Bijlage 2 - Toelichting en regels
Tekst van het document
Bestemmingsplan Kesteren, Nedereindsestraat 1
bestemmingsplan Kesteren, Nedereindsestraat 1
Inhoudsopgave
Toelichting
3
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding en doel van het plan 1.2 Ligging plangebied 1.3 Geldende plannen 1.4 Leeswijzer
4 4 4 5 6
Hoofdstuk 2 Planbeschrijving 2.1 Bestaande situatie 2.2 Toekomstige situatie
7 7 7
Hoofdstuk 3 Beleidskader 3.1 Nationaal beleid 3.2 Provinciaal beleid 3.3 Gemeentelijk beleid
9 9 14 16
Hoofdstuk 4 Omgevingsaspecten 4.1 Verkeer & parkeren 4.2 Bodem 4.3 Geluid 4.4 Bedrijven en Milieuzonering 4.5 Luchtkwaliteit 4.6 Geur 4.7 Externe veiligheid 4.8 Waterhuishouding 4.9 Ecologie 4.10 Archeologie & Cultuurhistorie 4.11 Leidingen 4.12 M.e.r.-plicht
21 21 22 23 25 28 30 30 33 37 39 40 41
Hoofdstuk 5 Juridische planbeschrijving 5.1 Algemeen 5.2 Inleidende regels 5.3 Bestemmingsregels 5.4 Algemene regels 5.5 Overgang en slotregels 5.6 Toelichting op de bestemmingen
42 42 42 42 43 43 44
Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid 6.1 Economische uitvoerbaarheid 6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid
45 45 45
Hoofdstuk 7 Procedure 7.1 Overleg 7.2 Inspraak 7.3 Ontwerpfase 7.4 Vaststellingsfase
46 46 46 46 46
2
Inhoudsopgave (ontwerp)
bestemmingsplan Kesteren, Nedereindsestraat 1
Toelichting
Toelichting (ontwerp)
3
bestemmingsplan Kesteren, Nedereindsestraat 1
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding en doel van het plan
Op het perceel aan de Nedereindsestraat 1 te Kesteren is momenteel het pand van het voormalige politiebureau gelegen. Het voornemen bestaat om het pand te verwijderen om ruimte te creëren voor een huisartsenpraktijk en 12 appartementen ( huurappartementen met 30% sociale huur). De huisartsenpraktijk zal bestaan uit 6 behandelkamers en biedt plaats aan 4 huisartsen. In de kelder van het gebouw worden 14 parkeerplaatsen en 12 bergingen voorzien. Op het maaiveld zullen 20 parkeerplaatsen worden gerealiseerd. De beoogde ontwikkeling past in functionele zin niet binnen het geldende bestemmingsplan 'Kernen Neder-Betuwe' (vastgesteld 8 november 2019), waarin het plangebied de bestemming 'Dienstverlening' heeft. Binnen deze bestemming is het niet toegestaan een huisartsenpraktijk te realiseren. Het oprichten van woningen is wel toegestaan. Daarnaast wordt de beoogde bebouwing voorzien buiten het bouwvlak. Voorliggend bestemmingsplan betreft het nieuwe juridisch-planologische kader voor het plangebied. Er wordt aangetoond dat het initiatief haalbaar is en dat sprake is van een goede ruimtelijke ordening.
1.2
Ligging plangebied
Het plangebied betreft bebouwing ten behoeve van een politiebureau en is gelegen aan de Nedereindsestraat 1 te Kesteren, kadastraal bekend als 'gemeente Kesteren, sectie E, nummers 1927' en kent een oppervlak van 1.536 m². Het plangebied ligt binnen de bebouwde kom van Kesteren en is direct gelegen aan de Nedereindsestraat. De omgeving van het plangebied bestaat hoofdzakelijk uit woonbebouwing en detailhandel. Het plangebied wordt langs de noordzijde omsloten door de Nedereindsestraat. Ten oosten grenst het plangebied aan de Hoofdstraat. De locatie van het plangebied bestaat uit een pand van een voormalige politiebureau met aan de achterzijde parkeerplaatsen. Daarnaast zijn er enkele groenstroken gelegen binnen het plangebied. De omliggende bebouwing bestaat deels uit vrijstaande woningen en deels uit hoofdgebouwen waarin woningen en detailhandel zijn gelegen. De ligging van het plangebied is indicatief weergegeven in afbeelding 1.1. De exacte begrenzing volgt uit de verbeelding.
4
Toelichting (ontwerp)
bestemmingsplan Kesteren, Nedereindsestraat 1
Afbeelding 1.1: globale ligging en begrenzing plangebied
1.3
Geldende plannen
Voor het plangebied is het bestemmingsplan 'Kernen Neder-Betuwe' (zie afbeelding 1.2) het geldende juridische kader. Dit bestemmingsplan is vastgesteld op 8 november 2019. Het plangebied heeft hierin de bestemming 'Dienstverlening'. De voor 'Dienstverlening' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d.
dienstverlening, uitsluitend op de begane grond; wonen; ondersteunende horeca; niet-publieksgerichte aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit conform het bepaalde in artikel 34.3; e. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; f. nutsvoorzieningen; een en ander met de bijbehorende voorzieningen. Binnen deze bestemming mogen gebouwen ten dienste van deze bestemming worden gebouwd, met inachtneming van de volgende bepalingen: a. hoofdgebouwen mogen uitsluitend worden gebouwd ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak'; b. bijbehorende bouwwerken mogen worden gebouwd ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak' en ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen'. Daarnaast is het plangebied gelegen binnen de volgende dubbelbestemmingen: Waarde - Archeologie 1; Waarde - Archeologie 2.
Toelichting (ontwerp)
5
bestemmingsplan Kesteren, Nedereindsestraat 1
Binnen het plangebied is het oprichten van een huisartsenpraktijk volgens het vigerende bestemmingsplan niet toegestaan. Woningen (appartementen) zijn conform het vigerende bestemmingsplan wel toegestaan. Naast het bestemmingsplan 'Kernen Neder-Betuwe' zijn er twee paraplubestemmingsplannen vigerend, namelijk 'Parapluregeling Archeologie en Parapluregeling Parkeren. Een paraplubestemmingsplan is een partiële herziening van meerdere bestemmingsplannen. De paraplubestemmingsplannen zijn specifiek opgesteld met betrekking tot het regelen van het aspect parkeren en het aspect archeologie." Voorliggend bestemmingsplan stelt het nieuwe planologisch-juridische kader voor het plangebied.
Afbeelding 1.2: Uitsnede vigerend bestemmingsplan
1.4
Leeswijzer
Het bestemmingsplan bestaat uit meerdere onderdelen: een verbeelding waarop de bestemmingen in het plangebied zijn aangegeven en regels waarin de bepalingen voor de op de verbeelding vermelde bestemmingen zijn opgenomen. Het bestemmingsplan gaat vergezeld van een toelichting waarin de achtergronden van het bestemmingsplan zijn beschreven. De verbeelding vormt samen met de regels het juridische bindende deel van het bestemmingsplan. In de toelichting worden de keuzes die in het bestemmingsplan worden gemaakt nader gemotiveerd en verantwoord.
6
Toelichting (ontwerp)
bestemmingsplan Kesteren, Nedereindsestraat 1
Hoofdstuk 2 2.1
Planbeschrijving
Bestaande situatie
Het plangebied is centraal gelegen aan de Nedereindsestraat in de kern Kesteren, zie afbeelding 1.1. Ten oosten van het perceel is de Hoofdstraat gelegen. Aan de zuidzijde (achterzijde van het pand) bevinden zich parkeerplaatsen en een gedeelte van de tuin. De tuin is eveneens onderdeel van het plangebied. Daarachter staat een vrijstaande woning. In het westen is een gebouw met woningen en detailhandel gesitueerd. Ten noorden van het plangebied is een parkeerterrein gelegen. Aan de overzijde van de Nedereindsestraat bevindt zich het centrum van de kern Kesteren, waar winkels gesitueerd zijn. Aan de overzijde van de Hoofdstraat zijn voornamelijk vrijstaande woningen gelegen. In de huidige situatie staat er een pand waarin voorheen het politiebureau van Kesteren gevestigd was. De hoofdingang van de huidige situatie bevindt zich in het noorden van het pand, aan de Nedereindsestraat. Aan de randen van het plangebied zijn bosschages en enkele bomen gelegen.
