Bijlage 3 - Nota van uitgangspunten
Tekst van het document
Nota van Uitgangspunten
Omgevingsplan Kernen Neder-Betuwe
Gemeente Neder-Betuwe
Datum: september 2023 Projectnummer: 220232
INHOUD
1
Inleiding
3
2
Thema’s
Cultureel erfgoed en omgevingskwaliteiten Duurzaamheid en klimaatadaptatie
9
9 11
3
Functies op basis van geldende bestemmingen
16
1.1 1.2 1.3
2.1 2.2
3.1 3.2
Aanleiding Uitgangspunten Omgevingsplan Kernen Hoe is de Nota van Uitgangspunten tot stand gekomen?
3 4 6
3.3 3.4 3.5 3.6 3.7
Wonen Detailhandel, Dienstverlening, Horeca, Kantooractiviteiten en Centrumactiviteiten Maatschappelijke en sport- en recreatie activiteiten Bedrijvigheid Openbare ruimte Agrarische activiteiten Natuur
4
Bouwen van bouwwerken, aanleg- en sloopactiviteiten
5
Activiteit overstijgende regels/Bruidsschat en milieuthema’s 32
4.1 4.2 4.3
5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9
6
6.1 6.2
Bouwen van bouwwerken Sloopactiviteiten Aanlegactiviteiten
16 18 18 20 22 26 27
28
28 30 31
Algemeen Geluid Trillingen Geur Bodem Externe veiligheid Luchtkwaliteit Lozingen Overige aspecten
32 35 38 39 44 45 47 48 48
Wijzigingsbevoegdheden en afwijkingen
50
Wijzigingsbevoegdheden Afwijkingen
Bijlage
Inventarisatienota
50 50
1
Inleiding
1.1
Aanleiding De gemeente Neder-Betuwe bereidt zich voor op de invoering van de Omgevingswet. De Omgevingswet heeft tot doel de regels voor ruimtelijke projecten te bundelen en te vereenvoudigen. Wetten voor de leefomgeving worden daarom samengevoegd en gemoderniseerd. Als gevolg hiervan worden ruimtelijke regels en milieuregels verder geïntegreerd in de Omgevingswet. Daarnaast ontstaat er meer ruimte voor maatwerk op lokaal niveau. In het omgevingsplan zijn de gemeentelijke regels voor de fysieke leefomgeving opgenomen. Het omgevingsplan vervangt het instrument bestemmingsplan en aanverwante ruimtelijke plannen zoals wijzigingsplannen en uitwerkingsplannen. Daarnaast vervangt het de verordeningen die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving, zoals een deel van de Algemene Plaatselijk Verordening (APV) en de Erfgoedverordening. Het omgevingsplan is straks hét instrument, waarin deze integratie van regels op lokaal niveau plaatsvindt. Vanaf het moment dat de Omgevingswet in werking treedt, werken we voor de gemeente met het tijdelijke omgevingsplan (TOP).
Het TOP is een samenvoeging van: de bestaande ruimtelijke plannen in de gemeente (bestemmingsplannen, wijzigingsplannen, uitwerkingsplannen en beheersverordeningen); een aantal verordeningen (de (archeologiebepaling uit de) erfgoedverordening, geurverordening en verordening afvoer regen- en grondwater); de bodemkwaliteitskaart, de bodemfunctiekaart en de lokaal maximale waarden voor toepassen van grond; en de bruidsschat (regels die verhuizen van Rijksniveau naar gemeentelijk niveau). Tijdens de transitieperiode tot en met 31 december 2029 moet de gemeente het tijdelijke omgevingsplan (TOP) omzetten naar een permanent omgevingsplan (POP).
3
De gemeenteraad heeft op 30 juni 2021 het Plan van aanpak transitieperiode vastgesteld waarin is bepaald op welke manier we het omgevingsplan opbouwen. Hierbij is gekozen om de bestemmingsplannen per gebiedstype om te zetten naar het permanente omgevingsplan (POP), waarbij we beginnen met het deelgebied kernen. Met het Plan van aanpak transitieperiode is besloten de verordeningen en de bruidsschat op een later moment naar het permanente omgevingsplan te verhuizen. De verordeningen zetten we thematisch over naar het permanente omgevingsplan. Bij de verordeningen is geen sprake van urgentie anders dan dat zij op 1 januari 2030 in het permanente omgevingsplan moeten staan. Met het Plan van aanpak transitieperiode is vastgesteld om de verordeningen op een natuurlijk moment, bijvoorbeeld wanneer er sprake is van een actualisatie door wijzigingen in beleid of wetgeving, over te zetten naar het permanente omgevingsplan. De bruidsschat kan naast gebiedsgericht (per deelgebied) ook thematisch worden omgezet (per onderwerp/artikel). Bij de bruidsschat is net als bij de verordeningen geen sprake van urgentie anders dan dat zij op 1 januari 2030 in het permanente omgevingsplan moeten staan. De verordeningen en de bruidsschat nemen we op een later moment in het permanente omgevingsplan op, tenzij in de volgende hoofdstukken iets anders staat aangegeven.
1.2
Uitgangspunten Omgevingsplan Kernen Het omgevingsplan heeft twee doelen, aan de ene kant de ruimte bieden voor ontwikkelingen en aan de andere kant het beschermen van waarden. Voor het zoeken van een balans tussen deze twee doelen geldt de spelregel dat het omgevingsplan zorg moet dragen voor een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. De Nota van Uitgangspunten vormt het vertrekpunt voor het (permanente) omgevingsplan voor de kernen, hierin leggen we vast hoe we omgaan met aandachtspunten en keuzes voor het permanente omgevingsplan voor de kernen. Dit wil niet zeggen dat we het omgevingsplan voor dit deel niet meer aanpassen. Een 4
omgevingsplan is immers een dynamisch plan. Als de gemeenteraad nieuw beleid of nieuwe plannen vaststelt die gevolgen hebben voor de fysieke leefomgeving, dan zal dit leiden tot een wijziging van het omgevingsplan. 1.2.1
Algemene uitgangspunten In het omgevingsplan voor de kernen nemen we de bestaande regels uit bestemmingsplannen, gemeentelijke verordeningen en de bruidsschat in principe beleidsneutraal over. Dit uitgangspunt ligt in het Plan van aanpak transitieperiode vast. Het omgevingsplan is een ander instrument dan een bestemmingsplan. Aan een omgevingsplan worden andere (technische) eisen gesteld dan aan een bestemmingsplan. Het één op één verhuizen van bestaande regels is daardoor niet mogelijk. Binnen de gemeente zijn meerdere bestemmingsplannen van kracht. Eén van de eisen ten aanzien van een omgevingsplan is dat er straks nog maar één omgevingsplan voor de hele gemeente geldt. We kijken daarom bij de omzetting naar de manier waarop regels worden geformuleerd en naar kansen voor deregulering. Naast het uniformeren, harmoniseren en dereguleren biedt het omgevingsplan ook meer afwegingsruimte voor de gemeente. In deze Nota van Uitgangspunten zijn we voorzichtig omgegaan met deze afwegingsruimte, omdat we vaak eerst een afweging in beleid moeten maken. De vergunningsplicht, of meldingsplicht voor ruimtelijke activiteiten, moet in het omgevingsplan expliciet worden opgenomen. Als de gemeente dit niet doet, is bijvoorbeeld het bouwen van een bouwwerk vergunningsvrij.
Om te voorkomen dat er allerlei ongewenste situaties ontstaan nemen we in het omgevingsplan expliciet op dat hetgeen wat niet geregeld is in het omgevingsplan, niet is toegestaan. Dit komt overeen met de huidige situatie. Ook voor bestemmingsplannen geldt dat alleen hetgeen wat expliciet mogelijk is of wordt gemaakt, toegestaan is. In elk ander geval wordt gehandeld in strijd met het bestemmingsplan.
