CConstaterende datNeder-Betuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 9 bij de toelichting - Verkennend en nader onderzoek deelgebied 2 en 3

Raadsvergadering 20 april 2023, gemeente Neder-BetuweBij agendapunt: Ontwerpbestemmingsplan29.622 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Hoge troebelheid

Standaardanalysepakket grondwater

Grondwater bosperceel, vernietigingsplek NGE en gemeente opslag 218-1-1

2,00 - 3,00

Hoge troebelheid

Standaardanalysepakket grondwater

218-1-2

2,00 - 3,00

Hoge troebelheid

Explosievenpakket

218-1-3

2,00 – 3,00

Hoge troebelheid

Explosievenpakket

Grondwater bosperceel, bos 224-1-1

1,00 - 2,00

Hoge troebelheid

Standaardanalysepakket grondwater

231-1-1

1,00 - 2,00

Hoge troebelheid

Standaardanalysepakket grondwater

239-1-1

1,50 - 2,50

Hoge troebelheid

Standaardanalysepakket grondwater

Standaardanalysepakket grond:

droge stof, lutum, organische stof, metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), PCB, PAK en minerale olie.

Standaardanalysepakket grondwater:

metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), vluchtige aromaten (BTEX), styreen, naftaleen, gehalogeneerde koolwaterstoffen (VOX) en minerale olie.

Asbest:

serpentijns asbest (chrysotiel) en amfibool asbest (amosiet, crocidoliet, anthophylliet, tremoliet en actinoliet).

PFAS:

Uit de advieslijst d.d. 12-07-2019

Explosievenpakket:

1,3-Dinitrobenzene, 1,3,5-trinitrobenzene, 2-Nitrotoluene, 3-Nitrotoluene, 4-Nitrotoluene, 2,4dinitrotoluene, 2,6-Dinitrotoluene, 3,4-Dinitrotoluene, 3,5-Dinitrotoluene, 2,4,6-Trinitrotoluene (TNT), 4-amino-2,6-dinitrotoluene, 2-amino-4,6-dinitrotoluene, Hexogen (RDX), Octogen (HMX), Hexyl

*(A)

Naar aanleiding van het ?? verhoogde gehalte PAK in GRN M208 zijn de individuele monsters separaat geanalyseerd op PAK.

Het laboratorium Eurofins Analytico, waar de monsters zijn geanalyseerd, kampte tijdens de uitvoering van de analyses in 2022 met vertraging in het leveren van de analyseresultaten door personeelstekorten, mede veroorzaakt door de effecten van Corona en de extreme krapte op de arbeidsmarkt. Tijdens het verwerken van de monsterstroom zijn hierdoor monsters later geanalyseerd dan normaliter waardoor de conserveringstermijn is overschreden.

Bonegraaf Oost te Dodewaard

27

3449.01

(water)bodemonderzoek en onderzoek asbest in bodem

Buro Ontwerp & Omgeving

Voor het bosperceel gaat het om analyses van het verkennend onderzoek op: - Minerale olie voor alle monsters (bos en dam) certificaat 2022030598 en 2022032919; - PCB/PAK voor monster GRN M214.1 (bos), GRN MM214 (dam) en GRN MM215 (dam) certificaat 2022032919; - PAK voor de separaat geanalyseerde monsters; certificaat 2022042587. Deze monsters zijn dezelfde of de volgende dag bij het laboratorium aangeleverd.

Door het laboratorium wordt het volgende aangegeven over het overschrijden van de conserveringstermijn: Voor het vaststellen van de geschiktheid van het monster voor aanvang van de analyse zijn een aantal documenten van belang, die voor de milieumarkt zijn verwoord en vastgelegd in Protocol 3001: ‘Conserveringsmethoden en -termijnen voor milieumonsters’. Dit protocol is mede gebaseerd op onderzoek dat is uitgevoerd en vastgelegd in het document ‘Procesborging conservering en conserveringstermijnen milieumonster en (inter)nationale normen’. In protocol 3001 en het procesborgingsdocument zijn de stappen in het proces, de verantwoordelijkheden en verwachtingen beschreven. De conserveringstermijn gaat om het moment van monstername tot aan het zeker stellen, waardoor het een afstemming tussen partijen betreft waarbij een aantal uitganspunten en randvoorwaarden een rol spelen zoals tijd tussen monstername en aanlevering op het laboratorium, beschikbare capaciteit, aanvullend onderzoek, eventuele heranalyses etc. Deze omstandigheden kunnen per opdracht variëren en doen een beroep op de inspanningsverplichting van de partijen. De houdbaarheid is vaak matrix afhankelijk. De conservering van monsters heeft als doel de representativiteit van het genomen monster t.o.v. het monsternemingsobject te waarborgen.

De termijnen zijn veelal gebaseerd op richtlijnen en/of normen die per parameter de houdbaarheid aangeven en zijn veelal gebaseerd op ‘worst case’ benadering (het meest kritieke monster) en gevalideerd op een beperkte set monsters. Het onderzoek dat in Nederland is uitgevoerd is openbaar beschikbaar op de site van het SIKB (https://www.sikb.nl/bodembeheer/kennisdelen-en-innovatie/dossiers/monsterneming-en-labanalyse). Voor de meest voorkomende parameters in milieuonderzoek wordt een beeld gegeven van de houdbaarheid over langere periode gebaseerd op het 95 % betrouwbaarheidsinterval van de spreiding. De houdbaarheid voor een specifiek monster kan alleen door onderzoek in dat monster worden vastgesteld. De uiteindelijke beoordeling of een resultaat dat is verkregen geschikt is, hangt af van de totale (meet)onzekerheid van monstername, transport, conservering, deelmonstername en analyse. Op basis van de criteria vastgelegd in protocol AS3000 kan een indruk verkregen worden van deze onzekerheid excl. monstername. Voor bijv. de minerale olie zijn de acceptatie criteria vastgelegd in AS3010 waarbij de gecombineerde uitgebreide meetonzekerheid 50% bedraagt. De meetonzekerheid door het laboratorium vastgesteld op grond van praktijkmonsters is zeer ruim binnen de eis voor een acceptabele meting. De extra onzekerheid a.g.v.

de overschrijding van de conserveertermijn draagt bij aan de totale (meet)onzekerheid.

Bonegraaf Oost te Dodewaard

28

3449.01

(water)bodemonderzoek en onderzoek asbest in bodem

Buro Ontwerp & Omgeving

Daarnaast is bij de beoordeling van bruikbaarheid van de uitkomsten, de waarde t.o.v. de toetswaarde (kritieke waarde) van belang. Dit betekent dat meetwaarden rond een kritieke grens, door de toegenomen onzekerheid wegens overschrijding van de conserveringstermijn, tot een andere beoordeling kan leiden. Voor meetwaarden die ver boven of onder de kritieke grens liggen kan vaak, ondanks de toegenomen (meet)onzekerheid, een gefundeerde en correcte beslissing worden genomen. De monsters zijn bovendien conform de gestelde normen en richtlijnen na ontvangst geconditioneerd opgeslagen. Samenvattend: De normen en richtlijnen voor houdbaarheid zijn veelal gebaseerd op het meest kritieke monster en geven geen algemene regel voor invloed op een individueel monster. De resultaten zijn ondanks de toegenomen (meet)onzekerheid en afhankelijk van uitkomst en onder beschreven condities bruikbaar voor beoordelen t.o.v. kritieke grenzen. Met betrekking tot minerale olie zijn in geen van de monsters waarvoor de conserveringstermijn wordt overschreden verhoogde gehalten minerale olie ten opzichte van de achtergrondwaarde aangetoond. Verwacht wordt dat de overschrijding van de conserveringstermijn geen invloed heeft op de eindconclusie van het onderzoek. Voor PCB en PAK wordt de conserveringstermijn in de monster GRN M214.1 (bos), GRN MM214 (dam) en GRN MM215 (dam) overschreden.

Monster GRN M214.1 en mengmonster GRN MM215 bevatten licht verhoogd gehalte PAK welke ruim onder de tussenwaarde liggen. Monster GRN MM214 bevat licht verhoogde gehalten PCB en PAK welke eveneens ruim onder de tussenwaarde liggen. Ook hier wordt verwacht dat de overschrijding van de conserveringstermijn geen invloed heeft op de eindconclusie van het onderzoek. Met betrekking tot de separaat geanalyseerde monsters is er sprake van 1 monster dat geen verhoogd gehalte PAK bevat en 1 monster dat een gehalte PAK ruim onder de tussenwaarde bevat. Verder is een interventiewaarde overschreden en is een gehalte net boven de tussenwaarde aangetoond. Ook hier wordt derhalve verwacht dat de overschrijding van de conserveringstermijn geen invloed heeft op de eindconclusie van het onderzoek. 4.4 Toetsingskader Verkennend bodemonderzoek De analyseresultaten van de grond zijn in het kader van de Wet bodembescherming (Wbb) getoetst aan de Achtergrondwaarden uit het Besluit bodemkwaliteit (Bbk) en de interventiewaarden uit de Circulaire bodemsanering 2013. De analyseresultaten voor grond zijn omgerekend naar het gehalte voor standaardbodem en vervolgens getoetst aan de toetsingswaarden voor standaardbodem. Voor de omrekening naar standaardbodem wordt gebruik gemaakt van de gemeten percentages voor organische stof (humus) en lutum.

De analyseresultaten van het grondwater zijn in het kader van de Wet bodembescherming (Wbb) getoetst aan de streefwaarden en de interventiewaarden uit de Circulaire bodemsanering 2013. Tabel 7 bevat het toetsingskader volgens de Wbb (zie tevens bijlage 5.1).

