CConstaterende datNeder-Betuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 9 bij de toelichting - Verkennend en nader onderzoek deelgebied 2 en 3

Raadsvergadering 20 april 2023, gemeente Neder-BetuweBij agendapunt: Ontwerpbestemmingsplan29.622 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

(water)bodemonderzoek en onderzoek asbest in bodem Bonegraaf-Oost te Dodewaard (deelgebied 2 en 3)

Gemeente Neder-Betuwe

Projectnummer: 3449.01 Datum: 8 augustus 2022 Versie: V4, definitief

(water)bodemonderzoek en onderzoek asbest in bodem Bonegraaf-Oost te Dodewaard (deelgebied 2 en 3)

Gemeente Neder-Betuwe

Opdrachtgever:

GMB Onroerend Goed B.V.

Projectnummer:

3449.01

Datum:

8 augustus 2022

Versie:

V4, definitief

Projectleider en rapporteur:

Ing. M. Teusink

Autorisatie:

Ing. R. Schreuder

Opdrachtnemer:

Buro Ontwerp & Omgeving Velperweg 157 6824 MB Arnhem Postbus 2033 6802 CA Arnhem info@ontwerpenomgeving.nl www.ontwerpenomgeving.nl

(water)bodemonderzoek en onderzoek asbest in bodem

Buro Ontwerp & Omgeving

INHOUD

Pagina

1

INLEIDING ................................................................................................................................ 4

2

VOORONDERZOEK ................................................................................................................... 6 2.1 Algemeen ................................................................................................................... 6 2.2 Locatie gegevens ........................................................................................................ 6 2.3 Historisch gebruik en beïnvloeding van de onderzoekslocatie .................................. 8 2.4 Verwachting ten aanzien van de bodemkwaliteit.................................................... 11 2.5 Waterbodem ............................................................................................................ 12 2.6 Regionale bodemopbouw en geohydrologische situatie ......................................... 13 2.7 Onderzoeksopzet ..................................................................................................... 14 2.7.1 Verkennend bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in bodem.......... 14 2.7.2 Verkennend waterbodemonderzoek ....................................................................... 15

3

INTEGRALE UITVOERING ONDERZOEKEN ............................................................................. 16 3.1 Algemeen ................................................................................................................. 16 3.2 Voorbereiding........................................................................................................... 16 3.3 Kwaliteitsborging veldwerk en laboratoriumonderzoek.......................................... 16 3.4 Chronologie veldwerk .............................................................................................. 17 3.5 Niet gesprongen explosieven ................................................................................... 17

4

RESULTATEN VERKENNEND BODEMONDERZOEK................................................................. 18 4.1 Veldwerkzaamheden................................................................................................ 18 4.2 Maaiveldinspectie, bodemopbouw en zintuiglijke waarnemingen ......................... 21 4.3 Laboratoriumonderzoek........................................................................................... 23 4.4 Toetsingskader ......................................................................................................... 29 4.5 Analyseresultaten..................................................................................................... 30 4.6 Interpretatie ............................................................................................................. 38

5

NADER ONDERZOEK ASBEST IN BODEM ............................................................................... 44 5.1 Onderzoeksopzet ..................................................................................................... 54 5.2 Veldwerkzaamheden................................................................................................ 54 5.3 Visuele inspectie proef-sleuven en –gaten .............................................................. 55 5.4 Laboratoriumonderzoek........................................................................................... 57 5.5 Toetsingskader ......................................................................................................... 57 5.6 Analyseresultaten..................................................................................................... 57 5.7 Interpretatie ............................................................................................................. 58

6

VERKENNEND WATERBODEMONDERZOEK........................................................................... 59 6.1 Veldwerkzaamheden................................................................................................ 59

Bonegraaf Oost te Dodewaard

2

3449.01

(water)bodemonderzoek en onderzoek asbest in bodem

6.2 6.3 6.4 6.5 6.6 7

Buro Ontwerp & Omgeving

Zintuiglijke waarnemingen ....................................................................................... 59 Laboratoriumonderzoek........................................................................................... 60 Toetsingskader ......................................................................................................... 60 Analyseresultaten..................................................................................................... 61 Interpretatie ............................................................................................................. 62

SAMENVATTING, CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ............................................................ 63 7.1 Samenvatting ........................................................................................................... 63 7.2 Conclusies en Aanbevelingen ................................................................................... 68 7.3 Opmerkingen............................................................................................................ 69

BIJLAGEN 1.

2. 3. 4.

5.

6.

Situatietekeningen 1.1 Regionale ligging 1.2 Situatietekening met boorpunten Boorprofielen en legenda Analysecertificaten Toetsing van de analyseresultaten 4.1 Wet bodembescherming (Wbb) 4.2 Besluit bodemkwaliteit (Bbk) 4.3 Handelingskader PFAS-houdende grond en baggerspecie 4.4 Toetsing verspreidbaarheid (waterbodem) Toetsingskader 5.1 Wet bodembescherming (Wbb) 5.2 Besluit bodemkwaliteit (Bbk) 5.3 Handelingskader PFAS-houdende grond en baggerspecie Inspectierapport verkennend en nader onderzoek asbest in bodem

Bonegraaf Oost te Dodewaard

3

3449.01

(water)bodemonderzoek en onderzoek asbest in bodem

1

Buro Ontwerp & Omgeving

INLEIDING In opdracht van GMB Onroerend Goed B.V. zijn door Buro Ontwerp & Omgeving een verkennend (water) bodemonderzoek, een verkennend en nader bodemonderzoek en een verkennend en nader onderzoek asbest in bodem uitgevoerd ter plaatse van een deel van het toekomstige bedrijventerrein Bonegraaf Oost te Dodewaard (gemeente Neder-Betuwe). De aanleiding tot de uitvoering van de werkzaamheden is de voorgenomen uitbreiding van industrieterrein Bonegraaf in oostelijke richting. Het te ontwikkelen gebied bestaat uit 3 delen, te weten: 1. Deelgebied 1, agrarisch perceel ten westen van het bosperceel; 2. Deelgebied 2, bosperceel; 3. Deelgebied 3, agrarisch perceel ten oosten van het bosperceel; Onderhavig onderzoek heeft zich gericht op deelgebied 2 en 3. Gezien de voorgenomen toekomstige inrichting van het terrein is tevens de watergang ten noorden van de twee deelgebieden onderzocht. Doel van het verkennend bodemonderzoek is een indicatie te krijgen van de huidige milieuhygienische kwaliteit van de bodem. Naar aanleiding van de resultaten van het verkennend bodemonderzoek is een nader bodemonderzoek uitgevoerd met als doel het bepalen van de ernst en omvang van de aangetoonde matige en sterke PAK-verontreiniging in de bovengrond.

Het doel van het verkennend onderzoek asbest in bodem, dat ter plaatse van de dammetjes is uitgevoerd, is om, met een relatief geringe onderzoeksinspanning, na te gaan of de verdenking op verontreiniging van de bodem met asbest terecht is en een indicatieve uitspraak te doen over het asbestgehalte in de bodem. Ter plaatse van één van de dammen is, per abuis, direct een nader onderzoek asbest in bodem uitgevoerd. Het doel van het verkennend waterbodemonderzoek is het verkrijgen van een indicatie van de milieuhygiënische kwaliteit, hergebruiksmogelijkheden en de verspreidbaarheid van de waterbodem. Tijdens het (water)bodemonderzoek wordt tevens aandacht besteed aan PFAS. Het verkennend bodemonderzoek is uitgevoerd conform de NEN 5740:2009/A1:2016 (Bodem – Landbodem – Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek – Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond). Het nader bodemonderzoek is uitgevoerd conform de NTA 5755:2010 (Bodem – Landbodem – Strategie voor het uitvoeren van nader onderzoek – Onderzoek naar de aard en omvang van bodemverontreiniging). Het verkennend waterbodemonderzoek is uitgevoerd conform de NEN 5720:2017 (Bodem-Waterbodem-Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch onderzoek.

Het onderzoek naar asbest in bodem is uitgevoerd conform de NEN 5707+C1:2016/C2: 2017 (Bodem- Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond).

Bonegraaf Oost te Dodewaard

4

3449.01

(water)bodemonderzoek en onderzoek asbest in bodem

Buro Ontwerp & Omgeving

Uitvoering van een vooronderzoek conform NEN 5725:2017 (Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek) en de NEN 5717: 2017 (Bodem - Waterbodem - Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek)maakt deel uit van het onderzoek). In het voorliggende rapport worden achtereenvolgens de resultaten van het vooronderzoek en de daarop gebaseerde onderzoeksstrategie (hoofdstuk 2), de integrale uitvoering van de onderzoeken (hoofdstuk 3), de uitvoering en resultaten van het uitgevoerde verkennend onderzoek (hoofdstuk 4), de uitvoering en resultaten van het nader bodemonderzoek (hoofdstuk 5), de uitvoering en resultaten van het nader onderzoek asbest in bodem (hoofdstuk 6) en de uitvoering en resultaten van het uitgevoerde verkennend waterbodemonderzoek (hoofdstuk 7) en de samenvatting, conclusies en aanbevelingen (hoofdstuk 8) beschreven. Buro Ontwerp & Omgeving verklaart dat zij geen financieel of zakelijk belang heeft bij het resultaat van het onderzoek. Het onderzoek is in dat opzicht onafhankelijk van de opdrachtgever uitgevoerd.

