CConstaterende datNeder-Betuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2i - Bijlage 9 bij de toelichting - Inventarisatie beschermde soorten

Raadsvergadering 25 april 2024, gemeente Neder-BetuweBij agendapunt: Bestemmingsplan ‘Dodewaard, Dalwagen 78b (MFC)’12.573 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Dalwagen 78B te Dodewaard

G&G-rapport 2023-198

Inventarisatie beschermde soorten in het kader van de natuurwetgeving

Van der Goes en Groot ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

Dalwagen 78B te Dodewaard Inventarisatie beschermde soorten in het kader van de natuurwetgeving

R. Mengers F.N.M. van der Knaap

2023

Opdrachtgever RHO Adviseurs

G&G-rapport 2023-198

Datum Versie

17 oktober 2023 v1

Gecontroleerd door: D. Overduin Titel:

Dalwagen 78B te Dodewaard

Projectcode bureau

2023-198

Projectleiding:

Ir. R. de Beer

Veldwerk:

F.N.M. van der Knaap, R. Mengers, T. van de Grooteveen, L. Kaats, L. Duvigneau, R. van Luijk, K. Brait, K. van den Berg.

Opdracht:

RHO Adviseurs

Contactpersonen:

T. van Laere (toine.vanlaere@rho.nl)

Akkoord voor uitgave:

Teamleider Van der Goes en Groot

Paraaf: De onderstaande toetsing is gebaseerd op de plannen zoals aangegeven door de opdrachtgever. Bij wijziging van plannen, werkperioden, of werkwijzen kunnen andere conclusies en aanbevelingen met betrekking tot de effecten op beschermde soorten van toepassing zijn. De bevindingen die zijn beschreven in onderliggende ecologische beoordeling worden over het algemeen gedurende een periode van drie jaar na de verschijningsdatum van dit rapport als geldend gezien, mits omstandigheden in het beschreven gebied niet te sterk zijn gewijzigd. Ecologisch onderzoeks- en adviesbureau Van der Goes en Groot is niet aansprakelijk voor gevolgschade, alsmede voor schade welke voortvloeit uit toepassingen van de resultaten van werkzaamheden of andere gegevens verkregen van Ecologisch onderzoeks- en adviesbureau Van der Goes en Groot; opdrachtgever vrijwaart Ecologisch onderzoeks- en adviesbureau Van der Goes en Groot voor aanspraken van derden in verband met deze toepassing. Dit rapport is vervaardigd op verzoek van opdrachtgever hierboven aangegeven en is zijn eigendom. Niets uit dit rapport mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden d.m.v.

druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever hierboven aangegeven, noch mag het zonder een dergelijke toestemming worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd. Het kwaliteitsmanagementsysteem van Ecologisch onderzoeks- en adviesbureau Van der Goes en Groot is door Certiked gecertificeerd overeenkomstig de eisen van ISO 9001:2015, op basis van het Certiked Model 2015. Het Ecologisch onderzoeks- en adviesbureau Van der Goes en Groot is lid van het Netwerk Groene Bureaus (NGB).

Bovendijk 35-G

Hazenkoog 35-A

2295 RV Kwintsheul

1822 BS Alkmaar

www.vandergoesengroot.nl

G&G-advies 2023-198

Dalwagen 78B te Dodewaard

3

Inhoudsopgave 1

2

Inleiding

5

1.1

Aanleiding tot het onderzoek .................................................................................. 5

1.2

Doel van het onderzoek........................................................................................... 6

1.3

Ligging van het plangebied ...................................................................................... 6

1.4

Geplande werkzaamheden ...................................................................................... 6

1.5

Leeswijzer ................................................................................................................ 6

Methode 2.1

8

Vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten .................................................... 8 2.1.1 Nestenscan ................................................................................................................ 8 2.1.2 Roofvogels en uilen ................................................................................................... 8

2.2

Grondgebonden zoogdieren.................................................................................. 10 2.2.1 Kleine marterachtigen, Boom- en Steenmarter ...................................................... 10

2.3

Vleermuizen ........................................................................................................... 13 2.3.1 Veldbezoeken .......................................................................................................... 14

3

4

5

6

Resultaten vogels met jaarrond beschermde nesten

19

3.1

Nestenscan ............................................................................................................ 19

3.2

Onderzoeksrondes ................................................................................................. 20

Resultaten grondgebonden zoogdieren

23

4.1

Bunzing, Wezel en Hermelijn ................................................................................. 23

4.2

Steenmarter ........................................................................................................... 23

Resultaten vleermuizen

26

5.1

Gewone dwergvleermuis ....................................................................................... 26

5.2

Laatvlieger.............................................................................................................. 29

5.3

Rosse vleermuis ..................................................................................................... 30

Effectbeoordeling en maatregelen

31

6.1

Vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten .................................................. 31

6.2

Kleine marterachtigen en Steenmarter ................................................................. 32

6.3

Vleermuizen ........................................................................................................... 32

6.4

Overige broedvogels .............................................................................................. 33

6.5

Zorgplicht ............................................................................................................... 33

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

2023-198

Dalwagen 78B te Dodewaard

4

7

Conclusies en aanbevelingen

35

8

Aanbevolen en geraadpleegde literatuur

37

9

Bijlagen

39

Van der Goes en Groot ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

2023-198

Dalwagen 78B te Dodewaard

1

5

Inleiding 1.1

Aanleiding tot het onderzoek Er bestaan plannen sloop- en nieuwbouwwerkzaamheden uit te voeren aan bebouwing aan en rondom Dalwagen 78B te Dodewaard. Dodewaard ligt in de gemeente Neder-Betuwe in de provincie Gelderland. Het is mogelijk dat vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten, marterachtigen en/of vleermuizen verblijven in de te slopen bebouwing en/of te kappen bomen en/of de groene omgeving rondom de bebouwing. Ook is het mogelijk dat deze soorten het plangebied gebruiken als onderdeel van hun leefgebied. De aanwezigheid van deze potentie is aangegeven in een eerder uitgevoerde ‘ecologische quickscan’ (HOLLANDER, 2022). Om dit nader te onderzoeken heeft RHO Adviseurs opdracht gegeven aan ecologisch onderzoeks- en adviesbureau Van der Goes en Groot een inventarisatie uit te voeren naar deze soorten/soortgroepen. Het onderzoek is uitgevoerd in de periode maart-september 2023. De inventarisatie is uitgevoerd door medewerkers van bureau Van der Goes en Groot. Dit rapport doet verslag van het onderzoek.

De ligging van het plangebied (rood omlijnd).

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

2023-198

Dalwagen 78B te Dodewaard

6

1.2

Doel van het onderzoek Doel van het onderzoek is om inzicht te krijgen in het voorkomen en de verspreiding van roofvogels met jaarrond beschermde nesten, marterachtigen en vleermuizen binnen en direct rondom het plangebied.

1.3

Ligging van het plangebied In Figuur 1 is de ligging van het plangebied aangegeven. Het plangebied betreft een sporthal, kantine en kleedkamers van een voetbalvereniging, daarbij horende parkeerplaatsen, bijgebouwen en omliggend groen in de vorm van groenstroken/plantsoenen met hoog opgaande struiken en bomen. Aan de noord- en oostzijde grenst het plangebied aan de voetbalvelden behorende bij het complex. Aan de zuidzijde loopt de Willem de Zwijgerlaan met daarachter een woonwijk. Aan de westzijde loopt de Dalwagen met daarachter een bedrijventerrein met onder andere een grote opslag van bouwmaterialen.

1.4

Geplande werkzaamheden De geplande ontwikkeling betreft nieuwbouw en het uitvoeren van sloopwerkzaamheden. Dit houdt in dat de twee kleinere gebouwen aan de noordkant van het projectgebied permanent worden gesloopt. Tevens zal er een nieuw pand worden gebouwd tegen de westzijde van de reeds bestaande sporthal. Er zal een bomenrij met ondergroei worden gekapt en verdwijnen. De sloot die langs deze bomenrij loopt, zal tevens deels gedempt worden. In Figuur 2 is de geplande ontwikkeling weergegeven. De ecologisch gevoelige werkzaamheden zullen bestaan uit sloop van bebouwing met zware destructiewerkzaamheden en bijbehorend hak-, breek- en zaagwerk, het verwijderen van de vegetatieve toplaag, het vergraven van de bodem en oevers, het opbrengen van grond en het kappen en rooien van bomen en/of struiken. Hierbij kunnen holtes die mogelijk in gebruik zijn bij vogels en/of vleermuizen, tijdelijk geopend worden of verdwijnen. Bij de uitvoering van de werkzaamheden kan daarnaast door geluid, trillingen, licht, verandering van microklimaat en de belemmerende werking van steigers, verstoring optreden van (beschermde) soorten.

