CConstaterende datNeder-Betuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 - Toelichting

Raadsvergadering 26 september 2024, gemeente Neder-BetuweBij agendapunt: Bestemmingsplan 'Centrumplan Ochten'16.643 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Dokter M. van Drielplein Ochten

bestemmingsplan Dokter M. van Drielplein Ochten

Inhoudsopgave

Toelichting

3

Hoofdstuk1 Inleiding 1.1 Aanleiding en doel van het plan 1.2 Ligging plangebied 1.3 Geldende plannen 1.4 Leeswijzer

4 4 4 5 8

Hoofdstuk2 Planbeschrijving 2.1 Bestaande situatie 2.2 Toekomstige situatie

9 9 10

Hoofdstuk3 Beleidskader 3.1 Nationaal beleid 3.2 Provinciaal beleid 3.3 Gemeentelijk beleid 3.4 Conclusie beleid

12 12 14 16 17

Hoofdstuk4 Omgevingsaspecten 4.1 Verkeer en parkeren 4.2 Bodem 4.3 Geluid 4.4 Bedrijven en Milieuzonering 4.5 Luchtkwaliteit 4.6 Externe veiligheid 4.7 Waterhuishouding 4.8 Ecologie 4.9 Archeologie & cultuurhistorie 4.10 Leidingen 4.11 Niet-gesprongen explosieven

18 18 23 24 26 27 29 32 36 39 43 44

Hoofdstuk5 Juridische planbeschrijving 5.1 Algemeen 5.2 Verbeelding 5.3 Planregels 5.4 Toelichting op de bestemmingen

45 45 45 45 45

Hoofdstuk6 Uitvoerbaarheid 6.1 Economische uitvoerbaarheid 6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid

47 47 47

2

Inhoudsopgave (ontwerp)

bestemmingsplan Dokter M. van Drielplein Ochten

Toelichting

Toelichting (ontwerp)

3

bestemmingsplan Dokter M. van Drielplein Ochten

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding en doel van het plan

Aan het Dokter M. van Drielplein, in de kern van Ochten bevindt zich het dorpshuis met de naastgelegen bebouwde gronden ten behoeve van onder andere wonen (Lambartus van Ingenstraat 2). Het huidige dorpshuis wordt gesloopt en een nieuw dorpshuis wordt gerealiseerd, waarnaast een supermarkt wordt toegevoegd. De huidige MCD supermarkt aan het Dokter M. van Drielplein 1 komt te vervallen en de bepaling waarmee de supermarkt wordt toegestaan, wordt met dit bestemmingsplan wegbestemd, waardoor ter plaatse van het Dokter M. van Drielplein 1 enkel nog detailhandel van niet-dagelijkse producten mogelijk is. De percelen aan de L. van Ingenstraat 2 en het M. van Drielplein 2, kadastraal bekend als sectie E, perceelnummers 463, 472, 759 en 760 van de kadastrale gemeente Ochten (gemeentecode: OTN00), hebben o.g.v. het bestemmingsplan 'Kern Ochten Centrum', reeds een gemengde bestemming en een woonbestemming. Het stedenbouwkundig plan voor de nieuwe ontwikkeling past echter niet binnen de vigerende bestemmingen en daarbij behorende bouwvlakken. Om de bouw van een supermarkt en een aangrenzend dorpshuis mogelijk te maken is voorliggend bestemmingsplan opgesteld. De percelen, kadastraal bekend als sectie E, perceelnummers 873 en 874 van de kadastrale gemeente Ochten (gemeentecode: OTN00), hebben reeds een bestemming voor detailhandel.

Om de mogelijkheid om een supermarkt te realiseren te laten vervallen is voorliggend bestemmingsplan opgesteld. Met het voorliggende bestemmingsplan wordt (een deel van) het centrum van Ochten voorzien van een actueel bestemmingsplan. In 2017 heeft het voorontwerp bestemmingsplan herontwikkeling locatie Vicary ter inzage gelegen. Ook dit plan zag op de nieuwbouw van een supermarkt en een dorpshuis aan Het M. van Drielplein. Aangezien op dat moment geen overeenstemming kon worden bereikt over het vervallen van de huidige supermarktbestemming aan het Van Drielplein 1, is die ontwikkeling gestaakt. Hierna is ook het stedenbouwkundig plan voor de herontwikkeling aan het Van Drieplein gewijzigd, dit heeft geresulteerd in het voorliggende ontwerpbestemmingsplan.

1.2

Ligging plangebied

Het plangebied is gelegen aan het Dokter M. van Drielplein 2 en de Lambartus van Ingenstraat 2 in de kern van Ochten. De omgeving betreft een divers centrumgebied met winkelfuncties en woningen. Bijgevoegde afbeelding toont de globale ligging van het plangebied in de omgeving.

4

Toelichting (ontwerp)

bestemmingsplan Dokter M. van Drielplein Ochten

Figuur 1. Globale ligging plangebied (bron: eigen bewerking in QGIS)

1.3

Geldende plannen

Ter plaatse van het plangebied de volgende bestemmingsplannen: "Kernen Ochten Centrum", vastgesteld door de gemeenteraad van de gemeente Neder-Betuwe op 27 juli 2013; "Parapluregeling Parkeren", vastgesteld door de gemeenteraad van de gemeente Neder-Betuwe op 26 april 2018; "Parapluregeling Archeologie", vastgesteld door de gemeenteraad van de gemeente Neder-Betuwe op 27 september 2018. "Kernen Neder-Betuwe" vastgesteld door de gemeenteraad van de gemeente Neder-Betuwe op 14 mei 2020. Kernen Ochten Centrum Navolgende afbeelding toont een uitsnede van het bestemmingsplan "Kern Ochten Centrum".

Toelichting (ontwerp)

5

bestemmingsplan Dokter M. van Drielplein Ochten

Figuur 2. Uitsnede geldend bestemmingsplan en ligging plangebied (bron: eigen bewerking in QGIS)

Figuur 3. Uitsnede van het bestemmingsplan "Kern Ochten Centrum" (bron: ruimtelijke plannen)

De percelen hebben de bestemming 'Gemengd', 'Wonen - 1' en 'Detailhandel' en de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie2', 'Waarde - Archeologie3' en 'Waarde - Archeologie 4'. Daarnaast zijn er verschillende bouwvlakken aanwezig, waarbinnen maatvoeringen gelden, variërend van een goot- en bouwhoogte van 3 tot 8 meter. Parapluregeling Parkeren

6

Toelichting (ontwerp)

bestemmingsplan Dokter M. van Drielplein Ochten

De gemeente Neder-Betuwe heeft in 2018 het parapluplan 'Parkeren' vastgesteld, waarin een regeling ten aanzien van parkeren is opgenomen. In het betreffende parapluplan is bepaald dat bij het bouwen of het wijzigen van het bestaande gebruik, voorzien moet worden in voldoende parkeergelegenheid. Daarbij wordt gebruik gemaakt van de Nota Parkeernormen d.d. 11 mei 2017. Indien de parkeernota in de toekomst herzien wordt, dient getoetst te worden aan de rechtsopvolger van de voorgenoemde nota. In paragraaf 4.1 zal het aspect 'parkeren' verder worden toegelicht. Parapluregeling Archeologie Om de mogelijk aanwezige waarden te beschermen heeft de gemeente Neder-Betuwe een parapluplan 'Archeologie' opgesteld. Op het aspect archeologie zal verder worden ingegaan in paragraaf 4.9. Kernen Neder-Betuwe Op de planlocatie waar de bestemming 'Wonen -1' is toegestaan, zie daarvoor figuur 3, doet zich de situatie voor dat dit perceel ook is opgenomen in het bestemmingsplan “Kernen Neder-Betuwe”. Dit bestemmingsplan is het meeste recent van de vigerende bestemmingsplannen. Het betreft een actualisering van de bestemmingsplannen van de dorpskernen van de gemeente Neder-Betuwe. Bij deze actualisatie is rekening gehouden met voorliggende ontwikkeling. Zie ook figuur 4. Door deze actualisatie kent het plangebied daarom ook nog de bestemming: 'Vrijwaringszone – dijk 2'.

Bovendien wordt de grond van het plangebied in overeenstemmings met de parapluregeling Archeologie dubbelbestemt met:'Waarde – Archeologie 1'. Deze archeologische waarde vervangt de de archeologische waarden uit het (oude) bestemmingsplan 'Kern Ochten Centrum'. Een nadere toelichting volgt in paragraaf 4.9.