Bonegraaf Oost te Dodewaard

29

3449.01

(water)bodemonderzoek en onderzoek asbest in bodem

Tabel 7

Buro Ontwerp & Omgeving

Overzicht toetsingskader Wbb

Gehalte/concentratie

Betekenis

Opmerking

≤ AW-waarde (of < detectielimiet)

niet verontreinigd

geen aanvullend onderzoek nodig (*A)

> AW-waarde ≤ T-waarde

licht verontreinigd

geen aanvullend onderzoek nodig (*A)

> T-waarde ≤ I-waarde

matig verontreinigd

mogelijk nader bodemonderzoek noodzakelijk

> I-waarde

sterk verontreinigd

nader bodemonderzoek noodzakelijk; mogelijk sprake van ernstige bodemverontreiniging

(*A)

Voor grondwater geldt de streefwaarde.

Toelichting:

De AW-waarden zijn achtergrondwaarden en zijn referentiewaarden voor een multifunctionele bodem. De halve som van de AW- en I-waarden ((AW+I)/2 = T-waarde) is een toetsingswaarde waarboven er een vermoeden is van ernstige bodemverontreiniging. Door middel van aanvullend onderzoek moet dit vermoeden worden getoetst. De I-waarden zijn de ‘interventiewaarden’. Als de I-waarde voor een stof wordt overschreden in meer dan 25 m3 grond of in meer dan 100 m3 grondwater (bodemvolume), dan wordt gesproken van een geval van ernstige bodemverontreiniging.

De analyseresultaten zijn tevens getoetst aan de maximale waarden van het Bbk. Dit teneinde een indicatie omtrent de te verwachten bodemkwaliteitsklasse van de voorkomende bodemlagen te verkrijgen (zie tevens bijlagen 5.2). Tevens zijn de analyseresultaten indicatief getoetst aan het de Toepassingsnormen voor het toepassen van grond en baggerspecie op landbodem boven grondwaterniveau uit het Handelingskader, d.d. december 2021. Asbest in bodemonderzoek De interventiewaarde voor asbest, zoals vastgesteld in de Circulaire bodemsanering 2013, bedraagt 100 mg/kg d.s. gewogen. Gewogen wil zeggen dat de totale asbestconcentratie, de concentratie serpentijnasbest vermeerderd met 10 maal de concentratie amfibool asbest is. Het resultaat van het verkennend onderzoek is een uitspraak over de mogelijke verontreiniging van de bodem op basis van verzamelde stukken asbesthoudend materiaal en (meng)monsters van de grond. Aan de hand van het verkregen indicatieve gehalte aan asbest wordt nagegaan of nader onderzoek al dan niet noodzakelijk is. Door de lagere onderzoeksintensiteit van het verkennend onderzoek kan in deze fase niet direct worden getoetst aan de interventiewaarde. In het verkennend onderzoek wordt het gehalte getoetst aan de interventiewaarde gecorrigeerd met een factor 2.

Deze correctiefactor is een maat voor de betrouwbaarheid van het verkennend onderzoek in relatie tot het nader onderzoek. Indien het asbestgehalte kleiner is dan de helft van de interventiewaarde, dus kleiner dan 50 mg/kg ds. gewogen, is het statistisch aannemelijk dat ook in een nader onderzoekstraject de interventiewaarde niet zal worden overschreden. In deze gevallen geldt er geen noodzaak tot het uitvoeren van een nader onderzoek asbest. 4.5 Analyseresultaten

Bonegraaf Oost te Dodewaard

30

3449.01

(water)bodemonderzoek en onderzoek asbest in bodem

Buro Ontwerp & Omgeving

De analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage 3. Het resultaat van de toetsing is in bijlage 4.1 numeriek weergegeven voor toetsing van grond aan de achtergrond- en interventiewaarden uit de Wbb en in bijlage 4.2 voor de toetsing aan het Bbk. In bijlage 4.3 is het resultaat van de toetsing aan het Handelingskader PFAS-houdende grond en baggerspecie opgenomen.

Verkennend bodemonderzoek Tabel 8 bevat de analyse- en de toetsingsresultaten voor grond bij toetsing aan achtergrond- en interventiewaarden (Wbb). Tevens is een indicatie met betrekking tot de te verwachten bodemkwaliteitsklasse weergegeven op basis van het Besluit bodemkwaliteit. Tabel 8 Monstercode

Analyse- en toetsingsresultaten grond Boring/monster (m –mv)

Textuur en zint. waarnemingen

Gemeten verhoogde parameters Wbb (gestandaardiseerde gehalten in mg/kg d.s.) > AW-waarde

> T-waarde

Indicatie Bbk#

> I-waarde

Grond agrarisch perceel incl. gedempte sloot GRN M03.2

03 (0,50 - 0,80)

Ondergrond zand, zintuiglijk schoon

<

AW

GRN MM01

01 (0,00 - 0,50), 02 (0,00 - 0,50), 03 (0,00 - 0,50), 04 (0,00 - 0,50), 05 (0,00 - 0,50), 06 (0,00 - 0,50), 07 (0,00 - 0,50), 08 (0,00 - 0,50), 09 (0,00 - 0,50), 10 (0,00 - 0,50)

Bovengrond klei, noord, zintuiglijk schoon

Nikkel (40,13)

AW

GRN MM02

11 (0,00 - 0,50), 12 (0,00 - 0,50), 13 (0,00 - 0,50), 14 (0,00 - 0,50), 15 (0,00 - 0,50), 16 (0,00 - 0,50), 17 (0,00 - 0,50), 18 (0,00 - 0,50), 19 (0,00 - 0,50), 20 (0,00 - 0,50)

Bovengrond klei, midden, zintuiglijk schoon

<

AW

GRN MM03

21 (0,00 - 0,50). 22 (0,00 - 0,50), 23 (0,00 - 0,50), 24 (0,00 - 0,50), 25 (0,00 - 0,50), 26 (0,00 - 0,50), 27 (0,00 - 0,50), 28 (0,00 - 0,50),

Bovengrond klei, zuid, zintuiglijk schoon

<

AW

Bonegraaf Oost te Dodewaard

31

3449.01

(water)bodemonderzoek en onderzoek asbest in bodem

Monstercode

Boring/monster (m –mv)

Textuur en zint. waarnemingen

Buro Ontwerp & Omgeving

Gemeten verhoogde parameters Wbb (gestandaardiseerde gehalten in mg/kg d.s.) > AW-waarde

> T-waarde

Indicatie Bbk#

> I-waarde

29 (0,00 - 0,50), 30 (0,00 - 0,50) GRN MM04

03 (0,80 - 1,30), 03 (1,30 - 1,50), 03 (1,50 - 2,00), 04 (0,50 - 1,00), 04 (1,00 - 1,50), 04 (1,50 - 2,00), 08 (0,50 - 1,00), 08 (1,00 - 1,50), 08 (1,50 - 1,60), 08 (1,60 - 2,00)

Ondergrond klei, noord, zintuiglijk schoon

Nikkel (40,02)

AW

GRN MM05

10 (0,50 - 1,00), 10 (1,00 - 1,50), 10 (1,50 - 2,00), 13 (0,50 - 1,00), 13 (1,00 - 1,50), 13 (1,50 - 2,00), 19 (0,50 - 1,00), 19 (1,00 - 1,50), 19 (1,50 - 1,70), 19 (1,70 - 2,00)

Ondergrond klei, midden, zintuiglijk schoon

Nikkel (35,44)

AW

GRN MM06

21 (0,50 - 0,80), 21 (0,80 - 1,30), 21 (1,30 - 1,50), 21 (1,50 - 2,00), 25 (0,50 - 1,00), 25 (1,00 - 1,50), 25 (1,50 - 2,00), 30 (0,50 - 1,00), 30 (1,00 - 1,50), 30 (1,50 - 2,00)

Ondergrond klei, zuid, zintuiglijk schoon

Nikkel (46,26)

AW

GRN MM07

04 (2,50 - 3,00), 10 (2,30 - 2,80), 10 (2,80 - 3,00), 13 (2,30 - 2,50), 21 (2,50 - 2,80)

Ondergrond veen, gehele perceel, zintuiglijk schoon

<

AW

GRN MM08

31 (1,80 - 2,00), 32 (1,80 - 2,00), 33 (1,80 - 2,00), 35 (1,50 - 2,00), 36 (1,50 - 2,00)

Ondergrond veen gedempte sloot, zintuiglijk schoon

Nikkel (56,42)

AW

GRN MM09

31 (0,00 - 0,50), 32 (0,00 - 0,50), 34 (0,00 - 0,50), 35 (0,00 - 0,50), 36 (0,00 - 0,50)

Bovengrond klei gedempte sloot, zintuiglijk schoon

<

AW

Grond dammetjes agrarisch perceel

Bonegraaf Oost te Dodewaard

32

3449.01

(water)bodemonderzoek en onderzoek asbest in bodem

Buro Ontwerp & Omgeving

Monstercode

Boring/monster (m –mv)

Textuur en zint. waarnemingen

Gemeten verhoogde parameters Wbb (gestandaardiseerde gehalten in mg/kg d.s.)