Bonegraaf Oost te Dodewaard

5

3449.01

(water)bodemonderzoek en onderzoek asbest in bodem

2

Buro Ontwerp & Omgeving

VOORONDERZOEK

2.1 Algemeen Ten behoeve van het verkennend onderzoek is een vooronderzoek uitgevoerd conform de norm NEN 5725 en NEN 5717. In het kader van het vooronderzoek is informatie verzameld over de volgende onderzoeksaspecten: - Locatie gegevens; - Gebruik en beïnvloeding van de locatie, verdachte situatie, activiteiten, ongewoon voorval; - Verwachting ten aanzien van de bodemkwaliteit; - Bodemopbouw en geohydrologie. Hierbij zijn de volgende bronnen geraadpleegd: - Verstrekte informatie door de opdrachtgever; - Verstrekte informatie door de gemeente Neder-Betuwe; - Verstrekte informatie door de heer L. Boot van Waterschap Rivierenland; - Verstrekte informatie door mevrouw N. Berends van de Omgevingsdienst Rivierenland; - www.kadaster.nl; - www.dinoloket.nl; - www.bodemloket.nl; - diverse kaarten van de website van de Provincie Gelderland; - www.topotijdreis.nl. 2.2 Locatie gegevens Afbakening onderzoekslocatie vooronderzoek Ten noorden van de kern Dodewaard is industrieterrein Bonegraaf gesitueerd. Het industrieterrein wordt in oostelijke richting uitgebreid (Bonegraaf-Oost). Bonegraaf-Oost is gelegen tussen het bestaande bedrijventerrein (westkant), de kern Dodewaard (zuidkant), de A15 (noordkant) en agrarisch gebied (oostkant). Het te ontwikkelen gebied bestaat uit 3 delen, te weten: 1. Deelgebied 1, agrarisch perceel ten westen van het bosperceel; 2. Deelgebied 2, bosperceel; 3.

Deelgebied 3, agrarisch perceel ten oosten van het bosperceel; Onderhavig onderzoek heeft zich, gericht op de volgende terreindelen: • Deelgebied 3, agrarisch perceel oost, gehele perceel incl. watergangen en dammetjes. De locatie staat kadastraal bekend als gemeente Dodewaard, sectie D, nr. 1172 en heeft een oppervlakte van circa 30.885 m2;

Bonegraaf Oost te Dodewaard

6

3449.01

(water)bodemonderzoek en onderzoek asbest in bodem

•

•

•

Buro Ontwerp & Omgeving

Deelgebied 2, bosperceel, gehele perceel incl. watergangen en dammetjes. De locatie staat kadastraal bekend als gemeente Dodewaard, sectie D, nr. 926 en heeft een oppervlakte van circa 19.130 m2; Dam tegen deelgebied 2 welke ten behoeve van de herinrichting waarschijnlijk verwijderd wordt. De dam is gelegen op het kadastrale perceel bekend als gemeente Dodewaard, sectie D, nr. 47; De onderzochte watergangen behoren deels tot aangrenzende kadastrale percelen welke bekend staan als, gemeente Dodewaard, sectie D, nrs. 2170, 1669, 1932, 1410, 1165, 2252 en 2003.

Voor de regionale ligging van de locatie en de kadastrale kaart wordt verwezen naar bijlage 1.1 en voor een situatietekening naar bijlage 1.2. Huidig gebruik onderzoekslocatie Perceel 926 betreft een bosperceel, met veelal hoge populieren en op enkele plekken onderbegroeiing. De bomen staan in 9 rijen met een onderlinge afstand van circa 5-6 meter en zijn noord-zuid georiënteerd. Aan de oostzijde van het bos bevindt zich een wandelpad bestaande uit een puinverharding. Het pad is in 2017 geopend (bron www.vdbh.nl). De zuidkant van het perceel is door de gemeente in gebruik als opslag voor o.a. klinkers. Langs het bosperceel zijn aan alle zijden watergangen aanwezig. Perceel 1172 is in gebruik als agrarisch perceel en thans begroeid met gras. Langs het perceel zijn aan alle zijden watergangen aanwezig Er zijn diverse inritten (met duikers) naar de percelen (dammetje) aanwezig.

Situering onderzoekslocatie

De watergang aan de noordkant van het plangebied (gemeente Dodewaard, sectie D, nr. 2003) is eigendom van Waterschap Rivierenland en wordt niet aangekocht. Ten behoeve van de voorgenomen ontwikkeling (vergroten sloot binnen plangebied ten behoeve van waterberging) wordt het deel van deze watergang dat grenst aan het plangebied (circa 180 meter) meegenomen tijdens het waterbodemonderzoek. Het hierin aanwezige dammetje zal eveneens worden onderzocht. De watergang die de oostelijke grens vormt van de onderzoekslocatie zal niet worden meegenomen in het (waterbodem) onderzoek (geen eigendom en geen ontwikkeling).

Bonegraaf Oost te Dodewaard

7

3449.01

(water)bodemonderzoek en onderzoek asbest in bodem

Buro Ontwerp & Omgeving

Het dammetje dat toegang heeft tot de gemeente opslag (gemeente Dodewaard, sectie D, nr. 47) is eigendom van de gemeente. Ten behoeve van de voorgenomen herontwikkeling is deze dam wel onderzocht. Terreinverkenning Voorafgaand aan het bodemonderzoek is er een terreinverkenning uitgevoerd. De inspectie is onder andere gericht op de identificatie van bronnen, die mogelijk hebben geleid of kunnen leiden tot een bodemverontreiniging en de aanwezigheid van asbestverdacht materiaal. Tijdens de terreinverkenning is waargenomen dat diverse dammetjes aanwezig zijn: • inrit opslag gemeente. Deze is verhard met stelconplaten; • ingang bosperceel zuidkant. Voorzien van duiker en verhard met puin (in 2017 gerealiseerd wandelpad); • ingang weiland zuidkant, onverhard; • ingang bosperceel noordkant. Voorzien van duiker en verhard met puin (in 2017 gerealiseerd wandelpad); • ingang weiland noordkant, onverhard. Tijdens het locatiebezoek vond er op de gemeenteopslag opslag van klinkers plaats op rijplaten. Op dit deel en de overige delen van de onderzoekslocatie zijn geen partijen grond aangetroffen. Het bosperceel betrof populieren, en was sterk begroeid met o.a. bramen. Tijdens de terreinverkenning zijn verder geen bijzonderheden waargenomen die duiden op een mogelijke verontreiniging van de bodem.

Toekomstig gebruik deelgebied 2 (bosperceel) en 3 (agrarisch perceel oost) De initiatiefnemer is voornemens een bedrijfsperceel met kantoor, poortgebouw, wasplaats, werkplaats, opslag waterstof en opslagloodsen op de locatie te realiseren. Op het buitenterrein zal tevens opslag plaatsvinden. Ook worden hier parkeerplaatsen gerealiseerd. Het voornemen is bij het kantoor een verblijfsgebied te realiseren. Het overig terrein zal bestaan uit groen en water waarbij het bestaande bos deels behouden blijft en een nieuw wandelpad wordt gerealiseerd. 2.3 Historisch gebruik en beïnvloeding van de onderzoekslocatie Historisch kaartmateriaal Op historisch kaartmateriaal is zichtbaar dat de gehele locatie tot 1957 een agrarisch gebruik kende. Op de kaart uit 1957 is voor het eerst te zien dat perceel 926 met bomen beplant is. Op de kaart uit 1998 is voor het eerst zichtbaar dat het zuidwestelijk deel van het bosperceel een ander gebruik kent (huidige gemeente opslag). Op de kaarten is zichtbaar dat haaks op perceel 1172 al voor 1900 een watergang aanwezig was. Deze watergang is eind jaren ’70 gedempt. Op de locatie is geen bebouwing aanwezig (geweest). Bonegraaf Oost te Dodewaard

8

3449.01

(water)bodemonderzoek en onderzoek asbest in bodem

Buro Ontwerp & Omgeving

1909

1985

1998

2020

Uit luchtfoto’s en kaarten blijkt dat het gebied aan de zuidkant van het bosperceel dat nu niet met bomen beplant is (opslag gemeente) in het verleden (circa 1998 tot 2005) groter was dan nu.

