Bijlage - Transitievisie Warmte Neder-Betuwe 1.0
Tekst van het document
49
De terminologie wordt vertroebeld doordat gas ook ‘groen’ wordt genoemd als het gecompenseerd gas betreft. Dit zou beter ‘vergroend’ gas kunnen heten. ‘Vergroend’ gas is niet circulair. Met ‘vergroend’ gas compenseert de gebruiker de CO2-uitstoot door bij te dragen aan de opzet van klimaatvriendelijke projecten in het buitenland. Wie kiest voor dit ‘vergroend’ gas krijgt dus geen biogas in huis, maar draagt eraan bij dat ergens anders in de wereld minder CO2 wordt uitgestoten. Waterstofgas Waterstof is geen energiebron, zoals zon, wind of aardgas, maar een energiedrager. Het is mogelijk waterstof te halen uit aardgas, maar daarbij komt CO2 vrij. Door middel van een techniek die elektrolyse heet, is het ook mogelijk om (blauwe of groene) waterstof te winnen uit water. Elektrolyse splitst het water in waterstof en zuurstof. Dat levert geen schadelijke uitstoot op, maar er is wel veel elektriciteit voor nodig. Alleen als dit hernieuwbare stroom is, bijvoorbeeld uit wind of zon, is het een duurzaam alternatief voor aardgas. Het belangrijkste voordeel van waterstof is dat er waarschijnlijk slechts kleine aanpassingen voldoende zijn om het aardgasnet te gebruiken voor het transport. Omdat er een andere brander nodig is, hoeft in de meeste gevallen slechts de cv-ketel vervangen te worden. De bestaande leidingen en radiatoren kunnen blijven worden gebruikt.
En omdat waterstof een hoge warmtetemperatuur kan genereren, is redelijke isolatie van de woning voldoende. Een groot nadeel van waterstof is dat de keten niet erg efficiënt is. Levert een warmtepomp vier keer zoveel warmte als er elektriciteit ingaat (en dus aan zonnepanelen nodig is), bij waterstof in een ketel is dat (op dit moment) maar 0,5 keer. Het grootste nadeel van waterstof is echter dat op dit moment niet valt te zeggen of waterstof überhaupt beschikbaar komt om woningen mee te verwarmen. Dit vanwege de grote vraag vanuit de industrie naar een vervanging voor aardgas. Om deze reden worden ook de kosten vooralsnog als blijvend hoog beoordeeld. Al met al lijkt waterstof voor verwarming voorlopig geen gunstig alternatief.
Biomassa Warmte kan ook worden gegenereerd door de thermische energie die vrijkomt door de verbranding van pellets of houtchips of -snippers. Gezamenlijk wordt dit biomassa genoemd. Pellets zijn gecertificeerde staafjes geperst hout. Ze zijn specifiek voor verbranding vervaardigd en hebben een laag vochtgehalte en een hoge en constante calorische waarde. Bij houtchips en -snippers gaat het om verse reststromen. Het vochtgehalte is hoger, de calorische waarde is lager en beide kunnen sterk variëren. Kortom, een brandstof met een lagere kwaliteit en wat minder duurzaam in rendement. Met een pelletkachel of biomassaketel kan een individueel huis worden verwarmd. Een losse pelletkachel verwarmt meestal een enkele kamer. Een pelletkachel-cv kan het hele huis verwarmen. Met een biomassaketel – dat is een houtgestookte cv-ketel – kan er verwarming én warm water worden geproduceerd. Biomassa kan ook als brandstof voor een biomassacentrale van een warmtenet worden ingezet. Het verwarmingssysteem van zo’n warmtenet is dan een grote ‘pelletkachel’ die geen individuele woningen, maar een collectief van gebouwen (huizenblok, kern/wijk) verwarmt. Een voordeel is dat dit systeem weer kan worden gekoppeld aan een groter warmtenet op de schaal van bijvoorbeeld een hele wijk. Biomassa als brandstof kent echter ook flinke nadelen.
Bij het verstoken ontstaan er fijnstof en andere schadelijke emissies (o.a. vluchtige organische stoffen). Als er één pelletkachel in een wijk staat, zal de overlast nog niet significant zijn. Maar wanneer in een wijk een groter aantal pelletkachels en/of biomassaketels dicht bij elkaar staan die dagelijks worden gebruikt, nemen de concentraties schadelijke stoffen in de buitenlucht toe. Zeker in periodes van windstil en/of mistig weer. Met name mensen met longklachten of die astmatisch zijn, ontwikkelen dan klachten. In landelijk gebied, waar Transitievisie Warmte Neder-Betuwe 1.0 Bijlagen
50
woningen veel verder uit elkaar staan, is er minder van dergelijke overlast. Andere nadelen van biomassa zijn: Het is in een internationale markt niet circulair (de as gaat niet terug naar het bos). Er is een vertraging van tientallen jaren tussen de houtkap en de aangroei. Zonder sluitend wereldwijd registratiesysteem kan grootschalig gebruik van biomassa direct of indirect (door verschuivingen in de houtmarkt) bijdragen aan de kap van regenwouden. In de bossen en de woonwijken vinden houttransporten plaats. Hieruit kan worden afgeleid dat biomassa alleen ‘duurzaam’ is als het lokaal vrijgekomen reststoffen (niet bruikbare fractie van afvalhout, snoeiafval en agrarisch afval) betreft. En dan liefst gebruikt in een grotere wijk goed gestookte en onderhouden ketel met rookgasreiniging. Zo kan biomassa als een (tijdelijke) transitieoplossing fungeren. Hybride technieken Op dit moment wordt de term ‘hybride’ vooral vaak gebezigd voor de combinatie van een gasgestookte cv-ketel met een warmtepomp. Een hybride warmtepomp is een elektrische warmtepomp die de basislast levert van de warmtevraag. Bij een grote warmtevraag (bijvoorbeeld in een koude winter of voor tapwater) springt de cv-ketel dan bij. De warmtebron voor de warmtepomp is buitenlucht of ventilatielucht.