GRN M38.1

38 (0,00 - 0,50)

Dammetje noord Bovengrond, zand, sporen baksteen

Cadmium (0,6791) Nikkel (35,36)

AW

GRN MM10

40A (0,00 - 0,50), 41A (0,00 - 0,50), 42A (0,00 - 0,50)

Dammetje zuid. Bovengrond, zand, sporen baksteen en/of sporen puin

Nikkel (35,63)

AW

> AW-waarde

> T-waarde

Indicatie Bbk#

> I-waarde

Grond dammetjes bosperceel GRN MM201

201 (0,00 - 0,50), 203 (0,00 - 0,50)

Dammetje noord. Bovengrond, klei sporen baksteen, sporen puin

<

AW

GRN M205.2

205 (0,30 - 0,80)

Dammetje zuid. Zand onder pad, sporen puin

Lood (143,6) Zink (156,3) Minerale olie (342,1) PAK (3,055)

Industrie

GRN MM202

204 (0,00 - 0,50), 206 (0,00 - 0,50)

Dammetje zuid. Zand, bovengrond, sterk puin, brokken baksteen

Nikkel (38,67) Lood (57,21) Zink (152,6) Minerale olie (279,1) PAK (1,604)

Industrie

GRN MM203

204 (0,50 - 1,00) 206 (0,50 - 0,80)

Dammetje zuid Klei, ondergrond, sporen baksteen

<

AW

GRN MM214

SL302 (0,00 0,50) SL303 (0,00 0,50) SL304 (0,00 0,50) SL305 (0,00 0,50)

Toegangsdam gemeente opslag Bovengrond, zand, resten baksteen, resten beton, resten aardewerk, resten plastic en/of resten asfalt

Lood (171,1) Zink (183,6) PCB (0,0281) PAK (5,235)

Wonen

GRN MM215

SL302 (0,50 1,00) SL303 (0,50 1,00) SL304 (0,50 1,00) SL305 (0,50 1,00)

Toegangsdam gemeente opslag Ondergrond, klei, resten aardewerk, resten baksteen, resten plastic, resten beton en/of resten asfalt

Lood (94,71) PAK (3,915)

Wonen

Bosperceel, vernietigingsplek NGE en gemeente opslag GRN MM204

207 (0,00 - 0,50) 208 (0,00 - 0,50)

Bovengrond, klei, zintuiglijk schoon

PAK (8,085)

Industrie

GRN MM205

209 (0,00 - 0,50), 210 (0,00 - 0,50),

Bovengrond, klei, resten/sporen baksteen

PAK (16,29)

Industrie

Bonegraaf Oost te Dodewaard

33

3449.01

(water)bodemonderzoek en onderzoek asbest in bodem

Monstercode

Boring/monster (m –mv)

Textuur en zint. waarnemingen

Buro Ontwerp & Omgeving

Gemeten verhoogde parameters Wbb (gestandaardiseerde gehalten in mg/kg d.s.) > AW-waarde

> T-waarde

Indicatie Bbk#

> I-waarde

211 (0,00 - 0,50), 212 (0,00 - 0,50) GRN MM206

213 (0,00 - 0,50), 215 (0,00 - 0,50), 216 (0,00 - 0,50), 217 (0,00 - 0,50), 218 (0,00 - 0,50), 219 (0,00 - 0,50)

Bovengrond, zand, zintuiglijk schoon

PAK (2,505)

AW

GRN M214.1

214 (0,00 - 0,50)

Bovengrond, zand, sporen baksteen

Nikkel (38,25) PAK (5,395)

Wonen

GRN MM207

208 (0,50 - 1,00), 208 (1,00 - 1,50), 208 (1,50 - 2,00), 215 (0,50 - 1,00), 215 (1,00 - 1,50), 215 (1,50 - 2,00), 218 (1,00 - 1,50), 218 (1,50 - 2,00)

Ondergrond, klei, zintuiglijk schoon

Nikkel (39,69)

AW

GRN M217.2

217 (0,50 - 1,00)

Ondergrond, klei, resten baksteen

<

AW

GRN M218.2

218 (0,50 - 1,00)

Ondergrond, zand, matig baksteen

Lood (219,1) Zink (144,9) PAK (10,06)

Industrie

EXP MM01

207 (0,00 - 0,50), 208 (0,00 - 0,50), 209 (0,00 - 0,50), 210 (0,00 - 0,50), 211 (0,00 - 0,50), 212 (0,00 - 0,50)

Bovengrond noordelijk deel, klei, max. sporen/resten baksteen

< detectiegrens*

EXP MM02

213 (0,00 - 0,50), 214 (0,00 - 0,50), 215 (0,00 - 0,50), 216 (0,00 - 0,50)

Bovengrond middendeel, zand, max. sporen baksteen

< detectiegrens*

EXP MM03

217 (0,00 - 0,50), 218 (0,00 - 0,50), 219 (0,00 - 0,50)

Bovengrond zuidelijk deel, zand, zintuiglijk schoon

< detectiegrens*

Bosperceel, bos GRN M208

220 (0,00 - 0,50), 222 (0,00 - 0,50), 237 (0,00 - 0,50), 239 (0,00 - 0,50)

Bovengrond, klei, sporen baksteen

GRN M220.1

220 (0,00 - 0,50)

Bovengrond, klei, sporen baksteen

GRN M222.1

222 (0,00 - 0,50)

Bovengrond, klei, sporen baksteen

<

AW

GRN M237.1

237 (0,00 - 0,50)

Bovengrond, klei, sporen baksteen

PAK (6,765)

Wonen

Bonegraaf Oost te Dodewaard

PAK (34,44)

Industrie

PAK (82,64)

34

NT

3449.01

(water)bodemonderzoek en onderzoek asbest in bodem

Buro Ontwerp & Omgeving

Monstercode

Boring/monster (m –mv)

Textuur en zint. waarnemingen

Gemeten verhoogde parameters Wbb (gestandaardiseerde gehalten in mg/kg d.s.)

GRN M239.1

239 (0,00 - 0,50)

Bovengrond, klei, sporen baksteen

GRN M209

221 (0,00 - 0,50), 223 (0,00 - 0,50), 224 (0,00 - 0,50), 225 (0,00 - 0,50), 226 (0,00 - 0,50), 228 (0,00 - 0,50), 229 (0,00 - 0,50), 230 (0,00 - 0,50), 231 (0,00 - 0,50)

Bovengrond noordelijk deel, klei, zintuiglijk schoon

PAK (3,195)

Wonen

GRN M210

232 (0,00 - 0,50), 233 (0,00 - 0,50), 234 (0,00 - 0,50), 235 (0,00 - 0,50), 236 (0,00 - 0,50), 238 (0,00 - 0,50), 240 (0,00 - 0,50), 241 (0,00 - 0,50), 242 (0,00 - 0,50), 243 (0,00 - 0,50)

Bovengrond zuidelijk deel, klei, zintuiglijk schoon

PAK (2,055)

AW

GRN M211

221 (0,50 - 1,00), 224 (0,50 - 1,00), 225 (0,50 - 1,00), 231 (0,50 - 1,00), 233 (0,50 - 1,00), 239 (0,50 - 1,00)

Ondergrond, klei, matig baksteen

<

AW

GRN M212

221 (1,00 - 1,50), 224 (1,00 - 1,50), 225 (1,00 - 1,50), 231 (1,00 - 1,50), 231 (1,50 - 2,00), 233 (1,00 - 1,50), 239 (1,00 - 1,50), 239 (1,50 - 2,00), 242 (0,50 - 1,00), 242 (1,00 - 1,50)

Ondergrond, klei, zintuiglijk schoon

<

AW

GRN M213

221 (1,50 - 2,00), 224 (1,50 - 2,00), 225 (1,50 - 2,00), 233 (1,50 - 2,00), 239 (2,00 - 2,50)

Ondergrond, veen, zintuiglijk schoon

<

AW

> AW-waarde

> T-waarde

Indicatie Bbk#

> I-waarde

PAK (26,73)

Industrie

Wbb: <

: aangetroffen gehaltes kleiner dan achtergrond-, tussen- en interventiewaarde

>AW-waarde : aangetroffen gehalte groter dan achtergrondwaarde >T-waarde

: aangetroffen gehalte groter dan tussenwaarde (aanvullend / nader bodemonderzoek nodig

>I-waarde

: aangetroffen gehalte groter dan interventiewaarde

Bbk:

De indicatieve beoordeling Bbk geldt voor de situatie "Grond, toepassing op landbodem"

Bonegraaf Oost te Dodewaard

35

3449.01

(water)bodemonderzoek en onderzoek asbest in bodem

Monstercode

Boring/monster (m –mv)

Textuur en zint. waarnemingen

Buro Ontwerp & Omgeving

Gemeten verhoogde parameters Wbb (gestandaardiseerde gehalten in mg/kg d.s.) > AW-waarde

> T-waarde

Indicatie Bbk#

> I-waarde

#

: Op basis van de geanalyseerde parameters

AW Wonen Industrie NT

: overal toepasbaar (voldoet aan Achtergrondwaarde) : toepasbaar (functieklasse wonen) : toepasbaar (functieklasse industrie) : niet toepasbaar

*

: voor de parameters uit het explosievenpakket zijn geen achtergrondwaarden opgesteld. Er is geen gehalte boven de detectiegrens gemeten

In Tabel 9 zijn de PFAS-parameters weergegeven waarvan het gehalte boven de achtergrondwaarde is gemeten. Tevens is de indicatieve functieklasse in de zin van het Besluit bodemkwaliteit weergegeven. Tabel 9

Analyse- en toetsingsresultaten PFAS grond in µg/kg d.s.

Monstercode

Boring/monster (m –mv)

Textuur en zint. waarnemingen

Gemeten verhoogde parameters PFAS (gehalten in µg/kg d.s.)

Indicatie bodemkwaliteitsklasse Bbk

Agrarisch perceel oost PFAS MM01

01 (0,00 - 0,50), 02 (0,00 - 0,50), 05 (0,00 - 0,50), 07 (0,00 - 0,50), 08 (0,00 - 0,50), 10 (0,00 - 0,50), 11 (0,00 - 0,50), 12 (0,00 - 0,50), 13 (0,00 - 0,50), 14 (0,00 - 0,50)

Bovengrond klei, noord, zintuiglijk schoon

<

AW

PFAS MM02

17 (0,00 - 0,50), 18 (0,00 - 0,50), 19 (0,00 - 0,50), 21 (0,00 - 0,50), 22 (0,00 - 0,50), 23 (0,00 - 0,50), 25 (0,00 - 0,50), 27 (0,00 - 0,50), 29 (0,00 - 0,50), 30 (0,00 - 0,50)

Bovengrond klei, zuid, zintuiglijk schoon

<

AW

Bosperceel, vernietigingsplek NGE en gemeente opslag PFAS MM03

207 (0,00 - 0,50), 208 (0,00 - 0,50), 209 (0,00 - 0,50), 210 (0,00 - 0,50), 211 (0,00 - 0,50), 212 (0,00 - 0,50)

Bovengrond, klei, max. sporen/resten baksteen

<

AW

PFAS MM04

213 (0,00 - 0,50), 214 (0,00 - 0,50), 215 (0,00 - 0,50), 216 (0,00 - 0,50),

Bovengrond, zand, max. sporen baksteen

<

AW

Bonegraaf Oost te Dodewaard

36

3449.01

(water)bodemonderzoek en onderzoek asbest in bodem

Monstercode

Boring/monster (m –mv)

Buro Ontwerp & Omgeving

Textuur en zint. waarnemingen

Gemeten verhoogde parameters PFAS (gehalten in µg/kg d.s.)

