Bijlagen bij de toelichting - Bijlage 15 Archeologisch onderzoek
Tekst van het document
ARCHEOLOGISCH VOORONDERZOEK STATIONSSTRAAT 5 EN HOOFDSTRAAT (ONG.) TE KESTEREN GEMEENTE NEDER-BETUWE
Archeologisch vooronderzoek Stationsstraat 5 en Hoofdstraat (ong.) te Kesteren
Opdrachtgever
Milieutechnisch adviesburo De Bruin Gerrit Achterbergstraat 6 4043 GH Opheusden
Rapportnummer
4614.005
Versienummer1
1
Datum
20 november 2020
Vestiging
Doetinchem
Opsteller
Mevr. H.J. Gerritsen, BSc & dhr. drs. A.J. Wullink
Paraaf
Kwaliteitscontrole
De heer drs. A.J. Wullink
Paraaf
© Econsultancy bv, Doetinchem Foto’s en tekeningen: Econsultancy bv, tenzij anders vermeld. Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie of op welke wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgevers. Econsultancy aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit de toepassing van de adviezen of het gebruik van de resultaten van dit onderzoek. ISSN: 2210-8777 (Analoog rapport) ISSN: 2210-8785 (Digitaal rapport E-depot) 1
Versie 1 betreft een rapport waarvan geen beoordeling van de bevoegde overheid is ontvangen, bij versie 2 is het rapport wel beoordeeld door de bevoegde overheid.
Econsultancy Archeologisch Rapport
Administratieve gegevens plangebied Projectcode
4614.005
Toponiem
Stationsstraat 5 en Hoofdstraat (ong.)
Opdrachtgever
Milieutechnisch adviesburo De Bruin
Gemeente
Neder-Betuwe
Plaats
Kesteren
Provincie
Gelderland
Kadastrale gegevens
gemeente Kesteren, sectie E, nummers 179 (ged.), 311 en 1119 (ged.)
Omvang plangebied
Circa 2300 m²
Omvang onderzoeksgebied veldonderzoek
Circa 800 m2
Kaartblad
39 E (1:25.000)
Coördinaten centrum plangebied
X = 167.880 / Y = 438.545
Bevoegde overheid
Gemeente Neder-Betuwe Postbus 20 4043 ZG Opheusden Tel. 0488-449900 Email: info@nederbetuwe.nl
Deskundige namens de bevoegde overheid
Omgevingsdienst Rivierenland De heer drs. H.J. van Oort, Regioarcheoloog Rivierenland Postbus 6267 4000 HG Tiel Tel. 06-46849690 Email: H.vanOort@ODRivierenland.nl
ARCHIS3
Bureauonderzoek 4897394100
Onderzoeksmeldingsnummer (OM-nr.)
Booronderzoek 4898293100
Archeoregio NOaA
Utrechts-Gelders zandgebied
Beheer en plaats documentatie
Econsultancy, Doetinchem / Provinciaal Archeologisch Depot Gelderland
Uitvoerders
Econsultancy, mevr. H.J. Gerritsen, BSc & dhr. drs. A.J. Wullink
Kwaliteitszorg Econsultancy is onder meer gecertificeerd voor protocollen 4003 en 4004 van de BRL SIKB 4000. Verder is Econsultancy lid van de Nederlandse Vereniging van Archeologische Opgravingsbedrijven (NVAO). De leden van de NVAO bieden kwalitatief hoogstaand archeologisch onderzoek. Het lidmaatschap is een waarborg voor kwaliteit en betrouwbaarheid. Tevens is Econsultancy aangesloten bij de Vereniging van Ondernemers in Archeologie (VOiA). De VOiA behartigt de belangen van meer dan 100 bedrijven in alle takken van de archeologie. Betrouwbaarheid Dit onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd, conform de toepasselijke en van kracht zijnde regelgeving. Een booronderzoek wordt in het algemeen uitgevoerd door het steekproefsgewijs onderzoeken van de bodem, waardoor het, op basis van de resultaten van een booronderzoek, onmogelijk is garanties af te geven ten aanzien van de aan- of afwezigheid van archeologische waarden. In dit kader dient ook opgemerkt te worden dat geraadpleegde bronnen niet altijd zonder fouten en volledig zijn. Daar Econsultancy voor het verkrijgen van historische informatie afhankelijk is van deze bronnen, kan Econsultancy niet instaan voor de juistheid en volledigheid van deze informatie.
Econsultancy Archeologisch Rapport
SAMENVATTING Econsultancy heeft in opdracht van Milieutechnisch adviesburo De Bruin een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd voor het plangebied gelegen aan de Stationsstraat 5 en Hoofdstraat (ong.) te Kesteren in de gemeente Neder-Betuwe. De initiatiefnemer is voornemens de bestaande bebouwing binnen het plangebied te slopen en vervolgens de aanwezige supermarkt ten westen van het plangebied uit te breiden naar het oosten. Aan de noord- en noordoostzijde van de nieuwbouw worden parkeerplaatsen ontwikkeld. Uit het bureauondezoek blijkt dat het plangebied, door de ligging op de Herveld-stroomgordel, een hoge archeologische verwachting heeft voor de periode Neolithicum – Nieuwe tijd. Archeologische vondsten in de omgeving wijzen op de mogelijk aanwezigheid van vindplaatsen uit de Bronstijd en de Late middeleeuwen/Nieuwe tijd. Eventueel aanwezig archeologische waarden worden bedreigd door de voorgenomen nieuwbouw, maar niet door de aanleg van de parkeerplaats. Het verkennend/karterend booronderzoek, dat is uitgevoerd ter plaatse van de voorgenomen nieuwbouw, heeft uitgewezen dat in het plangebied oever- op beddingafzettingen van de Herveldstroomgordel aanwezig zijn, met daarop een moderne puinverhardingslaag. In de top van de oeverafzettingen is een bouwvoor met daarin aardewerk uit de Nieuwe tijd aanwezig.
Hieronder is een cultuurlaag met aardewerk uit de Late Middeleeuwen aangetroffen, met daaronder fosfaatvlekken. Geconcludeerd wordt, dat er in het plangebied sprake is van een vindplaats uit de Late Middeleeuwen. Deze vindplaats wordt bedreigd door de voorgenomen bouwwerkzaamheden. Advies Econsultancy adviseert om bij de op handen zijnde bestemmingsplanwijziging de bestaande dubbelbestemming ‘waarde – archeologische verwachting 1’ met bijbehorende planregels te handhaven. Dit bekent dat voorafgaand aan toekomstige vergunningplichtige werkzaamheden die de vrijstellingsgrenzen (groter dan 100m2 en dieper dan 30 cm -mv) overschrijden, eerst aanvullend onderzoek moet worden uitgevoerd. Concreet zal dit betekenen dat voor de nieuwbouw wel vervolgonderzoek moet worden uitgevoerd, maar voor de aanleg van de parkeerplaats niet. Het vervolgonderzoek kan uitgevoerd worden in de vorm van een inventariserend veldonderzoek, waarderende fase, door middel van proefsleuven. Het onderzoek dient plaats te vinden na sloop van de bovengrondse delen van de bebouwing en het verwijderen van de straatklinkers, maar voorafgaand aan het verwijderen van kelders en funderingen.
Het proefsleuvenonderzoek moet worden uitgevoerd aan de hand van een door de bevoegde overheid, de gemeente Neder-Betuwe, goedgekeurd Programma van Eisen (PvE) Ten behoeve van het opstellen van dit PvE, en het bepalen van de locaties waar de proefsleuven gegraven dienen te worden, dient het bouwdossier ingezien te worden, zodat de sleuven optimaal geplaatst kunnen worden ten opzichte van de bestaande funderingen en kelders. Als in de (nabije) toekomst in het noordelijke deel van het plangebied, de aan te leggen parkeerplaats, toch diepere (> 30 cm -mv) vergunningplichtige werkzaamheden uitgevoerd moeten worden, dan moet ook dit deel van het plangebied verder onderzocht worden. Ons advies is om dit deel dan meteen door middel van een karterend/waarderend proefsleuvenonderzoek te onderzoeken.
Rapport 4614.005 versie 1
Bovenstaand advies is van Econsultancy. Wij willen de opdrachtgever erop wijzen dat dit advies nog niet betekent dat de bodemverstorende activiteiten of daarop voorbereidende activiteiten kunnen worden ondernomen. De resultaten van dit onderzoek zullen eerst moeten worden beoordeeld door de bevoegde overheid (gemeente Neder-Betuwe), die vervolgens besluit of en in welke vorm vervolgonderzoek moet worden uitgevoerd.
