CConstaterende datNeder-Betuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 - Toelichting

Raadsvergadering 7 december 2023, gemeente Neder-BetuweBij agendapunt: Bestemmingsplan ‘Hoek Dalwagenseweg en Tolsestraat, Opheusden’13.581 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Conclusie Het aspect externe veiligheid is alleen relevant vanwege het vervoer van gevaarlijke stoffen over de Betuweroute en de A15. Gelet op de hiervoor genoemde overwegingen zijn er voor het plangebied voldoende mogelijkheden voor de zelfredzaamheid bij een zwaar ongeval op deze transportroutes. Dit betekent dat geen nadere eisen aan het plan hoeven te worden gesteld in het kader van het aspect externe veiligheid. Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor de vaststelling van dit

26

Toelichting (ontwerp)

bestemmingsplan Hoek Dalwagenseweg en Tolsestraat te Opheusden bestemmingsplan.

4.6

Spuitzonering

Algemeen Er gelden in Nederland geen wettelijke bepalingen over minimaal aan te houden afstanden tussen gronden waarop gewassen in de open lucht worden geteeld en nabij gelegen, voor gewasbeschermingsmiddelen gevoelige objecten, zoals woningen en bedrijven. Vanwege mogelijk vrijkomende drift (verwaaiing van spuitvloeistof) bij het bespuiten van fruitbomen wordt in de bestemmingsplanpraktijk een vuistregel gehanteerd om een afstand van 50 meter aan te houden tussen een fruitboomgaard en een gevoelige bestemming. Dit is een in de praktijk gegroeide vuistregel. Gevoelige functies zijn plaatsen waar regelmatig en voor een groot gedeelte van de dag, mensen verblijven of samenkomen. Woningen en bijbehorende tuinen worden als zodanig aangemerkt. Bij de afstand van 50 meter wordt ervan uitgegaan dat enerzijds de bedrijfsvoering van de teler niet wordt belemmerd en anderzijds dat er geen nadelige effecten optreden voor de gezondheid van de bewoners van de (bedrijfs)woning. De 50 meter afstand is echter een indicatieve afstand en hangt onder meer af van het soort teelt ter plaatse en de plaatselijke omstandigheden. Drift in bijvoorbeeld de fruitteelt is door de aard van de bespuiting, met name op- en zijwaarts gericht spuiten, hoger en intensiever dan bij bespuitingen in de lage bomenteelt.

Toetsing De ontwikkeling maakt de ontwikkeling van twee woningen met bijbehorende tuinen mogelijk. Dit zijn gevoelige objecten voor gewasbeschermingsmiddelen.

50 meter spuitzonering

De grens van het bouwvlak van de nieuwe woningen komt niet verder richting de bedrijfsbestemming te liggen dan de groene lijn op bovenstaande afbeelding weergeeft. Hiermee vallen de nieuw te bouwen woningen volledig buiten de spuitzonering van 50 meter. De tuinen vallen wel binnen de 50 meter. Hiervoor valt echter te beargumenteren dat deze tuinen reeds zijn toegestaan binnen het vigerend bestemmingsplan, gezien de bestemming 'Wonen' reeds geldt ter plaatse van de nieuwe tuinen. Het is dus niet noodzakelijk om deze mee te nemen in onderhavig bestemmingsplan. Voor de volledigheid is echter gekozen de tuinen wel mee te nemen in onderhavig bestemmingsplan. Daarnaast valt er te beargumenteren dat de bedrijfsbestemming niet de plek is waar daadwerkelijk Toelichting (ontwerp)

27

bestemmingsplan Hoek Dalwagenseweg en Tolsestraat te Opheusden gewasbeschermingsmiddelen worden gespoten. Op luchtfoto's is duidelijk te zien dat het bedrijf maar één inrit kent en één locatie waar bomen met vrachtwagens opgehaald kunnen worden. Deze locatie zal dan ook zeer waarschijnlijk niet worden gebruikt om in de toekomst bomen te telen. Hierdoor is het aannemelijker dat de spuitzone begint op de locatie waar in de huidige situatie ook bomen worden geteeld. Deze is op navolgende afbeelding met een rode stip weergegeven. Vervolgens is een bufferzone van 50 meter weergegeven met een rode lijn. De nieuwe woningen én bijbehorende tuinen vallen vanaf dit punt buiten deze 50 meter.

50 meter spuitzonering

Conclusie Het aspect spuitzonering vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van de ontwikkeling.