1.2.2
Wijzigingen ten opzichte van de bestemmingsplannen De wijzigingen van het omgevingsplan ten opzichte van de bestemmingsplannen zijn als volgt in te delen: Kleine technische wijzigingen Wijzigingen die bestuurlijk minder relevant zijn en alleen te maken hebben met het feit dat het omgevingsplan een nieuw instrument is met een nieuw technisch en juridisch wettelijk kader. Deze wijzigingen houden hoofdzakelijk verband met de structuur van de regeling en de formulering van regels (veelal redactionele wijzigingen). Hieronder vallen ook wijzigingen uit bestemmingsplannen die in het omgevingsplan worden samengevoegd. Dit leidt tot harmonisering en uniformering en dus ook tot wijzigingen. We verwachten dat dit geen impact heeft op bestaande rechten van burgers en bedrijven, bij het opstellen van de regels zien wij hier scherp op toe. Als het harmoniseren en uniformeren van regels onverhoopt wel dit gevolg heeft, herstellen wij dit na participatie en/of zienswijzen. Het omgevingsplan bevat ook overgangsrecht. Aangezien deze wijzigingen alleen technisch van aard zijn en niet inhoudelijk, zijn deze niet opgenomen in deze nota. Beleidswijzigingen 5
Wijzigingen als gevolg van gemeentelijk, provinciaal of rijksbeleid benoemen we in deze Nota van Uitganspunten uitdrukkelijk. Voor de gemeente is de omgevingsvisie een belangrijk document. Maar ook alle sectorale beleidsdocumenten die componenten hebben die de fysieke leefomgeving raken. Met de omgevingsvisie is het integrale beleid voor de fysieke leefomgeving voor de gemeente vastgesteld. Bij de verschillende onderwerpen in de navolgende hoofdstukken hebben we het beleid uit de omgevingsvisie opgenomen en aangegeven hoe we er in het omgevingsplan mee willen omgaan. Afwegingsruimte voor gemeenten Wijzigingen over thema’s die in het omgevingsplan geregeld moeten worden, omdat het Rijk ze niet meer in landelijke wetgeving regelt. In het algemeen sluiten we voor deze wijzigingen aan bij de huidige (landelijke) regelingen (beleidsneutraal). Deze regels worden opgenomen in de bruidsschat en maken bij de invoering van de Omgevingswet deel uit van het tijdelijke omgevingsplan en worden later in de transitieperiode in het permanente omgevingsplan opgenomen. Voor sommige regels is het niet wenselijk of onlogisch om te wachten met deze over te nemen, bijvoorbeeld omdat voor een aspect nu regels worden opgenomen en een deel dan nog onder de bruidsschat zouden vallen. Dan worden de regels uit de bruidsschat direct opgenomen in het permanente omgevingsplan.
Voor zover relevant geven we dat in de navolgende hoofdstukken aan. Als er redenen zijn om in het omgevingsplan niet aan te sluiten bij de huidige (landelijke) regeling, bijvoorbeeld door mogelijkheden voor deregulering of door gebruik te maken van de afwegingsruimte om aan te sluiten bij het gemeentelijke beleid, is dat in deze Nota van Uitgangspunten uitdrukkelijk benoemd. Instructieregels Rijk en provincie Zowel door het Rijk als de provincie zijn instructieregels vastgesteld. Dit zijn regels die, voor zover relevant, de gemeente verplicht moet overnemen in het omgevingsplan. Denk hierbij aan regels van de provincie voor intrekgebieden voor drinkwater.
1.3
Hoe is de Nota van Uitgangspunten tot stand gekomen?
1.3.1
Inventarisatie Er is gestart met het opstellen van een inventarisatienota waarin het volgende is geïnventariseerd: Rijksbeleid: het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) bevat instructieregels voor onder andere geluid (aanwijzen geluidaandachtsgebieden) en geur (aanwijzen geurcontour). Provinciaal beleid: de omgevingsverordening bevat instructieregels voor onder andere intrekgebieden, het NNN (Natuurnetwerk Nederland) en de Limes. Gemeentelijk beleid: overzicht van de beleidsambities uit de omgevingsvisie (en hoe we deze eventueel kunnen vertalen naar het omgevingsplan) en sectorale beleidsdocumenten. In het kader van de inventarisatie beoordeelden we in hoeverre de situatie ‘in het veld’ overeenkomt met hetgeen op de verbeelding van de huidige bestemmingsplannen is verankerd. Deze inventarisatie heeft plaatsgevonden op perceelsniveau, op basis van scherpe luchtfoto’s, BAG-gegevens (indien beschikbaar), streetviewbeelden en een bezoek aan het plangebied. Deze inventarisatie heeft zich hoofdzakelijk toegespitst op recent ontwikkelde (woon)gebieden en locaties, 6
omdat een groot deel van het plangebied reeds is geïnventariseerd (en geactualiseerd) in het recent vastgestelde bestemmingsplan ‘Kernen Neder-Betuwe’. Daarnaast zijn er (postzegel)plannen binnen de kernen vastgesteld. Bij de inventarisatie van de recent ontwikkelde gebieden en locaties zijn de aanwezige bebouwing, functies en terreininrichting ‘op het zicht’ geïnventariseerd en is beoordeeld in welke gevallen de feitelijk aanwezige situatie niet strookt met de geldende bestemmingsplannen (retrospectieve toets) of de omgevingsvergunning voor bouwen. Daarbij is gekeken naar de bouwhoogte en situering van gebouwen, de bouwhoogte en situering van andere bouwwerken en functies, en toegestaan gebruik. De strijdigheden die zijn geconstateerd zijn weergegeven in een zogeheten ‘strijdighedenkaart’ waarop de strijdigheden met sticky notes zijn aangegeven. Alleen gevallen die feitelijk de toegestane maatvoeringen en/of bouw- en bestemmingsgrenzen overschrijden zijn opgenomen. Gevallen waarin in de huidige situatie de maximale mogelijkheden uit de vigerende regeling nog niet zijn benut, zijn niet aangemerkt als strijdigheid. Naast strijdigheden zijn er ook nog enkele technische aandachtspunten en/of opmerkingen gemaakt. Dit betrof verschillen tussen de ondergrond (BGT) en de bestemmingsplankaart (verbeelding).
Destijds werd een andere ondergrond gebruikt, waardoor er beperkte verschillen zijn ontstaan. De meeste strijdigheden komen voort uit de verkoop van groen als gevolg van het project grondgebruik. Groenstroken die zijn verkocht kunnen bij de woonbestemming worden getrokken. Stroken die zijn verhuurd behouden de groenbestemming. De overige strijdigheden zijn uitgezet bij de ODR om controles uit te voeren. Zo nodig kan handhavend opgetreden worden. De locatie (Nannenbergstraat in Herenland) is nog niet opgenomen in het bestemmingsplan Kernen en hiervoor is nog geen digitaal bestemmingsplan. Deze locatie krijgt een passende bestemming in het omgevingsplan Kernen. De inventarisatienota is ter kennisname als bijlage bij deze Nota van Uitgangspunten gevoegd. 1.3.2
Werksessies Om met een zo integraal mogelijke blik naar de opgave te kijken is niet alleen de projectleider en een beleidsmedewerker ruimtelijke ordening betrokken, maar zijn ook de adviseurs van de vakdisciplines milieu, openbare ruimte, water, riolering, groen, volkshuisvesting, duurzaamheid, klimaat, erfgoed, veiligheid, gezondheid, spelen, bouwen, stedenbouw, verkeer, bodem, archeologie, erfgoed, waren afhankelijk van het thema, erbij betrokken. Dat geldt ook voor de Omgevingsdienst Rivierenland. In de thematische werksessies is de inventarisatie besproken en zijn de gebieden, thema’s, activiteiten en regelkwalificaties (vergunningsplicht, meldingsplicht of vergunningsvrij) in het omgevingsplan inhoudelijk besproken en gezamenlijk ‘ingekleurd’. In elke werksessie zijn één of meerdere thema’s ‘bij de kop gepakt’ en is er ruimte voor discussie geweest.
1.4
Leeswijzer Na deze inleiding volgen hoofdstukken waarin we nader ingaan op thema’s met de vast te leggen waarden, de verhuizing van de bestemmingen (functies), hoe om te gaan met bouwmogelijkheden en de milieuaspecten die vooral via de bruidsschat overgaan naar de gemeente (activiteit overstijgende regels). Tot slot 7
is aangegeven hoe we om willen gaan met de huidige wijzigingsbevoegdheden en afwijkingsmogelijkheden die in de bestemmingsplannen zijn opgenomen. Per onderdeel nemen we steeds een voorstel op hoe we het aspect kunnen meenemen in het omgevingsplan.
8
2
Thema’s Zoals eerder aangeven, is één van de doelen van het omgevingsplan om waarden te beschermen. In dit hoofdstuk gaan we in op de cultuurhistorische waarden en omgevingskwaliteiten. Om te zorgen dat de gemeente toekomstbestendig is, zet de gemeente in op duurzaamheid en klimaatadaptatie. In dit hoofdstuk stellen we voor hoe om te gaan met de verschillende klimaat- en duurzaamheidsthema’s in het omgevingsplan voor de kernen.
