Bijlage 2 - Toelichting en regels
Tekst van het document
Bestemmingsplan Uitbreiding bedrijventerrein De Walenhoek Gemeente Neder-Betuwe Bijlagenboek Concept
colofon
projectnaam Bestemmingsplan Uitbreiding bedrijventerrein De Walenhoek datum 27 oktober 2023 projectnummer P03177 IMRO-identificatienummer PM opdrachtgever PvB Concept 10 februari 2023 Ontwerp 27 oktober 2023 Vaststelling BRO projectleider CVe projectteam JvdA JEr bron kaft BRO
Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel +31 (0)411 850 400 info@bro.nl www.bro.nl
TOELICHTING
Uitbreiding bedrijventerrein De Walenhoek
Inhoudsopgave
T oelichting
5
Hoofdstuk 1
Inleiding
5
Aanleiding Ligging plangebied Geldende plannen Leeswijzer
5 5 7 10
1.1 1.2 1.3 1.4
Hoofdstuk 2 2.1 2.2
Bestaande situatie Planopzet
Hoofdstuk 3 3.1 3.2 3.3 3.4
2
Uitvoerbaarheid
Economische uitvoerbaarheid
Hoofdstuk 7 7.1 7.2
Juridische planopzet
Algemeen Inleidende regels Bestemmingsregels Algemene regels Overgangs- en slotregels
Hoofdstuk 6 6.1
Omgevingsaspecten
Verkeer en parkeren Bodem Geluid Bedrijven en milieuzonering Luchtkwaliteit Geur Externe veiligheid Waterhuishouding Ecologie Archeologie Cultuurhistorie Kabels en leidingen M.e.r.-plicht
Hoofdstuk 5 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5
Beleidskader
Nationaal beleid Provinciaal beleid Regionaal beleid Gemeentelijk beleid
Hoofdstuk 4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12 4.13
Planbeschrijving
11 11 12 17 17 22 24 24 27 27 28 31 32 35 37 38 41 46 49 52 53 55 56 56 56 57 58 59 60 60
Procedure
61
Overleg Omgevingsdialoog
61 61
Bestemmingsplan "Uitbreiding bedrijventerrein De Walenhoek" (ontwerp)
7.3 7.4
Ontwerpfase Vaststellingsfase
Bestemmingsplan "Uitbreiding bedrijventerrein De Walenhoek" (ontwerp)
61 62
3
4
Bestemmingsplan "Uitbreiding bedrijventerrein De Walenhoek" (ontwerp)
Toelichting Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
Op 25 april 2013 heeft de gemeenteraad van de gemeente Neder-Betuwe bestemmingsplan ‘De Walenhoek’ vastgesteld. Met de vaststelling van dit bestemmingsplan werd beoogd om op het voormalige veilingterrein in Ochten bedrijfsfuncties in bredere zin dan alleen gerelateerd aan veilingactiviteiten toe te staan. Het terrein werd op die manier bestemd als bedrijventerrein voor diverse typen (lokale) bedrijven. Hierdoor kon en kan de zich op het bedrijventerrein bevindende bebouwing worden aangewend voor activiteiten die passen binnen de bredere bedrijfsbestemming. De aanwezige bedrijven kregen ook uitbreidingsmogelijkheden. Op die manier kon lokale bedrijvigheid binnen de gemeente Neder-Betuwe worden gehouden. Het voornemen bestaat om te komen tot een uitbreiding van bedrijventerrein De Walenhoek. Hiermee wordt uitbreiding van bedrijven die zich reeds op het bedrijventerrein bevinden, namelijk Fruity Line (productie vruchtensappen en smoothies) en Ojah (productie vleesvervangers), mogelijk. Betreffende bedrijven hebben een bedrijfsplan opgesteld waarin wordt onderbouwd waarom zij een uitbreiding op de gronden ten westen van het huidige bedrijventerrein wenselijk en noodzakelijk achten. Hiermee is, conform de eis van de gemeente, geconcretiseerd ten behoeve van welke bedrijven de uitbreiding van het bedrijventerrein wordt gerealiseerd.
Beoogd wordt om circa 28.000 m2 BVO aan nieuwe bedrijfsbebouwing te realiseren, ten behoeve van de twee genoemde bedrijven. Vanwege deze uitbreiding wordt tevens voorzien in nieuwe parkeerplaatsen ten behoeve van de nieuwe bedrijfsbebouwing. Het geheel zal worden ingepast in de omgeving. Ook zal er vanwege de toename in verhard oppervlak een waterberging worden gerealiseerd.
1.2
Ligging plangebied
Het plangebied is gelegen ten westen van bedrijventerrein ‘De Walenhoek’ te Ochten. Ochten is een dorp binnen de gemeente Neder-Betuwe. Deze gemeente maakt onderdeel uit van de Regio Rivierenland. De ligging van het plangebied is indicatief weergegeven in figuur 1. Een luchtfoto van het plangebied en de directe omgeving is opgenomen in figuur 2.
Bestemmingsplan "Uitbreiding bedrijventerrein De Walenhoek" (ontwerp)
5
Figuur 1: Ligging plangebied (indicatief rood omlijnd; bron: PDOK/OpenTopo).
Figuur 2: Luchtfoto plangebied en omgeving (plangebied indicatief rood omlijnd; bron: PDOK). Het plangebied staat kadastraal bekend onder gemeente Ochten, sectie G, perceelnummers 11 (gedeeltelijk), 218, 229 (gedeeltelijk), 306 (gedeeltelijk), 366 (gedeeltelijk), 461 (gedeeltelijk) en 462
6
Bestemmingsplan "Uitbreiding bedrijventerrein De Walenhoek" (ontwerp)
(gedeeltelijk) en gemeente Kesteren, sectie C, perceelnummers 246, 247, 683, 1023 (gedeeltelijk),1288 (gedeeltelijk) en 1290. De totale oppervlakte van het plangebied bedraagt 14.825 m2.
1.3
Geldende plannen
Voor het plangebied vigeren op dit moment een aantal verschillende bestemmingsplannen. Aangezien voor het westelijke deel van het plangebied andere bestemmingsplannen vigeren dan voor het oostelijke deel, wordt per deelgebied aangegeven welke bestemmingsplannen er vigeren. Een overzicht van welke delen van het plangebied worden aangemerkt als westelijk deel en welke delen als oostelijk deel is weergegeven in navolgende figuur.
Figuur 3: Weergave westelijk en oostelijk deel plangebied
Westelijk deel plangebied Ter plaatse van het westelijke deel van het plangebied vigeert op dit moment een aantal verschillende bestemmingsplannen, te weten: Bestemmingsplan ‘Buitengebied Dodewaard en Echteld’, vastgesteld door de gemeenteraad van de gemeente Neder-Betuwe op 30 juni 2015; Bestemmingsplan ‘Plattelandswoningen’, vastgesteld door de gemeenteraad van de gemeente Neder-Betuwe op 31 oktober 2013; Bestemmingsplan ‘VAB-beleid’, vastgesteld door de gemeenteraad van de gemeente Neder-Betuwe op 9 maart 2017; Bestemmingsplan ‘Parapluregeling parkeren’, vastgesteld door de gemeenteraad van de gemeente Neder-Betuwe op 26 april 2018;
Bestemmingsplan "Uitbreiding bedrijventerrein De Walenhoek" (ontwerp)
7
Bestemmingsplan ‘Parapluregeling Archeologie’, vastgesteld door de gemeenteraad van de gemeente Neder-Betuwe op 27 september 2018; Bestemmingsplan ‘Parapluplan 2020’, vastgesteld door de gemeenteraad van de gemeente Neder-Betuwe op 24 september 2020; Bestemmingsplan ‘Aanpassing Woonbestemmingen Buitengebied', vastgesteld door de gemeenteraad van de gemeente Neder-Betuwe op 28 september 2021. Voor een deel van het westelijke deel van het plangebied vigeert verder nog bestemmingsplan ‘Witte Vlekken’, vastgesteld door de gemeenteraad van de Gemeente Neder-Betuwe op 12 september 2013. Dit betreft een strook ter plaatse van de bestaande watergang aan de zuidkant van het plangebied en op de grens tussen het oostelijk en westelijk deelgebied. Op grond van bestemmingsplan 'Buitengebied Dodewaard en Echteld' geldt voor het bijna gehele westelijk deel van plangebied de bestemming 'Agrarisch met waarden – 1'. Voor gronden met deze bestemming is de volgende doeleindenomschrijving opgenomen: 5.1.1 Algemeen De voor Agrarisch met waarden - 1 aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e.