4.7

Water

Beleid Het plangebied ligt in het beheersgebied van het Waterschap Rivierenland. Voor het plangebied is het volgende waterhuishoudkundige beleid van toepassing: Rijksbeleid: Waterwet, Nationaal Waterplan 2009 - 2015, Vierde Nota Waterhuishouding, Waterbeleid in de 21e eeuw en Nationaal Bestuursakkoord Water; Provinciaal beleid: Omgevingsvisie en -Verordening Gelderland; Waterschapsbeleid: Waterbeheerprogramma 2022-2027 'Versterken. Verbinden. Vergroenen.', Nota riolering 'Samen door één buis' (2012) en de Keur voor waterkeringen en wateren. Voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen, waaronder ver- en nieuwbouwplannen, wordt door de overheid het volgende criterium met betrekking tot het duurzaam omgaan met water gehanteerd. Doordat een toename van het verhard oppervlak ertoe leidt dat het afvoerverloop niet meer natuurlijk is, is het beleid erop gericht het regenwater zoveel mogelijk te infiltreren naar het freatisch grondwater, waardoor een meer natuurlijk afvoerverloop ontstaat. Dit vertaalt zich in de volgende richtlijnen: 1. Nieuwe plannen dienen te voldoen aan het principe van het “hydrologisch neutraal” bouwen. Hierbij moet de hydrologische situatie, voor wat betreft de afvoer van hemelwater, minimaal gelijk blijven aan de oorspronkelijke situatie. De oorspronkelijke landelijke afvoer (naar het oppervlaktewater) mag niet overschreden worden. 2.

In aansluiting op het landelijk beleid hanteert het waterschap het beleid dat bij nieuwe plannen altijd

28

Toelichting (ontwerp)

bestemmingsplan Hoek Dalwagenseweg en Tolsestraat te Opheusden onderzocht dient te worden hoe met het schone hemelwater omgegaan kan worden. 3. Bij alle nieuwbouwplannen moet (vuil) afvalwater en (schoon) hemelwater gescheiden worden behandeld. Het schone en vuile water worden daarbij apart aangeleverd aan de riolering of, indien mogelijk, wordt het schone water aan de natuur teruggegeven. Dit is ook het geval als in openbaar gebied nog steeds een gemengd rioolstelsel aanwezig is. Bij de inrichting, het bouwen en het beheer dienen zo min mogelijk vervuilende stoffen aan het bodemen oppervlaktewatersysteem te worden toegevoegd. Hierbij verdient het materiaalgebruik speciale aandacht: uitloogbare of uitspoelbare bouwmaterialen dienen te worden vermeden teneinde watervervuiling te voorkomen.

UitgangspuntenWaterschap Rivierenland Het Waterschap heeft de 'Watervisie 2050' opgesteld. Om de wensbeelden uit deze visie te behalen, dienen er nu al keuzes te worden gemaakt. Daarom zijn in het huidige Waterbeheerprogramma een aantal principes opgenomen: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.

De natuurlijke kenmerken van de ondergrond vormen het uitgangspunt voor het werk; Water is bepalend voor de inrichting van het gebied; We zijn zuinig op water en grondstoffen; Bescherming van het gebied tegen overstromingen is de focus; Uitdagingen worden opgepakt binnen deze generatie; Waterbeheer van de toekomst: maatschappelijk verantwoorde keuzes maken; Met elkaar zorgen voor een toekomstbestendig rivierengebied.

Voor het lozen van overtollig hemelwater op het oppervlaktewater, hetzij rechtstreeks, hetzij via een bestaande of een nieuwe inrichting (zoals een regenwaterriool), is een watervergunning noodzakelijk. Daarnaast moeten in die gebieden die onderhevig zijn aan rivierkwel de effecten van de voorgenomen plannen op de kwel in beeld worden gebracht. Indien compensatie vereist is hanteert Waterschap Rivierenland de volgende twee ontwerpbuien ten aanzien van de benodigde bergingscapaciteit : De T=10+10% neerslag. Hierbij mag het peil (van het oppervlaktewater) niet meer dan 20 of 30 cm stijgen, afhankelijk van het deelgebied waarin de ontwikkeling plaats vindt. Vuistregel hierbij is 436 m3 berging per ha verhard oppervlak, overeenkomend met een neerslag van 43,6 mm. De T=100+10%-neerslag. Hierbij is een peilstijging toegestaan tot laagste putdekselhoogte op wijkniveau. Vuistregel hierbij is 664 m3 berging per ha verhard oppervlak, overeenkomend met een neerslag van 66,4 mm. Deze vuistregel geldt met name voor droogvallende voorzieningen. Indien de waterberging wordt gerealiseerd in de vorm van droogvallende retentie, wordt onderscheid gemaakt tussen systemen waarbij infiltratie naar de ondergrond wel en niet mogelijk is.