1.5

Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt de methode van het onderzoek beschreven. In hoofdstuk 3-4-5 worden de resultaten beschreven en wordt aangegeven welke soorten zijn aangetroffen binnen en eventueel nabij het plangebied.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

2023-198

Dalwagen 78B te Dodewaard

7

In hoofdstuk 6 wordt ingeschat in hoeverre deze soorten negatieve effecten kunnen ondervinden door de uit te voeren werkzaamheden welke specifieke maatregelen eventueel noodzakelijk zijn en of een ontheffing van de Wnb noodzakelijk is. Ten slotte bevat hoofdstuk 7 de conclusies met noodzakelijke vervolgstappen. Indien van toepassing worden aanbevelingen gedaan. Hoofdstuk 8 tenslotte, geeft een overzicht van de gebruikte literatuur. In de bijlages is aanvullende informatie opgenomen over de geldende wetgeving en de gebruikelijke procedures bij een vergunnings- en/of ontheffingsaanvraag. Eventueel zijn (indien relevant) verspreidingskaarten opgenomen.

Weergave van de plannen

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

2023-198

Dalwagen 78B te Dodewaard

8

2

Methode 2.1

Vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten Alleen vogelsoorten waarvan de nesten jaarrond zijn beschermd, zijn geïnventariseerd tijdens het onderzoek. Het betreft in dit geval roofvogels en uilen met jaarrond beschermde nesten, specifiek Ransuil, Buizerd, Havik, Sperwer en Boomvalk. Deze soorten komen voor in de omgeving van het plangebied (NDFF 2013-2023, HOLLANDER, 2022) en kunnen gevestigd zijn in de aanwezige grotere nesten in het plangebied of binnen de invloedssfeer van de werkzaamheden. Tijdens de inventarisatie is ook gelet op eventueel andere aanwezige jaarrond beschermde broedvogels of andere beschermde soorten. Alle waarnemingen zijn op locatie gekarteerd. De codes zijn gestipt met behulp van een mobiele telefoon of veldtablet.

2.1.1

Nestenscan Tijdens de eerder uitgevoerde quickscan (HOLLANDER, 2022), werden in het onderzoeksgebied/plangebied (grote) nesten waargenomen waarvan niet uitgesloten kon worden dat deze in gebruik zijn bij in bomen broedende roofvogels en uilen. Op basis daarvan is een vervolgonderzoek naar roofvogels en uilen met jaarrond beschermde nesten geadviseerd. Tijdens de eerste onderzoeksronde, die is uitgevoerd in maart 2023 op een moment dat er nog geen blad aan de bomen zat, is opnieuw een scan van nesten in en om het plangebied gedaan. Dit om te beoordelen of nesten uit 2022 nog aanwezig waren en of er eventueel nieuwe nesten bij zijn gekomen of waren gemist.

2.1.2

Roofvogels en uilen Voor het onderzoek naar roofvogels en uilen in het plangebied zijn 7 bezoekrondes uitgevoerd (inclusief de nestenscan) in de periode maart tot en met juni 2023. Tijdens het onderzoek zijn alleen soorten met jaarrond beschermde nesten geïnventariseerd, zie §2.1.1). Het onderzoek is uitgevoerd conform richtlijnen uit het KENNISDOCUMENT BUIZERD, VERSIE 1.0, BIJ12, juli 2017. Wegens het ontbreken van aparte kennisdocumenten worden deze richtlijnen ook gehanteerd voor onderzoek de andere roofvogels waar specifiek op onderzocht is, waarbij de momenten van onderzoek wel zijn aangepast aan de bekende broedperiode van deze soorten. Daarom is ook de periode na half april tot juni gebruikt voor vervolgbezoeken. Dit geldt ook voor de Ransuil, alleen zijn voor deze soort aparte avond/nachtrondes uitgevoerd in mei en begin juni. De latere rondes van het onderzoek naar uilen zijn gecombineerd met het onderzoek naar vleermuizen (zie §2.3).

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

2023-198

Dalwagen 78B te Dodewaard

Ronde/ Datum

9

Tijd

Duur

Weersomstandigheden

Opzet

28-03-2023

08:45-09:45

1 uur

Droog, 0/8, OZO1, 0°C

Nestenscan

10-04-2023

08:30-09:30

1 uur

Droog, 6/8, ZO3, 8°C

Dagbezoek roofvogels

8-05-2023

12:30-13:30

1 uur

Droog, 7/8, ZW1, 19°C

Dagbezoek roofvogels

11-05-2023

22:00-23:00

1 uur

Droog, 8/8, NNO2, 13°C

Avondbezoek Ransuil

24-05-2023

20:30-21:30

1 uur

Droog, 7/8, N2, 12°C

Dagbezoek roofvogels

04-06-2023

21:50-00:05

2 1/4 uur

Droog, 0/8, ZW3, 16°C

Avondbezoek Ransuil Onderdeel van vmonderzoek

15-06-2023

20:15-21:15

1 uur

Droog, 0/8, NNW3, 24°C

Dagbezoek Boomvalk

Bezoekdatums, onderzoeksmethode en weersomstandigheden tijdens het onderzoek naar roofvogels en uilen (N= nachtronde).

Buizerd, Havik en Sperwer Er zijn vier veldbezoeken (inclusief nestenscan) afgelegd aan het plangebied tussen half maart en eind mei waarbij is gelet op territoriaal- of nestindicerend gedrag van de betrokken soorten of hun jongen. Speciale aandacht is besteed aan de eerder aangetroffen grote nesten door deze te checken op wegvliegende of rondvliegende vogels en sporen (krijtstrepen, plukresten, braakballen of jong, vers loof op het nest) ofwel broedende vogels (uitstekende staartveren). Bij de rondes is waar mogelijk gebruik gemaakt van een warmtebeeldcamera. Ransuil Er zijn voor Ransuil aanvullend nog twee avondbezoeken afgelegd aan het plangebied, waarvan één als onderdeel van het vleermuisonderzoek is uitgevoerd. Deze rondes zijn uitgevoerd tussen begin april en half mei (eerste avondronde) en begin juni (tweede avondronde). Bij de eerste avondronde wordt specifiek gelet op territoriaal en/of nestindicerend gedrag. De tweede avondronde is specifiek ingezet om bedelende Ransuil uilskuikens waar te nemen, een duidelijke indicatie voor een broedgeval van deze soort. Daarnaast werd bij alle dagbezoeken, vleermuisrondes en onderzoek naar marterachtigen ook gelet op aanwezigheid van Ransuil.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

2023-198

Dalwagen 78B te Dodewaard

10

Speciale aandacht tijdens dagbezoeken wordt besteed aan aanwezige vogels (uitstekende gebandeerde staart) of sporen (braakballen en krijtstrepen) rond de aangetroffen grote nesten. Boomvalk Vanwege het onderzoeken van Boomvalk is nog een aanvullend dagbezoek uitgevoerd in juni, omdat deze soort vaak pas laat start met broeden en soms zelfs achter een andere broedende vogel aan kan gaan broeden.

2.2

Grondgebonden zoogdieren Alleen grondgebonden soorten zoogdieren die onder de Wet natuurbescherming zijn beschermd, zonder (provinciale) vrijstelling, zijn geïnventariseerd tijdens het onderzoek. Het betreft in dit geval, op basis van de uitgevoerde quickscan de Bunzing, Wezel en Hermelijn. Door de opzetmethode van het onderzoek worden ook andere marterachtigen, zoals Boom- en Steenmarter meegenomen in het onderzoek en zullen worden waargenomen indien aanwezig. Tijdens de inventarisatie is ook gelet op eventueel andere beschermde soorten. Alle waarnemingen en de locaties van geplaatste onderzoeksmaterialen zijn op locatie gekarteerd met behulp van een veldtablet. De onderzoeksmethode voor Bunzing is gelijk aan de methode voor Steen- en Boommarter.