Rapport 4614.005 versie 1
INHOUDSOPGAVE
1
INLEIDING .................................................................................................................................. 1
2
BUREAUONDERZOEK .............................................................................................................. 2 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7 2.8 2.9 2.10
3
INVENTARISEREND VELDONDERZOEK .............................................................................. 25 3.1 3.2 3.3 3.4
4
Doelstelling en onderzoeksvragen ................................................................................... 2 Methoden .......................................................................................................................... 2 Afbakening en huidige situatie van het plangebied .......................................................... 3 Toekomstige situatie ......................................................................................................... 4 Aardwetenschappelijke gegevens .................................................................................... 4 Archeologische waarden .................................................................................................. 8 Korte bewoningsgeschiedenis van het gebied rond Kesteren ....................................... 17 Beschrijving van het historisch kaartmateriaal ............................................................... 18 Gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel ........................................................ 22 Conclusie bureauonderzoek ........................................................................................... 24
Doelstelling en onderzoeksvragen ................................................................................. 25 Methoden ........................................................................................................................ 25 Resultaten ....................................................................................................................... 26 Conclusie veldonderzoek ............................................................................................... 28
CONCLUSIE EN ADVIES ......................................................................................................... 29 4.1 4.2
Conclusie ........................................................................................................................ 29 Advies ............................................................................................................................. 29
LITERATUUR ...................................................................................................................................... 30 BRONNEN .......................................................................................................................................... 31
Rapport 4614.005 versie 1
LIJST VAN TABELLEN Tabel I. Tabel II. Tabel III. Tabel IV. Tabel V. Tabel VI. Tabel VI. Tabel VIII. Tabel IX. Tabel X.
Aardwetenschappelijke gegevens plangebied Grondwatertrappenindeling Overzicht AMK-terreinen Overzicht onderzoeksmeldingen Overzicht ARCHIS-vondsten Geraadpleegd historisch kaartmateriaal Gespecificeerde archeologische verwachting Algemene bodemopbouw noordelijke deel plangebied (boring 1 t/m 3) Algemene bodemopbouw zuidelijke deel plangebied (boring 4 t/m 6) Overzicht aangetroffen archeologische indicatoren
LIJST VAN AFBEELDINGEN Figuur 1. Figuur 2. Figuur 3. Figuur 4. Figuur 5. Figuur 6. Figuur 7. Figuur 8. Figuur 9. Figuur 10. Figuur 11. Figuur 12. Figuur 13. Figuur 14. Figuur 15. Figuur 16. Figuur 17. Figuur 18. Figuur 19
Situering van het plangebied binnen Nederland Detailkaart van het plangebied Luchtfoto van het plangebied Situering van het plangebied binnen de Geomorfologische kaart Situering van het plangebied binnen de Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) Situering van het plangebied binnen het Bodemkaart Archeologische Gegevenskaart van het onderzoeksgebied Situering van het plangebied binnen de archeologische beleidsadvieskaart gemeente Neder-Betuwe Holocene stroomgordels en afgedekt Pleistoceen Situering van het plangebied binnen de Zandbanenkaart (zanddiepte + deklaag) 2010 van de provincie Gelderland Situering van het plangebied binnen Militaire topografische kaart uit 1827 Situering van het plangebied binnen Militaire topografische kaart uit 1871 Situering van het plangebied binnen Militaire topografische kaart uit 1899 Situering van het plangebied binnen Militaire topografische kaart uit 1909 Situering van het plangebied binnen de Topografische kaart uit 1966 Situering van het plangebied binnen de Topografische kaart uit 1977 Situering van het plangebied binnen de Topografische kaart uit 1985 Situering plangebied met daarbinnen het onderzoeksgebied voor het veldonderzoek Boorpuntenkaart van het plangebied met als achtergrond de luchtfoto
BIJLAGEN Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5
Overzicht geologische en archeologische tijdvakken Bewoningsgeschiedenis van Nederland AMZ-cyclus Planontwerp Boorprofielen
Rapport 4614.005 versie 1
1
INLEIDING
Econsultancy heeft in opdracht van Milieutechnisch adviesburo De Bruin een archeologisch onderzoek uitgevoerd voor een plangebied gelegen aan de Stationsstraat 5 en Hoofdstraat (ong.) te Kesteren in de gemeente Neder-Betuwe (zie figuur 1 en 2). De initiatiefnemer heeft het voornemen om de ten zuidenwesten van het plangebied gelegen supermarkt uit te breiden in het plangebied. Daarvoor wordt de in het plangebied aanwezige bebouwing gesloopt. Ten noorden van de nieuwbouw wordt een parkeerplaats aangelegd. Om deze ontwikkeling mogelijk te maken, moet eerst een wijziging van het bestemmingsplan worden doorgevoerd. Hierbij moet ook inzichtelijk te worden gemaakt welke archeologische waarden binnen het plangebied kunnen worden verwacht. De noodzaak tot archeologisch onderzoek vloeit voort uit het Verdrag van Malta (1992) en de Wet ruimtelijke ordening (Wro, 2006). Het archeologisch onderzoek bestaat uit een bureauonderzoek (hoofdstuk 2) en een inventariserend veldonderzoek (IVO-overig, verkennende fase direct gecombineerd met de karterende fase) door middel van boringen (hoofdstuk 3). Dit veldonderzoek heeft alleen betrekking tot het deel van het plangebied waar de nieuwbouw zal plaatsvinden. In het overige deel van het plangebied, waar de parkeerplaats wordt gerealiseerd, zullen geen bodemverstorende werkzaamheden worden uitgevoerd.
Op basis van de resultaten van het onderzoek wordt een advies gegeven of vervolgstappen noodzakelijk zijn (hoofdstuk 4). Het archeologisch onderzoek is uitgevoerd in oktober en november 2020 door mevr. H.J. Gerritsen, BSc (Archeoloog) en dhr. drs. A.J. Wullink (Senior KNA Prospector). Het rapport is gecontroleerd door drs. A.J. Wullink.
Rapport 4614.005 versie 1
Pagina 1 van 31
2
BUREAUONDERZOEK
2.1
Doelstelling en onderzoeksvragen
Het doel van het bureauonderzoek is het opstellen van een gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied. Hiervoor wordt een inventarisatie gemaakt van bekende aardwetenschappelijke, archeologische en (cultuur)historische gegevens. Aan de hand van deze inventarisatie wordt het gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel opgesteld. 2.2
Methoden
Het archeologisch onderzoek is uitgevoerd onder certificaat op grond van de BRL SIKB 4000 (KNA, versie 4.1, 24‑05‑2018) en conform de eisen en normen zoals aangegeven in de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA, versie 4.1, 24‑05‑2018), die is vastgesteld door het Centraal College van Deskundigen (CCvD) Archeologie en is ondergebracht bij het SIKB te Gouda. Voor de uitvoering van het bureauonderzoek gelden de specificaties LS01, LS02, LS03, LS04 en LS05. De resultaten van dit onderzoek worden in dit rapport weergegeven conform specificatie LS06. 2 Binnen dit onderzoek zijn de volgende werkzaamheden verricht:
afbakening van het plangebied en vaststellen van de consequenties van het mogelijk toekomstige gebruik (LS01); beschrijving van de huidige en toekomstige situatie (LS02); beschrijving van de historische situatie en mogelijke verstoringen (LS03); beschrijving van bekende archeologische en historische waarden en aardwetenschappelijke gegevens (LS04); opstellen van een gespecificeerde verwachting (LS05).
Bij het uitvoeren van deze werkzaamheden zijn de volgende bronnen geraadpleegd:
2
het Archeologische Informatie Systeem (ARCHIS); de Archeologische Monumenten Kaart (AMK); geologische kaarten, geomorfologische kaarten en bodemkaarten; literatuur en historisch kaartmateriaal; de recente topografische kaart (schaal 1:25.000); recente luchtfoto’s; het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN); de Cultuurhistorische Waardenkaart (CHW) van de provincie Gelderland; de archeologische verwachtingskaarten van de gemeente Neder-Betuwe;
SIKB.
