CConstaterende datNeder-Betuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 33 - Bijlage 20 bij MER Herinrichting Willemspolder fase 1, Notitie over de inhoud van de MER (NRD)

Raadsvergadering 29 september 2022, gemeente Neder-BetuweBij agendapunt: Bestemmingsplan met bijlagen12.369 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Herinrichting Willemspolder Fase 1 Notitie over de inhoud van de milieueffectrapportage

Titel Herinrichting Willemspolder fase 1 Notitie over de inhoud van de milieueffectrapportage Status Definitief Datum December 2019 Initiatiefnemer Dekker Grondstoffen B.V. Opstellers

J. Holtrust-Westerbeek Dekker Grondstoffen B.V. Toon van Mierlo

NOTITIE OVER DE INHOUD VAN DE MILIEUEFFECTRAPPORTAGE

2

INHOUDSOPGAVE 1

INLEIDING 1.1 Achtergrond en aanleiding 1.2 Planning en Fasering 1.3 Projectgebied en Studiegebied 1.4 De m.e.r.-(beoordelings)plicht 1.5 Vigerend bestemmingsplan 1.6 Betrokkenen 1.7 Doel notitie 1.8 Leeswijzer 2 PROJECTKADER 2.1 Doelstellingen project 2.2 Bouwgrondstoffenwinning 2.2.1 Contouren Bouwgrondstoffenwinning 2.2.2 Overige uitgangspunten 2.3 Hoogwaterveiligheid 2.3.1 Deltaprogramma 2.3.2 Integraal Riviermanagement 2.3.3 Rivierkundige ontwerpuitgangspunten 2.4 Natuurontwikkeling 2.4.1 Kaderrichtlijn Water 2.4.2 Natura 2000 2.4.3 Programmatische aanpak Grote Wateren (PAGW) 2.4.4 Gelders Natuurnetwerk en Groene Ontwikkelingszone 2.4.5 Ontwerpuitgangspunten voor natuurontwikkeling 2.5 Landschapsontwikkeling & Recreatie 2.6 Duurzaamheid & Mobiliteit 2.6.1 Opwekking duurzame energie t.b.v. Regionale Energie Strategie 2.6.2 Elektrisch winnen en klasseren t.b.v. CO2-reductie 2.6.3 Haven met ‘Bouwgrondstoffen-HUB’ t.b.v.

scheepvaarttransport 3 INRICHTINGSALTERNATIEVEN EN UITVOERING 3.1 Methodiek 3.2 Referentiesituatie 3.3 Basisalternatief 3.4 Voorkeursalternatief 3.4.1 Optimalisatie per doelstelling 3.5 Tijdelijke uitvoeringssituatie 3.6 Toetsingswijze 4 EFFECTENBEPALING EN MILIEUASPECTEN 4.1 Rivierbeheer 4.2 Geohydrologie 4.3 Natuur 4.4 Grondstromen en Milieu 4.4.1 Bodem 4.4.2 Oppervlakte- en grondwaterkwaliteit Huidige situatie 4.5 Landschap, archeologie en cultuurhistorie 4.5.1 Landschap en cultuurhistorie Huidige situatie 4.5.2 Archeologie 4.6 Geluid, luchtkwaliteit en stofhinder 4.6.1 Geluid 4.6.2 Luchtkwaliteit en stofhinder Huidige situatie 5 BELEID, BESLUITEN EN M.E.R.-PROCEDURE 5.1 Beleidskader 5.2 Communicatie 5.3 Projecten in de omgeving

4 4 5 7 7 9 10 10 11 12 12 12 13 14 15 15 15 16 16 16 16 17 18 19 19 21 21 22 22 23 23 23 23 28 33 35 35 36 36 37 39 41 41 41 42 42 43 43 43 44 45 45 50 51

Bijlagen: Procedureschema Bestaande situatie Nieuwe situatie

52 56 57

NOTITIE OVER DE INHOUD VAN DE MILIEUEFFECTRAPPORTAGE

3

1

INLEIDING

1.1 Achtergrond en aanleiding Aan de rechteroever van de Waal tussen Tiel en Ochten is buitendijks de Willemspolder gelegen. Aan de overzijde van de Waal ligt het dorp Beneden Leeuwen. De Willemspolder is geen maagdelijk gebied. Het land is door inpoldering en de aanleg van dijken en kades gewonnen op de rivier. Jaarlijkse hoogwaters en overblijfsels van historische dijkdoorbraken laten zien dat de Waal de dominante factor in het gebied is en blijft. De Waal is een echte werkrivier, dat laten de drukke scheepvaart, de overnachtingshaven en de steenfabriekslocaties duidelijk zien. Dit beeld wordt versterkt door de aanwezige infrastructuur, zoals de Prins Willem-Alexanderbrug en het Amsterdam – Rijnkanaal. Met hoogwater fungeert het gebied als stroom- en bergingsgebied. In de Willemspolder liggen een aantal kleiputten en voormalige zandwinplassen. Verder is het overgrote deel van de uiterwaard agrarisch in gebruik. In de omgeving worden diverse uiterwaarden heringericht. Mede om de waterafvoer door de Waal te vergroten. Dekker Grondstoffen B.V. (hierna: Dekker) heeft het voornemen om de Willemspolder her in te richten. Middels het winnen van zand, grind en klei op de korte en middellange termijn is het voornemen om de polder ten behoeve van natuurontwikkeling, recreatief medegebruik en een verbeterde waterafvoer voor de lange termijn in te richten.

Ook wordt de bestaande bedrijfsbestemming in de uiterwaarde gerevitaliseerd ten behoeve van open overslag en bewerking van bouwgrondstoffen, opwekking van duurzame energie en havenontwikkeling.

NOTITIE OVER DE INHOUD VAN DE MILIEUEFFECTRAPPORTAGE

4

1.2 Planning en fasering Dekker heeft een Gebiedsvisie voor de gehele Midden-Waal opgesteld waarvan zowel de Willemspolder als de Gouverneurspolder deel uit maken. Gelet op het grootschalige karakter van dit gebied ligt het voor de hand dat de Willemspolder en de Gouverneurspolders in afzonderlijke fases tot ontwikkeling worden gebracht. De realisatieduur per fase is naar verwachting 5 – 10 jaar. Per planfase worden afzonderlijke milieueffectrapportages en vergunningsaanvragen opgesteld, waarbij steeds een doorkijk wordt gegeven naar de gebiedsvisie als geheel. De eerste stap betrof de herinrichting van het bedrijfsterrein rond het kantoor van Dekker, ten behoeve van biodiversiteit en recreatie. Deze fase is reeds uitgevoerd. Door het aanwijzingsbesluit en beheerplan voor Natura 2000 gebied Rijntakken is natuurontwikkeling in de uiterwaarden van de Waal, door omvorming van grasland naar natuur en water, problematisch geworden omdat dit ganzenfoerageergebied is. Dit heeft ertoe geleid dat Dekker een extra fase binnen de ontwikkeling van de Willemspolder heeft ingelast.

Fase 1: Nieuweweg tot circa 500 meter voor de Prins Willem-Alexanderbrug; Fase 2/3*: resterende Willemspolder vanaf Koepelweg tot Amsterdam Rijn-kanaal of Gouverneurspolder *: Afhankelijk van de ontwikkeling op beleidsdossiers en de voortgang van de grondverwerving wordt in de komende jaren een keuze gemaakt of eerst Gouverneurspolder wordt ontwikkeld of dat eerste de gehele Willemspolder tot ontwikkeling wordt gebracht.

NOTITIE OVER DE INHOUD VAN DE MILIEUEFFECTRAPPORTAGE

5

Voor de lange termijn is het doel van Dekker het realiseren van haar Gebiedsvisie Midden-Waal door middel van de projecten Willemspolder en Gouverneurspolder. Op korte termijn wordt gekozen voor planvorming en m.e.r voor Willemspolder fase 1. Voor fase 1 kan Dekker op korte termijn bouwland (in eigen beheer) omzetten naar grasland, als compensatie voor het verlies aan ganzen-foerageergebied. Op die manier kan op korte termijn een zelfstandig plan worden uitgewerkt en in procedure worden gebracht, dat een vergunbare situatie is op basis van het vigerende beleid en realiseerbaar is op basis van onze grondposities. Daarbij is de gedachte dat ten tijde van de ontwikkeling van fase 2 het natuurbeleid op het vlak van ganzenfoerageergebied verder is uitgekristalliseerd ten gunste van meer biodiversiteit in de uiterwaarden. Bijkomend voordeel van deze fasering is dat, in het kader van integraal rivier management, tijdig kan worden ingespeeld op de samenloop met de dijkversterkingsopgave en nevenprojecten zoals Veerhaven Ochten. In het kader van de Gebiedsvisie Midden-Waal worden maatschappelijke doelen gerealiseerd op het vlak van hoogwaterveiligheid, landschaps- en natuurontwikkeling, recreatie, biodiversiteit, duurzaamheid en milieu met de winning van bouwgrondstoffen als motor. Willemspolder fase 1 vormt daartoe de eerste concrete stap.

