CConstaterende datNeder-Betuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage - Landschapsontwikkelingsplan

Beeldvormende avond ('Het Beeld') 15 september 2022, gemeente Neder-BetuweBij agendapunt: Landschapsontwikkelingsplan Neder-Betuwe 2022-203226.833 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Er komen in het cultuurlandschap tussen de dijken wel enkele bijzondere dier- en plantensoorten voor: kamsalamanders, grote modderkruiper, riet- en moerasvogels en weidevogels. Ze zijn feitelijk relicten van het oude, niet-bedijkte riviersysteem: de overstromingsvlaktes achter de oeverwallen, nu vooral de komgebieden, al dan niet volledig in cultuur gebracht. Met name de natte gebieden hebben nu nog bijzondere waarden, soms in combinatie met agrarisch gebruik, zoals de weidevogelgebieden, soms als natuurterrein: (riet)moerassen en moeras- en rivierbossen. Voor het overige zijn de echt bijzondere natuurwaarden beperkt en is het lastig deze grootschalig te ontwikkelen: bijvoorbeeld hardhoutooibossen op de oeverwallen zijn er niet meer en moeten minstens 25 ha beslaan om enigszins als ecosysteem te kunnen functioneren.

Voor de ontwikkeling van biodiversiteit op regionale schaal zijn er toch nog wel aanknopingspunten. Dan gaat het om de variatie aan natuur die samenhangt met de verschillen tussen de landschapseenheden die horen bij het cultuurlandschap: uiterwaarden en dijken, oeverwallen, stroomruggen, dynamische overgangszones en komkleigebieden. De inrichting en het grondgebruik zorgen ervoor dat er verschillen zijn in de flora en fauna per landschapseenheid. De biodiversiteit op dit niveau is echter sterk verschraald. In dit LOP worden richtlijnen gegeven om die biodiversiteit te vergroten. Dat kan door gebruik te maken van de dooradering van het cultuurlandschap met bermen en slootkanten die door een goed beheer een veel grotere soortenrijkdom kunnen krijgen. En door anders te boeren: niet overal het maximale, maar hier en daar een stukje of een strookje zoals het vroeger overal was: kruidenrijk gras of akkerranden, hagen en singels, bosjes en (knot)bomen. Veel van de natuur, zelfs die hele bijzondere natuur, is ontstaan als boerenland. Maar dan zonder drijfmest en bestrijdingsmiddelen. Vogelbescherming Nederland pleit voor het terugbrengen van een ‘basiskwaliteit natuur’ in het cultuurlandschap op lokale schaal. Het is vooral deze basiskwaliteit natuur die we grotendeels zijn kwijtgeraakt doordat het landschap zo is ingericht dat leefgebieden verdroogd, versnipperd en vernietigd zijn.

Voor deze dieren is er daarom geen kans meer om contact te maken met soortgenoten, te eten of de winter door te brengen. Die basiskwaliteit natuur kunnen we proberen terug te brengen door onze bedrijventerreinen en woongebieden natuur-inclusief te maken. Door daar - liefst samen met mensen die er wonen en werken - meer ruimte te geven aan biodiversiteit, bijvoorbeeld door bloemrijke graslandjes, water met natuurvriendelijke oevers en meer bomen en struiken. In het bedijkte land wil men zo’n basiskwaliteit natuur stimuleren door een groen-blauw netwerk dat het cultuurland dooradert. Daarin kun je van alles vinden dat misschien niet zo zeldzaam is, maar wel waardevol voor de biodiversiteit in het cultuurlandschap. Denk bijvoorbeeld aan insecten, waaronder bijen en vlinders (bestuivers van het Betuws fruit en biologische bestrijders van ziekten en plagen), vogels

LOP Neder-Betuwe 2022 | 27

van moerasjes, struwelen en halfopen landschap of boerenlandvogels zoals de steenuil en de kerkuil of de patrijs en de veldleeuwerik. Zoogdieren als ree, wezel, hermelijn, egels en vleermuizen. Salamanders en kikkers. Hierbij is het van belang dat bijzondere waarden van natuur en landschap ook door betrokken bewoners worden ingebracht. Cultuurhistorie en bijzondere geomorfologie, recreatieve waarden of bijzondere bosjes, bomen of rietlanden zijn voor veel mensen de moeite waard. Alertheid op natuurwaarden is geboden, ook tijdens de uitvoering. Inzaai van de dijken met een geschikt inheems en autochtoon gras-kruidenmengsel en een goed beheer naderhand zijn noodzakelijk voor herstel van de biodiversiteit en zeker ook van de belevingswaarde van de dijken. De Waaldijk in de Ooijpolder is bijvoorbeeld een bijzonder fraai voorbeeld van Glanshaverhooiland en ook de Waaldijk Ook is het van belang dat het beheer van die groenstructuur lokaal wordt ingebed, bijvoorbeeld via contracten voor natuurbeheer met lokale boeren die daarmee extensiever kunnen boeren en waarin bijvoorbeeld bewoners en lokale natuurorganisaties kunnen meedenken. Agrarisch Collectief Rivierenland heeft hiervoor het concept “Waardmanschap” opgezet. (https://collectiefrivierenland.nl/subsidieregeling-biodiversiteit-en-landschap-2-2-2/ ).

Ook andere partijen zoals Stichting Landschapsbeheer Gelderland met haar projecten en burgerinitiatieven kunnen bijdragen aan het steeds verder uit te bouwen groen-blauwe netwerk kan ook aansluiten op het historische patroon van dorpspolders dat in het eerste hoofdstuk werd besproken. In de omgevingsvisie is dit patroon ook opgenomen als middel om vorm te geven aan de ecologische verbindingen in het gebied door de komkleigebieden heen. Door zo’n koppeling aan de historische opbouw van het landschap versterkt het ook de herkenbaarheid van de historie in het landschap. En soms kan ook in deze basisnatuur ineens een stukje met wél bijzondere natuur ontstaan: een biotoop voor zeldzame bijen of vlinders, een veldje met orchideeën. De natuur zal ons blijven verrassen!

Thema klimaatadaptatie Veranderingen in ons klimaat zijn van alle tijden, maar ze verlopen tegenwoordig in hoog tempo. Dat heeft gevolgen waaraan de inrichting van ons land nog niet is aangepast. Op nationaal en regionaal niveau zijn er adaptatiestrategieën ontwikkeld voor de verschillende manieren waarop de klimaatverandering zich uit. Ook op lokaal niveau wordt momenteel een adaptatiestrategie ontwikkeld (LAS). Hierna worden de verschillende gevolgen van klimaatverandering apart aan de orde. Zeespiegelstijging Dat de zeespiegel steeds hoger wordt is een “zwaard van Damocles” dat over heel West-Nederland hangt. Ook het Gelders rivierenland ligt voor een flink deel in de zone die zonder robuuste zeewering ernstig bedreigd wordt door de zee. Hoeveel de zee zal stijgen is nog niet te voorspellen, maar de International Panel on Climate Change (IPCC) heeft daarover gerapporteerd dat de veranderingen gaan sneller dan ze eerder voorspelden. Dat we ons daar in deze eeuw mee bezig zullen moeten houden staat buiten kijf. In Nederland, maar ook in internationaal verband, is het zaak te zorgen dat toename van broeikassen wordt gestopt, dus stoppen met opwekken van fossiele energie en terugdringen van broeikasgassen. Piekafvoeren Op regionaal niveau vormen de piekafvoeren via de rivieren een grote zorg.

