Bijlage - Toelichting
Tekst van het document
Bestemmingsplan “Dodewaard, Kalkestraat 91”
Toelichting
bestemmingsplan Dodewaard, Kalkestraat 91
Inhoudsopgave
Toelichting .............................................................................................................................. 2 Hoofdstuk 1 Inleiding ...................................................................................................................... 4 1.1 Aanleiding ................................................................................................................................ 4 1.2 Ligging plangebied ................................................................................................................... 4 1.3 Geldende plannen .................................................................................................................... 5 1.4 Leeswijzer................................................................................................................................ 6 Hoofdstuk 2 Gebiedsvisie ............................................................................................................... 7 2.1 Bestaande situatie.................................................................................................................... 7 2.2 Toekomstige situatie ................................................................................................................
9 Hoofdstuk 3 Beleidskader ............................................................................................................. 12 3.1 Nationaal beleid ..................................................................................................................... 12 3.2 Provinciaal beleid ................................................................................................................... 14 3.3 Gemeentelijk beleid................................................................................................................ 16 3.4 Conclusie ............................................................................................................................... 18 Hoofdstuk 4 Omgevingsaspecten................................................................................................. 19 4.1 Verkeer & Parkeren................................................................................................................ 19 4.2 Bodem ................................................................................................................................... 21 4.3 Geluid .................................................................................................................................... 21 4.4 Bedrijven en Milieuzonering ...................................................................................................
23 4.5 Luchtkwaliteit ......................................................................................................................... 26 4.6 Geur ...................................................................................................................................... 29 4.7 Externe veiligheid................................................................................................................... 30 4.8 Waterhuishouding .................................................................................................................. 33 4.9 Natuurwetgeving .................................................................................................................... 35 4.10 Archeologie & cultuurhistorie .................................................................................................. 37 4.11 Leidingen ............................................................................................................................... 39 4.12 Niet gesprongen explosieven ................................................................................................. 39 Hoofdstuk 5 Juridische planbeschrijving..................................................................................... 40 5.1 Algemeen ..............................................................................................................................
40 5.2 Inleidende regels.................................................................................................................... 40 5.3 Bestemmingsregels................................................................................................................ 40 5.4 Algemene regels .................................................................................................................... 42 5.5 Overgangs- en slotregels ....................................................................................................... 42 Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid ........................................................................................................ 43 6.1 Economische uitvoerbaarheid ................................................................................................ 43 6.2 Overleg .................................................................................................................................. 43 6.3 Inspraak ................................................................................................................................. 43 6.4 Zienswijzen ............................................................................................................................
43 Bijlagen: Bijlage 1: Landschappelijke inpassing Bijlage 2: Historisch (bodem)onderzoek Bijlage 3 :Akoestisch onderzoek industrielawaai Bijlage 4: Digitale watertoets Bijlage 5: Stikstofberekening realisatie- en sloopfase Bijlage 6: Rapportage stikstofberekening realisatie- en sloopfase Bijlage 7: Stikstofberekening gebruiksfase Bijlage 8: Omgevingsdialoog
bestemmingsplan "Dodewaard, Kalkestraat 91" (ontwerp)
3
bestemmingsplan Dodewaard, Kalkestraat 91
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
De aanleiding voor het opstellen van een bestemmingsplan is de wens om hoveniersbedrijf aan de Kalkestraat 91 te Dodewaard positief te bestemmen. Het hoveniersbedrijf is sinds 2002 gevestigd op deze locatie. Voor het planvoornemen wordt de thans in gebruik zijnde loods ten behoeve van het hoveniersbedrijf gesloopt en terug gebouwd op het terrein. De nieuwe loods krijg daarbij een “logischere” plek en wordt zorgvuldig landschappelijk ingepast. De huidige functies binnen het plangebied blijven behouden en worden voortgezet. De gemeente Neder-Betuwe heeft op 31 oktober 2019 per brief laten weten bereid te zijn om medewerking te verlenen aan de herziening van het bestemmingsplan op het perceel aan de Kalkestraat 91 te Dodewaard om daarmee de bedrijfsactiviteiten behorende tot een hoveniersbedrijf positief te bestemmen, mits wordt onderbouwd dat de ontwikkeling ruimtelijk-planologisch inpasbaar is. Omdat de beoogde ontwikkeling op grond van het vigerende bestemmingsplan ‘Buitengebied Dodewaard en Echteld’ niet is toegestaan, wordt het voorliggende bestemmingsplan in procedure gebracht.
1.2
Ligging plangebied
Het plangebied van het voorliggende bestemmingsplan bevindt zich in het buitengebied van de gemeente Neder-Betuwe, gelegen tussen de kernen Ochten en Dodewaard. Het plangebied ligt aan de Kalkestraat 91 in Dodewaard, kadastraal bekend onder sectie B, perceelnummer 2211. Het perceel heeft een omvang van 11.670 m². Het westelijke deel van het perceel wordt momenteel gebruikt ten behoeve van agrarische doeleinden. Het oostelijke deel wordt momenteel gebruikt ten behoeve van het hoveniersbedrijf met bijbehorende bedrijfswoning. Het plangebied wordt ten noorden begrensd door de Kalkestraat en ten zuiden door de Waalbandijk met daarachter de uiterwaarden en rivier de Waal. Voornamelijk agrarische gronden en woonbestemmingen liggen rond het plangebied. De ligging en begrenzing van het plangebied zijn weergegeven in afbeelding 1.1.
Afbeelding 1.1: Globale ligging en begrenzing plangebied 4
bestemmingsplan "Dodewaard, Kalkestraat 91" (ontwerp)
bestemmingsplan Dodewaard, Kalkestraat 91
1.3
Geldende plannen
Voor de in het bestemmingsplan begrepen gronden vigeert thans het bestemmingsplan 'Buitengebied Dodewaard en Echteld', dat op 30 mei 3012 door de gemeenteraad van NederBetuwe is vastgesteld. Voor de onderdelen parkeren en archeologie zijn later de parapluplannen parkeren (vastgesteld op 26 april 2018) en archeologie (vastgesteld op 27 september 2018) voor de gehele gemeente vastgesteld. Deze parapluplannen worden hier genoemd, omdat ze ook relevant zijn voor het planvoornemen.
Afbeelding 1.2: Uitsnede verbeelding bestemmingsplan ‘Buitengebied Dodewaard en Echteld’ (plangebied rood omlijnd) Bestemmingsplan ‘Buitengebied Dodewaard en Echteld’ Enkelbestemmingen Op grond van het bestemmingsplan geldt voor het westelijke deel van het plangebied de enkelbestemming ‘Agrarisch met waarden – 1’ en voor het oostelijk deel van het plangebied de enkelbestemming ‘Wonen’. De voor ‘Agrarisch met waarden – 1’ aangewezen gronden zijn bestemd voor grondgebonden agrarische productie, teelt op folie, worteldoek of goten, het weiden van dieren en bijbehorende voorzieningen, huiserven, gaarden en opslag. Tevens zijn deze gronden bestemd voor de instandhouding, dan wel herstel en ontwikkeling, van de landschappelijke waarden en de natuurwaarden die eigen zijn aan de betreffende gronden, watergangen en andere voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding, de waterberging daaronder mede begrepen en extensief dagrecreatief medegebruik. De voor ‘Wonen’ aangewezen gronden zijn uitsluitend bestemd voor bewoning, bijbehorende voorzieningen en landschappelijke beplanting. Dubbelbestemmingen Op grond van het bestemmingsplan geldt voor het gehele plangebied de dubbelbestemming ‘Waarde – archeologie 4’. Deze gronden zijn behalve voor de daar voorkomende bestemming(en) mede bestemd voor behoud en bescherming van waardevolle archeologische informatie in de bodem.
