CConstaterende datNeder-Betuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 - Toelichting, regels en bijlagen

Raadsvergadering 28 september 2023, gemeente Neder-BetuweBij agendapunt: Bestemmingsplan ‘Betuwestraat Noord’25.666 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Subsoort (kaliber)

Verschijningsvorm

Verticale afbakening*

Geschutmunitie Duits en geallieerd

Diverse (5cm t/m 15 cm) (2 inch t/m 155mm)

Verschoten

Tot 1,75m -mv Tot 5,05 – 5,55m +NAP**

Afwerpmunitie Geallieerd

Brisant Afgeworpen (250 – 1000 lbs) Mogelijk trillingsgevoelig

N.N.T.B.***

* Bij de verticale afbakening is uitgegaan van het grootste kaliber. De kleinere kalibers zullen niet tot de maximale diepte zijn ingedrongen.

60

** De verticale afbakening ten opzichte van NAP is een indicatie, ingeschat aan de hand van gegevens over historische maaiveldhoogtes. Deze kunnen lokaal verschillen. *** Het vaststellen van de verticale afbakening van afwerpmunitie maakt geen deel uit van de opdracht. Hiervoor zijn sondeergegevens benodigd. De nationaliteit, subsoort, kaliber en verticale afbakening van de verwachte OO waren niet gespecificeerd in het onderzoek en zijn door RPS aangevuld. Naoorlogse bodemingrepen Uit een vergelijking van de luchtfoto’s en de kaarten blijkt dat de drie panden in het onderzoeksgebied naoorlogs zijn gebouwd. Daarnaast zijn de watergangen langs de N233 en langs de Betuwestraatweg naoorlogs gegraven. De contouren van de naoorlogse watergangen en panden zijn ingetekend op de advieskaart en kunnen als onverdacht worden beschouwd. Hier geldt het Protocol Toevalsvondst. Advies voor werkzaamheden De gehele projectlocatie is verdacht op ontplofbare oorlogsresten, en dient voorafgaand aan de grondroerende werkzaamheden vrijgegeven te worden door middel van opsporingsonderzoek. Gezien de verwachte OO en de aard en grootte van de locatie adviseert RPS om het gebied eerst te onderzoeken middels non-realtime oppervlaktedetectie. Met deze methode wordt de locatie eerst met magnetometers ingemeten, waarna de data wordt geanalyseerd en er een lijst wordt opgesteld met de significante objecten.

Indien nodig kunnen deze objecten later door een OOO-ploeg worden benaderd, geïdentificeerd en verwijderd. Het opsporingsonderzoek dient te worden uitgevoerd door een CS-OOO gecertificeerd bedrijf. Afwerpmunitie Een klein deel van de projectlocatie is verdacht op afwerpmunitie. Als binnen het op afwerpmunitie verdachte gebied werkzaamheden zijn gepland die meerdere meters diep gaan is het raadzaam om de verticale afbakening van de afwerpmunitie vast te stellen. Hiervoor zijn sondeergegevens benodigd. Omdat er geen informatie beschikbaar is over de ontstekers op de afwerpmunitie moet ervan uit worden gegaan dat deze trillingsgevoelig is. Trillingen met een versnelling van 1,0 m/s2 of groter kunnen over een afstand van 10 meter leiden tot de uitwerking van de afwerpmunitie. Op de advieskaart in bijlage 1 is het op afwerpmunitie verdachte gebied en de buffer van 10 meter weergegeven. Bij trillingsveroorzakende werkzaamheden van 1,0 m/s2 of groter dient een straal van 10 meter binnen deze gebieden vrijgegeven te worden. Voor deze vrijgave dient wel eerst de verticale afbakening van de afwerpmunitie te worden vastgesteld, waar sondeergegevens voor benodigd zijn.

De extra inspanning voor het op afwerpmunitie verdachte gebied kan worden voorkomen door de werkzaamheden aan te passen zodat de trillingen een kleinere versnelling hebben dan 1,0 m/s2, of door aanvullend onderzoek te doen naar de bomafworpen die hebben geleid tot het verdachte gebied. Het verdachte gebied kan vermoedelijk sterk verkleind worden door de nieuwe richtlijnen uit het CS-VROO toe te passen, waardoor werkzaamheden binnen het plangebied geen invloed meer hebben op het op afwerpmunitie verdachte gebied. Het volledige onderzoek (inclusief bijlage) is te vinden in de bijlage 9.

61

Conclusie Vanwege het huidige gebruik van het plangebied is vervolgonderzoek vooralsnog niet mogelijk. Dit dient uitgevoerd te worden voorafgaand aan de noodzakelijke bodemingrepen. De uitvoer van vervolgonderzoek wordt in de overeenkomst geborgd. Bij indiening van de omgevingsvergunning, dus voorafgaand aan het verrichten van bodemingrepen, zal een detectie-onderzoek worden overlegd. Het bestemmingsplan is daarmee uitvoerbaar op het gebied van explosieven.

4.12

Vormvrije-merbeoordeling

4.12.1 Toetsingskader De centrale doelstelling van het instrument milieueffectrapportage is het milieubelang een volwaardige plaats te geven in de besluitvorming over activiteiten met mogelijk belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. De basis van de milieueffectrapportage wordt gevormd door de EU Richtlijn m.e.r. De richtlijn is van toepassing op de milieueffectbeoordeling van openbare en particuliere projecten die aanzienlijke gevolgen voor het milieu kunnen hebben. De Europese regelgeving is in de Nederlandse wetgeving onder andere geïmplementeerd in de Wet milieubeheer (verder Wm) en in het Besluit milieueffectrapportage 1994. In de bijlagen behorende bij het Besluit m.e.r. zijn de m.e.r.-plichtige activiteiten (de C-lijst) en de m.e.r.-beoordelingsplichtige activiteiten (de D-lijst) beschreven. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Voor de betreffende activiteiten die niet aan de drempelwaarden voldoen, dient het bevoegd gezag na te gaan of sprake kan zijn van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu, gelet op de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. Deze omstandigheden betreffen: y de kenmerken van de projecten; y de plaats van de projecten; y de kenmerken van de potentiële effecten.

4.12.2 Onderzoek en conclusie In het Besluit milieueffectrapportage is opgenomen dat de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject m.e.r.-beoordelingsplichtig is in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een oppervlakte van 100 hectare of meer of een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen omvat. De beoogde ontwikkeling betreft de realisatie van in totaal 355 woningen en enkele voorzieningen. Hiermee blijft de ontwikkeling ruim onder de drempelwaarde. Dit betekent dat een zogenaamde 'vormvrije m.e.r.-beoordeling''. Deze is opgenomen in bijlage 16.

62

Hoofdstuk 5 5.1

Juridische planbeschrijving

Algemeen

Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding en regels en is voorzien van een toelichting. De regels en verbeelding vormen het juridisch bindende deel, terwijl de toelichting geen juridische binding heeft, maar moet worden beschouwd als handvat voor de uitleg en de onderbouwing van de opgenomen bestemmingen. De regels bevatten het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden, bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing, regelingen betreffende het gebruik van aanwezige en/of op te richten bouwwerken. De verbeelding heeft een rol voor toepassing van de regels alsmede de functie van visualisering van de bestemmingen. In dit hoofdstuk wordt de systematiek van de regels en de wijze waarop de regels gehanteerd dienen te worden, uiteengezet. De regels van het plan bestaan uit vier hoofdstukken, waarin achtereenvolgens de inleidende regels, de bestemmingsregels, de algemene regels en de overgangs- en slotregels aan de orde komen. Voor de systematiek is aangesloten op de SVBP2012, de Wabo en de standaardregels van de gemeente Neder-Betuwe. Voor het bouwen is verder het Besluit omgevingsrecht (Bor) van belang. In het Bor zijn onder andere regels voor vergunningvrije bouwwerken opgenomen. In het vervolg van dit hoofdstuk wordt de opbouw en dergelijke van de regels kort toegelicht.