Rapport 4614.005 versie 1
Pagina 2 van 31
2.3
Afbakening en huidige situatie van het plangebied
Afbakening Het plangebied, dat het gebied omvat waarvan de bestemming gewijzigd moet worden, heeft een oppervlakte van circa 2300 m 2 en ligt aan de Stationsstraat 5 en Hoofdstraat (ong.), in de bebouwde kom van Kesteren, in de gemeente Neder-Betuwe (zie figuur 1 en 2). Volgens het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) bevindt het maaiveld zich op een hoogte van tussen circa 6,7 en 7,2 m NAP. Het plangebied is kadastraal bekend als gemeente Kesteren, sectie E, nummers 179, 311 1118 en 1119. Volgens de topografische kaart van Nederland, 39 E (1:25.000), zijn de coördinaten van het midden van het plangebied X = 167.880 / Y = 438.545. Het onderzoeksgebied is het gebied waarbinnen gegevens zijn verzameld om het archeologisch verwachtingsmodel op te stellen. Dit is het gebied in een straal van circa 500 m om het plangebied. Huidige situatie Voor het bureauonderzoek is het van belang de huidige situatie te onderzoeken. Landgebruik en bebouwing kunnen van invloed zijn op de archeologische verwachting. Hiervoor is gebruik gemaakt van de meest recente gegevens. Het plangebied ligt ten noorden en oosten van een supermarkt. Op het zuidelijk deel van het plangebied (percelen 179 en 311) staan een woning en een loods. Het centrale, westelijke en zuidelijk deel om de bebouwing is voorzien van klinkerverharding. Aan de oostkant ligt een smalle tuin en staat een heg/schutting.
Het noordelijke deel van het plangebied (perceel 1119) is wordt gebruikt al parkeerplaats en is voorzien van een 0,5 meter dikke laag aangebracht puin (halfverhardingslaag). Het noordoostelijke perceel 1118 is in gebruik als tuin. Vigerend beleid3 Sinds 1 juli 2016 is de Erfgoedwet van kracht. Het doel van deze wet is te voorkomen dat archeologische waarden uit het verleden verloren gaan. In deze wet zijn de gemeenten verantwoordelijk voor het beheer van het bodemarchief binnen hun grondgebied. Voor een goed beheer van dit bodemarchief gebruikt de gemeente een archeologische beleidskaart. De archeologische beleidskaart geeft een gemeentebreed overzicht van bekende en te verwachten archeologische waarden. De kaart maakt inzichtelijk waar en bij welke ruimtelijke ingrepen een archeologisch onderzoek verplicht is en wordt als toetsingskader gebruikt voor ruimtelijke procedures. Het plangebied valt binnen het bestemmingsplan Parapluplan archeologie gemeente Neder-Betuwe (vastgesteld op 27-09-2018). Volgens dit bestemmingsplan heeft het zuidelijk deel van het plangebied een dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologische verwachting 1’. Volgens de bijbehorende planregels is archeologisch onderzoek bij bodemingrepen groter dan 100 m2 en bodemingrepen dieper dan 30 cm -mv. Het noordelijk deel van het plangebied heeft een dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologische verwachting 2’.
Volgens de bijbehorende planregels is archeologisch onderzoek noodzakelijk bij bodemingrepen groter dan 1.000 m² en bodemingrepen dieper dan 30 cm -mv. Atlas Gelderland4 Met de Atlas Gelderland wil de provincie Gelderland inzicht geven in maatregelen die de afgelopen jaren getroffen zijn om de bodemkwaliteit binnen de provincie in kaart te brengen (bodemonderzoek) of te herstellen (bodemsanering). Ook laat de Atlas Gelderland zien waar vroeger (bedrijfs-)activiteiten hebben plaatsgevonden die extra aandacht verdienen. 3
Gemeente Neder-Betuwe, 2016 https://geoweb.gelderland.nl/WebViewer/Index.html?configBase=http://geoweb.gelderland.nl/Geocortex/Essentials/ REST/sites/Bodemverontreinigingen/viewers/test/virtualdirectory/Resources/Config/Default 4
Rapport 4614.005 versie 1
Pagina 3 van 31
Het raadplegen van de Atlas Gelderland heeft voor het plangebied zelf geen aanvullende gegevens opgeleverd. Milieukundige situatie In het verleden zijn verschillende milieukundige bodemonderzoeken uitgevoerd op de huidige locatie van de supermarkt. De meest recente daarvan dateert uit 2014. Dit betrof een verkennend en nader bodemonderzoek. Hieruit is gebleken dat in het centrale en het centraal zuidelijke deel van de supermarkt sprake is van ernstige verontreiniging van de vaste bodem en van het grondwater. In de overige delen zijn in de bovengrond licht verhoogde gehaltes van lood, zink, zware metalen, PAK en PCB aangetroffen.5 2.4
Toekomstige situatie
Het toekomstige gebruik van het plangebied kan bepalend zijn voor het vervolgtraject (behoud in-situ of behoud ex-situ van archeologische waarden). De manier waarop het plangebied wordt ingericht kan tot gevolg hebben dat eventueel aanwezige archeologische waarden (deels of geheel) onverstoord (kunnen) blijven. Ook kan besloten worden de inrichting zo aan te passen dat archeologische waarden alsnog onverstoord kunnen blijven liggen. In het plangebied zal de huidige supermarkt aan de westzijde van het plangebied uitgebreid worden. De nieuwbouw krijgt een oppervlakte van 800 m 2 en wordt gefundeerd op palen. Ten behoeve van de fundering wordt de bouwlocatie tot maximaal 1 m -mv ontgraven (bouwput). Voor zover bekend, wordt de nieuwbouw niet onderkelderd (zie bijlage 4). Voor de parkeerplaats ten noorden wordt binnen perceel 1118 de top van de aanwezige puinverharding (circa 20 cm) afgegraven en aangevuld met stabilisatiezand. Perceel 1119, dat wat lager ligt, zal worden opgehoogd tot het niveau van perceel 1118. Bij de nieuwbouw worden de vrijstellingscriteria uit het vigerend bestemmingsplan overschreden. Bij de aanleg van de parkeerplaats niet. 2.5
Aardwetenschappelijke gegevens
Het landschap heeft altijd een belangrijke rol gespeeld in het nederzettingspatroon. Bij onderzoek naar archeologische sporen in een bepaald gebied is het van groot belang te weten hoe het landschap er in het verleden heeft uitgezien. Men kan meer te weten komen over dit landschap door de geologische opbouw, de bodem en de hydrologie van een gebied te bestuderen. De volgende aardwetenschappelijke gegevens zijn bekend van het plangebied: Tabel I.
Aardwetenschappelijke gegevens plangebied Type gegevens
Gegevensomschrijving
Geologie6
Oeverwal- op komafzettingen, allen behorend tot de Formatie van Echteld. Op grotere diepte grove grindhoudende fluviatiele zanden van de Formatie van Kreftenheye.
Geologische-geomorfologische kaart van de RijnMaas delta7
Gelegen op de meandergordel/stroomgordel van Herveld, actief van circa 3558 tot 272 v. Chr. (Midden-Neolithicum t/m Midden- IJzertijd). Ten noorden van het plange-
5 Van Wolferen, 2014. 6
De Mulder et al., 2003
Rapport 4614.005 versie 1
Pagina 4 van 31
bied ligt de stroomgordel van Mars – Oude Rijn, actief van circa 99 – 1540 n. Chr. Zandbanenkaart provincie Gelderland8
Niet gekarteerd, vanwege de ligging binnen de bebouwde kom, maar zeer waarschijnlijk Holoceen beddingzand tussen 1 en 3 m -mv.
Geomorfologie9
Niet gekarteerd, vanwege de ligging binnen de bebouwde kom, maar zeer waarschijnlijk binnen een rivierkom- en oeverwalachtige vlakte (2M22).
Bodemkunde10
Niet gekarteerd, vanwege de ligging binnen de bebouwde kom, maar zeer waarschijnlijk kalkloze poldervaaggronden, bestaande uit zware zavel en lichte klei (Rn95C).