Als er alleen warmte uit de ventilatielucht wordt gehaald, is de besparing minder, maar is er geen buitenunit nodig. Door de inzet van de cv-ketel kan de warmtepomp klein blijven en is er soms geen verzwaring van het elektriciteitsnet nodig. Deze variant heeft als voordeel dat ze vaak direct toepasbaar is (zonder radiatoren aan te passen) en er wel tot 50% aardgas mee kan worden bespaard. Anno 2021 zou dit een goede tussenoplossing kunnen zijn. Vóór 2050 zou er dan nog een tweede stap moeten worden gemaakt om volledig van het aardgas af te gaan. De combinatie van warmtepomp en cv-ketel kan op verschillende manieren geëffectueerd worden. Dit kan op korte termijn door gebruik te maken van een buitentemperatuurafhankelijke stooklijn (aanvoertemperatuur) of door op termijn een aanpassing van leidingen en afgiftesystemen. Hiermee wordt het systeem dan stap voor stap ‘aardgasvrij-ready’ (woningen zijn gereed zijn voor afkoppeling van het aardgasnet en aansluiting op een alternatieve energie-infrastructuur). Afgiftetemperatuur In gasgestookte woningen werkt de verwarming vaak op 85 °C. Na isolatie van de woning kan de ketelwatertemperatuur vaak wel wat lager worden ingesteld. Wie een all-electricwarmtepomp wil toepassen zal én goed moeten isoleren én de warmteafgiftesystemen groter moeten maken. Het wordt dan een lage-temperatuurverwarming (LTV) genoemd.
Vloerverwarming is daar een voorbeeld van. Indien in een woning een lage-temperatuursysteem kan worden toegepast is dat voordelig omdat er dan meer duurzame warmtebronnen in aanmerking komen. Goed geïsoleerde woningen behoeven minder verwarming. Energielabel A en hoger B t/m E G en F
Isolatieniveau
Afgiftetemperatuur
Afgiftesysteem
goed <55 °C lage-temperatuursysteem gemiddeld 55 tot 70 °C midden-temperatuursysteem matig >70 °C hoge-temperatuursysteem Relatie tussen energielabel en afgiftetemperatuur
Duurzaamheid en toekomstbestendigheid van warmtebronnen Vanzelfsprekend dienen warmtebronnen en de gebruikte technieken om ze te ontsluiten uiteindelijk zelf ook duurzaam te zijn. Geothermie en aquathermie zijn over het algemeen voorbeelden van duurzame bronnen. Maar kunnen ze ook voldoende duurzaam worden geëxploiteerd? En is bijvoorbeeld het industriële proces waarvan restwarmte kan worden betrokken zelf wel duurzaam? Met name bij all-electricoplossingen is het van belang te borgen dat de benodigde elektriciteit ook duurzaam
Transitievisie Warmte Neder-Betuwe 1.0 Bijlagen
51
wordt opgewekt. Op dezelfde wijze dient kritisch te worden nagegaan of potentiële warmtebronnen voldoende toekomstbestendig zijn. Dit speelt vooral bij gebruik van biomassa en restwarmte als bron. Combinatie van technieken met systeemschalen Theoretisch is er een veelheid van combinaties van technieken met systeemschalen te bedenken. Bij iedere keuze zal er een optimalisatie moeten worden gevonden tussen de netwerkomvang en de isolatiegraad van een woning. Zie onderstaande overzichten (welke niet statisch zijn) waarin biomassa gezien het inmiddels omstreden karakter niet is meegenomen. Toepasbaarheid
Collectieve systemen
Zonnethermie Aquathermie Geothermie WKO All-electric Restwarmte Groen gas Waterstof Hybride
+ +++ +++ +++ +++ +++ +++ +++
Kostenefficiëntie
Collectieve systemen
Zonnethermie Aquathermie Geothermie WKO All-electric Restwarmte Groen gas Waterstof Hybride
+ +++ +++ n.v.t. +
Semi-collectieve systemen
Individuele systemen
++ +++ ++ +++ + + +++ + Toepasbaarheid van technieken en systemen Semi-collectieve systemen
Warm tapwater
+++ + +++ + +++ +++