grondgebonden agrarische productie; teelt op folie, worteldoek of goten; het weiden van dieren; bijbehorende voorzieningen, huiserven, gaarden en opslag; instandhouding, dan wel herstel en ontwikkeling, van de landschappelijke waarden en de natuurwaarden die eigen zijn aan de betreffende gronden; f. watergangen en andere voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding, de waterberging daaronder mede begrepen; g. extensief dagrecreatief medegebruik; met dien verstande dat de gronden tevens bestemd zijn voor: h. ter plaatse van de aanduiding “recreatiewoning”, een recreatiewoning; i. ter plaatse van de aanduiding “specifieke vorm van agrarisch met waarden – veldschuur veldschuur”, een veldschuur. Gelet op de doeleindenomschrijving voor de bestemming 'Agrarisch met waarden – 1' is het niet toegestaan om binnen het plangebied bedrijfsbebouwing op te richten. De voorgenomen uitbreiding van bedrijventerrein De Walenhoek past daarom niet (geheel) binnen de kaders van het vigerende bestemmingsplan 'Buitengebied Dodewaard en Echteld'. Het betreft een afwijking van zowel de bouwals de gebruiksregels van deze bestemming. Voor een deel van het plangebied geldt op dit moment de bestemming 'Water'.
De doeleindenomschrijving voor gronden met deze bestemming als opgenomen in bestemmingsplan 'Buitengebied Dodewaard en Echteld' is als volgt: 27.1 Bestemmingsomschrijving De voor Water aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. waterpartijen, watergangen en andere voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding; b. het sorteren en/of opslaan van binnen de bestemming gewonnen klei, zand en grind, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding “specifieke vorm van water – installaties toegestaan”; c. instandhouding, dan wel herstel en ontwikkeling, van de landschappelijke waarden en de natuurwaarden die eigen zijn aan waterpartijen, watergangen en bijbehorende oeverzones; d. extensief dagrecreatief medegebruik.
8
Bestemmingsplan "Uitbreiding bedrijventerrein De Walenhoek" (ontwerp)
Ook voor het plandeel dat binnen het bestemmingsplan 'Witte Vlekken' valt geldt de bestemming 'Water'. Binnen de bestemming 'Water' van beide vigerende bestemmingsplannen worden bedrijfskavels met bedrijfsbebouwing beoogd, wat in strijd is met de bouw- en gebruiksregels van deze bestemmingen. Ook wordt het terrein gedeeltelijk ingericht in strijd met deze bestemmingen vanwege de realisatie van infrastructuur, zoals wegen en parkeervoorzieningen. Op grond van bestemmingsplan 'Buitengebied Dodewaard en Echteld' geldt voor het noordelijke deel van het plangebied een archeologische dubbelbestemming 'Waarde – Archeologie 4'. Voor het zuidelijke deel van het plangebied is geen archeologische dubbelbestemming opgenomen. Met de vaststelling van de recentere 'Parapluregeling Archeologie' is hierin verandering gekomen. Op grond hiervan is het gehele plangebied namelijk bestemd met een archeologische dubbelbestemming. Voor het overgrote deel van het plangebied, met uitzondering van het noordoostelijke deel, gaat het hierbij om de dubbelbestemming 'Waarde – Archeologie 2'. Het noordoostelijke deel van het plangebied is bestemd met de bestemming 'Waarde – Archeologie 1'. Verder geldt op grond van de 'Parapluregeling Archeologie' voor bijna het gehele plangebied de gebiedsaanduiding 'overige zone – aangetast'.
Op de betekenis van deze archeologische dubbelbestemmingen en de genoemde gebiedsaanduiding zal nader worden ingegaan in hoofdstuk 4. Oostelijk deel plangebied Ter plaatse van het oostelijke deel van het plangebied vigeert op dit moment een aantal verschillende bestemmingsplannen, te weten: Bestemmingsplan 'De Walenhoek', vastgesteld door de gemeenteraad van de gemeente Neder-Betuwe op 7 juni 2013; Bestemmingsplan 'Parapluregeling parkeren', vastgesteld door de gemeenteraad van de gemeente Neder-Betuwe op 26 april 2018; Bestemmingsplan 'Parapluregeling Archeologie', vastgesteld door de gemeenteraad van de gemeente Neder-Betuwe op 27 september 2018. Voor een beperkt deel van het oostelijke gedeelte van het plangebied geldt tevens het bestemmingsplan 'Plattelandswoningen', vastgesteld door de gemeenteraad van de gemeente Neder-Betuwe op 31 oktober 2013. De gronden in het oostelijke deel van het plangebied zijn op basis van bestemmingsplan 'De Walenhoek' bestemd met verschillende bestemmingen. Voor een gedeelte van de gronden binnen dit deel van het plangebied geldt op basis van dit bestemmingsplan de bestemming 'Bedrijventerrein'. De doeleindenomschrijving hiervoor is als volgt: 3.1.1 Algemeen De voor 'Bedrijventerrein' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e. f.
het uitoefenen van bedrijfsmatige activiteiten; parkeren; geluidwerende voorzieningen; waterhuishoudkundige voorzieningen; nutsvoorzieningen; ter plaatse van de aanduiding 'zend-/ontvangstinstallatie' is een zend-/ontvangstinstallatie toegestaan; g. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van verkeer - toekomstige ontsluiting' is een ontsluitingsweg toegestaan; één en ander met bijbehorende voorzieningen, zoals groenvoorzieningen en overeenkomstig de in 3.1.2 opgenomen nadere detaillering van de doeleinden. De gronden binnen deze bestemming zijn ook voorzien van een bouwvlak. Op de gronden binnen deze bestemming is het plan niet strijdig met de gebruiksregels. Daarnaast is het toegestaan op
Bestemmingsplan "Uitbreiding bedrijventerrein De Walenhoek" (ontwerp)
9
bedrijfsgebouwen op te richten. Wel wordt de maximale goothoogte (10,5 meter) losgelaten. De maximale bouwhoogte (15 meter) wordt gehandhaafd in het plan. Enkel met betrekking tot de maximale goothoogte is het plan in strijd met de bestemming 'Bedrijventerrein'. Een andere bestemming die voorkomt binnen het oostelijke deel van het plangebied is 'Groen – Afgeschermd groen'. De doeleindenomschrijving voor gronden met deze bestemming luidt als volgt: De voor 'Groen - Afschermend groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. hoogopgaande groenvoorzieningen; b. hoogopgaande beplanting; c. geluidwerende voorzieningen; d. in- en uitritten; e. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; één en ander met de bijbehorende voorzieningen en overeenkomstig de in 5.1.2 opgenomen nadere detaillering van de doeleinden. Verder zijn kleinere delen van het oostelijke gedeelte van het plangebied bestemd met de bestemming 'Verkeer – Verblijfsgebied', 'Groen' of 'Water'. Voor de doeleindenomschrijvingen voor deze bestemmingen wordt verwezen naar respectievelijk artikel 6.1, artikel 4.1 en artikel 7.1 van bestemmingsplan 'De Walenhoek'. Door de uitbreiding van het bedrijventerrein worden de watergang en de groene zone deels verplaatst en binnen de genoemde bestemmingen worden onder meer bedrijfskavels, bedrijfsgebouwen, verkeers- en parkeervoorzieningen beoogd.
De toekomstige inrichting van het oostelijk plandeel is daarom gedeeltelijk in strijd met de bouw- en gebruiksregels van de genoemde bestemmingen. Op grond van bestemmingsplan 'De Walenhoek' is een deel van het oostelijke gedeelte van het plangebied bestemd met de dubbelbestemming 'Waarde – Archeologie 3'. Met de vaststelling van de recentere 'Parapluregeling Archeologie' is hierin verandering gekomen. Op grond van dit bestemmingsplan is namelijk nog slechts een beperkt deel van het oostelijke gedeelte van het plangebied bestemd met een archeologische dubbelbestemming. Het betreft hierbij de dubbelbestemming 'Waarde – Archeologie 1'. Op de betekenis van deze archeologische dubbelbestemming zal nader worden ingegaan in hoofdstuk 4. Conclusie Zowel in het westelijk als in het oostelijk deel van het plangebied is er sprake van strijdigheden met de bouw- en gebruiksregels van de verschillende opgenomen bestemmingen. Deze zijn in het westelijk deel wel groter, omdat voor een groot deel van het oostelijk deel al de bestemming 'Bedrijventerrein' van toepassing is, terwijl dit in het westelijk deel niet het geval is. Vanwege de geconstateerde strijdigheden wordt het bestemmingsplan herzien.
