Bijlage 3 - Toelichting
Tekst van het document
Hoek Dalwagenseweg en Tolsestraat te Opheusden
bestemmingsplan Hoek Dalwagenseweg en Tolsestraat te Opheusden
Inhoudsopgave
Toelichting
3
Hoofdstuk1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging en begrenzing plangebied 1.3 Vigerend bestemmingsplan 1.4 Leeswijzer
4 4 4 5 6
Hoofdstuk2 Gebieds- en planbeschrijving 2.1 Algemeen 2.2 Bestaande situatie 2.3 Toekomstige situatie
7 7 7 8
Hoofdstuk3 Beleidskader 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid 3.3 Regionaal beleid 3.4 Gemeentelijk beleid
10 10 11 13 15
Hoofdstuk4 Omgevingsaspecten 4.1 Bodem 4.2 Geluid 4.3 Luchtkwaliteit 4.4 Bedrijven en milieuzonering 4.5 Externe veiligheid 4.6 Spuitzonering 4.7 Water 4.8 Archeologie en cultuurhistorie 4.9 Ecologie 4.10 Verkeer en parkeren 4.11 Economische uitvoerbaarheid 4.12 Maatschappelijke uitvoerbaarheid
19 19 19 21 22 24 27 28 31 31 33 34 34
Hoofdstuk5 Juridische planbeschrijving 5.1 Algemeen 5.2 Dit bestemmingsplan
35 35 36
Hoofdstuk6
39
2
Procedure
Inhoudsopgave (ontwerp)
bestemmingsplan Hoek Dalwagenseweg en Tolsestraat te Opheusden
Toelichting
Toelichting (ontwerp)
3
bestemmingsplan Hoek Dalwagenseweg en Tolsestraat te Opheusden
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
Aanleiding voor voorliggend bestemmingsplan is de beoogde ontwikkeling van twee vrijstaande woningen op het perceel op de hoek van de Dalwagenseweg en de Tolsestraat te Opheusden. Het voornemen bestaat dat Groep Midden-Betuwe (GMB) verhuist naar een nieuwe bedrijfskavel op Bonegraaf, waarmee het parkeerterrein niet langer noodzakelijk is. Daarnaast blijft de bestaande vrijstaande woning bestaan. Voor de locatie geldt momenteel het bestemmingsplan 'Kernen Neder-Betuwe'. Op basis van dit bestemmingsplan is de beoogde ontwikkeling niet toegestaan. Om de ontwikkeling mogelijk te maken is de vaststelling van een nieuw bestemmingsplan noodzakelijk.
1.2
Ligging en begrenzing plangebied
Het plangebied ligt in het zuidoosten van de kern Opheusden, aan zowel de Dalwagenseweg en de Tolsestraat. Aan de noordzijde van het plangebied bevindt zich het hoofdkantoor van GMB. Aan de oost-, zuid- en westzijde van het plangebied bevinden zich voornamelijk woningen. Aan de overzijde van de Dalwagenseweg, ten westen van het plangebied, bevindt zich tevens een klein benzinestation met daarachter een autobedrijf. Op de navolgende afbeeldingen zijn de globale ligging en begrenzing van het plangebied weergegeven met een rood kader. Voor de exacte begrenzing van het plangebied wordt verwezen naar de verbeelding behorende bij dit bestemmingsplan.
Globale ligging plangebied
4
Toelichting (ontwerp)
bestemmingsplan Hoek Dalwagenseweg en Tolsestraat te Opheusden
Globale begrenzing plangebied
1.3
Vigerend bestemmingsplan
Voor het plangebied geldt het bestemmingsplan 'Kernen Neder-Betuwe'. Dit bestemmingsplan is vastgesteld door de raad van de gemeente Neder-Betuwe op 14 mei 2020. Daarnaast gelden de bestemmingsplannen 'Parapluregeling Parkeren' en 'Parapluregeling Archeologie'. De regels uit deze bestemmingsplannen zijn gewaarborgd in het bestemmingsplan 'Kernen Neder-Betuwe'. Op navolgende afbeelding is een uitsnede van de verbeelding van het geldende bestemmingsplan 'Kernen Neder-Betuwe' opgenomen. De globale begrenzing van het plangebied is aangeduid met een rood kader.
Uitsnede geldende bestemmingsplan 'Kernen Neder-Betuwe'.
Binnen het bestemmingplan hebben de betrokken gronden de bestemming 'Wonen'. Deze gronden zijn
Toelichting (ontwerp)
5
bestemmingsplan Hoek Dalwagenseweg en Tolsestraat te Opheusden bestemd voor woningen, niet-publieksgerichte aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteiten, nutsvoorzieningen en waterhuishoudkundige voorzieningen, een en ander met de daarbij behorende voorzieningen. Binnen de bestemming wonen is een bouwvlak opgenomen. Hierbinnen geldt de bouwaanduiding 'vrijstaand' en de maatvoering 'maximum goothoogte: 6m' en 'maximum bouwhoogte: 9m'. Achter en deels naast de bestaande woning is een bouwaanduiding 'bijgebouwen' opgenomen, waarbinnen bijgebouwen gebouwd mogen worden. Tot slot is de functieaanduiding 'parkeerterrein' opgenomen, waarmee het gebruik van als parkeerterrein is toegestaan. Daarnaast geldt binnen het plangebied de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 2'. Bouwwerken mogen zonder vergunning op deze gronden worden gerealiseerd, mits het nieuw te bebouwen oppervlak niet groter is dan 1.000 m2. Indien een archeologisch onderzoek wordt overlegd waarbij wordt aangetoond dat de archeologische waarden door de bouwactiviteiten niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad, is het realiseren van bouwwerken groter dan 1.000 m2 ook mogelijk. De beoogde ontwikkeling voorziet in de realisatie van twee vrijstaande woningen en is daarmee in strijd met het vigerend bestemmingsplan.
Om de ontwikkeling alsnog mogelijk te maken, moet een nieuw bestemmingsplan voor het plangebied worden vastgesteld.
1.4
Leeswijzer
Dit bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, regels en een toelichting. De verbeelding vormt samen met de regels het juridische bindende deel van het bestemmingsplan. In de toelichting worden de keuzes die in het bestemmingsplan worden gemaakt nader gemotiveerd en verantwoord. De toelichting bestaat uit vijf hoofdstukken. Na dit inleidende hoofdstuk volgt in Hoofdstuk 2 een beschrijving van de bestaande situatie en de toekomstige situatie. Hoofdstuk 3 geeft een overzicht van het ruimtelijke beleidskader van de verschillende overheden waaraan het plan moet voldoen. Hoofdstuk 4 bevat de milieu- en omgevingsaspecten van het plan. De toelichting besluit met hoofdstukken over de opbouw van de planregels (Hoofdstuk 5) en de uitkomsten van de gevolgde procedure (Hoofdstuk 6).
6
Toelichting (ontwerp)
bestemmingsplan Hoek Dalwagenseweg en Tolsestraat te Opheusden
Hoofdstuk 2 2.1
Gebieds- en planbeschrijving
Algemeen
In dit hoofdstuk wordt de beoogde ontwikkeling omschreven. Hierbij wordt als eerste ingegaan op de bestaande situatie in het plangebied, waarna de beoogde ontwikkeling nader toegelicht wordt.
2.2
Bestaande situatie
Op de kruising Dalwagenseweg met de Tolsestraat is op dit moment een woning aanwezig. De omliggende gronden van de woningen worden grotendeels gebruikt als parkeerterrein voor het naastgelegen bedrijf GMB. Er bevinden zich verschillende bijgebouwen op het perceel. Het gehele perceel is omsloten door een lage haag. Het voornemen bestaat dat Groep Midden-Betuwe (GMB) verhuist naar een nieuwe bedrijfskavel op Bonegraaf, waarmee het parkeerterrein niet langer noodzakelijk is. Daarnaast blijft de bestaande vrijstaande woning bestaan.
Toelichting (ontwerp)
7
bestemmingsplan Hoek Dalwagenseweg en Tolsestraat te Opheusden
Impressie huidige situatie plangebied
2.3
Toekomstige situatie
Op het perceel zullen twee vrijstaande woningen worden gebouwd. De navolgende afbeelding geeft een impressie van de toekomstige inrichting van het plangebied en de nieuw te realiseren woningen.