++ +++ + + +++ +++ ++
Individuele systemen
Warm tapwater
++ ++ +++ ++ n.v.t. n.v.t. +++ ++ + + n.v.t. + + Kostenefficiëntie van technieken en systemen
Transitievisie Warmte Neder-Betuwe 1.0 Bijlagen
+++ + + +++ +++ ++
52
Bijlage 7: Overzicht woningen op bouwjaar
1 1a 1b 2 2a 2b 3 3a 3b 4 4a 5 5a 5b 6a 6b 6c 6d
Woningen naar bouwjaar Wijk 00 Kesteren Kesteren Verspreide huizen Kesteren Verspreide huizen Lede en Oudewaard Opheusden Verspreide huizen Opheusden Verspreide huizen poldergebied Wijk 01 Echteld Echteld Verspreide huizen Echteld Verspreide huizen Echteld-Waalbandijk IJzendoorn Verspreide huizen IJzendoorn Ochten Verspreide huizen Ochten Pottemsestraat en Groenestraat en omgeving Wijk 02 Dodewaard Kom Dodewaard met Hien Kom Wely Verspreide huizen Dodewaard-Oost en Wely Verspreide huizen Dodewaard-West Eindtotaal
1930 1945 1964 1974 1991 2005 2019 Totaal 259 151 685 759 852 491 855 4.052 68 38 224 454 346 277 204 1.611 25 18 12 9 16 9 256 345 13 3 2 7 1 4 76 106 127 65 404 275 468 191 313 1.843 17 23 41 9 13 4 6 113 9 4 2 5 8 6 0 34 236 65 454 619 617 310 254 2.555 18 3 51 62 56 18 3 211 55 8 16 16 12 40 3 150 11 3 4 1 5 3 1 28 26 13 53 39 100 25 47 303 25 4 7 12 1 4 3 56 27 15 283 466 416 203 185 1.595 40 13 39 23 26 16 11 168
Aandeel
34 159 55 14
6 71 38 1
1 99 87 3
44 1.567 1.262 53
2%
42 48 654 8%
7 15 10 8 5 3 25 41 12 16 14 6 287 1.490 1.670 1.812 1.053 1.208 4% 18% 20% 22% 13% 15%
90 162 8.174
1 351 279 16
0 292 264 6
1 343 306 13
1 252 233 0
Transitievisie Warmte Neder-Betuwe 1.0 Bijlagen
Aandeel 50% 20% 4% 1% 23% 1% 0% 31% 3% 2% 0% 4% 1% 20% 2%
1978 1978 1996 1993 1975 1954 1959 1972 1967 1956 1950 1974 1946 1978 1958
81% 3%
1% 19% 15% 1%
1925 1970 1975 1956
6% 10%
1% 2%
1943 1950 1974
40% 9% 3% 45% 3% 1% 8% 6% 1% 12% 2% 62% 7%
53
Bijlage 8: Overzicht woningen naar energielabel
1 1a 1b 2 2a 2b 3 3a 3b 4 4a 5 5a 5b 6a 6b 6c 6d
Energielabels woningen Wijk 00 Kesteren Kesteren Verspreide huizen Kesteren Verspreide huizen Lede en Oudewaard Opheusden Verspreide huizen Opheusden Verspreide huizen poldergebied Wijk 01 Echteld Echteld Verspreide huizen Echteld Verspreide huizen Echteld-Waalbandijk IJzendoorn Verspreide huizen IJzendoorn Ochten Verspreide huizen Ochten Pottemsestraat en Groenestraat en omgeving Wijk 02 Dodewaard Kom Dodewaard met Hien Kom Wely Verspreide huizen Dodewaard-Oost en Wely Verspreide huizen Dodewaard-West Eindtotaal
Aantal woningen Verbruik Besparing
G 941 83 TJ 15 TJ 18%
F 812 80 TJ 27 TJ 34%
E 299 76 TJ 34 TJ 45%
D 931 72 TJ 29 TJ 41%
G 426 110 42 13 210 40 11 286 20 58 14 33 21 57 44 39 229 99 15 44 71 941
C 2.396 67 TJ 11 TJ 17%
F E D C B A→ gem 352 124 442 1158 551 999 C 107 58 254 548 303 231 C 8 3 10 10 14 258 B 2 0 8 2 4 77 B 202 56 159 573 218 425 C 31 6 8 15 5 8 E 2 1 3 10 7 0 D 276 92 339 781 473 308 C 25 9 29 70 51 7 C 13 3 17 14 41 4 D 4 0 2 4 3 1 E 29 10 29 116 37 49 C 11 3 10 3 5 3 E 149 63 224 552 318 232 C 44 4 28 20 17 11 D 1 0 0 2 1 1 F 184 83 150 457 309 155 C 136 68 114 422 284 139 C 5 5 12 13 0 3 D 13 3 11 7 7 5 E 30 7 13 15 18 8 E 812 299 931 2.396 1.333 1.462 C
B 1.333 62 TJ 11 TJ 18%
A→ 1.462 55 TJ 0 TJ 0%
totaal 6.712 439 TJ 128 TJ 29%
Transitievisie Warmte Neder-Betuwe 1.0 Bijlagen
54
Bijlage 9: Potentiële besparing van de warmtevraag in Neder-Betuwe Deze bijlage bevat een onderzoek van ESR. De eerste stap in de warmtetransitie is om minder energie te gaan gebruiken. We hebben gezien dat het isoleren van woningen daarbij cruciaal is. Echter niet elke woning heeft dezelfde isolatiemogelijkheden.