5.2

Inleidende regels

Artikel 1 Begrippen In deze bepaling zijn omschrijvingen gegeven van de in het bestemmingsplan gebruikte begrippen. Deze worden opgenomen om interpretatieverschillen te voorkomen. Begripsbepalingen zijn alleen nodig voor begrippen die gebruikt worden in de regels en die tot verwarring kunnen leiden of voor meerdere uitleg vatbaar zijn. Artikel 2 Wijze van meten Om op een eenduidige manier afstanden, oppervlakten en inhoud van gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde, te bepalen wordt in de wijze van meten uitleg gegeven wat onder de diverse begrippen wordt verstaan. Ten aanzien van de wijze van meten op de verbeelding geldt steeds dat het hart van een lijn moet worden aangehouden.

5.3

Bestemmingsregels

5.3.1

Opbouw bestemmingsregels

In de bestemmingsregels zijn de verschillende bestemmingen opgenomen. Deze zijn als volgt opgebouwd: Bestemmingsomschrijving Bevat de omschrijving van de doeleinden die met de bestemming aan de grond worden toegekend. Hierbij gaat het in beginsel om een beschrijving van de aan de grond toegekende functies zoals bedrijven, wonen, centrum etc. De aard van de toegelaten inrichtingen van gronden (bouwwerken en werken, geen bouwwerken zijnde) vloeit dan voort uit de toegelaten functies.

63

Bouwregels In de bouwregels worden voor alle hoofdgebouwen, bijgebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, de van toepassing zijnde bouwregels gesteld. Waar en met welke maatvoering mag worden gebouwd, wordt hier vastgelegd. Indien mogelijk wordt verwezen naar bouwvlakken en aanduidingen op de verbeelding. Afwijken van de bouwregels In deze bepaling zijn afwijkingsbevoegdheden toegekend aan het bevoegd gezag ten aanzien van bepaalde bouwregels. Specifieke gebruiksregels In dit onderdeel kan worden aangegeven welke vormen van gebruik men in ieder geval strijdig acht met de bestemming. Het is niet de bedoeling alle mogelijke strijdig gebruiksvormen te noemen, maar alleen die, waarvan het niet op voorhand duidelijk is dat deze in strijd zijn met de bestemming. Het gaat hierbij in feite om een aanvulling op de doeleindenomschrijving. Afwijken van de gebruiksregels In deze bepaling zijn afwijkingsbevoegdheden toegekend aan het bevoegd gezag ten aanzien van bepaalde gebruiksregels. 5.3.2

Bestemmingen

Hieronder volgt in het kort een beschrijving van de verschillende bestemmingen. Artikel 3 Verkeer - Verblijfsgebied De gronden met de bestemming 'Verkeer' zijn bedoeld voor de hoofdontsluitingen van het plangebied. Artikel 4 Water De gronden met de bestemming 'Water' zijn bedoeld voor watervoorzieningen. Daarnaast zijn binnen deze bestemming ontsluitingen mogelijk. Artikel 5 Woongebied De voor 'Woongebied' bestemde gronden zijn bedoeld voor woningen, maatschappelijke voorzieningen, zoals een school met bijbehorende gymzaal en een kerk en de bijbehorende openbare ruimte zoals, wegen, paden en verblijfsgebied, groen- en watervoorzieningen. Het beoogde aantal woningen, type woningen en bijbehorende hoogtemaatvoeringen zijn met aanduidingen aangegeven. Voor de ligging van de maatschappelijke voorzieningen is een specifieke aanduiding opgenomen. In de regels zijn voorwaarden aan het maximale bouw- en gebruiksoppervlakte van deze voorzieningen opgenomen. Daarnaast zijn voorwaarden opgenomen met betrekking tot het realiseren van een minimum aantal van sociale huur en koopwoningen. Artikel 6 Leiding - Riool Voor de rioolpersleidingen in het plangebied is de dubbelbestemming 'Leiding - Riool' opgenomen. Deze gronden zijn primair bestemd voor een rioolpersleiding met de daarbij behorende bouwwerken en andere bouwwerken.

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd af te wijken van de bouwbepalingen voor de bouw van bouwwerken ten dienste van de onderliggende bestemming, op voorwaarde dat advies is ingewonnen bij de leidingbeheerder. Ter plaatse van de dubbelbestemming is een (omgevings)vergunning vereist voor het uitvoeren van werkzaamheden die de belangen van de leidingbeheerder kunnen schaden.

64

Artikel 7 Waarde - Archeologie 2 en Artikel 8 Waarde - Archeologie 3 Voor de verschillende archeologische (verwachtings)waarden zijn afzonderlijke bestemmingen opgenomen: 'Waarde - Archeologie 2' voor de gronden met een hoge archeologische trefkans en 'Waarde - Archeologie 3' voor de gronden met een gemiddelde archeologische trefkans. Voor een aantal werkzaamheden op of in deze gronden is een omgevingsvergunning (voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden) vereist in het kader waarvan een afweging kan worden gemaakt tussen de activiteit en de te beschermen waarden. De voorwaarden voor wanneer een omgevingsvergunning is vereist is afhankelijk van de archeologische (verwachtings)waarden en gedifferentieerd in de verschillende dubbelbestemmingen. Artikel 9 Waterstaat - Waterlopen Ten behoeve van het onderhoud van de hoofdwatergangen in het plangebied is bepaald dat een strook van 5 meter in principe onbebouwd dient te blijven. Een en ander is geregeld met de dubbelbestemming 'Waterstaat - Waterlopen'. Voor het oprichten van bouwwerken en voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, ten behoeve van de onderliggende bestemming, geldt dat in principe advies moet worden ingewonnen van de waterbeheerder.

5.4

Algemene regels

Anti-dubbeltelbepaling Deze bepaling is opgenomen om te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde gebouwen en bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld. Algemene bouwregels Deze bepaling bevat algemene regels omtrent ondergronds bouwen, zwembaden en ten aanzien van de bestaande situatie. Algemene gebruiksregels Deze bepaling bevat de vormen van gebruik, die in ieder geval strijdig zijn met de regels van het bestemmingsplan. Daarnaast zijn regels voor (niet-publieksgerichte) aan huis verbonden beroeps- en bedrijfsactiviteiten opgenomen. In dit artikel is tevens een regeling voor parkeren opgenomen. Indien op grond van dit bestemmingsplan wordt gebouwd dan wel het gebruik wordt gewijzigd, dient voorzien te worden in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein. Daarbij wordt gebruik gemaakt van de Nota Parkeernormen Neder-Betuwe (d.d. 11 mei 2017). Indien de parkeernota in de toekomst herzien wordt, dient getoetst te worden aan de rechtsopvolger(s) van de voorgenoemde nota. Algemene afwijkingsregels In dit artikel wordt een opsomming gegeven van de regels waarvan door middel van een omgevingsvergunning afgeweken kan worden van het bestemmingsplan.

De criteria, die bij toepassing van de afwijkingsbevoegdheid in acht moeten worden genomen, zijn aangegeven. Er zijn onder meer algemene afwijkingsregels opgenomen voor evenementen, publieksgerichte aan huis verbonden beroepsen bedrijfsactiviteiten, bed & breakfastaccommodaties en jongerenontmoetingsplaatsen.

65

5.5

Overgangs- en slotregels

Overgangsrecht Bouwwerken welke op het moment van inwerkingtreding van het bestemmingsplan bestaan (of waarvoor een bouwvergunning is aangevraagd) mogen blijven bestaan, ook al is er strijd met de bouwregels. De overgangsbepaling houdt niet in dat het bestaand, illegaal opgerichte, bouwwerk legaal wordt, noch brengt het met zich mee dat voor een dergelijk bouwwerk alsnog een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen kan worden verleend. Burgemeester en wethouders kunnen in beginsel dus nog gewoon gebruik maken van hun handhavingsbevoegdheid. Het gebruik van de grond en opstallen, dat afwijkt van de regels op het moment van inwerkingtreding van het plan, mag eveneens worden voortgezet. Slotregel Dit artikel geeft aan op welke manier de regels kunnen worden aangehaald.

