Bijlage - Bestemmingsplan (ontwerp)
Tekst van het document
Bestemmingsplan “Ochten, Bonegraafseweg 37a-41”
Toelichting
bestemmingsplan “Ochten, Bonegraafseweg 37a-41”
Inhoudsopgave
Toelichting.............................................................................................................................. 2 Hoofdstuk 1 Inleiding............................................................................................................................ 3 1.1 Aanleiding ..................................................................................................................................... 3 1.2 Ligging plangebied ........................................................................................................................ 3 1.3 Geldende plannen ......................................................................................................................... 4 1.4 Leeswijzer ..................................................................................................................................... 5 Hoofdstuk 2 Gebiedsvisie .................................................................................................................... 6 2.1 Bestaande situatie ......................................................................................................................... 6 2.2 Toekomstige situatie .....................................................................................................................
8 Hoofdstuk 3 Beleidskader .................................................................................................................. 12 3.1 Nationaal beleid .......................................................................................................................... 12 3.2 Provinciaal beleid ........................................................................................................................ 13 3.3 Gemeentelijk beleid..................................................................................................................... 16 3.4 Conclusie .................................................................................................................................... 17 Hoofdstuk 4 Omgevingsaspecten ..................................................................................................... 18 4.1 Verkeer & parkeren ..................................................................................................................... 18 4.2 Bodem ......................................................................................................................................... 19 4.3 Geluid ..........................................................................................................................................
20 4.4 Bedrijven en milieuzonering ........................................................................................................ 22 4.5 Luchtkwaliteit ............................................................................................................................... 24 4.6 Geur ............................................................................................................................................ 26 4.7 Externe veiligheid ........................................................................................................................ 27 4.8 Waterhuishouding ....................................................................................................................... 29 4.9 Ecologie ...................................................................................................................................... 33 4.10 Archeologie & cultuurhistorie ...................................................................................................... 36 4.11 Leidingen ..................................................................................................................................... 37 4.12 Explosieven .................................................................................................................................
37 4.13 M.e.r.-beoordeling ....................................................................................................................... 38 Hoofdstuk 5 Juridische planbeschrijving......................................................................................... 40 5.1 Algemeen .................................................................................................................................... 40 5.2 Inleidende regels ......................................................................................................................... 40 5.3 Bestemmingsregels ..................................................................................................................... 40 5.4 Algemene regels ......................................................................................................................... 42 5.5 Overgangs- en slotregels ............................................................................................................ 42 Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid ............................................................................................................. 43 6.1 Economische uitvoerbaarheid .....................................................................................................
43 6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid .............................................................................................. 43 Hoofdstuk 7 Procedure....................................................................................................................... 44 7.1 Overleg ........................................................................................................................................ 44 7.2 Inspraak ...................................................................................................................................... 44 7.3 Ontwerpfase ................................................................................................................................ 44 7.4 Vaststellingsfase ......................................................................................................................... 44 Bijlagen Bijlage 1: Landschappelijk inpassingsplan Bijlage 2: Toelichting plussenbeleid Bijlage 3: Verkennend bodemonderzoek Bijlage 4: Akoestisch onderzoek Bijlage 5: Toelichting onderdeel milieu Bijlage 6: Watercompensatie Bijlage 7: Ecologisch onderzoek Bijlage 8: Stikstofberekening Bijlage 9: Verslag buurtdialoog 2
bestemmingsplan "Ochten, Bonegraafseweg 37a-41 " (ontwerp)
bestemmingsplan “Ochten, Bonegraafseweg 37a-41”
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
De aanleiding voor het opstellen van dit bestemmingsplan is de wens om op het perceel Bonegraafseweg 37a-41 te Ochten de uitbreiding van een bestaand agrarisch bedrijf mogelijk te maken. Op dit perceel is een niet-grondgebonden pluimveehouderij gevestigd. Beoogd wordt om de bestemming ‘Agrarisch – Niet grondgebonden’ uit te breiden ten behoeve van de realisatie van een nieuwe pluimveestal en de verplaatsing van een bestaande bedrijfswoning. De beoogde pluimveestal wordt tevens voorzien van een buitenloop. De gemeente Neder-Betuwe heeft op 2 oktober 2018 per brief laten weten bereid te zijn om medewerking te verlenen aan het uitbreiden van het agrarisch bouwperceel, mits voldaan wordt aan een aantal randvoorwaarden. Omdat de beoogde ontwikkeling op grond van het vigerend bestemmingsplan “Buitengebied Dodewaard en Echteld” niet is toegestaan, wordt het voorliggend bestemmingsplan in procedure gebracht.
1.2
Ligging plangebied
Het plangebied is gelegen aan de Bonegraafseweg in het buitengebied, ten oosten van de kern Ochten in de gemeente Neder-Betuwe. Het plangebied is kadastraal bekend als gemeente Ochten, sectie F, nummers (ged.) 239, 1153, (ged.) 1874, 1876, 2207, 2208 en heeft een totale oppervlakte van circa 6,3 hectare. Aan de noordzijde wordt het plangebied begrensd door agrarische gronden en daarachter rivier de Linge en aan de oostzijde wordt het plangebied begrensd door de Verlengde Lagecampseweg. Het plangebied wordt aan de zuidzijde begrensd door de Bonegraafseweg met daarachter een agrarisch bedrijf en een aantal woningen. Aan de westzijde wordt het plangebied begrensd door een woning en agrarische gronden.
Afbeelding 1.1: globale ligging en begrenzing plangebied (plangebied rood omlijnd)
bestemmingsplan "Ochten, Bonegraafseweg 37a-41" (ontwerp)
3
bestemmingsplan “Ochten, Bonegraafseweg 37a-41”
1.3
Geldende plannen
Ter plaatse van het plangebied gelden de volgende bestemmingsplannen: • “Buitengebied Dodewaard en Echteld”, vastgesteld op 30 mei 2013; • “Parapluregeling Parkeren”, vastgesteld op 26 april 2018; • “Parapluregeling Archeologie”, vastgesteld op 27 september 2018; • “Plattelandswoningen”, vastgesteld op 31 oktober 2013; • “VAB-beleid”, vastgesteld op 09 maart 2017. In de bestemmingsplannen “Buitengebied Dodewaard en Echteld” en “Parapluregeling Archeologie” staan de belangrijkste regels voor de voorgenomen ontwikkeling: Bestemmingsplan “Buitengebied Dodewaard en Echteld” Op basis van het bestemmingsplan “Buitengebied Dodewaard en Echteld” kent het plangebied gedeeltelijk de enkelbestemming ‘Agrarisch – Niet grondgebonden’ met functieaanduiding ‘intensieve veehouderij’ en gedeeltelijk de enkelbestemming ‘Agrarisch’. Verder kent het plangebied gedeeltelijk de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 5’ en gedeeltelijk de gebiedsaanduiding ‘vrijwaringszone – weg’.
