CConstaterende datNeder-Betuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 33 - Bijlage 20 bij MER Herinrichting Willemspolder fase 1, Notitie over de inhoud van de MER (NRD)

Raadsvergadering 29 september 2022, gemeente Neder-BetuweBij agendapunt: Bestemmingsplan met bijlagen12.369 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

NOTITIE OVER DE INHOUD VAN DE MILIEUEFFECTRAPPORTAGE

37

Te beoordelen aandachtspunten Aan de hand van bovengenoemde activiteiten zal in het MER worden onderzocht in hoeverre tijdelijke ingrepen een geohydrologisch effect geven ten aanzien van de referentie situatie. Het betreft hier dan met name effecten in de vorm van vernatting (kwel) en verdroging in de bestaande natuurgebieden, bebouwing en andere kwetsbare functies. Daarnaast worden de effecten voor de afvoer en het peilbeheer in zowel het binnendijkse oppervlaktewatersysteem als het oppervlaktewatersysteem in het resterende deel van de Willemspolder en het risico op verzakking (zetting) bij de waterkering beschouwd. Ook het effect van het vergraven van de zomerkade wordt in beeld worden gebracht. Aan de hand van stationaire en niet- stationaire modelberekeningen zal onderzocht worden in hoeverre er nu sprake is van nat-schade en in welke mate deze zal toenemen in relatie met de kwelverandering. Als eveneens een reductie van droogteschade in droge perioden. Deze veranderingen zullen zowel voor de Interimfase als de Eindfase berekend worden. Tevens wordt daarbij de kans op verzakkingen van wegen en gebouwen in het studiegebied beschouwd. In overleg met het waterschap zullen de randvoorwaarden en uitgangspunten worden bepaald voor de te onderzoeken effecten.

NOTITIE OVER DE INHOUD VAN DE MILIEUEFFECTRAPPORTAGE

38

4.3 Natuur Huidige situatie De Polder wordt gekenmerkt door de aanwezigheid van zachthoutooibos langs de oevers van de voormalige kleiwinputten en de zandwinplas. De hoeveelheid opgaande begroeiing is vanuit rivierkundig opzicht ook beperkt gebleven. Het in de uiterwaard aanwezige groen kent een zekere natuurwaarde en wordt vanuit landschappelijk oogpunt ook gewaardeerd. Door plaatselijk extensief landbouwkundig gebruik is hier en daar ook floristische rijkdom te vinden. Beschermde soorten die in het gebied kunnen voorkomen zijn Buizerd, Bever, Rugstreeppad en Ruige dwergvleermuis. Relevante aspectgerelateerde activiteiten Het ontgronden en omvormen van agrarische percelen en bestaande natuur naar nieuwe natuur of water is van invloed op de bestaande natuurwaarden in het gebied. In de uitvoeringsperiode vindt er industriële bedrijvigheid plaats in het plangebied. In de eindsituatie worden ontgronde terreinen gedeeltelijk opgevuld met vrijgekomen specie. Dit kan van invloed op de ontwikkeling van nieuwe natuur en het behoud van bestaande natuur. Te beoordelen aandachtspunten Uit reeds uitgevoerd onderzoek blijkt dat voorgenomen ingrepen kunnen leiden tot:

Op voorhand kan niet worden uitgesloten dat het voornemen significante gevolgen heeft voor de instandhoudingsdoelstellingen voor niet-broedvogelsoorten (Smient, Scholekster, Kievit, Wulp, Kolgans en Grauwe Gans) in Natura 2000-gebied Rijntakken. Een Passende Beoordeling zal daarom worden opgesteld om deze gevolgen nader te onderzoeken en beoordelen, met inbegrip van cumulatie. Daarbij zullen ook (mitigerende) maatregelen worden betrokken. Deze informatie geeft ook zicht op de gevolgen voor het ganzenfoerageergebied zoals beschermd in de provinciale Omgevingsverordening. Daarnaast zal worden onderzocht wat het effect is van de aanleg van de gewenste eindsituatie op bestaande natuurwaarden en de ontwikkeling van NOTITIE OVER DE INHOUD VAN DE MILIEUEFFECTRAPPORTAGE