Luchtfoto onderzoekslocatie (2003)

Bonegraaf Oost te Dodewaard

9

3449.01

(water)bodemonderzoek en onderzoek asbest in bodem

Buro Ontwerp & Omgeving

Calamiteiten Voor zover bij de opdrachtgever bekend hebben zich op de onderzoekslocatie in het verleden geen calamiteiten met een bodembedreigend karakter voorgedaan. Ook uit informatie van de Omgevingsdienst blijkt niet dat er zich in het verleden bodembedreigende calamiteiten hebben voorgedaan. Tanks Voor zover bekend, heeft er op of direct nabij de onderzoekslocatie nimmer opslag van oliehoudende producten in ondergrondse of bovengrondse tanks plaatsgevonden. Bouwvergunningen Op de locatie is geen bebouwing aanwezig (geweest). Historisch bodemgebruik Uit het Bodemloket, de provincie Gelderland en de Omgevingsdienst blijkt dat er geen HBB(historisch bodemgebruik) locaties ter plaatse van of in de directe omgeving (<25 meter) van de onderzoekslocatie aanwezig zijn. Wel is door de gemeente en de Omgevingsdienst aangegeven dat het zuidelijk deel van het bosgebied in gebruik is door de gemeente als gemeentelijk opslag terrein. Hier vindt opslag van klinkers en partijen grond plaats. Door de gemeente is aangegeven dat er op deze locatie niet gesprongen explosieven tot ontploffing zijn gebracht. Er is aangegeven dat dit niet op één plek, maar over het gehele gebied gebeurde. Zowel de gemeente als de Omgevingsdienst kon niet meer gegevens leveren over dit deel van de locatie.

Na uitvoering van het bodemonderzoek is naar voren gekomen dat het alleen klein kaliber betrof dat van maart 2018 tot september 2019 tot ontploffing werd gebracht in een zanddepot. Het zanddepot is eind 2019 verwijderd. Door de Omgevingsdienst is aangegeven dat er geen meldingen zijn over het toepassen van grond/baggerslib op de onderzoekslocatie. Wel is er een melding aanwezig dat er op het naastgelegen terrein (perceel D 2170, ten noordwesten) tussen augustus 2020 en februari 2021 circa 1.000 m3 grond opgeslagen is geweest. Uit indicatief onderzoek van de herkomstlocatie (UDM, 10049124, d.d. 23 maart 2011) blijkt dat er in de grond licht verhoogde gehalten van de onderzochte stoffen aanwezig zijn. Ter plaatse van één deellocatie is in de grond een matig verhoogd gehalte minerale olie aangetoond. Gezien het feit dat de opslag op het naastgelegen perceel heeft plaatsgevonden op het maaiveld wordt niet verwacht dat dit een negatieve invloed heeft gehad op de bodemkwaliteit van onderhavige onderzoekslocatie.

Bonegraaf Oost te Dodewaard

10

3449.01

(water)bodemonderzoek en onderzoek asbest in bodem

Buro Ontwerp & Omgeving

2.4 Verwachting ten aanzien van de bodemkwaliteit Uitgevoerde bodemonderzoeken Voor zover bekend is op de onderzoekslocatie niet eerder bodemonderzoek uitgevoerd. Wel zijn in de directe omgeving van de onderzoekslocatie enkele bodemonderzoeken uitgevoerd. Tevens is het merendeel van de omliggende watergangen eerder onderzocht. In Tabel 1 is een overzicht weergegeven van de (water)bodemonderzoeken welke op en nabij de onderzoekslocatie zijn uitgevoerd. Uit de onderzoeken komen geen bijzonderheden naar voren welke een negatieve invloed kunnen hebben op de bodemkwaliteit van onderhavige locatie. Tabel 1

Uitgevoerde bodemonderzoeken

Grontmij de Weger VoF, indicatief onderzoek Dalwagen D0329, DO803G, 50991/U/PBR/RAP/DO/1527/PA, d.d. 11-6-1996. De rapportage zelf is niet beschikbaar. Het onderzoek is uitgevoerd ter plaatse van de A15 ten noorden van de onderzoekslocatie. In het bodeminformatiesysteem van de Omgevingsdienst staat het volgende: Zintuigelijk waarnemingen: asresten, matige dieselgeur. Bovengrond: PAK, Cu, Ni , Zn, m.o. >S. Ondergrond: m.o. >S. Grondwater: Tolueen >S. Geen vervolg noodzakelijk. Verhoeve Advies & Realisatie, Verkennend onderzoek voor waterbodems Dalwagen ong. (sloottrace#233;), kenmerk: 156026, d.d. 29-03-2006 Het onderzoek betreft diverse watergangen, waaronder de watergang ten noorden van het bosperceel. Ter hoogte van het bosperceel bevindt zich monsternamepunt S9. Ter plaatse vindt zich circa 40 cm water. Er is een sliblaag van 50 cm aanwezig met hieronder matig siltige klei. De sliblaag is te classificeren als ‘klasse 2’, waarbij PAK de bepalende parameter is. Inpijn-blokpoel, verkennend onderzoek Willem de Zwijgerlaan ong. Dodewaard, kenmerk: MB-0622, d.d.09-05-1994 De onderzoekslocatie betreft het westelijk deel van de woonwijk (tijdens het onderzoek weiland) ten zuiden van het weiland en het bosperceel. Zintuiglijke waarnemingen: geen, Bovengrond: EOX, MO >S, Ondergrond: EOX>S, Grondwater: fenolindex, aromaten>S, Zn>T (B03).

De gemeten tussenwaarde overschrijding bevindt zich meer dan 100 meter ten zuiden van onderhavige onderzoekslocatie. Inpijn-blokpoel, verkennend onderzoek incl. waterbodemonderzoek, Heuvelpad ong., kenmerk: MB-0678, d.d. 07-07-1994 De onderzoekslocatie betreft het oostelijke deel van de woonwijk (tijdens het onderzoek weilanden en boomgaard) ten zuiden van onderhavige onderzoekslocatie Zintuiglijke waarnemingen: geen, Bovengrond: Ni en/of Cd >S, Ondergrond: EOX>S, Grondwater: As, Zn, EOX>S. Slib: metalen en PAK klasse 2. Aanvullend kwaliteitsgegevens waterbodem (Waterschap Rivierenland) Watergang ten westen van het bosperceel, Klasse 0 (in 2006 onderzocht) Watergang ten zuidwesten van het bosperceel (buiten huidige locatie), Klasse 2 (in 2006 onderzocht) Watergang ten noorden en oosten van het weiland, Klasse 0 (in 2006 onderzocht)

Publiekrechtelijke beperkingen ten aanzien van artikel 55 Wet bodembescherming Ten aanzien van de onderzoekslocatie zijn geen publiekrechtelijke beperkingen opgenomen ten aanzien van het artikel 55 uit de Wet bodembescherming, hetgeen inhoudt dat bij het Kadaster geen geval van ernstige bodemverontreiniging is geregistreerd. Asbest Op en nabij de onderzoekslocatie is geen bebouwing aanwezig (geweest). De watergangen hebben geen beschoeiingen. Het puinhoudende pad door het bosperceel is in 2017 gerealiseerd, waardoor er geen asbest in (gewogen) gehaltes boven de 100 mg/kg ds. wordt verwacht. Wel zijn op de locatie enkele dammetjes aanwezig waar mogelijk asbesthoudend puin is verwerkt.

Bonegraaf Oost te Dodewaard

11

3449.01

(water)bodemonderzoek en onderzoek asbest in bodem

Buro Ontwerp & Omgeving

Tijdens het uitvoeren van het vooronderzoek zijn, op de dammetjes na, geen aanwijzingen verkregen voor de mogelijke aanwezigheid van asbestverdachte materialen op of in de bodem van de onderzoekslocatie. PFAS Er zijn geen specifieke aanwijzingen voor de aanwezigheid van PFAS ter plaatse van de onderzoekslocatie. Door de Omgevingsdienst is ook aangegeven dat de locatie volgens hun gegevens geen PFAS verdachte (punt)bron betreft. Bodemkwaliteit Op de ‘Bodemkwaliteitskaart regio Rivierenland’ valt de locatie in de bodemfunctieklasse Industrie en in de bodemkwaliteitszone B6/O6 ‘Buitengebied’. Op de Ontgravingkaart en de Toepassingskaart valt de locatie in Landbouw/natuur 2.5

Waterbodem Voor het verkrijgen van informatie over de aanwezige watergangen op de planlocatie en in de directe omgeving is de leggerkaart van het Waterschap Rivierenland geraadpleegd en is een locatiebezoek verricht. Binnen het plangebied, tussen het bosperceel en het weiland, is een C-watergang aanwezig. In deze watergang is, aan de noordkant, een dammetje aanwezig. Aan de zuidkant van het gebied is een A-watergang gesitueerd. Ter plaatse van het wandelpad door het bosperceel is een dam met duiker aanwezig. Ter plaatse van de inrit naar het weiland (dam) is geen duiker te zien (wel sterke begroeiing). legger

Het water van de zuidkant van het plangebied stroomt via een A-watergang (ten oosten van het plangebied en buiten de onderzoekslocatie) en een B-watergang (ten westen van het plangebied en binnen de onderzoekslocatie) in noordelijke richting naar de A-watergang ter noorden van de onderzoekslocatie. In de noordelijke watergang is ter plaatse van het wandelpad door het bosperceel een dam met duiker aanwezig. De te onderzoeken watergangen zijn voor het laatst in 2008 gebaggerd. De watergangen zijn niet voorzien van beschoeiing. Voor zover bij het waterschap bekend hebben geen calamiteiten plaatsgevonden. Er is 1 overstortlocatie aanwezig (kruising Dalwagen / Gieser Wildeman, zie onderstaande afbeelding). De overstort bevindt zich circa 190 meter ten westen van de onderzoekslocatie. Bonegraaf Oost te Dodewaard