Woningen gebouwd vóór 1930 en monumenten Over het algemeen is dit type woningen slecht geïsoleerd. Als de woning een monument is of in een beschermd stadsgezicht staat, zijn de mogelijkheden om goed te isoleren vaak beperkter. Dit kan leiden tot hogere kosten of tot een lagere isolatiegraad. Naoorlogse woningen Het isolatieniveau van dit type woningen kan vaak op twee niveaus worden verbeterd: o de meest economische isolatie zoals spouwmuurisolatie; o hoge mate van isolatie door een extra isolatielaag aan de woningschil toe te voegen, wat tot hoge kosten leidt. Woningen gebouwd vanaf de jaren ’80 De woningen hebben al een matige isolatie (label D of C). Als extra isolatie nodig is, zal dat aan de woningschil kunnen, met de bijbehorende hoge kosten. Het financiële rendement van deze maatregel is extra laag omdat ook de besparingen (vanwege de al aanwezige isolatie) beperkt zijn. Woningen van na 2005 Dit type woningen is over het algemeen behoorlijk goed geïsoleerd.
Wij hebben ingeschat welke besparing in warmtevraag er in Neder-Betuwe potentieel mogelijk is door per type woning (op bouwjaar) de mogelijke, economisch rendabele, verbetering in energielabel te inventariseren. In eenvoudige bewoordingen: wat is de besparing in warmtevraag als je iedere bestaande woning één energielabel omhoog zou weten te brengen? Het is een gedachte-experiment om zichtbaar te maken wat in theorie het besparingspotentieel in Neder-Betuwe is. De mogelijke besparing verschilt overigens per ‘stapje omhoog’26. Zo kunnen we de mogelijke warmtevraagbesparing berekenen door de huidige energielabels 27 te vergelijken met de verbeterde toekomstige. Dat leidt in dit model tot een totale gemiddelde besparingspotentie van 29% van de warmtevraag in de bestaande bouw. Voor Neder-Betuwe betekent dit onder verder gelijkblijvende omstandigheden een verwachte totale warmtevraag in 2050 van circa 312 TJ/jaar in 2050 (tegenover ruim 439 TJ/jaar in 201928) voor de huidige gebouwen. Grofweg kan worden geconcludeerd dat het met één stapje omhoog brengen van het energielabel in bestaande woningen ongeveer de helft van de totaal te realiseren warmtevraagbesparing in NederBetuwe per 2050 zou kunnen zijn29.
26 De mogelijke besparing is niet gelijkmatig gespreid. Voorbeeld: een ‘stap’ van een F- naar een E-label levert meer ener-
giebesparing op dan de stap van een B- naar een A-label.
27 Van de huidige woningvoorraad in Neder-Betuwe is van 53% het energielabel bekend. Voor het deel van de woningvoor-
raad waarvan het energielabel niet bekend is (47%) is een inschatting gemaakt op basis van bouwjaar.
28 In 2019 werd voor het verwarmen van woningen, koken en douchen in Neder-Betuwe ca. 13,9 miljoen m3 aardgas per
jaar verbruikt. Dat komt overeen met ruim 439 TJ/jaar.
29 Zie over de totaal te realiseren warmtevraagbesparing ook paragraaf 8.3.
Transitievisie Warmte Neder-Betuwe 1.0 Bijlagen
55
Energielabel
G
F
E
D
C
B
A
Bouwjaar
<1930
1930-1945
1945-1974
1975-1991
1991-2005
1991-2005
>2005
Voorspeld energielabel (2050)
D/C
C/B
B/A
B/A
B
A
A
Besparing warmtevraag
18%
34%
45%
41%
17%
18%
0%
Aantal woningen
654
287
1.490
1.670
1.812
1.053
1.208
Totaal
8.174
Potentiële besparing warmtevraag van gebouwen in Neder-Betuwe
Transitievisie Warmte Neder-Betuwe 1.0 Bijlagen
56
Bijlage 10: Drie technische benaderingen Voor de technische benadering heeft de gemeente aan Energie Samen Rivierenland (ESR) gevraagd een verkennend onderzoek naar warmteoplossingen uit te voeren. ESR heeft hiervoor drie benderingen gekozen:
Analyse met behulp van de Startanalysetool PBL. Analyse aan de hand van combinaties van toepassingen. Analyse van een door de gemeente aangeleverde dataset per wijk.
Bij de analyse is de wijkindeling van het CBS gehanteerd.