66

Hoofdstuk 6 6.1

Uitvoerbaarheid

Economische uitvoerbaarheid

In de Wro is de Grondexploitatiewet opgenomen. In deze wet is het verplichte kostenverhaal van plankosten door de gemeente geregeld. De gemeente legt dit kostenverhaal vast in een exploitatieplan. Kostenverhaal is aan de orde en dient te worden verzekerd indien op grond van een bestemmingsplan rechtstreeks nieuwe bouwplannen (als genoemd in artikel 6.2.1 Bro) mogelijk worden gemaakt (artikel 6.2.3 t/m 6.2.5 Bro). Een exploitatieplan hoeft niet te worden vastgesteld indien het kostenverhaal anderszins verzekerd is. Dit is het geval indien met alle grondeigenaren een anterieure overeenkomst is gesloten of als de gemeente volledig zelf het grondeigendom heeft. In het kader van de ontwikkeling is/wordt een anterieure overeenkomst gesloten tussen de grondeigenaar/initiatiefnemer en de gemeente. In deze overeenkomst zijn tevens afspraken gemaakt ten aanzien van planschade.

6.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Het is belangrijk dat bewoners worden betrokken bij bestemmingsplanprocedures. Bestemmingsplannen zien toe op een goede ruimtelijke ordening en bevorderen zo een goede woonen leefomgeving voor de inwoners van de gemeente Neder-Betuwe. Er zijn verschillende manieren waarop de gemeente inwoners en andere belanghebbende de gelegenheid geeft mee te denken met een bestemmingsplan.

67

Hoofdstuk 7 7.1

Procedure

Overleg

Conform ex artikel 3.1.1. van het Bro dienen burgemeester en wethouders bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg te plegen met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met de rijks- en provinciale diensten die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. In het kader van het vooroverleg wordt het voorliggende bestemmingsplan toegezonden aan diverse overlegpartijen. De ontvangen reacties worden te zijner tijd voorzien van een gemeentelijke beantwoording. PM-reacties

7.2

Inspraak

Het voorontwerpbestemmingsplan wordt, conform de gemeentelijke inspraakverordening, voorafgaand aan de formele bestemmingsplanprocedure voor inspraak vrijgegeven. Het voorontwerpbestemmingsplan wordt gedurende 6 weken ter inzage gelegd. Gedurende deze inspraaktermijn wordt een ieder in de gelegenheid gesteld schriftelijke en/of mondeling te reageren op het bestemmingsplan. De ontvangen reacties worden te zijner tijd voorzien van een gemeentelijke beantwoording. Een eerste omgevingsdialoog heeft op maandagavond 4 juli 2022 plaatsgevonden. Dit betrof een inloopavond in Kesteren voor direct omwonenden en andere belangstellenden. In samenspraak met de gemeente Neder-Betuwe zijn de woningbouwplannen in combinatie met de ontwikkeling van de kerk en de school gepresenteerd. Het verslag van deze inloopavond is als bijlage 17 opgenomen. Voorafgaand aan de terinzagelegging van het bestemmingsplan heeft op 25 april 2023 een tweede inloopavond plaatsgevonden. Het verslag van deze avond is als bijlage 18 opgenomen.

7.3

Ontwerpfase

Na afronding van het vooroverleg is de formele bestemmingsplanprocedure gestart. De eventuele aanpassingen die volgen uit de inspraak- en vooroverlegreacties zijn verwerkt in het ontwerpbestemmingsplan. Ook zijn er diverse ambtshalve aanpassingen doorgevoerd. Het ontwerp van het bestemmingsplan "Kesteren, Betuwestraat Noord" heeft met ingang van PM gedurende zes weken ter inzage gelegen.

7.4

Vaststellingsfase

Na vaststelling wordt het bestemmingsplan voor de tweede maal zes weken ter visie gelegd. Gedurende deze periode kunnen belanghebbenden tegen het vaststellingsbesluit beroep instellen bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Indien geen beroep wordt ingesteld, is het plan na deze beroepstermijn onherroepelijk en treedt het plan in werking.

68

Bijlagen toelichting

Bijlage 1

Mobiliteitsplan

Mobiliteitsplan Plan Betuwestraat-Noord te Kesteren Opdrachtgevers Samenwerking BV Seringenstraat 2 4043 PK Opheusden

Projectnummer: 2101048

De Leede Investment BV Seringenstraat 2 4043 PK Opheusden

Datum: 20-04-2023

Versie: 3.0

Status: Definitief

Rapportgegevens Titel: Status: Versie: Datum: Projectnaam: Projectnummer: Auteurs:

Mobiliteitsplan Definitief 3.0 20-04-2023 Plan Betuwestraat-Noord te Kesteren 2101048 Ing. J.N. Lootens Ir. T.G. Wegman

Historie Versie: 1.0 2.0

Datum: 29-08-2022 27-02-2023

3.0

20-04-2023

Omschrijving: Eerste definitieve versie Definitieve versie 2 n.a.v. aanpassingen stedenbouwkundigplan Wijziging BVO gymzaal

Opdrachtgever(s) Samenwerking BV Seringenstraat 2 4043 PK Opheusden

De Leede Investment BV Seringenstraat 2 4043 PK Opheusden

Opdrachtnemer RvB Engineering B.V. Nobelstraat 18 3846 CG Harderwijk

Verantwoording Controle Naam: Datum: Paraaf:

Ing. D.J.D. ten Bolscher 20-04-2023

Vrijgave Naam: Datum: Paraaf:

J.G. Reijersen van Buuren 20-04-2023

Omslagafbeelding: Rotonde Betuwestraatweg-Rhenenseweg (bron: Google Maps) Niets uit deze rapportage mag worden verveelvoudigd of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande toestemming van de opdrachtgever. Noch mag het zonder dergelijke toestemming worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd.

Inhoudsopgave 1

Inleiding ........................................................................................................................................... 1

2

Methodiek ....................................................................................................................................... 3

3

2.1

Richtlijnen en normen ............................................................................................................. 3

2.2

Uitganspunten ......................................................................................................................... 3

2.2.1

Parkeerbalans .................................................................................................................. 3

2.2.2

Stedelijkheidsgraad en stedelijke zone ........................................................................... 4

Parkeerbalans .................................................................................................................................. 5 3.1

3.1.1

Voorzieningen.................................................................................................................. 5

3.1.2

Woningen ........................................................................................................................ 6

3.2

Parkeeraanbod ........................................................................................................................ 6

3.3

Berekening parkeerbalans ....................................................................................................... 7

3.3.1

Voorzieningen.................................................................................................................. 8

3.3.2

Woningen ........................................................................................................................ 8

3.4 4

5

Parkeerbehoefte...................................................................................................................... 5

laadpunten elektrische voertuigen ......................................................................................... 9

Verkeersgeneratie ......................................................................................................................... 10 4.1

Toename verkeersgeneratie ................................................................................................. 10

4.2

Ontsluiting nieuwbouwwijk................................................................................................... 11

Conclusie en aanbevelingen .......................................................................................................... 12

Bijlagen Bijlage 1 – Stedenbouwkundig plan ........................................................................................................ 1

1 Inleiding In opdracht van Samenwerking BV en De Leede Investment BV heeft RvB Engineering B.V. een mobiliteitsplan opgesteld voor het voorgenomen plan aan de Betuwestraatweg te Kesteren. De initiatiefnemer is voornemens hier een kerk, school en woningen te realiseren. Dit mobiliteitsplan bestaat uit twee onderdelen. De parkeerbalans en de verkeersgeneratie. Deze rapportage is een tweede versie en is een aanpassing van de eerste versie naar aanleiding van aanpassingen in het hieronder benoemde stedenbouwkundig plan. Als basis voor deze mobiliteitsstudie is het stedenbouwkundigplan d.d. 20-03-2023 gebruikt, met bijbehorende tekening ‘STUDIE Stedenbouw te Kesteren’. Deze is toegevoegd in bijlage 1. In Figuur 1 is de situering van het plangebied weergegeven. In Figuur 2 de beoogde inrichting van het plangebied.

