CConstaterende datNeder-Betuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4 (a) - Dijkversterking Wolferen-Sprok Toelichting

Raadsvergadering 11 februari 2021, gemeente Neder-BetuweBij agendapunt: Bestemmingsplan ‘Dijkversterking Wolferen-Sprok’27.788 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Dijkversterking Wolferen-Sprok

bestemmingsplan Dijkversterking Wolferen-Sprok

Inhoudsopgave

Toelichting

3

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding voor maatregelen aan de dijk 1.2 Voorgeschiedenis en vertrekpunt: voorkeursalternatief 1.3 Andere procedures 1.4 Leeswijzer

4 4 5 6 7

Hoofdstuk 2 Planbeschrijving 2.1 Ontwerpproces 2.2 Planologische inpassing dijkversterking Neder-Betuwe

8 8 12

Hoofdstuk 3 Beleidskader 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid 3.3 Regionaal beleid 3.4 Gemeentelijk beleid

16 16 20 23 23

Hoofdstuk 4 Omgevingsaspecten 4.1 M.e.r.-(beoordelings)plicht 4.2 Water 4.3 Natuur 4.4 Luchtkwaliteit 4.5 Bodem 4.6 Archeologie 4.7 Erfgoed 4.8 Landschappelijke inpassing / belevingswaarde 4.9 Planologisch relevante kabels en leidingen 4.10 Externe veiligheid 4.11 Verkeer 4.12 Geluid 4.13 Bedrijven en milieuzonering

27 27 28 38 56 57 59 62 65 67 68 69 70 71

Hoofdstuk 5 Juridische planbeschrijving 5.1 Dit bestemmingsplan 5.2 Hoofdstukopbouw van de regels 5.3 Toelichting op de regels 5.4 Toelichting op de verbeelding

73 73 73 74 75

Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid 6.1 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 6.2 Economische uitvoerbaarheid 6.3 Handhaafbaarheid

77 77 79 81

Hoofdstuk 7 Procedure 7.1 Voorontwerpfase 7.2 Ontwerpfase 7.3 Vaststellingsfase

82 82 82 82

2

Inhoudsopgave (ontwerp)

bestemmingsplan Dijkversterking Wolferen-Sprok

Toelichting

Toelichting (ontwerp)

3

bestemmingsplan Dijkversterking Wolferen-Sprok

Hoofdstuk 1

Inleiding

De Waaldijk (in de gemeente Neder-Betuwe heet deze dijk de Waalbandijk) tussen Wolferen en Sprok (zie afbeelding 1) voldoet niet aan de wettelijke normen voor hoogwaterveiligheid. De dijk is, rekening houdend met de toekomstige ontwikkelingen, op termijn op delen te laag en niet stabiel genoeg. De beheerder van de waterkering, Waterschap Rivierenland, kreeg daarom van het nationale Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP) de opdracht om de dijk te versterken. Deze versterkingsopgave moet eind 2024 zijn uitgevoerd. De werkzaamheden die plaatsvinden ter versterking van de Waal(ban)dijk passen niet allen binnen het vigerende planologische beleid. Om de dijkversterking planologisch mogelijk te maken en planologische vast te leggen, is dit bestemmingsplan opgesteld.

1.1

Aanleiding voor maatregelen aan de dijk

Hoogwaterbeschermingsprogramma Om te borgen dat Nederland nu en in de toekomst beschermd is tegen overstromingen, is wettelijk vastgelegd dat primaire waterkeringen periodiek worden gecontroleerd. Primaire waterkeringen die niet voldoen aan de wettelijke eisen, worden versterkt. Het rijk en de waterschappen leggen de afspraken over welke primaire waterkeringen wanneer aangepakt worden, gezamenlijk vast in het HWBP. Het HWBP wordt jaarlijks geactualiseerd en voor een periode van zes jaar opgesteld, met een doorkijk naar twaalf jaar. Het doel van het huidige programma is het op orde krijgen van de primaire waterkeringen die in de afgelopen en lopende toets/beoordelingsronde zijn afgekeurd.

Dijkversterking Waterschap Rivierenland is verantwoordelijk voor de hoogwaterbescherming in het door haar beheerde gebied. Ze werkt daarbij nauw samen met partners als het Rijk, provincie Gelderland, betrokken gemeenten en naastgelegen waterschappen. De Waaldijk tussen Wolferen en Sprok (zie afbeelding 1) voldoet niet aan de wettelijke normen voor hoogwaterveiligheid: de dijk is te laag en heeft onvoldoende stabiliteit. Waterschap Rivierenland kreeg daarom, als beheerder van de waterkering, van het nationale HWBP de opdracht om de dijk te versterken. Deze versterkingsopgave moet eind 2024 zijn uitgevoerd (in de verkenning werd 2022 aangehouden, deze doelstelling is door het HWBP aangepast bij de start van de planuitwerking). Na de dijkversterking is de waterkering gedurende de gehele levensduur in ieder geval veiliger dan de gestelde ondergrenswaarde.

Dijktraject Het dijktraject Wolferen-Sprok ligt aan de noordzijde van de Waal. Het traject ligt in de provincie Gelderland en is ongeveer 13 km lang. De dijkversterking valt binnen de gemeenten Nijmegen (Oosterhout, Lent en buurtschap Sprok) en Overbetuwe (Slijk-Ewijk, Oosterhout en buurtschappen Loenen en Wolferen). Aan de oostzijde ligt een klein deel (maximaal 300 m) in de gemeente Lingewaard (Bemmel). Aan de westzijde stopt het plangebied net over de grens met de gemeente Neder-Betuwe (ongeveer 150 m). Voor de gemeente Neder-Betuwe, Overbetuwe en Nijmegen worden vanwege de planologische inpassing van de dijkversterking (deels) nieuwe bestemmingsplannen opgesteld. In de gemeente Lingewaard is de dijkversterking niet strijdig met de vigerende bestemmingsplannen en is de waterkering ook na de dijkversterking afdoende planologisch beschermd. Daarom is het niet nodig voor dit deel van de dijkversterking een nieuw bestemmingsplan op te stellen.

4

Toelichting (ontwerp)

bestemmingsplan Dijkversterking Wolferen-Sprok

Afbeelding 1 Projectgebied Wolferen-Sprok

Dijksectie 5 buiten scope dijkversterking Een deel van de Waaldijk is geen onderdeel van deze dijkversterking. Het waterschap verleende in 2018 de gemeente Nijmegen een watervergunning voor het realiseren van een binnenberm in De Stelt-Zuid. Dit deel -dijksectie 5- is niet meer meegenomen in het project dijkversterking Wolferen-Sprok.

Doelstelling De hoofddoelstelling van het project is dat de Waaldijken tussen Wolferen en Sprok voldoen aan de wettelijke normen voor hoogwaterveiligheid. Hiermee zijn de bewoners en waarden achter deze dijken voor langere tijd beschermd tegen hoogwater en overstroming vanuit de Waal. Het dijktraject Wolferen-Sprok moet eind 2024 voldoen aan de norm. Het betrekken van de omgeving en het benutten van meekoppelkansen behoort bij de ambities van het project.

1.2

Voorgeschiedenis en vertrekpunt: voorkeursalternatief

Fasering binnen het HWBP De planvorming voor dijkversterkingen volgt een vanuit het HWBP opgelegde fasering om te komen tot een ontwerp. De eerste drie fasen worden afgesloten met een bestuurlijk besluit. De fasering ziet er voor Wolferen-Sprok als volgt uit: de initiatiefase (2015-2016). In de initiatiefase is de dijkversterking Wolferen-Sprok opgenomen in het programma van het HWBP (in 2015). Daarmee is nut en noodzaak onderbouwd en financiering van de planvorming geborgd. In 2016 is het project uitgebreid met het onderzoek naar de dijkteruglegging Oosterhout; de verkenningsfase (2017-2018). In deze fase onderzocht het waterschap, deels met de provincie,

Toelichting (ontwerp)

5

bestemmingsplan Dijkversterking Wolferen-Sprok verschillende oplossingen voor het hoogwaterveiligheidsprobleem. De verkenning heeft als doel een voorkeursalternatief vast te stellen. Het waterschap besloot in maart 2019 over het voorkeursalternatief; de planuitwerkingsfase (2019-2020). In de planuitwerking werkt het waterschap het voorkeursalternatief uit tot het detailniveau dat nodig is voor de besluitvorming van provincie en gemeenten over het plan (projectplan Waterwet, bestemmingsplannen) en de vergunningen. Ook moet deze fase leiden tot financiering van de realisatiefase vanuit het HWBP. De planuitwerkingsfase eindigt met het nemen van deze besluiten; de realisatiefase (2021-2024). In de realisatiefase voert het waterschap de dijkversterkingsmaatregelen uit. Wanneer de realisatiefase is afgerond, voldoet de dijk weer aan de norm voor hoogwaterveiligheid . Deze fase wordt afgesloten met oplevering van de versterkte dijk en overdracht aan de beheersorganisatie van het waterschap. Integrale verkenning dijkversterking en dijkteruglegging In 2017-2018 onderzocht het waterschap, in samenwerking met de provincie Gelderland, in een integrale verkenning of een dijkversterking of een dijkversterking met dijkteruglegging bij Oosterhout (ter hoogte van Altena op afbeelding 1) de voorkeur had.