Figuur 4. Uitsnede bestemmingsplan "Kernen Neder-Betuwe" (bron: ruimtelijke plannen)

Strijdigheid bestemmingsplan Binnen de gemengde- en woonbestemming is de beoogde bestemming detailhandel met aanduiding supermarkt niet toegestaan. Verder is bebouwing alleen toegestaan binnen een bouwvlak. Omdat het beoogde bouwvolume van de supermarkt en het dorpshuis niet geheel binnen het huidige bouwvlak valt, is het nu niet toegestaan om het beoogde bouwvolume te realiseren. De maximum toegestane bouw- en goothoogte zoals reeds is aangeduid op de verbeelding is tevens niet overal voldoende toereikend voor het beoogde bouwvolume.

Toelichting (ontwerp)

7

bestemmingsplan Dokter M. van Drielplein Ochten

1.4

Leeswijzer

Het bestemmingsplan bestaat uit meerdere onderdelen: een verbeelding waarop de bestemmingen in het plangebied zijn aangegeven en regels waarin de bepalingen voor de op de verbeelding vermelde bestemmingen zijn opgenomen. Het bestemmingsplan gaat vergezeld van een toelichting waarin de achtergronden van het bestemmingsplan zijn beschreven. De verbeelding vormt samen met de regels het juridische bindende deel van het bestemmingsplan. In de toelichting worden de keuzes die in het bestemmingsplan worden gemaakt nader gemotiveerd en verantwoord. Opzet van deze toelichting Hoofdstuk 2 bevat een beschrijving van de bestaande situatie en van het plan. Daarna wordt in hoofdstuk 3 ingegaan op het relevante Rijks-, provinciale-, en gemeentelijke beleid. In hoofdstuk 4 wordt de haalbaarheid van het project getoetst op grond van het geldende beleid en (milieu)wetgeving. Ook wordt ingegaan op de economische haalbaarheid van het plan. Hoofdstuk 5 geeft een toelichting op de juridische opzet van het plan. Tot slot gaat hoofdstuk 6 in op de wijze hoe burgers en andere belanghebbenden betrokken zijn bij het plan (maatschappelijke uitvoerbaarheid). Hierin zijn de uitkomsten van inspraak, vooroverleg en zienswijzen opgenomen.

8

Toelichting (ontwerp)

bestemmingsplan Dokter M. van Drielplein Ochten

Hoofdstuk 2

Planbeschrijving

In dit hoofdstuk wordt het initiatief beschreven. Eerst wordt ingegaan op de bestaande situatie van het plangebied en de relatie met de omgeving. Daarna wordt ingezoomd op het beoogde intiatief.

2.1

Bestaande situatie

Het plangebied is gelegen aan het Dokter M. van Drielplein en de Lambartus van Ingenstraat 2, in de kern van Ochten. Ter plaatse van de locatie bevindt zich het dorpshuis met de naastgelegen bebouwde gronden ten behoeve van onder andere wonen (Lambartus van Ingenstraat 2). De huidige kern Ochten kenmerkt zich door een duidelijke ruimtelijke scheiding tussen twee deelgebieden. Het zuidelijke deel van de kern, het dichtst tegen de Waalbandijk, is het meer historische deel van de kern. In dit deelgebied bevinden zich momenteel de belangrijkste centrale voorzieningen. In de kom staan, als gevolg van vroegere overstromingen en de Tweede Wereldoorlog, relatief weinig historische gebouwen. Toch hebben de vaak vrij jonge gebouwen door hun uitstraling en variatie de sfeer van de oude kern kunnen behouden. Het noordelijke deel kan worden gekenschetst als het geheel van uitbreidingswijken van Ochten. Dit deelgebied kenmerkt zich door een sterk overheersende woonfunctie. Alleen aan de oude linten zijn nog andere functies te vinden. Hierbij zijn de Liniestraat en de 44 RI-straat aan te merken als de grens tussen het historische deel van de kern en Ochten-Noord. Onderhavig plangebied kent een dorpscentrumfunctie. Het perceel is ontsloten via het Dokter M. van Drielplein. Navolgende afbeelding geeft de bestaande situatie van het plangebied weer.

Figuur 5. Bestaande situatie met ligging plangebied (bron: eigen bewerking in QGIS)

Toelichting (ontwerp)

9

bestemmingsplan Dokter M. van Drielplein Ochten

2.2

Toekomstige situatie

Het plangebied is onder te verdelen in twee onderdelen. In het zuidelijk gelegen deel van het plangebied zijn de bestaande MCD supermarkt en een kledingwinkel gelegen. In dit plandeel zijn vooralsnog geen fysieke ingrepen beoogd. De functie detailhandel blijft gehandhaafd, maar de mogelijkheid tot het herstarten van een supermarkt vervalt. De mogelijkheid tot het vestigen van een supermarkt vervalt, aangezien de regels in voorliggend bestemmingsplan worden aangepast. De bebouwing wordt geschikt gemaakt voor detailhandel voor niet-dagelijkse producten. Daarnaast wordt ter plaatse dienstverlening en lichte horeca toegestaan. Verder zijn in dit plandeel geen wijzigingen beoogd. Het noordelijk gelegen deel van het plangebied is al deels in gebruik als dorpshuis. Daarnaast is sprake van een woning aan de Lambartus van Ingenstraat 2. Alle bebouwing in dit plandeel zal worden gesloopt. In dit deel van het plangebied is de ontwikkeling van het nieuwe dorpshuis en een nieuwe supermarkt beoogd. In figuur 6 is een situatietekening opgenomen, waarin de beoogde bebouwing is gepositioneerd.

Figuur 6. Indicatieve toekomstige situatie ter plaatse van het noordelijk deel van het plangebied (bron: Uitsnede Projectburo B.V.)

De voorzijde en entree van de nieuwe supermarkt zijn beoogd aan het Dokter M. van Drielplein. Aan de voorzijde van de supermarkt bevindt zich een parkeerterrein dat opnieuw zal worden ingericht door de gemeente, zodat voldoende parkeergelegenheid gewaarborgd blijft en het verblijfsklimaat wordt verbeterd. Direct voor de voorgevel zijn parkeerplaatsen, containers, een fietsenstalling en een opstelplaats voor winkelwagentjes beoogd. De winkelruimte bevindt zich in het meest zuidelijk gelegen deel van het bouwwerk. Ten noorden van de winkelruimte is een magazijn beoogd. Ten noorden van het magazijn en grenzend aan het dorpshuis is een interne bevoorradingssluis ten behoeve van de distributie voorzien. Op de verdieping, ter hoogte van het magazijn is aan de voorzijde van het pand een ruimte voor het personeel beoogd.

10

Toelichting (ontwerp)

bestemmingsplan Dokter M. van Drielplein Ochten

De winkelruimte en het magazijn krijgen een bouwhoogte van circa 5 meter. De distributieruimte krijgt een bouwhoogte van circa 5,5 meter. De hoogte van de dakopbouw van de entree betreft circa 6,5 meter. De dakrand van de personeelsruimte/het kantoor ligt op circa 7 meter.

Figuur 7. Schetsontwerp gevelaanzicht supermarkt en dorpshuis, bezien vanuit de Bagijnestraat

Figuur 8. Schetsontwerp gevelaanzicht supermarkt en dorpshuis, bezien vanaf de voorzijde van de huidige MCD supermarkt

Het nieuwe dorpshuis bestaat uit ruimten die voor diverse doeleinden kunnen worden gebruikt. De entree van het gebouw is evenals de supermarkt geörienteerd aan het Dokter M. van Drielplein. Direct achter de entree bevindt zich op de begane grond een technische ruimte, natte ruimten, een garderobe, een lift, een trap richting de eerste verdieping en een ruime ontvangsthal. Achter de hal bevinden zich drie zalen, een keuken en een opslagruimte. De eerste zaal na de hal betreft de hoofdzaal waar tevens een bar wordt gerealiseerd. De bovenverdieping van het dorpshuis is iets groter dan de begane grond, aangezien het gebouw aan de voorzijde een beperkte verspringing van de voorgevelrooilijn kent. Het dorpshuis verkrijgt een maximale bouwhoogte van circa 8,5 meter.