2.2
Toekomstige situatie
2.2.1
Programma
Het voornemen een huisartsenpraktijk en 12 appartementen ( huurappartementen met 30% sociale huur) te realiseren. De huisartsenpraktijk zal bestaan uit 6 behandelkamers en biedt plaats aan 4 huisartsen. In de kelder van het gebouw worden 14 parkeerplaatsen en 12 bergingen voorzien. Op het maaiveld zullen 20 parkeerplaatsen worden gerealiseerd.
Afbeelding 2.1a: Voorgevel toekomstige situatie
Afbeelding 2.1b: Achtergevel toek omstige situatie
Toelichting (ontwerp)
7
bestemmingsplan Kesteren, Nedereindsestraat 1
2.2.2
Ruimtelijke ontwikkeling
De huisartsenpraktijk is gelegen op de begane grond en bestaat uit een wachtkamer, koffiekamer, backoffice en meerdere spreek- en behandelkamers. Op de eerste en tweede verdieping worden appartementen voorzien. De derde verdieping bestaat uit een plat dak met enkele dakophogingen in de vorm van een puntdak met enkele dakkapellen. De dakken van het gebouw worden maximaal voorzien van zonnepanelen. De huisartsenpraktijk en de bovengelegen appartementen hebben een eigen ingang. De ingang van de huisartsenpraktijk is aan de noodzijde van het pand. De ingang van de appartementen is voorzien aan de zuidwestzijde van het beoogde gebouw. Afbeelding 2.2 geeft een schets van de beoogde inrichting van de buitenruimte. Het is niet mogelijk om de huidige beplanting te sparen. De nieuwe aanplant is een verbetering ten opzichte van de huidige kwaliteit. Aan de voorzijde komt een exta boom, bijvoorbeeld een Liriodendron tulipifera Fastigiata. De boombeplanting langs de Hoofdstraat zal bestaan uit Prunus avium Plena. Het heestervak langs de Hoofdstraat en aansluiting op particuliere tuin bestaat uit een basis van lage heesters tot 1,25m1. Het gaat om verschillende soorten heesters in groepen van 3 tot 7: Diervilla sessiifolia Splendens, Lonicera nitida Maigrun, Hypericum Hidcote, Deutsia gracilis, Phildelphus Manteau d'Hermine, Stephenandra incisa Crispa.
De hagen zullen bestaand uit Carpinus betulus.
Afbeelding 2.2: Inrichting buitenruimte toekomstige situatie (ook als bijlage bijgevoegd) 2.2.3
Ontsluiting en parkeren
Ontsluiting Het plangebied wordt op dezelfde manier ontsloten als in de huidige situatie, namelijk via de Nedereindsestraat. Parkeren In de kelder wordt een parkeergarage gerealiseerd met 14 parkeerplaatsen. Daarnaast worden in de parkeerkelder 12 bergingen voorzien. Op het maaiveld worden 20 parkeerplaatsen gerealiseerd.
8
Toelichting (ontwerp)
bestemmingsplan Kesteren, Nedereindsestraat 1
Hoofdstuk 3
Beleidskader
In dit hoofdstuk wordt het beleidskader, dat relevant is voor het plan, toegelicht en wordt het plan hieraan getoetst. Er is sprake van een doorwerking van beleid dat is vastgesteld op verschillende niveaus van bestuur.
3.1
Nationaal beleid
3.1.1
Nationale Omgevingsvisie
Per 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie vastgesteld. Hierin zijn de kaders van het nieuwe rijksbeleid opgenomen. Deze Omgevingsvisie vervangt de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012). De NOVI is een instrument van de nieuwe Omgevingswet en loopt vooruit op de inwerkingtreding van die wet. Vanwege het uitstel van de inwerkingtreding van de Omgevingswet komt de NOVI als structuurvisie uit onder de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Zodra de Omgevingswet in werking is getreden, zal deze structuurvisie gelden als de Nationale Omgevingsvisie, zoals in de nieuwe wet bedoeld.
Afbeelding 3.1: Afwegen met de NOVI (bron: Nationale Omgevingsvisie)
In de Nationale Omgevingsvisie wordt door het Rijk een langetermijnvisie gegeven op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI bestaat uit een visie, toelichting en uitvoeringsagenda. De combinatie van deze drie documenten zorgt voor een toetsing die leidt tot nationale strategische keuzes en gebiedsgericht maatwerk. De NOVI beschrijft een toekomstperspectief met ambities. Ook worden de 21 nationale belangen in de fysieke leefomgeving en de daaruit voortkomende opgaven beschreven. Die opgaven zijn in feite het verschil tussen de ambitie en de huidige situatie en verwachte ontwikkelingen. De vier prioriteiten De Uitvoeringsagenda beschrijft de vier prioriteiten. De opgaven uit de toelichting kunnen veelal niet apart van elkaar worden aangepakt. Als een samenhangende, integrale aanpak nodig is, over de sectoren heen, vraagt dit een andere inzet. De samenhang tussen opgaven manifesteert zich rond vier prioriteiten: 1. 2. 3. 4.
Ruimte voor klimaatadaptie en energietransitie; Duurzaam economisch groeipotentieel; Sterke en gezonde steden en regio's; Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.
Toelichting (ontwerp)
9
bestemmingsplan Kesteren, Nedereindsestraat 1
Drie afwegingsprincipes Het doel van de Omgevingswet is het bereiken van een balans tussen: '(a) het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit en (b) doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften'. Beschermen en ontwikkelen sluiten elkaar niet per definitie uit en kunnen elkaar zelfs versterken. Echter gaan beschermen en ontwikkelen niet altijd en overal zonder meer samen en zijn soms echt onverenigbaar. Een optimale balans tussen deze twee vergt steeds een zorgvuldige afweging en prioritering van ongelijksoortige belangen. Om dit afwegingsproces en de omgeving inclusieve benadering richting te geven, is in de NOVI een drietal afwegingsprincipes geformuleerd: 1. Combineren boven enkelvoudig; 2. Kenmerken & identiteit; 3. Afwentelen voorkomen. Doorwerking plangebied In de NOVI zijn de volgende nationale belangen genoemd die het project raken: Realiseren van een goede leefomgevingskwaliteit; Waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving; Zorg dragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoeften; Beperken van klimaatverandering; Realiseren van een betrouwbare, betaalbare en veilige energievoorziening, die in 2050 CO2-arm is, en de daarbij benodigde hoofdinfrastructuur.
Waarborgen van de waterveiligheid en de klimaatbestendigheid (inclusief vitale infrastructuur voor water en mobiliteit). Voor wat betreft de volgende nationale belangen “Realiseren van een goede leefomgevingskwaliteit” en “Waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving” wordt verwezen naar de milieuonderzoeken, zoals die in Hoofdstuk 4 Omgevingsaspecten aan de orde komen. Het realiseren van een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoeften behelst een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming. Vraaggericht programmeren en realiseren van verstedelijking door provincies, gemeenten en marktpartijen is nodig om groei te faciliteren, te anticiperen op stagnatie en krimpregio's leefbaar te houden. Ook dient de ruimte zorgvuldig te worden benut door in bestaand bebouwd gebied te voorzien in nieuwbouw (inbreiding) en dient overprogrammering te worden voorkomen. De behoefte naar de voorgenomen ontwikkeling is nader onderbouwd in paragraaf 3.1.3. Het nationale belang ''Realiseren van een betrouwbare, betaalbare en veilige energievoorziening, die in 2050 CO2-arm is, en de daarbij benodigde hoofdinfrastructuur'' is gericht op de energietransitie en het verminderen van de uitstoot en het duurzaam opwekken van energie.
De voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling zal volledig gasloos worden gerealiseerd en indien mogelijk, zal het toekomstige pand voorzien in het duurzaam opwekken van energie. Voor het nationale belang “Waarborgen van de waterveiligheid en de klimaatbestendigheid" wordt verwezen naar paragraaf 4.8 Water. Gelet op het bovenstaande staat de Nationale Omgevingsvisie de uitvoering van het bestemmingsplan niet in de weg.