2.2.1

Kleine marterachtigen, Boom- en Steenmarter Tijdens de inventarisatie is de aanwezigheid van kleine marterachtigen (Bunzing, Hermelijn en Wezel) en de bijbehorende gebruiksfuncties van deze soorten binnen het plangebied onderzocht. Bij het onderzoek zijn ook alle waarnemingen van andere (zoog)dieren op de camera’s genoteerd. Het onderzoek is uitgevoerd conform de Handreiking kleine marters in relatie tot soortbescherming (BOUWENS, 2017). Dit document is opgesteld door de Zoogdiervereniging in opdracht van de provincie Noord-Brabant, is een handreiking voor het uitvoeren van onderzoek naar kleine marterachtigen.

Overzicht bezoekrondes inventarisatie marterachtigen.

Bezoek/ Datum

Opzet

27 juli

uitzet materialen

10 augustus

Controle 1 (na 2 weken)

31 augustus

Controle 2 (na 3 weken)

18 september

ophalen materialen

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

2023-198

Dalwagen 78B te Dodewaard

11

Om een beeld te krijgen van de aanwezigheid en de verspreiding van de marterachtigen binnen het plangebied is bij de inventarisatie gebruik gemaakt van verschillende onderzoeksmethoden. In totaal zijn twee cameravallen, één mostela en zijn vijf sporenbuizen gebruikt bij dit onderzoek. In totaal zijn er vier bezoeken afgelegd aan het plangebied. De bezoekrondes zijn uitgevoerd op 27 juli, 10 augustus, 31 augustus en op 18 september 2023, zie Tabel 2. De meest gunstige periode voor onderzoek naar kleine marterachtigen is maart t/m augustus en dient in totaal 42 dagen te duren. Omdat het onderzoek ten dele buiten de meest gunstige periode voor marteronderzoek viel, namelijk in september, is het aantal dagen vallende in deze minder gunstige periode ter compensatie verdubbeld. In totaal hebben de materialen daarom niet 42 dagen in het veld gelegen, maar 53 dagen. Deze verdubbeling van het aantal dagen in de minder gunstige onderzoeksperiode is conform de richtlijn in de Handreiking kleine marters in relatie tot soortbescherming (BOUWENS, 2017). Het aantal materialen is niet verdubbeld in deze periode omdat het aantal uitgezette materialen en de spreiding ervan al zeer hoog was binnen de weinig aanwezige dekking. Omdat alle geschikte locaties binnen het plangebied zijn voorzien van onderzoeksmateriaal zijn geen extra materialen uitgezet in september.

Tijdens het eerste bezoek worden de onderzoeksmaterialen uitgezet. Op basis van de inrichting van het plangebied is in het veld bepaald welke locaties de hoogste trefkans hebben voor het vaststellen van de betreffende soorten. Hierbij wordt gelet op de aanwezige geschikte biotopen, foerageergebieden, lijnvormige structuren als watergangen, takkenrillen en randen van bosschages, passagepunten (wissels) en plaatsen met veel dekking. Bij het uitzetten van het materiaal wordt daarnaast ook altijd lokvoer geplaatst, zoals sardientjes uit blik. De cameravallen, struikrover en sporenbuizen worden binnen het plangebied in de dekking geplaatst. Een kaart met de exacte locaties van de uitgezette onderzoeksmaterialen in het plangebied is opgenomen in Bijlage 1 Tijdens een tweede en derde bezoek worden de onderzoeksmaterialen gecontroleerd op functionaliteit. Hierbij worden (indien nodig) sporenbuizen voorzien worden van nieuw sporenpapier en worden batterijen en geheugenkaartjes van de camera vervangen. Eventueel kan er bij dit bezoek ingegrepen worden als de camera scheef hangt of de sensor te vaak loos geactiveerd wordt door bijvoorbeeld zonlicht, schaduwen of bewegende vegetatie.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

2023-198

Dalwagen 78B te Dodewaard

12

Bij de laatste ronde wordt het onderzoeksmateriaal opgehaald, waarna het beeldmateriaal en de prentenplaten tijdens een bureaustudie geanalyseerd worden. Het materiaal heeft in de periode juli-augustus 5 weken in het veld gestaan, aansluitend heeft het materiaal in de maand september nog eens 17 dagen uitgestaan in het veld. Tijdens alle veldbezoeken in het plangebied is daarnaast gericht gezocht naar sporen die duiden op de aanwezigheid van marterachtigen zoals prenten, prooiresten, uitwerpselen en latrines. Met deze aanvullende waarnemingen kan mogelijk een beter beeld worden verkregen van de aanwezigheid en het terreingebruik door marterachtigen.

Een sporenbuis in het veld (boven), cameraval in het veld (linksonder), en een struikrover (rechtsonder) (archieffoto’s G&G).

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

2023-198

Dalwagen 78B te Dodewaard

13

Bij het onderzoek is geen gebruik gemaakt van mostela’s omdat struikrovers een beter beeld kunnen geven van alle genoemde soorten. Mostela’s zijn alleen geschikt voor het vaststellen van Hermelijn en Wezel, waardoor de trefkans op Bunzing lager wordt. Hieronder wordt kort de werking van de verschillende onderzoeksmaterialen en bijbehorende methodes toegelicht. Cameravallen De cameravallen zijn voorzien van een sensor die reageert op een combinatie van warmte en beweging. Als er een endotherm dier, (zoogdier of vogel) voor de camera beweegt, begint deze met opnemen. Bij weinig licht schakelen de cameravallen automatisch over op een infraroodfunctie. De cameravallen maken geen geluid bij het opnemen en de infrarode lampjes zijn niet waarneembaar voor dieren, waardoor deze niet afgeschrikt kunnen worden. De dieren blijven zich daarom natuurlijk gedragen. Na de onderzoeksperiode (zeven weken) worden de camera’s verwijderd en worden de geheugenkaartjes uitgelezen. Het is ook mogelijk dat hiermee andere (zoog)dieren worden opgemerkt. Struikrover De struikrover is een korte PVC buis waarin een cameraval bevestigd is. In de buis wordt lokvoer geplaatst. Struikrovers kunnen beter verstopt worden dan reguliere cameravallen.

Daarnaast neemt de camera van een struikrover minder verstoring waar en wordt het dier gedwongen om de buis in te gaan om bij het lokvoer te komen, waardoor het dier duidelijker op de camera wordt vastgelegd. Sporenbuizen De sporenbuizen zijn gemaakt van PVC buizen en beschikken over een diameter van 8 tot 10 centimeter. In de sporenbuis ligt een plankje. Aan weerzijden van het plankje wordt wit sporenpapier bevestigd. In het midden bevindt zich een stempelkussen met inkt. Als de dieren door de buis lopen is dit vervolgens zichtbaar op het papier. De sporenbuizen zijn vooral bedoeld voor het vaststellen van Wezel of Hermelijn.

2.3

Vleermuizen Alle soorten vleermuizen zijn beschermd krachtens de Wet natuurbescherming onder het regime van de Habitatrichtlijn. Het doel van het onderzoek is de aanwezigheid en verspreiding van vleermuizen in het plangebied in kaart te brengen. Het onderzoek is uitgevoerd aan de hand van richtlijnen uit het protocol voor vleermuisinventarisaties, opgesteld door het Vleermuisvakberaad (VLEERMUISVAKBERAAD, 2021). Voorafgaand aan het onderzoek is op grond van de eerder uitgevoerde ecologische quickscan en de aanwezige biotopen

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

2023-198

Dalwagen 78B te Dodewaard

14

nagegaan welke soorten vleermuizen redelijkerwijs of mogelijk te verwachten zijn binnen het onderzoeksgebied. Het onderzoek is op grond daarvan, vanwege de aanwezigheid van potentie in zowel bebouwing als bomen, in dit geval gericht op gebouw- en boombewonende soorten: Gewone dwergvleermuis, Ruige dwergvleermuis, Laatvlieger, Rosse vleermuis en Watervleermuis. Uiteraard is tijdens het onderzoek ook gelet op aanwezigheid van andere soorten vleermuizen in het plangebied. Bij het aantreffen van ‘bijzondere’ soorten zoals Meervleermuis, Baardvleermuis en Gewone grootoorvleermuis, die indicaties geven mogelijk verblijvend aanwezig te zijn binnen het plangebied, worden het aantal bezoekrondes en/of rondetijden aangepast op het protocol voor de desbetreffende soort.