Figuur 1: Situering plangebied

Pagina 1 van 12

Mobiliteitsplan Plan Betuwestaat-Noord

Definitief

Figuur 2: Plan Betuwestraat Noord

Pagina 2 van 12

Mobiliteitsplan Plan Betuwestaat-Noord

Definitief

2 Methodiek 2.1 RICHTLIJNEN EN NORMEN Bij het opstellen van de analyse is gebruik gemaakt van de beleidsregels van gemeente Neder-Betuwe (Nota Parkeernormen 2017-1 Neder-Betuwe). Naast deze geldende beleidsregels wordt gebruik gemaakt van de richtlijnen van het CROW, CROW-publicatie 381 ‘Toekomstbestendig parkeren – Van parkeerkencijfers naar parkeernormen’.

2.2 UITGANSPUNTEN 2.2.1 Parkeerbalans Voor het opstellen van de parkeerbalans is het noodzakelijk de parkeerbehoefte te berekenen aan de hand van het aantal woningen en de verschillende voorzieningen binnen de wijk. Om de parkeerbehoefte en parkeeraanbod inzichtelijk te maken is de wijk opgedeeld in verschillende blokken. Dit is weergegeven in Figuur 3.

Figuur 3 Indeling wijk, op basis van stedenbouwkundig plan

Pagina 3 van 12

Mobiliteitsplan Plan Betuwestaat-Noord

Definitief

In onderstaande tabel zijn per blok en appartementen de aantallen woningen weergegeven. Tabel 1: Woningaantallen per type

Aantallen woningblokken 1 2 3 Koop, vrijstaand 6 1 Koop, twee-onder-een4 2 kap Koop, tussen/hoek 18 22 34 Appartementencomplex Koop, appartement, duur Appartementencomplex Koop, appartement, midden Appartementencomplex 6 6 Huur, appartement, sociaal (50m2) Totaal 24 32 43

4 4 6

Aantallen appartementen 1 2 3 4

Totaal 5 11 12

34

42

38

10

38

74 76

38

60

72

60

72

144

34

42

355

2.2.2 Stedelijkheidsgraad en stedelijke zone De waardes wat betreft kencijfers parkeren en verkeersgeneratie zijn afhankelijk van de zogenaamde bereikbaarheidskenmerken van de locatie, namelijk stedelijkheidsgraad en stedelijke zone. Conform de parkeernota van Neder-Betuwe moet de gemeente beschouwd worden als een ‘niet-stedelijke’ gemeente. De stedelijkheidsgraad wordt aangeduid aan de hand van het aantal adressen per vierkante kilometer, welke is terug te vinden in de statistieken van het CBS. Voor de dorpskern van Kesteren is dit 456 adressen/km2, wat overeenkomt met een classificatie als ‘niet stedelijk’. Naast de stedelijkheidsgraad heeft ook het aanbod van alternatieve vervoerswijzen invloed op de parkeervraag en verkeersgeneratie. Over het algemeen geldt dat in het centrum betere voorzieningen voor alternatief vervoer aanwezig zijn dan in gebieden verder van het centrum gelegen. De classificering voor stedelijke zone is op basis van dit principe ingericht in vier categorieën: • • • •

Centrum; Schil/overloopgebied; Rest bebouwde kom; Buitengebied.

Gezien het aanbod in openbaar vervoer in de gemeente Neder-Betuwe over het algemeen beperkt is, classificeert de Nota Parkeren de gehele gemeente als ‘rest bebouwde kom’. Dit is een bewuste bestuurlijke keuze, om zodoende parkeerproblemen maximaal te voorkomen.

Pagina 4 van 12

Mobiliteitsplan Plan Betuwestaat-Noord

Definitief

3 Parkeerbalans 3.1 PARKEERBEHOEFTE De parkeerbehoefte beschrijft het aantal parkeerplaatsen dat benodigd is binnen de wijk, overeenkomstig de beleidsregels van gemeente Neder-Betuwe. Onderstaande tabellen weergeven het benodigd aantal parkeerplaatsen, waarbij onderscheid is gemaakt in voorzieningen en woningen.

3.1.1 Voorzieningen Tabel 2 Parkeerbehoefte voorzieningen

Voorziening Religiegebouw, kerk School, basisonderwijs School, Kiss and Ride Gymzaal

Norm 0,2 per zitplaats 1,0 per leslokaal Zie onderstaand 3,1 per 100 m2 bvo

Aantal 1.750 16 31 550

Hoeveelheid totaal 350 16 31 17 414

Kiss and Ride basisschool Voor de benodigde Kiss and Ride plaatsen is gebruik gemaakt van Bijlage 1.9 Nota Parkeernormen Neder-Betuwe. Op aangeven van de school wordt 30% van de leerlingen met de auto gebracht. Per leerjaar (1 t/m 8) zijn er twee klassen van elk 23 leerlingen. Het kinderdagverblijf bestaat uit 16 kinderen. Parkeerbehoefte Kiss and Ride: -

Groep 1 t/m 3: Aantal leerlingen x % leerlingen met auto x 0,5 x 0,75 Groep 4 t/m 8: Aantal leerlingen x % leerlingen met auto x 0,25 x 0,85 Kinderdagverblijf: Aantal leerlingen x % leerlingen met auto x 0,25 x 0,75

Het invullen van deze formules geeft: -

Groep 1 t/m 3: (3 x 2 x 23) x 30% x 0,5 x 0,75 = Groep 4 t/m 8: (5 x 2 x 23) x 30% x 0,25 x 0,85 = Kinderdagverblijf: 16 x 30% x 0,25 x 0,7 =

Totaal:

15,5 p.p. 14,66 p.p. 0,84 p.p. 31 p.p.

Voor de Kiss and Ride van de basisschool zijn dus 31 st parkeerplaatsen benodigd.

Pagina 5 van 12

Mobiliteitsplan Plan Betuwestaat-Noord

Definitief

3.1.2 Woningen De parkeerbehoefte per woningtype conform de beleidsnota is weergegeven in onderstaande tabel. Tabel 3 Parkeerbehoefte woningen conform beleidsnota parkeren

Woningtype Koop, vrijstaand Koop, twee-onder-een-kap Koop, tussen/hoek Appartementencomplex Koop, appartement, duur Appartementencomplex Koop, appartement, midden Appartementencomplex Huur, appartement, sociaal

Parkeerbehoefte per woningtype 2,7 2,6 2,4 2,5 2,3 1,5

De vertaling naar de behoefte per blok is weergegeven in onderstaande tabel. De aantallen per type is overeenkomstig tabel 1 hoofdstuk 2.2.1. Tabel 4: Benodigde parkeerplaatsen t.b.v. woningen

Parkeer behoefte per Parkeer behoefte woningblok appartement 1 2 3 4 1 2 3 4 Koop, vrijstaand 16 3 11 Koop, twee-onder-een10 5 16 kap Koop, tussen/hoek 43 53 82 Appartementencomplex 85 Koop, appartement, duur Appartementencomplex 87 Koop, appartement, midden Appartementencomplex 9 9 90 108 Huur, appartement, sociaal (50m2) Totaal 59 72 99 27 87 90 108 85

per Totaal behoefte per type 5 30 31 178 105 190

87

216

105 732

3.2 PARKEERAANBOD Het parkeeraanbod beschrijft het aantal parkeerplaatsen dat in de huidige plannen is opgenomen. Dit betreft zowel het parkeeraanbod op eigen terrein als openbare parkeerplaatsen. In tabel 5 is het parkeeraanbod van de voorzieningen weergegeven, in tabel 6 het parkeeraanbod van de woningen.

