CConstaterende datNeder-Betuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 - Natuurtoets Sovon

Raadsvergadering 13 juni 2024, gemeente Neder-BetuweBij agendapunt: VVGB Zonne-eiland Gouverneurspolder10.495 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

nog niet bekend, een controle of de lijst is geactualiseerd voorafgaande aan de werkzaamheden is raadzaam.

19

Sovon-rapport 2023/86

het aantal waarnemingen van Meervleermuis laag, deels waarschijnlijk door het ontbreken van waarnemers, echter is er geen aanleiding om te veronderstellen dat het plangebied en omgeving van grote waarde is voro deze soort, omdat het ook buiten het bekende verspreidingsgebied ligt. Wanneer voor de kabelverbinding opgaande vegetatie verwijderd moet worden, zal daarvoor wel een beoordeling gemaakt moeten worden of verblijfplaatsen van kleine marterachtigen of vleermuizen verloren kunnen gaan. Amfibieën Door de grote openheid en diepte van het water, vormt de zandwinplas geen geschikt leefgebied voor amfibieën. Zowel volwassen exemplaren als eitjes of larven vinden hier te weinig beschutting of voedsel. Een enkel individu van een algemeen in Nederland voorkomende soort als Gewone Pad is niet uitgesloten, mede ook omdat de wateren van de oude strangen en watergangen in de uiterwaarden meer geschikt zijn. Tevens geldt voor deze soorten een vrijstelling op de ontheffingsplicht. Hoewel Rugstreeppad, Kamsalamander en poelkikker wel bekend zijn uit het rivierengebied en de regio, ontbreekt ook voor deze strikt beschermde soorten geschikt leefgebied in en direct rondom de zandwinplas. Aanwezigheid wordt op basis daarvan uitgesloten. Negatieve effecten op amfibieën zijn niet te verwachten en vervolgstappen voor niet aan de orde.

Vissen De zandwinplas staat in open verbinding met de Waal, waardoor in principe veel vissoorten voor kunnen komen. De meeste vissoorten zijn echter niet beschermd en slechts enkele beschermde vissoorten zijn bekend uit de grote rivieren (Europese Steur, Noordzeehouting en Kwabaal) (Ravon, 2024). Van geen van deze soorten is de zandwinplas geschikt leef- of voortplantingsgebied. Verder geldt dat de relatief meer geschikte oeverzones niet bebouwd of bedekt worden. Door schaduwwerking door het drijvende zonne-eiland kan zonlicht mogelijk minder diep in het water doordringen, echter bieden de drijvers ook aanknopingspunten voor verbetering van leefgebied door beschutting. Negatieve effecten op vissoorten zijn niet te verwachten en of vervolgstappen niet aan de orde. Insecten Ook voor insecten vormt het open water geen geschikt leefgebied. Enige uitzondering hierop is Rivierrombout, waarvan de larven uitsluipen op open, zandige oevers. Van dit deel van de Waal zijn geen waarnemingen bekend, waarschijnlijk zijn de oevers van de zandwinplas ook te steil. Ook worden de oevers niet aangetast. Negatieve effecten op insectensoorten zijn niet te verwachten en of vervolgstappen niet aan de orde. Overige soorten Andere beschermde soorten, uit de soortgroepen reptielen en weekdieren zijn veelal specialist en gebonden aan meer natuurlijke habitats als heide, hoogveen, beken en vennen.