Een archeologisch onderzoek is vereist bij het bouwen van nieuwe bouwwerken groter dan 500 m² en dieper dan 0,3 m.
bestemmingsplan "Dodewaard, Kalkestraat 91" (ontwerp)
5
bestemmingsplan Dodewaard, Kalkestraat 91
Parapluplannen Parkeren en Archeologie Voor de gehele gemeente Neder-Betuwe is een parapluplan Parkeren opgesteld, die op 26 april 2018 door de gemeenteraad van Neder-Betuwe is vastgesteld. Met deze parapluherziening wordt de Nota Parkeernormen Neder-Betuwe in de geldende ruimtelijke plannen ingepast. In de Nota Parkeernormen Neder-Betuwe is aangesloten bij de landelijk gebruikte kencijfers voor parkeernormering van het nationale kennisplatform voor infrastructuur, verkeer, vervoer en openbare ruimte (CROW). De parkeerkencijfers uit de CROW-publicatie 317: ‘Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie' zijn hiervoor als uitgangspunt genomen. Ondertussen is deze publicatie weer verouderd en vervangen door publicatie 381 uit december 2018 (Toekomstbestendig parkeren). Voor de gehele gemeente Neder-Betuwe is een parapluplan Archeologie opgesteld, die op 27 september 2018 door de gemeenteraad van Neder-Betuwe is vastgesteld. Door het parapluplan wordt de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 2’ van kracht voor het plangebied (in plaats van de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 4’). Een archeologisch onderzoek is vereist bij het bouwen van nieuwe bouwwerken groter dan 1.000 m² en dieper dan 0,3 m. De regelingen uit de genoemde parapluplannen zijn overgenomen in het voorliggende bestemmingsplan.
Strijdigheid met het vigerende bestemmingsplan De met ‘Wonen’ aangewezen gronden zijn uitsluitend bestemd voor bewoning, bijbehorende voorzieningen en landschappelijke beplanting. Het uitvoeren van bedrijfsactiviteiten in de vorm van een hoveniersbedrijf is binnen deze bestemming niet toegestaan. Om de bedrijfsactiviteiten op dit perceel voort te zetten is een herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk.
1.4
Leeswijzer
Het bestemmingsplan bestaat uit meerdere onderdelen: een verbeelding waarop de bestemmingen in het plangebied zijn aangegeven en regels waarin de bepalingen voor de op de verbeelding vermelde bestemmingen zijn opgenomen. Het bestemmingsplan gaat vergezeld van een toelichting waarin de achtergronden van het bestemmingsplan zijn beschreven. De verbeelding vormt samen met de regels het juridische bindende deel van het bestemmingsplan. In de toelichting worden de keuzes die in het bestemmingsplan worden gemaakt nader gemotiveerd en verantwoord.
6
bestemmingsplan "Dodewaard, Kalkestraat 91" (ontwerp)
bestemmingsplan Dodewaard, Kalkestraat 91
Hoofdstuk 2 2.1
Gebiedsvisie
Bestaande situatie
Op het perceel aan de Kalkestraat 91 is een hoveniersbedrijf gevestigd, waarvan de bedrijfsactiviteiten elders plaatsvinden. Het hedendaags hoveniersbedrijf richt zich op de aanleg van tuinen, grondwerk, sierbestrating, beregening, beplanting, pergola’s, schuttingen en veranda’s. Het hoveniersbedrijf is een niet-agrarisch doch aan het buitengebied gebonden bedrijf dat is gericht op enerzijds het kweken van bloemen, planten en bomen en anderzijds op de aanleg en het onderhoud van tuinen en andere groenvoorzieningen. Het westelijke deel van het perceel wordt momenteel gebruikt ten behoeven van agrarische doeleinden, het oostelijke deel is in gebruik als wonen met uitoefening van het hoveniersbedrijf. Op het perceel staan één bedrijfswoning, één loods en één stal. In afbeelding 2.1 (volgende pagina) zijn de vergunde bedrijfswoning, de noordelijke niet-vergunde loods en de vergunde zuidelijke stal weergegeven. De bedrijfswoning betreft een vrijstaande woning, bestaande uit 2 bouwlagen en een zadeldak. De bedrijfswoning heeft een oppervlakte van 90 m², een bouwhoogte van circa 9 meter en een goothoogte van circa 6 meter. De vergunde zuidelijke stal bestaat uit één bouwlaag en een zadeldak. Deze stal heeft een oppervlakte van 188 m², een bouwhoogte van circa 7 meter en een goothoogte van circa 3 meter. De noordelijke (niet-vergunde) loods bestaat uit één bouwlaag en een zadeldak.
Deze loods heeft een oppervlakte van 200 m², een bouwhoogte van circa 6,5 meter en een goothoogte van circa 4 meter. Op de plaats van de bestaande niet-vergunde loods van 200 m² stond een vergunde schuur met een oppervlakte van 84 m². Deze is gesloopt. Tegelijkertijd werd een vergunde hobbykas van 6 bij 3 meter (18 m²) gesloopt. In tabel 1 is het bestaande bebouwd oppervlak vergunde bouwwerken plus wat eerder is gesloopt aan vergunde bouwwerken aangegeven. Type bouwwerk Vergunde bedrijfswoning Vergunde zuidelijke stal Noordelijke niet-vergunde loods Vergunde noordelijke loods (reeds gesloopt) Vergunde hobbykas (reeds gesloopt)
Oppervlakte (in m2) 90 188 200 84 18 380
Tabel 2.1: Bestaande bebouwd oppervlak vergunde bouwwerken plus wat eerder is gesloopt aan vergunde bouwwerken De gronden in het noordoostelijke deel van het plangebied zijn grotendeels verhard. De erfafscheiding van het noordoostelijke deel van het plangebied bestaat uit een coniferenhaag. De rest van het plangebied is omheind met een hek.
bestemmingsplan "Dodewaard, Kalkestraat 91" (ontwerp)
7
bestemmingsplan Dodewaard, Kalkestraat 91
Noordelijke niet-vergunde loods
Vergunde zuidelijke stal
Vergunde bedrijfswoning
Afbeelding 2.1: Bestaande situatie plangebied
Afbeelding 2.2: Huidige situatie plangebied, vanaf de Waalbanddijk
8
bestemmingsplan "Dodewaard, Kalkestraat 91" (ontwerp)
bestemmingsplan Dodewaard, Kalkestraat 91
Afbeelding 2.3: Huidige situatie plangebied, vanaf de Waalbanddijk
Afbeelding 2.4: Huidige situatie plangebied, vanaf de Kalkestraat
2.2
Toekomstige situatie
2.2.1
Programma
Het planvoornemen aan de Kalkestraat 91 in Dodewaard betreft het positief bestemmen van een hoveniersbedrijf. Het hoveniersbedrijf is al sinds 2002 gevestigd op deze locatie. Het uitvoeren van bedrijfsactiviteiten is binnen de huidige bestemming ‘Wonen’ niet toegestaan. Om de bedrijfsactiviteiten op dit perceel voort te zetten dient de bestemming ‘Wonen’ gewijzigd te worden naar de bestemming ‘Bedrijf – buitengebied gebonden’.
bestemmingsplan "Dodewaard, Kalkestraat 91" (ontwerp)
9
bestemmingsplan Dodewaard, Kalkestraat 91
Voor het planvoornemen wordt de niet-vergunde loods, die op dit moment in gebruik is ten behoeve van het hoveniersbedrijf, gesloopt en terug gebouwd op het terrein. De nieuwe loods krijgt daarbij een “logischere” plek en wordt zorgvuldig landschappelijk ingepast. Hiertoe is een landschappelijk inpassingsplan opgesteld (zie volgende subparagraaf). De nieuw te bouwen loods krijgt een afmeting van 15 bij 20 meter (300 m²). Deze loods krijgt een zadeldak en heeft een bouwhoogte van circa 9 meter en een goothoogte van circa 6 meter. Voor de bouw van de nieuwe loods wordt aansluiting gezocht bij de regels voor de bestemming “Bedrijfbuitengebied gebonden” van het bestemmingsplan ‘Buitengebied Dodewaard en Echteld’. Per bestemmingsvlak (artikel 11.2.2) mag het bebouwd oppervlak niet meer bedragen dan 140 % van het bestaande bebouwd oppervlak waarbij de maximale uitbreiding 500 m² mag bedragen. Het bestaande bebouwde (en vergunde) oppervlak bedraagt 380 m² (zie tabel 1 op pagina 8). De gesloopte vergunde loods en hobbykas mogen hier bij worden gerekend. 140 % van het bestaande bebouwd oppervlak is 532 m². De toekomstige bebouwd oppervlak bedraagt 578 m² (zie tabel 2.2). Dit is een overschrijding van 46 m². Deze overschrijding wordt ruimtelijk aanvaardbaar geacht, mits de buitenopslag hiermee fors wordt ingeperkt en het plan ruimtelijk/landschappelijk goed wordt ingepast.