39

nieuwe natuur. Met betrekking tot nieuwe natuur zal worden beoordeeld in hoeverre er mogelijkheden bestaan nieuwe, gewenste ecotopen te introduceren binnen het projectgebied, als natte ruigte en hardhoutooibos (eventueel in combinatie met de uitbreiding van het oppervlak ‘hoogwatervluchtplaatsen’). Ook ten aanzien van toe te passen waterdiepten in strang en oeverzones zal een toets op het natuuraspect plaatsvinden. Voor wat betreft stikstofuitstoot wordt aandacht besteed aan de gevolgen van de uitspraak van de Raad van State van 29 mei 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:1603) over de PAS en naar oplossingen gezocht die rechtdoen aan de natuur(wetgeving). Indien nodig wordt een ADC-toets doorlopen. Door nadere uitwerking van enkele optimalisaties kan de doelstelling van het project “natuurontwikkeling” worden geoptimaliseerd. Mede omdat het projectgebied onder de Europese Natura 2000 wetgeving valt is een toetsing als onderdeel van het MER

NOTITIE OVER DE INHOUD VAN DE MILIEUEFFECTRAPPORTAGE

40

gerechtvaardigd. De natuurontwikkeling zal integraal worden beoordeeld ten aanzien van het totale Rijntakken-gebied en indien daar aanleiding toe is, zich uitstrekken tot een groter gebied. Binnen het aspect natuur speelt ook het tijdelijk- en eindbeheer een belangrijke rol. In het MER zal nader worden ingegaan op de vraag hoe dit beheer vorm zal krijgen in het gebied. Dekker is voornemens om het beheer zelf, in samenwerking met partijen uit de omgeving, vorm te geven. Het is denkbaar dat hiervoor een beheerorganisatie wordt opgericht (zoals een agrarische natuurvereniging). In overleg met omgevingspartijen zal dit aspect nader worden ingevuld.

4.4 Grondstromen en milieu 4.4.1 Bodem Huidige situatie In het plangebied is nog geen onderzoek verricht naar de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem. Relevante aspectgerelateerde activiteiten Het ontgronden, vervoeren, afvoeren, in depot plaatsen en aanvullen van ontgronde delen van het plangebied kan invloed hebben op de plaatselijke milieuhygiënische kwaliteit van de bodem. Te beoordelen aandachtspunten Aan de hand van bovengenoemde activiteiten zal in het MER worden onderzocht in hoeverre ingrepen effect hebben op verandering van de kwaliteit van de bodem. Tevens wordt de grondbalans van het project inzichtelijk gemaakt om aan te geven hoe, waar en in welke mate de ontgronding kan worden aangevuld ten gunste van de maatschappelijke doelstellingen (meer grond voor herinrichting – minder open water – meer natuur). De vrijkomende specie die hergebruikt wordt als bodem in het plangebied zal getoetst worden aan de regels en normen van het Besluit bodemkwaliteit en voor zover van toepassing aan de Handreiking voor het herinrichten van diepe plassen. Daarbij wordt rekening gehouden met de recente ontwikkelingen rond de nieuwe normering van de stofgroep PFAS. Ten slotte wordt specifiek gekeken naar de saneringsvariant voor de pyrietslakkenstort in relatie tot de havenontwikkeling en revitalisering van de bedrijfsbestemming.

4.4.2 Oppervlakte- en grondwaterkwaliteit huidige situatie De kwaliteit van het huidige oppervlakte- en grondwater is niet nader onderzocht. Gelet op de Kaderrichtlijn Water is het aannemelijk dat de chemische kwaliteit van het oppervlaktewater goed is.

NOTITIE OVER DE INHOUD VAN DE MILIEUEFFECTRAPPORTAGE

41

Relevante aspectgerelateerde activiteiten Het ontgronden, vervoeren, afvoeren, in depot plaatsen en aanvullen van ontgronde delen van het plangebied is van invloed op de kwaliteit van het grond- en oppervlaktewater. Te beoordelen aandachtspunten Aan de hand van bovengenoemde activiteiten zal in het MER worden onderzocht in hoeverre ingrepen effect hebben op verandering van de kwaliteit van het grond- en oppervlaktewater. De kwantitatieve wateraspecten worden onderzocht als onderdeel van het eerder behandelde geohydrologische aspect.