NOTITIE OVER DE INHOUD VAN DE MILIEUEFFECTRAPPORTAGE

6

1.3 Projectgebied en studiegebied Projectgebied Het projectgebied is het deelgebied Willemspolder fase 1, waar de ingrepen plaats­ vinden. Binnen het projectgebied wordt het inrichtingsplan geoptimaliseerd aan de hand van het onderzoek naar milieueffecten. Hieronder is het projectgebied (blauwe lijn) weergegeven ten opzichte van de gehele Gebiedsvisie Midden-Waal (rode lijn). Het projectgebied Willemspolder fase 1 heeft een oppervlakte van circa 165 hectare.

Studiegebied Het studiegebied betreft in eerste aanleg de gehele Gebiedsvisie Midden-Waal (en omgeving), waarbinnen de projecten Willemspolder en Gouverneurspolder zijn opgenomen. Ten behoeve van de rivierkundige effecten wordt het gehele stroomgebied van de Waal, van dijk tot dijk beschouwd. Bij de effectbeoordeling van het projectgebied Willemspolder fase 1 wordt steeds een doorkijk gegeven naar de effecten van de gehele Gebiedsvisie Midden-Waal. Op basis van de daadwerkelijke effectbeoordeling (denk aan Geohydrologische effecten en geluidseffecten) wordt de exacte omvang van het studiegebied bepaald.

1.4 De m.e.r.-(beoordelings)plicht Op basis van het Besluit milieueffectrapportage zijn de volgende activiteiten, plannen en besluiten van toepassing, ten aanzien waarvan het maken van een milieueffectrapportage (hierna: m.e.r.) verplicht is: C 4 De aanleg, wijziging of uitbreiding van een haven voor de binnenscheepvaart, in gevallen waarin de aanleg betrekking heeft op een haven die bevaarbaar is voor schepen met een laadvermogen van 1.350 ton of meer (bestemmingsplan); C 16.1 De winning van oppervlaktedelfstoffen uit de landbodem, in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een terreinoppervlakte van meer dan 25 hectare (besluit Ontgrondingenwet). De ontwikkeling van een haven valt samen met het revitaliseren van de bestaande bedrijfsbestemming binnen het projectgebied. Dit wordt in paragraaf 2.6 nader toegelicht.

NOTITIE OVER DE INHOUD VAN DE MILIEUEFFECTRAPPORTAGE

7

Op basis van het Besluit milieueffectrapportage moet voor de volgende activiteiten, plannen en besluiten beoordeeld worden of het maken van een m.e.r. verplicht is: D 3.2 De aanleg, wijziging of uitbreiding van werken inzake kanalisering of ter beperking van overstromingen, met inbegrip van primaire waterkeringen en rivierdijken (bestemmingsplan); D 9 Een landinrichtingsproject dan wel een wijziging of uitbreiding daarvan, in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een functiewijziging met een oppervlakte van 125 hectare of meer van water, natuur, recreatie of landbouw (bestemmingsplan). We nemen maatregelen ter voorkoming van overstromingen (hoogwatergeul) en richten meer dan 125 hectare land in behoeve van water, natuur en recreatie. Omdat deze beoordeling plichtige activiteiten onderdeel uitmaken van het plan en de projectdoelen kiest Dekker ervoor om de m.e.r. beoordeling over te slaan en direct de procedure voor de milieueffectrapportage te doorlopen. Deze procedure is hoe dan ook nodig omdat significante effecten op Natura 2000-gebieden kunnen optreden. Op basis van een voortoets is inmiddels gebleken dat een passende beoordeling moet worden gemaakt in het kader van de Wet Natuurbescherming en de effecten op het Natura 2000 gebeid Rijntakken. Volgens art.

7.2a lid 1 Wm zijn plannen die volgens een wettelijke of bestuursrechtelijke bepaling verplicht zijn en waarvoor een passende beoordeling moet worden gemaakt m.e.r.-plichtig. Het bestemmingsplan dient aangepast te worden, hiervoor is een planm.e.r. noodzakelijk. Gezien de verplichting voor zowel een project- als een plan-m.e.r.. is gekozen voor een gecombineerd plan- en project-m.e.r.. Dat wil zeggen dat de m.e.r., zowel de besluitvorming in het kader van de Ontgrondingenwet als de bestemmingsplan procedure ondersteund. De uitgebreide procedure is voor deze MER van toepassing. Een nader overzicht van de procedure wordt gegeven in bijlage 1.

NOTITIE OVER DE INHOUD VAN DE MILIEUEFFECTRAPPORTAGE

8

1.5 Vigerend bestemmingsplan Het vigerende bestemmingsplan betreft “bestemmingsplan Buitengebied Dodewaard – Echteld” uit 2013. In het plangebied zijn voornamelijk drie bestemmingen van toepassing: 1. Natuur 2. Bedrijf – Haven 3. Agrarisch met waarden (overgrote deel) Voor de gehele polder is de dubbelbestemming “Waterstaat-Waterstaatkundige werken” van toepassing. Zie onderstaande afbeelding. De bedrijfsbestemming aan de Nieuweweg is uitgezonderd in het bestemmingsplan Buitengebied Dodewaard – Echteld uit 2013. Hiervoor is bestemmingsplan Buitengebied Echteld 1975 van toepassing. In dit bestemmingsplan heeft het perceel de bestemming ‘Baksteenfabriek’ (artikel 22). In een nieuw bestemmingsplan worden nieuwe begrenzingen en regels vastgesteld voor water, natuur, agrarisch gebruik en de bedrijfsbestemming inclusief haven. Ook worden dubbelbestemmingen (zoals voor waterstaatskundige functies en leidingen) gebiedsaanduidingen (zoals een geluidszone) en bouw- en functievlakken aangewezen.

NOTITIE OVER DE INHOUD VAN DE MILIEUEFFECTRAPPORTAGE

9

1.6 Betrokkenen Bij het initiatief tot de voorgenomen activiteiten in de Willemspolder en de milieueffectrapportage zijn verschillende partijen betrokken. Hieronder zijn de partijen weergegeven die een formele rol in de procedure hebben. Initiatiefnemer Als initiatiefnemer treedt op: Dekker Grondstoffen B.V Postbus 6073 4000 HB Tiel Contactpersoon: Toon van Mierlo Mail: t.vanmierlo@dekkergroep.nl Bevoegd gezag Voor het m.e.r.-plichtige besluit ingevolge de ontgrondingvergunning bevoegd gezag: Het College van Gedeputeerde Staten van Gelderland Afdeling Vergunningverlening en Handhaving Postbus 9090 6800 GX Arnhem Voor het bestemmingsplan is het bevoegd gezag: De gemeenteraad van gemeente Neder-Betuwe Postbus 20 4043 ZG Opheusden Op verzoek van de initiatiefnemer zal provincie Gelderland voor de gecombineerde projecten plan-m.e.r. optreden als het coördinerende bevoegd gezag (op basis van artikel 10a Ontgrondingenwet). Dat wil zeggen dat de besluiten en bijbehorende stukken steeds in samenhang worden behandeld en gelijktijdig ter inzage worden gelegd. Voor het project is een projectgeroep geformeerd waarin, naast gemeente en provincie, Rijkswaterstaat en Waterschap Rivierenland deelnemen als bevoegd gezag inzake de Waterwet.

1.7 Doel notitie Het doel van de m.e.r. is het waarborgen van milieuaspecten zodat deze een volwaardige plaats krijgen in het besluitvormingsproces. Het doel van deze notitie is om de reikwijdte en het detailniveau voor de milieueffectrapportage te bepalen. Betrokken personen en instanties worden geïnformeerd en in de gelegenheid gesteld om wensen ten aanzien van de te onderzoeken aspecten in de m.e.r. kenbaar te maken, waarna alternatieven verkend en geselecteerd worden, zodat de inhoud van het MER wordt afgebakend. Deze notitie vormt de eerste stap, het uiteindelijke milieueffectrapport is het eindresultaat van de m.e.r.-procedure.

NOTITIE OVER DE INHOUD VAN DE MILIEUEFFECTRAPPORTAGE

10

1.8 Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt ingegaan op het kader en de doelstellingen van het project. In hoofdstuk 3 worden de voorgenomen activiteiten en alternatieven die onderzocht gaan worden besproken. Hoofdstuk 4 behandelt de aandachtspunten voor de beoordeling van de milieueffecten. In het laatste hoofdstuk 5 worden de wettelijke en beleidskaders behandeld, waarna de te volgen procedure uiteen wordt gezet.