Afbeelding 1.2: Uitsnede verbeelding bestemmingsplan “Buitengebied Dodewaard en Echteld” (plangebied rood omlijnd) De voor ‘Agrarisch – Niet grondgebonden’ aangewezen gronden zijn bestemd voor één nietgrondgebonden agrarisch bedrijf per bestemmingsvlak, onderhavig perceel is daarbij nader gespecificeerd als ‘intensieve veehouderij’. Verder zijn de gronden bestemd voor grondgebonden agrarische productie, bijbehorende voorzieningen, huiserven, gaarden en opslag, bijbehorende verwerking van agrarische producten en productiegebonden detailhandel, bijbehorende bewoning in een bedrijfswoning en landschappelijke beplanting. Op de binnen deze bestemming bedoelde gronden mogen uitsluitend worden gebouwd: bedrijfsgebouwen en bedrijfsbouwwerken ten behoeve van de bestemming, één bedrijfswoning dan wel, in geval reeds meerdere bedrijfswoningen aanwezig zijn, het bestaande aantal bedrijfswoning (in dit geval 3 bedrijfswoningen), bijgebouwen ten behoeve van de bedrijfswoning en overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van de bestemming. 4
bestemmingsplan "Ochten, Bonegraafseweg 37a-41 " (ontwerp)
bestemmingsplan “Ochten, Bonegraafseweg 37a-41”
De voor ‘Agrarisch’ aangewezen gronden zijn bestemd voor grondgebonden agrarische productie, teelt op folie, worteldoek of goten, het weiden van dieren, bijbehorende voorzieningen, huiserven, gaarden en opslag, landschappelijke beplanting, watergangen en daarbij behorende voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding, de waterberging daaronder mede begrepen en extensief dagrecreatief medegebruik. Op de binnen deze bestemming bedoelde gronden, voor zover niet ter plaatse van een bouwvlak, mogen uitsluitend worden gebouwd: niet-permanente teeltondersteunende voorzieningen, kunststoftunnels en –overkappingen, constructies ten behoeve van de gotenteelt, molens ten behoeve van de waterhuishouding en overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van de bestemming. De voor ‘Waarde – Archeologie 5’ aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor behoud en bescherming van waardevolle archeologische informatie in de bodem. Ter plaatse van de gebiedsaanduiding ‘vrijwaringszone – weg’, voor zover behorend tot gronden met de bestemming 'Verkeer’, mogen geen bouwwerken worden gebouwd. Bestemmingsplan “Parapluregeling Archeologie” Voor het plangebied vigeert tevens het bestemmingsplan “Parapluregeling Archeologie”.
Met dit paraplubestemmingsplan wordt het geactualiseerde gemeentelijke archeologiebeleid in de geldende bestemmingsplannen ingepast. Op basis van het parapluplan kent het plangebied geen archeologische bestemming. De archeologische dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 5’ uit het bestemmingsplan “Buitengebied Dodewaard en Echteld” is hiermee komen te vervallen. Strijdigheid met het vigerende bestemmingsplan Het plangebied heeft een agrarische bestemming. Het deel waar de vervangende woning en de nieuwe stal worden beoogd, kent geen bouwvlak. De gronden mogen derhalve alleen gebruikt worden ten behoeve van grondgebonden agrarische productie. Omdat het perceel geen bouwmogelijkheden kent, is het oprichten van een bedrijfswoning en bedrijfsgebouw niet toegestaan. Om toch agrarische bedrijfsbebouwing te kunnen realiseren, dient het bouwperceel te worden vergroot. Derhalve dient een bestemmingsplan procedure te worden gevolgd.
1.4
Leeswijzer
Het bestemmingsplan bestaat uit meerdere onderdelen: een verbeelding waarop de bestemmingen in het plangebied zijn aangegeven en regels waarin de bepalingen voor de op de verbeelding vermelde bestemmingen zijn opgenomen. Het bestemmingsplan gaat vergezeld van een toelichting waarin de achtergronden van het bestemmingsplan zijn beschreven. De verbeelding vormt samen met de regels het juridische bindende deel van het bestemmingsplan. In de toelichting worden de keuzes die in het bestemmingsplan worden gemaakt nader gemotiveerd en verantwoord.
bestemmingsplan "Ochten, Bonegraafseweg 37a-41" (ontwerp)
5
bestemmingsplan “Ochten, Bonegraafseweg 37a-41”
Hoofdstuk 2 2.1
Gebiedsvisie
Bestaande situatie
Het plangebied is gelegen aan de Bonegraafseweg 37a-41 te Ochten in de gemeente Neder-Betuwe en heeft een oppervlakte van circa 6,3 hectare. In het plangebied bevindt zich op dit moment een intensieve pluimveehouderij met een bestemmingsvlak c.q. bouwperceel van circa 1,6 hectare. Ten behoeve van dit bedrijf zijn op het perceel drie bedrijfswoningen, drie (met elkaar verbonden) stallen, een oude stal en een bedrijfsgebouw aanwezig. De pluimveehouderij een heeft vergunning voor het houden van 92.928 kippen. Net buiten het bedrijfsperceel is een overkapping ten behoeve van een eiautomaat aanwezig. Hiertoe is op 6 februari 2020 een tijdelijk omgevingsvergunning verleend. In onderstaande afbeelding is de bestaande situatie (en het aantal vierkante meter per gebouw) te zien.
Bedrijfsgebouw, 356,5 m2
Stallen 5.333 m2
Oude stal 813 m2
Bedrijfswoning (nr. 39), 397 m2
Bedrijfswoning (nr. 41), 415 m2 Ei-automaat 12 m2 Bedrijfswoning (nr. 37a), 154 m2
Afbeelding 2.1: Bestaande situatie (plangebied rood omlijnd)
6
bestemmingsplan "Ochten, Bonegraafseweg 37a-41 " (ontwerp)
bestemmingsplan “Ochten, Bonegraafseweg 37a-41”
Afbeelding 2.2: Aanzicht bedrijfswoning (nr. 37a) vanaf Bonegraafseweg
Afbeelding 2.3: Aanzicht bedrijfswoning (nr. 41) vanaf Bonegraafseweg
Afbeelding 2.4: Locatie Ei-automaat bestemmingsplan "Ochten, Bonegraafseweg 37a-41" (ontwerp)
7
bestemmingsplan “Ochten, Bonegraafseweg 37a-41”
2.2
Toekomstige situatie
2.2.1
Programma
Het planvoornemen aan de Bonegraafseweg 37a-41 in Ochten betreft het uitbreiden van een bestaand agrarisch perceel ten behoeve van de uitbreiding van een op het perceel gevestigde pluimveehouderij. In de toekomstige situatie krijgt het bouwperceel ‘Agrarisch – Niet grondgebonden’ een oppervlakte van circa 2,3 hectare plus 3,8 hectare buitenloop. Kippenstal met buitenloop Het voornemen is om een nieuwe kippenstal te realiseren. De uitbreiding van het bedrijf is noodzakelijk om in de toekomst voldoende inkomsten te generen voor twee gezinnen. Naast de uitbreiding is het ook de wens om het bedrijf te verduurzamen door meer biologisch te gaan produceren. Dit heeft als bijkomend voordeel dat er een divers aanbod van eieren aangeboden kan worden en men niet meer afhankelijk is van één eierhandelaar. De kippenstal krijgt een oppervlakte van 1.995 m2. In de stal is ruimte voor 10.000 biologische kippen. Vandaar dat het bestemmingsvlak dient te worden vergroot. De pluimveestal wordt tevens voorzien van een buitenloop aan de oostzijde van het perceel. Op het bestaande agrarische perceel is onvoldoende ruimte voor het realiseren van een nieuwe stal en bijbehorende buitenloop. Vandaar dat het bouwperceel dient te worden vergroot van 1,6 hectare naar 2,3 hectare. Plus circa 3,8 hectare voor de buitenloop (zonder bouwmogelijkheden, uitgezonder een hekwerk).
Verplaatsen bestaande bedrijfswoning Het initiatief bestaat ook uit het verplaatsen van een van de bedrijfswoningen (sloop-nieuwbouw). Op het perceel zijn op dit moment drie bedrijfswoningen aanwezig. Nummer 37a en 41 liggen aan de Bonegraafseweg. Nummer 39 ligt vanaf straat gezien achter bedrijfswoning nummer 41. Qua situering ligt bedrijfswoning nr. 39 achter bedrijfswoning nr. 41 weggestopt. Beoogd wordt om de bedrijfswoning naast nummer 41 te situeren, aan de Bonegraafseweg. Zo heeft de woning een duidelijke voor- en achtererf, waarbij de woningen op één lijn liggen. In de vigerende planregels is opgenomen dat het aantal bedrijfswoningen niet meer mag bedragen dan reeds aanwezig is (drie in dit geval). Hiermee wordt gewaarborgd dat het aantal woningen nooit meer mag bedragen dan drie. Tevens is in de planregels opgenomen dat het gebruik van de bestaande woning wordt beëindigd zodra de nieuwe woning in gebruik wordt genomen. Ei-automaat Net voor de beoogde, nieuwe bedrijfswoning is reeds een overkapping ten behoeve van een eiautomaat aanwezig. Middels een tijdelijke omgevingsvergunning is deze ter plaatse toegestaan. Beoogd wordt om het ei-automaat permanent in te bestemmen. Hiertoe wordt binnen de enkelbestemming ‘Agrarisch’ de functieaanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch – ei-automaat’ opgenomen.