2.1
Cultureel erfgoed en omgevingskwaliteiten
2.1.1
Cultuurhistorie en archeologie Hoe is het nu geregeld? De gemeente Neder-Betuwe heeft in 2018 het bestemmingsplan ‘Parapluregeling Archeologie’ vastgesteld, waarin het behoud van archeologische waarden in de bodem juridisch-planologisch is verankerd. In dit bestemmingsplan zijn de verschillende archeologische (verwachtings)waarden vertaald naar zogenaamde archeologische dubbelbestemmingen. Deze zijn later overgenomen in het bestemmingsplan Kernen Neder-Betuwe. In het bestemmingsplan Kernen Neder-Betuwe zijn de monumenten en is het beschermde dorpsgezicht Kesteren (voor zover deze in de kern ligt) opgenomen. Voor het beschermde dorpsgezicht zijn regels opgenomen voor het (ver)bouwen en slopen. De monumenten zijn in het bestemmingsplan Kernen voorzien van de aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding - monument’. In de bestemmingsplanregels is opgenomen dat voor deze aanduiding de gronden mede bestemd zijn voor het behoud, beheer en herstel van de aanwezige cultuurhistorische en monumentale waarden van de gebouwen en de omgeving. Verder is er in het bestemmingsplan Kernen Neder-Betuwe de bestemming ‘Agrarisch met waarden’ opgenomen. Hier zijn de gronden, naast de agrarische functie, bestemd voor de bescherming van de aanwezige natuurwaarden, cultuurhistorische waarden en landschappelijke waarden.
Binnen deze bestemming zijn bepaalde werkzaamheden zoals het afgraven en ophogen van gronden, het verharden van terrein of het planten van opgaande beplanting alleen toegestaan als de cultuurhistorische waarden niet worden aangetast. De regels over het behoud en beheer van cultureel erfgoed vallen onder de Erfgoedwet. De gemeentelijke erfgoedverordening regelt de bescherming van de monumenten. Is er nieuw beleid/regelgeving? De gemeenteraad heeft op 27 januari 2022 de Erfgoedbeleidnota vastgesteld. Naast monumenten en mogelijke archeologische waarden komen ook (integrale) ensemblegebieden en landschapswaarden aan bod. De gemeente heeft in 2022 de waarderingskaart van bouwkunst en stedenbouw (de monumenten), landschap en integrale ensembles vastgesteld. Voor alle hoog en zeer hoog gewaardeerde landschapselementen, bouwkunst objecten, stedenbouwkundige ensembles en integrale ensembles worden redengevende beschrijvingen opgesteld. Deze beschrijvingen maken duidelijk wat we middels planregels in het omgevingsplan moeten beschermen. 9
De integrale ensembles zijn in de omgevingsvisie opgenomen en om deze integrale ensembles/parels snel te kunnen beschermen wordt er voor deze integrale ensembles een paraplubestemmingsplan opgesteld. Het bestaande stads- en dorpsgezicht Kesteren maakt onderdeel uit van één van de ensembles. De gemeentelijke monumentenlijst is herijkt. Voor een deel kan de monumentenstatus vervallen en er zijn nieuwe monumenten toegevoegd. Hiervoor moeten we de formele procedure nog volgen. Regels uit de erfgoedverordening die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving, moeten eind 2029 opgenomen zijn in het omgevingsplan. Voor onroerend cultureel erfgoed mag de erfgoedverordening (na 2030) dan alleen nog regels bevatten die geen directe relatie hebben met de fysieke leefomgeving, zoals subsidieregelingen. Hoe gaan we het regelen in het omgevingsplan? De geldende regelingen voor archeologie en agrarisch met waarden nemen we uit het geldende bestemmingsplan over. De monumenten zoals nu opgenomen in het bestemmingsplan nemen we niet over, aangezien deze niet meer in overeenstemming zijn met de monumentenlijst die herzien wordt. Zodra de nieuwe monumentenlijst definitief vastgesteld is kunnen we de monumenten met een wijziging van het omgevingsplan opnemen in het permanente omgevingsplan. Monumenten zijn en blijven nu beschermd via de erfgoedverordening.
De integrale ensembles worden in een paraplubestemmingsplan opgenomen. Deze kunnen we later in dit omgevingsplan (voor het deel dat in de kernen ligt) overnemen. De overige hoog en zeer hoog gewaardeerde elementen uit het erfgoedbeleid/waardenkaart zoals landschapselementen en stedenbouwkundige ensembles nemen we nu niet op. Zodra de redengevende beschrijvingen gereed zijn kunnen we deze via een wijziging van het omgevingsplan opnemen. Voorstellen Beperkingengebieden voor archeologie opnemen, overeenkomstig de huidige regels in het bestemmingsplan Kernen Neder-Betuwe. De gebieden met landschappelijke waarden conform het huidige bestemmingsplan overnemen. Integrale ensembles opnemen (voor het deel kernen) zodra het parapluplan vastgesteld is. Monumenten niet opnemen in het omgevingsplan. Na vaststelling van de monumentenlijst kunnen we deze via een wijziging van het omgevingsplan opnemen. Alle hoog en zeer hoog gewaarde objecten uit het erfgoedbeleid kunnen we na het vaststellen van de redengevende beschrijvingen opnemen via een wijziging van het omgevingsplan. 2.1.2
Welstand Hoe is het nu geregeld? In de Welstandsnota gemeente Neder-Betuwe ligt vast hoe het welstandstoezicht in de gemeente Neder-Betuwe is geregeld. Tevens geeft deze nota 10
uitgangspunten en criteria voor het welstandsoordeel. In de welstandsnota zijn 4 gebieden opgenomen: Welstandsniveau 1: zware toetsing, hier is altijd een welstandstoets verplicht. Welstandsniveau 2: reguliere toetsing Welstandsniveau 3: lichte toetsing, hier is geen welstandstoets nodig en moet alleen worden voldaan aan redelijke eisen van welstand. Welstandsniveau 4: welstandsvrij, hier is geen welstandstoets nodig. Voor nieuwbouwplannen zijn beeldkwaliteitsplannen vastgesteld die onderdeel uitmaken van de welstandsnota. Hieraan zal altijd getoetst worden. Is er nieuw beleid/regelgeving? Er is nu geen nieuw beleid. De welstandsnota wordt op termijn herzien. Bij deze herziening zal behoud en zichtbaarheid van de Neder-Betuwse bouwkarakteristiek een belangrijk thema zijn. Hoe gaan we het regelen in het omgevingsplan? In het omgevingsplan verwijzen we naar de welstandsnota, inclusief de beeldkwaliteitsplannen. Bij het verlenen van omgevingsvergunningen vindt net als nu, afhankelijk van het gebied, een welstandstoets plaats. Nadat de welstandsnota geactualiseerd is, kunnen we deze met een wijziging van het omgevingsplan opnemen. Voorstel Zodra er nieuw welstandsbeleid gereed is kunnen we dit via een wijziging omgevingsplan opnemen.
2.2
Duurzaamheid en klimaatadaptatie Duurzaamheid en klimaatadaptatie is een breed thema. In de omgevingsvisie en diverse beleidsdocumenten is duurzaamheid en klimaatadaptatie benoemd als belangrijke opgave voor de komende periode. Van belang is dat we de openbare ruimte op een manier inrichten zodat we voorkomen dat extreme hitte, droogte of regenval een probleem oplevert. Eén van de acties is investeren in de biodiversiteit in de openbare ruimte. Het thema duurzaamheid krijgt een plek in het omgevingsplan waar dat mogelijk is. Het thema Waterberging is opgenomen in paragraaf 3.5 Openbare ruimte. De overige thema’s volgen hierna.