Het milieueffectrapport van de verkenning (MER deel 1) laat zien dat dijkteruglegging bij Oosterhout in principe vanuit de milieueffecten haalbaar is en kansen voor gebiedsontwikkeling biedt.

Verkenning dijkteruglegging losgeknipt De bestuurlijke besluitvorming over dijkteruglegging is afhankelijk van het nationale programma Integraal Rivier Management. Voor een dergelijk plan is veel tijd nodig om tot een goed gedragen en financierbaar plan te komen. Dat de dijkversterking hierop moet wachten leidt tot onacceptabele vertraging voor de hoogwaterveiligheid. Daarom besloten waterschap en provincie in juni 2018 de verkenning van de dijkversterking los te knippen van de verkenning voor de dijkteruglegging.

Voorkeursalternatief: versterking in grond met pipingmaatregel Op 12 maart 2019 stelde het dagelijks bestuur van het waterschap Rivierenland het voorkeursalternatief voor dijkversterking Wolferen-Sprok vast. Het voorkeursalternatief bestaat in de basis uit het versterken van de huidige dijk in grond (zoals verhogen en aanbermen) met een verticale maatregel tegen piping. Op enkele delen is een andere oplossing gekozen. Daarnaast benoemt het voorkeursalternatief locaties waar maatwerk of optimalisatie van het voorkeursalternatief nodig is. Het voorkeursalternatief uit de verkenning is het uitgangspunt voor de planuitwerking en daarmee ook voor dit rapport.

1.3

Andere procedures

Projectplan Waterwet Artikel 5.4 van de Waterwet bepaalt dat de aanleg of wijziging van een waterstaatswerk door of vanwege de beheerder geschiedt overeenkomstig een daartoe door de beheerder vast te stellen projectplan. De dijkversterking tussen Wolferen en Sprok valt onder het projectplan Waterwet dat door waterschap Rivierenland wordt opgesteld. In dit projectplan is de uitvoering van de dijkversterking met de daarbij behorende effecten en mitigerende maatregelen beschreven. Aangezien sprake is van een primaire waterkering, worden de andere (hoofd)besluiten ten behoeve van het projectplan gecoördineerd door gedeputeerde staten van de provincie Gelderland. Dit zijn de vergunningen en het nieuwe bestemmingsplan die noodzakelijk zijn voor de dijkversterking. In het kader van laatstgenoemde is de voorliggende toelichting opgesteld.

Milieueffectrapportage

6

Toelichting (ontwerp)

bestemmingsplan Dijkversterking Wolferen-Sprok

Een dijkversterking is een activiteit waarvoor het bevoegd gezag van het bijbehorende besluit beoordeeld of een milieueffectrapportage (MER) nodig is. Omdat op voorhand duidelijk was dat mogelijke nadelige milieueffecten niet uitgesloten zijn heeft het waterschap besloten direct een procedure voor een MER uit te voeren. Dit vanwege de ligging naast Natura 2000-gebied en nabijheid van verschillende woongebieden. Bovendien ziet het waterschap voordelen van het toepassen van de MER-procedure door het betrekken van de omgeving. Een MER staat niet op zichzelf, het is onderdeel van een formeel juridisch besluit. Het doel van het opstellen van een MER is om het milieubelang volwaardig mee te laten wegen bij de voorbereiding en vaststelling van plannen en besluiten. Het besluit waarvoor het MER in eerste instantie is opgesteld, is de goedkeuring van het projectplan Waterwet door de gedeputeerde staten van de provincie. Tevens heeft het MER met bijbehorende onderzoeken als input gediend voor de onderbouwing van dit bestemmingsplan. De stappen die zijn genomen in het MER worden toegelicht in paragraaf 4.1.

1.4

Leeswijzer

In hoofdstuk 2 wordt, in aanvulling op de algemene inleiding van de dijkversterking, een planbeschrijving gegeven van de maatregelen binnen het plangebied van dit bestemmingsplan. Daarnaast wordt in hoofdstuk 2 de planologische inpassing van de dijkversterking beschreven. Hoofdstuk 3 beschrijft het relevante ruimtelijke beleid met betrekking tot dit bestemmingsplan. Vervolgens brengt hoofdstuk 4 de effecten op de leefomgeving van het plan in beeld door middel van de bespreking van diverse omgevingsaspecten. Hoofdstuk 5 gaat in op de juridische planbeschrijving en hoofdstuk 6 beschrijft de maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan en de handhaafbaarheid hiervan. Hoofdstuk 7 beschrijft de procedure die dit bestemmingsplan heeft doorlopen.

Toelichting (ontwerp)

7

bestemmingsplan Dijkversterking Wolferen-Sprok

Hoofdstuk 2 2.1

Planbeschrijving

Ontwerpproces

De insteek van de verkenningsfase was het trechteringsproces: van veel bouwstenen en oplossingsrichtingen naar een beperkt aantal alternatieven en vervolgens naar één voorkeursalternatief. Het ontwerpproces verliep van grof naar fijn. In de verkenning zijn dus veelal 'conservatieve' aannames gedaan voor de dimensies van de alternatieven. Deze verkenningsfase vond plaats van juli 2017 tot januari 2018.

2.1.1

Alternatieven

Het ontwerp- en participatieproces in het eerste deel van de verkenning leidde tot drie alternatieven voor dijkversterking. Tabel 1 geeft de gehanteerde dimensies. N.B. De namen van de alternatieven zijn gebaseerd op het grootste onderscheid: hoe de stabiliteit wordt opgelost, in grond of met een constructie.

Alternatief Naam

Kenmerk

Buitendijks

Kruin

Binnendijks

1

versterken in grond

grootste ruimtebeslag

stabiliteitsberm circa 10 m, verbreding hoogte (maximaal 6 m)

in grond stabiliteitsberm circa (maximaal 1 10-50 m, verbreding m hoger) hoogte (maximaal 6 m), pipingmaatregel

2

binnendijkse constructie

binnendijks ruimtebeslag geoptimaliseerd

stabiliteitsberm circa 10 m, verbreding hoogte (maximaal 6 m)

in grond stabiliteits- en (maximaal 1 pipingconstructie m hoger)

3

binnen- en buitendijkse constructie

binnen- en buitendijks ruimtebeslag geoptimaliseerd

stabiliteits- en pipingconstructie, verbreding hoogte (maximaal 3 m)

in grond stabiliteits- en (maximaal 1 pipingconstructie, m hoger) verbreding hoogte (maximaal 3 m)

Tabel 1 Overzichtstabel kenmerken alternatieven

Op basis van doelmatigheid, kosten, milieu en omgeving nam het bestuur van het waterschap in maart 2019 een besluit over het voorkeursalternatief. Het voorkeursalternatief uit de verkenning bestaat uit een keuze voor het basisprofiel grondoplossing met pipingmaatregel en op ruim 50 locaties aanvullende maatregelen en maatwerklocaties.

2.1.2

Voorkeursalternatief

Het waterschap geeft de voorkeur vanuit beheer en robuustheid voor versterking in grond, zowel op dit dijktraject als op de naburige dijktrajecten. Hierbij heeft het waterschap (in lijn met eerder beleid) de voorkeur voor een zoveel mogelijk binnendijkse versterking met het behoud van de huidige kruinlijn. Vanwege het grote ruimtebeslag en daardoor de grote effecten van pipingbermen is in het voorkeursalternatief rekening gehouden met een verticale maatregel tegen piping. Het voorgestelde voorkeursalternatief volgt in grote lijnen de ontwerpprincipes van alternatief 1, de grondoplossing met pipingmaatregel. Tabel 2 geeft de principes voor buitendijks, de kruin en binnendijks aan. De schuifruimte die binnen alternatief 1 mogelijk was, wordt in het voorkeursalternatief zoveel mogelijk binnendijks opgevuld (zie afbeelding 2).