4.5 Landschap, archeologie en cultuurhistorie 4.5.1 Landschap en cultuurhistorie Huidige situatie Van oudsher al, vestigde de mens zich op de hoger gelegen stroomruggen langs de rivieren. De nederzettingen werden aanvankelijk beschermd kaden, de lage, natte komgronden bleven eeuwenlang onbewoond en vormden ooit een uitgestrekt bergingsgebied voor overtollig rivierwater. Later wordt de kom met behulp van een stelsel van watergangen geschikt gemaakt voor landbouwkundig gebruik. De vruchtbare gronden in de uiterwaarden worden van oudsher gebruikt als landbouwgrond (weidebouw). Later werd hier ook klei gewonnen ten behoeve van de baksteenfabricage. Relevante aspect gerelateerde activiteiten Het ontgronden, ophogen en omvormen van agrarische percelen en bestaande natuur naar nieuwe natuur of water is van invloed op de bestaande landschappelijkeen cultuurhistorische waarden in het gebied. In de eindsituatie wordt een andere overstromingsdynamiek gecreëerd met een bijbehorende beïnvloeding van de huidige situatie, waardoor het landschap anders zal worden beleefd en anders functioneert dan in de referentie situatie. Te beoordelen aandachtspunten In het MER worden de cultuurhistorische waarden van het gebied nader benoemd.

Aan de hand van bovengenoemde activiteiten zal in het MER worden onderzocht in hoeverre ingrepen effect hebben op de autonome ontwikkeling respectievelijk bij realisatie van alternatieven op de kwaliteit van het landschap en cultuurhistorische waarden. De verwachting is dat er beperkte effecten zullen optreden voor de genoemde cultuurhistorische waarden, omdat deze grotendeels onaangetast blijven. Waar mogelijk zullen cultuurhistorische elementen geaccentueerd of versterkt worden. Als toetsingscriterium voor de ruimtelijke kwaliteit worden gebruikswaarde, belevingswaarde en toekomstwaarde gebruikt.

NOTITIE OVER DE INHOUD VAN DE MILIEUEFFECTRAPPORTAGE

42

4.5.2 Archeologie Huidige situatie Op basis van eerder verricht onderzoek in het plangebied kunnen reeds enkele conclusies worden getrokken met betrekking tot de archeologische verwachtingswaarde in de uiterwaard. Op grond van de aanwezigheid van oud stroomgordellandschap is een middelmatige tot hoge archeologische verwachting theoretisch denkbaar. Uit veldinspectie (booronderzoek) bleek echter onder meer op grond van het vastgestelde patroon van rivierstrangen en zandeilanden dat het gebied behoort tot een jong deel van de uiterwaarden, dat is gevormd na de systematische bedijkingen in de 13e en 14e eeuw. Derhalve kan worden uitgegaan van een lage archeologische verwachting voor het voorkomen van sporen van bewoning uit de Late Middeleeuwen en oudere archeologische perioden. Relevante aspect gerelateerde activiteiten Het ontgronden, ophogen en omvormen van agrarische percelen is van invloed op de oorspronkelijke bodemopbouw. Te beoordelen aandachtspunten De kans op het verstoren van archeologische resten dient zoveel mogelijk te worden beperkt. In het MER wordt de archeologische verwachting in een kaart nader gepresenteerd. Aangegeven wordt welke effecten te verwachten zijn bij autonome ontwikkeling respectievelijk bij de realisatie van de alternatieven.