Om te voorkomen dat het bebouwd oppervlak verder toe neemt is in de bouwregels (artikel 4.2.2.) van dit bestemmingsplan de maximale toekomstige bebouwd oppervlak van 578 m² juridisch verankerd. De nieuwe loods is noodzakelijk voor binnenopslag van materieel en materiaal. Buitenopslag is beperkt doordat de aanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf – buitenopslag’ is opgenomen op de verbeelding. Alleen ter plaatse van deze aanduiding is buitenopslag mogelijk. De zorgvuldige landschappelijke inpassing is in de volgende paragraaf verantwoord. Oppervlakte (in m2) 90 300 188 578
Type bouwwerk Vergunde bedrijfswoning Nieuwe noordelijke loods Vergunde zuidelijke stal Tabel 2.2: Toekomstig bebouwd oppervlak
Noordelijke niet-vergunde loods wordt gesloopt
Nieuwe noordelijke loods
Afbeelding 2.5: Sloop en nieuwbouw van de loods
2.2.2
Landschappelijke inpassing
In de huidige situatie wordt het noordoostelijke deel van het plangebied gedeeltelijk omheind met een coniferenhaag en staan de machines her en der buiten op het erf opgeslagen. Omdat de op dit moment aanwezige loods ten behoeve van het hoveniersbedrijf gesloopt wordt en een andere plek op het terrein krijgt (zie afbeelding 2.5), wordt het noordoostelijke deel van het plangebied heringericht. In de nieuwe situatie wordt de coniferenhaag vervangen voor nieuwe beplanting. De coniferenhaag maakt ten westen van de nieuwe loods plaats voor een meidoornhaag van 1,5 meter hoog, met elzen 10
bestemmingsplan "Dodewaard, Kalkestraat 91" (ontwerp)
bestemmingsplan Dodewaard, Kalkestraat 91
en fruitbomen. Ten noorden en ten oosten van de nieuwe loods wordt de coniferenhaag vervangen voor een laurierhaag van 3 meter hoog. Deze keuze voor een gehele jaargetijde zeer dichte laurierhaag is ter voorkoming van lichtschijnsel van voertuigen richting naaste en overburen en uit oogpunt van veiligheid. Ten zuiden van de nieuwe loods komt een beukenhaag van 1,5 meter hoog met leilindes. Door twee beukenbogen in de onderbroken beukenhaag worden twee doorgangen gecreëerd naar de tuin en hoofdingang van de bedrijfswoning. Het gehele terrein met de nieuwe loods behoudt een klinkerverharding en ten noorden van de nieuwe loods is ruimte voor incidentele opslag. De landschappelijke inpassing is als bijlage 1 toegevoegd. In afbeelding 2.6 is de nieuwe situatie met landschappelijke inpassing weergegeven. In de artikelen 4.2.2. lid c en 4.4.1. van de regels zijn voorwaardelijke verplichtingen voor de landschappelijke inpassing opgenomen. Artikel 4.2.2. lid c: aan de omgevingsvergunning voor het bouwen van een bedrijfsgebouw zal als voorwaarde worden opgenomen, dat binnen 1 maand na realisatie van het bedrijfsgebouw, uitvoering zal worden gegeven aan het landschappelijk inpassingsplan als bedoeld in bijlage 1 van deze regels en dat de werkzaamheden binnen 6 maanden zijn afgerond, waarna het landschappelijk inpassingsplan overeenkomstig bijlage 1 kwalitatief in stand wordt gehouden.
Artikel 4.4.1.: Het gebruiken van de bestemming 'Bedrijf - Buitengebied gebonden’ is uitsluitend toegestaan indien de landschappelijke inpassing, zoals opgenomen in bijlage 1 van de regels, binnen 6 maanden na het onherroepelijk worden van de omgevingsvergunning activiteit 'bouwen' is uitgevoerd en kwalitatief in stand wordt gehouden.
Afbeelding 2.6: Landschappelijke inpassing
bestemmingsplan "Dodewaard, Kalkestraat 91" (ontwerp)
11
bestemmingsplan Dodewaard, Kalkestraat 91
Hoofdstuk 3
Beleidskader
3.1
Nationaal beleid
3.1.1
Nationale Omgevingsvisie
Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld. De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) is geheel opgenomen in deze nieuwe visie. De Nationale Omgevingsvisie biedt een duurzaam perspectief voor de leefomgeving. Hiermee kan het Rijk inspelen op de grote uitdagingen die voor hen liggen. Allerlei trends en ontwikkelingen hebben invloed op de leefomgeving. Veranderende en groeiende steden, de overgang naar een duurzame en circulaire economie en het aanpassen aan de gevolgen van de klimaatverandering vormen slechts een deel van de opgaven. Dit biedt kansen, maar vraagt wel om zorgvuldige keuzes. Want ruimte, zowel boven-, als ondergronds, is een schaars goed. Het combineren van al die opgaven vraagt een nieuwe manier van werken. Niet van bovenaf opgelegd, maar in goede samenwerking tussen overheden, bedrijven, kennisinstellingen, maatschappelijke organisaties en burgers. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt. Met de NOVI zet het Rijk een proces in gang waarmee keuzes voor de leefomgeving sneller en beter kunnen worden gemaakt.
Door het nationale karakter van de NOVI en de kleine schaal van onderhavig plan, heeft het voornemen nauwelijks raakvlak met dit nationale kader. Met onderhavig planvoornemen zijn geen nationale belangen in het geding. 3.1.2
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening
Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) borgt een aantal van de nationale ruimtelijke belangen die deel uitmaken van het geldende nationale ruimtelijke beleid. Het besluit is gericht op doorwerking van de nationale belangen in provinciaal beleid en gemeentelijke bestemmingsplannen. Dat betekent dat het Barro voor de opgenomen onderwerpen regels geeft over bestemmingen en het gebruik van gronden. Daarnaast kan zij aan de gemeente opdragen in de toelichting bij een bestemmingsplan bepaalde zaken uitdrukkelijk te motiveren. Voor de gemeente Neder-Betuwe is specifiek de beleidslijn Grote Rivieren van belang. Door middel van Ruimte voor de Rivier, en speciaal het project rond kribverlaging in de Midden-Waal, wordt gewerkt aan het toekomstbestendig maken van de rivierbeddingen en uiterwaarden. Tevens is de dijkversterking Neder-Betuwe van belang. Een groot deel van het dijktraject Waalbanddijk NederBetuwe wordt versterkt, omdat de dijk niet meer voldeed aan de huidige veiligheidsnormen. Deze maatregelen hebben echter geen invloed op het plangebied, waardoor er vanuit het Barro geen bezwaren zijn ten aanzien van voorliggend bestemmingsplan. 3.1.3
Ladder voor duurzame verstedelijking
In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de 'ladder voor duurzame verstedelijking' als procesvereiste vastgelegd. In het geval van een nieuwe stedelijke ontwikkeling moet in de toelichting een onderbouwing opgenomen worden van nut en noodzaak van de nieuwe stedelijke ruimtevraag en de ruimtelijke inpassing. Hierbij wordt uitgegaan van de 'ladder voor duurzame verstedelijking'. De ladder worden in artikel 3.1.6, lid 2 Bro als volgt omschreven: 'De toelichting van een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling. Indien blijkt dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien, bevat de toelichting een motivering daarvan en een beschrijving van de mogelijkheid om in die behoefte te voorzien op de gekozen locatie buiten het bestaand stedelijk gebied.'