Dit type leefgebied komt niet voor in en rondom het plangebied en de soorten zijn ook niet bekend uit de omgeving. Vervolgstappen zijn niet aan de orde. 3.3.3

Advies

Door zowel de aanleg- als de gebruiksfase is sprake van activiteiten die kunnen leiden tot verstoring van of aantasten van leefgebied van beschermde soorten. Uit de analyse kan worden samengevat dat de zandwinplas voor slechts enkele soorten geschikt leefgebied vormt. Voor zover bekend wordt geen opgaande vegetatie gekapt, waardoor alleen sprake kan zijn van verstoring van Bever of vogelsoorten met jaarrond beschermde rustplaatsen. Wel zijn op voorhand al enkele maatregelen te noemen die noodzakelijk zijn om overtreding van verbodsbepalingen te voorkomen. Mede ook omdat voor deze mogelijke effecten goede maatregelen te treffen zijn (zoals werken buiten het broedseizoen), waardoor hiervoor ook geen ontheffing verleend zal worden. Omdat de plannen nog niet volledig concreet uitgewerkt zijn, zoals de planning en de ligging of werkwijze van de aanleg van de kabelverbinding, wordt geconcludeerd dat mogelijk nog enkele nadere onderzoeken uitgevoerd moeten worden. Samengevat gaat het om de volgende maatregelen en adviezen: Broedvogels • Werkzaamheden die kunnen leiden tot verstoring dienen uitgevoerd te worden buiten het vogelbroedseizoen (dat globaal de periode half maart – half juli betreft). Buiten deze periode is 20

Natuurtoets zonne-eiland Gouverneurspolder Ochten

• •

verstoringskans minimaal. Omdat het broedseizoen geen vaste periode betreft, bijvoorbeeld door seizoeneffecten, dient altijd gecontroleerd worden of geen sprake is van broedende vogels; Wanneer buiten het broedseizoen het leefgebied dusdanig is aangepast dat het niet meer geschikt is om in te gaan broeden, kan op die locatie gedurende het broedseizoen wel gewerkt worden (voor niet-jaarrond beschermde soorten); Wanneer in de nabijheid van opgaande vegetatie gewerkt wordt, dient ook buiten het broedseizoen gecontroleerd te worden of geen verblijfplaatsen (nesten) van soorten met jaarrond beschermde nesten aanwezig zijn. Mochten deze aangetroffen worden, zal door een specialist beoordeeld moeten worden of sprake kan zijn van verstoring.

Bever Geadviseerd wordt om een gericht veldonderzoek uit te voeren naar de aanwezigheid van Bevers en met name burchten in en rond de zandwinplas.

3.4 Groene Ontwikkelingszone De beoogde ontwikkeling vindt plaats binnen de begrenzing van de Groene Ontwikkelingszone (GO), zoals opgenomen in de provinciale Omgevingsverordening (Provincie Gelderland, 2022) (Figuur 3). Dit betekent dat de ontwikkeling hier in principe wel mogelijk is, maar dat ook de kernkwaliteiten versterkt moeten worden. Het plangebied maakt onderdeel uit van deelgebied 157 Noordoever Waal Lent - Echteld. De hiervoor bepaalde kernkwaliteiten zijn (Provincie Gelderland, 2023a): x Ontwikkeling stroomdalgraslanden en glanshaverhooilanden; x Ontwikkeling water- en oeverhabitats; x Ontwikkeling hard- en zachthoutooibossen; x Ontwikkeling moerassen, ruigteranden en laag gelegen bloemrijke graslanden; x Ontwikkelen weidevogelpopulaties; x Ontwikkeling populaties van water-, oever- en moerasvogels; behoud foerageergebied voor ganzen, zwanen en smienten; x Ontwikkelen biotopen voor vlinders, reptielen, amfibieën, w.o. kamsalamander en vissen; x Ontwikkeling populatie bevers (en otters); x Ontwikkeling coulissenlandschap met strangen, knotwilgenrijen en meidoornhagen (evenwijdig aan de stroom) met lokaal doorzichten op de rivier, dorpen en steden; x Behoud reliëf oeverwallen, strangen en andere stromingspatronen. Geen van de doelen wordt door de geplande ontwikkeling van het drijvende zonne-eiland belemmerd.