Veel volwassenen herinneren zich nog goed de evacuatie of bijna-evacuatie in 1995 in delen van het rivierengebied. Daarom worden de dijken verhoogd. Verder speelt de zorg voor waterafvoer in de rivieren zich grotendeels af in de uiterwaarden en wordt geregeld door Rijkswaterstaat, soms samen met het Waterschap Rivierenland. Het is echter zeker denkbaar dat op termijn ook in binnendijks gebied maatregelen nodig zullen zijn. Ook daarbij is het van belang dat lokale organisaties meedenken en mogelijkheden voor natuur, cultuurhistorie en recreatie signaleren. Piekbuien Clusterbuien of piekbuien met grote hoeveelheden regen in een korte periode kunnen leiden tot overstromingen, zoals in de zomer van 2021 in de Eifel, Ardennen en Zuid-Limburg. Vooral in heuvelachtige gebieden is dit verschijnsel gevaarlijk, omdat het water zich daar snel in rivier- en beekdalen ophoopt. In het relatief vlakke Gelderse rivierengebied is dit veel minder een probleem. In laaggelegen gebieden kan echter wel wateroverlast optreden. Slechte waterafvoer Wateroverlast kan ook optreden als water niet in de bodem kan trekken, zoals in dicht bebouwde en bestrate stedelijke

28 | Gemeente Neder-Betuwe

Landschapsontwikkelingsplan

Augustus 2022

gebieden en op bedrijventerreinen en kassencomplexen. Met name in delen van het landschap met veel bebouwing zoals in de dynamische zones op de overgang van oeverwallen en dorpen naar de komkleigebieden moet speciale aandacht besteed worden aan het vasthouden, verwerken, hergebruiken en vertraagd afvoeren van hemelwater. Hiervoor is ruimte nodig veelal op de plek waar hemelwater valt. Droogte Droge perioden kunnen normaal gesproken in het rivierengebied goed worden opgevangen door water in te laten vanuit de grote rivieren. De Linge is een boezemrivier die bij hoge waterstanden op de Waal extra water kan bufferen. Met droogte kan ook het rivierengebied niet goed omgaan. De Waalstand is in de zomers van 2018, 2019 en 2020 zo laag geweest dat er op momenten niet voldoende water kon worden ingelaten. Ook moet het waterschap in deze gevallen extra pompcapaciteit inzetten om water te kunnen inlaten. De verwachting is dat dit in de toekomst vaker en over een langere periode zal gaan voorkomen. Voor de fruitteelt is er een knelpunt als gevolg van beregening en verneveling tegen zonnebrand. In droge perioden kan soms onvoldoende water worden aangevoerd. Er wordt steeds sneller een beregeningsverbod ingesteld. De veeteelt heeft hier als eerste hinder van. Graslanden (ondiepe beworteling) moet steeds vaker en vroeger gaan beregenen om voldoende gewasopbrengst te hebben.

Niettemin is het zaak om ook op perceels- en gewasniveau uitdroging te voorkomen. We zien daar wel droogtestress optreden in droge perioden, door het diep wegzakken van grondwaterstanden. Beplantingen van bomenrijen of andere lijnvormige beplantingselementen voorkomen uitdroging van de bodem en zorgen voor opbrengstverhoging in het naastliggende terrein door de temperende werking op het klimaat. Denk daarbij

– naast uitdroging – ook aan windwerking en bevriezing. Zeker als ook enige opbrengst kan worden gegenereerd uit de bomenrijen zelf, ontstaat een vorm van ‘agroforestry’ (bosbouw gecombineerd met landbouw), die hierdoor meer in de belangstelling staat. Iets soortgelijks is aan de hand in de bodem, vooral op akkerland. Waar meer organische stof aan de bodem wordt toegevoegd, ontstaat meer bufferend vermogen, zowel doordat het meer water kan opvangen als vasthouden. Gevolg is dat de bodem niet ondoorlatend wordt zodat er minder water afvloeit en meer water beschikbaar blijft voor gewasgroei. Ook wordt op deze manier CO2 opgeslagen in de bodem en worden mineralen beter gebonden, zodat minder verontreiniging optreedt door meststoffen en meer ten goede komt aan het gewas. Op diverse plaatsen in het Rivierengebied wordt op dit moment geëxperimenteerd met compostering van maaisel van bermen en natuurterreinen, maar ook slootmaaisel en gewasresten, dat daarna benut kan worden voor bodemverbetering. Waar dit kleinschalig gebeurt, kan dit veelal buiten de nog geldende wettelijke beperkingen om, m.n. mestwetgeving en afvalwetgeving. Hittestress en schaduw Voor mensen speelt tegenwoordig, vooral in de bebouwde omgeving, hittestress.

Het is daarom zaak ook in nieuw te bouwen woonwijken zorg te dragen voor voldoende groen, water en multifunctionele daken, die niet alleen zon opvangen, maar bij voorkeur ook water kunnen vasthouden. Groene daken hebben een waterbufferend vermogen en daarnaast een temperend effect op de temperatuur (en een isolerend effect op het onderliggende huis). Maar ook water, andere bomen, struwelen en andere groene elementen hebben een temperend vermogen op de temperatuur in de woonomgeving. Koele verblijfplekken langs recreatieve routes in het buitengebied zijn ook belangrijk voor mensen. Net als groene corridors op recreatieve routes. In het landelijk gebied is koelte belangrijk voor het vee. In de voorbije hete zomers zag je soms al het vee elkaar verdringen in de schaduw van een enkel boompje. Beplantingen van bomenrijen of andere lijnvormige elementen zorgen voor schaduwwerking, voorkomen uitdroging van de bodem en zorgen voor opbrengstverhoging in het naastliggende terrein, zoals hierboven beschreven onder het kopje Droogte.

Beeld uit ‘Dit doen we in Gelderland voor het klimaat, doe je mee? Gelders klimaatplan in het kort.”

LOP Neder-Betuwe 2022 | 29

Thema Energie- en materialentransitie Grond- en brandstoffen raken op en op sommige plekken zorgt een overschot aan bepaalde stoffen voor problemen. De omschakeling naar een duurzame samenleving is een systeemverandering. Belangrijke manieren om dit te bereiken zijn: herwaarderen waar we écht behoefte aan hebben, het gebruik van duurzame energie en circulariteit, ofwel het sluiten van kringlopen. Beide transities zijn gekoppeld. Immers, voor alles wat wij produceren is energie nodig, of het nu een appel of een laptop is. En andersom: onze huidige omgang met fossiele brandstoffen en stikstofhoudende stoffen in de landbouw (CO2, NH3, N2O en CH4) zorgt voor een ernstige verstoring van de koolstof- en stikstofkringloop, met o.a. klimaatverandering, een ongezondere leefomgeving en de achteruitgang van de biodiversiteit tot gevolg. Beleidslijnen en mogelijke oplossingen Met energietransitie bedoelen we het overgaan van energie uit fossiele bronnen naar duurzaam opgewekte energie. In Nederland is de energietransitie uitgewerkt in het Klimaatakkoord met als doelen een substantiele vermindering van broeikasgassen in 2050. Een deel zal komen uit energiebesparing, maar ook de opwekking van duurzame energie zal sterk toenemen. Dit heeft gevolgen voor het landschap: we zien in toenemende mate wind- en zonneparken in Rivierenland.

Energie-intensieve industrie zal moeten omschakelen naar waterstof als energiedrager. En de landbouw zal ook een betere balans moeten vinden tussen de uitstoot en de vastlegging van broeikasgassen. Vastlegging van CO2 kan ook in de vorm van bos en hout, vooral als dit ook wordt gebruikt in duurzame toepassingen, zoals de bouw. Met materialentransitie bedoelen we het overgaan van het onttrekken van grondstoffen om deze na gebruik als afval te zien naar een systeem waarbij gebruikte materialen weer worden gebruikt als grondstoffen. In dat geval kunnen we alles wat we gebruiken hergebruiken, tenminste als we ons afval goed scheiden en goed verwerken. Alle producten en materialen (steeds weer) opnieuw gebruiken, dat is circulair. In 2050 willen we in Nederland volledig circulair zijn. In feite is het landschap een opstapeling van materialen. Die hebben dan ook een belangrijk aandeel in hoe het landschap eruitziet. Deze materialen liggen daar echter niet statisch, maar verplaatsen zich als stromen met verschillende snelheden door het landschap. Het metaal van een windmolen zal er een geruime tijd staan, en pas als deze wordt afgebroken en wordt hergebruikt verder stromen. Een boom verzamelt om te blijven groeien steeds meer grondstoffen en geeft in de loop van de tijd een ander beeld in het landschap.