8

Toelichting (ontwerp)

bestemmingsplan Dijkversterking Wolferen-Sprok

Buitendijkse verhoging in Natura 2000-gebied is niet wenselijk als er binnendijks een mogelijkheid is om de benodigde breedte voor de verhoging uit te voeren. Op grote delen van de dijkversterking wordt dus de dijkversterking binnendijks uitgevoerd, waardoor er minder ruimtebeslag is op buitendijks Natura 2000-gebied. Bij binnendijkse dijkversterking is er bovendien minder opstuwing op de as van de rivier bij maatgevend hoogwater. Deze twee uitvoeringsaspecten leiden tot een betere vergunbaarheid voor de dijkversterking.

Buitendijks

Kruin

Binnendijks

stabiliteitsberm (maximaal circa 10 m breed)

in grond stabiliteitsberm (maximaal circa 10-50 m (maximaal circa 1 m hoog) breed), verbreding hoogte (maximaal circa 6 m breed), pipingmaatregel

Tabel 2 k enmerken basisontwerp voorkeursalternatief

Afbeelding 2 Basisprincipeprofiel voorkeursalternatief

Afwijkende locaties Op bijna 50 locaties langs de dijk is sprake van een conflict met het voorkeursalternatief, versterken in grond met pipingconstructie. Hier staan panden, monumenten, houtopstanden, bomen en zijn kolken en watergangen aanwezig. Op deze 'afwijkende locaties' is bekeken of de grondoplossing geoptimaliseerd kan worden, of hier beter voor alternatief 2 of 3 gekozen kan worden, of dat een andere maatwerkoplossing mogelijk is. Door op de afwijkende locaties te kiezen voor genoemde oplossingen zijn de effecten voor gebouwen (inclusief gebouwde monumenten) beter dan bij alternatieven met over de volledige lengte van het dijktraject een constructie. Ook is op de meeste locaties het probleem met de cultuurhistorisch waardevolle kolken opgelost of is een inpassingsopgave vastgelegd bij een maatwerklocatie die in de planuitwerkingsfase uitgewerkt moet worden.

Natura 2000 Het voorgestelde voorkeursalternatief kende door het grote ruimtebeslag van de berm buitendijks een blijvend effect op natura 2000. Aan het einde van de verkenning had het waterschap de verwachting dat door betere informatie over de ondergrond te verkrijgen en gedetailleerdere berekeningen uit te voeren de buitendijks opgave veelal verminderd kon worden. Dit was een duidelijke opgave voor de planuitwerking. Mocht er dan alsnog sprake zijn van significante negatieve effecten door het ruimtebeslag, dan kon alsnog als mitigerende maatregel een constructie of andere innovatieve techniek worden overwogen.

Toelichting (ontwerp)

9

bestemmingsplan Dijkversterking Wolferen-Sprok

Afbeelding 3 Overzichtskaart voorkeursalternatief aan het einde van de verkenning

2.1.3

Ontwerp

Het uiteindelijke ontwerp voor de dijkversterking is een verfijning van het in de verkenning vastgestelde voorkeursalternatief. Ook voor het ontwerp bij de afwijkende locaties is het voorkeursalternatief in de planuitwerking voor deze locaties opnieuw beschouwd. Vaak is daarbij, voor behoud van ruimtelijke kwaliteit, een groter gebied betrokken. Ook is op enkele locaties een afwijkende oplossing toegepast in plaats van een grondoplossing. Het basisprofiel van het uiteindelijke ontwerp heeft de volgende ruimtelijke kenmerken: de 'hoofdvorm van de dijk': de dijkkruin is in principe 7 m breed met aan weerszijden taluds met een helling van 1:3 of 1:3,5 Het talud loopt ononderbroken door tot aan de teen. Het 1:3-talud is het gewenste talud. Vanuit technische noodzaak kan het talud licht worden verflauwd, waarbij deverflauwing bij voorkeur onder in het talud plaatsvindt. binnendijks: 1. de berm is relatief laag. Uitgangspunt is dat deze bij het insteekpunt (Het punt waar de berm het talud van de hoofdvorm van de dijk raakt) 3,5 m onder de kruin ligt; 2. vanaf het insteekpunt ligt een vlakke beheerstrook op de berm. Deze is 5 meter breed. De 10

Toelichting (ontwerp)

bestemmingsplan Dijkversterking Wolferen-Sprok beheerstrook wordt gemarkeerd met een raster (hekwerk). De beheerstrook is in eigendom van het waterschap; 3. de pipingconstructie ligt, waar benodigd, in de beheerstrook; 4. de berm is flauw aflopend. Dit is nodig voor behoud van het Waaldijkprofiel en om medegebruik van de berm mogelijk te maken. Een deel van de berm heeft geen functie voor hoogwaterveiligheid; 5. (particulier) landgebruik loopt ononderbroken door vanuit de aangrenzende percelen tot aan het raster en de beheerstrook. De bovenste laag van de berm bestaat waar nodig uit teelaarde van 0,5 m diep. Dit is bij landgebruik als tuin, boomgaard, of wei voor groot vee nodig. Het waterschap vestigt zakelijk recht op de bermen die in particulier eigendom zijn. Paragraaf 4.4 gaat hier verder op in; 6. als terugvaloptie, bij beperkte ruimte voor de berm, is deze zo laag mogelijk en minder breed; 7. De berm is mogelijk in eigendom van het waterschap; 8. als er geen sprake is van een berm, maar van een bijzondere locatie met binnendijkse constructie, dan is in eerste instantie wel een beheerstrook van 4 meter breed voorzien. De maten voor de stroken volgen uit het beleid van het waterschap. buitendijks wordt een beheerstrook mogelijk gemaakt van 4 meter breed met een aansluitend raster. De beheerstrook is in eigendom van het waterschap.

Afbeelding 4 Basisprofiel (grondoplossing met pipingconstructie en flauwaflopende berm) in het open gebied met een aantal (indicatieve) maten

Meekoppelkansen Bij een dijkversterking staat de waterveiligheidsopgave en inpassingsopgave centraal, maar mogelijk kunnen er ook meekoppelkansen gevonden worden. Het waterschap weegt af welke meekoppelkansen worden meegenomen in de veiligheidsopgave en of dit een meerwaarde geeft. Het waterschap definieert een meekoppelkans als volgt: 'bij meekoppelen gaat het om het meenemen van aanvullende doelstellingen van partners in de regio niet-zijnde waterveiligheid óf het meenemen van een waterveiligheidsdoelstelling van een project van een partner in de regio'. De uiteindelijke keuze voor een meekoppelkans volgt uit een inschatting over de financiering, vergunbaarheid, planning, uitvoerbaarheid, draagvlak in omgeving en draagvlak van bestuurders. De meekoppelkansen die zijn onderzocht zijn te vinden in het MER (Bijlage 1), er is hierbij gezocht naar projecten met maatschappelijke meerwaarde, waarbij ruimte wordt geboden aan derden. Als een meekoppelkans tot meerwaarde leidt zijn de maatregelen meegenomen in het ontwerp voor realisatie. Onder andere de volgende meekoppelkansen zijn meegenomen in het ontwerp of beheerplan: Gastvrije Waaldijk - weginrichting In het ontwerp is rekening gehouden met de weginrichting van de Gastvrije Waaldijk. De principes van Gastvrije Waaldijk geven richting aan de verbetering van de ruimtelijke kwaliteit van weg en kruin.

Dit is uitgewerkt in het Masterplan Gastvrije Waaldijk (GVW). Dit geeft een Waaldijk met een gastvrij karakter, waar de fiets de hoofdgebruiker is en de auto te gast. Het ontwerp maakt het ruimtebeslag dat nodig is voor het wegontwerp mogelijk. Dijkzone Nijmegen - woningbouw In de Dijkzone bij Nijmegen rekening gehouden met de woningbouw. Het waterschap heeft een Toelichting (ontwerp)

11

bestemmingsplan Dijkversterking Wolferen-Sprok realisatieovereenkomst met de gemeente Nijmegen gesloten en het ontwerp sluit hierop aan. Voetgangersdijkopgang Bij Loenen wordt een voetgangersdijkopgang mogelijk gemaakt. Een aanpassing van het bestemmingsplan is hiervoor niet nodig omdat deze voetgangersdijkopgang in het vigerende bestemmingsplan al mogelijk is binnen de daar geldende bestemmingen. Bloemrijk e dijken In het beheer wordt toegewerkt naar bloemrijke dijken.