0000 1 Kesteren 0001 2 Opheusden 0006 1a Verspreide huizen Lede en Oudewaard 0007 1b Verspreide huizen Kesteren 0008 2a Verspreide huizen Opheusden 0009 2b Verspreide huizen poldergebied 0100 3 Ochten 0101 5 Echteld 0102 4 IJzendoorn 0103 5b Pottemsestraat en Groenestraat en omgeving 0106 3b Verspreide huizen Echteld-Waalbandijk 0107 3a Verspreide huizen Echteld 0108 4a Verspreide huizen IJzendoorn 0109 5a Verspreide huizen Ochten 0200 6a Kom Dodewaard met Hien 0201 6b Kom Wely 0208 6c Verspreide huizen Dodewaard-Oost en Wely 0209 6d Verspreide huizen Dodewaard-West Wijkcodes en wijknamen (‘deelgebieden’) in Neder-Betuwe (bron: CBS)
De uitwerkingen van de drie technische benaderingen zijn hieronder opgenomen. 1. Startanalysetool PBL In eerste instantie heeft ESR hiervoor de ‘Startanalyse’ van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) gebruikt. Deze tool geeft informatie over vijf strategieën (S1 tot en met S5) om gebouwen zonder aardgas te verwarmen. Vier van deze strategieën dekken de thans realistische combinaties van technieken en bronnen. In een vijfde strategie wordt waterstof beschouwd als mogelijke toekom-
Transitievisie Warmte Neder-Betuwe 1.0 Bijlagen
57
stige oplossing (al wordt voor waterstof tot 2030 geen grootschalige toepassing in de gebouwde omgeving verwacht en is de beschikbaarheid daarna onbekend). Elke strategie bestaat uit een combinatie van technische maatregelen, te weten: isolatiemaatregelen die zorgen voor energiebesparing en warmtetechnieken die voorzien in de resterende energiebehoefte. Strategie
Energiebron en temperatuur
Collectieve installatie
Individuele elektrische warmtepomp Warmtenet met HT/MTbronnen
Buitenlucht 5 °C of bodem 15 °C Restwarmte en/of geothermie
Elektriciteitsnet
S3
Warmtenet met LT-bronnen
S4
Groengas
Restwarmte 30°C of WKO op 15°C en/of aquathermie op 10-20°C Groengas
S5
Waterstof
Waterstof
S1 S2
Warmtecentrale, restwarmtebron, MT-warmtenet, hulpketels MT of LT-net, Collectieve warmtepomp
Temp. bij afgiftesysteem 50 °C 70 °C
30 – 70 °C
Gasnet
70 °C
Gasnet
70 °C
Individuele installatie Combiwarmtepomp en LTradiatoren Aansluiting op warmtenet en HT/MT-radiatoren Aansluiting op MT- of LTwarmtenet, combi- of boosterwarmtepomp, LTV of HT-radiatoren HR-ketel met evt. hybride luchtWP, HT-radiatoren HR-ketel met evt. hybride luchtWP, HT-radiatoren
Strategieën uit de Startanalyse van Planbureau voor de Leefomgeving
ESR heeft alle woningen van Neder-Betuwe op basis van bouwtypering, bouwjaar en kern-/wijkkenmerken beoordeeld op deze vijf strategieën (en daarnaast ook nog gerelateerd aan een viertal economische scenario’s met veel of weinig kostenreductie en met hoge of lage energieprijzen30). De uitkomst van dit onderzoek wordt weergegeven in de volgende afbeelding.
Mogelijke strategieën (PBL) in Neder-Betuwe
De verschillende hoofdkleuren in de afbeelding geven de strategieën weer (de paarstinten staan voor S1 ‘Individueel’, de groentinten staan voor S4 ‘Groengas’), de kleurschakeringen komen overeen met de relatieve mate van kosten en opbrengsten. In één oogopslag blijkt dat voor de meeste kernen/wijken van Neder-Betuwe strategie nummer 4 ‘Groengas’ als meest gunstige scenario uit de bus komt. Hierop zijn slechts de volgende uitzonderingen:
30 Hier gaan we niet dieper op deze economische scenario’s in, we verwijzen naar het rapport ‘Inventarisatie voor de
Warmtetransitievisie in de gemeente Neder-Betuwe’ van ESR uit maart 2021.
Transitievisie Warmte Neder-Betuwe 1.0 Bijlagen
58
Strategie 1: Individuele elektrische warmtepomp Kesteren (1), Verspreide huizen Kesteren (1a) Strategie 3: Warmtenet met LT-bronnen Verspreide huizen Lede en Oudewaard (1b) en Verspreide huizen Ochten (5a)
2. Combinaties van toepassingen Het is onwaarschijnlijk dat er voldoende groen gas op tijd beschikbaar zal komen. Deze voornaamste oplossingsrichting uit de Startanalysetool van PBL kan volgens ESR derhalve nu niet als eerste stap worden gerealiseerd. Aangezien de Startanalysetool dus niet tot een bevredigend resultaat leidt heeft ESR aanvullend voor nog een andere benadering gekozen. Het betreft een inventarisatie van systemen naar combinaties van toepassingen. Hiervoor is eerst gekeken naar de overzichten van spreiding, bouwjaar en energielabel van alle huizen in de gemeente Neder-Betuwe (Bijlagen 7 en 8). In kleuren is aangegeven waar aantallen groot genoeg zijn voor collectieve of semi-collectieve oplossingen. Een zesde van alle Neder-Betuwse woningen ligt verspreid in het grote buitengebied. In de kernen verschillen de woningen sterk van grootte en bovendien liggen ze ook hier vaak verspreid. Er zijn veel vrijstaande woningen met een diverse bouwgeschiedenis. In de grotere kernen zijn wijken onderscheidbaar uit bepaalde bouwperiodes en met sociale woningbouw. Daar bevindt zich ook wat meer geschakelde woningbouw. Appartementencomplexen zijn nagenoeg afwezig.