Landschappelijke ontwikkeling 11 Het plangebied is gelegen in het rivierengebied en maakt onderdeel uit van de Holocene Rijn-Maas delta. Ongeveer halverwege de laatste ijstijd, in het Midden-Weichselien (vaak aangeduid als het Pleniglaciaal, 55.000 tot 13.000 jaar geleden) voerde de Rijn zijn water in zijn geheel af in westelijke richting, ten zuiden van het stuwwallengebied van de Veluwe naar de Noordzee. De Rijn en de zijrivier de Maas hadden een vlechtend karakter, in de vorm van ondiepe, brede en snel verleggende geulen en er werd voornamelijk grofzandig en grindrijk sediment afgezet in de vorm van banken en terrassen. De afzettingen behoren tot het Laagpakket 5 van de Formatie van Kreftenheye. De destijds gevormde riviervlakte wordt aangeduid als het Pleniglaciaal terras of Laagterras. Aan het einde van het Weichselien, tijdens het Laat-Glaciaal (13.000 tot 10.150 jaar geleden), waren er perioden dat het minder koud was of soms zelfs vergelijkbaar met ons huidige klimaat. Het landschap raakte geleidelijk bedekt met een aaneengesloten vegetatie. Hierdoor verminderde de sedimentaanvoer vanuit het achterland (stroomgebied van de Rijn). Ook de waterafvoer werd regelmatiger. Hierdoor begint de Rijn zich in te snijden en veranderd zijn geulpatroon van vlechtend naar meanderend, waarbij de afvoer zich concentreerde in één centrale, diepere en meanderende geul.
Tijdens overstromingen door hoogwater wordt op het hoger gelegen Laagterras een vrij stugge, sterk zandige kleilaag afgezet en deze staat bekend als de Laag van Wijchen (Wijchen I). Het definitieve einde van het Laat-Glaciaal, en daarmee van het Weichselien, werd gekenmerkt door een korte, zeer koude en droge fase, het Jonge Dryas (10.500 tot 10.150 jaar geleden). De gesloten vegetatie maakt weer plaats voor toendra en het landschap wordt opener. De Rijn neemt weer een vlechtend patroon aan, waarbij de oude Kreftenheye 5 deels wordt geresedimenteerd in een nieuw gevormd lager gelegen terras, het Late Dryas-terras of Terras X genaamd. De afzettingen worden geologisch gezien gerekend tot het Laagpakket 6 van de Formatie van Kreftenheye. Na het Jonge Dryas begon het huidige geologische tijdperk, het Holoceen. Het klimaat veranderde definitief met snel stijgende temperaturen, het vallen van meer neerslag en de ontwikkeling van een loofvegetatie op de hogere delen en een broekvegetatie (berken-elzenbroekbos) en de vorming van laagveen in de nattere en lager gelegen gebieden. De Rijn ging zich weer insnijden en nam weer een meanderend patroon aan. Tijdens de eerste overstromingen in het Vroeg-Holoceen werd opnieuw een sterk zandige, grijsblauw gekleurde klei afgezet, aangeduid als de Laag van Wijchen II van de Formatie van Kreftenheye en vergelijkbaar met de Laag van Wijchen I. 7
Cohen et al., 2012 http://ags.prvgld.nl/GLD.Atlas/(S(wk43mm45y5fcr145255o5vnj))/default.aspx?applicatie=Zandbanen / Cohen et al., 2009 9 Alterra, 2003 10 Stichting voor Bodemkartering, 1966 11 De Mulder et al., 2003 / Berendsen, 2008 / Cohen et al., 2009 / Schuurman & De Roode, 2009 8
Rapport 4614.005 versie 1
Pagina 5 van 31
Door de stijging van de zeespiegel schuift de terrassenkruising, het overgangspunt waar stroomopwaarts de rivier zich insnijdt en stroomafwaarts aggradeert, naar het oosten op. Tussen 6000 en 5000 BP lag de terrassenkruising ter hoogte van Kesteren. Tijdens jaarlijkse overstromingen werd vooral het zandige materiaal dicht bij de rivierbedding afgezet, in de vorm van hoog gelegen oeverwallen of stroomruggen, de zogenaamde stroomgordelafzettingen. Het fijnere materiaal (vooral klei) werd verder van de rivierloop afgezet als komafzettingen, daar waar het water rustiger stroomde (de lager gelegen komgebieden). Deze afzettingen van de Rijn behoren tot de Formatie van Echteld. Daar waar geen sediment van de Rijn werd afgezet vond veenvorming plaats, aangeduid als de Basisveenlaag en behorend tot de Formatie van Nieuwkoop. Als gevolg van de nog steeds snel stijgende zeespiegel, de snelle verticale accumulatie van sediment en de erosiebestendigheid van de oever (klei en veen) kreeg de Rijn aan het einde van het Atlanticum en het begin van het Subboreaal (ca. 6.000 laar geleden, zie bijlage 1) binnen het centrale deel van de Rijn-Maas delta een meer anastomoserend karakter, gekenmerkt door smalle, diepe riviergeulen die zich nauwelijks verleggen en onderling met elkaar verbonden zijn.
Omdat de oeverwallen langs de rivier niet overal even hoog waren was het mogelijk dat bij hoog water het water over de laagste delen van de oeverwal stroomde. Door erosie werd een diepe geul (soms enkele meters diep) door de oeverwal uitgesleten, een zogenaamde crevassegeul. Crevassegeulen gedragen zich als een miniatuur rivierbedding, waarbij in en langs de geulen sedimentatie plaatsvindt, in de vorm van crevasse-afzettingen (vroeger ook wel beschreven als oevergronden of natuurlijke overslaggronden). Crevasse-afzettingen zijn minder dik dan stroomgordelafzettingen, smaller, en meestal slechts over enkele honderden meters, tot hoogstens enkele kilometers te volgen. Hun lithologische opbouw is vaak bijzonder complex; op korte afstand is de lithologische variatie zeer groot. Crevassecomplexen zijn, in relatief zeldzame gevallen, uitgegroeid tot een rivierverlegging (avulsie) in de tijd voordat de bedijking van de grote rivieren plaatsvond. Rond 4.000 jaar geleden begint de snelheid van de zeespiegelstijging af te nemen en ontstond een gesloten kustlijn. De gevormde kustbarrière zorgde voor het ontstaan van een rustig en nat milieu landinwaarts. De Rijn krijgt tevens weer een meanderend karakter. Tussen de rivieren vond weer veel veenvorming plaats in de vorm van bos- en broekveen (Hollandveen Laagpakket van de Formatie van Nieuwkoop).
Ook oeverwaldoorbraken (crevasses) vonden nog steeds plaats, maar in mindere mate in vergelijking tot de voorgaande periode. De vorming van crevasses werd destijds vooral beïnvloed door de getijdewerking vanuit zee op de rivierwaterstand. Bij vloed wordt het rivierwater opgestuwd in stroomopwaartse richting, waardoor bij hoogwater oeverwaldoorbraken in oostelijke richting plaatsvonden. Na de bedijking (vanaf 1200 na Chr.) zijn als gevolg van dijkdoorbraken, door de kracht van het overstromende water, vele uitkolkingsgaten gevormd. Deze worden ook wel aangeduid als wiel, woerd of waai. Het materiaal dat ter plaatse van het wiel werd geërodeerd, werd als een waaier aan de stroomafwaartse zijde afgezet (overslagen). Geologische-geomorfologische kaart van de Rijn-Maas delta12 en Zandbanenkaart13 Volgens de digitale geologische-geomorfologische kaart van de Rijn-Maas delta (2012) ligt het plangebied op de beddinggordel van Herveld (zie figuur 9). Deze meandergordel/stroomgordel was actief van circa 3558 tot 272 v. Chr. (Midden-Neolithicum t/m Midden-IJzertijd). De stroomgordel van Her12 13
Cohen et al., 2012. Cohen et al., 2009.
Rapport 4614.005 versie 1
Pagina 6 van 31
veld heeft zich diep ingesneden in de oudere Holocene of Pleistocene afzettingen. Ten noordoosten van het plangebied liggen de beddinggordels van Mars-Oude Rijn en Lienden. Binnen het plangebied zijn mogelijk nog oeverafzettingen van deze beddinggordels aanwezig. Op de zandbanenkaart is het plangebied niet gekarteerd vanwege de ligging binnen de bebouwde kom. Ten oosten van het plangebied zijn de beddingzanden van de Herveld stroomgordel gekarteerd op dieptes van 1 tot 3 m -mv. Verwacht dat deze beddingafzettingen binnen het plangebied op een vergelijkbare diepte liggen. Geomorfologie De geomorfologische kaart van Nederland (1:50.000) geeft de mate van reliëf en de vormen die in het landschap te onderscheiden zijn weer. Vanwege de ligging binnen de bebouwde kom van Kesteren is de geomorfologie niet gekarteerd (zie figuur 4). Op basis van de gekarteerde eenheden buiten de bebouwde kom, mag aangenomen worden dat het plangebied onderdeel uit maakt van een rivierkom- en oeverwalachtige vlakte (2M22). Deze is noordoost-zuidwest georiënteerd en is ten noordoosten en ten zuidwesten van de kern van Kesteren gekarteerd. Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN)14 Het Actueel Hoogtebestand Nederland vormt een belangrijke aanvullende informatiebron voor de landschapsanalyse.