2.1.4

Planning

De werkzaamheden aan de dijk vinden plaats van 2021 tot en met 2024. Naar verwachting is de hoogwaterveiligheid in het najaar van 2023 op orde. In 2024 worden nog werkzaamheden uitgevoerd zoals het aanbrengen van asfalt, plaatsen van borden en dergelijke. Eind 2024 moeten de werkzaamheden zijn afgerond. De werkzaamheden moeten na de start van de planuitwerking binnen 4 jaar zijn afgrond, dit is een harde randvoorwaarden vanuit subsidieverlening van HWBP.

2.2

Planologische inpassing dijkversterking Neder-Betuwe

2.2.1

Overzicht ontwerp Neder-Betuwe

Van de gehele dijkversterking Wolferen-Sprok ligt ongeveer 150 m in de gemeente Neder-Betuwe. Het betreft hier het westelijke deel van dijksectie 17. Het overige deel van dijksectie 17 ligt in de gemeente Overbetuwe. Op het grondgebied van gemeente Neder-Betuwe bevindt zich binnen dijksectie 17 een maatwerklocatie waar de standaardoplossing in grond niet haalbaar is. Het betreft hier het behoud van het woonhuis en tevens rijksmonument aan de Waalbandijk 131. Het ontwerp voor deze locatie is een binnenwaartse versterking in grond ten behoeve van de stabiliteit met een binnendijkse pipingmaatregel. Er is echter geconcludeerd dat er onvoldoende ruimte is voor een binnenwaartse stabiliteitsberm, zonder het woonhuis te moeten verplaatsen. Om toch een binnenwaartse stabiliteitsberm te realiseren wordt de as van de huidige dijk verschoven om constructieve elementen te vermijden of om deze constructieve elementen lichter uit te kunnen voeren. Hierdoor zijn de eisen ten aanzien van stabiliteit minder hoog en kan volstaan worden met een reguliere constructie (damwand). De hoogteopgave wordt hierdoor lokaal groter, namelijk maximaal 0,97 m. Om dit op te vangen en in te passen, verschuift de as van de dijk circa 2 á 3 m rivierwaarts.

12

Toelichting (ontwerp)

bestemmingsplan Dijkversterking Wolferen-Sprok

Afbeelding 5 Ruimtebeslag dijkversterking inclusief asverlegging en aanleg damwanden (Waalbandijk 131)

2.2.2

Planologische inpassing Neder-Betuwe

Afbeelding 5 geeft het hierboven beschreven ontwerp in de gemeente Neder-Betuwe weer. Dit ontwerp is over de vigerende bestemmingsplannen gelegd en vervolgens getoetst of: 1. de dijkmaatregelen strijdig zijn met bepalingen uit de vigerende bestemmingsplannen of beheersverordeningen; 2. de dijk na de dijkverbetering voldoende planologische bescherming heeft op basis van de vigerende bestemmingsplannen. De as-verschuiving en de toename van het ruimtebeslag van de dijk ligt binnen de volgende vigerende bestemmingsplanen: 'Buitengebied Dodewaard en Echteld' (NL.IMRO.1740.bpBGplattelandA-vst1), vastgesteld op 31 maart 2013; 'Plattelandswoningen' (NL.IMRO.1740.bpBGplattelandA-vst1), vastgesteld op 31 oktober 2013); 'VAB-beleid' (NL.IMRO.1740.bpBGvabbeleid-vst1), vastgesteld op 9 maart 2017; 'Parapluregeling Parkeren' (NL.IMRO.1740.bpNBparkeren-vst1), vastgesteld op 26 april 2018; 'Parapluplan Archeologie' (NL.IMRO.1740.bpNBarcheologie-vst1), vastgesteld op 27 september 2018 van toepassing. De bestemmingsplannen plattelandswoningen (2013), VAB-beleid (2017) en Parapluregeling Parkeren

Toelichting (ontwerp)

13

bestemmingsplan Dijkversterking Wolferen-Sprok (2018) zijn voor de dijkversterking niet van toepassing. Deze bestemmingsplannen betreffen achtereenvolgens het gebruik van plattelandswoningen, vrijkomende agrarische bedrijfsbebouwing (VAB-beleid) en parkeernormen, waarbij bij de versterking van de dijk geen sprake is, of aan voldaan hoeft te worden. De overige twee bestemmingsplannen, 'Buitengebied Dodewaard en Echteld' en 'Parapluplan Archeologie' zijn wel van toepassing en worden hieronder uitgelicht.

Bestemmingsplan 'Buitengebied Dodewaard en Echteld' Op afbeelding 6 is het plangebied weergegeven op de bestemmingsplankaart. Binnen het plangebied gelden de volgende bestemmingen: enkelbestemming Agrarisch met waarden - 1 (artikel 5 bestemmingsplanregels); enkelbestemming Natuur (artikel 22 bestemmingsplanregels); enkelbestemming Water - Waterkering (artikel 29 bestemmingsplanregels); dubbelbestemming Waarde - Archeologie 4 (artikel 37 bestemmingsplanregels); dubbelbestemming Waarde - Cultuurhistorisch waardevol gebied (artikel 40 bestemmingsplanregels); dubbelbestemming Waterstaat - Waterstaatkundige functie (artikel 43 bestemmingsplanregels); gebiedsaanduiding Vrijwaringszone - Dijk (artikel 46 algemene aanduidingsregels).

Afbeelding 6 Uitsnede uit bestemmingsplan Buitengebied Dodewaard en Echteld met aanduiding plangebied (rode cirkel)

Binnen dijksectie 17 zijn geen planologische strijdigheden. Binnen de hierboven genoemde enkelbestemmingen is een dijk en de versterking van de dijk mogelijk. De as-verschuiving van de dijk en de bestaande weg blijft binnen de enkelbestemming Water - Waterkering waarin verkeerswegen zijn toegestaan.

14

Toelichting (ontwerp)

bestemmingsplan Dijkversterking Wolferen-Sprok

Wel is voor een deel van de nieuwe dijk de planologische bescherming onvoldoende. De dubbelbestemming Waterstaat - Waterstaatkundige functie en de gebiedsaanduiding Vrijwaringszone Dijk is op deze plaats onvoldoende groot of niet aanwezig. De dubbelbestemming en de gebiedsaanduiding dienen tot aan de gemeentegrens en aan de noordkant van het plangebied uitgebreid te worden. Dit bestemmingsplan voorziet in de uitbreiding van de dubbelbestemming en de gebiedsaanduiding.

Bestemmingsplan 'Parapluplan Archeologie' Op afbeelding 7 is het plangebied weergegeven op de bestemmingsplankaart. Binnen het plangebied gelden de volgende bestemmingen: Dubbelbestemming Waarde - Archeologie 2 (artikel 4 bestemmingsplanregels); Dubbelbestemming Waarde - Archeologie 3 (artikel 5 bestemmingsplanregels); De gronden met deze dubbelbestemmingen zijn bestemd voor behoud en bescherming van waardevolle archeologische informatie in de bodem en de dubbelbestemming doelt daarnaast op de bestemmingen van bestemmingsplan buitengebied Dodewaard en Echteld. Zoals eerder beschreven is de dijkversterking niet planologisch strijdig met het bestemmingsplan Buitengebied Dodewaard en Echteld. Ook met het bestemmingsplan 'Parapluplan Archeologie' is de dijk in overeenstemming.

Afbeelding 7 Uitsnede uit bestemmingsplan Parapluplan Archeologie met aanduiding plangebied (rode cirkel)

Toelichting (ontwerp)

15

bestemmingsplan Dijkversterking Wolferen-Sprok

Hoofdstuk 3

Beleidskader

In dit hoofdstuk wordt voor onderhavig plan het relevante ruimtelijk beleid beschreven. Centraal staat de relatie tussen plan en het beleid en wordt getoetst of het plan in overeenstemming is met het geldende beleid.

3.1

Rijksbeleid

3.1.1

Structuurvisie infrastructuur en ruimte

De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) is op 13 maart 2012 in werking getreden. De structuurvisie geeft het integraal kader voor het ruimtelijk en mobiliteitsbeleid op Rijksniveau en is de 'kapstok' voor bestaand en nieuw Rijksbeleid met ruimtelijke gevolgen. In de structuurvisie schetst het kabinet hoe Nederland er in 2040 uit moet zien: concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig. De drie hoofddoelen voor de middellange termijn (2028) zijn: 1. het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijk-economische structuur van Nederland; 2. het verbeteren, in stand houden en ruimtelijk zeker stellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat; 3. het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn. De leidende gedachte in de SVIR is ruimte maken voor groei en beweging. De SVIR is de eerste Rijksnota die de onderwerpen infrastructuur en ruimte integraal behandelt. In de SVIR richt het Rijk zich vooral op decentralisatie. De Rijksoverheid richt zich op nationale belangen, zoals een goed vestigingsklimaat, een degelijk hoofdwegennet en waterveiligheid. Het ruimtelijk beleid en mobiliteitsbeleid worden meer aan provincies en gemeenten overgelaten (decentralisatie).

