Bijlage - Woonzorgvisie Neder-Betuwe 2025-2040
Tekst van het document
Woonzorgvisie Neder-Betuwe 2025 - 2040 2025-2040
Gemeente Neder-Betuwe 27 oktober 2025 Definitief
DATUM
27 oktober 2025
TITEL
Woonzorgvisie Neder-Betuwe 2025 - 2040
OPDRACHTGEVER
Gemeente Neder-Betuwe
AUTEUR(S)
Martin Bleijenburg Esra Verhage
PROJECTNUMMER
1740.108
STATUS
Definitief
Tivolilaan 205 6824 BV Arnhem Postbus 1174 6801 BD Arnhem www.companen.nl info@companen.nl 026 351 25 32
1740.108 | Woonzorgvisie Neder-Betuwe 2025 - 2040
2 09035291 KvK-nummer: BTW-nummer: NL001826517B01
Inhoud 1 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5
Inleiding Een woonzorgvisie voor Neder-Betuwe Een gezamenlijke visie en integraal proces Belangrijke kaders – een opgave op alle niveaus Doel en ambitie woonzorgvisie – aanbrengen van focus Leeswijzer
5 5 6 6 7 8
2 2.1 2.2
9 9
2.3 2.4
Beschikbaar, betaalbaar en passend wonen voor iedereen Ambitie Speerpunt 1: een divers woonaanbod voor ouderen en inwoners met een zorg- of ondersteuningsvraag in verschillende prijsklassen Speerpunt 2: doorstroming faciliteren Speerpunt 3: voldoende (tussen)woonvormen voor aandachtsgroepen
9 11 12
3 3.1 3.2 3.3 3.4
Zorg en ondersteuning voor wie het nodig heeft Ambitie Speerpunt 4: sterke verbinding tussen formele en informele zorg Speerpunt 5: structurele en domein overstijgende samenwerking Speerpunt 6: voldoende ambulante begeleiding in de thuissituatie
14 14 14 15 16
4 4.1 4.2 4.3 4.4
Geschikte en vitale leefomgeving Ambitie Speerpunt 7: stimuleren van ontmoeting Speerpunt 8: passend voorzieningenniveau in elke kern Speerpunt 9: de inrichting openbare ruimte is groen, uitnodigend en toegankelijk.
17 17 17 17 18
5 5.1 5.2
Preventie en sociale basis Ambitie Speerpunt 10: stimuleren van de eigen kracht en het netwerk en aandacht voor positieve gezondheid Speerpunt 11: samenwerking op vroegsignalering en preventie
19 19
5.3
19 20
Bijlage 1: Uitvoeringsprogramma en toetsingskader
22
Bijlage 2: Hoofdlijnen woonzorganalyse
23
Bijlage 3: Bestaande kaders
26
Bijlage 4: Betrokken stakeholders
30
Bijlage 5: Uitkomsten participatie inwoners
31
Bijlage 6: Afkortingen- en begrippenlijst
36
1740.108 | Woonzorgvisie Neder-Betuwe 2025 - 2040
3
Voorwoord In Neder-Betuwe zorgen we goed voor elkaar. Dat is al generaties lang onze kracht. In onze dorpen kennen mensen elkaar, houden ze een oogje in het zeil en zetten ze zich met hart en ziel in voor hun omgeving. Die verbondenheid vormt de basis van een gemeenschap waarin iedereen de kans krijgt om prettig te wonen, zich thuis te voelen en mee te doen. Tegelijkertijd staan we, net als veel andere gemeenten, voor grote veranderingen. De samenleving vergrijst, de zorg verandert en de druk op de woningmarkt neemt toe. Steeds meer inwoners hebben een woning nodig die past bij hun levensfase of gezondheidssituatie. En steeds vaker wordt van mensen verwacht dat zij langer zelfstandig blijven wonen, met passende ondersteuning in hun eigen omgeving. Met deze woonzorgvisie zetten we als gemeente een belangrijke stap om die toekomst samen vorm te geven. We brengen wonen, welzijn en zorg nadrukkelijk bij elkaar: niet als losse beleidsterreinen, maar als één samenhangend geheel. Want een fijne woonomgeving is meer dan een dak boven je hoofd: het is ook een plek waar je mensen ontmoet, waar je hulp kunt vragen als dat nodig is en waar ruimte is om naar elkaar om te zien. Deze visie is niet alleen van de gemeente. Zij is tot stand gekomen in nauwe samenwerking met onze inwoners en met onze partners uit het wonen, welzijn en de zorg.
We zijn trots op die betrokkenheid en dankbaar voor de inzet van iedereen die heeft meegedacht, meegepraat en bijgedragen aan het gezamenlijke beeld van de toekomst van wonen en zorg in Neder-Betuwe. De woonzorgvisie biedt richting voor de komende vijftien jaar. Ze helpt ons om keuzes te maken, samen te werken en te investeren in een leefomgeving die recht doet aan wie we zijn: een hechte gemeenschap met oog voor elkaar. Laten we vanuit dat vertrouwen verder bouwen aan een Neder-Betuwe waar het niet alleen nu, maar ook in de toekomst goed wonen, leven en zorgen is. Namens het college van burgemeester en wethouders, Herma van Dijkhuizen Wethouder zorg en welzijn Nees van Wolfswinkel Wethouder ruimtelijke ordening en volkshuisvesting Oktober 2025
1740.108 | Woonzorgvisie Neder-Betuwe 2025 - 2040
4
1 Inleiding 1.1 Een woonzorgvisie voor Neder-Betuwe Het is nu al goed wonen in Neder-Betuwe en daar zijn we als gemeente trots op. Maar we kijken vooruit en zorgen dat onze leefomgeving en het aanbod van wonen, welzijn en zorg meegroeit met haar inwoners en de tijd. De gemeente Neder-Betuwe staat daarbij voor belangrijke keuzes om ook in de toekomst een passende woon- en leefomgeving te bieden aan al haar inwoners. Demografische ontwikkelingen, zoals vergrijzing en een toenemende diversiteit aan zorgbehoeften, zorgen voor een groeiende vraag naar woningen die aansluiten op verschillende levensfasen en zorgsituaties. Als gemeente hebben we de ambitie om maximaal te groeien tot 30.000 inwoners in 20501. Het aandeel 65-plussers zal daarbij naar verwachting stijgen van 18% in 2023 naar 22% in 2040 en het aantal 65-plus huishoudens zal met 1.300 huishoudens toenemen2. Tegelijkertijd willen we dat inwoners zo lang mogelijk zelfstandig en prettig in hun eigen vertrouwde omgeving kunnen blijven wonen. In onze gemeente is al langere tijd veel aandacht voor de samenhang tussen wonen, welzijn en zorg. Dit blijkt onder andere uit de vele lokale initiatieven die in de dorpen en kernen plaatsvinden, gedragen door inwoners. Naast de activiteiten georganiseerd door vrijwilligers is er een belangrijke bijdrage vanuit woon, welzijn- en zorgpartners.
Bijvoorbeeld in het ondersteunen van (jonge) mantelzorgers, het realiseren van een dementievriendelijke leefomgeving en een samenleving waar men naar elkaar omziet. Deze aandacht vormt een stevig fundament om de uiteenlopende uitdagingen in het fysieke en sociale domein rond wonen en zorg aan te pakken. Voor u ligt de woonzorgvisie van de gemeente Neder-Betuwe, waarin we onze richting voor de periode 2025-2040 vastleggen. Deze visie schetst hoe we wonen, welzijn en zorg in onze gemeente samenbrengen, zodat Neder-Betuwe niet alleen nu prettig is om te wonen, maar ook in de toekomst blijft aansluiten bij de behoeften van alle inwoners, in iedere levensfase. We blijven daarbij trouw aan wat wonen in onze gemeente zo aantrekkelijk maakt: de ruimte en rust van het rivierenlandschap, de hechte gemeenschappen met een sterk verenigingsleven in onze dorpen en de bereidheid van inwoners om elkaar te ondersteunen in zorgzame buurten. Tegelijkertijd benutten we nieuwe kansen en ontwikkelingen op het gebied van wonen, welzijn en zorg, zodat Neder-Betuwe toekomstbestendig blijft. De Wet versterking regie volkshuisvesting3 vraagt gemeenten om op basis van een integrale woonzorgvisie duidelijke keuzes te maken over de woningvoorraad, de spreiding van voorzieningen en de samenwerking met maatschappelijke partners.