2.3.1

Veldbezoeken Door middel van veldonderzoek zijn de aanwezigheid en verspreiding van vleermuizen in het plangebied onderzocht. Er zijn in totaal 5 rondes uitgevoerd in de periode juni tot en met september 2023. Het aantal rondes is op voorhand, op grond van potentie van verwachte soorten en gebruiksfuncties bepaald. Het plangebied kan door vleermuizen op verschillende manieren worden gebruikt, bijvoorbeeld als verblijfplaats, als (onderdeel van) een vliegroute of als foerageergebied. Deze gebiedsfuncties zijn tijdens het veldwerk onderzocht. Tijdens de quickscan en de eerste ronde van het onderzoek zijn de relevante elementen, zoals (randen van) opgaande begroeiing, wateren, lijnvormige structuren en luwe en donkere terreindelen in beeld gebracht. Daarnaast zijn de aanwezige gebouwen en/of bomen geïnspecteerd op aanwezigheid van gaten, holtes, kieren en spleten. Bij dit onderzoek en tijdens alle bezoekrondes is met behulp van een sterke zaklamp bij inspecteerbare delen van het plangebied en bij mogelijke verblijfplaatsen gezocht naar sporen van gebruik zoals keutels op verhardingen, poepstrepen bij gaten, vraatresten. Daarnaast is tijdens alle bezoeken van het onderzoek gekeken naar de aanwezigheid van vliegroutes en foerageergebieden in het plangebied.

Deze gebruiksfuncties zijn vooral te verwachten in luwe terreindelen van het plangebied en langs lijnvormige landschapselementen. Bij het bepalen en vaststellen van soorten, aantallen en terreingebruik van vleermuizen wordt gebruik gemaakt van batdetectors Pettersson D240x, Echo Meter Touch Pro. Op de onderzoekslocatie was altijd visuele- en audioweergave van de opgevangen pulsen mogelijk en er was altijd de mogelijkheid geluiden en/of pulsen op te

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

2023-198

Dalwagen 78B te Dodewaard

15

nemen met opnameapparatuur, namelijk Echo Meter Touch Pro en/of Tascam DR-05X. Tijdens het onderzoek werd tevens gebruik gemaakt van warmtebeeld-apparatuur, namelijk Lahoux Spotter Elite 35V of Lahoux spotter Pro V. Hiermee kunnen vliegpatronen van baltsende en foeragerende dieren en eventuele vliegroutes van langsvliegende vleermuizen beter in beeld gebracht worden. Ook kunnen de aanwezige aantallen vleermuizen nauwkeuriger worden ingeschat en kan in volledige donkere situaties (zoog)zwermactiviteit, late uitvliegers en terugvliegende dieren naar verblijfplaatsen worden opgemerkt zonder dat hier (kunst)licht voor nodig is. Hierdoor wordt onnodige verstoring van vleermuizen en omwonenden voorkomen. De eerste drie kraam- en zomerrondes (KZ1 t/m KZ3) aan het begin van de zomer, zijn met name gericht geweest op het in kaart brengen van zwermactiviteit bij kraam- of zomerverblijven en in- en uitvliegende dieren. Zwermactiviteit treedt met name op aan het einde van de nacht en wordt onderzocht door op kansrijke plekken te posten en/of door in een laag tempo door het plangebied te surveilleren. Bij een avondbezoek wordt gepost op kansrijke plekken (uitvlieglocaties). De avondrondes worden vooral ingezet om de aanwezigheid en terreingebruik van Laatvlieger vast te stellen.

De laatste twee rondes (P1 en P2) zijn vooral gericht geweest op het vaststellen van paarverblijven en baltsactiviteit. De P1 ronde (eind augustus) is om middernacht gelopen om baltsactiviteit van Ruige dwergvleermuis later in de nacht in beeld te brengen. De P1 ronde is tevens laat ingezet om middernachtelijke zwermactiviteit van Gewone dwergvleermuis vast te kunnen stellen.

Nachtelijk onderzoek naar vleermuizen met behulp van een batdetector (archieffoto G&G)

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

2023-198

Dalwagen 78B te Dodewaard

16

Deze zwermactiviteit vormt een sterke aanwijzing voor de aanwezigheid van een winterverblijf. Vanwege de grootte van de bebouwing en het hoge aantal potentieel geschikte plekken en de positie daarvan voor met name verblijfsgebruik van vleermuizen, is het onderzoek in het voorjaar uitgevoerd door drie personen. In het najaar is het niet noodzakelijk vanaf vaste punten het snelle uitvliegen van vleermuizen te volgen en is het onderzoek gericht op langduriger aanwezige sociaal roepende, uit (paar)verblijf roepende, baltsende of zwermende vleermuizen waarbij een minder hoge inspanning voldoet. In het najaar is het onderzoek uitgevoerd door één persoon. Vanwege de grootte van het plangebied en het aantal vereiste aantal onderzoekers is het plangebied bij voorjaarsronde KZ2 opgedeeld in twee deelgebieden, die apart bezocht zijn. Hierdoor waren bezoekrondes gemakkelijker ideaal te plannen en werd het plangebied op meerdere momenten en meer verspreid door het seizoen bezocht.

Overzicht van de veldbezoeken (per deelgebied) ten behoeve van het vleermuisonderzoek in het plangebied per ronde (“KZ” = kraamkolonie- en zomerverblijfronde en “P” = paarverblijfronde).

Ronde/ Datum

Tijd

Duur

Weersomstandigheden

Opzet

KZ1 04-06-2023

21:50-00:05

2 uur 15 min

Droog, ZW3, 0/8, 13°C

avondbezoek kraamkolonies, zomerverblijven, terreingebruik

KZ2_1 03-07-2023

02:20-05:20

3 uur

Droog, ZW43, 8/8, 16°C

ochtendbezoek kraamkolonies, zomerverblijven, terreingebruik

KZ2_2 04-07-2023

02:20-03:00 Afgebroken vanwege regen

40 min

Droog, ZW3, 8/8, 13°C

ochtendbezoek kraamkolonies, zomerverblijven, terreingebruik

KZ2_3 11-07-2023

02:30-05:30

3 uur

Droog, NO2, 2/8, 17°C

KZ3 10-07-2023

22:55-00:10

2 uur 15 min

Droog, O1, 5/8, 20°C

P1 29-08-2023

00:00-02:00

2 uur

Droog, Z2, 0/8, 12°C

P2 30-09-2023

23:00-01:00

2 uur

Droog, ZW2, 2/8, 21°C

Van der Goes en Groot

ochtendbezoek zwermactiviteit, paarverblijven, terreingebruik avondbezoek kraamkolonies, zomerverblijven, terreingebruik avondbezoek paarverblijven, zwermactiviteit, terreingebruik avondbezoek paarverblijven, zwermactiviteit, terreingebruik

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

2023-198

Dalwagen 78B te Dodewaard

17

Tijdens de veldbezoeken was geen sprake van substantiële neerslag en werd er niet geïnventariseerd bij een windkracht hoger dan 4 Bft of bij temperaturen lager dan 8 °C. Bij KZ2_2 (de ronde waarbij het plangebied in 2 delen is bezocht) is de ronde afgebroken vanwege regenval. Deze ronde is vervolgens later herhaald op 11 juli (KZ2_3). Een overzicht met de datums, rondetijden, weersomstandigheden en de onderzoeksopzet van de uitgevoerde onderzoeksrondes wordt weergeven in Tabel 3.