Impressie toekomstige situatie
De vrijstaande woningen worden globaal in dezelfde rooilijn gebouwd als de bestaande woning in het plangebied. Er is bewust gekozen om de woningen verder van de Dalwagenseweg te leggen, zodat het
8
Toelichting (ontwerp)
bestemmingsplan Hoek Dalwagenseweg en Tolsestraat te Opheusden kruispunt van de Dalwagenseweg en de Tolsestraat overzichtelijk blijft. De vrijstaande woningen zullen bestaan uit maximaal twee bouwlagen met kap, De goot- en bouwhoogte van deze woning zijn respectievelijk 6 en 9 meter. Daarnaast is er ruimte voor bijgebouwen op het erf. Parkeren zal tevens op eigen erf plaatsvinden. Zoals hierboven benoemd wordt de hoek van het perceel bewust onbebouwd gelaten, om ervoor te zorgen dat het kruispunt overzichtelijk blijft. Desalniettemin zal de hoek een groene uitstraling krijgen die het in de huidige situatie ook heeft. De bestaande groenstructuren zullen eventueel worden uitgebreid met solitaire bomen of andere groenelementen. De ontwikkeling van onderhavig bestemmingsplan hangt samen met het vertrek van GMB Civiel B.V. & GMB Services B.V. op het perceel aan de Dalwagenseweg. Momenteel wordt het perceel waar de nieuwe woningen zijn beoogd gebruikt als parkeerplaats voor GMB. Zodra GMB is verhuisd naar een andere locatie kan het plangebied ontwikkeld worden. De intentie van de ontwikkeling van De Bonegraaf in Dodewaard is dan ook dat de huidige locatie van GMB achter wordt gelaten met een passende invulling, namelijk woningbouw en een locatie waar sociaal-maatschappelijke organisaties zich kunnen huisvesten.
Hiermee zal de bedrijfsbestemming ter plaatse worden beëindigd en zullen de woningen pas gerealiseerd op het moment dat de bedrijvigheid van GMB is verhuisd. Om ervoor te zorgen dat, indien GMB toch niet zal verhuizen naar een andere locatie, er voldoende parkeergelegenheid voor GMB beschikbaar blijft, is er in de regels een voorwaardelijke verplichting opgenomen. Deze voorwaardelijke verplichting regelt dat de nieuwe woningen pas gerealiseerd kunnen worden indien er voldoende parkeergelegenheid voor GMB beschikbaar is.
Toelichting (ontwerp)
9
bestemmingsplan Hoek Dalwagenseweg en Tolsestraat te Opheusden
Hoofdstuk 3 3.1
Beleidskader
Rijksbeleid
Nationale Omgevingsvisie (NOVI) en Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Onderdeel van de Omgevingswet is een visie op de leefomgeving: de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). Met de NOVI neemt het Rijk het voortouw voor een langetermijnvisie op de toekomst en de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving van Nederland. De NOVI richt zich op de volgende vier prioriteiten die onderling veel met elkaar te maken hebben en gevolgen hebben voor het inrichten van de fysieke leefomgeving: Ruimte maken voor de klimaatverandering en energietransitie; De economie van Nederland verduurzamen en het groeipotentieel behouden; Steden en regio's sterker en leefbaarder maken; Het landelijk gebied toekomstbestendig ontwikkelen. In de NOVI staan de keuzes op nationaal niveau, maar in veel gevallen ligt de verantwoordelijkheid bij gemeenten en/of provincies. Op basis van drie uitgangspunten helpt de NOVI bij het wegen van belangen en het maken van keuzes: Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; Afwentelen wordt voorkomen. De nationale belangen zijn geborgd in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro).
Het gaat bijvoorbeeld om rijksvaarwegen, defensie, ecologische hoofdstructuur, erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde, hoofdwegen en hoofdspoorwegen, elektriciteitsvoorziening, buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen en primaire waterkeringen. Door de nationale belangen vooraf in bestemmingsplannen te borgen, wordt met het Barro bijgedragen aan versnelling van de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen en vermindering van de bestuurlijke drukte.
Ladder voor duurzame verstedelijking In artikel 3.1.6, lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de ladder voor duurzame verstedelijking opgenomen. Het doel van de Ladder is zorgvuldig en duurzaam ruimtegebruik, met oog voor de toekomstige ruimtebehoefte en ontwikkelingen in de omgeving. De Ladder geeft daarmee invulling aan het nationaal ruimtelijk belang gericht op een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij ruimtelijke besluiten. Dit belang staat beschreven in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte binnen een breder kader van een goed systeem van ruimtelijke ordening. Met de ladder worden eisen gesteld aan de motivering van onder meer bestemmingsplannen en ruimtelijke onderbouwingen die nieuwe stedelijke ontwikkelingen mogelijk maken. De toelichting bij een bestemmingsplan of ruimtelijke onderbouwing voor een nieuwe stedelijke ontwikkeling bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien die ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.
Toetsing rijksbeleid Wat onder stedelijke ontwikkeling wordt verstaan is in het Bro opgenomen. Een stedelijke ontwikkeling is volgens het besluit 'een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen'. Voorliggende ontwikkeling zou kunnen worden aangemerkt als een woningbouwlocatie. Deze term is echter niet gedefinieerd in het Bro. Uit jurisprudentie (zie bijvoorbeeld uitspraak ABRvS201501297/1/R4) blijkt dat woningbouwplannen met elf woningen niet hoeven te worden aangemerkt als woningbouwlocatie, maar
10
Toelichting (ontwerp)
bestemmingsplan Hoek Dalwagenseweg en Tolsestraat te Opheusden grotere woningbouwplannen wel. Voorliggende ontwikkeling ziet toe op de realisatie van twee woningen. Ten opzichte van de vigerende planologische situatie neemt het aantal woningen in het plangebied toe met twee woningen. De ontwikkeling wordt dus niet aangemerkt als een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Om die reden kan toetsing aan de ladder achterwege blijven. Met de ontwikkelingen binnen het plangebied zijn geen overige nationale belangen gemoeid.
3.2
Provinciaal beleid
OmgevingsvisieGaaf Gelderland Op 19 december 2018 is de omgevingsvisie 'Gaaf Gelderland' vastgesteld. In deze visie beschrijft de provincie welke richting de provincie op wil op het gebied van energie, klimaat, water, voedsel en ook hoe de provincie de omgeving wil inrichten. Om samen een Gaaf Gelderland te bereiken, legt de provincie bij het uitvoeren van haar taken de focus op een duurzaam, verbonden en economisch krachtig Gelderland. Met behulp van zeven ambities geeft de provincie hier richting aan: energietransitie; klimaatadaptatie; circulaire economie; biodiversiteit; bereikbaarheid; economisch vestigingsklimaat; woon- en leefklimaat. Voor dit bestemmingsplan zijn de ambities voor klimaatadaptatie en het woon- en leefklimaat van toepassing.
Woon- en leefklimaat Om Gelderland voor mensen en bedrijven aantrekkelijk te houden, is de kwaliteit van de leefomgeving van groot belang. Bovendien draagt een goede kwaliteit van de leefomgeving bij aan gezondheid. Goed bereikbare voorzieningen, aansprekende evenementen, unieke cultuurhistorie, inspirerende culturele voorzieningen, een mooie natuur; het is allemaal van belang. Ook goed wonen hoort daarbij. Gelderland heeft op woongebied een bijzondere positie met uiteenlopende woonkwaliteiten, zowel stedelijke als landelijke. De Gelderse streken hebben ieder hun eigen aard, waar mensen zich thuis en verbonden met elkaar voelen. In onze groeiende Gelderse steden komen veel activiteiten samen. Tegelijkertijd wordt geïnvesteerd in een vitaal platteland, juist als daar krimp plaatsvindt. Om het landschap open, groen en het voorzieningenniveau op peil te houden en leegstand te voorkomen, is bouwen binnen bestaand stedelijk gebied het vertrekpunt. De provincie geeft de voorkeur aan het benutten van bestaande gebouwen en gaat voor concentraties van bebouwing. Pas als er geen andere goede mogelijkheden zijn, kan worden uitgebreid aan de randen van de steden of dorpen.