Deze visie vormt daarmee niet alleen een richtinggevend document voor de lokale opgaven, maar ook een instrument om samen met de regio en andere overheden afspraken te maken over bijvoorbeeld de huisvesting van aandachtsgroepen. Daarnaast biedt de visie duidelijke uitgangspunten voor het opstellen van een toetsingskader voor nieuwe woonzorginitiatieven. Dit toetsingskader wordt opgesteld na vaststelling van dit visiedocument. Op basis van de onderdelen van deze visie zal een uitvoeringsprogramma worden opgesteld waarin concrete stappen worden uitgewerkt om de speerpunten te concretiseren en tot uitvoering te brengen.
Ambitie vanuit de Toekomstvisie 2050. Bron woonzorganalyse Neder-Betuwe 2024 3 Dit betreft een wetsvoorstel dat momenteel bij de Eerste Kamer ligt. 1 2
1740.108 | Woonzorgvisie Neder-Betuwe 2025 - 2040
5
1.2 Een gezamenlijke visie en integraal proces Om te bepalen hoe we de genoemde opgaven willen aanpakken, is het eerst essentieel om deze volledig in kaart te brengen. Daartoe is een (regionale) woonzorganalyse uitgevoerd voor de periode 2023-2040. Naast het verzamelen van cijfers was het belangrijk om van inwoners en stakeholders te horen welke uitdagingen zij in de praktijk ervaren binnen Neder-Betuwe en welke ontwikkelingen zij voor de toekomst voorzien. Tussen juni en september 2025 is daarom een participatieproces doorlopen. Tijdens een visiebijeenkomst met partners uit wonen, welzijn en zorg zijn de opgaven uit de woonzorganalyse doorlopen en prioriteiten vastgesteld (zie bijlage 4 voor de deelnemerslijst). Vervolgens is gesproken over oplossingsrichtingen die aansluiten bij de opgaven en de gedeelde ambities ten aanzien van deze thema’s. Vervolgens zijn de belangrijkste opgaven met inwoners aangescherpt via inwonersavonden en een enquête. Deze enquête is onder de aandacht gebracht bij inwoners via het online participatieplatform. In de vragenlijst is onder meer aandacht besteed aan de toekomstbestendigheid van woonsituaties, de tevredenheid over het huidige wonen, kernwaarden die inwoners belangrijk vinden en verbeterpunten voor de toekomst. Een uitgebreidere reflectie is opgenomen in de bijlage.
Tijdens de inwonersavonden is het gesprek gevoerd over eigen ervaringen, zorgen en ideeën voor de toekomst. Aanwezigen hebben hierbij enthousiast meegedacht, waardevolle input gegeven en een helder beeld geschetst van hoe zij vanuit hun eigen ervaringen naar de opgaven rondom wonen, welzijn en zorg kijken. De gemeenteraad is betrokken via een consultatiesessie (‘Het Gesprek’) op 18 september. Woonzorganalyse De woonzorganalyse is uitgevoerd in 2024.
Koers bepalen
Participatieproces
Opstellen woonzorgvisie
Met de uitkomsten van de analyse en een beleidsinventarisatie is een eerste koers bepaald.
Met een stakeholdersbijeenkomst, enquête en inwonersavonden zijn alle behoeften uit het veld opgehaald.
De conceptvisie is uitgewerkt met daarin de opgaven en ambities voor wonen, zorg en welzijn tot 2040.
Hoewel de gemeente een centrale rol vervult in het faciliteren en creëren van randvoorwaarden, ligt een groot deel van de uitvoering bij onze partners. Het commitment van alle betrokken partijen, zoals de gemeente, woningcorporaties, welzijns- en zorgorganisaties, doelgroepenorganisaties, het zorgkantoor en ontwikkelaars, is cruciaal om de vastgestelde ambities te realiseren. De opgaven op het gebied van wonen, welzijn en zorg kunnen alleen gezamenlijk worden aangepakt. Dit vraagt om een visie waarin zowel woon-, welzijn- als zorgorganisaties zich kunnen herkennen en die dient als gezamenlijk vertrekpunt. Daarnaast vinden we het belangrijk dat ook andere stakeholders, zoals het diaconaal platform, zich kunnen vinden in de ambities en de voorgestelde aanpak. Bij de uitwerking van een uitvoeringsprogramma en een toetsingskader voor woonzorginitiatieven worden deze stakeholders opnieuw actief betrokken.
1.3 Belangrijke kaders – een opgave op alle niveaus Naast oog voor lokale ontwikkelingen (sociaal en demografisch) houden we rekening met bestaande weten regelgeving op lokaal, regionaal en nationaal niveau. Deze bouwt voort op eerder geformuleerde uitgangspunten ten aanzien van wonen, welzijn en zorg in de lokale, richtinggevende documenten en beleidskaders. Dit betreft onder andere de lokale Omgevingsvisie, Toekomstvisie 2050, Nota Sociaal Domein en het Programma Wonen. Daarnaast houden we met deze visie rekening met regionale en lokale afspraken, zoals het Afsprakenkader ouderenhuisvesting en de lokale prestatieafspraken. Deze kaders zijn in de bijlage toegelicht.
1740.108 | Woonzorgvisie Neder-Betuwe 2025 - 2040
6
In 2024 is er op provinciaal niveau een woonzorganalyse opgesteld. In deze analyse is per gemeente en voor de regio in beeld gebracht wat de huisvestingsopgave en -behoeften zijn van de aandachtsgroepen zoals die zijn beschreven in het Programma Een thuis voor iedereen. In deze visie gaan we uit van de trendprognose: een prognose waar er rekening mee wordt gehouden dat intensieve zorg voor ouderen vaker buiten het traditionele verpleeghuis wordt geboden (via Volledig Pakket Thuis en Modulair Pakket Thuis) en dat meer ouderen zullen kiezen voor een geclusterde woonvorm vóórdat er een zorgvraag is.
1.4 Doel en ambitie woonzorgvisie – aanbrengen van focus De woonzorgvisie omschrijft waar we de komende jaren aan werken en welke ambities en doelen we stellen. Aan de basis van de visie ligt een missie. Deze missie is opgesteld aan de hand van de belangrijkste thema’s rondom wonen, welzijn en zorg volgens de aanwezigen van de visiebijeenkomst (zie afbeelding en paragraaf 1.2): In gemeente Neder-Betuwe zorgen we samen voor een woon- en leefomgeving die dichtbij inwoners staat, verbinding versterkt, preventie stimuleert, bewustwording vergroot en waar passende voorzieningen, ondersteuning en zorg beschikbaar zijn. Om deze missie te verwezenlijken, richt de woonzorgvisie zich op vier thema’s voor de periode 20252040. Deze thema’s zijn mede bepaald door de inbreng van woon-, welzijn- en zorgpartners en de prioriteiten die zij stellen. In de visie vertalen we de thema’s naar ambities, doelen en speerpunten. De concrete stappen om deze ambities te realiseren werken we uit in een uitvoeringsprogramma. De thema’s zijn: 1) Beschikbaar, betaalbaar en passend wonen voor iedereen, 2) Zorg en ondersteuning voor wie het nodig heeft, 3) Geschikte en vitale leefomgeving, 4) Preventie en sociale basis.
De visie, het uitvoeringsprogramma en het toetsingskader richten zich op het realiseren van een prettige woon- en leefomgeving voor alle inwoners in Neder-Betuwe, maar in het bijzonder op de volgende groepen: Ouderen Mensen met een lichamelijke of verstandelijke beperking, of met een psychische kwetsbaarheid Uitstromers uit instellingen (maatschappelijke opvang, beschermd wonen, jeugdzorg, en detentie) Mantelzorgers- en ontvangers Statushouders De visie focust hiermee op inwoners die naast een specifieke en/of urgente woonbehoefte, ook een zorgvraag hebben. De visie richt zich niet op arbeidsmigranten of woonwagenbewoners, voor deze doelgroepen kent de gemeente apart beleid. We houden vast aan bovenstaande doelgroepen maar zijn ons ook bewust van de ontwikkelingen ten aanzien van het wetsvoorstel Versterking regie volkshuisvesting en de aandachtsgroepen die hierbij aan bod komen. Indien nodig passen we onze visie hierop aan.