12

3449.01

(water)bodemonderzoek en onderzoek asbest in bodem

2.6

Buro Ontwerp & Omgeving

Regionale bodemopbouw en geohydrologische situatie Uit het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) blijkt dat het noordwestelijk deel van het weiland een maaiveldhoogte van circa 6,3 m +NAP, en het noordoostelijk deel van het weiland een hoogte van circa 6,4 m +NAP heeft. De hoogte van het zuidwestelijk deel van het weiland bedraagt circa 6,6 m +NAP en ter plaatse van het zuidoostelijk deel is deze circa 6,8 m +NAP. Het zuidelijk deel van het bosperceel heeft een hoogte van circa 7 m +NAP. Gezien de aanwezige bomen op het overig deel is hier een beperkte hoogte van het maaiveld bekend. Volgens de Bodemkaart van Nederland betreft de bodem van het plangebied een ‘Kalkloze poldervaaggrond’, die is opgebouwd uit zavel en lichte klei. Tabel 2 geeft de hydrologische bodemopbouw op basis van gegevens afkomstig van het DINOloket. Tabel 2

Geohydrologische bodemopbouw (Dinoloket)

m-mv 0 – 4,7

Formatie Holocene afzettingen, complexe eenheid

4,7 – 8,2

Formatie van Kreftenheye, tweede zandige eenheid

8,2 – 14,7

Formatie van Kreftenheye, derde zandige eenheid

14,7 – 21,0

Formatie van Waalre, eerste kleiige eenheid

21,0 – 49,2

Formatie van Peize en Formatie van Waalre, tweede zandige eenheid

Beschrijving Formatie Complexe eenheid, bestaande uit een afwisseling van zandige klei, midden en fijn zand, klei en veen en een weinig grof zand Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit midden en grof zand, met weinig zandige klei, fijn zand en grind en een spoor klei en veen Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit midden en grof zand, met weinig zandige klei, fijn zand en grind en een spoor klei en veen Kleiige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit zandige klei, klei en midden zand, met weinig veen, fijn en grof zand en een spoor grind Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit midden en grof zand, met weinig zandige klei, fijn zand en grind en een spoor klei en veen

Het grondwater bevindt zich naar verwachting op circa 5,5 á 6 m +NAP. Op basis van de isohypsen stroom het grondwater in westelijke richting. Onder invloed van de aanwezige sloten kan de stromingsrichting op de onderzoekslocatie enigszins afwijken.

Bonegraaf Oost te Dodewaard

13

3449.01

(water)bodemonderzoek en onderzoek asbest in bodem

Buro Ontwerp & Omgeving

Er liggen geen pompstations in de buurt van de onderzoekslocatie die van invloed zouden kunnen zijn op de grondwaterstroming ter plaatse van de onderzoekslocatie. De onderzoekslocatie ligt niet in een grondwaterbeschermings- en/of grondwaterwingebied. De onderzoekslocatie is gelegen in een intrekgebied. 2.7 Onderzoeksopzet 2.7.1

Verkennend bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in bodem

Agrarisch perceel oost (deelgebied 3, gemeente Dodewaard, sectie D, nr. 1172) Het bodemonderzoek wordt uitgevoerd conform de NEN 5740:2009/A1:2016 (Bodem – Landbodem – Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek – Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond). Het gehele terrein wordt onderzocht conform de strategie voor een grootschalig onverdachte locatie, niet lijnvormig (ONV-GR-NL). Het onderzoek richt zich hierbij op de grond tot maximaal 2 m-mv en op het grondwater. De gedempte sloot op perceel D 1172 wordt onderzocht middels het plaatsen van 2 raaien á 3 boringen tot 2 m-mv. (maatwerk). De twee aanwezige dammen worden onderzocht conform de strategie voor een verdachte locatie met een duidelijke verontreinigingskern (VEP). Aanvullend wordt een verkennend onderzoek asbest in bodem uitgevoerd ter plaatse van de dammen. Het verkennend onderzoek asbest in bodem wordt uitgevoerd conform de NEN 5707:2015 (Bodem- Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond). De opdrachtgever heeft aangegeven een indicatie van de gehaltes PFAS in de bovengrond te willen verkrijgen. Hiervoor zullen 2 analyses op PFAS uitgevoerd worden. Voor het mogelijk gebruik als monitoringspeilbuis zijn de geplaatste peilbuizen ingemeten met GPS RTK. Bosperceel (deelgebied 2, gemeente Dodewaard, sectie D, nr.

926) Het bodemonderzoek wordt uitgevoerd conform de NEN 5740:2009/A1:2016 (Bodem – Landbodem – Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek – Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond). Het gehele terrein, met uitzondering van de gemeenteopslag en voormalige vernietigingsplek van NGE, wordt onderzocht conform de strategie voor een grootschalig onverdachte locatie, niet lijnvormig (ONV-GR-NL). De gemeenteopslag en voormalige vernietigingsplek van NGE wordt onderzochte conform de strategie voor een diffuus belaste niet lijnvormige locatie met heterogeen verdeelde verontreinigende stof op schaal van monsterneming (VED-HE-NL). De ondergrond ter plaatse wordt onderzocht conform de strategie voor een onverdachte locatie, niet lijnvormig (ONV-NL). Het onderzoek richt zich hierbij op de grond tot maximaal 2 m-mv en op het grondwater. Bonegraaf Oost te Dodewaard

14

3449.01

(water)bodemonderzoek en onderzoek asbest in bodem

Buro Ontwerp & Omgeving

De twee aanwezige dammen worden onderzocht conform de strategie voor een verdachte locatie met een duidelijke verontreinigingskern (VEP). Aanvullend wordt een verkennend onderzoek asbest in bodem uitgevoerd ter plaatse van de dammen. Het verkennend onderzoek asbest in bodem wordt uitgevoerd conform de NEN 5707:2015 (Bodem- Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond). De dam naar de gemeente opslag is per abuis direct onderzocht strategie voor het vaststellen van het gemiddelde gehalte per RE (paragraaf 7.2 uit de NEN-5707) gecombineerd met de strategie voor het vaststellen van de omvang van de verontreiniging uit de NEN 5707:2015/C21:2016 (Bodem – Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond). Hierbij zijn de sleuven tevens bemonsterd ten behoeve van het vaststellen van de milieuhygiënische kwaliteit van de grond. 2.7.2 Verkennend waterbodemonderzoek De watergangen (deels) behorende tot de kadastrale percelen gemeente Dodewaard, sectie D, nr. 1172 en 926 (agrarisch perceel oost en bosperceel) worden onderzocht. Ten behoeve van de voorgenomen ontwikkeling wordt ook de noordelijke watergang (gemeente Dodewaard, sectie D, nr. 2003) onderzocht.

Het verkennend onderzoek waterbodem wordt uitgevoerd conform de strategie voor lintvormig water, normale onderzoeksinspanning uit de NEN 5720:2017 "Bodem - Waterbodem - Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch onderzoek".

Bonegraaf Oost te Dodewaard

15

3449.01

(water)bodemonderzoek en onderzoek asbest in bodem

3

Buro Ontwerp & Omgeving

INTEGRALE UITVOERING ONDERZOEKEN

3.1 Algemeen In de navolgende hoofdstukken worden per onderzoeksdiscipline onder meer de volgende onderdelen besproken: Uitgevoerde veldwerkzaamheden; Zintuiglijke waarnemingen; Analyseprogramma; Toetsingskader; Onderzoeksresultaten. 3.2 Voorbereiding Alle veldwerkzaamheden zijn waar mogelijk gecombineerd verricht. Tijdens het opstellen van het boorplan is rekening gehouden met de doelstellingen en de normen/richtlijnen, zoals beschreven in de inleiding. Daarnaast is rekening gehouden met de resultaten van het vooronderzoek en de ligging van kabels en leidingen. 3.3 Kwaliteitsborging veldwerk en laboratoriumonderzoek De boringen worden in trajecten van maximaal 50 cm bemonsterd. Zintuiglijk afwijkende grondslagen worden separaat bemonsterd. Bij elke boring wordt een beschrijving conform de NEN 5104 gemaakt. Het grondwater wordt na een wachttijd van minimaal 1 week bemonsterd, waarbij tevens het grondwaterniveau ten opzichte van het maaiveld wordt gemeten. De monsters worden ter analyse aangeboden aan het milieulaboratorium van Eurofins Analytico B.V. te Barneveld. Eurofins Analytico is een NEN-EN-ISO/IEC 17025 geaccrediteerd milieulaboratorium, en door het Ministerie van Infrastructuur en Milieu erkend voor de uitvoering van milieuanalyses in het kader van AS3000 en AP04. De monstervoorbehandeling door het laboratorium wordt conform de AS3000 uitgevoerd.

De analyseresultaten worden getoetst aan het toetsingskader van VROM (Circulaire bodemsanering 2013). Teneinde een indicatie omtrent de te verwachten bodemkwaliteitsklasse te verkrijgen worden de analyseresultaten tevens indicatief getoetst aan de normwaarden voor toepassen van grond of baggerspecie op of in de bodem (Regeling bodemkwaliteit).