12
bestemmingsplan "Dodewaard, Kalkestraat 91" (ontwerp)
bestemmingsplan Dodewaard, Kalkestraat 91
In het kader van de duurzame ladder wordt ten aanzien van de definitie van bestaand stedelijk gebied de definitie uit de Bro gehanteerd: "bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal-culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur." Volgens de nota van toelichting bij artikel 3.1.6, lid 2, aanhef en onder b, van het Bro moet worden bekeken of door het benutten van leegstaande verstedelijkingsruimte in bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien in de behoefte. Zoals ook volgt uit onder andere de uitspraak met het nummer 201303578/1/R4 kunnen naar het oordeel van de Raad van State planologische mogelijkheden waarvan nog geen gebruik is gemaakt, als leegstaande verstedelijkingsruimte worden aangemerkt. Een dergelijke locatie wordt gezien als onderdeel van het bestaand stedelijk gebied. Ingevolge artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef onder i, van het Bro wordt in het Bro de daarop berustende bepalingen onder stedelijke ontwikkeling verstaan: “ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaven, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.” Het planvoornemen aan de Kalkestraat 91 in Dodewaard betreft het positief bestemmen van een hoveniersbedrijf.
Het hoveniersbedrijf is al sinds 2002 gevestigd op deze locatie. Het uitvoeren van bedrijfsactiviteiten is binnen de huidige bestemming ‘Wonen’ niet toegestaan. Om de bedrijfsactiviteiten op dit perceel voort te zetten dient de bestemming gewijzigd te worden naar ‘Bedrijf – buitengebied gebonden’. Voor het planvoornemen wordt de loods gesloopt en terug gebouwd op het terrein. De huidige functies binnen het plangebied blijven behouden en worden voortgezet. Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving. Wanneer een bestemmingsplan voorziet in een terrein met een ruimtebeslag van meer dan 500 m² of in een gebouw met een bruto-oppervlakte groter dan 500 m2, dient deze ontwikkeling in beginsel als een nieuwe stedelijke ontwikkeling te worden aangemerkt. De wijziging ziet toe op een ruimtebeslag van bijna 1.800 m² (de bedrijfswoning/tuinen buiten beschouwing gelaten). Er is sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Hieronder volgt een beschrijving van de behoefte en een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.
Beschrijving van de behoefte en motivering waarom het planvoornemen niet binnen het bestaand stedelijk gebied gerealiseerd kan worden De gemeente Neder-Betuwe streeft naar het zoveel mogelijk benutten van inbreidingslocaties en daarmee een efficiënt gebruik van de (open) ruimte in de kernen, mits het landelijk karakter (lees: de kwaliteit) van de kern niet verloren gaat. Daarnaast wil de gemeente zich profileren als groene, landelijke gemeente, met een aantrekkelijke omgeving om in te wonen, werken en recreëren. De beoogde ontwikkeling voorziet in de wijziging van de bestemming ‘Wonen’ naar ‘Bedrijf Buitengebied gebonden’, inclusief de nieuwbouw van een loods. De nieuwe loods is noodzakelijk voor binnenopslag van materieel en materiaal. De nieuwe loods krijgt daarbij een “logischere” plek en wordt zorgvuldig landschappelijk ingepast. Hiermee wordt een inbreidingslocatie benut en gaat dit niet ten koste van het landelijk karakter. Het landelijke karakter wordt zelfs versterkt door de landschappelijke inpassing van het planvoornemen. Het hoveniersbedrijf is conform de definitie van ‘buitengebied gebonden bedrijf’ in het bestemmingsplan ‘Buitengebied Dodewaard en Echteld’ aan te wijzen als een ‘buitengebied gebonden bedrijf’. Dit soort bedrijven horen niet thuis op een bedrijventerrein, maar in het buitengebied.
Dit sluit ook aan op artikel 2.12 van de Provinciale Omgevingsverordening (solitaire bedrijvigheid) waar in lid 1 van dit artikel is opgenomen dat een bestemmingsplan in principe geen vestiging mogelijk maakt in het buitengebied van vormen van bedrijvigheid die naar huidige planologische inzichten wat betreft de ruimtelijke aanvaarbaarheid thuishoren op een bedrijventerrein. 3.1.4
Conclusie
In het plangebied zijn geen nationale belangen in het geding.
bestemmingsplan "Dodewaard, Kalkestraat 91" (ontwerp)
13
bestemmingsplan Dodewaard, Kalkestraat 91
3.2
Provinciaal beleid
3.2.1
Algemeen
De Omgevingswet bundelt de wetten en regels voor ruimte, wonen, infrastructuur, milieu, natuur, cultuur erfgoed en water. En regelt zo het beheer en de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving. Vooruitlopend hierop heeft de provincie alvast een provinciale Omgevingsvisie en Omgevingsverordening gemaakt. Volgens de laatste informatie treedt de nieuwe Omgevingswet in 2022 in werking. Op 19 december 2018 stelde het college van Gedeputeerde Staten de Omgevingsvisie en de bijbehorende Omgevingsverordening vast. In de Omgevingsvisie staan de hoofdlijnen van het beleid en in de Omgevingsverordening de regels. De Omgevingsvisie en –verordening zijn dynamische instrumenten. 3.2.2
Omgevingsvisie Gaaf Gelderland
Op 19 december 2018 is de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland vastgesteld. Deze Omgevingsvisie gaat over ‘Gaaf Gelderland’. ‘Gaaf’ is een woord met twee betekenissen. ‘Gaaf’ betekent ‘mooi’ en gaat over wat – historisch en landschappelijk gezien – heel mooi en ongeschonden is. Het beschermen waard! Maar ‘gaaf’ verwijst ook naar dat wat ‘cool’ en nieuw en vernieuwend is; aantrekkelijk voor nieuwe generaties. Het ontwikkelen waard! Beide kanten zijn van toepassing op Gelderland en onlosmakelijk verbonden met de Gelderlanders. Beide aspecten zijn dan ook opgenomen in de Gelderse Omgevingsvisie. In de Omgevingsvisie is er door de provincie voor gekozen om in te zetten op een gezond en veilig en een schoon en welvarend Gelderland. Concreet betekent dit het volgende: Gezond en veilig: - Een gezonde leefomgeving, schone en frisse lucht, een schoon milieu, een niet vervuilde bodem, voldoende schoon en veilig (drink)water, bescherming van flora en fauna. - Voorbereid zijn op klimaatverandering, zoals hitte, droogte, bosbranden en overstromingen. - Aandacht hebben voor verkeersveiligheid en veilige bedrijvigheid. Schoon en welvarend: - Een dynamisch, duurzaam en aantrekkelijk woon-, werk- en ondernemersklimaat, goed bereikbaar en met een goed functionerende arbeidsmarkt en dito kennis- en onderwijsinstellingen.
- Het tegengaan van schadelijk uitstoot, afval en uitputting van grondstoffen. - Het investeren in nieuwe, alternatieve vormen van energie. De Omgevingsvisie Gaaf Gelderland bevat de hoofdlijnen van het provinciaal beleid voor de fysieke leefomgeving. De Omgevingsvisie Gaaf Gelderland beschrijft de strategische hoofdopgave voor de lange termijn. Deze zijn onderverdeelt in zeven thema’s, te weten: energietransitie, klimaatadaptie, circulaire economie, biodiversiteit, bereikbaarheid, vestigingsklimaat en woon- en leefomgeving. In de Omgevingsverordening wordt uitvoering gegeven aan de Gelderse Omgevingsvisie en het realiseren van het wensbeeld van de provincie. De Omgevingsvisie schept geen directe kaders voor de beoogde ontwikkeling en andersom vormt onderhavige ontwikkeling geen gevaar voor de belangen zoals die zijn gesteld in de omgevingsvisie. Gelderse ladder voor duurzame verstedelijking De provincie verwacht van gemeenten dat zij bij grotere initiatieven nagaan of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling die afgewogen moet worden. Als de nieuwe situatie qua omvang (aantallen woningen of oppervlaktes) of qua effecten (milieuhinder, verkeersaantrekkende werking e.d.) dusdanig is dat de aard van het betreffende buitengebied qua karakter verandert, is er sprake van een grootschalige ontwikkeling.