Pagina 6 van 12

Mobiliteitsplan Plan Betuwestaat-Noord

Definitief

Tabel 5 Parkeeraanbod voorzieningen

Voorziening Religiegebouw, kerk* School, basisonderwijs

Parkeerplaatsen 323 34

* 162st losse parkeerplaatsen, 161st fileparkeren

Tabel 6 Parkeeraanbod woningen

Voorziening Woningblok 1 Woningblok 2 Woningblok 3 Woningblok 4 Appartementencomplex 1 Appartementencomplex 2 Appartementencomplex 3 Appartementencomplex 4 Appartementencomplex 5

Parkeerplaatsen eigen terrein 22* 5* 8* 13* 32 souterain 32 souterain 32 souterain 64 kelder 96 kelder 304

Parkeerplaatsen openbare ruimte 49 49 51 13 55 95 121 0 6 439

Totaal aantal pplaatsen 71 54 59 26 87 127 153 64 102 743

* Zie tabel 7 voor de onderbouwing voor p-plaatsen op het eigen terrein

Tabel 7: Onderbouwing parkeerplaatsen op eigen terrein (woningblokken 1-4)

Type

Norm

Garage met 1,8 dubbele oprit Garage enkele 1 oprit Garage met lange 1,3 oprit Totaal aantal p.p.

Aantal woningen en (aantal parkeerplaatsen) per blok Woningblok 1 Woningblok 2 Woningblok 3 Woningblok 4 6 (11) 1 (1,8) 11 (11)

5 (5)

8 (8)

2 (2) 7 (9,1)

22

5

8

13

De parkeerplaatsen in de souterrains en kelders zijn bestemd voor bewoners van de appartementen. De parkeerplaatsen naast/tussen de appartementen zijn openbaar toegankelijk.

3.3 BEREKENING PARKEERBALANS De parkeerbalans is het parkeeraanbod minus de parkeerbehoefte. In tabel 8 is de parkeerbalans voor de voorzieningen weergegeven en in tabel 9 de parkeerbalans voor de woningen.

Pagina 7 van 12

Mobiliteitsplan Plan Betuwestaat-Noord

Definitief

3.3.1 Voorzieningen Tabel 8 Parkeerbalans voorzieningen

Onderdeel

Parkeeraanbod

Religiegebouw, kerk 323 School + gymzaal (incl. 35 K+R)

Parkeerbehoefte 350 16+31+17 = 64

Balans excl. dubbelgebruik -27 -29

Dubbelgebruik parkeerplaatsen kerk-school (+gymzaal) Zowel de kerk als de school (+ gymzaal) komen parkeerplaatsen te kort. De kerk en de school hebben alle parkeerplaatsen niet gelijktijdig nodig. Het volledige parkeerterrein van de kerk is enkel tijdens kerkdiensten (op zondag) benodigd. Op deze momenten zijn de parkeerplaatsen op de school niet in gebruik. Andersom geldt hetzelfde waardoor er dus een wederkerig belang is. Alle Kiss and Ride parkeerplaatsen dienen direct naast de school gerealiseerd te worden. Deze parkeerplaatsen (31st) zijn ook aanwezig. Het (ondersteunend) personeel kan gebruik maken van het parkeerterrein van de kerk. De loopafstand bedraagt circa 120-150m. Wanneer de school in gebruik is, zal de gymzaal ook dóór de basisschool gebruikt worden. Wellicht dat in de avonduren de gymzaal verhuurd wordt. Op deze momenten kan goed gebruikt gemaakt worden van de parkeerplaatsen rondom de school. In een nadere overeenkomst tussen de kerk en de school dient afgestemd te worden dat er gebruik gemaakt wordt van beide parkeerterrein.

3.3.2 Woningen Tabel 9 Parkeerbalans woningen

Onderdeel Huizenblok 1 Huizenblok 2 Huizenblok 3 Huizenblok 4 Appartementencomplex 1 Appartementencomplex 2 Appartementencomplex 3 Appartementencomplex 4 Appartementencomplex 5 Totaal

Parkeeraanbod 71 54 59 26 87 127 153 64 102 747

Parkeerbehoefte 59 72 99 27 87 90 108 85 105 726

Balans +12 -18 -40 -1 -+37 +45 -21 -3 +11

In bovenstaande figuur is per blok en complex de balans weergegeven waarna de totaalbalans is opgemaakt. In het hele plan zijn 11st parkeerplaatsen meer aanwezig dan conform de beleidsregels benodigd is.

Pagina 8 van 12

Mobiliteitsplan Plan Betuwestaat-Noord

Definitief

De opsplitsing in verschillende blokken leidt er toe dat er voor een aantal specifieke blokken een onbalans is. Dit is deels arbitrair aangezien de indeling van de blokken willekeurig bepaald is. Het tekort in de woningblokken kan worden opgevangen door het overschot aan parkeren nabij de appartementencomplexen. De loopafstanden zijn zodanig dat het hard van de woningblokken tot het hard van deze parkeerplaatsen circa 100m is. Dit is een acceptabele loopafstand.

3.4 LAADPUNTEN ELEKTRISCHE VOERTUIGEN In de parkeernorm zijn geen maatstaven gegeven voor het toepassen van laadpunten in de openbare ruimte. In CROW-publicatie 381 ‘Toekomstbestendig parkeren – van parkeerkencijfers naar parkeernormen’ worden kencijfers voor de categorie wonen gegeven, deze zijn weergegeven in Tabel 10. Het betreft een percentage van het totaal aan openbare parkeerplaatsen dat uitgerust dient te worden met een laadvoorziening. Tabel 10 Kencijfers oplaadpunten openbaar parkeren 2020 (CROW)

Woningtype Duur Middel Goedkoop

Terughoudend 0,8% 0,3% 0,07%

Actief 1,7% 0,5% 0,2%

Aangezien het aantal elektrische voertuigen aanzienlijk stijgt wordt geadviseerd in de verdere uitwerking van het inrichtingsplan zeker de bovengrens te hanteren voor het aantal laadpunten in de openbare ruimte. De gemeente Neder-Betuwe doet mee met een regionale concessie van Vattenfall. De ontwikkelaar dient de ondergrondse infrastructuur voor laadpalen aan te leggen waarna de concessiebeheerder een laadpaal plaatst en aansluit.

Pagina 9 van 12

Mobiliteitsplan Plan Betuwestaat-Noord

Definitief

4 Verkeersgeneratie 4.1 TOENAME VERKEERSGENERATIE Op basis van kengetallen uit CROW-publicatie 381 ‘Toekomstbestendig parkeren – van parkeerkencijfers naar parkeernormen’, is de totale verkeersgeneratie van de nieuwbouwwijk berekend. Hierbij is wederom onderscheid gemaakt in voorzieningen en woningen. Onderstaande tabellen geven een overzicht van de berekende verkeersgeneratie.

Tabel 11 - Verkeersgeneratie voorzieningen

Voorziening

Religiegebouw, kerk* School, basisonderwijs** Gymzaal Totaal

Aantal

2000 m2 BVO 550 m2 bvo

Verkeersgeneratie per 100 m2 BVO Minimum Maximum 33,1 38,2

Totale verkeersgeneratie Minimum Maximum 350 700 662 764

9,2

51 713 ***

10,9

60 824 ***

* Voor religiegebouwen zijn geen kengetallen voor verkeersgeneratie bekend. Conform de CROW is een parkeernorm aangehouden van 0,2. Het is daarom aannemelijk om voor de generatie ook uit te gaan van 0,2 voertuigbewegingen per parkeerplaats. De kerk heeft 1.750 zitplaatsen. Per dienst betreft het tweemaal een beweging waardoor het totaal neer komt op 1.750*0,2*2=700 bewegingen. ** Voor basisonderwijs zijn geen kengetallen voor verkeersgeneratie bekend, in plaats hiervan zijn kengetallen voor een kinderdagverblijf gebruikt. Het betreft kengetallen inclusief Kiss & Ride, het aandeel bezoekers bedraagt 91%. *** De verkeersgeneratie voor de kerk zal op zondagen (en feestdagen) plaatsvinden. Voor de totale verkeersgeneratie (beschouwd over een weekdag) is dit dus niet relevant en daardoor niet meegenomen in de totale telling.