8
bestemmingsplan "Ochten, Bonegraafseweg 37a-41 " (ontwerp)
bestemmingsplan “Ochten, Bonegraafseweg 37a-41”
Afbeelding 2.4: Toekomstige situatie bouwperceel
bestemmingsplan "Ochten, Bonegraafseweg 37a-41" (ontwerp)
9
bestemmingsplan “Ochten, Bonegraafseweg 37a-41”
2.2.2
Landschappelijke inpassing
Het plangebied maakt onderdeel uit van het kleinschalig oeverwallen-landschap. De oeverwallen zijn al eeuwenlang bewoond en kenmerken zich door een kleinschaligheid en veelvormige opbouw. De dorpen en buurtschappen, waar woningen in een open lint langs wegen liggen, vormen een mozaïek met landbouwgronden. Op deze rijkere gronden bestaat de teelt voornamelijk uit fruit- en laanbomen. Belangrijk in de ontwikkeling van percelen in dit landschapstypen is het versterken van het halfopen agrarisch landschap door het toevoegen van erf- en wegbeplanting. Hiertoe is voor onderhavig perceel een landschappelijk inpassingsplan opgesteld. Het volledige inpassingsplan is als bijlage bij de toelichting opgenomen.
Afbeelding 2.5: Landschappelijk inpassingsplan 10
bestemmingsplan "Ochten, Bonegraafseweg 37a-41 " (ontwerp)
bestemmingsplan “Ochten, Bonegraafseweg 37a-41”
Naast het behoud van de bestaande laanbeplanting en singel worden de volgende beplantingsmaatregelen getroffen: -
Een struweelhaag van circa 500 m2 (+ 250 m2), aan te planten met inheems planmateriaal bestaande uit: o Rode cornoeltje (20%) 1 st./1,5 m2, driekhoeksverband, plantmaat 80-100; o Hazelaar (20%) 1 st./1,5 m2, driekhoeksverband, plantmaat 80-100; o Veldesdoorn (20%) 1 st./1,5 m2, driekhoeksverband, plantmaat 80-100; o Sleedoorn (20%) 1 st./1,5 m2, driekhoeksverband, plantmaat 80-100; o Hondsroos (20%) 1 st./1,5 m2, driekhoeksverband, plantmaat 80-100;
-
Een boomsingel van circa 350 m2 met inheems plantmateriaal bestaande uit: o Fraxinus excelsior (20%), plantmaat 16-18; o Alnus glutinosa (20%), plantmaat 16-18; o Acer campestre (25%), plantmaat 16-18; o Quercus robur (25%), plantmaat 16-18; o Aesculus hippocastanum (10%), plantmaat 16-18; Een bloemrijk grasland van circa 750 m2; Een haag van circa 140 m lang, bestaande uit een Gewone beuk; Een aantal solitaire bomen, zoals: o Witte Paardenkastanje o Gewone Es o Okkernoot o Veldesdoorn.
-
De landschappelijke inpassing wordt juridisch-planologisch gewaarborgd middels een voorwaardelijke verplichting in de planregels.
bestemmingsplan "Ochten, Bonegraafseweg 37a-41" (ontwerp)
11
bestemmingsplan “Ochten, Bonegraafseweg 37a-41”
Hoofdstuk 3
Beleidskader
3.1
Nationaal beleid
3.1.1
Nationale Omgevingsvisie
Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld. De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) is geheel opgenomen in deze nieuwe visie. De Nationale Omgevingsvisie biedt een duurzaam perspectief voor de leefomgeving. Hiermee kan het Rijk inspelen op de grote uitdagingen die voor hen liggen. Allerlei trends en ontwikkelingen hebben invloed op de leefomgeving. Veranderende en groeiende steden, de overgang naar een duurzame en circulaire economie en het aanpassen aan de gevolgen van de klimaatverandering vormen slechts een deel van de opgaven. Dit biedt kansen, maar vraagt wel om zorgvuldige keuzes. Want ruimte, zowel boven-, als ondergronds, is een schaars goed. Het combineren van al die opgaven vraagt een nieuwe manier van werken. Niet van bovenaf opgelegd, maar in goede samenwerking tussen overheden, bedrijven, kennisinstellingen, maatschappelijke organisaties en burgers. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt. Met de NOVI zet het Rijk een proces in gang waarmee keuzes voor de leefomgeving sneller en beter kunnen worden gemaakt.
Door het nationale karakter van de NOVI en de kleine schaal van onderhavig plan, heeft het voornemen nauwelijks raakvlak met dit nationale kader. Met onderhavig planvoornemen zijn geen nationale belangen in het geding. 3.1.2
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening
Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) borgt een aantal van de nationale ruimtelijke belangen die deel uitmaken van het geldende nationale ruimtelijke beleid. Het besluit is gericht op doorwerking van de nationale belangen in provinciaal beleid en gemeentelijke bestemmingsplannen. Dat betekent dat het Barro voor de opgenomen onderwerpen regels geeft over bestemmingen en het gebruik van gronden. Daarnaast kan zij aan de gemeente opdragen in de toelichting bij een bestemmingsplan bepaalde zaken uitdrukkelijk te motiveren. Voor de gemeente Neder-Betuwe is specifiek de beleidslijn Grote Rivieren van belang. Door middel van Ruimte voor de Rivier, en speciaal het project rond kribverlaging in de Midden-Waal, wordt gewerkt aan het toekomstbestendig maken van de rivierbeddingen en uiterwaarden. Deze maatregelen hebben echter geen invloed op het plangebied, waardoor er vanuit het Barro geen bezwaren zijn ten aanzien van voorliggend bestemmingsplan. 3.1.3
Ladder voor duurzame verstedelijking
In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de 'ladder voor duurzame verstedelijking' als procesvereiste vastgelegd. In het geval van een nieuwe stedelijke ontwikkeling moet in de toelichting een onderbouwing opgenomen worden van nut en noodzaak van de nieuwe stedelijke ruimtevraag en de ruimtelijke inpassing. Hierbij wordt uitgegaan van de 'ladder voor duurzame verstedelijking'. De ladder wordt in artikel 3.1.6, lid 2 Bro als volgt omschreven: 'De toelichting van een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling. Indien blijkt dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien, bevat de toelichting een motivering daarvan en een beschrijving van de mogelijkheid om in die behoefte te voorzien op de gekozen locatie buiten het bestaand stedelijk gebied.'
12
bestemmingsplan "Ochten, Bonegraafseweg 37a-41 " (ontwerp)
bestemmingsplan “Ochten, Bonegraafseweg 37a-41”
In het kader van de duurzame ladder wordt ten aanzien van de definitie van bestaand stedelijk gebied de definitie uit de Bro gehanteerd: "bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal-culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur." Volgens de nota van toelichting bij artikel 3.1.6, lid 2, aanhef en onder b, van het Bro moet worden bekeken of door het benutten van leegstaande verstedelijkingsruimte in bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien in de behoefte. Zoals ook volgt uit onder andere de uitspraak met het nummer 201303578/1/R4 kunnen naar het oordeel van de Raad van State planologische mogelijkheden waarvan nog geen gebruik is gemaakt, als leegstaande verstedelijkingsruimte worden aangemerkt. Een dergelijke locatie wordt gezien als onderdeel van het bestaand stedelijk gebied. Ingevolge artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef onder i, van het Bro wordt in het Bro de daarop berustende bepalingen onder stedelijke ontwikkeling verstaan: “ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaven, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.” De ladder is niet van toepassing. De ladder is alleen van toepassing op stedelijke ontwikkelingen.