4.6 Geluid, luchtkwaliteit en stofhinder 4.6.1 Geluid Huidige situatie Geluidsbronnen die in of in de nabijheid van het plangebied zijn te onderscheiden zijn de op de Waal, lokaal- en vrachtverkeer op de dijk en enkele bewoners. Aan de overzijde van de Waal zijn eveneens enkele bronnen. Relevante aspectgerelateerde activiteiten Als gevolg van de uitvoering van werkzaamheden vindt door middel van machines droog en nat grondverzet plaats om de afdekkende kleilaag te kunnen ontgraven en verwerken in de herinrichting. In de uitvoeringsperiode zal het zand worden gewonnen en geproduceerd met drijvende installaties en een losse zuiger. Ook de mogelijkheid van een vaste installatie ter plaatse van de bedrijfsbestemming wordt onderzocht. Per schip zal zand en grind worden afgevoerd. Het opvullen van een deel van de ontgronding zal door middel van een ophoogzandzuiger plaatsvinden en met materieel voor droog en nat grondverzet.

NOTITIE OVER DE INHOUD VAN DE MILIEUEFFECTRAPPORTAGE

43

Te beoordelen aandachtspunten Aan de hand van bovengenoemde activiteiten zal in het MER worden onderzocht in hoeverre ingrepen en de inzet van materieel effect hebben op de omgeving in en rondom het plangebied. Hiertoe worden de benodigde berekeningen uitgevoerd in het MER. 4.6.2 Luchtkwaliteit en stofhinder Huidige situatie Bronnen die mogelijk luchtverontreiniging veroorzaken die in of in de nabijheid van het plangebied zijn te onderscheiden zijn het scheepvaartverkeer op de Waal, verkeer op de dijk en enkele bewoners. Aan de overzijde van de Waal zijn eveneens enkele bronnen. Relevante aspectgerelateerde activiteiten Als gevolg van de uitvoering van werkzaamheden vindt door middel van machines droog en nat grondverzet plaats om de afdekkende kleilaag te kunnen ontgraven en verwerken in de herinrichting. In de uitvoeringsperiode zal het zand worden gewonnen en geproduceerd met drijvende installaties en een losse zuiger. Ook de mogelijkheid van een vaste installatie ter plaatse van de bedrijfsbestemming wordt onderzocht. Per schip zal zand en grind worden afgevoerd. Het opvullen van een deel van de ontgronding zal door middel van een ophoogzandzuiger plaatsvinden en met materieel voor droog en nat grondverzet.

Te beoordelen aandachtspunten Aan de hand van bovengenoemde activiteiten zal in het MER worden onderzocht in hoeverre ingrepen, werkzaamheden en de inzet van materieel effect hebben op luchtkwaliteit en stofhinder in en rondom het plangebied. Hiertoe worden de benodigde berekeningen uitgevoerd in het MER.

NOTITIE OVER DE INHOUD VAN DE MILIEUEFFECTRAPPORTAGE

44

5

BELEID, BESLUITEN EN M.E.R.-PROCEDURE

5.1 Beleidskader In het MER wordt ingegaan op de relevante (beleids)plannen en de genomen besluiten die van invloed zijn op de voorgenomen activiteiten: natuurontwikkeling, rivierverruiming en zandwinning. Het gaat hierbij vooral om vastgestelde plannen en regelgeving, die kaderstellend zijn voor de voorgenomen inrichting en activiteiten in het gebied. Tevens wordt een koppeling gemaakt met de te beoordelen aspecten die tijdens de m.e.r.-procedure getoetst zullen worden. Onderstaande tabel geeft per onderwerp een overzicht van relevante internationale, nationale, regionale en lokale plannen en besluiten. Het MER zal inzicht geven in de van toepassing zijnde samenhang tussen voorgenoemde plannen en besluiten voor het projectgebied. De eindsituatie zoals gepresenteerd in het basisplan dient te passen het beleidskader dat de rijks-, regionale en lokale overheden hanteren voor de inrichting van zandwingebieden. Hieronder volgt een uitwerking van de beleidsdocumenten die onder andere bij de ontwikkeling van voorgenoemde kaarten zijn beschouwd.