Toelichting (ontwerp)

11

bestemmingsplan Dokter M. van Drielplein Ochten

Hoofdstuk 3

Beleidskader

3.1

Nationaal beleid

3.1.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) in werking getreden. Deze visie bevat de hoofdzaken van het strategisch rijksbeleid voor de fysieke leefomgeving. Dit is een combinatie van beleid uit de bestaande beleidsdocumenten, met en zonder wettelijke grondslag, en nieuw strategisch beleid. De grote en complexe opgaven, zoals klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw zullen Nederland gaan veranderen. De NOVI bevat een toekomstperspectief met de ambities van het Rijk. In de NOVI zijn 21 nationale belangen met bijbehorende opgaven geformuleerd. Deze nationale belangen komen samen in vier prioriteiten: 1. 2. 3. 4.

ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; duurzaam economisch groeipotentieel; sterke en gezonde steden en regio's; toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.

Voor de vier NOVI-prioriteiten geldt steeds dat zowel voor de lange als de korte termijn maatregelen nodig zijn. Deze maatregelen dienen in de praktijk voortdurend op elkaar in te spelen. Bij de afweging van de belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving centraal voor zowel de boven- als de ondergrond. Planspecifiek De voorgenomen ontwikkeling betreft de realisatie van een supermarkt en dorpshuis. De primaire verantwoordelijkheid voor de gebouwde omgeving, de woningvoorraad en de leefbaarheid ligt bij gemeenten en provincies. Het beleid voor de ontwikkeling wordt daarom overgelaten aan de provincie en gemeente. De nationale belangen, de vier prioriteiten uit de Uitvoeringsagenda en de afwegingsprincipes staan niet in de weg aan de voorgenomen ontwikkeling. Gemotiveerd kan worden dat de ontwikkeling juist een bijdrage kan leveren aan de nationale belangen, waaronder het bevorderen van de duurzame ontwikkeling van de fysieke leefomgeving en het realiseren van een toekomstbestendige, circulaire economie. 3.1.2

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening

De wetgever heeft in de Wro, ter waarborging van de nationale of provinciale belangen, de besluitmogelijkheden van lagere overheden begrensd. Indien provinciale of nationale belangen dat met het oog op een goede ruimtelijke ordening noodzakelijk maken, kunnen bij of krachtens provinciale verordening respectievelijk bij of krachtens algemene maatregel van bestuur regels worden gesteld omtrent de inhoud van bestemmingsplannen. In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) zijn 13 nationale belangen opgenomen die in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) zijn herbevestigd. Voor deze belangen is het Rijk verantwoordelijk en wil het resultaten boeken. Buiten deze 13 belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. Planspecifiek Het Barro legt geen restricties op voor de locatie waar de ontwikkeling wordt voorzien. 3.1.3

Besluit ruimtelijke ordening (Bro)

3.1.3.1 Ladder voor duurzame verstedelijking In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de verplichting opgenomen om in het geval van een nieuwe stedelijke ontwikkeling in de toelichting een onderbouwing op te nemen van nut en noodzaak van de nieuwe stedelijke ruimtevraag en de ruimtelijke inpassing. Hierbij wordt uitgegaan van de 'ladder voor duurzame verstedelijking'. De 'stappen van de ladder' worden in artikel 3.1.6, leden 2 - 4 Bro als volgt omschreven: 2. De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling

12

Toelichting (ontwerp)

bestemmingsplan Dokter M. van Drielplein Ochten mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. 3. Indien in een bestemmingsplan als bedoeld in het tweede lid toepassing is gegeven aan artikel 3.6, eerste lid, onder a of b, van de wet kan bij dat bestemmingsplan worden bepaald dat de beschrijving van de behoefte aan een nieuwe stedelijke ontwikkeling en een motivering als bedoeld in het tweede lid eerst wordt opgenomen in de toelichting bij het wijzigings- of het uitwerkingsplan als bedoeld in dat artikel. 4. Een onderzoek naar de behoefte als bedoeld in het tweede lid, heeft, in het geval dat een bestemmingsplan als bedoeld in het tweede lid, ziet op de vestiging van een dienst als bedoeld in artikel 1 van de Dienstenwet en dit onderzoek betrekking heeft op de economische behoefte, de marktvraag of de beoordeling van de mogelijke of actuele economische gevolgen van die vestiging, slechts tot doel na te gaan of de vestiging van een dienst in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. Planspecifiek Door Bureau Stedelijke Planning is een Ladderonderbouwing opgesteld ten behoeve van voorliggend bestemminsgplan. De rapportage van 4 oktober 2022 wordt als bijlage bij dit bestemmingsplan gevoegd (Bijlage 1). De ondernemer van de huidige MCD aan het Dokter M.

van Drielplein 1 in Ochten heeft de wens om de huidige supermarkt uit te breiden. Dit kan echter niet op de huidige locatie, dus zal de supermarkt bij uitbreiding over korte afstand verplaatsen naar het Dokter M. van Drielplein 2. Dit om het comfort van de bezoekers te waarborgen, het assortiment te verbreden en het magazijn te vergroten. De nadruk van de uitbreiding (en verplaatsing) ligt op de optimalisatie van de winkel. Ook het vergroten van het versaanbod is een belangrijk element om tot een toekomstbestendige winkel te komen. Op deze manier wenst de ondernemer de ontmoetingsfunctie voor de kern Ochten en het dorpshart van de kern verder te versterken. Kortom: om te kunnen voldoen aan de huidige en toekomstige vraag is de ondernemer voornemens de winkel uit te breiden. Na uitbreiding en verplaatsing zal de winkel verder gaan als een Boon's Markt. De ondernemer is voornemens om de winkel uit te breiden met circa 284 m2 wvo (ca. 420 m2 bvo). Om dit mogelijk te maken zal de winkel verplaatsen van het Dokter M. van Drielplein 1 naar het Dokter M. van Drielplein 2. Gelet op het Bro en jurisprudentie is er in voorliggende ontwikkeling geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Echter, in het kader van goede ruimtelijke ordening is ten behoeve van het bestemmingsplan een toets aan de Ladder voor duurzame verstedelijking uitgevoerd.

Naast behoefte en effecten analyses wordt het plan ook tegen gemeentelijk, regionaal en provinciaal beleid en aan andere voor de wetgever relevante zaken gehouden (jurisprudentie Raad van State inzake duurzame ontwrichting en effecten op het woon-, leef- en ondernemersklimaat). In de rapportage staan twee vragen centraal: 1. Behoefte. Wat is de behoefte (kwantitatief en ruimtelijk kwalitatief) aan de uitbreiding van de huidige MCD (toekomstige Boon's Markt) aan het Dokter M. van Drielplein met circa 284 m2 wvo (420 m2 bvo) in Ochten? 2. Effecten. Wat zijn de effecten van de beoogde ontwikkeling op het functioneren van het (dagelijks) aanbod en de winkelstructuur elders in de gemeente op de leegstand en op het woon-, leef- en ondernemersklimaat? MCD is toe aan kwaliteitsimpuls om toekomstbestendig te blijven en het dorpshart van Ochten te versterken. De MCD is gevestigd aan het Dokter M. van Drielplein 1 in Ochten waar het een primair verzorgingsgebied bedient van ca. 6.300 inwoners, en een totaal verzorgingsgebied van ca. 12.400 inwoners. De uitbreiding en verplaatsing van de MCD met circa 284 m2 wvo en formulewijziging naar Boon's Markt kan worden gezien als een kwaliteitsimpuls van het supermarktaanbod in Ochten en het versterken van het dorpshart.

Om toekomstbestendig te blijven en daardoor indirect de leefbaarheid en het woonplezier in het omliggende gebied te waarborgen is deze uitbreiding te motiveren. Om de uitbreiding van de supermarkt en het magazijn mogelijk te maken verplaatst de supermarkt Toelichting (ontwerp)

13

bestemmingsplan Dokter M. van Drielplein Ochten naar het Dokter M. van Drielplein 2 in Ochten. Daarnaast zal na de uitbreiding de winkel niet langer een MCD zijn maar verder gaan als een Boon's Markt. Gewenste uitbreiding MCD zowel kwantitatief als kwalitatief te verantwoorden. Uit de kwantitatieve analyse blijkt dat er op basis van dichtheden voldoende uitbreidingsruimte is in de toekomst tegen de achtergrond van een groeiende bevolking. Er zijn ook verschillende ruimtelijk-kwalitatieve argumenten voor de uitbreiding van de MCD (toekomstige Boon's Markt). Er is sprake van een optimalisering en geen directe schaalsprong. Daarnaast vervult de supermarkt een belangrijke sociale ontmoetingsfunctie en kan de supermarkt met meer fysieke ruimte beter inspringen op het veranderende koopgedrag van de consumenten, met name veroorzaakt door de toename van online verkopen en maaltijdgemak. De supermarkt is daarnaast een van de belangrijkste trekkers in het dorpshart van Ochten. De uitbreiding en verplaatsing zal het dorpshart versterken door de verbeterde uitstraling van het gehele plein en een toekomstbestendig en complementair supermarktaanbod. Geen negatieve effecten, uitbreidingswens te motiveren. De uitbreiding van de supermarkt heeft geen verdringingseffect op het bestaande aanbod. Er is namelijk sprake van een uitbreiding van de supermarkt, en niet van nieuwvestiging.

