Bijlage 3 - Zienswijzennota
Tekst van het document
Zienswijzennota Ontwerp-Omgevingsvisie Neder-Betuwe
Januari 2022
1. Inleiding De Omgevingsvisie Neder-Betuwe is een integrale visie voor de fysieke leefomgeving voor het gehele grondgebied van de gemeente conform de Omgevingswet. Naar verwachting wordt op 1 juli 2022 de Omgevingswet van kracht. Een van de nieuwe instrumenten onder de Omgevingswet is een Omgevingsvisie. Deze wet bepaalt onder andere dat iedere gemeente in Nederland op 1 januari 2024 een omgevingsvisie dient te hebben.
2. Ontwerp Omgevingsvisie Neder-Betuwe
De ontwerp Omgevingsvisie Neder-Betuwe heeft ingevolge het bepaalde in artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) van 28 oktober tot en met 8 december 2021 ter inzage gelegen bij de receptie in het gemeentehuis en was tegelijkertijd raadpleegbaar via www.ruimtelijkeplannen.nl. De ter inzagelegging is bekend gemaakt in Hét Gemeentenieuws en de Staatscourant van woensdag 27 oktober 2021, en op de gemeentelijke website, waarbij een ieder in de gelegenheid is gesteld mondeling of schriftelijk zijn/haar zienswijze omtrent de ontwerpvisie kenbaar te maken. De hieronder genoemde zienswijzen zijn binnen de genoemde termijn ingediend.
3. Zienswijzen Van de mogelijkheid tot het kenbaar maken van een schriftelijke zienswijze is gebruik gemaakt door: 1) Zienswijze 1: bewoner Dodewaard 2) Zienswijze 2: TCO 3) Zienswijze 3: Cumula 4) Zienswijze 4: Pro Rail 5) Zienswijze 5: Vereniging MalleMolensMiddenBetuwe 6) Zienswijze 6: Tennet 7) Zienswijze 7: Vitens 8) Zienswijze 8: Thius Er zijn geen mondelinge zienswijzen naar voren gebracht.
4. Inhoudelijke behandeling van de zienswijzen De inhoud van de zienswijze wordt hierna in samengevatte vorm weergegeven. Daarna wordt er een inhoudelijke beoordeling gemaakt en ten slotte volgt het voorstel wat te doen met de zienswijze. 1. Bewoner Dodewaard Bewoner maakt zich grote zorgen over de plannen voor zoekgebied duurzame energie en voor bedrijvigheid naast woonwijk De Heuvel in Dodewaard. De plannen betreffen een gebied langs een groot deel van de woonwijk. Woonwijk De Heuvel is op dit moment de nieuwste woonwijk van Dodewaard en betreft een rustige woonwijk. Dat dient ook zo te blijven. De gemeente dient met het oog op gezondheid, veiligheid en de leefbaarheid voor haar burgers voor te waken dat rustige woonwijken gedegradeerd worden tot gemengd gebied met alle nadelige gevolgen van dien. In de eerste plannen voor bedrijvigheid (bestemmingsplan Einsteinstraat en Dalwagen) is expliciet zorgvuldig rekening gehouden met het behoud van de rustige woonwijk. Bewoner heeft hierop vertrouwd en geen bezwaar gemaakt. Het werkelijk gebruik is totaal in strijd met het bestemmingsplan en geeft veel overlast. Bewoner heeft dit gemeld bij de gemeente en omgevingsdienst, maar dat heeft niet geholpen. Vandaar deze zienswijze met de dringende opties. Heb bij plannen oog voor het behoud van onze rustige woonwijken.
Laat burgers erop vertrouwen dat de gemeente zorgt voor het behoud van een gezonde, leefbare en veilige leefomgeving. Beantwoording We begrijpen dat bewoner zich zorgen maakt over zijn leefomgeving. De gemeente vindt een gezonde, leefbare en veilige leefomgeving ook belangrijk. Naast zorg voor onze inwoners, zijn er ook andere
2
belangen in de gemeente waar we rekening mee moeten houden. Zoals het realiseren van voldoende woningen, duurzame energieopwekking, bedrijvigheid en klimaatadaptie. In de Omgevingsvisie Neder-Betuwe hebben we aangegeven welke doelen we met elkaar willen gaan halen en welke waarden we willen behouden en/of versterken. Elk initiatief dat bij de gemeente wordt ingediend wordt beoordeeld in hoeverre zij een bijdrage leveren aan de gestelde doelen. Daarbij hoeft een initiatief niet voor elk doel een hoge score te halen. Het kan dus zijn dat een initiatief minder goed scoort op gezondheid, maar hoog scoort op duurzaamheid. Ongeacht het initiatief geldt dat voldaan moet worden aan de wettelijke normen en eisen. Uiteraard houden we hierbij rekening met de bestaande situatie en zorgen we ervoor dat er sprake is van een goed woon- en leefklimaat voor de bestaande woningen. Indiener geeft aan zicht zorgen te maken over de ontwikkelingen op het bedrijventerrein Bonegraaf en het zoekgebied voor duurzame energie. De uitbreiding van het bedrijven Bonegraaf is overgenomen van de huidige structuurvisie (voorloper van de Omgevingsvisie). Uitbreiding is wenselijk om te zorgen dat bedrijven in de gemeente ruimte hebben om te kunnen vestigen en/of uitbreiden. Bij de ontwikkeling van dit bedrijventerrein wordt rekening gehouden met de naastgelegen woonwijk, zowel vanuit landschap als vanuit milieu.
De omwonenden worden door de initiatiefnemers voor deze uitbreiding betrokken bij de ontwikkeling. Meer informatie hierover kan indiener vinden op de website www.bonegraafoost.nl. Het zoekgebied voor duurzame energie is overgenomen uit de klimaatnota van de gemeente. De geactualiseerde klimaatnota is in februari 2021 door de gemeenteraad vastgesteld. Het is wenselijk en noodzakelijk dat er op een duurzame manier energie wordt opgewerkt. Op dit moment wordt met name duurzame energie opgewerkt middels zonnevelden en /of windmolens. We vinden het niet wenselijk dat overal in de gemeente windmolens geplaatst kunnen worden. Daarom hebben we ervoor gekozen om een zoekgebied aan te wijzen. Uiteraard geldt ook voor deze ontwikkeling dat voldaan moet worden aan de wettelijke eisen en normen en dat rekening gehouden wordt met de bestaande situatie. Dus ook met eventueel naast gelegen woningen. Voor deze ontwikkeling worden omwonenden ook betrokken. Meer informatie over het windpark kunt u vinden op de websites www.nederbetuwe.nl/projecten/dodewaard/ontwikkeling-windenergie-midden-betuwe en www.windparkmiddenbetuwe.nl Conclusie Er is geen aanleiding om de Omgevingsvisie aan te passen. 2. TCO Tree Centre Opheusden (TCO) heeft met belangstelling kennis genomen van de ontwerp Omgevingsvisie.
Met name heeft zij gekeken op welke wijze de gemeente naar de laanboomsector kijkt en welke ontwikkelmogelijkheden biedt de gemeente de leden van de TCO. a. De gemeente laat in de ontwerp Omgevingsvisie duidelijk zien dat de laanboomteelt van eminent belang is voor haar en dat ook voor de toekomst moet blijven. Daarover is TCO verheugd en in onze visie is dat ook een logisch uitgangspunt. Het biedt onze sector toekomst, zoveel is duidelijk. Deze visie krijgt ook een duidelijke doorvertaling in de uitvoering omdat minstens één van de tien speerpunten van beleid, te weten speerpunt 6 ’doorontwikkeling van de gemeente als centrum voor laanboomteelt en landbouw’, zich ook specifiek op onze sector richt en dat een langjarig perspectief geeft. b. Als kans en als uitdaging zien wij de visie van de gemeente dat onze sector zich blijvend nog meer zal moeten richten op trends en ontwikkelingen van deze tijd, te weten gezonde lucht en bodem, landschap natuur en duurzaamheid. Wij zullen ons de komende tijd moeten inspannen om daaraan, binnen de mogelijkheden van praktische en financieel haalbare oplossingen, vorm en inhoud te geven. Vanuit ieders eigen verantwoordelijkheid werken we daarin graag met de gemeente samen. c.