De uitbreiding van een bestaand agrarisch bedrijf wordt niet gezien als een stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder i, van het Bro. Een verdere toetsing aan de ladder voor duurzame verstedelijking is daarom niet noodzakelijk. 3.1.5
Conclusie
In het plangebied zijn geen nationale belangen in het geding.
3.2
Provinciaal beleid
3.2.1
Algemeen
De Omgevingswet bundelt de wetten en regels voor ruimte, wonen, infrastructuur, milieu, natuur, cultuur erfgoed en water. En regelt zo het beheer en de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving. Vooruitlopend hierop heeft de provincie alvast een provinciale Omgevingsvisie en Omgevingsverordening gemaakt. Volgens de laatste informatie treedt de nieuwe Omgevingswet in 2023 in werking. Op 19 december 2018 stelde het college van Gedeputeerde Staten de Omgevingsvisie en de bijbehorende Omgevingsverordening vast. In de Omgevingsvisie staan de hoofdlijnen van het beleid en in de Omgevingsverordening de regels. De Omgevingsvisie en –verordening zijn dynamische instrumenten. 3.2.2
Omgevingsvisie Gaaf Gelderland
Op 19 december 2018 is de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland vastgesteld. Deze Omgevingsvisie gaat over ‘Gaaf Gelderland’. ‘Gaaf’ is een woord met twee betekenissen. ‘Gaaf’ betekent ‘mooi’ en gaat over wat – historisch en landschappelijk gezien – heel mooi en ongeschonden is. Het beschermen waard! Maar ‘gaaf’ verwijst ook naar dat wat ‘cool’ en nieuw en vernieuwend is; aantrekkelijk voor nieuwe generaties. Het ontwikkelen waard! Beide kanten zijn van toepassing op Gelderland en onlosmakelijk verbonden met de Gelderlanders. Beide aspecten zijn dan ook opgenomen in de Gelderse Omgevingsvisie. In de Omgevingsvisie is er door de provincie voor gekozen om in te zetten op een gezond en veilig en een schoon en welvarend Gelderland. Concreet betekent dit het volgende: • Gezond en veilig: - Een gezonde leefomgeving, schone en frisse lucht, een schoon milieu, een niet vervuilde bodem, voldoende schoon en veilig (drink)water, bescherming van flora en fauna. - Voorbereid zijn op klimaatverandering, zoals hitte, droogte, bosbranden en overstromingen. - Aandacht hebben voor verkeersveiligheid en veilige bedrijvigheid. • Schoon en welvarend: - Een dynamisch, duurzaam en aantrekkelijk woon-, werk- en ondernemersklimaat, goed bereikbaar en met een goed functionerende arbeidsmarkt en dito kennis- en onderwijsinstellingen.
- Het tegengaan van schadelijk uitstoot, afval en uitputting van grondstoffen. - Het investeren in nieuwe, alternatieve vormen van energie. bestemmingsplan "Ochten, Bonegraafseweg 37a-41" (ontwerp)
13
bestemmingsplan “Ochten, Bonegraafseweg 37a-41”
De Omgevingsvisie Gaaf Gelderland bevat de hoofdlijnen van het provinciaal beleid voor de fysieke leefomgeving. De Omgevingsvisie Gaaf Gelderland beschrijft de strategische hoofdopgave voor de lange termijn. Deze zijn onderverdeeld in zeven thema’s, te weten: energietransitie, klimaatadaptie, circulaire economie, biodiversiteit, bereikbaarheid, vestigingsklimaat en woon- en leefomgeving. In de Omgevingsverordening wordt uitvoering gegeven aan de Gelderse Omgevingsvisie en het realiseren van het wensbeeld van de provincie. Gelderse ladder voor duurzame verstedelijking De provincie verwacht van gemeenten dat zij bij grotere initiatieven nagaan of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling die afgewogen moet worden. Als de nieuwe situatie qua omvang (aantallen woningen of oppervlaktes) of qua effecten (milieuhinder, verkeersaantrekkende werking e.d.) dusdanig is dat de aard van het betreffende buitengebied qua karakter verandert, is er sprake van een grootschalige ontwikkeling. In die gevallen is een afweging op grond van de Gelderse Ladder voor duurzaam ruimtegebruik aan de orde en dient de behoefte voor de ontwikkeling aangetoond te worden. De ladder is niet van toepassing. De ladder is alleen van toepassing op stedelijke ontwikkelingen. De uitbreiding van een bestaand agrarisch bedrijf wordt niet gezien als een stedelijke ontwikkeling. 3.2.3
Omgevingsverordening
De Omgevingsverordening vormt de juridische doorwerking in regels van het beleid uit de Omgevingsvisie. De inzet van de verordening als juridisch instrument om de doorwerking van het provinciaal beleid af te dwingen is beperkt tot die onderdelen van het beleid waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen veilig te stellen of om uitvoering te geven aan wettelijke verplichtingen. De Omgevingsverordening richt zich net zo breed als de Omgevingsvisie op de fysieke leefomgeving in de provincie Gelderland. Dit betekent dat vrijwel alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving opgenomen zijn in de Omgevingsverordening. In de Omgevingsverordening is het plangebied opgenomen in de volgende kaarten: Kaart 3: Regels glastuinbouw
➔ Overig gebied glastuinbouw ➔ Tijdelijk verbodsgebied uitbreiding bestaande glastuinbouw ➔ Tijdelijk verbodsgebied nieuwvestiging glastuinbouw ➔ Tijdelijk verbodsgebied hervestiging glastuinbouw
Glastuinbouw De Omgevingsverordening bevat een drietal tijdelijke verboden op grond van artikel 4.1, derde lid, van de Wet ruimtelijke ordening. In het plangebied geldt een verbod voor de uitbreiding, hervestiging en nieuwvestiging van glastuinbouwbedrijven. Onderhavig planvoornemen heeft geen betrekking op een glastuinbouwbedrijf. Overige regels Plussenbeleid Het plussenbeleid is van toepassing op niet-grondgebonden veehouderijbedrijven en –takken. Met het plussenbeleid heeft de provincie als doel de randvoorwaarden te creëren voor duurzame nietgrondgebonden landbouw. Daarbij gaat het om maatschappelijk verantwoord ondernemen. De provincie stimuleert bestaande bedrijven in deze sector die duurzamer wensen te produceren. Er is geen ruimte voor nieuwvestiging van niet-grondgebonden veehouderijbedrijven en de groei van bestaande bedrijven moeten de ondernemers ‘verdienen’. De groeipotentie van een bedrijf is afhankelijk van de plek waarin het bedrijf ligt. Wanneer kwetsbare en gevoelige functies in de omgeving van de bedrijfslocatie liggen, zijn de uitbreidingsmogelijkheden beperkt en aan specifieke voorwaarden gekoppeld. Zo moeten bedrijven in de omgeving van stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden extra technische maatregelen treffen om groeiruimte te creëren.