In dat laatste geval dient de bodem van de voorziening zich gelijk of hoger dan de GHG te bevinden en mag bij een ontwerpbui T=100+10% het systeem tot aan maaiveld gevuld zijn. De ledigingstijd van het systeem dient 48 tot 96 uur te bedragen. Volgens de Beleidsregels Keur Waterschap Rivierenland geldt vanaf nieuw verhard oppervlak een vrijstelling van de compensatieplicht voor toename tot 500 m² voor stedelijk gebied en 1.500 m2 voor het buitengebied. Als peildatum voor het eenmalig gebruik is 1 januari 2010 aangehouden, Dit betekent dat alleen aanspraak gemaakt kan worden op de vrijstelling als hier in het verleden (na 1 januari 2010) nog geen gebruik van is gemaakt.

Gemeentelijk Rioleringsplan Neder-Betuwe Het beleid voor de rioleringszorg in Neder-Betuwe voor de komende jaren is omschreven in het Gemeentelijk Rioleringsplan Neder-Betuwe (GRP) 2019 - 2023. In het GRP maakt de gemeente inzichtelijk op welke wijze zij binnen deze planperiode haar riolerings- en watertaken invult, welke

Toelichting (ontwerp)

29

bestemmingsplan Hoek Dalwagenseweg en Tolsestraat te Opheusden werkzaamheden zij hiervoor doet en gaat doen, wat het kost én op welke wijze deze kosten gedekt worden. In het plan worden ook de kaders en uitgangspunten geschetst om een goed rioolbeheer te realiseren. Deze kaders en uitgangspunten komen voort uit wetten, het bestaand (gemeentelijk) beleid en ervaringen uit de voorgaande GRP's. Daarbij is tevens aangegeven wat de gemeente doet en wat van bewoners mag worden verwacht op het gebied van riool, hemel- en grondwater.

Waterplan Omdat de opgave in het watersysteem door uitvoering van maatregelen de afgelopen jaren aanzienlijk kleiner is, is het eerder op zichzelf staande waterplan in het GRP geïntegreerd opgenomen. De bekostiging van het gemeentelijke deel van de wateropgave is opgenomen in de kostendekking GRP. Belangrijke aanleiding voor het losknippen van de watertaak uit het GRP in een apart plan was de destijds grote opgave op het gebied van waterberging, het benodigde specialisme en de genoemde gezamenlijke verantwoordelijkheid. Een gemeentelijk waterspecialist begeleid de uitvoering van de watertaken. Op dit moment zijn veel van de gestelde doelen bereikt of verkeren in een afrondende fase. De nog uit te voeren waterbergingsopgave is kleiner en duidelijk. Het waterplan maakt daarom weer geïntegreerd onderdeel uit van het GRP 2019 - 2023. Gemeente en Waterschap streven voor stedelijk gebied naar een robuust watersysteem waardoor overstroming alleen optreedt bij extreme situaties. Dit betekent dat er watersysteemmaatregelen moeten worden getroffen. Dit kan door extra ruimte voor oppervlaktewater in het bestaande watersysteem te creëren of door het realiseren van extra waterpartijen. Om de doelstellingen van het rijk (2050) te halen moeten alle ruimtelijke ontwikkelingen die nu gerealiseerd worden klimaatbestendig en water robuust zijn.

Als ze dat niet zijn komt de rekening voor aanpassingen bij toekomstige inwoners of de gemeente voor herinrichting van de openbare ruimte. Ruimtelijke functies moeten onderling op elkaar worden afgestemd en de ruimtelijke effecten op waterhuishouding (en vice versa) moeten vastgelegd worden in een bestemmingsplan of omgevingsplan. Klimaatbestendig inrichten heeft niet enkel betrekking op nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen maar betreft ook de (herinrichting van) bestaande openbare ruimte. Een klimaatbestendig oppervlaktewatersysteem betekent een robuust watersysteem van belang dat zowel extreme droge als natte situaties aan kan (regenwater-, droogte- en hittebestendig). In het Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW) zijn afspraken gemaakt over wateroverlast en watertekort. In het NBW zijn werknormen opgenomen ten aanzien van het noodzakelijke beschermingsniveau. Om nu en in de toekomst aan deze beschermingsniveaus te voldoen is de realisatie van aanvullende waterberging noodzakelijk. Deze opgave wordt bepaald aan de hand van modelleringen (hydrologische berekening van het oppervlaktewatersysteem). Toetsing De ontwikkeling voorziet in de toevoeging van twee woningen binnen het plangebied. Momenteel wordt het plangebied gebruikt als parkeerplaats en is het plangebied bijna volledig verhard.

Met de realisatie van de twee woningen zal het verhard oppervlak afnemen doordat de parkeerplaats wordt geamoveerd waarbij een deel van de gronden een tuin/groenfunctie zullen krijgen, en daarmee zal daarmee de waterhuishoudkundige situatie ter plaatse verbeteren. Daarnaast zullen de nieuwe woningen afgekoppeld worden en zal op eigen terrein voorzieningen worden getroffen waardoor het water kan infiltreren in de bodem. Door het plan lopen geen leidingen, keringen of watergangen van het waterschap. Het Waterschap Rivierenland heeft kennis genomen van de ontwikkeling en aangegeven dat zij geen aanvullende eisen hebben ten opzichte van de ontwikkeling.