Wat als eerste opvalt is dat circa de helft van de woningen een energielabel B of C heeft en dat met name in de kernen Kesteren, Opheusden, Ochten en Dodewaard een ruime meerderheid van de woningen een label C of beter heeft. Bovendien zijn dit de meest dichtbebouwde delen van de gemeente Neder-Betuwe. Wel is het zo dat deze woningvoorraden typisch uit 1965-2005 zijn en gemiddeld dus al wat ouder. De verspreide huizen rond Lede en Oudewaard en Kesteren zijn wat nieuwer en zijn kansrijk voor individuele oplossingen. Om nu een specifiekere afweging te kunnen maken zijn de matrices uit Bijlage 6 (‘Combinatie van technieken met systeemschalen’) gehanteerd. Elke Neder-Betuwse kern/wijk is beoordeeld op eerst de toepasbaarheid en vervolgens de kostenefficiëntie van diverse warmteoplossingstechnieken. Door deze analyse heeft ESR, op basis van ervaring, aanvullend nog de volgende kansen kunnen identificeren:
Er liggen mogelijk kansen voor collectieve warmtenetten op lage temperatuur in Opheusden (2), Ochten (6) en Dodewaard (6a). Deze kernen hebben een behoorlijk aantal woningen uit de jaren ’80, ’90 en ’00 met gemiddeld een energielabel C. Hier ligt een kans om een collectief netwerk te realiseren, waarbij de woningen relatief weinig aanvullende isolatie zou. Als bron zou oppervlaktewater (aquathermie) dat in de wijk aanwezig is of een WKO kunnen dienen. Alhoewel niet rechtstreeks voortkomend uit de vervolganalyse, is het duidelijk dat de buitengebieden een langjarig traject van individueel maatwerk behoeven.
Transitievisie Warmte Neder-Betuwe 1.0 Bijlagen
59
3. Bespreking per wijk 0000 (1) Kesteren
Algemeen: Hier zijn veel en meestal oudere woningen met grote diversiteit. Isolatie en afgifte: Er is een diversiteit aan labels, gemiddeld C. Duurzame warmte: Meest voor de hand liggend zijn individuele en/of hybride oplossingen. Mogelijk dat hier ook een LT warmtenet op termijn een optie is. Mogelijke aanpak: Individuele aanpak op beperking van warmtevraag door isolatie en stapsgewijze overstap naar hybride en/of elektrische systemen.
0001 (2) Opheusden
Algemeen: Hier zijn veel en meestal oudere woningen met grote diversiteit. Isolatie en afgifte: Er is een diversiteit aan labels, gemiddeld C. Duurzame warmte: Meest voor de hand liggend zijn individuele en/of hybride oplossingen. Mogelijke aanpak: Individuele aanpak op beperking van warmtevraag door isolatie en stapsgewijze overstap naar hybride en/of elektrische systemen.
0006 (1a) Verspreide huizen Lede en Oudewaard
Algemeen: Hier is een kleine kern met meestal nieuwere woningen. Isolatie en afgifte: Er is een diversiteit aan labels, gemiddeld B.
Transitievisie Warmte Neder-Betuwe 1.0 Bijlagen
60
Duurzame warmte: Meest voor de hand liggend zijn individuele en/of hybride oplossingen. Mogelijk dat een klein LT warmtenet hier kan. Mogelijke aanpak: Hier kan een onderzoek gestart worden naar een LT warmte net. Anders komt hier ook een individuele aanpak op beperking van warmtevraag door isolatie en stapsgewijze overstap naar hybride en/of elektrische systemen.
0007 (1b) Verspreide huizen Kesteren
Algemeen: Hier is een kleine kern met meestal nieuwere woningen. Isolatie en afgifte: Er is een diversiteit aan labels, gemiddeld B. Duurzame warmte: Meest voor de hand liggend zijn individuele en/of hybride oplossingen. Mogelijk dat een klein LT warmtenet bij de nieuwe woningen hier mogelijk is. Mogelijke aanpak: Individuele aanpak op beperking van warmtevraag door isolatie en stapsgewijze overstap naar hybride en/of elektrische systemen.
0008 (2a) Verspreide huizen Opheusden
Algemeen: Hier zijn slechts enkele verspreide en meestal oudere woningen. Isolatie en afgifte: Er is een diversiteit aan labels, gemiddeld E. Duurzame warmte: Meest voor de hand liggend zijn individuele en/of hybride oplossingen. Mogelijke aanpak: Individuele aanpak op beperking van warmtevraag door isolatie en stapsgewijze overstap naar hybride en/of elektrische systemen.
0009 (2b) Verspreide huizen poldergebied
Algemeen: Hier zijn slechts enkele verspreide en meestal oudere woningen. Isolatie en afgifte: Er is een diversiteit aan labels, gemiddeld D. Transitievisie Warmte Neder-Betuwe 1.0 Bijlagen
61
Duurzame warmte: Meest voor de hand liggend zijn individuele en/of hybride oplossingen. Mogelijke aanpak: Individuele aanpak op beperking van warmtevraag door isolatie en stapsgewijze overstap naar hybride en/of elektrische systemen.
0100 (3) Ochten
Algemeen: Hier is een kern met veel diversiteit van meestal wat oudere woningen. Isolatie en afgifte: Er is een diversiteit aan labels, gemiddeld C. Duurzame warmte: Meest voor de hand liggend zijn individuele en/of hybride oplossingen. Mogelijke aanpak: Individuele aanpak op beperking van warmtevraag door isolatie en stapsgewijze overstap naar hybride en/of elektrische systemen.