Indicatie bodemkwaliteitsklasse Bbk

Bovengrond, klei, max. sporen baksteen

Som PFOS (1,7)

Wonen

217 (0,00 - 0,50), 218 (0,00 - 0,50), 219 (0,00 - 0,50) Bosperceel, bos PFAS MM05

220 (0,00 - 0,50), 223 (0,00 - 0,50), 225 (0,00 - 0,50), 228 (0,00 - 0,50), 230 (0,00 - 0,50), 231 (0,00 - 0,50), 232 (0,00 - 0,50), 235 (0,00 - 0,50), 237 (0,00 - 0,50), 240 (0,00 - 0,50)

<

: aangetroffen gehaltes kleiner dan achtergrondwaarde

Bbk

: de indicatieve beoordeling Bbk geldt voor de situatie "Grond, toepassing op landbodem"

AW Wonen Industrie NT

: overal toepasbaar (voldoet aan Achtergrondwaarde) : toepasbaar (bodemkwaliteitsklasse wonen) : toepasbaar (bodemkwaliteitsklasse industrie) : niet toepasbaar

Tabel 10 bevat de analyse- en de toetsingsresultaten voor grondwater bij toetsing aan streef- en interventiewaarden. Tabel 10

Analyse- en toetsingsresultaten grondwater in µg/l

Monstercode

Traject (m -mv)

Gemeten verhoogde parameters (concentraties in µg/l) > S-waarde

> T-waarde

> I-waarde

Agrarisch perceel Oost 04-1-1

1,80 - 2,80

Barium (110) Xylenen (som; 0,35)

10-1-1

2,00 – 3,00

Barium (140)

13-1-1

1,50 – 2,50

Barium (110)

21-1-1

1,80 – 2,80

Barium (100)

25-1-1

1,50 – 2,50

Barium (89) Xylenen (som; 0,29)

Bosperceel, vernietigingsplek NGE en gemeente opslag 218-1-1

2,00 – 3,00

Barium (200)

218-1-2

2,00 – 3,00

TNT (0,4)* RDX (1,5)*

218-1-3

2,00 – 3,00

< detectiegrens (alleen explosieven geanalyseerd)

224-1-1

1,00 – 2,00

Barium (130) Molybdeen (5,7)

231-1-1

1,00 – 2,00

Barium (77)

Bosperceel, bos

Bonegraaf Oost te Dodewaard

37

3449.01

(water)bodemonderzoek en onderzoek asbest in bodem

Monstercode

Traject (m -mv)

239-1-1

1,50 – 2,50

Buro Ontwerp & Omgeving

Gemeten verhoogde parameters (concentraties in µg/l) > S-waarde

> T-waarde

> I-waarde

Barium (200)

Wbb: <

: aangetroffen gehaltes kleiner dan streef-, tussen- en interventiewaarde

>S-waarde

: aangetroffen gehalte groter dan streefwaarde

>T-waarde

: aangetroffen gehalte groter dan tussenwaarde

>I-waarde

: aangetroffen gehalte groter dan interventiewaarde

*

voor de parameters uit het explosievenpakket zijn geen streef- en interventiewaarden vastgesteld. De parameters TNT en RDX zijn verhoogd aangetoond ten opzichte van de detectiegrens. Uit gegevens van de website ‘risico’s stoffen’ www.rvs.rivm.nl blijkt dat voor beide parameters een indicatieve MTR (Maximaal Toelaatbaar Risico Niveau) norm is vast gesteld, dit betreft 0,62 πg/l voor TNT en 1,67 πg/l voor RDX. Voor TNT is op ad-hoc basis een indicatieve interven tiewaarde of een risicogrens afgeleid. Deze waarde is niet beleidsmatig vastgesteld. Door de RVS-helpdesk is aangegeven dat de indicatieve risicogrenswaarde voor gezondheidsrisico’s voor TNT 16 πg/l betreft. Dit is tevens de ad hoc interven tiewaarde.

Verkennend onderzoek asbest in bodem De originele analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage 3. De analyseresultaten van de grondanalyses zijn in onderstaande Tabel 11 weergegeven. De resultaten van de toegangsdam naar de gemeente opslag zijn opgenomen in hoofdstuk 5. Tabel 11

Analyseresultaten asbest in de grond in mg/kg ds gewogen

Monstercode

Traject (m -mv)

Zintuiglijk/terreindeel

Gewogen gehalte asbest in mg/kg ds gewogen

Type asbest

Hechtgebonden

Dammetje zuid Bovengrond, sporen baksteen en/of sporen puin

<0,5

nvt

nvt

Dammetje agrarisch perceel ASB MM01

40 (0,00 - 0,50), 41 (0,00 - 0,50), 42 (0,00 - 0,50)

Dammetjes bosperceel ASB MM201

201 (0,00 - 0,50), 203 (0,00 - 0,50)

Dammetje noord Klei, bovengrond, sporen baksteen, sporen puin

<0,4

nvt

nvt

ASB MM202

204 (0,00 - 0,50), 206 (0,00 - 0,50)

Dammetje zuid Zand, bovengrond, sterk puin, brokken baksteen

<0,3

nvt

nvt

4.6 Interpretatie Agrarisch perceel oost (deelgebied 3), dammen Voorafgaand aan het veldwerk is het maaiveld geïnspecteerd op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen. Hierbij zijn geen asbestverdachte materialen aangetroffen. Het uitgegraven materiaal ter plaatse van de dammetjes is per inspectiegat gezeefd (20 mm) en afzonderlijk beoordeeld op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen in de fractie >20 mm. Ook hierbij zijn geen asbestverdachte materialen waargenomen.

Bonegraaf Oost te Dodewaard

38

3449.01

(water)bodemonderzoek en onderzoek asbest in bodem

Buro Ontwerp & Omgeving

Ter plaatse van de noordelijk dam zijn in het gat waarvan de bovengrond uit zand bestaat sporen baksteen en plaatselijk sporen puin waargenomen. Ter plaatse van de zuidelijke dam bestaat de bovengrond uit zand met sporen baksteen en plaatselijk sporen puin. Verder zijn zintuiglijk geen waarnemingen gedaan welke kunnen duiden op de aanwezigheid van een bodemverontreiniging. In het zand met sporen baksteen in de bovengrond van het noordelijke dammetje (GRN M38.1) zijn licht verhoogd gehalten cadmium en nikkel aangetoond en in de bovengrond met sporen puin en/of sporen baksteen van het zuidelijke dammetje (GRN MM10) is alleen een licht verhoogd gehalte nikkel aangetoond. De grond met bijmenging van baksteen en puin uit het zuidelijke dammetje bevat geen asbest in de fractie <20 mm (ASB MM01). Indicatief getoetst aan het Besluit bodemkwaliteit valt alle grond in de bodemkwaliteitsklasse AW (overal toepasbaar). Agrarisch perceel oost (deelgebied 3), overig terrein Tijdens de uitvoering van de veldwerkzaamheden zijn zintuiglijk geen waarnemingen gedaan welke kunnen duiden op de aanwezigheid van een bodemverontreiniging. Ook zijn op indicatieve wijze geen asbestverdachte materialen op het maaiveld of in de opgeboorde grond waargenomen.

Uit de analyseresultaten blijkt dat de klei uit bovengrond van het noordelijk terreindeel (GRN MM01) en de klei uit de ondergrond van het gehele perceel (GRN MM04, GRN MM05 en GRN MM06) licht verhoogde gehalten nikkel bevat. In het veen uit de ondergrond ter plaatse van de gedempte sloot (GRN MM08) is ook een licht verhoogd gehalte nikkel aangetoond. In de overige (meng)monsters (GRN M03.2, ondergrond zand, GRN MM02 en 03 bovengrond klei midden en zuid, GRN MM07 ondergrond veen en GRN MM09 bovengrond klei gedempte sloot) zijn geen van de onderzochte parameters in verhoogde gehalten ten opzichte van de achtergrondwaarde aangetoond. De bovengrond (PFAS MM01 en PFAS MM02) bevat geen verhoogde gehalten PFAS ten opzichte van de achtergrondwaarde uit het Handelingskader. Het grondwater uit alle peilbuizen bevat licht verhoogde concentraties barium. Deze concentraties barium zijn van nature verhoogd aanwezig. Daarnaast zijn in het grondwater uit de peilbuizen 04 en 25 licht verhoogde concentraties xylenen (som) aangetoond. Tijdens het vooronderzoek zijn geen bronnen naar voren gekomen welke de licht verhoogde concentraties xylenen kunnen hebben veroorzaakt. Tussen de twee peilbuizen waar in de licht verhoogde concentraties zijn gemeten is een peilbuis gesitueerd waarvan het grondwater geen verhoogde concentratie xylenen bevat.