Conclusie Het aspect water vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van de ontwikkeling.

30

Toelichting (ontwerp)

bestemmingsplan Hoek Dalwagenseweg en Tolsestraat te Opheusden

4.8

Archeologie en cultuurhistorie

Algemeen Op basis van artikel 3.1.6, vijfde lid, onderdeel a, van het Bro moet in een toelichting van een bestemmingsplan bij ruimtelijke ontwikkelingen worden getoetst, hoe er wordt omgegaan met de aspecten archeologie en cultuurhistorie. De bescherming van archeologische waarden is verankerd in de Erfgoedwet. Het belangrijkste doel van deze wet is de bescherming van de aanwezige en de te verwachten archeologische waarden door het reguleren van bodemverstorende activiteiten.

Toetsing Archeologie Voor het beschermen van de verwachtingswaarden is aangesloten op de Archeologische Beleidskaart 2016 van de gemeente Neder-Betuwe, zoals door de gemeenteraad vastgesteld op 14 april 2016. In deze beleidskaart zijn twee verschillende verwachtingswaarden aan het plangebied toegekend. Om de mogelijk aanwezige waarden te beschermen heeft de gemeente Neder-Betuwe een parapluplan 'Archeologie' opgesteld. In dit parapluplan zijn de verschillende archeologische verwachtingswaarden voorzien van de dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologie 1, 2 en 3'. In deze bestemmingen is bepaald dat voor bodem verstorende werkzaamheden die een bedreiging kunnen vormen voor de mogelijk aanwezige waarden een vergunning verplicht is. Voor de verschillende verwachtingswaarden gelden criteria voor wanneer een vergunning verplicht is en archeologisch onderzoek verricht moet worden. Achtereenvolgens gelden verwachtingswaarden:

de

onderstaande

dubbelbestemmingen

voor

de

verschillende

Bestemming

Verwachtingswaarde

Verplichting onderzoek voor ingrepen vanaf:

Waarde - Archeologie 1

Bekende archeologische waarden/vindplaatsen

30 cm -mv

100 m2

Waarde - Archeologie 2

Hoge archeologische trefkans

30 cm -mv

1.000 m2

Waarde - Archeologie 3

Gematigde archeologische trefkans 30 cm -mv

10.000 m2

Voor het plangebied geldt de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 2'. De ontwikkeling voorziet in de bouw van twee woningen. Gezien de op te richten bouwwerken (gezamenlijk) niet groter zijn dan 1.000 m2, is het uitvoeren van een archeologisch onderzoek niet aan de orde Cultuurhistorie Binnen het plangebied zijn geen gemeentelijke- en Rijksmonumenten aanwezig. Daarnaast valt het plangebied niet binnen het beschermd dorpsgezicht. De ontwikkeling heft dan ook geen negatieve gevolgen voor het aspect cultuurhistorie.

Conclusie Het aspect archeologie en cultuurhistorie vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.

4.9

Ecologie

Algemeen Bij elke ruimtelijke ontwikkeling moet, in het kader van de Wet natuurbescherming, in beeld worden

Toelichting (ontwerp)

31

bestemmingsplan Hoek Dalwagenseweg en Tolsestraat te Opheusden gebracht of er sprake is van invloeden op natuurwaarden en beschermde soorten.

Toetsing Door Buro Ontwerp & Omgeving is in maart 2022 een quickscan natuurtoets uitgevoerd, die is bijgevoegd als Bijlage 3.

Gebiedsbescherming Ruimtelijke ingrepen in of nabij Natura 2000-gebieden en beschermde natuurmonumenten zijn niet toegestaan wanneer deze significante negatieve effecten op de kernkwaliteiten veroorzaken. Het projectgebied maakt geen deel uit van een Natura 2000-gebied. Het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied betreft de 'Rijntakken' dat op een afstand van circa 770 meter ten noorden van het projectgebied ligt. Andere Natura 2000-gebieden op minder dan 10 km afstand zijn de Veluwe (ca. 5,2 km) en Binnenveld (ca. 8,8 km). Gezien de ligging van het projectgebied ten opzichte van de Natura 2000-gebieden en de aard van de werkzaamheden kunnen direct negatieve effecten op voorhand worden uitgesloten. Het projectgebied ligt op circa 770 meter afstand van het Gelders Natuurnetwerk (GNN) en circa 745 meter van de Groene Ontwikkelingszone (GO). Gezien de ligging buiten deze gebieden worden de kernkwaliteiten en ontwikkelingsdoelen van het GNN en de GO bij de werkzaamheden niet aangetast.