NOTITIE OVER DE INHOUD VAN DE MILIEUEFFECTRAPPORTAGE

11

2 PROJECTKADER 2.1 Doelstellingen project Doelstellingen 1. Winning van zand, grind en klei ten behoeve van de nationale bouwgrondstoffenbehoefte* 2. Hoogwaterveiligheid • Deltaprogramma • Integraal Riviermanagement • Hoogwaterbeschermingsprogramma 3. Natuurontwikkeling • Kaderrichtlijn Water (en PAGW) • Natura 2000 • Programmatische Aanpak Grote Wateren • Gelders Natuurnetwerk en Groene Ontwikkelingszone 4. Landschapsontwikkeling & Recreatie 5. Duurzaamheid & Mobiliteit • Opwekking duurzame energie t.b.v. Regionale Energie Strategie • Elektrisch winnen en klasseren t.b.v. CO2-reductie • Haven met ‘Bouwgrondstoffen-HUB’ t.b.v. scheepvaarttransport Bovenstaande doelstellingen zijn op prioriteit gerangschikt. *: zie Rijksoverheid, Compendium voor de Leefomgeving https://www.clo.nl/indicatoren/nl0067-winning-en-verbruik-van-oppervlaktedelfstoffen

2.2 Bouwgrondstoffenwinning De uitdaging in het m.e.r. ligt in het vinden van balans tussen het realiseren van de maatschappelijke doelen en de winning van bouwgrondstoffen, die de economische drager van de ontwikkeling vormt. We kiezen een integrale benadering waarbij alle doelstellingen in balans kunnen worden behaald. De voorgenomen herinrichting, inclusief de te onderzoeken optimalisaties, dient op een economisch haalbare en technisch uitvoerbare manier te kunnen worden uitgevoerd. Binnen die randvoorwaarde wordt een zo groot mogelijke bijdrage aan de maatschappelijke doelen nagestreefd. In het m.e.r. zal een overzicht worden gegeven van de aanwezige en toekomstige oppervlakte van kwaliteiten en functies van het gebied, inclusief de autonome ontwikkelingen. Daarbij zal een doorkijk worden gegeven naar de plannen voor Willemsen Gouverneurspolder als geheel. De tijdelijke effecten vanwege de ontgronding worden afzonderlijk in beeld gebracht.

NOTITIE OVER DE INHOUD VAN DE MILIEUEFFECTRAPPORTAGE

12

2.2.1 Contouren bouwgrondstoffenwinning In de onderstaande verbeelding is met de blauwe contour de maximale insteek van de ontgronding weergegeven. Binnen deze contour vindt de winning van klei, zand en grind plaats.     12.5+

12.5+

SITUATIE 0

25

50

75

100m

Locatie:G:\1301-1400\1349\Tekeningen

SCHAAL 1 : 2.500

© Landmeetkundig en Adviesbureau Meet B.V.

De locatie voor zandwinning wordt primair bepaald door het voorkomen van vermarktbaar zand en de aanwezige rivierkundige en landschappelijke elementen. Er is sprake van een redelijk ver doorontwikkeld basisplan, waarvan de haalbaarheid op voorhand is getoetst op basis van de onderliggende grondbalans. In het m.e.r. wordt het basisplan nader onderzocht en verfijnd op basis van milieueffecten. Voorafgaande aan de winning van zand en grind wordt de dekgrond verwijderd en wordt klei gewonnen ten behoeve van de dijkenbouw en de keramische industrie. Binnen de winlocaties wordt zand en grind gewonnen, waarvan industriezand wordt gemaakt ten behoeve van de bouwgrondstoffenmarkt. Met de niet vermarktbare restspecie wordt het uiteindelijke landschapsontwerp gerealiseerd. In de bestaande oostplas wordt ook materiaal gewonnen om het landschapsontwerp te realiseren. Dekker wil het project op een zo maatschappelijk mogelijk verantwoorde manier realiseren waarbij wordt nagestreefd de verstoring van het milieu en de omgeving zo kort mogelijk te laten voortduren en zo snel als mogelijk het gewenste eindbeeld wordt bereikt.

NOTITIE OVER DE INHOUD VAN DE MILIEUEFFECTRAPPORTAGE

13

2.2.2 Overige uitgangspunten: • De winning van klei, zand en grind kan binnen de contouren van de ontgronding worden gerealiseerd in de dag periode van 7.00 uur – 19.00 uur. • De maximale diepte van de ontgronding bedraagt -20,0 m NAP. De uiteindelijke diepte van de winning hangt af van de aard en diepte van de geologische lagen die geschikt zijn voor zand- en grindwinning. Het uiteindelijke opvulniveau wordt bepaald door het inrichtingsplan en de grondbalans. • Een gesloten grondbalans, waarbij geen aanvoer van externe specie benodigd is voor het bereiken van de gewenste eindsituatie, is het uitgangspunt . Bij de uitvoeringsvarianten wordt dit uitgangspunt nader onderzocht en wordt bepaald in hoeverre de aanvoer van extern materiaal het plan landschappelijk en ecologisch kan optimaliseren.

NOTITIE OVER DE INHOUD VAN DE MILIEUEFFECTRAPPORTAGE

14

2.3 Hoogwaterveiligheid 2.3.1 Deltaprogramma Met het Deltaprogramma bereidt de overheid ons land voor op de gevolgen van klimaatverandering. De Rijn moet steeds grotere hoeveelheden water kunnen afvoeren. Om het risico op overstromingen klein te houden, krijgt de rivier meer ruimte én worden de dijken versterkt. In het kader van Deltaprogramma Rijn is de Verkenning MiddenWaal, incl. Gouverneurspolder en Grote Willemspolder als maatregel opgenomen. In de voorkeursstrategie (VKS) van het Deltaprogramma wordt een waterstandsdaling van 53 mm nagestreefd. Deze waterstandsdaling wordt als richtlijn nagestreefd. Voor Willemspolder fase 1 betekent dat een doel van ongeveer 18 mm waterstandsdaling. Daarnaast speelt de Dijkversterking Neder-Betuwe als raakvlakproject.

2.3.2 Integraal Riviermanagement Medio 2018 is het Programma Integraal Rivier Management (IRM) van start gegaan. IRM biedt de kans om tot samenhangende oplossingen te komen voor waterveiligheid, waterkwaliteit, zoetwater, scheepvaart en natuur. Rijk en regio zijn aan de slag gegaan om tot een nieuw toekomstbeeld voor 2050 voor de rivieren te komen. Zij hebben de opgaven inmiddels geïnventariseerd. Op basis van de Interactieve opgavenkaart Deltaprogramma Waal (concept, april 2019) wordt de hoogwaterveiligheidsopgave gekoppeld aan delfstoffenwinning. Daarnaast zijn er hydraulische knelpunten in de Willempolder op te lossen. Volgens

Dodewaard

Tiel

Leeuwen

Druten

Winssen

Wamel

Dreumel

Vuren

Haaften

Waardenburg Tuil

Opijnen

Ophemert Varik

NOTITIE OVER DE INHOUD VAN DE MILIEUEFFECTRAPPORTAGE

15

de opgavekaart is er een kans om met rivierverruiming de dijkversterkingsopgave kosteneffectief te verminderen of op te lossen. Tenslotte bestaat de wens om de ruimtelijke kwaliteit te vernieuwen of te versterken. In de m.e.r. worden de opgaven en kansen nader onderzocht. 2.3.3 Rivierkundige ontwerpuitgangspunten Momenteel worden gesprekken met Rijkswaterstaat gevoerd om de rivierkundige doelstelling nader te bepalen. In het kader van Integraal Rivier Management wordt in de m.e.r. onderzocht of meer waterstandsdaling kan worden bereikt (t.o.v. VKS uit Deltaprogramma). Deze ruimte kan bijvoorbeeld worden ingezet om de rivierkundige doelen of compensatie van raakvlakken-projecten (zoals de Dijkversterking en Veerhaven Ochten) te helpen verwezenlijken. In de m.e.r. wordt op basis van het Rivierkundig Beoordelingskader (RBK) van RWS getoetst, o.a. met de volgende ontwerpcriteria: • Het natuurlijk stromingspatroon bij hogere rivierafvoeren is uitgangspunt voor de tracering van de nieuwe geulen; • Aanvaardbare erosie, sedimentatie en scheepvaarteffecten (o.a. dwarsstroming) in het zomerbed en met name de vaargeul; • Een optimum tussen ontwikkelingsruimte voor natuurwaarden (vegetatielegger) en een optimaal doorstromingsprofiel; • Obstakels, zoals kaden, bebouwing, beplanting, etc.

vormen geen beperking voor de doorstroming van de waard; hier worden het oppervlak en de oriëntatie op afgestemd; • Eventuele in- en uitstroompunten worden qua situering en morfologie (bodempeil, taludvorm, terreinwelving) afgestemd op het gewenst stromingspatroon en dragen bij aan een optimaal rivierkundig functioneren.