1.4
Leeswijzer
Na dit inleidende hoofdstuk volgt hoofdstuk 2 waarin een beschrijving van het plan is opgenomen. De daaropvolgende hoofdstukken vormen de verantwoording van de ontwikkeling die dit bestemmingsplan mogelijk maakt. In hoofdstuk 3 wordt het Rijks-, provinciaal-, regionaal- en gemeentelijk beleid beschreven. In hoofdstuk 4 wordt inzicht gegeven in diverse omgevingsaspecten die van belang zijn voor het voorliggende bestemmingsplan. In hoofdstuk 5 is de juridische toelichting op de planopzet gegeven. In hoofdstuk 6 komt de financiële en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan aan de orde. In hoofdstuk 7 wordt ingegaan op procedure.De onderzoeksrapporten van de uitgevoerde onderzoeken zijn als aparte bijlagen toegevoegd.
10
Bestemmingsplan "Uitbreiding bedrijventerrein De Walenhoek" (ontwerp)
Hoofdstuk 2 2.1
Planbeschrijving
Bestaande situatie
Het plangebied van onderhavig bestemmingsplan bevindt zich ten westen van bedrijventerrein De Walenhoek te Ochten. De gronden binnen het plangebied worden, voor zover niet gelegen binnen de grenzen van bestemmingsplan 'De Walenhoek', op dit moment gebruikt voor grondgebonden agrarische productie. Concreet gezien gaat het hierbij om een boomgaard. Binnen het plangebied bevindt zich geen bebouwing. Een impressie van het huidige gebruik van de gronden binnen het plangebied is weergegeven in onderstaande figuur.
Figuur 4: Impressie huidige situatie plangebied (bron: Google Street View). Direct ten noorden van het plangebied bevinden zich een sloot en de Walenhoekseweg. Noordelijk hiervan bevinden zich de Rijksweg A15 en de Betuweroute (spoorlijn). Direct ten zuiden van het plangebied stroomt de Linge. Het grondgebruik van de percelen in de omgeving van het plangebied is met name agrarisch van aard. Er is op dit moment slechts in beperkte mate sprake van beperkte doorzichten in het landschap, onder andere vanwege de aanwezigheid van de haag rondom het plangebied en de aanwezigheid van een boomgaard binnen het plangebied, de grondwallen rondom de plas Walenhoek en de geluidswallen rondom die zich naast de Betuweroute bevinden. Een en ander is zichtbaar in onderstaande figuur 5.
Figuur 5: Plangebied (links), bezien vanuit de Rijksweg A15 (bron: Google Street View).
Aangezien onderhavig bestemmingsplan voorziet in een uitbreiding van bedrijventerrein De Walenhoek, is ook de huidige situatie op het bestaande bedrijventerrein relevant. Zoals reeds aangegeven bevindt het huidige bedrijventerrein De Walenhoek zich ten oosten van het plangebied. Dit bedrijventerrein is volledig bebouwd, waarbij dient te worden opgemerkt dat op één plek op dit moment nog bebouwing in aanbouw is ten behoeve van het bedrijf Fruity Line. Er is daarom op het bestaande bedrijventerrein De Walenhoek
Bestemmingsplan "Uitbreiding bedrijventerrein De Walenhoek" (ontwerp)
11
geen ruimte voor de bedrijfsuitbreidingen waarin onderhavig bestemmingsplan voorziet. Het huidige en uit te breiden bedrijventerrein De Walenhoek wordt ontsloten via de Cuneraweg. In zuidelijke richting loopt deze weg langs het dorp Ochten af. Vanuit het bedrijventerrein sluit de Cuneraweg in oostelijke richting daarnaast aan op de A15. Deze rijksweg loopt vanuit de Maasvlakte tot in Bemmel.
Figuur 6: Huidige ontsluiting van bedrijventerrein De Walenhoek op de Cuneraweg (bron: Google Street View).
2.2
Planopzet
Het voornemen bestaat om het huidige bedrijventerrein De Walenhoek ter plaatse van het plangebied uit te breiden. Beoogd wordt om circa 28.189 m2 BVO aan nieuwe bedrijfsbebouwing te realiseren, verdeeld over 3 gebouwen met oppervlakten van circa 11.874 m2 BVO, 9.721 m2 BVO en 6.594 m2 BVO. Deze nieuwe bedrijfsbebouwing zal, conform hetgeen is opgenomen in het advies van de gemeentelijke regiekamer, worden gerealiseerd ten behoeve van bedrijven die zich reeds op bedrijventerrein De Walenhoek bevinden. Het gaat hierbij concreet gezien om de bedrijven Fruity Line en Ojah. Ten behoeve van een kwalitatieve stedenbouwkundige opzet is het stedenbouwkundig plan opgesteld aan de hand van een onderliggende stedenbouwkundige visie. In deze visie zijn meerdere uitgangspunten opgenomen welke de basis vormen voor onder andere een kwalitatieve overgang naar de omgeving, logische ontsluitingsstructuur, voldoende waterberging en gewenste beeldkwaliteit. In de navolgende figuur is een stedenbouwkundige visiekaart voor bedrijventerrein De Walenhoek opgenomen.
12
Bestemmingsplan "Uitbreiding bedrijventerrein De Walenhoek" (ontwerp)
Figuur 7: Stedenbouwkundige visiekaart (bron: BRO).
De visie bestaat uit de volgende uitgangspunten: 1. 2. 3. 4.
Representatieve zone langs de A15 met diverse accenten in de bebouwing; De gebouwen aan de representatieve zone staan op een groen voetstuk (groene voorzijde); Waterberging is duidelijk zichtbaar in de representatieve zone en gekoppeld aan bestaande watergang, de waterplassen accentueren de uiteinden van het terrein; 5. Groene zoom, bestaande uit een talud met opgaande begroeiing, doortrekken richting het westen; 6. Bestaande A-watergang dempen; 7. Bestaande B-watergang verbreden en opwaarderen tot A-watergang i.c.m. C-watergang; 8. Bestaande watergang (parallel aan de Linge) doortrekken richting het westen. 9. Richtafstand van 30 meter tot woonfuncties; 10. Doortrekken van hoofdontsluiting; 11. Calamiteitenroute sluit aan op bestaande op- en afrit Walenhoekseweg. Het bedrijventerrein beschikt over een representatieve zone langs de A15, dit houdt in dat aan deze zijde van het bedrijventerrein de gevels en inrichting van de openbare ruimte met extra aandacht zijn ingericht. Dit wordt onder andere gedaan door de gebouwen op een groen voetstuk te plaatsen en dit te combineren met oppervlaktewater. Deze waterplassen fungeren tevens voor benodigde waterberging. In deze zone wordt op één van de gebouwen een accent geplaatst, welke over het water hangt. Deze eyecatcher markeert één van de hoeken van het bedrijventerrein. Het accent krijgt een uitnodigende en transparante uitstraling.
De zuid- en oostzijde van het terrein wordt omzoomd door een groen talud met opgaande begroeiing, zodoende worden de bedrijfspanden op kwalitatieve wijze ingepast. Hiermee wordt het zicht op de panden vanuit de omgeving onttrokken. De bestaande watergang aan de oostzijde wordt
Bestemmingsplan "Uitbreiding bedrijventerrein De Walenhoek" (ontwerp)
13
verbreed tot een A-watergang in combinatie met een C-watergang. Langs alle watergangen wordt een onderhoudspad voorzien. De panden worden ontsloten via een interne ontsluitingsweg welke is geënt op de Cuneraweg. Dit is een private weg. Tussen de twee noordelijke nieuwe panden wordt een calamiteitenroute voorzien, welke aantakt op de Walenhoekseweg. Deze wordt benut voor één van de parkeerkoffers tussen de gebouwen, maar mag niet worden benut als reguliere ontsluitingsweg, wat geborgd is in het bestemmingsplan. De parkeerkoffers bieden tevens ruimte voor hulpdiensten in geval van nood. Rondom ieder pand is voldoende ruimte en infrastructuur voorzien, zodat hulpdiensten elke zijde van een pand kunnen bereiken.
Figuur 8: Stedenbouwkundig plan (bron: BRO).