Soortenbescherming Bij een quickscan wordt in beeld gebracht of er (potentiële) vaste rust- of voortplantingsplaatsen aanwezig zijn van de soorten uit de verschillende beschermingsregimes. Vervolgens wordt beoordeeld of de voorgenomen ingreep verstorend kan zijn en of nader onderzoek noodzakelijk wordt geacht.

Gebouwbewonende vleermuizen Tijdens het veldbezoek werden diverse invliegopeningen aangetroffen die als rust- of verblijfplaats van vleermuizen kunnen dienen. De sloop van de centrale schuur zou kunnen leiden tot overtreding van de Wet natuurbescherming als deze als verblijfplaats fungeert. De aanwezigheid van vleermuizen in de bebouwing moet daarom nader worden onderzocht.

Gierzwaluw Tijdens het veldbezoek zijn potentiële invliegopeningen aangetroffen die als nest- of rustplaats kunnen dienen. De sloop van de centrale schuur zou kunnen leiden tot overtreding van de Wet natuurbescherming als deze als nestplaats fungeert voor de gierzwaluw. De aanwezigheid van gierzwaluwen in de bebouwing moet daarom nader worden onderzocht.

Huismus Het projectgebied vormt een geschikte leefomgeving voor de huismus. De voorste rij dakpannen en diverse andere ruimtes in het dak kunnen dienen als broedplaats voor de soort. De sloop van de centrale schuur zou kunnen leiden tot overtreding van de Wet natuurbescherming als deze als nestplaats of tot de functionele leefomgeving behoort. De aanwezigheid van huismussen moet daarom nader worden onderzocht.

Nader onderzoek ecologie Er is, na aanleiding van de quickscan natuurtoets, een nader ecologisch onderzoek uitgevoerd in en

32

Toelichting (ontwerp)

bestemmingsplan Hoek Dalwagenseweg en Tolsestraat te Opheusden rondom het plangebied. Dit onderzoek is bijgevoegd als Bijlage 4. Van de eerder genoemde soorten is alleen een kraamverblijfplaats en paarverblijf van de gewone dwergvleermuis aangetroffen. Ten behoeve van de ontheffingsaanvraag Wet natuurbescherming voor de gewone dwergvleermuis zal een activiteitenplan worden opgesteld. Met het nemen van maatregelen uit het activiteitenplan (zie Bijlage 5) wordt de ontheffing van de Wet natuurbescherming voor deze soort naar verwachting verleend. Hiervoor is in de regels behorende bij dit bestemmingsplan een voorwaardelijke verplichting opgenomen dat de sloop van de schuur pas kan plaatsvinden zodra de ontheffing is verleend. Hiermee vormt de gewone dwegvleermuis geen belemmering voor de ontwikkeling.

Stikstof Het is niet op voorhand uit te sluiten of er sprake is van een significante toename van stikstof-depositie op de nabijgelegen Natura 2000-gebieden. De uitvoering van een stikstofdepositieonderzoek is daarom noodzakelijk en moet middels AERIUS-berekening uitgevoerd worden. Door Buro Ontwerp & Omgeving is in februari 2023 een 'Memo Effectbeoordeling Stikstofdepositie' uitgevoerd, die is bijgevoegd als Bijlage 6. Uit de AERIUS-berekening blijkt dat er geen stikstofdepositie groter dan 0,00 mol/ha/jaar plaatsvindt in de gebruiksfase. Er is dus geen significante toename als gevolg van voorliggend project. Er is ook voor de aanlegfase een AERIUS-berekening uitgevoerd. Ook in de aanlegfase blijkt dat er geen depositie groter dan 0,00 mol/ha/jaar plaatsvindt. Met betrekking tot stikstofdepositie kan worden opgemerkt dat er geen significante effecten zijn op Natura 2000-gebieden en dat er geen passende beoordeling nodig is.

Conclusie Het aspect ecologie vormt geen belemmering voor de uitvoering van het plan.

4.10

Verkeer en parkeren

Algemeen Bij ruimtelijke plannen moet worden aangetoond dat de ontwikkeling geen negatieve gevolgen heeft voor de verkeer- en parkeersituatie ter plaatse.

Toetsing Verkeer Voor wat betreft het te verwachten aantal verkeersbewegingen van de woningen is uitgegaan van de kengetallen van het CROW. Er wordt uitgegaan van de verstedelijkingsgraad 'Niet stedelijk' en het gebiedstype 'rest bebouwde kom' en koopwoningen. Dit leidt tot de volgende verkeersgeneratie: Type woning

Verkeersbewegingen per woning

Aantal woningen

Totale verkeersbewegingen

Vrijstaand

8,2

2

16,4

In totaal zorgt de ontwikkeling voor een toename van 16,4 verkeersbewegingen per dag. De wegen rondom het plangebied hebben voldoende capaciteit om de zeer beperkte toename van het aantal verkeersbewegingen op te vangen. Daarbij is in de huidige situatie sprake van een parkeerterrein ten behoeve van GMB. Het aantal verkeersbewegingen in de huidige situatie is dan ook aanzienlijk hoger.