10
Toelichting (ontwerp)
bestemmingsplan Kesteren, Nedereindsestraat 1
3.1.2
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)
Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) borgt een aantal van de nationale ruimtelijke belangen die deel uitmaken van het geldende nationale ruimtelijke beleid, zoals beschreven in de NOVI. In het Barro, ook wel bekend als de AMvB Ruimte, zijn 14 nationale belangen opgenomen die juridische borging vereisen. Het besluit is gericht op doorwerking van de nationale belangen in provinciaal beleid en gemeentelijke bestemmingsplannen. Dat betekent dat het Barro voor de opgenomen onderwerpen regels geeft over bestemmingen en het gebruik van gronden. Daarnaast kan zij aan de gemeente opdragen in de toelichting bij een bestemmingsplan bepaalde zaken uitdrukkelijk te motiveren. Doorwerking plangebied Met onderhavig bestemmingsplan worden geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt die in strijd zijn met één van de nationale belangen. Onderhavige ruimtelijk initiatief is daarmee in overeenstemming met het Barro. 3.1.3
Ladder voor duurzame verstedelijking
Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen is per 1 oktober 2012 de ladder voor duurzame verstedelijking in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6 Bro) opgenomen. De ladder ziet op een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. De ladder is een motiveringsinstrument dat verplicht moet worden toegepast bij elk ruimtelijk besluit dat een 'nieuwe stedelijke ontwikkeling' mogelijk maakt. Wat er onder een nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt verstaan, is in artikel 1.1.1 Bro bepaald: “De ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.” Uit de jurisprudentie komt naar voren dat het wel een nieuwe stedelijke ontwikkeling van enige omvang moet zijn. O.a. ABRS 1 juni 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:1503), ABRS 18 februari 2015 (ECLI:NL:RVS:2015:428) en ABRS 24 augustus 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:2319). Per 1 juli 2017 is een gewijzigde Ladder in werking getreden.
Hierin is de tekst van de Ladder teruggebracht naar de essentie, namelijk de noodzaak om aan te geven dat de voorgenomen nieuwe stedelijke ontwikkeling voorziet in een behoefte plus een motivering indien de stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stedelijk gebied kan worden gerealiseerd: “De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.” (artikel 3.1.6 lid 2 Bro). Doorwerking plangebied Het initiatief geldt als een nieuwe stedelijke ontwikkeling, omdat de beoogde functie niet is toegestaan in het huidige bestemmingsplan en er een functiewijziging nodig is. Het doorlopen van de Ladder voor Duurzame verstedelijking voor de functie wonen is noodzakelijk. Voor de onderbouwing via de Ladder is relevant of de ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt binnen of buiten het bestaand stedelijk gebied. In artikel 1.1.1 onder h van het Bro is een nadere omschrijving van het begrip 'bestaand stedelijk gebied' vastgelegd.
Als bestaand stedelijk gebied wordt aangemerkt: 'bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur'. Het plangebied heeft in het vigerende bestemmingsplan de volgende bestemming: Dienstverlening. Dit betekent dat het plangebied een stedelijke functie heeft. In de directe omgeving zijn stedelijke functies gelegen. Op de aangrenzende percelen zijn de bestemmingen Detailhandel, Wonen, Verkeer, Centrum en Maatschappelijk vigerend. Gezien het voorgaande is dus sprake van een ligging 'binnen bestaand stedelijk gebied' en is een verder motivering op dit punt niet nodig. De gemeenten in Rivierenland werken samen op het beleidsterrein Wonen. Elke vier jaar voeren de regio gemeenten gezamenlijk een woningbehoefteonderzoek uit. Deze woningbehoefteonderzoeken bevatten Toelichting (ontwerp)
11
bestemmingsplan Kesteren, Nedereindsestraat 1 demografische ontwikkelingen en trends. De uitkomsten worden gebruikt om regionaal en lokaal woonbeleid te actualiseren. In het najaar van 2020 is de Regionale Woonagenda Rivierenland 2020-2030 vastgesteld. De gemeente Neder-Betuwe heeft samen met de andere regiogemeenten vijf thema's gekozen waarin we samenwerking zoeken: Continuïteit in productie waarbij we de bestaande woningbouwplannen versneld uitvoeren en waar gaan proberen om adaptief (flexibeler) te programmeren. Betaalbaarheid waarbij we ons extra inzetten voor huishoudens met een laag- of middeninkomen. Flexibiliteit op de woningmarkt: er is een toenemend aantal inwoners dat behoefte heeft aan betaalbare en snel beschikbare woonruimte. Wonen en zorg waarbij er voldoende passende en betaalbare woonruimte beschikbaar moet zijn in een breed scala aan woonvormen. Duurzame woningvoorraad waarbij we kijken naar de Regionale Energie Strategie (RES) die invulling moet geven aan de ambities uit het Klimaatakkoord en het Gelders Energie Akkoord. Programma Wonen 2020-2030: wonen voor iedereen Het Programma Wonen 2022-2030 bevat speerpunten tot 2030, zie paragraaf 3.3.2. Voor deze tijdsperiode zijn er afspraken gemaakt met de regio Rivierenland en provincie Gelderland over het bouwprogramma. Met het Programma Wonen wordt verwacht die afspraken te kunnen realiseren.
Er worden 12 huurappartementen gerealiseerd, waarvan 30% sociale huur. Het initiatief past binnen het Programma Wonen 2022-2030. Daarnaast is de Ladder voor duurzame verstedelijking doorlopen voor de huisartsenpraktijk. Navolgend worden de belangrijkste conclusies weergegeven. Voor de volledige Ladder onderbouwing wordt verwezen naar de bijlagen van voorliggend bestemmingsplan. Beleidsk aders De beoogde verplaatsing van de huisartsenpraktijk past binnen de vigerende beleidskaders. Op verschillende beleidsniveaus is aandacht voor gezondheid in de sociale en fysieke leefomgeving. De vraag naar goede gezondheidszorg zal de komende jaren alleen maar toenemen. Vanuit de GGD wordt het belang van een huisartsenpraktijk benadrukt. De huisartsen helpen regionaal gezondheidsmonitors opzetten, zodat de gezondheidsopgaven steeds meer integraal kunnen worden benaderd. Daarnaast vormen de huisarts en andere eerstelijns professionals de basisvoorzieningen van de verzekerde zorg. Om de gezondheid en herstel na ziekte in de eigen leefomgeving te verhogen is een koppeling tussen persoonsgerichte eerste- en tweedelijnszorg (ziekenhuizen) en de collectieve preventie noodzakelijk. Huisartsen hebben hierin een cruciale rol. De aanwezigheid van deze praktijk maakt het voorzieningenpakket compleet. Het is daarom belangrijk dat het pakket modern blijft.
Ook de gemeente Neder-Betuwe benadrukt het belang van de versterking van de huisartsenpraktijk. Het initiatief realiseert een modernisering en uitbreiding van de huisartsenpraktijk in Kesteren en daarmee in lijn met het beleid. Kwantitatieve behoefte De kwantitatieve behoefte naar de capaciteit van huisartsen stijgt naarmate het inwonertal van de kern Kesteren stijgt. In de huidige situatie is het verzorgingsgebied (rondom de Nedereindsestraat 1) 7.000 inwoners. Dit inwoneraantal is gebaseerd op de CBS Kerncijfers wijken en buurten 2022. Voor een exacte uiteenzetting van het inwoneraantal in het verzorgingsgebied wordt verwezen naar de volledige ladderonderbouwing in de bijlagen. Voor de gemeente Neder-Betuwe wordt voor de periode 2022 tot en met 2030 een bevolkingsgroei van 4,2% geschat. Voor het inwoneraantal van het verzorgingsgebied in 2030 is een schatting gemaakt op basis van de groei van de gehele gemeente. In dat geval zal het verzorgingsgebied met 294 inwoners groeien tot 7.294 inwoners in 2030. Als alle plannen die nu in procedure zijn worden gerealiseerd en bewoond groeit het aantal inwoners voor 2023 harder.