2.2.1
Klimaatadaptatie en hittestress Hoe is het nu geregeld? Ten aanzien van klimaatadaptatie en hittestress is nu niet specifiek iets geregeld in de bestemmingsplannen met uitzondering van de wateropvang. In bijna alle bestemmingen is de aanleg van water en groen en de aanplant van bomen mogelijk. Is er nieuw beleid/regelgeving? Omgevingsvisie Eén van de speerpunten uit de omgevingsvisie is het voorbereid zijn op de veranderingen in het klimaat. Om veilig te blijven bij piekbuien reserveert de 11
gemeente meer ruimte voor water, zowel voor de rivier als binnen de dijken. Daardoor is er ook voldoende watervoorraad voor periodes van droogte. De gemeente zal meer bomen planten om schaduw te bieden voor mensen en dieren en om hittestress te voorkomen. Bij nieuwe ontwikkelingen sturen we op de aanleg van groen, voldoende waterberging en het aanplanten van bomen. Beleidskader Klimaatadaptatie Neder-Betuwe 2022-2027 In december 2022 is de visie voor klimaatadaptatie door de raad vastgesteld. In deze visie zijn beleidslijnen opgenomen die we met name kunnen uitvoeren bij nieuwe ontwikkelingen. Deze moeten we uiteindelijk voor nieuwe ontwikkelingen in het omgevingsplan borgen. Programmaplan Duurzaamheid gemeente Neder-Betuwe (juli 2022) In het Programmaplan Duurzaamheid benoemen we diverse uitvoeringsprogramma’s. Hierin zijn uitgangspunten opgenomen voor de thema’s duurzame en gezonde leefstijl en energiebesparing. Hoe gaan we het regelen in het omgevingsplan? Met dit omgevingsplan maken we geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk waar de beleidslijnen uit het beleidskader Klimaatadaptatie Neder-Betuwe 2022-2027 of onderdelen uit het Programmaplan Duurzaamheid van toepassing/relevant zijn. In het omgevingsplan nemen we het beleid en het programma daarom nu niet mee. Bij een wijziging van het omgevingsplan ten behoeve van ontwikkelingen nemen we deze voorwaarden op.
De aanplant van bomen en de aanleg van groen en water blijft mogelijk binnen bijna alle functies van het omgevingsplan Kernen, vergelijkbaar met de huidige mogelijkheden in het bestemmingsplan. Hier verandert niets aan. Er zijn dus voldoende mogelijkheden voor de aanleg van waterberging/vergroening en dergelijke in het bestaand stedelijke gebied. Voorstellen Nu geen specifieke regels ten aanzien van klimaatadaptatie opnemen in het omgevingsplan voor de Kernen. Binnen alle functies de aanleg van groen en water mogelijk houden.
2.2.2
Energieprestatie Hoe is het nu geregeld? Binnen bestemmingsplannen zijn geen regels opgenomen over wind- en zonneparken. Er zijn ook geen regels opgenomen over energieprestatie. In het bouwbesluit staan regels over isolatiewaarden van gebouwen. Zonnepanelen en zonneboilers op het dak zijn in de meeste gevallen vergunningsvrij. Aan het plaatsen op een plat dak zijn iets meer voorwaarden verbonden dan aan het plaatsen op een schuin dak. Voor bouwwerken geldt een maximale hoogte van 3 meter. Daarmee zijn zonnepanelen of -boilers op maaiveld mogelijk. 12
Een buitenunit van een warmtepomp op de grond is in de meeste gevallen vergunningsvrij. Indien deze unit aan de gevel of op het dak wordt geplaatst, is het een ondergeschikt bouwdeel als de bouw- of bestemmingsgrens met niet meer dan 1 meter wordt overschreden of de hoogte met niet meer dan 50 cm. Voor het verruimen van de bebouwing ten behoeve van isolatie zijn geen mogelijkheden indien de maximale toegestane maten van een gebouw al gebruikt zijn. Is er nieuw beleid/regelgeving? Het Besluit bouwwerken leefomgeving Het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) bevat rechtstreeks werkende (technische bouw)regels voor het bouwen, verbouwen, de staat van het bouwwerk en het gebruik en slopen van gebouwen en bouwwerken. Deze zijn vergelijkbaar met het huidige Bouwbesluit 2012. Hierin zijn onder andere regels opgenomen over de isolatiewaarden. Het is mogelijk als gemeente strengere eisen te stellen dan in het Bbl opgenomen zijn, bijvoorbeeld door strengere normen voor isolatie op te nemen. In het Bbl zijn ook vergunningsvrije bouwwerken opgenomen. Dit betreft onder andere de aanleg van zonnecollectoren en zonnepanelen op daken. Hiervoor zijn regels met betrekking tot afmetingen, afstanden en hellingshoek opgenomen.
De gemeente kan ruimere regels opnemen voor het vergunningsvrije bouwen, bijvoorbeeld door ruimere regels op te nemen voor het vergunningsvrij toestaan van zonnecollectoren en zonnepanelen. Hierdoor maken we de aanleg van deze voorzieningen makkelijker. Omgevingsvisie In de omgevingsvisie is de ambitie opgenomen dat energie op een duurzame manier wordt opgewekt en gebruikt. Daarmee doelt de gemeente op de overgang van het huidige energiegebruik en de gangbare manier van opwekking van energie naar een nieuwe, duurzame manier. De gemeente werkt toe naar aardgasvrij wonen voor bestaande woningen volgens een regionale (RES) en lokale strategie (Transitievisie Warmte). De gemeente werkt toe naar goed geïsoleerde woningen zonder aardgas. De gemeente zet in op energiebesparing en isoleren om minder energie te verbruiken. Klimaatnota 2021-2025 In verband met de energietransitie stelt de gemeente doelen voor energiebesparing en het gebruik van hernieuwbare energie en CO2 reductie. In de nota zijn zoekgebieden voor energieparken opgenomen. Binnen de zoekgebieden voor energieparken kunnen, onder voorwaarden, windparken of zonneparken mogelijk gemaakt worden. Echter deze zoekgebieden liggen buiten het gebied van de kernen. Transitievisie Warmte Neder-Betuwe 1.0 De transitievisie Warmte is een routekaart voor het aardgasvrij maken van de gebouwde omgeving.
Het aardgasverbruik in de gebouwde omgeving binnen de gemeente moet tussen nu en 2030 met ongeveer een derde verminderd worden. In dit kader is onder andere het leidingennet geïnventariseerd om inzicht de krijgen in de mogelijkheden voor een warmtenet en de capaciteit van het elektriciteitsnet. Hoe gaan we het regelen in het omgevingsplan? Er is geen reden om af te wijken van de bouwtechnische regels zoals opgenomen in het Bbl. Deze komen overeen met de huidige regels. Er is nu geen beleid om strengere regels op te maken. 13
Om het plaatsen van zonnepanelen en warmtepompen te stimuleren is het mogelijk de regels waaronder deze vergunningsvrij geplaatst kunnen worden, te verruimen. Met uitzondering van monumenten is het wenselijk de aanleg van zonnepanelen op daken geheel vergunningsvrij te maken. Daarnaast kan het plaatsen van zonnepanelen op het achtererf- en het zijerfgebied ook vergunningsvrij gemaakt worden. Hierbij kan aangesloten worden bij het gebied waar bijgebouwen vergunningsvrij zijn. In het voorerfgebied en zijerfgebied grenzend aan het openbare gebied blijft een nadere afweging gewenst in verband met het straat- en bebouwingsbeeld en de landschappelijke inpassing. Om een woning te isoleren kan de situatie ontstaan dat de woning groter (hoger of een grotere oppervlakte) wordt dan is toegestaan op basis van de huidige bestemmingsplanregels. Om isolatie van woningen te stimuleren kan deze beperkte vergroting van het gebouw, voor het aanbrengen van isolatie, vergunningsvrij zijn. Voor monumenten is dit niet wenselijk. Voor deze vergroting mag het bouwvlak met 30 cm vergunningsvrij worden overschreden voor het aanbrengen van isolatie. Het vergunningsvrij verhogen van een gebouw is in bepaalde gevallen niet wenselijk, omdat hierdoor bij rijwoningen en twee-onder-één kap woningen ongewenste situaties ontstaan ten aanzien van het bebouwingsbeeld.
