project, vindt geen steun In de wet, de wetsgeschiedenis of de rechtspraak ter zake. Dit is in het verweerschrift van 26 juli 2022 reeds uitvoerig toegelicht onder verwijzing naar de wetsgeschiedenis, rechtspraak en voorbeelden uit de praktijk.

Ten overvloede wordt nog gewezen op de memorie van toelichting bij de Aanvullingswet grondeigendom9, waaruit juist blijkt dat het vestigen van een voorkeursrecht een goed middel is om ongewenste effecten van planvorming in de zin van prijsopdrijving of ongunstige verkaveling te voorkomen en zo betere omstandigheden te creëren voorde uitvoering van een initiatief van maatschappelijk belang. Hieronder vallen ook wegen c. q. infrastructurele projecten: "Er worden plannen gemaakt voor nieuwe woonwijken met huizen, wegen en publieke voorzieningen. Deze planvorming kan soms ongewenste neveneffecten hebben. Voor initiatieven is grond nodig, wat leidt tot het aan- en verkopen van grond. Wanneer percelen grond meermaals worden doorverkocht soms om speculatieve redenen, kan dat

leiden tot stijgende grondprijzen. Ook kunnen grondverkopen leiden tot een ongunstige verkaveling of versnippering, die het weer lastig maakt om publieke voorzieningen of grotere eenheden zoals bijvoorbeeld een winkelcentrum te verwezenlijken. In zulke situaties is het vestigen van een voorkeursrecht een goed middel om die effecten te voorkomen en zo betere omstandigheden te creëren voor de uitvoering van een Initiatief van maatschappelijk belang." "ABRvS 11 juli 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2332; ABRvS 8 april 2015, ECLI:NL:RVS:2015:1089.

9 Kamerstukken II 2018-2019, 35 133, nr. 3, p. 61.

2416063/1

"hekkel m Pagina

8/8

De bezwaargrond slaagt niet. 7. Conclusie

Gelet op het voorgaande dient het bezwaar ongegrond te worden verklaard en dient het verzoek om vergoeding van de proceskosten te worden afgewezen. Met vriendelijke groet, Hekkelman Advocaten N.V.

advocaat

2416063/1

Billacje Vil: juridisch kader

Algemene wet bestuursrecht Artikel 3:2 Bij de voorbereiding van een besluit vergaart het bestuursorgaan de nodige kennis omtrent de relevante feiten en de af te wegen belangen. Artikel 3:46 Een besluit dient te berusten op een deugdelijke motivering. Artikel 7:15, tweede lid

2

De kosten, die de belanghebbende in verband met de behandeling van het bezwaar redelijkerwijs heeft moeten maken, worden door het bestuursorgaan uitsluitend vergoed op verzoek van de belanghebbende voorzover het bestreden besluit wordt herroepen wegens aan het bestuursorgaan te wijten onrechtmatigheid.

Wet voorkeursrecht gemeenten Artikel 2 De gemeenteraad kan gronden aanwijzen waarop de artikelen 10 tot en met 15, 24 en 26 van toepassing zijn. Artikel 3 1 Voor aanwijzing komen in aanmerking gronden waaraan bij het bestemmingsplan of inpassingsplan een niet-agrarische bestemming is toegekend en waarvan het gebruik afwijkt van dat plan. 2

3

Een besluit tot aanwijzing vermeldt ten aanzien van de onroerende zaken waarop het betrekking heeft: a.

de kadastrale aanduiding;

b.

de grootte van elk van de desbetreffende percelen volgens de kadastrale registratie;

c.

de grootte van een perceelsgedeelte, indien de aanwijzing betrekking heeft op een gedeelte van een onroerende zaak, en

d.

de namen van de eigenaren van de desbetreffende onroerende zaken en van de rechthebbenden op de beperkte rechten waaraan die zaken zijn onderworpen.

Bi] het besluit behoort een kadastraal overzicht waarop duidelijk zijn aangegeven de gronden waarop de aanwijzing betrekking heeft en de bijbehorende percelen of perceelsgedeelten.

Artikel 5 1 In afwijking van de artikelen 3, eerste lid, en 4, eerste lid, komen voor aanwijzing ook in aanmerking gronden die nog niet zijn opgenomen in een bestemmingsplan, inpassingsplan, of structuurvisie, maar waarbij in het besluit tot aanwijzing aan de betrokken gronden een nietagrarische bestemming wordt toegedacht en waarvan het gebruik afwijkt van die bestemming. In het besluit tot aanwijzing wordt aangegeven of nadien nog zal worden overgegaan tot het vaststellen van een structuurvisie.

2

Artikel 3, tweede en derde lid, is van toepassing.

Artikel 6 1 Burgemeester en wethouders kunnen gronden voorlopig aanwijzen, mits bij het hiertoe strekkend besluit aan die gronden een niet-agrarische bestemming is toegedacht en het gebruik afwijkt van de toegedachte bestemming, Het besluit vervalt van rechtswege drie

maanden na dagtekening of zoveel eerder als een besluit van de gemeenteraad tot aanwijzing ingevolge artikel 3, 4 of 5 in werking treedt.

2

3

De artikelen 3, tweede en derde lid, 10 tot en met 15, 24 en 26 zijn van overeenkomstige toepassing.

Indien bezwaar of beroep aanhangig is tegen een besluit tot voorlopige aanwijzing en dit besluit vervalt omdat een besluit van de gemeenteraad tot aanwijzing in werking is getreden, wordt het bezwaar of beroep mede geacht te zijn gericht tegen het besluit van de gemeenteraad.

Wet ruimtelijke ordening Artikel 3.3 Om te voorkomen dat in een bestemmingsplan begrepen grond minder geschikt wordt voor de

verwezenlijking van de daaraan bij het plan te geven bestemming dan wei om een overeenkomstig het plan verwezenlijkte bestemming te handhaven en te beschermen, kan bij het bestemmingsplan worden bepaald, dat het verboden is om binnen een bij dat plan aangegeven gebied zonder omgevingsvergunning:

a.

bepaalde werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren;

b.

bouwwerken te slopen.

Artikel 3.7

1 2

De gemeenteraad kan verklaren dat een bestemmingsplan wordt voorbereid. Bij het voorbereidingsbesluit wordt bepaald voor welk gebied het geldt en met ingang van welke dag het in werking treedt.

3

4

Om te voorkomen dat een bij het voorbereidingsbesluit aangewezen gebied minder geschikt wordt voor de verwezenlijking van de daaraan bij het plan te geven bestemming, kan artikel 3. 3 overeenkomstig worden toegepast.

Om te voorkomen dat een bij een voorbereidingsbesluit aangewezen gebied minder geschikt wordt voor de verwezenlijking van een daaraan bij het plan te geven bestemming, kan bij het besluit tevens worden bepaald dat het verboden is het gebruik van daarbij aangewezen

gronden of bouwwerken te wijzigen. Hierbij kan mede worden bepaald dat binnen de bij het voorbereidingsbesluit te geven regels bij een omgevingsvergunning van het verbod kan worden afgeweken. 5

Een voorbereidingsbesluit vervalt, indien niet binnen een jaar na de datum van

inwerkingtreding daarvan een ontwerp voor een bestemmingsplan ter inzage is gelegd. 6

Een voorbereidingsbesluit vervalt tevens op het moment waarop het bestemmingsplan ter voorbereiding waarvan het besluit is genomen, in werking treedt.

7

Een voorbereidingsbesluit wordt bekendgemaakt door terinzagelegging van dit besluit. Artikel 3:42 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing.

8

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over de vormgeving, inrichting en beschikbaarstelling van het voorbereidingsbesluit.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12064589/1