Parkeren

Toelichting (ontwerp)

33

bestemmingsplan Hoek Dalwagenseweg en Tolsestraat te Opheusden

Het aantal benodigde parkeerplaatsen wordt bepaald door de aard en omvang van de activiteit waarin het plan voorziet. Op 30 mei 2013 heeft de gemeenteraad de beleidsnota Nota Parkeernormen vastgesteld. Deze nota beoogt het vastleggen van de parkeernormen in de gemeente Neder-Betuwe en het bepalen van een transparant en eenduidig toepassingskader. Aan de hand van de parkeernormen kan de parkeerbehoefte van toekomstige ruimtelijke plannen en -ontwikkelingen berekend worden. Het parkeerbeleid heeft tot doel de bereikbaarheid en leefbaarheid in de gemeente Neder-Betuwe te waarborgen. Voor wat betreft het te realiseren parkeerplaatsen voor de woningen is uitgegaan van de Nota Parkeernormen van de gemeente Neder-Betuwe. Er wordt uitgegaan van een plan binnen de bebouwde kom. Type woning

Aantal parkeerplaatsen Aantal woningen per woning

Totaal aantal parkeerplaatsen

Koop, vrijstaand

2,7

5,4

2

In totaal zijn er (5,4) afgerond 6 parkeerplaatsen nodig binnen het plangebied. Op de toekomstige woonpercelen is voldoende ruimte aanwezig om te voorzien in de eigen parkeerbehoefte die ontstaat als gevolg van de ontwikkeling. Parkeren zal dan ook volledig op eigen terrein worden opgelost.

Conclusie De aspecten verkeer en parkeren vormen geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van de ontwikkeling.

4.11

Economische uitvoerbaarheid

Algemeen Voorliggend bestemmingsplan maakt een bouwplan mogelijk, dat is benoemd in artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening. Dit betekent dat tegelijkertijd met dit bestemmingsplan een exploitatieplan moet worden vastgesteld, waarmee de gemeente de door haar te maken kosten kan verhalen op de initiatiefnemer. Een exploitatieplan hoeft niet vastgesteld te worden indien verhaal van kosten anderszins is verzekerd, en tevens locatie-eisen niet nodig zijn of anderszins zijn verzekerd. In voorliggende situatie betreft het particuliere gronden waarbij de eigenaar voor eigen rekening en risico de locatie ontwikkeld. De gemeentelijke kosten voor het volgen van en planologische procedure worden bekostigd door middel van de te heffen leges. Van overige kosten voor de gemeente is geen sprake.

Conclusie Het aspect economische uitvoerbaarheid vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van de ontwikkeling.

4.12

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

De directe buren zijn geïnformeerd en hebben aangegeven geen bezwaar te hebben op het plan.

34

Toelichting (ontwerp)

bestemmingsplan Hoek Dalwagenseweg en Tolsestraat te Opheusden

Hoofdstuk 5

Juridische planbeschrijving

5.1

Algemeen

5.1.1

Wat is een bestemmingsplan

Het gemeentelijke bestemmingsplan is een middel waarmee functies aan gronden worden toegekend. Het gaat dus om het toekennen van gebruiksmogelijkheden. Vanuit de Wet ruimtelijke ordening volgt een belangrijk principe: het gaat om toelatingsplanologie. Het wordt de grondgebruiker (eigenaar, huurder etc.) toegestaan om de functie die het bestemmingsplan geeft uit te oefenen. Dit houdt in dat: 1. de grondgebruiker niet kan worden verplicht om een in het bestemmingsplan aangewezen bestemming ook daadwerkelijk te realiseren, en 2. de grondgebruiker geen andere functie mag uitoefenen in strijd met de gegeven bestemming (het overgangsrecht is hierbij mede van belang). Een afgeleide van de gebruiksregels in het bestemmingsplan zijn regels voor bebouwing (omgevingsvergunning voor het bouwen) en regels voor het verrichten van 'werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden' (omgevingsvergunning ten behoeve van het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden). Een bestemmingsplan regelt derhalve het toegestane gebruik van gronden (en de bouwwerken en gebouwen) en een bestemmingsplan kan daarbij regels geven voor: het bebouwen van de gronden; het verrichten van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden (aanleggen). Het bestemmingsplan is een belangrijk instrument voor het voeren van ruimtelijk beleid, maar het is zeker niet het enige instrument.