Vrijstaande woningen kunnen wel vergunningsvrij met 30 cm verhoogd worden. De transitievisie Warmte Neder-Betuwe 1.0 is (nog) niet geschikt om te vertalen naar het omgevingsplan. Op het moment dat de aanpak per wijk uitgekristalliseerd is kunnen regels opgenomen worden in het omgevingsplan. De locaties voor windturbines liggen buiten de kernen. Deze worden niet toegestaan binnen het omgevingsplan voor de kernen. Voorstellen Het plaatsen van zonnepanelen op daken (ook aan de voorzijde) en warmtepompen, uitgezonderd op of bij monumenten, is vergunningsvrij toegestaan. Het plaatsen van zonnepanelen op maaiveld op het achtererf- en zijerfgebied niet grenzend aan het openbare gebied is vergunningsvrij toegestaan. Op andere locaties wordt het plaatsen van zonnepanelen aan een vergunning gebonden waarbij het passen in het straat- en bebouwingsbeeld en eventueel landschap een toetsingskader vormen. Het toestaan van overschrijdingen van de bouwvlakken voor gevelisolatie met maximaal 30 cm. Deze regeling niet voor monumenten opnemen. Voor vrijstaande woningen kan de kap vergunningsvrij worden verhoogd met 30 cm voor het isoleren van de woning. Het verhogen van een dak voor het aanbrengen van isolatie bij woningen met een gedeelde kap blijft vergunningsplichtig om zo een welstandstoets uit te kunnen voeren. Zo kunnen we ongewenste situaties door dakverspringingen voorkomen.
2.2.3
Biodiversiteit Hoe is het nu geregeld? Binnen de bestemmingsplannen is het structurele groen en het oppervlaktewater specifiek bestemd. Daarnaast is in bijna alle bestemmingen groen en water toegestaan. Voor biodiversiteit gelden er binnen de kernen geen specifieke regelingen. 14
Is er nieuw beleid/regelgeving? Omgevingsvisie Eén van de speerpunten van de omgevingsvisie is een gezonde, groene en biodiverse omgeving. De gemeente wil meer ruimte voor groen in en om de kernen. Zowel in de openbare ruimte als in de tuinen of erven van inwoners en bedrijven. Dit groen wil de gemeente zo inrichten dat meer verschillende planten en dieren zich hier thuis voelen. Tevens wil de gemeente het beheer zodanig omvormen dat dit leidt tot het versterken van de biodiversiteit. Met name bij nieuwe ontwikkelingen is het gemakkelijker om aandacht voor biodiversiteit op te nemen in de planvorming. Hoe gaan we het regelen in het omgevingsplan? Met dit omgevingsplan maken we geen ontwikkelingen mogelijk waar de beleidslijnen uit de omgevingsvisie van toepassing zijn. In het omgevingsplan nemen we het beleid dan ook niet op. Bij een wijziging van het omgevingsplan moeten we deze voorwaarden opnemen. Het omgevingsplan zal eventuele herinrichting van de openbare ruimte met groen die meer divers is, niet belemmeren. Groen is conform de regelingen in het bestemmingsplan bijna overal toegestaan. Voorstel Conform de regelingen in het bestemmingsplan bij nagenoeg alle functies de aanleg van groen en water mogelijk maken.
15
3
Functies op basis van geldende bestemmingen Op basis van de geldende bestemmingsplannen staan we in principe de bestaande functies toe. Hierna gaan we op de specifieke functies nader in. Daarbij komt specifiek vastgesteld gemeentelijk beleid aan de orde en geven we aan in hoeverre we dit beleid kunnen vertalen in het omgevingsplan. De milieuvoorwaarden waar de functies aan moeten voldoen, bijvoorbeeld geluid en lichthinder worden geregeld in de activiteitoverstijgende regels (zie hoofdstuk 5).
3.1
Wonen Wat is nu geregeld? Het grootste deel van het plangebied bestaat uit woningen. In het bestemmingsplan zijn regels opgenomen voor het gebruik van gronden en bouwwerken met de bestemming ‘Wonen’. Binnen de woonbestemming zijn ook niet-publieksgerichte aan huis verbonden beroepen en bedrijven toestaan, waarbij voorwaarden zijn gesteld aan de toegestane beroepen en bedrijven en omvang. Locaties waar naast het wonen al beroepen of bedrijven aan huis gevestigd zijn die niet aan de voorwaarden voldoen zijn specifiek aangeduid. Verder is geregeld wat er binnen de bestemming mag worden gebouwd. Er is per bouwvlak aangegeven wat voor woning(en) er gebouwd mag/mogen worden zoals vrijstaand, aaneengebouwd of gestapeld. Voor woonwagens is een aparte bestemming opgenomen. Is er nieuw beleid/regelgeving? Omgevingsvisie In de omgevingsvisie is ‘Het wonen voor iedereen’ een speerpunt. De gemeente richt zich op het faciliteren van woningbouwplannen in alle kernen. Het gaat om de juiste woningen op de juiste plek. De gemeente zorgt dat in alle kernen wordt gebouwd. Binnen de kernen betekent dit: dat mogelijke inbreidingslocaties worden onderzocht. dat gestapelde bouw tot de mogelijkheden behoort om uitbreiding te beperken. gevarieerde woningbouw in elke kern, zowel qua woningtype als prijsklasse.
Het aantal is afhankelijk van bestaande woningbouw, behoefte en nieuwbouwmogelijkheden per kern. Bij de kernen Echteld en IJzendoorn stimuleren en faciliteren we lokale initiatieven voor bijvoorbeeld meergeneratiewoningen en woonzorgboerderijen die passen bij de schaal van de omgeving. Beleidsplan huisvesting arbeidsmigranten In de omgevingsvisie is de ambitie opgenomen, dat er voldoende huisvestingsmogelijkheden voor de lokaal werkende arbeidsmigranten zijn. Dit beleid is meer concreet vastgelegd in het Beleidsplan huisvesting arbeidsmigranten. Op basis van dit beleid is short-stay, uitsluitend voor seizoenarbeiders, toegestaan bij agrarische bedrijven. In de kernen zijn nauwelijks agrarische bedrijven aanwezig. Dit 16
beleidsthema regelen we dan ook in het omgevingsplan voor het deelgebied buitengebied. Voor mid-stay is het uitgangspunt voor de gemeente dat er een goede ruimtelijke spreiding over de verschillende kernen plaatsvindt. Er zijn in het beleidsplan voorwaarden opgenomen waaraan we initiatieven voor een mid-stay locatie toetsen. Dit zijn voorwaarden aan het onderkomen, de schaal en de omvang, voorzieningen zoals sport en spel, het beheer en verkeer en vervoer. Programma wonen Het programma wonen zet in op voldoende, betaalbare en passende woonruimte voor alle doelgroepen. Deze doelstelling kunnen we realiseren door te sturen bij nieuwbouwontwikkelingen, herontwikkelingen of functieveranderingen. In het nu op te stellen omgevingsplan nemen we geen nieuwe ontwikkelingen mee. Woonwagenbeleid De gemeente heeft een plicht te voorzien in voldoende woonwagenstandplaatsen. Er is op dit moment behoefte aan tien extra standplaatsen. Hoe gaan we het regelen in het omgevingsplan? Voor de regeling van het omgevingsplan sluiten we aan bij de regeling uit het bestemmingsplan. Het nieuwe beleid ziet met name toe op nieuwe ontwikkelingen. Met dit omgevingsplan maken we geen ontwikkelingen mogelijk waar de beleidslijnen uit het beleidskader van toepassing zijn. Voor nieuwe initiatieven zoals functieveranderingen naar wonen, bijvoorbeeld in kantoren zal een aparte procedure gevoerd moeten worden.
Initiatieven zoals meergeneratiewoningen en zorgboerderijen vragen maatwerk. Er dient een goede afweging en afstemming plaats te vinden. Het is daarom niet wenselijk dergelijke ontwikkelingen mogelijk te maken in het omgevingsplan voor de kernen. Indien er initiatieven komen, kunnen deze via een aparte procedure mogelijk worden gemaakt. Mede gezien de gevoeligheid van huisvesting van arbeidsmigranten en de wenselijkheid om de locaties te spreiden binnen de kernen, is het wenslijk voor de initiatieven die binnen het beleid passen een afzonderlijke procedure te voeren. Ook de uitbreiding van het aantal woonwagenstandplaatsen is een wijziging van het omgevingsplan, net als voor reguliere woningen, de geijkte procedure. Dit nemen we dus niet mee in het omgevingsplan voor de kernen. Voorstellen Voor de regeling voor wonen in het omgevingsplan aansluiten bij de bestaande regeling uit het bestemmingsplan Kernen Neder-Betuwe. Voor nieuwe initiatieven zoals functieverandering naar wonen of het toevoegen van locaties voor meergeneratiewoningen en zorgboerderijen afzonderlijke procedures voeren en dus niet meenemen in dit omgevingsplan. Voor het toevoegen van locaties voor arbeidsmigranten afzonderlijke procedures voeren en dus niet meenemen in dit omgevingsplan. Voor het toevoegen van woonwagens een afzonderlijke procedure voeren en dus niet meenemen in dit omgevingsplan.