Andere stromen zijn echter minder zichtbaar, veelal omdat ze vluchtiger zijn of van gedaante veranderen. Water bijvoorbeeld komt Neder-Betuwe via de rivier of een

30 | Gemeente Neder-Betuwe

regenbui binnen, maar verdwijnt vlug in de grond of verlaat de gemeente weer binnen een jaar als appel. Soms stokt een stroom (onbedoeld) oneindig lang, bijvoorbeeld als een plastic snoepwikkel in de berm belandt. Bij de materialentransitie ligt de opgave ligt bij gebrek of overschot aan een bepaald materiaal op een bepaalde plek. Een oplossing daarvoor is het sluiten van de kringlopen binnen de gemeente of het verzorgen van een gelijke in- en uitstroom. Circulaire oplossingen kunnen daarbij helpen: door het 1) voorkomen van afval, 2) gebruiken van materialen die reeds gebruikt zijn, 3) kiezen voor oplossingen die makkelijk aanpasbaar zijn en 4) gebruiken van biobased en biodegradable grondstoffen kan men kringlopen sluiten. Kringlooplandbouw en het aanplanten van bossen kunnen geven hier een invulling aan, met directe implicaties voor het landschap. Om een goed beeld te krijgen van alle mogelijke oplossingen is het van belang dat we deze stromen en kringlopen in kaart brengen en te zien hoe deze zich door ons landschap stromen. En we dienen onszelf de vraag te stellen wat we nu wezenlijk van ons landschap willen en kunnen verwachten.

Van beide transities kan, naast de klimaatverandering, met name de biodiversiteit ook profiteren: een groot deel van de stikstofdepositie zal met het verdwijnen van verbrandingsmotoren ook verdwijnen en ook de energietransitie in de landbouw kan bijdragen aan het verminderen van de belasting met ammoniak. Wind en zon In het Landschapsontwikkelingsplan Neder-Betuwe sluiten we aan op het provinciaal en gemeentelijk Omgevingsbeleid. Dat houdt in dat er een zone langs de A15 wordt gereserveerd voor windenergie en zonne-energie. Verder wordt gezocht naar functiecombinaties van m.n. zonne-energie met bebouwing en infrastructuur, maar ook met andere functies in het landschap.

In de Omgevingsvisie is in het noord-westen van de gemeente opwekking van duurzame energie geprojecteerd.

Landschapsontwikkelingsplan

Augustus 2022

Thema Wonen, werken, mobiliteit Ook voor de verwerking van het thema ‘wonen, werken en infrastructuur’ in het LOP sluiten we uiteraard aan bij de Omgevingsvisie van Neder-Betuwe. In de Omgevingsvisie komt naar voren dat ook de komende decennia de dynamiek in het grondgebruik groot zal zijn in de zones die in het vorige hoofdstuk als dynamische zones werden aangemerkt. Dat geldt in de eerste plaats voor de ‘flessenhals’ langs de A15 tussen Kesteren en Opheusden ten noorden en Ochten ten zuiden van de snelweg. Het geldt op een kleinschaliger wijze ook voor de andere dorpen en hun omgeving. De mensen in de dorpen willen wonen en werken in een prettige leefomgeving. Dat betekent dat de vraag naar mogelijkheden om in het dorp, maar ook in de omgeving ervan mogelijkheden zijn voor recreatie. Dat betekent niet dat er per sé intensieve recreatievoorzieningen nodig zijn. Het gaat eerder om een veldje of parkachtige zone in het dorp en om landschappelijke ommetjes door het omliggende landschap. Struinnatuur in de uiterwaarden vindt men mooi, maar een eenvoudig pad langs een boomgaard of sloot, of door de landerijen zijn uitermate belangrijk voor de dagelijkse ommetjes. Sinds er veel meer thuisgewerkt wordt zijn dergelijke ommetjes dichtbij alleen maar belangrijker geworden voor mensen.

In de dorpsranden zullen in de komende jaren ook veel functieveranderingen plaats moeten vinden. Bijna elk dorp heeft behoefte aan nieuwe woningen en plek voor bedrijven. Dat levert extra versteend oppervlak op en dat maakt de verruiming van mogelijkheden voor tijdelijke waterberging noodzakelijk - zoals hiervoor ook al werd besproken. Dat geldt ook voor mogelijkheden om dicht bij de kernen ook energie gewonnen zal moeten kunnen worden uit zonnestraling. Het is verstandig om juist in de dynamische delen van het landschap de groenstructuur te verstevigen. Ook deze actualisatie van het LOP kan handvatten bieden voor de manier waarop ingespeeld kan worden op die dynamiek. Hoe kunnen we de ontwikkelingen inbedden in een robuuste structuur van blauw en groen. De uitbreiding van de woningopgaven zijn aangesloten op het bestaande watersysteem. We zien nu dat deze aan zijn maximale capaciteit zit. We moeten dus ook gaan nadenken over een robuust watersysteem rondom en in onze kernen. Je kunt dit niet enkel aan de randen van een kern realiseren, omdat het bestaande watersysteem simpelweg gewoon niet snel genoeg het water op deze locaties kan krijgen. Bij uitbreidingen moet dus ook bewust gekeken worden naar een blauwgroene structuur in de kernen en daaraan gewerkt worden.

RES Rivierenland: ambities zonnevelden 2030 Bron: https://www.resrivierenland.nl/wp-content/uploads/RES-1.0-Rivierenland-6-april-2021.pdf

LOP Neder-Betuwe 2022 | 31

Overige relevante beleidsthema’s De hiervoor beschreven thema’s komen in het landschap allemaal samen. In het LOP worden de thema’s dan ook aan elkaar gekoppeld. Vaak levert dat juist kansen en oplossingen op die vanuit afzonderlijke thema’s niet gevonden zouden worden. Naast de hiervoor besproken thema’s is er nog beleid dat zeker ook in die integrale benadering betrokken moeten worden. Erfgoed Het erfgoedbeleid is daarvan een duidelijk voorbeeld en de nieuwe Erfgoednotitie zal dan ook in het uitvoeringsprogramma van het LOP worden verwerkt. Met behulp van het erfgoedbeleid kan het LOP worden uitgewerkt als basis voor een volgende fase in de ontwikkeling van het landschap door de eeuwen heen. In deze tijd schrijven we een volgend hoofdstuk van de biografie van het landschap van Neder-Betuwe.

b. bossen in het landelijk gebied Bijvoorbeeld op venige gronden die door klimaatadaptatie te nat worden voor landbouw, als stikstofbuffers langs Natura 2000-gebieden, voor energietransitie en inpassing van windturbines. Gemeenten en Waterschappen zijn daarbij partners. c. bomen in landschapselementen Via de provinciale subsidieregeling voor landschapselementen kan ook de grondwaarde worden vergoed (via het Agrarisch Collectief Rivierenland). Wellicht komen er ook mogelijkheden via het Europese Gemeenschappelijk Landbouw-Beleid (GLB 2023);

Kringlooplandbouw Bij het thema ‘energie- en materialentransitie kwam circulariteit ook al aan de orde. In het LOP wordt natuurlijk niet het landbouwbeleid bepaald en al zeker niet hoe agrariërs hun bedrijf zouden moeten voeren. Aansluitend op de beleids-ambities van de gemeente wordt in het LOP wel ingespeeld op de mogelijkheden die kringlooplandbouw biedt. Via landschapsbeleid kan die gestimuleerd worden.

d. bomen in bermen Waarbij de provincie nadrukkelijk ook aangeeft gemeenten te stimuleren om meer biodiversiteit te laten ontstaan en bomen te planten: “Wij investeren in de kwaliteit van onze bermen, zoals aangegeven in de Statenbrief Aanscherping werkwijze bomen langs wegen. Hiermee zorgen we ervoor dat er in meer bermen bomen en struiken kunnen worden geplant, waar dat veilig is. Wij zorgen ervoor dat gemeenten en waterschappen de cursus ecologisch bermbeheer kunnen volgen. Daarmee zorgen we indirect voor het behoud en mogelijk de uitbreiding van bomen langs wegen en waterlopen.” (Uitvoeringsprogramma Bomen en bos, Provincie Gelderland, 2021).