De visie bevat verschillende kaarten (een waardenkaart, een richtinggevende kaart) en daarop geeft de gemeente verschillende functies en toekomstige locaties/zoekgebieden aan, o.a. voor duurzame energie en recreatie. Opvallend vonden wij dat de laanboomteelt, met een toch een substantieel grondbeslag in de gemeente Neder-Betuwe, niet op deze kaart(en) staat. Is daar bewust voor gekozen? En hierbij tevens de vraag: ziet de gemeente ook uitbreidingsruimte voor zich voor de laanboomteeltsector? d. Wel willen wij uw gemeente nog een punt van zorg meegeven. De laanboomteelt in Rivierenland vindt niet alleen plaats in de gemeente Neder-Betuwe maar ook in de gemeenten Buren en Overbetuwe. Recent legde ook de gemeente Buren haar Omgevingsvisie ter inzage en hebben wij daar kennis van genomen. En omdat laanboomteelt zich niet houdt aan gemeentegrenzen kunnen 3
e.
ontwikkelingen of voorgenomen ruimtelijke inrichtingsplannen in de ene gemeente van (grote) invloed zijn op ontwikkelingen en ambities van andere gemeente(n). In dit geval spreken wij onze zorg uit over de ontwerpvisie van de gemeente Buren waarin de laanboomteeltsector geen enkel ontwikkelperspectief wordt geboden. Integendeel zelfs. De Omgevingsvisie van Buren, mits die wordt vastgesteld zoals die nu voorligt, zal negatief uitpakken voor de in die gemeente gevestigde bedrijven, maar ook voor de in Neder-Betuwe gevestigde bedrijven die in de gemeente Buren grond huren, pachten of in eigendom hebben. Dat zal hoogstwaarschijnlijk ook een behoorlijke impact hebben op gronden en het gebruik van die gronden in de gemeente Neder-Betuwe. Wij zouden het wenselijk achten als de Omgevingsvisie van de gemeente Buren meer en beter aansloot bij die van de gemeente Neder-Betuwe. Indien (bestuurlijk) overleg tussen beide gemeenten dat zou kunnen bevorderen, zou dat niet alleen winst betekenen voor de gemeente Neder-Betuwe maar zou dat ook ten goede komen aan de gehele laanboomsector in Midden-Betuwe. Tenslotte willen wij uw gemeente er nog op wijzen dat wij een zienswijze zullen indienen naar aanleiding van het te inzage leggen van het ontwerp van het actualisatieplan omgevingsverordening ASV door de provincie Gelderland.
De daarin uitgezette uitvoering om drinkwaterreserveringsgebieden aan te wijzen, zowel in delen van de gemeente Buren als die van Neder-Betuwe, achten wij bijzonder schadelijk voor de laanboomteeltsector. Wij zullen de Gemeenteraad van uw gemeente deze zienswijze in afschrift doen toekomen.
Beantwoording a. De laanboomsector, maar ook andere agrarische bedrijven zijn belangrijke economische dragers in het buitengebied. De agrarische sector vormt het buitengebied door onder ander de boomteelt en de fruitteelt. Daarnaast kent de laanboomsector een rijke historie in de gemeente Neder-Betuwe. Niet alleen hebben we als gemeente mede het Laanboompact ondertekent, maar werken we ook aan de ontwikkeling van het ABC terrein. Kortom de laanboomsector is een van de belangrijke functies in het gebied en daarom is er een apart speerpunt voor deze sector en ook voor de andere agrarische sectoren opgenomen in de Omgevingsvisie. b. De ontwikkelingen en trends die op de gemeente afkomen raken ook de laanboomsector. Het is fijn om te lezen dat TCO deze ontwikkelingen en trends als uitdaging en als kans zien om de laanboomsector verder te ontwikkelingen. We denken hier graag met jullie in mee. c. De waardenkaart in de Omgevingsvisie is niet gericht op functies, maar op waarden die we met elkaar belangrijk vinden en we graag willen behouden en/of versterken. Het buitengebied is voor het grootste deel aangemerkt als ‘landelijk en groen’. De waarden die genoemd zijn in dit gebied zijn onder andere de laanboomteelt en de fruitteelt. Dus ondanks dat de laanboomsector niet direct op deze kaart is weergegeven, staat de laanboomsector wel benoemd als een van de waarden.
Het is niet de bedoeling om in een omgevingsvisie op een kaart aan te geven waar welke functies mogelijk zijn en waar eventuele uitbreiding voor bijvoorbeeld woningbouw of de laanboomsector mogelijk is. Aan de hand van de speerpunten moet afgewogen worden in hoeverre het initiatief een bijdrage levert aan de doelen die in de speerpunten zijn opgenomen. En hoe het initiatief bijdraagt aan de waarden die op de waardenkaart zijn aangegeven. De richtinggevende kaart is opgenomen om de gemeente, maar ook initiatiefnemers op weg te helpen om op basis van de speerpunten een beoordeling te kunnen maken. De richtinggevende kaart geeft een richting aan, maar is geen toetsingskader op zich. Aan de hand van een concreet initiatief zal beoordeeld worden of uitbreiding van de laanboomsector mogelijk is. d. Wij ondersteunen de geuite zorgen. Naar aanleiding van de zienswijze is er bestuurlijk overleg tussen de wethouders RO van de gemeente Neder-Betuwe en de gemeente Buren om hierover verder met elkaar van gedachte te wisselen. Daarnaast zal in de projectgroep en in de stuurgroep van het Laanboompact dit onderwerp aan de orde komen. e. De gemeente is op de hoogte van de plannen van de provincie over het aanwijzen van drinkwaterreserveringsgebieden. Het college heeft name de gemeente een zienswijze hierover ingediend.
Een van de gronden in deze zienswijzen heeft betrekking op de gevolgen van het aanwijzen van drinkwaterreserveringsgebieden voor de daar gevestigde laanboomkwekers. Ook namens het Laanboompact is er een reactie gestuurd naar de provincie. Conclusie Er is geen aanleiding om de Omgevingsvisie aan te passen.
4
3. Cumela Cumela Nederland is de brancheorganisatie van de ondernemers die met mensen en materieel als specialisten in de groen-, grond- en infrasector werken. Dat doen zij als dienstverlener voor belangrijke opdrachtgevers als agrariërs, gemeenten, waterschappen, provincies, Rijkswaterstaat, bedrijven en natuurschappen. De werkzaamheden van cumelabedrijven bestaan onder andere uit (agrarisch) loonwerk, grondwerkzaamheden, cultuurtechnische werkzaamheden, mestaanwending, infrastructurele projecten, be- en verwerking van meststoffen, compostering en onderhoud van (openbare)groenvoorzieningen, natuurgebieden en oppervlaktewater. Eén van de kerntaken van Cumela Nederland is het behartigen van de belangen van de bedrijven in deze sector in de breedste zin van het woord. Namens onze leden die in de gemeente Neder-Betuwe zijn gevestigd wordt deze zienswijze ingediend. Binnen de gemeente Neder-Betuwe zijn deze bedrijven grotendeels in het buitengebied en/of landelijk gebied van uw gemeente gevestigd. Deze bedrijven bieden een stabiele werkgelegenheid en dragen bij aan een sterk markteconomisch aandeel van het landelijk gebied.
Deze ondernemingen 'bewerken' op enigerlei wijze, als cumelabedrijf in de vorm van verhuur of (onder)aanneming, op basis van inschatting 80 - 85% van de gronden (landbouw, watergangen, natuur, infrastructuur, groen-blauwe sector, stedelijk gebied etc.) binnen de gemeente. Cumelabedrijven kunnen bijdragen aan het oplossen van maatschappelijke uitdagingen die grotendeels benoemd zijn in de ontwerp-Omgevingsvisie. Daarbij kunt u denken aan vakbekwaam en goed opgeleid personeel, innovatief machinepark & dito werkwijze en moderne bedrijfslocaties, lokaal in het landelijk gebied. Tot slot is de beschikbaarheid van een bedrijfswoning essentieel in de organisatie van de cumelabedrijven. Door de platte organisatie is een korte lijn tussen directie en uitvoering zowel bedrijfsmatig als economisch van groot belang. a. Wij verzoeken u, om het bestaansrecht van onze (lid-)bedrijven - in het buitengebied - te erkennen en om qua omgevingswaarden inpassing te geven aan de opgaven en ontwikkelingen welke voor de bedrijven relevant zijn inzake de fysieke leefomgeving. Dit geldt in relatie tot de vigerende vestigingslocatie alsmede aangaande de uitvoering van werken i.c. 'de plicht' die onze bedrijven hebben om invulling te geven aan de omgevingswaarden, beheer en behoud van de openbare ruimte in brede zin alsmede op het gebied van lokale circulaire economie en duurzaamheid. b.