In die gevallen is een afweging op grond van de Gelderse Ladder voor duurzaam ruimtegebruik aan de orde en dient de behoefte voor de ontwikkeling aangetoond te worden. In onderhavige planvoornemen is geen sprake van een grootschalige ontwikkeling.
14
bestemmingsplan "Dodewaard, Kalkestraat 91" (ontwerp)
bestemmingsplan Dodewaard, Kalkestraat 91
3.2.3
Omgevingsverordening
De Omgevingsverordening vormt de juridische doorwerking in regels van het beleid uit de Omgevingsvisie. De inzet van de verordening als juridisch instrument om de doorwerking van het provinciaal beleid af te dwingen is beperkt tot die onderdelen van het beleid waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen veilig te stellen of om uitvoering te geven aan wettelijke verplichtingen. De Omgevingsverordening richt zich net zo breed als de Omgevingsvisie op de fysieke leefomgeving in de provincie Gelderland. Dit betekent dat vrijwel alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving opgenomen zijn in de Omgevingsverordening. In de Omgevingsverordening is het plangebied opgenomen in de volgende kaarten: Kaart 2: Regels landbouw
Plussenbeleid
Kaart 3: Regels glastuinbouw
Glastuinbouw in overige gebieden Tijdelijk verbod hervestiging glastuinbouw Tijdelijk verbod nieuwvestiging glastuinbouw Tijdelijk verbod uitbreiding bestaande glastuinbouw
Kaart 6: Regels water en milieu
Intrekgebieden
Landbouw Het plussenbeleid is van toepassing op niet-grondgebonden veehouderijbedrijven en –takken. Met het plussenbeleid wordt het ontstaan van een niet-grondgebonden bedrijf onderdeel van een bestaand bedrijf, een uitbreiding van een niet-grondgebonden bedrijf, of onderdeel van een bedrijf groter dan 500 vierkante meter gebonden aan de kwalitatieve eisen van het Plussenbeleid. Onderhavig planvoornemen heeft geen betrekking op veehouderijen. Glastuinbouw De Omgevingsverordening bevat een drietal tijdelijke verboden op grond van artikel 4.1, derde lid, van de Wet ruimtelijke ordening. In het plangebied geldt een verbod voor de uitbreiding, hervestiging en nieuwvestiging van glastuinbouwbedrijven. Onderhavig planvoornemen heeft geen betrekking op een glastuinbouwbedrijf. Water en milieu Intrekgebieden krijgen in een bestemmingsplan geen bestemming die de winning van fossiele energie, zoals aardgas, aardolie, schaliegas en steenkoolgas mogelijk maakt. Onderhavig planvoornemen heeft geen betrekking op de winning van fossiele energie. Daarnaast kan aansluiting worden gezocht bij artikel 2.12 van de Provinciale Omgevingsverordening, betreffende solitaire bedrijvigheid. Artikel 2.12 (solitaire bedrijvigheid) 1.
Een bestemmingsplan maakt geen vestiging mogelijk in het buitengebied van vormen van bedrijvigheid die naar huidige planologische inzichten wat betreft de ruimtelijke aanvaarbaarheid thuishoren op een bedrijventerrein. 2. In afwijking van het eerste lid kan een bestemmingplan nieuwvestiging toch mogelijk maken als: a. sprake is van functieverandering, of b. het vigerende Regionaal programma werklocaties hierover afspraken bevat. 3. Een bestemmingsplan maakt in het buitengebied uitbreiding van solitaire bedrijvigheid die leidt tot bedrijfsbebouwing groter dan vierkante meter en waarbij de uitbreiding zelf groter is dan 250 vierkante meter bedrijfsbebouwing niet mogelijk, tenzij in de toelichting bij het bestemmingsplan wordt aangetoond dat: a. verplaatsing naar een bedrijventerrein in redelijkheid niet mogelijk is; bestemmingsplan "Dodewaard, Kalkestraat 91" (ontwerp)
15
bestemmingsplan Dodewaard, Kalkestraat 91
b. de uitbreiding regionaal is afgestemd; c. de uitbreiding landschappelijk goed wordt ingepast; d. de uitbreiding mogelijk wordt gemaakt met een maatbestemming. Met het planvoornemen wordt de bestemming ‘Wonen’ gewijzigd naar ‘Bedrijf – Buitengebied gebonden’, ten behoeve van een hoveniersbedrijf dat hier al sinds 2002 gevestigd is. De bedrijvigheid van een hoveniersbedrijf hoort niet thuis op een bedrijventerrein, maar in het buitengebied. Daartoe is onderhavig planvoornemen passend bij artikel 2.12 van de Provinciale Omgevingsverordening. 3.2.4
Conclusie
Het bestemmingsplan is passend in de Omgevingsvisie en –verordening van de provincie Gelderland.
3.3
Gemeentelijk beleid
3.3.1
Structuurvisie Neder-Betuwe 2015
Op 31 mei 2018 is de Structuurvisie ‘Neder-Betuwe 2018’ door de gemeente vastgesteld. Doel van deze structuurvisie is het bieden van een actueel en integraal ruimtelijk kader, dat voor de langere termijn als toetsingskader op hoofdlijnen dient voor alle ruimtelijke ontwikkelingen. De structuurvisie is het strategisch document in het kader van de ruimtelijke ontwikkeling van de gemeente. De structuurvisie geeft richting aan de gewenste ruimtelijke inrichting van een gebied waardoor voor een ieder in algemene zin duidelijk is of bepaalde initiatieven daarbinnen passen. Voor andere overheden kan de structuurvisie duidelijk maken hoe de gemeente het beleid van Rijk en provincie uitwerkt op gemeentelijk schaalniveau. Voor het gemeentebestuur is de structuurvisie een belangrijk kader voor de afweging van concrete ruimtelijke beslissingen en voor de inzet daartoe van bestuurlijke uitvoeringsinstrumenten, zoals het vaststellen van bestemmingsplannen, het beschikbaar stellen van financiële middelen en het sluiten van bestuursovereenkomsten. Tevens is de visie leidraad bij de beoordeling van nieuwe plannen en initiatieven. De gemeente streeft naar het zoveel mogelijk benutten van inbreidingslocaties en daarmee een efficiënt gebruik van de (open) ruimte in de kernen, mits het landelijk karakter (lees: de kwaliteit) van de kern niet verloren gaat.
De ontwikkeling en het behoud van compacte dorpskernen bespaart waar mogelijk uitbreiding aan de randen en ongewenste realisatie van bebouwing in het buitengebied. Naast de beoogde gemeentelijke ambities, is in de structuurvisie een toetsingskader voor particuliere initiatieven opgenomen. Initiatieven worden in eerste instantie getoetst aan de visie. Indien het initiatief past binnen de uitgangspunten van de visie, wordt onderzocht of het initiatief inpasbaar is in de directe omgeving. Hiermee dragen particuliere initiatieven in belangrijke mate bij aan de beoogde ruimtelijke ontwikkeling van de gemeente. In de Structuurvisie is beschreven dat de gemeente een aantrekkelijke, groene en veilige woonomgeving biedt. Het beleid van de gemeente is erop gericht om de Green Valley van Europa te worden, door de bekendheid als laanboomcentrum verder te ontwikkelen met ruimte voor innovatie. Daarnaast wil de gemeente zich profileren als groene, landelijke gemeente, met een aantrekkelijke omgeving om in te wonen, werken en recreëren. Uiterwaarden bieden ruimte aan natuur, landbouw en extensieve recreatie en in beginsel niet aan woningbouw. Voor Dodewaard staat behoud van de historisch waardevolle bebouwing voorop. Het betreft de bebouwing aan de Waalbandijk, de Pluimenburgsestraat, Kalkestraat en de Dalwagen.