Vanwege de uitbreiding van de oppervlakte aan bedrijfsbebouwing dienen er extra parkeerplaatsen te worden gerealiseerd. Het betreft hierbij 189 parkeerplaatsen. Al deze parkeerplaatsen zullen op het maaiveld worden aangelegd. Hiermee wordt voorzien in de verwachte parkeerbehoefte voor de bedrijfsuitbreidingen van Fruity Line en Ojah. Ontsluiting van het plangebied zal plaatsvinden via een aansluiting op de bestaande (privé)weg op bedrijventerrein De Walenhoek. Deze (privé)weg is aangesloten op de Cuneraweg. Via de Cuneraweg kunnen zowel de Rijksweg A15 als de kern Ochten bereikt worden. In 2016 is er op het bestaande bedrijventerrein, in overleg met de welstandscommissie, gekozen om toe te werken naar een eenduidige kleurstelling. Deze kleurstelling is tevens de basis geworden voor de nieuwbouw. Het gaat hierbij om de gekozen en afgestemde kleur Ral 9007. De gewenste nieuwbouw op het uitbreiding bedrijventerrein De Walenhoek moet onderdak gaan bieden aan veel geconditioneerde ruimten. Bij dit soort koel- en vrieshuizen is het energetisch gewenst om de buitenschil zo licht mogelijk te maken. Echter witte gebouwen zijn op deze locatie niet wenselijk. De gekozen kleur biedt een goede
14
Bestemmingsplan "Uitbreiding bedrijventerrein De Walenhoek" (ontwerp)
balans tussen licht en donker. Landschappelijke inpassing De landschappelijke inpassing van de locatie aan de zuid- en westzijde is er vooral op gericht om het terrein aan het zicht te onttrekken vanuit de omgeving en aan te sluiten op het landschap van de Linge. Het reeds bestaande beplante talud (oostzijde) wordt aangevuld/opnieuw ingeplant. Ter plaatse van de uitbreiding wordt zowel aan de zuid- als de oostzijde vanuit het landschap een nieuw grondlichaam gerealiseerd bestaande uit een flauw talud 1:4 of flauwer vanuit het landschap opgezet en aan de bedrijvenkant beëindigt met grondkering. Op deze wijze wordt een hoogte bereikt van 5.00m1 boven het maaiveld aan de bedrijvenkant. Het grondlichaam wordt beplant met een streekeigen beplanting bestaande uit opgaande bomen van de 1e grootte, in combinatie met een onderbeplanting met gemengde inheems heesterassortiment aansluitend op een in te zaaien kruidachtig grasland en oevervegetatie. De beplanting bestaat uit een streekeigen assortiment. Bomen Populus canescens Quercus cerris Tilia x europaea Ulmus laevis Populus tremula Ratel
Grauwe abeel Mos eik Hollandse Linde Fladderiep Populier
Acer campestre Cornus sanguinea Corylus avellana Ligustrum vulgare Prunus spinosa Viburnum opulus
Spaanse aak Kornoelje Hazelaar Liguster Sleedoorn Gelderse roos
Heesters (bosplantsoen)
Aansluitend op de Linge wordt een vissteiger aangebracht in overleg met het Waterschap Rivierenland en wordt extra ruimte gecreëerd voor de Linge. Langs de nieuw te graven watergang (de noord-zuidgrens) van het perceel is ruimte voor een natuurvriendelijke oever. Aan de noordzijde van de locatie aansluitend op A15 is het ontwerp gericht op de presentatie van het bedrijventerrein. De architectonische uitwerking wordt versterkt door het realiseren van een waterpartij. Samen met de nieuw te graven watergang wordt hiermee ook in de gevraagde watercompensatie voorzien. De aan te brengen beplanting bestaat uit de combinatie van enkele solitairbomen bijvoorbeeld Quercus palustris (Moeraseik), Tilia x europaea (Hollandse Linde) en Prunus avium (Boskriek) in combinatie met natuurvriendelijke oevers.
Bestemmingsplan "Uitbreiding bedrijventerrein De Walenhoek" (ontwerp)
15
Figuur 9: Landschappelijke inpassing (bron: JCVANKESSEL).
16
Bestemmingsplan "Uitbreiding bedrijventerrein De Walenhoek" (ontwerp)
Hoofdstuk 3
Beleidskader
In dit hoofdstuk wordt het beleidskader dat relevant is voor het plan toegelicht en wordt het plan hieraan getoetst. Er is sprake van een doorwerking van beleid dat is vastgesteld op verschillende niveaus van bestuur.
3.1
Nationaal beleid
3.1.1
Nationale Omgevingsvisie (NOVI)
In het kader van de invoering van de Omgevingswet heeft het Rijk de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) opgesteld. Op die manier wordt invulling gegeven aan de verplichting tot het opstellen van zo'n visie zoals die is vastgelegd in artikel 3.1 lid 3 Ow. Tot de invoering van de Omgevingswet heeft dit document de status van structuurvisie in de zin van artikel 2.3 Wro. Inhoudelijk gezien bevat de NOVI een langetermijnvisie op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De intentie van het Rijk is om met de NOVI een perspectief te bieden om grote maatschappelijke opgaven aan te pakken. Bij die opgaven kan worden gedacht aan grote en complexe opgaven met betrekking tot klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw. Een centraal aspect van de NOVI is de focus op een nieuwe aanpak van vraagstukken in de fysieke leefomgeving. Werken op basis van integraliteit met betrekking tot verschillende vraagstukken in plaats van sectorale aanpakken voor individuele vraagstukken vormt de kern van deze nieuwe aanpak.
Het streven naar integraliteit dat onderdeel is van de NOVI valt samen in vier verschillende prioriteiten waartussen een onderscheid wordt gemaakt in de NOVI, te weten: Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; duurzaam economisch groeipotentieel; sterke en gezonde steden en regio's; toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Binnen de NOVI worden drie afwegingsprincipes gehanteerd om te komen tot weloverwogen beleidskeuzes. Die zouden moeten helpen bij het afwegen en prioriteren van verschillende belangen en opgaven: combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; afwentelen wordt voorkomen. De nationale overheid richt zich in de NOVI op 21 verschillende nationale belangen: 1. bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en van alle onderdelen van de fysieke leefomgeving; 2. realiseren van een goede leefomgevingskwaliteit. 3. waarborgen en versterken van grensoverschrijdende en internationale relaties; 4. waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving; 5. zorg dragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoeften; 6. waarborgen en realiseren van een veilig, robuust en duurzaam mobiliteitssysteem; 7. in stand houden en ontwikkelen van de hoofdinfrastructuur voor mobiliteit; 8.
waarborgen van een goede toegankelijkheid van de leefomgeving; 9. zorg dragen voor nationale veiligheid en ruimte bieden voor militaire activiteiten; 10. beperken van klimaatverandering; Bestemmingsplan "Uitbreiding bedrijventerrein De Walenhoek" (ontwerp)
17
11. realiseren van een betrouwbare, betaalbare en veilige energievoorziening, die in 2050 CO2-arm is, en de daarbij benodigde hoofdinfrastructuur; 12. waarborgen van de hoofdinfrastructuur voor transport van stoffen via (buis)leidingen; 13. realiseren van een toekomstbestendige, circulaire economie; 14. waarborgen van de waterveiligheid en de klimaatbestendigheid (inclusief vitale infrastructuur voor water en mobiliteit); 15. waarborgen van een goede waterkwaliteit, duurzame drinkwatervoorziening en voldoende beschikbaarheid van zoetwater; 16. waarborgen en versterken van een aantrekkelijk ruimtelijk-economisch vestigingsklimaat; 17. realiseren en behouden van een kwalitatief hoogwaardige digitale connectiviteit; 18. ontwikkelen van een duurzame voedsel- en agroproductie; 19. behouden en versterken van cultureel erfgoed en landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten van (inter)nationaal belang; 20. verbeteren en beschermen van natuur en biodiversiteit; 21. ontwikkelen van een duurzame visserij. Doorwerking plangebied Hoewel de NOVI geldend is voor het gehele Nederlandse grondgebied, is er geen sprake van directe doorwerking in het plangebied. Gelet op de aard en omvang van de voorgenomen ontwikkelingen zijn er geen nationale belangen in het geding. Afwegingen met betrekking tot ruimtelijke ontwikkelingen dienen in dat geval te worden gemaakt op gemeentelijk niveau.
Er bestaat hiermee geen strijdigheid met hetgeen is neergelegd in de NOVI.