Bossenstrategie De nationale bossenstrategie zal ook op gemeentelijk niveau een uitwerking moeten krijgen. Rijk en Provincie hebben drie pijlers: 1. bestaande bossen vitaler maken; 2· meer bos aanleggen waar het kan; 3· duurzaam gebruik hout stimuleren.

De term ‘bos’ wordt in de Bossenstrategie dus ruim geïnterpreteerd en is zeker niet alleen van toepassing op bossen in de uiterwaarden of op landgoederen. Het gaat ook om de dooradering van het landschap met beplantingen. Het is wetenschappelijk bewezen dat dat voor de biodiversiteit veel betekent. Meer nog dan grote bossen.

Bij het aanleggen van nieuw bos kan een aansluiting bij het LOP niet ontbreken. Dat betekent dat het LOP-richtlijnen kan geven voor de plekken in Neder-Betuwe die passen in de visie van het LOP als uitwerking van de Omgevingsvisie. De ambities voor bosuitbreiding bedraagt volgens het Rijk 37.000 ha. Gelderland wil zeker 1.200 ha voor haar rekening nemen op verschillende plaatsen: a. binnen het Gelders NatuurNetwerk (GNN) Nieuw aan te leggen gronden of bestaande natuurterreinen met weinig waarden: Staatsbosbeheer heeft inmiddels suggesties gedaan. De provincie geeft aan dat ook spontane ontwikkeling van bos op bijvoorbeeld graslanden als optie te zien, evenals halfopen bossen.

32 | Gemeente Neder-Betuwe

Aansluitend op wat hiervoor bij het thema biodiversiteit is behandeld zijn vooral de bomen in landschapselementen en de bomen in bermbeplantingen voor Neder-Betuwe belangrijk. Op dit moment zijn veel bermen in deze gemeente te smal voor de aanplant van bomen. Bovendien liggen bijna overal kabels en leidingen. De beschikbare ruimte in openbaar gebied is beperkt. Gaat de gemeente grond van aangrenzende eigenaren aankopen, of eigenaren stimuleren om beplantingen aan te leggen? De gemeente is hier al mee aan de slag gegaan.

Landschapsontwikkelingsplan

Augustus 2022

LOP Neder-Betuwe 2022 | 33

34 | Gemeente Neder-Betuwe

Landschapsontwikkelingsplan

Augustus 2022

Deel 2. VISIE

LOP Neder-Betuwe 2022 | 35

Richtinggevende kaart bij de concept-omgevingsvisie van Neder-Betuwe van eind 2021.

36 | Gemeente Neder-Betuwe

Landschapsontwikkelingsplan

Augustus 2022

4. Nuchter, maar niet te krap door het landschap! Landschapsontwikkelingsvisie op hoofdlijnen De actualisatie van het LOP zal in 2022 richting uitvoering worden gebracht in één van de programma’s waarin de Omgevingsvisie zal worden uitgewerkt. Daarbij zal een afstemming met andere programma’s belangrijk zijn, met name met de programma’s over energietransitie en klimaatadaptatie. Ook recreatie en cultuurhistorie zijn daarbij belangrijk. De landschapsontwikkelingsvisie in dit LOP is dus nadrukkelijk een verfijning en concretisering van de Omgevingsvisie. Bij voorkeur ligt de nadruk in het LOP op de praktische realisatie.

Belangrijk is dat dit LOP inspeelt op het actuele grondgebruik en op de historie, maar ook vooruitkijkt. Het sluit aan op de stuwende krachten achter de ontwikkeling van het landschap. Dat zijn lang niet alleen de overheden, maar ook ondernemers, organisaties en burgers die initiatieven ontplooien in het landschap. Om die initiatieven in goede banen te leiden, te inspireren en te stimuleren is het nodig om het LOP organisatorisch en financieel goed op poten te zetten. Een landschapsfonds kan daartoe een goed middel zijn. Uit overleg met stake-holders, gemeente-ambtenaren van verschillende afdelingen en de discussie en ideevorming in het Regio Deal project komt een aanpak naar voren waarbij de gemeente voor sommige opgaven zelf aan de lat staat, maar er ook enkele ontwikkelingen spelen die beter in regionaal verband kunnen worden aangepakt.

Visie in het kort Koester dit deel van de groene parel midden in het verstedelijkende Nederland! Wees zuinig op het historisch cultuurlandschap, maar speel ook in op de dynamiek gekoppeld aan oude en nieuwe stromen door het landschap: de snelwegen en spoorlijnen, de Nieuwe Hollandse waterlinie en de rivieren! “Bescherm de erkend waardevolle elementen in het landschap, maar ontwikkel ook actief nieuwe kwaliteiten in dit landschap! Bestaande kwaliteiten worden ingezet bij toekomstige ontwikkelingen en dragen bij aan een cultuurhistorisch landschap waar het goed werken, wonen en recreëren is.” Op basis van dit doel is de ontwikkelingsvisie van dit LOP te vatten in de drie ruimtelijke opgaven en een organisatorische opgave.

LOP Neder-Betuwe 2022 | 37

Stroomlijn opgaven langs vijf sporen ...

Twee lokale sporen: L 1: VERANTWOORDELIJKHEID VOOR EIGEN BIODIVERSITEIT L 2: STIMULEER INITIATIEVEN VAN ONDEROP

Drie regionale sporen: R 1: UITmeERWAARDE R 2: BLAUWE BOEZEM EN GROENE RIBBENKAST R 3: KLIMAAT-KWARTIER MAKEN

38 | Gemeente Neder-Betuwe

Landschapsontwikkelingsplan

Augustus 2022

... twee lokale sporen .... L 1. Neem verantwoordelijkheid voor eigen biodiversiteit! Het startpunt van dit LOP is dat de gemeente zelf het beheer van de delen van het landschap die ze zelf in eigendom, beheer en onderhoud heeft goed op orde heeft. Dat betekent dat de gemeente bermen en slootkanten en de bescherming van het (groene) erfgoed adequaat en volgens hedendaagse duurzame inzichten uitvoert. Het belangrijkste ‘gemeente regelt dit in ieder geval zelf’-project bestaat dan ook uit een actualisatie van het basiskwaliteitsplan bermen, beplantingen en slootkanten en het beleidsprogramma onderhoud watergangen en maaien bermen.

Echter, inwoners willen meer dan dit. De gemeente heeft ook opgaven (water, klimaat, biodiversiteit, frisse lucht en recreatie) waarbij de bermen tevens een grote rol kunnen spelen. Door het basiskwaliteitsniveau op te waarderen kan de gemeente een deel van deze opgaven aanpakken. Een essentieel deel van de opgaven kan de gemeente echter niet in haar eentje aanpakken. Financieel is er extra ruimte nodig, en menskracht en aandacht moeten worden georganiseerd. Hiervoor kan naar inwoners en ondernemers worden gekeken, of naar samenwerkingsverbanden in de regio.

Hiertoe behoort ook het gefaseerd maaien en ecologisch beheer, bijvoorbeeld volgens ‘KleurKeur’. Dat is de manier waarop dit wordt gedaan in de Alblasserwaard en ook door andere gemeenten in Rivierenland.

Op hun internetsite benadrukt de Vlinderstichting het belang van het bloemrijk inrichten van bermen, bijvoorbeeld via Kleurkeur. Ook in Neder-Betuwe liggen hiervoor grote kansen, zeker als in samenwerking met het Waterschap ook de slootoevers in dit beheer worden betrokken.

LOP Neder-Betuwe 2022 | 39

Wat kun je allemaal doen met het landschap, overgenomen uit Koepelgids Gelderse Streken, 2021.