2.4 Natuurontwikkeling 2.4.1 Kaderrichtlijn Water De Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) betekent voor Nederland een impuls om te komen tot een stevig, samenhangend en betaalbaar maatregelenpakket dat de waterkwaliteit flink zal verbeteren. Voor de Waal is met name de ecologische toestand voor macrofauna en vissen nog onder de maat. Uiterlijk in 2027 - zo is de voorzichtige inschatting nu - heeft tenminste 41% van de 261 waterlichamen een goede ecologische waterkwaliteit. Willemspolder fase 1 kan bijdragen de doelen uit het KRW-programma te realiseren, o.a. door de aanleg van natuurvriendelijke oevers en stromende geulen. 2.4.2 Natura 2000 In de Wet Natuurbescherming – die sinds 1 januari 2017 van kracht is – zijn de bescherming van Natura 2000-gebieden (voorheen geregeld in de Natuurbeschermingswet 1998), de soortenbescherming (voorheen geregeld in de Floraen faunawet) en de Boswet samengevoegd. In 2018 heeft Sovon in opdracht van Dekker een voortoets uitgevoerd, waarin is bepaald NOTITIE OVER DE INHOUD VAN DE MILIEUEFFECTRAPPORTAGE

16

dat significante gevolgen van de gebiedsherinrichting voor de instandhoudingsdoelstellingen van de niet-broedvogelsoorten Smient, Scholekster, Kievit en Wulp in het Natura 2000-gebied Rijntakken op voorhand niet zijn uit te sluiten. Voorts zijn er mogelijk effecten op de slaapplaatsdoelen voor Kolgans en Grauwe Gans. Om dit nader te toetsen wordt in het kader van de m.e.r. een Passende Beoordeling opgesteld. Hierin wordt zowel gekeken naar de effecten op foerageergebieden en slaapplaatsdoelen als naar effecten vanwege stikstofuitstoot. Mitigerende maatregelen kunnen onderdeel zijn van de toetsing in de Passende Beoordeling. Ook zal worden gekeken naar de mogelijkheden voor compensatie, o.a. voor verlies aan foerageergebied voor Ganzen (en de wijze waarop de compensatie wordt vastgelegd). In de onderstaande kaart is de Ligging van het projectgebied ten opzichte van Natura2000 gebied Rijntakken (lichtblauw) en het rustgebied voor winterganzen (gearceerd) weergegeven.

Kaart ligging plangebied t.o.v. Natura 2000 gebied

2.4.3 Programmatische aanpak Grote Wateren (PAGW) Door klimaatverandering en een toenemend maatschappelijk gebruik neemt de druk op de grote wateren (zoals de Waal) toe. Zonder een aanvullende inspanning dreigen natuur en ecologische kwaliteit – ondanks de maatregelen vanuit KRW en Natura 2000 - alsnog te verslechteren. In het kader van de Programmatische Aanpak Grote Wateren (PAGW) werken Rijkswaterstaat, Staatsbosbeheer en de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland in opdracht van de ministeries van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) en Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) verder aan de verbetering van de ecologische waterkwaliteit. Het doel van PAGW is het creëren van “toekomstbestendige grote wateren waar hoogwaardige natuur goed samengaat met een krachtige economie”. Willemspolder fase 1 kan met haar robuuste natuurinrichting bijdragen om dit programma te realiseren en de ‘voetafdruk’ van waterbeheer en waterveiligheid te NOTITIE OVER DE INHOUD VAN DE MILIEUEFFECTRAPPORTAGE

17

verkleinen. De ontwerpprincipes van Smart Rivers en de natuurvisie Ruimte voor Levende Rivieren (o.a. WNF en Stichting Ark) worden hierbij betrokken. 2.4.4 Gelders Natuurnetwerk en Groene Ontwikkelingszone Naast de beschermingsregimes voor gebieden en soorten zoals opgenomen in de Wet Natuurbescherming is het beschermingsregime voor het Gelders Natuurnetwerk (GNN) en de Groene Ontwikkelingszone (GO) van belang zoals opgenomen in de provinciale Omgevingsverordening. De kernkwaliteiten van het gebied zijn kruiden- en faunarijk grasland, rivier- en beekbegeleidend bos, vochtig bos met productie, zoete plas, rivier en botanisch waardevol grasland. Het initiatief heeft de potentie om deze kernkwaliteiten te versterken door de omvorming van agrarisch areaal naar natuur. Daarnaast zijn ganzenrustgebieden aangewezen voor de instandhouding van populaties overwinterende ganzen. Op basis van de Voortoets van SOVON uit 2018 blijkt dat gevolgen voor de kernkwaliteiten van het Gelder Natuur Netwerk (GNN) zijn uitgesloten indien bij de verdere planuitwerking rekening wordt gehouden met de natuurwaarden. Aantasting van de kernkwaliteiten van de Groene ontwikkelingszone (GO) zijn onder die voorwaarde eveneens uitgesloten, met uitzondering van de functie van het werkgebied als ganzenfoerageergebied, één van de kernkwaliteiten van de GO.

De foerageerfunctie verdwijnt grotendeels, wat ook betekent dat de foerageercapaciteit van de uiterwaarden langs de Waal met ongeveer 10% afneemt. Dit kan nadelige gevolgen hebben voor de vitaliteit van populaties van overwinterende ganzen maar kan mogelijk ook leiden tot grotere landbouwschade. De ‘opvangcapaciteit’ van overwinterende ganzen neemt immers af. Dit effect is niet verwaarloosbaar en te kwalificeren als een significante aantasting van de kernkwaliteiten van de GO. Om de gevolgen van de ingreep voor de GNN en GO nader te toetsen wordt in het kader van de m.e.r. naast een Passende Beoordeling opgesteld ook een ‘nee tenzij-toets’ doorlopen.

Kaart ligging plangebied t.o.v. GNN en GO gebied NOTITIE OVER DE INHOUD VAN DE MILIEUEFFECTRAPPORTAGE

18

2.4.5 Ontwerpuitgangspunten voor natuurontwikkeling In het ontwerp worden de volgende doelstellingen worden voor natuurontwikkeling nagestreefd: Het plan zal zich richten naar de doelstellingen van de KRW, Natura2000, GNN en GO waar het gaat om instandhouding en/of ontwikkeling van riviergebonden habitats en doelsoorten. • Bestaande waarden worden zoveel mogelijk gehandhaafd, versterkt en ingepast. • Door ontpoldering van een groot deel van de Willemspolder komt dit gebied onder het hoogdynamische regime van de rivier te staan, waarmee een interessante ecologische ontwikkeling wordt gestimuleerd. • Hier ontstaat ruimte voor een natuurlijk proces van erosie en sedimentatie, en de vorming van steilranden, zandplaten, stuivende oeverwallen, waarop pioniervegetatie en verdere successiestadia kunnen volgen. Voorwaarde: beperkte toegankelijkheid en medegebruik. • Door middel van begrazingsbeheer, en zo nodig via ingrijpender cyclisch beheer zal worden voorkomen dat de toegestane ruwheidsfactoren worden overschreden. • Door een robuuste inrichting is sprake van een beheersbaar milieu, waarmee duurzame instandhouding mogelijk is. Hoogwatervrije vluchtplaatsen op strategisch gelegen posities, vormen periodiek (bij hogere rivierafvoeren) refugia voor tal van diersoorten (en bv. vee).

• Laagdynamisch milieu binnen kades, waar waardevolle voormalige kleiputten behouden kunnen blijven en sprake is van beperkte peildynamiek. • Borging van natuur- en rivierdoelen op lange termijn middels een beheerplan

2.5 Landschapsontwikkeling & recreatie In het LandschapsOntwikkelingsPlan (LOP 2009) heeft gemeente Neder-Betuwe de kansen en ontwikkelingen in beeld gebracht die het landschap begrijpelijker of aantrekkelijker maken. Voor de Waaluiterwaarden is de doelstelling om buitendijks een dynamisch ensemble van water, natuur, landbouw en recreatieve toegankelijkheid te ontwikkelen met oog voor cultuurhistorie en vergezichten. Met het project ‘De Schatkist van Neder-Betuwe’ heeft de gemeente kansen voor de toekomst in beeld gebracht aan de hand van historische plekken en verhalen waar inwoners het meest trots zijn. Voor IJzendoorn is de locatie van het verdwenen Slot IJzendoorn als kans aangemerkt. Op deze locatie bevindt zich momenteel het kantoor van Dekker. Gemeente Neder-Betuwe werkt momenteel aan een Omgevingsvisie waarin nadere doelstellingen ten aanzien van recreatie kunnen worden opgenomen. Het ontwerp wordt nader afgestemd op de provinciale programma’s Gastvrije Waaldijk en Panorama Waal. De Gastvrije Waaldijk is de herinrichting van de weg op de Waaldijk tot een herkenbare en aantrekkelijke fietsroute. Deze route bevat balkons met uitzicht NOTITIE OVER DE INHOUD VAN DE MILIEUEFFECTRAPPORTAGE

19

over de Waal. Dit vraagt afstemming over zichtlijnen en entrees tot de uiterwaarden voor recreanten. Panorama Waal beschrijft een toekomstperspectief voor de Waal, maar bevat ook ontwerpcriteria voor de uiterwaarden, om de Waal-karakteristieken te versterken. In het ontwerp worden de volgende doelstellingen voor recreatie nagestreefd: • In de zone langs de dijkvoet staan behoud en versterking van het bestaande waardevolle (en gewaardeerde) landschapsbeeld centraal. • Voor de bewoners van nabije kernen (Echteld, IJzendoorn, Ochten) worden beperkt voorzieningen voor extensief recreatief medegebruik gerealiseerd; strandjes, visstekken, vliegerweide, wandel-/fietspad en voorzieningen voor natuurbeleving. • Het plan richt zich mede op versterking van de ruimtelijke kwaliteit van het gebied tussen de kerk van IJzendoorn en het kantoor van de Dekker Groep (huidig opslagterrein). • Het plan biedt een aantal routes en verbindingen die het recreatief medegebruik van de uiterwaard versterken (entree’s via afwegen, landbouwwegje, struinpaden, doorwaadbare plekken). • Hoogdynamische gebieden, waar de primaire natuurlijke processen (wind en water) vrij spel hebben, dienen in mindere mate, of uitsluitend toegankelijk te zijn voor extensieve recreatievormen (natuurbeleving).