1740.108 | Woonzorgvisie Neder-Betuwe 2025 - 2040
7
1.5 Leeswijzer Veel vraagstukken op het gebied van wonen, welzijn en zorg spelen op landelijk niveau, maar de manier waarop we deze lokaal aanpakken, bepalen we samen als gemeente, inwoners en betrokken organisaties. Daarvoor is het essentieel om inzicht te hebben in de omvang van de opgaven, de specifieke woon- en zorgbehoeften, de knelpunten die zich voordoen en de kansen die er liggen. In hoofdstuk 2 worden de belangrijkste uitkomsten van de analyse samengevat en besproken, waarbij ook wordt gereflecteerd op de bevindingen uit de participatiemomenten voor de woonzorgvisie. In hoofdstuk 3 tot en met 6 werken we de vier centrale thema’s uit. Elk thema bevat een ambitie en bijbehorende speerpunten, waarin zowel de huidige situatie als de complexe uitdagingen worden belicht. Ook wordt per speerpunt aangegeven hoe we hier tot 2040 mee omgaan. In de bijlage is een begrippenlijst opgenomen en wordt kort toegelicht hoe het proces richting het uitvoeringsprogramma en toetsingskader wordt vormgegeven.
1740.108 | Woonzorgvisie Neder-Betuwe 2025 - 2040
8
2 Beschikbaar, betaalbaar en passend wonen voor iedereen 2.1 Ambitie We zetten in op een aantrekkelijk, gevarieerd en levensloopbestendig woningaanbod, met speciale aandacht voor geclusterd wonen en woonvormen die geschikt zijn voor ouderen en mensen met een zorgvraag. Daarbij hebben we aandacht voor verschillende eigendomsvormen, prijsklassen en leeftijden. Dit doen we zowel door nieuwe woningen te realiseren als door binnen de bestaande voorraad kansen te benutten om passende woonvormen te creëren.
2.2 Speerpunt 1: een divers woonaanbod voor ouderen en inwoners met een zorg- of ondersteuningsvraag in verschillende prijsklassen In Neder-Betuwe vinden we het belangrijk dat Figuur 1: verwachte toename per leeftijdscategorie in iedere inwoner, ongeacht leeftijd of situatie, Neder-Betuwe ten opzichte van 2025. 300% kan rekenen op een passende woning. Nu al ervaren veel mensen dat het goed wonen is in 200% onze gemeente, maar de komende jaren verandert de bevolkingssamenstelling 100% aanzienlijk. Zo stijgt het aantal ouderen van 0% 18% (4.743) in 2025 naar 22% (6.742) in 2040 18-65 65-70 70-75 75-80 80-85 85+ en worden huishoudens kleiner4. Dit vraagt 2025 2040 om een ander woonaanbod. Bron: Woonzorganalyse Neder-Betuwe 2024
De vraag naar geschikte woningen voor ouderen neemt niet alleen toe door de vergrijzing maar ook omdat het aantal intramurale zorgplekken niet meegroeit bij woonzorglocaties van bijvoorbeeld Zorgcentra De Betuwe of Zorgcentrum Anker. Hierdoor zullen mensen of in de eigen woning moeten blijven wonen, of moeten verhuizen naar een nultreden-, geclusterde of zorggeschikte woning. Als gekozen wordt voor het in de eigen woning blijven wonen, zal deze met klimmen der jaren hiervoor soms geschikt moeten worden gemaakt, bijvoorbeeld door het creëren van een slaapkamer en badkamer op de benedenverdieping in het geval van een eengezinswoning of met een traplift. Ook al zullen mensen meer dan voorheen langer zelfstandig blijven wonen, de vraag naar zorg blijft. Vaak gaat het om reguliere thuiszorg, maar soms is meer gespecialiseerde zorg nodig. Naar mate deze trend doorzet wordt de afstemming tussen het woon- en zorgaanbod steeds belangrijker. We kijken niet alleen vanuit het fysiek én sociaal domein naar deze thema’s, maar zetten ook in op het versterken van de verbinding hiertussen. In het uitvoeringsprogramma onderzoeken we hiervoor passende maatregelen en welke gebieden het meest geschikt zijn om woonzorgconcepten te realiseren.
Kleiner wonen Met de vergrijzing, de ambulantisering (het minder dan voorheen in een verpleeghuis of instelling wonen) en de kleiner wordende huishoudens zien we de vraag naar woningen veranderen. Bij 4
Bron woonzorganalyse Neder-Betuwe 2024
1740.108 | Woonzorgvisie Neder-Betuwe 2025 - 2040
9
nieuwbouwprojecten houden we rekening met deze ontwikkeling. In het Programma Wonen 2022-2030 spelen we al in op deze behoefte met de ambities voor onder andere meer eenpersoonshuishoudens en levensloopgeschikte woningen voor ouderen. De komende jaren vergroten we de aandacht hiervoor en geven we deze woonvormen meer prioriteit. De opgave voor nultredenwoningen uit de woonzorganalyse (2024) vormt daarbij het uitgangspunt. Naast de nieuwbouwprogrammering hebben we aandacht voor de bestaande voorraad. De woningvoorraad bestaat uit relatief ruime woningen. Door deze beter te benutten (bijvoorbeeld door middel van splitsing of woningdelen) kunnen we de woningen beter afstemmen op de toekomstige huishoudenssamenstelling. Geclusterd wonen De meeste ouderen willen het liefst in hun eigen huis blijven wonen, maar wanneer zelfstandig wonen minder goed gaat of wanneer er behoefte is aan meer sociaal contact, kan een geclusterde woonvorm uitkomst bieden. Extra aandacht voor deze woonvorm komt onder andere naar voren uit de enquête als belangrijk aandachtspunt. In geclusterde woonconcepten wonen mensen zelfstandig, maar toch samen, in een levensloopbestendige woning met gedeelde voorzieningen zoals een huiskamer of ontmoetingsruimte. Dit kan eenzaamheid verminderen, de zelfredzaamheid vergroten en de stap naar zwaardere zorg uitstellen of zelfs voorkomen.
Daarnaast maken geclusterde woonconcepten het makkelijker om zorg te leveren aan veel inwoners. De vraag naar deze woonvormen neemt de komende jaren toe, onder ouderen voornamelijk binnen de koopsector. Het zijn niet alleen ouderen die behoefte hebben aan geclusterde woonvormen, maar ook andere aandachtsgroepen, zoals mensen met een verstandelijke beperking of een psychische kwetsbaarheid. Een deel van deze aandachtsgroepen zal een beroep doen op een intramurale plek, maar er zullen steeds meer mensen uitstromen uit instellingen, de zogenaamde ambulantisering. Zij maken bij het vaststellen van de wet Versterking regie volkshuisvesting aanspraak op verplichte urgentie voor zelfstandige woningen of tussenvormen. Voor deze groep zal de vraag zijn gericht op het segment sociale huur. De gemeente houdt een stimulerende houding aan in het realiseren van een gevarieerd aanbod van geclusterde concepten, met aandacht voor verschillen in leeftijd en identiteit. Deze concepten kunnen specifiek zijn gericht op ouderen, maar ook gemengde vormen waar verschillende doelgroepen en aandachtsgroepen samenleven bieden veel kansen. Belangrijk is dat deze woningen zoveel mogelijk worden gerealiseerd op plekken met voorzieningen in de buurt, zoals winkels, zorgpunten en ontmoetingsruimten.
Daarbij kijken we niet alleen naar nieuwbouw, maar benutten we ook mogelijkheden om bestaande woningen en panden te transformeren. Figuur 2: vraag en aanbod geclusterde
Bij nieuwbouw hanteren we een duidelijke ambitie: minimaal 30% woningen op basis van de trendprognose. sociale huur, 10% middenhuur en 10% betaalbare koop, zoals 1000 vastgelegd in de prestatieafspraken5. Daarnaast houden we voor 800 de toekomstige vraag vast aan de uitkomsten van de 600 woonzorganalyse voor 2023–2040. Dit betekent dat we streven 400 aan te sluiten bij de groeiende vraag van 420 geclusterde woningen 200 in 2025 naar 920 in 2040. Daarmee ligt onze ambitie hoger dan de 0 afspraken uit het afsprakenkader ouderenhuisvesting en zetten we 2025 2030 2035 2040 steviger in op het realiseren van voldoende geclusterde woningen Vraag Aanbod 2023 die aansluiten bij de veranderende vraag. Bron: Woonzorganalyse Neder-Betuwe 2024 Hiermee wijken we af van de afspraken uit het ‘Afsprakenkader ouderenhuisvesting Regio Rivierenland’ met betrekking tot de verhouding sociale huur ten opzichte van het totale nieuwe aanbod. De prestatieafspraken zijn vastgelegd voor de periode 20242027 tussen de gemeente Neder-Betuwe, Thius en de huurdersorganisatie. 5
1740.108 | Woonzorgvisie Neder-Betuwe 2025 - 2040
10
Mantelzorgwoningen (Mantel)zorgunits bieden kansen om zorg en ondersteuning dicht bij huis te organiseren en mensen langer zelfstandig te laten wonen. Naast goede zorg dichtbij, biedt het ook mogelijkheden om de bestaande woningvoorraad beter te benutten. Om dit goed te faciliteren is in het eerste kwartaal van 2025 een beleidsregel Mantelzorgwoningen vastgesteld. Hierin zijn regels uitgewerkt die van toepassing zijn bij het plaatsen van mantelzorgwoningen wanneer wordt afgeweken van het geldende omgevingsplan. Voor premantelzorgwoningen (een woning die al gebouwd wordt voordat daadwerkelijk zorg verleend moet worden) is wel een vergunning nodig. Om inwoners in positie te brengen de mogelijkheden ten aanzien van (pre)mantelzorgwoningen te benutten zijn duidelijke informatie en een eenvoudig proces essentieel. Het Rijk werkt bovendien aan ruimere regels voor het vergunningsvrij bouwen van familiewoningen op het eigen erf. Door hier als gemeente actief op in te spelen en de mogelijkheden helder en toegankelijk te maken, geven we mantelzorgers en hun naasten meer vrijheid om samen een passende woonoplossing te vinden. Woningen met zorg thuis Ook wanneer de zorgvraag toeneemt willen we dat mensen in hun eigen woning kunnen blijven, of naar een passende woning kunnen verhuizen.