14
bestemmingsplan "Ochten, Bonegraafseweg 37a-41 " (ontwerp)
bestemmingsplan “Ochten, Bonegraafseweg 37a-41”
Het plussenbeleid is alleen van toepassing op niet grondgebonden agrarische bedrijven die met meer dan 500 m2 willen uitbreiden. Buiten de onderstaande eisen gelden de generieke wettelijke eisen en andere gestelde voorwaarden (bv landschappelijke inpassing): 1. Uitbreidingen zijn alleen mogelijk indien het bedrijf maatregelen van ruimtelijke kwaliteit treft op het gebied van milieu, landschappelijke inpassing of fysieke maatregelen op het gebied van dierwelzijn; 2. Een verslag van een dialoog met zijn omgeving bij de aanvraag – d.w.z. het verzoek om een bestemmingsplanherziening, -wijziging of omgevingsvergunning – is gevoegd; 3. De investering in de maatschappelijke plussen €15,- tot €20,- bedraagt per vierkante meter bruto staloppervlakte van de uitbreiding; 4. De investering zoveel mogelijk plaatsvindt op het erf. Indien dit niet mogelijk is, dan vindt de investering in de omgeving van het erf of verder in de omgeving plaats; 5. De gemeente maakt met de ondernemer afspraken inclusief boetebeding via een privaatrechtelijke overeenkomst, een voorwaardelijke verplichting in het bestemmingsplan of een omgevingsvergunning. Op basis daarvan werkt het bevoegd gezag een wijzigingsplan uit, een afwijkingsbesluit of herziening van het bestemmingsplan. Voor onderhavige ruimtelijke procedure wordt gebruik gemaakt van het plussenbeleid.
In de bijlage ‘Toelichting Plussenbeleid’ is toegelicht op welke manier toepassing wordt gegeven aan het plussenbeleid. De belangrijkste resultaten zijn hieronder weergegeven, de volledige rapportage is als bijlage bij de toelichting opgenomen. Er is een omgevingsdialoog georganiseerd tijdens welke de meningen en wensen van de buurt kenbaar zijn gemaakt. Daarnaast worden diverse plusmaatregelen doorgevoerd binnen de thema’s ‘landschappelijke inpassing’ en ‘duurzame energie’. Het investeringsbedrag in de plusmaatregelen bedraagt meer dan € 15,- per vierkante meter. Er wordt derhalve ruimschoots voldaan aan de gestelde voorwaarden op basis van het plussenbeleid. Klimaatadaptatie Hittegolven, hoosbuien en droogte zijn inmiddels bekende gevolgen van de niet meer te ontkennen klimaatverandering en gaan vaak gepaard met aanzienlijke schade en risico’s voor economie, gezondheid en veiligheid. Om schadelijke gevolgen van klimaatverandering zoveel mogelijk tegen te gaan, is voor klimaatadaptatiemaatregelen een belangrijke rol weggelegd. In het Deltaprogramma worden vier belangrijke effecten van klimaatverandering genoemd: • Wateroverlast; • Droogte; • Waterveiligheid (overstromingen); • Hittestress. Klimaatadaptatiemaatregelen zullen moeten bijdragen aan het terugdringen of ten minste beheersbaar houden van deze effecten. Voorbeelden van maatregelen zijn: 1.
Extra waterberging in te graven greppel/zaksloot en/of verbreden bestaande watergangen; 2. Gescheiden waterafvoersystemen om overbelasting van het riool te voorkomen; 3. Meer bomen planten; 4. Nieuwbouw met lichte gekleurde daken uitvoeren om hittestress te beperken. Extra waterberging Door de klimaatverandering worden regenbuien intensiever, neemt de kans op wateroverlast toe en wordt de riolering meer belast. Daarnaast wordt door de warmere periodes het thema verdroging steeds belangrijker. Door extra bebouwing en toename van verharding wordt steeds meer oppervlak verhard waardoor regenwater versneld wordt afgevoerd en minder kan infiltreren in de bodem. Omdat hemelwater van dit agrarisch erf schoon is (geen erfafspoeling) kun je dit via retentie terugzetten. Daarom is bij de realisatie van de pluimveestal en extra verharding een ontwerp gemaakt dat al het regenwater afgevoerd wordt naar te graven en te verbreden sloot. Deze watergang/sloot dragen bij aan een natuurlijkere waterhuishouding en zorgen ervoor dat regenwater blijft waar het valt, ze helpen het grondwaterpeil hoger te houden en ontlasten de riolering.
bestemmingsplan "Ochten, Bonegraafseweg 37a-41" (ontwerp)
15
bestemmingsplan “Ochten, Bonegraafseweg 37a-41”
Aanleg groen Met de aanleg van groen kun je vaak al veel schade en overlast door klimaatverandering tegengaan. Als je op de juiste manier groen aanlegt, kan het helpen tegen wateroverlast en hitte. Verder maakt groen een terrein niet alleen klimaatbestendiger, maar ook biodiverser en aantrekkelijker. Het is belangrijk om rekening te houden met schaduw en licht maar ook met de bodem en ondergrond. Doordat de buitenruimte deels uitloop gebied voor kippen bestaat is groen gewenst voor schaduw/beschutting van dieren maar wordt ook bio divers. Meer groen kan de wateroverlast verminderen, doordat groen het regenwater afvangt en er meer water wegzakt (infiltreert) in de bodem. Als het nodig is, kun je de groene maatregelen aanvullen met technische maatregel, zoals het toepassen van solidrain langs de verharding. Beperking hittestress Door de een toename van dakoppervlak en verharding kan het op terrein en de gebouwen erg heet worden. Hitte is slecht voor mens en dier. Hitte kun je tegengaan door lichte kleuren te gebruiken voor daken, gevels, gebouwen en verhardingen. Ook schaduwwerking van groen kan de opwarming aanzienlijk verminderen. Bij de uitwerking van het landschappelijke inpassing (zie paragraaf 2.2) en het aspect waterhuishouding (paragraaf 5.8) zijn voorstaande klimaatadaptatieregels voldoende in acht genomen. 3.2.4
Conclusie
Het bestemmingsplan is in lijn met de Omgevingsvisie en –verordening van de provincie Gelderland.
3.3
Gemeentelijk beleid
3.3.1
Omgevingsvisie Neder-Betuwe
Op 24 februari 2022 heeft de gemeenteraad van Neder-Betuwe de Omgevingsvisie Neder-Betuwe vastgesteld. Deze Omgevingsvisie laat zien wat de gemeente samen met haar bewoners belangrijk vindt voor de omgeving waarin we wonen, werken en waarin we onze vrije tijd doorbrengen. Het nodigt iedereen uit om bij te dragen aan de ontwikkeling van de gemeente, van Neder-Betuwe, een gemeente in het rivierengebied. Hier heeft de loop van de rivieren eeuwenlang historie geschreven in het landschap. Maar ook in het karakter van de inwoners. Een karakter van hard werken en naar elkaar omzien. Samen met elkaar strijden voor een toekomst voor iedereen. Dat kenmerkt het motto: “samen leven, werken en ondernemen, samen (voort)bouwen aan onze identiteit. De Omgevingsvisie bestaat uit 10 speerpunten, een richtinggevende kaart en een waardenkaart. Speerpunten. De 10 speerpunten zijn: 1. een omgeving waarin inwoners een leven lang gezond en veilig kunnen leven, wonen en werken; 2. een goed ondernemers- en vestigingsklimaat, diversiteit in werk voor onze inwoners en een goede aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt; 3. wonen voor iedereen; 4. een goede bereikbaarheid voor gebruikers van het OV, de auto, de fiets en voor de wandelaar; 5. doorontwikkelen en beleefbaar maken van onze identiteit; 6. doorontwikkeling van de gemeente als centrum voor laanboomteelt en andere agrarische sectoren; 7.