Het komt vaker voor dat dergelijke zeer licht verhoogde concentraties worden gemeten door contaminatie van grondwatermonsters. Mogelijk is er ook een relatie met de verhoogde Bonegraaf Oost te Dodewaard

39

3449.01

(water)bodemonderzoek en onderzoek asbest in bodem

Buro Ontwerp & Omgeving

troebelheid. Gezien de zeer licht verhoogde concentratie is er geen aanleiding tot uitvoeren van aanvullend onderzoek of het herbemonsteren van het grondwater. Indicatief getoetst aan het Besluit bodemkwaliteit valt alle grond in de bodemkwaliteitsklasse AW (overal toepasbaar). Bosperceel (deelgebied 3), bos Tijdens de uitvoering van de veldwerkzaamheden is zintuiglijk waargenomen dat in de bovengrond plaatselijk sporen baksteen aanwezig zijn. de bodemlaag van 0,5 tot 1,0 m-mv bevat plaatselijk een matige hoeveelheid baksteen. Op indicatieve wijze zijn geen asbestverdachte materialen waargenomen. Uit de analyseresultaten blijkt dat in het mengmonster van de klei met sporen baksteen uit de bovengrond (GRN M208) een matig verhoogd gehalte PAK is gemeten. Uit separate analyses blijkt dat de bovengrond van boring 220 (GRN M220.1) sterk verontreinigd is met PAK en de bovengrond van boring 239 (GRN M239.1) matig verontreinigd is met PAK. In de bovengrond van boring 237 (GRN M237.1) is een licht verhoogd gehalte PAK gemeten en de bovengrond van boring 222 (GRN M222.1) bevat geen verhoogd gehalte PAK. In de mengmonsters van de zintuiglijk schone bovengrond (GRN M209 en GRN M210) zijn licht verhoogde gehalten PAK aangetoond.

In zowel de matig baksteenhoudende ondergrond (GRN M211) als de zintuiglijk schone ondergrond (GRN M212, klei en GRN M213, veen) zijn geen van de onderzochte parameters in verhoogde gehalten ten opzichte van de achtergrondwaarde gemeten. De bovengrond (PFAS MM05) bevat een verhoogde gehalten PFOS(som) ten opzichte van de achtergrondwaarde uit het Handelingskader. De grond valt op basis van dit gehalte in de bodemkwaliteitsklasse Wonen. Het grondwater uit alle peilbuizen (224, 231 en 239) bevat licht verhoogde concentraties barium. Deze concentraties barium zijn van nature verhoogd aanwezig. Daarnaast is in het grondwater uit de peilbuis 224 een licht verhoogde concentratie molybdeen gemeten. De sterk met PAK verontreinigde grond komt niet voor hergebruik in aanmerking en de matig met PAK verontreinigde grond valt in de bodemkwaliteitsklasse Industrie. Indicatief getoetst aan het Besluit bodemkwaliteit valt de bovengrond van het noordelijk deel van het bosperceel in de bodemkwaliteitsklasse Industrie. De overige bovengrond en de ondergrond valt op basis van de standaard parameters in de bodemkwaliteitsklasse AW (overal toepasbaar). In de bovengrond is echter een verhoogd gehalte PFOS(som) gemeten waardoor deze grond in de bodemkwaliteitsklasse Wonen valt. Bosperceel (deelgebied 3), vernietigingsplek NGE en gemeente opslag

Bonegraaf Oost te Dodewaard

40

3449.01

(water)bodemonderzoek en onderzoek asbest in bodem

Buro Ontwerp & Omgeving

Tijdens de uitvoering van de veldwerkzaamheden is zintuiglijk waargenomen dat in de bovengrond plaatselijk resten/sporen baksteen aanwezig zijn. Plaatselijk bevat de ondergrond resten tot een matige hoeveelheid baksteen. Op indicatieve wijze zijn geen asbestverdachte materialen waargenomen. Uit de analyseresultaten blijkt dat in alle mengmonsters van de bovengrond (GRN MM204, klei zintuiglijk schoon, GRN MM205, klei resten/sporen baksteen, GRN MM206, zand zintuiglijk schoon en GRN M214.1, zand sporen baksteen) licht verhoogde gehalten PAK zijn gemeten. Daarnaast is in het zand met sporen baksteen (GRN M214.1) een licht verhoogd gehalte nikkel aangetoond. In het matig baksteenhoudende zand uit de ondergrond (GRN M218.2) zijn licht verhoogde gehalten lood, zink en PAK gemeten. In de klei met resten baksteen uit de ondergrond (GRN M217.2) zijn geen van de onderzochte parameters in verhoogde gehalten ten opzichte van de achtergrondwaarde aangetoond. Het mengmonster van de zintuiglijk schone ondergrond (GRN MM207) bevat een licht verhoogd gehalte nikkel. In de bovengrond (EXP MM01, EXP MM02 en EXP MM03) zijn geen van de onderzochte parameters uit het explosievenpakket verhoogd gemeten ten opzichte van de detectiegrens. In de bovengrond (PFAS MM03 en PFAS MM04) zijn geen verhoogde gehalten PFAS ten opzichte van de achtergrondwaarde uit het Handelingskader aangetoond.

Het grondwater uit peilbuis 218 bevat een licht verhoogde concentratie barium. Deze concentraties barium zijn van nature verhoogd aanwezig. Daarnaast zijn de parameters TNT en RDX, tijdens de eerste bemonstering, verhoogd gemeten ten opzichte van de detectielimiet. De indicatieve MTR (Maximaal Toelaatbaar Risico Niveau) normen voor beide parameters (0,62 µg/l voor TNT en 1,67 µg/l voor RDX, www.rvs.rivm.nl) worden niet overschreden. Ook de indicatieve risicogrenswaarde voor gezondheidsrisico’s voor TNT 16 µg/l (tevens de ad-hoc interventiewaarde) wordt niet overschreden. Verwacht wordt dat de verhoogde concentraties te relateren zijn aan de verhoogde troebelheid in het grondwater. In 2018 en 2019 is de locatie alleen in gebruik is geweest als springlocatie. Gezien alleen klein kaliber tot ontploffing is gebracht en dit is gebeurt in een zanddepot wordt niet verwacht dat dit heeft geleidt tot de gemeten concentraties TNT en RDX in het grondwater. Bovendien zijn in de grond geen verhoogde concentraties TNT of RDX aangetoond. Gezien de locatie in een gebied is gelegen dat op de bodembelastingkaart CE Neder Betuwe verdacht is voor de aanwezigheid van artillerie-, mortier- en raketbeschieting, wordt aangenomen dat bron van de gemeten concentraties uit de tweede wereldoorlog komt.

Ter verificatie van de verhoogde concentraties TNT en RDX in relatie tot de hoge troebelheid is het grondwater nogmaals bemonsterd (troebelheid 13,06 NTU). Tijdens deze herbemonstering,

Bonegraaf Oost te Dodewaard

41

3449.01

(water)bodemonderzoek en onderzoek asbest in bodem

Buro Ontwerp & Omgeving

met een veel lagere troebelheid, zijn geen verhoogde concentraties TNT en/of RDX meer aangetoond ten opzichte van de detectielimiet. De resultaten van de herbemonstering worden als representatief voor de grondwaterkwaliteit beschouwd. Indicatief getoetst aan het Besluit bodemkwaliteit valt de klei uit bovengrond en het matig baksteenhoudende zand uit de ondergrond in de bodemkwaliteitsklasse Industrie. Het zintuiglijk schone zand uit de bovengrond valt in de bodemkwaliteitsklasse AW (overal toepasbaar) en het zand met sporen baksteen uit de bovengrond valt in de bodemkwaliteitsklasse Wonen. De klei uit de ondergrond valt in de bodemkwaliteitsklasse AW. Bosperceel (deelgebied 3), dammetje toegang gemeente opslag Tijdens de uitvoering van de veldwerkzaamheden is zintuiglijk waargenomen dat ter plaatse van de dam, onder de stelconplaten een 75 cm dikke laag repac aanwezig is. Deze laag bevat tot 0,65 m-mv tevens een matige bijmenging met asfalt. In de meer noordelijk gesitueerde sleuven zijn tot 1 m-mv bijmengingen met baksteen, beton, aardewerk, plastic, en/of asfalt (allen resten) waargenomen. In het samengestelde mengmonster van de bovengrond met bijmengingen van diverse bodemvreemde materialen (GRN MM214) zijn licht verhoogde gehalten lood, zink, PCB en PAK gemeten.

Het samengestelde mengmonster van de ondergrond met bijmengingen (GRN MM215) bevat licht verhoogde gehalten lood en PAK. De resultaten van het uitgevoerde asbestonderzoek ter plaatse van deze dam zijn in hoofdstuk 5 beschreven. Indicatief getoetst aan het Besluit bodemkwaliteit valt deze grond in de bodemkwaliteitsklasse Wonen. Bosperceel (deelgebied 3), dammetjes Voorafgaand aan het veldwerk is het maaiveld ter plaatse van de dammetjes, conform de NEN5707, geïnspecteerd op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen. Hierbij zijn geen asbestverdachte materialen aangetroffen. Het uitgegraven materiaal ter plaatse van de dammetjes is per inspectiegat gezeefd (20 mm) en afzonderlijk beoordeeld op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen in de fractie >20 mm. Ook hierbij zijn geen asbestverdachte materialen waargenomen. Ter plaatse van de dammetjes bevindt zich ook het in 2017 geopende wandelpad dat uit puingranulaat bestaat. Ter plaatse beide dammetjes is één gat door het wandelpad gegraven. Ter plaatse van de noordelijke dam zijn in de bovengrond (klei) naast het pad bijmengingen met sporen baksteen en sporen puin waargenomen. Om de samenstelling en milieuhygiënische kwaliteit van de bodem direct onder de puinverharding te bepalen zijn de boringen 202 (noordelijke dam) en 205 (zuidelijke dam) geplaatst.