In afbeelding 3.1 is een uitsnede uit de structuurvisiekaart gemeente Neder-Betuwe opgenomen. Hierin is te zien dat voor onderhavig bestemmingsplan de volgende elementen van toepassing zijn: Teeltrijke oeverwallen; Ontwikkeling laanboomteelt; Versterken Bandijken.
16
bestemmingsplan "Dodewaard, Kalkestraat 91" (ontwerp)
bestemmingsplan Dodewaard, Kalkestraat 91
Afbeelding 3.1: Structuurvisiekaart (plangebied rood omlijnd) Teeltrijke oeverwallen Het plangebied is gelegen in het gebied dat is aangemerkt als teeltrijke oeverwallen. Het beleid is hier gericht op het bewaken van het landelijke karakter. Op de oeverwallen wordt het beeld nagestreefd van een informeel landschap met grillige bebouwings- en kavelpatronen. Dit informele beeld wordt bevorderd door de aanwezigheid van relatief veel beplanting langs de wegen en op de erven en in overhoekjes. Ook de grote afwisseling in grondgebruik draagt bij aan de kleinschaligheid. Dit streven wordt concreet gemaakt door de aanleg van streekeigen erfbeplanting bijvoorbeeld met hoogstamfruit van harte te ondersteunen. Ook worden kansen benut om bij nieuwe ontwikkelingen de aanplant van erfbeplanting meteen mee te nemen. Laanboomteelt en fruitteelt creëren een zekere mate van beslotenheid en kleinschaligheid en dragen hierdoor in belangrijke mate bij aan het specifieke beeld van de oeverwallen. Het is van belang dat beide sectoren op de oeverwallen duurzame ontwikkelingsmogelijkheden behouden. Met name op de oeverwallen nabij Dodewaard, Kesteren en Opheusden is een versterking van de landschappelijke kwaliteit gewenst, door meer opgaande beplanting aan te brengen. Deze versterking kan worden gerealiseerd door een toename van erfbeplanting en laanbeplanting.
Bijzondere aandacht gaat daarbij uit naar het behouden van de aanwezigheid van fruitbomen op de oeverwallen. Ontwikkeling laanboomteelt Het buitengebied van de gemeente Neder-Betuwe is aangemerkt als 'ontwikkeling laanboomteelt' gebied. Dit heeft als belangrijk doel de potenties van de gemeente als het laanboomcentrum van Europa verder te versterken. De gemeente wil deze bekendheid verder ontwikkelen en geeft boomkwekerijen de ruimte te groeien, waarbij ruimte is voor innovatie. In de structuurvisie wordt onderschreven dat het gehele buitengebied ruimte moet bieden voor de laanboomteelt, andere functies zijn daaraan ondergeschikt. Versterken Bandijken De dijken vormen bij uitstek het kenmerk van het rivierengebied, met de voortdurende spanning tussen waterkering en het menselijk gebruik van het gebied. De bandijken zijn doorgaande lijnen in het landschap en ondersteunen bij de oriëntatie in het gebied. Door zijn hoogte komt de bandijk op vele plekken op de achtergrond naar voren in het landschap. Sporadisch staat er bebouwing aan de dijk, maar voor het overgrote deel liggen de dorpen op gepaste afstand van de dijk en de rivier. De bandijk vormt een scherpe duidelijke grens tussen binnen- en buitendijks land, met een hierdoor verschillend gebruik en voorkomen. Vanaf de dijk wordt het rivierengebied op ultieme wijze beleefd.
Door het globale karakter van de structuurvisie en de kleinschaligheid van onderhavig planvoornemen, staan in de visie geen concrete uitspraken die van toepassing zijn op de beoogde ontwikkeling. De beoogde ontwikkeling voorziet in de wijziging van de bestemming ‘Wonen’ naar ‘Bedrijf - Buitengebied gebonden’, inclusief de nieuwbouw van een loods/werktuigenberging. De loods krijgt daarbij een “logischere” plek en wordt zorgvuldig landschappelijk ingepast. De grootte van de nieuwe loods maakt veel binnenopslag mogelijk van materieel en materiaal, hetgeen het landschappelijke beeld in sterke mate ten goede komt en in samenhang daarmee acceptabel is. Een bestemmingsplan "Dodewaard, Kalkestraat 91" (ontwerp)
17
bestemmingsplan Dodewaard, Kalkestraat 91
klein deel, ten noorden van de loods wordt gebruikt voor buitenopslag, maar dit gebied is door landschappelijke inpassing, voldoende afgeschermd van het openbaar gebied. Onderhavig planvoornemen past daarmee binnen het beleid uit de Structuurvisie ‘Neder-Betuwe 2018’. Door het landschappelijk inrichtingsplan ontstaat ook een meer besloten en kleinschaliger gebied, hetgeen de beleving vanaf de dijk ten goede komt.
3.3.2
Landschapsontwikkelingsplan (LOP)
Het LOP is een ontwikkelings- en uitvoeringsgericht plan dat uitspraken doet over de directe leefomgeving van mensen. Het LOP vormt het kwalitatieve kader voor nieuwe ontwikkelingen in het buitengebied, of deze nu voortkomen uit initiatieven van andere overheden, de gemeente zelf of partijen en organisaties uit het gebied. Het Bestemmingsplan “Buitengebied Dodewaard en Echteld” en de geldende parapluplannen vormen het formele juridische kader waarmee de bescherming van waarden en de functies per kavel worden geregeld. Het LOP biedt vooral de kwalitatieve en ontwikkelingsgerichte insteek. In het Landschapsontwikkelingsplan (LOP) Neder-Betuwe wordt inzichtelijk gemaakt hoe de gemeente de ontwikkeling van het landschap voor de komende 10 jaar wil begeleiden. Rekening houdend met de ontwikkeling van de verschillende functies in het landelijke gebied wordt beschreven hoe de landschappelijke waarden behouden en versterkt kunnen worden. Daarnaast gaat de visie in op de mogelijkheden om het landschap te beleven. In het landschapsontwikkelingsplan ligt het plangebied in de "boomteeltrijke oeverwallen" wat wordt gekenmerkt door onder andere de kleinschalige, onregelmatige verkaveling en het tamelijk besloten landschap. Het planvoornemen wordt zorgvuldig landschappelijk ingepast, zoals beschreven in hoofdstuk 3, rekening houdend met het landschapsontwikkelingsplan. 3.3.3
Conclusie
Het bestemmingsplan is passend binnen het gemeentelijke beleid.
3.4
Conclusie
Het bestemmingsplan is passend binnen de beleidskaders van het Rijk, de provincie Gelderland en de gemeente Neder-Betuwe.
18
bestemmingsplan "Dodewaard, Kalkestraat 91" (ontwerp)
bestemmingsplan Dodewaard, Kalkestraat 91
Hoofdstuk 4
Omgevingsaspecten
4.1
Verkeer & Parkeren
4.1.1
Verkeer
4.1.1.1 Regelgeving De gemeenteraad stelde op 8 maart 2018 het Neder-Betuws Verkeer- en Vervoerplan (NBVVP) vast. Dit geeft de visie tot 2025 weer hoe de gemeente Neder-Betuwe nu en in de toekomst om gaat met vraagstukken op het gebied van verkeer en vervoer dan wel de mobiliteit. Het plan bestaat uit twee onderdelen: Beleidsrapportage met daarin de visie van de gemeente tot 2025. Belangrijk onderdeel hierin is ook het Uitvoeringsprogramma, waarin staat welke projecten de gemeente de komende jaren wil uitvoeren en voor welke projecten geld beschikbaar is. Achtergrondrapportage met daarin achtergrondinformatie bij de beleidsrapportage. In de achtergrondrapportage zijn de resultaten van de inventarisatie en (knelpunt)analyse opgenomen. 4.1.1.2 Doorwerking bestemmingsplan Het plangebied wordt ontsloten via de Kalkestraat, via de bestaande in- en uitrit van het perceel. De Kalkestraat is een straat die hoofdzakelijk door bestemmingsverkeer wordt gebruikt. Hier geldt een maximumsnelheid van 60 kilometer per uur. De Kalkestraat is een lange straat die het plangebied in noordoostelijke richting verbindt met de bebouwde kom van Dodewaard. De Kalkestraat gaat een paar honderd meter ten westen van het plangebied over in de Waalbandijk. Afhankelijk van de uit te voeren klus elders, rijdt het verkeer van en naar het plangebied in oostelijke of westelijke richting.