In zorggeschikte woningen kan zwaardere zorg worden geleverd via het Volledig of Modulair Pakket Thuis (VPT of MPT) waardoor de druk op intramurale voorzieningen wordt verlicht. Op dit moment is er een aanbod van 189 plaatsen in zorggeschikte woningen. Naar 2040 neemt de vraag toe en ontstaat er een tekort aan 111 plekken. We werken doelgericht aan een woonaanbod dat past bij de veranderende zorgbehoefte van onze inwoners, waaronder voldoende zorggeschikte woningen.
2.3 Speerpunt 2: doorstroming faciliteren Een toekomstbestendige woningmarkt in Neder-Betuwe staat of valt met goede doorstroming. Wanneer inwoners de stap kunnen zetten naar een woning die beter past bij hun levensfase, ontstaat er beweging: ouderen vinden een geschikte woning waar zij langer zelfstandig kunnen wonen, terwijl starters en gezinnen de kans krijgen om een plek te vinden die aansluit bij hun situatie. Doorstroming is daarmee niet alleen een middel om individuele woonwensen te vervullen, maar een sleutel voor een evenwichtige en leefbare woningmarkt in onze gemeente. We zien dat de woningvoorraad nog onvoldoende aansluit op de behoeften van een vergrijzende bevolking. 12% van alle woningen in Neder-Betuwe is direct geschikt voor mensen met een mobiliteitsbeperking en ongeveer 40% van de woningen is wel aanpasbaar, maar dit potentieel wordt nog onvoldoende benut. Vooral in de koopsector liggen kansen: slechts 6% van de koopwoningen is nu geschikt, terwijl veel van deze woningen met relatief eenvoudige ingrepen levensloopbestendig gemaakt kan worden. Uit de woonzorganalyse blijkt bovendien dat in 2023 twee derde van de geschikte woningen al werd bewoond door 65-plussers. Toch woont nog altijd circa 60% van de 85-plussers in een nietgeschikte woning. Er zijn duidelijke verschillen tussen kernen.
In Dodewaard, Echteld en Opheusden is meer dan de helft van de woningen niet geschikt (te maken) voor toekomstige woonbehoeften (respectievelijk 55%, 54% en 53%). Daarentegen liggen in Kesteren en Ochten de meeste kansen: hier is het aandeel woningen dat relatief eenvoudig kan worden aangepast het hoogst.
1740.108 | Woonzorgvisie Neder-Betuwe 2025 - 2040
11
Figuur 3: Geschiktheid van de woningvoorraad in 2023 naar eigendomssituatie. Totaal Koop Huur particulier Huur corporatie 0%
10%
20% Geschikt
30%
40%
50%
Geschikt te maken
60%
70%
80%
90%
100%
Niet geschikt
Bron: Woonzorganalyse Neder-Betuwe 2024
We willen doorstroming actief stimuleren. Dat betekent dat we samen met onze partners inzetten op een toekomst waarin inwoners sneller de stap kunnen zetten naar een passende woning. Dit begint bij het creëren van passende woningen die ruimte bieden voor doorstroming (zie speerpunt 1), door het geschikt maken van bestaande woningen en door het toevoegen van woningen. Daarnaast gaat het om het vergroten van bewustwording. Inwoners weten nu vaak niet welke mogelijkheden er zijn, of zien vooral de drempels. Met heldere informatie, persoonlijke begeleiding en ondersteuning willen we inwoners helpen de regie te nemen. Denk hierbij aan een informatiecampagne of een doorstroomcoach die inwoners concreet begeleidt bij de overstap naar een geschikte woning. Hierbij sluiten we aan op de inzet van een ‘kwartiermaker doorstroming’ en verschillende verhuiscoaches, georganiseerd vanuit de provincie Gelderland om doorstroming lokaal en regionaal op gang te brengen. Daarnaast geloven we dat doorstroming pas echt op gang komt als we naast informeren ook actief faciliteren. Dit kan door middel van financiële tegemoetkomingen of praktische hulp bij verhuizingen, maar ook door samen met woningcorporaties en marktpartijen te zorgen voor meer passende woningen en woningaanpassingen beter te faciliteren.
Tegelijkertijd benutten we het grote potentieel van de bestaande voorraad door meer woningen aan te passen en levensloopbestendig te maken.
2.4 Speerpunt 3: voldoende (tussen)woonvormen voor aandachtsgroepen De komende jaren zetten we in op woningen die beter aansluiten bij het langer zelfstandig thuis wonen voor ouderen (zie speerpunt 1 en 2). Tegelijkertijd moet er een goed woonaanbod zijn voor mensen die (tijdelijk) niet meer de intensieve, intramurale zorg nodig hebben, maar voor wie de stap naar volledig zelfstandig wonen nog te groot of te risicovol is. Ook dit brengt de doorstroming op gang. Dit gaat bijvoorbeeld om jongeren of volwassenen met een psychische kwetsbaarheid of verstandelijke beperking, of die uitstromen uit een intramurale voorziening zoals Beschermd Wonen, Maatschappelijke Opvang of jeugdzorg met verblijf. Voor deze mensen uit Neder-Betuwe zijn tussenwoonvormen nodig, zoals beschut wonen of kamertraining. Het gaat daarbij vaak om tijdelijke woonplekken als tussenstap naar een zelfstandige woning. Met een woonplek in de wijk kan worden gewerkt aan een eigen sociaal netwerk en wordt de kans op terugval, dakloosheid of sociaal isolement kleiner. Een tussenwoonvorm maakt de overgang naar volledig zelfstandig wonen haalbaar. Het huidige aanbod intramurale plekken en tussenwoonvormen voor mensen met een psychische kwetsbaarheid of verstandelijke beperking in Neder-Betuwe is beperkt. Deze doelgroepen zijn nog vaak
1740.108 | Woonzorgvisie Neder-Betuwe 2025 - 2040
12
aangewezen op voorzieningen in grotere gemeenten in de omgeving. Richting 2040 spelen we in op het toenemende tekort van deze woonvormen (zie bijlage 2). Daarbij houden we rekening met de ‘fair share’ afspraken die in regionaal verband worden gemaakt. We zetten bij deze afspraken in op (kleinschalig) aanbod dat passend is bij de omvang van onze gemeente. Zo ontstaat een evenwichtige spreiding van huisvesting binnen de regio. Statushouders Gemeenten hebben een taakstelling in het huisvesten van statushouders. Het aanbod van woningen (waaronder sociale huur) in de gemeente Neder-Betuwe sluit beter aan bij de huisvesting van statushouders met relatief grotere huishoudenssamenstellingen. Passende huisvesting draagt bij aan een goede start, integratie en deelname aan de samenleving.
1740.108 | Woonzorgvisie Neder-Betuwe 2025 - 2040
13
3 Zorg en ondersteuning voor wie het nodig heeft 3.1 Ambitie We willen dat alle inwoners in onze gemeente prettig oud kunnen worden, met passende zorg en ondersteuning zo vaak mogelijk dichtbij huis. Met elkaar zorgen we voor een sterke sociale basis, waar men zich bewust is van wat het betekent om ouder te worden en waar aandacht is voor preventie vanuit positieve gezondheid. Informele zorg speelt een belangrijke rol, maar staat onder druk; daarom versterken we de verbinding tussen formele en informele zorg. Aandacht voor mantelzorg(ers) staat hierbij voorop. Samen met betrokken organisaties richten we zorg en welzijn toekomstbestendig in, om weerstand te bieden aan de toenemende druk op maatschappelijke ondersteuning. We werken toe naar oplossingen die bijdragen aan veerkracht, eigen regie en een zorgzame gemeenschap.