Hierbij is ter plaatse van de zuidelijke dam, in de zandlaag onder het wandelpad, sporen puin aangetroffen. Naast het wandelpad bestaat de bovengrond uit zand met puingranulaat (sterk) en baksteen Bonegraaf Oost te Dodewaard

42

3449.01

(water)bodemonderzoek en onderzoek asbest in bodem

Buro Ontwerp & Omgeving

(brokken). De bodemlaag hieronder betreft klei met sporen baksteen. Verder zijn zintuiglijk geen waarnemingen gedaan welke kunnen duiden op de aanwezigheid van een bodemverontreiniging. Het samengestelde mengmonster van de klei met sporen baksteen en sporen puin uit de bovengrond van het noordelijke dammetje (GRN MM201) bevat geen van de onderzochte parameters in verhoogde gehalten ten opzichte van de achtergrondwaarde. In deze grond is eveneens geen asbest in de fractie <20 mm (ASB MM201) aangetoond. In het zand met sporen puin onder het puinpad ter plaatse van het zuidelijke dammetje zijn licht verhoogde gehalten lood, zink, minerale olie en PAK aangetoond (GRNM205.2). Het zand uit de bovengrond met een sterke bijmenging met puin en brokken baksteen (GRN MM202) van het zuidelijke dammetje bevat licht verhoogde gehalten nikkel, lood, zink, minerale olie en PAK. In de klei uit de ondergrond met sporen baksteen ter plaatse van het zuidelijke dammetje (GRN MM203) zijn geen van de onderzochte parameters in verhoogde gehalten ten opzichte van de achtergrondwaarde aangetoond. In de grond met puinbijmengingen is geen asbest in de fractie <20 mm aangetoond (ASB MM201 en ASB MM202). Indicatief getoetst aan het Besluit bodemkwaliteit valt het zand ter plaatse van het zuidelijke dammetje in de bodemkwaliteitsklasse Industrie.

De overige grond uit de dammetjes valt in de bodemkwaliteitsklasse AW (overal toepasbaar).

Bonegraaf Oost te Dodewaard

43

3449.01

(water)bodemonderzoek en onderzoek asbest in bodem

5

NADER BODEMONDERZOEK

5.1

Conceptueel model en onderzoeksstrategie

Buro Ontwerp & Omgeving

Op basis van de resultaten van het voorgaand onderzoek (zie paragraaf 2.3) is een conceptueel model opgesteld, waarbij de aandacht met name uitgaat naar de ernst en omvang van de verontreiniging. Op dit conceptueel model is de onderzoeksopzet gebaseerd. Het conceptueel model is weergegeven in tabel 12. Tabel 12

Conceptueel model in tabelvorm

Onderdeel

Toelichting

Verontreiniging met PAK, boring 220 Omvang van de verontreiniging

-

Ernst van de verontreiniging

-

-

De sterke verontreiniging komt voor op een diepte van 0,0-0,5 m -mv (klei, sporen baksteen); De horizontale en verticale omvang van de verontreiniging is vooralsnog niet bekend. Er is sprake van een verontreiniging met een gehalte boven de interventiewaarde voor PAK. Onbekend is of er sprake van een ernstig geval van bodemverontreiniging; Het betreft geen ernstig geval van bodemverontreiniging met overige parameters.

Oorzaak van de verontreiniging

-

Onbekend

Spoed van sanering

-

In de huidige situatie is er geen spoedeisendheid vast te stellen.

-

De matige verontreiniging komt voor op een diepte van 0,0-0,5 m -mv (klei, sporen baksteen); De horizontale en verticale omvang van de verontreiniging is vooralsnog niet bekend.

Verontreiniging met PAK, boring 239 Omvang van de verontreiniging

Ernst van de verontreiniging

-

Oorzaak van de verontreiniging Spoed van sanering

Er is sprake van een verontreiniging met een gehalte boven de tussenwaarde voor PAK. Onbekend is of er sprake van een ernstig geval van bodemverontreiniging; Het betreft geen ernstig geval van bodemverontreiniging met overige parameters. Onbekend

-

In de huidige situatie is er geen spoedeisendheid vast te stellen.

Antwoord op de volgende onderzoeksvragen is op basis van het conceptueel model nodig om aan de informatiebehoefte te voldoen en zo de onderzoeksdoelen te bereiken: - Wat is de omvang (interventiewaarde-contour) van de aangetroffen verontreinigingen met de verontreinigende parameters binnen de kadastrale grenzen (horizontaal en verticaal)? - Is er mogelijk sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging in de zin van de Wet bodembescherming?1 - Waardoor worden de matig tot sterk verhoogde gehalten mogelijk veroorzaakt? Onderzoeksstrategie 1 Van een geval van ernstige verontreiniging is sprake als ten minste één stof gemiddeld de interventiewaarde in een bodemvolume van meer dan 25 m3 vaste bodem en/of 100 m3 grondwater overschrijdt. Een uitzondering hierop vormt asbest, waarvoor geen volumecriterium geldt.

Bonegraaf Oost te Dodewaard

44

3449.01

(water)bodemonderzoek en onderzoek asbest in bodem

Buro Ontwerp & Omgeving

Om te komen tot een antwoord op bovenstaande onderzoeksvragen, zullen veld- en laboratoriumwerkzaamheden worden uitgevoerd in het kader van het nader bodemonderzoek. De onderstaande tabel 13 bevat een onderzoeksopzet per verontreinigde locatie (boring uit het verkennend bodemonderzoek). Ten behoeve van de eventuele afvoer van verontreinigde grond zijn tevens analyses op PFAS opgenomen. Tabel 13

Onderzoeksopzet

Locatie (boring + verontreinigd traject)

Verontreiniging

Veldwerk

Analyses

Doel

Bosperceel Boring 220

0-0,5 m-mv Klei, sporen baksteen Sterk PAK

5x 1,5 m-mv (220A t/m 220E) Indien zintuiglijk verontreinigd dan dieper doorboren tot 0,5 m schoon

4x PAK en organische stof

Horizontale afperking

1x PAK en organische stof

Verticale afperking

1x PFAS

Afvoer grond

4x PAK en organische stof

Horizontale afperking

1x PAK en organische stof

Verticale afperking

1x PFAS

Afvoer grond

Bosperceel Boring 239

0-0,5 m-mv Klei, sporen baksteen Matig PAK

5x 1,5 m-mv (239A t/m 239E) Indien zintuiglijk verontreinigd dan dieper doorboren tot 0,5 m schoon

Tenzij anders vermeld worden de veldwerkzaamheden uitgevoerd conform de BRL SIKB 2000 Beoordelingsrichtlijn voor het SIKB procescertificaat Veldwerk bij Milieuhygiënisch Bodemonderzoek en het bijbehorende Protocol 2001 (Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen). De grondmonsters ten behoeve van het nader onderzoek worden, tenzij anders vermeld, ter analyse aangeboden aan het milieulaboratorium van Eurofins Analytico B.V. te Barneveld. Eurofins Analytico is een NEN-EN-ISO/IEC 17025 geaccrediteerd milieulaboratorium, en door het Ministerie van Infrastructuur en Milieu erkend voor de uitvoering van milieuanalyses in het kader van AS3000 en AP04. De grondmonsters ten behoeve van de analyses op PFAS worden, via het milieulaboratorium van Eurofins Analytico B.V, aangeboden aan Eurofins Omegam te Amsterdam. Eurofins Omegam is tevens een NEN-EN-ISO/IEC 17025 geaccrediteerd milieulaboratorium.

5.2 Veldwerkzaamheden

Bonegraaf Oost te Dodewaard

45

3449.01

(water)bodemonderzoek en onderzoek asbest in bodem

Buro Ontwerp & Omgeving

De veldwerkzaamheden ten behoeve van het nader bodemonderzoek zijn uitgevoerd door de erkende veldwerker, de heer C. Beunk van BodemExpert te Huissen. Hij is hierbij geassisteerd door de heer G vd Pol, eveneens van BodemExpert. De veldwerkzaamheden zijn, gezien het feit dat de verontreiniging na fase 1 nog niet voldoende in beeld was, gefaseerd uitgevoerd op uitgevoerd op 10 mei, 7 juni en 5 juli 2022. Tijdens de uitvoering van de veldwerkzaamheden zijn geen kritieke afwijkingen opgetreden van de protocollen beschreven in de BRL SIKB 2000. Tabel 14 geeft een overzicht van de uitgevoerde veldwerkzaamheden. Tabel 14

Uitgevoerde veldwerkzaamheden

Locatie (boring + verontreinigd traject)

Verontreiniging

Bosperceel Boring 220

0-0,5 m-mv Klei, sporen baksteen Sterk PAK

Bosperceel Boring 239

0-0,5 m-mv Klei, sporen baksteen Matig PAK

Fase, datum

Boringen met boornummers

Fase 1, 10-05-2022

Opmerking

4x 1,5 m-mv (220B t/m 220E)

Horizontale afperking

1x 1,5 m-mv (220A)

Verticale afperking en PFAS

Fase 2, 07-06-2022

3x 1,0 m-mv (220F t/m 220H)

Horizontale afperking

Fase 1, 10-05-2022

4x 1,5 m-mv (239B t/m 239E)

Horizontale afperking

1x 1,5 m-mv (239A)

Verticale afperking en PFAS

Fase 2, 07-06-2022

6x 1,0 m-mv (239F t/m 239K)

Horizontale afperking

Fase 3, 05-07-2022

7x 1,0 m-mv (239L t/m 239R)

Horizontale afperking

Bij alle boringen is de vrijgekomen grond zintuiglijk beoordeeld op textuur, kleur en zintuiglijk waarneembare verontreinigingen. De gegevens van de monsterpunten zijn verwerkt tot boorprofielen, welke zijn opgenomen in bijlage 2. De situering van de boringen is aangegeven op een tekening in bijlage 1.2.

5.3 Bodemopbouw en zintuiglijke waarnemingen De bodem bestaat uit matig siltige klei welke tot circa 1 m-mv zwak tot matig humeus is.