Onderwerpen

Document

Zandwinning en inrichting

Nationale Omgevingsvisie (in voorbereiding) Structuurvisie infrastructuur en Ruimte (2012) Ontgrondingenwet (incl. herziening 1 jan.2009) Omgevingsvisie Gelderland 2014 (herziening in voorbereiding) Beleidsplan zand- en kleiwinning (provincie Gelderland) Gebiedsplan Gelderland, Natuur en landschap (rivierenland) Bestemmingsplan buitengebied Dodewaard en Echteld Algemene Keur van het waterschap

Rivierverruiming

Deltaprogramma 2015 / Integraal Rivier Management Waterbrief 2015 Regionaal Voorstel Rijn definitief 2016 Beleidsregels grote rivieren Beheer- en Ontwikkelplan voor de Rijkswateren Rivierkundig Beoordelingskader voor ingrepen in de Grote Rivieren Dijkversterking Neder Betuwe (waterschap Rivierenland) Keur op de waterkering Rivierenland 14-12-2010 Wet op de waterkering (1995 rijk) Waterwet

NOTITIE OVER DE INHOUD VAN DE MILIEUEFFECTRAPPORTAGE

45

Natuur

Wet natuurbescherming: Gebiedsbescherming, Soortbescherming Bescherming Houtopstanden. Natura 2000 Kaderrichtlijn Water Programmatische Aanpak Grote Wateren Gelders Natuurnetwerk/groene ontwikkelingszone

Bodem en Water

Nationaal waterplan Waterplan Gelderland 2010-2015 Waterwet Wet bodembescherming Besluit bodemkwaliteit Gelders Milieuplan

Archeologie

Nota Belvedere Verdrag van Malta

Geluid

Handreiking industrielawaai en vergunningverlening Wet milieubeheer

Luchtkwaliteit

Besluit Luchtkwaliteit / besluit NIBM Omgevingswet Momenteel is de nieuwe omgevingswet in voorbereiding. Met de Omgevingswet wil de overheid de regels voor ruimtelijke ontwikkeling vereenvoudigen en samenvoegen. Zodat het straks bijvoorbeeld makkelijker is om bouwprojecten te starten. De Crisis- en herstelwet (Chw) maakt dit nu al mogelijk, bijvoorbeeld door bestaande regels aan te passen. Naar verwachting treedt de Omgevingswet in 2021 in werking. De verwachting is dat deze voorliggende MER procedure dan reeds is afgerond. Procedureel wordt uitgegaan van de huidige wetgeving. Omgevingsvisie Gaaf Gelderland en Omgevingsverordening In 2018 heeft de provincie Gelderland haar omgevingsvisie geactualiseerd. Momenteel is de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland met bijbehorende Omgevingsverordening van kracht. Deze ontwikkeling kan bijdragen aan de ambities voor klimaatadaptatie, biodiversiteit, CO2 reductie en stikstofreductie uit de Omgevingsvisie Gelderland. In lid 4.5.9.4.6 wordt het beleid voor ontgrondingen nader toegelicht. De provincie is buiten Rijkswateren bevoegd gezag voor vergunningverlening bij ontgrondingen. De provincie wil dat bij ontgrondingen gewenste functies worden gerealiseerd, zoals natuurontwikkeling, rivierverruiming, recreatie, wonen aan het water en waterberging.

Het beleid voor winning van oppervlaktedelfstoffen (zand, grind, klei en kalkzandsteen) heeft de provincie vastgelegd in het Beleidsplan zand- en kleiwinning. Om te sturen NOTITIE OVER DE INHOUD VAN DE MILIEUEFFECTRAPPORTAGE

46

op locatiekeuze en ruimtelijke meerwaarde kan de provincie indien nodig het ROinstrumentarium inzetten. De provincie is graag al in de fase van planvorming bij initiatieven voor delfstoffenwinning betrokken, dus voorafgaand aan het formele vergunningentraject. Zij stuurt daarbij op ruimtelijke meerwaarde. Bij vergunningverlening worden de bij ontgronding betrokken belangen afgewogen en voorschriften gesteld ter bescherming van die belangen. Beleidsplan zand- en kleiwinning (Gelderland 2006) De provincie Gelderland heeft het landelijke bouwgrondstoffenbeleid als volgt vertaald: • De provincie stuurt niet op hoeveelheden. Winning van zand en klei is wel een beleidsdoel, mede gezien de landelijke behoefte aan bouwgrondstoffen; • Ontgrondingslocaties komen tot stand via marktwerking. Voor de locatiekeuze bieden de strategische plannen van de provincie de randvoorwaarden. Het project Ruimte voor de Rivier is een voorbeeld van een door de provincie gewenst doel waar winning van zand en klei een bijdrage aan kan leveren en waarbij participatie van de provincie bij de gebiedsontwikkeling mogelijk zou kunnen zijn; • Voor zand- en kleiwinprojecten moet maatschappelijk draagvlak bestaan en ze moeten bijdragen aan de ruimtelijke kwaliteit.