3.2 Speerpunt 4: sterke verbinding tussen formele en informele zorg Welzijn- en zorgorganisaties in Neder-Betuwe hebben te maken met een teruglopende beschikbaarheid van personeel en vrijwilligers. De druk op de zorg neemt de komende jaren verder toe en in combinatie met de ontwikkeling naar langer zelfstandig thuis wonen, vraagt dit om een andere inrichting van welzijn en zorg. Een deel van de (lichtere) zorg zal niet meer kunnen worden georganiseerd door professionele zorg. We vragen daarom meer van onze inwoners, hun netwerk en de buurt. Tegelijkertijd moet professionele en passende zorg beschikbaar zijn wanneer het nodig is. Dit vraagt om een duidelijke verbinding tussen formele en informele zorg, waarin professionals, mantelzorgers, vrijwilligers en inwoners elkaar aanvullen en ondersteunen. We bouwen daarin voort op de verschillende goede initiatieven en maatregelen die al worden uitgevoerd, zoals vrijwillige ouderenadviseurs die bij inwoners thuiskomen om de hulpvraag te bepalen. In de eerste plaats faciliteren we inwoners om eigen regie te nemen en te behouden. Wanneer we verwachten dat mensen langer thuis wonen is het van belang dat er voldoende kennis is over wat dit in de praktijk betekent voor de eigen situatie, maar ook die van een ander.
Binnen de enquête heeft één op de drie respondenten aangegeven zich onvoldoende voorbereid te voelen op de toekomst als het gaat om wonen en zorg. Tijdens inwonersavonden is bovendien duidelijk geworden dat vooral de vindbaarheid en toegankelijkheid van informatie beter kan. Hoewel er veel voorzieningen en kennis beschikbaar zijn, weten inwoners de weg hiernaartoe niet altijd te vinden. Daarom zetten we stevig in op betere communicatie en bewustwording over de mogelijkheden van zelfstandig thuis blijven wonen. Denk hierbij aan kennis over de mogelijkheden voor (het financieren van) particuliere woningaanpassingen (woonvoorzieningen), de inzet van kleine technologische oplossingen en het beschikbare welzijnsaanbod. We communiceren hierover niet alleen naar ouderen, maar ook richting andere (kwetsbare) inwoners en jongere generaties die op termijn mogelijk voor vergelijkbare uitdagingen komen te staan. Vanuit het Kernpunt is al veel informatie over wonen, welzijn en zorg beschikbaar. Het is van belang de bekendheid en toegankelijkheid van de beschikbare kanalen en het Kernpunt te vergroten, zodat ook inwoners uit de kleinere kernen toegang hebben tot de nodige informatievoorzieningen. Digitale communicatie en oplossingen, zoals de Sociale Kaart, zien we als waardevol, maar wel wanneer dit aansluit op de doelgroep.
Om de bekendheid en toegankelijkheid te vergroten is samenwerking met lokale partners, zoals Welzijn Rivierstroom, SWAN, het diaconaal platform, het Kernpunt en cliëntondersteuners, onmisbaar. Naast het delen van informatie is het belangrijk te stimuleren actief hierover na te denken en het bespreekbaar te maken binnen het eigen netwerk. Ook hiervoor zijn de gemeente en genoemde partners aan zet.
1740.108 | Woonzorgvisie Neder-Betuwe 2025 - 2040
14
Naast de vraag aan inwoners om zelf verantwoordelijkheid te nemen, kijken we voor een deel van de zorg en ondersteuningsvraag naar de directe omgeving. We activeren zoveel mogelijk het eigen netwerk van mensen met een ondersteuningsvraag. Dit verlaagt de druk op Wmo-voorzieningen en professionele zorg, en maakt het mogelijk om middelen gerichter in te zetten voor mensen met zwaardere of complexe zorgvragen. We begrijpen ook dat het helpen en/of verzorgen van een familielid, vriend of buur veel vraagt en tot verschillende uitdagingen leidt. Het ondersteunen van mantelzorgers en vrijwilligers is daarom van groot belang zodat zij hun rol duurzaam kunnen blijven vervullen. De ondersteuning aan mantelzorgers is er onder meer op gericht hen te ontzorgen van administratieve lasten en regeldruk, maar ook op het bieden van informatie en advies, emotionele steun, vervangende zorg (respijtzorg), financiële tegemoetkoming en materiele hulp. Het mantelzorgsteunpunt van Welzijn Rivierstroom en Mozaïek Welzijn voorzien voor een deel in deze ondersteuning. Om aan te sluiten op de maatschappelijk resultaten uit de Nota Sociaal Domein zetten we in op het versterken van de ondersteuning richting mantelzorgers.
3.3 Speerpunt 5: structurele en domein overstijgende samenwerking De opgaven rondom wonen, welzijn en zorg kunnen alleen domein overstijgend worden aangepakt. Door de combinatie van trends zoals vergrijzing, personeelstekorten, digitalisering en de verdere decentralisatie van zorg groeit de noodzaak tot goede afstemming en samenwerking, zowel lokaal als regionaal. Ook de toename van complexe zorgvragen maakt nauwe samenwerking tussen zorg- en woonaanbieders noodzakelijk, waarbij kennis vanuit verschillende disciplines gebundeld moet worden. Door domein overstijgend samen te werken wordt het bredere plaatje van de gezondheid en het welzijn van de inwoners in beeld gebracht en kan zorg en ondersteuning beter op elkaar worden afgestemd. Daarnaast geeft meer domein overstijgende samenwerking de kans om meer duidelijkheid te bieden aan inwoners met een woon-, zorg- of ondersteuningsvraag. Met verschillende wetten en bijbehorende financieringsstromen (Wet maatschappelijke ondersteuning, Zorgverzekeringswet, Wet langdurige zorg en de Jeugdwet) en verschillende uitvoeringsorganisaties (woningcorporaties, zorginstellingen, welzijnsorganisaties en de gemeente), is het woonzorglandschap namelijk voor veel inwoners complex.
Veel organisaties kunnen elkaar al vinden, maar er is ook ruimte voor verbetering als het gaat om het creëren van een solide en productief netwerk, en het realiseren van domein overstijgende samenwerking. Dit vraagt om een programmatische en gebiedsgerichte werkwijze, waarin onder andere welzijn- en zorgpartijen (ongeacht hun identiteit), het zorgkantoor, cliëntondersteuners, de gemeente (waaronder het Sociaal Team) én inwoners samen optrekken. Dit wordt een belangrijk onderdeel van het op te stellen uitvoeringsprogramma. De gemeente Neder-Betuwe heeft hierin een belangrijke rol als verbinder en aanjager, en bouwt met deze aanpak verder op de overige ambities en oplossingsrichtingen uit deze woonzorgvisie. Naast samenwerking in het leveren van passende zorg is het ook nodig om de verbinding tussen het fysiek en sociaal domein te versterken. In de omgevingsvisie is een duidelijke lijn uitgezet om de relatie tussen deze domeinen te versterken en opgaven meer integraal te benaderen. Dit is onder andere nodig om te verzekeren dat nieuwbouwprojecten, wel of niet gericht op wonen en zorg, rekening houden met de haalbaarheid van het leveren van (eerstelijns) zorg en de aanwezigheid van een passend voorzieningenniveau. Dit vraagt concrete afstemming met onder andere ontwikkelaars en initiatiefnemers van woonzorg.
Hiervoor zullen onder andere randvoorwaarden worden opgenomen in het op te stellen toetsingskader voor woonzorginitiatieven.
1740.108 | Woonzorgvisie Neder-Betuwe 2025 - 2040
15
3.4 Speerpunt 6: voldoende ambulante begeleiding in de thuissituatie Vanuit de woonzorganalyse is een duidelijke toename zichtbaar van het aantal kwetsbare mensen dat zelfstandig woont, zowel ouderen als inwoners met een fysieke of psychische kwetsbaarheid. Dit gaat samen met een grotere vraag naar ambulante begeleiding. We blijven zorgen voor voldoende aanbod aan ambulante begeleiding voor kwetsbare mensen die dat nodig hebben. Inwoners met een relatief zware hulpvraag wonen bij voorkeur verspreid in de grotere kernen (Kesteren, Opheusden, Ochten en Dodewaard) om te zorgen voor een prettige balans tussen dragende en vragende inwoners, maar ook vanwege de haalbaarheid van het leveren van zorg. Waar mogelijk stemmen we hierover af met zorgaanbieders, woningcorporaties en andere partners, zodat bij nieuwe initiatieven of toewijzingen rekening wordt gehouden met deze spreiding. Bijvoorbeeld door de ontwikkeling van woningtype te stimuleren in bepaalde wijken en door met Thius afspraken te maken over de locatie van (zorg)geschikte woningen. Niet in elke kern kan eerstelijnszorg worden gefaciliteerd en ook bij het leveren van ambulante begeleiding kan de kwaliteit beter worden geborgd wanneer zorgvragers (relatief) geclusterd zijn.