Tabel 12 - Verkeersgeneratie woningen

Woningtype

Aantal

Koop, vrijstaand Koop, twee-onder-een-kap Koop, tussen/hoek Koop, appartement, duur Koop, appartement, midden Huur, appartement, sociaal

11 12 74 76 38 144

Verkeersgeneratie per woningtype Minimum Maximum 7,8 8,6 7,4 8,2 7,0 7,8 7,0 7,8 5,6 6,4 3,7 4,5

Totale verkeersgeneratie Minimum Maximum 86 95 89 98 518 577 532 593 213 243 533 648 1.971 2.254

Totaal zal de verkeersgeneratie op een weekdag tussen de 2.684 en 3.078 gemotoriseerde verkeersbewegingen per etmaal bedragen. Pagina 10 van 12

Mobiliteitsplan Plan Betuwestaat-Noord

Definitief

Het werkdaggemiddelde wordt verkregen door een weekdag te vermenigvuldigen met 1,11. Het werkdaggemiddelde ligt dus tussen de 2.979 en 3.416 mvt/etmaal.

4.2 ONTSLUITING NIEUWBOUWWIJK De volledige wijk, inclusief voorzieningen, zal ontsluiten via de Rhenenseweg richting de Betuwestraatweg. De Betuwestraatweg ontsluit het gebied in oostelijke richting naar de Hoofd- en Spoorstraat, en in westelijke richting naar de N320 en N233. Met name de rotonde op de kruising van de Rhenenseweg met de Betuwestraatweg vormt een aandachtspunt voor de mogelijke gevolgen van de toename in verkeersgeneratie. Zoals omschreven in het Neder-Betuws Verkeer en Vervoerplan, zorgt sluipverkeer voor een verhoogde verkeersintensiteit op de Betuwestraatweg. De rotonde dient getoetst te worden op de extra intensiteit maar ook op veiligheid als gevolg voor de nieuwe basisschool. Door bureau Akertech zal in een nadere analyse worden ingegaan op de capaciteit van het naastgelegen wegennet en de ontsluiting van het plan. Om de verkeersveiligheid in de wijk te bevorderen wordt aanbevolen zo weinig mogelijk rechtstanden te gebruiken. Daarnaast dient de verkeersveiligheid vergroot te worden door het toepassen van drempels en dergelijke.

Pagina 11 van 12

Mobiliteitsplan Plan Betuwestaat-Noord

Definitief

5 Conclusie en aanbevelingen In deze rapportage zijn op basis van de richtlijnen het aantal benodigde parkeerplaatsen en verkeersgeneratie bepaald. Op basis van deze cijfers en het parkeeraanbod zoals opgesteld in het stedenbouwkundig plan is een parkeerbalans opgesteld. Om een beter inzicht te krijgen in de balans is de wijk opgedeeld in verschillende woning/appartementenblokken. Uit de balans blijkt er een klein tekort is aan parkeerplekken bij de kerk en de school. Aangezien beide de parkeerplaatsen niet gelijktijdig gebruiken, zal hier gebruik worden gemaakt van dubbelgebruik van parkeerplaatsen. De totale balans voor de woningen komt neer op een plus van 11st parkeerplaatsen. Op basis van kengetallen wordt verwacht dat de verkeersgeneratie van de nieuwe wijk op een werkdaggemiddelde ligt tussen de 2.979 en 3.416 mvt/etmaal. Het effect van de additionele verkeersgeneratie op het aanliggend wegennet wordt op basis van de gegeven kengetallen in deze rapportage nader geanalyseerd door bureau Akertech.

Pagina 12 van 12

Mobiliteitsplan Plan Betuwestaat-Noord

Definitief

Bijlage 1 – Stedenbouwkundig plan

Bijlage 1 van 1

Mobiliteitsplan Plan Betuwestaat-Noord

Definitief

Bijlage 2

Verkeersanalyse

MEMO Datum:

20-4-2023

Van:

Koen Rubie

Aan:

Jonathan ten Bolscher

Onderwerp:

Memo verkeersanalyse Kesteren

Aanleiding. Tussen de N233, Betuwestraatweg en Rhenenseweg in Kesteren is men bezig met het ontwikkelen van een nieuwe wijk. In deze wijk komen circa 355 woningen, 1 kerkgebouw, 1 basisschool en een gymzaal. Voor het wijzigen van de bestemming is een verkeerskundig analyse nodig. Met deze verkeersanalyse wilt u de volgende zaken inzicht krijgen: -

-

Kan de huidige rotonde op de Betuwestraatweg-Rhenenseweg de toenemende intensiteit verwerken? Kan de huidige rotonde op de Betuwestraatweg – N320 de toenemende intensiteit verwerken? Kan de huidige en toekomstige inrichting van de Rhenenseweg de toenemende intensiteit verwerken? Kan de huidige inrichting van de Betuwestraatweg de toenemende intensiteit verwerken?

Figuur 1: locatieoverzicht

Pagina 1

MEMO Werkwijze. Om tot een juiste conclusie te komen worden eerst alle beschikbare gegevens doorgenomen. De volgende informatie is bij ons bekend: -

-

Verkeersgeneratie van de ontwikkeling. Deze is verkregen aan de hand van het programma van de ontwikkeling en de richtlijnen uit de CROW-publicatie 381 ‘Toekomstbestendig parkeren – van parkeerkencijfers naar parkeernormen’; Intensiteiten op de Betuwestraatweg. Deze zijn verkregen door een telling welke in 2017 is uitgevoerd; Intensiteit van het omliggende wegennet op basis van het verkeersmodel Neder Betuwe 2021-2035.

Deze gegevens worden naast de richtlijnen uit het CROW gelegd. Dit geeft een beeld hoe de intensiteiten zich verhouden met de maximale capaciteit van de rotondes en het wegennet.

Gegevens. Verkeersgeneratie ontwikkeling voorzieningen: Voorziening

Aantal

Kengetallen per 100m² bvo

Verkeersgeneratie

Minimum

Maximum

Minimum

Maximum

Religiegebouw, kerk

-

-

-

-

-

School, basisonderwijs

2000m² bvo

33,1

38,2

662,0

764,0

Gymzaal

550m²bvo

9,2

10,9

51

60

713

824

Voor religiegebouwen worden in het CROW geen kengetallen voor de verkeersgeneratie gegeven. Van deze functie kunnen alleen globale parkeerkencijfers gegeven worden. Bij het toepassen van deze cijfers moet een forse marge in acht worden genomen. Voor een religiegebouw wordt in het CROW een minimale en maximale parkeerkencijfer gegeven. Namelijk minimaal 0,1 en maximaal 0,2 per zitplaats. Het kerkgebouw in de ontwikkeling omvat 1.750 zitplaatsen. Dat komt neer op een parkeerbehoefte van minimaal 175 en maximaal 350 parkeerplaatsen. Per dienst kan je uitgaan van 2 voertuigbewegingen per parkeerplaats. Als er uit wordt gegaan van een bezettingsgraad van 100% dan komt dat neer op 350 tot 700 voertuigbewegingen per dienst. Gezien de aard van de gebouwen zal de verkeersgeneratie voornamelijk in het weekend of in de avond plaatsvinden en daarom buiten beschouwing worden gelaten. Voor basisonderwijs zijn geen kengetallen voor verkeersgeneratie bekend, in plaats hiervan zijn kengetallen voor een kinderdagverblijf gebruikt. Het betreft kengetallen inclusief Kiss & Ride, het aandeel bezoekers bedraagt 91%.