18
Bestemmingsplan "Uitbreiding bedrijventerrein De Walenhoek" (ontwerp)
3.1.2
Ladder voor duurzame verstedelijking
Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen is per 1 oktober 2012 de Ladder voor duurzame verstedelijking in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6 Bro) opgenomen. De Ladder ziet op een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. Het is een motiveringsinstrument dat verplicht moet worden toegepast bij elk ruimtelijk besluit dat een 'nieuwe stedelijke ontwikkeling' mogelijk maakt. Wat er onder een nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt verstaan, is bepaald in artikel 1.1.1 Bro “De ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen”. Uit de jurisprudentie komt naar voren dat het wel een nieuwe stedelijke ontwikkeling van enige omvang moet zijnECLI:NL:RVS:2016:1503. Per 1 juli 2017 is een gewijzigde Ladder in werking getreden.
Hierin is de tekst van de Ladder teruggebracht naar de essentie, namelijk de noodzaak om aan te geven dat de voorgenomen nieuwe stedelijke ontwikkeling voorziet in een behoefte plus een motivering indien de stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stedelijk gebied kan worden gerealiseerd: “De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.” (artikel 3.1.6 lid 2 Bro). Doorwerking plangebied De beoogde uitbreiding van bedrijventerrein De Walenhoek dient, gelet op de jurisprudentie van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS), te worden gezien als een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Om die reden heeft BRO een laddertoets (Ladder voor duurzame verstedelijking) uitgevoerd. De onderzoeksopzet van en de belangrijkste overwegingen en conclusies uit deze laddertoets zijn beschreven in de onderstaande alinea's. Voor de volledige laddertoets (inclusief bronverwijzingen) wordt verwezen naar de bijlagen.
Onderzocht is of en op welke manier de uitbreiding van bedrijventerrein de Walenhoek in de gemeente Neder-Betuwe met maximaal 3,3 hectare netto bedrijventerrein te verantwoorden is vanuit de methodiek van de Ladder voor Duurzame Verstedelijking. De hoofdvraag van de laddertoets luidt: Voldoet het initiatief van de planologische toevoeging van maximaal 3,3 hectare netto bedrijventerrein op bedrijventerrein de Walenhoek in Ochten (gemeente Neder-Betuwe) aan een (kwantitatieve en kwalitatieve) behoefte binnen het ruimtelijk verzorgingsgebied en is er sprake van duurzaam ruimtegebruik? Het antwoord op de hoofdvraag uit dit onderzoek is verkregen door middel van ruimtelijk-functioneel onderzoek, waarbij zowel de kwantitatieve als kwalitatieve behoefte aan de ontwikkeling wordt onderzocht binnen het verzorgingsgebied. Ook is gekeken naar de locatieafweging binnen of buiten het bestaand stedelijk gebied. Verder zijn door middel van het onderzoek de te verwachten effecten van de beoogde ontwikkeling in beeld gebracht. Met de resultaten van het onderzoek is de Ladder voor duurzame verstedelijking ('Ladder') doorlopen. Passend binnen behoefte van het ruimtelijke verzorgingsgebied In de laddertoets is de behoefte aan de uitbreiding van bedrijventerrein de Walenhoek bepaald binnen het ruimtelijk verzorgingsgebied.
Om het verzorgingsgebied te bepalen zijn de aard en omvang van de ontwikkeling leidend voor het schaalniveau waarop de ruimtebehoefte moet worden afgewogen. In de laddertoets bestaat het ruimtelijk verzorgingsgebied uit de gemeente Neder-Betuwe. Dit is bepaald aan de hand van de volgende argumenten: Voor regulier modern-gemengde bedrijven (de doelgroep van de beoogde ontwikkeling) geldt dat het vaak een sterk lokaal georiënteerde focus heeft. Dit heeft onder meer te maken met de
Bestemmingsplan "Uitbreiding bedrijventerrein De Walenhoek" (ontwerp)
19
economische en maatschappelijke binding van bedrijven met de regio; De vraag naar bedrijfsruimte voor het midden- en kleinbedrijf is veelal locatie-gebonden. Verhuizingen van bedrijven vinden hoofdzakelijk plaats binnen de eigen gemeentegrenzen. De gemiddelde verhuisafstand is 7,5 kilometer. Slechts een derde van de verhuizingen gaat over de gemeentegrenzen heen; Op basis van verhuisbewegingen (peildatum: 6 december 2021) blijkt dat er de afgelopen 5 jaar 192 bedrijven, behorend tot de groep 'bedrijfsruimtegebruikers', zijn verhuisd binnen de gemeente Neder-Betuwe en 106 bedrijven zijn verhuisd naar de gemeente Neder-Betuwe (bron: Vastgoeddata, 2021). In totaal vindt circa 64% van de bedrijfsverhuizingen in de gemeente plaats door verhuizingen binnen de eigen gemeente; Secundair is ook op regionaal niveau (Rivierenland) gekeken wat de ruimtebehoefte naar bedrijventerreinen is. Het programma wordt passend geacht binnen de Ladder, omdat er wordt voorzien in een kwantitatieve en kwalitatieve behoefte binnen het ruimtelijke verzorgingsgebied. Kwantitatieve behoefte Er is in theorie sprake van een kwantitatieve vraag aan bedrijventerrein in het ruimtelijk verzorgingsgebied. De verwachte ruimtevraag (in ha) is in 2030 naar verwachting groter dan het huidige harde planaanbod (in ha).
Hierbij is het volgende van belang: De kwantitatieve ruimtevraag in het ruimtelijke verzorgingsgebied is naar verwachting 13 tot 15,5 hectare t/m 2030. Dit is bepaald aan de hand van prognoses op basis van historische uitgifte en op basis van ramingen die in het kader van het Regionaal Programma Werklocaties 2019-2024 – Regio Rivierenland (2020) (hierna: RPW) zijn uitgevoerd; Het totale harde planaanbod in het ruimtelijk verzorgingsgebied bedraagt circa 2.3 hectare. Het harde planaanbod is volledig in optie genomen en daardoor markttechnisch niet meer beschikbaar. Het is dus onvoldoende hard planaanbod om te kunnen voorzien in de verwachte ruimtevraag t/m 2030. Het geeft een indicatie voor een aanvullende behoefte aan voldoende bedrijfskavels; Indien het huidige zachte planaanbod mee wordt gerekend, is er in het ruimtelijke verzorgingsgebied sprake van een overschot aan plannen. Met de plannen die nog een zachte status hebben zou er dus geen kwantitatieve ruimte zijn voor het beoogde initiatief; Er is echter een indicatieve behoefte van circa 15-20% voor het kavelsegment 1-3 hectare.
In het ruimtelijke verzorgingsgebied is er een (zeer) beperkt aanbod in deze kavelomvang; Gelet op de behoefte aan nieuwe bedrijfsruimte, alsmede de zeer beperkte leegstand, is het niet te verwachten dat er onaanvaardbare leegstand in de regio optreedt bij het planologisch toevoegen van nieuw hard planaanbod. Kwalitatieve behoefte In het RPW is de kwantitatieve vraag indicatief verdeeld naar de omvang van kavels. Bijna de helft van de indicatieve vraag betreft grootschalige kavels met een minimale omvang van 3 ha. Dit zijn voornamelijk kavels die bestemd zijn voor de logistiek. Daarnaast is er ook een indicatieve vraag van 21 tot 48 hectare naar kavels tussen de 1 en 3 hectare. Deze grootteklasse van kavels wordt beoogd bij de uitbreiding van de Walenhoek; In de provinciale prognose is de indicatieve ruimtevraag in de regio Rivierenland voor beide scenario's opgesplitst naar werkmilieus. Hieruit blijkt dat in beide scenario's de ruimtevraag voor de sectoren logistiek en klassiek-gemengd het grootst is. Bij scenario Hoog wordt voor de logistieke sector een groei van circa 80 hectare verwacht. De sector klassiek-gemengd profiteert van deze sterke groei. Dit is het type werkmilieu dat ook op de uitbreiding van Walenhoek wordt beoogd (klassiek-gemengd).