12
Toelichting (ontwerp)
bestemmingsplan Kesteren, Nedereindsestraat 1 Om de behoefte voor de huisarts te berekenen wordt er uitgegaan van een aantal patiënten/cliënten, oftewel per fte. Voor een huisarts betreft dit 2.095 patiënten per fte. In de 2022 was er een behoefte aan een huisartsencapaciteit van 3,3 fte. In 2030 zal er behoefte zijn aan 3,4 fte aan huisartscapaciteit. Huidige situatie Binnen het verzorgingsgebied is één huisartspraktijk gevestigd met vier werkzame huisartsen. Dit gaat om Huisartsenpraktijk Kesteren, gelegen aan de Torenstraat 1 in Kesteren. Deze praktijk zal verhuizen naar de nieuwe praktijk die met onderhavige ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt. Op basis van de werkdagen van de huisartsen op de website kan er geconcludeerd worden dat er 2,6 fte huisartsen (excl. huisartsen in opleiding aanwezig zijn: Bron: Huisartsenpraktijk Kesteren, datum van raadplegen 6-7-2022). Wanneer huisartsen in opleiding worden meegenomen, is er 3,2 fte aan huisarts capaciteit aanwezig in de huidige situatie. Het huidige pand waar de huisartspraktijk is in gevestigd kent een oppervlak van 276 m² bvo (BAG 2022). De LHV geeft aan dat een hedendaagse praktijk een oppervlakte heeft van 300 m² bij 2,5 fte aan huisartsen. Op het moment voldoet het huidige pand niet aan de eisen van een hedendaagse praktijk.
Huidige behoefte huisarts Op basis van het inwoneraantal van het verzorgingsgebied, kan worden gesteld dat er een behoefte is aan 3,3 fte aan huisarts capaciteit. Dit is behoorlijk in balans met de huidige huisartscapaciteit wanneer artsen in opleiding worden meegenomen. Wanneer deze niet worden meegenomen, is er een tekort van 0,7 fte. Passend bij deze behoefte van 3,3 fte huisartscapaciteit, is een praktijk met een bvo van 396 m2. Ten opzichte van de huidige praktijk, is er een tekort aan praktijk oppervlakte van circa 120 m2. Tabel 1: capaciteit en behoefte
Fte
Capaciteit bestaande huisarts
Behoefte 2022
Behoefte 2030
2,6
3,3
3,5
396 m
420 m2
Tekort t.o.v. bestaande capaciteit (fte)
0,7
0,9
Tekort t.o.v. oppervlakte bestaande pand (bvo)
120 m2
144 m2
Oppervlakte (bvo)
2
276 m
2
Toekomstige behoefte huisarts Met de groeiende bevolking, groeit ook de behoefte naar meer huisarts capaciteit. Op basis van het inwoneraantal van Kesteren in 2030, kan worden gesteld dat er een behoefte is aan 3,5 fte aan huisarts capaciteit. In dat geval is er een tekort aan 0,9 fte. Bij een behoefte van 3,4 fte is 2030 is er een oppervlakte nodig van 420-276 m² bvo om te kunnen voldoen aan de afmetingen van een moderne huisartsen praktijk. Dit is een tekort van 144 m2 bvo. Conclusie kwantitatieve behoefte In de huidige situatie kan de huisartsencapaciteit nagenoeg voorzien in de behoefte wanneer de artsen in opleiding worden meegenomen. Wanneer alleen gekeken wordt naar de volledig opgeleide artsen, is er een tekort aan 0,7 fte. Ook zal de behoefte aan huisartsenzorg in de toekomst stijgen, waardoor de behoefte stijgt naar een extra 0,9 fte. Daarnaast is het huidige pand van de huisartsenpraktijk reeds te klein om de voldoen aan de normen voor een hedendaagse praktijk. Om te kunnen voorzien in de behoefte in 2030, is er een uitbreiding van circa 144 m2 bvo noodzakelijk. Er kan in de huidige situatie dus niet worden voorzien in de toekomstige huisartsenbehoefte.
Toelichting (ontwerp)
13
bestemmingsplan Kesteren, Nedereindsestraat 1
Kwalitatieve behoefte Er is in kwalitatieve zin behoefte naar de verplaatsing en daarmee modernisering en uitbreiding van de huisartsenpraktijk in de kern Kesteren. Naar verwachting zal het aantal mensen dat gebruik gaat maken van de eerstelijnsvoorziening huisarts sterk gaan toenemen in de gemeente Neder-Betuwe (Statistisch Zakboek Provincie Gelderland, 2022). Deze stijgende trends is relatief zelf sterker dan in Nederland of de COROP regio Zuid-West-Gelderland (Nivel Zorgregistraties Eerste Lijn, RIVM (geraadpleegd op: 7-7-2022)). Het aantal mensen dat ouder is dan 65 jaar neemt toe in de gemeente. De vergrijzing zorgt direct voor een toenemende vraag naar zorgvoorzieningen. Specifiek de oudere bevolkingsgroepen (met name 65+ers) hebben een bovengemiddelde (eerstelijns)zorgvraag ten opzichte van andere leeftijdscategorieën. Voor huisartsenzorg blijkt dit bijvoorbeeld op te lopen tot twee- à driemaal de gemiddelde vraag naar huisartsenzorg (NIVEL, 2014). Het ligt in de lijn der verwachtingen dat ook andere (eerstelijns)zorgvoorzieningen hierdoor in kwantiteit zullen groeien de komende jaren. De gemiddelde afstand naar een ziekenhuis en de huisartsenpost is in de gemeente Neder-Betuwe bijna twee keer zo hoog als het landelijke gemiddelde (CBS, 2022, Nabijheid voorzieningen).
Hiermee is het aannemelijk dat mensen uit de gemeente eerder naar de huisartsen gaan dan dat zij kiezen voor het bezoeken van een ziekenhuis of huisartsenpost. Er moet voldoende capaciteit (zowel kwantitatieve zin als in afstand, moderniteit etc.) zijn om dit op te kunnen vangen. Het algemeen perspectief voor vraag naar gezondheidszorg en zorgvoorzieningen is positief, want de vergrijzende bevolking, zorginnovaties, toename van welvaartsziekten en ook de mondigheid van patiënten leiden tot een consistente groei van de vraag naar gezondheidszorg (Rabobank (2019). Een praktijkondersteuner helpt mensen met diabetes, COPD/Astma of een (verhoogde kans op een) hart- of vaatziekte. In de gemeenten Neder-Betuwe ligt het aantal mensen dat nu en in de toekomst gaat lijden aan de ziekten Diabetes en COPD relatief hoger dan in Nederland (Regiobeeld.nl van het RIVM, 'gezondheid en leefstijl' (geraadpleegd 7-7-2022)) . In het nieuwe pand is er ook ruimte opgenomen voor een poh (praktijkondersteuner) en voorziet daarmee in een behoefte. Naar verwachting zal het initiatief niet tot leegstand leiden. Het betreft immers een verplaatsing. De nieuwe locatie (Nedereindsestraat 1) kende een oud politiebureau. 3.1.4
Conclusie
In het plangebied zijn geen nationale belangen in het geding.
3.2
Provinciaal beleid
3.2.1
Omgevingsvisie Gaaf Gelderland
In de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland (december 2018) staan de hoofdlijnen van het provinciale ruimtelijk beleid. De provincie wil de focus leggen op een duurzaam, verbonden en een economisch krachtig Gelderland. Door daarin te investeren wil de provincie werken aan een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland. Om dat te bereiken wordt de focus gelegd op zeven ambities op het gebied van energietransitie, klimaatadaptatie, circulaire economie, biodiversiteit, bereikbaarheid, vestigingsklimaat en woon- en leefomgeving. Deze ambities worden hieronder kort samengevat: Een versnelde energietransitie, gericht op forse vergroting van het aandeel duurzame energie en passend bij de Gelderse kwaliteiten; Een op de toekomst toegerust beschermend klimaatbeleid; Een voortvarend en innovatief circulair beleid; Een stimulerend en beschermend beleid voor biodiversiteit; Efficiënte, duurzame en innovatieve bereikbaarheid, toegesneden op de veranderende vraag; Een duurzaam, dynamisch en toegankelijk economisch vestigingsklimaat, waar voor ondernemers en inwoners een sterke aantrekkingskracht vanuit gaat; Een duurzaam en divers woon- en leefklimaat, dat steeds weet te anticiperen op ontwikkelingen.