Met de uitbreiding worden de meters ingezet om de klanten beter in hun behoeften te voorzien. De uitbreidingsmeters kennen daarom een gemiddeld lagere vloerproductiviteit. In praktijk zal dan ook slechts sprake zijn van beperkte omzeteffecten waarvan ALDI Ochten door zijn nabijheid het grootste effect zal opmerken. Het beperkte omzetverlies heeft geen invloed op het toekomstperspectief van supermarkten binnen Ochten en de gemeente Neder-Betuwe. De uitbreiding brengt geen negatieve effecten in het kader van leegstand en aantasting van het woon-, en leef- en ondernemersklimaat met zich mee. Voorwaarde is wel dat het huidige pand van MCD niet wordt gebruikt als supermarkt.

3.2

Provinciaal beleid

3.2.1

Omgevingsvisie Gelderland

De Gelderse Omgevingsvisie is een integrale visie, niet alleen op het gebied van de ruimtelijke ordening, maar ook voor waterkwaliteit en veiligheid, bereikbaarheid, economische ontwikkeling, natuur en milieu, inclusief de sociale gevolgen daarvan. De Omgevingsvisie is de vervanger van het streekplan en enkele andere structuurvisies. De titel van de Gelderse Omgevingsvisie is Gaaf Gelderland. Gaaf kent twee betekenissen. Enerzijds gaat gaaf in op de schoonheid van het landschap en de historie. Anderzijds heeft gaaf betrekking op de vernieuwing binnen Gelderland. De ambitie van Gelderland is het in stand houden van het landschap en de cultuurhistorische waarde. In de Omgevingsvisie staat een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland centraal. Gezond en veilig. Dat is een gezonde leefomgeving, schone en frisse lucht, een schoon milieu, een niet vervuilde bodem, voldoende schoon en veilig (drink)water, bescherming van onze flora en fauna. Dat is voorbereid zijn op klimaatverandering, zoals hitte, droogte, bosbranden en overstromingen. En, dat is aandacht hebben voor verkeersveiligheid en veilige bedrijvigheid. Schoon en welvarend. Dat is een dynamisch, duurzaam en aantrekkelijk woon-, werk- en ondernemersklimaat, goed bereikbaar en met een goed functionerende arbeidsmarkt en dito kennis- en onderwijsinstellingen.

Maar dat is ook: het tegengaan van schadelijke uitstoot, afval en uitputting van grondstoffen. En, dat is het investeren in nieuwe, alternatieve vormen van energie. Planspecifiek De Omgevingsvisie is voorzien van vijf themakaarten. Op Themakaart 2 is te zien dat het plangebied is gelegen in een 'Windenergie aandachtsgebied'. Het thema energie speelt hier de voornaamste rol, waarbij ter plaatse van de aangewezen gebieden de opwek van zonne- en windenergie mogelijk is.

14

Toelichting (ontwerp)

bestemmingsplan Dokter M. van Drielplein Ochten Zonne- en windenergie maakt geen onderdeel uit van de ontwikkeling die met dit bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt. Op de overige vier kaarten is het plangebied niet aangewezen. Gezien de aard en schaal van de beoogde ontwikkeling, past de ontwikkeling binnen de kaders van de Omgevingsvisie.

3.2.2

Omgevingsverordening Gelderland

In de Omgevingsverordening Gelderland staan regels beschreven die ervoor zorgen dat de Omgevingsvisie Gelderland ook daadwerkelijk wordt uitgevoerd. De Omgevingsverordening dient dan ook als een juridisch instrument en beperkt zich tot die onderdelen van het beleid waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen veilig te stellen of om uitvoering te geven aan wettelijke verplichtingen. Daarmee dient de Omgevingsverordening als een toetsingskader bij het opstellen van nieuwe ruimtelijke plannen zoals een bestemmingsplan of een uitgebreide afwijkingsprocedure in het kader van de omgevingsvergunning. De Omgevingsverordening Gelderland bestaat uit de volgende kaartlagen waaraan regels zijn verbonden: Windenergie, Landbouw, Glastuinbouw, Natuur, Landschap, Water en milieu, Erfgoed en Veilige Leefomgeving. Planspecifiek Bij de Omgevingsverordening Gelderland hoort een digitale kaart, waarop gebieden binnen elf verschillende thema's zijn weergegeven. Ter plaatse van het plangebied is het thema glastuinbouw relevant, waardoor regels gelden voor 'glastuinbouwbedrijf buiten een glastuinbouwontwikkelingsgebied', zoals is weergegeven in de navolgende afbeelding.

Figuur 9. Uitsnede Omgevingsverordening Gelderland (bron: ruimtelijke plannen)

De regels uit de verordening hebben betrekking op glastuinbouwbedrijven, waarvan in dit plan geen sprake is. Naast de vastgestelde omgevingsverordening is er ook een ontwerp wijzigingsplan omgevingsverordening 2023 op de planlocatie van toepassing. Uit de digitale kaart van dit ontwerp blijkt dat de regels voor 'agrifood' en 'landschap 2' relevant zijn voor de planlocatie. Hieruit blijkt uit de toelichting dat er op het gebied van agrifood veranderingen gaan plaatsvinden voor geitenhouderijen en de glastuinbouw. Dit zijn geen relevante veranderingen voor de voorgenomen ontwikkeling

Toelichting (ontwerp)

15

bestemmingsplan Dokter M. van Drielplein Ochten

De wijziging op het gebied van Landschap is gericht op grote ontwikkelingen die het landschap drastisch veranderen, zoals de aanleg van grote woonwijken of industrieterreinen. Daarvan is in de beoogde ontwikkeling geen sprake. Het plan heeft dus geen raakvlakken met deze regels. Het plan past binnen de kaders van de Omgevingsverordening.

3.3

Gemeentelijk beleid

3.3.1

Omgevingsvisie Neder-Betuwe

De Omgevingsvisie Neder-Betuwe richt zich op 10 speerpunten. Deze 10 speerpunten laten zien waar de gemeente zich de komende jaren op wil richten, samen met inwoners, ondernemers, organisaties, de regio en andere partners en overheden. Op de richtinggevende kaart is te zien waar welke ontwikkelingen mogelijk zijn. Bij het werken aan de toekomst van Neder-Betuwe worden een aantal uitgangspunten gehanteerd. Uitgangspunten die bijdragen aan de identiteit van de gemeente: Denk vanuit wat mogelijk is: ‘ja, mits’. Respecteer onze waarden. Uitgaan van meervoudig ruimtegebruik. Aanpak van ontwikkelingen zoveel mogelijk gezamenlijk en integraal. Compact bouwen en ons buitengebied zoveel mogelijk behouden. Planspecifiek Het plangebied is gelegen in de kern van Ochten. Op de richtinggevende kaart bij de Omgevingsvisie Neder-Betuwe zijn waarden voor Ochten weergegeven. De voor Ochten relevante waarden zijn weergegeven in onderstaand figuur.

Figuur 10. Waarden Ochten (bron: Omgevingsvisie Neder-Betuwe)

Met dit bestemmingsplan wordt een bestaande supermarkt wegbestemd (MCD) en een nieuwe supermarkt toegevoegd. De voormalige supermarkt zal worden ingezet als detailhandel voor niet-dagelijkse producten. De aanwezigheid van alle basisvoorzieningen blijft gehandhaafd. De nieuwbouw van een supermarkt en dorpshuis kan bijdragen aan het versterken van de dorpse sfeer en ruimtelijke uitstraling door het clusteren van de winkelfunctie(s) en is tevens positief voor de levendigheid in het centrum. De beoogde ontwikkeling sluit aan bij de voor Ochten relevante waarden uit de Omgevingsvisie Neder-Betuwe.