Bonegraaf Oost te Dodewaard

46

3449.01

(water)bodemonderzoek en onderzoek asbest in bodem

Buro Ontwerp & Omgeving

0Tabel 15 geeft een overzicht van de zintuiglijke waarnemingen. Op zintuiglijke wijze zijn geen asbestverdachte materialen waargenomen op het maaiveld of in de bodem. Tabel 15

Zintuiglijke waarnemingen

Boring

Traject (m –mv)

Zintuiglijke waarneming

Boring 220 (PAK >I) 220A

0,00 - 0,50

sporen baksteen

220B

0,00 - 0,50

sporen baksteen

220C

0,00 - 0,50

sporen baksteen

220G

0,00 - 0,50

sporen baksteen

Boring 239 (PAK > T) 239A

0,00 - 0,50

sporen baksteen

239C

0,00 - 0,50

sporen baksteen

239D

0,00 - 0,50

sporen baksteen

239E

0,00 - 0,50

sporen baksteen

239F

0,00 - 0,50

sporen baksteen

239J

0,00 - 0,50

sporen baksteen

239L

0,00 - 0,30

sporen baksteen

0,30 - 0,50

sporen baksteen

239M

0,00 - 0,50

resten baksteen

239O

0,00 - 0,50

sporen baksteen

239Q

0,00 - 0,50

sporen baksteen

5.4 Laboratoriumonderzoek De monsters van de grond zijn ter analyse aangeboden aan het milieulaboratorium van Eurofins Analytico te Barneveld. Tabel 16 geeft een overzicht van de onderzochte monsters en de analysepakketten. Naar aanleiding van de zintuiglijke waarnemingen en de resultaten zijn aanvullende analyses ingezet ten opzichte van de voorgenomen onderzoeksstrategie. Tabel 16

Analyseprogramma nader bodemonderzoek

Monster-code

Boring/monster (m –mv)

Textuur en zint. waarnemingen

Analyse

Doel

GRN M220A.2

220A (0,5 - 1,0)

Klei, zintuiglijk schoon

PAK en organische stof

Verticale afperking

GRN M220B.1

220B (0,0 - 0,5)

Klei, sporen baksteen

PAK en organische stof

Horizontale afperking

GRN M220C.1

220C (0,0 - 0,5)

Klei, sporen baksteen

PAK en organische stof

Horizontale afperking

GRN M220D.1

220D (0,0 - 0,5)

Klei, zintuiglijk schoon

PAK en organische stof

Horizontale afperking

GRN M220E.1

220E (0,0 - 0,5)

Klei, zintuiglijk schoon

PAK en organische stof

Horizontale afperking

GRN M220F.1

220F (0,0 - 0,5)

Klei, zintuiglijk schoon

PAK en organische stof

Horizontale afperking

GRN M220G.1

220G (0,0 - 0,5)

Klei, sporen baksteen

PAK en organische stof

Horizontale afperking

GRN M220H.1

220H (0,0 - 0,5)

Klei, zintuiglijk schoon

PAK en organische stof

Horizontale afperking

Boring 220 (PAK >I)

Bonegraaf Oost te Dodewaard

47

3449.01

(water)bodemonderzoek en onderzoek asbest in bodem

Monster-code

Buro Ontwerp & Omgeving

Boring/monster (m –mv)

Textuur en zint. waarnemingen

220A (0,0 - 0,5) 220B (0,0 - 0,5)

Klei, sporen baksteen

PFAS en organische stof

Afvoer

GRN M239A.2

239A (0,5 - 1,0)

Klei, zintuiglijk schoon

PAK en organische stof

Verticale afperking

GRN M239B.1

239B (0,0 - 0,5)

Klei, zintuiglijk schoon

PAK en organische stof

Horizontale afperking

GRN M239C.1

239C (0,0 - 0,5)

Klei, sporen baksteen

PAK en organische stof

Horizontale afperking

GRN M239D.1

239D (0,0 - 0,5)

Klei, sporen baksteen

PAK en organische stof

Horizontale afperking

PFAS MM06

Analyse

Doel

Boring 239 (PAK >T)

GRN M239E.1

239E (0,0 - 0,5)

Klei, sporen baksteen

PAK en organische stof

Horizontale afperking

GRN M239F.1

239F (0,0 - 0,5)

Klei, sporen baksteen

PAK en organische stof

Horizontale afperking

GRN M239F.2

239F (0,5 - 1,0)

Klei, zintuiglijk schoon

PAK en organische stof

Verticale afperking

GRN M239G.1

239G (0,0 - 0,5)

Klei, zintuiglijk schoon

PAK en organische stof

Horizontale afperking

GRN M239H.1

239H (0,0 - 0,5)

Klei, zintuiglijk schoon

PAK en organische stof

Horizontale afperking

GRN M239I.1

239I (0,0 - 0,5)

Klei, zintuiglijk schoon

PAK en organische stof

Horizontale afperking

GRN M239J.1

239J (0,0 - 0,5)

Klei, sporen baksteen

PAK en organische stof

Horizontale afperking

GRN M239K.1

239K (0,0 - 0,5)

Klei, zintuiglijk schoon

PAK en organische stof

Horizontale afperking

GRN M239L.1

239L (0,0 - 0,3)

Zand, sporen baksteen

PAK en organische stof

Horizontale afperking

GRN M239L.2

239L (0,3 - 0,5)

Klei, sporen baksteen

PAK en organische stof

Horizontale afperking

GRN M239M.1

239M (0,0 - 0,5)

Klei, resten baksteen

PAK en organische stof

Horizontale afperking

GRN M239N.1

239N (0,0 - 0,5)

Klei, zintuiglijk schoon

PAK en organische stof

Horizontale afperking

PFAS MM07

239A (0,0 - 0,5) 239C (0,0 - 0,5) 239E (0,0 - 0,5)

Klei, sporen baksteen

PFAS en organische stof

Afvoer

PFAS:

Uit de advieslijst d.d. 12-07-2019

5.5 Toetsingskader De analyseresultaten van de grond zijn in het kader van de Wet bodembescherming (Wbb) getoetst aan de Achtergrondwaarden uit het Besluit bodemkwaliteit (Bbk) en de interventiewaarden uit de Circulaire bodemsanering 2013. De analyseresultaten voor grond zijn omgerekend naar het gehalte voor standaardbodem en vervolgens getoetst aan de toetsingswaarden voor standaardbodem. Voor de omrekening naar standaardbodem wordt gebruik gemaakt van de gemeten percentages voor organische stof (humus) en lutum. Tabel 17 bevat het toetsingskader volgens de Wbb (zie tevens bijlage 4.1). Tabel 17

Overzicht toetsingskader Wbb

Gehalte/concentratie ≤ AW-waarde (of < detectielimiet)

Betekenis

Opmerking

niet verontreinigd

geen aanvullend onderzoek nodig (*A)

> AW-waarde ≤ T-waarde

licht verontreinigd

geen aanvullend onderzoek nodig (*A)

> T-waarde ≤ I-waarde

matig verontreinigd

mogelijk nader bodemonderzoek noodzakelijk

> I-waarde

sterk verontreinigd

nader bodemonderzoek noodzakelijk; mogelijk sprake van ernstige bodemverontreiniging

Bonegraaf Oost te Dodewaard

48

3449.01

(water)bodemonderzoek en onderzoek asbest in bodem

Gehalte/concentratie

Buro Ontwerp & Omgeving

Betekenis

Opmerking

(*A)

Voor grondwater geldt de streefwaarde.

Toelichting:

De AW-waarden zijn achtergrondwaarden en zijn referentiewaarden voor een multifunctionele bodem. De halve som van de AW- en I-waarden ((AW+I)/2 = T-waarde) is een toetsingswaarde waarboven er een vermoeden is van ernstige bodemverontreiniging. Door middel van aanvullend onderzoek moet dit vermoeden worden getoetst. De I-waarden zijn de ‘interventiewaarden’. Als de I-waarde voor een stof wordt overschreden in meer dan 25 m3 grond of in meer dan 100 m3 grondwater (bodemvolume), dan wordt gesproken van een geval van ernstige bodemverontreiniging.

5.6 Analyseresultaten De analysecertificaten zijn weergegeven in bijlage 3. Het resultaat van de toetsing is in bijlage 4.1 numeriek weergegeven voor toetsing van grond aan de achtergrond- en interventiewaarden uit de Wbb en in bijlage 4.2 voor de toetsing aan het Bbk. De toetsing aan het Handelingskader PFAS is weergegeven in bijlage 4.3. Tabel 18 bevat de analyse- en de toetsingsresultaten voor grond bij toetsing aan achtergrond- en interventiewaarden (Wbb). Tevens is een indicatie met betrekking tot de te verwachten bodemkwaliteitsklasse weergegeven. Tabel 18

Analyse- en toetsingsresultaten grond met gestandaardiseerde gehalten in mg/kg ds

Monster-code

Boring/monster (m –mv)

Zintuiglijk

Gestandaardiseerde verhoogde parameters Wbb > AW-waarde

> T-waarde

Indicatie Bbk

> I-waarde

Boring 220 (PAK>I) Verkennend bodemonderzoek GRN M220.1

220 (0,0 - 0,5)

Klei, sporen baksteen

PAK (82,64)

NT

Nader bodemonderzoek GRN M220A.2

220A (0,5 - 1,0)

Klei, zintuiglijk schoon

GRN M220B.1

220B (0,0 - 0,5)

Klei, sporen baksteen

GRN M220C.1

220C (0,0 - 0,5)

Klei, sporen baksteen

<

AW

GRN M220D.1

220D (0,0 - 0,5)

Klei, zintuiglijk schoon

PAK (1,887)

Wonen

GRN M220E.1

220E (0,0 - 0,5)

Klei, zintuiglijk schoon

PAK (4,875)

Wonen

GRN M220F.1

220F (0,0 - 0,5)

Klei, zintuiglijk schoon

<

GRN M220G.1

220G (0,0 - 0,5)

Klei, sporen baksteen

<

GRN M220H.1

220H (0,0 - 0,5)

Klei, zintuiglijk schoon

<

<

AW PAK (24,13)

Industrie

Boring 239 (PAK >T) Verkennend bodemonderzoek GRN M239.1

239 (0,00 - 0,50)

Klei, sporen baksteen

PAK (26,73)

Industrie

Nader bodemonderzoek GRN M239A.2

239A (0,5 - 1,0)

GRN M239B.1 GRN M239C.1 GRN M239D.1

Klei, zintuiglijk schoon

<

239B (0,0 - 0,5)