Bij deze aanpak hanteert het Rijk een filosofie die uitgaat van vertrouwen, heldere verantwoordelijkheden, eenvoudige regels en een selectieve rijks betrokkenheid. Zo ontstaat er ruimte voor maatwerk en ontwikkelingen van burgers en bedrijven.

Toetsing Met dit bestemmingsplan wordt het nationaal belang voor onder andere: ruimte voor waterveiligheid, een duurzame zoetwatervoorziening en kaders voor klimaatbestendige stedelijke (her)ontwikkeling, mogelijk gemaakt. Het Rijk is verantwoordelijk voor het integrale beheer van het hoofdwatersysteem en is, samen met de waterschappen, verantwoordelijk voor de bescherming van Nederland tegen overstromingen. Het is belangrijk dat bij ruimtelijke plannen rekening wordt gehouden met waterhuishoudkundige eisen. Naast preventie als primaire pijler bij de bescherming tegen overstromingen, is het waterveiligheidsbeleid ook gericht op het beperken van de gevolgen van een overstroming door keuzes in de ruimtelijke planning en het op orde krijgen en houden van de rampenbeheersing (meerlaagse veiligheid). De voorgenomen maatregelen voor de versterking van de dijk tussen Wolferen en Sprok dragen primair bij aan waterveiligheid en de bescherming van Nederland tegen overstromingen.

Conclusie Het bestemmingsplan maakt de noodzakelijk gebleken dijkversterking mogelijk en past daarmee in het landelijke beleid zoals geformuleerd in de SVIR.

16

Toelichting (ontwerp)

bestemmingsplan Dijkversterking Wolferen-Sprok

3.1.2

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening

Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) regelt de juridische implementatie van de kaderstellende uitspraken uit de SVIR ten aanzien van de dertien daarin genoemde nationale belangen. Door de nationale belangen vooraf in ruimtelijke plannen (zoals een bestemmingsplan) te borgen, draagt het Barro bij aan de versnelling van de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen en vermindering van de bestuurlijke drukte. In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte is vastgesteld dat voor een beperkt aantal onderwerpen de bevoegdheid om algemene regels te stellen wordt ingezet. In artikel 2.3.4 van het Barro staan de algemene regels inhoudend de primaire waterkeringen met inbegrip van de beschermingszones. Dit artikel bepaalt dat met betrekking tot gronden waarop een primaire waterkering ligt of die de functie van primaire waterkering of beschermingszones hebben, een bestemmingsplan kan worden vastgesteld dat een wijziging inhoudt ten opzichte van het daaraan voorafgaande bestemmingsplan. Deze wijziging kan alleen worden verwezenlijkt wanneer daardoor geen belemmeringen ontstaan voor: a. de instandhouding of versterking van het zandige deel van het kustfundament, of b. het onderhoud, de veiligheid of mogelijkheden voor versterking van de primaire waterkering.

Tevens bepaalt het Barro de manier waarop een dijk bestemd dient te worden in een bestemmingsplan: een bestemmingsplan geeft de bestemming «waterkering» aan gronden waarop een primaire waterkering ligt of die de functie van primaire waterkering hebben (artikel 2.3.3 lid 1 Barro); bij de eerstvolgende herziening van een bestemmingsplan dat betrekking heeft op gronden waarop een primaire waterkering ligt of die de functie van primaire waterkering hebben, wordt voor die gronden de bestemming «waterkering» opgenomen (artikel 2.11.2 lid 1 van het Barro); een bestemmingsplan dat betrekking heeft op gronden die deel uitmaken van een beschermingszone van de dijk duidt die gronden aan met de gebiedsaanduiding «vrijwaringszone – dijk» (art. 3.2.2 lid 2 Barro); bij de eerstvolgende herziening van een bestemmingsplan dat betrekking heeft op gronden die deel uitmaken van een beschermingszone wordt voor die gronden de gebiedsaanduiding «vrijwaringszone – dijk» opgenomen (artikel 2.11.2 lid 2 Barro). Toetsing De voorgenomen maatregelen voor de versterking van de dijk tussen Wolferen en Sprok dragen primair bij aan het onderhoud, de veiligheid en versterking van de primaire waterkering. De voorgeschreven manier van bestemmen uit het Barro is toegepast in dit bestemmingsplan.

Conclusie Het bestemmingsplan maakt de noodzakelijk gebleken dijkversterking mogelijk en voldoet in dat opzicht aan het Barro.

3.1.3

Deltaprogramma 2019

Nederland is een delta: een laaggelegen land met veel water. Deze ligging maakt Nederland kwetsbaar voor overstromingen. In het Deltaprogramma staan de plannen om Nederland te beschermen tegen overstromingen, een tekort aan zoetwater of de gevolgen van extreem weer. Het Deltaprogramma is een nationaal programma. Rijksoverheid, provincies, waterschappen en gemeenten werken erin samen. Ook maatschappelijke organisaties, bedrijfsleven en organisaties met veel kennis over water zijn erbij betrokken. De afspraken over het Deltaprogramma staan in de Deltawet waterveiligheid en zoetwatervoorziening. Elk jaar op Prinsjesdag krijgt het parlement het nieuwe Deltaprogramma. Het doel van het Deltaprogramma is: Nederland nu en in de toekomst beschermen tegen overstromingen; zorgen voor voldoende zoetwater; de inrichting van het land klimaatbestendig maken.

Toelichting (ontwerp)

17

bestemmingsplan Dijkversterking Wolferen-Sprok

Toetsing Na de watersnoodramp van 1953 heeft de overheid maatregelen genomen om Nederland beter te beschermen tegen overstromingen, door onder andere afspraken te maken over de hoogte van de dijken en de kust. Het meest recente voorbeeld hiervan zijn de nieuwe waterveiligheidsnormen voor waterkeringen die met de wetswijziging op 1 januari 2017 zijn vastgelegd in de Waterwet. Het relevante doel van het Deltaprogramma voor de ontwikkelingen die met dit bestemmingsplan mogelijk worden gemaakt is de bescherming van Nederland tegen overstromingen. De dijkversterking Wolferen-Sprok is op basis van de nieuwe waterveiligheidsnormen in voorbereiding.

Conclusie Het bestemmingsplan maakt de noodzakelijk gebleken dijkversterking mogelijk en voldoet in dat opzicht aan het Deltaprogramma 2019.

3.1.4

Nationaal Waterplan 2016-2021

Het 2e Nationaal Waterplan (NWP) beschrijft de hoofdlijnen, principes en richting van het nationale waterbeleid in de periode 2016-2021, met een vooruitblik richting 2050. Het Nationaal Waterplan 2016-2021 is de opvolger van het Nationaal Waterplan 2009-2015 en vervangt dit plan én de partiële herzieningen hiervan (Wind op Zee buiten 12 nautische mijl en verankering rijksbeleid Deltabeslissingen). Het Rijk is in Nederland verantwoordelijk voor het hoofdwatersysteem. In het Nationaal Waterplan legt het Rijk onder meer de strategische doelen voor het waterbeheer vast. Het Nationaal Waterplan vormt het kader voor de regionale waterplannen en de beheerplannen. Er is geen formele hiërarchie tussen deze plannen, maar op grond van de algemene beginselen van behoorlijk bestuur (zoals het zorgvuldigheidsbeginsel en het motiveringsbeginsel) kan bij het vaststellen van een regionaal waterplan of een beheerplan niet zo maar worden afgeweken van het Nationaal Waterplan. Wat de belangrijkste punten zijn, staat omschreven in het 2e lid van artikel 4.1 Waterwet. Ook de stroomgebiedbeheerplannen, de overstromingsbeheerplannen, het Noordzeebeleid alsook de functies van de Rijkswateren maken onderdeel uit van het Nationaal waterplan.