Wij vragen u dan ook om mogelijkheden te creëren om bestaande bedrijfslocaties te kunnen ontwikkelen alsook te kunnen uitbreiden, alsmede nieuwvestiging in het buitengebied mogelijk te maken om uitvoering te kunnen geven aan de in de omgevingsvisie vermelde ambities. c. Aangaande de ambitie in de visie vervullen de cumelabedrijven reeds een belangrijke rol voor het landelijk gebied in relatie tot aanleg, behouden en versterken van natuur, landschap, economie en passend hergebruik van vrijkomende agrarische bebouwing. Gezien de omvang van de activiteiten, deels agrarisch maar ook aanverwant niet-agrarisch, het materieel en materiaal dat wordt toegepast en de ligging ten aanzien van de opdrachtgevers (veelal in het buitengebied) is de ligging van de bedrijfslocaties van cumelabedrijven in het buitengebied essentieel. In de visie wordt ruimte gegeven aan de landbouw en de fruitteelt om zich duurzaam te ontwikkelen. Dit kan en gaat niet zonder de inbreng en participatie van de cumelabedrijven. Zij zorgen voor een groot deel van het agrarische beheer en productie van de landbouwgronden. Daarnaast dragen de cumelabedrijven zorg voor de aanleg, het onderhoud en het beheer van de overige gronden binnen de gemeente. d. Een belangrijk kenmerk hierbij is, zoals genoemd, de vestigingsplaats van de cumelabedrijven in het buitengebied.
Dit typeert deze bedrijfstak, alsmede de concurrentiepositie in de sector. Door cumelabedrijven niet naar een industrieterrein te verplaatsen worden mogelijke hinderlijke situaties voorkomen. Ontsluitingswegen nabij een industrieterrein zijn vaak niet op de machines berekend en het werk is meestal in het buitengebied. Zo worden onnodige verkeersbewegingen voorkomen (hetgeen bijdraagt aan de ambitie in de visie inzake 'goede toegankelijkheid en veiligheid'). e. Vanuit Cumela Nederland nemen wij (tevens) onze verantwoordelijkheid aangaande landbouwverkeer, milieueffecten, natuur, biodiversiteit, energie en duurzaamheid alsmede circulariteit (circulaire economie). Deze thema's zien wij ook reeds terug in uw visie. Aangaande deze onderwerpen kan de cumelasector een belangrijke bijdrage leveren in uw gemeente. De transitie naar een circulaire economie zal voor alle economische sectoren een omschakeling in productie- en logistieke processen betekenen. Als organisatie en de afzonderlijke bedrijven zijn wij reeds doende met genoemde 'transitie'. Voormelde ontwikkelingen zijn voor opdrachtgevers en cumelabedrijven reeds aanleiding om 'anders' te 'kijken' naar de reststromen die zij produceren, bijvoorbeeld groenafvalstromen die vrijkomen bij het beheer van groenstroken en wegbermen of grond die beschikbaar komt als gevolg van verschraling van natuurgebieden.
Niet langer zien zij deze stromen als 'waardeloos afval', maar veel meer als potentiële grondstoffen voor nuttige toepassingen. Voor het uitvoering geven van een circulaire economie is voldoende (buiten)opslag noodzakelijk. 5
f.
g.
h. i.
Cumela bedrijven zijn overwegend gevestigd in het buitengebied op daartoe gevestigde bedrijfslocaties. Van belang hierbij is dat er een goede bereikbaarheid is van de bedrijfslocaties voor groot materieel. Ook dienen de plaatsen waar werk uitgevoerd in de gemeente goed bereikbaar te zijn. Ontsluitingswegen dienen daarom goed bruikbaar te zijn voor het materieel van onze leden. Het materieel bestaat onder andere uit (landbouw-)voertuigen, motorrijtuigen met beperkte snelheid, werktuigen (graafmachines / shovels) en transportmaterieel. In de visie wordt de verkeersveiligheid in relatie tot het landbouwverkeer als een belangrijke ambitie genoemd. Graag denken we hierin mee. Zonder uitputtend te zijn herkennen wij ons als organisatie (namens onze leden) reeds in grote mate in de voorliggende visie. Desalniettemin zijn er ook diverse thema's c.q. aspecten, zoals voormeld, welke specifiek en in belangrijke mate voor deze 'unieke' bedrijven bijzondere aandacht behoeven en redelijkerwijs erkend danwel betrokken dienen te worden in de visie (en bij de verdere uitwerking van instrumenten in het kader van de Omgevingswet). In de visie komt de uitnodiging om het met elkaar te doen nadrukkelijk tot uiting. Als Organisatie gaan wij graag op deze uitnodiging in.
Ten eerste via deze zienswijze, maar ook op andere wijze willen / kunnen wij participeren bij de verdere uitwerking van de ambities. Gewijzigd vaststellen. Verzocht wordt deze zienswijze gegrond te verklaren en conform de beleidslijn van de Omgevingswet, waarbij de gedachte gericht is op 'Ja, mits.......', de ontwerp-omgevingsvisie gemeente Neder-Betuwe op grond van de genoemde aspecten gewijzigd vast te stellen i.c. de genoemde aspecten in deze visie c.q. bestemmingsplan (later: omgevingsplan) te betrekken. Verzocht wordt om samen met ons als belangrijke sector in het buitengebied te kijken naar reële mogelijkheden om het buitengebied / grondgebied van de gemeente Neder-Betuwe veiliger, mooier en beter te maken. Wij verzoeken u derhalve om met inachtneming van onderhavige zienswijze deze belangen en gevolgen te heroverwegen.
Beantwoording a. Wij begrijpen de wens van Cumela Nederland om de cumelabedrijven expliciet te benoemen in de omgevingsvisie, omdat cumelabedrijven in het buitengebied gevestigd zijn en een belangrijke speler zijn voor het buitengebied. In de Omgevingsvisie worden bedrijven die gevestigd zijn in het buitengebied niet specifiek benoemd, omdat dan alle bedrijven die voorkomen in en die aan het buitengebied gevonden zijn moet benoemen. Voor de agrarische bedrijven is een uitzondering gemaakt, omdat de gemeente de laanboomsector en ook andere agrarische bedrijven primair in het buitengebied thuishoren. b. De omgevingsvisie dient als beoordelingskader voor ontwikkelingen / initiatieven die niet passen in het bestemmingsplan/ omgevingsplan en niet als toetsingskader. Daarom is in de omgevingsvisie geen gebieden opgenomen waar uitbreiding van functies mogelijk is. Per initiatief/ ontwikkeling moet beoordeel worden in welke mate het bijdraagt aan de speerpunten en aan de waarden. c. De omgevingsvisie bevat 10 speerpunten waarin staat beschreven waar we gezamenlijk de komende jaren naar toe willen werken. Deze genoemde ambities gelden voor alle initiatieven en ontwikkelingen. d. Cumela Nederland geeft aan dat het vestigen van cumelabedrijven op een bedrijventerrein kan leiden tot hinderlijke situaties. Dit geldt ook als deze bedrijven zijn gevestigd in het buitengebied.
Bedrijven kunnen ook in het buitengebied voor gevaarlijke situaties zorgen. Hierbij kunt u onder andere denken aan smalle wegen, kapotrijden van de bermen en moeite met passeren van fietsers. Ook is de verkeersintensiteit over het algemeen vaak meer dan boerenbedrijven vroeger. Daarnaast eindigen de wegen van het buitengebied vaak in een van de dorpen en zorgt dat juist in de dorpen voor verkeersproblemen. Kortom bij elk nieuw initiatief zal gekeken worden wat de gevolgen zijn met betrekking tot goede toegankelijkheid en veiligheid. e. Wij waarderen het enorm dat cumelabedrijven zelf verantwoordelijkheid nemen over de maatschappelijke ontwikkelingen en trends die spelen in de gemeente. De speerpunten die genoemd zijn in de omgevingsvisie kunnen we alleen halen als iedereen een bijdrage levert. Naast de speerpunten bevat de omgevingsvisie ook waarden die we belangrijk vinden. Deze waarden moeten behouden blijven en/of versterkt worden. Het toestaan van buitenopslag kan deze waarden aantasten. f. Bedankt voor het aanbod dat u met de gemeente wilt meedenken over de ontsluitingswegen in het buitgebied. g. Hiervoor hebben we aangegeven hoe we om gaan met de aangegeven thema’s/aspecten die door indiener naar voren zijn gebracht. Er is geen aanleiding om in de omgevingsvisie specifiek aandacht te besteden aan cumelabedrijven. Dit past beter in het programma Buitengebied en het
6
h. i.
omgevingsplan. Bij het opstellen van deze instrumenten onder wordt de input van onder andere de samenleving (inwoners, ondernemers, gebruikers) gevraagd. Zie reactie onder g. Zie reactie onder g.