16

Toelichting (ontwerp)

bestemmingsplan Dokter M. van Drielplein Ochten

3.3.2

Landschapsontwikkelingsplan Neder-Betuwe (2009)

In het Landschapsontwikkelingsplan (LOP) Neder-Betuwe wordt inzichtelijk gemaakt hoe de gemeente de ontwikkeling van het landschap voor de komende tien jaar wil begeleiden rekening houdend met de ontwikkeling van de verschillende functies in het landelijke gebied en wordt beschreven hoe de landschappelijke waarden behouden en versterkt kunnen worden. Daarnaast gaat de visie in op de mogelijkheden om het landschap te beleven. Planspecifiek Het LOP heeft het doel het op elkaar afstemmen van verschillende ruimtelijke opgaven en tendensen om zo de transformatie naar een mooi, veilig en functioneel landschap van de toekomst te stimuleren. Het doel is samen te vatten als: 'Bescherm de erkend waardevolle elementen in het landschap, maar ontwikkel ook actief nieuwe kwaliteiten in dit landschap! Bestaande kwaliteiten worden ingezet bij toekomstige ontwikkelingen en dragen bij aan een cultuurhistorisch landschap waar het goed werken, wonen en recreëren is.' Op het aspect cultuurhistorie wordt nader ingegaan in paragraaf 4.9. Uit de beschouwing van het aspect cultuurhistorie volgen geen belemmeringen voor vaststelling van dit bestemmingsplan. Het plan sluit dus aan bij het LOP. 3.3.3

Neder-Betuws Verkeer- en Vervoerplan (NBVVP)

De gemeenteraad stelde op 8 maart 2018 het Neder-Betuws Verkeer- en Vervoerplan (NBVVP) vast. Dit geeft de visie tot 2025 weer hoe de gemeente Neder-Betuwe nu en in de toekomst om gaat met vraagstukken op het gebied van verkeer en vervoer dan wel de mobiliteit. Het plan bestaat uit twee onderdelen: Beleidsrapportage met daarin de visie van de gemeente tot 2025. Belangrijk onderdeel hierin is ook het Uitvoeringsprogramma, waarin staat welke projecten de gemeente de komende jaren wil uitvoeren en voor welke projecten geld beschikbaar is. Achtergrondrapportage met daarin achtergrondinformatie bij de beleidsrapportage. In de achtergrondrapportage zijn de resultaten van de inventarisatie en (knelpunt)analyse opgenomen. Behalve het Neder-Betuws Verkeer- en Vervoerplan is als beleidskader in 2017 een Nota Parkeernormen opgesteld. Planspecifiek Op het aspect verkeer en parkeren wordt nader ingegaan in paragraaf 4.1. Voor de volledigheid wordt hier vermeld dat aan de normen kan worden voldaan. Om te borgen dat de parkeerplaatsen worden aangelegd en als zodanig in stand worden gehouden, wordt in de regels bij dit bestemmingsplan voorzien in een regeling op basis waarvan gronden en bouwwerken alleen in gebruik mogen worden genomen indien in een passende parkeerbehoefte wordt voorzien.

3.4

Conclusie beleid

Het bestemmingsplan is passend binnen de beleidskaders van het Rijk, de provincie Gelderland en de gemeente Neder-Betuwe.

Toelichting (ontwerp)

17

bestemmingsplan Dokter M. van Drielplein Ochten

Hoofdstuk 4 4.1

Omgevingsaspecten

Verkeer en parkeren

Op 29 november 2014 zijn de Woningwet en het Besluit ruimtelijke ordening gewijzigd, waardoor parkeernormen voortaan in bestemmingsplannen dienen te worden verankerd. Het opnemen van een verwijzing naar de stedenbouwkundige bepalingen uit de bouwverordening is niet langer mogelijk. De gemeente Neder-Betuwe heeft in 2018 het parapluplan 'Parkeren' vastgesteld, waarin een regeling ten aanzien van parkeren is opgenomen. In het betreffende parapluplan is bepaald dat bij het bouwen of het wijzigen van het bestaande gebruik, voorzien moet worden in voldoende parkeergelegenheid. Daarbij wordt gebruik gemaakt van de Nota Parkeernormen Neder-Betuwe d.d. 11 mei 2017. In de Nota Parkeernormen is opgenomen dat in principe op eigen terrein voldoende parkeerbehoefte gerealiseerd moet worden. Echter, specifiek voor een nieuw bestemmingsplan, zoals voorliggend document, is bepaald dat hiervan kan worden afgeweken. In dergelijke situatie kan het mogelijk zijn dat ook de openbare ruimte onderdeel is van de plannen. In dat geval is het mogelijk dat een acceptabele parkeerbalans opgesteld wordt voor het totale gebied, inclusief de openbare ruimte. Het voorliggende bestemmingsplan verandert de verkeer- en parkeerbehoefte op en rondom het Dr. M. Van Drielplein.

Om in de toekomst een veilige verkeerssituatie te behouden is in samenwerking met de gemeente naar een nieuwe indeling van de verkeer- en parkeersituatie van het Dr. M. van Drielplein gezocht. Een indicatieve inrichting is weergegeven in figuur 11 hieronder.

Figuur 11. Indicatieve situatie ter plaatse van het noordelijk deel van het plangebied (bron: Uitsnede Projectburo B.V.)

Ten behoeve van deze ontwikkeling is Goudappel BV verzocht om onderzoek te doen naar de effecten van deze ontwikkeling op de parkeersituatie en verkeersgeneratie. Dit onderzoek is toegevoegd in Bijlage 2 van dit bestemmingsplan.

18

Toelichting (ontwerp)

bestemmingsplan Dokter M. van Drielplein Ochten

4.1.1

Parkeren

Toekomstige situatie In figuur 12 is de parkeerbalans van de ontwikkeling weergegeven in een tabel. Deze is berekend op basis van gemeentelijke parkeernormering. Daarin is onderscheid gemaakt in medewerkers en bezoekers die een parkeerbehoefte hebben. In de bovenste regels van de tabel is het benodigde aantal parkeerplaatsen voor de functies in de huidige situatie berekend. In het onderste deel van de tabel is het benodigde aantal parkeerplaatsen voor de toekomstige functies weergegeven. Tot slot wordt de toekomstige situatie gesaldeerd op het huidige benodigde aantal parkeerplaatsen. Dit saldo is afgezet tegen het aantal extra parkeerplaatsen dat wordt gerealiseerd ten opzichte van de huidige situatie, in de huidige situatie is de parkeercapaciteit in hetzelfde gebied 90 parkeerplaatsen. In de toekomstige situatie zijn 108 parkeerplaatsen voorzien, een toename van 18 parkeerplaatsen.

Figuur 12. Benodigde toekomstige parkeerplaatsen (Bron: Verkeer- en parkeeronderzoek Goudappel)

In de tabel is te zien dat het maatgevende moment de zaterdagmiddag is. Op dat moment zijn circa 166 parkeerplaatsen benodigd. Dat is een toename van circa 56 parkeerplaatsen ten opzichte van de huidige situatie. Het aantal parkeerplaatsen dat wordt toegevoegd ten opzichte van de huidige situatie is in dit geval niet voldoende om de volledige theoretische extra benodigde aantal parkeerplaatsen in de toekomstige situatie op te vangen. In totaal worden 18 parkeerplaatsen toegevoegd waardoor op de werkdagochtend, werkdagmiddag, koopavond en zaterdagmiddag de parkeersituatie wijzigt, met respectievelijk 1, 17, 25 en 38 parkeerplaatsen. In het benodigde aantal parkeerplaatsen is de nadruk gelegd op het verschil tussen de huidige en toekomstige situatie. Buiten de planontwikkeling wordt de parkeercapaciteit ook door andere bestaande functies benut, bijvoorbeeld de Aldi-supermarkt. Met behulp van een parkeeronderzoek is het functioneren van het parkeerterrein in de huidige situatie verkend. Parkeerdrukmeting De totale parkeercapaciteit waarmee dit onderzoek rekening mee heeft gehouden bedraagt 235 parkeerplaatsen. Uit de parkeerdrukmeting bleek dat de hoogst gemeten bezetting in het onderzoeksgebied op zaterdag 12.00 uur is. Vanwege de markt was een parkeercapaciteit van 10

Toelichting (ontwerp)