2.3.2

Relatie met het vleermuisprotocol Het vleermuisprotocol is een richtlijn op grond waarvan het onderzoek zo goed mogelijk is uitgevoerd. Dit houdt in dat de uiteindelijke onderzoeksopzet is gebaseerd op grond van aanwezige biotopen en potenties in het onderzochte plangebied. In het geval van het betreffende plangebied zijn de hieronder genoemde keuzes gemaakt om de resultaten te optimaliseren. Omdat er bij het onderzoek naar vleermuizen bij voorjaarsronde KZ2 gewerkt wordt is met deelgebieden, wordt het onderzoeksgebied in die periode in totaal veel vaker bezocht. Hierdoor wordt de kans op het vinden van (grote) verblijven vergroot en is de kwaliteit van het onderzoek mogelijk beter. In de voorjaarsrondes is het onderzoek opgezet volgens de protocollen van de soorten Gewone dwergvleermuis, Ruige dwergvleermuis, Laatvlieger, Rosse vleermuis en Watervleermuis is gepland. Dit is gebaseerd op de potentie inschatting uit de quickscan. Dit houdt onder andere in dat er avondrondes van 2 uur en 15 min en ochtendrondes van 3 uur zijn uitgevoerd. Omdat er bij deze rondes geen enkele waarneming van de meer bijzondere soorten Rosse vleermuis en Watervleermuis zijn gedaan, is voor de najaarsrondes terug gevallen op het ‘standaard’ protocol. Hierbij is volgens het protocol voor Gewone dwergvleermuis, Ruige dwergvleermuis en Laatvlieger gewerkt.

Dit zorgt voor een grotere spreiding van de najaarsrondes, omdat deze nog tot eind september mogelijk zijn. Dit zorgt bijvoorbeeld bij de Ruige dwergvleermuis voor een grotere trefkans van paarverblijven. Deze worden namelijk regelmatig pas later in de maand september gevonden. Daarbij is wel bepaald dat, indien er bij de eerste najaarsronde (P1) indicaties zouden zijn van andere soorten, de tijden en rondes zouden zijn aangepast. Ook is er bij P2 voor gekozen om de ronde te lopen tussen 22:00 en 01:00, overeenkomstig met de bepalingen voor Watervleermuis. Vanwege de aanpassing van de werkwijze ten opzichte van de methode in het voorjaar zijn de resultaten van het onderzoek naar verwachting beter.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

2023-198

Dalwagen 78B te Dodewaard

18

De bebouwing binnen het plangebied is laag, wordt onregelmatig verwarmd en heeft weinig bufferende capaciteit ten aanzien van warmte. Daarom worden geen bijzondere constante en koele microklimaten verwacht ten aanzien van warmte en vocht en is de bebouwing naar verwachting niet geschikt als (massa)winterverblijf voor Gewone dwergvleermuis. Het middernachtzwermen van deze soort wordt daarom niet op voorhand verwacht. Omdat bovenstaande slechts een inschatting betreft en een (massa) winterverblijf als een belangrijke vast te stellen gebruiksfunctie wordt beschouwd, is één van de rondes van het onderzoek toch in de optimale periode uitgevoerd. Door deze laat uitgevoerde bezoekronde wordt tevens ondervangen dat baltsactiviteit op verschillende momenten in de nacht wisselende intensiteit kan hebben. In de andere (najaars)bezoeken is ook op nachtelijk zwermgedrag gelet. Bij (massa)winterverblijven is dit gedrag ook eerder in de nacht waarneembaar en kan dit gedurende langere tijd, tot ver in september, doorgaan.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

2023-198

Dalwagen 78B te Dodewaard

3

19

Resultaten vogels met jaarrond beschermde nesten 3.1

Nestenscan Vanuit de uitgevoerde quickscan flora en fauna (HOLLANDER, 2022) en op basis van de nestenscan van 28 maart 2023 is een beeld verkregen van aanwezige nesten en holtes met potentie voor verblijvende vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten. In Figuur 3 zijn de locaties met potentie weergegeven. Daarbij zijn vooral de gele cirkels relevant omdat de onderzochte soorten (Buizerd, Havik, Sperwer, Boomvalk en Ransuil) over het algemeen allemaal nestbroedende vogels zijn en geen holtebroeders.

Bomen met holtes (groene cirkels) en nesten met potentie (gele cirkels)

3

1

2

Weergave van verschillende nesten. Links nest met nummer 1, midden is nest met nummer 3, rechts is oud nest met nummer 3.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

2023-198

Dalwagen 78B te Dodewaard

20

3.2

Onderzoeksrondes De onderzochte soorten Buizerd, Havik, Sperwer, Boomvalk en Ransuil zijn gedurende 7 onderzoeksronde onderzocht, gestart op 28 maart 2023 en eindigend op 15 juni 2023. In deze paragraaf is per ronde kort beschreven wat de bevindingen waren. 28-03-2023 Deze ronde betrof de nestenscan en de eerste onderzoeksronde voor roofvogels en uilen. In deze ronde is met name gekeken naar activiteit van dag-actieve roofvogels, sporen van uilen en roofvogels en aanwezigheid van vogels op nesten. Hierbij is verrekijker en warmtebeeldcamera gebruikt. Het nest genummerd met nummer 3 in Figuur 3 was bij de nestenscan niet meer geschikt voor roofvogels en uilen. Dit nest was waargenomen bij de quickscan, maar was nu onbruikbaar. Wel zijn bij deze nestenscan twee andere nesten waargenomen, respectievelijk nest nummer 1 en 2 in de figuur. Dit betroffen beiden middelgrote nesten bovenin de betreffende bomen. Mogelijk betreft het oude nesten van Zwarte kraai en/of Ekster. In geen van de nesten is activiteit waargenomen.

Linksboven: ingestort nest nummer 3 Rechtsboven: bomenrij met nesten 1 en 2 (rode cirkels). Linksonder: nest nummer 1. Rechtsonder: nest nummer 2.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

2023-198

Dalwagen 78B te Dodewaard

21

10-04-2023 Deze ronde betrof een dagbezoek naar dagactieve roofvogels, waarbij ook gekeken is naar sporen en aanwezigheid van uilen. Bij deze ronde is geen activiteit waargenomen op nesten 1 en 3. Op nest 2 is een Zwarte kraai waargenomen, waarschijnlijk broedend, op het nest. Zwarte kraai betreft een vogelsoort uit categorie 5, wat inhoudt dat de soort een jaarrond beschermd nest kan hebben indien er niet voldoende alternatief in de omgeving voorhanden is, mocht de huidige nestlocatie verdwijnen.

Zwarte kraai op nest.

08-05-2023 Deze ronde betrof een dagbezoek naar dagactieve roofvogels, waarbij ook gekeken is naar sporen en aanwezigheid van uilen. Ook bij deze ronde is een broedende Zwarte kraai waargenomen op nest nummer 2. Ook deze ronde zijn er bij de andere nesten geen activiteiten van roofvogels en/of uilen met jaarrond beschermde nesten waargenomen. Wel is een Grote bonte specht waargenomen nabij de boom met holte in de noordoostelijke hoek van het plangebied. Niet bekend is of dat ook een nestplek van deze soort betreft. Grote bonte specht betreft een categorie 5 soort, wat inhoudt dat er jaarrond bescherming kan zijn van de nesten, indien er in de nabij omgeving geen alternatieven voorhanden zijn.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

2023-198

Dalwagen 78B te Dodewaard

22

11-05-2023 Dit betrof een avondronde waarbij is gekeken naar activiteit van uilen, specifiek Ransuil rondom de nesten in de rest van het plangebied. Er zijn geen uilen en/of andere roofvogels waargenomen bij het onderzoek. Wel waren zowel nest 2 als 3 relatief warm bij opnames met een warmtebeeldcamera, suggererend dat daar een vogel op zat. 24-05-2023 Deze ronde betrof een dagbezoek naar dagactieve roofvogels, waarbij ook gekeken is naar sporen en aanwezigheid van uilen. Bij deze ronde is een Zwarte kraai waargenomen op nest nummer 1. Er is geen Zwarte kraai op nest nummer 2 waargenomen bij deze ronde. Wel is rondom de locatie van beide nesten nog een tweede Zwarte kraai rondvliegend en alarmerend waargenomen. 04-06-2023 Deze ronde betrof een kraam- en zomerverblijfsronde voor vleermuizen, waarbij ook is gekeken en geluisterd naar aanwezigheid van Ransuil, specifiek bedelende uilskuikens, die rond deze tijd vaak hoorbaar aanwezig zijn in of nabij de nestlocatie. Er zijn geen waarnemingen van Ransuilen of andere vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten gedaan. 15-06-2023 Deze ronde betrof een aanvullend dagbezoek specifiek voor het vaststellen van aan- of afwezigheid van Boomvalk. Dit betreft een soort die vaak laat tot broeden komt en daardoor bij vroege bezoeken gemist kan worden.