4. Prorail a. ProRail heeft, als landelijk spoorbeheerder, een visie op de omgeving van het spoor. We delen deze graag met u, zodat u dit mee kunt nemen in uw Omgevingsvisie. b. ProRail verzoekt om in de verdere procedure met het volgende rekening te houden. Mocht deze visie worden uitgewerkt in ruimtelijke plannen dan verzoekt ProRail u om de onderstaande aspecten op te laten nemen c.q. te verwerken, met als uitgangspunt dat de bedrijfsvoering van ProRail niet wordt belemmerd. - Aspect externe veiligheid - Aspect geluid - Aspect trillingen - Percelen ProRail - Ontwikkelingen c. Ontwikkelingen bereikbaarheid. ProRail verzoekt om de Omgevingsvisie het treingebruik en de bereikbaarheid van de stations op de volgende manieren te verbeteren en aantrekkelijker te maken: - Bouw waar mogelijk zo dicht mogelijk bij de stations. Dan is de reis naar het station immers korter. De infrastructuur om het station te bereiken is er al. - Zoek voor bouwlocaties geen ruimte in het buitengebied, maar naar inbreidingslocaties in bijvoorbeeld de na-oorlogse uitbreidingswijken. Daar is nog veel ruimte. De infrastructuur om het station te bereiken is er al.
- Als er toch (ook) buiten de bebouwde gebieden naar uitbreidingsruimte gezocht wordt, neem dan gebieden die nog dichtbij het station liggen in overweging, of anders gebieden waar vanuit het station lopend, fietsen of met de bus goed te bereiken is. - Overweeg daarbij compacte bebouwing (zoals appartementencomplexen) en een lage parkeernorm. Combineer dit met het faciliteren van deelauto's. - Heroverweeg het ontwerp van het klassieke wegprofiel, waar de auto domineert. Faciliteer de lopers en fietsers (met volledig vrijliggende fietspaden) eerst, en pas dan de auto. Dan blijft er ook ruimte over, omdat de auto de grootste gebruiker van openbare ruimte is. Zo heeft Breda een mooie groene loper" naar het station gefaciliteerd. De genoemde suggesties hebben samen ook een positieve gevolgen voor leefbaarheid (minder auto’s betekent o.a. minder lawaai), duurzaamheid (compact bouwen en minder auto’s betekenen minder energieverbruik), kosten nieuwe infra (de bestaande infra wordt beter benut), verkeersveiligheid, ruimte voor andere omgevingsopgaven (energietransitie, klimaatadaptatie etc.), karakteristiek landschap (als het buitengebied zo min mogelijk wordt gebouwd), inclusiviteit (lopen en fiets kan bijna iedereen, een auto aanschaffen niet). d. Overwegen. Overwegen vormen een gevaarpunt tussen weg- en spoorverkeer.
ProRail verzoekt uw gemeente daarom contact op te nemen met ProRail indien de door uw gemeente voorgestelde visie en alle in de toekomst daarop gebaseerde ruimtelijke plannen effect kunnen hebben op de bestaande overwegen in uw gemeente. U kunt hierbij bijvoorbeeld denken aan gewijzigd gebruik door het realiseren van een ontsluitingsroute voor een nieuwe woonwijk of bedrijventerrein. Ook verwijst ProRail uw gemeente graag naar de Beleidsagenda Spoorveiligheid 2020 -2025 waarin het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (hierna: lenW) haar visie op overwegveiligheid heeft beschreven. Het streven van lenW is om samen met ProRail, decentrale overheden, recreatieve belangenorganisaties en burgers te zorgen voor nul dodelijke slachtoffers en nul verstoringen op en rondom overwegen om een veilige, vlotte en duurzame mobiliteit (treinen wegverkeer) te kunnen garanderen. Meer informatie hierover vindt u hier: https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2020/02/05/beleidsagendaspoorveiligheid-2020-2025. e. Waterpeil / stabiliteit. In verband met het borgen van de stabiliteit van de spoorbaan met bijbehorende voorzieningen mag het waterpeil niet wijzigen. Tevens dient uw gemeente te borgen dat werkzaamheden geen invloed hebben op de stabiliteit van de spoorbaan met bijbehorende voorzieningen, alsmede op het ongehinderd gebruik van de spoorbaan met bijbehorende voorzieningen.
f. Spoorwegwetgeving. Voor het uitvoeren van werkzaamheden in de nabijheid van de spoorbaan dient rekening gehouden te worden met het bepaalde in artikel 19 van de Spoorwegnet 7
g.
h.
i.
j.
k.
ProRail merkt in dit kader nu reeds op dat onder de Omgevingswet – voor initiatieven binnen het beperkingengebied hoofdspoor – uw gemeente het bevoegd gezag is voor meervoudige aanvragen, waarbij vergunning alleen verleend kan worden nadat ProRail haar gemandateerde advies met instemmen heeft gegeven. Bij enkelvoudige aanvragen blijft de minister bevoegd gezag en zal ProRail namens de minister vergunning verlenen. Spoorwegdoelen. ProRail verzoekt u zorg te dragen dat gronden welke momenteel voorzien van de bestemming Spoorwegdoeleinden of railverkeer, deze bestemming ook in de toekomst zullen behouden. Ook verzoek ProRail uw gemeenten om geen dubbelbestemming mogelijk te maken. Onderstations. De binnen het plangebied aanwezige onderstations mogen niet komen te vervallen. Deze onderstations zijn cruciaal voor de elektriciteitsvoorzieningen van de hoofdspoorweginfrastructuur en daarmee voor de bereikbaarheid van het spoor. Tevens verzoek ProRail u ervoor zorg te dragen dat de onderstations – net als in de huidige situatie – te allen tijden bereikbar zullen zijn voor onderhouds- en hulpdiensten. Zicht op entreestations. Doordat de stationsomgeving een ideale plek is om je te vestigen, ziet ProRail de laatste jaren steeds meer verdichting en hoogbouw rond het station. Dit komt de vindbaarheid van een station niet ten goede.
Reizigers voelen zich hierdoor onzeker, hetgeen een vorm van stress veroorzaakt. Ondanks dat er bewegwijzering is blijkt uit onderzoek dat zicht op de hoofdingang de beste manier is om het station te vinden. Zichtlijnen naar het station spelen daar een belangrijke rol in en ProRail wil deze graag in stand houden. Windbeleving en windhinderrisico’s. Hoogbouw rond het station heeft invloed op de windbeleving van de reiziger. Gemiddeld wachten reizigers 7 tot 10 minuten op een trein en dat doen ze bij voorkeur op het perron waar de trein halteert. Wachten met veel wind draagt niet bij aan een positieve stationsbeleving. Reizigers wachten bij voorkeur warm, beschut en comfortabel. Helaas is er echter niet voldoende wachtgelegenheid voor elke reiziger. Daardoor is het van belang dat in de omgeving rekening wordt gehouden met de windbeleving op het perron. Hoogbouw rond het station heeft ook invloed op de windcirculatie/windstromen en kan risico's opleveren voor omliggende bebouwing (zoals schade aan daken/kappen) door veranderende windbelastingen. Hiermee dient rekening te worden gehouden. Schaduwwerking en zonnepanelen. ProRail stelt zich als doel om in 2030 CO2 neutraal te opereren. Dat betekent dat vele daken en perronoverkappingen voorzien zijn of worden van zonnepanelen om zo voldoende stroom op te wekken voor verlichting, reisinformatie, liften en roltrappen.