17
3.2
Detailhandel, Dienstverlening, Horeca, Kantooractiviteiten en Centrumactiviteiten Hoe is het nu geregeld? In het bestemmingsplan zijn regels opgenomen voor het gebruik van gronden en bouwwerken voor de functies detailhandel, dienstverlening, horeca en kantoren. Veelal zijn deze alleen op de begane grond toegestaan en mag er gewoond worden op de verdieping(en). Specifieke functies zoals supermarkten zijn specifiek aangeduid. Binnen de huidige bestemming ‘Centrum’ zijn diverse functies toegestaan waaronder detailhandel, dienstverlening, horeca, maatschappelijke activiteiten, kantoren en wonen. Is er nieuw beleid/regelgeving? Detailhandelsstructuurvisie Gemeente Neder-Betuwe De Detailhandelsstructuurvisie is vertaald in het bestemmingsplan voor de kernen en nemen we over in het omgevingsplan. Gedacht wordt aan een herijking van dit beleid, als onderdeel van een nieuwe economische visie. Voor evenementen, markten en horeca heeft de gemeente verordeningen en beleidsregels vastgesteld. Conform het Plan van aanpak transitieperiode omgevingsplan, nemen we de verordeningen en beleidsregels in een latere fase van de transitieperiode in het omgevingsplan op, zie ook hoofdstuk 1. Hoe gaan we het regelen in het omgevingsplan? De huidige mogelijkheden, inclusief enige mate van functie-uitwisseling binnen de centrumbestemming en specifieke functies, nemen we in het omgevingsplan over.
Op deze manier doen we recht aan de huidige planologische mogelijkheden. Voorstellen Voor de regeling voor de functies detailhandel, dienstverlening, horeca en kantooractiviteiten, inclusief de aanduidingen met de daarbij behorende regelingen sluiten we aan bij de regeling uit het bestemmingsplan Kernen Neder-Betuwe. Nadat een nieuw economische visie is vastgesteld kunnen we deze via een wijziging omgevingsplan opnemen.
3.3
Maatschappelijke en sport- en recreatie activiteiten Hoe is het nu geregeld? In het bestemmingsplan Kernen Neder-Betuwe hebben de maatschappelijke functies, zoals scholen, gemeentehuis, kerken, sporthallen en zorginstellingen de maatschappelijke bestemming meegekregen. Daarbij zijn een aantal functies specifiek aangeduid. Dit zijn locaties die alleen een bepaalde specifieke maatschappelijke functie mogen bevatten zoals enkele locaties voor onderwijs, begraafplaats en religie of locaties waar naast de reguliere maatschappelijke functies aanvullende functies zijn toegestaan. De buitensportvoorzieningen hebben de bestemming ‘Sport’. Binnen deze functie zijn ook ondergeschikte niet-commerciële maatschappelijke activiteiten toegestaan. 18
De sporthallen vallen onder de maatschappelijke bestemming. De volkstuinen in het plangebied voor de Kernen zijn voorzien van de bestemming 'Recreatie - Volkstuin’. Is er nieuw beleid/regelgeving? Omgevingsvisie In de omgevingsvisie is het speerpunt ‘Behoud en ontwikkeling van sterke dorpen in een nieuwe en nauwe samenwerking met de gemeente’ opgenomen. De volgende beleidsambities zijn daarbij geformuleerd: Ten minste één ontmoetingsruimte per dorp, zo nodig in combinatie met andere voorzieningen zoals sportaccommodaties. Het behoud van één school per dorp. De gemeente biedt ruimte aan nieuwe speelvoorzieningen in de kernen, ook voor de leeftijdscategorie 12+. Integrale beleidsnota sociaal domein 2021-2024, Sport- en beweegvisie Neder Betuwe 2019 en de Speelruimtenota In de Integrale beleidsnota sociaal domein 2021-2024, de Sport- en beweegvisie Neder Betuwe 2019 en de Speelruimtenota wordt een de fysieke leefomgeving nagestreefd die faciliteert en verleidt tot een gezonde leefstijl. Daarnaast zal de fysieke leefomgeving voldoende ruimte moeten bieden voor ontmoeten, bewegen en spelen voor de verschillende bewoners en leeftijdsgroepen. Beheersverordening gemeentelijke begraafplaatsen Neder-Betuwe 2018 en Beleids- en beheerplan 2022-2026 begraafplaatsen Neder-Betuwe In de verordening staan regels over het beheer van begraafplaatsen.
Het beleidsen beheerplan beschrijft het beleid voor het gebruik van de gemeentelijke begraafplaatsen voor de periode 2022-2026. Hoe gaan we het regelen in het omgevingsplan? De huidige maatschappelijke en sportvoorzieningen nemen we op basis van de geldende bestemmingsplannen over. Binnen de maatschappelijke functie is ook enige mate van functie-uitwisseling mogelijk. Eén school is nu specifiek voor de onderwijsfunctie bestemd. Hier zijn geen andere maatschappelijke functies mogelijk. We stellen voor deze school niet meer specifiek aan te duiden waardoor er wel, net als voor de andere scholen, een uitwisseling met andere maatschappelijke functies mogelijk is. Het is dan mogelijk dat er meerdere maatschappelijke functies zich in een school kunnen vestigen of indien de onderwijsfunctie vervalt er zich een andere maatschappelijke voorziening kan vestigen. De overige specifieke maatschappelijke functies zoals religieuze gebouwen en begraafplaatsen nemen we wel specifiek op, gezien de specifieke ruimtelijke impact die deze functies hebben ten aanzien van parkeren. Verordeningen, zo ook de Beheersverordening gemeentelijke begraafplaatsen, worden later overgeheveld. In de praktijk blijkt dat de definitie voor sport en maatschappelijke activiteiten onvoldoende duidelijk is. Met name de sportactiviteiten die mogelijk zijn onder de maatschappelijke functie.
Bij het opstellen van het omgevingsplan verduidelijken we dit. In principe valt sporten niet onder de definitie maatschappelijk, met uitzondering van sporthallen. Een verruiming van de sportactiviteiten binnen de functie maatschappelijk is niet wenselijk, omdat sport met name een andere parkeerbehoefte heeft dan de diverse maatschappelijke activiteiten. 19
Er zijn voldoende ruimtelijke mogelijkheden voor de realisatie van speelvoorzieningen binnen diverse bestemmingen. Deze mogelijkheden nemen we ook in het omgevingsplan over. Om ook voor de jongeren voorzieningen te creëren is het mogelijk Jongerenontmoetingsplekken (12+) toe te staan met een omgevingsvergunning. In het bestemmingsplan Kernen Neder-Betuwe is deze mogelijkheid ook al opgenomen. Er kan dan nog wel een nadere afweging plaatsvinden of de voorgenomen locatie geschikt is en we de maatschappelijke haalbaarheid kunnen toetsen. Voorstellen Voor de regeling voor maatschappelijk, sport en recreatie in het omgevingsplan sluiten we aan bij de regeling uit het bestemmingsplan Kernen Neder-Betuwe. Voor de school waar nu alleen een onderwijsfunctie is toegestaan maken we, net als voor de andere scholen, een uitwisseling met andere maatschappelijke functies mogelijk. Jongeren ontmoetingsplekken (+12), net als in het bestemmingsplan, mogelijk maken met een vergunning. De definities voor sport en maatschappelijk moeten worden verduidelijkt.
3.4
Bedrijvigheid Hoe is het nu geregeld? De bedrijventerreinen vallen buiten het op te stellen omgevingsplan voor de kernen. Er liggen wel enkele solitaire bedrijven binnen de kernen. In de bestemmingsplannen zijn de activiteiten die milieuhinder produceren (zoals bedrijven) en milieugevoelig zijn (zoals woningen) vastgelegd. Daarbij moet een goed woon- en leefklimaat geborgd zijn. Destijds heeft de VNG om een goed woon- en leefklimaat te waarborgen en de ondernemer de ruimte te geven om te ondernemen, de handreiking ‘Bedrijven en milieuzonering’ uitgegeven. Hierin zijn richtafstanden opgenomen tussen hinder veroorzakende functies en gevoelige functies. De handreiking ‘Bedrijven en milieuzonering’ heeft verschillende type bedrijven ondergebracht in zogenaamde milieucategorieën. Deze categorieën, en daarmee de richtafstanden, zijn mede gebaseerd op het geluid dat door een bedrijf te verwachten is. Bij het leggen van bestemmingen wordt deze handreiking meestal als uitgangspunt gehanteerd. Daarnaast is een belangrijk kenmerk van de huidige systematiek het onderscheid tussen een rustig woongebied en een gemengd gebied. In een centrumgebied, aanloopstraat of nabij een bedrijventerrein is meer reuring (en hinder) te verwachten dan in een reguliere woonwijk. Daarom mogen de richtafstanden in een gemengd gebied groter zijn dan in een rustig woongebied (behalve voor het aspect gevaar).