Dit met behulp van laseraltimetrie verkregen digitale bestand vormt een gedetailleerd beeld van het huidige reliëf in het plangebied. Als gevolg van de ligging binnen de bebouwde kom van Kesteren, is het AHN-beeld sterk vertroebeld door de aanwezigheid van bebouwing en antropogene ophogingen ter plaatse van infrastructuur (zie figuur 5). Het AHN levert voor het plangebied derhalve geen aanvullende informatie. Bodemkunde en Grondwatertrap Vanwege de ligging binnen de bebouwde kom van Kesteren, is de bodemopbouw niet gekarteerd (zie figuur 6). Rondom de bebouwde kom, op de oeverwal, zijn kalkhoudende ooivaaggronden gekarteerd, opgebouwd uit zavel en lichte klei. Ooivaaggronden betreffen diep bruin gekleurde en goed gehomogeniseerde zavel- en kleigronden. Onder de A-horizont bevindt zich een Bw-horizont tot minimaal 50 cm -mv. Dit bodemtype wordt met name aangetroffen op de stroomruggen, uiterwaarden, oeverwallen en kreekruggen. Het voorkomen van ooivaaggronden duidt op relatief goede drainage, veelal als gevolg van relatief hoge ligging en relatief grove textuur van het sediment. Gebieden met ooivaaggronden vormen daarmee veelal gunstige bewoningsplaatsen binnen het rivierengebied. Grondwatertrappen zijn een indicatie voor de diepte van de grondwaterstand en de seizoensfluctuatie daarvan.
De grondwatertrappenindeling is gebaseerd op de gemiddeld hoogste (GHG) en de gemiddeld laagste grondwaterstand (GLG). Hiermee worden de winter- en zomergrondwaterstanden gekarakteriseerd in een jaar met een gemiddelde neerslag en verdamping. In stedelijk gebied zijn geen grondwatertrappen bepaald. Deze worden als ‘witte vlekken’ op de Bodemkaart van Nederland (1:50.000) weergegeven. Tabel II geeft een overzicht van de klassengrenzen die worden aangehouden bij de indeling van de grondwatertrappen. De trappen worden vastgesteld op een schaal van I tot VII van respectievelijk 14
AHN.
Rapport 4614.005 versie 1
Pagina 7 van 31
extreem nat tot extreem droog. Bij sommige grondwatertrappen is een ‘ of een “ weergegeven: het gaat hier om tussenliggende grondwatertrappen die een drogere variant vertegenwoordigen. Grondwatertrappenindeling15
Tabel II. Grondwatertrap
I
II'
III'
IV
V'
VI
VII"
VIII
GHG (cm -mv)
-
<40
<40
>40
<40
40-80
>80
> 140
GLG (cm -mv)
<50
50-80
80-120
80-120
>120
>120
>120
-
') ")
Bij deze grondwatertrappen wordt een droger deel onderscheiden Een met een * achter de code als onderverdeling aangegeven "zeer droog deel" heeft een GHG dieper dan 140 cm beneden maaiveld
Gebiedsdelen met een goede ontwatering (Grondwatertrap VI en VII) zijn zeer geschikt voor landbouw en vormden mede daarom, vooral in het verleden, een aantrekkelijk vestigingsgebied. Tevens is het grondwaterpeil een indicatie voor de conservering van metalen en organische resten. Vanwege de ligging binnen de bebouwde kom van Kesteren is de grondwatertrap voor het plangebied niet gekarteerd. 2.6
Archeologische waarden
Voor de uitkomst van het bureauonderzoek is het van belang de bekende archeologische waarden (al dan niet volledig onderzocht) te beschrijven. Een belangrijke informatiebron is het landelijke ARCHeologisch Informatie Systeem (ARCHIS), dat beheerd wordt door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE).16 In dit systeem worden alle archeologische gegevens verzameld en via internet zijn deze door bevoegden te raadplegen. De bekende archeologische waarden zijn middels kaartmateriaal weergegeven in figuur 7. Hierop staan de in ARCHIS geregistreerde AMK-terreinen, waarnemingen, vondstmeldingen en onderzoeksmeldingen binnen een straal van 500 m weergegeven. Aangezien de gemeentelijke beleidskaart een hoger detailniveau heeft dan de landelijke IKAW (Indicatieve Kaart Archeologische Waarde) is de IKAW voor het onderzoek niet geraadpleegd. Cultuurhistorische Waardenkaart Provincie Gelderland De Cultuurhistorische Waardenkaart (CHW) van de provincie Gelderland geeft inzicht in de archeologische, historisch-stedenbouwkundige en de historisch-geografische waarden van de regio. Het raadplegen van de CHW-kaart van de provincie Gelderland heeft voor het plangebied geen aanvullende gegevens opgeleverd.
Archeologische beleidskaart Gemeente Neder-Betuwe Volgens de archeologische beleidskaart van de gemeente Neder-Betuwe ligt het plangebied binnen een gebied met een hoge archeologische verwachting voor de periode Neolithicum - Late Middeleeuwen (zie figuur 8). Binnen deze gebieden dient bij planvorming en voorafgaand aan vergunningverlening, bij bodemingrepen dieper dan 30 cm -mv en een verstoringsoppervlak groter dan 500 m², vroegtijdig een inventariserend archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd. Ten westen van het plangebied, aan de overzijde van de Hoofdstraat, liggen de Middeleeuwse dorpskern van Kesteren en oude woongronden.
15 16
Locher & De Bakker, 1990. Archeologisch informatiesysteem Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort
Rapport 4614.005 versie 1
Pagina 8 van 31
AMK-terreinen binnen het onderzoeksgebied17 De Archeologische Monumentenkaart (AMK) bevat een overzicht van archeologische monumenten/terreinen in Nederland. De terreinen zijn beoordeeld op verschillende criteria (kwaliteit, zeldzaamheid, representativiteit, ensemblewaarde en belevingswaarde). Op grond daarvan zijn deze ingedeeld in vier categorieën; terreinen met archeologische waarde, een hoge archeologische waarde, een zeer hoge archeologische waarde of een zeer hoge archeologische waarde met een beschermde status. Binnen het plangebied liggen geen AMK-terreinen. Binnen het onderzoeksgebied ligt één AMK-terrein (zie Tabel III en figuur 7). Tabel III.
Overzicht AMK-terreinen
AMK nr.
Situering t.o.v. plangebied
Datering
Aard, uitvoerder en resultaten van het onderzoek
39624
250 meter ten oosten van het plangebied
Romeinse tijd
Toponiem: Kesteren, Kesteren-centrum; Jacob Catsstraat Complex: nederzetting Waarde: Terrein van hoge archeologische waarde Terrein met sporen van bewoning uit de Romeinse tijd. Op het terrein en in de directe omgeving is onderzoek verricht in de periode 1968-1992. Bij graafwerkzaamheden zijn op het terrein kuilen, greppels en vele fragmenten aardewerk gevonden. Daarnaast dakpanfragmenten, ijzerfragmenten en vensterglas. Ook werd één vuurstenen pijlspits en fragmenten vuursteenafval aangetroffen, vermoedelijk uit het Laat-Neolithicum.
In het verleden uitgevoerde archeologische onderzoeken binnen het onderzoeksgebied 18 Binnen het onderzoeksgebied zijn in de afgelopen jaren door verschillende archeologische bedrijven en instellingen in totaal 11 archeologische onderzoeken uitgevoerd. Het gaat daarbij om één bureauonderzoeken, zeven bureau- en booronderzoeken (verkennend/karterend) en drie proefsleufonderzoeken (zie tabel IV en figuur 7). Op locatie van de supermarkt zijn een bureau- en booronderzoek en daaropvolgend een proefsleuvenonderzoek. De aangetroffen vindplaats was niet behoudenswaardig, daarnaast zou de vindplaats onder de nieuwbouw in situ bewaard blijven, waardoor het advies is gegeven om geen vervolgonderzoek uit te voeren in de vorm van een opgraving. Tabel IV.