40 | Gemeente Neder-Betuwe

Landschapsontwikkelingsplan

Augustus 2022

L 2. Gemeente, stimuleer en inspireer initiatieven van onderop Stel de organisatie van de gemeente in op het faciliteren van ‘vanonderop-projecten’. Dit is reeds praktijk in de gemeente, maar zou kunnen worden uitgebouwd met een landschapsteam van de gemeente bestaande uit gebiedsmakelaars, landschapscoördinator en beheerders. Deze kunnen samen aanspreekpunt, aanmeldloket en inspirator zijn voor mensen en organisaties die zich bij de gemeente melden met initiatieven. Landschapsbeheer Gelderland is één van de instanties waarmee daarbij samengewerkt kan worden. Neem als gemeente in ieder geval de dorpentrees waar dorpen overgaan in het omringend landschap serieus. Zie die dorpsentrees als visitekaartje van de dorpen, maar ook van het landschap! Initiatiefnemers kunnen geholpen worden bij verschillende soorten projecten. Inspiratie en handvatten kunnen gevonden worden in de recent door de Provincie - in het kader van de vernieuwing van het provinciale landschapsbeleid hebben opgesteld - ontwikkelde Streekgidsen Landschap.

Ommetjes In Neder-Betuwe zijn de laatste jaren vele ommetjes gerealiseerd. In de toekomst zal op dit netwerk van dorpsommetjes worden voortgebouwd, met actieve inbreng van bewoners. Agrarisch natuurbeheer Boeren kunnen ook agrarisch natuurbeheer inpassen in hun bedrijfsvoering en meteen ook doelen van de gemeente helpen realiseren, zoals waterberging en versterking van biodiversiteit op lokale schaal. Lokale oplossingen voor regionale opgaven Dit lokale spoor kan ook een lokale (en menselijke) vertaling opleveren van de regionale opgaven. Het is immers wenselijk dat die regionale opgaven niet over de agrarisch ondernemers worden uitgestort. Beter is om in overleg te bekijken of die doelen gerealiseerd kunnen worden op een manier die de boer in zijn bedrijfsvoering kan inpassen.

Grondeigenaren kunnen als groene dienst een pad met haag langs een sloot aanleggen en beheren als deel van hun bedrijfsvoering.

LOP Neder-Betuwe 2022 | 41

Boven: uiterwaarden langs Waal en Nederrijn, met in lichtblauw de oude Rijnmeander langs de Marspolder.

Onder: in de Omgevingsvisie zijn in de uiterwaarden drie verschillende accenten gelegd. In de uiterwaarden langs de Nederrijn worden recreatieve ontwikkelingen voorzien. Bij Dodewaard blijven de “uiterwaarden van de gewone koe” en verder naar het westen langs de Waal heeft natuurontwikkeling in combinatie met recreatie de voorkeur.

42 | Gemeente Neder-Betuwe

Landschapsontwikkelingsplan

Augustus 2022

... en drie regionale sporen R 1. UITmeERWAARDE! In de visie van dit LOP 2008 past het dat de uiterwaarden dicht bij de dorpen een inrichting krijgen met het motto: ‘natuur van de gewone koe’. Verder van de dorpen is er meer ruimte voor ‘zelfregulerende natuur’. Dat is nu al vaak praktijk en in de toekomst kan op die voet voort worden gegaan. Versterk zo de natuurlijke ruimte voor water, weide en wandelaars en koester de historie van de dorpen aan de dijk. Dit blijven de gecombineerde doelstellingen voor de landschappelijke ontwikkeling van de uiterwaarden en de dijkzone. Via regionale samenwerking hebben de uiterwaarden in onze omgang met water al een belangrijke taak. Het landelijk programma ‘Ruimte voor de rivier’ mag gerust een succes genoemd worden. Deze stevige basis in de uiterwaarden is al in afgelopen decennia gelegd, maar is wellicht ook aan een update toe. Is er nog meer waarde uit deze gebieden te halen?

In de Omgevingsvisie is de natuurontwikkeling met name voorzien langs grote delen van de Waal, terwijl dichter bij het dorp Dodewaard de gewone koe graast. Langs de Rijn is ook een 0ntwikkeling gericht op recreatie als wenselijke toekomst aangegeven. In landschappelijk opzicht is het ven belang om bij de ontwikkeling van de uiterwaarden altijd ook de dijk en de dorpen daarlangs aandacht te geven. Dat is essentieel voor de identiteit van dit landschap. De natuur in de uiterwaarden en de cultuurhistorie in de dorpen en langs de dijk biedt kansen om de dorpen als parels aan de dijk op te poetsen en te laten glanzen. Koester het ‘groene maatpak’ van de ruilverkavelingen in die dorpen. Versterk die met nieuwe beplantingen. In die parels moeten alle bomen precies goed staan in samenhang met een openbare ruimte met gebiedseigen ingetogen kwaliteit.

Herfst in de grienden © Leo Luijten

LOP Neder-Betuwe 2022 | 43

R 2. Blauwe boezem en groene ribbenkast

Principebeeld van de boezemzone tussen de dorpspolders. Het zijn vanouds de laagste en natste delen van de kom. Vaak loopt belangrijke infrastructuur door de boezem.

Ook de kommen kunnen een belangrijke rol spelen bij het aangaan van de uitdagingen waar het omgevingsbeleid tegenwoordig voor staat: klimaatadaptatie, biodiversiteit en energietransitie. Via het organiseren van hooiland- en griendboezems kan in iedere kom langs de A15 een ‘robuuste boezem’ ontwikkeld worden, voor wateropvang en het vasthouden van water voor drogere tijden. In Neder-Betuwe zijn de kommen veelal in vergelijking met andere delen van Rivierenland smal. Juist in deze ‘flessenhals van het rivierengebied is zo’n ‘blauwe boezem’ belangrijk om de oost-westrelaties in de natuur een kans te geven. Vanaf oeverwallen met de dorpen lopen vanouds de zijkades naar de achterkades van de dorpspolders. Door die kades als ‘groene ribbenkast’ te ontwikkelen, kunnen ook goede zaken worden gedaan voor de biodiversiteit en de ecologische verbindingen in noord-zuidrichting. Die blauwe boezem en groene ribbenkast bieden niet alleen voor de natuur belangrijke ontwikkelingskansen, maar geven juist ook een aanpak voor een vernieuwde waterhuishouding in het kader van klimaatadaptatie. Daarnaast kunnen er mooie dorpsommetjes over de kades worden gemaakt. In de blauwe boezem kunnen ook wind- en zonne-energie gewonnen worden.

Door de kades van de dorpspolders te herstellen, of te verbeelden wordt de boezem als eenheid functioneel begrensd.

Via regionale samenwerking kan via een integraal maatwerkplan de waterhuishouding, biodiversiteit, landbouwtransitie en problematiek rond nitraat, stikstofdepositie en CO2 worden aangepakt en het landschap klimaatbestendig worden gemaakt. Hierbij moet zeker de aansluiting bij de visie van Regionale Adaptatiestrategie en het Waterschap worden gezocht. De programma’s die uit de Omgevingsvisie voortkomen bieden hiervoor optimale mogelijkheden, zeker als samen met andere gemeenten vanuit dezelfde strategie wordt gewerkt. Belangrijk is om de grondeigenaren hierbij volwaardig te betrekken zodat zij deze transformatie in hun bedrijfsvoering kunnen inpassen en er op langere termijn een goede boterham aan kunnen verdienen. Dat levert winst voor iedereen op!

Als die kades beplant worden (in combinatie met een wandelpad) wordt de boezem in het landschap afleesbaar.

44 | Gemeente Neder-Betuwe

Landschapsontwikkelingsplan

Augustus 2022

In de boezems kunnen boeren natte hooilanden en grienden als producten leveren die regionale klimaatdoelen dienen en hun bedrijfsplan versterken.

De ribben van de borstkas worden gevormd door de stroken met de kades en zijvingen tussen de oeverwallen en de boezem. Zo kunnen ook recreatief interessante biodiversteitsbanen langs de wegen en dorpspolderkades ontstaan. Ondernemers in de dorpspolders en belanghebbende organisaties kunnen via ‘klimaatschappen’ recreatie en bedrijvigheid op een klimaatbestendige en natuurinclusieve manier mogelijk maken in de kommen. Men kan samen een plan maken om de financiering van het beheer (subsidies) in de komende decennia zeker te stellen.