Aanvaardbare ruimtelijk-functionele effecten bedrijventerrein De conclusie is dat de effecten van het plan ruimtelijk aanvaardbaar zijn. Hierbij is het volgende van
20
Bestemmingsplan "Uitbreiding bedrijventerrein De Walenhoek" (ontwerp)
belang: De beoogde ontwikkeling betreft een uitbreiding van de reeds gevestigde bedrijven op de Walenhoek. Hierdoor is er sprake van een relatief beperkte toevoeging van nieuw stedelijk gebied; De aard en schaal van het planinitiatief zijn een goede aanvulling op het bestaande productiemilieu en de werkgelegenheidsstructuur. Er wordt met de beoogde uitbreiding voorzien in de continuering en groei van twee bedrijven die reeds op de Walenhoek zijn gevestigd. Daarnaast zijn deze bedrijven goed ontsloten op het hoofdwegennet (A15). Dit blijft behouden bij de uitbreiding in westelijke richting. Voor de bedrijven die uitbreiden is dit een pré; De leegstand in het ruimtelijk verzorgingsgebied is ver onder frictieniveau en duidt op een tekort aan bedrijfsruimte. Daarnaast is de omvang van de leegstaande panden onvoldoende om te voorzien in reële alternatieven voor het beoogde initiatief; De beoogde uitbreiding voorziet in kavels tussen de 1 en 3 hectare. Voor deze kavelomvang is er een beperkt aanbod in het ruimtelijk verzorgingsgebied; Gesitueerd buiten bestaand stedelijk gebied De ontwikkeling van de uitbreiding van bedrijventerrein de Walenhoek ligt buiten bestaand stedelijk gebied. Daarom moet worden gemotiveerd waarom niet binnen bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.
De bedrijfsruimtemarkt is krap in het ruimtelijk verzorgingsgebied, alsook in de regio Rivierenland. Er is weinig geschikte plancapaciteit en de leegstand van bedrijfsgebouwen en uitgegeven kavels is ook zeer beperkt. Deze locaties zijn hoofdzakelijk binnen bestaand stedelijk gebied. De omvang van het harde planaanbod is onvoldoende om in de vraag te kunnen voorzien. Daarnaast gaat het expliciet om de uitbreiding van twee reeds gevestigde bedrijven, waardoor het ruimtebeslag aan nieuw bedrijventerreinen lager is dan bij volledige verplaatsing en nieuwbouw van de bedrijven. Mede hierdoor is het redelijkerwijs geen logisch alternatief om de complete bedrijfsvoering te verplaatsen naar een locatie elders binnen bestaand stedelijk gebied. Gelet op de kwantitatieve behoefte kan worden gesteld dat het niet mogelijk is om circa 3,3 hectare netto bedrijfsruimte binnen bestaand stedelijk gebied te ontwikkelen. Gelet op het hiervoor beschrevene is de Ladder voor duurzame verstedelijking succesvol doorlopen.
Bestemmingsplan "Uitbreiding bedrijventerrein De Walenhoek" (ontwerp)
21
3.2
Provinciaal beleid
3.2.1
Omgevingsvisie Gaaf Gelderland
Op 19 december 2018 hebben de Provinciale Staten van de provincie Gelderland de omgevingsvisie 'Gaaf Gelderland' vastgesteld ('Omgevingsvisie'). Deze Omgevingsvisie is op 1 maart 2019 in werking getreden. Met het oog op de toekomst worden een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland centraal gesteld. Gezond en veilig is daarbij als volgt geformuleerd: “Dat = een gezonde leefomgeving, schone en frisse lucht, een schoon milieu, een niet vervuilde bodem, voldoende schoon en veilig (drink)water, bescherming van onze flora en fauna. Dat = voorbereid zijn op klimaatverandering, zoals hitte, droogte, bosbranden en overstromingen. En, dat = aandacht hebben voor verk eersveiligheid en veilige bedrijvigheid”. Ook de termen schoon en welvarend zijn gedefinieerd, namelijk op de volgende manier: “Dat = een dynamisch, duurzaam en aantrekkelijk woon-, werk- en ondernemersklimaat, goed bereik baar en meteen goed functionerende arbeidsmarkt en dito kennis- en onderwijsinstellingen. Maar dat = ook : het tegengaan van schadelijke uitstoot, afval en uitputting van grondstoffen. En: het investeren in nieuwe, alternatieve vormen van energie”.
In de omgevingsvisie Gaaf Gelderland is vastgelegd dat de provincie Gelderland bij haar taakinvulling de focus legt op duurzaamheid, verbondenheid en een krachtige economie als werkende bestanddelen voor een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland. Bij een krachtige economie gaat het erom dat de Gelderse economie in balans is met haar sociale, ecologische en ruimtelijke omgeving. Concrete ambities worden benoemd met betrekking tot zeven verschillende thema's: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.
Energietransitie: van fossiel naar duurzaam; klimaatadaptatie: omgaan met veranderend weer; circulaire economie: sluiten van kringlopen; biodiversiteit: werken met de natuur; bereikbaarheid: duurzaam verbonden; vestigingsklimaat: een krachtige en duurzame topregio; woon- en leefomgeving: dynamisch, divers, duurzaam.
Binnen het thema vestigingsklimaat heeft de provincie Gelderland de voorkeur uitgesproken voor het concentreren en combineren van activiteiten in plaats van voor versnippering door de hele provincie. Op die manier wordt niet alleen de (economische) dynamiek binnen de provincie bevorderd maar wordt Gelderland ook open, groen en gezond gehouden. Sterke troeven, namelijk Health, Energy, Tech, Food, Logistiek en een sterk midden- en kleinbedrijf, krijgen volop de ruimte, maar dat gebeurt wel onder de voorwaarde dat ook bijgedragen wordt aan het duurzaamheidsvraagstuk. Doorwerking plangebied De Omgevingsvisie is concreet uitgewerkt in de hierna beschreven Omgevingsverordening Gelderland. Deze verordening bevat concrete regels waaraan het initiatief wordt getoetst. Wel kan worden gesteld dat het initiatief in lijn met de doelstellingen van de Omgevingsvisie is. Onderhavig plan voorziet in de uitbreiding van bedrijventerrein De Walenhoek. Hierdoor kunnen twee bedrijven die reeds gevestigd zijn op bedrijventerrein De Walenhoek uitbreiden. Het betreft hier bedrijven in de voedingsmiddelenindustrie. Geconcludeerd kan worden dat hiermee de zogenoemde sterke troeven van Gelderland worden versterkt.
22
Bestemmingsplan "Uitbreiding bedrijventerrein De Walenhoek" (ontwerp)
3.2.2
Omgevingsverordening Gelderland
Provinciale Staten hebben de Omgevingsverordening Gelderland (hierna: de Omgevingsverordening of verordening) vastgesteld op 24 september 2014. De verordening wordt geregeld geactualiseerd. De meest recente actualisatie van de Omgevingsverordening dateert van januari 2023. De regels in de verordening kunnen betrekking hebben op het hele provinciale grondgebied, op delen of op gebiedsgerichte thema's. Gemeenten moeten binnen een bepaalde termijn hun bestemmingsplan afstemmen op de in de verordening opgenomen regels. De regels in de verordening zijn gebaseerd op de provinciale omgevingsvisie en hebben de status van algemeen verbindende voorschriften. Doorwerking plangebied Het plangebied wordt op basis van Omgevingsverordening Gelderland niet aangemerkt als onderdeel van het Gelders Natuurnetwerk. Wel is het plangebied aangemerkt als 'Intrekgebied'. In artikel 1.1 van deze omgevingsverordening wordt het begrip 'Intrekgebied' gedefinieerd als “beschermingsgebied grondwater waar het grondwater binnen duizend jaar bij een pompput voor de openbare drinkwatervoorziening kan zijn”. Ingevolge artikel 2.38 van de omgevingsverordening maakt een bestemmingsplan voor gronden binnen een Intrekgebied de winning van fossiele energie niet mogelijk. In onderhavig geval wordt niet voorzien in de winning van fossiele energie binnen het plangebied.
Ten aanzien hiervan bestaat dan ook geen strijdigheid met de regels als opgenomen in de omgevingsverordening. Voor het plangebied geldt op basis van de omgevingsverordening de regels met betrekking tot klimaatadapatatie (artikel 2.65b). De uitbreiding gaat gepaard met een landschappelijke inpassing door middel van het toevoegen van bomen en plantenstructuren en de herinrichting van de watergangenstelsel. Deze voorzieningen dragen bij aan klimaatadaptatie. Ook op andere vlakken is geen sprake van strijdigheid met hetgeen is neergelegd in de omgevingsverordening Gelderland. Dit is bevestigd door de Provincie, de brief is als bijlage bij dit bestemmingsplan gevoegd.