De oeverzones blijven geheel intact en op land vinden geen ingrepen plaats. In de verdere planuitwerking zal bepaald moeten worden welke kernkwaliteiten en op welke wijze deze versterkt worden. Het is het meest aannemelijk om hierbij aan te sluiten bij de natuurwaarden van de zandwinplas, zoals verbetering van water- en oeverhabitats, moeras en ruigteranden en de daarmee populaties van de hierin voorkomende soorten (oever- en moerasvogels en ganzen en eenden). Investeringen in de kwaliteitsverbetering van de omliggende graslanden behoort echter ook tot de mogelijkheden. De beoogde versterkingsmaatregelen zijn beschreven in het Versterkingsplan GO (SRO, 2023). Hierin is uitgewerkt dat de kwaliteitsverbetering (op korte termijn) het beste haalbaar is door het versterken van uiterwaardennatuur als kruiden- en faunarijkgrasland en poelen in de aangrenzende uiterwaarden. Dit past bij de toegewezen kernkwaliteiten van het betreffende deelgebied 157 Noordoever Waal Lent Echteld.

3.5 Ganzenrustgebied De beoordeling of sprake is van een activiteit of ontwikkeling die wordt uitgevoerd op een locatie waar de nadelige gevolgen voor de functie als rustgebied voor overwinterende ganzen zoveel mogelijk wordt beperkt, is nagenoeg gelijk aan de beoordeling voor het Natura 2000-gebied (zie paragraaf 3.2). Daarin 21

Sovon-rapport 2023/86

wordt al beschreven welke waarden aanwezig zijn en welke effecten verwacht worden. Het Ganzenrustgebied-beleid heeft minder duidelijke kaders dan de doelen voor het Vogelrichtlijngebied. Wanneer voldaan wordt aan de voorwaarden die in paragraaf 3.2 beschreven zijn, is het aannemelijk dat dit ook voor het Ganzenrustgebieden-beleid geldt. Het Ganzenrustgebied in de omgeving is ruim begrensd en betreft nagenoeg alle uiterwaarden langs de noordoever van de Waal tussen Nijmagen en Zaltbommel, maar exclusief het open water van de planlocatie. Na uitvoering van het plan blijft ruim 500 hectare aaneengesloten beschikbaar ganzenrustgebied over. Het plan voldoet daarmee zeker aan voorwaarde b uit artikel 2.51b.

22

Natuurtoets zonne-eiland Gouverneurspolder Ochten

4. Conclusie 4.1 Natura 2000 Uit de analyse van de gevolgen van het plan op de natuurlijke kenmerken van het Natura 2000-gebied Rijntakken, blijkt dat op de meeste waarden geen negatieve effecten verwacht worden. Het beoogde zonne-eiland komt op een open, voormalige zandwinplas te liggen welke voor slechts enkele aangewezen soorten potentieel leefgebied vormt. Volgens het ontwerp worden de oeverzones niet bebouwd of anderzijds aangepast. Omdat vanuit het onderdeel soortbescherming uit de Wet natuurbescherming werken met verstoring in het vogelbroedseizoen niet mogelijk is, is van verstoring of aantasting van broedgebied geen sprake. De draagkracht van het Natura 2000-gebied Rijntakken als broedgebied wordt niet aangetast. Ook leidt het beoogde plan niet tot verlies of verstoring van het oppervlak beschikbaar of potentieel geschikt foerageer- of rustgebied van de meeste voor het Natura 2000-gebied Rijntakken aangewezen niet-broedvogels. De draagkracht beschikbaar foerageergebied voor ganzen neemt mogelijk tijdelijk af, maar gezien de beschikbare totale draagkracht en de korte doorlooptijd zal dit niet leiden tot een aantasting van de draagkracht en de instandhoudingsdoelstellingen van de niet-broedvogels van het Natura 2000-gebied Rijntakken.