Het plan is voor de ruimtelijke aspecten ook een structuurvisie, als bedoeld in artikel 2.3, tweede lid, van de Wet ruimtelijke ordening (artikel 4.1, 1e lid Waterwet). In het Nationaal Waterplan 2016-2021 staan: hoofdlijnen van het nationaal waterbeleid; gewenste ontwikkelingen, de werking en de bescherming van de watersystemen in Nederland; benodigde maatregelen en ontwikkelingen; beheerplannen voor de stroomgebieden; beheerplannen voor de gebieden met overstromingsrisico; Mariene Strategie; Beleidsnota Noordzee; functies van de Rijkswateren. Toetsing Voor het waterveiligheidsbeleid zijn door het kabinet doelen geformuleerd in het NWP: 1. iedereen die in Nederland achter de dijk woont wordt een beschermingsniveau van 1/100.000 per jaar geboden; 2. er geldt extra bescherming op plaatsen waar kans is op: grote groepen slachtoffers, en/of grote economische schade en/of ernstige schade door uitval van vitale en kwetsbare infrastructuur van nationaal belang. Deze doelen zijn omgerekend naar normspecificaties voor de waterkeringen. Uit het NWP blijkt dat voor het dijktraject Wolferen-Sprok een normspecificatie van 1/30.000 per jaar geldt. De dijkversterking

18

Toelichting (ontwerp)

bestemmingsplan Dijkversterking Wolferen-Sprok Wolferen-Sprok draagt daarmee bij aan de doelstelling geformuleerd in het NWP. Voor de rivieren berust het waterveiligheidsbeleid op twee pijlers, namelijk: rivierverruiming en dijkversterking. Onderstaande afbeelding geeft de dijkversterking voor het traject Wolferen-Sprok weer. Tevens geeft dit de Barro-reservering (groen en aangeduid met rode pijl) weer ter hoogte van Wolferen.

Afbeelding 8 Uitsnede waterveiligheidskaart

Conclusie De dijkversterking Wolferen-Sprok draagt bij aan de doelen die zijn geformuleerd in het NWP en voldoet daarmee aan het NWP.

3.1.5

Omgevingswet

Naar verwachting treedt de Omgevingswet (Ow) op 1 januari 2022 in werking. De Omgevingswet (Ow) betreft een wet die een verregaande vereenvoudiging van het stelsel van wetgeving voor de ontwikkeling en het beheer van de leefomgeving (omgevingsrecht) beoogt, door tientallen op dit moment vigerende wetten en honderden regels te bundelen in één nieuwe wet. De wet betekent een aanzienlijke inhoudelijke reductie van regels op het terrein van water, lucht, bodem, natuur, infrastructuur, gebouwen en cultureel erfgoed. Het overgangsrecht in de Invoeringswet Omgevingswet (IOw) en het Invoeringsbesluit Omgevingswet regelt de verhouding tussen nieuwe en bestaande regelgeving. De IOw en de Ow bevat tevens het overgangsrecht voor de kerninstrumenten van de Ow: de Omgevingsvisie, programma's, het omgevingsplan, de omgevingsverordening en waterschapsverordening, algemene rijksregels, de omgevingsvergunning, het projectbesluit en instructieregels. De uitwerking van het overgangsrecht kan overigens nog wijzigen in aanloop richting inwerkingtreding.

Dit bestemmingsplan in relatie tot de Omgevingswet Op het moment van inwerkingtreding van de Ow, gaat dit bestemmingsplan op in het omgevingsplan van de gemeente, mits de officiële procedure (terinzagelegging) van het ontwerpbestemmingsplan voor inwerkingtreding van de Ow is gestart. Opname in het omgevingsplan gebeurt direct bij de inwerkingtreding van de Ow, of, als het bestemmingsplan nog in procedure is, op het moment dat het onherroepelijk is geworden.

Conclusie Dit bestemmingsplan gaat ter inzage voor de invoering van de Ow. Dat betekent dat de huidige

Toelichting (ontwerp)

19

bestemmingsplan Dijkversterking Wolferen-Sprok wetgeving geldt voor dit bestemmingsplan. Op het moment dat de Ow in werking treedt zal dit bestemmingsplan opgaan in het omgevingsplan van de gemeente Nijmegen.

3.2

Provinciaal beleid

3.2.1

Omgevingsvisie Gaaf Gelderland

De Omgevingsvisie Gaaf Gelderland, vastgesteld door provinciale staten van Gelderland op 19 december 2018, is in werking getreden op 1 maart 2019. De Omgevingsvisie beschrijft de lange termijn ambities en beleidsdoelen voor de fysiek leefomgeving. De provincie richt zich in de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland op een duurzaam, verbonden en economisch krachtig Gelderland. Met hulp van zeven onderwerpen wordt hier richting aan gegeven: 1. 2. 3. 4. 5.

energietransitie: in 2050 is Gelderland klimaatneutraal; klimaatadaptie: in 2050 is Gelderland klimaatbestendig; circulaire economie: Gelderland wil de eerste afvalloze provincie van Nederland zijn; biodiversiteit: in 2050 gaat het goed met de biodiversiteit van Gelderland; bereikbaarheid: in 2050 is de groei van de mobiliteit op een slimme en duurzame manier opgevangen en verplaatsen mensen in Gelderland zich veilig, snel, betaalbaar en klimaatneutraal; 6. economisch vestigingsklimaat: in 2050 haalt Gelderland maximaal profijt uit de unieke combinatie van stedelijke en groene kwaliteiten en zijn alle werklocaties in Gelderland ingericht; 7. woon- en leefklimaat: woningen in Gelderland zijn in 2050 klimaatneutraal en passend bij de behoefte. Daarnaast zijn er een vijftal wettelijk verplichte planfiguren voor het provinciaal beleid voor de leefomgeving. Dit zijn de volgende planfiguren: 1. 2. 3. 4. 5.

ruimtelijk beleid; waterbeleid; verkeers- en vervoersbeleid; milieubeleid; natuur- en landschapsbeleid.

Ruimtelijk beleid Het provinciaal belang ligt in het vergroten van de ruimtelijke kwaliteit. De klimaatbestendigheid wordt vergroot, de mogelijkheden om zonne- en windenergie op te wekken zijn in kaart gebracht en de natuuren landschappelijke kwaliteit blijft behouden. De provincie zet zich in voor vitale steden en dorpen en voor een duurzame verstedelijking, gericht op versterking van de stedelijke netwerken, gecombineerd met aandacht voor de vitaliteit van kleine kernen en dorpen. De kwalitatieve regionale opgave voor wonen is van provinciaal belang, net als het belang dat bij locaties met een bovenlokaal ontwikkelpotentieel die potenties benut worden. Het beleid voorziet in provinciale kaders voor het terugdringen van leegstand en overcapaciteit in gemeentelijke plannen en voor zorgvuldige locatie-afwegingen op regionaal niveau, waarbij de ladder voor duurzame verstedelijking wordt ingezet.

Waterbeleid De hoofdzaken van het provinciaal beleid voor water zijn gericht op een veerkrachtig en duurzaam wateren bodemsysteem. Dit systeem bestaat uit bodem en ondergrond, grondwater en oppervlaktewater. De provincie onderschrijft de ambitie van de Europese Kaderrichtlijn Water, dat uiterlijk in 2027 het gronden oppervlaktewater in Europa schoon en ecologisch gezond moet zijn en dat er voldoende water is voor duurzaam gebruik. De beschermde gebieden voor grondwater, waterberging, de Kaderrichtlijn Water en Natura 2000 zijn leidend bij de uitwerking van dit beleid in programma's of in kaders in de verordening.

Verkeers- en vervoersbeleid

20

Toelichting (ontwerp)

bestemmingsplan Dijkversterking Wolferen-Sprok

De provincie streeft naar een veilige, betrouwbare en duurzame mobiliteit, als hoofdzaak van het verkeers- en vervoersbeleid. Hierbij wordt rekening gehouden met de kwaliteit van de leefomgeving, de doorstroming binnen elk netwerk en verkeersveiligheid.

Milieubeleid Een gezonde en veilige leefomgeving is de hoofdzaak van het milieubeleid. Dit vraagt om provinciaal beleid dat zorgt voor goede milieukwaliteit en veilige ruimtelijke keuzes. Gezondheidsschade, onacceptabele risico's en onaanvaardbare geur- en geluidhinder moeten worden voorkomen. Er moet worden voldaan aan milieukwaliteitseisen. Spoedeisende bodemverontreiniging wordt gesaneerd. Ook is het van belang om op toekomstige ontwikkelingen te anticiperen, met name vanwege de energietransitie en klimaatverandering. De provincie streeft naar een op gezondheid gerichte benadering van de kwaliteit van de leefomgeving en het milieu.