Bestemmingsplan "Uitbreiding bedrijventerrein De Walenhoek" (ontwerp)
23
3.3
Regionaal beleid
3.3.1
Regionaal Programma Werklocaties 2019-2024
De regiogemeenten hebben het Regionaal Programma Werklocaties Rivierenland 2020-2024 (RPW) vastgesteld. De regio maakt daarnaast een aantal nieuwe afspraken die aansluiten bij de huidige economische ontwikkelingen die houdbaar zijn voor de toekomst. De regiogemeenten willen aansluiten bij de economische dynamiek en specifieke context van Regio Rivierenland. In 2022 wordt een nieuwe (tussentijdse) behoefte prognose uitgevoerd. Er zijn afspraken gemaakt over bedrijventerreinen, kantoren en perifere detailhandel (PDV). Doel van deze afspraken is om het huidige overaanbod aan werklocaties in de regio terug te dringen om zo weer balans te brengen in vraag en aanbod. Dit is een voorwaarde voor nieuwe uitgifte op meer geschikte locaties. De regio Rivierenland heeft zich ontwikkeld tot logistieke hotspot, vooral voor nationaal/op de Benelux georiënteerde distributieactiviteiten. Hiermee profiteert de regio van een centrale ligging, goede bereikbaarheid en moderne bedrijfslocaties (met name in Culemborg, Geldermalsen, Tiel en Zaltbommel). Bedrijven worden passend binnen de ruimtelijke structuur van de bedrijventerreinen in de regio gevestigd. Zo hoort grootschalige logistiek op een regionaal terrein dat hier qua ruimtelijke structuur, ontsluiting en korrelgrootte daadwerkelijk voor is geschikt.
Dit betekent ook dat een grootschalig bedrijf niet in een dorpskern wordt gevestigd maar op een passende locatie op bijvoorbeeld een regionaal bedrijventerrein. Lokale bedrijventerreinen bieden ruimte aan (lokale) relatief kleinschalige bedrijven, passend binnen de lokale ruimtelijke structuur. Hierbij is maatwerk en meer flexibiliteit, (vooruitlopend op de omgevingswet) het regionale uitgangspunt. Doorwerking plangebied In het kader van de laddertoets (Ladder voor duurzame verstedelijking) is onderzocht in hoeverre voorzien wordt in een kwantitatieve en kwalitatieve behoefte binnen het ruimtelijk verzorgingsgebied en of sprake is van duurzaam ruimtegebruik. Hierbij is ook getoetst aan het RPW. Voor deze toetsing wordt verwezen naar de ladderonderbouwing die is toegevoegd als bijlage bij deze toelichting.
3.4
Gemeentelijk beleid
3.4.1
Omgevingsvisie Neder-Betuwe
Op 24 februari 2022 heeft de gemeenteraad van de gemeente Neder-Betuwe de Omgevingsvisie ('Omgevingsvisie') Neder-Betuwe vastgesteld. Met de vaststelling is de Structuurvisie Neder-Betuwe 2018 ingetrokken. Tot de inwerkingtreding van de Omgevingswet heeft dit document de status van gemeentelijke structuurvisie in de zin van artikel 2.1 Wro. Qua format is gekozen voor een website in plaats van voor een regulier document. In de Omgevingsvisie is opgenomen wat de gemeente belangrijk vindt voor de omgeving waarin gewoond, gewerkt en geleefd wordt. De Omgevingsvisie bestaat uit 10 speerpunten, een richtinggevende kaart en een waardenkaart. Met de 10 speerpunten wil de gemeente laten zien waar ze zich de komende jaren op wil richten. Het gaat hierbij om de volgende speerpunten: 1. een omgeving waarin inwoners een leven lang gezond en veilig kunnen leven, wonen en werken; 2. een goed ondernemers- en vestigingsklimaat, diversiteit in werk voor de inwoners van de gemeente en een goede aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt; 3. wonen voor iedereen;
24
Bestemmingsplan "Uitbreiding bedrijventerrein De Walenhoek" (ontwerp)
4. een goede bereikbaarheid voor gebruikers van het OV, de auto, de fiets en voor de wandelaar; 5. doorontwikkelen en beleefbaar maken van de identiteit van de gemeente; 6. doorontwikkeling van de gemeente als centrum voor laanboomteelt en andere agrarische sectoren; 7. opwekking en gebruik van energie op een duurzame manier; 8. voorbereid zijn op de veranderingen in het klimaat; 9. een gezonde, groene en biodiverse omgeving; 10. behoud en ontwikkeling van sterke dorpen in een nieuwe en nauwe samenwerking met de gemeente. Bij het werken aan de toekomst van Neder-Betuwe worden een aantal uitgangspunten gehanteerd. Zodoende wordt bijgedragen aan de identiteit van de gemeente. Het betreft de volgende uitgangspunten: denken vanuit wat mogelijk is: 'ja, mits'; respecteer onze waarden; uitgaan van meervoudig ruimtegebruik; aanpak van ontwikkelingen zoveel mogelijk gezamenlijk en integraal; compact bouwen en ons buitengebied zoveel mogelijk behouden. Ten aanzien van de ontwikkeling en vestiging van bedrijven is het volgende opgenomen: We werken aan een aantrekkelijk vestigings- en ondernemersklimaat met het doel een breed scala aan bedrijven en ondernemingen te kunnen behouden en ontwikkelen.
We bieden in de eerste plaats ruimte aan lokale bedrijven; Voor bedrijventerrein 't Panhuis heeft de gemeente een regiekaart opgesteld om nieuwe initiatieven af te kunnen wegen; Op een aantal bedrijventerreinen zijn kantoren aan de randen toegestaan, in samenhang met een kwaliteitsimpuls om de uitstraling van de bedrijventerreinen te verbeteren; Tevens stemt de gemeente de lokale bedrijventerreinontwikkeling in regionaal verband af via het regionaal programma werklocaties (RPW); We streven naar diversiteit en veelzijdigheid in lokale werkgelegenheid; We concentreren (nieuwe) bedrijventerreinen langs hoofdinfrastructuur (A15) zodat sprake is van een goede ontsluiting en we hebben aandacht voor toekomstbestendigheid van bestaande bedrijfslocaties. Doorwerking plangebied Op de waardenkaart die onderdeel is van de Omgevingsvisie is het plangebied aangemerkt als 'landelijk en groen'. De bijbehorende waarden zijn als volgt: landelijk, groen, agrarisch gebied; kleinschalige recreatieve voorzieningen; laanbomenteelt; fruitteelt; Linge en oude dijken Eldikse en Dodewaardse Veld (nat, open en rijk aan weidevogels); fiets- en wandelmogelijkheden. Op de richtinggevende kaart die onderdeel is van de Omgevingsvisie is het plangebied aangemerkt als 'buitengebied' met een aanduiding bedrijventerrein.
Uit de Omgevingsvisie volgt dat de gemeente ruimte wil geven aan lokale bedrijvigheid en dat bedrijventerreinen worden geconcentreerd langs de Rijksweg A15. Aangezien uitbreiding van bedrijventerrein De Walenhoek plaatsvindt ten behoeve van lokale bedrijvigheid die reeds gevestigd is op het bestaande bedrijventerrein De Walenhoek en deze uitbreiding direct ten zuiden van de Rijksweg A15 wordt gerealiseerd, worden in de Omgevingsvisie voor dit concrete geval openingen geboden om te komen tot uitbreiding van bedrijventerrein De Walenhoek. Middels het opstellen van een landschappelijk inpassingsplan en een stedenbouwkundig plan wordt een
Bestemmingsplan "Uitbreiding bedrijventerrein De Walenhoek" (ontwerp)
25
goede inpassing in de omgeving gewaarborgd. Derhalve vormt hetgeen opgenomen is in de Omgevingsvisie geen belemmering voor de uitbreiding van bedrijventerrein De Walenhoek.
26
Bestemmingsplan "Uitbreiding bedrijventerrein De Walenhoek" (ontwerp)
Hoofdstuk 4
Omgevingsaspecten
In dit hoofdstuk worden de diverse relevante omgevingsaspecten aangehaald. Het plan wordt aan deze elementen getoetst. Een en ander dient ter onderbouwing waarom er sprake is van een goede ruimtelijke ordening bij realisatie van de in het plan opgenomen planologische mogelijkheden.