NOTITIE OVER DE INHOUD VAN DE MILIEUEFFECTRAPPORTAGE

20

2.6 Duurzaamheid & Mobiliteit In het kader van maatschappelijk verantwoord ondernemen is duurzaamheid diep verankerd in de bedrijfsdoelen en projecten van Dekker. Dekker heeft in 2013 een stevige ambitie neergelegd: per 2020 willen we 80% van onze CO2-uitstoot hebben verminderd in de productie van zand en grind. We focussen op twee routes: het overstappen van fossiele energie naar hernieuwbare energie en het energiezuiniger maken van ons productieproces. Begin 2018 waren we halverwege en de doelstelling voor 2020 is haalbaar. Voor Willemspolder fase 1 vertalen de bedrijfsdoelen zich in het zelf opwekken van duurzame energie, elektrisch winnen en klasseren van zand en grind en de ontwikkeling van een haven voor het transport van bouwgrondstoffen per schip. 2.6.1 Opwekking duurzame energie t.b.v. Regionale Energie Strategie Op 28 juni 2019 heeft het kabinet het klimaatakkoord gepubliceerd. Het is de Nederlandse uitwerking van de internationale klimaatafspraken van Parijs (2015). Het ontwerp van het Klimaatakkoord uit december 2018 bevat een samenhangend pakket aan maatregelen dat moet resulteren in een CO2-reductie van tenminste 49% in 2030 ten opzichte van het jaar 1990. De gemeente Neder-Betuwe is volop bezig met de energietransitie. Vanuit afspraken met het Rijk is binnen de Regio Rivierenland gestart met het opstellen van een Regionale Energiestrategie.

Dekker denkt met de gemeente en Regio Rivierenland mee (in een aantal ruimte-ateliers) over maatregelen die bij kunnen dragen aan realisatie van de energiedoelen. Het plaatsen van een of meerdere windmolens op de bedrijfsbestemming van het voormalige steenfabrieksterrein of het realiseren van een (drijvend) zonnepark komen daarbij naar voren als mogelijke opties. In verband met radarreflectie moeten windmolens op voldoende afstand van de vaarweg te worden geplaatst. Dit wordt in de m.e..r. nader onderzocht. Wellicht zijn er ook mogelijkheden voor

NOTITIE OVER DE INHOUD VAN DE MILIEUEFFECTRAPPORTAGE

21

koude-warmteopslag en de productie en opslag van waterstof. In de m.e.r. worden deze mogelijkheden nader onderzocht. 2.6.2 Elektrisch winnen en klasseren t.b.v. CO2-reductie In het kader van de energietransitie heeft Dekker inmiddels een aantal van haar winwerktuigen en klasseerinstallaties elektrisch gemaakt. Dat wil zeggen dat deze installaties aangesloten zijn op het elektriciteitsnetwerk en dus geen uitstoot meer hebben vanwege het gebruik van dieselmotoren. In de m.e.r. worden deze mogelijkheden tot beperking van de uitstoot nader onderzocht. 2.6.3 Haven met ‘Bouwgrondstoffen-HUB’ t.b.v. scheepvaarttransport Binnen het programma Integraal Riviermanagement werken het Rijk en de regionale (water)partners samen aan een veilig, functioneel en aantrekkelijk Maas- en Rijngebied dat klaar is voor de toekomst. Daarbij speelt naast opgaven op het gebied van waterveiligheid, waterkwaliteit, natuur- en economische ontwikkeling, zoetwatervoorziening ook de vlotte en veilige doorvaart van de scheepvaart een voorname rol. Het plangebied maakt onderdeel uit van de Logistieke Hotspot Rivierenland. Dit is een samenwerkingsverband tussen 11 gemeenten uit het gebied Rivierenland, diverse ondernemers uit Rivierenland en daarbuiten, de onderwijssector, KvK, VNO-NCW en de provincie Gelderland.

Regio Rivierenland biedt door de aanwezigheid van de Waal, de A2, A15, de containerterminal Medel en de Betuwelijn een zeer goede verbinding met de haven van Rotterdam en het Duitse achterland. De bouw van een nieuwe (elektrische) verwerkingsinstallatie op het land, in het kader van de revitalisatie van de bestaande bedrijfsbestemming (oude steenfabriek) wordt in het kader van de m.e.r. onderzocht. Dit kan samengaan met de ontwikkeling van een centrale op-, overslag en bewerkingslocatie voor bouwgrondstoffen. Door de koppeling met havenontwikkeling ontstaat een ‘Bouwgrondstoffen-HUB’ ter bevordering van het scheepvaarttransport. De bijdrage van deze ontwikkeling ten behoeve van duurzaamheid en mobiliteit wordt in de m.e.r. nader onderzocht.

NOTITIE OVER DE INHOUD VAN DE MILIEUEFFECTRAPPORTAGE

22

3 INRICHTINGSALTERNATIEVEN EN UITVOERING 3.1 Methodiek We hanteren in de m.e.r. het volgende stappenplan: 1. In beeld brengen van de referentiesituatie, zie paragraaf 3.2. Deze situatie bestaat uit de huidige situatie en de autonome ontwikkelingen. 2. Beoordeling van het basisalternatief, zie paragraaf 3.3. Dit plan bevat al verschillende optimalisaties ten gunste van de beoogde doelstellingen. 3. Optimaliseren van het basisalternatief per doelstelling, zie paragraaf 3.4 en de optimalisaties kwalitatief toetsen op toegevoegde waarde en uitvoerbaarheid. 4. De beste optimalisaties samenvoegen in het voorkeursalternatief. 5. De drie inrichtingsalternatieven (referentiesituatie, basisalternatief en voorkeursalternatief) modelmatig toetsen op milieueffecten, waarbij de tijdelijke uitvoeringssituatie afzonderlijk in beeld wordt gebracht. 6. Vergelijking en beoordeling van de alternatieven. Naar verwachting wordt op het voorkeursalternatief het uiteindelijke inrichtingsplan, waarop het bestemmingsplan en de vergunningsaanvragen worden gebaseerd.

7. Tot slot vindt een vergelijking met de globale effecten van de Gebiedsvisie MiddenWaal Samenvattend bevat het MER drie inrichtingsalternatieven: 1. De referentiesituatie (huidige situatie + autonome ontwikkeling) 2. Het basisalternatief (inrichtingsplan) 3. Het voorkeursalternatief (beste van alle optimalisaties) Daarbij wordt de tijdelijke uitvoeringsituatie afzonderlijk in beeld gebracht en wordt een vergelijking met de globale effecten van de Gebiedsvisie Midden-Waal gemaakt.

3.2 Referentiesituatie In het MER zal de huidige functie en het gebruik inclusief autonome ontwikkelingen van de Willemspolder als referentie worden gebruikt. Bij de voornaamste autonome ontwikkelingen kan worden gedacht aan de voorspelde ontwikkelingen in de afvoer van de Waal en de uitvoering van raakvlakkenprojecten zoals Veerhaven Ochten en Dijkversterking Neder-Betuwe. De milieueffecten van de te onderzoeken alternatieven worden in het MER beoordeeld ten opzichte van de referentie situatie.

3.3 Basisalternatief Voor de Willemspolder Fase 1 is een ontwerp opgesteld. Voor het MER geldt dit ontwerp als basisplan. Dit plan bevat al een scala aan optimalisaties ten gunste van de beoogde doelstellingen.