ProRail verzoekt u derhalve bij het maken van plannen rekening te houden met mogelijke schaduwwerking op de ProRail zonnepanelen en indien nodig met ProRail in contact te treden, zodat voornoemde doelstelling van ProRail voor 2030 haalbaar blijft.
Beantwoording a. Wij nemen kennis van uw visie op de omgeving van het spoor. b. Voor de aspecten externe veiligheid, geluid en trillingen gelden wettelijke normen en eisen. Wij sluiten vooralsnog aan bij de wettelijke eisen en normen. Bij de beoordeling van initiatieven wordt o.a. gekeken naar milieuaspecten en/of mogelijke belemmeringen. Het is ons inziens niet nodig omdat apart op te nemen in de omgevingsvisie omdat deze normen en eisen wettelijk zijn bepaald. De omgevingsvisie geeft op hoofdlijnen door middel van de speerpunten aan welke doelen de gemeente de komende jaren wil gaan werken alsmede welke waarden behouden en/of versterkt moeten worden. De gemeente heeft daarbij met name een faciliterende rol. Daarbij is ze afhankelijk van ontwikkelingen van derden. Uiteraard wordt wel per initiatief / ontwikkeling gekeken of de gronden in eigendom zijn van de initiatiefnemer. Indien blijkt dat niet alle gronden van de initiatiefnemer zijn, zal aangegeven worden. Indien de gemeente zelf initiatiefnemer is en gronden van derden nodig heeft, zal ze contact opnemen met deze grondeigenaren. Het opnemen van een specifieke bestemming komt aan de orde in het omgevingsplan en niet in de omgevingsvisie. We zijn nog aan het uitwerken hoe we om gaan met het tijdig betrekken van belanghebbenden in de initiatieffase.
Wij nemen uw verzoek om betrokken te worden wanneer het ontwikkelingen betreft rondom het spoor hierin mee. c. De gemeente onderschrijft het streven naar het verbeteren en aantrekkelijk maken van het treingebruik en de bereikbaarheid van de stations. Hiervoor onderneemt de gemeente ook daadwerkelijk initiatief door het verbeteren van het stationsomgeving Kesteren en Opheusden.
8
d. e.
f. g.
h.
i. j. k.
De gemeente Neder-Betuwe is een specifieke gemeente en het OV-aanbod is zeer beperkt. Dat betekent dat niet alle suggestief bruikbaar zijn voor de gemeente. Maar de gedachte hierachter onderstrepen we. Verder realiseert de gemeente zich dat bereikbaarheid van het OV bij de planning van nieuwe woongebieden en andere functies altijd onderdeel is van een ruimtelijk besluit en zal hiervoor de meest optimale keuzes maken tegen het licht van de beschikbare mogelijkheden voor planning van deze nieuwe gebieden. Indien een ontwikkelingen, beleid of visies betrekking hebben op overgangen, zullen we contact opnemen met Prorail. Er zijn bij ons geen gebieden bekend waarbij problemen aan het spoor als gevolg van grondwaterstanden bekend zijn. Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen zal door de initiatiefnemer onderzoek moeten doen naar de effecten van een ontwikkeling op het watersysteem. Bij de uitkomsten van het onderzoek wordt het Waterschap betrokken. Bij initiatieven, ontwikkelingen en aanvragen omgevingsvergunning gaan we hiermee rekening houden. In de omgevingsvisie worden geen bestemmingen en/of dubbelbestemmingen toegekend aan gebieden en percelen. Een evenredig toedelen van functies maakt onderdeel uit van een nog op te stellen omgevingsplan. Bij het opstellen van het omgevingsplan gaan we rekening houden met uw verzoek.
De omgevingsvisie geeft welke doelen (speerpunten) we willen halen en welke waarden we willen behouden/versterken. De huidige bestemming en het huidige gebruik van percelen wijzigt door de omgevingsvisie niet. Zowel de aanwezigheid van onderstations als de bereikbaarheid wordt regelt in het omgevingsplan. Bij nieuwe ontwikkelingen en initiatieven zullen wij zoveel als mogelijk en redelijk rekening houden met zichtlijnen op stations. Bij nieuwe ontwikkelingen en initiatieven zullen wij zoveel als mogelijk en redelijk rekening houden met de hoogte van bebouwing rondom stations. De gemeente ondersteunt de doelstelling van ProRail om in 2030 CO2 neutraal te opereren. Bij nieuwe ontwikkelingen en initiatieven zullen wij zoveel als mogelijk en redelijk rekening houden met de aanwezige zonnepanelen.
Conclusie Er is geen aanleiding om de Omgevingsvisie aan te passen. 5. Verenging MalleMolensMiddenBetuwe Een deel van de leden van de Verenging MalleMolensMiddenBetuwe woont in Dodewaard en de zienswijze wordt op verzoek van deze leden ingediend. a. We hebben een aantal opmerkingen bij de resultaten van de peiling Omgevingsvisie van september 2021: Respondenten. Voor het dorp Dodewaard zijn 81 reacties bij u binnengekomen. Wij vragen ons af of dat wel representatief is. De totaal score voor Speerpunten Dodewaard is 276. In 7% van de antwoorden wordt duurzame energie aangegeven als speerpunt. Terwijl gezond en veilig leven 64% scoort. Als we zien welke waarden voor de inwoners van Dodewaard zwaar wegen is af te leiden, dat de inwoners grote waarde hechten aan veel groen en het omringende landschap. Op de vraag wat wel en niet in het buitengebied van Dodewaard valt af te leiden, dat duurzaam energie opwekken het slechtste scoort: 7% van de antwoorden is voor en 73% is tegen. Onder het kopje ‘aan de slag’ staat over de A15 een conclusie, die niet afgeleid kan worden van de uitkomsten van de enquête. Gesteld wordt, dan er rekening gehouden moet worden met ‘ruimte voor duurzame energieopwekking. Tevens wordt gesteld ‘een rustig en eenduidig beeld op de A15 vanuit het omliggende gebied’. b. De verenging is tegenstander van het Windpark Midden Betuwe.
De enquête kent de aanleg van het windpark geen enkele prioriteit toekent en zelfs strijdig zijn met belangrijke geachte uitkomsten als landschap en gezondheid. c. Wij zien dan ook graag, dat u in de omgevingsvisie opneemt, dat verdere belasting van het milieu met lawaai, onnatuurlijk licht, aantasting van het landschap en verstoring van microplastics voorkomen moet worden.
9
Beantwoording a. De gehouden peiling in september 2021 had als doel om onder andere inwoners en ondernemers de kans te geven om vooraf aan de formele procedure aan te geven wat zij vinden van de concept omgevingsvisie. We zijn ons ervan bewust dat maar een klein deel van de inwoners en ondernemers de peiling hebben ingevuld en daarmee de uitkomst niet representatief is. Maar we kunnen wel een indicatie uit de peiling halen hoe een deel van onze inwoners en ondernemers denkt over de concept visie. Over het algemeen komen de uitkomsten van de peiling overeen met de inhoud van de Omgevingsvisie. Omdat maar een klein deel van de inwoners en ondernemers de peiling heeft ingevuld, kan er geen harde conclusies getrokken worden uit de uitkomst. b. De gemeente is bekend dat de vereniging MalleMolensMiddenBetuwe tegen het windmolenpark Midden-Betuwe is. Zoals onder a al is aangegeven kan aan de resultaten van de peiling geen harde conclusies getrokken worden. Het is dan ook te kort door de bocht om te stellen dat er geen prioriteit wordt toegekend aan de aanleg van het windpark. De Omgevingsvisie geeft aan welke doelen (speerpunten) de gemeente heeft op verschillende terreinen. Een aantal van deze speerpunten zijn ingegeven door maatschappelijke en landelijke trends en ontwikkelingen.