Ruimtelijke kwaliteit wordt bereikt wanneer sprake is van functiekoppeling en een kwalitatief goed ontwerp, beide met meerwaarde voor nu én op de langere termijn. Van een kwalitatief goed ontwerp is sprake wanneer rekening wordt gehouden met de bestaande waarden in een gebied, met de inpasbaarheid van het ontwerp in het plangebied én in de bredere omgeving, en wanneer afronding van de winning binnen een afzienbare periode wordt gerealiseerd; • Inzet alternatieve materialen. De provincie Gelderland stimuleert het inzetten van alternatieve en secundaire grondstoffen. Omdat echter geen sturing op kwantiteit plaatsvindt, verloopt de (kwalitatieve) sturing bij winning van primaire grondstoffen en het stimuleren van de inzet van alternatieve en secundaire grondstoffen in Gelderland via twee gescheiden sporen; • Veiligheid en beheer. Het provinciale beleid voor veiligheid en beheer wordt ongewijzigd voortgezet. M.e.r.-procedure Dekker Grondstoffen BV dient als initiatiefnemer de notitie in bij de Gedeputeerde Staten van Gelderland. Zij treedt op als het coördinerend bevoegd gezag en is bevoegd gezag voor de ontgrondingenvergunning. Gemeente Neder Betuwe is verantwoordelijk voor het bestemmingsplan. Na publicatie van de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) door het bevoegd gezag bestaat gedurende 6 weken de mogelijkheid tot inspraak. De Commissie m.e.r.

brengt eveneens binnen deze 6 weken na bekendmaking van de NRD een advies omtrent de inhoud van het MER. Op basis van de inspraak en na het advies van de Commissie m.e.r. en de wettelijke adviseurs wordt het advies voor de MER uiterlijk dertien weken na verschijnen van de notitie door Gedeputeerde Staten van Gelderland vastgesteld. NOTITIE OVER DE INHOUD VAN DE MILIEUEFFECTRAPPORTAGE

47

In het advies is vastgelegd welke informatie het MER dient te bevatten en welke onderwerpen en aspecten per onderdeel van het MER dienen te worden uitgewerkt. In het MER wordt door de initiatiefnemer op basis van een gemotiveerde keuze uit de bestudeerde alternatieven een voorkeursalternatief geformuleerd. Het MER wordt voorgelegd aan Gedeputeerde Staten. Deze beoordelen binnen 6 weken na indienen van het MER het rapport op aanvaardbaarheid. Dit betekent dat door de bevoegde gezagen wordt bekeken of het MER voldoet aan de wettelijke eisen, tegemoet komt aan het gestelde advies voor het MER en geen onjuistheden bevat. Na publicatie van het MER vindt opnieuw inspraak plaats en wordt advies gevraagd aan de Commissie m.e.r. en de Wettelijke Adviseurs. Besluiten gekoppeld aan de m.e.r. Het MER vormt ten aanzien van de milieu-aspecten de basis voor het verlenen van de vereiste vergunningen. Tegelijkertijd met het indienen van het MER wordt de aanvraag op grond van de ontgrondingenwet ingediend. De aanvraag wordt binnen een periode van 8 weken na indienen beoordeeld op aanvaardbaarheid. Vervolgens worden, indien aanvaardbaar, de ontwerpbeschikkingen voor de vergunning door provincie bekend gemaakt. Gelijktijdig legt ook de Gemeente Neder Betuwe het ontwerpbestemmingsplan ter inzage. Bij beide besluiten vormt het MER een bijlage.