Klimaatadaptatie Het klimaat is merkbaar aan het veranderen, waarbij hoosbuien, extreme hitte en langdurige droogte hierbij goede voorbeelden van zijn. Provincie Gelderland wil zich voorbereiden op het veranderende klimaat door in te zetten op het tegengaan van de bijbehorende risico's en gevaren. Dit heeft prioriteit: In 2050 wil Gelderland optimaal beschermd zijn en kunnen meebewegen met het veranderend klimaat. De provincie Gelderland werkt hierbij vooral vanuit haar betrokkenheid bij waterveiligheid, waterkwaliteit, bodem en natuur. Daarnaast wordt er rekening gehouden met de variatie van de Gelderse streken. De provincie Gelderland wil met haar partners verder kijken. Bij de aanleg, inrichting, veiligheid en leefbaarheid van de gebouwde omgeving nemen we de gevolgen van het veranderende klimaat mee en
Toelichting (ontwerp)
11
bestemmingsplan Hoek Dalwagenseweg en Tolsestraat te Opheusden maken afspraken over hoe met de risico's om te gaan. Klimaatbestendig werken is daarbij voor de provincie Gelderland een logische voorwaarde als er samengewerkt wordt met anderen. Verschillende ontwikkelingen binnen toerisme en recreatie horen hier ook bij. Deze ontwikkelen wil de provincie Gelderland benutten. Hierbij is het van belang dat de ontwikkelingen passen bij de Gelderse kwaliteiten. De provincie streeft naar een op de toekomst toegerust beschermend klimaatbeleid zodat Gelderland versterkt wordt voor nu en in de toekomst.
Omgevingsverordening De provincie beschikt over verschillende instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. De verordening wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch gewaarborgd is. De verordening voorziet ten opzichte van de Omgevingsvisie niet in nieuw beleid en is daarmee dus beleidsneutraal. De inzet van de verordening als juridisch instrument om de doorwerking van het provinciaal beleid af te dwingen is beperkt tot die onderdelen van het beleid waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen veilig te stellen of om uitvoering te geven aan wettelijke verplichtingen. De Omgevingsverordening richt zich net zo breed als de Omgevingsvisie op de fysieke leefomgeving in de Provincie Gelderland. Dit betekent dat vrijwel alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving opgenomen zijn in de Omgevingsverordening. Het gaat hierbij om regels op het gebied van ruimtelijke ordening, milieu, water, mobiliteit en bodem. De verwachting is dat de Omgevingsverordening op termijn alle regels zal gaan bevatten die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving. Ten aanzien van voorliggend bestemmingsplan zijn de regels ten aanzien van de onderwerpen 'wonen' en 'klimaatadaptatie' relevant.
Wonen, instructieregel bestemmingsplan doorwerking regionale woonagenda (art. 2.2) In de verordening wordt aangegeven dat nieuwe woningen alleen mogelijk zijn als die ontwikkeling past binnen een door Gedeputeerde Staten vastgestelde regionale woonagenda. Als een ontwikkeling niet past binnen de vigerende regionale woonagenda, kan een bestemmingsplan vooruitlopend op de eerstvolgende actualisatie van de regionale woonagenda nieuwe woningen toch mogelijk maken onder de volgende voorwaarden: er wordt voldaan aan de eisen van de Ladder voor duurzame verstedelijking; de ontwikkeling past binnen het meest recente provinciale beleid; er heeft aantoonbaar regionale afstemming plaatsgevonden over deze ontwikkeling, en Gedeputeerde Staten stemmen in met deze ontwikkeling. Instructieregel klimaatadaptie (art. 2.65b) De provinciale omgevingsverordening die op 1 februari 2022 van kracht is geworden bevat de instructieregel klimaatadaptie (2.65b). Voor zover een bestemmingsplan een nieuwe activiteit of ontwikkeling mogelijk maakt, moet op basis van deze instructieregel de toelichting bij het bestemmingsplan een beschrijving bevatten van de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen om de risico's van klimaatverandering te voorkomen of te beperken en de afweging die daarbij is gemaakt.
In die beschrijving moeten in ieder geval de volgende aspecten worden betrokken: waterveiligheid, wateroverlast, droogte en hitte. Voor de beschrijving kan gebruik worden gemaakt van de opgestelde klimaatatlas.
Toetsing De ontwikkeling voorziet in de realisatie van twee nieuwe woningen. Met de realisatie van deze woningen wordt binnen het bestaan stedelijk gebied van Opheusden voorzien in een actuele behoefte aan woningen in de gemeente Neder-Betuwe. Het plan wordt zorgvuldig ingepast in de omgeving van het plangebied. De ontwikkeling past binnen de kaders die zijn gesteld binnen het regionaal beleid (zie paragraaf 3.3) en het gemeentelijke beleid (zie paragraaf 3.4)
12
Toelichting (ontwerp)
bestemmingsplan Hoek Dalwagenseweg en Tolsestraat te Opheusden
Op basis van de klimaateffectatlas is in beeld gebracht welke risico's zich kunnen voordoen in het plangebied als gevolg van klimaatverandering. Wateroverlast. Uit de kaartbeelden die horen bij het onderdeel wateroverlast is op te maken dat ter plaatse van het plangebied lichte plasvorming wordt verwacht na een korte of lange bui. Dit zal geen verdere overlast veroorzaken. Daarnaast wordt er in paragraaf 5 uitgebreid ingegaan op het aspect water en hoe om te gaan met eventuele wateroverlast. Hittestress. Uit de kaartbeelden die horen bij het onderdeel hittestress is op te maken dat de temperatuur in het plangebied normaal zal zijn (niet extra koeler of extra warmer) op warme dagen. Dit is naar waarschijnlijkheid gebaseerd op de huidige onbebouwde situatie. De geplande nieuwbouwwoningen zijn goed geïsoleerd conform de huidige normen. Daarmee zijn de woningen ook minder gevoelig voor opwarming wat relevant is voor warmte in de nachtelijke periode. Daarnaast bevindt de ontwikkeling zich aan de rand van Opheusden, waardoor het 'hitte eiland effect' minder aanwezig is. Droogte. De bijbehorende kaartbeelden laten wat betreft grondwaterstanden en droogtegevoeligheid in 2050 geen verandering zien ten opzichte van de huidige situatie. Daarmee is en blijft in het plangebied sprake van lagere grondwaterstanden en van grotere droogtegevoeligheid.
Door het hemelwater binnen het plangebied te bergen en te laten infiltreren blijft het hemelwater ook in het gebied zelf zoals dat in feite in de huidige (onbebouwde) situatie ook zo is. In het plangebied zijn geen waterpartijen en beken aanwezig die stil kunnen komen te staan of droog kunnen vallen. Daarmee is geen sprake van een risico voor de volksgezondheid. Op basis van voorgaande wordt geconcludeerd dat in voorliggend plan voldoende wordt ingezet op het voorkomen of beperken van mogelijke risico's door droogte als gevolg van klimaatverandering. Overstroming. Opheusden ligt tegen de Nederrijn aan. Daarnaast bevindt zich ten zuiden van Opheusden de Waal. Hiermee ligt het plangebied tussen twee grote rivieren in. De bijbehorende kaartbeelden laten zien dat er een 'kleine kans' bestaat dat het plangebied zal overstromen. Dit betekent dat er een kans van 1/300 tot 1/3.000 bestaat dat het plangebied zal overstromen. Een overstroming waarbij er meer dan 200 cm water in het plangebied komt te staan heeft een 'zeer kleine kans', waarbij de kans tussen de 1/3.000/ tot 1/30.000 ligt. Deze kansen gelden voor heel Opheusden en vormen daarmee geen belemmering voor de ontwikkeling Er hoeven geen specifieke maatregelen te worden getroffen. De voorgenomen ontwikkeling sluit aan bij de provinciale Omgevingsvisie en de regels op het gebied van 'wonen' en 'klimaatadaptatie'.
Conclusie De ontwikkeling is in overeenstemming met de uitgangspunten van het provinciaal beleid.