Bij deze ronde is geen enkele activiteit waargenomen rondom de bekende nesten, zowel niet van roofvogels en/of uilen met jaarrond beschermde nesten, als van Zwarte kraai (cat. 5). 29-08-2023 Bij een vleermuisronde in het najaar is direct aangrenzend aan het plangebied, op en om het voetbalveld aan de oostzijde een tweetal roepende Steenuilen waargenomen. Er is geen indicatie van een jaarrond beschermd verblijf waargenomen. De soort is bij eerdere rondes ook niet waargenomen. Omdat er geen roofvogels en/of uilen met jaarrond beschermde nesten zijn waargenomen in of nabij het plangebied is er geen aparte verspreidingskaart opgenomen.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

2023-198

Dalwagen 78B te Dodewaard

4

23

Resultaten grondgebonden zoogdieren 4.1

Bunzing, Wezel en Hermelijn In het plangebied zijn geen Wezel, Hermelijn en Bunzing vastgelegd, wel is een Steenmarter aangetroffen. Steenmarter is net als de Wezel, Hermelijn en Bunzing een beschermde, niet vrijgestelde, martersoort in de Provincie Gelderland. Op het sporenpapier van de sporenbuizen zijn alleen prenten van muizen aanwezig. Er zijn geen prenten van kleine marterachtigen aangetroffen. Zie de plattegrond in Bijlage 1 voor de locaties.

Resultaten sporenbuizen.

Resultaat Muis en Bruine rat Bruine rat Muis Muis Muis

Sporenbuis 1 sporenbuis 2 sporenbuis 3 sporenbuis 4 sporenbuis 5

4.2

Steenmarter Onderstaande tabel toont de verschillende waargenomen diersoorten tijdens het onderzoek met cameravallen en struikrover. Het aantal foto’s dat is genomen geeft een indicatie van de hoeveelheid dieren of de hoeveelheid activiteit van deze dieren in het plangebied. Zie de plattegrond in Bijlage 1 en Bijlage 2 voor de locaties.

Tabel met vastgelegde soorten tijdens het onderzoek. Het getal geeft het aantal geschoten foto’s van de soort aan.

Zoogdieren: Steenmarter Egel Bruine rat Muis spec. Bos- of Huismuis (Rosse) Woelmuis Mol Vogels: Merel Koolmees Zanglijster Winterkoning Heggenmus Roodborst Vogel spec. Overig: Huiskat Kikker spec.

Van der Goes en Groot

Camera 1

Camera 2

Struikrover

4 354 43 9 64 2 0

3 886 54 28 119 0 2

0 208 64 14 77 0 0

766 47 8 0 1 21 36

131 23 16 0 1 25 63

0 3 2 57 21 8 4

566 2

259 0

136 0

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

2023-198

Dalwagen 78B te Dodewaard

24

Steenmarter is aangetroffen op beide cameravallen in het plangebied. Deze camera’s stonden in een bosschage tussen de parkeerplaats en de kantine op het sportpark. De beelden op cameraval 1 betreffen een langdurig bezoek van de Steenmarter van negen minuten. Tijdens dit bezoek zijn circa 39 beelden gemaakt. De andere twee beelden zijn gemaakt van één snelle passage van de Steenmarter voor de camera. Ook in de periode tussen tussenronde 1 en tussenronde 2 zijn drie beelden gemaakt van een (Steen)marter, het betreft een exemplaar dat drie keer over de grond voorbij rent langs de gevel van de kantine. Alle drie de keren van oost naar west. Tussen deze passages van de marter waren resp. 7 en 10 dagen aanwezig. De drie beelden op camera 2 betreft één nachtelijk bezoek van de Steenmarter vlak voor de camera in de periode tussen de derde tussenronde en het ophalen van de materialen. In totaal gaat het om zes bezoeken van Steenmarter aan het plangebied in de onderzoeksperiode. Er zijn in het plangebied geen geschikte verblijfsplaatsen gevonden., of sporen van Steenmarter in en om de bebouwing. De bebouwing in het plangebied vertoont geen geschikte holtes en daarnaast is er regelmatig veel menselijke activiteit, waardoor het over het algemeen geen rustige plek is en daardoor minder geschikt voor bijvoorbeeld een plek om jongen groot te brengen.

Steenmarter voor camera1 in de periode tussen uitzetten en tussenronde1.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

2023-198

Dalwagen 78B te Dodewaard

25

Gezien het vrij hoge aantal waarnemingen mag wel worden aangenomen dat het plangebied onderdeel is van het vaste leefgebied van een Steenmarter. Op de cameraval zijn veel Huiskatten vastgelegd. Samen met het kleine oppervlakte aan geschikt leefgebied voor marterachtigen (groot deel is bebouwd of bestaat uit intensief gebruikt sportvelden) verklaart dit waarschijnlijk de afwezigheid van Wezel, Hermelijn en Bunzing. Soorten als Steenmarter hebben een groter leefgebied waar het Sportpark een kleiner onderdeel van is.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

2023-198

Dalwagen 78B te Dodewaard

26

5

Resultaten vleermuizen In en direct rondom het plangebied zijn 3 soorten vleermuizen vastgesteld. In Tabel 6 worden de soorten en bijbehorende indicatie van de aantallen en gebruiksfuncties weergeven. De relevante verspreidingskaarten van de aangetroffen vleermuizen staan in Bijlage 1. Er werden langsvliegende, foeragerende exemplaren en een enkele keer baltsende vleermuizen waargenomen. Er is één zomerverblijf van een Gewone dwergvleermuis vastgesteld. Per soort wordt hieronder het voorkomen van de aangetroffen vleermuizen in het plangebied kort toegelicht en wordt de leefwijze van de waargenomen vleermuizen in Nederland geschetst.

Vastgestelde soorten vleermuizen met bijbehorende indicatie van de aantallen en gebruiksfuncties binnen het plangebied (zv = zomerverblijf, kv = kraamverblijf, pv = paarverblijf, wv = winterverblijf. Achter het type verblijf het aantal vleermuizen dat gebruik maakt van het verblijf).

Soort Gewone dwergvleermuis Laatvlieger Rosse vleermuis

5.1

Aantal (indicatie)

Aantal verblijven

Foeragerend

Vliegroute

5 enkele 1

zv1 geen geen

ja ja nee

nee ja ja

Gewone dwergvleermuis In het plangebied werd de Gewone dwergvleermuis regelmatig waargenomen, over het algemeen in lage aantallen (1 tot 3), maar een enkele keer met aantallen tot 6 individuen. Waarnemingen werden over het gehele plangebied gedaan, in allerlei luwe delen die over het gehele plangebied verspreid aanwezig zijn. Bij KZ2_2 (ochtendronde) werd een aantikkende Gewone dwergvleermuis waargenomen onder aan de dakrand van één van de gebouwtjes van de voetbalvereniging. Kort daarna werd deze vleermuis invliegend waargenomen op deze locatie. Dit zomerverblijf werd vervolgens bevestigd bij de avondronde KZ3. Daar werd een vleermuis uitvliegend waargenomen. De locatie van dit verblijf is weergegeven op de kaarten in de bijlagen van dit rapport. Er wordt uitgegaan van een zomerverblijf, gebruikt door één vleermuis. Het verblijf bevindt zich hoogstwaarschijnlijk achter de aanwezige beplating. Mogelijk wordt achter deze beplating toegang tot een holte in de spouwmuur verkregen.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

2023-198

Dalwagen 78B te Dodewaard

27

Weergave van waargenomen in- en uitvliegplek van het zomerverblijf.