14
Toelichting (ontwerp)
bestemmingsplan Kesteren, Nedereindsestraat 1
Gelderse ladder voor duurzaam ruimtegebruik De provincie en partners gaan nieuwe ontwikkelingen bezien in samenhang met de bestaande voorraad. Als leidend principe wordt de Gelderse ladder voor duurzaam ruimtegebruik gehanteerd. De juridische basis hiervoor is de ladder voor duurzame verstedelijking die het Rijk heeft vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). De ladderonderbouwing is uitgewerkt in paragraaf 3.1.3. 3.2.2
Omgevingsverordening
Op 24 september 2014 is door Provinciale Staten van Gelderland de Omgevingsverordening Gelderland vastgesteld. De verordening voorziet ten opzichte van de Omgevingsvisie niet in nieuw beleid en is daarmee dus beleidsneutraal. De inzet van de verordening als juridisch instrument om de doorwerking van het provinciaal beleid af te dwingen is beperkt tot die onderdelen van het beleid waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen veilig te stellen of om uitvoering te geven aan wettelijke verplichtingen. De meest recente actualisatie van de Omgevingsverordening dateert van 1 januari 2023. Doorwerking plangebied Ter plaatse van het plangebied zijn de volgende aanduidingen vigerend: Glastuinbouw; Grond- en drinkwater; Natuur en landschap. Het plan betreft geen glastuinbouw. Regels met betrekking tot de bescherming van grond- en drinkwater zullen worden nageleefd. Het betreft de provinciale aanduiding intrekgebied. Er is met onderhavig plan echter geen sprake van de winning van fossiele energie. Deze aanduidingen zorgen niet voor belemmeringen voor onderhavige ontwikkeling. Vanuit de aanduiding 'Natuur en landschap', is het gebied indicatief aangewezen als 'Romeinse Limes'.
Op grond van artikel 2.13.4 Barro dienen bij provinciale verordening ten behoeve van de bescherming van de kernkwaliteiten van de erfgoederen regels gesteld te worden voor bestemmingsplannen en de toelichting daarbij. Voor de erfgoederen bewerkstelligen de regels in ieder geval het behoud en de versterking van de kernkwaliteiten van de erfgoederen bij wijziging van een desbetreffend bestemmingsplan. De kernkwaliteiten zijn als volgt geformuleerd: De unieke, samenhangende en goed bewaard gebleven voormalige (militaire) grens van het Romeinse Rijk. De Limes ligt langs de toenmalige loop van de Rijn met archeologische overblijfselen uit de periode 0 tot 400 na Chr. bestaande uit: forten (castella), burgerlijke nederzettingen (kampdorpen/vici) en grafvelden; militaire infrastructuur, bestaande uit wegen, waterwerken en wachttorens; scheepswrakken. In het plangebied zijn geen nederzettingen, infrastructuur, scheepswrakken etc. van de Limes aanwezig. Daarnaast is er geen sprake van ondergrondse archeologische waarden, hiervoor wordt verwezen naar paragraaf 4.10. De ontwikkeling gaat uit van vervangende nieuwbouw. Van aantasting van de waarden van de Limes is geen sprake.
Toelichting (ontwerp)
15
bestemmingsplan Kesteren, Nedereindsestraat 1
3.2.3
Duurzaamheid en klimaatadaptatie
Ons klimaat verandert merkbaar en raakt alle facetten van onze leefomgeving. De provincie streeft ernaar om in 2050 in Gelderland goed voorbereid en toegerust te zijn op de gevolgen van klimaatverandering. Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen wordt daarom gevraagd om een toelichting op de maatregelen die worden getroffen om de risico's van klimaatverandering te voorkomen of beperken en de afweging die daarbij is gemaakt. Het gaat hierbij om risico's als waterveiligheid, wateroverlast, droogte en hitte. Met betrekking tot waterveiligheid en wateroverlast zijn normen vastgesteld in de waterverordeningen. Ruimtelijke ontwikkelingen en weersextremen zijn hierop van grote invloed. Het is daarom van belangrijk dat het waterschap betrokken wordt bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Conclusie De dakken van het gebouw worden maximaal voorzien van zonnepanelen. Gezien de beperkte ruimte in het plangebied is een vergroening van het plangebied maar beperkt mogelijk. Wel zal de nieuwe inrichting van de buitenruimte en de aanplant een verbetering zijn ten opzichte van de huidige kwaliteit en zal de verharding niet veel toenemen t.o.v. bestaande situatie. 3.2.4
Conclusie
Het bestemmingsplan is passend in de Omgevingsvisie en -verordening van de provincie Gelderland.
3.3
Gemeentelijk beleid
3.3.1
Omgevingsvisie Neder-Betuwe
De raad van de gemeente Neder-Betuwe heeft op 24 februari 2022 de 'Omgevingsvisie Neder-Betuwe' vastgesteld. De Omgevingsvisie schetst een toekomstbeeld met belangrijke waarden, die Neder-Betuwe kenmerken en wil behouden en versterken voor toekomstige ontwikkelingen. Daarnaast schetst de Omgevingsvisie ook een beeld waar de gemeente de komende jaren aan wil werken. Er zit geen einddatum aan de Omgevingsvisie. De Omgevingsvisie wordt (indien nodig) om de 4 jaar geactualiseerd. Als daar aanleiding toe is kan de Omgevingsvisie ook tussentijds aangepast worden. De Omgevingsvisie bestaat uit tien speerpunten, een richtinggevende kaart en een waardenkaart. De tien speerpunten zijn: 1. Een omgeving waarin inwoners een leven lang gezond en veilig kunnen leven, wonen en werken; 2. Een goed ondernemers- en vestigingsklimaat, diversiteit in werk voor onze inwoners en een goede aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt; 3. Wonen voor iedereen; 4. Een goede bereikbaarheid voor gebruikers van het OV, de auto, de fiets en voor de wandelaar; 5. Doorontwikkelen en beleefbaar maken van onze identiteit; 6. Doorontwikkeling van de gemeente als centrum voor laanboomteelt en andere agrarische sectoren; 7. Opwekking en gebruik van energie op een duurzame manier; 8. Voorbereid zijn op de veranderingen in klimaat; 9. Een gezonde, groene en biodiverse omgeving; 10.
Behoud en ontwikkeling van sterke dorpen in een nieuwe en nauwe samenwerking met de gemeente.
16
Toelichting (ontwerp)
bestemmingsplan Kesteren, Nedereindsestraat 1
Afbeelding 3.2: Richtinggevende k aart Omgevingsvisie Neder-Betuwe
In de Omgevingsvisie worden voor de kern Kesteren de volgende waarden benoemd: Mooi dorp, met onder meer karakteristiek station; Veel woningbouw; Aanwezigheid van alle basisvoorzieningen (winkels voor dagelijkse boodschap, ruimte voor ontmoeting, sport en beweging, basisscholen); Centrale ligging, goede bereikbaarheid (OV, auto en fiets); Groene omgeving en goede verbindingen en hiermee saamhorigheid en betrokkenheid. Voor de kern Kesteren wil de gemeente rekeningen houden met: De zichtbaarheid en waarde van karakteristieke gebouwen en elementen zoals het station; Levendigheid in het centrum en rust in de woonwijken; Aanwezigheid en zichtbaarheid van groen in de kern; De zichtbaarheid en toegankelijkheid van het omringende landschap met waardevolle Het belang van saamhorigheid en betrokkenheid. Doorwerking plangebied De voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling voorziet in de nieuwbouw van een bestaande huisartsenpraktijk op de begane grond en 12 appartementen op de eerste en tweede verdieping. De ontwikkeling levert een bijdrage aan meerdere speerpunt in de Omgevingsvisie. Met de modernisering van de huisartsenpraktijk draagt bij aan een omgeving waarin inwoners een leven lang gezond en veilig kunnen leven, wonen en werken. Daarnaast draagt het initiatief bij aan het behoud en ontwikkeling van sterke dorpen in een nieuwe en nauwe samenwerking met de gemeente en wonen voor iedereen.