3.3
Regionaal beleid
Regionaal woningbehoefte onderzoek 2019 Elke vier jaar voeren de regiogemeenten gezamenlijk een woningbehoefteonderzoek uit. Deze woningbehoefteonderzoeken bevatten demografische ontwikkelingen en trends. De uitkomsten worden gebruikt om regionaal en lokaal woonbeleid te actualiseren. Afgesproken is dat tussen 2020-2030 minimaal 7.900 en maximaal 15.500 woningen aan de regionale woningvoorraad toegevoegd worden. In het regionale woningbouwprogramma is een indicatieve verdeling van de woningbehoefte naar gemeenten opgenomen.
Toelichting (ontwerp)
13
bestemmingsplan Hoek Dalwagenseweg en Tolsestraat te Opheusden
Huishoudensontwikkeling in de periode 2020 – 2030 volgens verschillende prognosemodellen
Regionale woonagenda 2020-2030 In het najaar van 2020 is de Regionale Woonagenda Rivierenland 2020-2030 vastgesteld. Neder-Betuwe heeft samen met de andere regiogemeenten vijf thema's gekozen waarin we samenwerking zoeken: Continuïteit in productie waarbij we de bestaande woningbouwplannen versneld uitvoeren en waar gaan proberen om adaptief (flexibeler) te programmeren. Betaalbaarheid waarbij we ons extra inzetten voor huishoudens met een laag- of middeninkomen. Flexibiliteit op de woningmarkt: er is een toenemend aantal inwoners dat behoefte heeft aan betaalbare en snel beschikbare woonruimte. Wonen en zorg waarbij er voldoende passende en betaalbare woonruimte beschikbaar moet zijn in een breed scala aan woonvormen. Duurzame woningvoorraad waarbij we kijken naar de Regionale Energie Strategie (RES) die invulling moet geven aan de ambities uit het Klimaatakkoord en het Gelders Energie Akkoord. Regionaal woningbouwprogramma Gekoppeld aan de woonagenda is het Woningbouwprogramma voor de periode 2020-2030 welke is vastgesteld door de Provincie Gelderland. Afgesproken is dat Gemeente Neder-Betuwe Voor Neder-Betuwe gaat het om minimaal 950 en maximaal 1.400 woningen tot 2030.
De Omgevingsverordening stelt ten aanzien van nieuwe woonlocaties (artikel 2.2.1.1) dat “in een bestemmingsplan nieuwe woonlocaties en de daar te bouwen woningen slechts worden toegestaan wanneer dit past in het vigerende door Gedeputeerde Staten vastgestelde Kwalitatief Woonprogramma successievelijk de door Gedeputeerde Staten vastgestelde kwantitatieve opgave wonen voor de betreffende regio.” De gemeenten in de regio Rivierenland werken al jarenlang samen op het gebied van wonen. De regio
14
Toelichting (ontwerp)
bestemmingsplan Hoek Dalwagenseweg en Tolsestraat te Opheusden heeft een methodiek van kwalitatief programmeren ontwikkeld, die de instemming van de provincie heeft. Om de kwantitatieve en kwalitatieve behoefte inzichtelijk te krijgen hebben de gemeenten van de regio Rivierenland afspraken gemaakt voor het opstellen en monitoren - actueel houden - van een regionaal woningbouwprogramma. Het regionale woningbouwprogramma is een dynamische lijst en wordt jaarlijks geactualiseerd. Alle projecten worden getoetst op vijf punten: 1. 2. 3. 4. 5.
Plancapaciteit Planstatus Woonmilieu, prijs en woningtype Ruimtelijke kwaliteit en meerwaarde voor de omgeving Prioritering
Toetsing De ontwikkeling betreft de realisatie van twee vrijstaande woningen. Gezien de zeer kleinschalige ontwikkeling passen de woningen binnen het regionaal beleid. Daarnaast verdwijnt met de ontwikkeling een parkeerterrein dat niet langer noodzakelijk is, en wordt er een goede invulling aan het gebied gegeven. De verharding binnen het plangebied zal afnemen en de woningen worden goed ingepast binnen de omgeving. Gezien de zeer kleinschalige ontwikkeling is het niet noodzakelijk om het plan te toetsen op de vijf punten uit het regionaal woningbouwprogramma.
3.4
Gemeentelijk beleid
Omgevingsvisie Neder-Betuwe De Omgevingsvisie Neder-Betuwe richt zich op 10 speerpunten. Deze 10 speerpunten laten zien waar de gemeente zich de komende jaren op wil richten. Dit willen ze samen doen met de inwoners, ondernemers, organisaties, de regio en andere partners en overheden. De 10 speerpunten zijn: 1. Een omgeving waarin inwoners een leven lang gezond en veilig kunnen leven, wonen en werken; 2. Een goed ondernemers- en vestigingsklimaat, diversiteit in werk voor onze inwoners en een goede aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt; 3. Wonen voor iedereen; 4. Een goede bereikbaarheid voor gebruikers van het OV, de auto, de fiets en voor de wandelaar; 5. Doorontwikkelen en beleefbaar maken van onze identiteit; 6. Doorontwikkeling van de gemeente als centrum voor laanboomteelt en andere agrarische sectoren; 7. Opwekking en gebruik van energie op een duurzame manier; 8. Voorbereid zijn op de veranderingen in klimaat; 9. Een gezonde, groene en biodiverse omgeving; 10. Behoud en ontwikkeling van sterke dorpen in een nieuwe en nauwe samenwerking met de gemeente. Vanuit de speerpunten en de bijbehorende opgaven is een richtinggevende kaart opgesteld. Op deze kaart staat aangegeven in welk gebied een bepaalde ontwikkeling wenselijk is. Voor een aantal speerpunten zijn zoekgebieden en mogelijke ontwikkelrichting opgenomen.
De zoekgebieden zijn wel specifiek aangegeven, voor de overige ontwikkelingen zijn ze richtinggevend en indicatief op de kaart aangegeven. Op deze richtinggevende kaart valt het plangebied binnen gronden waar de aanduiding 'kernen' geldt. Hier gelden verder geen specifieke speerpunten.
Toelichting (ontwerp)
15
bestemmingsplan Hoek Dalwagenseweg en Tolsestraat te Opheusden
Uitsnede 'Richtinggevende kaart'
Programma Wonen 2020-2030:wonen voor iedereen Op 27 januari 2022 is het Programma Wonen 2020-2030: wonen voor iedereen, vastgesteld door de raad van de gemeente Neder-Betuwe. Dit is een verdiepend programma van de (concept) Omgevingsvisie Neder-Betuwe. In het Programma wonen is het beleid met betrekking tot de woningmarkt, het aanbod en de behoefte opgenomen. Om richting te geven aan de ontwikkeling van de gemeente, biedt het Programma Wonen belangrijke handvatten voor de gemeente zelf, maar ook de partners met wie zij op het brede speelveld van het wonen samenwerkt. Het geeft een kwalitatieve inkleuring aan de woningbouwontwikkeling van zowel nieuwbouw als bestaande bouw en alle facetten die hiermee samenhangen. Dit borgt de gemeente door randvoorwaarden te stellen voor de realisatie van sociale huur en sociale koop. Om wonen voor iedereen te realiseren ziet de gemeente de volgende aandachtspunten die gebaseerd zijn op onderzoek, bestaande beleidskaders en discussie met inwoners, professionals en de raad: 1. Betaalbaar voor iedereen Midden 2021 staat de woningmarkt in heel Nederland onder spanning, ook in Neder-Betuwe. In de koopsector is dit bijvoorbeeld te zien aan de steeds hoger wordende prijzen van koopwoningen en een afname van het aantal beschikbare woningen. In de huursector is de spanning te zien aan de lange wachtlijsten voor sociale huurwoningen.