Beide besluiten worden samen met het MER gedurende 6 weken voor inspraak ter visie gelegd. Deze procedure is samengevat in bijlage 1 van deze notitie. Waterwet Gelijktijdig met de te doorlopen bovenstaande procedures zal ook een waterwet vergunning worden aangevraagd. Het winter- en zomerbed van de Waal is in het beheer van Rijkswaterstaat. Eventuele gevolgen voor deze onderdelen dienen met Rijkswaterstaat afgestemd te worden. De waterkering is een verantwoordelijkheid van NOTITIE OVER DE INHOUD VAN DE MILIEUEFFECTRAPPORTAGE

48

het waterschap Rivierenland. In dit kader adviseert het waterschap Rijkswaterstaat bij vergunningverlening. Wet natuurbescherming De Wet natuurbescherming beschermt Nederlandse natuurgebieden en plantenen diersoorten. Sinds 1 januari 2017 is provincie Gelderland bevoegd gezag en zorgen zij voor de vergunningen en ontheffingen. De meest relevante aspecten in de Natuurbeschermingswetvergunning zijn de gebiedsbescherming voor Ganzen en Stikstofdepositie. De effecten worden op basis van ecologisch onderzoek en modelberekening (AERIUScalculator) in beeld gebracht. Vervolgens wordt in het kader van een Passende beoordeling bezien of binnen het project mitigerende maatregelen mogelijk zijn. Indien nodig wordt een ADC-toets doorlopen om te toetsen of alternatieven ontbreken, of er dwingende redenen van openbaar belang zijn en op welke wijze de schade aan de natuur gecompenseerd wordt. Toestemmingverlening stikstofdepositie bij nieuwe activiteiten

NOTITIE OVER DE INHOUD VAN DE MILIEUEFFECTRAPPORTAGE

49

Bijzondere aandacht heeft de wet natuurbescherming. Om een haalbaar plan te verkrijgen wordt de passende beoordeling en ADC-toets integraal meegenomen in de beoordeling van de alternatieven. Op deze wijze wordt duidelijk gemaakt dat het in te dienen plan voor de Ontgrondingenwet ook vergunbaar is op basis van de Natuurbeschermingswet.

5.2 Communicatie De initiatiefnemers hechten grote waarde aan een goede communicatie met de verschillende bevoegde gezagen, belanghebbenden en belangstellenden en bewoners en gebruikers van het gebied en de directe omgeving buiten de formele inspraak- en informatieavonden om. In dit kader hebben de afgelopen jaren reeds vele gesprekken plaatsgevonden met alle bovengenoemde partijen om te komen tot een gedragen plan waar ieder zijn of haar wensen en eisen in meer of mindere mate in terug kan vinden. Deze communicatie wordt voorgezet in verschillende werkgroepen: • Klankbordgroep (bewoners en omgevingspartijen) • Projectgroep (bevoegd gezag)

NOTITIE OVER DE INHOUD VAN DE MILIEUEFFECTRAPPORTAGE

50

5.3 Projecten in de omgeving Dekker voert regelmatig afstemmingsoverleg met de omgevingsmanagers van de projecten die een raakvlak met Willemspolder fase 1 vormen. In deze overleggen wordt kennis (over de milieueffecten) gedeeld, worden de projectgrenzen afgestemd en wordt gekeken naar kansen en risico’s tussen de projecten onderling. De inzichten worden meegenomen in de m.e.r.. Dijkversterking Neder-Betuwe De winterdijk in Neder-Betuwe gaat versterkt worden. Inmiddels is het plan proces gestart. Het volgende traject wordt versterkt:

Momenteel wordt er een verkenning uitgevoerd. Het waterschap heeft eveneens een NRD voor de MER opgesteld. In 2019 en 2020 wordt het plan verder uitgewerkt. In 2021 t/m 2024 staat de uitvoering gepland. Gebiedsontwikkeling Veerhaven Ochten De Provincie Gelderland, Gemeente Neder-Betuwe, Waterschap Rivierenland en Rijkswaterstaat willen het gebied rond veerstoep Ochten opnieuw inrichten. Hierdoor wordt het contact met de rivier de Waal vergroot en kan de lokale economie gestimuleerd worden. Het bevorderen van recreatie en toerisme, past ook binnen de visie van het programma Waalweelde. Vanuit deze beleidsdoelstellingen is er de overkoepelende ambitie om de ruimtelijke kwaliteit van het gebied versterken. Hierbij kan een onderscheid gemaakt worden tussen een publiek en privaat deel. In het publieke deel willen de samenwerkende partijen de uitstraling van het gebied opwaarderen en interessanter maken voor recreanten, waarbij de volgende onderdelen horen: • Een basis recreatieve inrichting met bankjes, routekaarten voor fietsers, recreatievelden, een uitkijkpunt en (half-)verharde wandelpaden door het gebied. • De aanleg van een strang en maaiveldverlaging in het kader van de KRW-opgave. • De aanleg van een buitendijks hoogwatervrij terrein en parkeervoorzieningen om het private deel (zie hieronder) te faciliteren.

Voor het hoogwatervrij terrein wordt onderzocht in welke mate deze tevens bij kan dragen aan de benodigde versterking van de dijk ter plaatse (de opgave van Waterschap Rivierenland). Momenteel wordt onderzocht welke besluiten nodig zijn om de gebiedsontwikkeling mogelijk te maken. Daarmee wordt ook duidelijk in hoeverre de milieueffecten van de gebiedsontwikkeling opgenomen gaan worden in het MER voor de Willemspolder.

NOTITIE OVER DE INHOUD VAN DE MILIEUEFFECTRAPPORTAGE

51

PROCEDURE SCHEMA

Procedure m.e.r.

Termijnen

Initiatiefnemer

Bevoegd gezag

Art3. 3 Ontgrondingenwet

Anderen

Initiatiefnemer

Bevoegd Gezag

Anderen

Bestemmingsplanprocedure nWRO

Termijnen

Initiatiefnemer

Bevoegd Gezag

Anderen

Waterwet procedure

Termijnen

Initiatiefnemer

Bevoegd Gezag

Anderen

Termijnen

NRD opstellen Bekendmaking 3 weken Inspraak/advies Commissie MER 6 weken

Overleg

4 weken

Opstellen aanvraag Indienen aanvraag

Advies NRD

Kennisgeving Plan m.e.r. en bestemmingsplan Beoordelen aanvraag

Opstellen m.e.r.

Vooroverleg 6w

Bekendmaking Ontwerp besluit

Indienen m.e.r.

Voorbereiden vergunnings aanvraag

Bestemmingsplan voorbereiden

6w

Vooroverleg

6w

Ter inzagelegging ontwerp bestemmingsplan

Inspraak/Advies 6 weken

14 weken

6w

Advies Commissie MER

Reactie Zienswijze Vaststellen bestemmingsplan

Bekendmaking m.e.r. Publiek

Definitief besluit

Inspraak m.e.r. 6 weken

Beroep

6w+5w Beroep

6w

Ter inzagelegging vastgesteld bestemmingsplan

Zienswijzen

Reactie zienswijzen vaststellen

Zienswijzen

12 w

Terinzage Definitieve vergunning 6w

Beroep

6w

Onherroepelijk bestemmingsplan

12 w

12 w

Beroep Onherroepelijk bestemmingsplan

Evaluatie

12 w

Ter inzagelegging ontwerp vergunning

OUDE SITUATIE

NIEUWE SITUATIE

P

(dorpshuis)

P

Systeem van lagunes en vooroevers

Doorbraakkolk

Struinpad

Visplekken

Grazige vegetatie extensief beheer

lijn Zicht Ligweide/strandje

Lagune

Zachthoutooibos Landbouw

ot

Dep

n

tlij

h Zic

Trekpontje Hekwerk Observatiepost reconstructie van redoute

m

Stroo Struinpad

nen

apste

g / st

ellin versn

Dekker Groep Waalbandijk 1 4053 JB IJzendoorn

+31 (0)344-579 999 info@dekkergroep.nl dekkergroep.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11595339/1