Om te zorgen dat goede (ambulante) zorg in Neder-Betuwe toch bereikbaar blijft voor wie het nodig heeft, stimuleren we een gebiedsgerichte aanpak aan de hand van gebiedsafspraken tussen betrokken partijen over het gericht en efficiënt bieden van zorg en ondersteuning. Een gebiedsgerichte aanpak helpt daarnaast bij het organiseren en leveren van zorg binnen het Volledig en Modulair Pakket Thuis (VPT/MPT) en bij het creëren en behouden van korte lijnen met wijkteams, huisartsen en andere lokale voorzieningen. Het doel om meer geclusterde woonvormen te realiseren sluit hier nauw op aan. Naast ambulante begeleiding thuis is het van belang om aandacht te hebben voor een toegankelijk aanbod van dagbesteding voor verschillende doelgroepen. Het huidige aanbod vormt daarin een belangrijke basis.
1740.108 | Woonzorgvisie Neder-Betuwe 2025 - 2040
16
4 Geschikte en vitale leefomgeving 4.1 Ambitie Neder-Betuwe is en blijft een groene en aantrekkelijke gemeente om te wonen. We richten de leefomgeving zo in dat ontmoeten, bewegen en meedoen vanzelfsprekend zijn, ook voor inwoners met een zorgvraag of verminderde mobiliteit. Voorzieningen zijn niet overal aanwezig, maar wel goed bereikbaar en toegankelijk. We benutten de kracht van ons landschap, de verenigingen en de gemeenschap om jong en oud met elkaar te verbinden. Zo zorgen we dat iedereen zich thuis kan voelen en fijn kan wonen in Neder-Betuwe.
4.2 Speerpunt 7: stimuleren van ontmoeting Het stimuleren van sociale contacten begint bij het creëren van kansen voor ontmoeting tussen inwoners van alle leeftijden. We vinden het belangrijk dat in elke kern ruimte is om elkaar te ontmoeten, zowel in de openbare ruimte als in overdekte ontmoetingsplekken. Bij nieuwe woningbouwprojecten kijken we daarom niet alleen naar het aantal ontmoetingsvoorzieningen, maar ook naar de bereikbaarheid ervan. Dit sluit aan bij de bouwopgave, waarin de ontwikkeling van geclusterde woonvormen een belangrijke rol speelt. In geclusterde woonvormen is ontmoeting immers een voorwaarde. We hebben oog voor de financiële drempels die deelname aan activiteiten of het bereiken van deze voorzieningen kunnen belemmeren. In alle dorpen is een locatie beschikbaar voor ontmoeting, vaak in de vorm van een dorpshuis. Daarnaast is het MFC Dodewaard in ontwikkeling en krijgt ook Ochten een nieuw dorpshuis. Via deze Huizen van het Dorp organiseren inwoners activiteiten in deze accommodaties en kunnen zij elkaar laagdrempelig ontmoeten, bijvoorbeeld tijdens een ‘Klik en Tik’ ochtend in de bibliotheek. Inwoners bepalen zelf wat er wordt georganiseerd en op welke wijze dit gebeurt. We verzekeren het bestaan van minimaal één fysieke ontmoetingsruimte in iedere kern. Daarnaast is ontmoeting in de buitenruimte van belang.
Het versterkt sociale relaties en stimuleert tegelijkertijd beweging. Daarom hechten we waarde aan kleinschalige en toegankelijke ontmoetingsplekken in de buitenruimte, zoals buurtpleintjes, bankjes of gezamenlijke tuinen. Deze plekken brengen verschillende generaties samen. Door ontmoeting in de leefomgeving te verankeren, versterken we het dagelijks contact en bouwen we aan sociale en zorgzame buurten.
4.3 Speerpunt 8: passend voorzieningenniveau in elke kern Neder-Betuwe is een landelijke gemeente met veel buitengebied en relatief kleine kernen. Dat maakt dat het niet altijd mogelijk is om alle voorzieningen in elk dorp aanwezig te hebben. Tegelijkertijd vinden we het essentieel dat inwoners toegang houden tot eerstelijnszorg en plekken waar ontmoeting mogelijk is. Ook vanuit de participatie met inwoners komt dit naar voren als één van de belangrijkste voorwaarden voor een prettige woonplek. Daarom nemen we maatregelen die ervoor zorgen dat de spreiding van voorzieningen hand in hand gaat met een prettige en leefbare woonomgeving. Sommige voorzieningen, zoals supermarkten, huisartsen, apotheken en bibliotheken, concentreren zich in de grotere kernen (Kesteren, Opheusden, Ochten en Dodewaard). Waar mogelijk sturen we op locaties
1740.108 | Woonzorgvisie Neder-Betuwe 2025 - 2040
17
in de nabijheid van woonplekken voor mensen met een zorg- of ondersteuningsvraag. In kleinere kernen ligt daardoor vaak een grotere verantwoordelijkheid bij de inwoners zelf om de toegang tot voorzieningen te bewaren, ook door het beperkte aanbod van openbaar vervoer. Voorzieningen hoeven niet overal aanwezig te zijn, zolang ze goed bereikbaar zijn vanuit de dorpen. Dit wordt ook door inwoners als belangrijk ervaren. Dit biedt voornamelijk uitdagingen voor inwoners die zijn aangewezen op een ander voor vervoer. Er bestaan al waardevolle initiatieven die hierop inspelen en voorzieningen toegankelijk houden, zoals vrijwilligersvervoer Swobrik en Klaartje die in Neder-Betuwe actief zijn. Deze initiatieven worden door vrijwilligers georganiseerd en zijn een belangrijk onderdeel van het streven om voorzieningen bereikbaar en bruikbaar te houden. Daarnaast verkennen we hoe voorzieningen op flexibele wijze naar inwoners kunnen worden gebracht. Dit kan gaan om het beantwoorden van vragen (wijksteunpunt/het Kernpunt/Alzheimer Trefpunt) of het bieden van zorg (mobiel zorgsteunpunt). Ten slotte benutten we sociale structuren en netwerken om het gebruik van voorzieningen op te vangen of mogelijk te maken, zoals waar nodig hulp bij het digitaal bestellen van boodschappen en andere aankopen of het verzorgen van een rit naar de tandarts of het buurthuis.
Mensen zullen daarbij een groter beroep doen op elkaar. Vanuit de gemeente worden initiatieven als vrijwilligersvervoer waar mogelijk ondersteund.
4.4 Speerpunt 9: de inrichting openbare ruimte is groen, uitnodigend en toegankelijk. In Neder-Betuwe hechten we veel waarde aan een groene, toegankelijke en veilige leefomgeving. Groenvoorzieningen en -structuren dragen bij aan woonplezier en leefbaarheid, verminderen hittestress en creëren uitnodigende plekken om te bewegen. Hierbij sluiten we aan op de doelen en oplossingsrichtingen vanuit de Omgevingsvisie6 voor een klimaatbestendige en groene omgeving. De kernen moeten een veilige plek zijn om te wonen, maar ook om te kunnen bewegen en elkaar te ontmoeten. Dit begint onder andere bij toegankelijke stoepen en paden, vooral voor kwetsbare inwoners zoals ouderen of mensen met een mobiliteitsbeperking. Dit wordt door inwoners ervaren als belangrijk aandachtspunt en heeft impact op de activiteiten die inwoners ondernemen. Omdat de groep inwoners met verminderde mobiliteit de komende jaren zal groeien, geven we extra aandacht aan het toegankelijk maken van de openbare ruimte. Dit doen we onder meer door rustplekken in te richten langs wandelpaden en door herkenningspunten aan te wijzen, aansluitend op de dementievriendelijke aanpak van de gemeente. Hierbij is het ook van belang om aandacht te hebben voor het gevoel van veiligheid door de aanwezigheid van voldoende openbare verlichting in de bebouwde kom.