Klei, zintuiglijk schoon

PAK (3,408)

239C (0,0 - 0,5)

Klei, sporen baksteen

239D (0,0 - 0,5)

Klei, sporen baksteen

Bonegraaf Oost te Dodewaard

AW Wonen PAK (57,44)

PAK (2,288)

49

NT Wonen

3449.01

(water)bodemonderzoek en onderzoek asbest in bodem

Buro Ontwerp & Omgeving

Monster-code

Boring/monster (m –mv)

Zintuiglijk

Gestandaardiseerde verhoogde parameters Wbb

GRN M239E.1

239E (0,0 - 0,5)

Klei, sporen baksteen

GRN M239F.1

239F (0,0 - 0,5)

Klei, sporen baksteen

GRN M239F.2

239F (0,5 - 1,0)

Klei, zintuiglijk schoon

<

AW

GRN M239G.1

239G (0,0 - 0,5)

Klei, zintuiglijk schoon

<

AW

GRN M239H.1

239H (0,0 - 0,5)

Klei, zintuiglijk schoon

<

AW

GRN M239I.1

239I (0,0 - 0,5)

Klei, zintuiglijk schoon

PAK (9,165)

Industrie

GRN M239J.1

239J (0,0 - 0,5)

Klei, sporen baksteen

PAK (4,151)

Wonen

GRN M239K.1

239K (0,0 - 0,5)

Klei, zintuiglijk schoon

PAK (5,977)

Wonen

GRN M239L.1

239L (0,0 - 0,3)

Zand, sporen baksteen

<

AW

GRN M239L.2

239L (0,3 - 0,5)

Klei, sporen baksteen

<

AW

GRN M239M.1

239M (0,0 - 0,5)

Klei, resten baksteen

PAK (6,495)

Wonen

GRN M239N.1

239N (0,0 - 0,5)

Klei, zintuiglijk schoon

<

AW

> AW-waarde

> T-waarde

Indicatie Bbk

> I-waarde

PAK (38,94)

Industrie PAK (57,34)

NT

In Tabel 19 zijn de PFAS-parameters weergegeven waarvan het gehalte boven de achtergrondwaarde is gemeten. Tevens is de indicatieve functieklasse in de zin van het Besluit bodemkwaliteit weergegeven.

5.7

Tabel 19

Analyse- en toetsingsresultaten PFAS grond in µg/kg d.s.

Monstercode

Boring/monster (m –mv)

Zintuiglijk

Gemeten verhoogde parameters PFAS (gehalten in µg/kg d.s.)

Indicatie bodemkwaliteitsklasse Bbk

PFAS MM06

220A (0,0 - 0,5) 220B (0,0 - 0,5)

Klei, sporen baksteen

perfluoroctaanzuur (PFOA) lineair (2,4) som PFOA (2,5) som PFOS (1,9)

Wonen

PFAS MM07

239A (0,0 - 0,5) 239C (0,0 - 0,5) 239E (0,0 - 0,5)

Klei, sporen baksteen

-

AW

<

: aangetroffen gehaltes kleiner dan achtergrondwaarde

Bbk

: de indicatieve beoordeling Bbk geldt voor de situatie "Grond, toepassing op landbodem"

AW Wonen Industrie NT

: overal toepasbaar (voldoet aan Achtergrondwaarde) : toepasbaar (bodemkwaliteitsklasse wonen) : toepasbaar (bodemkwaliteitsklasse industrie) : niet toepasbaar

Interpretatie Verontreiniging boring 220 Tijdens het verkennend bodemonderzoek is vastgesteld dat bodemlaag van 0 tot 0,5 m-mv van boring 220 (sporen baksteen) sterk verontreinigd is met PAK. Tijdens onderhavig nader onderzoek is boring 220A ter plaatse van boring 220 geplaatst. De bodemlaag van 0,5 tot 1,0 m-mv (GRN M220A.2, zintuiglijk schoon) bevat geen verhoogd PAK ten

Bonegraaf Oost te Dodewaard

50

3449.01

(water)bodemonderzoek en onderzoek asbest in bodem

Buro Ontwerp & Omgeving

opzichte van de achtergrondwaarde. De sterke verontreiniging is in verticale richting voldoende afgeperkt en beperkt zich tot de bodemlaag van 0 tot 0,5 m-mv. Uit de afperkende boringen blijkt dat de bodemlaag van 0 tot 0,5 m-mv van boring 220B (GRN M220B.1, sporen baksteen) ene matig verhoogd gehalte PAK bevat. In de bodemlaag van 0 tot 0,5 m-mv van de boringen 220D en 220E (GRN M220D.1 en GRN M220E.1, zintuiglijk schoon) zijn licht verhoogde gehalten PAK gemeten. De bodemlaag van 0 tot 0,5 m-mv van boring 220C, 220F, 220G en 220H (GRN M220C.1, sporen baksteen; GRN M220F.1, zintuiglijk schoon; GRN M220G.1, sporen baksteen en GRN M220H.1, zintuiglijk schoon) bevat geen verhoogde gehalten PAK ten opzichte van de achtergrondwaarde. De sterke verontreiniging is hiermee in horizontale richting voldoende afgeperkt. Uit het uitgevoerde onderzoek kan worden geconcludeerd dat de bodemlaag van circa 0 tot 0,5 m-mv van boring 220 sterk verontreinigd is PAK. De sterke verontreiniging is zowel horizontaal als verticaal voldoende afgeperkt. Het betreft een spot sterk verontreinigde grond met een verwachte oppervlakte van circa 18 m2. De dikte van de verontreinigde bodemlaag bedraagt circa 0,5 meter, waardoor de omvang wordt verwacht op circa 9 m3. Binnen het Besluit bodemkwaliteit is deze grond niet toepasbaar.

Daarnaast bevat de bodemlaag van 0 tot 0,5 m-mv van boring 220B nog een matig verhoogd gehalte PAK. In het mengmonster van de matig en sterk verontreinigde grond (PFAS MM06) zijn gehalten PFAS boven de achtergrondwaarde aangetoond. In bijlage 1.1 is de omvang van deze verontreiniging in de locatieschets weergegeven. De onderzoekslocatie heeft de functie Industrie op de bodemfunctieklassekaart. De verontreiniging is tevens afgeperkt tot aan deze de bodemkwaliteitsklasse Industrie. Verontreiniging boring 239 Tijdens het verkennend bodemonderzoek is vastgesteld dat bodemlaag van 0 tot 0,5 m-mv van boring 239 (sporen baksteen) matig verontreinigd is met PAK. Tijdens onderhavig nader onderzoek is boring 239A ter plaatse van boring 239 geplaatst. De bodemlaag van 0,5 tot 1,0 m-mv (GRN M239A.2, zintuiglijk schoon) bevat een licht verhoogd PAK ten opzichte van de achtergrondwaarde. De matige verontreiniging is in verticale richting voldoende afgeperkt en beperkt zich tot de bodemlaag van 0 tot 0,5 m-mv. Uit de afperkende boringen blijkt dat er sprake is van 2 spots sterk verontreinigde grond, te weten:

Bonegraaf Oost te Dodewaard

51

3449.01

(water)bodemonderzoek en onderzoek asbest in bodem

• •

Buro Ontwerp & Omgeving

Boring 239C, 0-0,5 m-mv, sporen baksteen (GRN M239C.1) ten noorden van boring 239/239A; Boring 239F, 0-0,5 m-mv, sporen baksteen (GRN M239F.1) ten zuiden van boring 239/239A.

De sterk verontreinigde spot ter plaatse van boring 239C is horizontaal afgeperkt middels de boringen 239B, 239D, 239H, 239I en 239H (GRN M239B.1, zintuiglijk schoon; GRN M239D.1, sporen baksteen; GRN M239H.1, zintuiglijk schoon; GRN M239I.1, zintuiglijk schoon; GRN M239H.1, zintuiglijk schoon) waarin licht verhoogde gehalten PAK zijn gemeten en de matig verontreinigde boring 239 uit het verkennend bodemonderzoek. De sterk verontreinigde spot ter plaatse van boring 239F is horizontaal afgeperkt middels de boringen 239K, 239L, 239M, 239N en 239G (GRN M239K.1, zintuiglijk schoon; GRN M239L.1, zand sporen baksteen; GRN M29L.2, sporen baksteen; GRN 239M.1, resten baksteen; GRN M239N.1, zintuiglijk schoon; GRN M239G.1, zintuiglijk schoon) waarin geen tot licht verhoogde gehalten PAK zijn gemeten en boring 239E (GRN M239E.1, sporen baksteen) waarin een matig verhoogd gehalte PAK is aangetoond. Ter verticale afperking is de bodemlaag van 0,5 tot 1,0 m-mv van boring 239F (GRN M239F.2, zintuiglijk schoon) geanalyseerd. Hierin is geen verhoogd gehalte PAK gemeten. Uit het uitgevoerde onderzoek kan worden geconcludeerd dat de bodemlaag van circa 0 tot 0,5 m-mv van boring 239F en boring 239C sterk verontreinigd zijn met PAK. De sterke verontreiniging is zowel horizontaal als verticaal voldoende afgeperkt.

Het betreft twee spots sterk verontreinigde grond met een verwachte totale oppervlakte van circa 46 m2 (239C) en 36 m2 (239F). De dikte van de verontreinigde bodemlaag bedraagt circa 0,5 meter, waardoor de omvang wordt verwacht op respectievelijk circa 23 m3 en 18 m3. Binnen het Besluit bodemkwaliteit is deze grond niet toepasbaar. In het mengmonster van de matig en sterk verontreinigde grond (PFAS MM07) zijn geen gehalten PFAS boven de achtergrondwaarde aangetoond. In bijlage 1.1 is de omvang van deze verontreiniging in de locatieschets weergegeven. De onderzoekslocatie heeft de functie Industrie op de bodemfunctieklassekaart. De verontreinigingen zijn tevens afgeperkt tot aan deze de bodemkwaliteitsklasse Industrie.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12537858/2