opwekking en gebruik van energie op een duurzame manier; 8. voorbereid zijn op de veranderingen in het klimaat; 9. een gezonde, groene en biodiverse omgeving; 10. behoud en ontwikkeling van sterke dorpen in een nieuwe en nauwe samenwerking met de gemeente
16
bestemmingsplan "Ochten, Bonegraafseweg 37a-41 " (ontwerp)
bestemmingsplan “Ochten, Bonegraafseweg 37a-41”
Voorliggend plan ligt na raadpleging van de waardenkaart in een gebied met de waarde ‘landelijk en groen’. Voor dergelijke gebieden dient rekening gehouden te worden met: • het landelijke en groene karakter; • de toegankelijkheid en het comfort voor rustige vormen van recreatie; • de zichtbaarheid en toegankelijkheid van waardevolle gebieden en elementen op het gebied van landschap, cultuurhistorie en natuur; • het open, natte en weidevogelrijke karakter van het Eldikse en Dodewaardse veld. Het voornemen is om meer biologisch te gaan produceren door 10.000 kippen biologisch te houden. Hiermee wordt het dierenwelzijn van het agrarisch bedrijf verbeterd. Tevens wordt de nieuwe stal landschappelijk ingepast door middel van en landschappelijk inpassingsplan, waardoor de ruimtelijke kwaliteit van het plangebied verbeterd. In paragraaf 2.2 staat het landschappelijk inpassingsplan beschreven. Hiermee wordt rekening gehouden met het landelijke en groene karakter én de zichtbaarheid en toegankelijkheid van waardevolle gebieden en elementen. Onderhavig planvoornemen is in lijn met de ambities uit de Omgevingsvisie Neder-Betuwe. 3.3.2
Beleidsregel plussenbeleid gemeente Neder-Betuwe
De gemeente Neder-Betuwe heeft in de Beleidsregel plussenbeleid gemeente Neder-Betuwe’ het provinciale plussenbeleid van Gelderland vertaald naar het gemeentelijk plussenbeleid. Het plussenbeleid is beleid voor niet-grondgebonden veehouders die hun bedrijf wensen uit te breiden. Het doel van het plussenbeleid is het bieden van ontwikkelingsruimte voor veehouders die hun bedrijf duurzaam willen ontwikkelen. De provincie Gelderland zet in op een duurzame ontwikkeling van deze sector door middel van het verbinden van plusmaatregelen bij uitbreidingen van meer dan 500 m 2 waarvoor het bestemmingsplan herzien moet worden. De gemeente Neder-Betuwe vindt dat de niet-grondgebonden veehouderij deze ruimte moet krijgen als daarbij in goed overleg met direct betrokkenen kwalitatief goede plusmaatregelen genomen worden in de thema's dierenwelzijn, ruimtelijke kwaliteit en milieu. Door het nemen van extra maatregelen die de kwaliteit van de leefomgeving versterken denkt de gemeente duurzaamheid in de agrarische sector te stimuleren. In de bijlage ‘Toelichting Plussenbeleid’ is toegelicht op welke manier toepassing wordt gegeven aan het plussenbeleid, daarbij is tevens rekening gehouden met het gemeentelijke plussenbeleid. 3.3.3
Conclusie
Het bestemmingsplan is passend binnen het gemeentelijke beleid.
3.4
Conclusie
Het bestemmingsplan is passend binnen de beleidskaders van het Rijk, de provincie Gelderland en de gemeente Neder-Betuwe.
bestemmingsplan "Ochten, Bonegraafseweg 37a-41" (ontwerp)
17
bestemmingsplan “Ochten, Bonegraafseweg 37a-41”
Hoofdstuk 4
Omgevingsaspecten
4.1
Verkeer & parkeren
4.1.1
Verkeer
4.1.1.1 Regelgeving De gemeenteraad stelde op 8 maart 2018 het Neder-Betuws Verkeer- en Vervoerplan (NBVVP) vast. Dit geeft de visie tot 2025 weer hoe de gemeente Neder-Betuwe nu en in de toekomst om gaat met vraagstukken op het gebied van verkeer en vervoer dan wel de mobiliteit. Het plan bestaat uit twee onderdelen: • Beleidsrapportage met daarin de visie van de gemeente tot 2025. Belangrijk onderdeel hierin is ook het Uitvoeringsprogramma, waarin staat welke projecten de gemeente de komende jaren wil uitvoeren en voor welke projecten geld beschikbaar is. • Achtergrondrapportage met daarin achtergrondinformatie bij de beleidsrapportage. In de achtergrondrapportage zijn de resultaten van de inventarisatie en (knelpunt)analyse opgenomen. 4.1.1.2 Doorwerking bestemmingsplan Het perceel wordt ontsloten via de Bonegraafseweg, een weg die veelvuldig wordt gebruikt door doorgaand verkeer in het buitengebied van Neder-Betuwe. Het plan kan leiden tot een lichte toename van het aantal vervoersbewegingen. Op basis van gegevens van vergelijkbare bedrijven is een reële inschatting gemaakt van het aantal vervoersbewegingen in de vigerende situatie.
Voorstaande leidt tot de volgende vervoersbewegingen per jaar:
18
bestemmingsplan "Ochten, Bonegraafseweg 37a-41 " (ontwerp)
bestemmingsplan “Ochten, Bonegraafseweg 37a-41”
Het bedrijf is gesitueerd in een druk landelijk gebied aan een erftoegangsweg. Deze weg komt in beide richtingen na enkele kilometers uit op gebiedsontsluitingswegen. Naar verwachting is de verkeersintensiteit in beide richtingen gelijkwaardig aan elkaar, derhalve is het verkeer gemodelleerd middels de verdeelsleutel van 50% linksaf en 50% rechtsaf. De Bonegraafseweg is geschikt voor landbouwvoertuigen en wordt ook gebruikt door vele andere agrarische bedrijven in de omgeving. De Bonegraafseweg beschikt over voldoende capaciteit om het aantal verkeersbewegingen en de minimale toename ten gevolge van het planvoornemen te kunnen verwerken. 4.1.2
Parkeren
4.1.2.1 Regelgeving De Parapluregeling Parkeren uit 2018 en de daaraan verbonden Nota Parkeernormen Neder-Betuwe (2017) zijn van toepassing op nieuwe ontwikkelingen in de gemeente Neder-Betuwe. Hierin worden onder andere parkeernormen gesteld op basis van de toe te voegen functies. 4.1.2.2 Doorwerking bestemmingsplan Het plan moet voldoen aan de Nota Parkeernormen. In de Nota Parkeernormen wordt een parkeernorm gehanteerd van 2,8 parkeerplaatsen per woning. Gezien de grootte van het perceel kunnen voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein worden gerealiseerd. Voor een pluimveestal kent de Nota Parkeernormen geen parkeernormen. De oprichting van een nieuwe pluimveestal, is geen ontwikkeling die zorgt voor een significante toename van het aantal benodigde parkeerplaatsen. Op eigen terrein is reeds voldoende parkeergelegenheid aanwezig om de parkeerbehoefte ten aanzien van de eigenaren, werknemers en bezoekers op te vangen. 4.1.3
Conclusie
De aspecten ‘verkeer & parkeren’ vormt geen belemmering voor de vaststelling van dit bestemmingsplan.
4.2
Bodem
4.2.1
Regelgeving
Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) dient in verband met de uitvoerbaarheid van een project rekening te worden gehouden met de bodemgesteldheid. Bij functiewijzigingen dient te worden bekeken of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde functie en moet worden vastgesteld of er sprake is van een saneringsnoodzaak. In de Wet bodembescherming is bepaald dat indien de desbetreffende bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de beoogde functie, de grond zodanig dient te worden gesaneerd dat zij kan worden gebruikt voor de desbetreffende functie (functiegericht saneren). De Wet bodembescherming heeft betrekking op landbodems; waterbodems vallen onder de Waterwet. Op grond van de Woningwet en de Bouwverordening dient voor elke individuele bouwlocatie aangetoond te worden dat de bodem geschikt is voor de beoogde bebouwing, alvorens een omgevingsvergunning verleend kan worden. Bij het opstellen van een bestemmingsplan is de vraag of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het huidige of toekomstige gebruik van die bodem en of deze optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Het uitgangspunt hierbij is dat eventueel aanwezige bodemverontreiniging geen onaanvaardbaar risico oplevert voor de gebruikers van de bodem en dat de bodemkwaliteit niet verslechtert door grondverzet. Dit is het zogenaamde stand still-beginsel.