Op dit moment zijn op basis van het bestemmingsplan bedrijven uit de milieucategorie 1 en 2 van de bedrijvenlijst toegestaan. Indien een bedrijf daar niet onder valt is deze specifiek aangeduid. Deze milieucategorieën zijn gebaseerd op de milieuzonering zoals opgenomen in de VNG-publicatie bedrijven en milieuzonering (met milieucategorieën).
20
De milieuregels waar bedrijven aan moeten voldoen zijn voor veel bedrijven geregeld in het activiteitenbesluit milieubeheer. Daarnaast gelden er via de verschillende milieuwetgeving regels voor bedrijven, zoals de Wet geluidhinder. Is er nieuw beleid/regelgeving? De belangrijkste wijzigingen bij inwerkingtreding van de Omgevingswet zijn de volgende: Het Activiteitenbesluit milieubeheer komt te vervallen. Voor een deel van de activiteiten waarvoor nu de regels in het Activiteitenbesluit gelden, gelden straks de landelijke regels in het Bal (Besluit activiteiten leefomgeving). Het aantal activiteiten dat onder het Bal komt te vallen is beduidend kleiner dan in het huidige Activiteitenbesluit. Wat vanuit het Activiteitenbesluit niet meegenomen is in het Bal moet de gemeente eventueel zelf regelen in het omgevingsplan. Deze activiteiten zijn opgenomen in de bruidsschat. De VNG-publicatie bedrijven en milieuzonering (met milieucategorieën) vervalt. Milieuaspecten als geluid- en geurhinder moeten in het omgevingsplan geregeld worden. Zie hiervoor hoofdstuk 5 Activiteit overstijgende regels/Bruidsschat en milieuthema’s. Gebiedstypen Indien het wenselijk is verschillende milieunormen te hanteren voor bijvoorbeeld geluid en geur, dan moeten we in het omgevingsplan verschillende gebiedstypen aanwijzen. In hoofdstuk 5 gaan we daar nader op in.
Hoe gaan we het regelen in het omgevingsplan? Gezien het karakter van de kernen en de huidige regelingen stellen we voor één gebiedstype te hanteren. We zien vooralsnog geen reden om voor specifieke gebieden, bijvoorbeeld centrumgebieden (eventueel als gemengde gebieden te beschouwen), andere milieunormen op te nemen dan voor woongebieden. Het uitgangspunt voor het omgevingsplan is om beleidsneutraal over te gaan. Bij het overnemen van de bedrijfsfuncties blijven de bestaande rechten en mogelijkheden zoveel mogelijk gehandhaafd. Doordat de systematiek anders is kunnen er kleine verschillen ontstaan. In hoofdstuk 5 gaan we op de verschillende milieuaspecten in. Voor die activiteiten die niet meer landelijk geregeld worden via het Bal zal de bruidsschat gelden. Deze nemen we met het overhevelen van de bruidsschat naar het permanente omgevingsplan over. Voorstellen De locaties waar bedrijfsactiviteiten mogen plaatsvinden nemen we over waarbij de bestaande rechten zo veel mogelijk behouden blijven. Voor de kernen één gebiedstype (woongebieden) hanteren. Activiteiten die niet meer landelijk geregeld worden nu nog niet overnemen in het omgevingsplan voor de kernen. Deze blijven onder de bruidsschat vallen, tot het moment dat de bruidsschat verhuist naar het permanente omgevingsplan.
21
3.5
Openbare ruimte De functies in de openbare ruimte hebben in de bestemmingsplannen de bestemmingen ‘Groen’, ‘Water’, ‘Verkeer - Railverkeer’ en ‘Verkeer - Verblijfsgebied’.
3.5.1
Groen Hoe is het nu geregeld? In het bestemmingsplan zijn regels opgenomen voor het gebruik van gronden met de bestemming ‘Groen’. Deze bestemming is meegegeven aan het structurerende groen binnen de kernen. Daarnaast is er een Landschapsontwikkelingsplan 2022-2032 (LOP) en een groenstructuurplan (onderdeel van het IBOR). De aanleg van groen ten behoeve van hittestress/schaduwzones in de openbare ruimte past binnen de bestemmingen, omdat zowel binnen de bestemming ‘Groen’ als Verkeer, groen kan worden aangelegd en behouden. Is er nieuw beleid/regelgeving? Het groenstructuurplan wordt geactualiseerd. Deze zal als gevolg van de klimaatadaptatie-strategie worden aangepast. Nadat deze is vastgesteld kunnen we deze, indien nodig, vertalen in het omgevingsplan Kernen. Hoe gaan we het regelen in het omgevingsplan? Voor groen sluiten we, net als nu, aan bij het bestaande structurerend groen in het bestemmingsplan. Zo mogelijk verwerken we de aangepaste groenstructuurkaart in het omgevingsplan. Anders kunnen we deze later met een wijziging van het omgevingsplan, in het omgevingsplan opnemen. Voorstellen Het structurerende groen borgen door de huidige groenbestemming uit het bestemmingsplan over te nemen in het omgevingsplan. Nadat de kaart voor structurerend groen geactualiseerd is, deze opnemen in het omgevingsplan dan wel een wijziging hiervan.
3.5.2
Verkeer en vervoer Hoe is het nu geregeld? In het bestemmingsplan zijn regels opgenomen voor het gebruik van gronden met de bestemming ‘Verkeer - Verblijfsgebied’. Voor de spoorlijn zijn de regels opgenomen binnen de bestemming ‘Verkeer - Railverkeer’. De gemeente heeft de Nota parkeernormen vertaald in het bestemmingsplan Kernen Neder-Betuwe. Is er nieuw beleid/regelgeving? In het Bkl is een instructieregel (een regeling van het rijk die de gemeente moet opnemen in het omgevingsplan) opgenomen ten aanzien van de toegankelijkheid voor mensen met een beperking. Artikel 5.162 (toegankelijkheid openbare buitenruimte) Voor zover een omgevingsplan voorziet in nieuwe ontwikkelingen met gevolgen voor de inrichting van de openbare buitenruimte, wordt in het omgevingsplan rekening 22
gehouden met het belang van het bevorderen van de toegankelijkheid van die openbare buitenruimte voor personen met een functiebeperking Het gaat daarbij wel over nieuwe ontwikkelingen. Als er een ontwikkeling komt, moeten we deze toetsen aan de instructieregel van het Bkl. Omgevingsvisie Een speerpunt in de omgevingsvisie is een goede bereikbaarheid voor gebruikers van het openbaar vervoer, de auto, de fiets en voor de wandelaar. Hiervoor zijn de volgende beleidsambities geformuleerd: De gemeente wil een samenleving waarin iedereen plezierig en gezond kan wonen en leven en een zinvolle bijdrage kan leveren. Een goede en veilige bereikbaarheid is daarbij van essentieel belang. De gemeente zet daarom in op een optimaal bereikbare gemeente, waarbij we energiebewuste keuzes makkelijker willen maken. De gemeente zorgt voor goede parkeervoorzieningen in woonwijken en centrumgebieden conform de gemeentelijke Nota parkeernormen. Integraal Beheerkader Openbare Ruimte (IBOR) Het Integraal Beheerkader Openbare Ruimte (IBOR) brengt alle beleidslijnen en visies bij elkaar en beschrijft de ambities en kernwaarden voor het beheer van de openbare ruimte. Op basis van verschillende kaders zijn er in totaal acht assets (onder andere groen, riolering, spelen) uitgewerkt en bijgevoegd in het IBOR.