Inwoners kunnen bovendien een melding maken over een slecht of gevaarlijk wegdek of onveilige situaties. Het is belangrijk dat deze mogelijkheid bekend is, het proces helder is en opvolging snel plaatsvindt. Beweging speelt een belangrijke rol bij het behoud van vitaliteit, maar draag ook bij aan ontmoeting en binding met de omgeving. Om in beweging te blijven wordt al veel georganiseerd in Neder-Betuwe (bijvoorbeeld Route 66 vanuit de aanpak ‘Gezond op eigen wijze’). Inwoners benadrukken dat het daarin belangrijk is om te blijven verkennen of initiatieven, en de communicatie hierover, passen bij de doelgroep, zoals ouderen met beperkte digitale vaardigheden.
6
Versie 2022.
1740.108 | Woonzorgvisie Neder-Betuwe 2025 - 2040
18
5 Preventie en sociale basis 5.1 Ambitie In Neder-Betuwe streven we naar een gemeenschap waar inwoners elkaar kennen, ondersteunen en samen werken aan een gezond en betekenisvol leven. We versterken de sociale basis door ontmoeting en betrokkenheid te stimuleren, zodat mensen langer fijn en zelfstandig kunnen blijven wonen. Preventie en vroegsignalering vormen hierbij de sleutel: we investeren aan de voorkant om zorgvragen te voorkomen en het welzijn van inwoners te versterken.
5.2 Speerpunt 10: stimuleren van de eigen kracht en het netwerk en aandacht voor positieve gezondheid De nadruk op de verantwoordelijkheid van de inwoner en de gemeenschap wordt steeds groter. Deze ontwikkeling moeten we faciliteren samen met betrokken organisaties, maar dient ook te worden opgevangen vanuit de gemeenschap. Een sterke sociale basis is nodig om deze rol in te nemen. Grote onderlinge verbondenheid heeft daarbij een positief effect op het vergroten en benutten van informele zorg en draagt bij aan preventie: mensen blijven langer actief, vitaal en verbonden. Hierdoor kunnen het gevoel van eenzaamheid en gezondheidsproblemen, zowel fysiek als mentaal, worden uitgesteld of voorkomen. Omkijken naar elkaar, door jong en oud, is in Neder-Betuwe niet nieuw. We zijn een relatief kleine gemeente waar men weet wat er speelt en elkaar wil helpen. Het is daarbij belangrijk dat mensen van alle leeftijden en identiteiten betrokken blijven en zich verbonden blijven voelen met de gemeente. We faciliteren de beweging naar meer eigen regie en verantwoordelijkheid, en zoeken naar passende oplossingen wanneer het netwerk de zorg niet langer kan dragen. Dit doen we met het ontwikkelen van een meer geschikt woonaanbod, het stimuleren van doorstroming en een passend aanbod van voorzieningen en ontmoetingsruimten.
Naast de focus op de fysieke omgeving, is het ook van belang aandacht te hebben voor de sociale omgeving, zoals onderlinge betrokkenheid, maatschappelijke binding, het verenigingsleven, inclusiviteit, vertrouwen en wederkerigheid binnen de gemeenschap. Dit zit voor een groot deel in het karakter van onze kleine kernen, maar we nemen het niet voor lief. Al langere tijd is er in Neder-Betuwe aandacht voor ontmoeting en meedoen in de samenleving, met het oog op onder andere zingeving en het voorkomen van eenzaamheid7. Dorps- en buurthuizen, bibliotheken, verenigingen, de kerkgemeenschappen en welzijnsorganisaties als Welzijn Rivierstroom en SWAN Welzijn dragen hier in hoge mate aan bij. Tegelijkertijd is het belangrijk dat bestaande voorzieningen, zoals multifunctionele accommodaties, dorpshuizen en woonzorglocaties, in de toekomst nog beter inspelen op de behoeften van verschillende groepen inwoners. Uit de participatiesessies bleek dat er vraag is naar een toegankelijker en inclusiever activiteitenaanbod. Dit gaat om zowel de fysieke toegankelijkheid en bereikbaarheid van de voorzieningen, als de inwonersgroepen waar activiteiten op zijn gericht. We verkennen samen met betrokken partijen hoe het huidige aanbod kan worden ingezet voor een breder publiek en of aanvullend aanbod nodig is om beter aan te sluiten bij de wensen van inwoners.
Zo streven we ernaar dat alle inwoners van Neder-Betuwe kunnen deelnemen en verbonden blijven met hun sociale omgeving en voorkomen we dat waardevolle ontmoetingsplekken onvoldoende benut worden. Hierbij sluiten we nauw aan bij de actielijnen die vanuit de Nota Sociaal Domein zijn uitgezet. 7
Vanuit de Nota Sociaal Domein 2025-2028 worden verschillende maatregelen genomen die hierop aansluiten.
1740.108 | Woonzorgvisie Neder-Betuwe 2025 - 2040
19
Het is belangrijk ontmoeting laagdrempelig te organiseren en faciliteren en doen dit daarom ook op buurt en straatniveau. Binnen de gemeente zijn al enkele Lief en Leedstraten opgericht die zich nadrukkelijk richten op de sociale banden van de buurt. Het uitbreiden van dergelijke initiatieven helpt om contact tussen buren te versterken. We verwachten meer, zowel in de persoonlijke sfeer van mensen als naar de omgeving, en communiceren hier goed over richting inwoners. Goede informatievoorziening richt zich niet uitsluitend op het woon- en zorg aanbod (zie speerpunt 2 en 4), maar ook op het aanbod van activiteiten en bestaande en nieuwe initiatieven vanuit de gemeenschap. Daarnaast stimuleren we inwoners om eerder en vaker na te denken over de toekomst, en zetten we in op het collectief informeren van ouderen: hoe ziet het leven er over 510 jaar uit? We kijken hierbij onder andere naar de aanpak ‘Praat vandaag over morgen’. Lokale organisaties zijn hierin belangrijke partners. Met deze inzet sluiten we aan op de Nota Sociaal Domein, waarin eveneens het belang van bewustwording aan bod komt, maar waar de nadruk ligt op het vergroten van inzicht in de eigen gezondheid en vitaliteit.
In de woonzorgvisie verbreden we dit perspectief naar bewustwording over ouder worden en de eigen woonsituatie: het tijdig nadenken over passende woonvormen en de zelfredzaamheid binnen de eigen woonomgeving. In de communicatie naar inwoners speelt positieve gezondheid een Figuur 4: Model van positieve belangrijke rol. Door deze benadering in de communicatie naar inwoners gezondheid centraal te stellen, wordt het gesprek verschoven van “wat is er mis en welke zorg is nodig?” naar “wat is wél mogelijk en wat draagt bij aan een gezond en betekenisvol leven?”. Dit helpt inwoners om meer eigen regie te ervaren en stimuleert hen om actief na te denken over hun leefstijl, woonomgeving en sociale contacten. Daarnaast sluit deze manier van communiceren aan bij de diversiteit aan zorg- en ondersteuningsvragen. Voor ouderen kan het gaan om het behouden van zelfstandigheid of sociale verbondenheid. Voor jongeren kan de focus liggen op kansen om te bewegen of zich te ontwikkelen. Het benadrukken van positieve gezondheid helpt inwoners om zich gehoord en betrokken te voelen, ongeacht hun leeftijd of hulpvraag.
5.3 Speerpunt 11: samenwerking op vroegsignalering en preventie De meest effectieve manier om de druk op de zorg te verminderen, is door te voorkomen dat er een zorgvraag ontstaat. Daarom zetten we sterk in op preventie en vroegsignalering. Hoe eerder we problemen herkennen en aanpakken, hoe groter de kans dat mensen langer zelfstandig en in goede gezondheid in hun vertrouwde omgeving kunnen blijven wonen. Dit verhoogt niet alleen hun kwaliteit van het wonen en leven, maar voorkomt ook dat de zorgkosten verder oplopen. Investeren aan de voorkant levert zo op de lange termijn verschillende voordelen op. In dit proces spelen alle betrokkenen in de wijk een sleutelrol: van professionals en consulenten van het Kernpunt tot vrijwilligers en andere sleutelfiguren die inwoners regelmatig spreken of thuis bezoeken. Zij zijn de ogen en oren van de gemeenschap en kunnen signalen vroegtijdig oppikken. Het is daarom van belang dat iedereen die in contact staat met inwoners weet waar hij of zij op moet letten en hoe zorgen kunnen worden gedeeld of gemeld.