Bonegraaf Oost te Dodewaard

16

3449.01

(water)bodemonderzoek en onderzoek asbest in bodem

Buro Ontwerp & Omgeving

Tenzij anders vermeld worden de veldwerkzaamheden uitgevoerd conform het Bemonsteringsprotocol PFAS-verbindingen in grond- en grondwater en de BRL SIKB 2000 Beoordelingsrichtlijn voor het SIKB procescertificaat Veldwerk bij Milieuhygiënisch Bodemonderzoek en de bijbehorende protocollen 2001 (Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen), 2002 (Het nemen van grondwatermonsters), 2003 (Veldwerk bij milieuhygiënisch waterbodemonderzoek) en 2018 (Locatie-inspectie en monsterneming van asbest in bodem). 3.4 Chronologie veldwerk In eerste instantie kon het bosperceel, wegens de aanwezige onderbegroeiing welke in het kader van nader onderzoek naar de aanwezigheid van marters niet verwijderd kon worden, niet worden onderzocht. Onderzoek op dit deel van de locatie is, in combinatie met het onderzoek ter plaatse van de dam naar de gemeentewerf, uitgevoerd in februari 2022. Het onderstaande onderzoek ter plaatse van de onderstaande terreindelen is verricht in september 2021. • Deelgebied 3, agrarisch perceel Oost, gemeente Dodewaard, sectie D, nr. 1172, gehele perceel incl. watergangen en dammetjes. • Deelgebied 2, bosperceel, gemeente Dodewaard, sectie D, nr. 926, alleen watergangen en 4 dammetjes (het overig deel was i.v.m. een dichte onderbegroeiing niet te betreden).

Naar aanleiding van de resultaten van het verkennend bodemonderzoek ter plaatse van het bosperceel is in mei, juni en juli 2022, in drie fases, nader bodemonderzoek uitgevoerd naar de aangetoonde matig en sterk verhoogde gehalten PAK in de bovengrond. 3.5 Niet gesprongen explosieven De onderzoekslocatie is verdacht voor de aanwezigheid van Niet Gesprongen Explosieven (NGE). De locatie van de boorpunten ter plaatse van deelgebied 3 en de dammetjes van deelgebied 2 en 3 is met de firma ECG afgestemd op basis van het door hen uitgevoerde detectie-onderzoek. De locaties van de boorpunten ter plaatse van deelgebied 2 zijn door de firma ECG in het veld vrijgegeven.

Bonegraaf Oost te Dodewaard

17

3449.01

(water)bodemonderzoek en onderzoek asbest in bodem

4

Buro Ontwerp & Omgeving

RESULTATEN VERKENNEND BODEMONDERZOEK

4.1 Veldwerkzaamheden De veldwerkzaamheden ten behoeve van het verkennend bodemonderzoek en het verkennend onderzoek asbest in bodem ter plaatse van het agrarisch perceel en de dammen zijn op 20 en 21 september 2021 uitgevoerd door de erkende veldwerkers, de heer M. Scholten en de heer C. Beunk van Bodem Expert te Huissen waarbij zij zijn geassisteerd door de heer M. Dahles. Vanwege een foutief gescande barcode was het monster van de bovengrond van de boring 40 niet meer traceerbaar in het laboratorium. De grondmonsters uit GRN MM10 zijn, gezien de conserveringstermijn, opnieuw genomen. Hiervoor zijn de boring 40A, 41A en 42A op 28 september 2021 herplaatst door erkende veldwerker, de heer J. Brouwer van Bodem Expert te Huissen. De veldwerkzaamheden ten behoeve van het verkennend bodemonderzoek ter plaatse van het bosperceel inclusief de gemeenteopslag/vernietigingsplek NGE zijn op 23 februari 2022 uitgevoerd door de erkende veldwerker de heer C. Beunk van Bodem Expert te Huissen waarbij hij is geassisteerd door de heer G. v.d. Pol. De veldwerkzaamheden ter plaatse van de toegangsdam naar de gemeentewerf zijn op 28 februari 2022 uitgevoerd door de heer R.W.M. Meister van VCMI te Beek. Uit de sleuven van het nader onderzoek zijn ter analyse op de standaard parameters monsters genomen. De werkzaamheden zijn beschreven in hoofdstuk 6.

Onderstaand zijn alleen de voor het verkennend bodemonderzoek relevante gegevens opgenomen. Tijdens de uitvoering van de veldwerkzaamheden zijn geen kritieke afwijkingen opgetreden van de protocollen beschreven in de BRL SIKB 2000. Tabel 3 geeft een overzicht van de uitgevoerde veldwerkzaamheden. Tabel 3

Uitgevoerde veldwerkzaamheden

Terreindeel

Oppervlakte/lengte

Strategie

Agrarisch perceel oost

30.885 m2

NEN 5740 ONV-GR-NL

PFAS agrarisch perceel oost

30.885 m2

Indicatief / maatwerk

Gedempte sloot

Circa 110 m1

NEN 5740 maatwerk

Dam noord agrarisch perceel oost

0-100 m2

NEN-5740 VEP

Dam zuid agrarisch perceel oost

0-100 m2

Aantal boringen (m –mv) 21x 0,5 4x 2,0 5x peilbuis

01 t/m 30

Gebruik maken van bovenstaand te verrichten boringen

NEN-5707 VEP

Bonegraaf Oost te Dodewaard

Boornummer

2x raai van 3 boringen tot 1,5

31 t/m 36

3x 1,5

37, 38, 39

2x boring voorgraven (0,3x0,3x0,5) en doorboren tot ondergrond

NEN-5740 VEP

3x 1,5

NEN-5707

2

18

boringen

40, 41, 42 voorgraven

3449.01

(water)bodemonderzoek en onderzoek asbest in bodem

Buro Ontwerp & Omgeving

VEP Dam noord bosperceel

0-100 m2

Dam zuid bosperceel

0-100 m2

Bosperceel, bos

(0,3x0,3x0,5) en doorboren tot ondergrond

NEN-5740 VEP

3x 1,5

NEN-5707 VEP

201, 202, 203

2x boring voorgraven (0,3x0,3x0,5) en doorboren tot ondergrond

NEN-5740 VEP

3x 1,5

204, 205, 206

NEN-5707 VEP

2x boringen voorgraven (0,3x0,3x0,5) en doorboren tot ondergrond

15.230 m2

NEN 5740 ONV-GR-NL

17x 0,5 4x 2,0 3x peilbuis

220 t/m 243

Bosperceel, vernietigingsplek NGE en gemeente opslag

3.900 m1

NEN 5740 VED-HE BG ONV-NL OG

10x 1,0 2x 2,0 1x peilbuis

207 t/m 219

PFAS Bosperceel

15.230 m2

Indicatief / maatwerk

Gebruik maken van bovenstaand te verrichten boringen

PFAS Vernietigingsplek NGE en gemeente opslag

3.900 m2

Indicatief / maatwerk

Gebruik maken van bovenstaand te verrichten boringen

Dam toegang, vernietigingsplek NGE en gemeente opslag

0-100 m2

NEN-5740 VEP

Gebruik maken van de monsters uit de sleuven SL301 t/m SL305 van het nader onderzoek asbest, zie H5

NEN-5707 Nader onderzoek

Zie hoofdstuk 5

Bij alle boringen is de vrijgekomen grond zintuiglijk beoordeeld op textuur, kleur en zintuiglijk waarneembare verontreinigingen. De gegevens van de monsterpunten zijn verwerkt tot boorprofielen, welke zijn opgenomen in bijlage 2. De situering van de boringen en de inspectiegaten is aangegeven op tekening 1 in bijlage 1.2. De asbestgaten (37 t/m 42 en 201 t/m 206) zijn handmatig gegraven tot een diepte van maximaal 0,5 m -mv en hebben een lengte en breedte van circa 0,3 meter. Acht gaten zijn met een edelmanboor met een grotere diameter (12 cm) doorgezet tot een diepte van 2,0 m –mv. Het grondwater is bemonsterd op 28 september 2021 door de heer J. Brouwer en op 2 maart 2022 door de heer C. Beunk, beide van Bodem Expert te Huissen. Op 10 mei 2022 heeft een herbemonstering van het grondwater plaatsgevonden ter verificatie van de verhoogd gemeten concentraties TNT en RDX. Deze bemonstering is eveneens uitgevoerd door de heer C. Beunk van Bodem Expert te Huissen.