De verkeersgeneratie van de bestaande situatie is in tabel 4.1. weergegeven. Hiervoor is gebruik gemaakt van de CROW publicatie 381 “Toekomstbestendig parkeren 2018”. De noordelijke nietvergunde loods is niet meegenomen in de bestaande situatie, omdat deze loods niet vergund is. Verkeersgeneratie bestaande situatie Functie Verkeersgeneratie volgens CROW publicatie 381 “Toekomstbestendig parkeren 2018” Vrijstaande woning Min: 7,8 mvt/etmaal buitengebied Max: 8,6 mvt/etmaal Vergunde zuidelijke stal (188 Min: 3,9 mvt/etmaal per 100 m² bvo m²) Max: 5,7 mvt/etmaal per 100 m² bvo Totaal
Maximale verkeersgeneratie ‘buitengebied’ 8,6 mvt x 1 woning = 8,6 mvt/etmaal 5,7 mvt x 188 m²/ 100 m² = 10,7 mvt/etmaal 19,3 mvt/etmaal
Tabel 4.1: Verkeersgeneratie bestaande situatie Het planvoornemen is om de thans in gebruik zijnde loods ten behoeve van het hoveniersbedrijf te slopen en terug te bouwen op het terrein. Deze loods krijgt een oppervlakte van 300 m². De nieuwe loods krijg een “logischere” plek en wordt zorgvuldig landschappelijk ingepast. De bijbehorende vrijstaande bedrijfswoning blijft behouden. De verkeersgeneratie voor de toekomstige situatie is in onderstaande tabel weergegeven. Verkeersgeneratie nieuwe situatie Functie Verkeersgeneratie volgens CROW publicatie 381 “Toekomstbestendig parkeren 2018” Vrijstaande woning Min: 7,8 mvt/etmaal buitengebied Max: 8,6 mvt/etmaal Nieuwe noordelijke loods (300 Min: 3,9 mvt/etmaal per 100 m² bvo m²) Max: 5,7 mvt/etmaal per 100 m² bvo Vergunde zuidelijke stal (188 Min: 3,9 mvt/etmaal per 100 m² bvo m²) Max: 5,7 mvt/etmaal per 100 m² bvo Totaal
Maximale verkeersgeneratie ‘buitengebied’ 8,6 mvt x 1 woning = 8,6 mvt/etmaal 5,7 mvt x 300 m²/ 100 m² = 17,1 mvt/etmaal 5,7 mvt x 188 m²/ 100 m² = 10,7 mvt/etmaal 36,4 mvt/etmaal
Tabel 4.2: Verkeersgeneratie nieuwe situatie bestemmingsplan "Dodewaard, Kalkestraat 91" (ontwerp)
19
bestemmingsplan Dodewaard, Kalkestraat 91
Dit betekent een toename van maximaal 17,1 mvt/etmaal (afgerond 18 mvt/etmaal). In de praktijk zal het aantal motorvoertuigen lager liggen, omdat het een eenmansbedrijf blijft. Niettemin moet gekeken worden naar de worse case situatie. In artikel 4.4.2.lid a van de regels is opgenomen dat per bestemmingsvlak het bebouwd oppervlak niet meer mag bedragen dan 578 m2. Het bebouwd oppervlak kan na het planvoornemen hierdoor niet meer uitgebreid worden, zie ook tabel 2.2. De voertuigen die ten behoeve van de bedrijfsvoering van het hoveniersbedrijf in gebruik zijn, zijn een bedrijfsbus, een aanhangwagen en een vrachtwagen. Het hoveniersbedrijf maakt voor een beperkt deel gebruik van de Kalkestraat. Om toch alle vormen van bedrijfsmatig overlast op de Kalkestraat te voorkomen wordt het perceel via het westelijke deel van de Kalkestraat richting Melkdreef of Waalbandijk ontsloten. Daarmee wordt het gebruik van de Kalkestraat tot circa 300 meter beperkt. Een verkeerstoename van 18 mvt/etmaal is dermate gering ten aanzien van het huidige gebruik van de Kalkestraat dat kan worden geconcludeerd dat de verkeersveiligheid / verkeersdoorstroming niet in het geding zal komen na realisatie van het planvoornemen. 4.1.2
Parkeren
4.1.2.1 Regelgeving De parapluregeling Parkeren uit 2018 en de daaraan verbonden Nota Parkeernormen Neder-Betuwe (2017) zijn van toepassing op nieuwe ontwikkelingen in de gemeente Neder-Betuwe. Hierin worden onder andere parkeernormen gesteld op basis van de toe te voegen functies. 4.1.2.2 Doorwerking bestemmingsplan Vanuit parkeren zal het planvoornemen voldoen aan het gemeentelijke parkeerbeleid (Parapluregeling Parkeren). In dit beleid wordt een parkeernorm van 2,8 parkeerplaatsen per woning en 1,3 parkeerplaatsen per 100 m² bvo (categorie arbeidsextensief/bezoekersextensief) gehanteerd. Het planvoornemen is om de thans in gebruik zijnde loods ten behoeve van het hoveniersbedrijf te slopen en terug te bouwen op het terrein. De nieuwe loods krijg daarbij een “logischere” plek en wordt zorgvuldig landschappelijk ingepast. Door de bouw van de nieuwe loods zal de parkeerbehoefte wijzigen. In onderstaande tabel is de parkeerbehoefte in de bestaande en toekomstige situatie weergegeven. De noordelijke niet-vergunde loods is niet meegenomen in de bestaande situatie, omdat deze loods niet vergund is. Parkeerbehoefte bestaande situatie Functie Oppervlakte/aantal Vrijstaande woning Eén woning buitengebied Vergunde zuidelijke stal ± 188 m² (188 m²) Totaal
Parkeernorm 2,8 / woning 1,3 pp/100 m²
Parkeerbehoefte 2,8 pp x 1 woning = 2,8 parkeerplaatsen 1,3 pp x 188 m² / 100 = 2,4 parkeerplaatsen 5,2 parkeerplaatsen
Tabel 4.3: Parkeerbehoefte bestaande situatie Parkeerbehoefte nieuwe situatie Functie Oppervlakte/aantal Vrijstaande woning Eén woning buitengebied Nieuwe noordelijke loods ± 300 m² (300 m²) Vergunde zuidelijke stal ± 188 m² (188 m²) Totaal
Parkeernorm 2,8 / woning 1,3 pp/100 m² 1,3 pp/100 m²
Parkeerbehoefte 2,8 pp x 1 woning = 2,8 parkeerplaatsen 1,3 pp x 300 m² / 100 = 3,9 parkeerplaatsen 1,3 pp x 188 m² / 100 = 2,4 parkeerplaatsen 9,1 parkeerplaatsen
Tabel 4.4: Parkeerbehoefte nieuwe situatie Met dit planvoornemen neemt de parkeerbehoefte toe met (afgerond) 4 parkeerplaatsen. Het parkeren 20
bestemmingsplan "Dodewaard, Kalkestraat 91" (ontwerp)
bestemmingsplan Dodewaard, Kalkestraat 91
zal geheel op eigen perceel worden opgelost. Hier is voldoende ruimte voor.