19

bestemmingsplan Dokter M. van Drielplein Ochten parkeerplaatsen niet toegankelijk. Op dat moment waren 149 parkeerplaatsen bezet van in de totaal 225 beschikbare parkeerplaatsen. Dit gaf een parkeerdruk van 66%. Op alle andere momenten is een lagere bezetting geregistreerd. Conform het gemeentelijke parkeerbeleid is het toegestaan om gebruik te maken van de bestaande parkeerplaatsen in de openbare ruimte indien het benodigde aantal parkeerplaatsen niet volledig op eigen terrein gerealiseerd kan worden. Zie hieronder "Het kan ook voorkomen dat de gemeente reeds beschikt over parkeerplaatsen binnen een acceptabele loopafstand van een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling die – vanwege de lage parkeerdruk – de parkeerbehoefte van de nieuwe ruimtelijke ontwikkeling kunnen opvangen, zonder dat dit leidt tot een onaanvaardbare parkeerdruk in de omgeving van die parkeerplaatsen. In dat geval kunnen ook die parkeerplaatsen worden ingezet om de parkeerbehoefte van de nieuwe ruimtelijke ontwikkeling op te vangen, als daarom door de initiatiefnemer wordt verzocht. De initiatiefnemer zal hieraan financieel moeten bijdragen. Dit wordt geregeld in een (anterieure) overeenkomst tussen de initiatiefnemer en de gemeente." Van een onaanvaardbare parkeerdruk in de omgeving is sprake bij een parkeerdruk van 85% of meer.

Een maximale parkeerdruk van 85% betekent dat circa 191 parkeerplaatsen bezet mogen zijn op het maatgevende moment (zaterdagmiddag). Uit het onderzoek bleek dat op zaterdagmiddag 149 parkeerplaatsen bezet waren. Dit geeft een overschot aan capaciteit van 42 plaatsen. Conclusie onderzoek Het grootste theoretische tekort aan parkeerplaatsen in de toekomst betreft circa 38 parkeerplaatsen (zie figuur 12). Uit de parkeerdrukmeting blijkt dat tijdens het drukste moment een overschot aan capaciteit is van 42 parkeerplaatsen. Er is dus een theoretisch overschot van vier parkeerplaatsen. 4.1.2

Verkeersgeneratie

Huidige situatie Omdat de aanwezige functies in de huidige situatie komen te vervallen komt daarmee ook de verkeersgeneratie van deze functies te vervallen. In figuur 13 is de verkeersgeneratie van de huidige functies weergegeven. De aantallen zijn afgerond op 10-tallen.

Figuur 13. Huidige verkeersgeneratie (Bron: Verkeer- en parkeeronderzoek Goudappel)

In de huidige situatie bedraagt de verkeersgeneratie circa 1.930 mvt/etmaal op een gemiddelde weekdag. Op een gemiddelde werkdag bedraagt de verkeersgeneratie van de huidige functies circa 2.160 mvt/etmaal. Toekomstige situatie In figuur 14 is de verkeersgeneratie van de toekomstige functies weergegeven. De ontwikkellocatie is gelegen in de directe nabijheid van een Aldi-supermarkt. Binnen dit onderzoek is uitgegaan van afzonderlijke supermarkten, om zo een worstcase situatie weer te geven.

20

Toelichting (ontwerp)

bestemmingsplan Dokter M. van Drielplein Ochten

Figuur 14. Toekomstige verkeersgeneratie (Bron: Verkeer- en parkeeronderzoek Goudappel )

De verkeersgeneratie van de toekomstige functies bedraagt circa 3.390 mvt/etmaal op een gemiddelde weekdag en circa 3.396 mvt/etmaal op een gemiddelde werkdag. In figuur 15 is de netto toename ten opzichte van de huidige situatie weergegeven. Hierin is de verkeersgeneratie van de bestaande functies in mindering gebracht op de toekomstige functies.

Figuur 15. Netto verkeersgeneratie toekomstige situatie (Bron: Verkeer- en parkeeronderzoek Goudappel )

4.1.3

Ontsluiting

Het onderzoek van Goudappel BV heeft ook de ontsluiting onderzocht. Op basis van verkeerstellingen is een routering van het verkeer bepaald. Zie figuur 16 .

Toelichting (ontwerp)

21

bestemmingsplan Dokter M. van Drielplein Ochten

Figuur 16. Routering verkeer (Bron: Onderzoek verkeer en parkeren Goudappel)

Met behulp van de Wegenscan is het effect op wegvakniveau beoordeeld. De wegenscan is een tool ontwikkeld door Goudappel, waarmee het evenwicht tussen de functie, vormgeving en het gebruik kan worden beoordeeld aan de hand van de richtlijnen beschreven in Duurzaam Veilig. Op basis van de huidige vormgeving is de maximaal wenselijke verkeersintensiteit voor de wegvakken in de omgeving inzichtelijk gemaakt. Gebruik Het huidige gebruik op de wegvakken is ontleend uit verkeerstellingen. Met behulp van de Wegenscan is de maximaal wenselijke verkeersintensiteit inzichtelijk gemaakt. In combinatie met de berekende verkeersgeneratie geeft dit een indruk van hoeveel de huidige verkeersintensiteit mag bedragen. In figuur 17 zijn de resultaten uit de Wegenscan weergegeven. Daarnaast is het maatgevende criterium benoemd.

22

Toelichting (ontwerp)

bestemmingsplan Dokter M. van Drielplein Ochten

Figuur 17. Resultaten Wegenscan (Bron: Onderzoek verkeer en parkeren Goudappel)

Op alle wegvakken zijn de toekomstige verkeersintensiteiten passend bij de huidige vormgeving. Op basis van de toekomstige theoretische verkeersintensiteiten komt de Bagijnestraat west het dichts in de buurt bij de theoretisch wenselijke verkeersintensiteiten. De maximaal wenselijke verkeersintensiteit is bepaald door de combinatie van de breedte van de weg en de voertuigen die geparkeerd staan op de rijbaan. Passerend verkeer dient daardoor op elkaar te wachten. Temeer omdat de vormgeving in combinatie met de geparkeerde voertuigen leidt tot een lage passeersnelheid. De toekomstige theoretische verkeersintensiteit is op een verkeersveilige manier te ontsluiten met de huidige vormgeving en functie. 4.1.4

Conclusie

In de toekomstige situatie is binnen acceptabele loopafstand voldoende parkeercapaciteit. In het scenario dat het pand van de oude supermarkt wordt ingevuld met reguliere detailhandel, blijft er een overschot van circa vier parkeerplaatsen bestaan. Daarnaast is in de toekomstige theoretische verkeersintensiteit op een verkeersveilige manier te ontsluiten met de huidige vormgeving en functie. De uitvoerbaarheid van het plan voor het aspect verkeer is hiermee aangetoond.

4.2

Bodem

4.2.1

Regelgeving

Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) dient in verband met de uitvoerbaarheid van een project rekening te worden gehouden met de bodemgesteldheid. Bij het opstellen van een bestemmingsplan is de vraag of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het huidige of toekomstige gebruik van die bodem en of deze optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Het uitgangspunt hierbij is dat eventueel aanwezige bodemverontreiniging geen onaanvaardbaar risico oplevert voor de gebruikers van de bodem en dat de bodemkwaliteit niet verslechtert door grondverzet. Dit is het zogenaamde stand still-beginsel. Het vaststellen van de bodemkwaliteit wordt bij het opstellen/wijzigen van een bestemmingsplan dan ook alleen van belang geacht voor de locaties waar ontwikkelingen gepland zijn (zoals functiewijzigingen, bouwen, graven/ophogen). 4.2.2

Doorvertaling bestemmingsplan

Er is ten behoeve van de ontwikkeling een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd door Ortageo Zuidwest B.V. op de locatie Dokter M. van Drielplein 2 in Ochten (gemeente Neder-Betuwe). Zie daarvoor Bijlage 3. De aanleiding voor het onderzoek is de voorgenomen bestemmingsplanwijziging voor de bouw van een supermarkt.Het onderzoek is uitgevoerd conform de vigerende NEN-normen en voldoet aan de geldende wet- en regelgeving betreffende de kwaliteit van de uitvoering van milieuhygiënisch bodemonderzoek. De locatie is onderzocht volgens de strategie voor een 'diffuus belaste niet-lijnvormige locatie met een

Toelichting (ontwerp)

23

bestemmingsplan Dokter M. van Drielplein Ochten heterogeen verdeelde verontreinigende stof op schaal van monsterneming' (VED-HE-NL). Om inzicht te krijgen in de milieuhygiënische kwaliteit van de ondergrond is voor de ondergrond deze strategie gecombineerd met de strategie voor een 'onverdachte niet-lijnvormige locatie' (ONV-NL). Dat betekent dat één of meerdere boringen dieper zijn doorgezet en de ondergrond analytisch is onderzocht. In onderstaande figuur zijn de resultaten van het bodemonderzoek samengevat weergegeven.