In het geval van de energietransitie is sprake van een landelijke opgave om 35 TWh aan hernieuwbare energie op land te realiseren. De uitwerking van deze opgave wordt uitgevoerd in de regionale energiestrategieën (RES). In de RES FruitDelta Rivierenland is vastgelegd dat binnen de regio 1,2 TWh aan hernieuwbare energie zal worden opgewekt. De RES is eind juni 2021 vastgesteld. Als gemeente dragen wij met concrete projecten bij aan deze opgave. In februari 2021 is de geactualiseerde klimaatnota door de gemeenteraad vastgesteld. De in deze nota opgenomen zoekgebieden voor duurzame energieopwekking zijn opgenomen in de omgevingsvisie. Het kan zijn dat bepaalde doelen uit de omgevingsvisie niet met elkaar stroken. Het is de bedoeling dat er geen harde toetsingscriteria meer worden opgesteld, maar doelen (speerpunten) en dat elk initiatief beoordeeld gaat worden in hoeverre het een bijdrage levert aan de gestelde doelen. Het kan zijn dat een initiatief hoger scoort op het speerpunt duurzaamheid en lager op het speerpunt met betrekking gezondheid. Elk initiatief moet wel aan de gestelde wettelijke normen en eisen voldoen. Voor het realiseren van windmolens geldt dat in principe ook.
Echter door recente uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State is het niet meer mogelijk om de landelijke windturbinenormen uit het Activiteitenbesluit en de Activiteitenregeling te gebruiken. Het is dus niet mogelijk om bij concrete windmolenparken te toetsen aan deze normen. Uit deze uitspraken komt nadrukkelijk naar voren dat een gemeente wel eigen (projectspecifieke) windturbinenormen mag vaststellen. In de omgevingsvisie zijn naast doelen (speerpunten) ook waarden opgenomen die we willen behouden en/of versterken. Bij elke ontwikkeling moet aangetoond worden hoe de ontwikkeling past in de geldende waarden en dat deze waarden niet onevenredig worden geschaad. c. Het is niet noodzakelijk om in de omgevingsvisie op te nemen dat ontwikkelingen geen verdere belasting voor het milieu mogen betekenen, omdat dit is verankerd in landelijke wet- en regelgeving en/of blijkt uit jurisprudentie. Zo lang de wettelijke normen buiten toepassing blijven, zoals de windturbinenormen, moet bij het besluit aangetoond worden wat de gevolgen op de omgeving zijn en of er sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Conclusie Er is geen aanleiding om de Omgevingsvisie aan te passen. 6. TenneT Binnen de gemeente bevinden zich een aantal hoogspanningsverbindingen en twee hoogspanningsstations.
De aanwezigheid van deze hoogspanningsverbindingen en hoogspanningsstations kunnen beperkingen opleveren voor het gebruik van de gronden. Uit de Ontwerp Omgevingsvisie blijkt niet duidelijk of hiermee voldoende rekening wordt gehouden. In dat kader is het optimaal beheren, onderhouden en veiligstellen van nieuw te realiseren en gerealiseerde assets ten behoeve van een ongestoorde ligging en aanwezigheid daarvan gedurende de gehele levensfase een zeer belangrijke kerntaak van TenneT. Uitgangspunt daarbij is dat deze vitale infrastructuur een gepaste bescherming verkrijgt en behoudt in ruimtelijke plannen en besluiten die worden op- en vastgesteld voor zowel de onder- als bovengrond. Dit alles met als doel deze infrastructuur niet te verstoren en deze op een effectieve en efficiënte manier in stand te kunnen houden en beheren. a. Zoekgebied duurzame energie. Op pagina 22 lezen wij dat de gemeente de realisatie van (grootschalige) wind- en zonneparken wil ondersteunen, mits dit past binnen de gestelde 10
b.
voorwaarden en mogelijkheden, waaronder een goede landschappelijke inpassing. De gemeente geeft daarbij de voorkeur aan windmolens. Waar (grootschalige) opwekking mogelijk is wordt nader uitgewerkt in de Regionale Energiestrategie waarin de gemeente participeert. Op pagina 32 zien wij op de richtinggevende kaart dat in het zoekgebied duurzame energiehoogspanningsverbindingen zijn gesitueerd die in beheer zijn bij onze organisatie. De plaatsing van windturbines en/of zonneparken in de nabijheid van een hoogspanningsverbinding is niet zonder meer mogelijk. Er zijn situaties die de leveringszekerheid en veiligheid (nadelig) van bestaande infrastructuur kunnen beïnvloeden en daardoor uitval kunnen veroorzaken. Grootschalig falen van het landelijk hoogspanningsnet kan leiden tot maatschappelijke ontwrichting. Aan het voorkomen daarvan draagt een goede publiekrechtelijke bescherming bij. Bij deze het verzoek om ontwikkelingen die de betrouwbaarheid en veiligheid van het functioneren kunnen schaden, vooraf af te stemmen en pas toe te staan na een positief verkregen schriftelijk advies van TenneT. Vergunningsvrije initiatieven. Op pagina 19 en 22 lezen we dat maatregelen gericht op gezonde lucht, bodem, landschap, natuur en duurzaamheid en veel voorkomende initiatieven gericht op besparing en opwekking van duurzame energie in het Omgevingsplan zo makkelijk mogelijk worden gemaakt.
Dat betekent dat ze (onder voorwaarden) vergunningsvrij worden gemaakt of met een eenvoudige (reguliere) procedure. Wij verzoeken om binnen de belemmerde strook van een hoogspanningsverbinding altijd een omgevingsvergunningplicht op te nemen, welke na positief schriftelijk advies van de netbeheerder gegeven kan worden, middels een verbod op gebouwen, werken en werkzaamheden anders dan ten behoeve van de bestemming leidinghoogspanningsverbinding op te nemen. Zie voor een verdere toelichting bijlage 1: - Windturbines. Wanneer windturbines in de buurt van een hoogspanningsverbinding worden opgericht, dan verzoeken wij u om bij het aanwijzen van gebieden hiervoor rekening te houden met het Handboek Risico Zonering Windturbines. TenneT acht het risico van windturbines op hun infrastructuur aanvaardbaar wanneer wordt voldaan aan de afstanden zoals vermeld in het handboek. Indien niet kan worden voldaan aan deze afstanden, adviseren wij om contact met ons op te nemen. - Voorwaarden voor kleinschalige windturbines opnemen. Wij verzoeken uw medewerking bij het toestaan van locaties voor kleinschalige windturbines (tot 15 meter) dat rekening wordt gehouden met een werpafstand van 2x nominaal toerental. Deze afstand dient aangehouden te worden ten opzichte van een bovengrondse hoogspanningsverbinding. Naar aanleiding van jurisprudentie door de Raad van State is in de uitspraak o.a.
bepaald dat regels moeten worden gesteld om daarmee de kans op falen van de windturbine en daarmee een risico op onderbreking van de energielevering te voorkomen. Dit dient te worden geborgd in de regels van een bestemmingsplan en/of een (omgevings)vergunning. Vandaar dat wij graag een uitzondering opgenomen willen hebben dat hierop getoetst wordt door het bevoegd gezag, door een aanpassing van de beleidsregels. - Vogelweidegebieden. Wij willen u erop attenderen dat bij het aanwijzen van vogelweidegebieden een grote kans is op stijging van draadslachtoffers en het onderhoud van de hoogspanningsverbindingen wordt bemoeilijkt. TenneT is hier geen voorstander van en vragen derhalve uw medewerking om bij het aanwijzen van deze gebieden rekening te houden met de hoogspanningsverbinding(en). - Zonnepanelen. In toenemende mate worden zonneparken gerealiseerd. Wanneer een zonnepark binnen de belemmerde strook van een hoogspanningsverbinding zou worden gerealiseerd, is het noodzakelijk dat TenneT de plannen kan toetsen of een realisatie van een park ook technisch uitvoerbaar, danwel toelaatbaar is. Op het kabelbed van een ondergrondse verbinding is een zonnepark niet toegestaan. Wij verzoeken om hier rekening mee te houden bij het aanwijzen van gebieden waar zonnepanelen worden toegestaan en dat vooraf overleg met ons wordt gehouden. - Waterretentiegebieden.