NOTITIE OVER DE INHOUD VAN DE MILIEUEFFECTRAPPORTAGE

23

P

(dorpshuis)

P

Systeem van lagunes en vooroevers

Doorbraakkolk

Struinpad

Visplekken

Grazige vegetatie extensief beheer

n

lij Zicht

Ligweide/strandje

Lagune

Zachthoutooibos Landbouw

ot

Dep

tlijn

h Zic

Trekpontje Hekwerk Observatiepost reconstructie van redoute lling /

versne

Stroom

enen

stapst

Struinpad

Verbeelding Basisalternatief

Zonering Een belangrijk aspect van het uiterwaardenmilieu is de invloed van de elementen. De werking van zon, wind, en water; periodieke waterstandsverschillen, stroming en turbulentie, erosie en sedimentatie, etc. bepalen bodemvorming en vegetatiepatroon. Een belangrijke ontwerpdoelstelling is dan ook het vergroten van deze dynamiek in de Willemspolder. De bestaande zomerkade, die de scheiding vormt tussen het hoogen het laagdynamisch milieu, wordt (deels) opgeheven, waardoor een groter gebied rechtstreeks onder invloed van de rivierkundige dynamiek komt te staan. Onderzocht wordt of waardevolle milieu’s rond de bestaande poelen (tussen waardweg en Waalbandijk) hun beschermde ligging in het laagdynamische gebied kunnen behouden. Rivierkundig In het verlengde van de bestaande plassen wordt een hoofdgeul gerealiseerd, waarmee het water bij hogere rivierpeilen beter kan doorstromen. Het oorspronkelijk geomorfologisch patroon en de bestaande strangresten worden bij de tracering en vormgeving als uitgangspunt gehanteerd. Zo worden de bestaande plassen omgevormd tot een (bij hoogwater) meestromende nevengeul. Daarnaast zijn er ontwikkelmogelijkheden om een of meer stromende nevengeulen te ontwikkelen.

Bij welk rivierpeil deze geulen gaan meestromen, hoeveel van het debiet van de Waal voor de doorstroming kan worden benut en welke neveneffecten hierbij aanvaardbaar zijn worden als onderzoeksvragen meegenomen in de m.e.r.. NOTITIE OVER DE INHOUD VAN DE MILIEUEFFECTRAPPORTAGE

24

Ligging zomerkade in het projectgebied (rood: vervalt, oranje: nieuw, blauw: te handhaven)

Zandwinning De nieuwe geul sluit rechtsreeks aan op de bestaande zandwinplassen, waarmee een integrale ruimtelijke oplossing wordt bereikt. Deze wat wezensvreemde plassen worden nu ingepast in een groter samenhangend geheel, dat beter beantwoordt aan de landschappelijke karakteristiek van het rivierenlandschap. Ook het bekken van de overnachtingshaven, in het verlengde gelegen van geul en plassen, past in dit geheel. De ligging en profilering van de nieuwe geul is medebepaald door de lokale aanwezigheid van hoogwaardig zand. De winning, veredeling en vermarkting van dit industriezand legt het economisch fundament onder de integrale herinrichting van de Willemspolder. Landschappelijk Het ontwerp voor de Willemspolder vertoont vooral grotere, lineair gerichte structuren (water, landtongen, bossingels), passend bij de karakteristiek van het rivierenlandschap. Het landschap illustreert daarmee als het ware de beweging van het stromende water. Verder is de relatie tussen het dorp IJzendoorn met de uiterwaard versterkt door opschoning van het opslagterrein van de Dekker Groep. Dit gebied is recent heringericht als extensief begraasd natuurgebied met een verzorgde toegangsweg die gericht is op het representatieve kantoor. De Waalbandijk biedt een fantastisch uitzicht over het landschap, zowel binnen-, als buitendijks.

Afwisseling in de mate van beslotenheid en het spelen met doorzichten bevordert de belevingswaarde. Met opgaande beplanting (ooibos en meidoornstruwelen) wordt dan ook een ruimtelijke afwisseling nagestreefd met meer open en meer besloten gedeelten. Verder wordt de opgaande houtige vegetatie (bos, struweel, solitair) zoveel mogelijk gekoppeld aan de geulachtige laagte en of de hogere oeverwallen. Zo “volgen” de beplantingsstructuren de morfologie van het bodemreliëf.

NOTITIE OVER DE INHOUD VAN DE MILIEUEFFECTRAPPORTAGE

25

Ecologisch Een groot deel van het gebied komt buiten de zomerkade te liggen, hier wordt dan geen actief peilbeheer meer gevoerd. Het hoogdynamisch milieu buiten de zomerkade biedt ruimte voor de primaire landschapsvormende processen en de ontwikkeling van pionier vegetaties. Daarbij wordt rekening gehouden met de mogelijkheid om ook hier hogere terreindelen te realiseren als hoogwatervrije vluchtplaats voor wild, en/of vee (begrazingsbeheer). In de lagere gebiedsdelen worden de ontwikkelingen gericht op de versterking van de hier passende soorten en de ontwikkeling en uitbreiding van ondiep water, plas- drassituaties en zachthoutooibos. De milieudifferentiatie wordt onder meer versterkt door een grote variatie in diep-ondiep water, zonbeschenen-schaduwoevers, onbegroeide zandige/ slikkige platen tegenover kruidachtige vegetaties en ooibos. De ontwikkelingsmogelijkheden voor (hardhout)ooibos, rond de oude steenfabriekslocatie zijn zeldzaam in het stroomgebied van de Waal. Een bijzonder element wordt gevormd door een stroomversnelling, waar peilverschil wordt benut voor een bijzonder ecologisch milieu. Het intensief agrarisch gebruik maakt plaats voor natuur met mogelijkheden voor agrarisch natuurbeheer.

Milieukundig De beoogde ontwikkeling van een haven in het kader van de revitalisering van de bedrijfsbestemming heeft een raakvlak met een voormalige stortplaats, de zogenaamde ‘pyrietslakkenstort’. Voor dit geval van bodemverontreiniging is in het verleden een saneringsbeschikking (ernstig en urgent) afgegeven waarbij de financiering bij het Rijk lag. Inmiddels is de provincie het bevoegd gezag en staat het geval, naar aanleiding van onderzoek naar stortplaatsen (VOS / NAVOS / MOVOS) , niet meer op de lijst van urgente saneringen. Dekker is momenteel in overleg met de provincie om mogelijke saneringsvarianten en de financiering daarvan te bespreken. In het kader van de m.e.r. worden in ieder geval twee varianten onderzocht: 1. Pyrietslakkenstort ontgraven, herschikken op nabijgelegen voormalige stortplaats aan Nieuweweg en afdekken; 2. Bedrijfsbestemming op pyrietslakkenstort positioneren bij wijze van afdekkingsvariant (alternatief ontwerp van bedrijfsbestemming en haven). NOTITIE OVER DE INHOUD VAN DE MILIEUEFFECTRAPPORTAGE

26

Recreatief In recreatief opzicht biedt de Willemspolder straks aantrekkelijke mogelijkheden voor extensieve vormen van medegebruik. Hiertoe wordt de relatie met de dorpen Echteld, IJzendoorn en Ochten zo veel mogelijk gekoesterd en waar mogelijk versterkt, hetzij visueel (direct zicht), hetzij functioneel (routing). De ruimtelijke kwaliteit van de Willemspolder wordt zo veel mogelijk versterkt en de ruimtelijke relatie met de Willemspolder wordt hersteld. Verschillende wegen geven vanaf de dijk toegang tot een landelijke route door de polder en/of ontsluiten op verschillende plaatsen de oeverzone. De bereikbaarheid van de bedrijfsbestemming via de Nieuwe Weg blijft ongewijzigd. In de rest van het plan gebied is geen bebouwing aanwezig, waarvoor ontsluiting nodig is. Plaatselijk worden voorzieningen gerealiseerd t.b.v extensief recreatief medegebruik (rustpunten, strandjes, visstekken, overhaal, vogelobservatie, etc.). Ook de eerder genoemde stroomversnelling vormt met behulp van stapstenen een spannende doorwaadbare plek. De locatie waar zich ooit een redoute heeft bevonden, wordt in ere hersteld door hier een uitzichtspunt/observatiehut te realiseren. Deze plek, gelegen op de hogere oeverwal direct langs de rivier, kan worden bereikt door middel van een kabelpontje (overhaal).

De bestaande doorgaande landbouwweg vormt als recreatieve route een welkome aanvulling op de hoger gelegen route op de dijk.