Overzicht onderzoeksmeldingen
Zaakindentificatie (OMnummer)
Situering t.o.v. plangebied
Aard, uitvoerder en resultaten van het onderzoek
2485212100 (66910)
In het plangebied
Type onderzoek: bureau- en booronderzoek Toponiem: Stationsstraat 1-5 En Hoofdstraat 25-33 te Kesteren Uitvoerder: Econsultancy BV Datum: 27-5-2015 Resultaat: De bodemopbouw bestaat uit beddingzanden van de stroomgordel van Herveld. De top van deze zanden is aangetroffen op dieptes variërend van 1,4 tot 2,2 m mv. Op deze beddingzanden liggen oeverafzettingen, bestaande uit zandige klei met een fining-up trend. In de oeverafzettingen zijn gleyvlekken en fosfaatvlekken aanwezig. Op de zandige oeverafzettingen ligt plaatselijk een dunne laag stugge, siltige klei. Deze is aangetroffen waar de top van de zandige kleien relatief diep ligt. Mogelijk betreft het overstromingssedimenten die vanuit de restgeul (gelegen direct ten zuiden van de Stationsstraat), of vanuit één van de jongere stroomgordels ten noordwesten van het plangebied zijn afgezet. Op de siltige kleien ligt een laag humeuze, zandige klei met baksteenresten, aardewerk, verbrand bot en houtskool. Dit betreft een afgedekte akkerlaag (Apbhorizont) en deze vormt de geroerde top van de natuurlijke afzettingen. Hier
17 18
Archeologisch informatiesysteem Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort Archeologisch informatiesysteem Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort
Rapport 4614.005 versie 1
Pagina 9 van 31
bovenop ligt een (sub)recente ophogingslaag van circa 0,5 m dik. In de Apb-horizont zijn baksteenresten, houtskool en aardewerk aangetroffen, daterend uit de periode Late Middeleeuwen - Nieuwe tijd. Deze indicatoren kunnen wijzen op de aanwezigheid van een vindplaats uit deze periode. Ook zijn fosfaatvlekken aangetroffen. De fosfaatvlekken zijn op grotere diepte aangetroffen dan de overige indicatoren, in de zandige kleien. Mogelijk duidt dit op een tweede, dieper gelegen archeologisch niveau. De stugge, siltige overstromingskleien zouden in dit geval de scheiding vormen tussen de twee niveaus. Waar deze siltige kleien aanwezig zijn, zijn echter onder de siltige kleien in de top van de zandige kleien geen andere indicatoren dan de fosfaatvlekken aangetroffen. Mogelijk is het fosfaat uitgespoeld uit de hoger gelegen Apb-horizont. Conclusie Op basis van de aangetroffen bodemopbouw en archeologische indicatoren, blijft de hoge verwachting voor de periode Late Middeleeuwen behouden. Bodemingrepen dieper dan de (sub)recente ophogingslaag vormen een bedreiging voor eventueel aanwezige archeologische waarden. Advies Econsultancy adviseert om geen bodemingrepen uit te voeren die dieper reiken dan de (sub)recente ophogingslaag, waarbij een onzekerheidsmarge van 20 cm wordt geadviseerd. Bodemingrepen dieper dan circa 30 cm -mv dienen derhalve vermeden te worden.
Indien toch bodemingrepen dieper dan 30 cm -mv plaats gaan vinden, dan wordt geadviseerd om een archeologisch proefsleuvenonderzoek uit te voeren om te bepalen of sprake is van een behoudenswaardige vindplaats. Dit onderzoek dient plaats te vinden na sloop van de bovengrondse delen van de bebouwing en het verwijderen van de aanwezige betonvloer(en), maar voorafgaand aan het verwijderen van kelders en funderingen. 4551977100
In het plangebied
Type onderzoek: proefsleuvenonderzoek, naar aanleiding van de resultaten van het eerder uitgevoerde bureau- en booronderzoek (zie Zaakindentificatie (OMnummer) 2485212100 (66910)). Toponiem: Stationsstraat 1-5 En Hoofdstraat 25-33 te Kesteren Uitvoerder: Econsultancy BV Datum: 6-7-2017 Resultaat: De aangetroffen grondsporen betreffen twee greppels en twee kuilen, daterend uit de periode 900 - 1300 n. Chr. Gezien de aard van deze sporen en de relatief geringe spoor- en vondstdichtheid, wordt verwacht dat het plangebied gelegen is in de extensief gebruikte randzone of off-site van een nederzettingsterrein. Op basis van de resultaten van het veldonderzoek worden binnen het plangebied geen gebouwstructuren verwacht. De aangetroffen resten zijn vermoedelijk te relateren aan een nederzettingsterrein in de directe omgeving van het plangebied. Op korte afstand ten westen en zuidwesten van het plangebied, aan de overzijde van de Hoofdstraat binnen de historische kern van Kesteren, zijn op diverse locaties archeologische indicatoren en sporen aangetroffen die wijzen op de aanwezigheid van een nederzettingsterrein in de periode Vroege - Late Middeleeuwen. Gezien de situering ten opzichte van deze vondsten en de ligging aan dezelfde restgeul, is het aannemelijk dat het plangebied in de randzone of off-site van dit nederzettingsterrein ligt.
Selectieadvies De aangetroffen vindplaats is niet behoudenswaardig. Bovendien blijkt uit de door de opdrachtgever aangeleverde gegevens, dat de vindplaats onder de nieuwbouw in situ bewaard zal blijven, met een resterend dek van circa 20 - 30 cm. Het selectieadvies is dan ook om geen vervolgonderzoek uit te voeren en het plangebied vrij te geven voor de geplande ontwikkeling. Het definitieve selectiebesluit zal worden genomen door de bevoegde overheid, de gemeente Neder-Betuwe.
2276832100 (39624)
Rapport 4614.005 versie 1
200 meter ten oosten van het plangebied
Type onderzoek: bureau- en booronderzoek Toponiem: Kesteren, Boveneindsestraat Uitvoerder: Synthegra BV Datum: 22-02-2010 Onderzoeksnummer: 44016 Resultaat: In de zuidwesthoek van de locatie zijn verstoorde, waarschijnlijk deels opgebrachte lagen aangetroffen, die op basis van het aangetroffen vondstmateriaal gedateerd kunnen worden in de 18e of 19e eeuw. Dit komt overeen met de datering van de bebouwing, die staat aangegeven op het historisch kaartmateriaal. Tijdens het booronderzoek zijn geen aanwijzingen gevonden dat nog funderingsresten aan-
Pagina 10 van 31
wezig zijn of dat er sprake is van oudere voorgangers van deze bekende bebouwing. De middelhoge verwachting voor nederzettingsresten uit de Late Middeleeuwen en de Nieuwe tijd is daarom naar laag bijgesteld. Op basis van het uitgevoerde onderzoek is geadviseerd om geen vervolgonderzoek uit te voeren. 2069472100 (12577)
250 meter ten oosten van het plangebied
Type onderzoek: bureau- en booronderzoek Toponiem: Kesteren, Van Lodensteincollege Uitvoerder: Synthegra BV Datum: 01-06-2005 Onderzoeksnummer: 5664 Resultaat: Tijdens het onderzoek zijn archeologische indicatoren aangetroffen in de vorm van bot, houtskool en fosfaat. Dit duidt op een oude bewoningshorizont. Wellicht kunnen de vondsten in relatie worden gebracht met het castellum Carvo dat in de buurt ligt. Gezien de hoge archeologische verwachting van het gebied, de vondsten in de omgeving en de aangetroffen archeologische indicatoren is een aanvullend onderzoek in de vorm van proefsleuven aanbevolen
2050517100 (7047)
300 meter ten noordwesten van het plangebied
Type onderzoek: bureau- en booronderzoek Toponiem: Kesteren, Betuwsestraat Uitvoerder: Synthegra BV Datum: 13-07-2004 Onderzoeksnummer: 3090 Resultaat: Op het maaiveld is één scherf Romeins aardewerk aangetroffen. De oorspronkelijke herkomst van deze scherf viel niet te achterhalen. Verder zijn tijdens het booronderzoek geen archeologische indicatoren aangetroffen zoals houtskool, fosfaat, aardewerk of bot. Geadviseerd is daarom geen vervolgonderzoek uit te voeren
2276719100 (39603)
350 meter ten zuiden van het plangebied
Type onderzoek: bureau- en booronderzoek Toponiem: Kesteren, Silvanusstraat 14 Uitvoerder: ADC ArcheoProjecten Datum: 19-02-2010 Onderzoeksnummer: 32525 Resultaat: Op basis van de resultaten van het booronderzoek is geadviseerd om geen vervolgonderzoek uit te voeren. Verder informatie is niet bekend.