Wij verzoeken medewerking om bij het aanwijzen van een waterretentiegebied rekening te houden met onze hoogspanningsverbindingen. Wanneer de ondergrond van masten en/of een kabel wijzigt, kan dit gevolgen hebben voor de leveringszekerheid en veiligheid van een hoogspanningsverbinding. Voor een bovengrondse verbinding kan er bijvoorbeeld instabiliteit ontstaan voor de masten door de vernatting van de bodem en hierop zijn de masten niet berekend ten tijde van aanleg. Ondergrondse hoogspanningskabels en masten van bovengrondse verbindingen moeten altijd bereikbaar zijn en blijven voor onderhoud en calamiteiten en als een gebied onder water komt te staan is dit niet het geval. Dit kan gevaarlijke situaties veroorzaken en belemmert TenneT in het beheer van de hoogspanningsverbindingen. Bij het eventueel aanleggen van dijken en/of taluds (om het retentiegebied heen) dient er ook rekening te worden gehouden met hoogspanningsverbindingen in verband met wijzigende zetting van de grond, welke van invloed kan zijn op het niet goed
11
(meer) functioneren van een leiding of mast. Ten tijde van de aanleg van een kabel of mast is dit berekend op de grondzetting. - Versterken/verhogen waterkeringen. Indien er waterkeringen worden versterkt/verhoogd binnen de belemmerde strook van een hoogspanningsverbinding, dan verzoeken wij u om vooraf overleg met TenneT te plegen. Reden hiervoor is dat wij aan veiligheidsnormeringen moeten voldoen qua afstand van het maaiveld tot aan de draden van een hoogspanningsverbinding. Op deze manier kunnen wij toetsen of wij nog aan de normen voldoen of dat er wellicht een reconstructie van de hoogspanningsverbinding noodzakelijk is. - Natuurgebieden/Groen/NNN. Bij de ontwikkeling en/of aanwijzing van een natuurgebied (groen) verzoeken wij ook rekening te houden met de hoogspanningsverbindingen. Binnen de belemmerde strook van een bovengrondse hoogspanningsverbinding mogen geen hoogopgaande beplanting of bomen worden aangebracht en/of verwijderd. Binnen de belemmerde strook van een ondergrondse kabel mogen geen diepwortelende struiken of bomen worden aangebracht en/of verwijderd. Ook dit heeft te maken met de leveringszekerheid, de bereikbaarheid en de veiligheid van de omgeving. Wanneer bomen te hoog worden kunnen ze overslag veroorzaken en wanneer ze te diep wortelen kunnen ze rondom een kabel gaan wortelen.
TenneT streeft naar een duurzame inrichting binnen de belemmerde strook door bijvoorbeeld heide en/of andere laagblijvende beplanting toe te staan. Externe Veiligheid. Omdat assets van TenneT niet vallen onder de werkingssfeer van de wetgeving inzake externe veiligheid is er geen onderzoek nodig voor het aspect externe veiligheid bij realisatie van hoogspanningsstations en verbindingen van TenneT. Dit wordt ondersteund doordat in onderzoek van TNO in 2010 is geconstateerd dat de omgeving van TenneT geen zodanige risico's ondervindt als gevolg van hoogspanningsstations. Dit omdat de effecten van de activiteiten op de stations nagenoeg altijd binnen de inrichtingsgrens van een station blijven. Het treffen van maatregelen (en het instellen van een onderzoek hiernaar) is dan ook in principe niet noodzakelijk. Er dient wel rekening te worden gehouden met de invloed van het falen van masten op de omgeving. Deze omgeving kan zijn een andere bovengrondse hoogspanningsverbinding of bijvoorbeeld een Buisleiding. De masten kunnen dan een risicoverhogend object zijn. In dat geval is bijna altijd onderzoek nodig naar de mate waarin dit het geval is alsook naar wat het risico dan zou kunnen zijn. Aanvraag omgevingsvergunningen. Bij de aanvraag van een omgevingsvergunning willen we u adviseren om de initiatiefnemers, vooraf aan de verlening, een gesprek aan te laten gaan met TenneT.
Op deze manier kan TenneT voorwaarden stellen voor de uit te voeren (bouw)werken en toetsen of de plannen (technisch) realiseerbaar en toelaatbaar zijn. Eventuele wijzigingen kunnen dan worden verwerkt in de tekening en dan kan het bevoegd gezag een omgevingsvergunning verlenen aan de hand van de juiste tekeningen. Overigens is een bevoegd gezag verplicht om advies in te winnen bij de netbeheerder volgens de regels van een bestemmingsplan voordat een omgevingsvergunning kan worden verleend. Vergunningvrije activiteiten. Onder de toekomstige Omgevingswet heeft een bevoegd gezag meer zeggenschap over wat wel of niet is toegestaan binnen de gronden van een gemeente. Eveneens mag zij aan gaan geven wat wel/niet vergunningsvrij mag worden gebouwd. Zoals hiervoor al aangegeven brengt de aanwezigheid van onze assets beperkingen met zich mee. Voor het toestaan van vergunningvrije activiteiten is het aan te bevelen om hier een uitzondering te maken in gebieden waar zich de belemmerde strook van een hoogspanningsverbinding bevindt. Bijvoorbeeld het vergunningvrij toestaan van een uitbreiding van een schuur binnen de belemmerde strook kan risico's met zich meebrengen. Ten eerste in verband met de veiligheidsnorm waar TenneT aan moet voldoen. Dat is de afstand tussen de draden en de ondergrond.
Indien dit niet (meer) voldoende is, dan is de veiligheid van de omgeving niet meer gegarandeerd. Ten tweede kan dit gevaarlijke situaties tot stand brengen voor personen die zich binnen de belemmerde strook begeven met hoge(re) werktuigen en ten derde is de ongestoorde werking van het hoogspanningsnet dan niet meer gegarandeerd. De leveringszekerheid is een wettelijke taak van TenneT en die nemen wij heel serieus. Grootschalig falen van het landelijk hoogspanningsnet kan leiden tot maatschappelijke ontwrichting. We zijn daarom benieuwd welke afwegingen de gemeente heeft of worden gemaakt bij het toestaan van vergunningvrij bouwen, indien dit binnen de belemmerde strook van een hoogspanningsverbinding is en willen u verzoeken om hiervoor een beperkingengebied op te nemen in het omgevingsplan. Eveneens voor het (vergunningvrij) plaatsen van kleinschalige windturbines dient een acceptabele afstand ten opzichte van bovengrondse hoogspanningsverbindingen te worden aangehouden. In principe is dit 2x nominaal toerental, tenzij door de netbeheerder is aangegeven dat deze afstand verkleind kan worden.
12
c.
d.
e.
Laadpunten elektrisch rijden. Op pagina 24 lezen wij dat om elektrisch rijden mogelijk te maken, de gemeente Neder-Betuwe elektrische laadpunten in woonwijken, op werklocaties en andere openbare plaatsen plaatst. De infrastructuur (de plaats van laadpunten, transportroutes van energie naar deze laadpunten en keuzes over opslag) beïnvloedt de inrichting, kwaliteit en het beheer van de fysieke leefomgeving. Wij verzoeken u geen laadpalen te plaatsen, dan wel toe te staan, binnen de belemmerde strook van een hoogspanningsverbinding. Tijdens het opladen van een elektrische auto is de kans het grootst op brandgevaar, de brandlast die dit met zich mee brengt kan de leveringszekerheid in gevaar brengen. Opnemen vooroverleg. Bij plannen of beleidsdocumenten die keuzes omvatten die relevant (kunnen) zijn voor het landelijke hoogspanningsnet, zouden wij het prettig vinden om deel te nemen aan het vooroverleg. Op deze manier worden wij vroegtijdig bij plannen betrokken wat maakt dat wij ook tijdig kunnen beoordelen of de veiligheid en leveringszekerheid van onze hoogspanningsverbindingen in het geding komen en of de plannen (technisch) uitvoerbaar zijn. Staalkaart Tennet. TenneT stelt in samenwerking met Netbeheer Nederland de 'Staalkaart elektriciteit en gas in het omgevingsplan' inclusief bijbehorende voorbeeldregels op.
De staalkaart is naar verwachting eind 2021 gereed en betreft een handreiking om gemeentelijke ambities in samenhang met ambities op het gebied van energievoorzieningen bij elkaar te brengen in het omgevingsplan. TenneT nodigt u graag uit om samen met u mee te denken in het op duurzame wijze opnemen van het hoogspanningsnet in omgevingsplannen.