NOTITIE OVER DE INHOUD VAN DE MILIEUEFFECTRAPPORTAGE

27

3.4 Voorkeursalternatief In aanvulling op het in paragraaf 3.4 gepresenteerde basisalternatief wordt een aantal optimalisaties doorgevoerd die het plan, steeds vanuit een andere doelstelling, verbeteren. De optimalisaties per doelstelling worden getoetst op toegevoegde waarde en uitvoerbaarheid, waarna de beste optimalisaties worden samenvoegen in het voorkeursalternatief. 3.4.1 Optimalisatie per doelstelling Optimalisatie 1: Gericht op bouwgrondstoffenbehoefte Te onderzoeken optimalisaties vanuit deze doelstelling: 1. winlocaties vergroten en relatie met af te voeren materiaal en materiaal voor herinrichten optimaliseren 2. minder en/of kleinere eilanden creëren (minder grondverzet en materiaal nodig) 3. winlocatie verondiepen met extern aangevoerd materiaal (minder intern hergebruik voor gebiedsinrichting / netto meer afvoer van bouwgrondstoffen)

Maximale insteek ontgronding (blauwe contour) t.o.v. Legger waterkeringen WSRL

   

NOTITIE OVER DE INHOUD VAN DE MILIEUEFFECTRAPPORTAGE

28

Optimalisatie 2: Gericht op hoogwaterveiligheid Te onderzoeken optimalisaties vanuit deze doelstelling: 1. Optimaal doorstromingsprofiel in de uiterwaard, hoofdgeul en nevengeulen 2. Oplossen van hydraulische knelpunten, door optimalisatie van dwarsdammen 3. Rivierkundige inpassing bedrijfsbestemming; 4. Minimale opstuwing door vegetatie in de uiterwaard (vegetatielegger) 5. Inzetten van waterstandsdaling bij maatgevend hoogwater om dijkversterkingsopgave kosteneffectief te verminderen 6. Winlocaties optimaliseren om effecten op de veiligheid van de waterkering (o.a. stabiliteit / piping) te minimaliseren.

1: optimaliseren doorstromingsprofiel, 2: Oplossen van hydraulische knelpunten, 3: inpassen bedrijfsbestemming

NOTITIE OVER DE INHOUD VAN DE MILIEUEFFECTRAPPORTAGE

29

Optimalisatie 3: Gericht op natuurontwikkeling Te onderzoeken optimalisaties vanuit deze doelstelling: 1. Compensatie bieden voor verlies aan foerageergebied Ganzen. 2. Leefgebied van overige Natura 2000 soorten (o.a. Kwartelkoning, Porseleinhoen) versterken. 3. Minder omvangrijk en diep water: Stromende nevengeul(en) ontwikkelen ten gunste van KRW-doelen (vissen en macrofauna). 4. Laag dynamische plassen beschermen door (deels) in stand laten en optimaliseren zomerkade 5. Systeem van lagunes met zandige vrij eroderende oevers creëren. Eventueel te optimaliseren tot stromende geul door realisatie inlaatwerk in dwarsdam 6. Vochtig extensief grasland aanleggen door (reliëf volgend) verwijderen voedselrijke toplaag. 7. Hoofdgeul met zandige vrij eroderende oevers creëren. Te optimaliseren met de aanleg van natuurlijke riffen door toevoeging van rivierhout. 8. Extensief beheerd ooibos met hardhout (hogere kern) en zachthout (lagere randen). 9. Reactiveren van zandige oeverwallen (Zandmotor) door af te graven tot optimale hoogte voor rivierdynamiek (goed ontwikkelde habitats ontzien).

1: laag dynamische plassen, 2: systeem van lagunes met zandige vrij eroderende oevers, 3: vochtig extensief beheerd grasland, 4: hoofdgeul met zandige vrij eroderende oevers, 5: hardhout (hogere kern) en zachthout (lagere randen) ooi bos 6: stromende (of eenzijdig aangetakte) nevengeul, 7: reactiveren zandige oeverwal (zandmotor)

NOTITIE OVER DE INHOUD VAN DE MILIEUEFFECTRAPPORTAGE

30

 Optimalisatie 4: Gericht op landschapsontwikkeling en recreatie Te onderzoeken optimalisaties vanuit deze doelstelling: 1. Passende ontsluitingsmogelijkheden en padenstructuur bieden voor extensieve recreatie (zie blauwe stippellijn in onderstaande plaat). 2. Positionering en ontwerp parkeergelegenheid in afstemming met lokale ontwikkelingen (nieuw dorpshuis IJzendoorn en Veerhaven Ochten) 3. Optimale plaatsing van voorzieningen (rustpunten, strandjes, visstekken, trekpontje, uitkijkpunt etc.) in een logische routering (in overleg met toekomstige gebruikers) 4. Stroomversnelling met behulp van stapstenen toegankelijk maken als een spannende doorwaadbare plek. 5. Historische locatie waar zich ooit een redoute heeft bevonden in ere herstellen door hier een uitzichtspunt/observatiehut te realiseren.

NOTITIE OVER DE INHOUD VAN DE MILIEUEFFECTRAPPORTAGE

31

Optimalisatie 5: Gericht op duurzaamheid & mobiliteit Te onderzoeken optimalisaties vanuit deze doelstelling: 1. Revitalisering van de bedrijfsbestemming ten behoeve van de duurzame productie van bouwgrondstoffen (op-/overslag en bewerking) en de bevordering van mobiliteit door havenontwikkeling (geschikt voor groot Rijnschip Va / Vb) en scheepstransport; 2. Optimale positionering bij gelijke oppervlakte van de bedrijfsbestemming 3. Aanvoer van Bouwgrondstoffen vanaf de Boven-Rijn als buffervoorraad bij laagwater 4. Verduurzaming: combi van elektrische win- en klasseerinstallatie en productie van duurzame energie (zon of wind) in het kader van de Regionale Energie Strategie; 5. Praktisch uitvoerbare, vergunbare en economisch haalbare saneringsvariant voor voormalige stortplaats (pyrietslakkenstort).

NOTITIE OVER DE INHOUD VAN DE MILIEUEFFECTRAPPORTAGE

32

3.5 Tijdelijke uitvoeringssituatie Ten tijde van de uitvoering van het project is een drietal fases (Voorbereiding – Realisatie - Gebruik) te onderscheiden. De effecten van activiteiten in de tijdelijke uitvoeringssituatie zullen in het MER ten opzichte de huidige referentiesituatie worden beoordeeld. Voorbereiding In de deze fase vinden de voorbereidende werkzaamheden plaats die de gestelde randvoorwaarden voor bereikbaarheid, bescherming tegen rivierinvloeden en delfstoffenwinning waarborgen. Deze fase heeft een doorlooptijd van ongeveer een half jaar. De exacte periode van de voorbereidingen is o.a. afhankelijk van het voorkomen van beschermde diersoorten op kritische plaatsen. De werkzaamheden zijn de volgende: • Ontgraven van de bovenlaag • Aanpassen zomerkade tussen de Nieuwe weg en Heersweg. De bestaande zomerkade blijft vanaf de Heersweg in stand. • Locatie geschikt maken voor de winning en productie van bouwgrondstoffen. • Revitaliseren van de bedrijfsbestemming op het terrein van de voormalige steenfabriek Binnenwaard. Naast de mogelijkheid van een drijvende verwerkingsinstallatie voor bouwgrondstoffen is de bouw van een nieuwe (elektrische) vaste verwerkingsinstallatie op het land een mogelijkheid die in het kader van de m.e.r. wordt onderzocht.

Realisatie In de realisatie fase vinden met name de uitvoeringswerkzaamheden plaats voor ontgronding en aanvulling ten behoeve van natuurontwikkeling. Randvoorwaarden vanuit zandwinning spelen een belangrijke rol in deze fase, in combinatie met het successieve-

NOTITIE OVER DE INHOUD VAN DE MILIEUEFFECTRAPPORTAGE

33

lijk realiseren van de doelstelling rivierverruiming en het geven van een impuls aan de doelstelling natuurontwikkeling. Deze fase heeft een doorlooptijd van 5 tot 10 jaar. • Gestart wordt met het op diepte brengen van de in de uiterwaard aanwezige toegangsgeul naar de reeds aanwezige plas. Het vrijkomende materiaal wordt via deze weg per schip afgevoerd. • Na aanvoer van de drijvende zandzuiger en zandklasseerinstallatie (of de bouw van een vaste land installatie) wordt gestart met de ontgronding ter plaatse van het verwijderde deel van de zomerkade / Waardweg. • Tijdens deze werkzaamheden zal, daar waar mogelijk, de zandwinplas worden aangevuld met in het gebied vrijkomend materiaal. Dit materiaal komt vrij bij het ontgraven van de nog aanwezige kades alsmede als restmateriaal van het zandwinproces. Op deze wijze wordt zo snel als mogelijk gestart met het realiseren van de natuurdoelstellingen. • Vervolgens wordt de hoofdgeul en de nevengeul(en) gerealiseerd. Op een aantal locaties binnen dit werkgebied zal uitwisseling van materiaal plaats vinden. Zo kan een zo hoogwaardig mogelijk product worden afgevoerd terwijl het restmateriaal kan worden gebruikt voor de aanvulling van taluds en de aanleg van eilanden. Hierbij wordt zoveel mogelijk vanuit de bestaande plassen gewerkt.

• In de realisatiefase wordt het begrazingsgebied uitgebreid al naar gelang de inrichting vordert. De ingerichte gebiedsdelen worden dus meteen in beheer genomen met het oog op de natuurdoelstellingen, zodat geen beheerachterstand ontstaat. Vanwege de terugtrekkende beweging van zandwinning en herinrichting (we werken ons het gebied uit) komt al in een relatief vroegtijdig stadium een deel van het terrein beschikbaar voor uitbreiding van het begrazingsgebied.