Toelichting (ontwerp)
17
bestemmingsplan Kesteren, Nedereindsestraat 1
3.3.2
Programma Wonen 2020-2030: wonen voor iedereen
Op 27 januari 2022 is het Programma Wonen 2020-2030: wonen voor iedereen, vastgesteld door de raad van de gemeente Neder-Betuwe. Dit is een verdiepend programma van de (concept) Omgevingsvisie Neder-Betuwe. In het Programma Wonen is het beleid met betrekking tot de woningmarkt, het aanbod en de behoefte opgenomen. Om richting te geven aan de ontwikkeling van de gemeente, biedt het Programma Wonen belangrijke handvatten voor de gemeente zelf, maar ook de partners met wie zij op het brede speelveld van het wonen samenwerkt. Het geeft een kwalitatieve inkleuring aan de woningbouwontwikkeling van zowel nieuwbouw als bestaande bouw en alle facetten die hiermee samenhangen. Dit borgt de gemeente door randvoorwaarden te stellen voor de realisatie van sociale huur en sociale koop. Om wonen voor iedereen te realiseren ziet de gemeente de volgende aandachtspunten die gebaseerd zijn op onderzoek, bestaande beleidskaders en discussie met inwoners, professionals en de raad: 1. Betaalbaar voor iedereen Midden 2021 staat de woningmarkt in heel Nederland onder spanning, ook in Neder-Betuwe. In de koopsector is dit bijvoorbeeld te zien aan de steeds hoger wordende prijzen van koopwoningen en een afname van het aantal beschikbare woningen. In de huursector is de spanning te zien aan de lange wachtlijsten voor sociale huurwoningen.
Door het grote tekort aan woningen en de groei van huishoudens wordt het steeds moeilijker om aan een woning te komen. Vooral voor de lagere inkomens, starters en kwetsbare groepen is de situatie nijpend. Maar ook spoedzoekers en middeninkomens hebben moeite met het vinden van een betaalbare woning. Dit geldt voor zowel de koop- als de huursector. 2. Beschikbaar voor iedereen We zetten in op gevarieerde woningbouw in elke kern, zowel qua woningtype als prijsklasse. Dit doen we voor onze lokale inwoners en om aan de autonome inwonersgroei van de gemeente te voldoen. Uit onderzoek van de verhuisstromen blijkt dat we, ondanks gunstige ligging aan de A15, geen grote toestroom hebben vanuit de Randstad. De woningbouwprogrammering is afhankelijk van de bestaande woningen, de behoefte en nieuwbouwmogelijkheden per kern. 3. Vindbaar voor iedereen Het vinden van een woning is op dit moment geen vanzelfsprekendheid. Het is fijn om te weten welk actueel aanbod er is in de gemeente is. Ook is het handig om te weten bij wie u moet zijn of hoe u kunt reageren om een woning te huren of kopen. Elke verhuurder en verkoper mag zelf bepalen hoe zij dit doen. De gemeente aan de slag om dit voor inwoners beter inzichtelijk te maken. 4. Lagere inkomens In de dorpen van Neder-Betuwe wordt al jaren gemixt gebouwd.
Daarmee bedoelen we dat er verschillende woningtypen en prijsklassen gerealiseerd worden: van sociale huur tot luxe villa's. De keuze wat er gebouwd wordt moet aansluiten bij wat nodig is. De bevolking verandert en dat betekent ook dat het bouwprogramma moet veranderen: meer eenpersoonshuishoudens en zorg aan huis, waarbij het merendeel van deze inwoners een inkomen heeft waarmee ze alleen kans maken op een woning in de sociale huur of lage koop. 5. Starters Het begrip starter wordt vaak gebruikt, maar wie is nou die starter? De groep starters wordt door iedereen op een andere manier gedefinieerd. Toch worden starters op de woningmarkt vaak wel gezien als 'jonge mensen'. Hierbij denkt men al snel aan de groep 25-35 jaar, vooral bij koopstarters. De groep tot 25 jaar wordt vaak niet meegenomen als starter op de woningmarkt. Je kan huurstarters en koopstarters onderscheiden. Huurstarters starten óf in de sociale huur óf in de particuliere huur. Voor koopstarters gaat het veelal om het bemachtigen van een sociale of goedkope koopwoning, waarbij ze zelf geen zelfstandige koopwoning achter laten. Het kan daarbij wel zijn dat deze koopstarter al een stukje wooncarrière in de (sociale) huur heeft doorlopen en daardoor een huurwoning achterlaat. 6. Senioren Vanaf 65 jaar val je onder de noemer senior.
Neder-Betuwe telt 2.500 inwoners van 65 tot 75 jaar (ruim 10% van de bevolking) en 1.650 inwoners van 75 jaar of ouder (bijna 7% van de bevolking). Onze gemeente is daarmee iets minder vergrijsd dan het landelijk gemiddelde. De komende jaren zal de vergrijzing in Neder-Betuwe verder toenemen. Dat betekent ook een toenemende zorgvraag
18
Toelichting (ontwerp)
bestemmingsplan Kesteren, Nedereindsestraat 1 en een toenemende vraag naar passend wonen. Het belangrijkste is dat 55-plussers, die nog geen senior zijn, zich ervan bewust moeten worden dat ze tijdig kiezen voor een passende woning. Nadenken over verhuizen of verbouwen als de zorgvraag er is, betekent dat er weinig keuze en/of tijd is voor het vinden van een gewenste woning of verbouwen van de bestaande woning. Als er niet op tijd verhuisd is, moet de huidige woning via de WMO aangepast worden op de hulpvraag. Doorwerking plangebied De voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling voorziet in het realiseren van een huisartsenpraktijk op de begane grond en 12 huurappartementen op de eerste en tweede verdieping in het goedkope segment, waarvan 30% sociale huur. Het initiatief past binnen het Programma Wonen 2022-2030. 3.3.3
Masterplan centrum Kesteren
Voor het centrumgebied van Kesteren is het Masterplan centrum Kesteren opgesteld. De gemeenteraad heeft dit plan op 15 december 2011 vastgesteld. Het plan heeft het doel om ruimtelijke en functionele sturing voor toekomstige ontwikkelingen in het centrum van Kesteren te geven. Het is een kader dat marktpartijen moet stimuleren om te werken aan een vernieuwd centrum. Naast een sturingsinstrument en inspiratiebron is het Masterplan een toetsingskader voor nieuwe initiatieven. Het plan geeft een beleids-, historische, ruimtelijke en functionele analyse van het centrum van Kesteren en formuleert uitgangspunten voor de herontwikkeling van het centrum. Op onderstaande afbeelding wordt de visie op de herontwikkeling ter plaatse van het plangebied weergegeven.
Afbeelding 3.3: Visie Masterplan centrum Kesteren
Toelichting (ontwerp)
19
bestemmingsplan Kesteren, Nedereindsestraat 1
Conform de huidige situatie blijft de Hoofdstraat de slagader van het centrum van Kesteren met een clustering van voorzieningen rondom een plein aan de noordzijde. De begrenzing van het centrum is herkenbaar door een eenduidige inrichting van de Hoofdstraat. De inrichting van het centrum is gericht op een comfortabel verblijf voor bezoekers en goede parkeervoorzieningen. Deze inrichting wijkt af van de aanloopstraten waar de stroomfunctie centraal staat. De overgangen van de aanloopstraten naar het centrumgebied krijgen een markering met centrumvoorzieningen zodat de entrees van het centrum duidelijk herkenbaar zijn. De markeringen bij de entrees zijn functionele trekkers. Buitensporig markante gebouwen als markering van het centrum passen niet in de dorpse context. Globaal zijn drie deelgebieden te onderscheiden in het centrum. Nabij de Rijnbandijk komt een centraal dorpsplein met concentratie van centrumvoorzieningen: het Dorpshart. Dit plein vormt ook meteen de entree van het centrum vanaf de noordzijde. Als verbindend element vormt de Hoofdstraat het derde deelgebied. Tussen het Dorpshart aan de noordzijde en Entree Zuid blijft de bestaande mix van woningen, met verspreid gelegen voorzieningen, behouden.