Andere ruimtelijke wetten en regels zoals de Woningwet, de Erfgoedwet, de Algemene Plaatselijke Verordening, de Wet milieubeheer en de bouwverordening zijn ook erg belangrijk voor het uitoefenen van het ruimtelijke beleid. 5.1.2

Bestemmen, dubbelbestemmen en aanduiden

Op de verbeelding wordt aangegeven welke bestemming gronden hebben. Dit gebeurt via een bestemmingsvlak. Voor het op de verbeelding aangegeven bestemmingsvlak gelden de gebruiksmogelijkheden zoals die in de bijhorende regel worden gegeven. Die toegekende gebruiksmogelijkheden kunnen op twee manieren nader worden ingevuld: Via een dubbelbestemming Een dubbelbestemming is, zoals de naam al zegt, een bestemming die óók aan de gronden wordt toegekend. Voor gronden kunnen dus meerdere bestemmingen gelden. Er geldt altijd één 'enkel' bestemming (dat is dé bestemming) en soms geldt er een dubbelbestemming (soms zelfs meerdere). In de regel van de dubbelbestemming wordt omschreven wat er voor de onderliggende gronden geldt aan extra bepalingen in aanvulling, of ter beperking, van de mogelijkheden van de onderliggende bestemmingen. Via een aanduiding Een aanduiding is een teken op de verbeelding dat betrekking heeft op een vlak op die kaart. Via een aanduiding wordt in de regels 'iets' geregeld. Dat 'iets' kan betrekking hebben op extra mogelijkheden of extra beperkingen voor het gebruik en/of de bebouwing en/of het aanleggen van werken. Aanduidingen kunnen voorkomen in een bestemmingsregel, in meerdere bestemmingsregels en kunnen ook een eigen regel hebben. 5.1.3

Hoofdstukindeling van de regels

De regels zijn verdeeld over vier hoofdstukken: 1. Inleidende regels In dit hoofdstuk worden begrippen verklaard die in de regels worden gebruikt (artikel 1). Dit gebeurt

Toelichting (ontwerp)

35

bestemmingsplan Hoek Dalwagenseweg en Tolsestraat te Opheusden om een eenduidige uitleg en toepassing van de regels te waarborgen. Ook is bepaald de wijze waarop gemeten moet worden bij het toepassen van de regels (artikel 2). 2. Bestemmingsregels In dit tweede hoofdstuk zijn de bepalingen van de bestemmingen opgenomen. Dit gebeurt in alfabetische volgorde. Per bestemming is het toegestane gebruik geregeld en zijn bouwregels en, eventueel, ook bepalingen met betrekking tot het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden opgenomen. Als er dubbelbestemmingen zijn worden die ook in dit hoofdstuk opgenomen. Die komen, ook in alfabetische volgorde, achter de bestemmingsbepalingen. Ieder artikel kent een vaste opzet. Eerst wordt het toegestane gebruik geformuleerd in de bestemmingsomschrijving. Vervolgens zijn bouwregels opgenomen. Aansluitend volgen afwijkingsbevoegdheden met betrekking tot bouw- en/of gebruiksregels. Ten slotte zijn eventueel bepalingen met betrekking tot het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden en/of wijzigingsbevoegdheden opgenomen. Belangrijk om te vermelden is dat naast de bestemmingsbepalingen ook in andere artikelen relevante informatie staat die mede gelezen en geïnterpreteerd moet worden. Alleen zo is een volledig beeld te verkrijgen van hetgeen is geregeld. 3.

Algemene regels In dit hoofdstuk zijn bepalingen opgenomen met een algemeen karakter. Ze gelden dus voor het hele plan. Het zijn achtereenvolgens een anti-dubbeltelregel, algemene gebruiksregels en algemene afwijkingsregels. 4. Overgangs- en slotregels In het laatste hoofdstuk zijn respectievelijk het overgangsrecht en een slotregel opgenomen. Hoewel het hier in wezen ook algemene regels betreft, zijn deze vanwege hun meer bijzondere karakter in een apart hoofdstuk opgenomen.

5.2

Dit bestemmingsplan

Dit bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, regels en een toelichting. De verbeelding en de regels vormen tezamen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan. Beide planonderdelen dienen in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast. Op de verbeelding zijn de bestemmingen aangewezen. Aan deze bestemmingen zijn bouwregels en regels betreffende het gebruik gekoppeld. De toelichting heeft geen rechtskracht, maar vormt niettemin een belangrijk onderdeel van het plan. De toelichting van dit bestemmingsplan geeft een weergave van de beweegredenen, de onderzoeksresultaten en de beleidsuitgangspunten die aan het bestemmingsplan ten grondslag liggen. Tot slot is de toelichting van wezenlijk belang voor een juiste interpretatie en toepassing van het bestemmingsplan. 5.2.1

Bijzonderheden in dit bestemmingsplan

In dit bestemmingsplan zijn de bestemmingen 'Groen' en 'Wonen' en de dubbelbestemming 'Waarde Archeologie 2' opgenomen.