Door het grote tekort aan woningen en de groei van huishoudens wordt het steeds moeilijker om aan een woning te komen. Vooral voor de lagere inkomens, starters en kwetsbare groepen is de situatie nijpend. Maar ook spoedzoekers en middeninkomens hebben moeite met het vinden van een betaalbare woning. Dit geldt voor zowel de koop- als de huursector. 2. Beschikbaar voor iedereen We zetten in op gevarieerde woningbouw in elke kern, zowel qua woningtype als prijsklasse. Dit doen we voor onze lokale inwoners en om aan de autonome inwonersgroei van de gemeente te voldoen. Uit onderzoek van de verhuisstromen blijkt dat we, ondanks gunstige ligging aan de A15, geen grote toestroom hebben vanuit de Randstad. De woningbouwprogrammering is afhankelijk van de bestaande woningen, de behoefte en nieuwbouwmogelijkheden per kern. 3. Vindbaar voor iedereen
16
Toelichting (ontwerp)
bestemmingsplan Hoek Dalwagenseweg en Tolsestraat te Opheusden
Het vinden van een woning is op dit moment geen vanzelfsprekendheid. Het is fijn om te weten welk actueel aanbod er is in de gemeente is. Ook is het handig om te weten bij wie u moet zijn of hoe u kunt reageren om een woning te huren of kopen. Elke verhuurder en verkoper mag zelf bepalen hoe zij dit doen. De gemeente aan de slag om dit voor inwoners beter inzichtelijk te maken. 4. Lagere inkomens In de dorpen van Neder-Betuwe wordt al jaren gemixt gebouwd. Daarmee bedoelen we dat er verschillende woningtypen en prijsklassen gerealiseerd worden: van sociale huur tot luxe villa's. De keuze wat er gebouwd wordt moet aansluiten bij wat nodig is. De bevolking verandert en dat betekent ook dat het bouwprogramma moet veranderen: meer eenpersoonshuishoudens en zorg aan huis, waarbij het merendeel van deze inwoners een inkomen heeft waarmee ze alleen kans maken op een woning in de sociale huur of lage koop. 5. Starters Het begrip starter wordt vaak gebruikt, maar wie is nou die starter? De groep starters wordt door iedereen op een andere manier gedefinieerd. Toch worden starters op de woningmarkt vaak wel gezien als 'jonge mensen'. Hierbij denkt men al snel aan de groep 25-35 jaar, vooral bij koopstarters. De groep tot 25 jaar wordt vaak niet meegenomen als starter op de woningmarkt. Je kan huurstarters en koopstarters onderscheiden.
Huurstarters starten óf in de sociale huur óf in de particuliere huur. Voor koopstarters gaat het veelal om het bemachtigen van een sociale of goedkope koopwoning, waarbij ze zelf geen zelfstandige koopwoning achter laten. Het kan daarbij wel zijn dat deze koopstarters al een stukje wooncarrière in de (sociale) huur heeft doorlopen en daardoor een huurwoning achterlaat. 6. Senioren Vanaf 65 jaar val je onder de noemer senior. Neder-Betuwe telt 2.500 inwoners van 65 tot 75 jaar (ruim 10% van de bevolking) en 1.650 inwoners van 75 jaar of ouder (bijna 7% van de bevolking). Onze gemeente is daarmee iets minder vergrijsd dan het landelijk gemiddelde. De komende jaren zal de vergrijzing in Neder-Betuwe verder toenemen. Dat betekent ook een toenemende zorgvraag en een toenemende vraag naar passend wonen. Het belangrijkste is dat 55-plussers, die nog geen senior zijn, zich ervan bewust moeten worden dat ze tijdig kiezen voor een passende woning. Nadenken over verhuizen of verbouwen als de zorgvraag er is, betekent dat er weinig keuze en/of tijd is voor het vinden van een gewenste woning of verbouwen van de bestaande woning. Als er niet op tijd verhuisd is, moet de huidige woning via de WMO aangepast worden op de hulpvraag.
Toetsing De ontwikkeling betreft de realisatie van twee vrijstaande woningen op gronden die in de huidige situatie in gebruik zijn als parkeerterrein. De noodzaak van het parkeerterrein verdwijnt waarmee er een nieuwe invulling van het gebied noodzakelijk is. Gezien de zeer kleinschalige ontwikkeling is het niet noodzakelijk om het plan te toetsen op de 6 punten uit Programma Wonen van de gemeente Neder-Betuwe. Door het verdwijnen van de parkeerplaatsen is er meer ruimte om groene elementen te realiseren binnen het plangebied. De verharding in het plangebied zal door de ontwikkeling dan ook afnemen. Verder zijn de woningen goed passend binnen het straatbeeld van de omgeving. De goot- en bouwhoogten zullen gelijk zijn aan de bestaande woning binnen het plangebied en omliggende woningen. De vrijstaande woningen worden globaal in dezelfde rooilijn gebouwd als de bestaande woning in het plangebied. Er is bewust gekozen om de woningen verder van de Dalwagenseweg te leggen, zodat het kruispunt van de Dalwagenseweg en de Tolsestraat overzichtelijk blijft. De kruising wordt geaccentueerd door een groenstrook met boom en lage hagen nabij de kruising
Conclusie
Toelichting (ontwerp)
17
bestemmingsplan Hoek Dalwagenseweg en Tolsestraat te Opheusden
De ontwikkeling is in overeenstemming met de uitgangspunten van het gemeentelijk beleid.
18
Toelichting (ontwerp)
bestemmingsplan Hoek Dalwagenseweg en Tolsestraat te Opheusden
Hoofdstuk 4
Omgevingsaspecten
In dit hoofdstuk wordt getoetst in hoeverre deze ontwikkeling haalbaar is in het kader van milieu- en omgevingsaspecten.
4.1
Bodem
Algemeen Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet aangetoond worden dat de bodem- en grondwaterkwaliteit ter plaatse van het plangebied geschikt zijn voor het beoogde gebruik.
Toetsing Door Buro Ontwerp & Omgeving is in november 2021 een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek is als Bijlage 1 bijgevoegd. De conclusie van het onderzoek wordt hierna kort behandeld. De bodem bestaat grotendeels uit (zwak) siltige klei. Plaatselijk bestaat de bovengrond uit matig grof, zwak siltig en humeus zand. In de kleiige bodemlagen is plaatselijk een bijmenging met baksteen (sporen of resten) waargenomen. Incidenteel is in de ondergrond een laag met bijmenging van kolengruis aangetroffen. Op het maaiveld en in de grond zijn op indicatieve wijze geen asbestverdachte materialen aangetroffen. Onder de (klinker)verharding van de parkeerplaats is een laag split (gebroken basalt) met hieronder een laag menggranulaat aanwezig. In beide lagen zijn op zintuiglijke wijze geen asbestverdachte materialen aangetroffen. In de laag menggranulaat is in de fractie < 20 mm geen asbest aangetoond. In de zandige bovengrond zijn gehaltes lood, zink en PAK boven de achtergrondwaarde gemeten. De kleiige bovengrond bevat een gehalte PAK boven de achtergrondwaarde, in de ondergrond met bijmenging van sporen kolengruis liggen de gemeten gehaltes cadmium, kobalt, nikkel, zink en PAK boven de achtergrondwaarde. In de visueel schone ondergrond liggen de gemeten gehaltes onder de achtergrondwaarde. In het grondwater is een concentratie barium boven de streefwaarde gemeten.
De indicatie van de te verwachten bodemkwaliteitsklasse betreft voor de boven- en ondergrond voornamelijk 'AW' (overal toepasbaar), de ondergrond met bijmenging van sporen kolengruis is (indicatief) toepasbaar als 'industrie'.
Aanbevelingen De resultaten van het uitgevoerde verkennend bodemonderzoek geven geen aanleiding tot het uitvoeren van een aanvullend of nader onderzoek. Op basis van het uitgevoerde verkennend bodemonderzoek wordt geconcludeerd dat er geen milieuhygiënische belemmeringen zijn voor de voorgenomen ontwikkeling.
Conclusie Het aspect bodem vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.
4.2
Geluid
Algemeen De mate waarin het geluid, veroorzaakt door het wegverkeer en/of door industrie, onder andere het woonmilieu mag belasten, is geregeld in de Wet geluidhinder (Wgh). Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet volgens de Wgh worden aangetoond dat gevoelige functies, zoals een woning, een aanvaardbare geluidsbelasting hebben als gevolg van omliggende (spoor)wegen en gezoneerde industrieterreinen. Indien nieuwe geluidsgevoelige functies worden toegestaan, stelt de Wgh de verplichting akoestisch
Toelichting (ontwerp)
19
bestemmingsplan Hoek Dalwagenseweg en Tolsestraat te Opheusden onderzoek te verrichten naar de geluidsbelasting ten gevolge van omliggende (spoor)wegen en industrieterreinen.