Tabel 4 geeft een overzicht van de tijdens de monstername van het grondwater gemeten grondwaterstand, zuurgraad (pH) en het elektrisch geleidingsvermogen (EC). Tevens zijn in de tabel de

Bonegraaf Oost te Dodewaard

19

3449.01

(water)bodemonderzoek en onderzoek asbest in bodem

Buro Ontwerp & Omgeving

troebelheid van het grondwater (in NTU) en de ingemeten hoogtes van de peilbuizen weergegeven. Tabel 4 Peilbuis

Grondwaterstanden, zuurgraad (pH), elektrisch geleidingsvermogen (EC) en troebelheid (NTU) Hoogte bovenkant peilbuis (M+NAP)

Filterstelling (m -mv)

Datum monstername

Grondwaterstand (m -mv) tijdens bemonstering

Grondwaterstand (m -mv) 01-10-2021

Zuurgraad (pH)

Geleidbaarheid (EC: μs/cm)

Troebelheid (NTU)

Agrarisch perceel oost 04

7.280

1,80 - 2,80

28-09-2021

0,97

0,68

6,7

960

196

10

7.257

2,00 - 3,00

28-09-2021

0,49

0,49

6,7

1030

94

13

7.196

1,50 - 2,50

28-09-2021

0,71

0,68

6,4

1020

125

21

7.429

1,80 - 2,80

28-09-2021

1,12

0,80

6,5

950

610

25

7.324

1,50 - 2,50

28-09-2021

0,86

-

6,5

950

585

Vernietigingsplek NGE en gemeente opslag 218

*

2,00 – 3,00

02-03-2022

1,49

-

6,5

1.580

109

10-05-2022

1,80

-

6,3

1.350

13,06

Bosperceel 224

*

1,00 – 2,00

02-03-2022

0,17

-

6,2

2.660

223

231

*

1,00 – 2,00

02-03-2022

0,71

-

6,2

3.030

16,34

*

1,50 – 2,50

02-03-2022

0,82

-

6,3

2.750

112

239 *

Niet te bepalen in verband met de aanwezige bomen

Uit bovenstaande veldgegevens blijkt dat de toestroming van grondwater in de peilbuizen slecht is, dit veroorzaakt een hoge troebelheid. Het grondwater staat tijdens bemonstering op 28 september 2021 over het algemeen een stuk ondieper dan tijdens plaatsing van de peilbuizen op 20 en 21 september 2021. Voorafgaand aan de plaatsing van de peilbuizen was echter sprake van een relatief droge periode. Tijdens de hoogte inmeting van de peilbuizen op 1 oktober 2021 is in 4 peilbuizen nogmaals de grondwaterstand bepaald, hieruit blijkt dat deze nog steeds toeneemt. Gezien de resultaten van het vooronderzoek en de analyseresultaten van het grondwater wordt geen negatieve invloed op de eindconclusie van het onderzoek verwacht. De waarden voor de zuurgraad (pH) en het elektrisch geleidingsvermogen (EC) kunnen als normaal/niet afwijkend worden beschouwd. Voor de troebelheid (NTU) zijn waarden gemeten tussen de 13 en 610 NTU. Verondersteld wordt dat het water in de bodem van nature een troebelheid van 0 – 10 NTU heeft. Het meten van een troebelheid hoger dan 10 NTU is niet bezwaarlijk. De verhoogde troebelheid kan worden veroorzaakt door het in suspensie zijn van (grond)deeltjes. Deze deeltjes kunnen invloed hebben op het analyseresultaat. Het meten van een troebelheid hoger dan 10 NTU is niet bezwaarlijk. Tijdens de interpretatie van de grondwateresultaten kan Bonegraaf Oost te Dodewaard

20

3449.01

(water)bodemonderzoek en onderzoek asbest in bodem

Buro Ontwerp & Omgeving

worden beoordeeld of de troebelheid een van invloed is geweest op de resultaten. Opgemerkt wordt dat ten behoeve van de analyse van het grondwater op zware metalen (anorganische stoffen) de watermonsters in het veld worden gefiltreerd, waardoor de troebelheid niet van invloed is op concentraties van zware metalen. Uit de analyseresultaten (zie paragraaf 3.5) blijkt dat in het grondwater uit 2 peilbuizen licht verhoogde concentraties xylenen zijn gemeten. Mogelijk heeft de verhoogd gemeten troebelheid invloed gehad op dit analyseresultaat. Echter gezien de gemeten concentraties en de verwachtingen uit het vooronderzoek zal dit geen invloed hebben op de eindconclusie van het onderzoek. In het grondwater uit de peilbuis ter plaatse van de voormalige vernietigingsplek van NGE zijn, tijdens de eerste bemonstering (troebelheid 109 NTU) verhoogde concentraties TNT en RDX gemeten. Tijdens de tweede bemonstering (troebelheid 13,06 NTU) zijn geen verhoogde concentraties gemeten. De sterk verhoogde troebelheid heeft invloed gehad op de analyseresultaten van de organische parameters. Gezien tijdens de herbemonstering geen verhoogde concentraties meer zijn aangetoond zal dit geen invloed hebben op de eindconclusie van het onderzoek.

4.2 Maaiveldinspectie, bodemopbouw en zintuiglijke waarnemingen Voorafgaand aan het veldwerk is het maaiveld ter plaatse van de dammen conform de NEN-5707 geïnspecteerd op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen. Het overige maaiveld is indicatief geïnspecteerd. Hierbij zijn geen asbestverdachte materialen aangetroffen. Het uitgegraven materiaal is per inspectiegat gezeefd (20 mm) en afzonderlijk beoordeeld op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen in de fractie >20 mm. Ook hierbij zijn geen asbestverdachte materialen waargenomen. Alle inspectiegaten zijn na het uitvoeren van het veldwerk gedicht met uitkomende grond/puin. In bijlage 6 zijn de inspectierapporten opgenomen. De bovengrond van het agrarisch perceel bestaat voornamelijk uit matig siltige klei met sporen plantenresten. Plaatselijk is de klei zwak humeus en/of bevat sporen roest en zeer plaatselijk zijn bijmengingen met zand aanwezig. Ter plaatse van het bosperceel bestaat de bovengrond uit matig siltige, matig humeuze klei en plaatselijk uit matig grof, zwak grindig zand. Ter plaatse van de gemeenteopslag/vernietigingsplek OO bestaat de bovengrond uit overwegend uit sterk zandige, matig humeuze klei of matig grof, zwak siltig, zwak tot matig humeus zand. Ter plaatse van de dammetjes is plaatselijk ook matig grof, matig siltig, zwak humeus zand in de bovengrond aanwezig.

De ondergrond bestaat voornamelijk uit matig tot uiterst siltige klei met plantenresten welke plaatselijk roesthoudend is (laagjes, sporen). Plaatselijk is de bodemlaag van 0,5 tot 1,0 m-mv zwak tot matig humeus. In één boring is van 0,5 tot 0,8 m-mv een laag met matig grof en matig siltig zand aangetroffen, welke sporen plantenresten, laagjes roest en laagjes klei bevat. Bonegraaf Oost te Dodewaard

21

3449.01

(water)bodemonderzoek en onderzoek asbest in bodem

Buro Ontwerp & Omgeving

In de diepere ondergrond van het agrarisch perceel (vanaf circa 1,5 m-mv) bevat de klei plaatselijk ook veen (sporen, brokken). Over het algemeen is ter plaatse van het agrarisch perceel vanaf 2,5 m-mv zwak kleiige veen aanwezig welke laagjes klei en plantenresten bevat. Ter plaatse van een gedempte sloot is de veenlaag vanaf 1,5 of 1,8 m-mv waargenomen. Ter plaatse van het bosperceel begint de veenlaag vanaf 1,5 tot 2,5 m-mv. Plaatselijk ontbreekt deze. Voor de opdrachtgever is het van belang te weten wat de rijpingsgraad van de aanwezige klei is. Tijdens de uitvoering van de veldwerkzaamheden zijn vijf rijpingsgraden onderscheiden welke zijn bepaald middels een veldtest: 1. gerijpt: met knijpen niet door de vingers te krijgen 2. bijna gerijpt: met stevig knijpen nog juist tussen de vingers door te krijgen 3. half gerijpt: loopt bij knijpen nog goed tussen de vingers door 4. bijna ongerijpt: loopt bij knijpen zeer gemakkelijk tussen de vingers door 5. geheel ongerijpt: loopt tussen de vingers door. De mate van rijping is weergegeven in de boorprofielen in bijlage 2. Hieruit blijkt dat de kleiige bovengrond beoordeeld is als ‘gerijpt’. De ondergrond, boven de tijdens de veldwerkzaamheden waargenomen grondwaterstand, is over het algemeen beoordeeld als bijna gerijpt en de diepere ondergrond is over het algemeen beoordeeld ‘half gerijpt’ tot ‘niet gerijpt’.