Pagina 2

MEMO Verkeersgeneratie ontwikkeling woningen: Voorziening

Aantal

Kengetallen

Verkeersgeneratie

Minimum

Maximum

Minimum

Maximum

Koop, vrijstaand

11

7,8

8,6

86

95

Koop, twee-onder-1-kap

12

7,4

8,2

89

98

Koop, tussen/hoek

74

7,0

7,8

518

577

Koop, appartement duur

76

7,0

7,8

532

593

Koop, appartement midden

38

5,6

6,4

213

243

Huur, appartement sociaal

144

3,7

4,5

533

648

1.971

2.254

Totaal zal de verkeersgeneratie tussen de 2684 en 3078 mvt/etmaal bedragen (weekdag). Het werkdaggemiddelde wordt verkregen door een weekdag te vermenigvuldigen met 1,11. Het werkdaggemiddelde ligt dus tussen de 2979 en 3416. De intensiteit van de ontwikkeling in de spits bedraagt circa 10% van de etmaalintensiteit (algemene vuistregel), dus respectievelijk circa 297 of 340 mvt per spitsuur.

Telling 2017 Betuwestraatweg ten westen van de rotonde: -

-

Etmaalintensiteit werkdag: 6845 mvt/etmaal o 1940 in oostelijke richting (ca. 30%) o 4905 in westelijke richting (ca. 70%) Spitsuur (17:00-18:00) intensiteit werkdag: 549 mvt/uur o 170 in oostelijke richting o 380 in westelijke richting

Telling 2017 Betuwestraatweg ten oosten van de rotonde: -

-

Etmaalintensiteit werkdag: 6743 mvt/etmaal o 1921 in oostelijke richting (ca. 30%) o 4821 in westelijke richting (ca. 70%) Spitsuur (17:00-18:00) intensiteit werkdag: 558 mvt/uur o 157 in oostelijke richting o 401 in westelijke richting

Pagina 3

MEMO Verkeersmodel Neder Betuwe 2021-2035: Zie figuur 2

Figuur 2. Etmaalintensiteiten 2021 en 2035

Berekeningen. De rotonde is nu nog een enkelstrooksrotonde waarbij fietsers niet fysiek gescheiden zijn van het overige verkeer. Rotondes met een fietsstrook worden met het oog op de verkeersveiligheid niet geadviseerd. Gezien de beperkte ruimte die beschikbaar is, is een enkelstrooksrotonde met vrijliggend fietspad lastig te realiseren. Ten behoeve van de veiligheid van fietsers die de rotonde willen oprijden of verlaten, is het wenselijk ook de toe- en afritten van de rotonde te voorzien van een fysieke scheiding. De west- en oostkant hebben een dergelijke scheiding al. De noordelijke tak zal aanzienlijk drukker worden volgens de berekeningen. Het is aan te bevelen deze tak ook te voorzien van een fysieke scheiding.

CROW-richtlijnen. Vuistregel etmaalintensiteiten

Rotonde Betuwestraatweg - Rhenenseweg Met behulp van etmaalvuistregels kan een eerste indicatie van de toepassingsmogelijkheid worden verkregen. Een rotonde kan doorgaans worden toegepast als de som van de toeleidende stromen kleiner is dan de grenswaarde. Voor een enkelstrooksrotonde wordt als grenswaarde circa 20.000 à 25.000 mvt/etm aangehouden. Etmaalintensiteit. De intensiteit van de Betuwestraatweg ligt volgens het verkeersmodel 2021-2035 tussen de 6.545 en 4.691 mvt/etmaal. 6.545 ten westen en 4.691 ten oosten van de rotonde met de Rhenenseweg. In het verkeersmodel Neder Betuwe 2021 – 2035 zijn de intensiteiten per rijrichting weergegeven. Hierdoor zijn de toeleidende stromen eenvoudig te bepalen.

Pagina

MEMO

Tak

Verkeersmodel 2035

Mvt/etmaal toeleidend

% toeleidend

Betuwestraatweg west

6.545

1.793

27,4%

Betuwestraatweg oost

4.691

3.500

74,6%

De aansluitingen op de Betuwestraatweg hebben een intensiteit van 1.439 op de Rhenenseweg en 282 op de Frans Halsstraat. Ook hier wordt per rijrichting de intensiteit weergegeven. Tak

Verkeersmodel 2035

Mvt/etmaal toeleidend

% toeleidend

Rheneseweg

1.439

885

61,5%

Frans Halsstraat

282

264

93,5%

Dit verkeer zal zich voornamelijk verspreiden op de Betuwestraat. De reden daarvoor is dat de noordzuid verbinding geen doorgaande route is. Geconcludeerd kan worden dat de rotonde de huidige intensiteit van de toeleidende stromen van 6.442 mvt/etmaal kan verwerken. Daarnaast zien we in de onderstaande tabel de intensiteiten van het verkeersmodel 2035 + de verkeersgeneratie van de nieuwbouwwijk. Dit verkeer zal zich voornamelijk verspreiden over de Betuwestraatweg. Dat betekent dus dat niet alleen op de Rhenenseweg verkeer bijkomt maar ook op de Betuwestraatweg. Voor de Rheneseweg gaan we uit van 50% ingaand en 50% uitgaand verkeerd. Om de toeleidende intensiteiten van de Betuwestraat oost en west te bepalen kijken we globaal naar de percentages van het verkeersmodel. Dit resulteert in de volgende toeleidende stromen voor de ontwikkeling: Tak

Intensiteit ontwikkeling

% toeleidend

Mvt/etmaal toeleidend

Rheneseweg

3.416

50%

1.708

Betuwestraatweg west

1.708

25%

427

Betuwestraatweg oost

1.708

75%

1.281

Door de ontwikkeling zal de rotonde drukker worden. Echter blijft de etmaalintensiteit ruim onder de grenswaarde van 20.000 tot 25.000 mvt/etmaal. Namelijk:

Tak

Verkeersmodel 2035

Verkeersmodel 2035 + ontwikkeling

Betuwestraatweg west

1.793

2.220 (1.793 + 427)

Betuwestraatweg oost

3.500

4.781 (3.500 + 1.281)

Rhenenseweg

885

2.593 (885 + 1.708)

Frans Halsstraat

264

264

TOTAAL

6.442

9.858

Doordat de etmaalintensiteit ruim binnen de grenswaarde van een enkelstrooksrotonde valt kunnen we concluderen dat de rotonde de extra verkeersstromen kan verwerken.

Pagina 5

MEMO Vuistregel conflictbelasting.

Naast de etmaalvuistregel hanteren we ook een conflictbelasting vuistregel. Voor een enkelstrooksrotonde wordt als maximale conflictbelasting 1.500 pae/h aangehouden. Om tot de pae/u te komen moet de etmaalintensiteit eerst teruggerekend worden naar spitsuurintensiteit. De intensiteit in de spits kan berekend worden met de vuistregel, 10% van de etmaalintensiteit. Dat komt in dit geval neer op een intensiteit in de spits van 986 mvt/uur. De intensiteiten kan vervolgens omgerekend worden van mvt naar pae (personenauto-equivalent), hiervoor wordt de factor 1,08 als vuistregel gehanteerd. De conflictbelasting voor deze rotonde komt daarmee op 1.065 pae/uur. Deze waarde ligt onder de maximale waarde van 1.500 pae/u

Rotonde Betuwestraatweg – N320 Etmaalintensiteit. De rotonde Betuwestraatweg - N320 is ruimer van opzet. De buitenste diameter is ca 43,5 meter. De rotonde Betuwestraatweg-Rhenenseweg heeft een buitendiameter van 29 meter. Deze rotonde wordt drukker bereden. Dat komt doordat deze rotonde een verbinding is tussen de N320, N233 en de Betuwestraatweg. Volgens het verkeersmodel 2035 zit er op de noord-zuid verbinding maximaal 9.042 mvt/etmaal. Daar komt het verkeer uit de Betuwestraatweg en Johannes Vermeerstraat nog bij.