Naast het zomerverblijf is verder in het geheel geen gebouwgerichte activiteiten van Gewone vleermuizen waargenomen. Het is wel mogelijk dat dit zomerverblijf later in het jaar wordt gebruikt als paarverblijfplaats en eventueel als warm winterverblijf, ondanks dat het bij de paarrondes niet is waargenomen. Vanwege de positie met (te) koud microklimaat lijkt gebruik als koud winterverblijf onwaarschijnlijk. Gewone dwergvleermuizen werden foeragerend over het gehele plangebied waargenomen. Specifieke plekken waar wat meer waarnemingen zijn gedaan liggen rondom de gebouwtjes van de voetbalclub, op de parkeerplaats van de sporthal en ten oosten van de sporthal op de grens met het aanliggende voetbalveld. Al deze plekken betreffen, deels afhankelijk van de windrichting, redelijk luwe en beschutte plekken waar aanwezigheid van insecten te verwachten is. Gezien de aanwezige foerageermogelijkheden buiten het plangebied en de grootte van het plangebied ten opzichte van (geschiktere) gebieden in de omgeving daarvan, is het plangebied wat betreft foerageergebied geen ‘essentieel’ deel van het leefgebied van de Gewone dwergvleermuis.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

2023-198

Dalwagen 78B te Dodewaard

28

Er werden geen bijzondere gerichte verplaatsingen opgemerkt van Gewone dwergvleermuis die zouden kunnen wijzen op een belangrijke vliegroute. Bij KZ3 en P2 is een enkele Gewone dwergvleermuis waargenomen die al foeragerend ook enkele malen sociale roepen liet horen. Daarbij zijn geen duidelijk waarnemingen gedaan die wijzen op een paarverblijfplaats in één van de gebouwen. Er was bijvoorbeeld geen sprake van langdurige of herhaalde aanwezigheid van de sociaal roepende vleermuis met aanhoudend rond of bij bebouwing vliegen en/of gebouwgerichte activiteit (aantikken, gebouwgericht zwenken enzovoorts). Verondersteld wordt dat deze vleermuis werd aangetrokken door de aanwezige foerageermogelijkheden. Op de locatie is sprake van opgaande begroeiing, luwere terreindelen en lantaarnpalen, welke kunnen zorgen voor hogere concentraties insecten. Het is gebruikelijk dat Gewone dwergvleermuizen tijdens de paarperiode en het vroege voorjaar frequent sociale geluiden laten horen tijdens het foerageren of wanneer ze zich verplaatsen. Mogelijk worden deze sociale geluiden gebruikt om aanwezige vrouwtjes naar elders gelegen verblijven te lokken. Algemeen De Gewone dwergvleermuis is veruit de meest verspreide en talrijkste vleermuissoort in Nederland. Deze soort verblijft hoofdzakelijk in gebouwen.

Gedurende het hele jaar worden vooral van buiten toegankelijke spouwmuren en besloten ruimtes achter betimmeringen, daklijsten en dakpannen gebruikt. Nachtelijk zwermgedrag rond een verblijfplaats gedurende het voorjaar en zomer duidt op de aanwezigheid van kraamkolonie. Door de verborgen leefwijze gedurende de winterperiode zijn overwinterende dieren, die zich dan meestal in kleinere groepen ophouden, vaak onvindbaar. Een sterke aanwijzing voor dergelijke winterverblijven is het voorkomen van zogenaamde middernachtzwermactiviteit in de periode augustus tot medio september. Daarnaast is gedurende de baltsperiode in de nazomer en herfst sprake van paargezelschappen die rond paarverblijfplaatsen kunnen worden waargenomen. Sociaal roepende vleermuizen worden ook vaak vliegend waargenomen verder weg van hun verblijfplaats en zijn in veel gevallen niet direct aan een paarverblijfplaats te koppelen. Foerageergebieden bevinden zich overwegend in besloten tot halfopen landschap binnen enkele kilometers van de verblijfplaatsen. Het foerageergebied wordt via vaste, veelal beschutte vliegroutes bereikt, zoals bomenlanen, watergangen of langs bebouwing.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

2023-198

Dalwagen 78B te Dodewaard

5.2

29

Laatvlieger In het plangebied werden, zowel bij een voorjaarsronde, als bij beide najaarsrondes een enkele foeragerende en/of langsvliegende Laatvlieger opgemerkt. De hoogste aantallen bij een waarneming betrof twee exemplaren tegelijk. Tweemaal werden Laatvliegers foeragerend waargenomen tussen de bomen ten oosten van de sporthal. Dit betrof zowel een waarneming in KZ3, als in P2. Verder werd één overvliegende Laatvlieger waargenomen in P1. Deze waarneming werd gedaan vanaf de parkeerplaats van de sporthal. Deze waarnemingen hebben waarschijnlijk betrekking op dieren die op weg zijn van of naar foerageergebieden (veelal aan de buitenrand van bebouwing) of van of naar hun verblijfplaatsen. Er werden, anders dan kort aanwezige foeragerende exemplaren, geen aanwijzingen verkregen dat de vleermuizen binding hadden met de bebouwing in het plangebied. Vanwege de lage aantallen waarnemingen en kortdurende aanwezigheid wordt het plangebied en de directe omgeving niet gezien als (onderdeel van) een belangrijke vliegroute of essentieel foerageergebied voor de soort. En vanwege het beperkte gebruik en omdat geen waarnemingen werden gedaan die duiden op belangrijk binding van de soort aan het plangebied, is geen aparte verspreidingskaart opgenomen. Algemeen De Laatvlieger komt in ons land algemeen verspreid voor rond dorpen in veenweidegebieden, parken, tuinen en stadsranden.

Laatvliegers in Nederland verblijven uitsluitend in gebouwen en hebben daarbij sterke voorkeur spouwmuren en gesloten ruimtes achter randpannen en loodslabben. Een kraamkolonies van de Laatvlieger gebruikt veelal een netwerk van verblijven, waarbij relatief vaak van plaats wordt gewisseld. Voor zover bekend leven mannetjes vrijwel het gehele jaar solitair. Overwinterende dieren worden zelden aangetroffen. Verondersteld wordt dat Laatvliegers in kleine groepen overwinteren, mogelijk in dezelfde gebouwen als waarin zich de zomerverblijven bevinden. Laatvliegers foerageren na het uitvliegen eerst kort in sociale groepen nabij de verblijfplaatsen. Daarna zoeken ze afzonderlijk de open jachtgebieden op. Deze liggen veelal in kleinschalig agrarisch gebied dat rijk is aan vochtige graslanden. Hierbij kunnen relatief grote afstanden worden afgelegd. Anders dan bij dwergvleermuizen maken laatvliegers minder gebruik van landschapselementen voor hun vliegroutes.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

2023-198

Dalwagen 78B te Dodewaard

30

5.3

Rosse vleermuis In het plangebied werd de Rosse vleermuis slechts tweemaal waargenomen, beiden in ronde P2. Eén waarneming werd gedaan op de zuidrand van het plangebied, één op 50 meter ten noordoosten van het plangebied, boven het voetbalveld. Beide keren betrof het één enkel overvliegend exemplaar. De soort werd alleen hoog langs vliegend waargenomen zonder dat aanwijzingen werden verkregen dat de vleermuizen binding hadden met bomen of begroeiing in het plangebied. Vanwege de lage aantallen waarnemingen wordt het plangebied niet gezien als (onderdeel van) een belangrijke vliegroute voor de soort. Vanwege het beperkte gebruik en omdat geen waarnemingen werden gedaan die duiden op belangrijk binding van de soort aan het plangebied, is geen aparte verspreidingskaart opgenomen. Algemeen De Rosse vleermuis is in Nederland een uitgesproken boombewonende soort en komt algemeen voor in bosrijke gebieden en oudere stadsparken. De kraamkolonies, die regelmatig bestaan uit meer dan honderd vrouwtjes, gebruiken een netwerk van boomholten waar de dieren regelmatig tussen verplaatsen. In de zomerperiode verblijven de mannetjes in kleine groepen. De baltsperiode vindt in de nazomer plaats, waarbij de mannetjes een territorium bij een boomholte verdedigen. Hier worden dan met enkele vrouwtjes paargezelschappen gevormd.