Tabel 5 geeft een overzicht van de zintuiglijke waarnemingen tijdens de veldwerkzaamheden welke mogelijk kunnen duiden op de aanwezigheid van een bodemverontreiniging. Tabel 5

Zintuiglijke waarnemingen

Boring

Traject (m –mv)

Zintuiglijke waarneming

Dam noord agrarisch perceel 38

0,00 - 0,50

sporen baksteen

40

0,00 - 0,50

sporen baksteen, sporen puin

Dam zuid agrarisch perceel 41

0,00 - 0,50

sporen baksteen

42

0,00 - 0,50

sporen baksteen, sporen puin

Dam noord bosperceel 201

0,00 - 0,50

sporen baksteen, sporen puin

202

0,00 - 0,50

sterk baksteenhoudend

203

0,00 - 0,50

sporen baksteen, sporen puin

Dam zuid bosperceel 204

205

0,00 - 0,50

brokken baksteen

0,50 - 1,00

sporen baksteen

0,00 - 0,30

brokken baksteen

0,30 - 0,80

sporen puin

Bosperceel, vernietigingsplek NGE en gemeente opslag 209

0,00 - 0,50

resten baksteen

210

0,00 - 0,50

sporen baksteen

Bonegraaf Oost te Dodewaard

22

3449.01

(water)bodemonderzoek en onderzoek asbest in bodem

Buro Ontwerp & Omgeving

Boring

Traject (m –mv)

Zintuiglijke waarneming

211

0,00 - 0,50

resten baksteen

212

0,00 - 0,50

sporen baksteen

214

0,00 - 0,50

sporen baksteen

217

0,50 - 1,00

resten baksteen

218

0,50 - 1,00

matig baksteenhoudend

220

0,00 - 0,50

sporen baksteen

221

0,50 - 1,00

matig baksteenhoudend

222

0,00 - 0,50

sporen baksteen

224

0,50 - 1,00

matig baksteenhoudend

225

0,50 - 1,00

matig baksteenhoudend

231

0,50 - 1,00

matig baksteenhoudend

233

0,50 - 1,00

matig baksteenhoudend

237

0,00 - 0,50

sporen baksteen

239

0,00 - 0,50

sporen baksteen

0,50 - 1,00

matig baksteenhoudend

Bosperceel, bos

Bosperceel, toegangsdam gemeenteopslag SL301

0,00 - 0,15

volledig beton, stelconplaat

0,15 - 0,65

volledig repac, matig asfalthoudend, geen bodem

0,65 - 0,90

volledig repac, geen bodem

0,00 - 0,50

resten baksteen, resten beton, resten aardewerk, resten plastic

0,50 - 1,00

resten aardewerk, resten baksteen, resten beton

SL303

0,00 - 0,50

resten baksteen, resten beton, resten asfalt

0,50 - 1,00

resten aardewerk, resten baksteen, resten beton, resten asfalt

SL304

0,00 - 0,50

resten baksteen, resten aardewerk, geen olie-water reactie

0,50 - 1,00

resten aardewerk, resten baksteen, resten beton

0,00 - 0,50

resten baksteen, resten beton, resten aardewerk

0,50 - 1,00

resten aardewerk, resten baksteen, resten beton, resten plastic

SL302

SL305

4.3 Laboratoriumonderzoek Ten behoeve van het analyseprogramma is rekening gehouden met de resultaten van de zintuiglijke waarnemingen. Tabel 6 geeft een overzicht van de onderzochte monsters en de analysepakketten. De asbestmonsters zijn op locatie samengesteld van het uitgezeefde materiaal (fractie < 20 mm). Gezien de roestwaarnemingen zijn alle grondmonsters tevens geanalyseerd op arseen. Tabel 6

Analyseprogramma

Monstercode

Boring/gat/monster (m -mv)

Textuur en zint. waarnemingen

Analyses

Ondergrond zand, zintuiglijk schoon

Standaardanalysepakket grond incl. arseen

Grond agrarisch perceel oost incl. gedempte sloot GRN M03.2

03 (0,50 - 0,80)

Bonegraaf Oost te Dodewaard

23

3449.01

(water)bodemonderzoek en onderzoek asbest in bodem

Buro Ontwerp & Omgeving

Monstercode

Boring/gat/monster (m -mv)

Textuur en zint. waarnemingen

Analyses

GRN MM01

01 (0,00 - 0,50), 02 (0,00 - 0,50), 03 (0,00 - 0,50), 04 (0,00 - 0,50), 05 (0,00 - 0,50), 06 (0,00 - 0,50), 07 (0,00 - 0,50), 08 (0,00 - 0,50), 09 (0,00 - 0,50), 10 (0,00 - 0,50)

Bovengrond klei, noord, zintuiglijk schoon

Standaardanalysepakket grond incl. arseen

GRN MM02

11 (0,00 - 0,50), 12 (0,00 - 0,50), 13 (0,00 - 0,50), 14 (0,00 - 0,50), 15 (0,00 - 0,50), 16 (0,00 - 0,50), 17 (0,00 - 0,50), 18 (0,00 - 0,50), 19 (0,00 - 0,50), 20 (0,00 - 0,50)

Bovengrond klei, midden, zintuiglijk schoon

Standaardanalysepakket grond incl. arseen

GRN MM03

21 (0,00 - 0,50). 22 (0,00 - 0,50), 23 (0,00 - 0,50), 24 (0,00 - 0,50), 25 (0,00 - 0,50), 26 (0,00 - 0,50), 27 (0,00 - 0,50), 28 (0,00 - 0,50), 29 (0,00 - 0,50), 30 (0,00 - 0,50)

Bovengrond klei, zuid, zintuiglijk schoon

Standaardanalysepakket grond incl. arseen

GRN MM04

03 (0,80 - 1,30), 03 (1,30 - 1,50), 03 (1,50 - 2,00), 04 (0,50 - 1,00), 04 (1,00 - 1,50), 04 (1,50 - 2,00), 08 (0,50 - 1,00), 08 (1,00 - 1,50), 08 (1,50 - 1,60), 08 (1,60 - 2,00)

Ondergrond klei, noord, zintuiglijk schoon

Standaardanalysepakket grond incl. arseen

GRN MM05

10 (0,50 - 1,00), 10 (1,00 - 1,50), 10 (1,50 - 2,00), 13 (0,50 - 1,00), 13 (1,00 - 1,50), 13 (1,50 - 2,00), 19 (0,50 - 1,00), 19 (1,00 - 1,50), 19 (1,50 - 1,70), 19 (1,70 - 2,00)

Ondergrond klei, midden, zintuiglijk schoon

Standaardanalysepakket grond incl. arseen

GRN MM06

21 (0,50 - 0,80), 21 (0,80 - 1,30), 21 (1,30 - 1,50), 21 (1,50 - 2,00), 25 (0,50 - 1,00), 25 (1,00 - 1,50), 25 (1,50 - 2,00), 30 (0,50 - 1,00), 30 (1,00 - 1,50), 30 (1,50 - 2,00)

Ondergrond klei, zuid, zintuiglijk schoon

Standaardanalysepakket grond incl. arseen

GRN MM07

04 (2,50 - 3,00), 10 (2,30 - 2,80), 10 (2,80 - 3,00), 13 (2,30 - 2,50), 21 (2,50 - 2,80)

Ondergrond veen, gehele perceel, zintuiglijk schoon

Standaardanalysepakket grond incl. arseen

GRN MM08

31 (1,80 - 2,00), 32 (1,80 - 2,00), 33 (1,80 - 2,00), 35 (1,50 - 2,00), 36 (1,50 - 2,00)

Ondergrond veen gedempte sloot, zintuiglijk schoon

Standaardanalysepakket grond incl. arseen

GRN MM09

31 (0,00 - 0,50), 32 (0,00 - 0,50), 34 (0,00 - 0,50), 35 (0,00 - 0,50), 36 (0,00 - 0,50)

Bovengrond klei gedempte sloot, zintuiglijk schoon

Standaardanalysepakket grond incl. arseen

PFAS MM01

01 (0,00 - 0,50), 02 (0,00 - 0,50), 05 (0,00 - 0,50), 07 (0,00 - 0,50), 08 (0,00 - 0,50), 10 (0,00 - 0,50), 11 (0,00 - 0,50), 12 (0,00 - 0,50), 13 (0,00 - 0,50), 14 (0,00 - 0,50)

Bovengrond klei, noord, zintuiglijk schoon

PFAS en organische stof

PFAS MM02

17 (0,00 - 0,50), 18 (0,00 - 0,50), 19 (0,00 - 0,50), 21 (0,00 - 0,50), 22 (0,00 - 0,50), 23 (0,00 - 0,50), 25 (0,00 - 0,50), 27 (0,00 - 0,50), 29 (0,00 - 0,50), 30 (0,00 - 0,50)

Bovengrond klei, zuid, zintuiglijk schoon

PFAS en organische stof

Grond dammetjes agrarisch perceel oost

Bonegraaf Oost te Dodewaard

24

3449.01

(water)bodemonderzoek en onderzoek asbest in bodem

Buro Ontwerp & Omgeving

Monstercode

Boring/gat/monster (m -mv)

Textuur en zint. waarnemingen

Analyses

GRN M38.1

38 (0,00 - 0,50)

Dammetje noord Bovengrond, zand, sporen baksteen

Standaardanalysepakket grond incl. arseen

GRN MM10A

40A (0,00 - 0,50), 41A (0,00 - 0,50), 42A (0,00 - 0,50)

Dammetje zuid Bovengrondsporen baksteen en/of sporen puin

Standaardanalysepakket grond incl. arseen

ASB MM01

40 (0,00 - 0,50), 41 (0,00 - 0,50), 42 (0,00 - 0,50)

Dammetje zuid Bovengrondsporen baksteen en/of sporen puin

Asbest in grond

Grond dammetjes bosperceel GRN MM201

201 (0,00 - 0,50), 203 (0,00 - 0,50)