Zeker omdat de uitvoering - in verband met de wens om te werken buiten de periode met de meeste kans op hoogwater - plaatsvindt buiten de maanden waarin de meeste overwinterende vogels aanwezig zijn (van november tot maart zijn de hoogste dichtheden aanwezig). Met betrekking tot de functie als slaapplaats voor met name ganzensoorten, zijn geen volledig gekwantificeerde telgegevens beschikbaar. Op basis van de beschikbare gegevens wordt de conclusie getrokken dat de functie als slaapplaats beperkt is. Tevens wordt in het Natura 2000-beheerplan Rijntakken gesteld dat de potentiële omvang en kwaliteit van beschikbare rust- en slaapplaatsen niet als beperkende factor wordt gezien (Provincie Gelderland, 2018). Dat leidt tot de conclusie dat de natuurlijke kenmerken van het Natura 2000-gebied Rijntakken niet worden aangetast. Aanvullende monitoring kan wel een nuttig middel zijn om de gevolgen van een drijvend zonnepark en de effecten van de onderwatermaatregelen met biohutten te volgen. Tot slot is gekeken naar andere ontwikkelingen in en rond het Natura 2000-gebied die tot vergelijkbare effecten kunnen leiden (zogenaamde cumulatie). Wanneer op meer plekken slaapplaatsfuncties kleiner worden, kan dat in gezamenlijkheid mogelijk wel leiden tot een effect op de draagkracht van het Natura 2000-gebied.

Ook ontwikkelingen die bijdragen aan een vergroting van het potentiële areaal vallen daar onder. Er zijn geen plannen of projecten bekend die leiden tot een cumulatief negatief effect. Wel is de komende jaren een vergroting van het wateroppervlak aan de orde door de (natuur)ontwikkeling in de aangrenzende Willemspolder. Samengevat wordt dat ook in cumulatie geen sprake is van mogelijk negatieve effecten.

4.2 Soortbescherming Bij zowel de aanleg- als de gebruiksfase is sprake van activiteiten die kunnen leiden tot verstoring van of aantasten van leefgebied van beschermde soorten. Op basis van de voorgenomen ontwikkeling wordt verwacht dat alleen sprake kan zijn van verstoring van Bever of vogelsoorten met jaarrond beschermde rustplaatsen. Hiervoor zijn nadere inventarisaties nodig. Tot slot, omdat de plannen voor de aansluiting op het stroomnet of lokale afnemers nog nader uitgewerkt moeten worden, is een aanvulling op de analyse van mogelijke effecten noodzakelijk wanneer de details hiervan meer concreet zijn. Wanneer uit de nadere controles blijken dat verstoring niet te voorkomen is, is een ontheffingsaanvraag niet uitgesloten. In de planning zal op dat moment daar rekening mee gehouden moeten worden, de doorlooptijd van een aanvraag kan enkele maanden in beslag nemen.

23

Sovon-rapport 2023/86

4.3 Ruimtelijke verordening Omdat de planlocatie in de Groene Ontwikkelingszone ligt, zijn ruimtelijke plannen alleen mogelijk wanneer ook de kernkwaliteiten van het betreffende deelgebied versterkt worden. Gezien de toegewezen kernkwaliteiten zijn hier zeker mogelijkheden voor. De beoogde versterkingsmaatregelen zijn beschreven in het Versterkingsplan GO (SRO, 2023) en betreft een versterking van de natuurkwaliteiten van de uiterwaarden met riviergebonden natuurtypen asl kruide- en faunarijk grasland en poelen. De planlocatie ligt eveneens binnen Ganzenrustgebied. Hiervoor geldt dat de analyse voor de aangewezen ganzen van het Natura 2000-gebied Rijntakken ook gebruikt kan worden voor het effect op het Ganzenrustgebied, doordat dit deel ook onderdeel is van het Vogelrichtlijngebied zijn er overlappende doelen.

24

Natuurtoets zonne-eiland Gouverneurspolder Ochten

5.