4.2
Bodem
4.2.1
Regelgeving
Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) dient in verband met de uitvoerbaarheid van een project rekening te worden gehouden met de bodemgesteldheid. Bij functiewijzigingen dient te worden bekeken of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde functie en moet worden vastgesteld of er sprake is van een saneringsnoodzaak. In de Wet bodembescherming is bepaald dat indien de desbetreffende bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de beoogde functie, de grond zodanig dient te worden gesaneerd dat zij kan worden gebruikt door de desbetreffende functie (functiegericht saneren). De Wet bodembescherming heeft betrekking op landbodems; waterbodems vallen onder de Waterwet. Op grond van de Woningwet en de Bouwverordening dient voor elke individuele bouwlocatie aangetoond te worden dat de bodem geschikt is voor de beoogde bebouwing, alvorens een omgevingsvergunning verleend kan worden. Bij het opstellen van een bestemmingsplan is de vraag of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het huidige of toekomstige gebruik van die bodem en of deze optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Het uitgangspunt hierbij is dat eventueel aanwezige bodemverontreiniging geen onaanvaardbaar risico oplevert voor de gebruikers van de bodem en dat de bodemkwaliteit niet verslechtert door grondverzet. Dit is het zogenaamde stand still-beginsel.
Het vaststellen van de bodemkwaliteit wordt bij het opstellen/wijzigen van een bestemmingsplan dan ook alleen van belang geacht voor de locaties waar ontwikkelingen gepland zijn (zoals functiewijzigingen, bouwen, graven/ophogen). 4.2.2
Doorvertaling bestemmingsplan
In het kader van de voorgenomen ontwikkeling is in maart 2021 een historische (bodem)onderzoek uitgevoerd. De belangrijkste resultaten zijn hieronder weergegeven, de volledige rapportage is als bijlage 2 bij de toelichting opgenomen. Op basis van de resultaten van het uitgevoerde historische (bodem)onderzoek wordt geconcludeerd dat de onderzoekslocatie als onverdacht ten aanzien van bodemverontreiniging te beschouwen is. Binnen het vooronderzoeksgebied is echter wel sprake van een deellocatie welke verdacht is ten aanzien van bodemverontreiniging. Het betreft de bovengrondse brandstoftank. Gezien de afstand tot de onderzoekslocatie en de regionale grondwaterstromingsrichting wordt echter geen bodemverontreiniging verwacht welke zich uitstrekt tot binnen de onderzoekslocatie. Ter plaatse van de onderzoekslocatie wordt dus, met uitzondering van de bekende verhoogde achtergrondgehalten, geen bodemverontreiniging verwacht. Daarom wordt, conform het gemeentelijk beleid, de uitvoering van een bodemonderzoek in verband met de verlening van een omgevingsvergunning niet noodzakelijk geacht. 4.2.3
Conclusie
Het aspect 'bodem' vormt geen belemmering voor de vaststelling van dit bestemmingsplan.
4.3
Geluid
4.3.1
Regelgeving
Belangrijke basis voor de ruimtelijke afweging van het aspect geluid is de Wet geluidhinder (Wgh). Overeenkomstig de Wgh zijn (spoor-)wegen en industrieterreinen waar zich grote lawaaimakers kunnen vestigen voorzien van zones. Het gebied binnen deze zones geldt als akoestisch aandachtsgebied waar een toetsing uitgevoerd dient te worden. Daarbij beperkt de Wgh zich tot een toetsing ter plaatse van zogenaamde geluidsgevoelige objecten. Dit zijn onder andere woningen, onderwijsgebouwen, gezondheidszorggebouwen, kinderdagverblijven, woonwagenstandplaatsen en ligplaatsen voor woonboten. bestemmingsplan "Dodewaard, Kalkestraat 91" (ontwerp)
21
bestemmingsplan Dodewaard, Kalkestraat 91
Voor de geluidsgevoelige gebouwen en terreinen die binnen bepaalde afstanden (zones) van de verschillende geluidsbronnen liggen, schrijft de Wgh voor dat een aangewezen bevoegd gezag (meestal Burgemeester en Wethouders) (maatwerk)grenswaarden bepaalt. De terminologie die de wet hiervoor hanteert is: ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting. De getalsmatige invulling van deze grenswaarden voor nieuwe of bestaande geluidgevoelige bestemmingen verschillen per locatie en per geluidssoort. Naast grenswaarden op de gevels van de geluidsgevoelige gebouwen, zijn er in de Wgh ook grenswaarden gericht op de bescherming van het akoestische klimaat binnen de bestaande gebouwen. De grenswaarden moeten bij de aanleg, dan wel wijzigingen van een (spoor)weg of industrieterrein in acht worden genomen. Dit geldt ook bij vaststelling of herziening van een bestemmingsplan of bij een projectbesluit wanneer de betreffende gronden/gebouwen voor een geluidgevoelige functie in een geluidszone zijn gelegen. Onder bepaalde voorwaarden is een hogere geluidsbelasting dan de voorkeursgrenswaarde mogelijk (tot de maximaal toelaatbare geluidsbelasting). Hiervoor moet een “hogere waarde procedure” worden doorlopen door het college van burgemeester en wethouders. Een uitzondering waar toetsing aan de grenswaarden niet hoeft, is wanneer een geluidsgevoelig gebouw een zogenoemde "dove" gevel heeft.
Een "dove gevel" is een bouwkundige constructie: Waarin geen te openen delen aanwezig zijn en met een bepaalde geluidwering; Waarin alleen bij uitzondering te openen delen aanwezig zijn, mits de delen niet direct grenzen aan een geluidsgevoelige ruimte. Bij ontheffing van de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting kan (in het kader van de omgevingsvergunning) een nader akoestisch onderzoek noodzakelijk zijn ten behoeve van het woonen leefklimaat in de woning. De karakteristieke geluidwering van de gevel dient voor nieuwbouw zodanig te zijn dat wordt voldaan aan de eisen uit het Bouwbesluit, zijnde het verschil tussen de geluidsbelasting op de gevel en het gewenste binnenniveau met een minimum van 20 dB. 4.3.2
Wegverkeerslawaai
In de Wgh en het Bgh is de zonering van wegen en het daarbij horende normenstelsel geregeld. Een zone is het akoestisch aandachtsgebied. Volgens de Wgh bevinden zich langs alle wegen wettelijke geluidzones, met uitzondering van woonerven, 30-km/uur-gebieden en wegen waarvan op grond van een door de gemeenteraad vastgestelde geluidsniveaukaart blijkt dat de geluidsbelasting op 10 meter uit de meest nabij gelegen wegas 48 dB of minder bedraagt. Bij vaststelling van een bestemmingsplan dient voor alle wegen waarvan de zone een overlap met het plangebied kent, een akoestisch onderzoek te worden verricht (art.76 lid 1 Wgh). De breedte van deze zone is afhankelijk van het aantal rijstroken en de aard van de omgeving (stedelijk of buitenstedelijk), zie navolgende tabel.
Tabel 4.5: overzicht zonebreedtes (vanaf de as van de weg tot de volgende breedte aan weerszijden van de weg) De definities van het buitenstedelijk en stedelijk gebied zijn opgenomen in artikel 1 van de Wgh. Als buitenstedelijk gebied wordt aangemerkt het gebied buiten de bebouwde kom en het gebied binnen de zone van een autoweg of autosnelweg, die binnen de bebouwde kom ligt. 4.3.3
Industrielawaai
Aan de noordwestzijde van Dodewaard zijn de geluidgezoneerde bedrijventerreinen Bonegraaf en De Maten gelegen. Aan De Zandvoort - ten noorden van Dodewaard - is het 380 kVelektroschakelstation gelegen. Het plangebied ligt op voldoende afstand van deze geluidszones en vormt dus geen belemmering voor het planvoornemen. 4.3.4
Doorvertaling bestemmingsplan
Het planvoornemen maakt geen nieuwe geluidsgevoelige functie mogelijk. In het kader van de voorgenomen ontwikkeling is op 18 februari 2021 een akoestisch onderzoek industrielawaai 22
bestemmingsplan "Dodewaard, Kalkestraat 91" (ontwerp)
bestemmingsplan Dodewaard, Kalkestraat 91
uitgevoerd door het bureau TecMap. De belangrijkste resultaten zijn hieronder weergegeven, de volledige rapportage is als bijlage 3 bij de toelichting opgenomen. Directe hinder:
Het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr,LT) bedraagt ter plaatse van woningen minder dan 45 dB(A) etmaalwaarde. Er wordt voldaan aan stap 2 uit de VNG publicatie bedrijven en milieuzonering.