Figuur 18. Samenvatting toetsingsresultaten (Bron: Verkennend bodemonderzoek ORTAGEO)

Op basis van het uitgevoerde onderzoek blijkt het volgende: De kleiige bovengrond is licht verontreinigd met kwik, zink en PCB. In de zandige bovengrond zijn geen verontreinigingen aangetoond In de ondergrond zijn geen verontreinigende stoffen aangetoond. Het grondwater is licht verontreinigd met barium. Er zijn geen verontreinigingen aangetoond in gehalten/concentraties boven de tussenwaarde; het uitvoeren van een nader onderzoek wordt niet noodzakelijk geacht. De aangetoonde milieuhygiënische bodemkwaliteit levert geen belemmeringen op voor de voorgenomen bouwactiviteiten. 4.2.3

Conclusie

Het aspect bodem vormt geen belemmering voor de haalbaarheid van het plan.

4.3

Geluid

4.3.1

Regelgeving

Belangrijke basis voor de ruimtelijke afweging van het aspect geluid is de Wet geluidhinder (Wgh). Overeenkomstig de Wgh zijn (spoor-)wegen en industrieterreinen waar zich grote lawaaimakers kunnen vestigen voorzien van zones. Het gebied binnen deze zones geldt als akoestisch aandachtsgebied waar een toetsing uitgevoerd dient te worden. Daarbij beperkt de Wgh zich tot een toetsing ter plaatse van zogenaamde geluidsgevoelige objecten. Dit zijn onder andere woningen, onderwijsgebouwen, gezondheidszorggebouwen, kinderdagverblijven, woonwagenstandplaatsen en ligplaatsen voor woonboten. Voor de geluidsgevoelige gebouwen en terreinen die binnen bepaalde afstanden (zones) van de verschillende geluidsbronnen liggen, schrijft de Wgh voor dat een aangewezen bevoegd gezag (meestal Burgemeester en Wethouders) (maatwerk)grenswaarden bepaalt. De terminologie die de wet hiervoor hanteert is: ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting. De getalsmatige invulling van deze grenswaarden voor nieuwe of bestaande geluidsgevoelige bestemmingen verschillen per locatie en per geluidssoort. Naast grenswaarden op de gevels van de geluidsgevoelige gebouwen, zijn er in de Wgh ook grenswaarden gericht op de bescherming van het akoestische klimaat binnen de bestaande gebouwen. De grenswaarden moeten bij de aanleg, dan wel wijzigingen van een (spoor)weg of industrieterrein in acht worden genomen.

Dit geldt ook bij vaststelling of herziening van een bestemmingsplan of bij een projectbesluit wanneer de betreffende gronden/gebouwen voor een geluidsgevoelige functie in een geluidszone zijn gelegen. Onder bepaalde voorwaarden is een hogere geluidsbelasting dan de voorkeursgrenswaarde mogelijk (tot de maximaal toelaatbare geluidsbelasting). Hiervoor moet een "hogere waarde procedure" worden doorlopen door het college van burgemeester en wethouders. Een uitzondering waar toetsing aan de grenswaarden niet hoeft, is wanneer een geluidsgevoelig gebouw een zogenoemde "dove" gevel heeft. Een "dove gevel" is een bouwkundige constructie:

24

Toelichting (ontwerp)

bestemmingsplan Dokter M. van Drielplein Ochten waarin geen te openen delen aanwezig zijn en met een bepaalde geluidswering; waarin alleen bij uitzondering te openen delen aanwezig zijn, mits de delen niet direct grenzen aan een geluidsgevoelige ruimte. Bij ontheffing van de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting kan (in het kader van de omgevingsvergunning) een nader akoestisch onderzoek noodzakelijk zijn ten behoeve van het woon- en leefklimaat in de woning. De karakteristieke geluidwering van de gevel dient voor nieuwbouw zodanig te zijn dat wordt voldaan aan de eisen uit het Bouwbesluit, zijnde het verschil tussen de geluidsbelasting op de gevel en het gewenste binnenniveau met een minimum van 20 dB. 4.3.2

Doorvertaling bestemmingsplan

Op basis van de Wet geluidhinder is bij de realisatie van geluidsgevoelige objecten (waaronder woningen) een geluidsonderzoek noodzakelijk. In voorliggend geval is geen sprake van de realisatie van gevoelige functies en is een akoestisch onderzoek naar geluidhinder op de gevels niet noodzakelijk. Het uitvoeren van een akoestisch onderzoek is wel noodzakelijk om de geluidsbelasting vanwege de beoogde inrichtingen, een supermarkt en een dorpshuis, te beoordelen. De inrichtingen kunnen een bepaalde geluidsbelasting teweegbrengen die van invloed kan zijn op nabijgelegen woningen. Hierbij dient getoetst te worden aan de standaardgeluidsgrenswaarden uit het Activiteitenbesluit Milieubeheer. Hiertoe is ten behoeve van de beoogde ontwikkeling akoestisch onderzoek verricht door onderzoeksbureau M+P op het Dokter M. van Drielpein te Ochten. Zie daarvoor Bijlage 4. Supermarkt Uit het onderzoek is gebleken dat aan de standaard grenswaarden voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau uit het Activiteitenbesluit en aan de richtwaarden uit stap 2 van de VNG handreiking wordt voldaan. In de avond- en nachtperiode is er vanwege geluidspieken t.g.v. de supermarkt een overschrijding berekend van de standaard grenswaarden uit het Activiteitenbesluit.

De overschrijding met 1 dB in de avondperiode wordt veroorzaakt door de winkelwagens en kan worden weggenomen middels maatregelen (rubber wielen en kunststof wagen) of met behulp van een maatwerkvoorschrift. De grootste overschrijding ontstaat vanwege geluidspieken in de nachtperiode. Het betreft de rijbeweging van één vrachtwagen die vroeg in de ochtend (6.30 - 7.00 uur) naar de supermarkt rijdt. Omdat het om een voertuig van een derde gaat is het toepassen van bronmaatregelen geen optie. Ook afschermende maatregelen bieden geen mogelijkheden. De overweging wordt meegegeven om de vrachtwagen pas vanaf 7 uur te laten arriveren. Indien dit niet uitvoerbaar is kan maatwerk worden overwogen. Dorpshuis Uitgaande van de representatieve bedrijfssituatie van het Dorpshuis is gebleken dat het hoogst berekende langtijdgemiddelde beoordelingsniveau en de geluidspieken bij de omliggende woningen voldoet aan de standaard grenswaarden uit het Activiteitenbesluit. De indirecte hinder ten gevolge van de verkeersaantrekkende werking van het dorpshuis voldoet aan de in de Circulaire Verkeersaantrekkende werking genoemde voorkeursgrenswaarde. Voor de incidentele bedrijfssituatie (muziekavonden) resteert na maatregelen een overschrijding van de grenswaarden uit stap 2 en stap 3 van de VNG voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau.

Als maatregel kan worden gedacht aan aangepaste beglazing en een verzwaarde constructie voor het dak. Aangezien deze situatie zich slechts vier à vijf avonden per jaar voordoet kan het bevoegd gezag ook overwegen dit conform de APV na melding toe te staan.

Toelichting (ontwerp)

25

bestemmingsplan Dokter M. van Drielplein Ochten

4.3.3

Conclusie

Uit het onderzoek blijkt dat de supermarkt aan de standaardgrenswaarden voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau uit het Activiteitenbesluit voldoet. In de nachtperiode is er vanwege een vrachtwagen een geluidspiek geconstateerd waardoor de standaard grenswaarden uit het Activiteitenbesluit wordt overschreden. Dit betreft één vrachtwagen die in de ochtend (06.30-07.00) naar de supermarkt rijdt. In de toekomst zal de bevoorrading later dan 07.00 uur plaatsvinden, waardoor er geen overschrijding van de grenswaarden meer zal optreden. Ook het dorpshuis voldoet aan de standaard grenswaarden uit het Activiteitenbesluit. Hierdoor kan geconcludeerd worden dat in de nieuwe situatie met realisatie van een nieuw dorpshuis geen sprake is van een slecht of verminderd woon- en leefklimaat.