Literatuur

BROEKMEYER, M.E.A. (REDACTIE), 2006. Effectenindicator Natura 2000-gebieden; achtergronden en verantwoording ecologische randvoorwaarden en storende factoren. Wageningen, Alterra, Alterrarapport 1375. 51 blz.; 4 fig.; 1 tab. HORNMAN, M., KAVELAARS, M., KOFFIJBERG, K., VAN WINDEN, E., VAN ELS, P., DE JONG, A., . . . SOLDAAT, L. (2022). Watervogels in Nederland in 2019/2020. Sovon rapport 2022/06. Nijmegen: Sovon Vogelonderzoek Nederland. KOFFIJBERG K., SCHOPPERS J., VAN ELS P. & SIERDSEMA H. 2021. Herstelplan leefgebied voor de Kwartelkoning in het Natura 2000-gebied Rijntakken. Sovon-rapport 2021/54. Sovon Vogelonderzoek Nederland, Nijmegen. KURSTJENS, G., 2018. Onderzoek beschermde soorten Herinrichting Gouverneurspolder 2018. Kurstjens Ecologisch adviesbureau, Beek-Ubbergen. MINISTERIE VAN LNV. (2022). Rijntakken: Doelstelling | natura 2000. Opgehaald van https://www.natura2000.nl/gebieden/gelderland/rijntakken/rijntakken-doelstelling PROVINCIE GELDERLAND. (2018). Beheerplan Natura 2000 Rijntakken (038). Arnhem. Provincie Gelderland. PROVINCIE GELDERLAND. (2022). Geconsolideerde Omgevingsverordening Gelderland. Arnhem: Provincie Gelderland. PROVINCIE GELDERLAND. (2023a). Atlas kernkwaliteiten Groene ontwikkelingszone – webviewer. Opgehaald van Atlas kernkwaliteiten Groene ontwikkelingszone (arcgis.com) PROVINCIE GELDERLAND. (2023b). Habitattypen en leefgebieden - webviewer.

Opgehaald van Habitattypen en leefgebieden (gelderland.nl) SOLINOOR. (2023a). Zonnewaal Ochten - projectvoorstel. IJzendoorn. Solinoor. SOLINOOR. (2023b). Memo berekening stikstofdepositie drijvend zonnepark. IJzendoorn. Solinoor. SOVON. (2023). https://stats.sovon.nl/stats/ SRO (2023) Versterkingsplan Groene Ontwikkelingszone Zonnewaal Ochten VAN DEN BREMER L. & DEUZEMAN S. 2015. Evaluatie wintertellingen van watervogels in de kaliwaal

t/m seizoen 2014/15. Sovon-rapport 2015/21. Sovon Vogelonderzoek Nederland, Nijmegen. VAN DEN BREMER, L., SCHEKKERMAN, H., VAN WINDEN, E., & VOGEL, R. (2019). Draagkracht voor overwinterende ganzen in Natura 2000-gebied Rijntakken. Sovon-rapport 2019/36. Nijmegen: Sovon Vogelonderzoek Nederland. VAN DER MOLEN, 2008. Quickscan flora en fauna Ochtensche Buitenpolder. Van der Molen Groenconsult. Lobith VAN ELS, P., R. VOGEL & P. VERBURG, 2018. Voortoets Gebiedenbescherming Gouverneurspolder. Sovonrapport 2018/25. Sovon Vogelonderzoek Nederland, Nijmegen.

25

Sovon-rapport 2023/86

Bijlage I Vrijgestelde soorten Gelderland Zoogdieren: • Aardmuis • Bosmuis • Dwergmuis • Dwergspitsmuis • Egel • Gewone bosspitsmuis • Haas • Huisspitsmuis • Konijn • Ree • Rosse woelmuis • Tweekleurige bosspitsmuis • Ondergrondse woelmuis • Veldmuis • Vos • Woelrat Amfibieën: • Bastaardkikker • Bruine kikker • Gewone pad • Kleine watersalamander • Meerkikker

26

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14170980/2