Toetsing Voor het initiatief is door Buro Ontwerp & Omgeving in maart 2022 een akoestisch onderzoek uitgevoerd. Het onderzoek is als Bijlage 2 bijgevoegd.
Selectie van geluidsbronnen In de omgeving van de nieuwe woningen liggen geen gezoneerde bedrijventerreinen zijn in de nabijheid van de nieuwe woning niet aanwezig. Het plangebied ligt dan ook niet in de zones van gezoneerde bedrijventerreinen. Akoestisch onderzoek naar gezoneerde bedrijventerreinen is dan ook niet nodig. Ten westen van het plangebied ligt de Dalwagenseweg. Deze weg ligt in buitenstedelijk gebied en heeft twee rijstroken. De zone van deze wegen bedragen 200 meter op basis van de Wgh. Het plangebied ligt dan ook in de zone van deze weg. De nieuwe ontwikkeling ligt aan de Tolsestraat. Deze weg heeft een 30 km/uur-regime. Formeel geldt voor deze weg volgens de Wgh geen onderzoeksplicht, omdat de maximaal toegestane snelheid 30 km/uur bedraagt. De verkeersintensiteit op de Tolsestraat zijn dusdanig dat een overschrijding van de voorkeursgrenswaarde van 48 dB niet kan worden uitgesloten. Daarom is in het kader van een goede ruimtelijke ordening toch akoestisch onderzoek uitgevoerd naar de Tolsestraat. Ten zuiden van Opheusden ligt de spoorlijn Dordrecht – Elst (Betuwelijn) op 350 meter van de nieuwe woningen. Langs de A15 ligt de Betuweroute op 800 meter van de nieuwe woningen. Deze Betuwelijn en Betuweroute hebben een zone van 100 respectievelijk 600 meter. Hiermee liggen de nieuwe woningen buiten de zones van de Betuwelijn en Betuweroute.
Akoestisch onderzoek is noodzakelijk naar de geluidhinder afkomstig van de Dalwagenseweg en de Tolsestraat.
Resultaten De hoogste geluidsbelasting afkomstig van de Dalwagenseweg bedraagt 58 dB bij de nieuwe woningen, inclusief aftrek op grond van artikel 110g Wgh. Bij de nieuwe woningen wordt de voorkeursgrenswaarde van 48 dB uit de Wgh overschreden, echter aan de hoogst toelaatbare geluidsbelasting van 63 dB wordt voldaan. De hoogste geluidsbelasting afkomstig van de Tolsestraat bedraagt 54 dB bij de nieuwe woningen, inclusief aftrek op grond van artikel 110g Wgh. Bij de nieuwe woningen wordt de voorkeursgrenswaarde van 48 dB uit de Wgh overschreden, echter aan de hoogst toelaatbare geluidsbelasting van 63 dB wordt voldaan. De cumulatieve geluidsbelasting is van belang voor de berekening van de vereiste gevelisolatie. Volgens het Bouwbesluit 2012 moet een akoestische binnenwaarde van 33 dB bij wegverkeerslawaai worden gegarandeerd. De hoogste cumulatieve geluidsbelastingen (LCUM) is 63 dB. De minimaal benodigde gevelwering is 30 dB. De minimale gevelwering van een standaard gevelconstructie bedraagt, op grond van het Bouwbesluit 2012, 20 dB. In een aanvullend bouwakoestisch onderzoek moet worden onderzocht of aanvullende gevelmaatregelen nodig zijn om de binnenwaarde van 33 dB uit het Bouwbesluit 2012 te halen.
Hogere waarden Het doel van de Wgh is geluidhinder te voorkomen. Maatregelen om de voorkeursgrenswaarde te bereiken zijn bijvoorbeeld het toepassen van stil wegdek op de Dalwagenseweg, het vergroten van de afstand tussen de woningen en de weg of het toepassen van dove gevels. Gezien de beperkte schaal
20
Toelichting (ontwerp)
bestemmingsplan Hoek Dalwagenseweg en Tolsestraat te Opheusden van dit plan (realisatie van twee woningen) is het niet mogelijk of gewenst om effectieve maatregelen te treffen die de geluidsbelastingen terugbrengen tot de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. Op basis van de Wgh kan de gemeente Neder-Betuwe een hogere waarde verlenen afkomstig van de Dalwagenseweg. De verlening van de hogere waarde vindt plaats in een aparte hogere waarde-procedure gelijktijdig met de ruimtelijke procedure. De woningen kunnen na de verlening van hogere waarden worden gerealiseerd
Conclusie Het aspect geluid vormt, mits gelijktijdig met dit bestemmingsplan een hogere-waarde procedure wordt gestart, geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.
4.3
Luchtkwaliteit
Algemeen De Wet luchtkwaliteit (verankerd in de Wet milieubeheer, hoofdstuk 5, titel 5.2) is een implementatie van diverse Europese richtlijnen omtrent luchtkwaliteit, waarin onder andere grenswaarden voor vervuilende stoffen in de buitenlucht zijn vastgesteld ter bescherming van mens en milieu. In Nederland zijn stikstofdioxide (NO2) en zwevende deeltjes als PM10 (fijn stof) de maatgevende stoffen waar de concentratieniveaus het dichtst bij de grenswaarden liggen. Overschrijdingen van de grenswaarden komen, uitzonderlijke situaties daargelaten, bij andere stoffen niet voor. Vanaf 1 januari 2015 dient het bevoegd gezag de luchtkwaliteit ook te toetsen aan de grenswaarde voor PM2,5. Op basis van onderzoek door het Planbureau voor de Leefomgeving kan worden gesteld dat als aan de grenswaarden voor PM10 wordt voldaan, ook aan de grenswaarde voor PM2,5 wordt voldaan. Hoewel de luchtkwaliteit de afgelopen jaren flink is verbeterd, kan Nederland niet voldoen aan de luchtkwaliteitseisen die in 2010 van kracht zijn geworden. De EU heeft Nederland derogatie (uitstel) verleend op grond van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Dit betreft een gemeenschappelijke aanpak van het Rijk en diverse regio's om samen te werken aan een schonere lucht, waarbij ruimte wordt geboden aan noodzakelijke ruimtelijke ontwikkelingen.
Plannen die in betekenende mate bijdragen aan luchtverontreiniging worden opgenomen in een gebiedsgericht programma van het NSL. Het maatregelenpakket in het NSL is hiermee in evenwicht en zodanig dat op termijn de luchtkwaliteit in heel Nederland onder de grenswaarden ligt. Plannen die 'niet in betekenende mate' (NIBM) bijdragen aan luchtverontreiniging hoeven niet langer individueel getoetst te worden aan de Europese grenswaarden aangezien deze niet leiden tot een significante verslechtering van de luchtkwaliteit. Deze grens is in de AMvB NIBM gelegd bij 3% van de grenswaarde van een stof: Voor NO2 en PM10 betekent dit dat aannemelijk moet worden gemaakt dat het project tot maximaal 1,2 µg/m³ verslechtering leidt. Voor een aantal functies (o.a. woningen, kantoren, tuin- en akkerbouw) is dit gekwantificeerd in de ministeriële regeling NIBM. Uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening wordt afgewogen of het aanvaardbaar is het project op deze plaats te realiseren. Hierbij kan de blootstelling aan luchtverontreiniging een rol spelen, ook als het project 'niet in betekenende mate' bijdraagt aan de luchtverontreiniging. Er is sprake van een significante blootstellingsduur als de verblijfsduur die gemiddeld bij de functie te verwachten is een aanzienlijk deel van de dag betreft.
Volgens de toelichting op de Regeling Beoordeling luchtkwaliteit is dit onder andere het geval bij een woning, school of sportterrein. Gevoelige bestemmingen als scholen, kinderdagverblijven, bejaarden- en zorgtehuizen genieten op grond van de gelijknamige AMvB extra bescherming. Substantiële uitbreiding of nieuwvestiging binnen 50 meter van een provinciale weg of 300 meter van een Rijksweg is alleen toegestaan als de concentraties luchtvervuilende stoffen zich onder de grenswaarden bevinden, waardoor geen onacceptabele gezondheidsrisico's optreden.