4.1
Verkeer en parkeren
4.1.1
Toetsingskader
In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient te worden bepaald wat de verkeersaantrekkende werking van het plangebied is. De gemeenteraad heeft op 8 maart 2018 het Neder-Betuws Verkeer- en Vervoerplan (NBVVP) vastgesteld. Deze geeft de gemeentelijke verkeersvisie tot 2025. Het bestemmingsplan 'Parapluregeling Parkeren' (26-04-2018) en de beleidsregels Nota Parkeernormen Neder-Betuwe 2017 (11-05-2017) zijn van toepassing. 4.1.2
Onderzoek
Verkeer De onderbouwing van het aspect verkeersgeneratie is opgenomen in de notitie 'Verkeersonderbouwing bestemmingsplan uitbreiding Walenhoek'. Voor de volledige onderbouwing wordt verwezen naar de bijlagen. In de navolgende alinea's worden de belangrijkste elementen uit deze onderbouwing uitgelicht. De ontwikkeling zorgt voor ongeveer 500 extra voertuigbewegingen per werkdag (zie tabel). Ongeveer 95 van deze voertuigbewegingen betreft vrachtverkeer. Volgens de beleidsregels Nota Parkeernormen Neder-Betuwe 2017 (11-05-2017) vereist het bepalen van de verkeersgeneratie voor een groot bedrijventerrein (groter dan 5.000 m2 bruto vloeroppervlak - BVO) maatwerk. De verkeersgeneratie is daarom bepaald aan de hand van de huidige verkeersgeneratie van het bedrijventerrein. Dit is mogelijk, omdat het een uitbreiding van bestaande bedrijven betreft. Hiermee ontstaat een realistisch beeld van de toekomstige situatie. De verkeersgeneratie van de uitbreiding van het terrein is bepaald op basis van de toename van het bouwvolume. In totaal neemt het bouwvolume van het bedrijventerrein toe met ongeveer 69%. De verkeersgeneratie neemt vergelijkbaar toe. Tabel 1: toekomstige verkeersgeneratie (werkdag)
Het bedrijventerrein sluit aan op het wegennet via de rotonde Cuneraweg-Walenhoekseweg. Daarnaast staat er op ongeveer 200 meter een verkeersregelinstallatie op het kruispunt Cuneraweg-N233. Beide kunnen het extra verkeer als gevolg van de uitbreiding van het bedrijventerrein aan. Daarbij is rekening gehouden met het extra verkeer vanuit de gebiedsontwikkeling 'Poort van Ochten'. De rotonde Cuneraweg heeft ruim voldoende restcapaciteit om het extra verkeer te verwerken. Dit blijkt uit een doorrekening met de meerstrooksrotondeverkenner. Daarnaast is de verwachting dat de uitbreiding van het bedrijventerrein geen negatief effect heeft op de doorstroming van de Cuneraweg richting de verkeersregelinstallatie. De bepalende wachtrij (linksaf) wordt niet langer dan de beschikbare linksaf-strook. Daardoor zal deze wachtrij de doorstroming op de rechtdoor gaande richting niet hinderen. Bestemmingsplan "Uitbreiding bedrijventerrein De Walenhoek" (ontwerp)
27
Laden en lossen vindt plaats op het bedrijventerrein. Voor het vrachtauto's worden geen specifieke parkeerplaatsen aangebracht. Zij parkeren op het terrein bij de laad- en losdokken. Bij binnenkomst is ruimte voor vrachtauto's om kort stil te staan, zodat zij zich kunnen melden. Parkeren De onderbouwing van het aspect parkeren is opgenomen in de notitie 'Verkeersonderbouwing bestemmingsplan uitbreiding Walenhoek'. Daarin wordt geconcludeerd dat het plan voldoet aan de 'Nota Parkeernormen Neder-Betuwe 2017'. Voor de volledige onderbouwing wordt verwezen naar de bijlagen. In de navolgende alinea's worden de belangrijkste elementen uit deze onderbouwing uitgelicht. Volgens de beleidsregels Nota Parkeernormen Neder-Betuwe 2017 (11-05-2017) vereist het bepalen van de parkeervraag voor een groot bedrijventerrein (groter dan 5.000 m2 bruto vloeroppervlak - BVO) maatwerk. De parkeervraag is daarom bepaald aan de hand van de huidige parkeervraag van het bedrijventerrein. Dit is mogelijk, omdat het een uitbreiding van bestaande bedrijven betreft. Hiermee ontstaat een realistisch beeld van de toekomstige situatie. De parkeervraag en -aanbod blijft door de uitbreiding van het bedrijventerrein Walenhoek ruim in balans. De parkeervraag stijgt met de uitbreiding voor het gehele terrein tot 393 parkeerplaatsen, terwijl het aanbod stijgt tot 622 parkeerplaatsen.
Het overschot binnen het vigerende bestemmingsplan van 164 parkeerplaatsen neemt met de realisatie van het nieuwe bestemmingsplan toe tot 229 parkeerplaatsen. Er wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid. Voor het vrachtauto's worden geen specifieke parkeerplaatsen aangebracht. Zij parkeren op het terrein bij de laad- en losdokken. Tabel 2: Parkeerbalans
Het voorzien in de parkeerbehoefte is geborgd in voorliggend bestemmingsplan. 4.1.3
Conclusie
Er is geen sprake van belemmeringen met betrekking tot het aspect verkeer en parkeren.
4.2
Bodem
4.2.1
Toetsingskader
In het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6 lid 1 onder d) is bepaald dat voor de uitvoerbaarheid van een plan rekening gehouden moet worden met de bodemgesteldheid in het plangebied. Bij functiewijzigingen dient te worden bepaald of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde functie en moet worden bepaald of nader onderzoek en eventueel saneringen noodzakelijk zijn. In de Wet bodembescherming is bepaald dat indien de desbetreffende bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de beoogde functie, de grond zodanig dient te worden gesaneerd dat zij kan worden gebruikt door de desbetreffende functie (functiegericht saneren). Nieuwe bestemmingen dienen bij voorkeur op schone grond te worden gerealiseerd. Derhalve is een bodemonderzoek conform de NEN 5740 richtlijnen noodzakelijk.
28
Bestemmingsplan "Uitbreiding bedrijventerrein De Walenhoek" (ontwerp)
4.2.2
Onderzoek
Ingenieursbureau Land heeft een verkennend bodemonderzoek, een waterbodemonderzoek en een verhardingsonderzoek uitgevoerd ter plaatse van het plangebied (onderzoeksrapport d.d. 11 maart 2022). Allereerst is hiertoe een vooronderzoek uitgevoerd. De belangrijkste elementen uit betreffende onderzoeken worden beschreven in onderstaande alinea's. Vooronderzoek Het vooronderzoek is uitgevoerd op basis van de NEN 5725:2017 (Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend- en nader onderzoek) en de NEN 5717:2017 (Bodem Waterbodem - Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek). Het vooronderzoek omvat de terreindelen binnen de onderzoekslocatie en direct hieraan grenzende percelen binnen een afstand van 25 meter. Voor het grondwater is een afstand van 100 meter aangehouden stroomopwaarts van de onderzoekslocatie. In relatie tot de voorziene werkzaamheden zal het vooronderzoek gericht zijn tot op een diepte van 1,0 m-mv. Uit de beschikbare voorinformatie blijkt dat onderzoekslocatie onverdacht is op aanwezigheid van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Wel worden enkele licht verhoogde gehalten in de grond en het grondwater verwacht. Omdat de locatie als boomgaard in gebruik is geweest zal het analysepakket van de grond uitgebreid worden met OCB's.
Omdat uit het vooronderzoek is gebleken dat er geen asbest verdachte activiteiten hebben plaats gevonden, het onderzoek niet uitgebreid zal worden met de parameter asbest. Indien tijdens de veldwerkzaamheden ongedefinieerd puin wordt aangetroffen, wordt eventueel na overleg met de opdrachtgever het onderzoek alsnog uitgebreid met de parameter asbest. De milieuhygiënische kwaliteit van de waterbodem ter plaatse van de onderzoekslocatie is onbekend. De locatie wordt volgens een normale onderzoeksinspanning onderzocht. Verhardingsonderzoek Omdat er bodemvreemde materialen zijn aangetroffen, zijn deze apart onderzocht. Het materiaal is chemisch uitsluitend geanalyseerd op de aanwezigheid van PAK, vanwege de grote hoeveelheid asfalt in het aangetroffen materiaal. Aanvullend is een onderzoek conform NEN 5897+C2:2017 naar asbest uitgevoerd. De conclusies die kunnen worden getrokken naar aanleiding van het uitgevoerde verhardingsonderzoek zijn als volgt: In de onderzochte halfverharding is geen asbest aangetoond; Chemisch is er een verhoogd gehalte aan PAK aangetoond in de onderzochte halfverharding. Op basis van het gemeten PAK-gehalte is de halfverharding (230 m3) indicatief geschikt is voor hergebruik als 'niet vormgegeven' bouwstof'; Nader onderzoek naar de halfverharding wordt in dit stadium niet zinvol geacht.