0101 (5) Echteld
Algemeen: Hier is een kern met veel diversiteit van meestal wat oudere woningen. Isolatie en afgifte: Er is een diversiteit aan labels, gemiddeld C. Duurzame warmte: Meest voor de hand liggend zijn individuele en/of hybride oplossingen. Mogelijke aanpak: Individuele aanpak op beperking van warmtevraag door isolatie en stapsgewijze overstap naar hybride en/of elektrische systemen.
Transitievisie Warmte Neder-Betuwe 1.0 Bijlagen
62
0102 (4) IJzendoorn
Algemeen: Hier is een kern met veel diversiteit van meestal wat oudere woningen Isolatie en afgifte: Er is een diversiteit aan labels, gemiddeld C. Duurzame warmte: Meest voor de hand liggend zijn individuele en/of hybride oplossingen. Er is echter ook een kans om met een lokaal bedrijf te gaan kijken naar WKO of TEO in een nog uit te diepen plas. Recente ontwikkeling: Aan de Waal is hier het ontgrondingsbedrijf Dekker gevestigd. Dit bedrijf wil een vrij groot stuk ontgronden in de uiterwaarden en daarvoor moet ze een (maatschappelijke) tegenprestatie doen. De wethouder heeft nu het plan om te onderzoeken of een nabije grote (nog te verdiepen) plas gebruikt kan worden om er een WKO-systeem te ontwikkelen voor een warmtenet. Mogelijke aanpak: Het is hier de moeite waard om een WKO of TEO te gaan onderzoeken samen met de kern. Mocht dit niet lukken vervalt men in individuele aanpak op beperking van warmtevraag door isolatie en stapsgewijze overstap naar hybride en/of elektrische systemen.
0103 (5b) Pottemsestraat en Groenestraat en omgeving
Algemeen: Hier zijn slechts enkele verspreide en meestal oudere woningen. Isolatie en afgifte: Er is een diversiteit aan labels, gemiddeld F. Duurzame warmte: Meest voor de hand liggend zijn individuele en/of hybride oplossingen. Mogelijke aanpak: Individuele aanpak op beperking van warmtevraag door isolatie en stapsgewijze overstap naar hybride en/of elektrische systemen.
0106 (3b) Verspreide huizen Echteld-Waalbandijk
Transitievisie Warmte Neder-Betuwe 1.0 Bijlagen
63
Algemeen: Hier zijn slechts enkele verspreide en meestal oudere woningen Isolatie en afgifte: Er is een diversiteit aan labels, gemiddeld E. Duurzame warmte: Meest voor de hand liggend zijn individuele en/of hybride oplossingen. Mogelijke aanpak: Individuele aanpak op beperking van warmtevraag door isolatie en stapsgewijze overstap naar hybride en/of elektrische systemen.
0107 (3a) Verspreide huizen Echteld
Algemeen: Hier zijn veel verspreide en grote diversiteit en vaak oudere woningen. Isolatie en afgifte: Er is een diversiteit aan labels, gemiddeld D. Duurzame warmte: Meest voor de hand liggend zijn individuele en/of hybride oplossingen. Mogelijke aanpak: Individuele aanpak op beperking van warmtevraag door isolatie en stapsgewijze overstap naar hybride en/of elektrische systemen.
0108 (4a) Verspreide huizen IJzendoorn
Algemeen: Hier zijn verspreide en meestal oudere woningen met grote diversiteit. Isolatie en afgifte: Er is een diversiteit aan labels, gemiddeld E. Duurzame warmte: Meest voor de hand liggend zijn individuele en/of hybride oplossingen. Mogelijke aanpak: Individuele aanpak op beperking van warmtevraag door isolatie en stapsgewijze overstap naar hybride en/of elektrische systemen.
0109 (5a) Verspreide huizen Ochten
Algemeen: Hier zijn veel verspreide en grote diversiteit en vaak oudere woningen. Isolatie en afgifte: Er is een diversiteit aan labels, gemiddeld D. Transitievisie Warmte Neder-Betuwe 1.0 Bijlagen
64
Duurzame warmte: Meest voor de hand liggend zijn individuele en/of hybride oplossingen. Mogelijke aanpak: Individuele aanpak op beperking van warmtevraag door isolatie en stapsgewijze overstap naar hybride en/of elektrische systemen.
0200 (6a) Kom Dodewaard met Hien
Algemeen: Hier is een kern met een grote diversiteit aan woningen. Isolatie en afgifte: Er is een diversiteit aan labels, gemiddeld C, maar ook relatief veel label A en B. Duurzame warmte: Meest voor de hand liggend zijn individuele en/of hybride oplossingen. Mogelijk dat een klein LT warmtenet hier mogelijk is. Mogelijke aanpak: Hier kan een onderzoek gestart worden naar een LT warmte net. Anders komt hier ook een individuele aanpak op beperking van warmtevraag door isolatie en stapsgewijze overstap naar hybride en/of elektrische systemen.