Juist in de met kades begrensde boezem met de laagste gronden liggen kansen voor waterberging voor een langere periode waarin het rivierwater tijdelijk niet op zee geloosd kan worden. Zo deed men dat vroeger immers ook. Met boeren kunnen op vrijwillige basis marktconforme contracten afgesloten worden voor het inpassen van natte hooilanden in hun bedrijfsplan. Wellicht dat een kavelruil tussen verschillende bedrijven daarbij uitkomst kan bieden.

polder © Ingredia

LOP Neder-Betuwe 2022 | 45

Natte hooilanden en grienden zijn goed te combineren met zonnevelden. Geef daar dan wel een gebiedseigen invulling met veel ruimte voor de natuur tussen de panelen. Toon trots de nieuwe tijd en de wijze waarop we het landschap van de toekomst vormgeven. Maak er een culturele artistieke opgave van!!!

In de RES staat de zone langs de A15 aangegeven als zone waar naast windturbines ook zonnevelden een plek kunnen krijgen. In dit LOP wordt ervoor gepleit om deze doelstelling te koppelen aan de ontwikkeling van de boezemzone als geheel. Onderstaande ‘artist impression’ met een gebogen golvende opstelling van zonnevelden komt voor velen misschien vreemd over. Hij is echter gemaakt als aanmoediging om verder te kijken dan de gebruikelijke monofunctionele oplossingen voor de plaatsing van zonnepanelen. Dat hoeft niet als een beperkt monofunctionele opgave gezien te worden. Kunnen we ze combineren met waterberging, natuur of recreatie? Bieden de RES en de RAS hierbij aanknopingspunten en wellicht financieringsbronnen. Hoe kunnen we met een integrale aanpak van de gehele boezemzone ook mooi nieuw landschap creëren?

46 | Gemeente Neder-Betuwe

Landschapsontwikkelingsplan

Augustus 2022

Bij de uitwerking van het idee van de blauwe boezem moet er in de gemeente Neder-Betuwe rekening mee worden gehouden dat de boezem plaatselijk zeer smal is. Daarnaast komt van beide kanten de bebouwde kom van de dorpen bijna tot aan de boezem. Soms is de uitstraling zelfs tot in de boezem, zoals bij de bedrijvigheid tussen Kesteren en Ochten, tussen Opheusden en Dodewaard en bij Echteld en Lingemeer. In die delen van de boezem is het beter om naar meer opgaande beplantingen te streven. Naast natte hooilanden zijn nieuwe grienden en nattere bossen hier op zijn plaats. Die zorgen meteen voor een landschappelijke inpassing van de dynamiek bij de snelwegafslagen. In de andere delen is het van belang om de omstandigheden voor weidevogels te behouden. Hier dus liever natte hooilanden en langs de kades alleen enkele knotwilgen.

Met groene lijnen zijn in bovenstaande kaart aangegeven waar in de actuele situatie een begrenzing van de oude dorpspolders kan worden voorgesteld. Die begrenzingen komen niet volledig overeen met de historische ligging van de zijkades en achterkades van de dorpspolders. Ze kunnen in het hedendaagse landschap wel als groene ribbenkast een duidelijke indeling en beeld van het landschap opleveren. Daartussen is in blauw de boezem aangegeven. In de kaart hieronder is aangegeven dat er binnen die langgerekte smalle boezem drie zones zijn waar verdichting met beplantingen zoals grienden voor een landschappelijjke inpassing van de dynamiek bij de afritten van de snelweg kunnen zorgen. In de blauwe delen hebben natte hooilanden de voorkeur.

LOP Neder-Betuwe 2022 | 47

R 3. Klimaat-kwartier maken Je ziet het buiten in het landschap - tussen Ochten en Kesteren bijvoorbeeld - maar ook uit de omgevingsvisie is op te maken dat rond de kernen een hoop ontwikkelingen plaats zullen vinden, om bijvoorbeeld nieuwe bedrijvigheid en woningbouw op te pakken. Om dit landschappelijk in goede banen te leiden, is het raadzaam om vooruitlopend op die ontwikkelingen een flexibele groenstructuur aan te leggen in de delen van het landschap waar de komende tijd dynamiek te verwachten is. Daar kan op korte termijn begonnen worden met aanleg van biodiverse bermen met knotwilgen, struweelhagen en singels langs wegen en kavelranden. Daardoor ontstaan banden van groen-blauw omlijste kavels waarbinnen verschillende functies straks een plek kunnen vinden: water, zon, wandelen, sporten, wonen (meerdere vormen), klimaatbos, voedselbos, dorpstuinderij, bedrijvigheid. Eigenlijk wordt met deze groen-blauwe dooradering kwartier gemaakt voor de toekomst. We stellen voor om die groen-blauwe kamers ‘klimaatkwartieren’ te noemen. Deze klimaatkwartieren zijn met name nodig in de delen van de gemeente waarop ook in de Omgevingsvisie veel dynamische ontwikkelingen zijn aangegeven: de “landelijke linten met hoge dynamiek”. Deze dynamische linten blijken deel uit te maken van de overgangszone van stroomrug met bebouwing en de komkleipolders.

Juist daar dient de landschappelijke groenstructuur stevig versterkt te worden.

48 | Gemeente Neder-Betuwe

Dit levert een stelsel op van streekeigen groene (bijvoorbeeld bosstroken, heggen, losse bomen) en blauwe (bijvoorbeeld moerasjes, sloten, dijken) landschapselementen uit het landschap die de kwaliteit van het landschap bevorderen. Deze groenblauwe dooradering faciliteert berging en voorraad van zoet water voor de functies in het gebied en is tevens aantrekkelijk voor natuur en recreatie. Zo biedt het een leefgebied van verschillende planten- en diersoorten en kan het bijdragen aan de verbetering van de waterkwaliteit en de retentie hiervan. De zone met klimaatkwartieren kan ervoor zorgen dat de omgeving van het dorp meer voor de dorpelingen gaat betekenen dan tegenwoordig vaak het geval is. De dorpsrand is nu veelal een harde grens en het omliggende landschap is voor dorpelingen ontoegankelijk. Daarmee wordt niet alleen gedoeld op dorpsommetjes en recreatiegebied. Ook ondernemers hebben belang bij mooi vestigingsklimaat op langere termijn. Dat kan worden bereikt door een integrale herinrichting van de dynamische delen van het landschap, waarbij de groen-blauwe structuur de verbinding tussen alle functies vormt. Dat maakt dat zowel voor leefbaarheid, als voor economie, als voor waterberging bij neerslagpieken en de versterking van biodiversiteit tegelijkertijd goede zaken kunnen worden gedaan.

Het aanleggen van de klimaatkwartieren staat met name binnen de oude dorpspolders geprojecteerd. Dat sluit heel goed aan op de ontwikkeling van de groene ribbenkast van kades om de dorpspolders. Deze meer verdichte gebieden zullen afsteken tegen de weidse blauwe boezem met grootschalige lijnen van A15 en Betuweroute.

Landschapsontwikkelingsplan

Augustus 2022

In de Omgevingsvisie worden enkele “landelijke linten met hoge dynamiek” voorgesteld. Vaak liggen ze in overgangszones van stroomruggen en bebouwing naar de komkleigebieden.

Langs die dynamische linten ligt een reeks kades om de vroegere dorpspolders. Binnen de dorpspolders langs de dynamische linten kunnen - in samenwerking met de grondeigenaren - klimaat-kwartieren worden aangelegd.

Hiermee wordt flexibel voorgesorteerd op een duurzame toekomst, terwijl op korte termijn ruimte wordt gemaakt voor biodiversiteit en klimaatadaptatie. Met grote mogelijkheden voor een eigen invulling per dorpspolder aansluitend op de wensen van de inwoners van Neder-Betuwe, zowel burgers als ondernemers..