Dammetje noord Klei bovengrond, sporen baksteen, sporen puin

Standaardanalysepakket grond incl. arseen

GRN M205.2

205 (0,30 - 0,80)

Dammetje zuid Zand onder pad, sporen puin

Standaardanalysepakket grond incl. arseen

GRN MM202

204 (0,00 - 0,50), 206 (0,00 - 0,50)

Dammetje zuid Zand, bovengrond, sterk puin, brokken baksteen

Standaardanalysepakket grond incl. arseen

GRN MM203

204 (0,50 - 1,00) 206 (0,50 - 0,80)

Dammetje zuid Klei, ondergrond, sporen baksteen

Standaardanalysepakket grond incl. arseen

ASB MM201

201 (0,00 - 0,50), 203 (0,00 - 0,50)

Dammetje noord Klei bovengrond, sporen baksteen, sporen puin

Asbest in grond

ASB MM202

204 (0,00 - 0,50), 206 (0,00 - 0,50)

Dammetje zuid Zand, bovengrond, sterk puin, brokken baksteen

Asbest in grond

GRN MM214

SL302 (0,00 - 0,50), SL303 (0,00 - 0,50) SL304 (0,00 - 0,50) SL305 (0,00 - 0,50)

Bovengrond, zand, resten baksteen, resten beton, resten aardewerk, resten plastic en/of resten asfalt

Standaardanalysepakket grond incl. arseen

GRN MM215

SL302 (0,50 - 1,00) SL303 (0,50 - 1,00) SL304 (0,50 - 1,00) SL305 (0,50 - 1,00)

Ondergrond, klei, resten aardewerk, resten baksteen, resten plastic, resten beton en/of resten asfalt

Standaardanalysepakket grond incl. arseen

Grond bosperceel, vernietigingsplek NGE en gemeente opslag GRN MM204

207 (0,00 - 0,50) 208 (0,00 - 0,50)

Bovengrond, klei, zintuiglijk schoon

Standaardanalysepakket grond incl. arseen

GRN MM205

209 (0,00 - 0,50), 210 (0,00 - 0,50), 211 (0,00 - 0,50), 212 (0,00 - 0,50)

Bovengrond, klei, resten/sporen baksteen

Standaardanalysepakket grond incl. arseen

GRN MM206

213 (0,00 - 0,50), 215 (0,00 - 0,50), 216 (0,00 - 0,50), 217 (0,00 - 0,50), 218 (0,00 - 0,50), 219 (0,00 - 0,50)

Bovengrond, zand, zintuiglijk schoon

Standaardanalysepakket grond incl. arseen

GRN M214.1

214 (0,00 - 0,50)

Bovengrond, zand, sporen baksteen

Standaardanalysepakket grond incl. arseen

Bonegraaf Oost te Dodewaard

25

3449.01

(water)bodemonderzoek en onderzoek asbest in bodem

Buro Ontwerp & Omgeving

Monstercode

Boring/gat/monster (m -mv)

Textuur en zint. waarnemingen

Analyses

GRN MM207

208 (0,50 - 1,00), 208 (1,00 - 1,50), 208 (1,50 - 2,00), 215 (0,50 - 1,00), 215 (1,00 - 1,50), 215 (1,50 - 2,00), 218 (1,00 - 1,50), 218 (1,50 - 2,00)

Ondergrond, klei, zintuiglijk schoon

Standaardanalysepakket grond incl. arseen

GRN M217.2

217 (0,50 - 1,00)

Ondergrond, klei, resten baksteen

Standaardanalysepakket grond incl. arseen

GRN M218.2

218 (0,50 - 1,00)

Ondergrond, zand, matig baksteen

Standaardanalysepakket grond incl. arseen

EXP MM01

207 (0,00 - 0,50), 208 (0,00 - 0,50), 209 (0,00 - 0,50), 210 (0,00 - 0,50), 211 (0,00 - 0,50), 212 (0,00 - 0,50)

Bovengrond noordelijk deel, klei, max. sporen/resten baksteen

Explosievenpakket

EXP MM02

213 (0,00 - 0,50), 214 (0,00 - 0,50), 215 (0,00 - 0,50), 216 (0,00 - 0,50)

Bovengrond middendeel, zand, max. sporen baksteen

Explosievenpakket

EXP MM03

217 (0,00 - 0,50), 218 (0,00 - 0,50), 219 (0,00 - 0,50)

Bovengrond zuidelijk deel, zand, zintuiglijk schoon

Explosievenpakket

PFAS MM03

207 (0,00 - 0,50), 208 (0,00 - 0,50), 209 (0,00 - 0,50), 210 (0,00 - 0,50), 211 (0,00 - 0,50), 212 (0,00 - 0,50)

Bovengrond, klei, max. sporen/resten baksteen

PFAS en organische stof

PFAS MM04

213 (0,00 - 0,50), 214 (0,00 - 0,50), 215 (0,00 - 0,50), 216 (0,00 - 0,50), 217 (0,00 - 0,50), 218 (0,00 - 0,50), 219 (0,00 - 0,50)

Bovengrond, zand, max. sporen baksteen

PFAS en organische stof

Grond bosperceel, bos GRN M208*(A)

220 (0,00 - 0,50), 222 (0,00 - 0,50), 237 (0,00 - 0,50), 239 (0,00 - 0,50)

Bovengrond, klei, sporen baksteen

Standaardanalysepakket grond incl. arseen

GRN M220.1 *(A)

220 (0,00 - 0,50)

Bovengrond, klei, sporen baksteen

PAK en organische stof

GRN M222.1 *(A)

222 (0,00 - 0,50)

Bovengrond, klei, sporen baksteen

PAK en organische stof

GRN M237.1 *(A)

237 (0,00 - 0,50)

Bovengrond, klei, sporen baksteen

PAK en organische stof

GRN M239.1 *(A)

239 (0,00 - 0,50)

Bovengrond, klei, sporen baksteen

PAK en organische stof

GRN M209

221 (0,00 - 0,50), 223 (0,00 - 0,50), 224 (0,00 - 0,50), 225 (0,00 - 0,50), 226 (0,00 - 0,50), 228 (0,00 - 0,50), 229 (0,00 - 0,50), 230 (0,00 - 0,50), 231 (0,00 - 0,50)

Bovengrond noordelijk deel, klei, zintuiglijk schoon

Standaardanalysepakket grond incl. arseen

GRN M210

232 (0,00 - 0,50), 233 (0,00 - 0,50), 234 (0,00 - 0,50), 235 (0,00 - 0,50), 236 (0,00 - 0,50), 238 (0,00 - 0,50), 240 (0,00 - 0,50), 241 (0,00 - 0,50), 242 (0,00 - 0,50), 243 (0,00 - 0,50)

Bovengrond zuidelijk deel, klei, zintuiglijk schoon

Standaardanalysepakket grond incl. arseen

GRN M211

221 (0,50 - 1,00), 224 (0,50 - 1,00), 225 (0,50 - 1,00), 231 (0,50 - 1,00), 233 (0,50 - 1,00), 239 (0,50 - 1,00)

Ondergrond, klei, matig baksteen

Standaardanalysepakket grond incl. arseen

GRN M212

221 (1,00 - 1,50), 224 (1,00 - 1,50), 225 (1,00 - 1,50), 231 (1,00 - 1,50),

Ondergrond, klei, zintuiglijk schoon

Standaardanalysepakket grond incl. arseen

Bonegraaf Oost te Dodewaard

26

3449.01

(water)bodemonderzoek en onderzoek asbest in bodem

Monstercode

Boring/gat/monster (m -mv)

Buro Ontwerp & Omgeving

Textuur en zint. waarnemingen

Analyses

231 (1,50 - 2,00), 233 (1,00 - 1,50), 239 (1,00 - 1,50), 239 (1,50 - 2,00), 242 (0,50 - 1,00), 242 (1,00 - 1,50) GRN M213

221 (1,50 - 2,00), 224 (1,50 - 2,00), 225 (1,50 - 2,00), 233 (1,50 - 2,00), 239 (2,00 - 2,50)

Ondergrond, veen, zintuiglijk schoon

Standaardanalysepakket grond incl. arseen

PFAS MM05

220 (0,00 - 0,50), 223 (0,00 - 0,50), 225 (0,00 - 0,50), 228 (0,00 - 0,50), 230 (0,00 - 0,50), 231 (0,00 - 0,50), 232 (0,00 - 0,50), 235 (0,00 - 0,50), 237 (0,00 - 0,50), 240 (0,00 - 0,50)

Bovengrond, klei, max. sporen baksteen

PFAS en organische stof

Grondwater agrarisch perceel oost 04-1-1

1,80 - 2,80

Hoge troebelheid

Standaardanalysepakket grondwater

10-1-1

2,00 - 3,00

Hoge troebelheid

Standaardanalysepakket grondwater

13-1-1

1,50 - 2,50

Hoge troebelheid

Standaardanalysepakket grondwater

21-1-1

1,80 - 2,80

Hoge troebelheid

Standaardanalysepakket grondwater

25-1-1

1,50 - 2,50

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12537858/2