1740.108 | Woonzorgvisie Neder-Betuwe 2025 - 2040
20
We onderzoeken hoe we de aandacht voor preventie en vroegsignalering verder kunnen versterken, bijvoorbeeld door middelen en budgetten flexibeler in te zetten. Daarnaast zijn er andere speerpunten die bijdragen aan preventie, zoals het introduceren van zorgsteunpunten waardoor mensen tijdig kunnen aankloppen met een vraag, voldoende mogelijkheden in de buitenruimte om te kunnen sporten en bewegen en het faciliteren van ontmoetingsmogelijkheden. Hiermee sluiten we ook aan bij bestaande beleidslijnen, zoals de nota Sociaal Domein en de aanpak Gezond op eigen Wijze.
1740.108 | Woonzorgvisie Neder-Betuwe 2025 - 2040
21
Bijlage 1: Uitvoeringsprogramma en toetsingskader Deze woonzorgvisie beschrijft hoe we als gemeente, samen met onze ketenpartners, willen omgaan met de opgaven rondom wonen, welzijn en zorg richting 2040. We schetsen niet alleen onze ambities, maar ook de koers om deze te realiseren. Een toekomstbestendige inrichting van wonen en zorg vraagt echter om concrete stappen en gezamenlijke inzet. Daarom wordt op basis van deze visie een uitvoeringsprogramma opgesteld waarin de benodigde maatregelen en acties worden uitgewerkt. Deze uitwerking doen we in samenwerking met alle betrokken partners, vanuit een integrale blik die zowel het fysieke als sociale domein omvat. Commitment vanuit het veld is noodzakelijk om te werken aan uitvoerbare en gedragen maatregelen. Het opleveren van het uitvoeringsprogramma staat gepland voor Q1 2026. In deze woonzorgvisie zetten we onder andere in op het ontwikkelen van vernieuwende, duurzame en toekomstgerichte woonzorgconcepten die aansluiten bij het karakter en de schaal van onze dorpen. De uitdaging daarbij is om voor iedere doelgroep de juiste woonvorm op de juiste plek te realiseren. Om initiatieven op dit gebied goed en consistent te kunnen beoordelen, is een toetsingskader nodig. Dit toetsingskader wordt in de periode Q4 2025 – Q1 2026 opgesteld. Het kader beschrijft stapsgewijs aan welke criteria initiatieven moeten voldoen.
Hoewel het geen juridisch instrument is, vormt het een praktisch hulpmiddel om zorgvuldig en eenduidig afwegingen te maken. Het wordt opgesteld in nauwe samenwerking met partners uit de woon-, zorg- en welzijnssector, zodat het kader realistisch, toepasbaar en breed gedragen is.
1740.108 | Woonzorgvisie Neder-Betuwe 2025 - 2040
22
Bijlage 2: Hoofdlijnen woonzorganalyse In 2024 is voor Neder-Betuwe een woonzorganalyse uitgevoerd. Met deze analyse is in beeld gebracht wat de huisvestingsopgave en -behoeften zijn van verschillende aandachtsgroepen. Onderstaande gegevens komen voort uit dit onderzoek.
Demografische ontwikkelingen In januari 2025 woonden er circa 25.781 mensen in de gemeente. Volgens de Primos bevolkingsprognose zal Neder-Betuwe in 2040 uit circa 31.730 inwoners bestaan. Het aandeel 65-plussers ten opzichte van het totaal aantal inwoners stijgt van 18% in 2023 naar 22% in 2040. Het aandeel 65-plus huishoudens zal toenemen van 29% in 2023 naar 34% in 2040. In de wijze waarop de bevolking zich ontwikkelt zijn kleine verschillen zichtbaar tussen de kernen. In Opheusden is voornamelijk de toename van de groep 85-plussers zichtbaar, terwijl in Kesteren de groep 65-75 jaar toeneemt. Ook het aantal inwoners met dementie neemt toe en het aantal potentiële mantelzorgers (50-64 jarigen) per mantelzorgontvanger (85+’ers) zal afnemen. De komende vijf jaar ligt het mantelzorgpotentieel nog wel hoger dan gemiddeld in Nederland.
Figuur 5: Bevolkingsprognose Neder-Betuwe 2023-2040 11% 10% 8% 6% 3% 2%
82% 78% 65-74 jaar
75-84 jaar
85+ jaar
< 65 jaar
Woonvraag en -aanbod ouderen Om een beeld te krijgen van de toekomstige woningbouwopgave in Neder-Betuwe maken we gebruik van een woonvraagprognose. Onderstaand trendscenario is gebaseerd op de demografische ontwikkelingen, gecombineerd met trends, ambities en bestaand beleid binnen de gemeente. Naar de toekomst toe zien we de vraag naar geclusterde woonvormen binnen de koopsector harder stijgen ten opzichte van geclusterde vormen binnen sociale huur. Dit heeft te maken met de generatiewissel: toekomstige ouderen zullen vermogender zijn dan de huidige generatie ouderen. Hierdoor neemt de relatieve vraag naar geclusterde woningen in de koopsector toe. De vraag naar geclusterd wonen zal in absolute aantallen het sterkst stijgen in het cluster Kesteren: van 90 in 2023 naar 240 in 2040. In relatieve zin stijgt de vraag naar geclusterd wonen het sterkst in Echteld/IJzendoorn. De vraag naar een plek in een zorggeschikte woning stijgt het sterkst richting 2040 in Opheusden. Tabel 1: Trendprognose vraag naar woonvormen in Neder-Betuwe (huishoudens, afgerond op 10-tal)
Trendscenario:
2023
2030 (toename)
2040 (toename)
Regulier wonen
2.270
2.520 (+250)
2.880 (+610)
420
530 (+110)
720 (+300)
Geclusterd wonen
370
570 (+200)
920 (+550)
Sociale huur
170
240 (+70)
360 (+190)
Vrije sector
30
40 (+10)
60 (+30)
Koop
180
300 (+120)
510 (+330)
Zorggeschikt
180
220 (+40)
300 (+120)
Nultreden (in regulier wonen)
1740.108 | Woonzorgvisie Neder-Betuwe 2025 - 2040
23
Uit een inventarisatie onder zorgaanbieders en Thius komt naar voren dat de gemeente Neder-Betuwe in 2024 beschikte over 454 geclusterde woningen, waarvan 383 sociale huurwoningen voor ouderen. Het gaat hier om woningen in complexen die hoofdzakelijk door ouderen worden bewoond én toegankelijk zijn zonder Wlz-indicatie. Dit wordt aangevuld door een aanbod van 31 in de vrije huursector en 40 woningen in de koopsector. Het totale bezit geclusterde woningen van de aanwezige corporaties is 414. Daarnaast is er een aanbod van 189 plaatsen in zorggeschikte woningen (somatisch: 95 plekken, psychogeriatrisch: 94 plekken). Deze zorggeschikte plekken worden op het moment voor wisselende zorgvragen benut. Tabel 2: Vraag-aanbod balans in Neder-Betuwe op basis van het aanbod in 2024 (huishoudens, * afgerond op 10-tal). Negatieve getallen duiden op tekorten, positieve getallen op een overschot.
Trendscenario:
2023
2030
2040
Geclusterd wonen
+84
-116
-466
Sociale huur
+210*
+140*
+20*
Vrije sector
0*
-10*
-30*
Koop
-140*
-260*
-470*
Zorggeschikt
+9
-31
-111
Het huidige woningaanbod voor ouderen is niet voldoende is om aan de toekomstige vraag te voldoen. Er zit wel ontspanning op het aanbod geclusterd wonen voor ouderen in de sociale huur. Richting 2040 zijn er genoeg geclusterde sociale huurwoningen. In kwalitatieve zin zal er wel een opgave liggen: het transformeren van traditioneel geclusterd aanbod naar meer moderne concepten. Gedateerd aanbod dat wat verder van voorzieningen afligt is moeilijker te verhuren dan nieuw, toekomstbestendig aanbod in de buurt van voorzieningen. Voor geclusterd wonen in de koopsector is er momenteel al een tekort te zien. Het tekort loopt op tot 470 woningen, uitgaande van de trendprognose. De opgave voor zorggeschikte woningen neemt de komende jaren toe, met een opgave van 111 plekken in 2040 (ten opzichte van de huidige situatie). Momenteel is slechts 12% van de woningvoorraad geschikt voor mensen met een mobiliteitsbeperking. Daarnaast zijn er nog kansen om meer woningen levensloopgeschikt te maken, want zo’n 40% van de woningvoorraad is aanpasbaar. De grootste kansen liggen in de koopsector; het aandeel ‘geschikte woningen’ is hier het laagst (6%), terwijl een groot deel van deze woningen met een kleine ingreep geschikt te maken is. Niet iedere geschikte woning wordt bewoond door een oudere bewoner met een mobiliteitsbeperking.