LOP Neder-Betuwe 2022 | 49

Principebeeld van de huidige overgang van oeverwal en dorp (onder) naar de kom (boven). In de huidige situatie is het veelal een kale harde soortenarme overgang.

Door juist in deze zone op kavelgrenzen verschillende typen beplantingen en vegetaties te ontwikkelen ontstaat een aaneenschakeling van groen omzoomde kavels: goed voor de biodiversiteit en voor de ecologische verbindingen in het gebied.

Zo wordt er letterlijk en figuurlijk kwartier gemaakt voor toekomstige ontwikkelingen binnen die omzoomde kamers, oftewel de ‘klimaatkwartieren’. Zo kan in dit overgangsgebied weer net als vroeger een grote verscheidenheid in grondgebruik ontstaan binnen een duurzaam groen-blauwe structuur. Dat zal positief werken op het economisch vestigingsklimaat, maar ook goed zijn voor dorpsbewoners, biodiversiteit, recreatie en de aanpassing aan het meteorologisch klimaat.

50 | Gemeente Neder-Betuwe

Landschapsontwikkelingsplan

Augustus 2022

... en een organisatorische opgave! Organisatorische opgave, landschapsfonds

Samen optrekken!

Er is - ook in regionaal verband- noodzaak voor een gebiedsof landschapsfonds als Via Natura in Ooijpolder – Groesbeek. Daar blijkt een marktconforme financieringsstrategie gekoppeld aan een slagvaardige uitvoeringscoördinator - die maatwerk kan leveren en slim functies kan combineren - een belangrijke succesfactor. Dat levert een enorme winst op voor zowel de boeren, het landschap, als de biodiversiteit in het cultuurlandschap. Zie: www.vianatura.nl

Door de hiervoor gepresenteerde sporen gelijk opgaand uit te werken kunnen die elkaar versterken. Zo wordt meegebouwd aan een groot Gelders Landschapsnetwerk dat afgestemd is op de economie én de ecologie en voortbouwt op de biografie van het landschap. De gemeentelijke sporen kunnen het realiseren van de drie regionale sporen in het gebied laten landen. Andersom kunnen ook de regionale sporen ondersteuning aan lokale initiatieven bieden. De drie regionale sporen samen kunnen de waarde van het netwerk van terreinen en stroken waar de gemeente zelf verantwoordelijk voor is, flink versterken. Door die sporen te koppelen aan regionale en bovenregionale beleidsprogramma’s kan dat voor de gemeente ook financieel extra middelen opleveren.

LOP Neder-Betuwe 2022 | 51

Winst: Neder-Betuws Landschapsnetwerk De ecologische structuur van dorpen en klimaatkwartieren moet verbonden zijn met de grote natuurgebieden, maar vooral ook onderling. Een stukje hier en daar voldoet niet. We zoeken daarom doorgaande structuren, noord-zuid tussen de rivieren, maar ook oost-west door de oude boezems van de dorpspolders. Langs de Linge en de A15 als een netwerk tussen de intensief gebruikte gebieden door. Via het tweede regionale spoor kunnen we daarvoor de oude structuur van de dorpspolders en de linies benutten. Voor de biodiversiteit ontwikkelen we (flinke) stroken langs de oude kades en watergangen. Die zijn ook nuttig voor waterberging en als recreatieve routes. Dat worden dan dorpsommetjes met voor het deelgebied karakteristieke landschapselementen: natter en lager in de kommen, droger en meer opgaand groen op de stroomruggen. Zo maken we kwartier voor verschillende functies die daar in de toekomst een eigen klimaatkwartier vinden.

52 | Gemeente Neder-Betuwe

Ook binnen de dorpspolders streven we een fijner netwerk na: kruidenrijke randen van akkers en weiden, niet-bemeste oevers van (verbrede) sloten, die niet jaarlijks helemaal hoeven te worden geschoond. Bloemrijke bermen van wegen en weggetjes en klompenpaden. Mini-reservaatjes voor leeuweriken en patrijzen, voor kieviten- en tureluurkuikens en sloten waar de bijzondere grote modderkruiper en kamsalamander kunnen leven. In de kommen zal het netwerk wat grootschaliger zijn dan op de stroomruggen. Een maaswijdte van 200 tot maximaal 500 m zal in de kommen voldoen, terwijl op de stroomruggen 100 tot 200 meter past. Daar zijn de elementen wel wat fijner en minder breed (bijvoorbeeld 5 – 10 m), terwijl in de kommen 20 meter een mooie maat is. Vuistregel is 5 tot 15% van het oppervlak cultuurlandschap een natuurfunctie heeft. Die natuur kan goed gecombineerd worden met waterberging, recreatie, of een landschappelijke functie. Pakweg

Landschapsontwikkelingsplan

Augustus 2022

De vijf sporen van dit LOP zijn in bovenstaand beeld samengevoegd. Ze kunnen samen een Neder-Betuws Landschapsnetwetk versterken

de helft daarvan kan bestaan uit boerenland. In het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) van de EU geldt minimaal 5% van het oppervlak als “vergroening”. Dit kan ook benut worden voor certificering in het kader van de KPI kruidenrijk grasland van de Biodiversiteitsmonitor en daarmee een hogere melkprijs opleveren. Zo staat voor de boeren een goede betaling tegenover een bedrijfsvoering die past bij Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer. Naast een hogere melkprijs zijn er nog andere stimulansen uit de markt, zoals de hogere prijs voor biologische teelten en uit korte kringlopen. Aanzetten zijn er al in de weidevogelgebieden.

in of vlak bij die gebieden is daarvoor een probaat middel, naast natuurlijk de energietransitie. Het Waterschap heeft oog voor biodiversiteit en natuurvriendelijk en minder slootschonen hoort daarbij.

De rest van die oppervlakte is vaak al publiek terrein: wegbermen, watergangen, beplantingen en kleine stukjes natuur. Waar ze kunnen worden uitgebreid, kunnen ze ook een functie hebben al buffers voor wateropvang. Waar robuuste en opgaande beplantingen gewenst zijn is de Bossenstrategie een voertuig. Ook komt er geld vrij voor het terugdringen van stikstofdepositie in natuurgebieden: minder bemesting

LOP Neder-Betuwe 2022 | 53

54 | Gemeente Neder-Betuwe

Landschapsontwikkelingsplan

Augustus 2022

Deel 3. UITVOERING

Via vijf sporen naar projecten in praktijk!

Kansenkaart

In de komende jaren kan in de lijn waarop er de afgelopen jaren - waarin vele geslaagde projecten zijn gerealiseerd voort wordt gebouwd aan het landschap in concrete projecten. De visie langs vijf sporen in het voorgaande hoofdstuk biedt daarvoor ook nieuwe aanknopingspunten. Daarbij is namelijk aangesloten is op de actuele ontwikkelingen en opgaven.

Deze “kansenkaart” toont een soms gedetailleerde visie op het landschap en de kansen voor biodiversiteit, groen-blauwe dooradering, waterberging en waterkwaliteit, landschappelijke aspecten van energietransitie en verstedelijking en recreatief medegebruik. De kaart is onderlegger voor de Visie Landschap en biodiversiteit die is ontwikkeld voor de Regio Rivierenland (het westelijk deel ) en tevens voor de Beheerstrategie van het Agrarisch Collectief Rivierenland. Het is van belang dat er is met gelijk oplopende planprocessen en ontwikkelingen. Bij de opstelling van dit LOP is er afstemming geweest met andere beleidsthema’s en plannen en op die afstemming kan bij de toepassing van dit LOP worden voortgebouwd. Zo blijft integrale afstemming met het regioplan Inspirerend Rivierengebied van de Werkgroep Cultuur en Erfgoed nodig, zo ook met Ambitiedocument Recreatie en Toerisme.