Groen (Artikel 3) De structurele groenvoorzieningen in het plangebied zijn voorzien van de bestemming 'Groen'. Binnen deze bestemming zijn de gronden onder andere bestemd voor groen- en speelvoorzieningen en voet- en fietspaden. De bouwmogelijkheden binnen deze bestemming zijn zeer beperkt. Ook het aanbrengen van (half)verharding is niet zonder meer mogelijk. Hiermee is het groene karakter van de betreffende groenvoorzieningen voldoende gewaarborgd.

36

Toelichting (ontwerp)

bestemmingsplan Hoek Dalwagenseweg en Tolsestraat te Opheusden

Wonen (Artikel 4) Binnen de bestemming wonen zijn woningen mogelijk, inclusief aan huis gebonden beroepen en vrije beroepen onder bepaalde voorwaarden, en ondergeschikte functies zoals nutsvoorzieningen en waterhuishoudkundige voorzieningen. Voor de bebouwingsmogelijkheden wordt een onderscheid gemaakt in het hoofdgebouw van de woning, bijbehorende bouwwerken en bouwwerken geen gebouwen zijnde.

Hoofdgebouwen Binnen de bestemming is door middel van aanduidingen onderscheid gemaakt in het type woning. Binnen dit bestemmingsplan zijn uitsluitend vrijstaande woningen toegestaan. Het hoofdgebouw van de woning mag uitsluitend binnen het op de verbeelding aangegeven bouwvlak gerealiseerd worden. Ondergeschikte bouwdelen zijn tevens buiten het bouwvlak toegestaan. De toegestane goot- en bouwhoogten van de woningen is op de verbeelding weergegeven. De voorgevel van het hoofdgebouw mag uitsluitend worden gebouwd in de naar de weg gekeerde grens van het bouwvlak. Tot slot mag de breedte van een woning niet meer bedragen dan 12 meter.

Bijbehorende bouwwerken Voor aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen bij woningen zijn standaardbepalingen opgenomen in de regels. Bijgebouwen mogen uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen' worden opgericht. Hierbij geldt dat maximaal 50% van het achtererf mag worden bebouwd, waarbij het maximum aantal vierkante meters bebouwing afhankelijk is gesteld van de perceelsgrootte. De maximum goot- en bouwhoogte bedragen 3,25 en 5 meter. Bebouwing vóór de voorgevelrooilijn is enkel toegestaan in de vorm van een erker. Hiervoor geldt dat de voorgevelbouwgrens met ten hoogste 1,5 meter mag worden overschreden. Een erker mag daarnaast over maximaal 50% van de breedte van de voorgevel gebouwd worden, met dien verstande dat de breedte niet meer dan 4 meter mag bedragen. De afstand van de erker tot het openbare gebied mag niet minder dan 3 meter bedragen.

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zoals erfafscheidingen, is een maximale maatvoering opgenomen. Hierbij is bepaald dat erfafscheidingen in het achtererfgebied tot een hoogte van 2 meter mogen worden opgericht. Voor de voorgevel mogen erfafscheidingen tot maximaal 1 meter hoogte worden opgericht.

Voorwaardelijke verplichting Om ervoor te zorgen dat, indien GMB toch niet zal verhuizen naar een andere locatie, er voldoende parkeergelegenheid voor GMB beschikbaar blijft, is er in de regels een voorwaardelijke verplichting opgenomen. Deze voorwaardelijke verplichting regelt dat de nieuwe woningen pas gerealiseerd kunnen worden indien er voldoende parkeergelegenheid voor GMB beschikbaar is.

Waarde - Archeologie 2 (Artikel 5) De dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie’ is opgenomen ter bescherming van mogelijk in de bodem aanwezige archeologische waarden. De gronden met de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 2' kennen een hoge archeologische trefkans. Voor een aantal werkzaamheden op of in deze gronden is een omgevingsvergunning (voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden) vereist in het kader waarvan een afweging kan worden gemaakt tussen de activiteit en de te beschermen waarden. De voorwaarden voor wanneer een omgevingsvergunning is vereist is

Toelichting (ontwerp)

37

bestemmingsplan Hoek Dalwagenseweg en Tolsestraat te Opheusden afhankelijk van de archeologische (verwachtings)waarden en gedifferentieerd in de verschillende dubbelbestemmingen. 5.2.2

Algemene regels

Naast de bestemmingen bevat het plan een aantal algemene regels over bijvoorbeeld begrippen, de wijze van meten, algemene afwijkingen en overgangsrecht. Deze min of meer standaardregels in bestemmingsplannen worden hier verder niet toegelicht.

38

Toelichting (ontwerp)

bestemmingsplan Hoek Dalwagenseweg en Tolsestraat te Opheusden

Hoofdstuk 6

Procedure

Te zijner tijd worden in deze paragraaf of in een separate bijlage de resultaten van de procedure verwerkt.

Toelichting (ontwerp)

39

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13433407/1