2329222100 (46698)
350 meter ten zuidoosten van het plangebied
Type onderzoek: bureau- en booronderzoek Toponiem: Kesteren, Veilingterrein Uitvoerder: RAAP Archeologisch Adviesbureau Datum: 12-05-2011 Onderzoeksnummer: 40271 Resultaat: Tijdens het veldonderzoek zijn 28 boringen verricht. Door dijkdoorbraken uit de Middeleeuwen en Nieuwe tijd is in het plangebied vanuit het noorden grof zand afgezet. Hieronder komen oeverafzettingen van twee stroomgordels (De MarsOude Rijn en Herveld) voor. Deze stroomgordels liggen op een pakket matig siltige klei (komklei). Dit pakket komt voor vanaf circa 1,5 m -mv. Hieronder is, vanaf circa 2 m -mv, een pakket met afwisselend lagen kleiig zand tot matig siltige klei aanwezig. Het pakket heeft een blauwgrijze kleur (als gevolg van reductie). Dit pakket staat vermoedelijk in verband met crevasse-afzettingen die afkomstig zijn van de Westerveld stroomgordel. Tijdens het veldonderzoek zijn in acht van de 28 boringen archeologische indicatoren aangetroffen. De meeste archeologische indicatoren zijn aangetroffen in de top van de oeverafzettingen tussen 30 en 90 cm -mv. Vermoedelijk is hier sprake van een nederzettingsterrein uit de Bronstijd of de IJzertijd. Geadviseerd is om een proefsleuvenonderzoek uit te voeren.
2350330100 (49557)
350 meter ten zuiden het plangebied
Type onderzoek: proefsleuvenonderzoek, naar aanleiding van de resultaten van het eerder uitgevoerde bureau- en booronderzoek (zie Zaakindentificatie (OMnummer) 2329222100 (46698)). Toponiem: Kesteren, Plangebied Veilingterrein Uitvoerder: ADC ArcheoProjecten Datum: 21-11-2011 Onderzoeksnummer: 40930 Resultaat: Tijdens het veldonderzoek zijn geen archeologische sporen aangetroffen. Wel zijn aardewerk, bot en bewerkt natuursteen gevonden, daterend uit de MiddenBronstijd (1500-1200 v.Chr.). Aangezien er geen aanwijzingen zijn dat het gebied bewoond is (nederzettingssporen ontbreken) of voor agrarische doeleinden (cultuurof akkerlaag ontbreekt) gebruikt is, zal het vondstmateriaal vermoedelijk
Rapport 4614.005 versie 1
Pagina 11 van 31
samenhangen met een nog onbekende vindplaats in de nabije omgeving. Daarbij kan gedacht worden aan een tijdelijk kampement. De afwezigheid van bewoningssporen kan verklaard worden door de ligging in het landschap. In de MiddenBronstijd bestond het landschap ter plaatse van het onderzoeksterrein uit een oeverwal die periodiek overstroomde. Waarschijnlijk heeft men in de drogere tijden de oeverwallen geëxploiteerd. Het ontbreken van bewoning in latere periodes zou eveneens verklaard kunnen worden vanuit landschappelijk perspectief. Waarschijnlijk lag het gebied in een te natte omgeving om geschikt te zijn voor bewoning. Op basis van de onderzoeksresultaten wordt geadviseerd om geen vervolgonderzoek uit te voeren binnen het plangebied voor de bij dit onderzoek onderzochte terreindelen. 2097903100 (14272)
450 meter ten zuidwesten van het plangebied
Type onderzoek: proefsleuvenonderzoek Toponiem: Kesteren, Nedereindsestraat Uitvoerder: Archaeological Research en Consultancy Datum: 17-10-2005 Onderzoeksnummer: 13532 Resultaat: De resultaten van het proefsleuvenonderzoek hebben aangetoond dat, bij verdere graafwerkzaamheden, op zowel het oostelijke als het westelijke deelgebied vervolgonderzoek in de vorm van een vlakdekkende opgraving noodzakelijk is. Het westelijke deelgebied is ten noorden van het oude dorpshuis in omvang en diepte gelimiteerd tot een kleine zone waar parkeerplaatsen aangelegd worden. Deze zone bevindt zich echter binnen de grenzen van de Romeinse vicus en vormt een waardevolle aanvulling op de onderzoeksgegevens van het eerder door de ROB uitgevoerde onderzoek. Ten zuiden van het oude dorpshuis zijn geen resten van bewoning aangetroffen. Om deze zone en de eventuele oostelijke begrenzing van de Romeinse vicus beter in kaart te kunnen brengen, strekt vlakdekkend onderzoek ook hier tot aanbeveling. Het oostelijke gebied is vermoedelijk erg aangetast door vroegere sanering en bouwwerkzaamheden. In een mogelijk vervolgtraject zou allereerst een beeld gevormd moeten worden van de aard en de omvang van deze vroegere verstoringen. Aansluitend zou de nog aanwezige vervuiling en de omvang en diepte van de eventuele sanering in kaart gebracht moeten worden.
Op basis van deze gegevens kan een vervolgtraject opgesteld worden voor de eventuele verdere documentatie van het bodemarchief. Het proefsleuvenonderzoek heeft reeds aangetoond dat er in deze zone rekening gehouden moet worden met goed geconserveerde LaatMiddeleeuwse en Romeinse bewoning.
2451905100 (62658)
500 meter ten zuidoosten van het plangebied
Type onderzoek: bureauonderzoek Toponiem: Kesteren, Plangebied "de Schutse" Te Kesteren Uitvoerder: Econsultancy BV Datum: 24-07-2014 Resultaat: Voor de perioden (Laat-)Paleolithicum t/m Midden-Neolithicum wordt de archeologische verwachting laag geacht. In de perioden voor het ontstaan van de meandergordel/stroomgordel van Herveld, voor circa 3558 voor Chr. (Laat-Neolithicum), had het plangebied namelijk een landschappelijke ligging in een rivierkomvlakte. Er zal sprake zijn geweest van natte/drassige omstandigheden, waardoor het plangebied geen aantrekkelijke locatie was voor bewoning. Eventueel aanwezige archeologische resten uit deze perioden worden verwacht in het pakket komafzettingen met mogelijk ingeschakelde veenlagen. Voor de perioden vanaf het Laat-Neolithicum wordt de archeologische verwachting middelhoog geacht, conform de archeologische beleidsadvieskaart van de gemeente Neder-Betuwe. Vanaf het moment dat de ten noorden gelegen meandergordel/stroomgordel van Herveld actief werd, werden er in het plangebied oeverwalachtige afzettingen gesedimenteerd. Het plangebied kreeg een landschappelijke ligging op de flank van de door de meandergordel/stroomgordel van Herveld gevormde oeverwal.
De condities voor bewoning werden wel wat gunstiger voor het plangebied, echter de meeste voorkeur zal zijn uitgegaan voor de hogere delen van de oeverwal verder ten noorden van het plangebied direct naast de loop van de meanderende rivier. Ook met het ontstaan van de meandergordel/stroomgordel van de Mars-Oude Rijn, vanaf circa 99 voor Chr. (Late-IJzertijd), behield het plangebied zijn landschappelijke ligging op het lagere deel van de door de meandergordel/stroomgordel van de Mars-Oude Rijn gevormde oeverwal. Wellicht waren de hydrologische condities voldoende dat het plangebied gebruikt kon worden als bouwland (akkergronden). De nederzetting((s)complexen lagen hier niet ver vandaan. Anders was het gebied wel geschikt voor het houden van vee.