0201 (6b) Kom Wely
Algemeen: Hier zijn slechts enkele verspreide en meestal oudere woningen. Isolatie en afgifte: Er is een diversiteit aan labels, gemiddeld D. Duurzame warmte: Meest voor de hand liggend zijn individuele en/of hybride oplossingen. Mogelijke aanpak: Individuele aanpak op beperking van warmtevraag door isolatie en stapsgewijze overstap naar hybride en/of elektrische systemen. Transitievisie Warmte Neder-Betuwe 1.0 Bijlagen
65
0208 (6c) Verspreide huizen Dodewaard-Oost en Wely
Algemeen: Hier zijn slechts enkele verspreide en meestal oudere woningen. Isolatie en afgifte: Er is een diversiteit aan labels, gemiddeld E. Duurzame warmte: Meest voor de hand liggend zijn individuele en/of hybride oplossingen. Mogelijke aanpak: Individuele aanpak op beperking van warmtevraag door isolatie en stapsgewijze overstap naar hybride en/of elektrische systemen.
0209 (6d) Verspreide huizen Dodewaard-West
Algemeen: Hier zijn slechts enkele verspreide en meestal oudere woningen. Isolatie en afgifte: Er is een diversiteit aan labels, gemiddeld E. Duurzame warmte: Meest voor de hand liggend zijn individuele en/of hybride oplossingen. Mogelijke aanpak: Individuele aanpak op beperking van warmtevraag door isolatie en stapsgewijze overstap naar hybride en/of elektrische systemen.
Transitievisie Warmte Neder-Betuwe 1.0 Bijlagen
66
Bijlage 11: Uitgangspunten voor communicatieplan
We nemen een duidelijk standpunt in Het is essentieel voor het begrip, houding en gedrag (participatie) van bewoners dat in de communicatie duidelijk is wat het standpunt van de gemeente is. De gemeente wordt gezien als eindverantwoordelijke in het hele transitieproces. We zorgen ervoor dat duidelijk is wat de gemeente wil, kan en nog van plan is. Dat vraagt ook helderheid over de randvoorwaarden, mogelijkheden en de garanties die de gemeente kan geven. En dan is het van belang om daar consequent in te zijn. Als zaken tijdelijke oplossingen zijn, of bepaalde stappen nog onduidelijk zijn, zijn we daar open en helder over. Als er al een bepaalde keuze is gemaakt en daarover geen inspraak mogelijk is, communiceren we dat duidelijk en laten we ook weten waar bewoners eventueel nog wél over mee mogen denken. Als er besluiten zijn genomen, geven we aan wie die besluiten hebben genomen en waarom. We gebruiken één frame voor herkenbaarheid Door voor één frame te kiezen en hier consequent in alle communicatie-uitingen gebruik van te maken, investeren we in een boodschap die langzaam ‘inslijt’ bij de ontvanger. Met als kern: Samen voorbereiden op wonen zonder aardgas. Stap voor stap op weg naar duurzame alternatieven. Als er telkens informatie komt vanuit hetzelfde frame, dan ervaren mensen de boodschappen als steeds herkenbaarder.
We houden er rekening mee dat bewoners soms drempels zien De meeste bewoners van de kern/wijk zijn bij de start van het traject nog niet goed geïnformeerd. Daar komt bij dat de meeste mensen niet zo houden van veranderingen. Soms nemen bewoners in eerste instantie een afwachtende en zelfs terughoudende houding aan. De drempels (verwachte kosten; geen keuzevrijheid, bijvoorbeeld wat warmteleverancier betreft; overlast in en om het huis; indirecte consequenties als het vervangen van het fornuis; onzekerheid over de voortgang) roepen veel vragen op waar men antwoord op wil hebben. We zorgen ervoor dat we daarop zijn voorbereid. We laten zien dat het menens is Aan bewoners die een afwachtende of terughoudende houding aannemen laten we zien dat er wel degelijk iets gebeurt. Dit kan bijvoorbeeld door een concrete planning af te geven, belangrijke keuzes te communiceren (bijvoorbeeld het duurzame alternatief voor aardgas) en vorderingen in het proces te tonen. We maken zichtbaar en laten ervaren Veel bewoners hebben geen duidelijk beeld over wat het aardgasvrij maken van de woning inhoudt. Vaak zijn ze bang dat het een negatieve impact gaat hebben op het woongenot of dat het veel gedoe met zich meebrengt. In zulke gevallen helpt het om bewoners te laten zien en ervaren wat het aardgasvrij maken van een woning voor hen kan betekenen.
Dat kan door verhalen en ervaringen uit de eigen gemeenschap te delen. Diverse gemeenten hebben ook goede ervaringen met het inrichten van leegstaande woningen als voorbeeldwoning in de kern/wijk. Andere gemeenten vragen bewoners van aardgasvrije woningen om tegen een kleine onkostenvergoeding hun woning af en toe open te stellen voor wijkbewoners en andere geïnteresseerden. We sluiten aan bij wat er leeft en speelt. Informatie en communicatie laten we zoveel mogelijk aansluiten bij andere ontwikkelingen in de (lokale) samenleving.
Transitievisie Warmte Neder-Betuwe 1.0 Bijlagen
67
We dragen er zorg voor dat we alle inwoners bereiken. Differentiatie en doelgroepbenadering dienen ertoe bij te dragen dat uiteindelijk alle inwoners worden bereikt.
Transitievisie Warmte Neder-Betuwe 1.0 Bijlagen
68