In de assetsheets wordt ingegaan op het areaal, de huidige kwaliteit, de ambities en het kwaliteitsniveau, de manier van onderhoud en de uiteindelijk benodigde middelen hiervoor. Oplaadpunten elektrische voertuigen Het laden van voertuigen is op eigen terrein toegestaan. Openbare laadpalen zijn toegestaan bij openbare parkeerplaatsen. Nadere regels over de aanleg van laadpalen is geregeld in de concessie met het bedrijf dat laadpalen aanlegt. Er zijn met die partij afspraken gemaakt onder welke voorwaarden laadpalen aangelegd mogen worden. Dit hoeven we verder niet in het omgevingsplan te regelen. Parkeren Er is geen nieuw beleid voor parkeren en er is ook geen aanleiding om het huidige beleid aan te passen. Hoe gaan we het regelen in het omgevingsplan? De instructieregel voor de toegankelijkheid voor mensen met een functiebeperking heeft betrekking op nieuwe ontwikkelingen. In principe gaat het nu op te stellen omgevingsplan niet over nieuwe ontwikkelingen, maar bijvoorbeeld bij het (her)aanleggen van voetpaden kan het wel relevant zijn. Het toegankelijk maken van de openbare ruimte sluit ook aan bij het speerpunt van een goede bereikbaarheid voor iedereen die is opgenomen in de omgevingsvisie. We stellen voor om hiervoor een regeling op te nemen in het omgevingsplan.
De overige ambities zoals hierboven omschreven uit de omgevingsvisie lenen zich niet voor een andere vertaling in het omgevingsplan. Het aanleggen van meer parkeervoorzieningen gaat ten koste het structurerende groen en is niet zonder meer wenselijk, omdat dan andere speerpunten zoals aspecten van klimaatadaptatie (hittestress, waterberging etc.) in het geding zijn. Hiervoor is altijd een brede en goede afweging nodig en dus is het nodig om de aanleg van parkeerplaatsen in het groen vergunningsplichtig te houden. 23
In het omgevingsplan nemen we de bestaande infrastructuur over op basis van de bestemmingsplannen. Daarnaast zijn, net als nu fiets- en voetpaden toegestaan binnen de bestemming ‘Verkeer - Verblijfsgebied’. Indien we nieuwe infrastructuur moeten aanleggen voor OV-verbindingen of autoverkeer dan is dat een nieuwe ontwikkeling die we niet meenemen in dit omgevingsplan. Het IBOR is een op uitvoering gericht document, deze is niet geschikt om in het omgevingsplan op te nemen. In het omgevingsplan nemen we, net als nu, een verwijzing op naar de gemeentelijke parkeernota. Voorstellen In het omgevingsplan nemen we de bestaande infrastructuur over. Indien we nieuwe infrastructuur moeten aanleggen voor OV-verbindingen of autoverkeer, dan is dat een nieuwe ontwikkeling die we niet meenemen in dit omgevingsplan. De aanleg van wandelpaden en fietspaden blijft vergunningsvrij mogelijk binnen het groen. Regels opnemen over de toegankelijkheid voor mensen met een functiebeperking. Het opladen van de elektrische voertuigen is toegestaan op eigen terrein. In het openbare gebied kunnen deze bij parkeervoorzieningen aangelegd worden. De aanleg van laadpalen verloopt via de concessie. Daarvoor nemen we in het omgevingsplan geen afwegingskader op. Het IBOR vertalen we niet in het omgevingsplan.
In het omgevingsplan een verwijzing maken naar de gemeentelijke parkeernota (zoals dat nu ook al gebeurt in bestemmingsplannen). 3.5.3
Riolering en hemelwater Hoe is het nu geregeld? In de bestemmingsplannen is de dubbelbestemming Leiding-Riool opgenomen. Gronden met deze bestemming zijn mede bestemd voor de aanleg en instandhouding van een rioolpersleiding. Hoe de gemeente omgaat met de afvoer van grond-, hemel- en vuilwater is geborgd in het door de raad vastgestelde gemeentelijke rioleringsplan 2019 - 2023 (GRP) en in de Hemelwaterverordening. Is er nieuw beleid/regelgeving? Gemeentelijk rioleringsplan Dit jaar wordt het GRP geactualiseerd naar het Programma Riolering en Water. De verwachting is dat deze in september 2023 vastgesteld wordt. De gemeente heeft kaarten met hemelwaterstructuren om (bovengrondse) afvoer van hemelwater en ruimtelijke reservering van hemelwater te faciliteren. Daarnaast zijn er kaarten waar de voorzieningen (stelseltypen) in zijn weergegeven en die de grondslag vormen van de hemelwaterverordening. Hemelwaterverordening De Hemelwaterverordening maakt onderdeel uit van het tijdelijke omgevingsplan. De hemelwaterverordening van Neder-Betuwe (Artikel 2) stelt het lozingsverbod hemelwater vast. Lid 1: “Het college van B&W kan gebieden aanwijzen waarbinnen het verboden is afvloeiend hemelwater, afkomstig van de 24
dakvlakken en/of verharding van gebouwen, te lozen op het openbaar vuilwaterriool en/of een hemelwaterafvoerleiding aan te sluiten of aangesloten te houden op dit openbaar vuilwaterriool.” Grondwater Hoe de gemeente omgaat met grondwater is voor een deel opgenomen in wettelijke bepalingen. De gemeente schrijft daarnaast nog specifiek in het GRP hoe zij omgaat met grondwaterproblematiek in relatie tot haar inwoners. De gemeente streeft in haar grondwaterbeleid een klimaat robuust grondwatersysteem na. Afvalwater Afvalwater komt aan bod in hoofdstuk 5. Hoe gaan we het regelen in het omgevingsplan? Zodra het gemeentelijke rioleringsplan is vastgesteld kunnen we deze voor het deel kernen opnemen in het omgevingsplan. De gemeentelijke verordeningen waaronder de hemelwaterverordening hevelen we, conform het Plan van aanpak transitieperiode, in een latere fase over naar het permanente omgevingsplan. Voor het lozen van afvalwater blijft de bruidsschat gelden totdat we deze regels overnemen in het permanente omgevingsplan. Voor de rioolleiding nemen we, net als in het bestemmingsplan, een beschermingszone op. Voorstellen - Nadat het GRP 2023 is vastgesteld kunnen we deze verwerken in het omgevingsplan. - De hemelwaterverordening maakt onderdeel uit van het tijdelijke omgevingsplan en nemen we later, samen met de overige verordeningen, op in het permanente omgevingsplan.
- Een beschermingszone voor de rioolpersleiding opnemen.
3.5.4
Water Hoe is het nu geregeld? In de huidige bestemmingsplannen hebben de aanwezige A-watergangen en overige oppervlaktewateren de bestemming ‘Water’. Het waterschap stelt eisen aan de opvangcapaciteit voor waterberging en het dempen of aanpassen van watergangen en oppervlaktewater. Een deel van het plangebied is in de omgevingsverordening van de provincie aangewezen als intrekgebied en drinkwaterreserveringsgebied. Is er nieuw beleid/regelgeving? Vooralsnog heeft de gemeente geen beleid om strengere regels te stellen dan het waterschap of de provincie. Daarnaast zijn deze regels voornamelijk van toepassing op nieuwe ontwikkelingen. Nieuwe ontwikkelingen worden niet mogelijk gemaakt met dit omgevingsplan. 25
Voor de drinkwaterreserveringsgebieden zijn op grond van de provinciale omgevingsverordening diverse activiteiten niet toegestaan zoals mijnbouw, warmtetoevoeging en -onttrekking en het lozen van water in specifieke situaties. Hiervoor heeft de provincie geen instructieregels opgenomen die we moeten opnemen in het omgevingsplan. Deze beperkingen zijn via de provinciale verordening geregeld. Voor het intrekgebied geldt een instructieregel. Te weten: het winnen van fossiele energie is niet mogelijk binnen het intrekgebied. Dit sluiten we expliciet uit in het omgevingsplan voor de kernen. Hoe gaan we het regelen in het omgevingsplan? We nemen de instructieregel van de provincie voor het intrekgebied op in het omgevingsplan. Verder is er geen aanleiding nadere (strengere) regels te stellen dan de regels die het waterschap en de provincie stellen. Voorstellen Het water dat nu in de bestemmingsplannen bestemd is als water overnemen in het omgevingsplan. Geen (strengere) regels opnemen in het omgevingsplan dan hetgeen het waterschap of provincie al stelt ten aanzien opvangcapaciteit voor waterberging, het dempen of aanpassen van watergangen en oppervlaktewater en drinkwaterreserveringsgebieden. De instructieregel (de winning van fossiele energie is niet mogelijk) opnemen voor het intrekgebied.