Figuur 3. Rotonde Betuwestraatweg - N320

Uit het verkeersmodel 2035 kunnen we ook voor deze rotonde de toeleidende stromen bepalen. We weten ook dat de verkeersgeneratie uit de woonwijk 3.416 is (maximaal). Dit resulteert in de volgende toeleidende stromen: Intensiteiten 2035 (zonder ontwikkeling): -

Pagina

N320 noord = N320 zuid = Betuwestraatweg = + Johannes Vermeerstraat =

1.926 5.893 4.752 514

MEMO In de tabel hieronder zien we intensiteiten volgens het verkeersmodel 2035 opgeteld. Daarnaast zien we in de tabel de intensiteiten van het verkeersmodel 2035 + de verkeersgeneratie van de nieuwbouwwijk. Tak

Verkeersmodel 2035

Verkeersmodel 2035 met nieuwbouw

N320 noord

1.926

2.182 (1.926 + 256 (helft van 30% 1.708))

N320 zuid

5.893

6.149 (5.893 + 256 (helft van 30% 1.708))

Betuwestraatweg

5.266

6.462 (5.266 + 1.196 (70% van 1.708))

TOTAAL

13.085

14.793

Uit deze berekening blijkt dat de intensiteit van deze rotonde onder de maximale intensiteit van een enkelstrooksrotonde ligt. Daarnaast ligt het fietspad buiten de rotonde uit de voorrang. Dit heeft positief effect op de doorstroming van de rotonde waardoor aanpassingen nog niet noodzakelijk zijn. Vuistregel conflictbelasting.

Naast de etmaalvuistregel hanteren we ook hier een conflictbelasting vuistregel. Ook hier moet de etmaalintensiteit terug gerekend worden naar de spitsuurintensiteit. Dat komt in dit geval neer op een intensiteit in de spits van 1.479 mvt/uur. De intensiteiten kan vervolgens omgerekend worden van mvt naar pae (personenauto-equivalent), hiervoor wordt de factor 1,08 als vuistregel gehanteerd. De conflictbelasting voor deze rotonde komt daarmee op 1.597 pae/uur. Deze waarde ligt iets boven de maximale waarde van 1.500 pae/u. Dat betekent dat deze enkelstrooksrotonde in de spits niet voldoet aan de maximale conflictbelasting. Door deze rotonde om te bouwen naar een rotonde met een tweestrooksafrit kan je voldoen aan de richtlijnen. Voor een tweestrooksafrit kan namelijk 2.500 pae/u aangehouden worden.

Pagina 7

MEMO Rhenenseweg Kan de Rhenenseweg het extra verkeer verwerken? Antwoord daarop is. Ja! Uit het Neder-Betuws Verkeer- en Vervoerplan blijken plannen om de Rhenenseweg en de aanliggende wijk De Leede aan te passen naar een 30 km/h zone. De status van deze plannen is niet bekend, maar wordt gezien het raakvlak tussen bestaand en nieuw op de Rhenenseweg wel als relevant gezien. Volgens de landelijke richtlijnen van het CROW kunnen 30 km/uur wegen 5.000 tot 6.000 mvt/etmaal verwerken. In hoofdstuk 5.4.2 van Ontwerpwijzer Fietsverkeer staat: Een erftoegangsweg, die vaak de vorm heeft van een traditionele woonstraat of een weg met een beperkte verzamelfunctie in een verblijfsgebied, kent een maximumsnelheid van 30 km/h. Bij een beperkte hoeveelheid fietsers, intensiteiten van het gemotoriseerd verkeer tot circa 5.000 mvt/etm, elementenverharding, en vooral ook een snelheidspatroon dat passend is bij de functie van de weg, zijn geen specifieke fietsvoorzieningen nodig. In de tabel hieronder staan de te verwachte intensiteiten opgesomd. Intensiteit verkeersmodel 2035

Verkeersgeneratie nieuwbouwontwikkeling

Totaal

1.439

3.416

4.855

De Rhenenseweg heeft nu een breedte van ca 5,5 meter. De inrichting is vrij sober. De weg is geasfalteerd en heeft geen voetgangers- en/of fietsvoorzieningen. Volgens de richtlijnen dient de wegbreedte van een erftoegangsweg minimaal 4,80 meter te zijn maar een ideaal profiel is 5,80 meter, zie figuur 3. Vrijliggende fietspaden of een permanente rijbaanscheiding zijn niet nodig. Wel is een verhoogd trottoir gewenst. Advies is om de weg te verbreden naar de ideale breedte, daarnaast adviseren we om een trottoir aan te leggen aan minstens één zijde.

Figuur 4. Gemengd profiel ETW 30 volgens "Gereedschapskist GOW 30" van Goudappel

Pagina

MEMO

Betuwestraatweg Kan de Betuwestraatweg het extra verkeer verwerken? Antwoord daarop is. Ja! De Betuwestraatweg is en blijft een gebiedsontsluitingsweg (2x1 rijstrook, 50 km/uur). Volgens de landelijke richtlijnen van het CROW kunnen 50 km/uur wegen 1.600 tot 3.200 pae/uur verwerken. In de tabel hieronder staan de te verwachte intensiteiten opgesomd. Intensiteit verkeersmodel 2035

Verkeersgeneratie nieuwbouwontwikkeling

Totaal

6.545

3.416

9.961

Om de intensiteit van 9.961 mvt/etmaal om te rekenen naar pae/uur moet er eerst terug gerekend worden naar de spitsuur intensiteit. Dat kan met de vuistregel van 10%. De intensiteit in de spits komt dan uit op 996 mvt/uur. De intensiteiten worden vervolgens omgerekend van mvt naar pae (personenauto-equivalent), hiervoor wordt de factor 1,08 als vuistregel gehanteerd. Dit resulteert in een pae/uur van 1.076. Deze intensiteit ligt ruim onder de 1.600 en 3.200 pae/uur welke het CROW als maximale intensiteit aanhoudt. Daarnaast geeft onderstaande figuur 4 weer welke intensiteiten er afgewikkeld kunnen worden op gebiedsontsluitingswegen met een soortgelijk inrichting als de Betuwestraatweg.

Figuur 5. Gescheiden profiel GOW 50 volgens "Gereedschapskist GOW 30" van Goudappel

Ondanks dat de Betuwestraatweg drukker zal worden kan de weg het verkeer wel afwikkelen. Door deze toename zal het met name in de spits drukker worden op de rotonde. En dus ook langere wachttijden tijdens de spits. Op de rotonde met de N320 is de conflictbelasting tijdens de spits wel iets te hoog. De maximale capaciteit van de rotondes wordt overigens niet bereikt met de nieuwbouwontwikkeling.

Pagina 9

MEMO

Conclusies: -

-

Pagina

Rotonde Betuwestraatweg – Rhenenseweg kan de nieuwbouwontwikkeling verwerken; Rotonde Betuwestraatweg – N320 kan door de ruimere opzet van de rotonde de nieuwbouwontwikkeling verwerken. Echter blijkt uit de conflictbelastingberekening dat de pae/u net iets te hoog is voor een enkelstrooksrotonde; Intensiteit op de Rhenenseweg blijft binnen het maximaal toelaatbare van een erftoegangsweg binnen de bebouwde kom; Intensiteit op de Betuwestraatweg blijft binnen het maximaal toelaatbare van een gebiedsontsluitingsweg binnen de bebouwde kom met 2x1 rijstrook.

MEMO Bijlage:

Pagina 11

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13160398/1