Er zijn uitgangspunten geformuleerd voor de locatie en ten aanzien van de deelaspecten verschijningsvorm bebouwing, inrichting van de openbare ruimte, verkeersaspecten, parkeren, laden en lossen, maar ook reclame, rolluiken en terrassen Doorwerking plangebied Het plangebied is weliswaar opgenomen in het Masterplan centrum Kesteren, maar voor de locatie worden verder geen ontwikkelingsrichtingen aangegeven. Onderhavige ontwikkeling sluit goed aan bij de ontwikkeling van detailhandel en appartementen aan de Hoofdstraat 31 en vormt een extra markering als entree van het zuidelijke centrum. De bebouwing dient te voldoen aan een dorps karakter. Hiervoor geld dat over het algemeen boven de voorzieningen in één laag met kap wordt gebouwd, incidenteel is twee lagen met kap toegestaan boven de voorzieningenlaag. De voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling voorziet in het realiseren van woningen in twee lagen met een kap boven de voorzieningenlaag. Derhalve kan worden geconstateerd dat de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling in lijn is met het Masterplan centrum Kesteren. 3.3.4
Conclusie
Het bestemmingsplan is passend binnen de beleidskaders van het Rijk, de provincie Gelderland en de gemeente Neder-Betuwe.
20
Toelichting (ontwerp)
bestemmingsplan Kesteren, Nedereindsestraat 1
Hoofdstuk 4
Omgevingsaspecten
In dit hoofdstuk worden de diverse relevante omgevingsaspecten aangehaald en wordt het plan hieraan getoetst.
4.1
Verkeer & parkeren
Het realiseren van een huisartsenpraktijk en appartementen (wel al planologisch mogelijk conform het vigerende bestemmingsplan) zorgt voor een verandering in de verkeersintensiteit. Daarnaast moeten er voldoende parkeerplaatsen worden gerealiseerd, waarbij voldaan moet worden aan de gemeentelijke parkeernormen. De gemeenteraad heeft op 8 maart 2018 het Neder-Betuws Verkeer- en Vervoerplan (NBVVP) vastgesteld. Deze geeft de gemeentelijke verkeersvisie tot 2025. 4.1.1
Verkeersgeneratie
De ontwikkeling zorgt voor ongeveer 160 extra voertuigbewegingen per weekdag, zie tabel 2. Omdat het om woningen en een huisartsenpraktijk gaat, betreft het allemaal personenauto's. Bij het bepalen van deze verkeersgeneratie is gebruik gemaakt van de kencijfers voor verkeersgeneratie van het CROW (ASVV2021). De toename is berekend aan de hand van het bouwprogramma, met de bijbehorende verkeersgeneratie, minus de verkeersgeneratie van de huidige bebouwing. De omgeving is getypeerd als 'niet-stedelijk' en 'rest bebouwde kom'. Een en ander conform de Nota parkeernormen van de gemeente Neder Betuwe. Tabel 2: Berekening verkeersgeneratie toekomstige situatie (Bron: Verkeerskundige onderbouwing ontwikkeling Nedereindsestraat 1 Kesteren, Exante)
Het extra verkeer zal zich over het wegennetwerk verspreiden via de Nedereindsestraat, Hoofdstraat en Schenkhofstraat. De verdeling over de windrichtingen is ingeschat, gelijk aan de verdeling van de intensiteiten op deze straten volgens het verkeersmodel. De toename in intensiteiten leidt niet tot capaciteitsproblemen op het nabijgelegen kruispunt Nedereindsestraat-Hoofdstraat. Daarnaast zijn de wegen in zijn algemeenheid ingericht volgens de CROW-richtlijnen voor erftoegangswegen. De beperkte toename leidt niet tot verkeersveiligheidsknelpunten. Laden en lossen Er is geen sprake van laden en lossen, omdat het een ontwikkeling betreft van appartementen en een huisartsenpraktijk.
Toelichting (ontwerp)
21
bestemmingsplan Kesteren, Nedereindsestraat 1
4.1.2
Parkeren
Het bestemmingsplan 'Parapluregeling Parkeren' 8) en de beleidsregels Nota Parkeernormen Neder-Betuwe 2017 zijn van toepassing. Hierin worden onder andere parkeernormen gesteld op basis van toe te voegen functies. De onderbouwing van het aspect parkeren is opgenomen in de notitie Verkeersonderbouwing ontwikkeling Nedereindsestraat 1 Kesteren en opgenomen in de bijlage. Daarin is geconcludeerd dat het plan voldoet aan de 'Nota Parkeernormen Neder-Betuwe 2017'. Bij de ontwikkeling worden 34 parkeerplaatsen gerealiseerd. 20 parkeerplaatsen worden op maaiveld gerealiseerd, waarvan twee gehandicapten-parkeerplaatsen. 14 parkeerplaatsen worden in een stallingsgarage onder het gebouw gerealiseerd. 6 van de parkeerplaatsen aan de voorzijde van het gebouw zijn tijdens marktdagen (woensdagochtend en zaterdag overdag) niet bereikbaar, omdat zich marktkramen opstellen voor deze parkeerplaatsen. Daarnaast is het noodzakelijk twee bomen te rooien, om de parkeerplaatsen aan de voorzijde bereikbaar te maken. Het aantal gehandicaptenparkeerplaatsen is volgens de eis vanuit de Nota Parkeernormen 2017. Deze stelt dat bij publieke voorzieningen minimaal 5% van de parkeerplaatsen een algemene gehandicaptenparkeerplaats moet zijn. De huisartsenpraktijk is voor deze parkeerbeoordeling aangemerkt als publieke voorziening.
Op het achterterrein en in de parkeerkelder is, uitgezonderd de woensdagochtend voldoende ruimte beschikbaar om te voldoen aan de parkeerbehoefte. De parkeerbalans is opgenomen in tabel 3. Op de woensdagochtend, als er op het parkeerterrein voor de ontwikkeling markt is en er daardoor zes parkeerplaatsen op het eigen terrein niet bereikbaar zijn, is er een tekort van drie parkeerplaatsen op eigen terrein. Op de ochtend van de andere werkdagen zijn er wel voldoende parkeermogelijkheden op eigen terrein om de parkeerbehoefte op te vangen. Het tekort op de woensdagochtend kan worden opgevangen in de openbare ruimte. Dit is binnen de gemeentelijke regels toegestaan. Tabel 3: Parkeerbalans (Bron: Verkeerskundige onderbouwing ontwikk eling Nedereindsestraat 1 Kesteren, Exante)
4.1.3
Conclusie
De ontwikkeling is uitvoerbaar op het gebied van verkeer en parkeren.
4.2
Bodem
4.2.1
Toetsingskader
In het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6 lid 1 onder d) is bepaald dat voor de uitvoerbaarheid van een plan rekening gehouden moet worden met de bodemgesteldheid in het plangebied. Bij functiewijzigingen dient te worden bepaald of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde functie en moet worden bepaald of nader onderzoek en eventueel saneringen noodzakelijk zijn. In de Wet bodembescherming is bepaald dat, indien de desbetreffende bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de beoogde functie, de grond zodanig dient te worden gesaneerd dat zij kan worden gebruikt door de desbetreffende functie (functiegericht saneren). Nieuwe bestemmingen dienen bij voorkeur op schone grond te worden gerealiseerd. Derhalve is een bodemonderzoek conform de NEN 5740 richtlijnen noodzakelijk.
22
Toelichting (ontwerp)
bestemmingsplan Kesteren, Nedereindsestraat 1
4.2.2
Onderzoek
Doordat er met de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling een gevoelige functie mogelijk wordt gemaakt is inzicht in de kwaliteit van de bodem noodzakelijk. Derhalve is er een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Navolgend worden de belangrijkste conclusies weergegeven. Voor het volledige onderzoeksrapport wordt verwezen naar de bijlagen van voorliggend bestemmingsplan. Er zijn slechts licht verhoogde gehalten van enkele parameters aangetoond, waardoor het uitgevoerde onderzoek als voldoende wordt beschouwd voor het vaststellen van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem. In de bodem van de onderzoekslocatie is visueel geen asbest aangetroffen. Er zijn geen bezwaren voor de voorgenomen ontwikkelingen op basis van het verkennend bodemonderzoek. Indien een deel van de vrijkomende grond niet binnen het werk kan worden hergebruikt en elders afgezet dient te worden, is mogelijk een partijkeuring conform BRL 1001 benodigd. Geadviseerd wordt om rekening te houden met te verwachten bodemkwaliteitsklassen, zoals vastgesteld tijdens onderhavig onderzoek. Indien er grond afkomstig van de locatie elders wordt toegepast, dient dit te gebeuren conform de regels van het Besluit bodemkwaliteit en Handelingskader PFAS.