Rapport 4614.005 versie 1
Pagina 12 van 31
Archeologische resten uit de perioden Laat-Neolithicum t/m Midden-IJzertijd worden verwacht in het pakket oeverwalachtige afzettingen die gesedimenteerd zijn tijdens de actieve fase van de meandergordel/stroomgordel van Herveld. Archeologische resten uit de perioden vanaf de Late-IJzertijd worden verwacht in het pakket oeverwalachtige afzettingen die gesedimenteerd zijn tijdens de actieve fase van de meandergordel/stroomgordel van de Mars-Oude Rijn. Voor de perioden Laat-Neolithicum t/m Romeinse tijd kunnen er in de archeologische laag nederzettingssporen, grafvelden en/of rituele plaatsen gevonden worden. Voor de periode Middeleeuwen tot aan Nieuwe tijd kunnen er sporen van een (boeren)erf gevonden worden. Archeologische resten zullen vooral bestaan uit fragmenten aardewerk, maar er kunnen ook natuursteen, vuurstenen gebruiksvoorwerpen, metaalresten, houtskool, botresten en gebruiksvoorwerpen worden aangetroffen. 2451913100 (62659)
500 meter ten zuidoosten van het plangebied
Type onderzoek: bureau- en booronderzoek Toponiem: Kesteren, Plangebied "de Schutse" Te Kesteren Uitvoerder: Econsultancy BV Datum: 24-07-2014 Resultaat: Op basis van de diep verstoorde bodemopbouw en het verder ontbreken van archeologische relevante indicatoren kan worden geconcludeerd dat archeologische waarden niet meer aanwezig zullen zijn of alleen nog maar in een verstoorde context zullen voorkomen. Er zijn dus geen gevolgen voor de voorgenomen bodemingrepen.
Belangrijk is dat direct ten westen van het plangebied een archeologisch bureauonderzoek en een navolgend proefsleuvenonderzoek zijn uitgevoerd. Vanuit het booronderzoek is de bodemopbouw beschreven als volgt: In de basis van alle boringen zijn beddingzanden (Formatie van Echteld) aangetroffen, die behoren tot de stroomgordel van Herveld. De top van deze zanden is aangetroffen op dieptes variërend van 1,4 tot 2,2 m -mv. Op deze beddingzanden liggen oeverafzettingen, bestaande uit zandige klei met een fining-up trend. In de oeverafzettingen zijn gley-vlekken en fosfaat-vlekken aanwezig. Op de zandige oeverafzettingen ligt plaatselijk een dunne laag stugge, siltige klei. Deze is aangetroffen waar de top van de zandige kleien relatief diep ligt. Mogelijk betreft het overstromingssedimenten die vanuit de restgeul (gelegen direct ten zuiden van de Stationsstraat), of vanuit één van de jongere stroomgordels ten noordwesten van het plangebied zijn afgezet. Op de siltige kleien ligt een laag humeuze, zandige klei met baksteenresten, aardewerk, verbrand bot en houtskool. Dit betreft een afgedekte akkerlaag (Apb-horizont) en deze vormt de geroerde top van de natuurlijke afzettingen. Hier bovenop ligt een (sub)recente ophogings-laag van circa 0,5 m dik.
Op basis van de landschappelijke ligging, ter plaatse van de beddinggordel van Herveld, kunnen archeologische resten worden verwacht daterend vanaf het Neolithicum. Oudere resten zullen vermoedelijk zijn geërodeerd. Een dergelijke (oorspronkelijke) bodemopbouw is ook voor onderhavig plangebied te verwachten. Tevens zijn tijdens het booronderzoek fragmenten handgevormd aardewerk uit de Late-Prehistorie aangetroffen. Tijdens het proefsleuvenonderzoek zijn geen archeologische sporen gevonden. Wel is er aardewerk, bot en bewerkt natuursteen gevonden dat uit de Midden-Bronstijd (1500-1200 voor Chr.) dateert. Verwacht wordt dat het vondstmateriaal samenhangt met een nog onbekende vindplaats in de nabije omgeving. Er dient dus vooralsnog rekening te worden gehouden met de aanwezigheid van (een deel van) deze vindplaats binnen het plangebied.
Rapport 4614.005 versie 1
Pagina 13 van 31
Vondstmeldingen binnen het onderzoeksgebied19 In ARCHIS staan alle bekende archeologische vondstmeldingen geregistreerd. Binnen het plangebied zijn geen vondstmeldingen geregistreerd. Binnen het onderzoeksgebied staan 23 vondstmeldingen geregistreerd (zie tabel V en figuur 7). Tabel V.
Overzicht ARCHIS-vondsten
Vondstmelding (Waarnemingsnr.)
Locatie t.o.v. plangebied
Datering
4551977100
In het plangebied Toponiem: Stationsstraat 1 3 te Kesteren
Vroege Middeleeuwen - Late Middeleeuwen : - 2 kuilen, - 2 greppels/sloten Aangetroffen tijdens de uitvoeren van een proefsleuvenonderzoek (zie Zaakindentificatie 4551977100)
2918141100 (38226)
140 meter ten zuidwesten van het plangebied Toponiem: Schoolstraat te Kesteren
Vroege Middeleeuwen : - fragment van een bot, dierlijk weefkaart
3119880100 (30897)
140 meter ten westen van het plangebied Toponiem: Nh Kerk te Kesteren
Romeinse tijd : - fragment van terra sigillata Vroege Middeleeuwen : - handgevormd aardewerk - fragmenten van keramische kogelpotten - kuilen, - grachten - fragmenten van geelwitbakkend Pingsdorf aardewerk Vroege Middeleeuwen - Late Middeleeuwen : - fragmenten van tufsteen bouwmateriaal - stenen funderingen Middeleeuwen : - graven, grafkuil Late Middeleeuwen : - muurrestanten - fragment van een steengoed kan - fragmenten van stenen muuschilderingen Late Middeleeuwen - Nieuwe tijd : - fragmenten van metalen klokken/bellen
2918158100 (38227)
170 meter ten zuidwesten van het plangebied Toponiem: Dorp te Kesteren
Vroege Middeleeuwen : - fragment van Wolbwand-/tonvormig aardewerk Vroege Middeleeuwen - Late Middeleeuwen : - fragmenten van keramische kogelpotten - fragmenten van Andenne aardewerk - cultuurlagen - ophogingen - fragmenten van geelwitbakkend Pingsdorf aardewerk Late Middeleeuwen : - fragmenten van steengoed
19
2944515100 (42585)
300 meter ten noordoosten van het plangebied Toponiem: Waai Aan De Rijnbandijk te Kesteren
Late Middeleeuwen : - fragment van een grijsbakkend gedraaide kan
3141311100
300 meter ten zuiden van het plangebied Toponiem: Nedereindsestraat - Fruitstraat te Kesteren
IJzertijd : - graf, grafkuil - fragment van een handgevormd aardewerk object - crematieresten
2052056100 (49361)
350 meter ten noordwesten
Romeinse tijd :
Archeologisch informatiesysteem Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort
Rapport 4614.005 versie 1
Pagina 14 van 31
2329222100 (433850)
2350330100 (431566)
2944734100 (42575)
van het plangebied Toponiem: Betuwsestraat te Kesteren
- aardewerk
350 meter ten zuidoosten van het plangebied Toponiem: Veilingterrein te Kesteren
Bronstijd - IJzertijd : - handgevormd aardewerk
350 meter ten zuiden van het plangebied Plangebied Toponiem: Veilingterrein te Kesteren
Bronstijd : - handgevormd aardewerk - slijpsteen
350 meter ten zuiden van het plangebied Toponiem: Nedereindsestraat - Fruitstraat te Kesteren
IJzertijd : - handgevormd aardewerk
Aangetroffen tijdens de uitvoeren van een proefsleuvenonderzoek (zie Zaakindentificatie (OM-nummer) 2329222100 (46698)).
Aangetroffen tijdens de uitvoeren van een proefsleuvenonderzoek (zie Zaakindentificatie (OM-nummer) 2329222100 (46698)).
IJzertijd - Romeinse tijd : - handgevormd aardewerk Romeinse tijd : - botmateriaal - 3 graven, grafkuil - fragmenten van terra nigra kommen/schalen - fragment van een terra sigillata bord/schotel - crematieresten - fragmenten van geverfde bekers - fragmenten van geverfd aardewerk - 3 fragmenten van gladwandige kruiken - fragmenten van ruwwandige borden - fragment van een ruwwandig deksel
3017269100 (239810)
350 meter ten westen van het plangebied Toponiem: Nh Kerk te Kesteren
Romeinse tijd - Late Middeleeuwen : - fragmenten van tufsteen bouwmateriaal Middeleeuwen - Nieuwe tijd : - paalgaten Nieuwe tijd : - grachten - fragment van een grafsteen/grafpijler