4.4

Bedrijven en Milieuzonering

4.4.1

Regelgeving

Wanneer ruimtelijke ontwikkelingen in de directe omgeving van inrichtingen en/of bedrijven worden gerealiseerd, zal een milieukundig onderzoek uit moeten wijzen in hoeverre er sprake is van mogelijke beperkingen ten gevolge van de aanwezige inrichtingen en of bedrijven. Maar ook andersom dient aandacht te worden besteed aan de rechten van de aanwezige inrichtingen en/of bedrijven. Het is immers niet de bedoeling dat nieuwe ontwikkelingen de huidige bedrijfsvoering in de directe omgeving zullen beperken. Datzelfde geldt uiteraard ook voor de situatie dat inrichtingen en/of bedrijven wijzigen in de nabijheid van bestaande gevoelige functies. Via de milieuwetgeving wordt milieuhinder zoveel mogelijk voorkomen. Alle bedrijven en inrichtingen die in potentie hinder zouden kunnen veroorzaken, moeten een vergunning hebben in het kader van de Wet milieubeheer of moeten middels een melding aantonen dat zij aan de hierin gestelde richtwaarden kunnen voldoen. De gestelde richtwaarden zijn veelal vertaald in minimale afstanden tussen de inrichtingen waar activiteiten plaatsvinden en de milieugevoelige functies in de directe omgeving. Behalve van de aard en omvang van een bedrijf of inrichting, is deze mede afhankelijk van de omgevingskarakteristiek. Voor een rustige woonomgeving gelden andere afstanden (strengere eisen) dan voor bijvoorbeeld drukke woonwijken of een gemengd gebied.

Voor het vaststellen van de genoemde minimale richtafstanden tussen inrichtingen en milieugevoelige functies worden in de regel de lijsten zoals deze zijn opgenomen in de handreiking 'Bedrijven en milieuzonering' gebruikt. Bedrijven zijn in de VNG-handreiking ingedeeld in een aantal categorieën met bijbehorende gewenste richtafstanden tot milieugevoelige functies. De categorieën geven de zwaarte van bedrijvigheid en mogelijke milieuhinder weer. De richtafstanden kunnen, zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat, met één stap worden verlaagd indien sprake is van omgevingstype gemengd gebied. Naast de omgevingstypen 'rustige woonomgeving' en 'gemengd gebied' kent de VNG-publicatie ook het type 'gebied met functiemenging'. Het begrip 'gebied met functiemenging' heeft geen betrekking op de typering van een gebied maar op de toelaatbaarheid van hinderveroorzakende functies, zoals stadscentra, dorpskernen, winkelcentra, horecaconcentratiegebieden, zones met functiemenging langs stedelijke toegangswegen en (delen van) woongebieden met kleinschalige dan wel ambachtelijke bedrijvigheid.

Figuur 19. Richtafstanden VNG-publicatie 'Bedrijven en Milieuzonering'

Bovenstaande tabel geeft een overzicht van de richtafstanden voor verschillende bedrijfscategorieën ten

26

Toelichting (ontwerp)

bestemmingsplan Dokter M. van Drielplein Ochten opzichte van een woonwijk en gemengd gebied. Indien de richtafstand niet wordt overschreden, kan verdere toetsing voor het aspect in beginsel achterwege blijven: inpassing is dan mogelijk. Indien niet aan de richtafstanden wordt voldaan, is een nadere beschouwing dan wel onderzoek nodig. Hiertoe wordt ten aanzien van het geluidsaspect gebruik gemaakt van de beoordelingssystematiek uit de VNG-publicatie. Tijdens het inwerking zijn van inrichtingen zullen deze worden getoetst aan het Activiteitenbesluit. 4.4.2

Doorvertaling bestemmingsplan

Een supermarkt en dorpshuis zijn niet gevoelig voor milieuhinder van andere bedrijven of functies in de omgeving. Andersom moet worden beoordeeld of de beoogde functies invloed hebben op het woon- en leefklimaat van de bestaande gevoelige functies in de buurt. Een supermarkt wordt in de Staat van Bedrijfsactiviteiten van de VNG-handreiking genoemd onder 'Supermarkten, warenhuizen' (SBI-code 2008, 471) en valt in milieucategorie 1. Hiervoor geldt een richtafstand van 10 meter in het omgevingstype 'rustige woonwijk, vanwege geluid en gevaar. Wanneer de richtafstand vanwege 'gevaar' geldt, kan deze niet worden verlaagd ondanks dat de nabije omgeving van het plangebied een menging van functies kent en kan worden beschouwd als het omgevingstype 'gemengd gebied'. Een richtafstand van 10 meter dient derhalve te worden aangehouden. Een dorpshuis is geen bedrijfstype dat is opgenomen in de Staat van Bedrijfsactiviteiten van de VNG-handreiking. Het kan het best worden vergeleken met 'Buurt- en clubhuizen' (SBI-code 2008, 94991 A) en valt in milieucategorie 2. Hiervoor geldt een richtafstand van 30 meter in het omgevingstype 'rustige woonwijk', vanwege geluid.

Omdat het hier geen 'rustige woonwijk' betreft, maar een gebied met een menging van functies kan het worden beschouwd als een 'gemengd gebied' en mogen de richtafstanden met één stap worden verkleind, zoals de tabel hiervoor aangeeft. Een richtafstand van 10 meter dient derhalve te worden aangehouden. Het plangebied bevindt zich op een afstand van circa 10 meter vanaf de dichtstbijzijnde gevoelige functie. Dit is voldoende afstand om te voorkomen dat de beoogde functies invloed hebben op het woonen leefkimaat van de nabijgelegen gevoelige functies. De woonbestemming die reeds in het plangebied is gelegen is buiten beschouwing gelaten. Deze woonbestemming komt te vervallen na vaststelling van dit bestemmingsplan. 4.4.3

Conclusie

Het plan is uitvoerbaar met betrekking tot het aspect bedrijven en milieuzonering.

4.5

Luchtkwaliteit

4.5.1

Regelgeving

In het kader van een planologische procedure dient te worden aangetoond dat voldaan wordt aan de wettelijke normen voor wat betreft luchtkwaliteit. Hierbij dient het effect op de luchtkwaliteit in de omgeving als gevolg van een nieuwe ontwikkeling, als ook de toetsing aan de 'Wet luchtkwaliteit' in beeld te worden gebracht. De Wet luchtkwaliteit van 15 november 2007, opgenomen in hoofdstuk 5, onder titel 5.2 van de Wet milieubeheer (Wm) gaat in op luchtkwaliteitseisen. In Bijlage 2 van de Wm zijn wettelijke grenswaarden vastgelegd van onder andere de stoffen stikstofdioxide (NO2), fijnstof PM10 benzeen (C6H6), zwaveldioxide (SO2), lood (Pb) en koolmonoxide (CO). Projecten dienen te worden beoordeeld op basis van de 'Wet luchtkwaliteit' c.q. artikel 5.16 van de Wet milieubeheer. Luchtkwaliteitseisen vormen onder de 'Wet luchtkwaliteit' geen belemmering voor vergunningverlening als: er geen sprake is van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde; een project, al dan niet per saldo, niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit leidt; een project 'niet in betekenende mate' bijdraagt aan de luchtverontreiniging; een project is opgenomen in een regionaal programma van maatregelen of in het NSL, dat op 1 augustus 2009 in werking is getreden.

Toelichting (ontwerp)

27

bestemmingsplan Dokter M. van Drielplein Ochten

In artikel 2 van het 'Besluit niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)' is opgenomen dat een project 'niet in betekenende mate' bijdraagt aan de luchtkwaliteit als de zogenaamde '3% grens' niet wordt overschreden. Na vaststelling van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) op 1 augustus 2009 is deze grens gedefinieerd als 3% van de grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie fijn stof (PM10) of stikstofdioxide (NO2). Dit komt overeen met 1,2 microgram/m3 voor zowel PM10 als NO2. In artikel 4 van het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen) en de bijlagen van de 'Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)' is voor bepaalde categorieën projecten met getalsmatige grenzen vastgesteld dat deze 'niet in betekenende mate' (NIBM) bijdragen aan de luchtverontreiniging. Deze mogen zonder toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit uitgevoerd word 4.5.2

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14530209/1