Toetsing Volgens de ministeriële regeling NIBM draagt een bouwplan met minder dan 1.500 woningen niet in
Toelichting (ontwerp)
21
bestemmingsplan Hoek Dalwagenseweg en Tolsestraat te Opheusden betekenende mate bij aan de luchtverontreiniging. De ontwikkeling bestaat uit twee woningen. Toetsing aan de grenswaarden is derhalve niet noodzakelijk. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is de lokale luchtkwaliteit onderzocht, zodat onacceptabele gezondheidsrisico's kunnen worden uitgesloten. Hiertoe is de monitoringstool uit het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) van de rijksoverheid geraadpleegd. De monitoringstool geeft inzicht in de concentraties stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10) in het plangebied tussen 2020 en 2030. De monitoringstool kent scenario's zonder en met lokale maatregelen die er voor moeten zorgen dat op termijn overal aan de grenswaarden wordt voldaan. Beide typen scenario's laten in de toekomst een afname van de concentraties zien. Dit komt doordat bedrijven en het verkeer steeds schoner worden door technologische verbeteringen. De monitoringstool maakt duidelijk dat de concentraties luchtvervuilende stoffen in de peiljaren 2020 en 2030 in het plangebied onder de grenswaarden liggen die op Europees niveau zijn vastgesteld ter bescherming van mens en milieu tegen schadelijke gevolgen van luchtverontreiniging. De blootstelling aan luchtverontreiniging is hierdoor beperkt en leidt niet tot onaanvaardbare gezondheidsrisico's.
In het plangebied worden geen gevoelige functies beoogd zoals bedoeld in het 'Besluit gevoelige bestemmingen'. Toetsing aan de grenswaarden is daarom niet noodzakelijk.
Conclusie Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.
4.4
Bedrijven en milieuzonering
Algemeen Indien door middel van een plan nieuwe, gevoelige functies of milieuhinderveroorzakende functies mogelijk worden gemaakt, moet worden aangetoond dat een goed leefmilieu binnen en buiten het plangebied mogelijk is. Anderzijds mogen omliggende bedrijven niet in hun ontwikkelingsmogelijkheden worden aangetast door de realisatie van nieuwe gevoelige functies. Wat betreft de aanbevolen richtafstanden tussen bedrijvigheid en gevoelige functies is de VNG publicatie 'Bedrijven en Milieuzonering' als leidraad voor milieuzonering gebruikt. In de VNG-publicatie zijn richtafstanden voor diverse omgevings- en gebiedstypen opgenomen. Het gaat onder andere om de volgende omgevings- en gebiedstypen: 'rustige woonwijk', 'rustig buitengebied' en 'gemengd gebied'. In een rustige woonwijk en een rustig buitengebied komen vrijwel geen andere functies dan de woonfunctie voor. Gemengde gebieden betreffen gebieden die langs hoofdinfrastructuur liggen en/of gebieden met matige tot sterke functiemenging. In een dergelijk gebied komen direct naast woningen andere functies voor, zoals winkels, maatschappelijke voorzieningen, horeca en kleine bedrijven. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd. Voor gemengde gebieden kunnen de aanbevolen richtafstanden met één stap worden verminderd.
De afstand wordt gemeten vanaf de grens van de locatie van de bedrijfsmatige activiteit tot aan de gevel van nieuwe of bestaande gevoelige functies.
Toetsing Het plangebied en haar omgeving maakt gezien de aanwezige functies deel uit van een 'gemengd gebied'. In de directe nabijheid van het plangebied zijn diverse niet-woonfuncties aanwezig: GMB, kantoor, bedrijventerrein Tolsestraat en detailhandel. Met de ontwikkeling worden twee gevoelige functies mogelijk gemaakt.
Bedrijvigheid in het plangebied Binnen het plangebied worden geen functies gerealiseerd die milieuhinder veroorzaken. De nieuwe woningen kunnen worden aangemerkt als milieuhindergevoelig.
22
Toelichting (ontwerp)
bestemmingsplan Hoek Dalwagenseweg en Tolsestraat te Opheusden
Bedrijvigheid in de omgeving van het plangebied Naast voorgenoemde toetsing moet onderzocht worden of de functies in het plangebied hinder ondervinden van hinderveroorzakende functies in de omgeving van het plangebied. Er zijn drie functies in de omgeving van het plangebied die eventueel hinder kunnen veroorzaken: 1. TotalEnergies, Dalwagenseweg 38 2. Autovakmeester Roelofsen, Dalwagenseweg 38 3. GMB Civiel B.V. & GMB Services B.V. De navolgende tabel laat zien hoe de functie kan worden gecategoriseerd op basis van de VNG-brochure 'Bedrijven en milieuzonering'. Gezien het plangebied in een 'gemengd gebied' ligt, mogen de richtafstanden met 1 stap verlaagt worden. Daarnaast geeft de tabel de minimaal aanbevolen richtafstanden (in meters) aan voor de functie:
Functie
Geur
Stof
Geluid Gevaar
Grootste afstand
Afstand tot nieuwe woningen
1. Benzineservisestations zonder LPG
10
0
10
10
10
circa 40 m
2. Handel in auto's en motorfietsen, reparatie- en servicebedrijven
0
0
10
10
10
circa 50 m
10
circa 15 m
3. Bedrijf in maximaal milieucategorie 2
-
-
-
-
Het plangebied ligt op voldoende afstand van de bovengenoemde functies. Volgens het vigerende bestemmingsplan zijn bedrijven tot maximaal milieucategorie 2 toegestaan op de locatie van GMB, tenzij er een specifieke aanduiding is opgenomen dat er ook een bedrijf in de milieucategorie 3.1 gerealiseerd mag worden. Op het terrein van GMB ligt geen aanduiding die het mogelijk maakt om een bedrijf in milieucategorie 3.1 te realiseren. Om deze reden wordt dan ook getoetst aan een bedrijf dat maximaal milieucategorie 2 heeft. Hiervoor geldt een richtafstand van 10 meter in een gemengd gebied. Tevens is de opdeling van het bedrijfsperceel van GMB gunstig ten opzichte van de nieuwe woningen. De kantoren bevinden zich aan zuidzijde, de kant waar de nieuwe woningen gerealiseerd worden. De kantoren zorgen voor een geluidwerende werking van de werkzaamheden die plaatsvinden in het midden van het bedrijfsperceel, waarmee de (belastende) bedrijfsactiviteiten worden afgeschermd en op een grotere afstand zijn gelegen. Verder is het van belang dat er meer woningen rond GMB aanwezig zijn waarmee het bedrijf met hun bedrijfsvoering rekening moet houden. Daarmee kan gesteld worden dat met het toevoegen van de woningen het bedrijf niet wordt belemmerd in zijn bedrijfsvoering. De ontwikkeling van onderhavig bestemmingsplan hangt tevens samen met het vertrek van GMB Civiel B.V. & GMB Services B.V.
op het perceel aan de Dalwagenseweg. Momenteel wordt het perceel waar de nieuwe woningen zijn beoogd gebruikt als parkeerplaats voor GMB. Zodra GMB is verhuisd naar een andere locatie kan het plangebied ontwikkeld worden. De intentie van de ontwikkeling van De Bonegraaf in Dodewaard is dan ook dat de huidige locatie van GMB achter wordt gelaten met een passende invulling, namelijk woningbouw en een locatie waar sociaal-maatschappelijke organisaties zich kunnen huisvesten. Hiermee zal de bedrijfsbestemming ter plaatse worden beëindigd. De nieuwe woningen zullen pas gerealiseerd worden op het moment dat de bedrijvigheid van GMB is verhuisd. Er kan dan ook geconcludeerd worden dat de woningen goed ingepast kunnen worden in een gebied met voornamelijk woningen. Hiermee is sprake van een goed woon- en leefklimaat.
Conclusie Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.