Beantwoording a. Elk initiatief wordt beoordeeld aan de hand van de speerpunten en waarden die in de omgevingsvisie zijn opgenomen. Daarnaast wordt uiteraard gekeken of een initiatief ook voldoet of kan voldoen aan de wettelijke eisen en normen en/of andere belemmeringen die er zijn. Bij het beoordelen van initiatieven voor windmolens en zonneparken wordt uiteraard gekeken of deze niet conflicteren met andere aanwezige voorzieningen in de omgeving. Voor het realiseren van windmolens en zonnevelden moet een aparte ruimtelijke procedure gevoerd worden. Deze ontwikkelingen passen niet in de vigerende bestemmingsplannen. In het kader van deze procedure wordt u op de hoogte gebracht. Daarnaast zijn we nog aan het uitwerken hoe we belanghebbenden al bij de initiatieffase kunnen betrekken. Als beheerder van het energienetwerk bent u belanghebbende als het gaat over initiatieven met betrekking tot het realiseren van windmolens en zonnevelden. b. Hoe dit vorm wordt gegeven wordt uitgewerkt in het nog op te stellen (permanent) omgevingsplan. Wij nemen de suggestie ten aanzien van de belemmerende strook van een hoogspanningsverbinding mee bij de verdere uitwerking. Overigens willen we ook bij het opstellen van het permanent omgevingsplan de ketenpartners en andere belanghebbenden naast onze inwoners betrekken. - Windturbines.
Bij initiatieven van windturbines houden wij uiteraard rekening met de bestaande situaties en reeds aanwezige voorzieningen. Een nieuwe ontwikkeling mag geen negatieve gevolgen hebben voor bestaande voorzieningen, zoals bijvoorbeeld een hoogspanningsmast en verbindingen. Voorwaarden voor kleinschalige windturbines opnemen. Wij zullen uw verzoek meenemen bij het beoordelen van initiatieven voor kleinschalige windturbines (tot 15 meter). Ook zullen we dit meenemen in het nog op te stellen omgevingsplan. Vogelweidegebieden. Het aanwijzen van weidevogelgebieden is een bevoegdheid van de provincie Gelderland. In de provinciale Omgevingsverordening van de provincie is het weidevogelgebied opgenomen en in de Omgevingsvisie Neder-Betuwe hebben wij dit gebied overgenomen. - Zonnepanelen. Bij het beoordelen van initiatieven wordt er eerst gekeken of het initiatief past in het bestemmingsplan. Op basis van de vigerende bestemmingsplannen is advies van de leidingbeheerder nodig indien er initiatieven plaatvinden binnen de belemmerende strook. Ook als een initiatief niet past binnen het bestemmingsplan wordt deze informatie meegenomen bij de verdere beoordeling van het initiatief. We gaan de gegeven opmerkingen mee nemen in het nog op te stellen omgevingsplan. Bij het opstellen van het omgevingsplan willen we onze ketenpartners uitdrukkelijker gaan betrekken.
In dit proces kunt u de belangen van Tennet wederom kenbaar maken. - Waterretentiegebieden. Zie reactie hierboven. - Versterken/verhogen waterkeringen. Zie reactie hierboven. - Natuurgebieden/Groen/NNN. Zie reactie hierboven - Externe Veiligheid. Bij initiateven wordt altijd om advies van de Omgevingsdienst Rivierenland gevraagd. Wij gaan ervan uit dat zij de kennis ten aanzien van externe veiligheid in relatie tot hoogspanningsstations kennen en ons daarover adviseren. 13
Ook bij het beoordelen van initiatieven willen we belanghebbenden gaan betrekken. Hoe we dit willen gaan doen, moet nog verder uitgewerkt worden. - Aanvraag omgevingsvergunningen. Zie reactie hierboven. De Omgevingsdienst Rivierenland verleent ook namens de gemeente de omgevingsvergunningen. - Vergunningvrije activiteiten. We gaan de gegeven opmerkingen mee nemen in het nog op te stellen omgevingsplan. Bij het opstellen van het omgevingsplan willen we onze ketenpartners uitdrukkelijker gaan betrekken. In dit proces kunt u de belangen van Tennet wederom kenbaar maken. c. We begrijpen dat het niet wenselijk is om laadpalen op de belemmerende strook van een hoogspanningsverbinding te realiseren. Wij plaatsen slechts laadpalen op locaties waar voldoende vraag en behoefte bestaat. In de belemmerde contouren door hoogspanningslijnen is dit niet het geval. In 2022 willen we een plaatsingsbeleid en plankaart opstellen ten aanzien van laadpalen. We nemen de opmerking m.b.t. de belemmerende strook onder hoogspanningsverbindingen hierin mee. d. Zoals onder a ook al is aangeven zijn we nog aan het uitwerking hoe we belanghebbenden al bij de initiatieffase kunnen betrekken. Wij nemen uw verzoek mee bij de verdere uitwerking. e. De gemeente gaat in 2022 starten met het gefaseerd op stellen van het permanent omgevingsplan. We beginnen met het deelgebied kernen.
Daarna gaan we de slag met het deelgebied buitengebied en als laatste het deelgebied bedrijventerreinen. Bij het opstellen van het permanent omgevingsplan willen we zo vroeg mogelijk in het proces de ketenpartners betrekken. Wij nemen graag kennis van de ‘staalkaart elektriciteit en gas in het omgevingsplan'. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om de omgevingsvisie aan te vullen en of aan te passen. 7. Vitens a. Duurzame veiligstelling openbare drinkwatervoorziening Voor Vitens is het van belang dat toekomstige ontwikkelingen geen negatieve gevolgen hebben voor drinkwaterfuncties. Als gemeente heeft u daarin, net als alle andere overheden, mede de plicht om zorg te dragen voor een duurzame veiligstelling van de openbare drinkwatervoorziening (drinkwaterzorgplicht op grond van artikel 2 van de Drinkwaterwet). In de gemeente Neder-Betuwe ligt het drinkwaterbeschermingsgebied Hemmen met bijbehorend intrekgebied. Aan het onderwerp drinkwater wordt in algemene zin aandacht besteed in uw omgevingsvisie, maar we zouden graag zien dat aan het belang van drinkwaterbeschermingsgebied Hemmen, met de betreffende beschermingszones, specifiek aandacht wordt besteed. Daarbij gaat het om de bescherming van het intrekgebied, waterwingebied, grondwaterbeschermingsgebied, boringsvrije en koude- en warmteopslag-Vrije zones.
De betreffende zoneringen zijn terug te vinden op het Geoportaal van de provincie Gelderland'. We willen u daarom vragen dit ook op te nemen op de waardenkaart van uw omgevingsvisie. b. Drinkwater en stedelijke ontwikkelingen. We vinden het een goede zaak dat u als gemeente een actieve rol pakt bij onderwerpen als het verduurzamen van eigen gebouwen, klimaat-adaptief inrichten van verstedelijkt gebied, het implementeren van waterbesparende systemen bij bouwplannen, het opslaan van water in tijden van hevige neerslag (grondwaterbuffers) en het minimaliseren van verharding. De druk op de woningmarkt is in veel gemeenten merkbaar en de stijging van het aantal huishoudens zal leiden tot een hogere vraag naar drinkwater. De ontwikkeling van nieuwbouwwoningen biedt echter ook een kans om die toename te beperken, namelijk door toepassing van innovatieve oplossingen in woningen voor reductie van de vraag naar drinkwater. Dit draagt bij aan duurzame ontwikkeling en beperking van de druk op de grondwatervoorraad. c. Drinkwater en grondwaterbescherming. Ook staan wij zeer positief tegenover uw voornemen om een actieve rol te spelen bij bewustzijnsvergroting omtrent de consequenties van wonen en werken binnen een grond-waterbeschermingsgebied/intrekgebied bij inwoners en bedrijven, en hun invloed op de drinkwaterkwaliteit en —beschikbaarheid.
Naast de diverse aspecten die ook van toepassing zijn in stedelijk gebied om watersystemen in het buitengebied meer duurzaam in te richten zouden we in dit kader ook specifieke aandacht willen vragen voor het onderwerp chemische bestrijdingsmiddelen. Duidelijk is dat vermindering en bij voorkeur het stoppen van het gebruik van bestrijdingsmiddelen zowel door bedrijven, agrariërs, sportclubs en particulieren maar ook in eigen beheer (openbaar groen, sportterreinen) ten goede komt aan de bodem- en grondwaterkwaliteit. We zouden graag zien dat de gemeente daartoe specifieke acties benoemd in de omgevingsvisie. d. Grondwerkzaamheden en bodem. Vanwege de toenemende ruimtedruk ondergronds wordt het verleggen van leidingen moeilijker en duurder. Leidingen in de grond moeten zo lang mogelijk ongestoord blijven liggen. Verleggen brengt hoge maatschappelijke kosten en veiligheidsrisico's met 14