NOTITIE OVER DE INHOUD VAN DE MILIEUEFFECTRAPPORTAGE

34

Gebruik In de gebruiksfase vinden de afrondende werkzaamheden plaats, waardoor alle doelstellingen volledig worden gerealiseerd en wordt het gebied in gebruik genomen en beheerd. Randvoorwaarden en doelstellingen vanuit natuurontwikkeling en recreatie spelen hier de belangrijkste rol. De rivierverruiming is dan inmiddels volledig gerealiseerd. De doorlooptijd van de afrondende werkzaamheden bedraagt circa 1 jaar. Binnen deze fase worden ook een aantal recreatieve inrichtingselementen gerealiseerd zoals een trekpontje en een uitkijkpunt in de vorm van een redoute. Aan de hand van het te ontwikkelen beheerplan voor de Willemspolder wordt het gebied verder ontwikkeld en beheerd, zodat de gewenste ecotopen zich kunnen ontwikkelen.

3.6 Toetsingswijze De verschillende situaties, huidige, tijdelijk en eindsituatie worden beoordeeld. Ten behoeve van de toetsing van de alternatieven worden alle onderzochte optimalisaties eerst kwalitatief getoetst op toegevoegde waarde en uitvoerbaarheid. De beste optimalisaties worden samengevoegd in het optimalisatieplan, dat het voorkeursalternatief vormt. Zo ontstaan drie toetsbare inrichtingsalternatieven: 1. De referentiesituatie 2. Het basisalternatief 3. Het voorkeursalternatief Deze drie situaties en de tijdelijke situatie worden getoetst op milieueffecten en met elkaar vergeleken. Daarbij wordt de tijdelijke uitvoeringsituatie afzonderlijk in beeld gebracht en wordt een vergelijking met de globale effecten van de Gebiedsvisie MiddenWaal gemaakt. De volgende tabel geeft de wijze en de momenten van toetsen weer: Milieueffecten

Referentiesituatie (Huidig en autonoom)

Tijdelijke uitvoeringssituatie

Optimalisaties per doelstelling

Basis Alternatief

Voorkeurs Alternatief

Gebiedsvisie Midden-Waal

Rivierkunde

Modelmatig Kwantitatief

Modelmatig Kwantitatief

Kwalitatief

Modelmatig Kwantitatief

Modelmatig Kwantitatief

Modelmatig Kwantitatief

Geohydrologie

Modelmatig Kwantitatief

Modelmatig Kwantitatief

Kwalitatief

Modelmatig Kwantitatief

Modelmatig Kwantitatief

Modelmatig Kwantitatief

Natuur

Passende beoordeling

Passende beoordeling

Passende beoordeling

Passende beoordeling

Passende beoordeling

Kwalitatief

Grondstromen en Milieu

Kwantitatief bodemonderzoek

Kwalitatieve beoordeling

Kwalitatieve beoordeling

Kwalitatieve beoordeling

Kwalitatieve beoordeling

Kwalitatief

Landschap

Kwalitatief

Kwalitatief

Kwalitatief

Kwalitatief

Kwalitatief

Kwalitatief

Archeologie

Kwalitatief

Kwalitatief

Kwalitatief

Kwalitatief

Kwalitatief

Kwalitatief

Cultuurhistorie

Kwalitatief

Kwalitatief

Kwalitatief

Kwalitatief

Kwalitatief

Kwalitatief

Geluid en trillingen

Modelmatig Kwantitatief

Modelmatig Kwantitatief

Kwalitatief

Modelmatig Kwantitatief

Modelmatig Kwantitatief

Kwalitatief

Luchtkwaliteit

Modelmatig Kwantitatief

Modelmatig Kwantitatief

Kwalitatief

Modelmatig Kwantitatief

Modelmatig Kwantitatief

Kwalitatief

NOTITIE OVER DE INHOUD VAN DE MILIEUEFFECTRAPPORTAGE

35

4

EFFECTENBEPALING EN MILIEUASPECTEN Voor onderstaande te beoordelen milieuaspecten wordt in de m.e.r. de referentiesituatie, inclusief de autonome ontwikkelingen, bepaald. Vervolgens worden de alternatieven per milieuaspect getoetst. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen tijdelijke en permanente effecten. De omvang van het studiegebied zal per milieuaspect veranderen. In het MER zal per milieuaspect op kaart het studiegebied worden aangegeven. Onderstaand wordt per milieuaspect de huidige situatie behandeld. Daarna wordt een weergave van relevante voor het desbetreffende aspect activiteiten gegeven. Om vervolgens kort aan te geven welke aandachtspunten tijdens de m.e.r. onderzocht zullen worden. Hierbij dient nadrukkelijk te worden opgemerkt dat de integraliteit van aspecten ten aanzien van een te onderzoeken variant van wezenlijk belang is. Niet alleen zal de onderlinge samenhang binnen de polder worden beoordeeld, maar ook, gebied overstijgend, de samenhang met de directe omgeving en afhankelijk van het aspect een wellicht nog groter gebied. In de m.e.r. zal bijzondere aandacht worden besteed aan de maatschappelijke meerwaarde van de ontgrondingsactiviteit in relatie tot het ontgrondingenbeleid van provincie Gelderland. Daarbij wordt de toename aan natuurwaarden, ruimtelijke kwaliteit en maatschappelijke functies per doelstelling in beeld gebracht.

4.1 Rivierbeheer Huidige situatie De Willemspolder is een uitwaard aan de noordzijde van de rivier de Waal een maakt zodanig deel uit van het winterbed van de rivier. Bij hogere waterafvoer op de rivier stroom de gehele uiterwaard over. In de huidige situatie zijn er enkele objecten die de doorstroming beïnvloeden; aan de bovenstroomse kant van de uiterwaard is een hoogwatervrij terrein gelegen (voormalige steenfabriek) en centraal in de uiterwaard staat een woning op een woerd. Ook is er verspreid over de uiterwaard begroeiing aanwezig. De uiterwaarde wordt gezoneerd door een aanwezige zomerkade. De achter deze kade gelegen agrarische terreinen overstromen pas bij hoogwater en worden door de zomerkade beschermd tegen overstromingen bij verhoogde afvoeren. Bodempeil binnendijks gebied

6,4 m +NAP

Bodempeil buitendijks gebied

7,1 m – 8,2 m +NAP

Peil winterdijk

12,7 m +NAP

Peil zomerkade

9,6 m +NAP

NOTITIE OVER DE INHOUD VAN DE MILIEUEFFECTRAPPORTAGE

36

Relevante aspect gerelateerde activiteiten • Waterafvoer nu en in de toekomst (hoogwater en laagwater) • Sediment (erosie en sedimentatie van het rivierbed) • Dwarsstroming scheepvaart Te beoordelen aandachtspunten Overeenkomstig het Rivierkundig Beoordelingskader (wordt door RWS verstrekt) voor ingrepen in de Grote Rivieren, en bijbehorend waterbewegingsmodel WAQUA worden overige rivierkundige effecten in de tijdelijke en eindsituatie onderzocht. Deze effecten hebben betrekking op de morfologie, waterafvoer- en sedimentverdeling. In het huidige beleid wordt getoetst op een rivierafvoer van 16.000 m3/s bij Lobith. Het nautische aspect en andere zaken die met rivierbeheer te maken hebben, krijgen daarnaast aandacht in het m.e.r. Als gevolg van de invaart en bijbehorende scheepvaartbewegingen, zal in dit kader met name worden gekeken naar veiligheid ter hoogte van deze invaart. Ook sedimentbeheer tijdens de uitvoeringsfase ter hoogte van de tijdelijke invaart zal aandacht krijgen.

4.2 Geohydrologie Huidige situatie In het plangebied komen de volgende watertypen voor: • Doorbraakkolken • Kleiputcomplexen • Bestaande zandwinplas De eerste twee watertypen hebben geen directe verbinding met de rivier. De peilfluctuatie in deze wateren verloopt via het grondwater. Omdat deze watertypen achter de zomerkade liggen op een relatief grote afstand van de rivier zijn deze laagdynamisch te noemen. De zandwinplas heeft wel een directe verbinding met de Waal. Relevante aspectgerelateerde activiteiten • Vernatting • Verdroging • Piping • Kwel Het verwijderen van het kleipakket in combinatie met ontgronding in een deel van het plangebied heeft invloed op de geo-hydrologische situatie in en rondom het plangebied. In de eindsituatie worden ontgronde terreinen gedeeltelijk opgevuld met fijner materiaal dan bij de ontgronding is vrijgekomen. Daarnaast wordt een ander peilbeheer ingesteld. Ook deze activiteiten zijn van invloed op de geo-hydrologische situatie.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11595339/1