In het najaar worden ook wel alternatieve verblijfplaatsen zoals vleermuiskasten gebruikt. Winterverblijven kunnen zich in dikke bomen bevinden met diep uitgerotte holtes, maar worden in ons land niet vaak aangetroffen. Rosse vleermuizen jagen bij voorkeur op grote hoogte boven open gebieden zoals bosranden, grasland, meren en moerassen. Foerageergebieden en verblijfplaatsen kunnen relatief ver uit elkaar liggen. Vliegroutes tussen deze gebieden lijken nauwelijks gebonden aan landschapselementen en worden op grote hoogte overbrugd.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

2023-198

Dalwagen 78B te Dodewaard

6

31

Effectbeoordeling en maatregelen De aanwezigheid van vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten of vleermuizen in het plangebied of de directe omgeving daarvan kan van invloed zijn op de verdere procedure. De effecten die kunnen optreden bij de geplande werkzaamheden worden hieronder beschreven. Voorts zal worden aangegeven welke maatregelen kunnen worden genomen om effecten te voorkomen of te minimaliseren.

6.1

Vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten Omdat er geen vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten verblijvend/broedend zijn waargenomen in het plangebied of de directe omgeving daarvan kunnen de werkzaamheden geen negatieve effecten daarop veroorzaken en is een vervolg voor deze soortgroep niet nodig. Op basis van de enkele waarneming van Steenuil nabij het plangebied, buiten het broedseizoen van deze soort, kan worden uitgesloten dat het plangebied een essentieel onder van het leefgebied van deze soort is. Indien er een verblijvende Steenuil in of nabij het plangebied aanwezig zou zijn geweest, of het plangebied een belangrijk onderdeel zou zijn van het leefgebied van een Steenuil, was deze bij de verschillende onderzoeksrondes ten behoeve van roofvogels en vleermuizen vaker en ook eerder in het seizoen al waargenomen. De waarneming op 29 augustus duidt mogelijk op een uitgevlogen juveniel van een broedgeval in de omgeving dat nog wordt (bij)gevoerd door de ouders. Voor de aanwezige waargenomen broedpogingen van Zwarte kraai geldt dat dit een soort is van categorie 5. Dit zijn soorten waarvan de nestlocaties beschermd zijn als ‘jaarrond bescherm nest’ indien er in de nabij omgeving geen alternatieve locaties voor nestbouw voorhanden zijn. Dat is in deze omgeving niet het geval.

Zwarte kraai kan, indien de huidige broedlocatie ongeschikt raakt, goed een alternatieve locatie in de nabije omgeving vinden, gezien de aanwezige potentie rondom het plangebied. Een daadwerkelijke broedpoging van Zwarte kraai is wel beschermd, zie daarvoor §6.4. Naast Zwarte kraai geldt ook voor andere vogelsoorten dat ze in deze ‘categorie 5’ horen. Dit betreft ook soorten als Grote bonte specht, Groene specht, die ook in het plangebied zijn waargenomen en daar mogelijk tot broeden kunnen komen.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

2023-198

Dalwagen 78B te Dodewaard

32

6.2

Kleine marterachtigen en Steenmarter In het plangebied zijn geen kleine marterachtigen (Bunzing, Hermelijn en Wezel) vastgelegd. Er zijn geen negatieve effecten van de ingreep op Bunzing, Hermelijn en Wezel mogelijk. In het plangebied is wel Steenmarter vastgesteld. Het plangebied is waarschijnlijk een onderdeel van een territorium van een Steenmarter en daarmee mogelijk essentieel. Indien werkzaamheden worden verricht aan de bosschages en struwelen in het plangebied, dan dient een plan van aanpak gemaakt te worden waarin mitigerende en compenserende maatregelen worden beschreven om negatieve effecten die kunnen optreden teniet te doen. Dit plan dient te worden ingediend in het kader van een WABO-procedure of in het kader van een ontheffingsaanvraag Wnb. Wanneer voldoende compenserende en/of mitigerende maatregelen worden getroffen wordt een verklaring van geen bedenkingen afgegeven. Vanwege de afwezigheid van geschikte verblijven en het ontbreken van sporen van Steenmarter in en om de bebouwing in het plangebied worden geen verblijvende Steenmarters in het plangebied verwacht.

6.3

Vleermuizen Verblijfplaatsen De aanwezige vaste verblijfplaats van Gewone dwergvleermuis binnen het plangebied zal door de werkzaamheden aan de bebouwing beschadigd en of vernield kunnen worden. Er is tijdelijke compensatie en permanente compensatie noodzakelijk. Er dient een ontheffing te worden aangevraagd waarbij in een op te stellen ‘activiteitenplan’ deze maatregelen worden uitgewerkt. Foerageergebied Het foerageergebied van vleermuizen binnen het plangebied maakt slechts een klein deel uit van een veel groter foerageergebied en is geen ‘essentieel’ deel van het leefgebied. De vleermuizen kunnen derhalve uitwijken. Na oplevering van de plannen zal vanwege de ontwikkelde begroeiing en gerealiseerde bebouwing de beschutting waarschijnlijk en zal het terrein geschikt blijven voor foeragerende vleermuizen. De tijdelijke achteruitgang van foerageermogelijkheden is vanwege de grootte van het plangebied zeer beperkt en kan opgevangen worden omdat vleermuizen kunnen uitwijken naar vergelijkbaar en beter foerageergebied in de omgeving. Vliegroutes De in het onderzoek vastgestelde vliegroutes van Laatvlieger en Rosse vleermuis boven het plangebied zijn op grond van de daar gevonden lage aantallen vleermuizen niet essentieel en worden

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

2023-198

Dalwagen 78B te Dodewaard

33

daarbij niet in betekenende mate beïnvloed door de plannen. Dergelijke grote vleermuissoorten vliegen vaak hoog en hebben beperkt beschutting en/of specifieke landschapselementen nodig om als vliegroute te kunnen dienen.

6.4

Overige broedvogels In het plangebied zijn geen vogelsoorten met jaarrond beschermde verblijfplaatsen aanwezig. Er kunnen in het plangebied, in het broedseizoen, wél andere soorten broedvogels vestigen met nietjaarrond beschermde nesten, zoals de waargenomen Zwarte kraaien en Grote bonte specht. Dergelijke broedpogingen kunnen worden verstoord of vernield bij ecologisch gevoelige werkzaamheden zoals het rooien en kappen van struiken en bomen, het slopen of renoveren van bebouwing, diverse graafwerkzaamheden of het verwijderen van de vegetatieve toplaag. Men dient deze activiteiten waarbij nesten verstoord of vernield kunnen worden daarom buiten het broedseizoen plaats te doen vinden, dus niet van grofweg 15 maart tot 15 juli. Deze periode is afhankelijk van bijvoorbeeld het weer en de betrokken soorten. Als onverhoopt buiten deze periode vogels broedend aanwezig zijn, dienen werkzaamheden plaatselijk te worden uitgesteld. Wanneer toch in het broedseizoen gewerkt gaat worden is het mogelijk, voorafgaand aan het broedseizoen of voorafgaand aan de vestiging van broedvogels, het plangebied ongeschikt te maken als (nog) geen nesten aanwezig zijn.

6.5

Zorgplicht Voor alle in het wild levende soorten en hun leefomgeving geldt de zorgplicht (zie Bijlage 4.1.1). Teneinde de zorgplicht na te leven kan men voorafgaand aan de werkzaamheden de volgende praktische richtlijnen hanteren:  Alle aanwezige bebouwing, vegetatie of bodemmateriaal kan gefaseerd verwijderd worden. Dit geeft bodem- en gebouw bewonende dieren de kans om het plangebied te ontvluchten en een alternatief leefgebied te benutten in de (directe) omgeving.  Ontzie groenvoorzieningen zoveel mogelijk tijdens de werkzaamheden en het (tijdelijk) opslaan van machines en materialen. Gebruik zo klein mogelijke werkbreedtes en probeer dezelfde bouwwegen voor zowel aanvoer als afvoer te gebruiken.  Het verwijderen van groen kan zoveel mogelijk beperkt worden of na de werkzaamheden kan nieuw groen aangeplant worden op dezelfde locaties als waar groen verwijderd wordt. Houd bij werkzaamheden rondom groenvoorzieningen een zo smal mogelijke werkbreedte aan.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

2023-198

Dalwagen 78B te Dodewaard

34

 Vermijd zware trillingen en sterk geluid bij mogelijk gevestigde natuurwaarden. Bij de werkzaamheden moet voorkomen worden dat ’s nachts en met sterke bouwverlichting wordt gewerkt.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13934262/1