Natuur- en landschapsbeleid De provincie spant zich in voor een compact en hoogwaardig stelsel van onderling verbonden natuurgebieden en behoud en versterking van de kwaliteit van het landschap. Het Gelders Natuurnetwerk (GNN) en de Groene Ontwikkelingszone (GO) worden beschermd tegen aantasting van de kernkwaliteiten: dat zijn de natuurwaarden, de potentiële waarden en de omgevingscondities. Het GNN is een samenhangend netwerk van bestaande en te ontwikkelen natuur van internationaal, nationaal en provinciaal belang. Het uitgangspunt is dat in het GNN geen nieuwe initiatieven plaatsvinden, behalve ontwikkelingen van een groot algemeen of provinciaal belang of waarvoor geen alternatieven bestaan. In de GO is ruimte voor economische ontwikkeling in combinatie met een (substantiële) versterking van de samenhang tussen aangrenzende en inliggende natuurgebieden. De ecologische verbindingszones maken deel uit van de GO, evenals de weidevogelgebieden en de rustgebieden voor winterganzen. De provincie treft maatregelen vanwege de bescherming, de instandhouding of het herstel van biotopen, leefgebieden, een gunstige staat van instandhouding en het Natuurnetwerk Nederland. De provincie beschermt de achttien Natura 2000 gebieden die in het GNN liggen. Verder richt het beleid zich op behoud van de basiskwaliteit van landschappen in Gelderland.

Voor de landschappen van bovenregionale waarde geldt een beschermingsregime met kernkwaliteiten en met een juridisch vangnet in de Omgevingsverordening, zodat de provincie in gesprek kan komen indien het provinciaal belang in het geding raakt.

Toetsing Per beleidsthema (behalve verkeer en vervoer) is een themakaart in de Omgevingsvisie beschikbaar. Deze kaarten bevatten aanduidingen die voor dit bestemmingsplan van belang zijn.

Themakaart

Op de kaart staan

Ruimtelijk beleid

de gebieden waar de opwekking van zonne-

Waterbeleid

de regionale functies van beschermingen uit de themakaart Waterbeleid (zoals van oppervlakte-wateren intrekgebieden, grondwaterbeschermingsgebieden of bescherming van oppervlaktewater voor drinkwaterbereiding) is binnen het plangebied van dit bestemmingplan geen sprake.

Toelichting (ontwerp)

Relatie met dit bestemmingsplan

dit bestemmingsplan heeft geen betrekking op met mogelijk maken van de het opwekken van zonne- of windenergie. Toetsing aan deze kaart is daarmee niet van en windenergie mogelijk toepassing. is

21

bestemmingsplan Dijkversterking Wolferen-Sprok

Milieubeleid

de gebieden waar in de gemeente Neder-Betuwe zijn geen gebieden waar milieukwaliteit milieukwaliteit bijzondere bescherming behoeft. De kaart bijzondere bescherming milieubeleid is daarmee niet van toepassing voor dit behoeft bestemmingsplan.

Natuur- en landschapsbeleid

de Natura2000-gebieden en de bijzonder natuurgebieden

het plangebied van dit bestemmingsplan valt voor een groot deel in: Natura 2000-gebieden; Gelders Natuurnetwerk; Groene Ontwikkelzone; Rustgebieden voor winterganzen. Binnen het plangebied is geen sprake van: Weidevogelleefgebied; Ecologische verbindingszone.

Tabel 3 Themakaart

Conclusie De themakaart Natuur- en landschapsbeleid is relevant voor dit bestemmingsplan. De Omgevingsvisie is concreet uitgewerkt in de Omgevingsverordening Gelderland. Deze verordening bevat concrete regels, waaraan de dijkversterking Wolferen-Sprok moet worden getoetst. De toetsing aan de overeenstemming met deze regels van de Omgevingsverordening komt in de volgende paragraaf (paragraaf 3.2.2) aan bod. In deze paragraaf wordt geconcludeerd dat het bestemmingsplan in overeenstemming is met de Omgevingsverordening Gelderland. Deze conclusie geldt daarmee ook voor de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland. 3.2.2

Omgevingsverordening Gelderland

Provinciale Staten hebben de Omgevingsverordening Gelderland (hierna: de Omgevingsverordening) vastgesteld op 19 december 2018. De regels in de verordening kunnen betrekking hebben op het hele provinciale grondgebied, op delen of op gebiedsgerichte thema's. Gemeenten moeten binnen een bepaalde termijn hun bestemmingsplan afstemmen op de in de verordening opgenomen regels. De regels in de verordening zijn gebaseerd op de provinciale omgevingsvisie en hebben de status van algemeen verbindende voorschriften. Toetsing In de vorige paragraaf werd beschreven dat de themakaart 'Natuur- en landschapsbeleid' relevant is voor dit bestemmingsplan. Het plangebied van de dijkversterking Wolferen-Sprok ligt binnen de volgende aanduiding: themakaart Natuur- en landschapsbeleid: 1. Natura2000-gebieden; 2. Gelders Natuurnetwerk; 3. Groene Ontwikkelzone; 4. rustgebieden voor winterganzen. Natuur- en landschapsbeleid Het eventuele effect dat de dijkversterking op de Natura 2000-gebieden, Gelders Natuurnetwerk, Groene Ontwikkelzone heeft, wordt in paragraaf 4.3 beschouwd. Hierin wordt geconcludeerd dat eventuele effecten worden gecompenseerd, gemitigeerd of zijn uitgesloten. Voor de rustgebieden voor winterganzen is de behoud van de openheid is van de rustgebieden essentieel. De dijkversterkingsmaatregelen veranderen niets aan de openheid van de gebieden.

22

Toelichting (ontwerp)

bestemmingsplan Dijkversterking Wolferen-Sprok

Conclusie De ontwikkelingen en wijzigingen van onderhavig bestemmingsplan zijn niet in strijd met provinciaal belang. Het bestemmingsplan is in overeenstemming met de Omgevingsverordening Gelderland.

3.3

Regionaal beleid

3.3.1

Regionaal waterprogramma Gelderland

Op grond van artikel 4.4 Waterwet is het hebben van een Regionaal waterprogramma verplicht. In een Regionaal waterprogramma wordt in ieder geval opgenomen: 1. de vastlegging van de functies van de regionale wateren; 2. een aanduiding, in het licht van de wettelijke doelstellingen en normen in samenhang met de onder a bedoelde functies, van de gewenste ontwikkeling, werking en bescherming van de regionale wateren, alsmede van de bijbehorende termijnen; 3. een uiteenzetting van de maatregelen en voorzieningen die met het oog op de onder b bedoelde ontwikkeling, werken en bescherming nodig zijn; 4. een aanduiding van de redelijkerwijze te verwachten financiële en economische gevolgen van het te voeren beleid. In het Regionaal waterprogramma Gelderland is waterveiligheid een belangrijk onderwerp. Een langjarige en duurzame aanpak moet Gelderland beschermen tegen overstromingen door (grote) rivieren. Preventie is daarbij het belangrijkste uitgangspunt. De opgaven die de provincie ziet zijn: blijvende bescherming tegen overstromingen vanuit de (grote) rivieren en de Randmeerkust; waar mogelijk: ontwikkelen en versterken van karakteristieke riviernatuur in Natura 2000-gebieden; versterken van de kwaliteiten voor de (vrijetijds-)economie van het rivierenlandschap en de Randmeerkust. Voor de korte termijn wil de provincie Gelderland de bestaande keringen veilig maken.

Als dijken volgens de huidige normen of de nieuwe normspecificaties niet voldoen, dan ontstaat een waterveiligheidsopgave die met dijkverbetering wordt ingevuld.

Toetsing Voor wat betreft primaire keringen onderschrijft de provincie het nut en de noodzaak van de nieuwe normering en het streven dat alle waterkeringen in 2050 aan de nieuwe norm moet voldoen. De dijkversterking Wolferen-Sprok draagt bij aan het behalen van deze nieuwe normering.

Conclusie Het project is in lijn met het Regionaal Waterprogramma Gelderland.

3.4

Gemeentelijk beleid

3.4.1

Structuurvisie Neder-Betuwe 2018

Op 31 mei 2018 heeft de gemeenteraad van Neder-Betuwe de Structuurvisie Neder-Betuwe 2018 vastgesteld. Doel van deze structuurvisie is het bieden van een actueel en integraal ruimtelijk kader, dat voor de langere termijn als toetsingskader geldt voor alle ruimtelijke ontwikkelingen. De structuurvisie geeft richting aan de gewenste ruimtelijke inrichting van het gemeentelijk grondgebied. Tevens is de visie leidraad bij de beoordeling van nieuwe plannen en initiatieven. Voor andere overheden maakt de structuurvisie duidelijk hoe de gemeente het beleid van Rijk, provincie en waterschap vertaald.