Op basis van het uitgevoerde verkennend bodemonderzoek kan worden gesteld dat de bodemkwaliteit ter plaatse geen belemmering vormt voor de realisatie van de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling. 4.2.3
Conclusie
Het aspect bodem vormt geen belemmering voor de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling.
4.3
Geluid
4.3.1
Toetsingskader
Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet inzicht worden gegeven in de aanvaardbaarheid van de ontwikkeling vanuit akoestisch oogpunt. Het geluidsaspect is relevant in relatie tot industrielawaai, wegverkeerslawaai en/of spoorweglawaai. Toetsingskader zijn de Wet geluidhinder en enkele uitvoeringsbesluiten. Wegverkeerslawaai Voor woningbouw binnen de zone van een weg dient een akoestisch onderzoek te worden uitgevoerd. In artikel 74 van de Wet geluidhinder wordt de breedte van de zone van een weg in stedelijk gebied, bestaande uit 1 of 2 rijstroken bepaald op 200 meter. Conform artikel 82, lid 1 van de Wet geluidhinder geldt voor de geluidbelasting op de gevel van een woning binnen de zone van een weg een voorkeursgrenswaarde van 48 dB. Wegen waarvoor een maximum snelheid van 30 km per uur geldt hebben geen geluidszone. Spoorverkeerslawaai Er is geen spoorlijn in de omgeving van het plangebied. Toetsing aan spoorwegverkeersawaai is niet nodig.
Toelichting (ontwerp)
23
bestemmingsplan Kesteren, Nedereindsestraat 1
4.3.2
Onderzoek
Voor onderhavige ontwikkeling is een akoestisch onderzoek wegverkeerlawaai uitgevoerd. Navolgend worden de belangrijkste conclusies weergegeven. Voor de volledige onderzoeksrapportage wordt verwezen naar de bijlagen van voorliggende ruimtelijke onderbouwing. De gevels van de nieuw te realiseren appartementen zijn gelegen aan de Nedereindsestraat en Hoofdstraat te Kesteren. Alle te beoordelen wegen zijn 30 km/uur wegen en hoeven conform de Wet geluidhinder niet beoordeeld te worden. In het kader van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat moet wel aangetoond worden dat er sprake is van een voldoende laag binnenniveau in de appartementen. In het akoestisch onderzoek zijn de wegen op dezelfde manier beoordeeld alsof er sprake is van toetsing aan de Wet geluidhinder. De geluidbelasting op de gevels van de appartementen is bepaald ten gevolge van de Carvonestraat, Fruitstraat, Hoofdstraat, Nedereindsestraat en Schenkhofstraat. De berekening is gedaan volgens standaard-rekenmethode II van het Reken- en meetvoorschrift geluidhinder 2012. Bij de berekening is uitgegaan van de situatie volgens bijlage I en van de verkeersintensiteiten op de wegen volgens het regionaal verkeersmodel verkregen van de Omgevingsdienst Rivierenland. De hoogste berekende geluidbelasting op de gevel bedraagt 64 dB ten gevolge van de Hoofdstraat en Nedereindsestraat.
Gezien beide wegen een 30 km/u weg bedragen, is het niet noodzakelijk hogere waarde aan te vragen. Wel dient er aangetoond te worden dat de geluidwering van de gevel voldoende is. Indien de voorzieningen zoals omschreven in het akoestisch onderzoek worden uitgevoerd, wordt voldaan aan de eisen uit het Bouwbesluit 2012 ten aanzien van de geluidwering van de gevel. In de regels is dit als voorwaarde vastgelegd via een voorwaardelijke verplichting. 4.3.3
Conclusie
Het aspect akoestiek wegverkeerlawaai vormt geen belemmering voor de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling.
24
Toelichting (ontwerp)
bestemmingsplan Kesteren, Nedereindsestraat 1
4.4
Bedrijven en Milieuzonering
4.4.1
Toetsingskader
Onder milieuzonering wordt verstaan het waar nodig zorgen voor een voldoende ruimtelijke scheiding tussen enerzijds bedrijven of overige milieubelastende functies en anderzijds milieugevoelige functies zoals woningen. Bij de planontwikkeling dient rekening te worden gehouden met milieuzonering om de kwaliteit van het woon- en leefmilieu te handhaven en te bevorderen en daarnaast bedrijven voldoende zekerheid te bieden dat zij hun activiteiten duurzaam binnen aanvaardbare voorwaarden kunnen uitvoeren. Richtafstanden Bij de milieuzonering wordt gebruik gemaakt van de door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) opgestelde publicatie 'Bedrijven en milieuzonering'''. In de publicatie is een lijst opgenomen met bedrijfstypen. Voor de bedrijfstypen zijn indicatieve (richt)afstanden bepaald voor de milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De richtafstanden vormen een indicatie van de aanvaardbaarheid in de situatie dat gevoelige functies in de nabijheid van milieubelastende functies worden gesitueerd. Indien bekend is welke activiteiten concreet worden beoogd of aanwezig zijn, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting (in plaats van de richtafstanden).
Omgevingstype De richtafstanden zijn afgestemd op de omgevingskwaliteit zoals die wordt nagestreefd in een rustige woonwijk of een vergelijkbaar omgevingstype (zoals een rustig buitengebied, een stiltegebied of een natuurgebied). Een rustige woonwijk is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies (zoals bedrijven en kantoren) voor. Binnen gemengde gebieden heeft men te maken met milieubelastende en milieugevoelige functies die op korte afstand van elkaar zijn gesitueerd. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Voorbeelden van gebieden met functiemenging zijn horecaconcentratiegebieden, stadscentra, winkelcentra en winkelgebieden van dorpskernen, woon-werkgebieden met kleinschalige ambachtelijke bedrijvigheid, gebieden langs stadstoegangswegen met meerdere functies en lintbebouwing in het buitengebied met veel agrarische en andere bedrijvigheid. Bij gemengde gebieden mogen de richtafstanden een afstandstrap worden verlaagd. 4.4.2
Onderzoek
In de omgeving van het plangebied zijn woningen, maatschappelijke functies, centrumfuncties en detailhandel gelegen. Er kan bij de toetsing uitgegaan worden van het omgevingstype 'gemengd gebied'. Voor de beschrijving van het aspect bedrijven en milieuzonering wordt getoetst op basis van het vigerende bestemmingsplan 'Kernen Neder-Betuwe', vigerend vanaf 8 november 2019, zie afbeelding 4.1.
Toelichting (ontwerp)
25
bestemmingsplan Kesteren, Nedereindsestraat 1
Afbeelding 4.1: Uitsnede vigerende en omliggende bestemmingsplannen met omliggende bedrijvigheid
Hoofdstraat 38 Het plangebied grenst in het uiterst zuidelijke deel aan een maatschappelijke bestemming. Hier is een kinderopvang gevestigd. Voor een kinderopvang geldt milieucategorie 2, met een bijbehorende richtafstand van maximaal 30 meter (voor het aspect geluid). Door de ligging in gemengd gebied mag de richtafstand met een afstandsstap worden verlaagd. Hierdoor bedraagt de richtafstand 10 meter. Doordat het plangebied in het uiterst zuidelijke deel grenst aan de maatschappelijke bestemming wordt de richtafstand niet gehaald. Echter worden er in dit deel van het plangebied uitsluitend parkeerplaatsen gerealiseerd. De gevel van de huisartsenpraktijk en de woningen worden gerealiseerd op circa 20 meter van de maatschappelijke bestemming. Derhalve kan worden verondersteld dat de richtafstand van de locatie aan de Hoofdstraat 38 wordt behaald en derhalve geen belemmering vormt voor de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling. Doordat de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling het realiseren van een huisartsenpraktijk betreft, kent de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling milieucategorie 1. Voor milieucategorie 1 geldt een richtafstand van 0 meter in gemengd gebied. Derhalve kan worden verondersteld dat de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling geen negatieve invloed heeft op de naastgelegen maatschappelijke bestemming.