Als bijlage is een uitvoeringsprogramma voor de komende jaren opgenomen. Dit programma is niet in beton gegoten, maar kan in de loop van de tijd worden aangepast en uitgebreid, afhankelijk van de kansen die zich voor gaan doen. Het is een flexibel werkdocument. Als tussenstap op weg naar uitvoering is - niet alleen voor Neder-Betuwe maar voor vrijwel heel rivierenland - een ‘kansenkaart’ opgezet. Het deel waarvan deze gemeente deel uitmaakt is hierna in twee delen (west en oost) afgedrukt. In de bijbehorende legenda is de koppeling met de visie en de vijf sporen tot uitdrukking gebracht.

De kaart is gemaakt in QGIS en is ook het gemakkelijkst te gebruiken als webtoepassing. Die is nog niet beschikbaar. Het zou deel kunnen zijn van één van de projecten in het uitvoeringsprogramma. Hierna staat wel een legenda die een voorlopige weergave geeft in hoofdzakelijk schaal 1:50.000. Voor een aantal legenda-eenheden is ook achtergrondinformatie gegeven voor het beoogde gebruik in de praktijk. De ‘kansenkaart’ bevat naast de ingrediënten van de visie ook veel informatieve lagen met bijvoorbeeld beleidscategorieën, zoals Gelders natuurnetwerk (GNN), prioritaire gebieden voor het Deltaplan Agrarisch Waterbeheer (DAW), het watergangennetwerk van Waterschap Rivierenland etc.

LOP Neder-Betuwe 2022 | 55

Kansenkaart met westelijk deel van gemeente Neder-Betuwe.

56 | Gemeente Neder-Betuwe

Landschapsontwikkelingsplan

Augustus 2022

LOP Neder-Betuwe 2022 | 57

Kansenkaart met oostelijk deel van gemeente Neder-Betuwe.

58 | Gemeente Neder-Betuwe

Landschapsontwikkelingsplan

Augustus 2022

Bijlage: UITVOERINGSPROGRAMMA

LOP Neder-Betuwe 2022 | 59

60 | Gemeente Neder-Betuwe

Landschapsontwikkelingsplan

Augustus 2022

PROGRAMMA LANDSCHAP NEDER-BETUWE EINDVERSIE, JUNI 2022

Onderdeel van het Landschapsontwikkelingsplan Neder-Betuwe 2022

Inhoud 1.

Opzet uitvoeringsprogramma ................................................................................................................. 4

2.

Projecten geordend naar de sporen uit het Landschapsontwikkelingsplan ............................................. 5 2.1.

Lokaal spoor: Gemeente, neem verantwoordelijkheid voor je eigen biodiversiteit! ............................ 6

2.1.1. 2.1.2. 2.1.3. 2.1.4. 2.1.5. 2.1.6. 2.1.7. 2.1.8. 2.1.9. 2.1.10. 2.1.11. 2.2.

Lokaal spoor: Gemeente, stimuleer en inspireer initiatieven van onderop ........................................ 13

2.2.1. 2.2.2. 2.2.3. 2.2.4. 2.2.5. 2.2.6. 2.2.7. 2.2.8. 2.2.9. 2.2.10. 2.2.11. 2.2.12. 2.2.13. 2.2.14. 2.2.15. 2.3.

Project Stimuleer goed beheer en beleefbaarheid van de wielen .............................................. 13 Kernen en landelijk gebied verknopen: dorpsommetjes en klompenpaden .............................. 13 Kleinschalige diversiteit van oeverwallen behouden .................................................................. 13 Stimuleren natuurlijke plaagbestrijding en preventie bodemschade in de boomteelt .............. 14 Weidevogels in het Eldikse Veld ................................................................................................. 14 Opzet landschapsteam ................................................................................................................ 14 Iedere kern zijn eigen groenproject ............................................................................................ 15 Ieder dorp z’n eigen ommetje/klompenpad ............................................................................... 15 Stimuleer burgers en buitenlui om bomen te planten................................................................ 15 Faciliteer nieuwe landgoederen, voedselbossen en ekodorpen ................................................. 15 Bijenlinten tussen dichtbij en veraf .............................................................................................

16 Steenuil ....................................................................................................................................... 16 Patrijs .......................................................................................................................................... 16 Grote modderkruiper .................................................................................................................. 16 Kleinschalige dooradering en groen-blauwe architectuur .......................................................... 17

Regionaal spoor: UITmeERWAARDE! ................................................................................................... 18

2.3.1. 2.3.2. 2.3.3. 2.3.4. 2.3.5. 2.4.

Boerenlanen .................................................................................................................................. 6 Versterk de oude linten over de oeverwal .................................................................................... 7 Stimuleer de dwarsliggers ............................................................................................................. 7 Project Historische dorpskernen in het groen achter de dijk........................................................ 8 Lange lijnen geven structuur aan de dynamische kom! ................................................................ 9 Van bosje naar bosje over A15 .................................................................................................... 10 Nieuwe robuuste lanen, de Rondweg Opheusden als voorbeeld ............................................... 10 Project Bermbeheer volgens KleurKeur ...................................................................................... 11 Opleiding medewerkers/deelname kennisnetwerk KleurKeur van Provincie Gelderland .......... 11 Pilotproject Circulaire verwerking bermmaaisel en bodemverbetering ..................................... 11 Toepassen beleid voor teeltondersteunende voorzieningen fruitteelt ...................................... 12

Project Gastvrije Waaldijk ........................................................................................................... 18 Project voormalige Veerhaven Ochten ....................................................................................... 18 Project Maneswaard ................................................................................................................... 19 Project Gouverneurspolder ......................................................................................................... 19 Project Willemspolder ................................................................................................................. 19

Regionaal spoor: Blauwe boezem en groene ribbenkast..................................................................... 21

2.4.1. 2.4.2. 2.4.3. 2.4.4.

Slingeren langs de Linge, een nieuwe Blauwe boezem ............................................................... 21 Slingeren om de Linge, Hemmen - Opheusden ........................................................................... 21 Slingeren langs de Linge, Opheusden – Ochten .......................................................................... 22 Uitbreiding natte natuur in het Eldikse Veld ............................................................................... 22

2 | Programma Landschap Gemeente Neder-Betuwe 2022 - 2032

2.4.5. 2.4.6. 2.4.7. 2.4.8. 2.4.9. 2.4.10. 2.4.11. 2.4.12. 2.4.13. 2.5.

Regionaal spoor: Klimaat-kwartier maken ........................................................................................... 28

2.5.1. 2.5.2. 2.5.3. 3.

4.

Slingeren langs de Linge, Ochten – Lienden ................................................................................ 22 Uitbreiding natte natuur op restterreinen langs Betuwespoorlijn en A15 ................................. 22 Zijkade Lakemond (1) .................................................................................................................. 25 Zijkade Markstraat (2) ................................................................................................................. 25 Zijkade Schaapsteeg – Walenhoek (3)......................................................................................... 25 Zijkade Echteld - IJzendoorn (4) .................................................................................................. 26 Zijkade IJzendoorn – Ochten, Pottumsestraat (5) ....................................................................... 26 Zijkade Melkdreef – Verlengde Melkdreef (6) ............................................................................ 27 Zijkade Dalwagen (7) ................................................................................................................... 27

Representatieve bedrijventerreinen en dorpsentree’s Opheusden - Dodewaard...................... 28 Representatieve bedrijventerreinen en dorpsentree’s Kesteren - Ochten ................................. 28 Representatief bedrijventerrein Medel ...................................................................................... 29

Organisatie ........................................................................................................................................... 30 3.1.

Doorwerking in het Omgevingsbeleid.................................................................................................. 30

3.2.

Praktische organisatie .......................................................................................................................... 30

Financieringsmogelijkheden ................................................................................................................. 32 4.1.

Eigen ambtenarenapparaat ................................................................................................................. 32

4.2.

Projectgeld ........................................................................................................................................... 32

4.2.1. 4.2.2. 4.2.3. 4.2.4. 4.2.5.

Uit project zelf: landschappelijke inpassing van ruimtelijke ontwikkelingen .............................. 32 Budget groenbeheer ................................................................................................................... 32 Regulier budget voor landschapsprojecten ................................................................................ 32 Nota bovenwijkse voorzieningen ................................................................................................ 32 Middelen van externe partijen.................................................................................................... 33

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11756738/1