Toelichting (ontwerp)
23
bestemmingsplan Hoek Dalwagenseweg en Tolsestraat te Opheusden
4.5
Externe veiligheid
Algemeen Het beleid voor externe veiligheid is gericht op het verminderen en beheersen van risico's van zware ongevallen met gevaarlijke stoffen in inrichtingen en tijdens het transport ervan. Op basis van de criteria zoals onder andere gesteld in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) worden bedrijven en activiteiten geselecteerd die een risico op zware ongevallen met zich mee (kunnen) brengen. Daarbij gaat het vooral om de grote chemische bedrijven, maar ook om kleinere bedrijven als LPG-tankstations en opslagen van bestrijdingsmiddelen. Daarnaast zijn (hoofd)transportassen voor gevaarlijke stoffen, zoals buisleidingen, spoor-, auto-, en waterwegen, ook als potentiële gevarenbron aangemerkt. Het externe veiligheidsbeleid heeft tot doel zowel individuele burgers als groepen burgers een minimum beschermingsniveau te bieden tegen een ongeval met gevaarlijke stoffen. Om dit doel te bereiken zijn gemeenten en provincies verplicht om bij besluitvorming in het kader van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), de Wet milieubeheer en de Wet op de ruimtelijke ordening de invloed van een risicobron op zijn omgeving te beoordelen. Daartoe wordt binnen het werkveld van de externe veiligheid veelal het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR) gehanteerd.
Het plaatsgebonden risico is de kans dat een persoon die zich gedurende een jaar onafgebroken onbeschermd op een bepaalde plaats bevindt, overlijdt als gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Dit risico wordt per bedrijf en transportas vastgelegd in contouren. Er geldt een contour waarbinnen deze kans 1x10-6 (één op de miljoen) bedraagt. Het groepsrisico is een berekening van de kans dat een groep personen binnen een bepaald gebied overlijdt ten gevolge van een ongeval met gevaarlijke stoffen. De oriëntatiewaarde geeft hierbij de indicatie van een aanvaardbaar groepsrisico. Indien een ontwikkeling is gepland in de nabijheid van een risicobron geldt afhankelijk van de ontwikkeling een verantwoordingsplicht voor het toelaten van gevoelige functies.
Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) Voor bepaalde risicovolle bedrijven geldt het Besluit externe veiligheid inrichtingen en Regeling externe veiligheid inrichtingen (Bevi en Revi). Hierin zijn de risiconormen voor externe veiligheid met betrekking tot bedrijven met gevaarlijke stoffen wettelijk vastgelegd.
Circulaire effectafstanden LPG-tankstations In de circulaire is de effectbenadering uitgewerkt voor LPG-tankstations. Het bevoegd gezag wordt verzocht om rekening te houden met een effectafstand van 60 meter tot (beperkt) kwetsbare objecten. Dit wil zeggen dat deze afstand in beginsel aangehouden moet worden, maar dat gemotiveerd afwijken is toegestaan door het treffen van veiligheidsmaatregelen. Daarnaast wordt verzocht om rekening te houden met een effectafstand van 160 meter tot zeer kwetsbare objecten. Naast de circulaire blijft ook de toetsing aan het Bevi noodzakelijk.
Transport van gevaarlijke stoffen (water, spoor, weg) Voor de beoordeling van de risico's vanwege transport van gevaarlijke stoffen geldt het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt en basisnet), met als uitvloeisel het zogeheten Basisnet en de bijbehorende regeling Basisnet.
Transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen Voor de beoordeling van de risico's van transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen geldt het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb en Revb). Naast de toetsing aan het plaatsgebonden risico en het groepsrisico is hierin vastgelegd dat aan weerszijden van een buisleiding een bebouwingsvrije
24
Toelichting (ontwerp)
bestemmingsplan Hoek Dalwagenseweg en Tolsestraat te Opheusden afstand moet worden aangehouden voor beheer en onderhoud aan de buisleidingen.
Toetsing Binnen het plangebied wordt voorzien in nieuwe kwetsbare objecten in de vorm van woningen. In totaal worden er twee nieuwe kwetsbare objecten in het plangebied gerealiseerd. Het aantal woningen neemt ten opzichte van de het geldende bestemmingsplan toe. De navolgende afbeelding bevat een fragment van de risicokaart Nederland. De globale ligging van het plangebied is aangeduid met een blauwe cirkel.
Uitsnede risicokaart Nederland
Stationaire bronnen In de directe omgeving van het plangebied bevinden zich geen stationaire risico bronnen. Onder deze stationaire bronnen vallen alle risicobronnen, zoals Bevi-inrichtingen en LPG-tankstations die zijn beschreven toetsingskader, inclusief de inrichtingen die vallen onder de Circulaire opslag ontplofbare stoffen voor civiel gebruik, het Activiteitenbesluit milieubeheer of het Vuurwerkbesluit. Binnen het plangebied zijn geen risicobronnen aanwezig die zijn opgenomen in relevante besluiten of circulaires voor externe veiligheid.
Mobiele bronnen In de omgeving van het plangebied bevindt zich een buisleiding die relevant is. De leiding heeft de volgende kenmerken: Naam leiding
Uitwendige diameter
Werkdruk
100% letaliteitsgrens
Afstand t.o.v. plangebied
N-574-10
168 mm
40,00 bar
78 m
>400 m
De buisleiding is op voldoende afstand gelegen waardoor verdere analyse van de buisleiding niet van toepassing is.
Toelichting (ontwerp)
25
bestemmingsplan Hoek Dalwagenseweg en Tolsestraat te Opheusden
Vervoer over weg, water of spoor Aan de hand van de Risicokaart en de regeling Basisnet is gebleken dat in de omgeving van het plangebied: over de rijksweg A15 gevaarlijke stoffen worden vervoerd met een relevante intensiteit over het spoor 202P.2/ 202O.2 (Meteren aansluiting - Ressen = Bemmel) gevaarlijke stoffen worden vervoerd met een relevante intensiteit; over de lokale wegen in de directe omgeving van het plangebied géén noemenswaardig transport van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. Het plangebied is gelegen op circa 850 meter van zowel de spoorlijn als de rijksweg A15. Daarmee ligt het plangebied buiten de 200 meter zone van zowel de spoorlijn als de rijksweg. Het plangebied valt wel binnen het invloedsgebied van zowel de spoorlijn als de rijksweg vanwege het vervoer van brandbare vloeistoffen, toxische vloeistoffen, brandbare gassen en toxische gassen. Om deze reden is een beperkte verantwoording van het groepsrisico noodzakelijk. Volgens artikel 9 van het Bevt moet de veiligheidsregio in de gelegenheid worden gesteld om hierover een advies uit te brengen. Veiligheidsregio Gelderland-Zuid heeft op 22 december 2022 aangegeven dat in dit geval sprake is van een standaardsituatie, waarvoor onderstaande verantwoordingstekst kan worden gehanteerd.
Relevant hierbij is ook dat het ruimtelijke besluit geen betrekking heeft op het mogelijk maken van een (nog niet aanwezig) "zeer kwetsbaar gebouw", bestemd voor verminderd zelfredzame personen.
Beperkte verantwoording groepsrisico Het maatgevende scenario voor de mogelijkheden voor de bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid waarbij het plangebied binnen het invloedsgebied van toxische vloeistoffen/gassen ligt is een toxische wolk. Navolgend is vanuit deze scenario's ingegaan op de mogelijkheden voor de bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid.
De mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp Bij een calamiteit zal de brandweer zich inzetten om effecten ten gevolge van het incident te beperken of te voorkomen. Deze inzet zal voornamelijk plaatsvinden bij de bron. De brandweer richt zich dan niet direct op het bestrijden van effecten in of nabij het plangebied. Eventuele secundaire branden in het plangebied kunnen met behulp van de primaire bluswatervoorzieningen worden bestreden door de brandweer. De mogelijkheden voor bestrijdbaarheid worden daarom niet verder in beschouwing genomen.
De mogelijkheden voor personen om zich in veiligheid te brengen Bij een calamiteit is het belangrijk dat de aanwezigen in het plangebied worden geïnformeerd hoe te handelen bij een incident. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van de zogenaamde waarschuwings- en alarmeringspalen (WAS-palen) of NL-alert. Bij een scenario waarin toxische stoffen vrijkomen, is het advies om te schuilen in een gebouw, waarvan ramen, deuren en ventilatie gesloten kunnen worden.