Het vaststellen van de bodemkwaliteit wordt bij het opstellen/wijzigen van een bestemmingsplan dan ook alleen van belang geacht voor de locaties waar ontwikkelingen gepland zijn (zoals functiewijzigingen, bouwen, graven/ophogen).
bestemmingsplan "Ochten, Bonegraafseweg 37a-41" (ontwerp)
19
bestemmingsplan “Ochten, Bonegraafseweg 37a-41”
4.2.2
Doorvertaling bestemmingsplan
In het kader van de voorgenomen ontwikkeling is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. De belangrijkste resultaten zijn hieronder weergegeven. De volledige rapportage is als bijlage bij de toelichting opgenomen • •
• • • •
Zintuigelijk zijn in de vaste bodem geen noemenswaardige bijmengingen aan bodemvreemde materialen waargenomen. Zintuigelijk is geen asbestverdacht materiaal op en/of in de bodem aangetroffen; Analytisch zijn in het mengmonster van de bovengrond licht verhoogd gehalten aan arseen, kobalt en/of nikkel aangetoond. De aangetoonde gehalten overschrijden de achtergrondwaarden, maar blijven beneden de tussenwaarden. Van de overige geanalyseerde parameters zijn geen gehalten aangetoond boven de achtergrondwaarden; Analytisch zijn in het mengmonster van de ondergrond, van de geanalyseerde parameters, geen gehalten aangetoond boven de achtergrondwaarden; In het grondwater zijn licht verhoogde gehalten aan barium en chroom aangetoond. De aangetoond gehalten aan zware metalen overschrijden de schreefwaarden, maar blijven beneden de tussenwaarden; Zintuigelijk zijn in de water- en onderliggende bodem geen noemenswaardige bijmengingen aan bodemvreemde materialen waargenomen. Zintuigelijk is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. De bemonsterde waterbodem is bij toepassing op landbodem, toepasbaar op landbodem met kwaliteitsklasse Industrie. Bij toepassing in oppervlaktewater is de bemonsterde partij toepasbaar als klasse A waterbodem. De bemonsterde waterbodem is verspreidbaar op een aangrenzend perceel of in zoet oppervlaktewater.
In de vaste bodem en in het grondwater zijn licht verhoogde gehalten aan zware metalen aangetoond. De aangetoonde gehalten vormen geen aanleiding tot nader onderzoek. Op basis van de analyseresultaten is de actuele bodemkwaliteit afdoende vastgelegd, en bestaan geen bezwaren voor de voorgenomen bestemmingswijziging en nieuwbouw op de locatie. 4.2.3
Conclusie
Het aspect 'bodem' vormt geen belemmering voor de vaststelling van dit bestemmingsplan.
4.3
Geluid
4.3.1
Regelgeving
Belangrijke basis voor de ruimtelijke afweging van het aspect geluid is de Wet geluidhinder (Wgh). Overeenkomstig de Wgh zijn (spoor-)wegen en industrieterreinen waar zich grote lawaaimakers kunnen vestigen voorzien van zones. Het gebied binnen deze zones geldt als akoestisch aandachtsgebied waar een toetsing uitgevoerd dient te worden. Daarbij beperkt de Wgh zich tot een toetsing ter plaatse van zogenaamde geluidsgevoelige objecten. Dit zijn onder andere woningen, onderwijsgebouwen, gezondheidszorggebouwen, kinderdagverblijven, woonwagenstandplaatsen en ligplaatsen voor woonboten. Voor de geluidsgevoelige gebouwen en terreinen die binnen bepaalde afstanden (zones) van de verschillende geluidsbronnen liggen, schrijft de Wgh voor dat een aangewezen bevoegd gezag (meestal Burgemeester en Wethouders) (maatwerk)grenswaarden bepaalt. De terminologie die de wet hiervoor hanteert is: ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting. De getalsmatige invulling van deze grenswaarden voor nieuwe of bestaande geluidgevoelige bestemmingen verschillen per locatie en per geluidssoort. Naast grenswaarden op de gevels van de geluidsgevoelige gebouwen, zijn er in de Wgh ook grenswaarden gericht op de bescherming van het akoestische klimaat binnen de bestaande gebouwen. De grenswaarden moeten bij de aanleg, dan wel wijzigingen van een (spoor)weg of industrieterrein in acht worden genomen.
Dit geldt ook bij vaststelling of herziening van een bestemmingsplan of bij een projectbesluit wanneer de betreffende gronden/gebouwen voor een geluidgevoelige functie in een geluidszone zijn gelegen. Onder bepaalde voorwaarden is een hogere geluidsbelasting dan de voorkeursgrenswaarde mogelijk (tot de maximaal toelaatbare geluidsbelasting). 20
bestemmingsplan "Ochten, Bonegraafseweg 37a-41 " (ontwerp)
bestemmingsplan “Ochten, Bonegraafseweg 37a-41”
Hiervoor moet een “hogere waarde procedure” worden doorlopen door het college van burgemeester en wethouders. Een uitzondering waar toetsing aan de grenswaarden niet hoeft, is wanneer een geluidsgevoelig gebouw een zogenoemde "dove" gevel heeft. Een "dove gevel" is een bouwkundige constructie: • Waarin geen te openen delen aanwezig zijn en met een bepaalde geluidwering; • Waarin alleen bij uitzondering te openen delen aanwezig zijn, mits de delen niet direct grenzen aan een geluidsgevoelige ruimte. Bij ontheffing van de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting kan (in het kader van de omgevingsvergunning) een nader akoestisch onderzoek noodzakelijk zijn ten behoeve van het woonen leefklimaat in de woning. De karakteristieke geluidwering van de gevel dient voor nieuwbouw zodanig te zijn dat wordt voldaan aan de eisen uit het Bouwbesluit, zijnde het verschil tussen de geluidsbelasting op de gevel en het gewenste binnenniveau met een minimum van 20 dB. 4.3.2
Wegverkeerslawaai
In de Wgh en het Besluit geluidhinder (Bgh) is de zonering van wegen en het daarbij horende normenstelsel geregeld. Een zone is het akoestisch aandachtsgebied. Volgens de Wgh bevinden zich langs alle wegen wettelijke geluidzones, met uitzondering van woonerven, 30-km/uur-gebieden en wegen waarvan op grond van een door de gemeenteraad vastgestelde geluidsniveaukaart blijkt dat de geluidsbelasting op 10 meter uit de meest nabij gelegen wegas 48 dB of minder bedraagt. Bij vaststelling van een bestemmingsplan dient voor alle wegen waarvan de zone een overlap met het plangebied kent, een akoestisch onderzoek te worden verricht (art.76 lid 1 Wgh). De breedte van deze zone is afhankelijk van het aantal rijstroken en de aard van de omgeving (stedelijk of buitenstedelijk), zie navolgende tabel.
Aantal rijstroken
Zonebreedte Stedelijk gebied
Buitenstedelijk gebied
5 of meer
350 meter
600 meter
3 of 4
350 meter
400 meter
1 of 2
200 meter
250 meter
Tabel 4.1: overzicht zonebreedtes (vanaf de as van de weg tot de volgende breedte aan weerszijden van de weg) De definities van het buitenstedelijk en stedelijk gebied zijn opgenomen in artikel 1 van de Wgh. Als buitenstedelijk gebied wordt aangemerkt het gebied buiten de bebouwde kom en het gebied binnen de zone van een autoweg of autosnelweg, die binnen de bebouwde kom ligt. 4.3.3
Doorvertaling bestemmingsplan
In het kader van de voorgenomen ontwikkeling is een akoestisch onderzoek uitgevoerd. De belangrijkste resultaten zijn hieronder weergegeven, de volledige rapportage is als bijlage bij de toelichting opgenomen. Aan de Bonegraafseweg te Ochten is een nieuwe geluidgevoelige bestemming gepland (vervanging bedrijfswoning). Door TecMaP is een akoestisch onderzoek uitgevoerd in het kader van de Wet geluidhinder. Omdat de woning is gelegen binnen de zone van meerdere wegen heeft de gemeente verzocht om de geluidsbelastingen ten gevolge van wegverkeer op de geluidgevoelige objecten inzichtelijk te maken en te toetsen volgens het systeem uit de Wet geluidhinder. Uit de berekeningen en toetsing blijkt dat vanwege het verkeer over de Bonegraafseweg de voorkeursgrenswaarde van 48 dB wordt overschreden. Dit betekent dat een hogere waarde van 50 dB moet worden aangevraagd.