Toelichting (ontwerp)

23

bestemmingsplan Dijkversterking Wolferen-Sprok

In de Structuurvisie is beschreven dat de gemeente een aantrekkelijke, groene en veilige woonomgeving biedt. Het beleid van de gemeente is erop gericht om de Green Valley van Europa te worden, door de bekendheid als laanboomcentrum verder te ontwikkelen met ruimte voor innovatie. Daarnaast wil de gemeente zich profileren als groene, landelijke gemeente, met een aantrekkelijke omgeving om in te wonen, werken en recreëren. Uiterwaarden bieden evenals in de huidige situatie in de structuurvisie ruimte aan natuur, landbouw en extensieve recreatie en in beginsel niet aan woningbouw. Op onderstaande afbeelding is een uitsnede uit de kaart structuurvisie gemeente Neder-Betuwe opgenomen. Hierin is te zien dat voor onderhavig bestemmingsplan de volgende elementen van toepassing zijn: Versterken Bandijken; Vergroten beleefbaarheid waaien; Ontwikkeling laanboomteelt.

Afbeelding 9 uitsnede kaart structuurvisie met aanduiding plangebied (rode cirkel)

Bandijken De dijken vormen bij uitstek het kenmerk van het rivierengebied, met de voortdurende spanning tussen waterkering en het menselijk gebruik van het gebied. De bandijken zijn doorgaande lijnen in het landschap en ondersteunen bij de oriëntatie in het gebied. Door zijn hoogte komt de bandijk op vele plekken op de achtergrond naar voren in het landschap. Sporadisch staat er bebouwing aan de dijk, maar voor het overgrote deel liggen de dorpen op gepaste afstand van de dijk en de rivier. De bandijk vormt een scherpe duidelijke grens tussen binnen- en buitendijks land, met een hierdoor verschillend gebruik en voorkomen. Vanaf de dijk wordt het rivierengebied op ultieme wijze beleefd

24

Toelichting (ontwerp)

bestemmingsplan Dijkversterking Wolferen-Sprok

Waaien Neder-Betuwe kent meer dan 20 waaien (wielen), welke vooral tussen 1437 en 1855 ontstaan zijn door dijkdoorbraken langs de Rijn, de Waal en de Spanjaardslinie. Door de hevigheid van de dijkdoorbraken zijn diepe, vaak ronde, gaten ontstaan die zich vulden met water. De uitgeslagen grond (overslaggrond) werd achter de waai afgezet en was/is zeer geschikt voort tabaks- en fruitteelt. De waaien zijn nu kleinschalige gebiedjes met bijzondere natuur- en landschapswaarden, die getuigen van de eeuwenoude strijd tegen het water Laanboomteelt Het buitengebied van de gemeente is aangemerkt als 'ontwikkeling laanboomteelt' gebied. Dit heeft als belangrijk doel de potenties van de gemeente als het laanboomcentrum van Europa verder te versterken. De gemeente wil deze bekendheid verder ontwikkelen en geeft boomkwekerijen de ruimte te groeien, waarbij ruimte is voor innovatie. In de structuurvisie wordt onderschreven dat het gehele buitengebied ruimte moet bieden voor de laanboomteelt, andere functies zijn daaraan ondergeschikt.

Toetsing De dijkversterking draagt eraan bij dat de bandijk ook in de toekomst behouden blijft en voldoende veiligheid biedt tegen hoogwater. Daarnaast worden de aanwezige waaien en de ontwikkeling van laanboomteelt niet geschaad. Er gaat geen grond verloren die nu bestemd is voor laanboomteelt.

Conclusie De voorgenomen ontwikkeling betreft het behoud van de primaire waterfuncties. Tevens worden de landschappelijke elementen niet geschaad en de dijkversterking is dan ook in overeenstemming met de structuurvisie Neder-Betuwe 2018.

3.4.2

Omgevingsvisie Neder-Betuwe

De gemeente Neder-Betuwe is in 2018 gestart met het ontwikkelen van een omgevingsvisie. Deze visie beschrijft de gewenste toekomst van de woon, werk en leefomgeving van de dorpen en het buitengebied. De gemeente wil de omgevingsvisie opstellen in samenwerking met bewoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties. Het proces om te komen tot een nieuwe omgevingsvisie bestaat uit drie fases: bouwstenen verzamelen, gezamenlijk de visie opstellen en vaststelling door college van B&W en gemeenteraad. In de eerste fase is door middel van een ansichtkaartenactie informatie bij inwoners opgehaald. Daarnaast zijn tijdens een bijeenkomst samen met onder andere ondernemers, maatschappelijke organisaties en andere overheden ook ideeën en wensen opgehaald. Inmiddels is een start gemaakt met fase 2. Hierin worden de resultaten uit fase 1 geanalyseerd en de eerste stappen gezet voor het opstellen van de omgevingsvisie. Wanneer het concept omgevingsvisie klaar is wordt deze gedeeld en besproken.

Toetsing De omgevingsvisie Neder-Betuwe is nog in ontwikkeling en bij de vaststelling van dit bestemmingsplan is de omgevingsvisie nog niet vastgesteld. Omdat de omgevingsvisie nog geen vigerend beleid is, kan dit bestemmingsplan niet aan de omgevingsvisie getoetst worden.

Conclusie Dit bestemmingsplan gaat ter inzage voordat de omgevingsvisie Neder-Betuwe is ingevoerd. Dat betekent dat de huidige wetgeving geldt voor dit bestemmingsplan en niet getoetst kan worden aan de omgevingsvisie Neder-Betuwe.

Toelichting (ontwerp)

25

bestemmingsplan Dijkversterking Wolferen-Sprok

26

Toelichting (ontwerp)

bestemmingsplan Dijkversterking Wolferen-Sprok

Hoofdstuk 4

Omgevingsaspecten

In het kader van de gemeentelijke besluitvorming dient een bestemmingsplan rekening te houden met de consequenties van het plan voor de omgeving en omwonenden door middel van een integrale ruimtelijke benadering. Het bevoegd gezag is verantwoordelijk voor een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Dit gebeurt in het kader van een 'goede ruimtelijke ordening' en is van toepassing voor alle ruimtelijke ontwikkelingen. De effecten op de leefomgeving worden in dit hoofdstuk door middel van de bespreking van diverse omgevingsaspecten in beeld gebracht en afgewogen.

4.1

M.e.r.-(beoordelings)plicht

4.1.1

Aanleiding

Voor elk besluit dat betrekking heeft op activiteit(en) die voorkomen op de C of D-lijst van het Besluit milieueffectrapportage moet een toets worden uitgevoerd of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. De dijkversterking kwalificeert zich als een activiteit zoals beschreven in categorie 3.2 van onderdeel D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. ('De aanleg, wijziging of uitbreiding van werken inzake kanalisering of ter beperking van overstromingen, met inbegrip van primaire waterkeringen en rivierdijken'). Voor het project geldt daarom enkel een m.e.r-beoordelingsplicht. In paragraaf 1.3 is toegelicht dat het waterschap, vanwege de ligging naast Natura 2000-gebied en verschillende woongebieden, direct een procedure voor een milieueffectrapportage heeft doorlopen. Door deze aanpak was duidelijk dat mogelijke nadelige milieueffecten niet uitgesloten zijn.

4.1.2

Proces

De m.e.r.-procedure startte in de verkenning met de kennisgeving van een notitie reikwijdte en detailniveau (NRD). Deze lag ter inzage van 22 februari tot en met 21 maart 2018. Provincie Gelderland raadpleegde gedurende de ter inzage legging van de NRD de wettelijke adviseurs en andere bestuursorganen over de reikwijdte en het detailniveau van het op te stellen milieueffectrapport (MER). Op basis van de ingekomen zienswijzen en adviezen adviseerden de gedeputeerde staten van de provincie Gelderland op 22 mei 2018 over de reikwijdte en het detailniveau van het op te stellen MER. Het MER is een onderdeel in de procedure waarin van verschillende alternatieven de milieu- en omgevingseffecten in beeld worden gebracht. Het MER dient ter onderbouwing van het projectplan Waterwet. Om ook in de verkenningsfase de milieu- en omgevingsaspecten zorgvuldig mee te laten wegen om tot een voorkeursalternatief te komen, bestaat het MER uit 2 delen: MER fase 1: het eerste deel van het MER is opgesteld in de verkenningsfase (2017-2018) en ondersteunt de in het begin van 2019 genomen beslissing om tot het voorkeursalternatief te komen; MER fase 2: het tweede deel van het MER is opgesteld in de planuitwerkingsfase (2019-2020) en onderzoekt de nadere uitwerking van het voorkeursalternatief en het te nemen besluit over de dijkversterking.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9698776/1