bestemmingsplan "Ochten, Bonegraafseweg 37a-41" (ontwerp)
21
bestemmingsplan “Ochten, Bonegraafseweg 37a-41”
Vanwege de overige wegen wordt de voorkeursgrenswaarde van 48 dB niet wordt overschreden. Er hoeft voor deze wegen dus geen hogere waarde te worden aangevraagd als bedoeld in de Wet geluidhinder. Voor de woning moet worden voldaan aan de eisen uit het Bouwbesluit 2012 ten aanzien van de karakteristieke geluidwering van de gevels, waarbij uitgegaan dient te worden van de gecumuleerde geluidbelasting exclusief aftrek ex artikel 3.4 RMV 2012. De grenswaarde van het geluidniveau in de geluidgevoelige ruimten van de nieuw te realiseren woning mag daarbij maximaal 33 dB bedragen. De maximaal gecumuleerde geluidbelasting op de gevels van de nieuwe woningen bedraagt 55 dB Lden. Het Bouwbesluit 2012 heeft als eist dat de geluidwering van een gevel minimaal 20 dB moet bedragen. Het is echter aannemelijk dat een gevel van een nieuwbouwwoning een grotere geluidreductie heeft dan de minimale 20 dB die in het Bouwbesluit wordt gehanteerd. Geconcludeerd wordt dat het binnenniveau van 33 dB gewaarborgd is bij een gevelgeluidwering van 22 dB. Een vervolgonderzoek naar de karakteristieke gevelwering zal uit moeten wijzen of voldaan kan worden aan de geluidwering van 22 dB. 4.3.4
Conclusie
Een hogere waarden procedure dient doorlopen te worden voor de realisatie van de vervangende bedrijfswoning.
4.4
Bedrijven en milieuzonering
4.4.1
Regelgeving
Wanneer ruimtelijke ontwikkelingen in de directe omgeving van inrichtingen en/of bedrijven worden gerealiseerd, zal een milieukundig onderzoek uit moeten wijzen in hoeverre er sprake is van mogelijke beperkingen ten gevolge van de aanwezige inrichtingen en/of bedrijven. Maar ook andersom dient aandacht te worden besteed aan de rechten van de aanwezige inrichtingen en/of bedrijven. Het is immers niet de bedoeling dat nieuwe ontwikkelingen de huidige bedrijfsvoering in de directe omgeving zullen beperken. Datzelfde geldt uiteraard ook voor de situatie dat inrichtingen en/of bedrijven wijzigen in de nabijheid van bestaande gevoelige functies. Via de milieuwetgeving wordt milieuhinder zoveel mogelijk voorkomen. Alle bedrijven en inrichtingen die in potentie hinder zouden kunnen veroorzaken, moeten een vergunning hebben in het kader van de Wet milieubeheer of moeten middels een melding aantonen dat zij aan de hierin gestelde richtwaarden kunnen voldoen. De gestelde richtwaarden zijn veelal vertaald in minimale afstanden tussen de inrichtingen waar activiteiten plaatsvinden en de milieugevoelige functies in de directe omgeving. Behalve van de aard en omvang van een bedrijf of inrichting, is deze mede afhankelijk van de omgevingskarakteristiek. Voor een rustige woonomgeving gelden andere afstanden (strengere eisen) dan voor bijvoorbeeld drukke woonwijken of een gemengd gebied.
Voor het vaststellen van de genoemde minimale richtafstanden tussen inrichtingen en milieugevoelige functies worden in de regel de lijsten zoals deze zijn opgenomen in de handreiking 'Bedrijven en milieuzonering' gebruikt. Bedrijven zijn in de VNG-handreiking ingedeeld in een aantal categorieën met bijbehorende gewenste richtafstanden tot milieugevoelige functies. De categorieën geven de zwaarte van bedrijvigheid en mogelijke milieuhinder weer. De richtafstanden kunnen, zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat, met één afstandstap worden verlaagd indien sprake is van omgevingstype gemengd gebied. Naast de omgevingstypen 'rustige woonomgeving' en 'gemengd gebied' kent de VNG-publicatie ook het type 'gebied met functiemenging'. Het begrip 'gebied met functiemenging' heeft geen betrekking op de typering van een gebied maar op de toelaatbaarheid van hinderveroorzakende functies, zoals stadscentra, dorpskernen, winkelcentra, horecaconcentratiegebieden, zones met functiemenging langs stedelijke toegangswegen en (delen van) woongebieden met kleinschalige dan wel ambachtelijke bedrijvigheid.
22
bestemmingsplan "Ochten, Bonegraafseweg 37a-41 " (ontwerp)
bestemmingsplan “Ochten, Bonegraafseweg 37a-41”
Milieucategorie
Richtafstand omgevingstype rustige woonwijk, rustig buitengebied
Richtafstand omgevingstype gemengd gebied
1
10 m
0m
2
30 m
10 m
3.1
50 m
30 m
3.2
100 m
50 m
4.1
200 m
100 m
4.2
300 m
200 m
5.1
500 m
300 m
5.2
700 m
500 m
5.3
1.000 m
700 m
6
1.500 m
1.000 m
Tabel 4.2: richtafstanden VNG-publicatie 'Bedrijven en milieuzonering' Bovenstaande tabel geeft een overzicht van de richtafstanden voor verschillende bedrijfscategorieën ten opzichte van een rustige woonwijk en gemengd gebied. Indien de richtafstand niet wordt overschreden, kan verdere toetsing voor het aspect in beginsel achterwege blijven: inpassing is dan mogelijk. Indien niet aan de richtafstanden wordt voldaan, is een nadere beschouwing danwel onderzoek nodig. Hiertoe wordt ten aanzien van het geluidsaspect gebruik gemaakt van de beoordelingssystematiek uit de VNG-publicatie. Tijdens het inwerking zijn van inrichtingen zullen deze worden getoetst aan het Activiteitenbesluit. 4.4.2
Doorvertaling bestemmingsplan
Op basis van de VNG-brochure is de omgeving van het plangebied aan te merken als een ‘rustig buitengebied’. Het plangebied is gelegen in lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid. Op het perceel Bonegraafseweg 37a-41 wordt de vergroting van het bestemmingsvlak van een intensieve veehouderij mogelijk gemaakt, waarbij een nieuwe pluimveestal wordt gerealiseerd en een bestaande bedrijfswoning wordt vervangen. Voor onderhavig planvoornemen dient rekening gehouden te worden met zowel de milieuafstand van de nieuwe stal van de pluimveehouderij ten opzichte van milieugevoelige functies, alsmede de milieuafstand van de omliggende bedrijven ten opzichte van de verplaatste bedrijfswoning (milieugevoelige functie op basis van de Wet milieubeheer). Afstand milieubelastende bedrijven t.o.v. verplaatste bedrijfswoning In de omgeving van het plangebied komen de volgende milieubelastende bedrijven voor: Locatie
Soortbedrijf
Milieucat.
Richtafstand
Bonegraafseweg 33 Bonegraafseweg 56a Bonegraafseweg 62 Verlengde Lagecampseweg 2
Glastuinbouwbedrijf Boomkwekerij Glastuinbouwbedrijf Intensieve veehouderij
2 2 2 3.2
30 meter 30 meter 30 meter 100 meter
Werkelijke afstand 230 meter 60 meter 300 meter 280 meter
Tabel 4.3: overzicht relevante bedrijvigheid Uit bovenstaande tabel blijkt dat ruimschoots voldaan wordt aan de vereiste richtafstanden tot de omliggende bedrijven.
bestemmingsplan "Ochten, Bonegraafseweg 37a-41" (ontwerp)